Home

Voorstel Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1655/2000 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE)

Voorstel Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1655/2000 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE)

Voorstel VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1655/2000 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE)

(ingediend door de Commissie)

TOELICHTING

1. Inleiding

In mei 1992 is Verordening (EEG) nr. 1973/92 van de Raad inzake de oprichting van een financieel instrument voor het milieu (LIFE) [1] vastgesteld om bij te dragen tot de uitvoering en de ontwikkeling van het communautaire milieubeleid en van de milieuwetgeving.

[1] PB L 206 van 22.7.1992, blz. 1.

Vervolgens is Verordening (EEG) nr. 1973/92 van de Raad ingrijpend gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1404/96 [2] (Life II) en vervangen bij Verordening (EG) nr. 1655/2000 [3] (Life III).

[2] PB L 181 van 20.7.1996, blz. 1.

[3] PB L 192 van 28.7.2000, blz. 1.

De opeenvolgende wijzigingen van het Life-instrument zijn een weerspiegeling van de voortdurende aanpassing aan de nieuwe beleidsdoelstellingen die in de voor elke fase geldende milieuactieprogramma's worden vastgesteld. Met name sluit de werkingssfeer van Life III aan op de prioriteiten van het vijfde actieprogramma. Het algemene doel van dit programma was bij te dragen tot de uitvoering, de ontwikkeling en de versterking van het milieubeleid en de milieuwetgeving van de Gemeenschap. Het moest ook bijdragen tot de integratie van de milieuaspecten in het overige EU-beleid, en nieuwe oplossingen aanreiken voor actuele milieuproblemen in de EU. Het zesde milieuactieprogramma, dat in 2002 is vastgesteld, bevestigt deze doelstellingen, alsmede de rol die Life bij de ondersteuning van het programma te vervullen heeft.

Life III loopt af op 31 december 2004. Om te kunnen nagaan of Life III efficiënt en doeltreffend was voor het bereiken van de doelstellingen moest op grond van artikel 12 van de verordening uiterlijk op 30 september 2003 een evaluatie van de uitvoering worden gemaakt en zo nodig een voorstel voor de voortzetting van dit instrument worden gedaan.

Overeenkomstig artikel 12 legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad:

- een rapport voor over de vorderingen die in het kader van Verordening (EG) nr. 1655/2000 zijn gemaakt;

- een voorstel voor tot verlenging van de geldigheidsduur van de bestaande verordening, zodat de derde fase kan worden voortgezet tot en met 31 december 2006.

1.1. Communautaire financiering van milieumaatregelen

De Gemeenschap is in de vroege jaren 1990 begonnen financiële bijstand te verlenen op milieugebied. Met Life III wordt voortgebouwd op de ervaring die tijdens de twee voorgaande fases van Life en bij vorige instrumenten is opgedaan.

In het in 2002 goedgekeurde zesde milieuactieprogramma zijn voor diverse milieusectoren prioritaire thema's vastgesteld en concrete doelen vooropgezet. In het programma wordt ook benadrukt dat Life een waardevol instrument is om de uitvoering van het programma te ondersteunen.

1.2. Specifieke kenmerken van Life

Life is het enige instrument dat uitsluitend wordt ingezet voor de ondersteuning en de ontwikkeling van het milieubeleid van de Gemeenschap. Via Life worden projecten gefinancierd waarmee de haalbaarheid van nieuwe procédés en methoden wordt getest. Op die manier draagt dit instrument bij tot de "Strategie van Lissabon", die tot doel heeft om van de Europese Unie de meest dynamische kenniseconomie ter wereld te maken. LIFE vormt een aanvulling op andere communautaire programma's die ook het milieubeleid van de Gemeenschap ondersteunen, zoals onderzoekprogramma's, programma's in het kader van de Structuurfondsen en plattelandsontwikkelingsprogramma's. Voorts zal LIFE bijdragen tot het Actieplan voor milieutechnologie van de EU. Uit het aantal projecten dat de voorbije jaren is ingediend en uit de diversiteit daarvan blijkt dat dit instrument beantwoordt aan een behoefte die leeft bij zowel natuurbeschermers, sociaal-economische actoren als lokale autoriteiten. Life is een flexibel instrument dat, in vergelijking met de andere communautaire instrumenten, minder beperkingen inhoudt inzake subsidiabele geografische gebieden, de identiteit van de begunstigden of multinationale partnerschappen.

2. LIFE III

2.1. Feiten en cijfers

Sinds 1992 zijn in het kader van Life bijna 10 000 voorstellen voor projecten ingediend, waarvan meer dan een derde voor bijstand in aanmerking kwam. In totaal zijn 2 192 voorstellen (waarvan 623 in het kader van Life III) gecofinancierd voor een totaalbedrag van ongeveer 1 226 miljoen euro (waarvan 579 miljoen euro via Life III). Momenteel worden ongeveer 850 projecten uitgevoerd.

Life III is gebaseerd op een drievoudige aanpak: Life-Natuur, Life-Milieu en Life-Derde Landen.

