Home

Jaarrekeningen van het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds — Begrotingsjaar 2013

Jaarrekeningen van het achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds — Begrotingsjaar 2013

13.11.2014

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 401/1


JAARREKENINGEN VAN HET ACHTSTE, NEGENDE EN TIENDE EUROPEES ONTWIKKELINGSFONDS — BEGROTINGSJAAR 2013

2014/C 401/01

INHOUDSOPGAVE

Certificering van de rekeningen

Uitvoering en financiële verslaglegging van de EOF-middelen

DEEL I —

Jaarrekening van het EOF: de door de Commissie beheerde middelen

1.

FINANCIËLE STATEN VAN HET 8e, 9e EN 10e EUROPEES ONTWIKKELINGSFONDS

1.1.

8e, 9e en 10e EOF: Geaggregeerd balanstotaal, economische resultatenrekening, kasstroomoverzicht en mutatieoverzicht van de nettoactiva

1.2.

8e EOF: Balans, economische resultatenrekening en mutatieoverzicht van de nettoactiva

1.3.

9e EOF: Balans, economische resultatenrekening en mutatieoverzicht van de nettoactiva

1.4.

10e EOF: Balans, economische resultatenrekening en mutatieoverzicht van de nettoactiva

1.5.

Toelichtingen bij de financiële staten van het 8e, 9e EN 10e EOF

2.

VERSLAG OVER DE TENUITVOERLEGGING VAN DE MIDDELEN

2.1.

Toewijzingen

2.2.

Geconsolideerde rekeningen

DEEL II —

Jaarrekening van heT EOF: Financiële staten van de investeringsfaciliteit

3.

FINANCIËLE STATEN VAN DE INVESTERINGSFACILITEIT

3.1.

Vermogensoverzicht per 31 december 2013

3.2.

Overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten voor het op 31 december 2013 afgesloten jaar

3.3.

Overzicht van de wijzigingen in de middelen van de contribuanten voor het op 31 december 2013 afgesloten jaar

3.4.

Overzicht van de kasstromen voor het op 31 december 2013 afgesloten jaar

3.5.

Toelichtingen bij de financiële staten per 31 december 2013

BIJLAGE BIJ DEEL I

HOOFDSTUK 2 (Verslag over de tenuitvoerlegging van de middelen): situatie per land en per instrument

CERTIFICERING VAN DE REKENINGEN

De jaarrekeningen van het 8e, 9e en 10e Europees Ontwikkelingsfonds voor het jaar 2013 zijn opgesteld volgens de bepalingen van titel VIII van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e Europees Ontwikkelingsfonds en overeenkomstig de in de bijlage bij de financiële staten beschreven boekhoudbeginselen, -regels en -methoden.

Ik verklaar dat ik verantwoordelijk ben om ervoor te zorgen dat de jaarrekeningen van het 8e, 9e en 10e Europees Ontwikkelingsfonds worden opgesteld en gepresenteerd overeenkomstig artikel 125 van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e Europees Ontwikkelingsfonds.

Ik heb van de ordonnateur en de EIB, die voor de betrouwbaarheid instaan, alle inlichtingen verkregen die nodig zijn voor het opstellen van de jaarrekeningen die een beeld van de activa en de passiva van de Europese Ontwikkelingsfondsen en de uitvoering van de begroting geven.

Ik verklaar dat ik op basis van deze inlichtingen en op basis van de controles die ik noodzakelijk achtte om de jaarrekeningen te kunnen aftekenen, redelijke zekerheid heb dat de jaarrekeningen in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de financiële positie van de Europese Ontwikkelingsfondsen geven.

(w.g.)

Manfred KRAFF

Rekenplichtige

UITVOERING EN FINANCIËLE VERSLAGLEGGING VAN DE EOF-MIDDELEN

1. ACHTERGROND

De Europese Unie (EU) heeft samenwerkings- en ontwikkelingsbetrekkingen met een groot aantal ontwikkelingslanden. De belangrijkste doelstelling is het bevorderen van de economische, sociale en ecologische ontwikkeling, waarbij de aandacht in eerste instantie wordt toegespitst op het terugdringen en bestrijden van armoede op lange termijn door aan de begunstigde landen ontwikkelingshulp en technische bijstand te verstrekken. Hiertoe stelt de EU samen met de partnerlanden ontwikkelingsstrategieën op en besteedt zij financiële middelen om die strategieën ten uitvoer te leggen. De middelen die de EU voor ontwikkeling uittrekt, zijn afkomstig van drie bronnen:

de begroting van de Europese Unie,

het Europees Ontwikkelingsfonds,

de Europese Investeringsbank.

Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) is het voornaamste instrument voor het verstrekken van steun van de EU in het kader van de ontwikkelingssamenwerking aan de de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en de landen en gebieden overzee (LGO).

Het EOF wordt niet gefinancierd met middelen uit de EU-begroting. Het EOF is opgericht krachtens een interne overeenkomst van de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad bijeen en wordt beheerd door een eigen comité. De Europese Commissie (hierna „Commissie” genoemd) is verantwoordelijk voor de financiële uitvoering van de verrichtingen die met middelen van het EOF worden uitgevoerd en de Europese Investeringsbank (EIB) beheert de investeringsfaciliteit.

De geografische steun aan de ACS-staten en de LGO zal voor de periode 2008-2013 verder grotendeels via het EOF worden gefinancierd. Elk EOF wordt gewoonlijk voor een periode van ongeveer vijf jaar gesloten. Op elk EOF is een eigen Financieel Reglement van toepassing dat het opmaken van financiële staten voor elk afzonderlijk EOF verplicht stelt. Financiële staten worden bijgevolg afzonderlijk opgemaakt voor elk EOF met betrekking tot het deel dat door de Commissie wordt beheerd. Door middel van de gecumuleerde voorstelling van deze financiële staten komt een totaalbeeld tot stand van de financiële situatie van de middelen waarvoor de Commissie verantwoordelijk is.

De investeringsfaciliteit is opgericht in het kader van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst. De investeringsfaciliteit wordt beheerd door de EIB en wordt gebruikt om de ontwikkeling van de particuliere sector in de ACS-staten te ondersteunen door hoofdzakelijk — maar niet uitsluitend — particuliere investeringen te financieren. De faciliteit is opgezet als een duurzaam fonds, in die zin dat terugbetalingen opnieuw in andere verrichtingen kunnen worden geïnvesteerd, waardoor de faciliteit zelfbedruipend en financieel onafhankelijk is. Aangezien de investeringsfaciliteit niet door de Commissie wordt beheerd, wordt zij niet geconsolideerd in het eerste deel van de jaarrekening — de financiële staten van het 8e, 9e en 10e EOF en het bijhorende financiële uitvoeringsverslag. De financiële staten van de investeringsfaciliteit zijn opgenomen als een afzonderlijk onderdeel van de jaarrekening (deel II) om een volledig beeld te geven van de ontwikkelingshulp van het EOF. Het 10e EOF heeft betrekking op de periode 2008-2013. De totale middelen waarover het 10e EOF beschikt, bedragen 22 682 miljoen EUR(1).

2. HOE WORDT HET EOF GEFINANCIERD?

De Europese Raad van 15—16 december 2005 heeft de financiële perspectieven voor de periode 2007-2013 vastgesteld. In dit kader is besloten dat de geografische samenwerking met de ACS-staten niet in de begroting van EU zou worden opgenomen, maar voor de periode 2008-2013 verder zou worden gefinancierd met de middelen uit het bestaande intergouvernementele EOF.

De EU-begroting wordt jaarlijks opgesteld en volgens het jaarperiodiciteitsbeginsel in begrotingszaken gelden de raming van en de machtiging voor de ontvangsten en uitgaven voor één jaar. In tegenstelling tot de EU heeft de werking van het EOF een meerjarig karakter. Voor elk EOF wordt een algemeen fonds opgericht voor de tenuitvoerlegging van de ontwikkelingssamenwerking gedurende een periode van doorgaans vijf jaar. Aangezien de middelen op meerjarige basis worden toegekend, kunnen de toegewezen middelen tijdens de looptijd van het EOF worden benut. In de begrotingsverslaggeving, waar de budgettaire tenuitvoerlegging van de EOF wordt afgemeten aan de totale middelen, wordt gewezen op het ontbreken van de jaarperiodiciteit.

De EOF-middelen zijn ad-hoc bijdragen van de EU-lidstaten. Ongeveer elke vijf jaar komen vertegenwoordigers van de lidstaten op intergouvernementeel niveau bijeen om het totale bedrag vast te stellen dat aan het fonds zal worden toegewezen en om toezicht te houden op de besteding ervan. Vervolgens worden de middelen door de Commissie beheerd overeenkomstig het EU-ontwikkelingsbeleid. Naast het beleid dat op het niveau van de EU wordt gevoerd, hebben de lidstaten hun eigen ontwikkelingsbeleid en moeten zij met het oog op complementariteit hun eigen beleid met dat van de EU coördineren.

Naast de bovenvermelde bijdragen kunnen lidstaten ook medefinancieringsregelingen aangaan of vrijwillige financiële bijdragen aan het EOF geven.

3. JAARRAPPORTAGE

3.1. Jaarrekeningen

De rekenplichtige heeft de verantwoordelijkheid om de jaarrekening op te stellen en ervoor te zorgen dat zij een getrouw beeld geeft van de vermogenspositie van de EDF.

De jaarrekening is als volgt opgebouwd:

DEEL I: De door de Commissie beheerde middelen

Financiële staten van het 8e, 9e en 10e EOF

Verslag over de financiële uitvoering van het 8e, 9e en 10e EOF

DEEL II: De door de Europese Investeringsbank beheerde middelen

Financiële staten van de investeringsfaciliteit

De financiële staten van de investeringsfaciliteit zijn als afzonderlijk deel bij de jaarrekening gevoegd om een volledig beeld te geven van de ontwikkelingshulp van het EOF.

Na controle door de Europese Rekenkamer wordt de jaarrekening uiterlijk op 31 juli van het daaropvolgend jaar door de Commissie goedgekeurd en ter kwijting aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd.

4. CONTROLE EN KWIJTING

4.1. Controle

De jaarrekening en het beheer van de middelen van het EOF staan onder toezicht van de externe controleur van het fonds, zijnde de Europese Rekenkamer, die een jaarverslag opstelt voor het Europees Parlement en de Raad.

4.2. Kwijting

De eindcontrole is de kwijting van de financiële tenuitvoerlegging van de EOF-middelen voor een bepaald begrotingsjaar. Het Europees Parlement is de met kwijting belaste autoriteit van het EOF. Dit betekent dat na de controle en de voltooiing van de jaarrekening de Raad een aanbeveling dient te doen en het Parlement daarna dient te beslissen of het kwijting verleent aan de Commissie voor de financiële tenuitvoerlegging van de EOF-middelen voor het vorige begrotingsjaar. Deze beslissing is gebaseerd op een controle van de rekeningen, het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (dat een officiële betrouwbaarheidsverklaring bevat) en de antwoorden van de Commissie, alsook op de antwoorden van de Commissie op aanvullende vragen en verzoeken om meer informatie.

DEEL I

JAARREKENING VAN HET EOF: DOOR DE COMMISSIE BEHEERDE MIDDELEN(2)

1. FINANCIËLE STATEN VAN HET 8e, 9e EN 10e EUROPEES ONTWIKKELINGSFONDS

1.1. 8e, 9e en 10e EOF: Geaggregeerd balanstotaal, economische resultatenrekening, kasstroomoverzicht en mutatieoverzicht van de nettoactiva

GEAGGREGEERD BALANSTOTAAL

van het 8e, 9e en 10e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

31.12.2013

31.12.2012

NIET-VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.1

424

438

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.2

1 286

1 334

Vorderingen

2.3

84

70

Geldmiddelen en kasequivalenten

2.5

759

690

TOTAAL ACTIVA

2 553

2 532

NIET-VLOTTENDE PASSIVA

Schulden

2.6

(25)

(40)

VLOTTENDE PASSIVA

Schulden

2.7

(1 214)

(1 057)

TOTAAL PASSIVA

(1 239)

(1 097)

NETTOACTIVA

1 313

1 435

MIDDELEN EN RESERVES

Afgeroepen middelen van het fonds

2.8

32 529

29 579

Overige reserves

2.9

2 252

2 252

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(30 396)

(27 374)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(3 072)

(3 023)

NETTOACTIVA

1 313

1 435


GEAGGREGEERDE ECONOMISCHE RESULTATENREKENING

van het 8e, 9e en 10e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

2013

2012

BELEIDSONTVANGSTEN

3.1

123

124

BELEIDSUITGAVEN

Beleidsuitgaven

3.2

(3 027)

(3 017)

Administratieve uitgaven

3.3

(167)

(107)

TEKORT VAN BELEIDSACTIVITEITEN

(3 072)

(3 001)

Financiële ontvangsten

3.4

0

(22)

OVERSCHOT/(TEKORT) VAN FINANCIËLE ACTIVITEITEN

0

(22)

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET BEGROTINGSJAAR

(3 072)

(3 023)


GEAGGREGEERD KASSTROOMOVERZICHT

van het 8e, 9e en 10e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

2013

2012

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(3 072)

(3 023)

BELEIDSACTIVITEITEN

4.2

Gewone bijdragen van de lidstaten

2 961

2 606

Cofinancieringsbijdragen

18

19

(Terugboeking van) waardeverminderingen op vorderingen

(2)

4

(Toename)/afname voorfinancieringen op lange termijn

14

(58)

(Toename)/afname voorfinancieringen op korte termijn

48

(159)

(Toename)/afname vorderingen op korte termijn(3)

(7)

31

Toename/(afname) van langlopende verplichtingen

(15)

40

Toename/(afname) van kortlopende verplichtingen(4)

123

6

NETTOKASSTROOM

69

(534)

NETTOTOENAME/(-AFNAME) VAN KASMIDDELEN EN DAARMEE GELIJK TE STELLEN MIDDELEN

69

(534)

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen bij het begin van het jaar

2.5

690

1 224

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen bij het einde van het jaar

2.5

759

690


GEAGGREGEERD MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

van het 8e, 9e EN 10e EOF

(in miljoen EUR)

Vermogen van het fonds

Niet-afgeroepen middelen

Afgeroepen middelen van het fonds

Gecumuleerde reserves

Overige reserves

Totaal nettoactiva

(a)

(b)

(c) = (a) — (b)

(d)

(e)

(c) + (d) + (e)

BALANS OP 31 december 2011

45 691

18 712

26 979

(27 374)

2 252

1 858

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

(2 600)

2 600

2 600

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(3 023)

(3 023)

SALDO PER 31 december 2012

45 691

16 112

29 579

(30 396)

2 252

1 435

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

(2 950)

2 950

2 950

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(3 072)

(3 072)

SALDO PER 31 december 2013

45 691

13 162

32 529

(33 468)

2 252

1 313

1.2. 8e EOF: Balans, economische resultatenrekening en mutatieoverzicht van de nettoactiva

BALANS

van het 8e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

31.12.2013

31.12.2012

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.2

5

38

Vorderingen

2.3

2

1

Verbindingsrekeningen

2.4

290

345

TOTAAL ACTIVA

297

384

VLOTTENDE PASSIVA

Schulden

2.7

(28)

(22)

TOTAAL PASSIVA

(28)

(22)

NETTOACTIVA

270

361

MIDDELEN EN RESERVES

Afgeroepen middelen van het fonds

2.8

12 840

12 840

Overige reserves

2.9

(2 456)

(2 354)

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(10 125)

(10 132)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

10

7

NETTOACTIVA

270

361


ECONOMISCHE RESULTATENREKENING

van het 8e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

2013

2012

BELEIDSONTVANGSTEN

3.1

64

58

BELEIDSUITGAVEN

3.2

(53)

(49)

OVERSCHOT/(TEKORT) VAN BELEIDSACTIVITEITEN

11

9

Financiële ontvangsten

3.4

0

(2)

OVERSCHOT/(TEKORT) VAN FINANCIËLE ACTIVITEITEN

0

(2)

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET BEGROTINGSJAAR

10

7


MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

van het 8e EOF

(in miljoen EUR)

Vermogen van het fonds

Niet-afgeroepen middelen

Afgeroepen middelen van het fonds

Gecumuleerde reserves

Overige reserves

Totaal nettoactiva

(a)

(b)

(c) = (a) — (b)

(d)

(e)

(c) + (d) + (e)

SALDO PER 31 december 2011

12 840

12 840

(10 132)

(2 276)

432

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(78)

(78)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

7

7

SALDO PER 31 december 2012

12 840

12 840

(10 125)

(2 354)

361

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(102)

(102)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

10

10

SALDO PER 31 december 2013

12 840

12 840

(10 114)

(2 456)

270

1.3. 9e EOF: Balans, economische resultatenrekening en mutatieoverzicht van de nettoactiva

BALANS

van het 9e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

31.12.2013

31.12.2012

NIET-VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.1

90

119

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.2

259

447

Vorderingen

2.3

58

58

Verbindingsrekeningen

2.4

1 323

1 919

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

2.5

TOTAAL ACTIVA

1 730

2 543

VLOTTENDE PASSIVA

Schulden

2.7

(263)

(375)

TOTAAL PASSIVA

(263)

(375)

NETTOACTIVA

1 467

2 168

MIDDELEN EN RESERVES

Afgeroepen middelen van het fonds

2.8

11 699

11 699

Overige reserves

2.9

3 756

4 126

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(13 658)

(12 830)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(331)

(827)

NETTOACTIVA

1 467

2 168


ECONOMISCHE RESULTATENREKENING

van het 9e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

2013

2012

BELEIDSONTVANGSTEN

3.1

34

49

BELEIDSUITGAVEN

Beleidsuitgaven

3.2

(362)

(856)

Administratieve uitgaven

3.3

0

(1)

TEKORT VAN BELEIDSACTIVITEITEN

(328)

(809)

Financiële ontvangsten

3.4

(3)

(18)

TEKORT VAN BELEIDSACTIVITEITEN

(3)

(18)

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET BEGROTINGSJAAR

(331)

(827)


MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

van het 9e EOF

(in miljoen EUR)

Vermogen van het fonds

Niet-afgeroepen middelen

Afgeroepen middelen van het Fonds

Gecumuleerde reserves

Overige reserves

Totaal nettoactiva

(a)

(b)

(c) = (a) — (b)

(d)

(e)

(c) + (d) + (e)

SALDO PER 31 december 2011

11 699

11 699

(12 830)

4 227

3 096

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(100)

(100)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(827)

(827)

SALDO PER 31 DECEMBER 2012

11 699

11 699

(13 657)

4 126

2 168

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(371)

(371)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(331)

(331)

SALDO PER 31 DECEMBER 2013

11 699

11 699

(13 988)

3 756

1 467

1.4. 10e EOF: balans, economische resultatenrekening en mutatieoverzicht van de nettoactiva

BALANS

van het 10e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

31.12.2013

31.12.2012

NIET-VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.1

334

319

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.2

1 021

849

Vorderingen

2.3

24

11

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

2.5

759

690

TOTAAL ACTIVA

2 138

1 869

NIET-VLOTTENDE PASSIVA

Schulden

2.6

(25)

(40)

VLOTTENDE PASSIVA

Schulden

2.7

(923)

(660)

Verbindingsrekeningen

2.4

(1 613)

(2 264)

TOTAAL PASSIVA

(2 561)

(2 963)

NETTOACTIVA

(423)

(1 095)

MIDDELEN EN RESERVES

Afgeroepen middelen van het fonds

2.8

7 990

5 040

Overige reserves

2.9

952

479

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(6 614)

(4 411)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(2 751)

(2 203)

NETTOACTIVA

(423)

(1 095)


ECONOMISCHE RESULTATENREKENING

van het 10e EOF

(in miljoen EUR)

Toelichting

2013

2012

BELEIDSONTVANGSTEN

3.1

25

18

BELEIDSUITGAVEN

Beleidsuitgaven

3.2

(2 612)

(2 112)

Administratieve uitgaven

3.3

(167)

(106)

TEKORT VAN BELEIDSACTIVITEITEN

(2 754)

(2 201)

Financiële ontvangsten

3.4

3

(2)

OVERSCHOT/(TEKORT) VAN FINANCIËLE ACTIVITEITEN

3

(2)

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET BEGROTINGSJAAR

(2 751)

(2 203)


MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

van het 10e EOF

(in miljoen EUR)

Vermogen van het fonds

Niet-afgeroepen middelen

Afgeroepen middelen van het Fonds

Gecumuleerde reserves

Overige reserves

Totaal nettoactiva

(a)

(b)

(c) = (a) — (b)

(d)

(e)

(c) + (d) + (e)

SALDO PER 31 DECEMBER 2011

21 152

18 712

2 440

(4 411)

301

(1 670)

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

(2 600)

2 600

2 600

Overdrachten van het 8e en 9e EOF

178

178

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(2 203)

(2 203)

SALDO PER 31 DECEMBER 2012

21 152

16 112

5 040

(6 614)

479

(1 095)

Kapitaalverhoging — gewone bijdragen

(2 950)

2 950

2 950

Overdrachten van/naar het 8e en 9e EOF

473

473

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

(2 751)

(2 751)

SALDO PER 31 DECEMBER 2013

21 152

13 162

7 990

(9 365)

952

(423)

1.5. Toelichtingen bij de financiële staten van het 8e, 9e en 10e EOF

1. BELANGRIJKSTE GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING

1.1. WETTELIJKE BEPALINGEN EN HET FINANCIEEL REGLEMENT

De financiële staten zijn opgesteld overeenkomstig het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF (hierna „FR EOF” genoemd)(5). Overeenkomstig de bepalingen van artikel 121 van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF worden de financiële staten volgens het beginsel van de periodetoerekening opgesteld.

Deze financiële staten werden opgemaakt overeenkomstig boekhoudregels en -methoden voor het EOF, die werden vastgesteld op basis van de internationaal aanvaarde normen voor de openbare sector (IPSAS — International Public Sector Accounting Standards), die door de International Public Sector Accounting Standard Board (IPSASB) zijn uitgevaardigd. De door de rekenplichtige van het EOF aangenomen boekhoudregels zijn toegepast voor het deel van de middelen van het EOF waarvoor de Commissie belast is met het financieel beheer.

De rekenplichtige van het EOF moet de voorlopige rekening uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar bij de Rekenkamer indienen. Uiterlijk op 15 juni stelt de Rekenkamer de Commissie in kennis van haar opmerkingen over het ontwerp van de rekeningen (artikel 125). Op basis van deze opmerkingen keurt de Commissie de jaarrekeningen uiterlijk op 31 juli goed en zendt deze aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer toe. De rekeningen worden tegen 15 november in het Publicatieblad bekendgemaakt, vergezeld van de betrouwbaarheidsverklaring die door de Rekenkamer wordt verstrekt voor het deel van de middelen van het EOF waarvoor de Europese Commissie belast is met het financieel beheer.

1.2. BOEKHOUDBEGINSELEN

Het doel van de financiële staten bestaat erin informatie te verschaffen over de financiële positie, financiële prestaties en kasstromen van een entiteit, die voor een groot aantal gebruikers nuttig is. Voor een organisatie in de openbare sector, zoals het EOF, moeten deze staten meer in het bijzonder informatie verschaffen die nuttig is voor de besluitvorming en getuigen van de controleerbaarheid van de organisatie met betrekking tot de middelen die aan haar zijn toevertrouwd.

Om een getrouw beeld te geven, moeten de financiële staten niet alleen relevante informatie verschaffen over de aard en de omvang van de activiteiten van een organisatie, verklaren hoe die organisatie wordt gefinancierd en sluitende informatie over de verrichtingen ervan verstrekken, maar dit alles ook op een duidelijke en begrijpelijke manier doen die vergelijking met andere begrotingsjaren mogelijk maakt. Het spreekt voor zich dat dit document in deze geest is opgesteld.

De boekhouding van het EOF bestaat uit een algemene boekhouding en een begrotingsboekhouding. Aan de hand van de begrotingsboekhouding kan de uitvoering van de begroting nauwkeurig worden gevolgd. De begrotingsboekhouding is gebaseerd op het kasbeginsel. Op basis van de algemene boekhouding kunnen de financiële staten worden opgemaakt, aangezien in de boekhouding alle uitgaven en ontvangsten voor het begrotingsjaar worden geboekt op basis van de boekhoudregels op transactiebasis, teneinde in de vorm van een balans per 31 december de financiële positie vast te stellen.

Artikel 120 van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF vermeldt de boekhoudbeginselen aan de hand waarvan de financiële staten moeten worden opgemaakt:

continuïteit van de activiteiten,

voorzichtigheid,

bestendigheid van de boekhoudmethoden,

vergelijkbaarheid van de informatie,

relatief belang,

niet-compensatie,

voorrang van werkelijkheid boven schijn,

periodetoerekening per begrotingsjaar.

1.3. OPSTELLINGSGRONDSLAG

1.3.1. Functionele en rapporteringsvaluta

De financiële staten zijn uitgedrukt in miljoen euro, aangezien de euro de functionele en rapporteringsvaluta van het EOF is.

1.3.2. Munteenheid en omrekeningsbeginselen

Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro tegen de wisselkoersen die golden op de data van de onderliggende verrichting. Wisselkoersbaten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van verrichtingen in vreemde valuta's en uit de omrekening aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende monetaire activa en passiva worden in de economische resultatenrekening opgenomen.

De omzetting in euro van de in vreemde valuta luidende saldi van monetaire activa en passiva aan het einde van het boekjaar vindt plaats tegen de op 31 december geldende wisselkoersen:

Munteenheid

31.12.2013

31.12.2012

XOF

655,957

655,957

XAF

655,957

655,957

NGN

212,376

206,074

PGK

3,38524

2,76702

HTG

60,7227

56,2987

GNF

9 616,41

9 250,40

MWK

595,810

439,917

KES

117,270

113,460

BIF

2 107,95

2 037,95

SLL

6 013,08

5 709,56

TZS

2 166,71

2 077,48

UGX

3 423,24

3 508,51

MGA

3 092,68

2 981,70

SZL

14,5660

11,1727

1.3.3. Gebruik van ramingen

Overeenkomstig de IPSAS en algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen bevatten de financiële staten onvermijdelijk bedragen die steunen op ramingen en veronderstellingen die op basis van de meest betrouwbare beschikbare informatie door het management zijn gedaan. Belangrijke ramingen betreffen onder andere, maar niet uitsluitend bedragen voor voorzieningen, waardeverminderingsverliezen op vorderingen en toegerekende lasten. De werkelijke bedragen kunnen van deze ramingen afwijken. Veranderingen in ramingen worden weergegeven in de periode waarin zij bekend worden.

1.4. BALANS

1.4.1. Voorfinanciering

Voorfinanciering heeft ten doel de begunstigde te voorzien van een kasvoorschot, dus van contante middelen. Zij kan worden opgesplitst in een aantal betalingen gedurende een periode die in de desbetreffende voorfinancieringsovereenkomst is vastgesteld. Het voorschot wordt terugbetaald of gebruikt voor het doel waarvoor het gedurende de in de overeenkomst vastgestelde periode is verstrekt. Indien de begunstigde geen subsidiabele uitgaven doet, moet hij de voorfinanciering aan het EOF terugbetalen. Het voorfinancieringsbedrag wordt (geheel of gedeeltelijk) verminderd naarmate subsidiabele kosten worden aanvaard of bedragen worden teruggestort.

