Home

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) waarbij Verordening nr. 58/97 werd ingetrokken en vervangen

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) waarbij Verordening nr. 58/97 werd ingetrokken en vervangen

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) waarbij Verordening nr. 58/97 werd ingetrokken en vervangen /* COM/2011/0242 def. */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 4.5.2011

COM(2011) 242 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) waarbij Verordening nr. 58/97 werd ingetrokken en vervangen

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) waarbij Verordening nr. 58/97 werd ingetrokken en vervangen

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING 3

2. ONTWIKKELINGEN IN DE REGELGEVING 3

3. BESCHIKBAARHEID EN KWALITEIT VAN GEGEVENS VAN DE STRUCTURELE BEDRIJFSSTATISTIEK 4

3.1. De belangrijkste gegevensreeksen 4

3.2. Tijdigheid, toegankelijkheid en relevantie van gegevensreeksen 5

3.3. Vertrouwelijkheidsregels en de toepassing ervan 8

3.4. Nauwkeurigheid 9

3.5. Coherentie en vergelijkbaarheid 9

4. NALEVING VAN DE VERORDENING INZAKE DE STRUCTURELE BEDRIJFSSTATISTIEK (SBS) 9

5. DE LASTEN VOOR DE BEDRIJVEN EN MAATREGELEN OM DIE LASTEN TE VERLICHTEN 9

5.1. Inleiding 9

5.2. Genomen maatregelen om de last te verlichten 9

6. VERDERE ONTWIKKELING 9

INLEIDING

Het doel van Verordening nr. 58/97 van de Raad inzake structurele bedrijfsstatistieken ("Verordening nr. 58/97" of "de SBS-verordening") is, zoals bepaald in artikel 1, het scheppen van een gemeenschappelijk kader voor het verzamelen, opstellen, toezenden en evalueren van communautaire statistieken van de structuur, de activiteiten, het concurrentievermogen en de prestaties van ondernemingen in de Gemeenschap. De SBS-verordening stelt de normen en definities vast die nodig zijn om vergelijkbare communautaire statistieken te produceren.

Dit verslag betreft de uitvoering van Verordening (EG) nr. 58/97. Opgemerkt moet worden dat Verordening nr. 58/97 is ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) ("Verordening nr. 295/2008").

Het verslag is gedeeltelijk voorbereid overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening nr. 58/97, wat de definitieve resultaten voor referentiejaar 2007 betreft, en gedeeltelijk overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening nr. 295/2008, wat de voorlopige resultaten voor referentiejaar 2008 betreft.

De reden om het verslag op deze manier op te stellen, was het feit dat de eerste volledige gegevensreeksen die alle gegevensreeksen van Verordening nr. 295/2008 voor referentiejaar 2008 dekken, niet eerder zullen worden gevalideerd dan begin 2011, hetgeen te laat is om een verslag in te dienen binnen de termijnen die door Verordening (EG) nr. 295/2008 zijn vastgesteld. Daarom vindt de verslaglegging deels volgens de ene en deels volgens de andere verordening plaats.

Het algemene doel van dit verslag is informatie te verstrekken over de maatregelen die de Commissie heeft genomen om ervoor te zorgen dat structurele bedrijfsstatistieken van goede kwaliteit aan de gebruikers beschikbaar worden gesteld, en over de wijze en mate waarin elke lidstaat de SBS-verordeningen ten uitvoer heeft gelegd. Bovendien bevat het verslag informatie over de lasten voor het bedrijfsleven en over de maatregelen die werden genomen om die lasten te verlichten.

ONTWIKKELINGEN IN DE REGELGEVING

Nadat het vorige verslag dat in 2007 is opgesteld, was de SBS-verordening ingetrokken (in 2008) en is Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 vastgesteld. Omdat Verordening nr. 58/97 in het verleden meermaals is gewijzigd, en er nog meer wijzigingen op het programma stonden, werd voor de duidelijkheid de voorkeur gegeven aan een herschikking.

De belangrijkste doelstellingen van de verordening waren, te voldoen aan de toegenomen behoefte aan statistische gegevens, met name voor de diensten, en om de vereisten ten aanzien van het aantal gegevens zo eenvoudig en laag mogelijk te houden.

Er zijn twee nieuwe bijlagen aan Verordening (EG) nr. 295/2008 toegevoegd (bijlage VIII – Structurele bedrijfsstatistieken van de zakelijke dienstverlening, en bijlage IX – Gedetailleerde module voor de structurele statistieken van de bedrijvendemografie) en de vereisten ten aanzien van de gegevens voor de dienstensector zijn strenger geworden.

