Home

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over de "Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van de Raad houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten"

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over de "Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van de Raad houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten"

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over de "Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van de Raad houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten"

Publicatieblad Nr. C 123 van 25/04/2001 blz. 0076 - 0078


Advies van het Economisch en Sociaal Comité over de "Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van de Raad houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten"

(2001/C 123/19)

Op 8 mei 2000 heeft de Raad besloten het Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 71 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap te raadplegen over de voornoemde richtlijn.

De afdeling "Vervoer, energie, infrastructuur, informatiemaatschappij", die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 7 december 2000 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Kielman.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 378e zitting van 24 en 25 januari 2001 (vergadering van 24 januari 2001) het volgende advies uitgebracht, dat met 50 stemmen vóór en 2 stemmen tegen, bij 2 onthoudingen, is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1. Op 28 september 1995 besprak de Raad van Ministers een voorstel van de Commissie voor een Richtlijn van de Raad houdende vaststelling van maximaal toegestane afmetingen en gewichten voor aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen van meer dan 3,5 ton.

1.2. Dit voorstel bevatte onder meer de vaststelling van een geharmoniseerde maximale lengte van 12 meter voor alle motorvoertuigen in de Europese Unie.

1.3. Verschillende staten wilden echter een niet-gelede bus met een lengte van maximaal 15 meter. Derhalve kon noch voor een maximum van 12 meter voor alle niet-gelede voertuigen, noch voor een maximum van 15 meter voor niet-gelede bussen een meerderheid worden gevonden.

1.4. Delen van het voorstel van de Commissie werden goedgekeurd als Richtlijn 96/53/EG, maar voor de afmetingen van de bussen werden geen maxima vastgesteld.

1.5. Voor het internationale verkeer in de gehele EU is slechts gewaarborgd dat dit kan plaatsvinden met niet-gelede bussen van maximaal 12 meter en voor de zogenaamde gelede bussen met een lengte van maximaal 18 meter.

1.6. Voor het nationale verkeer bleven aldus verschillende maxima gelden. Reden waarom de Raad van mening was dat verder moest worden nagedacht over harmonisatie in de gehele Unie van een maximum lengte van meer dan 12 meter voor bussen en touringcars.

1.7. Op verzoek van de Raad stelde de Commissie daarom een verslag op over het gebruik van autobussen en touringcars met een maximale lengte van 15 meter, waarin alle aspecten die samenhangen met het gebruik van niet-gelede autobussen en touringcars van meer dan 12 meter werden bekeken.

1.8. Op basis van dit verslag heeft de Raad van Ministers op zijn vergadering van 29 maart 1999 de Commissie verzocht een voorstel te doen tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG met het oog op een harmonisatie van de maximaal toegestane afmetingen voor niet-gelede autobussen en touringcars in het nationale en internationale vervoer.

2. Algemene opmerkingen

2.1. Omdat Richtlijn 96/53/EG voor bussen slechts de lengte van de voertuigen voor het internationale verkeer harmoniseert, is het gevolg dat voor het nationale busvervoer slechts nationale regelgeving bestaat die zich onafhankelijk van elkaar verschillend heeft ontwikkeld. Dit impliceert dat het vrije verkeer van bussen met een lengte van meer dan 12 meter in de Gemeenschap niet is gewaarborgd, hoewel dergelijke bussen in diverse staten veelvuldig worden gebruikt.

2.2. Met betrekking tot de veiligheid van de passagiers dient te worden opgemerkt dat er geen aanwijzingen zijn dat niet-gelede bussen met een lengte van maximaal 15 meter minder veilig zouden zijn dan soortgelijke bussen van 12 meter lengte.

De Commissie stelt zelfs dat in bepaalde omstandigheden niet-gelede 15 meter lange bussen zelfs veiliger zijn dan 18 meter lange gelede bussen.

2.3. De Richtlijnen 96/53/EG en 97/27/EG betreffende afmetingen en gewichten, schrijven voor welke draaicirkels, welke buiten- en binnenstraal de voertuigen moeten kunnen beschrijven. Op basis daarvan kwam de Commissie tot de conclusie dat het ongerechtvaardigd zou zijn voor niet-gelede bussen van meer dan 12 meter lengte strengere voorschriften in te voeren.

Wel is de uitzwaai van niet-gelede bussen met een lengte van 15 meter groter dan die met een lengte van 12 meter en gelede bussen van 18 meter als ze een bocht moeten nemen. Enige voorzieningen bij de opstapplaatsen zijn bij gebruik noodzakelijk.

2.4. De Commissie stelt voor bussen die langer dan 12 meter zijn, gelet op het hogere maximum totaalgewicht, uit te rusten met 3 of meer assen. De lengte van bussen met twee assen zou dan effectief beperkt worden tot 12 meter.

2.5. De Commissie stelt tevens voor: een maximum lengte van niet-gelede bussen van 15 meter inclusief skibox voor het nationale en internationale verkeer.

2.6. Voor bussen met aanhangwagens is de huidige regelgeving onduidelijk.

Het Commissievoorstel beoogt deze onduidelijkheid weg te nemen door een maximumlengte op te nemen van 18,75 meter voor combinaties van bussen met aanhangwagens. Deze lengte komt overeen met de maximale lengte van combinaties van vrachtwagens met aanhangwagens die in de gehele Unie is toegestaan.

2.7. Het Comité wijst erop dat het reeds op 27 januari 1999 een advies(1) heeft uitgebracht over het "Verslag van de Commissie over het gebruik van autobussen en touringcars met een lengte van maximaal 15 meter".

