Voorstel voor een verordening van de Raad tot intrekking van het antidumpingrecht op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters uit Australië, India, Indonesië en Thailand en tot beëindiging van de procedures betreffende die invoer naar aanleiding van nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, alsmede tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, naar die invoer uit Thailand
Voorstel voor een verordening van de Raad tot intrekking van het antidumpingrecht op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters uit Australië, India, Indonesië en Thailand en tot beëindiging van de procedures betreffende die invoer naar aanleiding van nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, alsmede tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, naar die invoer uit Thailand
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |
Brussel, 12.9.2006
COM(2006) 495 definitief
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot intrekking van het antidumpingrecht op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters uit Australië, India, Indonesië en Thailand en tot beëindiging van de procedures betreffende die invoer naar aanleiding van nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, alsmede tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, naar die invoer uit Thailand
(door de Commissie ingediend)
TOELICHTING
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |
110 | Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (“de basisverordening”), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 van de Raad van 21 december 2005, in het kader van de procedures betreffende de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters uit Australië, India, Indonesië en Thailand, naar aanleiding van de twee nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening en van één tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening. |
120 | Algemene context Dit voorstel wordt gedaan in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat werd verricht in overeenstemming met de in de basisverordening vastgestelde materiële en procedurele vereisten. |
139 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Er bestaan nog geen bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied. |
141 | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Niet van toepassing. |
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |
Raadpleging van belanghebbende partijen |
219 | De partijen die belang hebben bij de procedure, werden overeenkomstig de bepalingen van de basisverordening al in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld om hun belangen te verdedigen. |
Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |
229 | Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. |
230 | Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de uitvoering van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar omvat wel een volledige lijst van factoren die moeten worden beoordeeld. |
JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |
305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) Op 14 juli 2005 heeft de Commissie een nieuw onderzoek ingesteld in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters (PSV) uit Australië, Indonesië en Thailand. Op 3 december 2005 heeft de Commissie een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek ingesteld naar de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van PSV uit Thailand. Het onderzoek bleef beperkt tot de dumping door één producent uit Thailand. Op 20 december 2005 heeft de Commissie een nieuw onderzoek ingesteld in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van PSV uit India. Uit de twee nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen is gebleken dat er bij intrekking van de maatregelen naar verwachting niet opnieuw significante hoeveelheden PSV met dumping uit Australië, India, Indonesië en Thailand naar de Gemeenschap zullen worden ingevoerd. Er is dus geen reden om de huidige maatregelen ten aanzien van de invoer van PSV uit deze landen te handhaven. De Raad wordt derhalve verzocht bijgevoegd voorstel voor een verordening goed te keuren teneinde de thans geldende maatregelen tegen Australië, India, Indonesië en Thailand in te trekken en de procedures tegen deze landen, alsmede het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek met betrekking tot Thailand te beëindigen. |
310 | Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 van de Raad van 21 december 2005. |
329 | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. |
Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: |
331 | de vorm van de maatregel is beschreven in bovengenoemde basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. |
332 | Beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Gemeenschap, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de bedrijven en de burgers zoveel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel: niet van toepassing. |
Keuze van instrumenten |
341 | Voorgesteld instrument: verordening. |
342 | Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: bovengenoemde basisverordening voorziet niet in andere mogelijkheden. |
GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |
409 | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. |
1. Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot intrekking van het antidumpingrecht op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters uit Australië, India, Indonesië en Thailand en tot beëindiging van de procedures betreffende die invoer naar aanleiding van nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, alsmede tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, naar die invoer uit Thailand
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] (de "basisverordening"), en met name op artikel 11, leden 2 en 3,
Gezien het voorstel dat de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Geldende maatregelen
(1) In juli 2000 heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1522/2000[2] een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters (polyesterstapelvezels of PSV) uit Australië, Indonesië en Thailand. Het onderzoek dat tot die maatregelen heeft geleid, wordt hierna aangeduid als het “oorspronkelijke onderzoek 1”.
(2) In december 2000 heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 2852/2000[3] een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van PSV uit India en de Republiek Korea. Het onderzoek dat tot die maatregelen heeft geleid, wordt hierna aangeduid als het “oorspronkelijke onderzoek 2”.
(3) De bij Verordening (EG) nr. 2852/2000 ingestelde maatregelen bestonden uit een ad-valoremrecht, behalve voor de producten van één Indiase producent/exporteur, van wie bij Besluit 2000/818/EG van de Commissie[4] een verbintenis was aanvaard. Na een tussentijds nieuw onderzoek naar zowel de dumping als de schade zijn de maatregelen ten aanzien van de invoer uit de Republiek Korea bij Verordening (EG) nr. 428/2005 van de Raad[5] gewijzigd en met vijf jaar verlengd.
2. Verzoeken om een herzieningsprocedure
(4) Na de publicatie van twee berichten over het naderende vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van PSV uit Australië, Indonesië en Thailand[6], respectievelijk uit India[7], ontving de Commissie op 13 april 2005 en 23 september 2005 verzoeken om herziening van deze maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening.
(5) Deze verzoeken waren ingediend door het Comité International de la Rayonne et des Fibres Synthétiques (CIRFS) namens producenten die een groot deel - in dit geval meer dan 50% - van de productie van PSV in de Gemeenschap vertegenwoordigen. De verzoeken zijn ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot voortzetting van de dumping en schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap.
(6) Voorts werd een verzoek om een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van Verordening (EG) nr. 1522/2000 ontvangen van Tuntex (Thailand) Public Company Limited (‘Tuntex’), een PSV-producent in Thailand die onder de geldende antidumpingmaatregelen valt.