- Life-Natuur, een weliswaar relatief klein onderdeel, is het enige financieringsinstrument van de EU dat specifiek voor natuurbehoud wordt ingezet. De projecten in het kader van Life-Natuur hebben betrekking op het behoud van de vogelstand in "Natura 2000"-gebieden (18%), de instandhouding van habitats in "Natura 2000"-gebieden (74%) en de instandhouding van bepaalde soorten buiten de "Natura 2000"-gebieden (8%) [4]. Eind 2001 liep in tien procent van de bijna 18 000 voorgestelde "Natura 2000"-gebieden een Life-Natuur-project. Die projecten bestreken vrij uitgebreide gebieden en waren voldoende belangrijk om een bijdrage te leveren tot het afremmen van de achteruitgang van de biodiversiteit in de Europese Unie.

[4] De cijfers hebben betrekking op projecten die zijn gecofinancierd in de periode 1998-2001.

- Het hoofdkenmerk van de Life-Milieu-projecten is hun potentieel om nieuwe methoden, technieken en systemen te demonstreren die de uitvoering van reeds bestaande EU-beleidsmaatregelen in de verschillende milieusectoren bevorderen of de weg banen voor toekomstige ontwikkelingen van het beleid. Als de projecten die tussen 2002 en 2003 in het kader van Life-Milieu zijn gefinancierd naar thema worden uitgesplitst, blijkt dat de middelen gelijkmatig zijn verdeeld over de grote thema's "stadsplanning", "water", "schone technologieën", "afval" en "producten". De twee thema's met het hoogste financieringsaandeel zijn "afval" en "producten". Daarmee zijn respectievelijk 23% en 22% van de uitgaven gemoeid.

- Life-Derde Landen omvat projecten in landen rond de Middellandse Zee en de Oostzee die tot doel hebben capaciteit te creëren in diverse milieusectoren. Ze kunnen in drie grote groepen worden ingedeeld: vervuiling (23%), biodiversiteit (20%) en afval (11%). De meest voorkomende soort projecten heeft betrekking op algemene structuren voor milieubeheer (23%). Daartoe behoort ook de algemene ondersteuning van organisaties die verantwoordelijk zijn voor milieubeheer. Een nauw daarmee samenhangende soort projecten betreft specifieke milieu-instrumenten als Eco-management en EMAS.

Bij Life III wordt veel belang gehecht aan communicatie als middel om de communautaire regelgeving op milieugebied te verbeteren en om de resultaten van Life-projecten over te dragen naar andere beleidsterreinen zoals energie, landbouw en transport. Om te voldoen aan de regelgeving is in maart 2002 met een nieuwe communicatiestrategie voor Life gestart. Sindsdien zijn op het gebied van de communicatie talrijke maatregelen genomen, die de voorlichting inzake het Life-programma en de Life-projecten in grote mate hebben verbeterd.

2.2. Beheer

In 2001 is het administratieve en financiële beheer van Life geherstructureerd en gecentraliseerd. Daardoor is het beheer zowel transparanter als efficiënter en doeltreffender geworden. De reorganisatie van het financiële beheer heeft geleid tot belangrijke verbeteringen bij de begrotingsuitvoering en bij het financiële risicobeheer. Alle sleutelindicatoren geven aan dat het financiële beheer van Life gezond is.

2.3. Tussentijdse evaluatie

Overeenkomstig artikel 12 is een tussentijdse evaluatie uitgevoerd. Zij is gebaseerd op een externe evaluatie door een onafhankelijke evaluator, op gegevens van de Commissie over de voorbije zeven jaar en op de ervaring die de Commissie in diezelfde periode heeft opgedaan. De externe evaluatie had tot doel na te gaan in hoeverre het Life-programma heeft bijgedragen tot de uitvoering, de actualisering en de ontwikkeling van het milieubeleid en de milieuwetgeving.

De evaluatie heeft tot de conclusie geleid dat het programma tot de uitvoering van het beleid bijdraagt en dat het efficiënt wordt beheerd. Andere punten van de conclusie zijn:

- Life-Natuur moet een belangrijke rol blijven spelen bij de verdere totstandbrenging van Natura 2000;

- er zijn weinig gegevens die erop wijzen dat Life-Milieu de voorbereidende werkzaamheden ondersteunt, maar het is zonder meer duidelijk dat in het kader van Life-Milieu talrijke schone technologieën in sleutelsectoren zijn gedemonstreerd;

- de projecten in het kader van Life-Derde Landen dragen in belangrijke mate bij tot het creëren van milieucapaciteit in derde landen.

Op basis van de externe evaluatie en van interne bevindingen kan worden geconcludeerd dat:

- Life een nuttig instrument is waarmee moet worden doorgegaan;

- de verbeteringen in de organisatie en in het beheer van het programma moeten worden behouden en voortgezet;

- Life ten volle moeten worden benut voor de uitvoering van het zesde milieuactieprogramma;

- de resultaten beter bekendgemaakt moeten worden.

3. De nieuwe horizon

Sinds Life III in werking is getreden, zijn het milieubeleid van de Gemeenschap en de algemene politieke context duidelijk veranderd. De conclusies van Göteborg van 2001 over duurzame ontwikkeling omvatten een langetermijnstrategie ter coördinatie van de beleidslijnen voor duurzame groei op economisch, sociaal en milieugebied. Deze strategie moet worden gezien in samenhang met de "Strategie van Lissabon", die tot doel heeft om van de Europese Unie de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld te maken. De succesvolle afronding van de Wereldtop over duurzame ontwikkeling van 2002 in Johannesburg heeft duidelijk gemaakt dat de EU een leidende rol speelt bij de totstandbrenging van de externe dimensie van duurzame ontwikkeling. Het zesde milieuactieprogramma past in deze kaders en benadrukt de rol die Life ter ondersteuning van de uitvoering van dit programma kan spelen door de ontwikkeling van een op kennis gebaseerde benadering.

