Voorstel voor een Verordening (EGKS, EG, Euratom) van de Raad houdende rectificatie met ingang van 1 juli 2002 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
Voorstel voor een Verordening (EGKS, EG, Euratom) van de Raad houdende rectificatie met ingang van 1 juli 2002 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
Voorstel voor een VERORDENING (EGKS, EG, EURATOM) VAN DE RAAD houdende rectificatie met ingang van 1 juli 2002 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
(door de Commissie ingediend)
TOELICHTING
1. PREAMBULE
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 65 van het Statuut en in artikel 1 van bijlage XI van het Statuut stelt de Raad jaarlijks een onderzoek in naar het bezoldigingspeil van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Gemeenschappen, aan de hand van een door de Commissie ingediend rapport.
In dit rapport worden de verschillende parameters vastgesteld waarvan bij het jaarlijks onderzoek moet worden uitgegaan, met name de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in Brussel (samengesteld indexcijfer : gemeenschappelijk indexcijfer + component Brussel-hoofdstad), de ontwikkeling van de koopkracht van de bezoldigingen bij de nationale overheidsdiensten (specifieke indicator), en de economische pariteiten op grond waarvan de verschillende aanpassingscoëfficiënten worden berekend.
De gegevens die de Franse regering heeft verstrekt voor de berekening van de jaarlijkse aanpassing van de bezoldigingen in 2002 hielden niet op correcte wijze rekening met de salarisverhogingen van de Franse ambtenaren.
2. ONTWIKKELING VAN DE KOOPKRACHT VAN DE BEZOLDIGINGEN VAN DE NATIONALE AMBTENAREN
Specifieke indicator
Eurostat heeft, aan de hand van de door de lidstaten verstrekte gegevens [1], voor iedere lidstaat en per categorie van ambtenaren, de ontwikkeling van de bezoldigingen in de nationale overheidsdiensten vastgesteld over de referentieperiode van 1.7.2001 tot 1.7.2002.
[1] Inclusief de nieuwe gegevens voor Frankrijk.
De herziene specifieke indicator, die de netto reële ontwikkeling weergeeft van de bezoldigingen van de nationale ambtenaren in de centrale overheidsdiensten, bedraagt voor de periode van 1.7.2001 tot 1.7.2002 1,7 % (0,7 % vóór rectificatie).
In tabel A is de ontwikkeling voor iedere lidstaat weergegeven.
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
ONTWIKKELING VAN DE KOSTEN VAN LEVENSONDERHOUD IN BRUSSEL
Het gemeenschappelijke indexcijfer waarmee de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in Brussel over de periode van 1.7.2001 tot 1.7.2002 wordt weergegeven, bedraagt volgens de berekeningen van Eurostat 101,4. Het Belgische indexcijfer (component Brussel-hoofdstad) bedraagt over deze referentieperiode 100,8.
4. VOORGESTELDE AANPASSING
De bezoldigingen moeten per 1.7.2002 worden aangepast ten einde rekening te houden met de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud die tijdens de referentieperiode in de respectieve standplaatsen is vastgesteld.
Het Belgische indexcijfer (component Brussel-hoofdstad) is met 0,8 % gestegen en het gemeenschappelijk indexcijfer over de periode van 1.7.2001 tot 1.7.2002 bedraagt 1,4 %; de coëfficiënt die overeenkomstig artikel 3, lid 2, van bijlage XI van het Statuut in de bezoldigingen voor Brussel moet worden verwerkt wat de kosten van levensonderhoud betreft, bedraagt dus 1,3 % (25 % x 0,8 % + 75 % x 1,4 %).
De ontwikkeling van de koopkracht van de ambtenaren van de centrale overheidsdiensten in de lidstaten over de periode van 1.7.2001 tot 1.7.2002, welke tot uitdrukking komt in de specifieke indicator, bedraagt 1,7 % (0,7 % vóór rectificatie).
Hieruit vloeit voor de bezoldigingen een netto aanpassing voort van 3,0% (2% vóór rectificatie). Dit houdt een rectificatie in van 1% met ingang van 1.7.2002.
Een eerste aanpassing werd beslist door de Raad op 16 december 2002 [2]. Bij de vaststelling van de op grond van deze rectificatie na te betalen bedragen zal derhalve rekening worden gehouden met de reeds verrichte betalingen.
[2] PB L 347 van 20.12.2002, blz. 1.
-
Voorstel voor een VERORDENING (EGKS, EG, EURATOM) VAN DE RAAD houdende rectificatie met ingang van 1 juli 2002 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, inzonderheid op artikel 13,
Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 [3], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (Euratom, EGKS, EG) nr. ... [4], inzonderheid op de artikelen 63, 64, 65, 65bis en 82 van het Statuut en bijlage XI van dat Statuut, alsmede op artikel 20, eerste alinea, en artikel 64 van de Regeling,
[3] PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1
[4] PB ...
Gezien het voorstel van de Commissie
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij de vaststelling van Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 2265/2002 [5] kon niet op correcte wijze rekening worden gehouden met de ontwikkeling van de nettobezoldiging van de Franse ambtenaren.