Ook is er een flexibele module toegevoegd voor een specifieke en beperkte ad hoc gegevensverzameling over kenmerken van ondernemingen. De eerste keer dat gebruik werd gemaakt van de flexibele module van de SBS-herschikking was dat om gegevens te verzamelen over "toegang tot financiering". De resultaten van deze gegevensverzameling worden verwacht in 2011.

Er zijn ook enkele vereenvoudigingen aangebracht; een aantal verplichte en optionele variabelen is geschrapt en de frequentie van de gegevensverzameling voor sommige variabelen is gewijzigd van jaarlijks naar meerjaarlijks.

Het huidige verslag betreft de zeven, bijlagen van Verordening nr. 58/97, die ook zijn te vinden in Verordening (EG) nr. 295/2008, met dezelfde titels.

Bijlage I Gemeenschappelijke module voor de jaarlijkse structurele bedrijfsstatistieken

Bijlage II Structurele bedrijfsstatistieken van de industrie

Bijlage III Structurele bedrijfsstatistieken van de handel

Bijlage IV Structurele bedrijfsstatistieken van de bouwnijverheid

Bijlage V Structurele bedrijfsstatistieken van het verzekeringswezen

Bijlage VI Structurele bedrijfsstatistieken van kredietinstellingen

Bijlage VII Structurele bedrijfsstatistieken van pensioenfondsen

Overeenkomstig artikel 12 van Verordening nr. 58/97 (artikel 11 van Verordening nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad) geeft Verordening (EG) nr. 1618/1999 (Verordening (EU) nr. 275/2010 van de Commissie) de criteria aan voor de beoordeling van de kwaliteit van structurele bedrijfsstatistieken.

BESCHIKBAARHEID EN KWALITEIT VAN GEGEVENS VAN DE STRUCTURELE BEDRIJFSSTATISTIEK

De belangrijkste gegevensreeksen

Structurele bedrijfsstatistieken geven een uitgebreid beeld van de structuur, de ontwikkeling en de kenmerken van het Europese bedrijfsleven en de diverse activiteiten daarvan. Globaal genomen omvatten deze gegevens alle marktactiviteiten, met uitzondering van de landbouwsector en persoonlijke diensten.

De belangrijkste kenmerken (variabelen) die onder de SBS-gegevens vallen, zijn:

- Variabelen met betrekking tot de bedrijvendemografie (bv. aantal bedrijven);

- Variabelen met betrekking tot de output (bv. omzet, toegevoegde waarde);

- Variabelen met betrekking tot de input: input van arbeid (bv. aantal werkzame personen, aantal gewerkte uren); input van goederen en diensten (bv. totale aankoop); kapitaalinput (bv. investeringen in materiële goederen).

- Er worden verscheidene belangrijke indicatoren gegenereerd in de vorm van ratio's van bepaalde monetaire kenmerken of waarden per hoofd.

Verscheidene gegevensreeksen worden ingediend door alle lidstaten overeenkomstig de vereisten van Verordening nr. 251/2009 van de Commissie[1] en de belangrijkste reeksen zijn die welke worden ingedeeld als:

- Jaarlijkse bedrijfsstatistieken;

- Jaarstatistiek ondernemingen naar grootteklasse;

- Regionale jaarstatistiek.

- Van de reeksen jaarlijkse bedrijfsstatistieken worden alle kenmerken bekendgemaakt per land en uitgesplitst op NACE REV 1.1-klasseniveau (4 cijfers).

Jaarstatistiek ondernemingen naar grootteklasse. Alle kenmerken worden bekendgemaakt per land, uitgesplitst op NACE REV 1.1-groepsniveau (3 cijfers) en naar aantal werknemers. Voor de handelsactiviteiten is er een bijkomende uitsplitsing volgens de grootte van de omzet.

Van de reeksen jaarlijkse regionale statistieken worden per NUTS-2-regio[2] vier kenmerken bekendgemaakt, uitgesplitst op NACE Rev.1.1-afdelingsniveau (2 cijfers). Voor de sectie handel worden de resultaten bekendgemaakt op NACE Rev. 1.1. niveau (3 cijfers).

De gevraagde gegevens vanaf referentiejaar 2008 zullen worden bekendgemaakt op de Eurostat-website met de nieuwe codes voor de classificatie van activiteiten (NACE Rev.2).