De Commissie werkt momenteel aan de opstelling van de financiële vooruitzichten voor de periode na 2006. De voortzetting van het Life-programma zal daarom in deze context moeten worden gezien.

Voorts zijn er op sommige relevante beleidsterreinen belangrijke nieuwe ontwikkelingen waarmee rekening moet worden gehouden:

- het natuurbehoud is duidelijk in een versnelling geraakt, met name door de oprichting van het "Natura 2000"-netwerk. Onder specifieke verwijzing naar artikel 8 van de habitatrichtlijn werd een werkgroep opgericht die moest analyseren hoeveel financiële middelen nodig zijn voor het beheer van dit netwerk. In haar eindverslag benadrukte de groep dat EU-financiering voor de uitvoering van Natura 2000 noodzakelijk is en sprak ze zich uit voor de verdere uitbouw van Life om aan een aantal van deze financieringsbehoeften te voldoen. Nu de gebieden zijn aangewezen, moet steun worden verleend voor het actieve beheer van het netwerk door de nationale en de regionale autoriteiten;

- hoe de bestaande financieringsinstrumenten hiertoe zullen kunnen bijdragen, hangt af van de nieuwe financiële vooruitzichten. Dit is een argument om in het kader van Life steun te blijven verlenen voor de oprichting en het beheer van het netwerk, teneinde de weg te banen voor investeringsprogramma's in het kader van de nieuwe financiële vooruitzichten;

- uit de evaluatie van Life III is gebleken dat de Life-projecten beter moeten aansluiten op de uitvoering van het beleid. Tot dusver is Life, behalve bij de projecten in het kader van Natura 2000, onvoldoende gebruikt als middel om beleidsmaatregelen uit te voeren;

- schone technologieën waarbij de hulpbronnen efficiënter worden aangewend, kunnen tot duurzame ontwikkeling en een hoge graad van milieubescherming bijdragen. Zij kunnen de drijvende kracht worden achter innovatie, het oprichten van nieuwe bedrijven, het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen en het aanzwengelen van de groei. Dit alles zou een belangrijke bijdrage leveren tot zowel de strategie voor duurzame ontwikkeling als de Strategie van Lissabon. De projecten in het kader van Life-Milieu hebben voldoende potentieel om dit doel te helpen verwezenlijken. Toch moeten de sectoren waarin de steun wordt verleend, doelgerichter worden afgebakend en moet worden voorkomen dat de beperkte middelen al te zeer worden verspreid. Dit kan worden bereikt door de richtsnoeren aan te passen;

- inzake het onderdeel Life-Derde Landen heeft recente ervaring met internationale onderhandelingen en besprekingen (Wereldtop over duurzame ontwikkeling, klimaatverandering, biodiversiteit, enz.) geleerd dat de derde landen moeten worden ondersteund bij de uitbouw van capaciteit voor milieubeleid en milieubeheer;

- hoewel het beheer van Life III geherstructureerd is, zouden de procedures nog meer moeten worden vereenvoudigd om het administratieve en financiële beheer verder te stroomlijnen;

- sinds 2003 is er een nieuw Financieel reglement van kracht, waaraan alle financieringsinstrumenten moeten voldoen;

- het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van januari 2003 artikel 11, lid 2, van de bestaande verordening nietig verklaard en de Raad verzocht nieuwe bepalingen vast te stellen inzake de comitéprocedure die van toepassing is op de uitvoeringsmaatregelen voor die verordening.

4. Een brug slaan

In het licht van de resultaten en de aanbevelingen van de tussentijdse evaluatie en gezien de nieuwe beleidscontext moet de geldigheidsduur van het bestaande instrument worden verlengd. Deze verlenging garandeert de continuïteit totdat er een nieuwe aanpak zal zijn in het kader van de nieuwe financiële vooruitzichten voor de periode na 2006. Een verlenging van de geldigheidsduur van de bestaande verordening moet voorkomen dat er een juridische leemte ontstaat tussen het einde van de derde fase van LIFE op 31 december 2004 en het begin van de periode waarin de nieuwe financiële vooruitzichten van toepassing zullen zijn. Daarom moet de geldigheidsduur met twee jaar worden verlengd tot en met 31 december 2006. Voorts moeten in de bestaande verordening de volgende wijzigingen worden aangebracht:

- de verordening moet volledig in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van het nieuwe Financieel reglement;

- aangezien in 2002 het zesde milieuactieprogramma is vastgesteld, zullen de richtsnoeren waarin de prioritaire sectoren voor demonstratieprojecten in het kader van Life-Milieu zijn omschreven, worden herzien om ze ondubbelzinnig te koppelen aan de prioriteiten van dat programma en aan acties die zullen worden voorgesteld in het EU-actieplan voor milieutechnologie ETAP, dat nu wordt opgesteld;

- in de verordening moet op adequate wijze tot uiting worden gebracht dat Life een aanvulling vormt op de onderzoekprogramma's, de programma's in het kader van de Structuurfondsen en de plattelandsontwikkelingsprogramma's;

