Home

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 22 mei 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) wat de interactie daarvan betreft met Verordening (EU) nr…/… van de Raad waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (COM(2012)0512 — C7-0289/2012 — 2012/0244(COD))

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 22 mei 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) wat de interactie daarvan betreft met Verordening (EU) nr…/… van de Raad waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (COM(2012)0512 — C7-0289/2012 — 2012/0244(COD))

12.2.2016

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 55/145


P7_TA(2013)0212

De Europese Bankautoriteit en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen ***I

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 22 mei 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) wat de interactie daarvan betreft met Verordening (EU) nr…/… van de Raad waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (COM(2012)0512 — C7-0289/2012 — 2012/0244(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2016/C 055/36)



VERORDENING (EU) NR. …/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) wat de interactie daarvan betreft met Verordening (EU) nr. …/… van de Raad waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 29 juni 2012 hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone de Commissie verzocht voorstellen in te dienen om een gemeenschappelijk toezichtmechanisme (SSM) in te stellen waarbij de Europese Centrale Bank (ECB) betrokken is. De Europese Raad heeft in zijn conclusies van 29 juni 2012 de voorzitter van de Europese Raad verzocht om, in nauwe samenwerking met de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de eurogroep en de president van de ECB, een specifieke, aan een tijdschema gebonden routekaart voor het verwezenlijken van een echte economische en monetaire unie te ontwikkelen, die concrete voorstellen betreffende het vrijwaren van de eenheid en de integriteit van de eengemaakte markt voor financiële diensten zal omvatten. ▌

(2)

Het instellen van een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme is een eerste stap naar de oprichting van een Europese bankenunie die op een werkelijk gemeenschappelijk rulebook voor financiële diensten ▌en nieuwe regelingen voor depositogarantie en afwikkeling gebaseerd is.

(3)

Om te voorzien in het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme worden bij Verordening (EU) nr. …/… van de Raad [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6] aan de ECB specifieke taken opgedragen betreffende het beleid op het gebied van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen in de lidstaten die de euro als munt hebben. Andere lidstaten kunnen een nauwe samenwerking met de ECB aangaan. ▌

(4)

De toekenning aan de ECB van taken inzake toezicht op de banksector voor een deel van de lidstaten van de Unie mag de werking van de interne markt voor financiële diensten geenszins belemmeren. De rol van de Europese Bankautoriteit (EBA) moet daarom worden gehandhaafd met al haar bestaande bevoegdheden en taken: de EBA moet het gemeenschappelijke rulebook dat geldt voor alle lidstaten verder ontwikkelen, bijdragen tot de consistente toepassing ervan en de convergentie van toezichtspraktijken in de gehele Unie vergroten.

(4 bis)

Het is van essentieel belang dat de bankenunie mechanismen voor democratische verantwoording omvat.

(4 ter)

Bij de uitoefening van de haar opgedragen taken, en onverminderd de doelstelling om te zorgen voor de veiligheid en soliditeit van kredietinstellingen, dient de EBA ten volle rekening te houden met de diversiteit van de kredietinstellingen en met hun omvang en bedrijfsmodellen, alsmede met de systeemvoordelen van diversiteit in het Europese bankwezen.

(4 quater)

Teneinde de beste praktijken inzake toezicht in de interne markt te bevorderen is het van fundamenteel belang dat het gemeenschappelijke rulebook vergezeld gaat van een Europees handboek voor het toezicht op financiële instellingen, dat in overleg met de bevoegde autoriteiten door de EBA wordt opgesteld. Het toezichthandboek moet de beste praktijken in de Unie inzake toezichtsmethodologieën en -processen aangeven om ervoor te zorgen dat de wezenlijke internationale en Europese beginselen worden nageleefd. Het handboek moet in de vorm van juridisch bindende handelingen gegoten zijn en mag toezicht op basis van gezond verstand niet inperken. Het moet alle onder de EBA vallende terreinen bestrijken, inclusief, voor zover van toepassing, de consumentenbescherming en de bestrijding van witwassen. Het moet meeteenheden en methodologieën voor risicobeoordeling, het onderkennen van vroege alarmsignalen en criteria voor toezichtmaatregelen vaststellen. De bevoegde autoriteiten moeten het handboek gebruiken. Het gebruik van het handboek dient te worden beschouwd als een significant element bij de beoordeling van de convergentie van toezichtspraktijken en de collegiale toetsing zoals bedoeld in deze verordening.

(4 quinquies)

Verzoeken om informatie van de EBA dienen naar behoren gerechtvaardigd en met redenen omkleed te zijn. Bezwaren inzake de verenigbaarheid van een specifiek verzoek van de EBA met de voorschriften van deze verordening dienen overeenkomstig de desbetreffende procedures te worden ingediend. De indiening van een bezwaar ontslaat de adressaat niet van de verplichting de verlangde informatie te verstrekken. Het Hof van Justitie van de Europese Unie dient de bevoegdheid te krijgen om overeenkomstig de in het Verdrag vastgelegde procedures te beoordelen of een specifiek verzoek om informatie verenigbaar is met de voorschriften van deze verordening.