(7) In het verzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening verstrekte Tuntex voorlopig bewijsmateriaal dat, wat Tuntex zelf betreft, de omstandigheden waarop de antidumpingmaatregelen zijn gebaseerd, zijn gewijzigd en dat deze wijzigingen van blijvende aard zijn. Tuntex heeft bewijzen voorgelegd waaruit blijkt dat de vergelijking van de — op zijn eigen kosten/binnenlandse prijzen gebaseerde — normale waarde met zijn prijzen bij uitvoer naar een derde land een dumpingmarge oplevert die aanzienlijk lager is dan de dumpingmarge waarop de huidige maatregelen zijn gebaseerd (27,7%). Het is daarom volgens Tuntex niet langer noodzakelijk de maatregelen te handhaven op hun huidige niveau, dat gebaseerd is op de vroeger vastgestelde dumpingmarge, om de gevolgen van dumping te neutraliseren.
(8) Na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft de Commissie vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was om twee nieuwe onderzoeken in te leiden op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening, en één tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening, door middel van bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie [8].
3. Onderzoek
(9) De Commissie heeft de producenten in Australië, India, Indonesië en Thailand, de haar bekende importeurs, gebruikers en hun organisaties in de Gemeenschap, de vertegenwoordigers van de betrokken exportlanden, CIRFS en de haar bekende producenten in de Gemeenschap officieel meegedeeld dat nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen werden ingeleid. De belanghebbenden konden binnen de in de bekendmakingen vermelde termijn hun standpunt schriftelijk uiteenzetten en verzoeken om te worden gehoord.
(10) De Commissie heeft Tuntex en de vertegenwoordigers van het exportland officieel van de opening van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek in kennis gesteld. De belanghebbenden konden binnen de in de bekendmaking vermelde termijn hun standpunt schriftelijk uiteenzetten en verzoeken om te worden gehoord.
(11) Gezien het grote aantal Indiase, Indonesische, Thaise en ook EG-producenten dat een verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel had ingediend en het grote aantal bekende importeurs van PSV in de Gemeenschap, werd overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening besloten na te gaan of gebruik moest worden gemaakt van een steekproef. Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd bovengenoemde belanghebbenden overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening verzocht binnen twee weken na de inleiding van de onderzoeken contact met haar op te nemen en de in de bekendmakingen gevraagde gegevens te verstrekken.
(12) Na onderzoek van de verstrekte gegevens en gezien het geringe aantal producenten in India, Indonesië en Thailand die zich bereid verklaarden hun medewerking te verlenen, werd besloten dat een steekproef van de producenten in die landen niet nodig was.
(13) Geen enkele importeur verstrekte de in de aankondigingen gevraagde informatie en daarom werd besloten dat een steekproef voor importeurs niet nodig was. In feite heeft geen enkele importeur aan de onderzoeken meegewerkt.
(14) Tien EG-producenten vulden het formulier voor de samenstelling van de steekproef in en zegden formeel hun verdere medewerking aan het onderzoek toe. Van die tien ondernemingen zijn er vijf geselecteerd voor de steekproef, omdat zij wegens de omvang van hun productie en de verkoop van PSV in de Gemeenschap representatief werden geacht voor de bedrijfstak van de Gemeenschap. Deze steekproef vertegenwoordigde het grootste representatieve productie- en verkoopvolume van PSV in de Gemeenschap dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijze kon worden onderzocht.
(15) De vijf in de steekproef opgenomen EG-producenten, de producenten in Australië, degenen die aan de steekproef voor hun land meewerkten en alle bekende gebruikers kregen derhalve een vragenlijst toegezonden. De vijf niet in de steekproef opgenomen EG-producenten werd verzocht informatie te verstrekken over bepaalde schade-indicatoren en commentaar te geven op het effect van de intrekking of handhaving van de antidumpingmaatregelen.
(16) Antwoord op de vragenlijst werd ontvangen van vier van de vijf in de steekproef opgenomen EG-producenten (zo vertegenwoordigde de steekproef 38% van de productie en verkoop in de Gemeenschap), een producent in Australië, drie producenten in India, vier producenten in Indonesië, vier producenten in Thailand (van wie twee verbonden producenten) en acht gebruikers. Twee gebruikersorganisaties maakten opmerkingen. Voorts verstrekten vier van de vijf niet in de steekproef opgenomen EG-producenten de gevraagde informatie (zo vertegenwoordigden de meewerkende producenten 60% van de productie in de Gemeenschap).
(17) De Commissie heeft alle gegevens die zij voor haar onderzoek nodig achtte, verzameld en geverifieerd en heeft controlebezoeken gebracht aan de volgende bedrijven:
a) In de steekproef opgenomen EG-producenten
- Advansa GmbH, Hamm, Duitsland
- Elana, Branch Office of Boryszew S.A., Torun, Polen
- La Seda de Barcelona S.A., El Prat de Llobregat, Spanje
- Wellman International Limited, Mullagh, Ierland
b) Producenten in Australië
- Leading Synthetics Pty Ltd., Campbellfield
c) Producenten in India
- Futura Polyesters Limited, Chennai
- Indo Rama Synthetics (India) Ltd., Nagpur
- Reliance Industries Limited, Mumbai
d) Producenten in Indonesië
- P.T. Global Fiberindo, Tangerang
- P.T. Indo-Rama Synthetics Tbk., Jakarta
- P.T. Panasia Indosyntec Tbk., Bandung
- P.T.
e) Producenten in Thailand
- New World Polyester Co., Ltd., Samutprakarn
- Teijin Polyester (Thailand) Limited, Bangkok
- Teijin (Thailand) Limited, Bangkok
- Tuntex (Thailand) Public Company Limited, Bangkok
(18) Wat de nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen betreft, had het onderzoek naar de voortzetting en/of herhaling van dumping en schade betrekking op de periode van 1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005 (hierna “onderzoektijdvak” genoemd). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn om vast te kunnen stellen of de schade naar alle waarschijnlijkheid zal voortduren of opnieuw zal optreden, had betrekking op de periode van 1 januari 2002 tot het einde van het onderzoektijdvak (de ‘beoordelingsperiode’). Het onderzoektijdvak voor het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek naar dumping is hetzelfde als dat voor de onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen.
