Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
TOELICHTING
1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
Verlenging van een afwijking betreffende een hoger medefinancieringspercentage voor lidstaten die ten aanzien van hun financiële stabiliteit ernstige moeilijkheden dreigen te ondervinden
· Motivering en doel van het voorstel
De aanhoudende financiële en economische crisis heeft de nationale financiële middelen onder druk gezet, aangezien de lidstaten genoodzaakt zijn beleidsmaatregelen op het vlak van begrotingsconsolidatie te nemen. Tegen deze achtergrond is het van groot belang dat de plattelandsontwikkelingsprogramma’s optimaal ten uitvoer worden gelegd.
De uitvoering van de programma's verloopt vaak moeizaam, niet in de laatste plaats omdat begrotingsconsolidatie tot liquiditeitsproblemen leidt. Dit is met name het geval voor die lidstaten die het zwaarst door de financiële crisis zijn getroffen en financiële bijstand hebben gekregen op grond van een aanpassingsprogramma. Tot op heden hebben zeven landen financiële bijstand ontvangen en met de Commissie overeenstemming bereikt over een macro-economisch aanpassingsprogramma. Het gaat om Cyprus, Hongarije, Roemenië, Letland, Portugal, Griekenland en Ierland, hierna "programmalanden" genoemd. Hongarije, Roemenië en Letland vallen niet langer onder een aanpassingsprogramma.
Om te waarborgen dat deze lidstaten (en elke andere lidstaat die in de toekomst bijstand uit dergelijke programma's ontvangt) plattelandsontwikkelingsprogramma's ter plaatse blijven uitvoeren en projecten blijven financieren, bevat het onderhavige voorstel bepalingen op grond waarvan deze lidstaten hogere medefinancieringspercentages kunnen hanteren zonder dat het totaal van de middelen die hun in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid voor de periode 2007-2013 zijn toegewezen, daarbij wordt gewijzigd. Daardoor krijgen de lidstaten op een kritiek moment de beschikking over extra financiële middelen en wordt de voortzetting van de concrete uitvoering van programma's vergemakkelijkt.
· Algemene context en geldende bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied
In artikel 70, lid 4 quater, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 is voorzien in een afwijking om de in de leden 3, 4 en 5 van datzelfde artikel vastgestelde maxima voor de bijdrage uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) te verhogen tot maximaal 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de regio’s die uit hoofde van de convergentiedoelstelling voor steun in aanmerking komen en in de regio’s in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, en tot maximaal 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in andere regio’s. Die afwijking is momenteel enkel van toepassing op de tot 31 december 2013 door de betaalorganen verrichte uitgaven.
· Samenhang met andere beleidsgebieden en met de doelstellingen van de Unie
Het voorstel is in overeenstemming met andere voorstellen en initiatieven die de Commissie als reactie op de financiële crisis heeft vastgesteld.
2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
· Raadpleging van belanghebbende partijen
Er zijn geen externe belanghebbenden geraadpleegd.
· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid
Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.
· Effectbeoordeling
De lidstaten die financiële bijstand ontvangen, hebben de mogelijkheid bij de Commissie een verzoek in te dienen om hun plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 te wijzigen en gebruik te maken van de afwijking om hogere dan de normale medefinancieringspercentages toe te passen. Momenteel passen Griekenland, Ierland en Portugal die afwijking toe, maar niet in alle gevallen tot het maximumbedrag. Aangezien de voor die periode vastgestelde totale financiële ELFPO-toewijzing ten bate van de betrokken lidstaten en de betrokken programma's geen wijzigingen zal ondergaan, zorgen de hogere EU-medefinancieringspercentages hoofdzakelijk voor een verlaging van de totale overheidsbijdrage die tijdens de programmeringsperiode voor de plattelandsontwikkelingsprogramma's beschikbaar is. De lidstaten die financiële bijstand ontvangen, kunnen momenteel het ELFPO-medefinancieringspercentage voor de huidige plattelandsontwikkelingsprogramma’s 2007-2013 enkel verhogen voor uitgaven tot 31 december 2013 (voor de periode dat de lidstaat financiële bijstand ontvangt) en dus niet tot 31 december 2015, de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven.