(4 sexies)

De mogelijkheid dat de EBA onder de in deze verordening opgenomen voorwaarden informatie bij een financiële instelling opvraagt dient betrekking te hebben op gegevens waarin de financiële instelling rechtens inzage heeft, met inbegrip van gegevens die berusten bij personen die door die financiële instelling voor het verrichten van werkzaamheden worden betaald, controles die voor die instelling door externe auditors worden verricht, afschriften van ter zake doende documenten, boeken en bescheiden.

(4 septies)

De eengemaakte markt en de samenhang van de EU moeten gevrijwaard zijn. Kwesties zoals het bestuur en de stemregelingen binnen de EBA moeten daarom grondig worden overwogen en de gelijke behandeling van de lidstaten die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtmechanisme (SSM) en van andere lidstaten moet gegarandeerd zijn.

(4 octies)

Overwegende dat de EBA, waarin alle lidstaten met gelijke rechten deelnemen, opgericht is om een gemeenschappelijk rulebook te ontwikkelen en tot de consistente toepassing daarvan bij te dragen en om de samenhang van toezichtspraktijken binnen de Unie te vergroten, en gezien de instelling van een gemeenschappelijk toezichtmechanisme waarbij een vooraanstaande rol voor de ECB weggelegd is, moet de EBA worden uitgerust met adequate instrumenten waarmee zij de haar toevertrouwde taken voor de integriteit van de eengemaakte markt efficiënt kan uitvoeren.

(5)

Gelet op de toezichtstaken die bij Verordening nr. …/… van de Raad [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6] aan de ECB zijn opgedragen, moet de EBA haar taken ook ten aanzien van de ECB op dezelfde manier kunnen uitoefenen als ten aanzien van andere bevoegde autoriteiten. Met name de bestaande mechanismen voor beslechting van meningsverschillen en maatregelen in noodsituaties moeten worden aangepast om daadwerkelijk effect te hebben. ▌

(5 bis)

Om haar faciliterende en coördinerende taak in noodsituaties te kunnen verrichten dient de EBA volledig te worden ingelicht over relevante ontwikkelingen en dient zij te worden uitgenodigd om als waarnemer deel te nemen aan elke relevante bijeenkomst van de desbetreffende bevoegde toezichthoudende autoriteiten. Dat impliceert spreekrecht en het recht op andersoortige inbreng.

(6)

Om te waarborgen dat de belangen van alle lidstaten op passende wijze in aanmerking worden genomen en de EBA correct kan functioneren met het oog op de handhaving en de verdieping van de interne markt op het gebied van financiële diensten, moet de stemregeling binnen de raad van toezichthouders worden aangepast ▌.

(7)

Besluiten betreffende inbreuken op EU-recht en ter beslechting van meningsverschillen moeten worden onderzocht door een door de raad van toezichthouders benoemd onafhankelijk panel dat bestaat uit leden met stemrecht van de raad van toezichthouders die geen belangenconflicten hebben. De door het panel aan de raad van toezichthouders voorgestelde besluiten moeten worden ▌aangenomen ▌bij een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders uit aan het SSM deelnemende lidstaten en een gewone meerderheid van zijn leden uit niet aan het SSM deelnemende lidstaten ▌.

(7 bis)

Besluiten betreffende maatregelen in noodsituaties moeten worden aangenomen bij een gewone meerderheid van de raad van toezichthouders, omvattende een gewone meerderheid van zijn leden uit aan het SSM deelnemende lidstaten en een gewone meerderheid van zijn leden uit niet aan het SSM deelnemende lidstaten.

(7 ter)

Besluiten betreffende de in de artikelen 10 tot en met 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 genoemde handelingen en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, en hoofdstuk VI van die verordening aangenomen maatregelen en besluiten, moeten door de raad van toezichthouders worden aangenomen bij een gekwalificeerde meerderheid, omvattende een gewone meerderheid van zijn leden uit aan het SSM deelnemende lidstaten en een gewone meerderheid van zijn leden uit niet aan het SSM deelnemende lidstaten.

(8)

▌De EBA moet procedureregels voor het panel bepalen die de onafhankelijkheid en de objectiviteit ervan verzekeren.

(9)

De raad van bestuur moet evenwichtig samengesteld zijn, en niet aan het SSM deelnemende lidstaten moeten behoorlijk vertegenwoordigd zijn.

(9 bis)

Bij de benoeming van de leden van de interne instanties en comités van de EBA moet zorg worden gedragen voor een geografisch evenwicht tussen de lidstaten.

(10)

Om te zorgen voor een correcte werking van de EBA en een toereikende vertegenwoordiging van alle lidstaten, moeten de stemregeling, de samenstelling van de raad van bestuur en de samenstelling van het onafhankelijk panel in het oog worden gehouden en na verloop van een passende termijn worden geëvalueerd, rekening houdend met de opgedane ervaring en de verdere ontwikkelingen.

(10 bis)

Een lidstaat of een groep van lidstaten mag als platform voor financiële diensten niet rechtstreeks of onrechtstreeks worden gediscrimineerd.