- de comitéprocedure die geldt voor de uitvoeringsmaatregelen voor de Life-verordening, wordt gewijzigd om rekening te houden met het arrest van het Hof van Justitie van januari 2003;

- voor de verlenging met twee jaar van de looptijd van Life wordt een bedrag van 317,2 miljoen euro voorgesteld; dit bedrag strookt met de huidige financiële vooruitzichten en houdt rekening met het effect van de uitbreiding;

- voor begeleidende maatregelen wordt een beperkte verhoging van 5 tot 6 % van de beschikbare middelen voorgesteld om verdere verbeteringen bij de bekendmakings- en toezichtsactiviteiten mogelijk te maken;

- er wordt voorgesteld in 2006 een evaluatie achteraf van het LIFE-programma uit te voeren;

- er wordt een bijzondere regeling ingevoerd die het mogelijk maakt toezicht te blijven houden op projecten die eind 2006 nog niet afgelopen zijn.

Het geografische toepassingsgebied van LIFE, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1655/2000, wordt in het voorstel tot verlenging van de looptijd van LIFE III niet gewijzigd. In het licht van mededeling COM(2003)104 betreffende "De grotere Europese nabuurschap: een nieuw kader voor de betrekkingen met de oostelijke en zuidelijke buurlanden", die de Commissie op 11 maart 2003 heeft aangenomen, zou achteraf evenwel moeten worden overwogen of Oekraïne, Moldavië en Belarus aan het instrument kunnen deelnemen.

2003/0260 (COD)

Voorstel VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1655/2000 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie [5],

[5] PB C

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [6],

[6] PB C

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [7],

[7] Advies van

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [8],

[8]

Overwegende hetgeen volgt:

(1) LIFE, het financieringsinstrument voor het milieu, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 1655/2000 van het Europees Parlement en de Raad [9], wordt uitgevoerd in fasen, en de derde fase eindigt op 31 december 2004.

[9] PB L 192 van 28.7.2000, blz.1.

(2) Gezien de positieve bijdrage van LIFE tot het bereiken van de doelstellingen van het communautaire milieubeleid moet de geldigheidsduur van de derde fase tot en met 31 december 2006 worden verlengd opdat dit instrument verder kan bijdragen tot de uitvoering, de actualisering en de ontwikkeling van het communautaire milieubeleid en de milieuwetgeving - met name wat betreft de integratie van de milieuaspecten in het overige EU-beleid -, en tot duurzame ontwikkeling.

(3) In 2002 is bij Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad [10] het zesde milieuactieprogramma vastgesteld. Verordening (EG) nr. 1655/2000 moet aan de doelstellingen en de prioriteiten van dat programma worden aangepast.

[10] PB L 242 van 10.9.2002, blz.1.

(4) Tussen het einde van de derde fase van LIFE en het begin van de periode waarin de nieuwe financiële vooruitzichten voor na 2006 van toepassing zullen zijn, ligt een periode van twee jaar die op 31 december 2006 eindigt; deze periode moet worden overbrugd.

(5) LIFE moet verder worden uitgebouwd tot een specifiek financieringsinstrument dat een aanvulling vormt op de communautaire onderzoekprogramma's, de programma's in het kader van de Structuurfondsen en de plattelandsontwikkelingsprogramma's.

(6) Op 25 maart 2003 heeft de Commissie mededeling COM/2003/0131 betreffende "De ontwikkeling van een actieplan voor milieutechnologie" aangenomen. Deze mededeling zal worden gevolgd door een Actieplan voor milieutechnologie, dat als referentie moet dienen voor de richtsnoeren van Life-Milieu.

(7) In 2004 zullen tien nieuwe lidstaten tot de Europese Unie toetreden en hiermee moet op gepaste wijze rekening worden gehouden bij de toewijzing van de begrotingsmiddelen voor LIFE.

(8) De benutting en de verspreiding van de resultaten moeten worden verbeterd en de hiervoor toegewezen financiële middelen moeten worden verhoogd.

(9) Voor projecten die eind 2006 nog niet afgelopen zijn, is het noodzakelijk door te gaan met het toezicht en de audits.

(10) In zijn arrest van 21 januari 2003 [11] heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1655/2000 nietig verklaard. Het Hof verklaarde dat de gevolgen van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1655/2000 volledig in stand moeten worden gehouden totdat het Parlement en de Raad nieuwe bepalingen vaststellen inzake de comitéprocedure die moet worden gevolgd voor uitvoeringsmaatregelen voor die verordening.

[11] Commissie tegen Europees Parlement en Raad van de Europese Unie, Zaak C-378/00, Jurispr. 2003 I-937.

(11) Overeenkomstig artikel 233 van het Verdrag moeten de instellingen van wie de handeling nietig is verklaard, de maatregelen nemen die nodig zijn om het arrest van het Hof van Justitie uit te voeren.

(12) De maatregelen die de Commissie mag vaststellen in het kader van de uitvoeringsbevoegdheden die haar bij deze verordening zijn verleend, zijn beheersmaatregelen die betrekking hebben op de uitvoering van een programma met aanzienlijke gevolgen voor de begroting in de zin van artikel 2, onder a), van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [12]. Deze maatregelen moeten bijgevolg worden vastgesteld overeenkomstig de beheersprocedure als bedoeld in artikel 4 van dat besluit.