Voor de uitgaven die worden gedaan in het kader van de nieuwe programmeringsperiode 2014-2020, kan het percentage van de uit het ELFPO verleende bijdrage overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) nr. …/… [verordening inzake gemeenschappelijke bepalingen] worden verhoogd met 10 procentpunten boven het voor elke maatregel geldende medefinancieringspercentage. Dit nieuwe systeem, dat voor alle maatregelen op dezelfde wijze aanvullend zal zijn, kan in sommige gevallen leiden tot een ELFPO-medefinancieringspercentage dat lager of hoger ligt dan bij het huidige systeem op grond van artikel 70, lid 4 quater, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.
Indien de in artikel 70, lid 4 quater, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgestelde mogelijkheid om voor de lopende plattelandsontwikkelingsprogramma’s hogere dan de normale ELFPO-medefinancieringspercentages toe te passen, wordt beperkt tot het einde van 2013 en uitsluitend voor de periode dat de lidstaat financiële bijstand ontvangt, bestaat het risico dat de maximale en optimale benutting van de ELFPO-fondsen voor de betrokken plattelandsontwikkelingsprogramma’s ernstig in het gedrang komt nog vóór de mogelijkheid tot aanvulling in het kader van de nieuwe programma’s er komt.
3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
· Samenvatting van de voorgestelde maatregelen
Voorgesteld wordt om artikel 70, lid 4 quater, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 in die zin te wijzigen dat de lidstaten die financiële bijstand ontvangen, tot het einde van de subsidiabiliteitsperiode in aanmerking komen voor de verhoging met tien procentpunten, uitsluitend voor openstaande begrotingsvastleggingen voor de programmeringsperiode 2007-2013, en om die verhoging kunnen verzoeken in hun aanvragen tot betaling van het eindsaldo, zelfs als geen financiële bijstand meer wordt verleend.
· Rechtsgrondslag
De artikelen 42 en 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
· Subsidiariteitsbeginsel
Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel voor zover het ertoe strekt via het ELFPO meer steun te verlenen aan bepaalde lidstaten die, met name wat hun economische groei en financiële stabiliteit betreft, in ernstige moeilijkheden verkeren en die met een oplopend tekort en een verslechterende schuldenpositie te kampen hebben, mede als gevolg van het internationale economische en financiële klimaat. In deze context is het noodzakelijk op EU-niveau een tijdelijk mechanisme vast te stellen waarbij kan worden afgeweken van de normale medefinancieringspercentages van het ELFPO.
· Evenredigheidsbeginsel
Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.
De verlenging van de toepassing van de verhoogde medefinancieringspercentages is evenredig ten opzichte van de aanhoudende economische crisis en de overige inspanningen ter ondersteuning van deze lidstaten.
· Keuze van instrumenten
Voorgesteld instrument: wijziging van de huidige verordening.
De Commissie heeft de door het rechtskader geboden speelruimte onderzocht en acht het in het licht van de tot nu toe opgedane ervaringen nodig om een wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 voor te stellen.
4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Er is geen effect op de vastleggingskredieten, aangezien geen wijziging wordt voorgesteld van de maximumbedragen voor financiering uit het ELFPO, zoals vastgesteld in de operationele programma's voor de programmeringsperiode 2007 - 2013.
Er kan in de begroting 2014 echter 90 miljoen EUR extra nodig zijn aan betalingskredieten indien de lidstaten de verhoogde medefinancieringspercentages blijven toepassen.
In het licht van de verzoeken van de lidstaten om van dit voordeel gebruik te kunnen maken en rekening houdend met de evolutie op het gebied van de verzoeken om tussentijdse betalingen zal de Commissie de situatie opnieuw bekijken en, zo nodig, de ter zake vereiste maatregelen in overweging nemen.