(10 ter)

De EBA moet worden uitgerust met passende financiële en personele middelen die noodzakelijk zijn om eventuele krachtens deze verordening toegewezen aanvullende taken naar behoren te vervullen. Daartoe moet in de procedure voor de opstelling en de uitvoering van en het toezicht op de begroting, zoals vastgesteld in de artikelen 63 en 64 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, rekening worden gehouden met deze taken. De EBA moet waarborgen dat de beste normen op het gebied van doeltreffendheid worden gehanteerd.

(11)

Aangezien de doelstellingen van deze verordening, te weten het bereiken van een hoog niveau van effectieve en consistente prudentiële regelgeving en van effectief en consistent toezicht in alle lidstaten ter bescherming van de integriteit, de efficiëntie en de ordelijke werking van interne markt en ter handhaving van de stabiliteit van het financiële stelsel, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en deze doelstellingen wegens de omvang van het optreden derhalve beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 1093/2010 wordt als volgt gewijzigd:

-1.

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.De Autoriteit handelt overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/48/EG, Richtlijn 2006/49/EG, Richtlijn 2002/87/EG, Verordening (EG) nr. 1781/2006, Richtlijn 94/19/EG en van bepaalde onderdelen van Richtlijn 2005/60/EG, Richtlijn 2002/65/EG, Richtlijn 2007/64/EG en Richtlijn 2009/110/EG voor zover deze handelingen van toepassing zijn op kredietinstellingen en financiële instellingen alsook op de daarop toezicht houdende bevoegde autoriteiten, met inbegrip van alle op deze handelingen gebaseerde richtlijnen, verordeningen en besluiten en alle andere juridisch bindende handelingen van de Unie die taken aan de Autoriteit toekennen. De Autoriteit handelt voorts in overeenstemming met Verordening nr. … van de Raad [waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen].”;

(b)

in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:

„Te dien einde draagt de Autoriteit bij tot de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in lid 2 genoemde handelingen, bevordert zij de convergentie op het gebied van het toezicht, verstrekt zij adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en verricht zij economische analyses van de markten om de verwezenlijking van de doelstelling van de Autoriteit te bevorderen.”;

(c)

in lid 5 wordt de vierde alinea vervangen door:

„Bij de uitvoering van haar taken handelt de Autoriteit onafhankelijk, objectief en op niet-discriminerende wijze in het belang van de Unie als geheel.”.

-1 bis.

In artikel 2, lid 2, wordt punt f) vervangen door:

„(f)

de bevoegde of toezichthoudende autoriteiten als gespecificeerd in de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde, met inbegrip van de Europese Centrale Bank voor de taken die haar opgedragen zijn krachtens Verordening (EU) nr. … [waarbij aan de ECB specifieke taken worden opgedragen], van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”;

-1 ter.

Artikel 3 wordt vervangen door:

„Artikel 3

Verantwoordingsplicht van de autoriteiten

De in artikel 2, lid 2, onder a) tot en met d), bedoelde autoriteiten leggen verantwoording af aan het Europees Parlement en de Raad. Voor de uitoefening van de toezichtstaken die de ECB opgedragen zijn krachtens Verordening [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU] legt zij overeenkomstig die verordening verantwoording af aan het Europees Parlement en de Raad.”;

1.

In artikel 4, lid 2, wordt punt i) vervangen door:

„(i)

bevoegde autoriteiten in de zin van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, met inbegrip van de ECB voor de taken die haar zijn opgedragen krachtens Verordening (EU) nr. …/…(3) van de Raad [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU], Richtlijn 2007/64/EG en als bedoeld in Richtlijn 2009/110/EG.

1 bis.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.De Autoriteit heeft de volgende taken:

(a)

bijdragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtnormen en -praktijken, met name door het verstrekken van adviezen aan de instellingen van de Unie en door het ontwikkelen van richtsnoeren, aanbevelingen en ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen en andere besluiten op basis van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen;

(a bis)

opstellen en bijwerken van een gemeenschappelijk handboek voor het toezicht op de financiële instellingen in de gehele Unie, daarbij mede rekening houdend met veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen van financiële instellingen. Het gemeenschappelijk toezichthandboek geeft de beste praktijken inzake toezichtsmethodologieën en -processen aan;

(b)

bijdragen tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, met name door tot een gemeenschappelijke toezichtpraktijk bij te dragen, de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen te verzekeren, reguleringsarbitrage te voorkomen, bij meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten te bemiddelen en een schikking te treffen, een doeltreffend en consistent toezicht op financiële instellingen en een coherente werking van de colleges van toezichthouders te waarborgen en maatregelen te nemen in onder meer noodsituaties;

(c)

vergemakkelijken van de delegatie van taken en verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten;

(d)

nauw samenwerken met het ESRB, met name door het ESRB de nodige informatie te verstrekken voor het uitvoeren van zijn taken en door een behoorlijke follow-up te geven aan de waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB;

(e)

organiseren en verrichten van collegiale toetsingen van de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van het verstrekken van richtsnoeren en aanbevelingen en het vaststellen van beste praktijken, met de bedoeling de consistentie in de toezichtresultaten te verhogen;

