Home

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van een regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De Commissie neemt deel aan regionale visserijorganisaties die voorzien in een kader voor de regionale samenwerking inzake de instandhouding en het beheer van visbestanden.

De recente ontwikkeling van het internationale recht heeft geleid tot een snelle toename van de activiteit van de regionale visserijorganisaties en deze organisaties, die zich vroeger bijna uitsluitend bezighielden met uitwisseling van gegevens, stellen thans aanbevelingen op voor talrijke gebieden. Zo stellen zij met name controle- en toezichtmaatregelen vast in de vorm van waarnemings- en/of inspectieregelingen en regelingen voor toezicht op de vangsten.

In het kader van haar visserijbelangen in het oostelijk deel van de Stille Oceaan, heeft de Commissie de procedure voor haar toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) ingeleid en besloten de Overeenkomst inzake het Internationale Programma voor het Behoud van Dolfijnen (Agreement on the International Dolphin Conservation Program; AIDCP) voorlopig toe te passen.

De partijen bij de AIDCP hebben in juli 1999 besloten een regeling voor toezicht op en verificatie van in het overeenkomstgebied gevangen tonijn in te voeren, teneinde te bepalen welke tonijn zonder gevaar voor dolfijnen is gevangen.

Om de Gemeenschap in staat te stellen deze toezicht- en verificatieregeling voor de tonijnvangst volledig toe te passen, moeten de bepalingen van de AIDCP tot invoering van deze regeling via een verordening van de Raad in gemeenschapsrecht worden omgezet.

Dit voorstel sluit ook aan bij de communautaire beginselen inzake de omzetting van de aanbevelingen van de regionale visserijorganisaties en met de praktijk die is ontstaan sinds de laatste omzettingsvoorstellen die door de Raad zijn aangenomen (vangstdocument voor Dissosticchus in het kader van de CCAMLR of technische maatregelen voor over grote afstanden trekkende soorten).

De Commissie stelt voor dat de Raad deze verordening aanneemt.

2001/0170 (CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van een regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C ... van ....., blz. ...

Gezien het advies van het Europees Parlement [2],

[2] PB C ... van ....., blz. ...

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Gemeenschap heeft visserijbelangen in het oostelijk deel van de Stille Oceaan en heeft de procedure voor toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn, hierna "IATTC" genoemd, ingeleid. In afwachting van de toetreding en overeenkomstig haar samenwerkingsverplichting die voortvloeit uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, heeft de Commissie besloten de door de IATTC vastgestelde maatregelen toe te passen.

(2) De Gemeenschap heeft bij Besluit 1999/337/EG van de Raad [3] de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen, hierna "AIDCP" genoemd, ondertekend en heeft bij Besluit 1999/386/EG van de Raad [4] besloten in afwachting van de goedkeuring ervan deze overeenkomst voorlopig toe te passen. Derhalve dient de Gemeenschap over te gaan tot toepassing van de bepalingen van de overeenkomst, waarvan het secretariaat wordt verzorgd door IATTC.

[3] PB L 132 van 27.5.1999, blz. 1.

[4] PB L 147 van 12.6.1999, blz. 23.

(3) De partijen bij de AIDCP hebben in juli 1999 besloten een regeling voor toezicht op en verificatie van in het toepassingsgebied van de overeenkomst gevangen tonijn in te voeren, om de tonijn die zonder gevaar voor de dolfijnen is gevangen te kunnen identificeren.

(4) Dit besluit is voor de partijen bij de AIDCP verbindend geworden en de Gemeenschap moet derhalve zorg dragen voor de uitvoering ervan wat de communautaire vissersvaartuigen betreft.

(5) De waarnemingen betreffende de aanlanding en de overbrenging naar de haven van vangsten vallen onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die deze verantwoordelijkheid echter via een administratieve regeling of overeenkomst kunnen overdragen aan de staat waarin de aanlandingshaven is gelegen.

(6) Daar de nodige maatregelen ter uitvoering van deze verordening, al naargelang, beheersmaatregelen dan wel regelgevingsmaatregelen zijn in de zin van artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [5], dienen deze maatregelen volgens de beheersprocedure van artikel 4 van genoemd besluit, respectievelijk volgens de regelgevingsprocedure van artikel 5 van dat besluit te worden vastgesteld,

[5] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Doel

Deze verordening bevat de algemene beginselen van en de voorwaarden voor de toepassing door de Gemeenschap van de regeling voor toezicht op en verificatie van tonijnvangsten, vastgesteld door de partijen bij de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen, hierna "AIDCP" genoemd.

Artikel 2 Werkingssfeer

De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op communautaire vissersvaartuigen, zijnde vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, die op tonijn vissen in de wateren van het oostelijke deel van de Stille Oceaan als omschreven in artikel 3 van de AIDCP.