2013/0247 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 42 en 43,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1],
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s[2],
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De ongekende wereldwijde financiële crisis en recessie hebben de economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad en een aanzienlijke verslechtering van de financiële en economische omstandigheden in verschillende lidstaten tot gevolg gehad. In het bijzonder zijn er enkele lidstaten die, met name wat hun economische groei en financiële stabiliteit betreft, ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden en die met een oplopend tekort en een verslechterende schuldenpositie te kampen hebben, mede als gevolg van het internationale economische en financiële klimaat.
(2) Hoewel reeds belangrijke maatregelen zijn genomen om de negatieve effecten van de crisis op te vangen, waaronder wijzigingen van het wetgevend kader, laten de gevolgen van de financiële crisis voor de reële economie zich nog steeds op grote schaal voelen en neemt de druk op de nationale financiële middelen toe.
(3) In het licht van de ernstige problemen die een aantal lidstaten op het gebied van financiële stabiliteit nog steeds ondervinden en om de daaruit voortvloeiende negatieve effecten te beperken tijdens de overgang van de huidige naar de volgende programmeringsperiode, dient, voor een maximale benutting van de beschikbare ELFPO-fondsen, de duur van de afwijking ter verhoging van het maximale percentage van de uit het ELFPO verleende bijdrage, als vastgesteld in artikel 70, lid 4 quater, van Verordening (EG) nr. 1698/2005[3], te worden verlengd tot de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven voor de programmeringsperiode 2007-2013, namelijk 31 december 2015.
(4) De mogelijkheid om de tussentijdse betalingen en de betalingen van het eindsaldo te verhogen tot boven het normale medefinancieringspercentage mag niet worden beperkt tot de periode waarin de lidstaat financiële bijstand krijgt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 407/2010, Verordening (EG) nr. 332/2002 of het Verdrag voor de oprichting van het Europees stabiliteitsmechanisme, aangezien de lidstaat ook nadat de financiële bijstand is afgelopen, ernstige moeilijkheden blijft ondervinden voor de medefinanciering uit de nationale begroting.
(5) Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van 7-8 februari 2013 en krachtens artikel 22 van [verordening inzake gemeenschappelijke bepalingen - CPR] zal de verhoging van het medefinancieringspercentage met tien procentpunten van toepassing zijn voor de programmeringsperiode 2014-2020 tot en met 30 juni 2016, moment waarop de mogelijkheid van de verhoging opnieuw zal worden bekeken. Aangezien de programmeringsperioden 2007-2013 en 2014-2020 elkaar overlappen, moet worden toegezien op een coherente en eenvormige behandeling van de lidstaten die in de twee perioden financiële bijstand ontvangen. Daarom moeten lidstaten die financiële bijstand ontvangen, tot het einde van de subsidiabiliteitsperiode in aanmerking komen voor het verhoogde medefinancieringspercentage en moeten zij daarom kunnen verzoeken in hun aanvragen tot betaling van het eindsaldo, zelfs als er geen financiële bijstand meer wordt verleend.
(6) Aangezien de in artikel 70, lid 4 quater, vastgestelde termijn samenvalt met het einde van de programmeringsperiode en de desbetreffende programma- en procedurevereisten, is het dienstig dat deze Verordening in werking treedt op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
(7) Verordening (EG) nr. 1698/2005 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 70, lid 4 quater, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 wordt als volgt gewijzigd:
(a) in de eerste alinea wordt het inleidende gedeelte vervangen door:
"In afwijking van de in de leden 3, 4 en 5 vastgestelde maxima kan de bijdrage uit het ELFPO worden verhoogd tot maximaal 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de regio's die uit hoofde van de convergentiedoelstelling voor steun in aanmerking komen en in de regio's in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, en tot maximaal 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in andere regio's. Deze percentages zijn op de subsidiabele uitgaven die voor het eerst in elke gecertificeerde uitgavendeclaratie worden opgegeven, van toepassing wanneer een lidstaat na [OPOCE please insert date of entry into force of this Regulation] aan één van de volgende voorwaarden voldoet: ";
(b) de tweede alinea wordt vervangen door:
"Een lidstaat die gebruik wenst te maken van de in de eerste alinea bedoelde afwijking, dient bij de Commissie een verzoek in tot overeenkomstige wijziging van zijn plattelandsontwikkelingsprogramma. De afwijking wordt van toepassing zodra de Commissie de wijziging van het programma goedkeurt."