(f)

volgen en beoordelen van marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied, mede waar passend van tendensen in kredietverstrekking, met name aan huishoudens en kmo's;

(g)

verrichten van economische marktanalyses ter ondersteuning van haar taakvervulling;

(h)

bevorderen van de bescherming van depositohouders en beleggers;

(i)

bevorderen van de consistente en samenhangende werking van colleges van toezichthouders, de monitoring, beoordeling en meting van het systeemrisico, de ontwikkeling en coördinatie van herstel- en afwikkelingsplannen, waarbij in de gehele Unie een hoge beschermingsgraad wordt geboden aan depositohouders en beleggers en er methoden voor de sanering van insolvente financiële instellingen worden ontwikkeld alsmede een beoordeling van de noodzaak tot passende financieringsinstrumenten overeenkomstig de artikelen 21 tot en met 26 ter bevordering van de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij het beheer van crises waarbij grensoverschrijdende instellingen betrokken zijn die een systeemrisico kunnen vormen;

(j)

vervullen van alle andere specifieke taken die in deze verordening of in andere wetgevingshandelingen vastgesteld zijn;

(k)

bekendmaken en regelmatig bijwerken van informatie op haar website over haar activiteiten, met name, binnen haar bevoegdheden, ten aanzien van geregistreerde financiële instellingen, opdat het publiek gemakkelijk toegang heeft tot de informatie;

1 bis.Bij de uitoefening van haar taken overeenkomstig deze verordening gaat de Autoriteit als volgt te werk:

(a)

zij maakt gebruik van alle bevoegdheden waarover zij beschikt; en

(b)

onverminderd de doelstelling om te zorgen voor de veiligheid en soliditeit van kredietinstellingen, houdt de Autoriteit ten volle rekening met de diverse soorten kredietinstellingen en met hun omvang en bedrijfsmodellen.”;

(b)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij de uitvoering van de in lid 1 vastgestelde taken en de uitoefening van de in dit lid bedoelde bevoegdheden houdt de Autoriteit terdege rekening met de beginselen van betere regelgeving en met de resultaten van de kosten-batenanalyse die overeenkomstig de voorschriften van deze verordening wordt uitgevoerd.”.

1 ter.

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.De Autoriteit stelt als een integrerend onderdeel van de Autoriteit een Commissie financiële innovatie in, waarin alle relevante bevoegde […] toezichthoudende autoriteiten zitting hebben met het oog op een gecoördineerde benadering ten aanzien van de regulering voor en het toezicht op nieuwe of innoverende financiële activiteiten, en die adviezen aanlevert die de Autoriteit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verstrekt.”;

(b)

in lid 5 wordt de vierde alinea vervangen door:

„De Autoriteit kan tevens beoordelen of het nodig is bepaalde soorten financiële activiteiten te verbieden of te beperken en, wanneer die noodzaak bestaat, de Commissie en de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis stellen om de vaststelling van dergelijke verboden of beperkingen te bevorderen.”.

2.

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1. In geval van ongunstige ontwikkelingen die de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie geheel of gedeeltelijk ernstig in gevaar kunnen brengen, faciliteert de Autoriteit metterdaad de door de bevoegde toezichthoudende autoriteiten genomen maatregelen en coördineert zij deze voor zover dit nodig wordt geacht.

Om deze faciliterende en coördinerende rol te kunnen verrichten wordt de Autoriteit volledig ingelicht over relevante ontwikkelingen en wordt zij uitgenodigd om als waarnemer deel te nemen aan elke relevante bijeenkomst van de desbetreffende bevoegde toezichthoudende autoriteiten.”;

(b)

▌lid 3 wordt vervangen door:

3.Indien de Raad een besluit heeft vastgesteld krachtens lid 2, alsook in uitzonderlijke gevallen waarin gecoördineerde actie van de bevoegde autoriteiten nodig is om het hoofd te bieden aan ongunstige ontwikkelingen die de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie geheel of gedeeltelijk ernstig in gevaar kunnen brengen, kan de Autoriteit individuele besluiten nemen op grond waarvan bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgeving de nodige maatregelen dienen te nemen om deze ontwikkelingen aan te pakken, door ervoor te zorgen dat de financiële instellingen en de bevoegde autoriteiten aan de in die wetgeving gestelde verplichtingen voldoen.”.

3.

▌Artikel 19, lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:

„1.Onverminderd de in artikel 17 vastgestelde bevoegdheden kan de Autoriteit, indien een bevoegde autoriteit in procedureel of inhoudelijk opzicht van mening verschilt over door een andere bevoegde autoriteit genomen of niet genomen maatregelen in de gevallen die vermeld zijn in de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen, op verzoek van een of meer betrokken bevoegde autoriteiten die autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming overeenkomstig de in de leden 2 tot en met 4 van dit artikel vastgestelde procedure.”.

3 bis.