Aan het einde van het jaar uitstaande voorfinancieringen worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijk uitbetaalde bedrag, verminderd met teruggestorte bedragen, afgewikkelde subsidiabele bedragen en geraamde subsidiabele bedragen die aan het einde van het jaar nog niet zijn afgewikkeld en waardeverminderingen.

Rente op voorfinancieringen wordt opgenomen wanneer zij verworven is volgens de bepalingen van de desbetreffende overeenkomst. Aan het einde van het jaar wordt op basis van de meest betrouwbare informatie een raming van de aan de periode toerekenbare renteopbrengsten gemaakt.

1.4.2. Vorderingen

Vorderingen worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke bedrag minus waardeverminderingen. Er wordt een waardevermindering op vorderingen geboekt wanneer er objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat het volledige verschuldigde bedrag niet volgens de oorspronkelijke voorwaarden van de vordering geïnd kan worden. De waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en het realiseerbare bedrag, zijnde de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, verdisconteerd tegen de marktrente die aan vergelijkbare leningnemers in rekening wordt gebracht. Daarnaast wordt een algemene waardevermindering opgenomen voor uitstaande invorderingsopdrachten waarvoor nog geen specifieke waardevermindering is toegepast. Deze algemene waardevermindering is gebaseerd op historische verliescijfers. De waardevermindering wordt opgenomen in de economische resultatenrekening.

1.4.3. Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn financiële instrumenten en worden gedefinieerd als vlottende activa. Zij omvatten liquide middelen, bij banken opvraagbare deposito’s, andere kortlopende, zeer liquide beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden.

1.4.4. Schulden

Een aanzienlijk bedrag van de schulden van het EOF heeft geen betrekking op de aanschaf van goederen of diensten. Het gaat daarentegen om onbetaalde kostendeclaraties van begunstigden van subsidies of andere financiering. Zij worden als te betalen posten voor het gevraagde bedrag geregistreerd wanneer de kostendeclaratie wordt ontvangen en, na verificatie, door de bevoegde financiële functionarissen subsidiabel wordt bevonden. In dat stadium worden zij gewaardeerd tegen het subsidiabel bevonden bedrag.

Schulden die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden bij ontvangst van de factuur opgenomen voor het oorspronkelijke bedrag en de overeenkomstige uitgaven worden in de boeken opgenomen wanneer de goederen of diensten worden geleverd en aanvaard.

1.4.5. Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen wanneer het EOF een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting tegenover derden heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het zeer waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen nodig zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag op betrouwbare wijze kan worden geraamd. Het bedrag van de voorziening is de beste raming van de uitgaven die naar verwachting nodig zullen zijn om de huidige verplichting op de verslagdatum af te wikkelen.

1.4.6. Overlopende posten

Een essentieel aspect in een transactieboekhouding is het waarborgen dat verrichtingen worden toegerekend aan de boekhoudkundige periode waarop zij betrekking hebben. Dit wordt de afsluiting van het boekjaar genoemd. In het bijzonder dient een raming te worden gemaakt van de subsidiabele uitgaven die door begunstigden van EOF-middelen zijn gedaan, maar nog niet bij het EOF zijn gedeclareerd (toegerekende lasten). Omgekeerd worden sommige uitgaven in de lopende periode geregistreerd hoewel zij betrekking hebben op latere periodes (uitgestelde lasten). Die uitgaven dienen geïdentificeerd te worden en opgenomen in de latere periode(s).

Overeenkomstig de boekhoudregels van het EOF worden verrichtingen en gebeurtenissen in de financiële staten opgenomen in de periode waarop zij betrekking hebben. Aan het einde van de boekhoudkundige periode worden de toegerekende uitgaven opgenomen tegen het geraamde bedrag van de voor de periode verschuldigde overdracht. De berekening van de toegerekende uitgaven gebeurt volgens gedetailleerde operationele en praktische richtsnoeren die zijn gepubliceerd door de Commissie en die tot doel hebben te waarborgen dat de financiële staten een getrouw beeld geven.

Ook baten worden geboekt in de periode waarop zij betrekking hebben. Wanneer aan het einde van het jaar nog geen factuur is opgesteld, maar de dienst is verstrekt, de goederen zijn geleverd door het EOF of er een contractuele overeenkomst bestaat (bv. op grond van een verdrag), worden de aan de periode toerekenbare inkomsten in de financiële staten opgenomen.

Wanneer er bovendien aan het einde van het jaar een factuur is opgesteld, maar de dienst nog niet is verstrekt of de goederen nog niet zijn geleverd, worden de ontvangsten uitgesteld en in de volgende boekhoudkundige periode geboekt.

1.5. ECONOMISCHE RESULTATENREKENING

1.5.1. Ontvangsten

Voor het EOF zijn er geen ontvangsten in de begroting opgenomen. De gewone bijdragen van de lidstaten worden beschouwd als vermogen van het fonds. Ontvangsten omvatten teruggevorderde uitgaven en rentebaten.

Teruggevorderde uitgaven

Indien een eindbegunstigde of een derde land uitgaven moet terugbetalen die eerder door het EOF zijn betaald, worden invorderingsopdrachten en inhoudingen op latere betalingen opgesteld die als volgt wordt geboekt:

Teruggevorderde uitgaven: de invorderingsopdracht resulteert in een vordering die in de economische resultatenrekening voor dat jaar als een ontvangst wordt geboekt, of,

Teruggevorderde voorfinancieringen:in dit geval wordt het bedrag in de rubriek voorfinanciering op de balans opgenomen.

Rentebaten

Rentebaten worden in de economische resultatenrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. De rentebaten zijn ontvangen of te ontvangen rente op liquide middelen en opvraagbare deposito's bij commerciële banken en bij laattijdige betaling van schuldvorderingen aan het EOF. De rentebaten worden in aanmerking genomen naarmate zij worden gevormd.

1.5.2. Uitgaven

Handelsuitgaven die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden opgenomen wanneer de goederen zijn geleverd en aanvaard. Zij worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke factuurbedrag.

Niet-handelsuitgaven maken het merendeel van de uitgaven van het EOF uit. Het gaat om overdrachten aan begunstigden, die van drieërlei aard kunnen zijn: rechten, overdrachten bij overeenkomst en subsidies, of bijdragen en giften.

Overdrachten worden als uitgaven opgenomen in de periode waarin de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de overdracht zich voordoen, mits de overdracht bij besluit (Financieel Reglement of ander besluit) is toegestaan of een overeenkomst is ondertekend waarbij de overdracht wordt toegestaan, de begunstigde heeft voldaan aan eventuele subsidiabiliteitscriteria, en van het bedrag een redelijke raming kan worden gemaakt.

Verzoeken om betaling of kostendeclaraties die aan de voorwaarden voor erkenning voldoen, worden als uitgave opgenomen voor het in aanmerking komende bedrag. Aan het einde van het jaar worden in aanmerking komende bedragen die aan de begunstigden verschuldigd zijn, maar waarvoor nog geen declaratie heeft plaatsgevonden, geraamd en geboekt als toegerekende uitgaven.

Rentelasten

Rentelasten worden in de economische resultatenrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. De rentelasten omvatten betaalde of aangerekende rente en worden in aanmerking genomen naarmate zij worden gevormd.

1.6. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

1.6.1. Voorwaardelijke activa

Een voorwaardelijk actief is een mogelijk actief dat voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van één of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover het EOF niet de volledige controle heeft. Een voorwaardelijk actief wordt opgenomen wanneer een instroom van economische voordelen of dienstenpotentieel waarschijnlijk is geworden.

Voorwaardelijke activa worden op elke balansdatum beoordeeld om te garanderen dat ontwikkelingen correct in de financiële staten tot uitdrukking worden gebracht. Indien het virtueel zeker is geworden dat er zich een instroom van economische baten of dienstenpotentieel zal voordoen en de waarde van het activum op betrouwbare wijze kan worden gemeten, worden het activum en de gerelateerde baten opgenomen in de financiële staten van de periode waarin de verandering zich voordoet.

Garanties zijn potentiële activa die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan zal worden bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van het voorwerp van de garantie. Garanties kunnen bijgevolg als voorwaardelijke activa worden aangemerkt. Een garantie is afgewikkeld wanneer het voorwerp van de garantie niet langer bestaat. De garantie wordt reëel wanneer de voorwaarden zijn vervuld waaronder de garant om betaling kan worden gevraagd.

1.6.2. Voorwaardelijke verplichtingen

Een voorwaardelijke verplichting is een mogelijke verplichting die voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover het EOF niet de volledige controle heeft; of een bestaande verplichting die voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden, maar die niet is opgenomen omdat: het niet waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen of, in zeldzame omstandigheden, omdat het bedrag van de verplichting onvoldoende betrouwbaar kan worden bepaald. Een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen tenzij een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen zeer onwaarschijnlijk is.

Voorwaardelijke verplichtingen worden op elke balansdatum beoordeeld om te bepalen of een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen, waarschijnlijk is geworden. Indien het waarschijnlijk wordt dat een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen vereist zal zijn voor een post die voorheen werd behandeld als een voorwaardelijke verplichting, wordt een voorziening opgenomen in de financiële staten van de verslagperiode waarin de wijziging in de waarschijnlijkheid zich voordoet.

2. TOELICHTINGEN BIJ DE BALANS

NIET-VLOTTENDE ACTIVA

2.1. VOORFINANCIERINGEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Voorfinanciering

90

334

424

438

Totaal

90

334

424

438

Talrijke contracten voorzien in de betaling van voorschotten voor de aanvang van werken, de levering van voorraden of de verrichting van diensten. Soms wordt in de betalingsregeling van contracten bepaald dat de betalingen op basis van voortgangsverslagen zullen plaatsvinden. Voorfinanciering wordt normaal gesproken uitbetaald in de munteenheid van het land of gebied waar het project wordt uitgevoerd.

De termijn waarbinnen de voorfinanciering kan worden teruggevorderd of gebruikt, bepaalt of zij wordt opgenomen als voorfinanciering op korte of lange termijn. Het gebruik is vastgelegd in de onderliggende overeenkomst van het project. Indien de terugbetaling of het gebruik binnen de twaalf maanden na de verslagdatum moet plaatsvinden, gaat het om een voorfinanciering op korte termijn. Omdat uit het EOF veel langetermijnprojecten worden gefinancierd, moeten de desbetreffende voorfinancieringen langer dan een jaar beschikbaar zijn. Daarom worden deze voorfinancieringen geboekt als activa op lange termijn.

VLOTTENDE ACTIVA

2.2. VOORFINANCIERINGEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Voorfinanciering (bruto)

39

832

3 059

3 931

3 593

Min geraamde verrekening van voorfinanciering

(34)

(573)

(2 038)

(2 645)

(2 259)

Totaal

5

259

1 021

1 286

1 334

2.2.1. Waarborgen met betrekking tot voorfinanciering

Er worden waarborgen aangehouden om de voorfinancieringen te garanderen. Deze worden vrijgegeven wanneer de laatste kostendeclaratie voor een project is betaald. Een waarborg heeft twee verschillende waarden die de „nominale” en de „lopende” waarde worden genoemd. Voor de „nominale” waarde houdt de gebeurtenis die de waarborg doet ontstaan, verband met het bestaan van de waarborg. Voor de „lopende” waarde is de gebeurtenis die de waarborg doet ontstaan de betaling van voorfinanciering en/of latere verrekeningen.

Op 31 december 2013 bedroeg de „nominale waarde” van de door het EOF verkregen waarborgen met betrekking tot voorfinanciering 303 miljoen EUR. De „lopende waarde” van deze waarborgen bedraagt 151 miljoen EUR.

In 2013 is een diepgaande evaluatie van de waarborgen uitgevoerd. Na deze evaluatie zijn waarborgen met een „nominale” waarde van 333 miljoen EUR afgeschreven omdat ze geen betrekking hadden op het EOF. Bij een actualisering van de vergelijkbare cijfers van 2012 zou de „nominale” waarde zijn gedaald van 566 miljoen EUR tot 349 miljoen EUR en de „lopende” waarde van 391 miljoen EUR tot 185 miljoen EUR.

2.3. VORDERINGEN

(in miljoen EUR)

Toe-lichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Vorderingen op afnemers, overheidsorganen en derde landen

2.3.1

2

9

12

24

10

Vorderingen op de lidstaten

2.3.2

3

3

3

Overlopende posten

2.3.3

48

9

57

57

Totaal

2

58

24

84

70

2.3.1. Vorderingen op afnemers, overheidsorganen en derde landen

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Vorderingen op afnemers, overheidsorganen en derde landen

6

19

13

38

26

— Waardevermindering

(3)

(10)

(1)

(14)

(16)

Totaal

2

9

12

24

10

De mutaties in de openstaande invorderingsopdrachten tijdens de periode worden hierna vermeld.

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 2013

Totaal 2012

Openstaande invorderingsopdrachten bij de aanvang van het jaar

5

19

3

26

25

Opgestelde invorderingsopdrachten

3

40

133

176

139

Afgesloten invorderingsopdrachten

(2)

(40)

(123)

(165)

(138)

Geïnd

(1)

(27)

(103)

(131)

(97)

Kwijtschelding

(0)

(1)

(0)

(1)

(1)

Geschrapt

(0)

(6)

(0)

(6)

(4)

Saldering

(1)

(7)

(19)

(27)

(36)

Openstaande invorderingsopdrachten bij het einde van het jaar

6

19

13

38

26

2.3.2. Vorderingen op de lidstaten

Het van lidstaten te ontvangen bedrag van 3 miljoen EUR in het 10e EOF omvat cofinancieringsbijdragen van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden.

2.3.3. Overlopende posten

Overlopende posten omvatten voornamelijk opgelopen rente op voorfinancieringsbedragen. Voorts is opgelopen rente voor te late betaling van bijdragen in deze rubriek opgenomen.

2.4. VERBINDINGSREKENINGEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Verbindingsrekeningen

290

1 323

(1 613)

0

Totaal

290

1 323

(1 613)

0

Om redenen van doelmatigheid is de enige kas voor alle EOF ondergebracht bij het 10e EOF; dit leidt tot wederzijdse verrichtingen tussen de verschillende EOF; deze worden gesaldeerd door middel van verbindingsrekeningen tussen de verschillende EOF-balansen.

2.5. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN(6)

(in miljoen EUR)

Toe-lichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Speciale rekeningen — financiële instellingen van lidstaten

719

719

633

Lopende rekeningen — commerciële banken

39

39

54

Stabex-garantierekeningen

2.5.1

2

Speciaal fonds voor de Democratische Republiek Congo(7)

1

1

1

Totaal

759

759

690

2.5.1. STABEX-garantierekeningen

(in miljoen EUR)

Saldo op 31.12.2013

Saldo op 31.12.2012

Ivoorkust

2

Andere landen

0

Totaal

2

STABEX is het acroniem voor het compensatoire financieringsmechanisme van de EU om de exportopbrengsten van de ACS-landen te stabiliseren.

Naast deze middelen zijn er andere Stabex-middelen waarover de begunstigde ACS-staten beschikken. Zodra de Commissie en de begunstigde ACS-staat een overeenkomst hebben bereikt over de aanwending van de Stabex-middelen, wordt door beide partijen een overdrachtsovereenkomst ondertekend. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 211 van de vierde Overeenkomst van Lomé(8) (zoals herzien) worden de bedragen op een op naam van de ACS-staat geopende rentedragende rekening gestort, waarvoor twee handtekeningen (Europese Commissie en begunstigde staat) vereist zijn. De middelen blijven op deze rekeningen waarvoor twee handtekeningen vereist zijn, tot een PWV (Protocol van Wederzijdse Verplichtingen) een overdracht voor een project rechtvaardigt. In 2012 zijn de resterende Stabex-garantierekeningen gesloten als gevolg van de opheffing van de Stabex-steuninstrumenten.

De ordonnateur van de Commissie behoudt de ondertekeningsbevoegdheid over de rekening om erop toe te zien dat de middelen worden uitgekeerd zoals gepland. De middelen op de rekeningen waarvoor twee handtekeningen vereist zijn, zijn eigendom van de ACS-staat en worden dus niet als activa in de jaarrekening van het EOF opgenomen. De overdrachten naar deze rekeningen worden als Stabex-betalingen geboekt. Zie ook toelichting 3.1.2. voor meer informatie.

NIET-VLOTTENDE PASSIVA

2.6. SCHULDEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Cofinanciering — schulden

25

25

40

Totaal

25

25

40

De schulden op het vlak van cofinanciering hebben eind 2013 betrekking op het 10e EOF.

De ontvangen cofinancieringsbijdragen worden als aan de lidstaten en niet-lidstaten te betalen bedragen geboekt, aangezien zij voldoen aan de criteria van ontvangsten uit voorwaardelijke niet-wisseltransacties. Het EOF moet de bijdragen gebruiken voor dienstverlening aan derden. Anders moet het EOF de activa (de ontvangen bijdragen) aan de lidstaten teruggeven. De openstaande schuld voor cofinancieringsovereenkomsten is de ontvangen cofinancieringsbijdrage verminderd met de uitgaven die met betrekking tot het project zijn gedaan. Dit heeft geen effect op de nettoactiva.

Een verklaring voor de stijging van de totale in het kader van de cofinanciering te betalen bedragen is in de toelichting 2.7.1.2 opgenomen.

VLOTTENDE PASSIVA

2.7. SCHULDEN

(in miljoen EUR)

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Kortlopende schulden

2.7.1

1

61

260

322

209

Toegerekende lasten

2.7.2

26

202

359

588

555

Uitgestelde bijdrage aan de middelen van het fonds

2.7.3

304

304

293

Totaal

28

263

923

1 214

1 057

2.7.1. Schulden op korte termijn

(in miljoen EUR)

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Leveranciers en overige

2.7.1.1

1

61

182

244

152

Cofinanciering — schulden

2.7.1.2

0

75

75

46

Diverse schulden

2.7.1.3

0

0

3

3

12

Totaal

1

61

260

322

209

Schulden omvatten door het EOF ontvangen kostendeclaraties met betrekking tot de subsidieverlening. Zij worden geboekt voor het gevraagde bedrag op het moment dat de declaratie wordt ontvangen. Dezelfde procedure wordt gevolgd voor facturen en kredietnota's bij opdrachten. Bij de afsluitprocedure aan het einde van het jaar is rekening gehouden met de betrokken kostendeclaraties. Bij de afsluitboekingen zijn de geraamde subsidiabele bedragen opgenomen in de economische resultatenrekening.

2.7.1.1. Leveranciers en overige

In deze rubriek zijn bedragen opgenomen die verschuldigd zijn aan leveranciers alsook bedragen die aan openbare organen en derde landen verschuldigd zijn.

De stijging met 93 miljoen EUR ten opzichte van de vorige verslagperiode bestaat grotendeels uit een toename met 74 miljoen EUR van schulden aan derde landen. De grootste aan derde landen uit te betalen saldi zijn verschuldigd aan Ghana (64 miljoen EUR) en Zambia (33 miljoen EUR).

2.7.1.2. Cofinanciering — schulden

In totaal zijn de kortlopende en langlopende cofinancieringsschulden gestegen met 14 miljoen EUR. In 2013 zijn nieuwe cofinancieringsbijdragen ontvangen van Zweden (9 miljoen EUR), Frankrijk (5 miljoen EUR), Australië (2 miljoen EUR), het Verenigd Koninkrijk (2 miljoen EUR) en andere landen.

De te betalen cofinancieringsbijdragen zijn verminderd met 8 miljoen EUR om rekening te houden met de uitgaven die zijn gemaakt in het kader van de cofinancieringsprojecten (zie 3.1.3 en 3.2.2).

2.7.1.3. Diverse schulden

Diverse schulden omvatten grotendeels niet-toegewezen kasmiddelen en teruggestorte bedragen.

2.7.2. Toegerekende lasten

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Toegerekende lasten

26

202

359

588

555

Totaal

26

202

359

588

555

Aan het einde van het jaar wordt een raming gemaakt van de subsidiabele uitgaven die door begunstigden van EOF-middelen zijn gedaan, maar nog niet zijn gedeclareerd. Naar aanleiding van deze afsluitberekeningen worden de geraamde subsidiabele bedragen als toegerekende lasten geboekt.

De geraamde benuttiging van de voorfinanciering wordt voorgesteld als een geraamde verrekening van voorfinanciering (zie 2.2).

2.7.3. Uitgestelde bijdrage aan middelen van het fonds

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Verenigd Koninkrijk

296

296

274

Ierland

5

5

9

Litouwen

2

2

Hongarije

10

Totaal

304

304

293

Dit omvat de vooraf aan het einde van het jaar betaalde bijdragen van de lidstaten.

NETTOACTIVA

2.8. AFGEROEPEN MIDDELEN VAN HET FONDS

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal

Middelen van het fonds

12 840

11 699

21 152

45 691

Niet-afgeroepen middelen van het fonds

(16 112)

(16 112)

Afgeroepen middelen van het fonds per 31.12.2012

12 840

11 699

5 040

29 579

Middelen van het fonds

12 840

11 699

21 152

45 691

Niet-afgeroepen middelen van het fonds

(13 162)

(13 162)

Afgeroepen middelen van het fonds per 31.12.2013

12 840

11 699

7 990

32 529

Het vermogen van het fonds is het totale bedrag van bijdragen van de lidstaten voor het desbetreffende EOF zoals in elk van de Interne Akkoorden is vastgelegd.

De niet-afgeroepen middelen vertegenwoordigen de aanvankelijke toewijzing die nog niet bij de lidstaten is opgevraagd.

De afgeroepen middelen van het fonds komen overeen met de door de lidstaten naar de rekeningen bij de schatkist over te maken tranches van de aanvankelijke toewijzingen die werden afgeroepen overeenkomstig de procedure van artikel 16 van het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF.

Het kapitaal van het 8e en 9e EOF is opgevraagd en volledig ontvangen.

Afgeroepen en niet-afgeroepen kapitaal van het Fonds per lidstaat

(in miljoen EUR)

Bijdragen

%

niet afgeroepen 10e EOF

31.12.2012

afgeroepen in 2013

niet afgeroepen 10e EOF

31.12.2013

Oostenrijk

2,41

(388)

71

(317)

België

3,53

(569)

104

(465)

Bulgarije

0,14

(23)

4

(18)

Cyprus

0,09

(15)

3

(12)

Tsjechië

0,51

(82)

15

(67)

Denemarken

2,00

(322)

59

(263)

Estland

0,05

(8)

1

(7)

Finland

1,47

(237)

43

(193)

Frankrijk

19,55

(3 150)

577

(2 573)

Duitsland

20,50

(3 303)

605

(2 698)

Griekenland

1,47

(237)

43

(193)

Hongarije

0,55

(89)

16

(72)

Ierland

0,91

(147)

27

(120)

Italië

12,86

(2 072)

379

(1 693)

Letland

0,07

(11)

2

(9)

Litouwen

0,12

(19)

4

(16)

Luxemburg

0,27

(44)

8

(36)

Malta

0,03

(5)

1

(4)

Nederland

4,85

(781)

143

(638)

Polen

1,30

(209)

38

(171)

Portugal

1,15

(185)

34

(151)

Roemenië

0,37

(60)

11

(49)

Slowakije

0,21

(34)

6

(28)

Slovenië

0,18

(29)

5

(24)

Spanje

7,85

(1 265)

232

(1 033)

Zweden

2,74

(441)

81

(361)

Verenigd Koninkrijk

14,82

(2 388)

437

(1 951)

Totaal

100,00

(16 112)

2 950

(13 162)

2.9. OVERIGE RESERVES

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal

Saldo op 31.12.2011

(2 276)

4 227

301

2 252

Overdracht van vrijgemaakte bedragen van het 8e en 9e EOF naar het 10e EOF

(78)

(300)

378

0

Overdracht van het 10e EOF naar het 9e EOF om middelen uit te trekken voor Zuid-Sudan naar aanleiding van Besluit 2010/406/EU van de Raad

200

(200)

0

Saldo op 31.12.2012

(2 354)

4 126

479

2 252

Overdracht van geannuleerde bedragen van het 8e en 9e EOF naar het 10e EOF

(102)

(371)

473

0

Saldo op 31.12.2013

(2 456)

3 756

952

2 252

Saldo op 31.12.2013 omvat:

Aan Zuid-Sudan toegekende middelen

350

350

Sinds de inwerkingtreding van het 10e EOF in 2008 zijn alle geannuleerde middelen van vorige EOF overgedragen naar de reserve van het 10e EOF. Deze reserve mag alleen worden vastgelegd volgens de voorwaarden van artikel 1, lid 4, van het Intern Akkoord over het 10e EOF.

In 2013 zijn 102 miljoen EUR en 371 miljoen EUR van geannuleerde middelen overgedragen van respectievelijk het 8e en 9e EOF naar de prestatiereserve van het 10e EOF.

3. TOELICHTINGEN BIJ DE ECONOMISCHE RESULTATENREKENING

3.1. BELEIDSONTVANGSTEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 2013

Totaal 2012

Teruggevorderde uitgaven

1

11

1

13

17

Teruggevorderde Stabex-middelen

61

61

49

Wisselkoersbaten

2

23

16

41

51

Beleidsontvangsten cofinanciering

—-

8

8

8

Totaal

64

34

25

123

124

3.1.1. Teruggevorderde uitgaven

Deze rubriek omvat de door het EOF opgestelde invorderingsopdrachten en verminderingen van volgende betalingen die in het boekhoudsysteem van het EOF zijn opgenomen, waarmee uitgaven die vroeger zijn betaald, op basis van controles, afgesloten audits of subsidiabiliteitsanalyse worden teruggevorderd. Er wordt opgemerkt dat de terugvordering van voorfinancieringen niet als ontvangsten is opgenomen, maar in de rubriek voorfinanciering in de balans is gecrediteerd.

Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen

In 2013 zijn invorderingsopdrachten ten belope van 23 miljoen EUR (ten opzichte van 27 miljoen EUR in 2012) opgesteld voor onverschuldigd betaalde bedragen. Hiervan heeft 6 miljoen EUR betrekking op teruggevorderde uitgaven. Dit bedrag is als beleidsontvangsten geboekt. De terugvordering van voorfinanciering heeft 17 miljoen EUR opgeleverd en is op de balans bij de voorfinanciering geboekt.

Hierna volgt een overzicht van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen:

(in miljoen EUR)

Ontvangsten

Voorfinanciering

Totaal 2013

Ontvangsten

Voorfinanciering

Totaal 2012

Fout

2

4

6

1

1

2

Onregelmatigheid

4

12

16

9

15

25

Kennisgeving OLAF

1

1

1

1

Totaal

6

17

23

11

16

27

3.1.2. Teruggevorderde Stabex-middelen

In 2013 is 61 miljoen EUR teruggestort aan het EOF vanop rekeningen met dubbele handtekening in ACS-landen. Deze middelen zijn grotendeels overgemaakt van Sudan (36 miljoen EUR), Ivoorkust (7 miljoen EUR), de Salomonseilanden (5 miljoen EUR), Papoea-Nieuw-Guinea (3 miljoen EUR), Sierra Leone (2 miljoen EUR), Zimbabwe (2 miljoen EUR) en Mauritanië (2 miljoen EUR). Deze ontvangsten worden geboekt als beleidsontvangsten (teruggevorderde STABEX–steuninstrument) in de economische resultatenrekening van het 8e EOF.

3.1.3. Beleidsontvangsten cofinanciering

De beleidsontvangsten met betrekking tot cofinanciering zijn de benutte bijdragen (zie 3.2.2). Aangezien deze bijdragen voldoen aan de criteria van ontvangsten uit voorwaardelijke niet-wisseltransacties, wordt de bijdrage geboekt op basis van de uitvoering van het cofinancieringsproject.