[12] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(13) In deze verordening worden voor de hele looptijd van het programma de financiële middelen vastgesteld die voor de begrotingsautoriteit het voornaamste referentiepunt vormen, in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1655/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a) Lid 3, onder a), wordt vervangen door:

"a) 50 % voor natuurbehoudsprojecten, 100% voor subsidiabele kosten voor begeleidende maatregelen op grond van lid 2, onder b), punten i) en ii), met uitzondering van overheadkosten en kosten van duurzame goederen, en 100% voor de kosten van begeleidende maatregelen op grond van lid 2, onder b), punt iii);"

b) De tweede alinea van lid 7 wordt vervangen door:

"In overeenstemming met artikel 116 van de Verordening 1605/2002 van de Raad, stelt de Commissie een besluit vast betreffende de geselecteerde projecten, en met de begunstigden worden subsidieovereenkomsten gesloten betreffende het steunbedrag, de financierings- en controleregelingen en de specifieke technische voorwaarden voor het goedgekeurde project."

c) Lid 8 wordt vervangen door:

"8. Op initiatief van de Commissie

a) en na raadpleging van het comité van artikel 21 van Richtlijn 92/43/EEG wordt met betrekking tot de overeenkomstig lid 2, onder b), punten i) en ii), te financieren begeleidende maatregelen opgeroepen tot het indienen van voorstellen. Lidstaten kunnen voorstellen voor begeleidende maatregelen aan de Commissie doen toekomen.

b) worden met betrekking tot de overeenkomstig lid 2, onder b), punt iii), te financieren begeleidende maatregelen aanbestedingen gehouden. Alle aanbestedingsberichten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, met vermelding van de specifieke criteria waaraan moet worden voldaan."

2) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lid 3 wordt de laatste alinea vervangen door :

"De financiële Europese bijdrage is 100% voor subsidiabele kosten voor begeleidende maatregelen op grond van lid 2, onder c), punten i), met uitzondering van overheadkosten en kosten van duurzame goederen, en 100% voor de kosten van begeleidende maatregelen op grond van lid 2, onder c), punt ii);"

b) Lid 4 wordt vervangen door:

"4. Voor de in lid 2, onder a), bedoelde demonstratieprojecten stelt de Commissie volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde procedure richtsnoeren vast, die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

In deze richtsnoeren worden de prioritaire sectoren en doelstellingen voor de demonstratieprojecten vastgesteld onder uitdrukkelijke verwijzing naar de prioriteiten die in Besluit nr. 1600/2002/EG zijn vastgesteld.

De richtsnoeren garanderen dat Life-Milieu een aanvulling vormt op de communautaire onderzoekprogramma's, de programma's in het kader van de Structuurfondsen en de plattelandsontwikkelingsprogramma's."

c) Lid 8 wordt vervangen door:

"8. Op initiatief van de Commissie

a) en na raadpleging van het comité van artikel 11, lid 1, wordt met betrekking tot de overeenkomstig lid 2, onder b), te financieren projecten en tot de overeenkomstig lid 2, onder c), punt i), te financieren begeleidende maatregelen opgeroepen tot het indienen van projecten. Lidstaten kunnen voorstellen voor overeenkomstig lid 2, onder b), te financieren projecten aan de Commissie doen toekomen;

b) worden met betrekking tot de overeenkomstig lid 2, onder c), punt ii), te financieren begeleidende maatregelen aanbestedingen gehouden. Alle aanbestedingsberichten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, met vermelding van de specifieke criteria waaraan moet worden voldaan."

c) Lid 11 wordt vervangen door:

"11. In overeenstemming met artikel 116 van de Verordening 1605/2002 van de Raad, stelt de Commissie een besluit vast betreffende de geselecteerde projecten, en met de begunstigden worden subsidieovereenkomsten gesloten betreffende het steunbedrag, de financierings- en controleregelingen en de specifieke technische voorwaarden voor het goedgekeurde project."

3) Artikel 5, lid 9, wordt vervangen door:

"Op initiatief van de Commissie worden met betrekking tot de overeenkomstig lid 2, onder b), te financieren begeleidende maatregelen aanbestedingen gehouden, waarvoor de berichten in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt, met vermelding van de specifieke criteria waaraan moet worden voldaan."

4) Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lid 1 worden de volgende twee alinea's toegevoegd:

"De derde fase wordt met twee jaar verlengd en eindigt op 31 december 2006. Het financiële kader voor de uitvoering van de verlenging van de derde fase voor de periode 2005/2006 wordt hierbij vastgesteld op 317,2 miljoen euro.

Als LIFE na deze fase wordt stopgezet, worden nog tot en met 31 december 2010 kredieten voor projecten en begeleidende maatregelen toegekend zodat voor projecten die eind 2006 nog niet afgelopen zijn, kan worden doorgegaan met het toezicht en de audits."

b) De tweede alinea van lid 3 wordt vervangen door:

"Voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 worden de middelen voor begeleidende maatregelen beperkt tot 6 % van de beschikbare kredieten".

5) Artikel 11, lid 2, wordt vervangen door:

"2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden."