Na artikel 20 wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 20 bis

Convergentie van pijler 2

De Autoriteit bevordert binnen haar bevoegdheden de convergentie van het herzienings- en evaluatieproces met betrekking tot het toezicht („pijler 2”) in overeenstemming met Richtlijn …/… EU [RKV4] teneinde in de EU krachtige toezichtsnormen tot stand te brengen.”.

3 ter.

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.De Autoriteit bevordert binnen haar bevoegdheden de efficiënte, effectieve en consistente werking van de in Richtlijn 2006/48/EG bedoelde colleges van toezichthouders en bevordert de consistente toepassing van het Unierecht door alle colleges van toezichthouders. Teneinde te komen tot convergentie wat betreft beste praktijken inzake toezicht, bevordert de Autoriteit gezamenlijke toezichtplannen en gezamenlijke onderzoeken en kan het personeel van de Autoriteit deelnemen aan de activiteiten van de colleges van toezichthouders, inclusief inspecties ter plaatse, die door twee of meer bevoegde autoriteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.”;

(b)

de eerste alinea van lid 2 wordt vervangen door:

„2.De Autoriteit neemt het voortouw bij het realiseren van een consistente werking van de colleges van toezichthouders voor grensoverschrijdende instellingen in de gehele Unie, rekening houdend met het systeemrisico dat de in artikel 23 bedoelde financiële instellingen opleveren, en belegt zo nodig een vergadering van een college.”.

3 quater.

Aan artikel 22 wordt na lid 1 het volgende lid toegevoegd:

„1 bis.De Autoriteit gaat ten minste een maal per jaar na of het zaak is overeenkomstig artikel 32 op Unieschaal beoordelingen uit te voeren van de veerkracht van financiële instellingen en zij deelt haar bevindingen mede aan het Europees Parlement, de Commissie en de Raad. Wanneer degelijke beoordelingen worden uitgevoerd, zorgt de Autoriteit voor de bekendmaking van de resultaten voor elke deelnemende financiële instelling, voor zover zij zulks dienstig acht.”.

3 quinquies.

Artikel 25, lid 1, wordt vervangen door:

„1.De Autoriteit draagt bij tot en neemt actief deel in de ontwikkeling en coördinatie van doeltreffende, consistente en geactualiseerde herstel- en afwikkelingsplannen voor financiële instellingen. Wanneer hierin is voorzien in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, draagt de Autoriteit bij tot de ontwikkeling van procedures voor noodsituaties en preventieve maatregelen teneinde het systeemeffect van een faillissement zo beperkt mogelijk te houden.”.

3 sexies.

In artikel 27, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

„2.De Autoriteit beoordeelt de noodzaak van een systeem van coherente, solide en geloofwaardige financieringsmechanismen, met passende financieringsinstrumenten, gekoppeld aan een reeks gecoördineerde regelingen voor crisismanagement.”.

3 septies.

In artikel 29, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Om tot een gemeenschappelijke toezichtcultuur te komen gaat de Autoriteit over tot het opstellen en bijwerken van een gemeenschappelijk handboek voor het toezicht op de financiële instellingen in de gehele Unie, daarbij mede rekening houdend met veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen van financiële instellingen. Het gemeenschappelijk toezichthandboek geeft de beste praktijken inzake toezichtsmethodologieën en -processen aan.”.

3 octies.

Artikel 30, lid 3, wordt vervangen door:

„3.Op basis van een collegiale toetsing kan de Autoriteit uit hoofde van artikel 16 richtsnoeren en aanbevelingen geven. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, streven de bevoegde autoriteiten ernaar deze richtsnoeren en aanbevelingen op te volgen. Bij het opstellen van ontwerpen van technische regulerings- of uitvoeringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 houdt de Autoriteit rekening met het resultaat van de collegiale toetsing alsmede met alle andere informatie die zij bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, om te zorgen voor convergentie in de richting van de normen en de praktijken met de hoogste kwaliteit.

3 bis.De Autoriteit legt de Commissie een advies voor wanneer uit de collegiale toetsing of andere informatie die zij bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, blijkt dat er een wetgevingsinitiatief nodig is voor de nadere harmonisatie van de prudentiële definities en regels.”.

3 nonies.

Artikel 31, tweede alinea, wordt vervangen door:

„De Autoriteit bevordert een gecoördineerde reactie van de Unie, onder meer door:

(a)

de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken;

(b)

van de informatie die alle betrokken bevoegde autoriteiten ter beschikking moet worden gesteld de reikwijdte vast te stellen en in voorkomend geval de betrouwbaarheid te controleren;

(c)

onverminderd artikel 19, op verzoek van de bevoegde autoriteiten of op eigen initiatief niet-bindende bemiddeling te verrichten;

(d)

het ESRB, de Raad en de Commissie onverwijld van mogelijke noodsituaties in kennis te stellen;

(e)

alle passende maatregelen te treffen in geval van ontwikkelingen die de werking van de financiële markten in gevaar kunnen brengen met het oog op de coördinatie van acties van de relevante bevoegde autoriteiten;

(f)

de informatie die overeenkomstig de artikelen 21 en 35 van de bevoegde autoriteiten is ontvangen als uitvloeisel van de wettelijke rapportageverplichtingen voor instellingen centraal te verzamelen. De Autoriteit stelt de overige betrokken bevoegde autoriteiten van die informatie in kennis.”.