3.2. BELEIDSUITGAVEN

(in miljoen EUR)

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 2013

Totaal 2012

Beleidsuitgaven — steuninstrumenten

3.2.1

49

330

2 578

2 957

2 938

Beleidsontvangsten cofinanciering

3.2.2

8

8

8

Wisselkoersverliezen

4

31

25

60

66

Waardevermindering van vorderingen

0

1

1

1

6

Totaal

53

362

2 612

3 027

3 017

3.2.1. Beleidsuitgaven — steuninstrumenten

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 2013

Totaal 2012

Programmeerbare steun

42

(2)

1 678

1 719

1 476

Macro-economische steun

21

21

8

Sectoraal beleid

0

225

(2)

222

326

Rentesubsidies

0

0

5

Intra-ACS-projecten

57

588

645

720

Spoedhulp

17

253

270

333

Hulp aan vluchtelingen

1

1

6

Risicokapitaal

0

0

1

Stabex

(1)

(1)

4

Overige steunprogramma's van eerdere EOF

5

5

10

Institutionele steun

1

61

62

32

Compensatie exportopbrengsten

7

6

13

18

Totaal

49

330

2 578

2 957

2 938

De beleidsuitgaven van het EOF hebben betrekking op meerdere steuninstrumenten en nemen verschillende vormen aan, afhankelijk van de wijze waarop de financiële middelen worden uitgekeerd en beheerd.

3.2.2. Beleidsontvangsten cofinanciering

Deze uitgaven worden gemaakt voor cofinancieringsprojecten in 2013. Aangezien de ontvangen cofinancieringsbijdragen voldoen aan de criteria van inkomsten uit voorwaardelijke niet-wisseltransacties, wordt een overeenkomstig bedrag aan bijdragen geboekt als beleidsontvangsten (zie 3.1.3).

3.3. ADMINISTRATIEVE UITGAVEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 2013

Totaal 2012

Administratieve uitgaven

0

167

167

107

Totaal

0

167

167

107

Deze rubriek omvat ondersteuningsuitgaven: d.w.z. administratieve kosten voor de programmering en tenuitvoerlegging van de EOF. Dit omvat uitgaven voor de voorbereiding, opvolging, controle en evaluatie van projecten alsook uitgaven voor computernetwerken, technische bijstand enz.

3.4. FINANCIËLE ONTVANGSTEN

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 2013

Totaal 2012

Rentebaten — Europese banken

0

0

0

9

Renteopbrengsten uit voorfinanciering

0

(3)

3

0

(32)

Totaal

0

(3)

3

0

(22)

Het hogere bedrag aan rentebaten in 2012 kan worden verklaard door de renteopbrengsten op de EIB-bankrekeningen.

Rente op voorfinancieringen wordt verwerkt overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, lid 3, en artikel 8 van het Financieel Reglement van het 10e EOF. De terugboeking van rentevergoedingen op voorfinanciering resulteerde in 2012 in negatieve renteopbrengsten. De negatieve renteopbrengsten in 2013 in het 9e EOF zijn hoofdzakelijk te wijten aan wisselkoersschommelingen USD/EUR.

4. TOELICHTING BIJ HET KASSTROOMOVERZICHT

4.1. DOEL EN SAMENSTELLING VAN HET KASSTROOMOVERZICHT

Informatie over de kasstroom wordt gebruikt om een basis te verschaffen voor het beoordelen van het vermogen van het EOF om geldmiddelen en kasequivalenten te genereren, en van de behoeften van het EOF om deze kasstromen te gebruiken.

Voor het opstellen van het kasstroomoverzicht is gebruik gemaakt van de indirecte methode. Dat betekent dat de nettowinst of het nettoverlies van het begrotingsjaar wordt aangepast om rekening te houden met de gevolgen van verrichtingen van niet-contante aard, latenties of voorzieningen voor reeds of nog te ontvangen of betalen kasstromen uit de beleidsactiviteiten.

Kasstromen die voortkomen uit verrichtingen in vreemde valuta moeten worden gepresenteerd in de rapporteringsvaluta van het EOF (de euro) door op het bedrag in vreemde valuta de wisselkoers toe te passen die op de datum van de kasstroom geldt tussen de euro en de vreemde valuta.

4.2. BELEIDSACTIVITEITEN

In het kasstroomoverzicht van het EOF zijn alleen kasstromen van de beleidsactiviteiten opgenomen, aangezien het EOF geen investerings- of financieringsactiviteiten heeft. Het doel van de beleidsactiviteiten is bij te dragen tot de verwezenlijking van beleidsgerichte resultaten.

5. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN PASSIVA EN OVERIGE INFORMATIEVERSCHAFFING

5.1. VOORWAARDELIJKE ACTIVA

(in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Uitvoeringsgaranties

4

63

49

116

304

Inhoudingsgaranties

2

40

14

56

188

Totaal

6

103

62

171

492

5.1.1. Uitvoeringsgaranties

Soms worden uitvoeringsgaranties verlangd om ervoor te zorgen dat de begunstigden van EOF-middelen voldoen aan de verplichtingen van hun contracten met het EOF.

In 2013 is een diepgaande evaluatie van de waarborgen uitgevoerd. Na deze evaluatie zijn waarborgen met een waarde van 188 miljoen EUR afgeschreven omdat ze geen betrekking hadden op het EOF. Bij een actualisering van de vergelijkbare cijfers van 2012 zou de waarde zijn gedaald van 304 miljoen EUR tot 177 miljoen EUR.

5.1.2. Inhoudingsgaranties

Inhoudingsgaranties hebben alleen betrekking op contracten voor de uitvoering van werken. Meestal wordt 10 % van de tussentijdse betalingen aan begunstigden ingehouden om ervoor te zorgen dat de aannemer zijn verplichtingen nakomt. Deze ingehouden bedragen worden als te betalen bedragen opgenomen. Met instemming van de opdrachtgever kan de aannemer de inhoudingen op de tussentijdse betalingen desgewenst vervangen door een inhoudingsgarantie. Deze verkregen garanties worden opgenomen als voorwaardelijke activa.

In 2013 is een diepgaande evaluatie van de waarborgen uitgevoerd. Na deze evaluatie zijn waarborgen met een waarde van 105 miljoen EUR afgeschreven omdat ze geen betrekking hadden op het EOF. Bij een actualisering van de vergelijkbare cijfers van 2012 zou de waarde zijn gedaald van 188 miljoen EUR tot 98 miljoen EUR.

5.1.3. Waarborgen die aan andere entiteiten dan de Commissie zijn verleend

Bij waarborgen die aan andere entiteiten dan de Commissie zijn verleend, gaat het om waarborgen die door de nationale ordonnateur (de aanbestedende overheidsdienst van het derde land) zijn onderschreven om EU-activa te beschermen. Deze waarborgen worden bijgehouden in de EU-delegaties. Zij zijn geen voorwaardelijke activa van het EOF. Zij worden alleen voor informatieve doeleinden openbaar gemaakt.

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Garanties voor voorfinancieringen

2

54

278

333

Uitvoeringsgaranties

2

44

142

188

Inhoudingsgaranties

1

34

70

105

Totaal

4

131

491

626

5.2. OVERIGE INFORMATIEVERSCHAFFING

5.2.1. Nog niet verwerkte begrotingsvastleggingen

(in miljoen EUR)

8e EOF

9e EOF

10e EOF

Totaal 31.12.2013

Totaal 31.12.2012

Niet-afgewikkelde begrotingsvastleggingen die nog niet betaald zijn

74

611

5 340

6 025

5 642

Hiermee verband houdende bedragen die in de economische resultatenrekening zijn opgenomen

(28)

(215)

(540)

(782)

(714)

Totaal

47

396

4 800

5 243

4 928

De niet-afgewikkelde begrotingsvastleggingen vertegenwoordigen de open vastleggingen waarvoor betalingen en/of vrijmakingen nog niet zijn gedaan. Dit is het normale gevolg van het bestaan van meerjarenprogramma's. Op 31 december 2013 was met de niet-afgewikkelde begrotingsvastleggingen een bedrag van in totaal 6 025 miljoen EUR gemoeid. Het als een toekomstige te financieren verplichting gepresenteerde bedrag is deze niet-afgewikkelde begrotingsvastlegging, verminderd met de daarmee verband houdende bedragen die in de economische resultatenrekening 2013 zijn opgenomen als uitgaven, hetgeen een totaalbedrag van 5 243 miljoen EUR geeft.

6. FINANCIEEL RISICOBEHEER

De hieronder verschafte informatie met betrekking tot het financieel risicobeheer van het EOF betreft de kasverrichtingen die door de Commissie werden verricht namens het EOF met het oog op de besteding van EOF-middelen.

6.1. BELEID INZAKE RISICOBEHEER EN AFDEKKINGSACTIVITEITEN

De voorschriften en beginselen voor het beheer van de kasverrichtingen zijn vastgelegd in het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF en het Intern Akkoord.

Als gevolg van de bovenvermelde regelgeving zijn de volgende hoofdprincipes van toepassing:

De EOF-bijdragen worden door elke lidstaat gestort op een speciale rekening die bij de centrale bank van de betrokken lidstaat of bij de door hem aangewezen financiële instelling is geopend. Deze bijdragen blijven op die speciale rekeningen totdat de betalingen van het EOF moeten worden uitgevoerd.

EOF-bijdragen worden door de lidstaten in EUR betaald, terwijl de EOF-betalingen in EUR en in andere valuta, inclusief minder bekende, luiden.

Bankrekeningen die door de Commissie namens het EOF zijn geopend, mogen geen negatief saldo vertonen.

Naast de speciale rekeningen heeft de Commissie namens het EOF nog andere bankrekeningen geopend bij financiële instellingen (centrale banken en commerciële banken) om andere betalingen te verrichten en te ontvangen dan de bijdragen van de lidstaten aan de begroting.

De kasverrichtingen en de betalingen zijn sterk geautomatiseerd en maken gebruik van moderne informaticasystemen. Er worden specifieke procedures toegepast om de veiligheid van het systeem te waarborgen en om te garanderen dat de taken gescheiden worden conform het Financieel Reglement, de internecontrolenormen van de Commissie en de controleprincipes.

Een op schrift gestelde reeks richtsnoeren en procedures regelt het beheer van de kasverrichtingen en betalingen met als doel het operationele en financiële risico te beperken en een gepast controleniveau te waarborgen. Zij betreffen de verschillende werkingsgebieden en de naleving van de richtsnoeren en procedures wordt periodiek gecontroleerd.

6.2. MARKTRISICO

6.2.1. Valutarisico

Alle bijdragen luiden in euro en andere valuta worden slechts aangekocht wanneer zij noodzakelijk zijn voor de uitvoering van betalingen. Bijgevolg zijn de kasverrichtingen van het EOF niet blootgesteld aan een valutarisico.

6.2.2. Renterisico

Het EOF ontleent geen geldmiddelen; bijgevolg is het EOF niet blootgesteld aan een renterisico.

Het EOF krijgt evenwel rente op de saldi die het op zijn verschillende bankrekeningen aanhoudt. Namens het EOF heeft de Commissie dus maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de op gezette tijd verworven rente in overeenstemming is met de marktrentevoeten en hun mogelijke fluctuatie.

Overnightsaldi op commerciële bankrekeningen worden dagelijks vergoed. De vergoeding voor saldi op dergelijke rekeningen is gebaseerd op variabele marktrentevoeten waarop een contractuele marge (positief of negatief) wordt toegepast. Voor de meeste rekeningen is de renteberekening gekoppeld aan de EONIA (Euro Over Night Index Average) en wordt zij aangepast aan de schommelingen van deze rentevoet. Voor enkele andere rekeningen is de renteberekening gekoppeld aan de rentevoet die de ECB hanteert voor haar herfinancieringsverrichtingen. Bijgevolg loopt het EOF geen risico dat haar saldi tegen een lager tarief dan de marktrentevoeten worden vergoed.

6.3. KREDIETRISICO (TEGENPARTIJRISICO)

De meeste kasmiddelen van het EOF worden conform het Financieel Reglement van toepassing op het 10e EOF aangehouden op de „speciale rekeningen” die geopend zijn door de lidstaten voor de betaling van hun bijdragen. De meeste van deze rekeningen worden aangehouden bij de schatkist of de nationale centrale bank van de lidstaten. Deze instellingen houden voor het EOF het laagste tegenpartijrisico in (risico ligt bij de lidstaten).

Wat betreft het deel van de kasmiddelen van het EOF die worden aangehouden bij commerciële banken ter dekking van betalingen, worden deze rekeningen precies op tijd aangevuld. Deze aanvulling wordt automatisch beheerd door het kasbeheersysteem van de thesaurie van de Commissie. Minimumkassaldi, evenredig met het gemiddelde bedrag van de uitgevoerde dagelijkse betalingen, worden op elke rekening aangehouden. Bijgevolg zijn de bedragen die overnight op deze rekeningen staan, voortdurend laag. Hierdoor is het EOF slechts in beperkte mate aan risico blootgesteld.

Bovendien worden specifieke richtsnoeren toegepast voor de selectie van de commerciële banken om het tegenpartijrisico waaraan het EOF is blootgesteld, nog verder te minimaliseren.

Alle commerciële banken worden via openbare aanbestedingen geselecteerd. Om toegelaten te worden tot de aanbestedingsprocedures, dienen de banken minimaal over een kredietrating op korte termijn te beschikken van Moody's P-1 of gelijkwaardig (S&P A-1 of Fitch F1). In bepaalde en naar behoren gemotiveerde omstandigheden kan een lager niveau geëist worden.

6.4. LIQUIDITEITSRISICO

Voor het EOF geldende begrotingsbeginselen zorgen ervoor dat de totale kasmiddelen voor de begrotingsperiode steeds toereikend zijn voor de uitvoering van alle desbetreffende betalingen. De totale bijdragen van de lidstaten stemmen immers overeen met het totale bedrag van de betalingskredieten voor de desbetreffende begrotingsperiode.

De bijdragen van de lidstaten aan het EOF worden evenwel betaald in drie tranches per jaar, terwijl de betalingen in zekere mate seizoensgebonden zijn.

Om ervoor te zorgen dat de kasmiddelen steeds toereikend zijn om de in een bepaalde maand uit te voeren betalingen te dekken, worden op gezette tijden gegevens over de kassituatie uitgewisseld tussen de thesaurie van de Commissie en de desbetreffende uitgevende diensten om ervoor te zorgen dat de in een bepaalde periode uitgevoerde betalingen de beschikbare kasmiddelen niet overschrijden.

Naast het bovenstaande zorgen geautomatiseerde kasbeheerinstrumenten er in het kader van de dagelijkse kasverrichtingen van het EOF voor dat dagelijks voldoende liquiditeit beschikbaar is op elke bankrekening van het EOF.

7. INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN

In deze rubriek zijn er geen verrichtingen met verbonden partijen waarover specifieke informatie moet worden verschaft.

8. GEBEURTENISSEN NA DE BALANSDATUM

Op de datum van overdracht van de rekeningen zijn geen relevante punten onder de aandacht gekomen van de rekenplichtige van het EOF die een afzonderlijke vermelding in deze rubriek zouden vereisen. Evenmin waren dergelijke punten bij hem aangemeld. Bij het opstellen van de jaarrekeningen en de bijbehorende toelichtingen werd gebruik gemaakt van de recentste beschikbare gegevens en dit komt tot uiting in de hierboven opgenomen informatie.

9. AFSTEMMING TUSSEN ECONOMISCH RESULTAAT — BEGROTINGSRESULTAAT

Het economisch resultaat van het jaar is berekend op transactiebasis. Het begrotingsresultaat is evenwel gebaseerd op de beginselen van de kasboekhouding. Aangezien beide resultaten het gevolg zijn van dezelfde onderliggende verrichtingen, is het nuttig om na te gaan of zij op elkaar afstembaar zijn. In onderstaande tabel is deze afstemming opgenomen, met vermelding van de belangrijkste afgestemde bedragen, opgesplitst in ontvangsten en uitgaven.

(in miljoen EUR)

2013

2012

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET BEGROTINGSJAAR

(3 072)

(3 023)

ONTVANGSTEN

Rechten die het begrotingsresultaat niet beïnvloeden

(68)

(47)

Rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld, maar nog niet geïnd zijn

(6)

(8)

Rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar geïnd zijn

10

14

Netto-effect van voorfinanciering

71

62

Netto toegerekende ontvangsten

19

(40)

UITGAVEN

Nog niet betaalde uitgaven van het lopende jaar

90

38

Uitgaven van het vorige jaar betaald in het lopende jaar

(53)

(101)

Betalingsannuleringen

13

7

Netto-effect van voorfinanciering

(431)

(316)

Netto toegerekende ontvangsten

464

204

BEGROTINGSRESULTAAT VAN HET JAAR

(2 963)

(3 209)

9.1. AFSTEMMINGSPOSTEN — ONTVANGSTEN

De begrotingsontvangsten van een begrotingsjaar zijn gelijk aan de bedragen die worden geïnd van tijdens het begrotingsjaar vastgestelde rechten en de bedragen die worden geïnd van rechten die zijn vastgesteld tijdens voorafgaande begrotingsjaren.

De rechten die het begrotingsresultaat niet beïnvloeden, worden geboekt in de economische resultatenrekening. Vanuit begrotingsoogpunt kunnen zij evenwel niet als ontvangsten worden beschouwd, aangezien het ontvangen bedrag naar de reserve wordt overgeheveld en zonder een besluit van de Raad niet opnieuw kan worden vastgelegd.

De rechten die in het huidige jaar zijn vastgesteld maar nog niet geïnd, moeten ten behoeve van de afstemming van het economisch resultaat worden afgetrokken, aangezien zij geen deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de rechten die tijdens vorige jaren zijn vastgesteld en in het huidige jaar geïnd, ten behoeve van de afstemming bij het economische resultaat worden opgeteld.

Het netto-effect van voorfinanciering is de vereffening van de teruggevorderde voorfinancieringen. Dit is een kasontvangst die geen gevolgen heeft voor de economische resultaten.

De netto toegerekende uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit uitgaven die toegerekend zijn met het oog op afsluiting aan het einde van het jaar. Alleen het netto-effect, dat wil zeggen de toegerekende baten voor het lopende jaar minus de terugboekte toegerekende baten van vorig jaar, wordt in aanmerking genomen.

9.2. AFSTEMMINGSPOSTEN — UITGAVEN

Uitgaven van het lopende jaar die nog niet zijn betaald, moeten ten behoeve van de afstemming worden toegevoegd, aangezien zij in het economisch resultaat zijn opgenomen maar geen deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de uitgaven van vorige jaren die in het huidige jaar betaald, ten behoeve van de afstemming van het economische resultaat worden afgetrokken, aangezien zij deel uitmaken van de begrotingsuitgaven van het lopende jaar, maar zij het economische resultaat niet beïnvloeden of in het geval van correcties de uitgaven verminderen.

De kasmiddelen van betalingsannuleringen hebben geen invloed op de economische resultaten, maar wel op het begrotingsresultaat.

Het netto-effect van voorfinanciering is de combinatie van de nieuwe voorfinancieringsbedragen die tijdens het lopende jaar zijn betaald (geboekt als begrotingsuitgaven van het jaar en de vereffening van de voorfinancieringen die tijdens het lopende jaar of vorige jaren werden betaald via de aanvaarding van subsidiabele kosten. De laatste zijn wel toegerekende uitgaven, doch geen uitgave in de begrotingsboekhouding, aangezien de aanvankelijke voorfinanciering reeds als een begrotingsuitgave werd beschouwd op het ogenblik van de betaling.

De netto toegerekende uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit uitgaven die toegerekend zijn met het oog op afsluiting aan het einde van het jaar, dat wil zeggen subsidiabele uitgaven die begunstigden van EOF-middelen hebben gedaan, maar nog niet aan het EOF hebben gedeclareerd. Alleen het netto-effect, dat wil zeggen de toegerekende uitgaven voor het lopende jaar minus de terugboekte toegerekende uitgaven van vorig jaar, wordt in aanmerking genomen.

2. Verslag over de tenuitvoerlegging van de middelen

Inleidende opmerkingen

Vorige EOF

Aangezien het 6e EOF in 2006 en het 7e EOF in 2008 zijn afgesloten, bevat de jaarrekening niet langer uitvoeringstabellen voor deze EOF. De uitvoering van de overgedragen saldi valt daarentegen in het 9e EOF te vinden.

Met het oog op een transparante presentatie van de rekeningen van het jaar 2013 werd in de navolgende tabellen, net zoals de vorige jaren, voor het 8e EOF apart aangegeven welke middelen werden aangewend volgens de programmering van de Overeenkomsten van Lomé en welke middelen werden aangewend volgens de programmering van de Overeenkomst van Cotonou.

Overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder b), van het 9e EOF zijn de saldi van de EOF die voorafgaan aan het 9e EOF overgeheveld naar het 9e EOF en zijn zij in de looptijd van het 9e EOF vastgelegd als middelen van het 9e EOF.

10e EOF

De ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, die de lidstaten van de Europese Gemeenschap en de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) op 23 juni 2000 in Cotonou hebben ondertekend, is op 1 april 2003 in werking getreden. De overeenkomst van Cotonou is tweemaal gewijzigd, eerst bij de in Luxemburg op 25 juni 2005 ondertekende overeenkomst en vervolgens door de in Ouagadougou op 22 juni 2010 ondertekende overeenkomst.

Het besluit betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee (LGO) met de Europese Gemeenschap (Besluit 2001/822/EG), dat op 27 november 2001 door de Raad van de Europese Unie is aangenomen, is op 2 december 2001 in werking getreden. Dit besluit is op 19 maart 2007 gewijzigd bij Besluit 2007/249/EG.

Het Intern Akkoord inzake de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het financiële meerjarenkader voor de periode 2008-2013, overeenkomstig de herziene overeenkomst van Cotonou, goedgekeurd door de Vertegenwoordigers van de regeringen van de Lidstaten van de Europese Gemeenschap op 17 juli 2006, is op 1 juli 2008 in werking getreden.

In het kader van de Overeenkomst van Cotonou wordt de tweede periode (2008-2013) van steun van de Unie aan de ACS-Staten en de LGO gefinancierd door het 10e EOF, dat over een bedrag van 22 682 miljoen EUR aan middelen beschikt, waarvan:

21 966 miljoen EUR bestemd is voor de ACS-staten overeenkomstig het meerjarig financieel kader in Bijlage Iter bij de herziene overeenkomst van Cotonou, waarvan 20 466 miljoen EUR door de Europese Commissie wordt beheerd;

286 miljoen EUR bestemd is voor de LGO overeenkomstig Bijlage IIAa van het herziene besluit van de Raad betreffende de associatie de LGO met de Europese Gemeenschap, waarvan 256 miljoen EUR door de Europese Commissie wordt beheerd;

430 miljoen EUR voor de Commissie voor de financiering van de kosten die voortvloeien uit de programmering en besteding van de middelen van het 10e EOF, overeenkomstig artikel 6 van het Intern akkoord.

Op de datum van de inwerkingtreding van het 10e EOF werd het initiële bedrag dat aan het 10e EOF was toegewezen, aangevuld met vrijgemaakte bedragen uit vorige EOF, rentebaten en niet-bestede liquide middelen uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (Stabex) in het kader van fondsen voorafgaand aan het 9e EOF. Alle middelen worden beheerd in overeenstemming met hun specifieke voorschriften zoals bepaald in de herziene Overeenkomst van Cotonou en het Intern Akkoord.

31 december 2013 was een belangrijke streefdatum, de „vervalclausule” van het 10e EOF. Deze clausule voorziet in een duidelijke afsluitdatum voor de vastleggingen in het kader van het 10e EOF (artikelen 1, leden 4 en 5, van de interne overeenkomst inzake het 10e EOF). Tijdens het hele jaar is alles in het werk gesteld om de maximumbedragen aan beschikbare middelen van het 10e EOF vast te leggen.

Niet-besteedbare prestatiereserve van het 10e EOF

Sedert de inwerkingtreding van het 10e EOF op 1 juli 2008 zijn de resterende saldi en de uit projecten in het kader van het 9e EOF en vorige EOF vrijgemaakte bedragen overgedragen naar de prestatiereserve voor het 10e EOF, met uitzondering van de Stabex-middelen en middelen voor administratieve uitgaven van het 9e EOF.

(in miljoen euro)

ACS niet-besteedbare prestatiereserve van het 10e EOF op 31.12.2013

924,1

LGO niet-besteedbare prestatiereserve van het 10e EOF op 31.12.2013

14,1

Totaal niet-besteedbare prestatiereserve van het 10e EOF op 31.12.2013

938,2

Overeenkomstig artikel 1, lid 4, van het Intern Akkoord van het 10e EOF heeft de Raad op 12 december 2013 besloten de middelen vrij te maken voor de Overbruggingsfaciliteit.

Niet-vastgelegde middelen van het 10e EOF

Op 31.12.2013 bedroeg het totaalbedrag niet-vastgelegde middelen:

(in miljoen euro)

ACS (bilateraal, regionaal, intra ACS, NIP/RIP-reserve)

74,5

LGO

0,08

Totaal niet-vastgelegde middelen 10e EOF op 31.12.2013

74,6

De middelen zijn ook overgeheveld naar de Overbruggingsfaciliteit.

Overbruggingsfaciliteit

Het Intern Akkoord tot oprichting van het 11e EOF is in juni 2013 door de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, ondertekend. Dit Intern Akkoord zal pas in werking treden na de bekrachtiging ervan door alle lidstaten.

In afwachting van de inwerkingtreding van het 11e EOF heeft de Commissie overgangsmaatregelen voorgesteld, de zogeheten „Overbruggingsfaciliteit”, om ervoor te zorgen dat middelen beschikbaar blijven voor de samenwerking met de ACS-staten en de LGO, alsook voor ondersteuningsuitgaven in de periode tussen januari 2014 en de inwerkingtreding van het het Intern Akkoord tot oprichting van het 11e EOF.

Deze Overbruggingsfaciliteit is op 12 december 2013 opgericht (Besluit 2013/759/EU) en wordt uit de volgende bronnen gefinancierd:

geannuleerde middelen van het 8e en 9e EOF (tot en met 31.12.2013),

niet-vastgelegde saldi van het 10e EOF (tot en met 31.122013),

geannuleerde middelen van het 10e EOF en vorige EOF (vanaf 1.1.2014).

Per 31.12.2013 bedragen de voor de Overbruggingsfaciliteit beschikbare middelen in totaal 998,6 miljoen EUR voor de ACS-staten en 14,2 miljoen EUR voor de LGO, rentebaten niet meegerekend. Deze middelen worden geboekt onder het 11e EOF.

Stabexreserve van het 10e EOF

Na de afsluiting van de Stabex-rekeningen zijn de niet-bestede/vrijgemaakte bedragen overgedragen naar de reserve van de A-enveloppe van het 10e EOF (artikel 1, lid 4, van het Intern Akkoord 10e EOF) en vervolgens naar de nationale indicatieve programma's van de desbetreffende landen. Per 31 december 2013 bedroeg het totaalbedrag van geannuleerde Stabex-middelen die voor 33 landen naar het 10e EOF waren overgeheveld, 165,3 miljoen EUR.

10e EOF cofinanciering

In het kader van het 10e EOF werden overdrachtovereenkomsten voor cofinanciering van lidstaten ondertekend en werden vastleggingskredieten geopend voor een totaalbedrag van 134,4 miljoen EUR, terwijl betalingskredieten werden geopend voor de ontvangen bedragen van 110,6 miljoen EUR.