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
1. Betrokken product
(19) De definitie van het betrokken product is dezelfde als die in de originele onderzoeken bedoeld in de overwegingen 1 en 2.
(20) De producten in kwestie zijn synthetische stapelvezels van polyesters, niet gekaard, niet gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het oog op het spinnen, afkomstig uit Australië, India, Indonesië en Thailand en momenteel ingedeeld onder GN-code 5503 20 00. Deze producten worden doorgaans polyesterstapelvezels of PSV genoemd.
(21) PSV wordt als basismateriaal in diverse stadia van het fabricageproces van textielproducten gebruikt. PSV wordt gebruikt voor het spinnen, dat wil zeggen de fabricage van filamenten voor de vervaardiging van textielproducten, al dan niet vermengd met andere vezels zoals katoen en wol, of voor niet-geweven toepassingen, bijvoorbeeld als opvulsel voor bepaalde textielproducten zoals kussens, autostoelen en anoraks.
(22) Het product wordt verkocht in verschillende producttypen die kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van verschillende specificaties zoals denier of decitex, sterktegraad, glans en siliconenbehandeling. Uit het oogpunt van de productie kan een onderscheid worden gemaakt tussen onbehandeld PSV, vervaardigd van onbewerkte grondstoffen, en geregenereerd PSV, dat van gerecycleerd polyester wordt vervaardigd. Ten slotte kan het product van eerste of van tweede kwaliteit zijn.
(23) Uit het onderzoek is gebleken dat alle typen van het betrokken product zoals gedefinieerd in overweging 20, ondanks verschillen in een aantal factoren zoals omschreven in de vorige overweging, dezelfde fysische en chemische basiseigenschappen bezitten en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Derhalve worden in het kader van de onderhavige nieuwe onderzoeken alle typen van het betrokken product als één enkel product beschouwd.
2. Soortgelijk product
(24) Uit deze onderzoeken is gebleken dat het betrokken product en de door de betrokken landen vervaardigde en op de binnenlandse markt verkochte PSV, alsmede de door de EG-producenten vervaardigde en in de Gemeenschap verkochte PSV dezelfde fysische en chemische basiseigenschappen bezitten en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.
C. VERMOEDELIJKE VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING
1. Voorafgaande opmerkingen
(25) Wat de onderzoeken overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening betreft, werd onderzocht of er op dit moment sprake was van dumping en of het vervallen van de maatregelen tot voortzetting of herhaling van dumping zou leiden.
(26) Tijdens het onderzoektijdvak is er uit Australië, India, Indonesië en Thailand (de ‘betrokken landen’) weinig of geen PSV naar de Gemeenschap uitgevoerd. Volgens Eurostat beliep de invoer uit de betrokken landen tijdens het onderzoektijdvak slechts 1 056 ton (0,1% van het verbruik in de Gemeenschap), terwijl tijdens het onderzoektijdvak van de oorspronkelijke onderzoeken meer dan 69 000 ton werd ingevoerd.
(27) In het onderzoektijdvak hadden alle meewerkende producenten weinig of geen PSV naar de Gemeenschap uitgevoerd zodat er dus geen representatieve dumpingberekeningen konden worden gemaakt om uitsluitsel te geven over de mogelijke voortzetting van dumping.
(28) Bij het onderzoek naar de mogelijke herhaling van dumping is dus onder meer rekening gehouden met de prijzen bij uitvoer naar andere derde landen.
(29) Gezien de onderstaande resultaten van de onderzoeken werd het niet nodig geacht het door Tuntex gevraagd tussentijds nieuw onderzoek voort te zetten.
2. Vermoedelijke herhaling van dumping bij eventuele intrekking van de maatregelen
2.1. Australië
Voorafgaande opmerkingen
(30) In 2003 heeft de enige producent van PSV in Australië de uitvoer ervan volledig stopgezet. Het bedrijf heeft geïnvesteerd in een nieuwe flexibele productielijn, naar verluidt om slechts een regionaal deel van de Australische PSV-markt te dekken, voornamelijk de markt van de staat Victoria waar het bedrijf is gevestigd.
Verband tussen de prijzen op de binnenlandse markt en die in de Gemeenschap
(31) Aangezien er tijdens het onderzoektijdvak geen uitvoer had plaatsgevonden, werden de prijzen op de binnenlandse markt in Australië – die weliswaar verliesgevend waren, maar toch de variabele kosten dekten – vergeleken. De prijzen lagen in die periode beduidend lager dan de gemiddelde prijs van de EG-producenten. Daarom zou een eventuele intrekking van de maatregelen voor het bedrijf een stimulans kunnen zijn om de uitvoer naar de Gemeenschap althans gedeeltelijk te hervatten. Zoals uit overweging 32 blijkt, is het bedrijf echter niet in staat om opnieuw een significante hoeveelheid naar de Gemeenschap uit te voeren.
Niet-benutte capaciteit en voorraden
(32) Hoewel de bezettingsgraad van de Australische producent tijdens het onderzoektijdvak niet bijzonder hoog was, is de beschikbare reservecapaciteit maar een kleine fractie van het verbruik in de Gemeenschap (beduidend minder dan 0,5%). Ook al werd deze hele reservecapaciteit na intrekking van de huidige maatregelen tegen dumpingprijzen aan de Gemeenschap verkocht, zou het effect op de gemeenschappelijke markt miniem zijn. Voorraden zijn geen zinvolle indicator als het om de PSV-productie in Australië gaat, omdat het product hoofdzakelijk op bestelling wordt verkocht.