6) Artikel 12 wordt vervangen door:

"Uiterlijk op 30 september 2006 legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de uitvoering van deze verordening, de bijdrage ervan tot de ontwikkeling van het communautaire milieubeleid en de benutting van de kredieten."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ DE VERORDENING

Beleidsgebied: milieu

Activiteiten: programma en projecten

Benaming van de actie: LIFE (Financieringsinstrument voor het milieu)

1. BEGROTINGSPLAATSEN + OMSCHRIJVINGEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B):

284,882 miljoen euro aan vastleggingskredieten

2.2. Duur:

2005-2006

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven:

a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (cf. punt 6.1.1)

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (cf. punt 6.1.2)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (cf. punten 7.2 en 7.3)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

[X] Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

[...] Dit voorstel vereist een herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.

[...] inclusief, in voorkomend geval, een beroep op de bepalingen van het interinstitutioneel akkoord.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten:

[...] Geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel)

OF

[X] Financiële gevolgen - Het effect op de ontvangsten is als volgt:

(in miljoen EUR tot op 1 decimaal nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(Het bedrag van 1,410 miljoen EUR verwijst naar de bijdrage van Roemenië voor zijn deelname aan het LIFE-programma. De betrokken begrotingslijn is 6091-IP1-ENV/BRU)

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 175 van het Verdrag

5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1. Doel van het communautaire optreden

5.1.1. Doelstellingen

Het financieringsinstrument Life is bedoeld om bij te dragen tot de ontwikkeling van het communautaire beleid op milieugebied. Het moet met name bijdragen tot de integratie van de milieuaspecten in het overige EU-beleid en tot de uitvoering en de actualisering van de milieuwetgeving. Voorts moet het ervoor zorgen dat de lidstaten milieuproblemen op coherente wijze aanpakken en dat er een beter evenwicht komt tussen het milieubeleid en de andere takken van het communautaire beleid.

5.1.2. Maatregelen in verband met de evaluatie ex ante

Aangezien dat het voorstel betrekking heeft op de verlenging van de geldigheidsduur van een bestaand financieringsprogramma wordt geen evaluatie ex ante verricht.

5.1.3. Naar aanleiding van de evaluatie ex post genomen maatregelen

Overeenkomstig artikel 12 is een tussentijdse evaluatie uitgevoerd. Zij is gebaseerd op een externe evaluatie door een onafhankelijke evaluator, op gegevens van de Commissie over de voorbije zeven jaar en op de ervaring die de Commissie in diezelfde periode heeft opgedaan. De externe evaluatie had tot doel na te gaan in hoeverre het Life-programma heeft bijgedragen tot de uitvoering, de actualisering en de ontwikkeling van het milieubeleid en de milieuwetgeving.

De evaluatie heeft tot de conclusie geleid dat het programma tot de uitvoering van het beleid bijdraagt en dat het efficiënt wordt beheerd. Andere punten van de conclusie zijn:

- Life-Natuur moet een belangrijke rol blijven spelen bij de verdere totstandbrenging van Natura 2000;

- er zijn weinig gegevens die erop wijzen dat Life-Milieu de voorbereidende werkzaamheden ondersteunt, maar het is zonder meer duidelijk dat in het kader van Life-Milieu talrijke schone technologieën in sleutelsectoren zijn gedemonstreerd;

- de projecten in het kader van Life-Derde Landen dragen in belangrijke mate bij tot het creëren van milieucapaciteit in derde landen.

Op basis van de externe evaluatie en van interne bevindingen kan worden geconcludeerd dat:

- Life een nuttig instrument is waarmee moet worden doorgegaan;

- de verbeteringen in de organisatie en in het beheer van het programma moeten worden behouden en voortgezet;

- Life ten volle moet worden benut voor de uitvoering van het zesde milieuactieprogramma;

- de resultaten beter bekendgemaakt moeten worden.

Bijgevolg wordt voorgesteld de volgende wijzigingen in de bestaande verordening aan te brengen:

- de verordening moet volledig in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van het nieuwe Financieel reglement;

- aangezien in 2002 het zesde milieuactieprogramma is vastgesteld, zullen de richtsnoeren waarin de prioritaire sectoren voor demonstratieprojecten in het kader van Life-Milieu zijn omschreven, worden herzien om ze ondubbelzinnig te koppelen aan de prioriteiten van dat programma en aan acties die worden voorgesteld in het EU-milieuactieprogramma ETAP, dat nu wordt opgesteld;

- in de verordening moet op adequate wijze tot uiting worden gebracht dat Life een aanvulling vormt op de onderzoekprogramma's, de programma's in het kader van de Structuurfondsen en de plattelandsontwikkelingsprogramma's;

- de comitéprocedure die geldt voor de uitvoeringsmaatregelen voor de Life-verordening, wordt gewijzigd om rekening te houden met het arrest van het Hof van Justitie van januari 2003;

- voor de verlenging met twee jaar van de looptijd van Life wordt een bedrag van 317,2 miljoen euro voorgesteld; dit bedrag strookt met de huidige financiële vooruitzichten en houdt rekening met het effect van de uitbreiding;

- voor begeleidende maatregelen wordt een beperkte verhoging van 5 tot 6 % van de beschikbare middelen voorgesteld om verdere verbeteringen bij de bekendmakings- en toezichtsactiviteiten mogelijk te maken;

- er wordt een bijzondere regeling ingevoerd die het mogelijk maakt toezicht te blijven houden op projecten die eind 2006 nog niet afgelopen zijn.