De meeste SBS-gegevens worden door de nationale bureaus voor de statistiek verzameld door middel van statistische enquêtes of enquêtes op basis van ondernemingsregisters, dan wel uit administratieve bronnen. De nationale bureaus voor de statistiek kunnen volgens hun enquêtestrategie en rekening houdend met de kosten, de kwaliteit van de gegevens en de lasten voor de bedrijven, voor één of meer van deze bronnen kiezen. Bij Eurostat worden alle van de lidstaten ontvangen gegevens gecontroleerd op kwaliteit en bekendgemaakt op de website van Eurostat.

Tijdigheid, toegankelijkheid en relevantie van gegevensreeksen

3.2.1. Tijdigheid van de gegevensverzamelingen

De indieningstermijnen (uitgedrukt in maanden na afloop van het referentiejaar) voor het verschaffen van gegevens aan Eurostat zijn:

- T+10 voor voorlopige gegevens voor de bijlagen I tot en met IV;

- T+10 voor bijlage VI;

- T+12 voor de bijlagen V en VII;

- T+18 voor definitieve gegevens over de bijlagen I tot en met IV.

3.2.2. Toegankelijkheid van de SBS-gegevens

Alle gegevens zijn gratis beschikbaar op de Eurostat-website[3], onder "Industry, trade and services".

De definitieve gegevens over 2007 voor de bijlagen V, VI en VII waren op de Eurostat-website bekendgemaakt in mei 2009 en voor de bijlagen I tot en met IV in november 2009.

De EU-aggregaten voor de definitieve gegevens van 2007 zijn berekend op basis van de beschikbare gegevens die door de lidstaten zijn verstrekt en – wanneer gegevens ontbraken – op basis van schattingen. Begin 2010 zijn er niet-vertrouwelijke EU-aggregaten bekendgemaakt.

De voorlopige gegevens over 2008 voor de bijlagen I tot en met IV in NACE Rev.2 waren voor de meeste landen in januari 2010 bekendgemaakt op de Eurostat-website.

3.2.2.1. Publicatieprogramma 2009

De resultaten worden niet alleen via de website van Eurostat verspreid, maar ook opgenomen in een aantal publicaties, waaronder een overzichtspublicatie "European Business: Facts and figures", tien nummers van Statistics in Focus en een nieuw opgezette afdeling van de Eurostat-website die geheel aan het Europese bedrijfsleven is gewijd.

De SBS-gegevens werden ook in tal van andere publicaties gebruikt. In 2009 werden belangrijke bijdragen geleverd, met name aan het Eurostat-yearbook, het Eurostat pocketbook en het Regional yearbook.

Bovendien is vanaf medio 2009 een nieuw instrument ( Statistics Explained [4]) ontwikkeld voor de verspreiding van (meta-)gegevens via de Eurostat-website. Statistics Explained is gebaseerd op Web 2.0 Wiki-technologie en heeft als belangrijkste doel Europese statistieken te verklaren door gegevens te verschaffen en de aandacht te vestigen op interessante of verrassende aspecten, met alle noodzakelijke achtergrondinformatie.

3.2.3. Doelmatigheid van de verordening en relevantie van gegevensreeksen: volledigheid

Uit de tabellen 1, 2 en 3 kan zeer algemeen worden geconcludeerd dat de meeste lidstaten vrij volledige gegevensreeksen leveren voor de bijlagen I tot en met IV, maar dat er veel minder gegevens beschikbaar zijn voor de bijlagen die de financiële sectoren dekken (bijlagen V, VI en VII).

Ook is aan de cijfers in onderstaande tabellen te zien dat de er minder gegevens op de Eurostat-website beschikbaar waren als gevolg van de vertrouwelijkheid van sommige gegevens. Dit gold vooral voor de kleine landen, wat definitieve gegevens in de bijlagen I tot en met IV betreft.

De beschikbaarheid van de voorlopige gegevens over 2008 voor de bijlagen I tot en met IV was goed, en deze gegevens waren slechts in weinig gevallen vertrouwelijk, omdat zij alleen op 3-cijferniveau van de NACE Rev.2 worden gevraagd.