(33) Ten slotte zij eraan herinnerd dat het bedrijf sinds 2003 geen PSV naar derde landen heeft uitgevoerd, ongeacht of het in die periode over een soortgelijke reservecapaciteit beschikte. De conclusie is dus dat de eventuele intrekking van de bestaande maatregelen er waarschijnlijk niet toe zal leiden dat er vanuit Australië opnieuw significante hoeveelheden tegen dumpingprijzen naar de Gemeenschap zullen worden uitgevoerd.
2.2. India
Voorafgaande opmerkingen
(34) Drie Indiase PSV-producenten hebben aan het onderzoek meegewerkt. Twee ervan voerden in het onderzoektijdvak kleine hoeveelheden uit naar de Gemeenschap; de derde voerde niets uit naar de Gemeenschap. Een van deze meewerkende producenten had drie verbonden ondernemingen die in India PSV produceerden. Deze verbonden producenten werden echter niet apart onderzocht, omdat in het onderzoektijdvak slechts een ervan rechtstreeks PSV op de binnenlandse markt heeft verkocht, zij het in heel beperkte hoeveelheden.
(35) Het is bekend dat er in het onderzoektijdvak in India ten minste één kleine PSV-producent was die niet aan het onderzoek heeft meegewerkt. Voor deze niet-meewerkende producent(en) werd de bij Eurostat en uit andere bronnen beschikbare informatie geanalyseerd. Daaruit is gebleken dat er in het onderzoektijdvak door andere dan de meewerkende Indiase producenten ook weinig of geen PSV naar de Gemeenschap is uitgevoerd. Voor het (de) niet-meewerkende bedrijf (bedrijven) was er echter geen betrouwbare informatie over productiecapaciteit, productievolumes, voorraden en verkoopcijfers beschikbaar. Daarom en ook omdat er geen enkele indicatie was van het tegendeel, werd ervan uitgegaan dat de resultaten voor de wel en de niet-meewerkende bedrijven ongeveer dezelfde waren.
(36) Aangezien er voor een representatief dumpingonderzoek in het onderzoektijdvak niet voldoende naar de Gemeenschap is uitgevoerd en om uit te maken of er bij eventuele intrekking van de maatregelen opnieuw dumping zou optreden, werd gekeken naar het prijsbeleid van de meewerkende producenten op andere exportmarkten en naar hun productiecapaciteit en voorraden. De analyse werd gebaseerd op de informatie die door de in overweging 17 vermelde bedrijven was verstrekt.
Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Gemeenschap
(37) Uit de gegevens van de drie meewerkende Indiase producenten is gebleken dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen onder de binnenlandse prijzen lagen. Het onderzoek toonde aan dat dit prijsverschil in het onderzoektijdvak tussen 15% en 27% lag. Dit kan een indicatie zijn dat het bij eventuele intrekking van de maatregelen opnieuw tot dumping bij de uitvoer naar de Gemeenschap zou kunnen komen.
Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Gemeenschap
(38) In het onderzoektijdvak bleken de verkoopprijzen van de EG-producenten in de Gemeenschap gemiddeld veel hoger te liggen dan de prijzen van de meewerkende Indiase producenten bij de uitvoer naar andere derde landen. Dit kan erop wijzen dat het gangbare prijsniveau voor het betrokken product op de markt van de Gemeenschap deze markt aantrekkelijk zou kunnen maken voor de Indiase producenten. De conclusie luidt dus dat er inderdaad een economische drijfveer is om de uitvoer van andere derde landen naar de winstgevender markt van de Gemeenschap te verschuiven, indien de geldende maatregelen worden ingetrokken. Aangezien de prijzen in de Gemeenschap echter veel hoger liggen dan de exportprijzen naar andere derde landen, is het onwaarschijnlijk dat er bij eventuele intrekking van de maatregelen tegen dumpingprijzen naar de Gemeenschap zou worden uitgevoerd.
Niet-benutte capaciteit en voorraden
(39) Tijdens het onderzoektijdvak hadden de drie meewerkende bedrijven in India geen significante reservecapaciteiten. Niettemin deden twee van deze belangrijke producenten toen al aanzienlijke investeringen in hun PSV-productie, waardoor hun jaarlijkse productiecapaciteit in 2007 nogmaals met 361 000 ton zal toenemen. Deze investeringen werden toegeschreven aan ontwikkelingen op de Indiase PSV-markt, die naar verluidt dit jaar en in de nabije toekomst sterk gaat groeien. Volgens de beschikbare informatie is de omvang van de Indiase PSV-markt momenteel circa 610 000 ton per jaar. Deze groei van de productiecapaciteit vertegenwoordigt meer dan 50% van de totale productiecapaciteit van de drie meewerkende Indiase producenten tijdens het onderzoektijdvak. Volgens diezelfde informatie is het enerzijds ook zo dat er zich op het ogenblik van het onderzoek in India ten minste één nieuwe PSV-producent nog in de startfase bevond. Anderzijds heeft de grootste Indiase producent onlangs een EG-producent overgenomen die niet aan het onderzoek deelneemt. Deze Indiase exporteur zal er dus weinig belang bij hebben om in de toekomst significante hoeveelheden PSV naar de Gemeenschap uit te voeren. Voorts blijkt uit de gegevens van de meewerkende producenten dat hun binnenlandse verkoop in de betrokken periode is gestegen en in de toekomst zal blijven stijgen. De nieuwe capaciteiten zullen dus de groeiende binnenlandse vraag dekken, wat echter niet uitsluit dat er op bepaalde momenten misschien overcapaciteit zal zijn.