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

5.2.1. Life-Natuur

Bij Life-Natuur gaat het om natuurbehoudprojecten die bijdragen tot de uitvoering van Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand en van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, en met name tot de oprichting van het Europese netwerk "Natura 2000", waarmee het beheer ter plaatse van de waardevolste dieren- en plantensoorten en de waardevolste habitats van de Unie wordt gestimuleerd. De projecten zullen bijdragen tot het behoud of het herstel van natuurlijke habitats en/of populaties in een gunstige staat van instandhouding.

De projecten worden gefinancierd ten bedrage van 50% van de totale kosten. Dit financieringspercentage kan worden verhoogd tot maximaal 75 % van de totale kosten voor projecten die betrekking hebben op prioritaire natuurlijke habitats of prioritaire soorten in de zin van Richtlijn 92/43/EEG, of op specifieke vogelsoorten die door het comité (opgericht op grond van artikel 16 van Richtlijn 79/409/EEG) worden aangemerkt als bij voorrang in aanmerking komend voor financiering uit hoofde van LIFE.

De uitnodigingen tot het indienen van voorstellen zijn gepubliceerd en de gegadigden leggen hun projecten via de bevoegde nationale autoriteit aan de Commissie voor. Nadat het evaluatie- en selectieproces met succes is afgerond, het "habtitatcomité" (opgericht op grond van artikel 20 van Richtlijn 92/43/EEG) zijn goedkeuring heeft verleend en de Commissie een besluit heeft vastgesteld, worden subsidieovereenkomsten gesloten.

De in het kader van Life-Natuur genomen maatregelen zijn in de eerste plaats bedoeld voor overheidsinstanties, lokale groeperingen, NGO's of verenigingen van verschillende categorieën partners die natuurgebieden beheren en/of herstellen.

5.2.2. Life-Milieu

In het kader van de Life-Verordening worden demonstratieprojecten gecofinancierd die:

- overwegingen inzake milieu en duurzame ontwikkeling integreren in de ruimtelijke ordening en planning, ook in stedelijke gebieden en in kustgebieden;

- duurzaam beheer van grondwater en oppervlaktewateren bevorderen;

- de milieueffecten van economische activiteiten beperken, met name door de ontwikkeling van schone technologieën en door nadruk te leggen op preventie, onder meer door de vermindering van de emissie van broeikasgassen;

- alle soorten afval voorkomen, hergebruiken en recycleren en de afvalstromen rationeel beheren;

- de milieueffecten van producten verminderen door een geïntegreerde benadering van productie, distributie, consumptie en verwerking aan het einde van hun levensduur, met inbegrip van de ontwikkeling van milieuvriendelijke producten.

Demonstratieprojecten moeten betrekking hebben op het testen van een innovatieve oplossing voor een milieuprobleem, en moeten leiden tot concrete, praktische resultaten. Zij moeten worden uitgevoerd op een zodanige schaal dat beoordeeld kan worden of grootschalige invoering technisch en economisch haalbaar is. Investeringen in grote infrastructuurvoorzieningen worden evenwel niet gefinancierd. Deze acties zijn bedoeld om een brug te slaan tussen de resultaten van onderzoek en ontwikkeling, en de grootschalige toepassing daarvan. Daarom worden vooral demonstratieprojecten aangemoedigd die gebaseerd zijn op de resultaten van succesvolle projecten waarvoor steun is verleend in het kader van vroegere of nog lopende OTO-programma's op milieugebied.

Voorbereidende projecten moeten betrekking hebben op de ontwikkeling van nieuwe communautaire milieuacties en -instrumenten en/of op de actualisering van milieuwetgeving en -beleid.

De uitnodigingen tot het indienen van voorstellen zijn gepubliceerd en de gegadigden leggen hun projecten via de bevoegde nationale autoriteit aan de Commissie voor. Nadat het evaluatie- en selectieproces met succes is afgerond, het "LIFE-comité" zijn goedkeuring heeft verleend en de Commissie een besluit heeft vastgesteld, worden subsidieovereenkomsten gesloten.

De financiële bijdrage van de Gemeenschap bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende projectkosten. Voor projecten waarvan wordt verwacht dat zij "aanzienlijke inkomsten opleveren" is het hoogste financieringspercentage 30% van de in aanmerking komende projectkosten.

Bij voorbereidende projecten omschrijft de Commissie de te ondernemen acties naar gelang van de soort bijstand die vereist is om de doelstellingen in de milieusector te helpen verwezenlijken of om beleidslijnen te helpen uitstippelen (bijv. een bepaalde technische analyse, specifieke informatie of tests). Voor dergelijke acties zal, als en wanneer dit nodig is, een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling worden gepubliceerd.

De doelgroep bestaat uit de industrie, handelsondernemingen en lokale autoriteiten. Vooral de deelname van het midden- en kleinbedrijf wordt aangemoedigd.

5.2.3. Life-Derde Landen

Life-Derde Landen ondersteunt de totstandbrenging van de noodzakelijke capaciteiten en administratieve structuren op milieugebied. Hierdoor draagt het bij tot de ontwikkeling en de versterking van het milieubeleid van de lidstaten en van actieprogramma's ter verbetering van de milieubescherming in derde landen rond de Middellandse Zee en de Oostzee, met uitzondering van de tien toetredende staten en de kandidaat-lidstaten die associatieovereenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten.