Tabel 1. Beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van de definitieve gegevens van 2007 voor de bijlagen I tot en met IV, NACE Rev.1.1

Landen[5] | Totaal toegezonden cellen in % van het aantal cellen dat krachtens de SBS-verordening vereist is | Vertrouwelijke cellen in % van de toegezonden cellen |

Grote landen | 94 | 13 |

Middelgrote landen | 92 | 22 |

Kleine landen | 86 | 26 |

Alle landen | 90 | 22 |

Tabel 2. Beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van de definitieve gegevens van 2007 voor de bijlagen V, VI en VII, NACE Rev.1.1

Landen | Totaal toegezonden cellen in % van het aantal cellen dat krachtens de SBS-verordening vereist is | Vertrouwelijke cellen in % van de toegezonden cellen |

Grote landen | 63 | 9 |

Middelgrote landen | 78 | 11 |

Kleine landen | 70 | 6 |

Alle landen | 73 | 9 |

Tabel 3. Beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van de voorlopige gegevens van 2008 voor de bijlagen I tot en met IV, NACE Rev.2

Landen | Totaal toegezonden cellen in % van het aantal cellen dat krachtens de SBS-verordening vereist is | Vertrouwelijke cellen in % van de toegezonden cellen |

Grote landen | 99 | 5 |

Middelgrote landen | 95 | 16 |

Kleine landen | 91 | 14 |

Alle landen | 94 | 13 |

3.2.3.1. Relevantie voor de gebruikers

Een indicator voor de relevantie van de SBS-gegevens voor onze gebruikers is het aantal gegevens of publicaties dat van de Eurostat-website is gedownload en het aantal publicaties dat in 2009 is verkocht.

De cijfers in onderstaande tabel betreffen de op de Eurostat-website voor Eurostatpublicaties beschikbare gegevens die in 2009 door onze gebruikers zijn geraadpleegd.

Tabel 4. Aantal geraadpleegde gegevens

Verkochte publicaties (papieren exemplaren) | 64 |

- European Business: Facts and Figures (versies 2007, 2008 en 2009)[6] |

Gratis gedownloade publicaties | 14 584 |

- European Business: Facts and figures |

Gratis gedownloade gegevensreeksen |

Bijlagen I tot en met VII - Jaarlijkse bedrijfsstatistieken - Jaarstatistiek ondernemingen naar grootteklasse - Regionale jaarstatistiek - Voorlopige gegevens - Overige | 49 230 22 814 8 594 11 463 1 744 4 615 |

Vertrouwelijkheidsregels en de toepassing ervan

Uit de tabellen in punt 3.2 blijkt in welke mate de vertrouwelijkheid de beschikbaarheid van de gegevens heeft beperkt. Dergelijke vertrouwelijkheidsregels zijn toegepast door alle landen, voornamelijk om gegevens over een of meer ondernemingen te beschermen. Bovendien gold in verschillende landen daarnaast ook een "dominantieregel": gegevens werden niet verspreid wanneer één respondent meer dan een bepaald percentage vertegenwoordigde en de cijfers dus domineerde; de gebruikte percentages variëren licht.

Niet alleen op nationaal niveau moeten vertrouwelijke gegevens geheim blijven: ook op Unieniveau zijn soms gegevens achtergehouden om vertrouwelijke nationale gegevens te beschermen. In een vertrouwelijkheidshandvest dat alle lidstaten hebben goedgekeurd, zijn de regels opgenomen om vast te stellen welke EU-totalenaggregaten niet mogen worden bekendgemaakt. Wat de gegevens van 2007 betreft, kon als gevolg van de toegepaste voorschriften 7% van alle geaggregeerde EU-gegevens voor jaarlijkse ondernemingsstatistieken in de bijlagen I tot en met IV om vertrouwelijkheidsredenen niet worden bekendgemaakt.

Tabel 5. Vertrouwelijkheid van de belangrijkste variabelen van de jaarlijkse bedrijfsstatistieken waarvoor EU-aggregaten voor 2007 werden bekendgemaakt; alle NACE Rev.1.1-activiteitenniveaus

Bijlage | Totaal aantal cellen | Aantal vertrouwelijke cellen | Aantal vertrouwelijke cellen in % van het totaal |

Bijlage I | 856 | 57 | 7 |

Bijlage II | 5 652 | 480 | 8 |

Bijlage III | 1 252 | 42 | 3 |

Bijlage IV | 324 | 14 | 4 |

Bijlagen I tot en met IV | 8 084 | 593 | 7 |

Om aan de informatiebehoefte van de gebruikers te voldoen, onderzoekt de Europese Commissie momenteel hoe er meer EU-aggregaten beschikbaar kunnen worden gesteld. Er is nagegaan hoe voor vertrouwelijke EU-aggregaten schattingen kunnen worden gemaakt waarbij de gegevens van individuele respondenten voldoende worden beschermd en toch een bepaalde nauwkeurigheid van de aggregaten wordt gewaarborgd, en deze methoden zullen met ingang van referentiejaar 2008 worden toegepast.