(40) In de betrokken periode zijn de voorraden van de drie Indiase producenten niet veel veranderd. In het geval van India kunnen de voorraden echter niet als belangrijke indicator worden beschouwd, aangezien de productie van een van de meewerkende producenten op orders van klanten is gebaseerd en een andere meewerkende producent grote hoeveelheden PSV voor intern gebruik vervaardigt.
(41) Al bij al ziet het er niet naar uit dat de uitvoer naar de Gemeenschap in grote hoeveelheden zal worden hervat en dat, ook al zou bij eventuele intrekking van de maatregelen een deel van de nieuwe Indiase productie in de Gemeenschap belanden, met dumping zal worden uitgevoerd (zie overweging 38).
2.3. Indonesië
Voorafgaande opmerkingen
(42) Vier Indonesische PSV-producenten hebben aan het onderzoek meegewerkt. Geen van hen had verbonden ondernemingen die in Indonesië PSV produceerden. Drie ervan voerden in het onderzoektijdvak kleine hoeveelheden uit naar de Gemeenschap, de vierde helemaal niets.
(43) Het is bekend dat er tijdens het onderzoektijdvak in Indonesië ten minste vijf actieve PSV-producenten waren, die niet aan het onderzoek hebben meegewerkt. Voor deze niet-meewerkende producenten werd de bij Eurostat en uit andere bronnen beschikbare informatie geanalyseerd. Daaruit is gebleken dat er in het onderzoektijdvak door andere dan de meewerkende Indonesische producenten ook weinig of geen PSV naar de Gemeenschap is uitgevoerd. Voor de niet-meewerkende bedrijven was er echter geen betrouwbare informatie over productiecapaciteit, productievolumes, voorraden en verkoopcijfers beschikbaar. Daarom en ook omdat er geen enkele indicatie was van het tegendeel, werd ervan uitgegaan dat de resultaten voor de niet-meewerkende en de wel meewerkende bedrijven ongeveer dezelfde waren. Het vermoeden dat de dumping zich zou herhalen indien de maatregelen werden ingetrokken, werd derhalve onderzocht op basis van de beschikbare informatie, dat wil zeggen de informatie die door de in overweging 17 vermelde meewerkende producenten was verstrekt.
(44) Om uit te maken of er bij eventuele intrekking van de maatregelen opnieuw dumping zou optreden, werd gekeken naar het prijsbeleid van de meewerkende producenten op andere exportmarkten en naar de productiecapaciteit en de voorraden van de exporteurs.
Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in Indonesië
(45) Voor een van de vier meewerkende Indonesische producenten konden geen gegevens over prijzen bij uitvoer worden gevonden, aangezien dat bedrijf tijdens het onderzoektijdvak helemaal geen PSV heeft uitgevoerd. Uit de gegevens van de overige drie producenten is gebleken dat voor twee van hen de prijzen bij uitvoer naar derde landen over het algemeen iets lager waren dan de binnenlandse prijzen in Indonesië. Het onderzoek toonde in feite aan dat het prijsverschil in de betrokken periode gemiddeld circa 4% bedroeg. Voor de derde producent lagen de prijzen bij uitvoer naar derde landen doorgaans iets hoger dan de prijzen op de Indonesische markt. Dit is geen indicatie dat het bij eventuele intrekking van de maatregelen opnieuw tot een significante dumping bij de uitvoer naar de Gemeenschap zou kunnen komen.
Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Gemeenschap
(46) In het onderzoektijdvak bleken de verkoopprijzen van de EG-producenten in de Gemeenschap gemiddeld veel hoger te liggen dan de prijzen van de meewerkende Indonesische producenten bij de uitvoer naar andere derde landen. Dit kan erop wijzen dat het gangbare prijsniveau voor het betrokken product in de Gemeenschap deze markt aantrekkelijk zou kunnen maken voor de Indonesische producenten. Op basis hiervan wordt aangenomen dat er bij eventuele intrekking van de maatregelen een economische drijfveer is om de uitvoer van derde landen naar de winstgevender markt van de Gemeenschap te verschuiven. Aangezien de prijzen in de Gemeenschap echter veel hoger liggen dan de exportprijzen naar andere derde landen, is het onwaarschijnlijk dat er bij eventuele intrekking van de maatregelen tegen dumpingprijzen naar de Gemeenschap zal worden uitgevoerd.
Niet-benutte capaciteit en voorraden
(47) Er was geen uniform patroon voor de capaciteitsbenutting van de meewerkende producenten in Indonesië tijdens het onderzoektijdvak. Terwijl sommige bedrijven bijna al hun beschikbare capaciteit konden benutten, beschikten andere over aanzienlijke reservecapaciteiten. Algemeen bedroeg deze reservecapaciteit echter minder dan 20% van hun totale capaciteit. Geen van de meewerkende bedrijven in Indonesië bleek grote investeringen te plannen om zijn PSV-productiecapaciteit in de toekomst uit te breiden. Wat de capaciteitsbenutting door de niet-meewerkende Indonesische producenten betreft, werd de reservecapaciteit geraamd op basis van informatie die door de meewerkende bedrijven en de Indonesische vereniging van PSV-producenten was verstrekt. Volgens deze informatie vertegenwoordigde de geïnstalleerde capaciteit van de meewerkende producenten minder dan de helft van de totale geïnstalleerde PSV-productiecapaciteit in Indonesië. Op grond hiervan werd de bestaande reserveproductiecapaciteit in Indonesië op maximaal circa 90 000 ton geraamd. Voorts blijkt uit de gegevens van de meewerkende producenten dat de totale binnenlandse verkoop in de betrokken periode is gestegen en in de toekomst zal blijven stijgen. De reservecapaciteit in Indonesië zal derhalve wellicht eerder voor verkoop op de binnenlandse markt dan voor uitvoer naar de Gemeenschap worden gebruikt.