De bepalingen van deze verordening zijn eveneens van toepassing op transportvaartuigen, zijnde vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, die tonijn vervoeren waarvoor een toezichtdocument is opgesteld.

Artikel 3 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) "tonijn": de vissoort behorend tot de onderorde van de Scombroidei, met uitzondering van het geslacht Scomber;

2) "dolfijn": de soort behorende tot de familie Delphinidae, die in het in artikel 2 bedoelde gebied voorkomen in combinatie met de beviste geelvintonijn;

3) "dolfijnvriendelijk gevangen tonijn": tonijn die is gevangen met een trek van een ringzegen waarbij geen dolfijnen zijn gedood of ernstig zijn verwond;

4) "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn": tonijn die is gevangen met een trek van een ringzegen waarbij dolfijnen zijn gedood of ernstig zijn verwond;

5) "waarnemer": de persoon die door de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) of in het kader van een nationaal programma van de overeenkomstsluitende partij is aangewezen om de visvangstactiviteiten van een vaartuig te registreren;

6) "toezichtdocument": een document dat is opgesteld overeenkomstig de modellen A en B in bijlage I (dolfijnvriendelijk gevangen tonijn), respectievelijk in bijlage II (dolfijngevaarlijk gevangen tonijn);

7) "trek van een ringzegen": de handeling die bestaat uit het uitzetten en weer ophalen van een ringzegen om tonijn te vangen;

8) "container": elke recipiënt die wordt gebruikt om tonijn op te slaan na het lossen, tijdens het invriezen of tijdens het vervoer met het oog op de verwerking.

Artikel 4 Verplichtingen van de lidstaten

1. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de verificatie met betrekking tot de tonijn die door de vaartuigen die hun vlag voeren wordt gevangen, vervoerd en gelost, en voor de tonijn die bestemd is om op hun grondgebied te worden verwerkt.

2. De in lid 1 bedoelde verplichting geldt eveneens voor tonijn die buiten het in artikel 2 bedoelde gebied is aangeland door vaartuigen die in dat gebied vissen. Voor die vaartuigen houdt de toezichtregeling in dat het gewicht van de aangelande tonijn moet worden bevestigd.

3. De lidstaten verstrekken formulieren van het toezichtdocument voor elk van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in het in artikel 2 bedoelde gebied op tonijn mogen vissen, bestemd voor de aan boord genomen waarnemer.

Artikel 5 Verplichtingen van de kapitein

1. De gevangen tonijn wordt door de waarnemer als "dolfijnvriendelijk gevangen tonijn" dan wel als "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn" aangeduid en overeenkomstig deze aanduiding in hiervoor vooraf klaargemaakte en gemerkte ruimen geladen.

2. Na de lading vermeldt de waarnemer, in overleg met de kapitein of diens gevolmachtigde, de soort en de geraamde hoeveelheid van de, per trek, in elk ruim geladen tonijn op het bijbehorende toezichtdocument. De kapitein of zijn gevolmachtigde parafeert, samen met de waarnemer, elk aldus ingevuld toezichtdocument.

3. Elke overdracht op zee van tonijn, vanuit het net van een vissersvaartuig op een ander vissersvaartuig, moet door de waarnemer aan boord van elk van de betrokken vaartuigen worden vermeld in het toezichtdocument, met opgave van de hoeveelheid, de soorten en de aanduiding "dolfijnvriendelijk gevangen tonijn" of "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn".

4. Aan het einde van de visreis herlezen de kapitein en de waarnemer gezamenlijk het toezichtdocument, brengen zij eventueel aanvullende opmerkingen aan en ondertekenen zij het document.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 6 Aanlanding

1. De kapitein van het vaartuig, de reder of zijn gemachtigde deelt zijn nationale autoriteiten ten minste 72 uur voor de verwachte datum van de aanlanding de data en de plaatsen van aanlanding van een deel van de vangsten of van de hele vangst mee, zodat deze aanlanding kan worden geverifieerd.

2. Indien na een aanlanding de visreis wordt beëindigd, wordt aan het vaartuig een nieuw toezichtdocument toegekend voor de nieuwe visreis en wordt de eventueel aan boord gebleven tonijn bovenaan op dit document vermeld.

3. Indien na een aanlanding de visreis wordt voortgezet, houdt het vissersvaartuig het origineel van het toezichtdocument en wordt een kopie, voorzien van originele handtekeningen, aan de nationale autoriteiten van de aanlandingshaven afgegeven.

