Home

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende het communautair toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende het communautair toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende het communautair toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS-Verdrag) liep af op 23 juli 2002. In artikel 3 van het EGKS-Verdrag werd bepaald dat de instellingen van de Gemeenschap in het kader van hun onderscheidene bevoegdheden en in het gemeenschappelijk belang moeten « waken voor een regelmatige voorziening van de gemeenschappelijke markt, rekening houdende met de behoeften van derde landen ».

In dat verband werd in artikel 46 van het EGKS-Verdrag bepaald dat de Gemeenschap, teneinde richting te geven aan het optreden van alle belanghebbenden en ter bepaling van haar eigen beleid, een voortdurende studie van de marktontwikkeling en het prijsverloop moest maken.

Naar aanleiding van de oliecrisis van de jaren 70 hebben de lidstaten een aantal besluiten genomen betreffende een communautair toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen die bestemd is voor de bevoorrading van de thermische centrales van de Gemeenschap. De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, in het kader van de Raad bijeen, hebben Besluit 77/707/EGKS van 7 november 1977 [1] vastgesteld, dat nadien is gewijzigd bij Besluit 85/161/EGKS van 26 februari 1985 [2]. Het voornaamste doel van deze maatregelen was het toezicht op de invoer van steenkool per land van oorsprong, alsmede de bekendmaking van een gemiddelde richtprijs (cif) voor de ingevoerde steenkool. Op basis van deze twee besluiten maakt de Commissie ieder kwartaal de prijs van de ingevoerde steenkool die bestemd is voor de thermische centrales van de Gemeenschap bekend.

[1] PB L 292 van 16.11.1977, blz. 11.

[2] PB L 63 van 2.3.1985, blz. 20.

Voorts gaf Beschikking nr. 341/94/EGKS van de Commissie van 8 februari 1994 [3] houdende toepassing van Beschikking nr. 3632/93/EGKS tot vaststelling van een communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de lidstaten ten behoeve van de kolenindustrie, de Commissie de mogelijkheid om de prijs bij invoer van voor de bevoorrading van hoogovens bestemde steenkool vast te stellen. In het kader van deze beschikking verstrekt de kolensector de Commissie de gegevens op basis waarvan deze een richtprijs (cif) bekend kan maken voor ingevoerde steenkool die voor de productie van cokes wordt gebruikt. Overigens is Beschikking nr. 341/94/EGKS de laatste van een lange reeks communautaire maatregelen waardoor de Commissie sinds 1970 informatie kon verzamelen over de prijs van steenkool voor de ijzer- en staalindustrie.

[3] PB L 49 van 19.2.1994, blz. 1.

De betrokken gegevens zijn van groot belang gebleken bij de controle op staatssteun aan de kolenindustrie. In Beschikking nr. 3632/93/EGKS [4] tot vaststelling van een communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de lidstaten ten behoeve van de kolenindustrie, was namelijk bepaald dat steun voor de bedrijfsvoering en steun voor buitenbedrijfstelling dienen ter dekking van het verschil tussen de productiekosten en de verkoopprijs zoals die uit de vrije wil van de contracterende partijen « volgens de op de wereldmarkt geldende voorwaarden » tot stand is gekomen. Bovendien bepaalde Beschikking nr. 3632/93/EGKS dat het bedrag van de steun per ton « er niet toe [mag] leiden dat de prijzen voor communautaire kolen lager komen te liggen dan de prijzen voor kolen van soortgelijke kwaliteit uit derde landen ».

[4] PB L 329 van 30.12.1993, blz. 12.

De gegevens over de door de lidstaten gekochte steenkool, cokeskolen en cokes van oorsprong uit derde landen en bestemd voor de bevoorrading van de hoogovens van de ijzer- en staalindustrie van de Gemeenschap en de bevoorrading van de thermische centrales van de Gemeenschap, hebben een doelmatige controle op de naleving van bovengenoemde bepalingen mogelijk gemaakt.