(48) In de betrokken periode zijn de voorraden van de vier Indonesische producenten niet veel veranderd. Voorraden kunnen echter niet als belangrijke indicator worden beschouwd, aangezien de productie van PSV meestal op orders van klanten is gebaseerd en/of voor intern gebruik is bestemd.
(49) Al bij al ziet het er niet naar uit dat de uitvoer naar de Gemeenschap in grote hoeveelheden zal worden hervat en dat, ook al zou bij eventuele intrekking van de maatregelen een deel van de reserveproductiecapaciteit in Indonesië in de Gemeenschap belanden, het om de in de overwegingen 45 en 46 genoemde redenen eerder onwaarschijnlijk is dat die uitvoer tegen dumpingprijzen zou plaatsvinden.
2.4. Thailand
Voorafgaande opmerkingen
(50) Voor zover de Commissie bekend, zijn er in Thailand acht producenten van PSV. Vier ervan werkten aan dit onderzoek mee. Slechts een van hen heeft in het onderzoektijdvak een kleine hoeveelheid PSV naar de Gemeenschap uitgevoerd.
(51) De informatie over voorraden en verkoop naar andere markten dan die van de Gemeenschap heeft alleen betrekking op de meewerkende producenten. De Thaise vereniging van kunstvezelfabrikanten heeft echter gegevens over de productiecapaciteit in Thailand verstrekt om het productievolume van alle producenten in Thailand te kunnen ramen. Deze raming was gebaseerd op de veronderstelling dat de capaciteitsbenutting van de wel en de niet-meewerkende producenten ongeveer dezelfde was. Daarom en ook omdat er geen enkele indicatie was van het tegendeel, werd ervan uitgegaan dat de resultaten voor de wel en de niet-meewerkende bedrijven ongeveer dezelfde waren.
(52) Om uit te maken of er bij eventuele intrekking van de maatregelen opnieuw dumping zou optreden, werd gekeken naar het prijsbeleid van de meewerkende producenten op andere exportmarkten dan de Gemeenschap, naar de productiecapaciteit in Thailand en naar de voorraden van de meewerkende producenten.
(53) Volgens Eurostat is er tijdens het onderzoektijdvak weinig of geen PSV uit Thailand ingevoerd.
Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Thailand
(54) Uit de gegevens van de vier meewerkende producenten is gebleken dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen gemiddeld 10% tot 15% onder die van de binnenlandse markt of onder de productiekosten lagen. Dit kan een indicatie zijn dat het bij eventuele intrekking van de maatregelen opnieuw tot dumping bij de uitvoer naar de Gemeenschap zou kunnen komen.
Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Gemeenschap
(55) De door de meewerkende producenten in Thailand aangerekende prijzen bij uitvoer naar derde landen lagen gemiddeld beduidend onder de verkoopprijzen van de EG-producenten in de Gemeenschap, wat erop kan wijzen dat het gangbare prijsniveau voor PSV op de gemeenschappelijke markt deze markt aantrekkelijk zou kunnen maken voor producenten in Thailand als de antidumpingmaatregelen werden ingetrokken. De conclusie luidt dus dat er inderdaad een economische drijfveer is om de uitvoer van derde landen naar de winstgevender markt van de Gemeenschap te verschuiven, als de geldende antidumpingmaatregelen worden ingetrokken. Aangezien de prijzen in de Gemeenschap echter veel hoger liggen dan de exportprijzen naar andere derde landen, is het onwaarschijnlijk dat er bij eventuele intrekking van de maatregelen tegen dumpingprijzen naar de Gemeenschap zal worden uitgevoerd.
Niet-benutte capaciteit en voorraden
(56) In de betrokken periode was de capaciteitsbenutting van de meewerkende producenten met gemiddeld circa 92% vrij hoog. Bij dit niveau en in de veronderstelling dat de capaciteitsbenutting van de niet-meewerkende producenten ongeveer dezelfde was, hadden in het onderzoektijdvak de producenten in Thailand een reservecapaciteit van maximaal 50 000 ton. Hoewel die capaciteit gedeeltelijk zou kunnen worden benut om bij eventuele intrekking van de maatregelen de uitvoer naar de Gemeenschap te hervatten, is het gezien het grote aandeel van de binnenlandse verkoop en het grote aantal exportmarkten van de meewerkende producenten onwaarschijnlijk dat significante hoeveelheden PSV op de Gemeenschapsmarkt zouden belanden.
(57) Voorraden zijn geen zinvolle indicator als het om de PSV-productie in Thailand gaat. Aangezien de productie meestal op orders van klanten is gebaseerd, bestaan de voorraden grotendeels uit PSV dat nog aan al bekende kopers moet worden geleverd.
(58) Al bij al ziet het er niet naar uit dat de uitvoer naar de Gemeenschap in grote hoeveelheden zal worden hervat en dat, ook al zou bij eventuele intrekking van de maatregelen een deel van de reserveproductiecapaciteit in Thailand in de Gemeenschap belanden, het om de in overweging (55) genoemde redenen eerder onwaarschijnlijk is dat die uitvoer tegen dumpingprijzen zou plaatsvinden.
2.5. Conclusie
(59) Om te onderzoeken of het bij intrekking van de maatregelen opnieuw tot dumping zou komen, is een analyse verricht van de reservecapaciteiten en onbenutte voorraden, alsmede van de prijs- en exportstrategieën op verschillende markten.
(60) Uit het onderzoek is gebleken dat Australië, India, Indonesië en Thailand over een zekere reserveproductiecapaciteit beschikken om bij het eventueel verstrijken van de maatregelen hun uitvoer naar de Gemeenschap te kunnen hervatten. Dat is echter geen reden om aan te nemen dat die uitvoer een significante omvang zal aannemen en, belangrijker nog, tegen dumpingprijzen zal plaatsvinden, zoals tijdens de oorspronkelijke onderzoeken was vastgesteld.