In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de cofinancieringskredieten per 31.12.2013:

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Cofinanciering — A-enveloppe

118,1

95,3

Cofinanciering — Intra ACS

12,1

12,1

Cofinanciering — Administratieve uitgaven

4,2

3,2

134,4

110,6

In de onderstaande tabel in verband met de vastgelegde bedragen, de bedragen waarvoor een overeenkomst is gesloten en de betaalde bedragen, zijn nettobedragen opgenomen.

De tabellen met een overzicht van de situatie per land en per instrument zijn in de bijlage opgenomen.

2.1. Toewijzingen

TABEL 1.1

8e EOF

Overzicht van de kredieten — 31 december 2013

ANALYSE VAN DE KREDIETEN PER INSTRUMENT

(in miljoen EUR)

Instrument

Aanvankelijke toewijzing

GECUMULEERDE TOE-/AFNAME VAN DE MIDDELEN OP 31 DECEMBER 2012

TOE-/AFNAME VAN DE MIDDELEN IN 2013

Toelichting

HUIDIGE TOEWIJZING

ACS

Lomé

Totaal indicatieve programma's

7 562

(2 473)

(69)

(9)

5 020

Rentesubsidies

370

(287)

83

Noodhulp

140

(4)

136

Hulp aan vluchtelingen

120

(17)

(9)

103

Risicokapitaal

1 000

37

(17)

1 019

Stabex

1 800

(1 077)

0

(9)

724

Sysmin

575

(474)

101

Structurele aanpassing

1 400

97

(0)

1 497

HIP-landen

1 060

(1)

1 059

Gebruik van rentebaten

36

(1)

35

Cotonou

A-enveloppe

419

(1)

(9)

418

B-enveloppe

252

(14)

(9)

238

TOTAAL ACS

12 967

(2 431)

(104)

10 432

LGO

Totaal indicatieve programma's

115

(78)

(0)

37

Rentesubsidies

9

(7)

1

Noodhulp

3

(3)

Hulp aan vluchtelingen

1

(1)

Risicokapitaal

30

(24)

6

Stabex

6

(4)

1

Sysmin

3

(0)

2

TOTAAL LGO

165

(117)

(0)

48

TOTAAL 8e EOF

13 132

(2 548)

(104)

10 481


TABEL 1.2

9e EOF

OVERZICHT VAN DE KREDIETEN — 31 DECEMBER 2013

ANALYSE VAN DE KREDIETEN PER INSTRUMENT

(in miljoen EUR)

INSTRUMENT

AANVANKELIJKE TOEWIJZING

GECUMULEERDE TOE-/AFNAME VAN DE MIDDELEN OP 31 DECEMBER 2012

TOE-/AFNAME VAN DE MIDDELEN IN 2013

Toelichting

HUIDIGE TOEWIJZING

ACS

A-enveloppe

5 318

3 867

(195)

(10)

8 990

B-enveloppe

2 108

(824)

(19)

1 265

Reserve nationale toewijzingen

1 224

(1 224)

COB, TCLP en PPV

164

(4)

(3)

158

Reserve langetermijnontwikkeling

258

(258)

0

Regionale toewijzingen

904

(23)

(22)

(10)

859

Intra ACS

300

2 856

(66)

(10)

3 091

Uitvoeringskosten

125

54

(0)

(11)+(12)

179

Rentebaten en overige ontvangsten

67

(4)

63

Speciale toewijzing D.R. Congo

105

105

Speciale toewijzing Sudan

147

(11)

147

Speciale toewijzing Zuid-Sudan

194

(12)

194

Overdrachten uit het 6e EOF — Lomé

21

(0)

(10)

21

Overdrachten uit het 7e EOF — Lomé

723

(27)

(10)

696

Vrijwillige bijdragen Vredesfaciliteit

39

39

TOTAAL ACS

10 401

5 741

(336)

15 806

LGO

A-enveloppe

0

248

(0)

248

B-enveloppe/Gebruik reserve C

0

7

7

Reserve langetermijnontwikkeling

144

(144)

Regionale toewijzingen

8

41

(10)

49

Middelen voor technische bijstand

2

(1)

1

Overdrachten uit het 6e EOF — Lomé

0

0

Overdrachten uit het 7e EOF — Lomé

3

3

TOTAAL LGO

154

154

(0)

308

TOTAAL 9e EOF

10 555

5 895

(336)

16 114


TABEL 1.3

10e EOF

OVERZICHT VAN DE KREDIETEN — 31 DECEMBER 2013

ANALYSE VAN DE KREDIETEN PER INSTRUMENT

(in miljoen EUR)

INSTRUMENT

AANVANKELIJKE TOEWIJZING

GECUMULEERDE TOE-/AFNAME VAN DE MIDDELEN OP 31 DECEMBER 2012

TOE-/AFNAME VAN DE MIDDELEN IN 2013

Toelichting

HUIDIGE TOEWIJZING

ACS

A-enveloppe

13 744

(92)

(14)+(16)

13 652

A-enveloppe reserve

13 500

(13 345)

(155)

(14)

0

B-enveloppe

1 948

89

(14)

2 037

B-enveloppe reserve

1 800

(1 800)

0

(14)

0

Regionale toewijzingen

1 797

190

(14)

1 987

Regionale toewijzingen reserve

1 783

(1 783)

0

Nationale toewijzing reserve A-enveloppe Stabex

13

(13)

(16)

(0)

NIP/RIP-reserve

683

(664)

6

(14)

25

Intra-ACS

2 895

0

(14)

2 895

Intra-ACS reserve

2 700

(2 700)

0

(14)

0

Uitvoeringskosten

430

0

0

430

Rentebaten en overige ontvangsten

65

13

77

Cofinanciering

99

36

(15)

135

Niet-beschikbare reserve ACS

457

467

(13)

924

TOTAAL ACS

20 896

725

541

22 162

LGO

A-enveloppe

140

56

(14)

196

A-enveloppe reserve

195

(140)

(55)

(14)

0

B-enveloppe

7

8

15

B-enveloppe reserve

15

(7)

(8)

0

Regionale toewijzingen reserve

40

(40)

0

Regionale toewijzingen

40

40

Studies/Technische bijstand LGO

6

0

6

Niet-besteedbare reserve LGO

8

6

14

TOTAAL LGO

256

8

7

271

TOTAAL 10e EOF

21 152

733

548

22 433

2.2. Geconsolideerde rekeningen

TABEL 2.1

EOF GECONSOLIDEERDE REKENINGEN OP 31.12.2013:

VOORTGANGSVERSLAG

(in miljoen EUR)

TOEWIJZING

8e EOF

9e EOF

10e EOF

8e, 9e en 10e EOF

Lomé

Programmeerbare hulp

5 057

5 057

Niet-programmeerbare hulp

4 733

4 733

Overdrachten van andere fondsen

720

720

Overige ontvangsten

35

35

0

Cotonou

A-enveloppe

418

9 242

13 848

23 508

B-enveloppe

238

1 269

2 052

3 559

Regionale toewijzing

907

2 027

2 934

Intra ACS-toewijzing

3 091

2 895

5 986

COB, TCLP en PPV

158

158

Speciale toewijzing Congo, Besluit 2003/583/EG van de Raad

105

105

Speciale toewijzing Sudan, Besluit 2010/406/EU van de Raad

147

147

Speciale toewijzing Zuid-Sudan, Besluit 2011/315/EU van de Raad

194

194

Vrijwillige bijdrage Vredesfaciliteit

39

39

Cofinanciering (toewijzing van kredieten)

135

135

Uitvoeringskosten en rente

242

513

756

NIP/RIP-reserve

25

25

Regionale toewijzingen reserve

0

0

Intra ACS-reserve

0

0

Landenreserve

0

0

Stabex — NIP-reserve A-enveloppe

0

0

Niet-beschikbare prestatiereserve

938

938

TOTAAL

10 481

16 114

22 433

49 028


EOF

Geconsolideerd totaal

Jaarcijfers

Op 31.12.2013

% van toewijzing

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

BESLUITEN

8

10 478

100 %

(211)

(53)

(42)

(45)

(60)

(64)

(98)

9

16 084

100 %

3 455

775

(54)

(116)

(9)

(297)

(72)

10

21 351

91 %

4 766

3 501

2 349

3 118

3 524

4 093

TOTAAL

47 914

3 244

5 488

3 405

2 187

3 049

3 163

3 923

TOEGEWEZEN FONDSEN

8

10 437

100 %

35

55

(42)

8

(13)

(46)

(11)

9

15 408

96 %

3 317

3 163

997

476

9

(187)

(96)

10

15 565

69 %

130

3 184

2 820

2 514

3 460

3 457

TOTAAL

41 410

3 352

3 348

4 140

3 304

2 509

3 226

3 350

BETALINGEN

8

10 363

99 %

483

323

152

158

90

15

18

9

14 795

92 %

2 294

3 253

1 806

1 304

906

539

230

10

10 222

46 %

90

1 111

1 772

1 879

2 655

2 715

TOTAAL

35 380

2 777

3 666

3 069

3 233

2 874

3 209

2 963

(*)

Negatieve cijfers zijn vrijmakingen

TABEL 2.2

EOF geconsolideerde rekeningen op 31.12.2013

VOORTGANGSVERSLAG

8th EOF

%

9e EOF

%

10e EOF

%

TOTAAL

%

(17)

(17)

(17)

(17)

Lomé

PROGRAMMEERBARE HULP (NIP)

Kredieten

5 057

5 057

Besluiten

5 057

100 %

5 057

100 %

Toegewezen fondsen

5 020

99 %

5 020

99 %

Betalingen

4 978

98 %

4 978

98 %

NIET-PROGRAMMEERBARE STEUN

Kredieten

4 733

4 733

Besluiten

4 730

100 %

4 730

100 %

Toegewezen fondsen

4 728

100 %

4 728

100 %

Betalingen

4 704

99 %

4 704

99 %

OVERDRACHTEN VAN ANDERE FONDSEN

Kredieten

720

720

Besluiten

720

100 %

720

100 %

Toegewezen fondsen

689

96 %

689

96 %

Betalingen

671

93 %

671

93 %

OVERIGE ONTVANGSTEN

Kredieten

35

35

Besluiten

35

99 %

35

99 %

Toegewezen fondsen

35

99 %

35

99 %

Betalingen

35

99 %

35

99 %

TOTAAL

Kredieten

9 826

720

10 545

Besluiten

9 822

100 %

720

100 %

10 542

100 %

Toegewezen fondsen

9 784

100 %

689

96 %

10 473

99 %

Betalingen

9 717

99 %

671

93 %

10 388

99 %

Cotonou

A-enveloppe

Kredieten

418

9 242

13 848

23 508

Besluiten

418

100 %

9 197

100 %

13 827

100 %

23 442

100 %

Toegewezen fondsen

417

100 %

9 009

97 %

9 840

71 %

19 266

82 %

Betalingen

417

100 %

8 780

95 %

6 021

43 %

15 218

65 %

B-enveloppe

Kredieten

238

1 269

2 052

3 559

Besluiten

238

100 %

1 269

100 %

2 044

100 %

3 551

100 %

Toegewezen fondsen

236

99 %

1 238

98 %

1 706

83 %

3 181

89 %

Betalingen

229

96 %

1 208

95 %

1 401

68 %

2 837

80 %

Cotonou

COB, TCLP en PV

Kredieten

158

158

Besluiten

158

100 %

158

100 %

Toegewezen fondsen

154

97 %

154

97 %

Betalingen

154

97 %

154

97 %

Regionale toewijzing

Kredieten

907

2 027

2 934

Besluiten

903

100 %

1 988

98 %

2 891

99 %

Toegewezen fondsen

844

93 %

1 163

57 %

2 007

68 %

Betalingen

739

82 %

644

32 %

1 383

47 %

Intra-ACS toewijzing

Kredieten

3 091

2 895

5 986

Besluiten

3 089

100 %

2 874

99 %

5 963

100 %

Toegewezen fondsen

3 015

98 %

2 292

79 %

5 307

89 %

Betalingen

2 845

92 %

1 669

58 %

4 513

75 %

Vrijwillige bijdrage Vredesfaciliteit

Kredieten

39

39

Besluiten

25

63 %

25

63 %

Toegewezen fondsen

24

62 %

24

62 %

Betalingen

24

62 %

24

62 %

Speciale toewijzing Congo Besluit 2003/583/EG van de Raad

Kredieten

105

105

Besluiten

105

100 %

105

100 %

Toegewezen fondsen

105

100 %

105

100 %

Betalingen

105

100 %

105

100 %

Speciale toewijzing Sudan Besluit 2010/406/EU van de Raad

Kredieten

147

147

Besluiten

110

75 %

110

75 %

Toegewezen fondsen

48

32 %

48

32 %

Betalingen

25

17 %

25

17 %

Speciale toewijzing Zuid-Soedan Besluit 2011/315/EU van de Raad

Kredieten

194

194

Besluiten

267

137 %

267

137 %

Toegewezen fondsen

43

22 %

43

22 %

Betalingen

12

6 %

12

6 %

Cotonou

Uitvoeringskosten en rente

Kredieten

242

513

756

Besluiten

242

100 %

507

99 %

750

99 %

Toegewezen fondsen

240

99 %

487

95 %

728

96 %

Betalingen

233

96 %

467

91 %

700

93 %

TOTAAL

Kredieten

656

15 394

21 335

37 385

Besluiten

656

100 %

15 365

100 %

21 241

100 %

37 261

100 %

Toegewezen fondsen

654

100 %

14 719

96 %

15 489

73 %

30 861

83 %

Betalingen

646

99 %

14 124

92 %

10 201

48 %

24 971

67 %

NIP/RIP-RESERVE

25

25

REGIONALE TOEWIJZINGEN RESERVE

0

0

INTRA-ACS-RESERVE

0

0

Stabex — NIP-reserve A-enveloppe

0

LANDENRESERVE

0

0

Cofinanciering

Kredieten

135

135

Besluiten

110

82 %

110

82 %

Toegewezen fondsen

76

57 %

76

10 %

Betalingen

21

16 %

21

3 %

Niet-besteedbare prestatiereserve

938

938

TOTAAL

Kredieten

10 481

16 114

22 433

49 028

Besluiten

10 478

100 %

16 084

100 %

21 351

95 %

47 914

98 %

Toegewezen fondsen

10 437

100 %

15 408

96 %

15 565

69 %

41 410

84 %

Betalingen

10 363

99 %

14 795

92 %

10 222

46 %

35 380

72 %


TABEL 2.3

EOF GECONSOLIDEERDE REKENINGEN OP 31.12.2013:

ANALYSE PER STEUNINSTRUMENT

ACS + LGO — 8e EOF

(in miljoen EUR)

KREDIETEN

BESLUITEN

TOEGEWEZEN FONDSEN

BETALINGEN

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

(1)

(2)

(2): (1)

(3)

(3): (2)

(4)

(4): (3)

Lomé

ACS

Totaal indicatieve programma's

5 020

5 020

(62)

100 %

4 985

(13)

99 %

4 943

4

99 %

Totaal niet-programmeerbare hulp

4 757

4 755

(20)

100 %

4 753

3

100 %

4 728

6

99 %

Rentesubsidies

83

83

100 %

83

(0)

99 %

69

83 %

Spoedhulp

136

136

100 %

136

100 %

136

100 %

Hulp aan vluchtelingen

103

101

(2)

98 %

100

(0)

98 %

100

(0)

99 %

Risicokapitaal

1 019

1 019

(17)

100 %

1 018

99 %

1 011

0

99 %

Stabex

723

722

0

100 %

722

3

99 %

720

6

100 %

Sysmin

101

101

100 %

101

98 %

101

100 %

Structurele aanpassing

1 497

1 497

100 %

1 497

100 %

1 497

100 %

HIP-landen

1 060

1 060

100 %

1 060

100 %

1 060

100 %

Benutting rentebaten

35

35

(1)

99 %

35

0

98 %

35

0

100 %

TOTAAL

9 777

9 774

(82)

100 %

9 737

(10)

100 %

9 671

10

99 %

Cotonou

A-enveloppe

418

418

(1)

100 %

417

(1)

99 %

417

(0)

100 %

B-enveloppe

238

238

(14)

100 %

236

(0)

78 %

229

8

TOTAAL

656

656

(16)

200 %

654

(1)

177 %

646

8

100 %

TOTAAL ACS (a)

10 433

10 430

(98)

100 %

10 391

(11)

100 %

10 317

18

99 %

LGO

Totaal indicatieve programma's

37

37

(0)

100 %

35

(0)

93 %

35

0

100 %

Totaal niet-programmeerbare hulp

11

11

0

100 %

11

100 %

11

0

100 %

Rentesubsidies

1

1

100 %

1

100 %

1

100 %

Spoedhulp

Hulp aan vluchtelingen

Risicokapitaal

6

6

100 %

6

100 %

6

100 %

Stabex

1

1

100 %

1

100 %

1

100 %

Sysmin

2

2

100 %

2

99 %

2

0

100 %

TOTAAL LGO (b)

48

48

(0)

100 %

46

(0)

95 %

46

0

100 %

TOTAAL (a) + (b)

10 481

10 478

(98)

100 %

10 437

(11)

100 %

10 363

18

99 %


TABEL 2.4

EOF GECONSOLIDEERDE REKENINGEN OP 31.12.2013:

ANALYSE PER STEUNINSTRUMENT

ACS + LGO — 9e EOF

(in miljoen EUR)

KREDIETEN

BESLUITEN

TOEGEWEZEN FONDSEN

BETALINGEN

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

(1)

(2)

(2): (1)

(3)

(3): (2)

(4)

(4): (3)

ACS

A-enveloppe

8 994

8 951

(181)

100 %

8 767

(54)

98 %

8 545

78

97 %

Macro-economische steun

2 204

(35)

2 210

11

2 197

3

Sectoraal beleid

6 748

(146)

6 557

(65)

6 348

75

B-enveloppe

1 265

1 265

(11)

100 %

1 234

(7)

98 %

1 204

14

98 %

Compensatie exportopbrengsten

170

(0)

162

0

150

4

Spoedhulp

1 084

(11)

1 061

(7)

1 043

10

HIP-landen

11

0

11

0

11

0

Regionale toewijzing

859

855

(26)

100 %

797

(34)

93 %

695

15

87 %

Intra-ACS-toewijzing

3 091

3 089

(62)

100 %

3 015

(39)

98 %

2 845

86

94 %

Andere

158

158

(3)

100 %

154

(5)

97 %

154

(0)

100 %

Uitvoeringskosten/Administratieve uitgaven

178

178

6

100 %

177

9

99 %

170

4

96 %

Rente en overige ontvangsten

63

63

(1)

100 %

63

(0)

99 %

63

0

100 %

Speciale toewijzing Congo

105

105

100 %

105

(0)

100 %

105

(0)

100 %

Speciale toewijzing Sudan

147

110

36

75 %

48

25

43 %

25

8

51 %

Speciale toewijzing Zuid-Sudan

194

267

201

137 %

43

16

16 %

12

9

29 %

Vrijwillige bijdrage vredesfaciliteit

39

25

63 %

24

(0)

99 %

24

100 %

Overdrachten van het 6e EOF — Lomé

21

21

(0)

100 %

20

(0)

98 %

20

0

100 %

Overdrachten van het 7e EOF — Lomé

696

696

(25)

100 %

666

(6)

96 %

648

2

97 %

TOTAAL ACS (a)

15 809

15 783

(66)

100 %

15 112

(96)

96 %

14 508

217

96 %

LGO

A-enveloppe

249

245

(3)

99 %

241

(0)

98 %

234

11

97 %

Macro-economische steun

14

(1)

14

(0)

14

0

Sectoraal beleid

232

(2)

227

0

220

11

B-enveloppe

4

4

(3)

100 %

4

0

100 %

4

0

100 %

Regionale toewijzing

48

48

(1)

100 %

46

(0)

97 %

44

2

96 %

Studies/Technische bijstand

1

1

100 %

1

100 %

1

100 %

Overdrachten van het 6e EOF — Lomé

0

0

100 %

0

100 %

0

100 %

Overdrachten van het 7e EOF — Lomé

3

3

(0)

100 %

3

0

100 %

3

0

100 %

TOTAAL LGO (b)

305

302

(6)

99 %

296

(0)

98 %

287

13

97 %

TOTAAL (a) + (b)

16 114

16 084

(72)

100 %

15 408

(96)

96 %

14 795

230

96 %


TABEL 2.5

EOF GECONSOLIDEERDE REKENINGEN OP 31.12.2013:

ANALYSE PER STEUNINSTRUMENT

ACS + LGO — 10e EOF

(in miljoen EUR)

KREDIETEN

BESLUITEN

TOEGEWEZEN KREDIETEN

BETALINGEN

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

GECUM. TOTAAL

JAARLIJKS

%

(1)

(2)

(2): (1)

(3)

(3): (2)

(4)

(4): (3)

ACS

A-enveloppe

13 652

13 632

2 284

100 %

9 720

2 231

71 %

5 945

1 636

61 %

B-enveloppe

2 037

2 029

324

100 %

1 693

258

83 %

1 399

229

83 %

Compensatie exportopbrengsten

211

115

105

43

50 %

55

9

52 %

Spoedhulp

856

143

668

109

78 %

547

100

82 %

HIP-landen

49

(0)

49

(0)

100 %

49

(0)

100 %

Andere schokken met budgettaire gevolgen

914

66

871

106

95 %

749

120

86 %

Regionale toewijzing

1 987

1 948

710

98 %

1 144

414

59 %

640

295

56 %

Intra-ACS toewijzing

2 895

2 874

578

99 %

2 292

398

80 %

1 669

394

73 %

Institutionele en ondersteuningskosten

280

261

49

93 %

231

31

89 %

191

44

83 %

Varia intra ACS, geprogrammeerde andere sectoren

1 915

1 913

402

100 %

1 446

254

76 %

948

245

66 %

Vredesfaciliteit

700

700

126

100 %

615

113

88 %

530

105

86 %

Uitvoeringskosten

430

430

2

100 %

420

52

98 %

406

53

97 %

Rente en andere inkomsten

77

71

41

92 %

63

39

89 %

58

38

92 %

TOTAAL

21 078

20 984

3 939

100 %

15 334

3 392

0

10 117

2 645

66 %

LANDENRESERVE — COTONOU

NIP/RIP-RESERVE

25

Stabex — NIP-Reserve A-enveloppe

REGIONALE TOEWIJZINGEN RESERVE

INTRA-ACS RESERVE

Cofinanciering administratieve uitgaven

4

1

0

27 %

1

0

43 %

0

0

60 %

Cofinanciering A-enveloppe

118

97

24

82 %

64

16

66 %

15

11

23 %

Cofinanciering intra ACS

12

12

0

100 %

12

(0)

99 %

6

2

51 %

TOTAAL Cofinanciering

135

110

25

82 %

76

16

69 %

21

13

28 %

TOTAAL ACS

21 238

21 094

3 964

99 %

15 410

3 408

73 %

10 138

2 658

66 %

Niet-beschikbare prestatiereserve ACS

924

TOTAAL ACS + prestatiereserve (a)

22 162

21 094

3 964

95 %

15 410

3 408

73 %

10 138

2 658

66 %

LGO

A-enveloppe

196

196

102

100 %

119

27

61 %

76

53

63 %

B-enveloppe

15

15

8

100 %

13

8

86 %

2

1

13 %

Compensatie exportopbrengsten

Spoedhulp

9

2

7

2

76 %

2

1

24 %

HIP-landen

Andere schokken met budgettaire gevolgen

6

6

6

6

100 %

0

0

0 %

Regionale toewijzing

40

40

17

100 %

19

14

47 %

4

3

19 %

Studies/Technische bijstand LGO

6

6

2

100 %

4

0

62 %

3

1

89 %

TOTAAL

257

257

129

100 %

155

50

60 %

84

58

55 %

TOTAAL LGO

257

257

129

100 %

155

50

60 %

84

58

55 %

Niet beschikbare prestatiereserve LGO

14

TOTAAL LGO+ prestatiereserve (b)

271

257

129

95 %

155

50

60 %

84

58

55 %

TOTAAL (a) + (b)

22 433

21 351

4 093

95 %

15 565

3 457

73 %

10 222

2 715

66 %

DEEL II

JAARREKENING VAN HET EOF: FINANCIËLE STATEN VAN DE INVESTERINGSFACILITEIT

EUROPESE INVESTERINGSBANK

CA/472/14

13 maart 2014

Document 14/108

RAAD VAN BESTUUR

INVESTERINGSFACILITEIT

FINANCIËLE STATEN

GECONSOLIDEERD PER 31 DECEMBER 2013

Overzicht van de financiële positie

Overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten

Overzicht van de wijzigingen in de middelen van de contribuanten

Kasstroomoverzicht

Toelichtingen bij de financiële staten

Verslag van de onafhankelijke accountant

3. FINANCIËLE STATEN VAN DE INVESTERINGSFACILITEIT

3.1. Vermogensoverzicht per 31 december 2013

(× 1 000 EUR)

Toelichting

31.12.2013

31.12.2012

ACTIVA

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

5

5 99 515

4 66 568

Afgeleide financiële instrumenten

6

1 024

115

Leningen en vorderingen

7

1 2 22 199

1 1 46 280

Voor verkoop beschikbare financiële activa

8

3 31 699

3 33 001

Door contribuanten te storten bedragen

9.15

87 310

Tot einde looptijd aangehouden activa

10

1 02 562

99 029

Overige activa

11

148

224

Totaal activa

2 2 57 147

2 1 32 527

PASSIVA EN MIDDELEN VAN CONTRIBUANTEN

PASSIVA

Afgeleide financiële instrumenten

6

3 545

7 035

Uitgestelde baten

12

35 083

37 808

Aan derde partijen verschuldigde bedragen

13

3 31 235

3 12 086

Overige passiva

14

2 572

1 153

Totaal passiva

3 72 435

3 58 082

MIDDELEN CONTRIBUANTEN

Afgeroepen bijdrage van de lidstaten

15

1 6 61 309

1 5 61 309

Reëlewaardereserve

78 191

68 434

Ingehouden winsten

1 45 212

1 44 702

Totaal middelen contribuanten

1 8 84 712

1 7 74 445

Totaal passiva en middelen contribuanten

2 2 57 147

2 1 32 527

De begeleidende nota’s vormen een integrerend onderdeel van deze financiële staten.

3.2. Overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten voor het op 31 december 2013 afgesloten jaar

(× 1 000 EUR)

Toelichting

Vanaf 1.1.2013:

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

Rente en soortgelijke baten

17

68 270

67 503

Rente en soortgelijke uitgaven

17

– 1 175

– 1 114

Nettorente en soortgelijke baten

67 095

66 389

Baten uit honoraria en provisies

18

4 051

1 934

Uitgaven aan honoraria en provisies

18

– 43

– 292

Nettobaten van honoraria en provisies

4 008

1 642

Wijziging in reële waarde van afgeleide financiële instrumenten

4 399

5 348

Netto gerealiseerde baten op voor verkoop beschikbare financiële activa

19

5 294

1 045

Netto verlies valuta

– 6 925

– 10 575

Nettoresultaten van financiële transacties

2 768

4 182

Wijziging bij waardevermindering op leningen en vorderingen, minus terugboekingen

7

– 27 334

597

Waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa

8

– 8 176

– 8 927

Waardevermindering op andere activa

20

– 337

Algemene administratiekosten

21

– 37 851

– 36 202

Winst voor het jaar

510

18 980

Niet-gerealiseerde resultaten:

Posten die opnieuw zijn ingedeeld of kunnen worden ingedeeld bij winst of verlies

Voor verkoop beschikbare financiële activa — reëlewaardereserve

8

1.