Wanneer de werkelijke waarde niet kon worden gepubliceerd, zijn er voorlopig schattingen gebruikt om meer EU-aggregaten te verschaffen op basis van niet-vertrouwelijke gegevens en zo in de leemten te voorzien waarvoor de werkelijke waarden niet konden worden bekendgemaakt.

Nauwkeurigheid

Op grond van Verordening (EG) Nr. 1618/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 inzake de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling van structurele bedrijfsstatistieken ("Verordening nr. 1618/99"), moeten alle lidstaten jaarlijks aan Eurostat informatie verschaffen over kwaliteitsindicatoren, zoals de variatiecoëfficiënten, de non-respons en twee specifieke verslagen indienen: een over de toegepaste methodiek en een over de hoofdactiviteit.

Op basis van de door alle lidstaten verschafte informatie heeft Eurostat een evaluatie van het referentiejaar 2007 verricht. De belangrijkste gedeelten ervan zijn opgenomen in dit verslag.

Om de kwaliteit van de verschafte gegevens op EU-niveau te beoordelen, heeft Eurostat geaggregeerde EU-variatiecoëfficiënten voor zes kenmerken berekend op groepsniveau (3 cijfers) van NACE Rev.1.1 en voor alle activiteitensectoren.

Uit de onderstaande tabel blijkt dat de geaggregeerde EU-variatiecoëfficiënten voor de zes opgestelde kenmerken (aantal ondernemingen, omzet, toegevoegde waarde, personeelskosten, bruto-investeringen, aantal werknemers), op enkele uitzonderingen na, minder dan 1,5% bedragen. Over het algemeen liggen de variatiecoëfficiënten lager voor de industrie en enigszins hoger voor de bouwnijverheid, de handel en de diensten.

Tabel 6. Distributie van geaggregeerde EU-variatiecoëfficiënten (%)

0,6-1,5 | 26,5 | 97,2 | 63,7 | 57,1 | 67,8 | 48,5 |

1,6-2,5 | 0 | 0,9 | 5,9 | 0,6 | 4,2 | 2,4 |

>2,5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1,8 | 0,6 |

Met ingang van de gegevensverzameling voor het referentiejaar 2008 zullen de SBS-gegevens jaarlijks worden beoordeeld vanaf het begin van 2011 op basis van een nieuwe Verordening (EG) nr. 275/2010 betreffende de uitvoering van Verordening nr. 295/2008, wat de criteria voor de beoordeling van de kwaliteit van structurele bedrijfsstatistieken betreft. De verslagen zullen worden geproduceerd overeenkomstig de beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken.

Coherentie en vergelijkbaarheid

Aangezien elke lidstaat vrij is in de keuze van de methode om de SBS-gegevens op te stellen, moeten de voorschriften van de Commissie worden nagekomen om te zorgen dat de gegevens van de verschillende landen vergelijkbaar zijn.

Zoals reeds vermeld, werd de lidstaten verzocht om voor elk referentiejaar twee verslagen in te dienen waarin zij de gelegenheid hebben Eurostat en hun gebruikers informatie over de toegepaste methodiek te verschaffen.

Coherentie is de mate waarin de statistieken het gecombineerde gebruik van gegevens uit verschillende bronnen mogelijk maken. Daarom heeft Eurostat geprobeerd te inventariseren welke kenmerken de SBS en andere bedrijfsstatistieken gemeen hebben en in hoeverre zij consistent zijn (consistentie is te beschouwen als een synoniem voor coherentie). Vergelijkbaarheid is een bijzonder geval van coherentie, waarbij gegevens uit dezelfde bron maar voor verschillende periodes en/of regio's worden gebruikt.

SBS-gegevens kunnen worden gekoppeld aan verschillende andere statistische gebieden, zoals nationale rekeningen, loonkostenenquêtes, arbeidsmarktgegevens en kortetermijnstatistieken. Deze statistieken kunnen echter alleen worden gecombineerd als zij coherent zijn.

De coherentie tussen structurele bedrijfsstatistieken en de bovengenoemde gebieden zijn in de verleden geanalyseerd, en hieruit kwam een aantal verschillen in de gegevens en de methodiek naar voren. Dit is niet onverwacht, aangezien voor elk gebied de methodiek is vastgesteld op de manier die het beste bij de specifieke analyse past.