De bekendmaking in het kader van de EGKS-wetgeving van de « richtprijzen voor cokeskolen » en de « richtprijzen voor geïmporteerde stoomkolen» heeft een zeer belangrijke rol gespeeld bij het verbeteren van de transparantie van staatssteun aan de steenkoolsector. Dit stelde de Commissie in staat erop toe te zien dat de verleende steun geen concurrentieverstoringen tot gevolg had op de markt voor ijzer- en staalproducten en op de elektriciteitsmarkt, door de eventuele verkoop van gesubsidieerde binnenlandse steenkool tegen een lagere prijs dan geïmporteerde steenkool.

Het hierboven geschetste wetgevingskader hield op te bestaan bij de afloop van het EGKS-Verdrag. Het is evenwel gebleken dat een communautaire procedure noodzakelijk is om toezicht te houden op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen, waardoor de Commissie over de nodige gegevens kan beschikken voor de uitvoering van de nieuwe regeling inzake staatssteun voor de steenkoolindustrie die sinds de afloop van het EGKS-Verdrag van toepassing is. Bovendien zijn deze gegevens ook belangrijk in verband met de continuïteit van de energievoorziening van de Europese Unie.

De Gemeenschap is voor haar primaire energiebehoefte namelijk steeds afhankelijker geworden van externe leveringen. Volgens het op 29 november 2000 door de Commissie goedgekeurde Groenboek « Op weg naar een Europese strategie voor een continue energievoorziening » [5] , wordt momenteel 50% van de energiebehoefte van de Gemeenschap gedekt door invoer, en zal het aandeel van ingevoerde energie bij een voortzetting van de huidige ontwikkeling in 2030 bijna 70% bedragen.

[5] COM(2000) 769 def.

Voor steenkool wordt de Europese Unie steeds afhankelijker van de invoer uit derde landen. Het aandeel van de ingevoerde steenkool bedroeg in 1985 33,3 %, in 1990 39,5 % en in 2001 70,2 %, en het zou in de periode tot 2020 voor de huidige vijftien lidstaten zelfs kunnen oplopen tot 100%. De uitbreiding met de landen van Midden- en Oost-Europa zal de afhankelijkheid van ingevoerde steenkool slechts tijdelijk verminderen.

De Europese Unie heeft een procedure vastgesteld voor informatie en overleg over de kosten van de ruweaardolievoorziening en over de verbruikersprijzen van aardolieproducten [6], en verder heeft zij een verordening houdende instelling van een registratie in de Gemeenschap van de invoer en leveranties van ruwe aardolie [7] vastgesteld. Bovendien heeft de Europese Unie een communautaire procedure ingesteld inzake de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindverbruikers [8].

[6] Beschikking 1999/280/EG van de Raad van 22 april 1999 - PB L 110 van 28.4.1999, blz. 8.

[7] Verordening (EG) nr. 2964/95 van de Raad van 20 december 1995 - PB L 310 van 22.12.1995, blz. 16.

[8] Richtlijn 90/377/EEG van de Raad van 29 juni 1990 - PB L 185 van 17.7.1990, blz. 16.

De bekendmaking van deze « richtprijzen » voor steenkool is door de sector zelf in het algemeen positief beoordeeld, wegens het betrouwbare en neutrale karakter ervan. De Commissie heeft overigens een groot aantal schriftelijke verzoeken gehad om voortzetting van de driemaandelijkse bekendmaking van de gegevens.

Daarnaast publiceert de Commissie jaarlijks een verslag over de markt voor vaste brandstoffen in de Gemeenschap en de vooruitzichten voor het desbetreffende jaar. Dit verslag heeft richting gegeven aan het optreden van de belanghebbenden, terwijl het een betrouwbaar overzicht gaf van de activiteiten op de steenkoolmarkt en de markt voor andere vaste brandstoffen, zoals bruinkool en turf.