3 decies.

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.De Autoriteit neemt, in samenwerking met het ESRB, het initiatief tot het op Unieschaal beoordelen van de veerkracht van financiële instellingen bij ongunstige marktontwikkelingen en treedt daarbij als coördinator op. Hiertoe ontwikkelt zij:

(a)

gemeenschappelijke methoden voor het beoordelen van het effect van economische scenario's op de financiële positie van een instelling;

(b)

gemeenschappelijke benaderingen voor communicatie over de resultaten van deze beoordelingen van de veerkracht van financiële instellingen;

(c)

gemeenschappelijke methoden ter beoordeling van het effect van bepaalde producten en distributieprocessen op een instelling; alsmede;

(d)

gemeenschappelijke methodologieën voor de waardebepaling van de activa, indien dit voor de stresstests nodig wordt geacht.”;

(b)

na lid 3 worden de volgende leden toegevoegd:

„3 bis.Voor de uitvoering van de in dit artikel omschreven beoordeling op Unieschaal van de veerkracht van financiële instellingen als omschreven in dit artikel kan de Autoriteit overeenkomstig de voorwaarden van artikel 35 rechtstreeks informatie bij de financiële instellingen opvragen. Zij kan voorts verlangen dat de bevoegde autoriteiten specifieke controles uitvoeren. Zij kan financiële instellingen verzoeken inspecties ter plaatse uit te voeren, ook met deelname van de Autoriteit overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21, teneinde te garanderen dat de methoden, praktijken en resultaten vergelijkbaar en betrouwbaar zijn.

3 ter.De Autoriteit kan de bevoegde autoriteiten verzoeken financiële instellingen te onderwerpen aan een onafhankelijke audit met betrekking tot de in lid 3 bis bedoelde informatie.”.

4.

▌Artikel 35 wordt vervangen door:

Artikel 35

Verzamelen van informatie

1. Op verzoek van de Autoriteit verstrekken de bevoegde autoriteiten aan de Autoriteit alle nodige informatie in de voorgeschreven vorm om de haar bij deze verordening opgedragen verplichtingen uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage in de desbetreffende informatie kunnen krijgen ▌. De informatie moet correct, coherent, volledig en tijdig beschikbaar zijn.

2. De Autoriteit kan ook verzoeken dat de informatie op gezette tijden en volgens gespecificeerde formats of vergelijkbare door de Autoriteit goedgekeurde sjablonen wordt verstrekt. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van gemeenschappelijke formats.

3. Op een naar behoren gerechtvaardigd verzoek van een bevoegde autoriteit verstrekt de Autoriteit de informatie ▌die nodig is om de bevoegde autoriteit in staat te stellen haar taken uit te voeren, overeenkomstig de verplichtingen inzake beroepsgeheim als vastgelegd in sectorale wetgeving en in artikel 70.

4.Alvorens overeenkomstig dit artikel informatie op te vragen en om dubbele rapportageverplichtingen te vermijden, maakt de Autoriteit gebruik van de bestaande statistieken zoals opgemaakt en verspreid door het Europees statistisch systeem en het Europees Stelsel van Centrale Banken.

5.Ingeval de bevoegde autoriteiten informatie niet of niet tijdig beschikbaar stellen, kan de Autoriteit een naar behoren gerechtvaardigd en met redenen omkleed verzoek richten tot andere toezichthoudende autoriteiten, tot het ministerie dat verantwoordelijk is voor financiën, voor zover dit over toezichtinformatie beschikt, tot de nationale centrale bank of tot het bureau voor de statistiek van de betrokken lidstaat.

6.Ingeval er niet of niet tijdig volledige of correcte informatie volgens lid 1 of lid 5 beschikbaar komt, kan de Autoriteit een naar behoren gerechtvaardigd en met redenen omkleed verzoek rechtstreeks richten tot:

(a)

de desbetreffende financiële instellingen,

(b)

holdings en/of filialen van een relevante financiële instelling,

(c)

niet-gereguleerde operationele entiteiten binnen een financiële groep of conglomeraat die van belang zijn voor de financiële activiteiten van de desbetreffende financiële instellingen.

De aangezochte entiteit verstrekt de Autoriteit onmiddellijk, zonder onnodige vertraging duidelijke, correcte en volledige informatie.

De autoriteit brengt de desbetreffende bevoegde autoriteiten op de hoogte van verzoeken ingevolge dit lid en ingevolge lid 5.

Op verzoek van de Autoriteit verlenen de bevoegde autoriteiten aan de Autoriteit bijstand bij het verzamelen van de informatie.

7.De Autoriteit kan ingevolge dit artikel ontvangen vertrouwelijke informatie alleen gebruiken voor het uitvoeren van de haar bij deze verordening opgedragen taken.

