Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren
TOELICHTING
1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
Doel van het onderhavige voorstel is Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren ("het plan"), te wijzigen, Deze verordening werd goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Het hoofddoel van het plan is te garanderen dat het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland wordt geëxploiteerd op basis van de maximale duurzame opbrengst (artikel 3, lid 1). Om dit doel te verwezenlijken, bevat het plan voorschriften voor de vaststelling van de jaarlijkse vangstmogelijkheden voor dit bestand in termen van totaal toegestane vangsten. Bij deze voorschriften worden bepaalde technische parameters gehanteerd op basis waarvan kan worden opgemaakt of het bestand in een gunstiger of een ongunstiger staat van instandhouding verkeert, en dus dichter bij of verder van de doelstelling van het plan komt te liggen. Deze parameters zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens en vloeien niet voort uit een beleidskeuze. Aangezien wetenschappelijke inzichten kunnen evolueren en verbeteren, moet het plan de nodige bepalingen bevatten om te waarborgen dat het wordt aangepast aan de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens.
Zo is in artikel 7 van de verordening bepaald dat, indien blijkt dat de voor de toepassing van het plan gehanteerde visserijsterftecoëfficiënten en de daaraan gerelateerde biomassaniveaus van het paaibestand niet geschikt zijn in het licht van het wetenschappelijk advies, de Raad deze parameters moet herzien om te garanderen dat de beheersdoelstellingen van het plan kunnen worden bereikt. In de huidige tekst wordt de bevoegdheid om deze niet-essentiële elementen van het plan te wijzigen, dan ook aan de Raad verleend. In het kader van het VWEU is deze besluitvormingsprocedure niet langer mogelijk.
Evenzo is in artikel 8 bepaald dat de Raad bepaalde elementen van het plan (waaronder de biologische referentieniveaus, die zijn vastgesteld in artikel 3, lid 2, en verder worden vermeld in artikel 4, leden 2 tot en met 5, en artikel 9) bijstelt en aanvullende of alternatieve maatregelen vaststelt. In artikel 1 wordt het toepassingsgebied van het plan aangegeven. De verwijzing naar het geografische gebied van het plan moet worden geschrapt en in de definitie van het bestand opgenomen. Bij de vaststelling van de jaarlijkse TAC's of het reguleren van de langetermijnexploitatie via het plan moeten namelijk zowel de TAC's als het plan de biologie van het bestand volgen, en niet andersom. Het omgekeerde zou tot onlogische resultaten leiden: wanneer bijvoorbeeld het biologische gedrag van het bestand is veranderd en het bestand permanent is gemigreerd, zouden het plan en de TAC's voor een gebied zonder haring gelden.
Op grond van artikel 290 van het VWEU kan in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling. Bijgevolg dient de besluitvormingsprocedure van de artikelen 7 en 8 van de verordening te worden omgezet in een systeem van gedelegeerde handelingen die moeten worden uitgeoefend door de Commissie volgens de in het plan zelf vastgestelde voorwaarden, wanneer uit de analyse blijkt dat de momenteel geplande procedures kunnen worden aangemerkt als gedelegeerde bevoegdheden overeenkomstig artikel 290 van het VWEU. Het plan moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.
Deze wijziging is beperkt tot veranderingen die ervoor moeten zorgen dat het plan efficiënt kan functioneren binnen het nieuwe, bij het Verdrag van Lissabon ingestelde besluitvormingskader.
2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN DE BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
Niet van toepassing.
3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
• Samenvatting van de voorgestelde maatregel
Vaststelling van de aan de Commissie in het kader van Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad te delegeren bevoegdheden en van de desbetreffende procedure voor de goedkeuring van deze besluiten, en aanpassing van een aantal bepalingen aan de besluitvormingsprocedures van het Verdrag van Lissabon.
• Rechtsgrondslag
Artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
• Subsidiariteitsbeginsel
Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt.
• Evenredigheidsbeginsel
Het betreft een voorstel tot wijziging van maatregelen die reeds bestaan in Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad, zodat er geen problemen ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel zullen ontstaan.
• Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: Verordening van het Europees Parlement en de Raad.
Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: een verordening moet worden gewijzigd bij een verordening.