[5] PB L 347 van 20.12.2002, blz. 1.
(2) Uit de cijfergegevens betreffende deze ontwikkeling die thans beschikbaar zijn, blijkt dat tot een aanvullende aanpassing moet worden overgegaan.
(3) Daarvan moeten de in bovengenoemde verordening vermelde bedragen van de naar aanleiding van het jaarlijks onderzoek voor het jaar 2002 aangepaste bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, worden herzien.
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Met ingang van 1 juli 2002 wordt :
a) de in artikel 66 van het Statuut opgenomen tabel van de maandelijkse basissalarissen vervangen door de hierna volgende tabel :
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
b) - in artikel 1, lid 1, van bijlage VII van het Statuut het bedrag van 184,33 EUR vervangen door het bedrag van 186,14 EUR;
- in artikel 2, lid 1, van bijlage VII van het Statuut het bedrag van 237,38 EUR vervangen door het bedrag van 239,71 EUR;
- in artikel 69, tweede zin van het Statuut en in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van bijlage VII daarvan het bedrag van 424,07 EUR vervangen door het bedrag van 428,22 EUR;
- in artikel 3, eerste alinea, van bijlage VII van het Statuut het bedrag van 212,14 EUR vervangen door het bedrag van 214,22 EUR.
Artikel 2
Met ingang van 1 juli 2002 wordt de in artikel 63 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden opgenomen tabel van de maandelijkse basissalarissen vervangen door de hierna volgende tabel :
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Artikel 3
Met ingang van 1 juli 2002 wordt het bedrag van de vaste vergoeding, bedoeld in artikel 4 bis van bijlage VII van het Statuut vastgesteld op :
- 111,71 EUR per maand voor de ambtenaren die zijn ingedeeld in de rang C 4 of C 5,
- 171,28 EUR per maand voor de ambtenaren die zijn ingedeeld in de rang C 1, C 2 of C 3.
Artikel 4
De pensioenen waarop op 1 juli 2002 recht bestond, worden met ingang van die datum berekend aan de hand van de in artikel 66 van het Statuut opgenomen tabel van de maandelijkse salarissen, zoals gewijzigd bij artikel 1, sub a) van deze verordening.
Artikel 5
Met ingang van 1 juli 2002 wordt de in artikel 10, lid 1, van bijlage VII van het Statuut opgenomen tabel vervangen door de hierna volgende tabel :
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Artikel 6
Met ingang van 1 juli 2002 worden de bedragen van de toeslagen voor continu- of ploegendienst, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 [6] vastgesteld op 323,81, 488,74, 534,38, 728,54 EUR.
[6] PB L 38 van 13.2.1976, blz. 1 Deze verordening werd aangevuld bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 1307/87 (PB L 124 van 13.5.87, blz. 6) en laatstelijk gewijzigd bij Verordening (Euratom, EGKS, EG) nr. ... (PB ...)
Artikel 7
Met ingang van 1 juli 2002 wordt op de in artikel 4 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 [7] genoemde bedragen een coëfficiënt toegepast van 4,674337.
[7] PB L 56 van 4.3.68, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (Euratom, EGKS, EG) nr. ... (PB ...)
Artikel 8
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, op
Voor de Raad
De Voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
Raming van de budgettaire gevolgen over 12 maanden van de rectificatie met +1 % van de jaarlijkse aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden.
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
Raming van de budgettaire gevolgen over 18 maanden van de rectificatie met +1 % van de jaarlijkse aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden.
>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>
De Commissie is van mening dat het gevolg van deze rectificatie van de jaarlijkse aanpassing 2002 kan worden gedekt via de begroting voor 2003 en 2004. Wat met name rubriek 5 betreft:
- Voor 2003: de Commissie meent dat sommige instellingen de begrotingsautoriteit "verzameloverschrijvingen" zullen voorstellen om zoveel mogelijk kredieten binnen elke afdeling vrij te maken. Gezien het hoge peil van de uitgaven is het echter waarschijnlijk dat een ontwerp van gewijzigde begroting zal moeten worden voorgelegd om de onder rubriek 5 beschikbare marge vrij te maken (EUR 20 miljoen). Dit bedrag kan dan over de instellingen worden verdeeld naar gelang van het effect van de respectieve uitgaven. Wanneer een deel van de uitgaven niet in 2003 kan worden betaald, zouden hiervoor aan het begin van het nieuwe begrotingsjaar de kredieten voor 2004 kunnen worden gebruikt.
- Voor 2004: de Commissie meent dat de marge van rubriek 5 voldoende is om de gevolgen van de betrokken rectificatie te dekken. Zij acht het evenwel niet aangewezen om aan het begin van het begrotingsjaar een ontwerp van gewijzigde begroting voor te stellen. Eventueel moet een dergelijk voorstel in de loop van het jaar worden voorgelegd, wanneer dat op grond van de raming van de totale jaarlijkse uitgaven van elke instelling gerechtvaardigd is.