Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1035/2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.
Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1035/2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1035/2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.
(door de Commissie ingediend)
TOELICHTING
De Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR) heeft in haar twintigste jaarvergadering in november 1999 een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. ingesteld. Deze regeling heeft tot doel de internationale handel in Dissostichus spp. beter te controleren en toezicht te houden op de oorsprong van alle partijen Dissostichus spp. die uit het grondgebied van de verdragsluitende partijen van de CCAMLR worden ingevoerd of naar dit gebied worden uitgevoerd. De regeling maakt het ook mogelijk te bepalen of de Dissostichus spp. in het verdragsgebied is gevangen overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR en vangstgegevens te verzamelen om de wetenschappelijke evaluatie van de bestanden te vergemakkelijken. De regeling geldt voor alle vangsten van Dissostichus spp., ongeacht of ze in of buiten het verdragsgebied van de CCAMLR hebben plaatsgevonden.
De regeling is in Gemeenschapsrecht omgezet bij Verordening (EG) nr. 1035/2001 van de Raad van 22 mei 2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.
In zijn twintigste jaarvergadering in november 2001 heeft de CCAMLR een aantal wijzigingen aangenomen om de werking van de regeling te verbeteren, met name om onjuiste vangstmeldingen te voorkomen. In de vangstgegevens vanaf de inwerkingtreding van de regeling was een sterke stijging van de buiten het verdragsgebied gevangen hoeveelheden geconstateerd (ongeveer 30.000 ton, tegenover 11.000 ton in de voorgaande jaren), vooral in statistisch gebied 51 van de FAO in de zuidwestelijke Indische Oceaan. Het Wetenschappelijk Comité van de CCAMLR achtte het voorkomen van Dissostichus spp. in gebied 51 heel onwaarschijnlijk en concludeerde dat vrijwel alle voor dit gebied gedeclareerde vangsten in feite illegale vangsten in het verdragsgebied betroffen.
Beseffend dat de documentatieregeling in feite gebruikt werd om onwettig in het verdragsgebied gevangen vis wit te wassen, heeft de CCAMLR besloten de controle uit te breiden met gegevens die worden verkregen van een geautomatiseerd satelietvolgsysteem (VMS). De CCAMLR heeft ook voor alle staten die aan de regeling deelnemen de mogelijkheid ingevoerd om een aanvullende verificatie door de vlaggenstaat te vragen, wanneer voor vangsten van Dissostichus spp. de volle zee buiten het verdragsgebied als vangstgebied wordt opgegeven. De laatstgenoemde maatregel gaat vergezeld van een resolutie waarbij alle lidstaten dringend worden verzocht de aanlanding en de invoer van dergelijke vangsten te verbieden zolang de vlaggenstaat niet heeft aangetoond dat hij het betrokken vangstdocument heeft getoetst aan de VMS-data. Deze resolutie was voorgesteld door Frankrijk (namens haar overzeese gebieden) en kreeg de steun van de Gemeenschap en dient derhalve, niettegenstaande het feit dat het geen bindend rechtsinstrument is, ook in Gemeenschapsrecht te worden omgezet.
Andere belangrijke wijzigingen zijn met name de invoering van een procedure voor de verkoop of de opruiming van in beslag genomen en verbeurde vangsten en een betere controle op de uitvoer. Er zijn ook bepaalde wijzigingen aangebracht in het vangstdocument, om de verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat en de havenstaat en de certificeringsverklaringen te verduidelijken. Er zijn tenslotte ook enkele kleinere wijzigingen aangebracht om de werking van de regeling op communautair niveau te verbeteren.
De Commissie stelt voor dat de Raad deze verordening aanneemt.
2002/0184 (CNS)
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1035/2001 tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp.
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37,
Gezien het voorstel van de Commissie [1],
[1] PB C ..., blz. ...
Gezien het advies van het Europees Parlement [2],
[2] PB C ..., blz. ...
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Verordening (EG) nr. 1035/2001 van 22 mei tot invoering van een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. wordt de documentatieregeling die door de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, hierna de CCAMLR genoemd, in haar achtiende jaarvergadering in november 1999 is aangenomen, ten uitvoer gelegd.