8.Wanneer een overeenkomstig lid 6 aangezochte entiteit niet stipt duidelijke, correcte en volledige informatie verstrekt, meldt de Autoriteit dat aan de ECB, voor zover van toepassing, en aan de desbetreffende autoriteiten in de betrokken lidstaten, die overeenkomstig de nationale wetgeving hun medewerking aan de Autoriteit verlenen om volledige toegang te verkrijgen tot de informatie en originele documenten, boeken of bescheiden waar de aangezochte entiteit rechtens inzage in heeft, teneinde de informatie te controleren.”.

4 bis.

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

in lid 4 wordt de derde alinea vervangen door:

Indien de Autoriteit aan een aanbeveling geen gevolg geeft, motiveert zij dit voor het ESRB en de Raad. Het ESRB stelt het Europees Parlement in kennis overeenkomstig artikel 19, lid 5, van de ESRB-verordening.";

(b)

in lid 5 wordt de derde alinea vervangen door:

„De bevoegde autoriteit houdt naar behoren met de zienswijzen van de raad van toezichthouders rekening wanneer zij de Raad en het ESRB informeert overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1092/2010. Wanneer de bevoegde autoriteit de Raad en het ESRB op deze manier informeert, informeert zij ook de Commissie.”.

4 ter.

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

„De Stakeholdergroep bankwezen komt op eigen initiatief telkens als zij dit nodig acht, doch ten minste viermaal per jaar bijeen.”;

(b)

de eerste alinea van lid 4 wordt vervangen door:

„4.De Autoriteit verstrekt overeenkomstig artikel 70 en met inachtneming van het beroepsgeheim alle nodige informatie, en zorgt voor adequate secretariële ondersteuning van de Stakeholdergroep bankwezen. Voor leden van de Stakeholdergroep bankwezen die een organisatie zonder winstoogmerk vertegenwoordigen, met uitsluiting van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, wordt een toereikende vergoeding vastgesteld. Deze vergoeding komt op zijn minst overeen met de vergoedingstarieven voor ambtenaren overeenkomstig bijlage V, afdeling 2, bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen. De Stakeholdergroep bankwezen kan werkgroepen voor technische aangelegenheden instellen. De ambtstermijn van de leden van de Stakeholdergroep bankwezen bedraagt twee-en-een-half jaar, waarna een nieuwe selectieprocedure plaatsvindt.”.

4 quater.

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

in lid 1 wordt punt d) vervangen door:

„(d)

een door de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank aan te wijzen vertegenwoordiger, zonder stemrecht;”;

(b)

na lid 4 wordt het volgende lid ingevoegd:

„4 bis.Bij besprekingen die geen betrekking hebben op individuele financiële instellingen, zoals bedoeld in artikel 44, lid 4, kan de vertegenwoordiger van de ECB vergezeld worden van een tweede vertegenwoordiger met deskundigheid op het gebied van taken van centrale banken.”

5.

▌Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

na lid 1 wordt het volgende lid ingevoegd:

„1 bis.Voor de toepassing van artikel 17 roept de raad van toezichthouders een onafhankelijk panel bijeen dat bestaat uit de voorzitter van de raad van toezichthouders en zes andere leden, die geen vertegenwoordiger zijn van de bevoegde autoriteit die een inbreuk op het EU-recht zou hebben gepleegd en die noch een belang hebben bij de kwestie noch directe banden hebben met de betrokken bevoegde autoriteit.

Elk lid van het panel heeft één stem.

Een besluit van het panel wordt aangenomen wanneer minstens vier leden van het panel voorstemmen.”;

(b)

de leden 2, 3 en 4 worden vervangen door:

„2. Voor de toepassing van artikel ▌19 roept de raad van toezichthouders ▌een onafhankelijk panel bijeen dat bestaat uit de voorzitter van de raad van toezichthouders en zes andere leden die ▌geen vertegenwoordiger zijn van de ▌bevoegde autoriteiten die bij het meningsverschil betrokken zijn, noch een belang hebben bij de kwestie of directe banden hebben met de betrokken bevoegde autoriteiten.

Elk lid van het panel heeft één stem.

Een besluit van het panel wordt aangenomen wanneer minstens vier leden van het panel voorstemmen.

3. ▌Het panel legt de raad van toezichthouders een besluit krachtens artikel 17 of artikel 19 ter definitieve vaststelling voor.

4. De raad van toezichthouders stelt voor het in lid 1 bis en lid 2 bedoelde panel een reglement van orde vast.”.

6.

Aan artikel 42 wordt het volgende lid toegevoegd:

„De eerste en de twee alinea doen niet af aan de bij Verordening (EU) nr. …/… [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU] aan de ECB opgedragen taken.”.

7.

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1. De raad van toezichthouders besluit met gewone meerderheid van zijn leden. Elk lid heeft één stem.

Met betrekking tot de in de artikelen 10 tot en met 16 genoemde handelingen en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, en hoofdstuk VI en in afwijking van de eerste alinea van dit lid aangenomen maatregelen en besluiten, besluit de raad van toezichthouders met gekwalificeerde meerderheid van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 3 van het Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen. Die meerderheid omvat ten minste een gewone meerderheid van leden uit deelnemende lidstaten in de zin van Verordening (EU) nr. …/… van de Raad [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6], en een gewone meerderheid van leden uit lidstaten die niet deelnemen.