Nettowijziging in reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa

12 350

18 551

2.

Nettobedrag overgedragen naar winst of verlies

– 2 593

8 133

Totaal voor verkoop beschikbare financiële activa

9 757

26 684

Totaal niet-gerealiseerde resultaten

9 757

26 684

Totaal niet-gerealiseerde resultaten voor het jaar

10 267

45 664

De begeleidende nota’s vormen een integrerend onderdeel van deze financiële staten.

3.3. Overzicht van de wijzigingen in de middelen van de contribuanten voor het op 31 december 2013 afgesloten jaar

(× 1 000 EUR)

Toelichting

Afgeroepen bijdrage

Reëlewaarde-reserve

Ingehouden winsten

Totaal

Per 1 januari 2013

1 5 61 309

68 434

1 44 702

1 7 74 445

Bijdrage lidstaten afgeroepen in de loop van het jaar

15

1 00 000

1 00 000

Winst voor het jaar 2013

510

510

Totaal andere niet-gerealiseerde resultaten voor het jaar

9 757

9 757

Wijzigingen middelen contribuanten

1 00 000

9 757

510

1 10 267

Per 31 december 2013

1 6 61 309

78 191

1 45 212

1 8 84 712

Per 1 januari 2012

1 2 81 309

41 750

1 25 722

1 4 48 781

Bijdrage lidstaten afgeroepen in de loop van het jaar

15

2 80 000

2 80 000

Winst voor het jaar 2012

18 980

18 980

Totaal andere niet-gerealiseerde resultaten voor het jaar

26 684

26 684

Wijzigingen middelen contribuanten

2 80 000

26 684

18 980

3 25 664

Per 31 december 2012

1 5 61 309

68 434

1 44 702

1 7 74 445

De begeleidende nota’s vormen een integrerend onderdeel van deze financiële staten.

3.4. Overzicht van de kasstromen voor het op 31 december 2013 afgesloten jaar

(× 1 000 EUR)

Toelichting

Van 1.1.2013

t/m 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

BELEIDSACTIVITEITEN

Winst voor het begrotingsjaar

510

18 980

Aanpassingen voor

Waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa

8 176

8 927

Nettowijziging waardevermindering op leningen en vorderingen

27 334

– 597

Gekapitaliseerde rente op leningen en vorderingen

7

– 10 363

– 9 622

Wijziging opgelopen rente en geamortiseerde kostprijs leningen en vorderingen

– 249

– 1 407

Wijziging opgelopen rente en geamortiseerde kostprijs tot einde looptijd aangehouden financiële activa

733

– 751

Wijziging uitgestelde baten

– 2 725

4 805

Gevolgen wijzigingen wisselkoers op leningen

30 402

16 044

Effect wijzigingen wisselkoers op voor verkoop beschikbare financiële activa

– 1 154

– 1 204

Gevolgen wijzigingen wisselkoers op leningen

– 378

– 389

Winst beleidsactiviteiten voor wijzigingen in beleidsactiva en -passiva

52 286

34 786

Uitkeringen lening

7

– 2 42 203

– 2 33 018

Terugbetalingen leningen

7

1 19 160

1 15 480

Wijziging opgelopen rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten

– 1

389

Wijziging reële waarde derivaten

– 4 399

– 5 348

Stijging tot einde looptijd aangehouden financiële activa

10

– 6 80 635

– 98 278

Looptijden van tot einde looptijd aangehouden financiële activa

10

6 76 369

Stijging voor verkoop beschikbare financiële activa

8

– 34 700

– 81 981

Terugbetalingen/verkoop van voor verkoop beschikbare financiële activa

8

38 737

19 601

Afname andere activa

76

192

Toename andere passiva

1 419

40

(Daling)/Stijging van andere bedragen te betalen aan Europese Investeringsbank

– 6 539

6 876

Netto kasstromen van beleidsactiviteiten

80 430

2 41 261

FINANCIERINGSACTIVITEITEN

Bijdrage van lidstaten

1 87 310

2 36 345

Bedragen ontvangen van lidstaten met betrekking tot rentesubsidies

50 000

43 655

Bedragen betaald namens lidstaten met betrekking tot rentesubsidies

– 24 312

– 24 450

Netto kasstromen van financieringsactiviteiten

2 12 998

2 55 550

Netto toename van geldmiddelen en kasequivalenten

1 32 568

14 289

Samenvattende staat van kasstromen

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen bij het begin van het jaar

4 66 561

4 51 882

Nettokasstroom

Beleidsactiviteiten

– 80 430

– 2 41 261

Financieringsactiviteiten

2 12 998

2 55 550

Effect wijzigingen wisselkoers op geldmiddelen en kasequivalenten

378

389

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het einde van het begrotingsjaar

5 99 507

4 66 561

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn samengesteld uit:

Kasmiddelen

1 94 107

10 588

Termijndeposito's (exclusief opgelopen rente)

4 05 400

4 55 973

5 99 507

4 66 561

De begeleidende nota’s vormen een integrerend onderdeel van deze financiële staten.

3.5. Toelichtingen bij de financiële staten per 31 december 2013

1. ALGEMENE INFORMATIE

De investeringsfaciliteit (de „faciliteit”) werd opgericht in het kader van de Overeenkomst van Cotonou (de „Overeenkomst”) betreffende steun voor samenwerking en ontwikkeling, die door de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan („de ACS-staten”) en de Europese Unie en haar lidstaten op 23 juni 2000 werd gesloten en op 25 juni 2005 en 23 juni 2010 werd herzien.

De faciliteit is geen afzonderlijke rechtspersoon en de Europese Investeringsbank („EIB”) beheert de bijdragen namens de lidstaten („donoren”) overeenkomstig de voorwaarden van de overeenkomst en treedt op als een beheerder van de faciliteit.

De in het kader van de Overeenkomst vastgelegde financiering is afkomstig uit de begrotingen van de EU-lidstaten en wordt uitbetaald overeenkomstig financiële protocollen die voor opeenvolgende periodes van vijf tot zes jaar worden vastgelegd. Binnen het kader van de Overeenkomst en na de inwerkingtreding van een tweede financieel protocol op 1 juli 2008 (met betrekking op de periode 2008-2013), hierna het 10e Europees Ontwikkelingsfonds („EOF”) genoemd, is de EIB belast met het beheer van:

de faciliteit, een risicodragend roterend fonds ten belope van 3 185,5 miljoen EUR dat ertoe strekt de investeringen in de particuliere sector in de ACS-landen te bevorderen, waarbij een bedrag 48,5 miljoen EUR aan de landen en gebieden overzee (LGO) is toegewezen;

subsidies voor de financiering van rentesubsidies ten belope van 400 miljoen EUR voor ACS-landen en 1,5 miljoen EUR voor LGO. Tot 15 % (10 % tot einde 2012) van deze subsidies kan worden benut voor de financiering van projectgerelateerde technische bijstand.

De huidige financiële overzichten bestrijken de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013.

Op voorstel van het beheerscomité van de EIB heeft het directiecomité van de EIB de financiële staten op 13 maart 2014 vastgesteld en heeft het besloten deze ter goedkeuring voor te leggen aan de raad van bestuur op zijn bijeenkomst van 14 mei 2014.

2. BELANGRIJKSTE GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING

2.1. GRONDSLAG VOOR DE VOORBEREIDING — VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

De financiële staten van de faciliteit zijn opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), die door de Europese Unie zijn goedgekeurd.

2.2. BELANGRIJKE BEOORDELINGEN EN RAMINGEN

Bij het opmaken van de financiële staten moet een beroep worden gedaan op ramingen. Bij het toepassen van de grondslagen voor financiële verslaglegging van de faciliteit moet het management van de Europese Investeringsbank ook beoordelingen maken. Indien er sprake is van een hogere mate van beoordeling of complexiteit of indien veronderstellingen en ramingen voor de financiële staten van belang zijn, wordt dit hierna bekendgemaakt.

Onder meer in volgende gevallen werd een beroep gedaan op beoordelingen en ramingen:

Vaststelling van de reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde van financiële activa en financiële passiva die worden verhandeld op actieve markten zijn gebaseerd op genoteerde marktprijzen en prijsnoteringen van effectenmakelaars. Wanneer de reële waarde niet uit actieve markten kan worden afgeleid, wordt de waarde bepaald met gebruikmaking van uiteenlopende waarderingstechnieken, waaronder mathematische modellen. De input voor deze modellen wordt waar mogelijk uit waarneembare markten gehaald. Is dit niet mogelijk, dan is er een zekere mate van beoordeling vereist voor de vaststelling van de reële waarde. De waarderingen kunnen worden ingedeeld in verschillende niveaus van de reëlewaardehiërarchie op grond van de inputs die worden gebruikt bij de waarderingstechnieken zoals beschreven en bekendgemaakt in de toelichtingen 2.4.3 en 4.

Bij deze waarderingstechnieken kan onder meer gebruik worden gemaakt van de methodes van netto contante waarde en geactualiseerde waarde van de kasstroom, vergelijking met soortgelijke instrumenten waarvoor waarneembare marktprijzen bestaan, de Black-Scholes en polynomische prijsbepalingsmodellen en andere waarderingsmodellen. De bij de waarderingstechnieken gebruikte veronderstellingen en inputs omvatten risicovrije rentenvoeten en basisrentevoeten, kredietspreads die worden gebruikt bij de raming van discontovoeten, obligatie- en aandelenkoersen, wisselkoersen en aandelen- aandelenindexkoersen en verwachte prijsschommelingen en correlaties.

De waarderingstechnieken hebben tot doel om te komen tot een waardering tegen reële waarde, die een weergave is van de prijs die zou worden ontvangen om het actief te verkopen of die zou worden betaald om de verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum.

De faciliteit gebruikt algemeen erkende waarderingstechnieken voor het bepalen van de reële waarde van veel voorkomende en meer eenvoudige financiële instrumenten, zoals rentevoeten en valutaswaps die alleen gebruik maken van waarneembare marktgegevens en een geringe beoordeling en inschatting door het management vereisen. Waarneembare prijzen en modelinputs zijn doorgaans beschikbaar op de markt voor beursgenoteerde schuldbewijzen en gewone aandelen, op de beurs verhandelde derivaten en eenvoudige over-the-counter derivaten, zoals renteswaps. Door de beschikbaarheid van waarneembare marktprijzen en modelinputs zijn beoordelingen en inschattingen door het management minder vereist en wordt ook de onzekerheid over de vaststelling van de reële waarden verminderd. De beschikbaarheid van waarneembare marktprijzen en inputs hangt af van de producten en de markten en is onderhevig aan wijzigingen als gevolg van specifieke gebeurtenissen en de algemene omstandigheden die zich op de financiële markten voordoen.

Voor meer complexe modellen maakt de faciliteit gebruik van haar eigen waarderingsmodellen, die zijn ontwikkeld op basis van erkende waarderingsmodellen. Sommige of alle belangrijke inputs voor deze modellen kunnen niet waarneembaar zijn op de markt en zijn afgeleid van marktprijzen of koersen of zijn geraamd op basis van veronderstellingen. Voorbeelden van instrumenten waarbij gebruik wordt gemaakt van aanzienlijke niet-waarneembare inputs zijn onder meer leningen en garanties waarvoor er geen actieve markt is. Voor waarderingsmodellen die gebruik maken van aanzienlijke niet-waarneembare inputs moet in hogere mate een beroep worden gedaan op de beoordelingen en inschattingen door het management bij de vaststelling van de reële waarde. Beoordelingen en inschattingen door het management zijn doorgaans vereist bij de keuze van het geschikte waarderingsmodel, de vaststelling van verwachte toekomstige kasstromen voor het te waarderen financieel instrument, de vaststelling van kans op wanbetaling door tegenpartijen en vervroegde aflossing en de selectie van geschikte disconteringspercentages.

De faciliteit heeft een risicobeheerskader opgesteld met betrekking tot de waardering van reële waarden. Dit kader omvat de EIB-diensten risicobeheer en beheer van de marktgegevens. Deze diensten zijn onafhankelijk van het frontofficebeheer en zijn verantwoordelijk voor de controle van aanzienlijke waarderingen tegen reële waarde. Specifieke controles omvatten:

verificatie van waarneembare prijszetting,

evaluatie en goedkeuring van nieuwe waarderingsmodellen en wijzigingen aan bestaande modellen,

ijking en backtesting van modellen tegen waargenomen markttransacties,

analyse en onderzoek van significante ontwikkelingen van de waardering,

evaluatie van significante niet-waarneembare inputs en waarderingsaanpassingen.

Wanneer informatie van derden zoals noteringen van makelaars of prijsinformatiediensten worden gebruikt om de reële waarde te bepalen, gaat de faciliteit na of deze waarderingen beantwoorden aan de IFRS-vereisten. Dit omvat onder meer het volgende:

bepalen of de notering van de makelaar of de prijszetting van de prijsinformatiedienst terecht is,

beoordelen of een specifieke notering van een makelaar of prijsinformatiedienst betrouwbaar is,

inzicht verwerven in de wijze waarop de reële waarde is bepaald en de mate waarin deze waarde een weergave is van werkelijke markttransacties,

wanneer prijzen voor soortgelijke instrumenten worden gebruikt om de reële waarde te bepalen, nagaan hoe deze prijzen zijn aangepast om rekening te houden met de kenmerken van het instrument waarvoor een waardebepaling is tot stand gekomen.

Waardevermindering op leningen en vorderingen

Op elke verslagleggingsdatum onderzoekt de faciliteit haar leningen en vorderingen teneinde te beoordelen of er in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten een voorziening voor waardevermindering moet worden opgevoerd. Om het niveau van de voorziening te bepalen, is een beoordeling van het management van de Europese Investeringsbank vereist voor de raming van het bedrag en het tijdschema van toekomstige kasstromen. Dergelijke ramingen zijn gebaseerd op veronderstellingen over een aantal factoren en de werkelijke resultaten kunnen afwijken, met toekomstige wijzigingen van de voorziening tot gevolg. Naast specifieke voorzieningen voor afzonderlijke belangrijke leningen en vorderingen voert de faciliteit ook een collectieve voorziening voor waardevermindering op voor risicoposities die afzonderlijk genomen weliswaar geen waardevermindering hebben ondergaan, doch waarvoor de kans op niet-nakoming veel groter is geworden dan op de datum van toekenning.

In beginsel wordt ervan uitgegaan dat een lening niet wordt nagekomen wanneer de betaling van de rente en hoofdsom een achterstand van 90 dagen of meer heeft opgelopen en tegelijkertijd het management van de Europese Investeringsbank van oordeel is dat er een objectieve aanwijzing van waardevermindering is.

Waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen in niet-beursgenoteerde aandelen

Bij de waardering van beleggingen in niet-beursgenoteerde aandelen wordt normaal gesproken met een van volgende gegevens rekening gehouden:

recente zakelijke en objectieve markttransacties tussen onafhankelijke partijen,

actuele reële waarde van andere instrumenten die in wezen hetzelfde zijn,

de verwachte kasstromen die verdisconteerd zijn met behulp van actuele rentevoeten die gelden voor instrumenten met soortgelijke voorwaarden en risicokenmerken,

methode op basis van de intrinsieke waarde, of

andere waarderingsmodellen.

De bepaling van de kasstromen en discontofactoren voor verkoop beschikbare beleggingen in niet-beursgenoteerde aandelen berust in grote mate op ramingen. De faciliteit stemt de waarderingstechnieken op gezette tijden op elkaar af en toetst hun geldigheid hetzij aan de prijzen van waarneembare actuele marktverrichtingen in hetzelfde instrument, hetzij aan andere beschikbare waarneembare marktgegevens.

Waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa

In het kader van de faciliteit is bepaald dat voor verkoop beschikbare investeringen in aandelen als in waarde verminderd worden beschouwd wanneer hun reële waarde aanzienlijk of langdurig beneden kosten is gedaald of wanneer er andere aanwijzingen van waardevermindering voorhanden zijn. Om te bepalen of een daling „aanzienlijk” of „langdurig” is, is een beoordeling vereist. De faciliteit beschouwt aanzienlijk meestal als 30 % of meer en „langdurig” als langer dan twaalf maanden. Voorts houdt de faciliteit rekening met andere factoren, onder meer de normale volatiliteit van aandelen voor beursgenoteerde aandelen, de toekomstige kasstromen en de discontofactoren voor investeringen in niet-beursgenoteerde aandelen.

2.3. WIJZIGINGEN IN DE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING

Met uitzondering van de hierna vermelde wijzigingen heeft de faciliteit consequent het in toelichting 2.4 beschreven waarderingsbeleid toegepast op alle periodes die in deze financiële staten zijn opgenomen. De faciliteit heeft de volgende nieuwe normen en wijzigingen aan normen aangenomen.

Gebruikte normen

De volgende normen, wijzigingen van normen en interpretaties zijn aangenomen tijdens de voorbereiding van deze financiële staten.

Wijzigingen aan IAS 1 Presentatie van posten van niet-gerealiseerde resultaten

Naar aanleiding van de wijzigingen aan IAS 1, heeft de faciliteit de presentatie van posten van niet-gerealiseerde resultaten gewijzigd in haar overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten om de posten die opnieuw zouden worden ingedeeld bij winst of verlies afzonderlijk voor te stellen, dus los van de posten die hiervoor nooit in aanmerking zouden komen. De vergelijkende informatie is als volgt voorgesteld.

IFRS 13 Waardering tegen reële waarde

IFRS 13 bevat één enkel kader voor het bepalen van de reële waarde en informatieverschaffing over waarderingen tegen reële waarde wanneer andere IFRS dergelijke maatregelen voorschrijven of toestaan. Deze IFRS definieert reële waarde als de prijs die zou worden ontvangen om een actief te verkopen of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Deze norm voorziet in een vervanging en uitbreiding van de openbaarmakingsvereisten met betrekking tot waarderingen tegen reële waarde in andere IFRS, inclusief IFRS 7 Bijgevolg heeft de Faciliteit extra openbaarmakingen opgenomen. Overeenkomstig de overgangsbepaling van IFRS 13 heeft de faciliteit de nieuwe richtsnoeren voor de waardering tegen reële waarde prospectief toegepast en heeft zij geen vergelijkende gegevens voor nieuwe openbaarmakingen vrijgegeven.

IFRS 13 verwijst naar een aantal aanpassingen van de waardering die de faciliteit heeft overwogen bij de waarderingen van haar eigen derivaten, namelijk:

aanpassingen van kredietwaardering (CVA, credit value adjustments), die een weergave zijn van het tegenpartijkredietrisico die is opgenomen in de reële waarde van de derivaten,

aanpassingen van de schuldwaarde (DVA), die een weergave is van de eigen kredietwaardigheden van de faciliteit die is opgenomen in de reële waarde van de derivaten.

De aanpassingen aan de kredietwaardering per tegenpartij worden berekend met betrekking tot de potentiële toekomstige blootstelling en de verwachte maatregelen inzake positieve blootstelling, per netto blootstelling van de tegenpartij. De kansen op wanbetaling per tegenpartij worden vervolgens gemodelleerd waarbij een beroep wordt gedaan op kredietverzuimswaps ('CDS')-spreads die op de markt aanwezig zijn. Voor tegenpartijen zonder beschikbare kredietverzuimswaps ('CDS')-spreads, worden spreads van banken van soortgelijke omvang en rating in soortgelijke rechtsgebieden gebruikt.

De invoering van deze norm resulteerde in de opname van een verlies ten belope van 1 84 000 EUR in het huidige overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten, zoals uiteengezet in toelichting 4.

Uitgevaardigde normen die nog niet in werking zijn getreden

De volgende normen, wijzigingen van normen en interpretaties zijn van kracht voor jaarperioden die aanvangen na 1 januari 2013 en zijn niet toegepast bij de opstelling van deze financiële staten. De normen die relevant kunnen zijn voor de faciliteit, zijn hierna opgenomen. De faciliteit is niet voornemens deze normen vroegtijdig in te voeren.

IFRS 9 Financiële instrumenten

Deze norm is de eerste stap in een driedelig project van de IASB om de IAS 39 Financiële instrumenten te vervangen, waarbij de categorieën financiële activa en passiva en hun boekhoudkundige verwerking opnieuw gedefinieerd worden. Er wordt momenteel nog verder gewerkt aan de norm die uiteindelijk de IAS 39 volledig zal vervangen. De huidige daadwerkelijke datum voor de invoering van de norm is niet voorzien voor 1 januari 2017. IFRS 9 is momenteel nog niet is goedgekeurd door de Europese Unie. De faciliteit is niet voornemens deze norm vroegtijdig in te voeren en de omvang van het effect is nog niet bepaald.

De volgende drie normen zijn in 2012 uitgevaardigd en zijn door de Europese Unie bekrachtigd. Zij gelden voor de jaarperioden die aanvangen na 1 januari 2014. Het effect van de invoering van deze normen op de financiële staten van de faciliteit is nog niet bepaald.

IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening

Deze norm heeft ten doel beginselen vast te stellen voor de presentatie en opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen wanneer een entiteit zeggenschap over een of meer andere entiteiten heeft.

IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten

Met deze norm wordt een kader opgesteld voor het bepalen van het soort gezamenlijke overeenkomst dat een entiteit heeft met een andere entiteit.

IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten

Met deze norm wordt aan een entiteit de verplichting opgelegd informatie te verschaffen die gebruikers van jaarrekeningen in staat stellen het volgende te beoordelen: de aard van en de risico's die verband houden met haar belangen in andere entiteiten en de gevolgen van die belangen voor haar financiële positie, financiële prestaties en kasstromen.

2.4. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING

In het overzicht van de financiële positie zijn de activa en passiva opgenomen in dalende volgorde van liquiditeit en wordt er geen onderscheid gemaakt tussen vlottende en niet-vlottende posten.

2.4.1. Omrekening vreemde valuta

Voor de presentatie van de financiële staten wordt de euro gebruikt, die ook de functionele munteenheid is. Tenzij anders aangegeven, is de financiële verslaglegging in EUR is afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van duizend euro.

De verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers van de datum van de verrichting.

Financiële activa en passiva die in andere valuta dan de euro zijn uitgedrukt, worden in euro omgerekend tegen de wisselkoers van de datum van de balans. De winst of het verlies uit die omrekening wordt in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten opgevoerd.

Niet-monetaire posten die worden geboekt tegen in een vreemde munteenheid uitgedrukte historische kosten, worden omgerekend tegen de wisselkoers van de datum van de oorspronkelijke transactie. Niet-monetaire posten die worden geboekt tegen de in een vreemde munteenheid uitgedrukte reële waarde, worden omgerekend tegen de wisselkoers van de datum waarop de reële waarde werd bepaald.

Wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de vereffening van verrichtingen tegen een andere koers dan die van de datum van de transactie, en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen op in vreemde valuta uitgedrukte monetaire activa en passiva die niet zijn vereffend, worden in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten opgevoerd.

De elementen van het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten worden maandelijks in euro omgerekend tegen de aan het einde van de maand geldende wisselkoers.

2.4.2. Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

In het kader van de faciliteit worden lopende rekeningen, kortetermijndeposito's of schuldpapier met oorspronkelijke looptijden van drie maanden of minder als geldmiddelen en kasequivalenten beschouwd.

2.4.3. Andere financiële activa dan derivaten

Financiële activa worden geboekt op basis van de valutadatum.

Reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde van een financieel instrument is de prijs die zou worden ontvangen om een activum te verkopen of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum in de hoofdsom; of bij ontstentenis hiervan op de voordeligste markt waartoe de faciliteit op dat moment toegang heeft.

In voorkomend geval bepaalt de EIB namens de faciliteit de reële waarde van een instrument waarbij gebruikt wordt gemaakt van een prijsnotering op een actieve markt voor dat instrument. Een actieve markt is een markt waarop transacties voor het actief of de verplichting voldoende frequent en in voldoende volume plaatsvinden om op permanente basis prijsinformatie te verschaffen.

Wanneer de reële waarde van financiële activa en financiële passiva in de balans niet uit actieve markten kan worden afgeleid, wordt de waarde bepaald met gebruikmaking van uiteenlopende waarderingstechnieken, waaronder mathematische modellen. De input voor deze modellen wordt waar mogelijk uit waarneembare markten gehaald. Is dit niet mogelijk, dan is er een zekere mate van beoordeling vereist voor de vaststelling van de reële waarde. De gekozen waarderingstechniek omvat alle factoren waarmee marktdeelnemers rekening zouden houden bij de prijszetting van een transactie.

Bij de vaststelling van reële waarden maakt de EIB gebruik van de volgende reëlewaardehiërarchie die het belang van de bij de waarderingen gebruikte inputs weerspiegelt:

niveau 1: inputs die niet zijn aangepast aan op actieve markten genoteerde marktprijzen voor identieke instrumenten waartoe de faciliteit toegang heeft;

niveau 2: andere inputs dan de in niveau 1 ondergebrachte prijsnoteringen die waarneembaar zijn, hetzij rechtstreeks (dus als prijzen) of onrechtstreeks (dus afgeleid van prijzen). Deze categorie omvat instrumenten die zijn gewaardeerd op grond van op actieve markten genoteerde marktprijzen voor soortgelijke instrumenten, prijsnoteringen voor identieke of soortgelijke instrumenten op markten die als minder actief worden beschouwd of andere waarderingstechnieken waarbij alle significante inputs rechtstreeks of onrechtstreeks waarneembaar zijn van marktgegevens;

niveau 3: inputs die niet waarneembaar zijn. Deze categorie omvat alle instrumenten waarvoor de waarderingstechniek inputs omvat die niet gebaseerd zijn op waarneembare gegevens en waarbij de niet-waarneembare inputs een significant effect hebben op de waardering van het instrument. Deze categorie omvat instrumenten die zijn gewaardeerd op grond van prijsnoteringen voor soortgelijke instrumenten waarbij aanzienlijke niet-waarneembare aanpassingen of veronderstellingen vereist zijn om de verschillen tussen de instrumenten weer te geven.

De faciliteit erkent overdrachten tussen de niveaus van de reëlewaardehiërarchie op het einde van de rapportageperiode waarin de wijziging heeft plaatsgevonden.

Tot einde looptijd aangehouden activa

Tot einde looptijd aangehouden financiële activa bestaan uit beursgenoteerde obligaties die men tot einde looptijd wil aanhouden.

Deze obligaties worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde plus eventuele rechtstreeks aan te rekenen transactiekosten. Het verschil tussen boekwaarde en aflossingswaarde wordt afgeschreven in overeenstemming met de effectieve-rentemethode over de resterende looptijd van de obligatie.

De faciliteit beoordeelt bij elke balansdatum of er voldoende objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat financiële activa of een groep van financiële activa een waardevermindering hebben ondergaan. Financiële activa of groepen van financiële activa worden geacht een waardevermindering te hebben ondergaan indien, en alleen indien, er objectieve aanwijzingen voorhanden zijn van een waardevermindering die het gevolg is van één of meer gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan na de eerste opname van de activa (een „tot verlies leidende gebeurtenis”) en die tot verlies leidende gebeurtenis (of gebeurtenissen) een effect heeft (of hebben) op de geschatte toekomstige kasstromen uit de financiële activa of de groep van financiële activa dat betrouwbaar kan worden geraamd. Waardeverminderingsverlies wordt opgenomen in winst en verlies en het verlies wordt gewaardeerd als het verschil tussen de boekwaarde en de actuele waarde van de geraamde toekomstige kasstromen die verdisconteerd zijn tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het instrument.