Dit voorstel voor een verordening van de Raad vormt een aanvulling op de bestaande communautaire procedures die voorzien in toezicht op de verschillende primaire bronnen van vaste brandstoffen die een bijdrage leveren aan de energievoorziening van de Europese Unie. Het voorstel zorgt voor de continuïteit van de werkzaamheden die uit hoofde van het EGKS-Verdrag werden ondernomen. Die continuïteit is des te belangrijker als de Unie met de aanstaande uitbreiding enkele grote producenten van vaste brandstoffen tot haar leden zal mogen rekenen. Polen en Tsjechië zijn immers belangrijke steenkoolproducenten, terwijl Estland oliehoudende leisteen produceert en bijna alle landen die om toetreding tot de Europese Unie hebben verzocht bruinkool produceren.

Tijdens de vergadering van het uit vertegenwoordigers van de lidstaten bestaande Comité van deskundigen op het gebied van steenkool van 12 maart 2002, is een positief advies geformuleerd over de instelling van een communautair systeem voor toezicht op de invoer in de Europese Unie van steenkool van oorsprong uit derde landen.

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende het communautair toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 284,

Gezien het voorstel van de Commissie [9],

[9] PB C ... van ..., blz. ...

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Gemeenschap is voor haar primaire energiebehoeften steeds afhankelijker geworden van externe leveringen. Volgens het op 29 november 2000 door de Commissie goedgekeurde Groenboek « Op weg naar een Europese strategie voor een continue energievoorziening » [10], wordt momenteel 50% van de energiebehoeften van de Gemeenschap gedekt door invoer, en zal het aandeel van ingevoerde energie bij een voortzetting van de huidige ontwikkeling in 2030 bijna 70% bedragen.

[10] COM(2000) 769 def.

(2) De diversifiëring van de leveranciers en van de energiebronnen is een belangrijke factor in de continuïteit van de energievoorziening; het is daarom van belang dat de Gemeenschap beschikt over een systeem voor toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen.

(3) Het EGKS-Verdrag en de maatregelen die voor de toepassing daarvan zijn genomen, met name Besluit 77/707/EGKS van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, in het kader van de Raad bijeen, van 7 november 1977, betreffende een communautair toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen [11], gewijzigd bij Besluit 85/161/EGKS [12], zijn op 23 juli 2002 afgelopen.

[11] PB L 292 van 16.11.1977, blz. 11.

[12] PB L 63 van 2.3.1985, blz. 20.

(4) Beschikking nr. 341/94/EGKS van de Commissie van 8 februari 1994 houdende toepassing van Beschikking nr. 3632/93/EGKS tot vaststelling van een communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de lidstaten ten behoeve van de kolenindustrie [13], die de Commissie de mogelijkheid biedt de prijs van voor de bevoorrading van hoogovens bestemde steenkool uit derde landen vast te stellen en in dat verband informatie te verzamelen betreffende de aankopen van steenkool, cokeskolen en cokes uit derde landen, is eveneens op 23 juli 2002 afgelopen.

[13] PB L 49 van 19.2.1994, blz. 1.

(5) De gegevens over de richtprijzen van voor de elektriciteitsproductie bestemde steenkool uit derde landen en voor de ijzer- en staalindustrie bestemde cokes en steenkool zijn noodzakelijk voor een goede werking van de interne markt en met name voor de controle op de aan de communautaire kolensector toegekende staatssteun.

(6) Het is derhalve wenselijk dat een procedure wordt ingesteld voor informatie en overleg over de kosten van de externe steenkoolvoorziening en de richtprijzen van ingevoerde steenkool die bestemd is voor de elektriciteitsproductie en van cokes en steenkool die bestemd zijn voor de ijzer- en staalindustrie.