(2) In haar twintigste jaarvergadering in november 2001 heeft de CCAMLR een aantal wijzigingen in de regeling goedgekeurd onder andere om onjuiste aangiften te voorkomen en de controle op de uitvoer te verbeteren, en heeft zij een procedure ingesteld voor de verkoop of de opruiming van in beslag genomen en verbeurde vangsten.
(3) Verordening (EG) nr. 1035/2001 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1035/2001 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 2 wordt vervangen door:
"Toepassingssfeer
1. Deze verordening is van toepassing op Dissostichus spp. als bedoeld in de TARIC-codes 0302698810, 0302698820, 0302698830, 0302698840, 0302698890, 0303798810, 0303798820, 0303798830, 0303798840, 0303798890 en 0304208800
(a) die door een communautair vissersvaartuig wordt aangeland of overgeladen, of
(b) die in de Gemeenschap wordt ingevoerd of uit de Gemeenschap wordt uitgevoerd of wederuitgevoerd.
2. Deze verordening is niet van toepassing op bijvangsten van Dissostichus spp., afkomstig van trawlers die op de volle zee buiten het CCAMLR-gebied vissen.
Voor de toepassing van dit lid wordt onder bijvangst van Dissostichus spp. verstaan, een hoeveelheid Dissostichus spp. die niet meer dan 5 % van de totale vangst van alle soorten en niet meer dan 50 ton voor een volledige visreis van een vaartuig uitmaakt.
3. De tweede alinea van lid 2 kan overeenkomstig de procedure van artikel 25, lid 3, worden gewijzigd met het oog op de toepassing van de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR die voor de Gemeenschap bindend zijn geworden."
2. In artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:
"Na aan de hand van via een geautomatiseerd satellietvolgsysteem (VMS) verkregen gegevensverslagen te hebben geverifieerd dat het gebied waarin is gevist en de aan te voeren of over te laden vangst door zijn vaartuig correct is geregistreerd en aan de visvangstvergunning van het vaartuig beantwoordt, deelt een vlaggenlidstaat de kapitein via het snelste elektronische medium een bevestigingsnummer mee.
De kapitein brengt dit bevestigingsnummer op het vangstdocument aan.
3. Artikel 13 wordt vervangen door:
"Artikel 13
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de oorsprong van elke op hun grondgebied ingevoerde of uit hun grondgebied uitgevoerde partij Dissostichus spp. te bepalen en vast te stellen of deze soorten overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR zijn gevangen, wanneer deze uit het CCAMLR-gebied afkomstig zijn.
2. Indien een lidstaat redenen heeft om aan te nemen dat aangevoerde of ingevoerde partijen Dissostichus spp., die worden aangegeven als zijnde gevangen op de volle zee buiten het CCAMLR-gebied, in feite in het CCAMLR-gebied zijn gevangen, vraagt deze lidstaat de vlaggenstaat het vangstdocument nader te verifiëren aan de hand van, onder meer, gegevens die zijn verkregen via een geautomatiseerd satellietvolgsysteem (VMS).
Indien de vlaggenstaat ondanks dit verzoek niet aantoont dat het vangstdocument is geverifieerd aan de hand van VMS-data, wordt het vangstdocument geacht ongeldig te zijn ab initio en is invoer en uitvoer van de betrokken Dissostichus spp. verboden.
3. De lidstaten stellen de Commissie en alle andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk geval waarin uit de in lid 2 bedoelde nadere verificatie kan worden opgemaakt dat de vangsten niet zijn gedaan overeenkomstig de instandhoudingsmaatregelen van de CCAMLR, alsmede van de door de lidstaten naar aanleiding daarvan vastgestelde maatregelen."
