Home

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De geldigheidsduur van het aan de Visserijovereenkomst tussen de EG en de Republiek Equatoriaal-Guinea gehechte Protocol is op 30.6.2000 afgelopen. De partijen hebben besloten dit Protocol met een jaar te verlengen. Zij hebben dit nieuwe Protocol tot vaststelling van de technische en financiële voorwaarden voor de uitoefening van de visserij door vissersvaartuigen van de EG in de wateren van Equatoriaal-Guinea in de periode van 1.7.2000 tot en met 30.6.2001 op 16.6.2000 geparafeerd.

De Commissie stelt dan ook voor dat de Raad dit nieuwe protocol goedkeurt.

Een voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de voorlopige toepassing van het nieuwe Protocol in afwachting dat het definitief in werking treedt, is het voorwerp van een afzonderlijke procedure.

2000/0287 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de sluiting van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37 juncto artikel 300, lid 2 en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB

Gezien het advies van het Europees Parlement [2],

[2] PB

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea [3] is door de twee partijen onderhandeld over de verlenging van het tot 30 juni 2000 lopende Protocol.

[3] JOL nr. 188 van 16.07.1984, bld. 2. Gewijzigd akkoord door bevestigd akkoord door het reglement (CEE) nr. 252/87 (JOL 29 van 30.01.1987, bld. 1).

(2) Ter afronding van die onderhandelingen is op 16 juni 2000 een nieuw Protocol geparafeerd tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in voornoemde Overeenkomst.

(3) Het is in het belang van de Gemeenschap dit Protocol goed te keuren.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van het Protocol is aan deze verordening gehecht.

Artikel 2

De in het Protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Indien de vergunningaanvragen van de bovengenoemde lidstaten betrekking hebben op een kleinere hoeveelheid dan er volgens het Protocol mag worden gevangen, kan de Commissie aanvragen van andere lidstaten in overweging nemen.

Artikel 3

De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn dit Protocol te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op

Voor de Raad

De Voorzitter

PROTOCOL

tot vaststelling van de voor de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geldende vangstmogelijkheden en financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea

Artikel 1

De krachtens artikel 2 van de Overeenkomst verleende vangstmogelijkheden worden voor een periode van een jaar, ingaande op 1 juli 2000, vastgesteld op:

-vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen: 30 vaartuigen,

-vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug: 30 vaartuigen,

-vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel: 8 vaartuigen.

Artikel 2

1. De financiële compensatie als bedoeld in artikel 6 van de Overeenkomst wordt voor de in artikel 1 genoemde periode vastgesteld op 200 000 EUR. Deze compensatie betreft een jaarlijks in de wateren van Equatoriaal-Guinea gevangen hoeveelheid tonijn van 4 000 ton. Indien de door de schepen van de Gemeenschap in de visserijzone van Equatoriaal-Guinea gevangen hoeveelheid tonijn deze hoeveelheid overschrijdt, wordt dit bedrag dienovereenkomstig verhoogd.

2. De besteding van deze compensatie valt volledig onder de bevoegdheid van de Regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea.

3. De compensatie wordt overgemaakt op rekening nr. 4160 die ten name van de Schatkist van de Republiek Equatoriaal-Guinea is geopend bij de Banque des États d'Afrique centrale (BEAC) in Malabo. Eventuele wijzigingen worden medegedeeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 3

De Gemeenschap zal bovendien tijdens de in artikel 1 bedoelde periode voor 16 700 EUR bijdragen in de financiering van een wetenschappelijk of technisch programma van Equatoriaal-Guinea dat gericht is op verbetering van de kennis van de visbestanden van de exclusieve economische zone van Equatoriaal-Guinea.

Dit bedrag zal ter beschikking worden gesteld van de regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea en zal op de door de autoriteiten van Equatoriaal-Guinea opgegeven rekening worden overgemaakt.

De bevoegde autoriteiten van Equatoriaal-Guinea zenden de Commissie van de Europese Gemeenschappen een kort verslag over de aanwending van dit bedrag.