(7) Deze procedure vergt regelmatige kennisneming van door de lidstaten verstrekte informatie, in geaggregeerde vorm, over de kosten van de externe steenkoolvoorziening en de prijzen van steenkool uit derde landen die bestemd is voor de elektriciteitsproductie en de ijzer- en staalindustrie. De ingewonnen informatie moet een vergelijking mogelijk moet maken van de ontwikkeling van de kosten en de prijzen bij invoer van steenkool die in de Gemeenschap worden toegepast.

(8) De huidige praktijk, waarbij de lidstaten de prijzen van steenkool uit derde landen elk kwartaal aan de Commissie meedelen, zou moeten worden voortgezet. Voor het verzamelen van gegevens kunnen de lidstaten hun huidige systemen handhaven of nieuwe procedures instellen.

(9) De ingewonnen informatie en de resultaten van de door de Commissie verrichte analyses dienen met het oog op de transparantie van de markt op communautair niveau bekend te worden gemaakt, op zodanige wijze dat er niets uit kan worden afgeleid over afzonderlijke leveringen of individuele ondernemingen, en over de ingewonnen informatie moet overleg plaatsvinden tussen de lidstaten en de Commissie.

(10) De Commissie moet nadere informatie van de betrokken lidstaat kunnen verkrijgen, indien zij anomalieën of inconsequenties in de haar meegedeelde cijfers vaststelt.

(11) Teneinde richting te geven aan het optreden van alle belanghebbenden, in het kader van de taken die de Gemeenschap toekomen, en teneinde binnen de door het Verdrag gegeven voorwaarden haar eigen optreden vast te stellen, voert de Commissie een permanent onderzoek uit naar de ontwikkeling van de markt voor vaste brandstoffen en naar de prijsontwikkelingen.

(12) De Commissie dient de studies en de overeenkomstig deze verordening verzamelde informatie bekend te maken zonder dat daaruit iets kan worden afgeleid over afzonderlijke invoer of individuele ondernemingen. Zij stelt nadere regelingen vast met betrekking tot de betreffende bekendmakingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij deze verordening wordt een systeem voor toezicht op de invoer van steenkool van oorsprong uit derde landen ingesteld.

Artikel 2

De lidstaten verstrekken de Commissie informatie over de invoer van steenkool en de prijs (cif) bij invoer van steenkoolproducten die bestemd zijn voor de elektriciteitsproductie en de ijzer- en staalindustrie van de Gemeenschap.

Deze informatie wordt verkregen door aggregatie van de overeenkomstig artikel 4 ontvangen gegevens en wordt zodanig gepresenteerd dat een zo getrouw mogelijk beeld van de steenkoolmarkt van de Gemeenschap ontstaat.

Artikel 3

In deze verordening wordt verstaan onder:

(a) « invoer van steenkool » : iedere hoeveelheid steenkoolproducten en cokes van oorsprong uit derde landen die het douanegebied van de Gemeenschap voor andere doeleinden dan doorvoer binnenkomt en bestemd is voor de elektriciteitsproductie en de bevoorrading van de cokesovens en de hoogovens van een lidstaat;

(b) « prijs bij invoer » : de prijs franco-grens (cif) van steenkoolproducten en cokes die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen, op basis van een ton steenkoolequivalent (tse) voor steenkool die bestemd is voor thermische centrales en een standaardkwaliteit voor steenkool die bestemd is voor cokesovens.

Artikel 4

Iedere persoon of onderneming die vanuit een derde land een van de in artikel 5 genoemde steenkoolproducten invoert, deelt over periodes van maximaal een maand de kenmerkende gegevens met betrekking tot deze invoer mee aan de lidstaat waar de persoon of onderneming is gevestigd.

Invoer die om vervoerstechnische redenen in verschillende partijen plaatsvindt, moet worden beschouwd als een enkele invoer indien hij tegen een en dezelfde prijs wordt verricht.

Wanneer de invoer van een zelfde product wordt aangegeven als plaatsvindend in verschillende partijen tegen verschillende prijzen, wordt voor elke partij een afzonderlijke aangifte verricht.