Als de Europese Unie en de buurlanden samenwerken om milieuproblemen aan te pakken, is dit veel efficiënter dan wanneer al deze landen afzonderlijke acties ondernemen, aangezien veel van de problemen van grensoverschrijdende aard zijn. Het nieuwe programma beoogt vooral maatregelen die de samenwerking en de coördinatie tussen verschillende landen (de EU en haar buurlanden) bevorderen. In de toekomst zal daarmee rekening worden gehouden door de landen op te nemen van Midden- en Oost-Europa die geen associatieovereenkomst met de Europese Unie hebben gesloten, en de landen rond de Oostzee en de Middellandse Zee.

De uitnodigingen tot het indienen van voorstellen zijn gepubliceerd en de gegadigden leggen hun projecten via de bevoegde nationale autoriteit aan de Commissie voor. Nadat het evaluatie- en selectieproces met succes is afgerond, het "LIFE-comité" zijn goedkeuring heeft verleend en de Commissie een besluit heeft vastgesteld, worden subsidieovereenkomsten gesloten.

De financiële bijdrage van de Gemeenschap bedraagt ten hoogste 70% van de in aanmerking komende projectkosten.

5.3. Tenuitvoerlegging

Het programma wordt rechtstreeks door de Commissie beheerd. Bureaus voor technische bijstand (BTB) zullen de Commissie met hun technische en financiële expertise bijstaan gedurende de volledige looptijd van de projecten. Door de inschakeling van BTB's, die zich in de nabijheid van de projecten bevinden en technische en/of wetenschappelijke expertise bieden, verhoogt de efficiëntie van het hele programma. Als gebruik wordt gemaakt van BTB's zullen de totale administratieve kosten volgens de ramingen lager zijn dan wanneer de betrokken activiteiten volledig door de Commissie zelf zouden worden uitgevoerd.

6. FINANCIËLE GEVOLGEN

6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B (voor de hele programmeringsperiode)

6.1.1. Financiering

Vastleggingskredieten (in miljoen EUR tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de hele programmeringsperiode)

Vastleggingskredieten (in miljoen EUR tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De behoeften aan personele middelen en de andere huishoudelijke uitgaven zullen intern worden gefinancierd uit de financiële middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure aan DG Milieu worden toegewezen.

8. FOLLOW-UP EN EVALUATIE

8.1. Follow-upsysteem

Elk gecofinancierd project wordt van in de beginfase tot de voltooiing gevolgd door de Commissie, die daarbij wordt geholpen door externe toezichtteams. De betrokken toezichtteams bezoeken de aan de gang zijnde projecten minstens éénmaal per jaar en de Commissie streeft ernaar de projecten minstens éénmaal tijdens de looptijd ervan te bezoeken. De toezichtteams leggen om de zes maanden een verslag voor over de vordering van het project (zowel technische als financiële aspecten), alsmede een eindverslag. De begunstigden moeten bij de Commissie verslag uitbrengen over de uitvoering van het project (technische en financiële aspecten). De inhoud en de periodiciteit van de verslagen zijn vastgesteld in de subsidieovereenkomsten die met de begunstigden worden gesloten. Elk verslag wordt geëvalueerd door de bevoegde dienst van de Commissie, die door de toezichtteams wordt bijgestaan.

De begunstigde moet binnen drie maanden na de voltooiing van het project een eindverslag indienen.

8.2. Procedure en periodiciteit van de voorgeschreven evaluatie

In 2006 zal een evaluatie ex post worden gemaakt van de uitvoering van de verordening, de bijdrage ervan aan de ontwikkeling van het communautaire milieubeleid en de benutting van de kredieten. Uiterlijk op 30 september 2006 legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag voor.

9. FRAUDEESTRIJDINGSMAATREGELEN

Van de potentiële begunstigden wordt verlangd dat zij een voorlopige staat overleggen van de inkomsten en de uitgaven in verband met het project waarvoor zij financiering aanvragen. De betalingen zullen worden verricht overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde bepalingen en voorwaarden en op basis van door de begunstigden naar behoren gewaarmerkte inkomsten- en uitgavenstaten die door de betrokken dienst van de Commissie zijn gecontroleerd. Voorts zullen controles ter plaatse worden verricht. (De begunstigden moeten alle gegevens en bewijsstukken gedurende vijf jaar na de voltooiing van het project bewaren.)

De bijzonderheden van de fraudebestrijdingsmaatregelen zijn vastgesteld en opgenomen in de administratieve standaardbepalingen van LIFE (controles, opmaken van verslagen en staten, bewijsstukken enz.). Die standaardbepalingen omvatten ook bepalingen inzake de terugbetaling van ten onrechte ontvangen bedragen, alsmede de voorwaarden voor het opleggen van strafrente op dergelijke bedragen wanneer dat van toepassing is. Tenzij het om overheidsinstanties gaat, moeten bankgaranties worden voorgelegd die betrekking hebben op 40% van het maximale subsidiebedrag (40% komt overeen met het oorspronkelijke voorschot). De bankgarantie moet tijdens de volledige looptijd van het project plus zes maanden geldig blijven.

De Commissie wil dat de financiële staat die samen met het eindverslag bij de Commissie wordt ingediend, wordt gecontroleerd door een auditor die door de begunstigde is aangewezen.

De auditor verricht de controle overeenkomstig de wetgeving en boekhoudkundige regels van de betrokken lidstaat en verifieert of de gemaakte kosten in overeenstemming zijn met de administratieve standaardbepalingen van LIFE.