Artikel 4

De twee partijen zijn het erover eens dat de verbetering van de kennis van de bij de zeevisserij betrokken personen essentieel is voor het succes van hun samenwerking. Daarom zal de Gemeenschap het nodige doen om onderdanen van Equatoriaal-Guinea te helpen bij het vinden van opleidingsmogelijkheden in de lidstaten en zal zij te dien einde in de in artikel 1 bedoelde periode beurzen beschikbaar stellen voor studie en praktijkonderwijs in de verschillende takken van wetenschap, techniek en economie die betrekking hebben op de visserij. Deze beurzen mogen eveneens worden gebruikt in staten waarmee de Gemeenschap een samenwerkingsovereenkomst heeft. De totale kosten van deze beurzen mogen niet meer bedragen dan 46 700 EUR. Een gedeelte van dit bedrag kan op verzoek van de autoriteiten van Equatoriaal-Guinea worden aangewend om de kosten van deelneming aan internationale bijeenkomsten of stages op het gebied van de visserij te financieren.

Deze middelen zullen ter beschikking worden gesteld naarmate de desbetreffende uitgaven worden gedaan.

Artikel 5

Bovendien draagt de Gemeenschap, ten bedrage van 56 700 EUR, bij in de financiering van programma's om de met de controle op de visserij belaste instanties en de ambachtelijke visserij te steunen.

Dit bedrag wordt ter beschikking gesteld van het ministerie van Visserij en Bossen, hetwelk meedeelt op welke bankrekening dit bedrag moet worden overgemaakt.

Deze middelen zullen ter beschikking worden gesteld naarmate de desbetreffende uitgaven worden gedaan.

Artikel 6

Ingeval de Gemeenschap de in de artikelen 2 en 3 bedoelde betalingen niet verricht, kan de toepassing van dit protocol worden geschorst.

Artikel 7

De bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Equatoriaal-Guinea inzake de visserij voor de kust van Equatoriaal-Guinea wordt ingetrokken en vervangen door de bijlage bij dit protocol.

Artikel 8

Dit protocol treedt in werking op de datum van ondertekening.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2000.

BIJLAGE

VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN DE VISSERIJZONE VAN EQUATORIAAL-GUINEA

A. Procedures voor het aanvragen en de afgifte van vergunningen

De vergunningen tot uitoefening van de visserij in de visserijzone van Equatoriaal-Guinea voor vaartuigen die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap voeren, worden volgens onderstaande regels aangevraagd en afgegeven.

De bevoegde autoriteiten van de Gemeenschap dienen via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Equatoriaal-Guinea bij het ministerie van Visserij en Bossen van de Republiek Equatoriaal-Guinea een aanvraag in voor elk vaartuig waarmee men in het kader van de overeenkomst de visserij wenst uit te oefenen.

De aanvragen worden ingediend op de daartoe door de bevoegde autoriteiten van de Republiek Equatoriaal-Guinea verstrekte formulieren, waarvan een model hierbij is gevoegd (aanhangsel 1).

De ondertekende vergunningen worden binnen een termijn van 15 werkdagen na de datum van indiening van de aanvraag door de bevoegde autoriteiten van Equatoriaal-Guinea via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Equatoriaal-Guinea aan de reders of hun vertegenwoordigers afgegeven.

Op verzoek van de Gemeenschap en in geval van aangetoonde overmacht kan de voor een bepaald vaartuig afgegeven vergunning worden vervangen door een nieuwe vergunning voor een ander vaartuig met soortgelijke kenmerken. De reder van het te vervangen vaartuig zendt de geannuleerde vergunning via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen terug naar het ministerie van Visserij en Bossen van de Republiek Equatoriaal-Guinea.

Op de nieuwe vergunning worden vermeld:

-de datum van afgifte;

-het feit dat deze vergunning in de plaats komt van de vergunning voor een ander vaartuig en dat de vergunning van het vorige vaartuig wordt geannuleerd.

In dit geval hoeft geen nieuw forfaitair bedrag te worden betaald.

De vergunning moet steeds aan boord zijn. Zodra evenwel wordt gemeld dat het voorschot door de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan de autoriteiten van Equatoriaal-Guinee is betaald, wordt het vaartuig opgenomen in een lijst die wordt toegezonden aan de voor de visserijcontroles verantwoordelijke autoriteiten van Equatoriaal-Guinee. In afwachting van de ontvangst van de eigenlijke vergunning kan een afschrift van de betreffende vergunning, verzonden per telefax, worden verkregen; dit afschrift, waarmee het vaartuig kan vissen totdat de eigenlijke vergunning wordt ontvangen, wordt aan boord bewaard.

De vergunningen hebben een geldigheidsduur van een jaar. Verlenging is mogelijk.

De rechten bedragen 20 EUR per ton vis die in de visserijzone van Equatoriaal-Guinea wordt gevangen.