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
FINANCIEEL MEMORANDUM || AGRI/I1/2013/1278200
6.20.2013.6
|| DATUM: 17.05.2013
1. || BEGROTINGSONDERDEEL: 05 04 Plattelandsontwikkeling ||
2. || TITEL: Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
3. || RECHTSGRONDSLAG: Artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
4. || DOELSTELLINGEN Deze verordening voorziet in een verlenging tot eind 2015 van de afwijking die het voor lidstaten die financiële bijstand ontvangen, mogelijk maakt het percentage van de uit het ELFPO verleende bijdrage te verhogen tot maximaal 95 % in de onder de convergentiedoelstelling vallende regio’s en in de regio’s in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, en tot maximaal 85 % in andere regio’s.
5. || FINANCIËLE GEVOLGEN || PERIODE 12 MAANDEN (mln EUR) || LOPEND BEGROTINGSJAAR 2013 (mln EUR) || VOLGEND BEGROTINGSJAAR 2014 (mln EUR)
5.0 || UITGAVEN - TEN LASTE VAN DE EU-BEGROTING (RESTITUTIES/INTERVENTIES) - NATIONALE INSTANTIES - ANDERE || || || VK: - BK: + 90
5.1 || ONTVANGSTEN - EIGEN MIDDELEN EU (HEFFINGEN/DOUANERECHTEN) - NATIONAAL || || ||
|| || 2015 || 2016 || 2017 || 2018
5.0.1 || RAMING VAN DE UITGAVEN || || || BK: - 90 ||
5.1.1 || RAMING VAN DE ONTVANGSTEN || || || ||
5.2 || BEREKENINGSMETHODE: -
6.0 || IS FINANCIERING MOGELIJK UIT KREDIETEN DIE IN HET BETROKKEN HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGEVOERD ? || n.v.t.
6.1 || IS FINANCIERING MOGELIJK DOOR OVERSCHRIJVING VAN EEN HOOFDSTUK NAAR EEN ANDER HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING? || n.v.t.
6.2 || IS EEN AANVULLENDE BEGROTING NODIG? || NEE
6.3 || MOETEN OP DE VOLGENDE BEGROTING KREDIETEN WORDEN OPGEVOERD? || NEE
OPMERKINGEN Voor de vastleggingskredieten heeft de wijziging van Verordening 1698/2005 geen financiële gevolgen omdat het totale bedrag dat voor plattelandsontwikkeling is uitgetrokken, alsmede de verdeling van dit bedrag over de jaren ongewijzigd blijven. Wat de betalingen betreft, kan de verlenging van de afwijking ter verhoging van het medefinancieringspercentage resulteren in hogere terugbetalingen voor de betrokken lidstaten. Het voorstel zal geen gevolgen hebben in 2013. Op basis van de meest recente betalingsprognose van de lidstaten kunnen de benodigde aanvullende betalingen voor 2014 op 90 miljoen EUR worden geraamd (in vergelijking met een situatie waarbij de toepassing van verhoogde percentages eind 2013 afloopt). Dat bedrag zal worden gecompenseerd bij het afsluiten van de programma’s, hoogst waarschijnlijk in 2017. In het licht van de verzoeken van de lidstaten om van dit voordeel gebruik te kunnen maken en rekening houdend met de evolutie op het gebied van de verzoeken om tussentijdse betalingen zal de Commissie de situatie opnieuw bekijken en, zo nodig, de ter zake vereiste maatregelen in overweging nemen.
[1] PB C [...] van [...], blz. [...].
[2] PB C [...] van [...], blz. [...].
[3] PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1.