Leningen

Door de faciliteit verstrekte leningen worden bij de activa van de faciliteit opgenomen wanneer de geldmiddelen aan de lener zijn uitgekeerd. Door de faciliteit verstrekte leningen worden in eerste instantie tegen kosten (netto uitgekeerde bedragen) opgenomen, dat wil zeggen de reële waarde van de geldmiddelen waarmee de lening tot stand is gekomen inclusief transactiekosten, en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd, waarbij de methode van het effectieve rendement wordt gehanteerd, minus een voorziening voor waardevermindering of oninbaarheid.

Voor verkoop beschikbare financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn activa die als zodanig zijn aangewezen of die niet in een van de volgende categorieën kunnen worden ingedeeld: tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening geboekte waarden, tot aan het einde van de looptijd gehouden waarden of leningen en vorderingen. Het gaat om directe aandeleninvesteringen en investeringen in risicokapitaalfondsen.

Na aanvankelijke waardering worden voor verkoop beschikbare financiële activa vervolgens tegen reële waarde geboekt. In verband met de waardering van de reële waarde van beleggingen in aandelen die niet uit actieve markten kan worden afgeleid, gelden de volgende regels:

a) Risicokapitaalfondsen

De reële waarde van elk risicokapitaalfonds is gebaseerd op de door het fonds gerapporteerde laatst beschikbare intrinsieke waarde, indien deze waarde is berekend op basis van een internationale waarderingsnorm die wordt beschouwd in overeenstemming te zijn met de IFRS (bv. de International Private Equity and Venture Capital Valuation richtsnoeren (IPEV-richtsnoeren), gepubliceerd door de European Venture Capital Association (Europese vereniging voor risicodragend kapitaal)). De faciliteit mag evenwel overgaan tot een aanpassing van de door het fonds gerapporteerde intrinsieke waarde indien er factoren zijn die de waardering kunnen beïnvloeden.

b) Directe aandeleninvesteringen

De reële waarde van de investering is gebaseerd op de laatste reeks beschikbare financiële staten, waarbij — indien van toepassing — opnieuw hetzelfde model wordt gebruikt als het model dat bij de verwerving van de participatie werd gebruikt.

Niet-gerealiseerde winsten of verliezen op risicokapitaalfondsen en directe beleggingen in aandelen worden in het vermogen van de contribuant verwerkt tot de verkoop, de inning of de afstoting van de belegging of totdat is vastgesteld dat de belegging een waardevermindering heeft ondergaan. Indien vastgesteld wordt dat een voor verkoop beschikbare belegging in waarde is verminderd, worden de gecumuleerde niet-gerealiseerde winsten of verliezen die voordien in de rubriek eigen vermogen waren verwerkt, in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen.

Voor beleggingen in niet-beursgenoteerde aandelen wordt de reële waarde bepaald aan de hand van erkende waarderingstechnieken (bijvoorbeeld (methode op basis van de intrinsieke waarde, verdisconteerde kasstromen of meervoudige prognose). Deze beleggingen worden tegen kosten verwerkt wanneer de reële waarde niet op betrouwbare wijze kan worden gemeten. Er wordt opgemerkt dat in de eerste twee jaren van de investeringen, deze tegen kostprijs worden opgevoerd.

De deelnemingen van de faciliteit zijn doorgaans investeringen in risicodragend kapitaal of risicokapitaalfondsen. Volgens de gangbare praktijk in de financiële sector wordt op dergelijke investeringen doorgaans gezamenlijk ingeschreven door een aantal investeerders, die elk afzonderlijk niet in staat zijn de dagelijkse transacties en de investeringsactiviteit van een dergelijk fonds te beïnvloeden. Bijgevolg geeft het lidmaatschap van een investeerder in een bestuursorgaan van een dergelijk fonds deze investeerder doorgaans niet het recht de dagelijkse transacties van het fonds te beïnvloeden. Daarnaast bepalen individuele investeerders in risicodragend kapitaal of een durfkapitaalfonds niet het beleid van een dergelijk fonds op het vlak van het uitkeringsbeleid van dividenden of andere uitkeringen. Dergelijke besluiten worden doorgaans genomen door de directie van een fonds op basis van de aandeelhoudersovereenkomst waarin de rechten en de plichten zijn vastgelegd van de directie en alle aandeelhouders van het fonds. Doorgaans is het individuele investeerders op grond van de aandeelhoudersovereenkomst ook verboden om op bilaterale basis materiële transacties met het fonds uit te voeren, personeelswijzigingen tot stand te brengen bij de kaderleden of bevoorrechte toegang te verkrijgen tot cruciale technische informatie. De investeringen van de faciliteit worden uitgevoerd overeenkomstig de bovenvermelde gangbare praktijk van de financiële sector, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de faciliteit geen controle of significante invloed in de zin van IAS 27 en IAS 28 uitoefent over deze investeringen, inclusief de investeringen waarin de faciliteit meer dan 20 % van de stemrechten bezit.

Garanties

Bij de eerste opname worden de financiële garanties tegen reële waarde in de balans opgenomen die overeenstemt met de intrinsieke waarde van de verwachte instroom van premies. Deze berekening wordt uitgevoerd op de begindatum van elke transactie en wordt opgenomen in de balans als „Financiële garanties” onder de rubriek „overige activa” en „overige passiva”.

Na de eerste opname worden de passiva van de faciliteit uit hoofde van elke garantie geherwaardeerd tegen het hoogste van de volgende bedragen:

de best mogelijke raming van de middelen die nodig zijn om te voldoen aan de financiële verplichtingen die uit de garantie voortvloeien, die gebaseerd is op alle relevante factoren en informatie die op balansdatum beschikbaar is;

het oorspronkelijk opgenomen bedrag verminderd met de geaccumuleerde afschrijving. De afschrijving van het oorspronkelijk opgenomen bedrag komt tot stand op basis van de actuariële methode.

Elke toe- of afname van het passief in verband met financiële garanties wordt in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen onder de post „baten van honoraria en provisies”.

Vervolgens worden de activa van de faciliteit die met een dergelijke garantie worden gewaarborgd, afgeschreven waarbij gebruik wordt gemaakt van de actuariële waarderingsmethode en worden zij op waardevermindering gecontroleerd.

Bij de ondertekening van een garantie-overeenkomst wordt deze overeenkomst opgenomen als een voorwaardelijke verplichting voor de faciliteit en wanneer een beroep op de garantie wordt gedaan, als een vastlegging voor de faciliteit.

2.4.4. Waardevermindering van financiële activa

De faciliteit beoordeelt bij elke balansdatum of er voldoende objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat financiële activa een waardevermindering hebben ondergaan. Financiële activa of groepen van financiële activa worden geacht een waardevermindering te hebben ondergaan indien, en alleen indien, er objectieve aanwijzingen voorhanden zijn van een waardevermindering die het gevolg is van één of meer gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan na de eerste opname van de activa (een „tot verlies leidende gebeurtenis”) en die tot verlies leidende gebeurtenis (of gebeurtenissen) een effect heeft (of hebben) op de geschatte toekomstige kasstromen uit de financiële activa of de groep van financiële activa dat betrouwbaar kan worden geraamd. Aanwijzingen van waardevermindering kunnen zijn dat de lener of een groep van leners aanzienlijke financiële moeilijkheden ondervindt, in gebreke blijft en rente of hoofdsommen niet betaalt, de waarschijnlijkheid dat zij failliet zullen worden verklaard of een andere financiële reorganisatie zullen ondergaan, of dat waarneembare gegevens erop wijzen dat er een meetbare daling is in de geraamde toekomstige kasstromen, zoals wijzigingen in betalingsachterstallen of in de economische omstandigheden die met niet-nakoming samengaan.

Voor de aan het einde van het begrotingsjaar uitstaande leningen die tegen geamortiseerde kostprijs zijn geboekt, komen waardeverminderingen tot stand wanneer er objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat het risico bestaat dat de uitgeleende bedragen geheel of gedeeltelijk niet volgens de oorspronkelijke contractuele voorwaarden of de overeenstemmende waarde zullen kunnen worden geïnd. Indien er objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat er zich een waardevermindering heeft voorgedaan, wordt het verlies gewaardeerd als het verschil tussen de boekwaarde van het activum en de actuele waarde van de geraamde toekomstige kasstromen. De boekwaarde van het activum wordt verminderd door middel van een voorziening en het bedrag van het verlies wordt in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. Rentebaten worden nog steeds toegerekend op de verminderde boekwaarde volgens de effectieve rentevoet van de lening. Leningen worden samen met de daarmee samenhangende voorziening afgeschreven indien er geen realistische vooruitzichten op toekomstige inning bestaan. Indien het bedrag van de geraamde waardevermindering in een volgend jaar toe- of afneemt als gevolg van een gebeurtenis die zich na de opname van de waardevermindering voordoet, wordt de eerder geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door de voorziening aan te passen.

Aangezien de faciliteit voor elke lening een kredietrisicobeoordeling uitvoert, hoeft er geen voorziening voor collectieve waardevermindering te worden opgenomen.

Voor de voor verkoop beschikbare financiële activa beoordeelt de faciliteit op elke balansdatum of er objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat een investering een waardevermindering heeft ondergaan. Objectieve aanwijzingen kunnen bestaan in een aanzienlijke of langdurige daling van de reële waarde van de investering beneden haar kostprijs. Zijn er aanwijzingen van een waardevermindering voorhanden, dan wordt het gecumuleerde verlies (gewaardeerd als het verschil tussen de kosten van verwerving en de actuele reële waarde, minus de waardevermindering op de betrokken investering die reeds eerder in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten was opgenomen) uit de middelen van de contribuant gehaald en in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. Waardeverminderingen op voor verkoop financiële activa worden niet via het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten teruggenomen; toenames van hun reële waarde na waardevermindering worden direct in de middelen van de contribuanten opgenomen.

In het kader van haar risicobeheer gaat de EIB ten minste eenmaal per jaar na of haar financiële activa een waardevermindering hebben ondergaan. De hieruit voortvloeiende aanpassingen leiden onder meer tot het ontbinden van het disagio in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten tijdens de gehele levensduur van het activum en alle aanpassingen die zijn vereist met betrekking tot een herbeoordeling van de oorspronkelijke waardevermindering.

2.4.5. Afgeleide financiële instrumenten

Derivaten omvatten cross-currency swaps, cross-currency renteswaps, currency swaps op korte termijn en renteswaps.

De faciliteit mag in de uitoefening van haar normale activiteiten swapovereenkomsten sluiten ter afdekking van specifieke kredietverrichtingen of currency forward contracten sluiten ter afdekking van haar valutaposities, die in andere actief verhandelde valuta dan de euro luiden, om het risico (winst of verlies) van wisselkoersschommelingen af te dekken.

De faciliteit doet geen beroep op een van de afdekkingsmogelijkheden op grond van IAS 39. Alle afgeleide financiële instrumenten zijn tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening opgenomen en worden gerapporteerd als afgeleide financiële instrumenten. Reële waarden worden hoofdzakelijk bepaald op grond van contantewaardeberekeningen, optiewaarderingsmodellen en prijsnoteringen van derde partijen.

Derivaten worden tegen reële waarde als activa geboekt wanneer hun reële waarde positief is en als passiva wanneer hun reële waarde negatief is. Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening onder de rubriek „Wijziging in reële waarde van afgeleide financiële instrumenten”.

In eerste instantie worden derivaten opgenomen met gebruikmaking van de transactiedatum.

2.4.6. Bijdragen

Bijdragen van de lidstaten worden in de balans als te innen schuldvorderingen beschouwd met ingang van de datum van het besluit van de Raad waarin de door de lidstaten te betalen financiële bijdragen aan de faciliteit worden vastgesteld.

De bijdragen van de lidstaten voldoen aan de volgende voorwaarden en worden bijgevolg als vermogen geboekt:

zoals in de bijdrage-overeenkomst is vastgelegd, geven zij de lidstaten het recht om bij een liquidatie van de faciliteit te bepalen hoe de netto-activa van de faciliteit worden besteed;

zij behoren tot de categorie instrumenten die bij alle andere categorieën instrumenten is achtergesteld;

alle financiële instrumenten die deel uitmaken van de categorie instrumenten die bij alle andere categorieën instrumenten is achtergesteld, hebben identieke kenmerken;

het instrument heeft geen kenmerken waardoor het als een passivum zou moeten geboekt;

de verwachte totale kasstromen die gedurende de looptijd van het instrument aan het instrument zijn toe te rekenen, zijn in aanzienlijke mate gebaseerd op de winst of het verlies, de verandering in de opgenomen nettoactiva of de verandering in de reële waarde van de opgenomen en niet-opgenomen nettoactiva van de faciliteit gedurende de looptijd van het instrument.

2.4.7. Rente van leningen

Rente van door de faciliteit verstrekte leningen wordt geboekt in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten („Rente en soortgelijke baten”) en in het overzicht van de financiële positie („Leningen en vorderingen”) volgens het toerekeningsbeginsel met gebruikmaking van de effectieve rentevoet, die de factor is om de geraamde toekomstige kasstromen of ontvangsten tijdens de verwachte looptijd van de lening exact naar de nettoboekwaarde van de lening te verdisconteren. Zodra de boekwaarde van een lening door een waardevermindering afgenomen is, blijven de rentebaten opgenomen met gebruikmaking van de oorspronkelijke effectieve rentevoet die op de nieuwe boekwaarde wordt toegepast.

2.4.8. Rentesubsidies en technische bijstand

Het beheer van de rentesubsidies en technische bijstand namens de lidstaten is een onderdeel van de activiteiten van de faciliteit.

Het deel van de bijdragen van de lidstaten dat aan de betaling van rentesubsidies en technische bijstand wordt toegewezen, wordt niet opgevoerd in de middelen van de contribuanten van de faciliteit, maar wordt ingedeeld als „aan derden verschuldigd bedrag”. De faciliteit betaalt de eindbegunstigden uit en vermindert vervolgens het aan derden verschuldigde bedrag.

Wanneer bijdragen voor rentesubsidies en technische bijstand niet volledig worden toegekend, worden zij opnieuw geboekt als bijdrage aan de faciliteit.

2.4.9. Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten

Rentebaten van geldmiddelen en kasequivalenten worden volgens het toerekeningsbeginsel opgenomen in het overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten van de faciliteit.

2.4.10. Honoraria, provisies en dividenden

Honoraria die werden ontvangen met betrekking tot diensten die over een bepaalde periode werden verstrekt worden als inkomsten beschouwd in de mate dat de diensten zijn verstrekt. Bereidstellingsprovisies worden uitgesteld en als inkomsten erkend waarbij de effectieve rentemethode wordt gebruikt met betrekking tot periode van de uitbetaling tot de terugbetaling van de desbetreffende lening.

Dividenden van voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen worden bij ontvangst opgenomen.

2.4.11. Belastingen

Het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bepaalt dat de bezittingen, inkomsten en andere eigendommen van de instellingen van de Unie vrijgesteld zijn van alle directe belastingen.

3. RISICOBEHEER

Deze toelichting bevat gegevens over de blootstelling van de faciliteit aan krediet- en financiële risico's, beheer en controle van deze risico's door de faciliteit, in het bijzonder de primaire risico's die verband houden met het gebruik van financiële instrumenten. Hierbij gaat het om de volgende risico's:

kredietrisico — het risico op verlies als gevolg van het in gebreke blijven van de cliënt of tegenpartij dat zich voordoet bij alle vormen kredietblootstelling, inclusief afwikkelingsrisico;

liquiditeitsrisico — het risico dat een entiteit het moeilijk zal hebben om verplichtingen die verband houden met de afwikkeling van financiële verplichtingen door middel van de levering van geldmiddelen of een ander financieel actief na te komen;

marktrisico — de blootstelling aan waarneembare marktvariabelen, zoals rentevoeten, wissel- en aandelenkoersen.

3.1. ORGANISATIE VAN HET RISICOBEHEER

De Europese Investeringsbank past haar risicobeheer voortdurend aan.

Het risicobeheer van de EIB is verantwoordelijk voor de identificatie, de beoordeling, het toezicht en de rapportage over de krediet- en aandelenkoersrisico's waaraan de faciliteit is blootgesteld. Binnen een kader waarbij de scheiding van taken in acht wordt genomen, staat het risicobeheer los van de front offices. De directeur-generaal risicobeheer rapporteert over de risico's aan de vicevoorzitter van de EIB die hiervoor verantwoordelijk is. Deze vicevoorzitter vergadert op gezette tijden met het auditcomité om te overleggen over risicokwesties. Hij is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de risicorapportage aan het beheerscomité en het directiecomité van de Europese Investeringsbank.

3.2. KREDIETRISICO

Kredietrisico is het mogelijke risico op verlies als gevolg van het in gebreke blijven van de cliënt of tegenpartij dat zich voordoet bij alle vormen kredietblootstelling, inclusief afwikkeling.

3.2.1. Beleid op het vlak kredietrisico

Bij het uitvoeren van de kredietanalyse van de tegenpartijen bij de lening beoordeelt de EIB het kredietrisico met het oog op een getalsmatige weging en waardering. De faciliteit heeft een interne ratingmethodiek (IRM) ontwikkeld voor bedrijven of financiële instellingen om de interne ratings te bepalen van de belangrijkste begunstigde tegenpartijen die als lener/borgsteller optreden. De methodiek is gebaseerd op een systeem van puntenlijsten die zijn aangepast aan elke belangrijke tegenpartij (bv. bedrijven, banken, openbare entiteiten, enz.). Rekening houdende met zowel de beste bancaire praktijken als de principes in het kader van kapitaalakkoord Bazel II, worden alle tegenpartijen die essentieel zijn voor het kredietprofiel van een specifieke transactie gerangschikt in interne ratingcategorieën waarbij gebruik wordt het gemaakt van de IRM voor het specifieke type tegenpartij. Aan elke tegenpartij wordt in eerste instantie een interne rating toegekend die een weerspiegeling is van de lange-termijnrating in vreemde valuta van de tegenpartij (of de gelijkwaardige lokale munteenheid indien nodig) na een diepgaande analyse van het risicoprofiel van de tegenpartij en de risicocontext van het land van die tegenpartij.

De kredietbeoordeling van projectfinanciering en andere gestructureerde transacties met beperkte aanwending is niet onderworpen aan IRM. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kredietrisico-instrumenten die van belang zijn voor de sector en hoofdzakelijk zijn toegespitst op beschikbaarheid van cash flow en aflossingscapaciteit. Bij deze instrumenten gaat het om de analyse van het contractueel kader van projecten, de analyse van de tegenpartij en cashflowsimulaties. Net zoals bij bedrijven en financiële instellingen wordt voor elk project een interne risicorating en een verwacht verlies berekend.

Alle verrichtingen zonder de overheid als tegenpartij (of zonder overheidsgarantie/hiermee gelijkgestelde garantie) zijn onderworpen aan een specifiek transactieniveau en beperkingen van de grootte van de tegenpartij. Voor het maximale nominale bedrag van elke transactie geldt een bovengrens die afhangt van het verwachte verlies van de transactie. Tegenpartijlimieten worden toegepast op geconsolideerde blootstellingen. Dergelijke beperkingen weerspiegelen doorgaans de omvang van de eigen middelen van de tegenpartijen alsook hun totale externe financiering op lange termijn.

Om het kredietrisico te beperken, maakt de faciliteit gebruik van verschillende kredietverbeteringen, waaronder:

projectgerelateerde effecten (bv. de aandelen als onderpand, de activa als onderpand, overdracht van rechten, toezeggingen met betrekking tot de rekeningen), en/of

waarborgen, doorgaans verstrekt door de sponsor van het gefinancierde project (bv. vervollediging van de waarborgen, afroepgaranties).

Daarnaast maakt de faciliteit zelden gebruik van kredietverbeteraars die geen rechtstreeks verband houden met het projectrisico, zoals onderpanden of bankgaranties.

De faciliteit doet geen beroep op kredietderivaten om het kredietrisico te beperken.

3.2.2. Maximale blootstelling aan kredietrisico zonder rekening te houden met zekerheidsstellingen en andere kredietbeschermingen

In de onderstaande tabel is de maximale blootstelling aan kredietrisico opgenomen voor de onderdelen van de balans, inclusief derivaten. De maximale blootstelling is een brutoweergave, zonder het risicobeperkende effect van het gebruik van zekerheidsstellingen.

(× 1 000 EUR)

Maximale blootstelling

31.12.2013

31.12.2012

ACTIVA

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

5 99 515

4 66 568

Afgeleide financiële instrumenten

1 024

115

Leningen en vorderingen

1 2 22 199

1 1 46 280

Door contribuanten te storten bedragen

87 310

Tot einde looptijd aangehouden activa

1 02 562

99 029

Overige activa

148

224

Totaal activa

1 9 25 448

1 7 99 526

POSTEN BUITEN DE BALANS

Voorwaardelijke verplichtingen

Niet-aangesproken garanties

25 000

20 000

Vastleggingen

Niet-uitgekeerde leningen

8 89 866

7 49 044

Aangesproken garanties

4 414

6 224

Totaal buitenbalansposten

9 19 280

7 75 268

Totaal kredietrisico

2 8 44 728

2 5 74 794

3.2.3. Kredietrisico op leningen en vorderingen

3.2.3.1. Meting kredietrisico op leningen en vorderingen

Elke leningsactiviteit van de faciliteit gaat gepaard met een uitgebreide risicobeoordeling en weging van de prognoses van verwachte verliezen die zijn opgenomen in de rangschikking van de lening. De rangschikking wordt opgesteld volgens algemeen aanvaarde criteria, op basis van de kwaliteit van de lener, de looptijd van de lening, de garantie en in voorkomend geval de borgsteller.

Het systeem voor de rangschikking van leningen omvat methodieken, processen, databases en IT-systemen voor de beoordeling van het kredietrisico bij leningen en de weging van de prognoses van verwachte verliezen. Het is een samenvatting van een grote hoeveelheid gegevens om een relatieve rangschikking van de kredietrisco's van de leningen tot stand te brengen. De rangschikking is een weerspiegeling van de huidige waarde van het geraamde niveau van de „verwachte verliezen”, waarbij rekening wordt gehouden met de waarschijnlijkheid van een wanbetaling van de belangrijkste schuldenaars, de risicoblootstelling en de ernst van het verlies bij wanbetaling. De rangschikking wordt gebruikt voor de volgende doelstellingen:

als hulpmiddel voor een meer accurate en kwantitatieve beoordeling van de leningrisico's,

als hulpmiddel bij het toezicht,

als beschrijving van de kwaliteit van de leningportfolio op een bepaalde datum,

als input bij risicowaarderingsbesluiten op basis van de verwachte verliezen.

De volgende factoren spelen mee bij de vaststelling van een rangschikking:

i)

de kredietwaardigheid van de lener: hierbij gaat het om een onafhankelijke beoordeling van de leners en een evaluatie van hun kredietwaardigheid op basis van interne methodieken en externe data. Overeenkomstig de gekozen geavanceerde benadering van Basel II heeft de Bank een interne methodiek voor rangschikkingen opgesteld om de interne ratings van leners en borgstellers te bepalen. Dit is gebaseerd op een reeks specifieke puntenlijsten voor elke categorie tegenpartij;

ii)

de wanbetaling-correlatie: zij geeft aan hoe waarschijnlijk het is dat zowel de lener als de borgsteller tegelijkertijd met financieringsmoeilijkheden zullen worden geconfronteerd. Hoe hoger de correlatie tussen kansen op wanbetaling van de lener en de borgsteller, hoe geringer de waarde van de garantie en dus hoe lager de rangschikking;

iii)

de waarde van garantie-instrumenten en effecten: deze waarde wordt beoordeeld op basis van de combinatie van de kredietwaardigheid van de emittent en het soort instrument dat wordt gebruikt;

iv)

Het contractueel kader: een degelijk contractueel kader versterkt de kwaliteit van de lening en verhoogt zijn interne rangschikking;

v)

De looptijd van de lening: als alle andere parameters gelijk blijven, geldt: hoe langer de looptijd van de lening, hoe hoger het risico op moeilijkheden bij de aflossing van de lening.

Het verwachte verlies op een lening wordt berekend door een combinatie te maken van de vijf bovenvermelde punten. Uitgaande van het niveau van dit verlies wordt een lening ondergebracht in een van de onderstaande categorieën:

A

Leningen van uitstekende kwaliteit: er zijn drie subcategorieën. A omvat alle EU-landenrisico's, dit zijn leningen die zijn verleend aan of die volledig, uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk door de lidstaten zijn gegarandeerd, waarbij verwacht wordt dat er zich geen terugbetalingsmoeilijkheden zullen voordoen en met een percentage voor onverwachte verliezen van 0 %. A+ omvat leningen die toegekend zijn aan (of gegarandeerd zijn door) andere entiteiten dan lidstaten, waarbij ervan uitgegaan wordt dat tijdens de looptijd geen verslechtering zal optreden. A– omvat leningen waarbij er enige twijfel is omtrent het behoud van hun huidige status (bijvoorbeeld wegens de lange looptijd of als gevolg van de hoge volatiliteit van de toekomstige prijs van een anders uitstekend onderpand), maar waarbij elke neerwaartse ontwikkeling naar verwachting vrij beperkt zal zijn.

B

Leningen van hoge kwaliteit: activa waarvoor de bank geen problemen verwacht, hoewel een geringe verslechtering in de toekomst niet wordt uitgesloten. B+ en B– worden gebruikt om de relatieve waarschijnlijkheid aan te geven van de mogelijkheid dat een dergelijke verslechtering zich voordoet.

C

Leningen van goede kwaliteit: voorbeelden hiervan zijn niet-gegarandeerde leningen aan solide banken en bedrijven met een 7-jaar bullet of soortgelijke afschrijving, vervaldag bij uitbetaling.

D

Deze categorie vertegenwoordigt de grensgevallen tussen leningen van „aanvaardbare kwaliteit” en die waarbij zich enige problemen hebben voorgedaan. Dit keerpunt in de rangschikking wordt nauwkeuriger omschreven door de subcategorieën D+ en D–. Leningen met een rating D– vereisen een verhoogd toezicht.

E

Deze categorie omvat leningen met een groter risicoprofiel dan doorgaans wordt aanvaard. Tot deze categorie behoren ook leningen waarbij zich tijdens de looptijd ernstige problemen hebben voorgedaan en waarbij een verlies niet kan worden uitgesloten. Derhalve zijn deze leningen onderworpen aan een rigoureus en doorgedreven toezicht. Met de subcategorieën E+ en E– wordt het verschil in intensiteit aangegeven van dit speciaal toezicht, waarbij de transacties met een rangschikking E- zich in een positie bevinden waarbij er een grote kans is dat de aflossing niet tijdig kan plaatsvinden en er dus een vorm van schuldherstructurering noodzakelijk wordt, hetgeen kan resulteren in een waardeverminderingsverlies.

F

F (wanbetaling) verwijst naar leningen met onaanvaardbare risico's. Leningen met een rangschikking F– kunnen alleen het resultaat zijn van lopende transacties die na ondertekening geconfronteerd werden met onvoorziene, uitzonderlijke en bijzonder ongunstige omstandigheden. Alle transacties waarbij zich een verlies van de hoofdsom voor de faciliteit voordoet, worden onder F gerangschikt. Hiervoor geldt een specifieke benadering.