Artikel 5

1. De kenmerkende gegevens van elke invoer van steenkoolproducten in een lidstaat, omvatten:

(a) de benaming van het steenkoolproduct;

(b) de plaats van inklaring;

(c) de datum van invoer;

(d) de oorsprong of herkomst;

(e) de hoeveelheid;

(f) het zwavelgehalte;

(g) de werkelijk betaalde cif-prijzen;

(h) het soort transactie, meer bepaald of er een verplichting tot levering geldt op basis van een contract met een looptijd van meer dan een jaar of minder dan een jaar;

2. De lijst van steenkoolproducten waarvoor de gegevens moeten meegedeeld omvat:

(a) steenkool voor de productie van elektriciteit of voor warmtekrachtkoppeling;

(b) steenkool voor de productie van cokes voor de bevoorrading van de hoogovens in de ijzer- en staalindustrie;

(c) steenkool bestemd voor injectie in hoogovens in de ijzer- en staalindustrie;

(d) cokes voor de bevoorrading van hoogovens in de ijzer- en staalindustrie.

3. De lidstaten kunnen bij hun douanediensten de nodige gegevens opvragen om te voldoen aan de verplichtingen krachtens deze verordening.

Artikel 6

De informatie die de lidstaten krachtens artikel 2 aan de Commissie moeten meedelen, wordt binnen een maand te rekenen vanaf het einde van een periode van ten hoogste drie maanden toegezonden. Deze informatie wordt voor elk type steenkoolproduct afgeleid uit de aggregatie van de gegevens die de lidstaten van personen en ondernemingen ontvangen. Voor de verschillende typen steenkoolproducten omvat de informatie:

(a) de in tonnen uitgedrukte hoeveelheden, binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het betrokken kwartaal;

(b) de prijzen bij invoer, exclusief rechten en heffingen, binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het betrokken kwartaal;

(c) de nodige informatie voor de bekendmaking van een jaarlijks verslag over de markt voor vaste brandstoffen in de Gemeenschap. Een uit vertegenwoordigers van de lidstaten samengesteld comité van deskundigen preciseert de nadere gegevens voor de opstelling van een dergelijk verslag.

Artikel 7

De Commissie maakt op basis van de overeenkomstig deze verordening ingewonnen informatie in gepaste vorm bekend:

(a) ieder kwartaal, de op communautair niveau geaggregeerde prijzen (cif) van alle invoer van steenkool die bestemd is voor de productie van elektriciteit of voor warmtekrachtkoppeling, exclusief rechten en heffingen;

(b) ieder kwartaal, de op communautair niveau geaggregeerde prijzen (cif) van alle invoer van steenkool die bestemd is voor de productie van cokes voor hoogovens, exclusief rechten en heffingen;

(c) in de loop van het eerste semester van ieder jaar, een verslag over de markt voor vaste brandstoffen in de Gemeenschap in het voorgaande jaar en de marktvooruitzichten voor het lopende jaar.

Artikel 8

De lidstaten en de Commissie plegen regelmatig overleg met elkaar wanneer daarom door een lidstaat wordt verzocht of wanneer de Commissie het initiatief daartoe neemt. Dit overleg betreft met name de in lid 7 bedoelde mededelingen van de Commissie.

Er kan overleg worden georganiseerd met internationale organisaties en met derde landen die soortgelijke informatiemechanismen hebben opgezet.

Artikel 9

Alle uit hoofde van deze verordening meegedeelde informatie heeft een vertrouwelijk karakter.

Deze bepaling vormt echter geen belemmering voor het verspreiden van algemene of samenvattende informatie in een zodanige vorm dat geen nadere gegevens over afzonderlijke ondernemingen worden geopenbaard, dat wil zeggen dat de informatie betrekking moet hebben op ten minste drie ondernemingen.

De Commissie en de lidstaten maken, behalve aan elkaar, geen informatie bekend die betrekking heeft op individuele ondernemingen of waaruit gegevens over individuele ondernemingen kunnen worden afgeleid.

