Home

Resolutie van het Europees Parlement over het XXXIIIe Verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid 2003 (2004/2139(INI))

Resolutie van het Europees Parlement over het XXXIIIe Verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid 2003 (2004/2139(INI))

P6_TA(2005)0032

Mededingingsbeleid (2003)

Resolutie van het Europees Parlement over het XXXIIIe Verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid 2003 (2004/2139(INI))

Het Europees Parlement,

- gelet op het XXXIIIe Verslag over het mededingingsbeleid 2003 (SEC(2004)0658),

- gelet op de artikelen 112, lid 2 en 45 van zijn Reglement,

- gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0024/2005),

A. overwegende dat een verhoging van het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven een van de hoofddoelstellingen is van de Lissabon-strategie,

B. overwegende dat het noodzakelijk blijft om streng toezicht te houden op verstoringen in de concurrentieverhoudingen,

C. in de wetenschap dat het bedrijfsleven in de Gemeenschap behoefte heeft aan een zo groot mogelijke rechtszekerheid ten aanzien van het beleid inzake de controle op fusies,

D. gelet in het bijzonder op het grote aantal zaken dat door het Directoraat-generaal mededinging van de Commissie is behandeld, dat de besluiten van de Commissie volledig zijn aanvaard door de partijen of door de rechtbanken zijn bekrachtigd,

1. verwelkomt het XXXIIIe Verslag over het mededingingsbeleid waarin de nadruk is gelegd op de grote structurele hervormingen van het mededingingsbeleid en de uitvoering daarvan onder aanvoering van commissaris Monti;

2. feliciteert de commissaris met het voortdurende en strenge toezicht op de verstoring van de concurrentieverhoudingen terwijl er een grondige reorganisatie en vernieuwing van de anti-trust-, fusiecontrole- en staatssteunregels werd doorgevoerd alsook een interne reorganisatie van het Directoraat-generaal mededinging;

3. is verheugd over de goedkeuring van een aantal handelingen die in het moderniseringspakket zijn opgenomen, met name de initiatieven op het gebied van de samenwerking tussen de verschillende instanties ter handhaving van de EU-mededingingsregels, te weten de Commissie, de nationale mededingingsautoriteiten en de nationale rechterlijke instanties; is in dit verband van mening dat ook moet worden gewezen op de benoeming van een chef-econoom concurrentie, de versterking van de rol van de raadsadviseur-auditeur en de versterking van de karteleenheid, hetgeen de tijd die nodig is om kartelzaken af te sluiten zal verminderen;

4. betreurt dat de Raad het noodzakelijk heeft geacht het "tijdelijk defensief mechanisme" te verlengen op grond waarvan meer dan 100 miljoen euro steun kan worden verleend aan scheepswerven in Duitsland, Nederland, Finland en Denemarken in reactie op oneerlijke concurrentie van scheepswerven in Zuid-Korea en hoopt op een spoedige oplossing van dit geschil in de Wereldhandelsorganisatie voordat het huidige mechanisme in maart 2005 afloopt;

5. benadrukt dat het beperkte aantal gevallen waarin de besluiten van de Commissie zijn getoetst en nietig verklaard door het Hof van Justitie niet mag worden beschouwd als een aantasting van het vertrouwen in het systeem van analyse en wetshandhaving in zijn geheel;

6. is ingenomen met de opname van een speciaal hoofdstuk in het verslag over het mededingingsbeleid over de aanpak van de Commissie met betrekking tot de voorwaarden waaronder de lidstaten financiële steun kunnen verlenen aan degenen die belast zijn met de werking van diensten van algemeen belang en dringt er naar aanleiding van het verslag van de Commissie aan de Europese Raad van Laken van 14 en 15 december 2001, het door de Commissie op 21 mei 2003 goedgekeurde Groenboek inzake diensten van algemeen belang (COM(2003)0270) en het arrest Altmark [1] bij de Commissie op aan voorstellen in te dienen om de rechtszekerheid te vergroten, behoorlijk bestuur te definiëren en nationale en regionale overheden te assisteren bij de naleving van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag;

7. dringt er bij de Commissie op aan om voort te gaan met de analyse van de werking van het gerechtelijke apparaat met betrekking tot concurrentiezaken ten einde een snellere toegang tot de rechter mogelijk te maken en de ervaring en vaardigheden van de rechterlijke macht die concurrentiezaken behandelt te maximaliseren;

8. blijft pleiten voor een meer pro-actieve rol voor het Europees Parlement bij de ontwikkeling van het mededingingsbeleid door een versterking van de mededingingsbevoegdheden van het Parlement en betreurt dat de Commissie en de Raad dit niet hebben ondersteund in het Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa;

9. is ingenomen met de herziening van de staatssteunregels waarmee de aandacht van de Commissie is verschoven naar zaken en kwesties die van belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de interne markt en waardoor de aanmeldingsprocedure en de indiening van klachten zijn gestroomlijnd en vereenvoudigd en meer duidelijkheid is geschapen omtrent de "de minimis"ö en onderzoeks- en ontwikkelingsbeginselen;

10. is verheugd over het standpunt van de Commissie dat staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling een stimulans vormt voor KMO's om over te gaan tot meer onderzoek en ontwikkeling, alsook over de op basis daarvan voorgestelde wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 [2] betreffende staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen om O&O-steun op te nemen, en vestigt de aandacht van de Commissie op de uiteenlopende nationale capaciteiten in de lidstaten om dergelijke programma's in gang te zetten;