2.8. In zijn advies opteert het Comité voor het toestaan van een maximum lengte van niet-gelede voertuigen in de gehele Unie van 15 meter zonder dat er aanvullende eisen worden gesteld, zodat alle voertuigen met een lengte van 12,75 meter, 13,5 meter en 13,75 meter en met elk willekeurig aantal assen zijn toegestaan.

2.9. Het Comité kan zich vinden in het voorstel van de Commissie een overgangsperiode tot en met 31 december 2009 in te stellen voor voertuigen die in het nationale verkeer worden gebruikt en niet voldoen aan de criteria, genoemd in het voorstel van de Richtlijn. Na 31 december 2009 zullen deze voertuigen niet meer mogen rijden.

3. Bijzondere opmerkingen

3.1. Het Comité is, mede gezien zijn advies van 27 januari 1999, van mening dat het voorstel van de Commissie om voertuigen van langer dan 12 meter te verplichten om 3 assen te hebben, dient te worden afgewezen. De argumentatie van de Commissie is dat deze eis is opgenomen om te bewerkstelligen dat de fabrikanten zich bij de voertuigontwerpen aan de gewichtslimieten houden en dat de voertuigen de bestaande wegen niet beschadigen.

3.2. Gewichtslimieten en aslasten van voertuigen voor het internationale verkeer zijn echter reeds communautair vastgesteld. Voor het nationale verkeer zijn afwijkingen in de gewichten toegestaan. De Commissie acht, onder verwijzing naar een goede werking van de cabotagemarkt, harmonisatie d.m.v. het verplicht stellen van een derde as voor voertuigen die langer zijn dan 12 meter, noodzakelijk.

3.3. Het Comité is van mening dat dit onderdeel van het Commissievoorstel overbodig is. Immers, landen die nationaal voertuigen toestaan die qua gewicht hoger zijn dan communautair overeengekomen, zullen zelf het nadeel ondervinden omdat cabotagevervoer in andere landen niet mogelijk zal zijn, terwijl landen die voertuigen toestaan die qua gewicht hetzelfde of lager zijn dan communautair overeengekomen wel cabotagevervoer in andere landen zullen verrichten. Dit probleem zal zich derhalve vanzelf oplossen.

3.4. Het Comité is van mening dat de visie van de Commissie dat alle bussen, ongeacht hun lengte, moeten voldoen aan het in Richtlijn 97/27/EG vastgestelde maximum voor de uitzwaai, wil de typegoedkeuring worden verleend, zich niet verdraagt met haar voorstel 15 meter-bussen toe te laten tot de binnenlandse markt.

3.5. Het is immers gebleken dat 15 meter-bussen niet kunnen voldoen aan de eisen t.a.v. de uitzwaai van bussen zoals vermeld in Richtlijn 97/27/EG. Slechts bussen met een maximumlengte van 14 meter 60 cm met inbegrip van de skibox voldoen eraan. Dit betekent dat alle momenteel in gebruik zijnde 15 meter-bussen van de markt zullen moeten verdwijnen. Het Comité pleit ervoor de Richtlijn 97/27/EG zodanig te amenderen t.a.v. de uitzwaaivereisten dat de 15 meter-bus kan blijven bestaan.

3.6. Tenslotte kan het Comité instemmen met de constatering van de Commissie dat door de vergroting van de maximumlengte van bussen in sommige lidstaten er minder bussen nodig zullen zijn om hetzelfde aantal passagiers te vervoeren, zodat de hiermee gepaard gaande vermindering van het aantal ritten zowel uit het oogpunt van het milieu als uit economisch oogpunt een goede zaak is.

4. Samenvatting en conclusies

4.1. Het Comité is van mening dat het voorstel van de Commissie om te komen tot een geharmoniseerde lengte van niet-gelede bussen in zowel het nationale als internationale verkeer op zich een goed voorstel is.

4.2. Zo kan het Comité instemmen met de volgende aspecten:

- Uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 96/53/EG tot het binnenlandse passagiersvervoer.

- Vaststelling van de maximumlengte van niet-gelede bussen en touringcars van 15 meter met inbegrip van de skibox.

- Vaststelling van de maximum lengte van bussen met aanhangwagens op 18,75 meter.

- Vastlegging van een overgangstermijn van 9 jaar.

4.3. Het Comité is van mening dat de volgende onderdelen van het Commissievoorstel zouden moeten worden aangepast:

- de verplichting van bussen langer dan 12 meter te voorzien van 3 assen. Rekening houdende met de internationaal overeengekomen gewichten zoals vastgesteld in Richtlijn 96/53 EG is deze verplichting onnodig. Indien de werkingssfeer van de Richtlijn zou worden uitgebreid tot het nationaal vervoer kunnen constructeurs/fabrikanten zelf - binnen de wettelijke eisen blijvend - bepalen of ze 2 of 3 assen willen monteren.

- de verplichting van 15 meter bussen om te voldoen aan de vereisten van de maximale uitzwaai zoals neergelegd in Richtlijn 97/27/EG. Het Comité is van oordeel dat, als de Commissie van mening is dat harmonisatie in de EU dient plaats te vinden van de 15 meter-bus, de Richtlijn 97/27/EG dan ook zou moeten worden geamendeerd t.a.v. de nationale uitzwaaivereisten, zodat de 15 meter-bus kan blijven bestaan.

Brussel, 24 januari 2001.

De voorzitter

van het Economisch en Sociaal Comité

G. Frerichs

(1) COM(1997) 499 def. - Advies van het ESC van 27 januari 1999, PB C 101 van 12.4.1999, blz. 22.