4. Artikel 15 wordt vervangen door:
"Artikel 15
1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen opdat elke lading Dissostichus spp. die op hun grondgebied wordt ingevoerd of uit hun grondgebied wordt uitgevoerd vergezeld gaat van een of meer voor uitvoer of wederuitvoer gevalideerde documenten die overeenstemmen met de totale hoeveelheid Dissostichus spp. die de lading bevat.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat hun douaneautoriteiten of andere bevoegde overheidsfunctionarissen de documentatie betreffende elke lading Dissostichus spp. die op hun grondgebied wordt ingevoerd of uit hun grondgebied wordt uitgevoerd opvragen en onderzoeken, ten einde na te gaan of deze een of meer voor uitvoer of wederuitvoer gevalideerde vangstdocumenten bevat die overeenkomen met de totale hoeveelheid Dissostichus spp. van de lading. Deze functionarissen kunnen ook de inhoud van elke lading onderzoeken om de in voornoemde documenten vermelde gegevens te verifiëren.
3. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle gevallen waarin de resultaten van de in de leden 1 en 2 bedoelde verificaties erop wijzen dat de bij deze verordening vastgestelde documentatievoorschriften niet in acht zijn genomen.
4. Een vangstdocument voor Dissostichus spp. wordt geacht te zijn gevalideerd voor uitvoer als het aan de volgende voorwaarden voldoet:
(a) het moet alle in bijlage I bedoelde gegevens en alle vereiste handtekeningen bevatten, en
(b) het moet een door een officiële functionaris van de lidstaat van uitvoer ondertekende en afgestempelde verklaring bevatten dat de in het document vermelde gegevens juist zijn.
5. Artikel 17 wordt vervangen door:
"Artikel 17
De invoer van Dissostichus spp. is verboden als de desbetreffende partij niet vergezeld gaat van een vangstdocument."
6. Artikel 20 wordt vervangen door:
"Artikel 20
1. De vlaggenlidstaat zendt de in de artikelen 10 en 12 bedoelde kopieën met behulp van het snelste beschikbare elektronische medium onmiddellijk aan het secretariaat van de CCAMLR, en zendt een kopie ervan aan de Commissie.
2. De lidstaten zenden met behulp van het snelste beschikbare elektronische medium onmiddellijk een kopie van de voor uitvoer of wederuitvoer gevalideerde vangstdocumenten samen met de in artikel 22 bis bedoelde documenten aan het secretariaat van de CCAMLR, en zenden tevens een kopie aan de Commissie.
7. Artikel 22 wordt vervangen door:
"Artikel 22
Uiterlijk op 15 maart, 15 juni, 15 september en 15 december van elk jaar delen de lidstaten de Commissie de aan de vangstdocumenten ontleende gegevens mee betreffende de oorsprong, bestemming en hoeveelheid van Dissostichus spp. die op hun grondgebied is ingevoerd of uit hun grondgebied is uitgevoerd.
De Commissie deelt de gegevens betreffende de oorsprong en de hoeveelheid jaarlijks mee aan het secretariaat van de CCAMLR."
8. Het volgende hoofstuk VI bis wordt ingevoegd:
"Hoofdstuk VI bis Verkoop van in beslag genomen of verbeurde vis
Artikel 22 bis
Indien een lidstaat reden heeft om in beslag genomen of verbeurde Dissostichus spp. te verkopen of op te ruimen, moet hij een speciaal gevalideerd vangstdocument afgeven. Dit vangstdocument bevat een verklaring waarin de redenen voor die validering worden aangegeven en waarin de omstandigheden worden beschreven waarin de in beslag genomen of verbeurde vis in de handel wordt gebracht. De lidstaten zorgen ervoor dat de financiële opbrengst van de verkoop of de opruiming van deze vis niet ten goede komt aan diegenen die de vis op onwettige wijze hebben gevangen."
9. In artikel 24 wordt lid 1 vervangen door:
"De voor de toepassing van artikel 8, lid 2, onder d), artikel 9, artikel 10, lid 3, artikel 11, artikel 12, lid 3, artikel 13, lid 2, en artikel 15 vereiste maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 25, lid 2."
10. Bijlage II wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, [...]
Voor de Raad
De voorzitter
BIJLAGE
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
* Het toepasselijke aankruisen.