Door de mondialisering staan de bedrijfs- en handelsstatistiek grote uitdagingen te wachten. De sterke tendens naar integratie van de wereldmarkten verandert de structuur van de economie en de manier waarop ondernemingen te werk gaan. Daarom heeft Eurostat een programma ontwikkeld voor de modernisering en betere integratie van bedrijfs- en handelsstatistieken (MEETS)[8]. Het programma zal lopen van 2008 tot en met 2013.

Eén belangrijk project in het kader van het MEETS-programma betreft "Consistentie van begrippen en methoden van statistieken over het bedrijfsleven" dat in het derde kwartaal van 2010 is gestart en 48 maanden zal duren. Dit project zal bijdragen aan de consistentie van de begrippen en de productie van geïntegreerde wetgeving voor bedrijfs- en handelsstatistieken in de toekomst vergemakkelijken.

NALEVING VAN DE VERORDENING INZAKE DE STRUCTURELE BEDRIJFSSTATISTIEK (SBS)

De naleving van de SBS-verordening wordt geëvalueerd op basis van de tijdigheid van de gegevensindiening door de lidstaten, de volledigheid van de geleverde gegevens en het aantal versies dat nodig is voor de definitieve vrijgave.

In vergelijking met de evaluatie die voor het vorige verslag werd uitgevoerd, is de naleving wat de gegevens van 2007 betreft, over het algemeen verbeterd. Een volledige analyse van alle aspecten van de naleving, vooral die in verband met de vergelijkbaarheid, zal niet mogelijk zijn totdat in mei 2011 de vernieuwde kwaliteitsverslagen beschikbaar komen.

De tijdigheid is in de loop van de jaren over het algemeen verbeterd. Niettemin sturen enkele landen de gegevens nog steeds met enige vertraging in, wat ten koste ging van een tijdige verspreiding van EU-aggregaten.

In vergelijking met het vorige verslag waren de verbeteringen van de tijdigheid het grootst in België, Ierland, Griekenland en Slovenië.

Toch werden de gegevens van België en Griekenland nog iets te laat ingestuurd. Malta verschafte de eerste gegevens voor 2007 met een aanzienlijke vertraging.

Met betrekking tot de volledigheid van de gegevensreeksen die de landen hebben toegestuurd, kan worden geconstateerd dat de gegevens die voor de definitieve reeksen van de bijlagen I tot en met IV door de landen van de EU27 en Noorwegen werden geleverd, samen tot 90% van alle vereiste gegevens vertegenwoordigen. Dat is een uitgesproken verbetering ten opzichte van de situatie die in 2007 in het vorige verslag aan het Europees Parlement en de Raad werd beschreven, maar er moet nog meer vooruitgang worden geboekt. Verschillende landen nemen maatregelen om de beschikbaarheid van de gegevens te verbeteren.

De meeste landen hebben de voorlopige gegevens voor 2008 ingediend binnen de in de verordening vastgestelde termijn. Enkele landen hebben hun gegevens ingestuurd met enige vertraging, bijvoorbeeld ongeveer 20 dagen na afloop van de termijn (België, Italië) of meer dan een maand (Griekenland en Polen). In het algemeen is de tijdigheid voor deze gegevensreeksen ten opzichte van met het afgelopen jaar niet verbeterd, maar dit kwam doordat in het referentiejaar 2008 de NACE Rev.2 is ingevoerd. In totaal is 94% van de voorgeschreven gegevens beschikbaar.

Voor enkele reeksen ontbreken de gegevens voor de bijlagen V tot en met VII nog. In totaal is 73 % van de voorgeschreven gegevens beschikbaar.

In tabel 7 wordt voor alle lidstaten waarop de SBS-verordening voor referentiejaar 2007 van toepassing was (EU27 en Noorwegen) een algemene evaluatie van de naleving gegeven.

De evaluatie was gebaseerd op de tijdigheid, de volledigheid van de gegevens en het aantal ingediende versies voor de definitieve gegevens voor 2007 voor de bijlagen I tot en met VII en ook voor de voorlopige gegevens voor 2008 voor de bijlagen I tot en met IV.

Wat de naleving betreft, zijn de landen in vier categorieën onderverdeeld:

ZG = Zeer goede naleving: met kleine uitzonderingen werden alle vereiste gegevens tijdig geleverd.

G = Goede naleving: er ontbreekt een aantal elementen of er zijn kleine vertragingen bij de levering van de gegevens.

M = Matig: de gegevens waren gedeeltelijk beschikbaar, maar de naleving schiet op belangrijke punten tekort of de termijnen werden niet gerespecteerd.