De bevoegde autoriteiten van Equatoriaal-Guinea bepalen op welke wijze, op welke bankrekeningen en in welke valuta de visrechten moeten worden betaald.

De vergunningen worden afgegeven nadat een forfaitair bedrag is betaald van 1 300 EUR per jaar per vaartuig voor de tonijnvisserij met de zegen, van 200 EUR per jaar per vaartuig voor de tonijnvisserij met de hengel en van 300 EUR per jaar per vaartuig voor de visserij met de drijvende beug.

B. Vangstaangiften en afrekening van de verschuldigde visrechten

De kapitein vult voor elke visreis in de visserijzone van Equatoriaal-Guinea een vangstaangifte in volgens het model in aanhangsel 2.

Deze aangifte wordt, leesbaar en door de kapitein ondertekend, zo spoedig mogelijk toegezonden aan het Office de la recherche scientifique et technique d'outre-mer (ORSTOM) of aan het Spaanse Instituut voor oceanografie (IEO) voor verwerking van de gegevens.

De regering van Equatoriaal-Guinea behoudt zich het recht voor om bij niet-naleving van deze bepaling de vergunning voor het betrokken vaartuig te schorsen totdat deze formaliteit is vervuld en de sancties toe te passen die zijn vastgesteld in visserijwet nr. 2/1987 van 16 februari 1987.

Vóór 15 april stellen de lidstaten de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van de totale hoeveelheid vis die in het afgelopen jaar is gevangen, nadat de gegevens door de wetenschappelijke instituten zijn bevestigd. De Commissie maakt op basis van deze gegevens de afrekening van de over het voorbije visseizoen verschuldigde rechten en deelt deze aan de autoriteiten van de Republiek Equatoriaal-Guinea mee.

Uiterlijk eind april worden de reders in kennis gesteld van het resultaat van de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen uitgevoerde berekeningen; zij beschikken dan over 30 dagen om aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Indien het voor de werkelijke visserijactiviteiten verschuldigde bedrag kleiner is dan het betaalde voorschot, wordt het verschil niet terugbetaald aan de reder.

C. Inspectie en toezicht

De vaartuigen van de Gemeenschap die vissen in de visserijzone van Equatoriaal-Guinee helpen de ambtenaren van Equatoriaal-Guinee aan wie de inspectie en de controle op de visserijactiviteiten is opgedragen, aan boord te komen en vergemakkelijken hun de uitoefening van hun taak. Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan nodig is om de vangsten steekproefsgewijs te controleren en hun andere inspectietaken met betrekking tot de visserij te vervullen.

D. Visserijzone

De in artikel 1 van het Protocol bedoelde vaartuigen mogen de visserij uitoefenen in de wateren buiten 4 zeemijl gemeten vanaf de basislijnen.

E. Binnenvaren en verlaten van de zone

De vaartuigen van de Gemeenschap dienen telkens binnen drie uur na het binnenvaren en het verlaten van de visserijzone van Equatoriaal-Guinea en om de drie dagen gedurende de periode waarin zij in de zone actief zijn, hun positie en de aan boord aanwezige hoeveelheden vis mee te delen aan de autoriteiten van Equatoriaal-Guinea, bij voorkeur per fax of, bij gebrek daaraan, via de radio.

Het faxnummer en de radiofrequentie worden meegedeeld bij de afgifte van de visvergunning.

Een kopie van de faxberichten of van de opname van de radioberichten wordt door de autoriteiten van Equatoriaal-Guinea en door de reders bewaard totdat de onder punt B bedoelde definitieve afrekening door beide partijen is goedgekeurd.

Vaartuigen die in de visserijzone van Equatoriaal-Guinea vissen zonder de nodige meldingen te hebben gedaan aan de autoriteiten, worden aangemerkt als vaartuigen zonder vergunning.

F. Procedure in geval van aanhouding

1. Telkens wanneer een vissersvaartuig dat de vlag voert van een lidstaat van de Gemeenschap en de visserij uitoefent in het kader van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en een derde land, in de exclusieve economische zone van Equatoriaal-Guinea wordt aangehouden, wordt de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Equatoriaal-Guinea daarvan binnen een termijn van twee werkdagen in kennis gesteld. De delegatie ontvangt tegelijk een kort verslag over de omstandigheden van en de redenen voor deze aanhouding.