Met betrekking tot besluiten overeenkomstig de artikelen 17 en 19 wordt het door het panel voorgestelde besluit ▌aangenomen ▌bij een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders uit deelnemende lidstaten ▌in de zin van Verordening (EU) nr. …/… [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU] en een gewone meerderheid van zijn leden uit lidstaten die niet deelnemen.

In afwijking van de derde alinea wordt vanaf de datum waarop vier of minder lidstaten geen deelnemende lidstaten zijn in de zin van Verordening (EU) nr. …/… [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU] ▌, het door het panel voorgestelde besluit ▌aangenomen ▌bij een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders die ten minste één stem van leden uit die lidstaten omvat.

Elk lid heeft één stem.

Met betrekking tot de samenstelling van het panel overeenkomstig artikel 41, lid 2, streeft de raad van toezichthouders naar consensus. Bij gebreke van consensus neemt de raad van toezichthouders besluiten bij een meerderheid van drie vierde van zijn leden. Elk lid heeft één stem.

Met betrekking tot de op grond van artikel 18, leden 3 en 4, vastgestelde besluiten en in afwijking van de eerste alinea van dit lid neemt de raad van toezichthouders besluiten bij gewone meerderheid van zijn leden uit deelnemende lidstaten, overeenkomstig Verordening (EU) nr. …/… [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU], en bij gewone meerderheid van zijn leden uit niet-deelnemende lidstaten.”;

(b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.De leden zonder stemrecht en de waarnemers, met uitzondering van de voorzitter, de uitvoerend directeur en de door de raad van toezicht van de ECB benoemde vertegenwoordiger, zijn niet aanwezig bij besprekingen in de raad van toezichthouders die betrekking hebben op individuele financiële instellingen, tenzij anders bepaald in artikel 75, lid 3, of de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen.”;

(c)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4 bis.De voorzitter van de Autoriteit kan te allen tijde een stemming houden. Onverminderd deze bevoegdheid en de effectiviteit van de besluitvormingsprocedures van de Autoriteit, streeft de raad van toezichthouders van de Autoriteit naar besluitvorming bij consensus.”.

8.

In artikel 45, lid 1, wordt de derde alinea vervangen door:

„Het mandaat van de door de raad van toezichthouders verkozen leden bedraagt tweeënhalf jaar. Deze termijn kan één keer worden verlengd. De samenstelling van de raad van bestuur is evenwichtig en proportioneel en vormt een afspiegeling van de gehele Unie. De raad van bestuur telt ten minste twee vertegenwoordigers van lidstaten die geen deelnemende lidstaten zijn in de zin van verordening [verordening van de Raad op grond van art. 127, lid 6, VWEU] of geen nauwe samenwerking met de ECB zijn aangegaan overeenkomstig die verordening. De mandaten zijn overlappend en er geldt een passend roulatiesysteem.”.

8 bis.

Na artikel 49 wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 49 bis

Kosten

De voorzitter maakt de georganiseerde vergaderingen en de genoten gastvrijheid openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.”.

8 ter.

Na artikel 52 wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 52 bis

Kosten

De uitvoerend directeur maakt de georganiseerde vergaderingen en de genoten gastvrijheid openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.”.

8 quater.

Artikel 63, lid 7, wordt geschrapt.

8 quinquies.

Artikel 81, lid 3, wordt vervangen door:

„3.Met betrekking tot het rechtstreeks toezicht op instellingen of infrastructuren met een Europese reikwijdte stelt de Commissie, in het licht van de marktontwikkelingen, de stabiliteit van de interne markt en de cohesie van de Unie, jaarlijks een verslag op over de vraag of de autoriteit meer toezichttaken op dit gebied moet krijgen.”.

8 sexies.

Na artikel 81 wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 81 bis

Evaluatie van de stemregeling

Vanaf de datum waarop het aantal lidstaten die geen deelnemende lidstaten zijn vier bereikt, evalueert de Commissie de werking van de in de artikelen 41 en 44 omschreven stemregeling, rekening houdend met de sinds de inwerkingtreding van deze verordening opgedane ervaring, en brengt zij hierover verslag uit aan het Europees Parlement, de Europese Raad en de Raad.”.

Artikel 2

Onverminderd artikel 81 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 publiceert de Commissie voor 1 januari 2016 een verslag over de toepassing van de bepalingen van deze verordening met betrekking tot:

(b)

de samenstelling van de raad van bestuur; alsmede;

(c)

de samenstelling van het onafhankelijk panel dat de besluiten voor de toepassing van de artikelen 17 en 19 voorbereidt.

Het verslag houdt met name rekening met eventuele ontwikkelingen in de groep lidstaten die de euro als munt hebben of waarvan de autoriteiten overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. …/2013 […] en nauwe samenwerking zijn aangegaan, en onderzoekt of op basis van deze ontwikkelingen verdere aanpassingen noodzakelijk zijn die ervoor zorgen dat de besluiten van de EBA worden genomen met het oog op de handhaving en versterking van de interne markt voor diensten.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

Voor de Raad

De voorzitter