N = Een groot deel van de gegevens ontbrak of er was veel vertraging bij de levering van de gegevens.

Tabel 7. Algemene evaluatie van de naleving

Landen | Totale score |

EE, ES, FR, LV, LT, HU, AT, PT, RO, SK, FI, SE, NO | ZG |

BE, BG, CZ, DK ,DE, IE, IT, CY, LU, NL, PL, UK, SI | G |

GR | M |

MT | N |

Uit bovenstaande tabel kan worden opgemaakt dat de naleving "zeer goed” of “goed” was wat de meeste lidstaten betreft. Bovendien heeft Malta aanzienlijke inspanningen verricht om de geconstateerde niet-naleving te verhelpen en is begonnen met de indiening van de gegevens van de voorgaande referentiejaren. Alle landen zijn van plan de naleving met ingang van het referentiejaar 2008 te verbeteren.

Eurostat heeft maatregelen genomen om de naleving te verbeteren op twee gebieden. In de eerste plaats is twee keer per jaar een nalevingsverslag ingediend bij de SBS-stuurgroep en een maal per jaar bij de Groep directeuren bedrijfsstatistiek. Bij ernstige gevallen van niet-naleving is ook gebruikgemaakt van brieven van de directeur-generaal van Eurostat aan de hoofden van de nationale bureaus voor de statistiek. In aanvulling op het houden van toezicht en de verslaglegging zijn er ook bilaterale contacten gelegd om tekortkomingen in de naleving te onderzoeken en op te lossen.

In de tweede plaats heeft Eurostat gezocht naar manieren om de indiening van gegevens te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door de formaten voor de gegevensindiening te vereenvoudigen of de vereisten ten aanzien van de gegevens te stroomlijnen, vooral met de nieuwe SBS-herschikkingsverordening.

DE LASTEN VOOR DE BEDRIJVEN EN MAATREGELEN OM DIE LASTEN TE VERLICHTEN

Inleiding

In de mededeling van de Commissie van maart 2005 over "Betere regelgeving voor meer groei en banen" wordt vereenvoudiging als een prioritaire actie voor de EU aangemerkt. In de mededeling van de Commissie betreffende verlichting van de responslast (COM (2006) 693 definitief) waren de pogingen tot vereenvoudiging en prioritering op het gebied van communautaire statistieken meer specifiek op statistieken toegespitst.

Zoals reeds werd opgemerkt, heeft de SBS-herschikkingsverordening tot doel de last voor de gegevensverstrekkers en ook voor het bedrijfsleven zo licht mogelijk te houden. Daarom is een aantal verplichte of facultatieve variabelen geschrapt en is de frequentie ervan verlaagd van jaarlijks naar tweejaarlijks.

Genomen maatregelen om de last te verlichten

Dit punt betreft de maatregelen die Eurostat en de lidstaten de laatste jaren hebben genomen om de kosten en de lasten voor de bedrijven te verminderen.

Eurostat heeft in samenwerking met de nationale bureaus voor de statistiek gezocht naar manieren om de lasten voor het bedrijfsleven te verminderen. Door de herschikking van de SBS-verordening is het aantal verplichte variabelen verminderd, doordat de frequentie van sommige variabelen is verlaagd van jaarlijks naar meerjaarlijks, en ook door het schrappen van facultatieve variabelen.

Bovendien biedt de herschikking van de SBS-verordening landen de mogelijkheid om alleen aan de Europese aggregaten bij te dragen (CETO-markeringstekens) zonder dat zij gedetailleerde gegevens hoeven te verstrekken wanneer de cijfers niet betrouwbaar genoeg zijn voor bekendmaking op nationaal niveau.

Sommige van de door de lidstaten genomen maatregelen hielden verband met de manier waarop zij de SBS-gegevensverzameling organiseren. De meeste lidstaten hebben vaak steekproefenquêtes gebruikt. In 26 van de 27 lidstaten werd een steekproefenquête of een combinatie van een steekproefenquête en gegevens afkomstig van andere bronnen gebruikt in plaats van enquêtes bij alle bedrijven. De lidstaten hebben zich toegelegd op de toepassing van nieuwe steekproefstrategieën om de lasten voor de bedrijven en de kosten voor de nationale bureaus voor de statistiek te verminderen.

Bovendien heeft een aantal landen kleine ondernemingen van de steekproeven uitgesloten en in plaats daarvan administratieve gegevensbronnen in combinatie met schattingen gebruikt.