Doorgaans worden leningen die intern D– of lager zijn gerangschikt op een toezichtslijst geplaatst. Indien een lening in eerste instantie was goedgekeurd met een risicoprofiel van D- of lager, zal deze lening alleen op de toezichtslijst worden geplaatst als gevolg een feitelijke kredietgebeurtenis die geleid heeft tot een verdere verslechtering van de rangschikking van de lening.

In de tabel in afdeling 3.2.3.3 is de analyse opgenomen van de kredietkwaliteit van de leningportfolio van de faciliteit op basis van de bovenstaande rangschikking.

3.2.3.2. Analyse van blootstelling aan kredietrisico van leningen

In de onderstaande tabel wordt de maximale blootstelling weergegeven aan kredietrisico van ondertekende en uitbetaalde leningen per categorie lener, waarbij rekening wordt gehouden met de garanties die door de borgstellers zijn verstrekt:

(× 1 000 EUR)

Per 31.12.2013

Gegarandeerd

Andere kredietverbeteraars

Niet gegarandeerd

Totaal

% v/h totaal

Banken

18 341

1 12 178

3 38 464

4 68 983

38 %

Bedrijven

26 315

94 365

4 17 990

5 38 670

44 %

Openbare instellingen

29 120

31

29 151

2 %

Staten

5 322

1 80 073

1 85 395

16 %

Totaal uitgekeerd

73 776

2 11 865

9 36 558

1 2 22 199

100 %

Ondertekend, niet uitgekeerd

14 966

1 17 758

7 57 142

8 89 866


(× 1 000 EUR)

Per 31.12.2012

Gegarandeerd

Andere kredietverbeteraars

Niet gegarandeerd

Totaal

% v/h totaal

Banken

12 630

1 36 695

2 07 582

3 56 907

31 %

Bedrijven

20 077

78 171

4 78 358

5 76 606

50 %

Openbare instellingen

30 462

18

30 480

3 %

Staten

5 819

1 76 468

1 82 287

16 %

Totaal uitgekeerd

63 169

2 20 685

8 62 426

1 1 46 280

100 %

Ondertekend, niet uitgekeerd

14 091

1 42 963

5 91 990

7 49 044

De kredietgebeurtenissen van de faciliteit die van invloed zijn op de kredietnemers en de borgstellers worden continu opgevolgd door OPS B, het operationele directoraat van de EIB voor verrichtingen buiten de EU. Bij een verslechtering van de kredietbeoordeling en/of contractuele tekortkomingen worden met name contractuele rechten geval per geval beoordeeld. Wanneer dit noodzakelijk is, worden risicobeperkende maatregelen genomen overeenkomstig de richtsnoeren voor kredietrisico. Ook bij verlengingen van bankgaranties voor haar leningen, wordt ervoor gezorgd dat deze worden vervangen of dat tijdig wordt opgetreden.

Als onmiddellijke reactie op de ontwikkelingen op de financiële markten die sinds september 2008 hebben plaatsgevonden, heeft de faciliteit maatregelen genomen om het toezicht op en het beheer van risico's te versterken. Hiertoe heeft OPS B in april 2011 een afdeling toezicht opgericht die rechtstreeks rapporteert aan de directeur-generaal en belast is met het financiële en contractuele toezicht op leningen. Het doel is het bevorderen van de uitwisseling van informatie tussen de departementen en procedures voor verslaglegging en operationeel beheer voor te stellen in tijden van financiële crisis met als doelstelling snel te kunnen optreden, mocht zulks noodzakelijk blijken.

3.2.3.3. Analyse kredietkwaliteit per categorie lener

In de onderstaande tabel wordt de analyse weergegeven van de kredietkwaliteit van de portefeuille leningen van de portfolio van de faciliteit per 31 december 2013 en 31 december 2012 uitgaande van de rangschikking van de leningen, op basis van de ondertekende blootstellingen (uitgekeerd en niet-uitgekeerd).

(× 1 000 EUR)

Per 31.12.2013

Uitstekende rangschikking

A t/m B–

Standaard rangschikking

C

Min. aanvaardbaar Risico

D+

Hoog risico

D– en lager

Geen rangschikking

Totaal

% v/h totaal

Lener

Banken

65 571

15 434

97 478

6 89 905

4 04 129

1 2 72 517

60 %

Bedrijven

6 773

15 970

5 691

5 20 048

5 48 482

26 %

Openbare instellingen

69 151

69 151

3 %

Staten

2 21 915

2 21 915

11 %

Totaal

72 344

31 404

1 03 169

1 5 01 019

4 04 129

2 1 12 065

100 %


(× 1 000 EUR)

Per 31.12.2012

Uitstekende rangschikking

A t/m B–

Standaard rangschikking

C

Min. aanvaardbaar Risico

D+

Hoog risico

D– en lager

Geen rangschikking

Totaal

% v/h totaal

Lener

Banken

50 000

24 342

21 864

5 29 325

3 37 014

9 62 545

51 %

Bedrijven

7 466

8 006

6 05 672

6 21 144

33 %

Openbare instellingen

70 480

70 480

4 %

Staten

2 41 155

2 41 155

12 %

Totaal

57 466

32 348

21 864

1 4 46 632

3 37 014

1 8 95 324

100 %

3.2.3.4. Risicoconcentraties van leningen en vorderingen

3.2.3.4.1. Geografische analyse

Op basis van het land van de ontlener kan de leningportefeuille van de faciliteit worden uitgesplitst in de volgende geografische regio's (× 1 000 EUR):

Land van de ontlener

31.12.2013

31.12.2012

Uganda

1 44 816

1 40 833

Kenia

1 31 384

1 31 566

Mauritius

1 08 511

1 19 228

Regionaal ACS

1 01 863

95 636

Mauritanië

93 455

73 602

Ethiopië

75 962

81 666

Nigeria

73 469

14 383

Kameroen

70 154

72 525

Jamaica

68 000

71 027

Dominicaanse Republiek

64 015

67 991

Togo

50 319

52 644

Congo (Democratische Republiek)

39 047

28 415

Kaapverdië

27 470

27 073

Mozambique

26 202

28 298

Tanzania

26 121

Frans-Polynesië

13 994

2 631

Senegal

13 063

13 762

Burkina Faso

8 944

10 727

Samoa

8 872

8 759

Congo

8 649

10 431

Mali

7 717

7 931

Rwanda

6 439

9 641

Zambia

6 412

18 772

Angola

6 380

10 009

Ghana

6 365

5 642

Haïti

5 511

4 654

Vanuatu

5 028

6 263

Malawi

3 999

4 950

Nieuw-Caledonië

3 708

4 198

Lesotho

3 417

3 827

Niger

3 020

4 146

Grenada

2 243

2 477

Palau

2 224

2 566

Saint Lucia

2 102

2 916

Tonga

1 416

2 199

Fiji

1 032

1 619

Gabon

512

1 011

Liberia

364

4

Belize

13

Djibouti

762

Trinidad en Tobago

1 483

Totaal

1 2 22 199

1 1 46 280

3.2.3.4.2. Analyse op grond van bedrijfstak

In de onderstaande tabel wordt de leningportefeuille van de faciliteit opgesplitst per bedrijfstak van de ontlener. De uitkeringen die eerst worden verstrekt aan een financiële tussenpersoon voordat zij aan de eindbegunstigde worden uitbetaald, zijn onder de globale leningen opgenomen (× 000 EUR):

Bedrijfstak van de ontlener

31.12.2013

31.12.2012

Globale leningen en agentuurovereenkomsten

3 37 482

2 51 797

Elektriciteit, kolen en andere

2 34 106

2 55 031

Stedelijke ontwikkeling, renovatie en vervoer

2 16 244

2 15 642

Grondstoffen en mijnbouw

1 76 909

1 85 200

Tertiaire sector en overige

1 48 875

1 16 414

Autosnelwegen en andere wegen

38 880

40 565

Luchthavens en systemen voor luchtverkeersafhandeling

29 116

30 462

Verwerking van materialen, bouwsector

20 884

24 154

Telecommunicatie

11 746

18 428

Papierketen

4 540

4 747

Investeringsgoederen/duurzame consumptiegoederen

3 417

3 827

Luchtvaartmaatschappijen en producenten van luchtvaartuigen

13

Totaal

1 2 22 199

1 1 46 280

3.2.3.5. Achterstal op leningen

De identificatie, het toezicht en de rapportage over achterstallige bedragen verloopt overeenkomstig de procedures die zijn vastgelegd in de Richtsnoeren en procedures voor financieel toezicht die binnen de bank gelden. Deze procedures zijn in overeenstemming met de optimale bancaire werkmethoden en worden gebruikt voor alle leningen die door de EIB worden beheerd.

Op leningen met een betalingsachterstand wordt toezicht uitgeoefend door de eenheid Operationele rapportage en betalingsachterstanden van het EIB-directoraat Beheer en Herstructurering van Transacties. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat i) potentiële achterstallen op betalingen tijdig worden opgespoord en dat de bevoegde diensten hierover worden ingelicht; ii) problematische gevallen onverwijld worden behandeld op het juiste operationele en besluitvormingsniveau, iii) op gezette tijd verslag wordt uitgebracht over de algemene stand van zaken met betrekking tot de achterstallen en de invorderingsmaatregelen die reeds zijn genomen en die men van plan is te nemen.

Op gezette tijden worden verslagen over leningen met een betaalachterstand aan de Europese Commissie toegestuurd. Tweemaal per jaar ontvangen het beheerscomité en het directiecomité van de EIB een overzichtstabel van de leningen met achterstallige betalingen.

De achterstallen op de betalingen van de desbetreffende leningen kunnen als volgt worden geanalyseerd (× 1 000 EUR):

Toelichting

Leningen en vorderingen

31.12.2013

Leningen en vorderingen

31.12.2012

Boekwaarde

1 2 22 199

1 1 46 280

Individueel in waarde verminderde activa

Brutobedrag

2 27 007

1 05 154

Voorziening voor waardevermindering

7

– 70 791

– 45 145

Individueel in waarde verminderde boekwaarde

1 56 216

60 009

Collectief in waarde verminderde activa

Brutobedrag

Voorziening voor waardevermindering

Collectief in waarde verminderde boekwaarde

Achterstallig maar niet in waarde verminderd

„Achterstallig” omvat

30-60 dagen

1 561

12

60-90 dagen

90-180 dagen

meer dan 180 dagen

Achterstallige maar niet in waarde verminderde boekwaarde

1 561

12

Boekwaarde die niet vervallen is en evenmin in waarde is verminderd

1 0 64 422

1 0 86 259

Totale boekwaarde leningen en vorderingen

1 2 22 199

1 1 46 280

3.2.4. Kredietrisico met betrekking tot geldmiddelen en kasequivalenten

De beschikbare middelen worden geïnvesteerd overeenkomstig het schema van de faciliteit voor de contractuele uitbetaling van de verplichtingen. Vanaf 31 december 2013 waren er alleen in de vorm van bankrekeningen.

De goedgekeurde banken beschikken over een rating die overeenstemt met de ratings op korte en lange termijn die is vereist voor de beleggingen van kasmiddelen die door de EIB voor eigen rekening worden uitgevoerd; De minimale kortetermijn rating voor goedgekeurde banken is P-1/A-1/F1 (Moody’s, S&P, Fitch). Bij verschillende ratings die door meer dan een ratingbureau zijn verleend, geldt de laagste rating. De maximaal toegestane limiet voor elke goedgekeurde bank bedraagt momenteel 5 0 0 00 000 EUR (vijftig miljoen EUR).

Alle investeringen worden geplaatst bij de goedgekeurde entiteiten met een maximale looptijd van drie maanden vanaf de transactiedatum tot de limietdatum van de kredietblootstelling. Per 31 december 2013 en 31 december 2012 hadden alle kasdeposito's die werden aangehouden door de portfolio kasmiddelen van de faciliteit een minimale rating P-1 van Moody's of gelijkwaardig op de vereffening.

In de onderstaande tabel is het saldo van de kasgeld- en bankrekeningen inclusief opgelopen rente opgenomen (× 1 000 EUR):

Minimale korte-termijnrating

(terminologie Moody's)

Minimale lange-termijnrating

(terminologie Moody's)

31.12.2013

31.12.2012

P-1

Aa1

48 130

8 %

43 400

9 %

P-1

Aa3

50 000

8 %

1 30 901

28 %

P-1

A1

1 06 572

18 %

83 500

18 %

P-1

A2

3 94 765

66 %

2 08 729

45 %

P-1

Aa2

48

0 %

38

0 %

Totaal

5 99 515

100 %

4 66 568

100 %

3.2.5. Kredietrisico met betrekking tot derivaten

3.2.5.1. Beleid op het vlak van kredietrisico van derivaten

Het kredietrisico met betrekking tot derivaten is het verlies dat een bepaalde partij kan oplopen wanneer de tegenpartij bij de transactie niet in staat zou zijn contractuele verplichtingen na te komen. Het kredietrisico bij derivaten hangt af van een aantal factoren (zoals rentevoeten en wisselkoersen) en stemt doorgaans overeen met een klein onderdeel van hun referentiewaarde.

De faciliteit mag in de uitoefening van haar normale activiteiten swapovereenkomsten sluiten ter afdekking van specifieke kredietverrichtingen of currency forward contracten sluiten ter afdekking van haar valutaposities, die in andere actief verhandelde valuta dan de euro luiden. Alle swaps worden uitgevoerd door de Europese Investeringsbank met een externe tegenpartij. De swaps vallen onder dezelfde Master Swap overeenkomsten en Credit Support bijlagen die tussen de Europese Investeringsbank en haar externe tegenpartijen zijn afgesloten.

3.2.5.2. Meting van de kredietrisico's voor derivaten

Alle door de Europese Investeringsbank uitgevoerde swaps die betrekking hebben op de faciliteit, worden behandeld binnen hetzelfde contractuele kader en volgens dezelfde methodiek die gelden voor de derivaten die door de Europese Investeringsbank voor eigen doeleinden zijn ingezet. Met name de geschiktheid van de tegenpartijen bij de swapovereenkomst wordt bepaald door de Europese Investeringsbank op basis van dezelfde geschiktheidsvoorwaarden die gelden voor de algemene swapdoeleinden.

Voor het meten van de blootstelling aan kredietrisico met betrekking tot transacties met swaps en derivaten maakt de Europese Investeringsbank gebruik van de Net Market Exposure (NME) en Potential Future Exposure (PFE) benadering voor verslaglegging en toezicht op de limieten. De derivaten van de faciliteit zijn volledig opgenomen in de NME en PFE.

In de onderstaande tabel zijn de looptijden van de valutaswaps en de valutarenteswaps opgenomen, opgesplitst voor hun referentiewaarde en reële waarde:

(× 1 000 EUR)

Swapcontracten per 31.12.2013

korter dan 1 jaar

1 t/m 5 jaar

5 t/m 10 jaar

meer dan 10 jaar

Totaal 2013

Referentiebedrag

2 453

2 584

13 491

18 528

Reële waarde (d.i. netto contante waarde)

19

– 62

– 1 892

1 935


(× 1 000 EUR)

Swapcontracten per 31.12.2012

korter dan 1 jaar

1 t/m 5 jaar

5 t/m 10 jaar

meer dan 10 jaar

Totaal 2012

Referentiebedrag

1 480

9 833

15 253

26 566

Reële waarde (d.i. netto contante waarde)

71

– 528

– 3 529

3 986

De faciliteit sluit valuataswapcontracten op korte termijn („FX swaps”) af om het valutarisico af te dekken op uitkeringen van leningen in andere valuta dan de EUR. FX swaps hebben een looptijd van maximum drie maanden en worden regelmatig verlengd. Het referentiebedrag van FX swaps bedroeg 700 miljoen EUR op 31 december 2013 ten opzichte van 649 miljoen EUR op 31 december 2012. De reële waarde van FX swaps bedroeg — 1,5 miljoen EUR op 31 december 2013 ten opzichte van — 2,9 miljoen EUR op 31 december 2012.

De faciliteit sluit interest rate swap contracten af om het renterisico op uitbetaalde leningen af te dekken. Per 31 december 2013 zijn er twee niet-afgewikkelde renteswaps met een referentiebedrag van 43,3 miljoen EUR (2012: 19,6 miljoen EUR) en een reële waarde van 0,92 miljoen EUR (2012: 0,03 miljoen EUR).

3.2.6. Kredietrisico op tot einde looptijd aangehouden financiële activa

In de volgende tabel wordt de situatie toegelicht van de portefeuille van tot de vervaldatum aangehouden posities die volledig bestaan uit schatkistpapier van België, Frankrijk, Italië en Spanje met een resterende looptijd van minder dan drie maanden. De EU-lidstaten zijn in aanmerking komende emittenten. De maximaal toegestane limiet voor elke goedgekeurde emittent bedraagt momenteel 5 0 0 00 000 EUR (vijftig miljoen EUR). Investeringen in obligaties op middellange en lange termijn kwamen ook in aanmerking, overeenkomstig de investeringsrichtsnoeren en afhankelijk van de liquiditeitsbehoeften.

Minimale korte-termijnrating

(terminologie Moody's)

Minimale lange-termijnrating

(terminologie Moody's)

31.12.2013

31.12.2012

P-1

Aa2

16 199

16 %

P-1

Aa3

39 399

38 %

P-2

Baa2

50 143

51 %

P-3

Baa3

46 964

46 %

48 886

49 %

Totaal

1 02 562

100 %

99 029

100 %

3.3. LIQUIDITEITSRISICO

Liquiditeitsrisico verwijst naar het vermogen van een instelling om toename van activa te financieren en te voldoen aan haar verplichtingen wanneer deze vervallen, zonder onaanvaardbare verliezen op te lopen. Dit risico kan worden opgesplitst in een liquiditeitsfinancieringsrisico en een marktliquiditeitsrisico. Een liquiditeitsfinancieringsrisico is het risico dat een instelling niet in staat zal zijn om op doeltreffende wijze gevolg te geven aan de verwachte en onverwachte huidige en toekomstige thesauriebehoeften, zonder afbreuk te doen aan haar dagelijkse verrichtingen of haar financiële positie. Een marktliquiditeitsrisico is het risico dat een instelling een positie niet gemakkelijk kan compenseren of ongedaan kan maken tegen de marktprijs als gevolg van een ontoereikende marktdiepte of verstoring van de markten.

3.3.1. Beheer van het liquiditeitsrisico

De faciliteit wordt in eerste instantie gefinancierd met jaarlijkse bijdragen van de lidstaten (middelen 9e en 10e EOF) en alsook met terugbetalingen afkomstig van door de faciliteit uitgevoerde verrichtingen. Het liquiditeitsfinancieringsrisico wordt in eerste instantie door de faciliteit beheerd door het inventariseren van haar liquiditeitsbehoeften en de vereiste jaarlijkse bijdragen van de lidstaten.

Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB betreffende het beheer en de verrichtingen van de faciliteit stelt de Commissie jaarlijks de staat vast van de vastleggingen, de betalingen en het jaarlijkse bedrag van de afgeroepen bijdragen (met inbegrip van de rentesubsidies) voor het lopende en de volgende begrotingsjaren, en zij stelt de Raad hiervan vóór 15 oktober in kennis.

Om de jaarlijkse bijdragen van de lidstaten te berekenen, wordt het uitkeringspatroon van de bestaande en geplande portefeuille onderzocht en tijdens het jaar opgevolgd. Speciale gebeurtenissen, zoals vroegtijdige terugbetalingen, verkoop van aandelen of wanbetalingen worden in aanmerking genomen met het oog op een aanpassing van de jaarlijkse liquiditeitsvereisten.

Om het liquiditeitsrisico verder te beperken, beschikt de faciliteit over een liquiditeitsreserve die voldoende is om steeds de tijdig voorspelde uitbetalingen van contanten (op gezette tijden bekendgemaakt door de afdeling Kredietverlening van de EIB) te kunnen dekken. Middelen worden geïnvesteerd op de geldmarkt en de obligatiemarkten in de vorm van interbancaire deposito's en andere financiële instrumenten op korte termijn waarbij rekening wordt gehouden met de verplichtingen inzake uitbetalingen van contanten van de faciliteit. De liquide activa van de faciliteit worden beheerd door de dienst thesaurie van de bank om ervoor te zorgen dat de nodige kasmiddelen worden aangehouden om de faciliteit in staat te stellen haar verplichtingen na te komen.

Overeenkomstig het beginsel van scheiding van taken tussen front en back office vallen afwikkelingstransacties die betrekking hebben op de investering van deze activa onder de verantwoordelijkheid van de EIB-afdeling planning en afwikkeling van transacties. Daarnaast vallen de goedkeuring van tegenprestaties en de limieten voor investeringen in schatkistpapier, alsook het toezicht op deze limieten, onder de verantwoordelijkheid van het directoraat Risicobeheer van de bank.

3.3.2. Meting van het liquiditeitsrisico

In de deze afdeling opgenomen tabellen wordt een overzicht gegeven van de financiële verplichtingen van de faciliteit volgens looptijd op basis van de resterende periode tussen de balansdatum en de contractuele vervaldag (op basis van op niet-gedisconteerde kasstromen).

Wat betreft de niet-afgeleide financiële verplichtingen, heeft de faciliteit verbintenissen in de vorm van niet-uitbetaalde delen van het krediet uit hoofde van ondertekende kredietovereenkomsten, niet-uitbetaalde delen van ondertekende inschrijvingen op kapitaal/investeringsovereenkomsten, toegekende leninggaranties, of van toegezegde rentesubsidies en technische bijstand („TA”).

De tabel met het looptijdprofiel van niet-afgeleide financiële verplichtingen per 31 december 2012 is geherformuleerd als gevolg van de toepassing van een bijgewerkte methodiek. In de financiële staten voor 2012 is de opsplitsing van de looptijden voorbereid waarbij gebruik is gemaakt van voorspelde veeleer dan de contractuele looptijden, hoofdzakelijk wegens de onzekerheid van de tijdstippen waarop kasstromen plaatsvinden. In de bijgewerkte methode weerspiegelt het looptijdprofiel van de niet-afgeleide financiële verplichtingen de kasuitstromen op basis van hun contractuele vervaldatum.

In het kader van de faciliteit afgesloten leningen hebben een uitbetalingstermijn. De uitbetalingen komen evenwel tot stand op momenten en in bedragen die een weerspiegeling zijn van de geboekte vooruitgang bij de desbetreffende investeringsprojecten. Bovendien zijn de leningen van de faciliteit transacties die tot stand komen in een relatief volatiele werkomgeving. Derhalve is het uitbetalingsschema onderworpen aan een aanzienlijke mate van onzekerheid.

Kapitaalinvesteringen worden opeisbaar wanneer en zodra uit hoofde van de fondsenbeheerders geldige opvragingen voor kapitaal tot stand komen, die een beeld geven van de geboekte vooruitgang bij hun investeringsactiviteiten. De trekkingsperiode is gewoonlijk 3 jaar en wordt vaak met een of twee jaar verlengd. Sommige uitbetalingsverbintenissen blijven gewoonlijk ook van kracht na afloop van de trekkingsperiode totdat de onderliggende investeringen van het fonds volledig beschikbaar zijn, aangezien de liquiditeiten van het fonds soms ontoereikend kunnen zijn om te voldoen aan de betalingsverplichtingen met betrekking tot vergoedingen en andere kosten.

Leninggaranties gaan niet gepaard met specifieke uitbetalingsverplichtingen tenzij door de begunstigde van de lening een waarborg wordt afgeroepen. Het bedrag van uitstaande garantie wordt verlaagd volgens het aflossingsschema van elke gegarandeerde lening.

Vastgelegde kasuitstromen van rentesubsidies vinden meestal plaats bij gesubsidieerde leningen die met eigen middelen van de EIB worden gefinancierd. De gerapporteerde uitstromen zijn dus evenwel alleen vastleggingen die verband houden met deze leningen in plaats van het totaalbedrag vastlegde niet-uitgekeerde rentesubsidies die in de financiële staten 2012 waren geboekt. Zoals bij de leningen, is hun uitbetalingsschema onzeker.

Vastgelegde technische bijstand „Bruto nominale uitstroom” in de tabel „Looptijdprofiel van niet-afgeleide financiële verplichtingen” verwijst naar het totale niet-uitbetaalde deel van de ondertekende contracten voor technische bijstand. Het uitkeringspatroon is in aanzienlijke mate onzeker. Kasuitstromen die zijn ondergebracht in de categorie „drie maanden of minder” vertegenwoordigen het bedrag van uitstaande facturen dat tegen de verslagleggingsdatum wordt ontvangen.

Vastleggingen voor niet-afgeleide financiële verplichtingen zonder vastgestelde contractuele vervaldaum worden gerangschikt onder „Looptijd onbepaald”. Vastleggingen met een vastgelegd verzoek voor uitbetalingen van contanten op de verslagleggingsdatum worden onder de desbetreffende termijn gerangschikt.

Bij afgeleide financiële verplichtingen vertegenwoordigt het looptijdprofiel de contractuele niet-gedisconteerde kasstromen van swapovereenkomsten met inbegrip van cross currency swaps(CCS),cross currency renteswaps(CCIRS), currency swaps op korte termijn en renteswaps.

(× 1 000 EUR)

Looptijdprofiel van niet-afgeleide financiële verplichtingen

per 31.12.2013

3 maanden of minder

Van 3 maanden tot 1 jaar

Van 1 jaar tot 5 jaar

Meer dan 5 jaar

Looptijd niet bepaald

Bruto nominale uitstroom

Uitstroom voor vastgelegde maar niet-uitbetaalde leningen

363

8 89 503

8 89 866

Uitstroom voor vastgelegde investeringsmiddelen inschrijving op aandelen

1 689

1 75 132

1 76 821

Andere (verstrekte garanties, afgeroepen garanties)

29 414

29 414

Uitstroom voor vastgelegde rentesubsidies

1 91 760

1 91 760

Uitstroom voor vastgelegde technische bijstand

759

14 707

15 466

Totaal

2 811

-—

1 3 00 516

1 3 03 327


(× 1 000 EUR)

Looptijdprofiel van niet-afgeleide financiële verplichtingen

per 31.12.2012

3 maanden of minder

Van 3 maanden tot 1 jaar

Van 1 jaar tot 5 jaar

Meer dan 5 jaar

Looptijd niet bepaald

Bruto nominale uitstroom

Uitstroom voor vastgelegde maar niet-uitbetaalde leningen

3 882

7 45 162

7 49 044

Uitstroom voor vastgelegde investeringsmiddelen inschrijving op aandelen

430

2 16 640

2 17 070

Andere (verstrekte garanties, afgeroepen garanties)

26 224

26 224

Uitstroom voor vastgelegde rentesubsidies

1 79 108

1 79 108

Uitstroom voor vastgelegde technische bijstand

1 867

21 753

23 620

Totaal

6 179

1 1 88 887

1 1 95 066


(× 1 000 EUR)

Looptijdprofiel van afgeleide financiële verplichtingen

per 31.12.2013

3 maanden of minder

Van 3 maanden tot 1 jaar

Van 1 jaar tot 5 jaar

Meer dan 5 jaar

Bruto nominale instroom of uitstroom

CCS en CCIRS — instroom

506

5 183

11 476

2 731

19 896

CCS en CCIRS — uitstroom

– 539

– 5 858

– 12 894

– 2 819

– 22 110

Valutaswaps op korte termijn — instroom

7 00 000

7 00 000

Valutaswaps op korte termijn — uitstroom

– 7 01 490

– 7 01 490

Renteswaps — instroom

232

1 053

6 341

5 720

13 346

Renteswaps — uitstroom

– 1 874

– 6 385

– 3 773

– 12 032

Totaal

1 291

1 496

1 462

1 859

2 390


(× 1 000 EUR)

Looptijdprofiel van afgeleide financiële verplichtingen

per 31.12.2012

3 maanden of minder

Van 3 maanden tot 1 jaar

Van 1 jaar tot 5 jaar

Meer dan 5 jaar

Bruto nominale instroom of uitstroom

CCS en CCIRS — instroom

1 238

7 364

14 498

5 350

28 450

CCS en CCIRS — uitstroom

– 1 286

– 8 428

– 17 218

– 5 894

– 32 826

Valutaswaps op korte termijn — instroom

6 49 000

6 49 000

Valutaswaps op korte termijn — uitstroom

– 6 52 451

– 6 52 451

Renteswaps — instroom

65

511

3 274

2 117

5 967

Renteswaps — uitstroom

– 753

– 3 537

– 1 577

– 5 867

Totaal

3 434

1 306

2 983

4

7 727

3.4. MARKTRISICO

Het marktrisico is het risico dat wijzigingen in marktprijzen en koersen, zoals rentevoeten, aandelenkoersen, wisselkoersen de ontvangsten van de entiteit of de waarde van haar deelnemingen in financiële instrumenten beïnvloeden.