(61) Aangezien het onwaarschijnlijk is dat de uitvoer met dumping uit de betrokken landen zich met de eventuele schade vandien zal herhalen, is het ook niet nodig te onderzoeken of de belangen van de Gemeenschap daardoor opnieuw kunnen worden geschaad. De maatregelen ten aanzien van de invoer van PSV uit Australië, India, Indonesië en Thailand moeten derhalve worden ingetrokken en de procedures moeten worden stopgezet.
D. TUSSENTIJDS ONDERZOEK MET BETREKKING TOT THAILAND
(62) Aangezien volgens de vorige overweging de maatregelen tegen Thailand moeten worden ingetrokken en de procedure moet worden stopgezet, dient ook het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek betreffende Tuntex te worden beëindigd.
E. BEKENDMAKING
(63) De betrokken partijen werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan zou worden voorgesteld om de bestaande maatregelen tegen Australië, India, Indonesië en Thailand in te trekken en de procedures stop te zetten. Alle partijen werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te formuleren. De producenten in de betrokken landen en de gebruikers in de Gemeenschap steunden de bovenstaande conclusies. CIRFS en bepaalde EG-producenten hadden weliswaar bezwaren, maar over het algemeen waren hun opmerkingen niet van dien aard dat de conclusies moesten worden veranderd.
(64) Volgens CIRFS en bepaalde EG-producenten blijkt uit de bevindingen van de Commissie over reservecapaciteit en dumping duidelijk dat de kans op nieuwe schadeveroorzakende dumping groot is.
(65) Wat de Australische producent betreft, was er volgens hen niet uitgelegd of de vroegere voor uitvoer naar de Gemeenschap benutte productiecapaciteit nog beschikbaar was en, zo ja, of zij naar verwachting opnieuw op gang zal worden gebracht als de rechten komen te vervallen. Volgens hen lag de verkoop op de binnenlandse markt onder zijn normale waarde en moest, rekening houdend met het feit dat er zowel bij het oorspronkelijke onderzoek als bij een ander onderzoek in verband met PET - een product dat nauw verwant is met PSV - schadeveroorzakende dumping bij de uitvoer naar de Gemeenschap was geconstateerd, de conclusie luiden dat de kans op nieuwe schadeveroorzakende dumping groot is.
(66) CIRFS en bepaalde EG-producenten waren van oordeel dat een verhoging van de capaciteit van twee grote Indiase producenten met 361 000 ton in 2007 en het bestaan van ten minste één nieuwe PSV-producent in de startfase met een geraamde capaciteit van 180 000 ton betekenen dat in de periode tot 2010 de totale capaciteit van India de binnenlandse vraag naar PSV met meer dan 300 000 ton zal overschrijden. Gezien dit feit, gecombineerd met dumpingmarges tussen 15% en 27% bij de uitvoer naar derde landen tijdens het onderzoektijdvak, alsmede de toegeving van de Commissie zelf dat het gangbare prijsniveau op de Gemeenschapsmarkt het voor Indiase producenten aantrekkelijk zou kunnen maken, kan er weinig twijfel over bestaan dat het bij de invoer weer tot schadeveroorzakende dumping zal komen mochten de maatregelen worden ingetrokken.
(67) Wat Indonesië betreft, trekt de Commissie volgens hen conclusies op basis van de analyse van slechts vier meewerkende producenten, terwijl de markt en de financiële situatie van de niet-meewerkende producenten, die de Commissie op meer dan de helft van de totale geïnstalleerde capaciteit in Indonesië raamt, veel slechter zijn. Volgens hen is er een reservecapaciteit van ruim 140 000 ton, d.w.z. 50 000 ton meer dan wat de Commissie heeft geraamd, en die overcapaciteit zal over een aantal jaren nog steeds meer dan 100 000 ton bedragen. Zelfs de 90 000 ton reservecapaciteit volgens de raming van de Commissie doen vermoeden dat de Indonesische producenten, die in de Gemeenschap al commerciële contacten hebben voor de verkoop van polyesterfilament, hun uitvoer naar de Gemeenschap aanzienlijk zullen vergroten zodra de maatregelen worden ingetrokken. Aangezien hun marges bij de uitvoer naar derde landen nog boven de minimumniveaus liggen, zou de invoer uit Indonesië tegen schadelijke dumpingprijzen plaatsvinden.
(68) Volgens CIRFS en sommige EG-producenten zijn dumpingmarges van 10% tot 15% bij de uitvoer van de Thaise meewerkende producenten naar derde landen, een grote reservecapaciteit en is het feit dat de Thaise PSV-producenten al polyesterfilament naar de Gemeenschap uitvoeren een duidelijke indicatie dat het wellicht snel weer tot dumping bij de invoer uit Thailand zal komen, mochten de maatregelen worden ingetrokken.
(69) Zij beweerden ook dat landen zoals China, India en Vietnam, die tot voor kort nog netto-importeurs van PSV en belangrijke exportmarkten voor de betrokken landen waren, zoveel capaciteit hebben opgebouwd dat ze binnenkort netto-exporteurs zullen zijn en zo op de betrokken landen steeds meer druk zullen uitoefenen om de uitvoer van aanzienlijke hoeveelheden naar de Gemeenschap tegen schadelijke dumpingprijzen te hervatten.
(70) Ten slotte onderstreepte een EG-producent nog het strategische belang van recycling door de toeleveringsbedrijven, waarop downsizing of zelfs sluiting van EG-producenten van PSV een negatief effect zou hebben.