In veel lidstaten wordt steeds meer de voorkeur gegeven aan administratieve gegevens boven enquêtes. Het gebruik van uitsluitend administratieve bronnen stuit echter op bezwaren omdat administratieve gegevens doorgaans verschillen van statistische gegevens qua formaten, codes, transmissieprotocollen enz. Daarom is politieke steun nodig om overeenstemming te bereiken tussen de nationale bureaus voor de statistiek en de desbetreffende overheidsinstanties over de productie van administratieve gegevens die deze doelen zouden dienen.

Voor de overgang van enquêtes naar het gebruik van administratieve gegevensbronnen is een eerste investering nodig in de vorm van aanvullende interne bronnen en nieuwe aangepaste werkmethoden bij de nationale bureaus voor de statistiek voordat er efficiëntiewinst kan worden geboekt.

Een aantal landen zoekt ook directere manieren om de gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld rechtstreeks uit de jaarrekeningen van de bedrijven. Het zou ideaal zijn indien statistieken een bijproduct van de gewone boekhouding van bedrijven waren, waarbij de gegevens automatisch worden verwerkt, de verzamelde gegevens dankzij gemeenschappelijke identificatiesymbolen zo doeltreffend mogelijk worden gebruikt en die gegevens onmiddellijk na hun verwerking automatisch verder worden verspreid en bijvoorbeeld naar Eurostat worden gestuurd.

Tot slot is de last voor het bedrijfsleven een aspect waarmee telkens rekening wordt gehouden wanneer de vereisten ten aanzien van de gegevens of de gegevensproductieprocessen worden gewijzigd. Het belangrijkste doel is echter een kosteneffectieve productie van SBS-gegevens van hoge kwaliteit die beantwoorden aan de behoeften van de gebruikers.

VERDERE ONTWIKKELING

In het Europees Statistisch Systeem (ESS) wordt voortdurend gezocht naar manieren om in te spelen op de nieuwe en opkomende behoeften aan statistieken, en wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan de vermindering van de lasten voor de respondenten en de productiekosten voor statistieken.

Bovendien heeft de Commissie (Eurostat), gezien het toenemend belang van de Europese statistieken – op EU-niveau – voor de ontwikkeling, uitvoering, monitoring en evaluatie van EU-beleid, een mededeling uitgebracht over de productiemethode voor EU-statistieken – een visie voor de komende tien jaar[9]. In deze mededeling wordt een visie inzake de hervorming van de productiemethode voor Europese statistieken ontvouwd.

Het reeds genoemde MEETS-programma voor de modernisering en betere integratie van ondernemings- en handelsstatistieken houdt praktische stappen in om deze visie ten uitvoer te brengen. Het programma beoogt doelreeksen indicatoren te ontwikkelen en de prioriteiten te herijken, een gestroomlijnd kader van ondernemingsstatistieken te ontwikkelen en op een doeltreffender wijze gegevens te verzamelen, en Intrastat te moderniseren en te vereenvoudigen.

[1] Verordening (EG) nr. 251/2009 van de Commissie van 11 maart 2009 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft reeksen gegevens die moeten worden geproduceerd voor de structurele bedrijfsstatistieken en de aanpassingen die nodig zijn na de herziening van de statistische classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten (CPA).

[2] Gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (Verordening (EG) nr. 1059/2003).

[3] http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page/portal/eurostat/home

[4] http://epp.eurostat.ec.europa.eu/statistics_explained/index.php/Structural_business_statistics_overview

[5] Classificatie met CETO-markeringstekens:

Grote landen: DE, FR, IT, UK

Middelgrote landen: BE, DK, ES, GR, IE, NL, AT, PL, PT, FI, SE, NO

Kleine landen: BG, CZ, EE, CY, LV, LT, LU HU, MT, RO, SI, SK

[6] Met ingang van 2010 worden geen papieren exemplaren meer uitgegeven.

[7] De variatiecoëfficiënten zijn berekend voor de definitieve gegevens van 2007 voor de reeksen 1A, 2A, 3B en 4A (Bijlagen I-IV), op 3-cijferniveau van de NACE Rev.1.1 (groepen) of hergroeperingen zoals genoemd in deel 9 van bijlage I van de SBS-verordening.

[8] PB L 340 van 19.12.2008 – (Besluit nr. 1297/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende een programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek (MEETS)).

[9] COM(2009) 404 definitief. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de productiemethode voor EU-statistieken: een visie voor de komende tien jaar.