2. Alvorens maatregelen te overwegen met betrekking tot de kapitein of de bemanning van het betrokken vaartuig of enige andere actie met betrekking tot de lading en uitrusting van het vaartuig, tenzij die erop gericht zijn de bewijzen van de vermoedelijke overtreding te bewaren, wordt, ten hoogste één werkdag na ontvangst van het vorenbedoelde bericht, een overlegvergadering belegd tussen de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Equatoriaal-Guinea, de voor de visserij bevoegde overheidsdienst en de controle-instanties, waaraan eventueel wordt deelgenomen door een vertegenwoordiger van de betrokken lidstaat. Tijdens dit overleg wisselen de partijen alle documenten en gegevens uit die de omstandigheden waarin de geconstateerde feiten zich hebben voorgedaan, kunnen helpen verduidelijken. De reder of zijn vertegenwoordiger wordt in kennis gesteld van de resultaten van het overleg en van de maatregelen die uit de aanhouding van het vaartuig kunnen voortvloeien.

3. Voordat een gerechtelijke procedure wordt ingeleid, wordt getracht tot een regeling te komen via een transactieprocedure. Deze procedure moet uiterlijk drie werkdagen na de aanhouding zijn afgewikkeld.

4. Indien de zaak niet via een transactieprocedure kan worden geregeld en de kapitein bijgevolg voor een terzake bevoegde rechter in Equatoriaal-Guinea zal worden gebracht, stelt de bevoegde autoriteit, in afwachting van de beslissing van de rechter, binnen twee werkdagen na de beëindiging van de transactieprocedure een billijke zekerheid in de vorm van een bankgarantie vast. Deze bankgarantie wordt door de bevoegde autoriteit vrijgegeven zodra de kapitein van het betrokken vaartuig is vrijgesproken.

5. Het vaartuig en de bemanning worden vrijgegeven:

-ofwel vanaf het einde van het overleg, indien de vastgestelde feiten zulks mogelijk maken,

-ofwel vanaf de ontvangst van de betaling van de eventuele boete (bij een schikking),

-hetzij onmiddellijk na het stellen van de zekerheid (gerechtelijke procedure).

6. Indien een van de partijen vindt dat de toepassing van de bovenbedoelde procedure een probleem doet rijzen, kan zij op grond van artikel 8 van de overeenkomst om een spoedbijeenkomst verzoeken.

Aanhangsel 1

REPUBLIEK EQUATORIAAL-GUINEAFORMULIER VOOR EEN AANVRAAG VOOR EEN VISSERIJVERGUNNING

1. Geldigheidsduur: van tot en met

2. Naam van het vaartuig:

3. Naam van de reder:

4. Registratiehaven en registratienummer:

5. Soort van visserij:

6. Toegestane maaswijdte:

7. Lengte van het vaartuig:

8. Breedte van het vaartuig:

9. Brutotonnage:

10. Inhoud van de ruimen:

11. Motorvermogen:

12. Constructietype:

13. Normale bemanning van het vaartuig:

14. Radio-installatie:

15. Naam van de kapitein:

De reder of zijn vertegenwoordiger is volledig verantwoordelijk voor de juistheid van bovenstaande gegevens.

Datum van de aanvraag:

Aanhangsel 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. TITEL VAN DE MAATREGEL: Nieuw protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie in het kader van de visserijovereenkomst EG/Equatoriaal-Guinea

2. BEGROTINGSPOST: B7-8000

3. RECHTSGRONDSLAG: art. 37 van het Verdrag juncto art. 300, leden 2 en 3.

Overeenkomst EG/Equatoriaal-Guinea (PB L 188 van 16.7.1984)

4. OMSCHRIJVING VAN DE MAATREGEL:

4.1 Algemeen doel: vaststelling protocol en bijlage voor een periode van 1 jaar

4.2 Looptijd, wijze van vernieuwing of verlenging

-Periode : 1.7.2000 tot en met 30.6.2001

-Wijze van verlenging : onderhandelingen voordat het protocol afloopt.

5. INDELING VAN UITGAVEN EN ONTVANGSTEN:

5.1 VU

5.2 GK

5.3 Aard van de ontvangsten

6. AARD VAN UITGAVEN EN ONTVANGSTEN:

Overige: financiële tegenprestatie toegekend aan een derde land in ruil voor door dat land toegekende en in het protocol vastgelegde vangstmogelijkheden.

7. FINANCIËLE GEVOLGEN:

7.1 Wijze van berekening van de totale kosten van de maatregel (bepaling van de kosten per eenheid): zie bijlage bij het protocol.