(71) Bij een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen zijn de bevindingen over mogelijke voortzetting of herhaling van dumping en schade maar verwachtingen en houden dus een beoordelingselement in. Al bij al werden de tijdens het onderzoek vastgestelde feiten met betrekking tot de capaciteit en de capaciteitsbenutting in de betrokken landen niet in twijfel getrokken. CIRFS en een aantal EG-producenten hebben gewoon een andere prognose gemaakt over de waarschijnlijkheid dat de betrokken landen opnieuw PSV tegen dumpingprijzen naar de Gemeenschap zullen uitvoeren. Die prognose hebben ze gesteund op verwijzingen naar andere producten dan PSV. Maar het feit dat sommige producenten in de betrokken landen andere producten naar de Gemeenschap uitvoeren, betekent nog niet dat bij eventuele intrekking van de maatregelen wellicht opnieuw aanzienlijke hoeveelheden PSV tegen dumpingprijzen naar de Gemeenschap zullen worden uitgevoerd.
(72) In dit geval is het feit dat het prijsverschil tussen de uitvoer uit India, Indonesië en Thailand naar derde landen en hun verkoop op de binnenlandse markt tijdens het onderzoektijdvak beduidend kleiner was dan bij het oorspronkelijke onderzoek van hun uitvoer naar de Gemeenschap, een indicatie dat de prijssituatie op de markten is veranderd. Voorts wijst het feit dat de prijzen in de Gemeenschap veel hoger zijn dan de prijzen voor verkoop aan derde landen erop dat die prijsverschillen zelfs kleiner, zoniet negatief kunnen worden, mocht de uitvoer van deze drie landen naar de Gemeenschap hervatten. Onder de huidige omstandigheden zal het bij de uitvoer uit deze landen naar de Gemeenschap naar verwachting niet tot dumping komen. Er zij aan herinnerd dat er tijdens het onderzoektijdvak helemaal geen uitvoer uit Australië is geweest, zodat er voor dit land dus geen soortgelijke uitspraken kunnen worden gedaan.
(73) Voorts was de capaciteitsbenutting in India, Indonesië en Thailand doorgaans hoog, waren hun binnenlandse markten groot en kenden ze in sommige gevallen een snelle groei. In India vond tijdens het onderzoektijdvak 90% van de verkoop van de meewerkende producenten plaats op de binnenlandse markt. In Indonesië was dat 80%. In Thailand, waar het circa 40% was, was de geraamde reservecapaciteit nogal laag en in ieder geval beduidend lager dan in India en Indonesië. Er is geen bewijs geleverd dat de situatie van de niet-meewerkende producenten in deze landen anders was. Er zijn geen indicaties dat de vroegere capaciteit van de Australische producent makkelijk opnieuw zou kunnen worden geïnstalleerd en benut om de uitvoer naar de Gemeenschap te hervatten, mochten de maatregelen worden ingetrokken. Zoals reeds vermeld, kan de bestaande capaciteit in Australië - ook al wordt ze volledig benut voor uitvoer naar de Gemeenschap - nooit de minimumdrempel van 1% van de Gemeenschapsmarkt overschrijden. Er zijn dus geen aanwijzingen dat bij eventuele intrekking van de maatregelen reservecapaciteiten zouden kunnen worden aangesproken om een significante uitvoer naar de Gemeenschap te hervatten.
(74) Wat het argument betreft dat bepaalde derde landen nieuwe capaciteiten hebben opgebouwd en hun invoer in de toekomst misschien zullen beperken of zelfs stopzetten en zo meer reservecapaciteiten voor uitvoer naar de Gemeenschap zullen vrijmaken, is er geen enkele aanwijzing dat de snelgroeiende mondiale vraag naar PSV in de nabije toekomst zal stilvallen. In dit verband wordt ook opgemerkt dat de bestaande capaciteit in de Gemeenschap tijdens het onderzoektijdvak maximaal 60% van de groeiende vraag van de Gemeenschap zou kunnen dekken. Bijgevolg wordt niet verwacht dat een wereldwijde situatie van overcapaciteit imminent is of een significant effect zal hebben op de Gemeenschapsmarkt.
(75) Ten slotte is het waar dat toeleveringsbedrijven die aan recycling doen, negatieve gevolgen zouden kunnen ondervinden van downsizing of zelfs sluiting van EG-producenten van PSV, aangezien laatstgenoemden de grootste consumenten van snippers van flessen zijn. Deze overweging is echter irrelevant om uit te maken of de uitvoer met dumping uit de betrokken landen naar alle waarschijnlijkheid zal worden hervat. De opmerkingen van CIRFS en van bepaalde EG-producenten kunnen niets veranderen aan de conclusie dat het onwaarschijnlijk is dat de uitvoer met dumping uit de betrokken landen naar de Gemeenschap in grote hoeveelheden zal worden hervat en derhalve dienen de maatregelen te worden ingetrokken en de procedures beëindigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij de Verordeningen (EG) nrs. 1522/2000 en 2852/2000 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters, niet gekaard, niet gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het oog op het spinnen, afkomstig uit Australië, India, Indonesië en Thailand, worden ingetrokken en de procedures ten aanzien van deze invoer worden beëindigd.
Artikel 2
Het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters, niet gekaard, niet gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het oog op het spinnen, afkomstig uit Thailand, wordt beëindigd.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De Voorzitter
[1] PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).
[2] PB L 175 van 14.7.2000, blz. 10.
[3] PB L 332 van 28.12.2000, blz. 17.
[4] PB L 332 van 28.12.2000, blz. 116.
[5] PB L 71 van 17.3.2005, blz. 1.
[6] PB C 261 van 23.10.2004, blz. 2.
[7] PB C 130 van 27.5.2005, blz. 8.
[8] PB C 174 van 14.7.2005, blz. 15; PB C 307 van 3.12.2005, blz. 2; PB C 323 van 20.12.2005, blz. 21.