Artikel 10

Indien de Commissie in de door de lidstaten aan de Commissie meegedeelde informatie afwijkingen of tegenstrijdigheden constateert, kan zij de lidstaten vragen haar kennis te laten nemen van de berekenings- en waarderingsmethoden waarop de geaggregeerde informatie is gebaseerd.

Artikel 11

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen van deze verordening vast wat betreft de vorm, de inhoud en de overige kenmerken van de in artikel 1 bedoelde mededelingen.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is toepasselijk met ingang van 24 juli 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op

Voor de Raad

De Voorzitter

BIJLAGE

1. Benodigde gegevens voor de bekendmaking van een « richtprijs » voor de invoer van kolen van oorsprong uit derde landen, die bestemd zijn voor conventionele thermische centrales of warmtekrachtcentrales (tabel I)

De lidstaten delen de Commissie voor elk kwartaal van het kalenderjaar de volgende gegevens mee:

- de in tonnen (eenheid van massa t = t) uitgedrukte hoeveelheden ingevoerde steenkool, met nauwkeurige opgave van de oorsprong, de onderste verbrandingswaarde (onderste verbrandingswaarde ten opzichte van de brutowaarde) uitgedrukt in kilojoules per kilogram (kJ/kg), onderverdeeld op basis van :

- het zwavelgehalte: (a) lager of gelijk aan 1% of (b) hoger dan 1% ;

- het soort transactie : betreft het een verplichting tot levering op basis van een overeenkomst met een looptijd van (a) langer dan een jaar, of (b) korter dan een jaar.

- de gemiddelde kwartaalprijs per ton (t = t) van alle invoer, berekend op basis van cif-prijzen franco grens.

2. Benodigde gegevens voor de bekendmaking van een « richtprijs » voor de invoer van kolen van oorsprong uit derde landen, die bestemd zijn voor cokesovens van de ijzer- en staalindustrie (tabel II)

- de in tonnen (eenheid van massa t = t) uitgedrukte hoeveelheden ingevoerde cokes, met nauwkeurige opgave van de oorsprong en het gehalte aan water, as, vluchtige bestanddelen en zwavel;

- de gemiddelde kwartaalprijs per ton (t = t) van alle invoer, berekend op basis van de fob-prijzen, vervoerprijzen en cif-prijzen franco grens.

De « prijs bij invoer » van cokeskolen wordt omgerekend om de gemiddelde waarde voor de lidstaat en de communautaire richtprijs te berekenen, voor de volgende referentiekwaliteit:

- water : 8% ; de prijs wordt met 1% bijgesteld voor elke 1% afwijking;

- as (watervrij) : 7,5 ; de prijs wordt met 2% bijgesteld voor elke 1% afwijking ;

- vluchtige bestanddelen (watervrij) : 26 ; de prijs wordt met 0,3% bijgesteld voor elke 1% afwijking ;

- zwavel (watervrij) : 0,8 ; de prijs wordt met 5% bijgesteld voor elke 1% afwijking.

- korrelgrootte : 0-30 mm.

De Europese Commissie stelt de lidstaten op de hoogt van de berekeningswijze van de richtprijs (cif) voor cokeskolen die in het kader van het EGKS-Verdrag worden gebruikt, met het oog op de statistische homogeniteit.

TABEL I : Verslag over de invoer per kwartaal van kolen van oorsprong uit derde landen, die bestemd zijn voor conventionele thermische centrales of warmtekrachtcentrales

Land van invoer :

Leveringsperiode :

Langetermijncontracten (1 jaar of langer) :

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Kortetermijncontracten (korter dan een jaar) :

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

TABEL II : Verslag over de invoer van kolen van oorsprong uit derde landen, die bestemd zijn voor de cokesovens van de ijzer- en staalindustrie

Land van invoer:

Leveringsperiode :

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

* prijs in USD

** gemiddelde waarden