Bij het voorstel worden de artikelen 1, 2, 7 en 8 van het plan gewijzigd om de delegatie van bevoegdheden aan de Commissie mogelijk te maken, en wordt een nieuw artikel 9 bis ingevoerd waarin de voorwaarden voor de bevoegdheidsdelegatie worden vastgesteld. Bij de opstelling ervan worden de standaardclausules gevolgd die aan de "gemeenschappelijke overeenstemming" over gedelegeerde handelingen tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zijn gehecht. Er is geen urgentieprocedure vereist.
2011/0345 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1],
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
1. Bij Verordening (EG) Nr. 1300/2008 van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren wordt de Raad gemachtigd de maximale visserijsterftecoëfficiënten en de daaraan gerelateerde biomassaniveaus van het paaibestand die zijn vastgesteld in artikel 3, lid 2, en zijn vermeld in artikel 4, leden 2 en 5, en artikel 9, te controleren en te herzien.
2. Overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag kan aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling aan te vullen of te wijzigen middels gedelegeerde handelingen.
3. Om de in het meerjarenplan vastgestelde streefdoelen op doeltreffende wijze te kunnen verwezenlijken en snel te kunnen reageren op veranderingen in de toestand van de bestanden, dient de bevoegdheid om de maximale visserijsterftecoëfficiënten en de daaraan gerelateerde biomassaniveaus van het paaibestand te herzien, overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie te worden overgedragen wanneer uit wetenschappelijke gegevens blijkt dat deze waarden niet langer geschikt zijn om het doel van het plan te bereiken.
4. Aangezien haring in het westen van Schotland een migrerende soort is, moet de beschrijving van het gebied waar dit bestand momenteel voorkomt, dienen om het te onderscheiden van andere bestanden, maar mag de toepassing van het plan niet in gevaar komen wanneer de soort zijn mobiliteitspatronen wijzigt. De artikelen 1 en 2 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.
5. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, ook op deskundigenniveau.
6. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen moet de Commissie ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig, gelijktijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.
7. Van de onderhavige wijziging moet gebruik worden gemaakt om een fout in artikel 7 recht te zetten.
8. Verordening (EG) nr. 1300/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1300/2008 wordt als volgt gewijzigd:
9. Artikel 1 wordt vervangen door:
"Artikel 1 Voorwerp
"Bij deze verordening wordt een meerjarenplan vastgesteld voor de visserijen die het bestand van de haring in het gebied ten westen van Schotland exploiteren."
10. [Aan artikel 2 wordt het volgende punt e) toegevoegd:
"e) "haringbestand in het gebied ten westen van Schotland": het bestand van de haring ( clupea harengus ) in de uniale en internationale wateren van de ICES-sectoren Vb, VIa en VIb."
11. Artikel 7 wordt vervangen door:
"Artikel 7
Herziening van de maximale visserijsterftecoëfficiënten en de daaraan gerelateerde biomassaniveaus van het paaibestand
Wanneer uit wetenschappelijke gegevens blijkt dat de in artikel 3, lid 2, artikel 4, leden 2 tot en met 5, en artikel 9 genoemde waarden voor de visserijsterftecoëfficiënten en de daaraan gerelateerde biomassaniveaus van het paaibestand niet langer geschikt zijn om de in artikel 3, lid 1, vastgestelde doelstelling te bereiken, stelt de Commissie middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 9 bis nieuwe waarden vast voor deze coëfficiënten en niveaus."
12. Artikel 8 wordt vervangen door:
"Artikel 8
Evaluatie en toetsing van het meerjarenplan
"Om de vier jaar, te rekenen vanaf 18 december 2008, evalueert de Commissie de werking en de doeltreffendheid van het meerjarenplan. In voorkomend geval kan de Commissie aanpassingen aan het meerjarenplan voorstellen of gedelegeerde handelingen vaststellen overeenkomstig artikel 7."
13. Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 9 bis
Uitoefening van de delegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in de artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde handelingen wordt met ingang van [dd/mm/yyyy] [inwerkingtredingsdatum van deze verordening] verleend voor onbepaalde tijd.
3. De in de artikelen 7 en 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Deze treedt in werking op de dag na de bekendmaking van het besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
5. Een krachtens de artikelen 7 en 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar heeft aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen aantekenen. Deze termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
[1]