Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China door toevoeging van een onderneming aan de lijst van producenten uit de Volksrepubliek China in bijlage I

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China door toevoeging van een onderneming aan de lijst van producenten uit de Volksrepubliek China in bijlage I

TOELICHTING

1.           Achtergrond van het voorstel

· Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap ("de basisverordening"), in het kader van de procedure betreffende de invoer van keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

· Algemene context

Dit voorstel past in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig de materiële en procedurele eisen in de basisverordening.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU

Niet van toepassing.

2.           Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling

· Raadpleging van belanghebbende partijen

Partijen die belang hebben bij de procedure werden overeenkomstig de bepalingen van de basisverordening in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

· Effectbeoordeling

Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordening.

De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevat wel een uitputtende lijst van factoren die moeten worden beoordeeld.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Bijgaand voorstel voor een verordening van de Raad is gebaseerd op de definitieve bevinding dat een Chinese producent-exporteur aan alle criteria voldoet om als nieuwe producent-exporteur te worden behandeld en dat voor hem daarom het gewogen gemiddelde antidumpingrecht van 30,6% geldt.

· Rechtsgrondslag

Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap.

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

· Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel:

de vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in de basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming.

Beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de marktdeelnemers en de burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel: niet van toepassing.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn:

Andere instrumenten zouden ongeschikt zijn omdat de basisverordening niet in andere mogelijkheden voorziet.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.

2012/0117 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China door toevoeging van een onderneming aan de lijst van producenten uit de Volksrepubliek China in bijlage I

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] ("de basisverordening"), en met name artikel 9,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China[2] (“Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad”), en met name artikel 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie ("de Commissie"), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORAFGAANDE PROCEDURE

1)         Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op keramische tegels van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC"). Gezien het grote aantal medewerkende producenten-exporteurs in de VRC bij het onderzoek dat leidde tot de instelling van het antidumpingrecht ("het oorspronkelijke onderzoek”), werd een steekproef van Chinese producenten-exporteurs geselecteerd en werden voor de in de steekproef opgenomen ondernemingen individuele rechten, variërend van 26,3% tot 36,5%, ingesteld, terwijl voor andere, niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen een recht van 30,6% werd vastgesteld. Voor alle andere Chinese ondernemingen gold een recht van 69,7%.

2)         Artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad bepaalt dat wanneer een nieuwe producent-exporteur in de VRC ten genoegen van de Commissie aantoont dat:

· hij het in artikel 1, lid 1, van die verordening omschreven product in het onderzoektijdvak (1 april 2009 tot en met 31 maart 2010) ("het onderzoektijdvak") niet naar de Unie heeft uitgevoerd (eerste criterium);

· hij niet verbonden is met exporteurs of producenten in de VRC op wie de bij die verordening ingestelde antidumpingmaatregelen van toepassing zijn (tweede criterium), en

· hij de betrokken producten na het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd daadwerkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd of dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting heeft om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren (derde criterium),

kan artikel 1, lid 2, van die verordening worden gewijzigd door het toekennen aan de nieuwe producent/exporteur van het recht dat van toepassing is op de niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen, dat wil zeggen 30,6%.

B. VERZOEKEN VAN NIEUWE PRODUCENTEN-EXPORTEURS

3)         Een Chinese onderneming (“de verzoeker”) heeft verzocht op dezelfde manier te worden behandeld als de ondernemingen die aan het oorspronkelijke onderzoek hadden meegewerkt, maar niet in de steekproef waren opgenomen ("behandeling als nieuwe producent-exporteur").

4)         Er werd een onderzoek uitgevoerd om te bepalen of de indiener van het verzoek voldeed aan de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad genoemde criteria om als nieuwe producent-exporteur te worden behandeld.

5)         Er werd een vragenlijst gestuurd naar de indiener van het verzoek, aan wie ook werd gevraagd om bewijsmateriaal te verstrekken waaruit blijkt dat hij aan bovengenoemde drie criteria voldoet.

6)         Het door de Chinese producent-exporteur verstrekte bewijs werd voldoende geacht om aan te tonen dat hij aan de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad genoemde criteria voldoet. Deze producent-exporteur kan daarom het recht worden toegekend dat van toepassing is op de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef waren opgenomen (d.w.z. 30,6%) en zijn naam kan derhalve worden toegevoegd aan de lijst van producenten-exporteurs in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad.

7)         De indiener van het verzoek en de bedrijfstak van de Unie zijn in kennis gesteld van de bevindingen van het onderzoek en zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen in te dienen.

8)         Alle argumenten en standpunten van belanghebbenden werden onderzocht en waar nodig werd hiermee terdege rekening gehouden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende onderneming wordt toegevoegd aan de lijst van producenten in de Volksrepubliek China in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2011 van de Raad:

Naam || Aanvullende Taric-code

Onna Ceramic Industries (China) Co., Ltd. || B293

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De Voorzitter

[1]               PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[2]               PB L 238 van 15.9.2011, blz. 1.