4. Indien de tonijn door een vaartuig wordt gelost en daarna op een transportvaartuig wordt geladen om, met het oog op de verwerking ervan, naar een andere plaats te worden vervoerd, moet de vlaggenstaat van het transportvaartuig ervoor zorgen dat voor deze lading het toezichtdocument wordt verkregen en bewaart die vlaggenstaat de gegevens met betrekking tot de geloste hoeveelheid, waaronder met name het totale gewicht van de geloste vis indien dit is geverifieerd, en verifieert hij dat de "dolfijnvriendelijk gevangen tonijn" tijdens de lading en het vervoer voortdurend apart wordt gehouden van de "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn". Tonijn van de twee verschillende categorieën mag in eenzelfde ruimte worden vervoerd, op voorwaarde dat de twee soorten tonijn fysiek gescheiden blijven en dat de "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn" duidelijk wordt geëtiketteerd.

5. Indien de tonijn wordt aangeland om onmiddellijk te worden verwerkt, is de lidstaat van de plaats van verwerking verantwoordelijk voor de bewaring van de documenten betreffende de aanlanding en de registratie van het geverifieerde gewicht van de "dolfijnvriendelijk gevangen tonijn" en de "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn". Deze lidstaat gebruikt het origineel van het toezichtdocument om de gevraagde gegevens in het gegevensbestand in te brengen en de verwerkte tonijn te volgen en zendt een kopie van dit document aan de vlaggenstaat van het vaartuig dat de betrokken tonijn heeft gevangen.

6. De aangelande tonijnvangsten worden in verschillende containers geladen, naargelang zij als "dolfijnvriendelijk gevangen tonijn" of "dolfijngevaarlijk gevangen tonijn" zijn aangeduid en op elke container worden het nummer van het toezichtdocument, de aanduiding van categorie van de tonijn en het geverifieerde gewicht vermeld.

7. Bij verkoop van een deel van de vangst moet het referentienummer van het toezichtdocument worden vermeld, zulks in alle stadia van het verwerkingscircuit. Elke overdracht van vangsten moet aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de plaats van aanlanding en/of verwerking worden gemeld, met opgave van het nummer van het toezichtdocument, de soorten en de hoeveelheid tonijn, alsmede de identiteit van de geadresseerde.

8. Bij aanlanding in havens van derde landen moet de kapitein een door de waarnemer en door hemzelf ondertekende kopie van het toezichtdocument aan de nationale autoriteiten van de vlaggenlidstaat zenden.

9. De lidstaten kunnen in het kader van specifieke bilaterale overeenkomsten het toezicht met betrekking tot. de aanlanding en het vervoer overdragen aan de autoriteiten van de staat waarin de betrokken haven is gelegen. Deze staat wordt daardoor verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regeling op de op zijn grondgebied aangelande en vervoerde tonijn, ongeacht de vlag van het vaartuig dat de tonijn heeft gevangen.

10. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 7 Mededeling van gegevens

1. De lidstaten zetten voor de uitvoering van de regeling inzake toezicht op en verificatie van tonijnvangsten een gecomputeriseerd gegevensbestand op, waartoe de Commissie toegang krijgt.

2. Binnen tien dagen na ontvangst van de door de waarnemer en de kapitein ondertekende toezichtdocumenten zenden de lidstaten een kopie daarvan aan het secretariaat van de AIDCP en aan de Commissie.

3. De lidstaten zenden jaarlijks vóór 1 mei een verslag over de uitvoering van de regeling inzake toezicht op en verificatie van tonijnvangsten aan de Commissie, die, op basis van dit verslag, op haar beurt een verslag opstelt dat zij vóór elke jaarvergadering aan het secretariaat van de AIDCP toezendt.

4. De lidstaten delen de Commissie de namen en de adresgegevens mee van de ambtenaren die met de uitvoering van de regeling inzake toezicht op en verificatie van tonijnvangsten zijn belast.

5. De Commissie deelt het secretariaat van de AIDCP de namen en de adresgegevens mee van de ambtenaren van de Commissie die met de uitvoering van de regeling inzake toezicht op en verificatie van tonijnvangsten zijn belast.

Artikel 8 Wijziging van de bijlagen

De bijlagen I en II kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 9, lid 3, bedoelde procedure teneinde rekening te houden met instandhoudingsmaatregelen van de AIDCP die voor de Gemeenschap verbindend zijn geworden.

Artikel 9 Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad [6] ingestelde comité.

[6] PB L 389 van 31.12.1992, blz. 1.

2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is de beheersprocedure van artikel 4 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van artikel 7 van dat besluit van toepassing.

3. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is de regelgevingsprocedure van artikel 5 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van artikel 7 van dat besluit van toepassing.

4. De in artikel 4, lid 3, en in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

BIJLAGE I

Toezichtdocument (model A)

voor dolfijnvriendelijk gevangen tonijn

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

BIJLAGE II

Toezichtdocument (model B)

voor dolfijngevaarlijk gevangen tonijn

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>