11. dringt bij de Commissie aan op voortzetting van de werkzaamheden met betrekking tot de gevolgen voor privé-ondernemingen van de mechanismen voor de handel in emissierechten, quota, vergunningen, certificaten en credits overeenkomstig de afspraken in het kader van het Protocol van Kyoto;

12. is verheugd over de milieuvriendelijke criteria van de Commissie die worden gehanteerd bij de goedkeuring van verschillende steunregelingen ten behoeve van het milieu en dringt er bij de Commissie op aan de voorwaarden inzake transparantie voor dergelijke regelingen verder te ontwikkelen, zodat deze voor andere regio's en lidstaten als voorbeeld kunnen dienen;

13. feliciteert de Commissie met haar positieve reactie op eerdere resoluties van het Parlement door de oprichting van een speciale eenheid voor de handhaving van staatssteunbeschikkingen, die verantwoordelijk is voor de controle op de naleving van de besluiten van de Commissie, met name op het gebied van de terugvordering van ongeoorloofde staatssteun;

14. is verheugd over de verdere ontwikkeling van het scorebord voor staatssteun in internetformaat als belangrijk instrument voor transparantie en voorlichting van de consument over de activiteiten van de Commissie;

15. verwelkomt de vorderingen bij de uitvoering van het programma van commissaris Monti voor de modernisering van de antitrustregels van de Commissie, waarbij de aandacht meer wordt gericht op onderzoek naar en bestraffing van hardnekkige kartels, maar spreekt zijn zorg erover uit dat het verslag over het mededingingsbeleid 2003 er nog niet op lijkt te wijzen dat de achterstand bij het onderzoek naar zaken door de Commissie nog niet significant is ingelopen;

16. spreekt zijn zorg erover uit dat het nog steeds niet is gelukt om de gas- en elektriciteitsmarkten in de EU volledig te liberaliseren;

17. is verheugd over de initiatieven van de Commissie in verband met relevante markten zoals de telecommunicatiesector en over de instelling van een task force bij zowel DG Mededinging als DG Informatiemaatschappij om het overlegproces te sturen;

18. is verheugd over de benoeming door de Commissie van een contactpersoon voor consumenten om de dialoog van de Commissie met de consument te verbeteren en te vergemakkelijken;

19. is van mening dat een effectieve toepassing van het mededingingsbeleid een wezenlijk instrument is bij het bewerkstelligen van een efficiënte marktstructuur in het belang van de consumenten en een positieve en ingrijpende invloed heeft op hun dagelijks leven; benadrukt dat het door de grotere mate van integratie van de interne markt soms meer voor de hand ligt om de stand van zaken met betrekking tot de mededinging op de gehele interne markt te analyseren dan op de verschillende deelmarkten (zoals bij verschillende recente fusiebesluiten het geval was) en verzoekt de Commissie met duidelijker richtlijnen te komen met het oog op haar interpretatie van "de markt" in dergelijke gevallen;

20. is verheugd over de voortdurende inzet van de Commissie voor de Europese concurrentiedagen als een belangrijke gelegenheid om de positieve gevolgen van het mededingingsbeleid uit te leggen aan de consumenten in alle delen van de EU, maar doet een beroep op de nationale autoriteiten die deze conferenties organiseren om de consumentenorganisaties en de nationale media te betrekken bij de programmering en de planning van de Europese concurrentiedagen;

21. verwelkomt de nieuwe regels van de Commissie voor de distributie van motorvoertuigen, maar hoopt op meer succes bij de reductie van de grote verschillen tussen de prijzen van nieuwe motorvoertuigen in de lidstaten en betreurt dat deze verschillen tot op heden nog altijd groot zijn;

22. pleit voor meer vooruitgang in de markt voor motorvoertuigreparatie, met name op het punt van de toegang tot technische informatie en een betere toegang tot reserveonderdelen voor auto's;

23. is ingenomen met bepaalde elementen in de herziening door de Commissie van de EG-concentratieverordening [3] inzake de controle op fusies, maar betreurt dat de zorg van het Parlement over sommige onderdelen van het gerelateerde voorstel inzake rechtszekerheid en eerlijke procesgang niet werd gesteund door de Commissie;

24. is verheugd over de reorganisatie van het Directoraat-generaal mededinging van de Commissie in de context van de controle op fusies, met name de herstructurering langs sectorale lijnen, de versterking van de economische evaluatie en een duidelijker definitie van de rol van de consument;

25. is verheugd over de toezegging van de Commissie om de tien nieuwe lidstaten te helpen zich snel aan te passen aan de mededingingsregels, de antitrustwetgeving en met name aan de staatssteunregels, en dringt er bij de Commissie op aan het proces van technische bijstand en samenwerking voort te zetten;

26. is verheugd over de toezegging van de Commissie om het beleid van versterkte bilaterale samenwerking met de belangrijkste handelspartners van de Gemeenschap voort te zetten en de multilaterale samenwerking op het gebied van de mededinging uit te breiden; de Commissie dient met name te worden gecomplementeerd met het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van de mededinging met de Verenigde Staten, Canada en Japan;

27. dringt er bij de Commissie op aan de samenwerking met de OESO-landen, de Aziatische landen (met name China) en de Latijns-Amerikaanse landen voort te zetten;

28. dringt er bij de Commissie op aan de onderhandelingen met de WTO over de wisselwerking tussen handel en mededingingsbeleid voort te zetten in de geest van de Verklaring van Doha van november 2001;

29. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

[1] Zaak C-280/00 Altmark Trans en Regierungspräsidium Magdeburg v Nahverkehrsgesellschaft Altmark [2003] ECR I-7747.

[2] PB L 10 van 13.1.2001, blz. 33.

[3] PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

--------------------------------------------------