7.2 Uitsplitsing per onderdeel

in mln EUR (lopende prijzen)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.3 Tijdschema uitgaven (in te vullen voor nieuwe maatregelen)

De Commissie zal aan de begrotingsautoriteit vragen de nodige kredieten over te schrijven om de tegen 31 december 2000 verschuldigde betaling te kunnen verrichten. In overeenstemming met de gemeenschappelijke verklaring inzake de verbetering van de informatie van de begrotingsautoriteit over de visserijovereenkomsten, zal de Commissie de nodige achtergrondinformatie aan de begrotingsautoriteit bezorgen.

in mln EUR

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. MAATREGELEN OM FRAUDE TEGEN TE GAAN (EN RESULTATEN VAN DE TOEPASSING DAARVAN)

Daar het de betaling van een prestatie (vangstmogelijkheden) betreft, worden de door de Gemeenschap als financiële tegenprestatie overgemaakte bedragen door de autoriteiten van het derde land naar eigen goeddunken gebruikt, met dien verstande evenwel dat deze bij de Gemeenschap op de in elke overeenkomst bepaalde wijze, verslagen over de besteding van bepaalde kredieten (bijdrage aan het wetenschappelijk programma) moeten indienen.

De overeenkomst voorziet voorts in de mededeling van vangstaangiften door de vaartuigen van de Gemeenschap.

9. ELEMENTEN VAN DE KOSTEN/BATENANALYSE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Met betrekking tot de baten van deze overeenkomst is te vermelden dat de kostprijs per gevangen ton tonijn 80 EUR ten laste van de Gemeenschap en 20 EUR ten laste van de reders bedraagt, bij een gemiddelde handelswaarde van 1 000 EUR per ton. Een van de kenmerken van de tonijnvisserij, direct samenhangend met het feit dat de soort over grote afstanden trekt, is dat de vangsten in een bepaald gebied van het ene seizoen tot het andere zeer sterke schommelingen kunnen vertonen.

Omdat men van tevoren niet precies kan zeggen hoeveel er door de communautaire vloot zal worden gevangen, betaalt de Gemeenschap in het kader van alle tonijnovereenkomsten met derde landen een forfait dat overeenkomt met de verwachte vangsten in ton (de "referentiehoeveelheid"). Deze hoeveelheid wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde van de in de voorgaande jaren geregistreerde vangsten, eventueel aangepast volgens het aantal vaartuigen waarvoor vergunningen worden afgegeven. Bij overschrijding van het verwachte niveau wordt een toeslag betaald, in het andere geval behoudt het derde land het forfait.

Voorts is het zo dat in de door de Raad vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren voor visserijovereenkomsten met ACS-landen wordt gewezen op het belang dat de Gemeenschap erbij heeft om visserijbetrekkingen met de betrokken landen te blijven onderhouden of aan te knopen.

In het kader van de overeenkomst met Equatoriaal-Guinea bedragen de effectieve vangsten in het kader van het protocol 1997-2000 4000 ton per jaar gemiddeld (1998 : 4 004; 1999 : 4 635); de vooropgestelde referentiehoeveelheid was 4 000 ton per jaar.

Van de totale financiële tegenprestatie (320 100 EUR) is 120 100 EUR uitdrukkelijk bestemd voor opleiding, wetenschappelijk onderzoek, toezicht op zee en steun voor de ambachtelijke visserij. Dit geeft aan dat het de Commissie er niet alleen om te doen is de visserijactiviteiten van de communautaire vloot veilig te stellen, maar ook een duurzame ontwikkeling voor de visserij in Equatoriaal-Guinea te garanderen.

Deze overeenkomst levert, naast de directe handelswaarde van de vangsten, nog de volgende voordelen op:

-werkzekerheid voor de bemanningen van de vissersvaartuigen,

-multipliereffect op de werkgelegenheid in de havens, de visafslagen, de verwerkende bedrijven, de scheepswerven en de dienstensector in de betrokken regio's,

-deze arbeidsplaatsen worden gecreëerd in regio's zonder alternatief voor de visserij,

-de voorziening van de markt van de Gemeenschap met visserijproducten wordt veilig gesteld.

Voorts moet ook rekening worden gehouden met het belang van onze betrekkingen met Equatoriaal-Guinea, zowel op het gebied van de visserij als op politiek vlak in het algemeen.

10. HUISHOUDELIJKE UITGAVEN (DEEL A VAN DE BEGROTING)

De maatregel heeft geen gevolgen voor de huishoudelijke uitgaven.