3.4.1. Het renterisico

Het renterisico is de volatiliteit van de economische waarde van of van de baten afkomstig van de rentedragende posities van de faciliteit als gevolg van ongunstige ontwikkelingen van de rentevoeten. Blootstelling aan renterisico doet zich voor wanneer er verschillen optreden in de renteherzieningen en looptijdkenmerken van de verschillende activa en passiva.

De gevoeligheid van de kredietportefeuille en de micro hedging swaps van de faciliteit voor renterisico wordt gemeten op basis van een „basis point value” (BPV) berekening. Micro hedging swaps omvatten CCS, CCIRS en renteswaps die verband houden met de afdekking van specifieke kredietverrichtingen.

In de BPV-berekening wordt de winst of het verlies gemeten van de netto contante waarde van de desbetreffende portfolio, ten opzichte een stijging met een 1 basispunt (0,01 %) van rentevoettrends binnen een specifiek tijdsinterval „money market — tot en met 1 jaar”, „very short — 2 tot 3 jaar”, „short — 4 tot 6 jaar”, „medium — 7 tot 11 jaar”„long — 12 tot 20 jaar” of „extra long — meer dan 21 jaar”.

Voor het verkrijgen van de netto contante waarde (NPV) van de kasstromen van de leningen in EUR gebruikt de faciliteit de EUR-financieringscurve van de EIB (EUR swapcurve bijgesteld met de globale financieringsspread van de EIB). De USD-financieringscurve van de EIB wordt gebruikt voor de berekening van de NPV van kasstromen van de leningen in USD. De netto contante waarde (NCW) van kasstromen van leningen in valuta waarvoor geen betrouwbare en voldoende volledige discontocurve beschikbaar is, wordt bepaald door de EUR-financieringscurve van de EIB als maatstaf te gebruiken.

Voor het berekenen van de netto contante waarde van micro hedging swaps gebruikt de faciliteit de EUR-swapcurve voor kasstromen in EUR en de USD-swapcurve voor kasstromen in USD.

Zoals blijkt uit de volgende tabel, zou de netto contante waarde van de leningenportefeuille inclusief de hieraan gerelateerde micro hedging swaps op 31.12.2013 dalen met 3 44 000 EUR (per 31.12.2021: daling met 3 41 000 EUR) als de rentevoeten tegelijkertijd stijgen met 1 basispunt.

(× 1 000 EUR)

Basispuntwaarde

Saldo op 31.12.2013

Geld markt

1 jaar

Zeer kort

2 tot 3 jaar

Kort

4 tot 6 jaar

Gemiddeld

7 tot 11 jaar

Lang

12 tot 20 jaar

Extra lang

21 jaar

Totaal

Totaal gevoeligheid van leningen en micro hedging swaps

– 25

– 57

– 90

– 124

– 48

– 344


(× 1 000 EUR)

Basispuntwaarde

Saldo op 31.12.2012

Geld markt

1 jaar

Zeer kort

2 tot 3 jaar

Kort

4 tot 6 jaar

Gemiddeld

7 tot 11 jaar

Lang

12 tot 20 jaar

Extra lang

21 jaar

Totaal

Totaal gevoeligheid van leningen en micro hedging swaps

– 25

– 47

– 90

– 117

– 62

– 341

3.4.2. Valutarisico

Het valutarisico is de volatiliteit van de economische waarde van of van de baten afkomstig van de posities van de faciliteit als gevolg van ongunstige ontwikkelingen van de wisselkoersen.

De faciliteit is blootgesteld aan een valutarisico wanneer er zich valutamismatches voordoen tussen de activa en passiva. Onder het valutarisico valt ook het effect van onverwachte en ongunstige wijzigingen in de waarde van toekomstige kasstromen als gevolg van wisselkoersschommelingen.

3.4.2.1. Valutarisico en schatkistpapier

Het schatkistpapier van de faciliteit luidt in EUR of USD.

Het valutarisico wordt gedekt door valutaspot of termijntransacties, valutaswaps of cross-currency swaps. De afdeling thesaurie van de bank kan, als zij dit nodig en passend acht, gebruik maken van een ander instrument, overeenkomstig het beleid van de bank, dat bescherming biedt tegen de marktrisico's met betrekking tot de financiële activiteiten van de faciliteit.

3.4.2.2. Valutarisico en door de faciliteit gefinancierde of gegarandeerde transacties.

De bijdragen van de lidstaat aan de faciliteit worden ontvangen in EUR. De door de faciliteit gefinancierde of gegarandeerde transacties alsook de rentesubsidies kunnen in EUR, USD of elke andere goedgekeurde valuta luiden.

Een blootstelling aan valutarisico (ten opzichte van de referentievaluatie EUR) doet zich voor wanneer transacties in andere valuta dan de EUR niet afgedekt worden. De richtsnoeren voor de afdekking van de wisselkoers van de faciliteit worden hierna toegelicht.

3.4.2.2.1. Afdekking van transacties in andere valuta dan EUR of USD

Leningen van de faciliteit die worden uitgekeerd in andere valuatie dan EUR of USD worden afgedekt met cross-currency swap contracten met hetzelfde financiële profiel als de onderliggende lening, op voorwaarde dat er een operationele swapmarkt is.

Voor uitkeringen in het kader van transacties van de faciliteit in een andere valuta dan EUR en USD waarbij niet is voorzien in een afdekking op lange termijn, voert de afdeling thesaurie twee werkdagen voorafgaand aan de uitkering een valutatransactie uit. De wisselkoers die geldt voor de transacties van de faciliteit stemt overeen met de wisselkoers op de markt waartegen de afdeling thesaurie de transactie heeft uitgevoerd. Dit geldt ook voor terugbetalingen in andere valuta dan de EUR en USD, waarbij de afdeling thesaurie in voorkomend geval een wisselkoerstransactie uitvoert om de ontvangen valuta om te wisselen.

Voor niet-afgeroepen waarborgen is er geen valutadekking. Afgeroepen waarborgen in andere valuta dan EUR en USD worden afgedekt.

Transacties in andere valuta dan EUR en USD die door de afdeling thesaurie niet kunnen worden afgedekt met een valutadekking, blijven ongedekt. Dit geldt ook voor (synthetische) transacties in een lokale valuta die in EUR of USD worden afgewikkeld. De faciliteit blijft blootgesteld aan het valutarisico die hierbij wordt gelopen.

3.4.2.2.2. Afdekking van verrichtingen in USD

Het totale uitstaande bedrag van alle transacties van de faciliteit (met uitzondering van niet-afgeroepen waarborgen) in USD wordt afgeschermd door middel van USD/EUR valutaswaps, die periodiek worden verlengd. Bij de aanvang van elke periode worden de tijdens de volgende periode in USD te ontvangen of betalen kasstromen geraamd op basis van de geplande of verwachte terugbetalingen/uitkeringen. Vervolgens worden de verlopen valutaswaps verlengd, waarbij hun bedrag wordt aangepast om ten minste de voor de volgende periode geraamde liquiditeitsbehoeften in USD te dekken.

In de boekhouding komt een periodieke berekening van de totale blootstelling aan USD tot stand om in voorkomend geval de afdekking op de volgende valutaswapverlenging aan te passen.

Indien de dienst thesaurie dit uit operationeel oogpunt passend vindt, kunnen ook cross-currency swaps worden gebruikt om specifieke leningen in USD af te dekken.

Binnen een doorrolperiode kunnen onverwachte tekorten aan liquiditeiten in USD worden gedekt door ad-hoc valutaswaptransacties, terwijl liquiditeitsoverschotten in schatkistpapier geïnvesteerd kunnen worden of in EUR kunnen worden omgezet.

3.4.2.3. Deviezenpositie

In de onderstaande tabellen wordt de deviezenpositie van de faciliteit toegelicht (× 1 000 EUR):

Per 31 december 2013

EUR

USD

KES

ACS/LGO valuta

Totaal

ACTIVA

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

5 42 373

57 142

5 99 515

Afgeleide financiële instrumenten

3 168

– 2 144

1 024

Leningen en vorderingen

4 88 249

5 72 346

66 111

95 493

1 2 22 199

Voor verkoop beschikbare financiële activa

70 299

2 52 668

8 732

3 31 699

Tot einde looptijd aangehouden activa

1 02 562

1 02 562

Overige activa

148

148

Totaal activa

1 2 06 651

8 80 012

66 111

1 04 373

2 2 57 147

PASSIVA EN MIDDELEN VAN CONTRIBUANTEN

Passiva

Afgeleide financiële instrumenten

– 7 15 945

7 19 490

3 545

Uitgestelde baten

34 880

203

35 083

Aan derde partijen verschuldigde bedragen

3 31 235

3 31 235

Overige passiva

2 428

2

142

2 572

Totaal passiva

3 47 402

7 19 695

142

3 72 435

Middelen contribuanten

Afgeroepen bijdrage van de lidstaten

1 6 61 309

1 6 61 309

Reëlewaardereserve

2 632

69 082

6 477

78 191

Ingehouden winsten

1 45 212

1 45 212

Totaal middelen contribuanten

1 8 09 153

69 082

6 477

1 8 84 712

Totaal passiva en middelen contribuanten

1 4 61 751

7 88 777

6 619

2 2 57 147

Valutapositie per 31 december 2013

2 55 100

91 235

66 111

97 754

Per 31 december 2013:

VASTLEGGINGEN

Niet-uitgekeerde leningen en voor verkoop beschikbare financiële activa

8 96 655

1 70 032

1 0 66 687

Aangesproken garanties

4 414

4 414

Rentesubsidies en technische bijstand

2 22 588

2 22 588

VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

Niet-aangesproken garanties

25 000

25 000


Per 31 december 2012

EUR

USD

KES

ACS/LGO valuta

Totaal

ACTIVA

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

4 24 647

41 921

4 66 568

Afgeleide financiële instrumenten

1 064

– 949

115

Leningen en vorderingen

5 13 231

5 08 412

60 348

64 289

1 1 46 280

Voor verkoop beschikbare financiële activa

66 509

2 59 694

6 798

3 33 001

Door contribuanten te storten bedragen

87 310

87 310

Tot einde looptijd aangehouden activa

99 029

99 029

Overige activa

224

224

Totaal activa

1 1 91 790

8 09 078

60 348

71 311

2 1 32 527

PASSIVA EN MIDDELEN VAN CONTRIBUANTEN

Passiva

Afgeleide financiële instrumenten

– 6 75 814

6 82 849

7 035

Uitgestelde baten

37 560

248

37 808

Aan derde partijen verschuldigde bedragen

3 12 040

46

3 12 086

Overige passiva

905

19

14

215

1 153

Totaal passiva

3 25 309

6 83 162

14

215

3 58 082

Middelen contribuanten

Afgeroepen bijdrage van de lidstaten

1 5 61 309

1 5 61 309

Reëlewaardereserve

5 366

59 144

3 924

68 434

Ingehouden winsten

1 44 702

1 44 702

Totaal middelen contribuanten

1 7 11 377

59 144

3 924

1 7 74 445

Totaal passiva en middelen contribuanten

1 3 86 068

7 42 306

14

4 139

2 1 32 527

Valutapositie per 31 december 2012

1 94 278

66 772

60 334

67 172

Per 31 december 2012:

VASTLEGGINGEN

Niet-uitgekeerde leningen en voor verkoop beschikbare financiële activa

7 94 475

1 71 639

9 66 114

Aangesproken garanties

6 224

6 224

Rentesubsidies en technische bijstand

2 28 175

2 28 175

VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

Niet-aangesproken garanties

20 000

20 000

3.4.2.4. Deviezen gevoeligheidsanalyse (× 1 000 EUR)

Op de verslagleggingsdatum is de meest aanzienlijke nettoblootstelling in vreemde valuta de nettoblootstelling in USD. Per 31 december 2013 zou een wijziging van +/– 10 percent in de wisselkoers van de USD resulteren in een wijziging van de middelen van de contribuanten ten belope van 9 123 EUR, respectievelijk — 9 123 EUR (31 december 2012: 6 677 EUR, respectievelijk — 6 677 EUR)

3.4.2.5. Omrekeningskoers

De volgende omrekeningsnormen werden gebruikt voor de opstelling van de balans op 31 december 2013 en 31 december 2012:

Andere dan EU-valuta

31 december 2013

31 december 2012

Dominicaanse Republiek pesos (DOP)

58,3329

53,1220

Fijische dollar (FJD)

2,5655

2,3417

Haïtiaanse gourde (HTG)

60,1459

55,7265

Keniaanse shillings (KES)

118,73

113,68

Mauritaanse ouguiya (MRO)

398,7

393,99

Mauritiaanse rupee (MUR)

41,27

40,19

Rwandese frank (RWF)

926,86

811,83

Tanzaniaanse shillings (TZS)

2 179,05

n.v.t.

Oegandese shillings (UGX)

3 476

3 549

US-dollars (USD)

1,3791

1,3194

CFA-franken (XAF/XOF)

655,957

655,957

Zuid-Afrikaanse rand (ZAR)

14,566

11,1727

3.4.3. Aandelenkoersrisico (× 1 000 EUR)

Het aandelenkoersrisico is het risico dat de reële waarde van deelname in het aandelenkapitaal daalt als gevolg van de wijzigingen in het niveau van de aandelenkoersen en/of de waarde van de aandeleninvesteringen.

De faciliteit is blootgesteld aan het aandelenkoersrisico via zijn investeringen in directe beleggingen in aandelen en risicokapitaalfondsen.

De waarde van niet-beursgenoteerde activa is niet gemakkelijk beschikbaar met het oog op een toezicht en controle op continue basis. Voor dergelijke posities omvatten de best beschikbare aanwijzingen prijzen van relevante waarderingstechnieken.

De effecten op de middelen van de contribuanten van de faciliteit (naar aanleiding van een verandering van de reële waarde van de voor verkoop beschikbare aandelenportfolio) als gevolg van een 10 % -verlaging van de waarde van de individuele directe beleggingen in aandelen en risicokapitaalfondsen, waarbij alle andere variabelen constant blijven, komen neer op — 33 170 EUR op 31 december 2013 en — 33 300 EUR op 31 december 2012.

4. REËLE WAARDE VAN FINANCIËLE INSTRUMENTEN

4.1. INDELING VAN DE REKENINGEN EN REËLE WAARDE

In de volgende tabel zijn de boekwaarden en reële waarden van de financiële activa en verplichtingen opgenomen, inclusief hun niveau in de reëlewaardehiërarchie. In deze tabel zijn geen gegevens over de reële waarde opgenomen voor financiële activa en financiële verplichtingen die niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd als de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde.

(× 1 000 EUR)

Per 31 december 2013

Boekwaarde

Reële waarde

Voor handelsdoeleinden aangehouden

Beschikbaar voor verkoop

Leningen en vorderingen

Aangehouden tot einde looptijd

Overige financiële verplich-tingen

Totaal

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde

Afgeleide financiële instrumenten

1 024

1 024

1 024

1 024

Risicokapitaal-fonds

2 69 252

2 69 252

2 69 252

2 69 252

Directe aandelen-investeringen

62 447

62 447

6 844

55 603

62 447

Totaal

1 024

3 31 699

3 32 723

6 844

1 024

3 24 855

3 32 723

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

5 99 515

5 99 515

Leningen en vorderingen

1 2 22 199

1 2 22 199

1 3 51 244

1 3 51 244

Obligaties

1 02 562

1 02 562

1 02 549

1 02 549

Overige activa

148

148

Totaal

1 8 21 862

1 02 562

1 9 24 424

1 02 549

1 3 51 244

1 4 53 793

Totaal financiële activa

1 024

3 31 699

1 8 21 862

1 02 562

2 2 57 147

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde:

Afgeleide financiële instrumenten

– 3 545

– 3 545

– 3 545

– 3 545

Totaal

3 545

3 545

3 545

3 545

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Aan derde partijen verschuldigde bedragen

- 3 31 235

- 3 31 235

Overige passiva

- 2 572

- 2 572

Totaal

3 33 807

3 33 807

Totale financiële verplichtingen

3 545

3 33 807

3 37 352


(× 1 000 EUR)

Per 31 december 2012

Boekwaarde

Reële waarde

Voor handelsdoeleinden aangehouden

Beschikbaar voor verkoop

Leningen en vorderingen

Aangehouden tot einde looptijd

Overige financiële verplich-tingen

Totaal

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde

Afgeleide financiële instrumenten

115

115

115

115

Risicokapitaal-fonds

2 65 301

2 65 301

2 65 301

2 65 301

Directe beleggingen in aandelen

67 700

67 700

11 001

56 699

67 700

Totaal

115

3 33 001

3 33 116

11 001

115

3 22 000

3 33 116

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

4 66 568

4 66 568

Leningen en vorderingen

1 1 46 280

1 1 46 280

1 2 26 409

1 2 26 409

Door contribuanten te storten bedragen

87 310

87 310

Obligaties

99 029

99 029

98 805

98 805

Overige activa

224

224

Totaal

1 7 00 382

99 029

1 7 99 411

98 805

1 2 26 409

1 3 25 214

Totaal financiële activa

115

3 33 001

1 7 00 382

99 029

2 1 32 527

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde:

Afgeleide financiële instrumenten

– 7 035

– 7 035

- 7 035

Totaal

7 035

7 035

7 035

7 035

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Aan derde partijen verschuldigde bedragen

– 3 12 086

– 3 12 086

Overige passiva

– 1 153

– 1 153

Totaal

3 13 239

3 13 239

Totale financiële verplichtingen

7 035

3 13 239

3 20 274

4.2. WAARDERING VAN REËLE WAARDEN

4.2.1. Waarderingstechnieken en aanzienlijke niet-waarneembare inputs

In de onderstaande tabel zijn gegevens opgenomen over de waarderingstechnieken en de aanzienlijke niet-waarneembare inputs voor de waardering van financiële instrumenten, die zijn ingedeeld onder niveau 2 en 3 van de reëlewaardehiërarchie:

Waarderingstechniek

Aanzienlijke niet-waarneembare inputs

Verhouding tussen niet-waarneembare inputs en waardering van reële waarden

Financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde

Afgeleide financiële instrumenten

Gedisconteerde kasstroom Toekomstige kasstromen worden gewaardeerd op basis van termijnkoersen/rentevoeten (uitgaande van waarneembare termijnkoersen en rentencurven op het einde van de rapportageperiode) en termijncontracten/rentevoeten, gedisconteerd tegen een percentage dat rekening houdt met het kredietrisico van verschillende tegenpartijen.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Risicokapitaal-fonds (VCF)

Methode op basis van de aangepaste intrinsieke waarde: De reële waarde wordt bepaald aan de hand van hetzij het percentage van het onderliggende instrument dat de faciliteit in handen heeft, zoals vastgesteld in het laatste voor kasstromen bijgewerkte rapport, hetzij, voor zover deze gegevens beschikbaar zijn, de waarde per aandeel op dezelfde datum, zoals meegedeeld door de desbetreffende fondsbeheerder. Om de kloof tussen de laatst beschikbare intrinsieke waarde en de rapportage op het jaareinde te overbruggen, wordt een daaropvolgende evaluatieprocedure uitgevoerd en indien nodig wordt de gerapporteerde intrinsieke waarde aangepast.

Aanpassing voor de verstreken tijd tussen de laatste rapporteringsdatum van het durfkapitaalfonds en de waarderingsdatum, waarbij rekening wordt gehouden met de beleidsuitgaven en de beheerkosten, hierop volgende wijzigingen in de reële waarde van de onderliggende activa van de durfkapitaalfondsen, opgelopen extra verplichtingen en marktwijzigingen of andere wijzigingen in de economische omstandigheden.

Hoe langer de periode tussen de datum van de waardering van reële waarden en de laatste rapporteringsdatum van het durfkapitaalfonds, hoe hoger de aanpassing voor de verstreken tijd.

Directe aandelen-investeringen

Aangepaste intrinsieke waarde

Aanpassing voor de verstreken tijd tussen de laatste rapporteringsdatum van de vennootschap waarin is geïnvesteerd en de waarderingsdatum, waarbij rekening wordt gehouden met de beleidsuitgaven, hierop volgende wijzigingen in de reële waarde van de onderliggende activa van de vennootschappen waarin is geïnvesteerd, opgelopen extra verplichtingen en marktwijzigingen of andere wijzigingen in de economische omstandigheden, kapitaalsverhoging, verkoop/wijziging van de controle.

Hoe langer de periode tussen de datum van de waardering van reële waarden en de laatste rapporteringsdatum van de vennootschap waarin is geïnvesteerd, hoe hoger de aanpassing voor de verstreken tijd.

Korting voor het ontbreken aan verhandelbaarheid (liquiditeit), die wordt bepaald door verwijzingen naar vorige transactieprijzen voor soortgelijke aandelen in het land/de regio, variërende van 5 % tot 30 %.

Hoe hoger de korting voor verhandelbaarheid, hoe lager de reële waarde.

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Leningen en vorderingen

Gedisconteerde kasstromen Het waarderingsmodel maakt gebruik van contractuele kasstromen die alleen worden uitgekeerd als de debiteur niet in gebreke blijft. Er wordt geen rekening gehouden met de waarde van de zekerheden of mogelijkheden voor vervroegde aflossing. Om de netto contante waarde (NCW) van de leningen te verkrijgen, worden in het gekozen model de contractuele kasstromen van elke lening verrekend waarbij gebruik wordt gemaakt van een aangepaste marktdiscontovoet. De NCW van elke afzonderlijke lening wordt vervolgens aangepast om rekening te kunnen houden met het desbetreffende hiermee samenhangende verwachte verlies. De resultaten worden vervolgens opgeteld om de reële waarde van de leningen en vorderingen te verkrijgen

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Aan derde partijen verschuldigde bedragen

Gedisconteerde kasstromen.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Overige passiva

Gedisconteerde kasstromen

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Bij de toepassing van de norm IFRS 13 worden waarderingsaanpassingen opgenomen in de reële waarde van de derivaten per 31 december 2013. Hierbij gaat het om:

aanpassingen van de kredietwaarderingen (CVA), waarbij het tegenpartijkredietrisico bij derivatentransacties in aanmerking wordt genomen, hetgeen resulteert in een verlies van 1 84 000 EUR,

aanpassingen aan de debetwaarderingen (DVA), waarbij het eigen kredietrisico bij derivatentransactie in aanmerking wordt genomen, werden geraamd op nul.

Het beleid van de faciliteit komt erop neer de overdrachten tussen niveaus te erkennen op de datum waarop zich de gebeurtenis of de gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan, die tot de overdracht hebben geleid.

4.2.2. Overdrachten tussen niveau 1 en 2

In 2013 vonden er binnen de faciliteit geen overdrachten plaats van het niveau 1 naar 2 of van het niveau 2 naar 1 van de reëlewaardehiërarchie.

4.2.3. Reële waarden niveau 3

Afstemming van reële waarden niveau 3

In de onderstaande tabellen zijn de wijzigingen opgenomen bij de instrumenten in niveau 3 voor de op 31 december 2013 en 31 december 2012 afgesloten jaren:

(× 1 000 EUR)

Voor verkoop beschikbare financiële activa

Saldo op 1 januari 2013

3 22 000

Baten of verliezen opgenomen in winst of verlies:

netto gerealiseerde baten op voor verkoop beschikbare financiële activa

5 294

waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa

– 2 701

Totaal

2 593

Baten of verliezen opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten;

nettowijziging in reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa

4 299

Totaal

4 299

Uitgekeerde bedragen

34 700

Terugbetalingen

– 38 737

Saldo op 31 december 2013

3 24 855


(× 1 000 EUR)

Voor verkoop beschikbare financiële activa

Saldo op 1 januari 2012

2 36 446

Totale baten of verliezen opgenomen in winst of verlies:

8 133

Totale baten of verliezen opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten;

15 041

Uitgekeerde bedragen

81 981

Terugbetalingen

- 19 601

Saldo op 31 december 2012

3 22 000

In 2013 vonden er binnen de faciliteit geen overdrachten plaats uit of naar het niveau 3 van de reëlewaardehiërarchie.

Gevoeligheidsanalyse

Een wijziging ten belope van +/- 10 pct op de verslagleggingsdatum met betrekking tot een van de aanzienlijke niet-waarneembare inputs die worden gebruikt om de reële waarden van de durfkapitaalfondsen en directe aandeleninvesteringen te bepalen — waarbij alle andere inputs constant blijven — zou de volgende gevolgen hebben op de andere niet-gerealiseerde resultaten:

(× 1 000 EUR)

Per 31 december 2013

Stijging

Daling

Durfkapitaalfondsen

20

-20

Directe beleggingen in aandelen

141

-141

Totaal

161

-161

5. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN (× 1 000 EUR)

Geldmiddelen en kasequivalenten kunnen worden opgesplitst tussen middelen ontvangen van lidstaten die nog niet uitgekeerd zijn en middelen die zijn verkregen uit de bedrijfseconomische en financiële activiteiten van de faciliteit.

31.12.2013

31.12.2012

Ontvangen maar nog niet uitgekeerde bijdragen van lidstaten

36 624

1 17 622

Middelen uit de financiële en bedrijfseconomische activiteiten

5 62 891

3 48 946

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen in het vermogensoverzicht

5 99 515

4 66 568

Lopende rente

– 8

– 7

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen in het kasstroomoverzicht

5 99 507

4 66 561

6. AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste onderdelen van de afgeleide financiële instrumenten die voor handelsdoeleinden worden aangehouden:

Per 31 december 2013

Reële waarde

Referentiebedrag

Activa

Passiva

Valutaswaps:

56

2 067

Valutarenteswaps

44

– 2 035

16 461

Renteswaps

924

43 335

FX swaps

– 1 510

7 00 000

Totaal afgeleide financiële instrumenten

1 024

3 545

7 61 863


Per 31 december 2012

Reële waarde

Referentiebedrag

Activa

Passiva

Valutaswaps

87

-102

7 062

Valutarenteswaps

– 3 971

19 504

Renteswaps

28

19 568

FX swaps

– 2 962

6 49 000

Totaal afgeleide financiële instrumenten

115

7 035

6 95 134

7. LENINGEN EN VORDERINGEN (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste onderdelen van leningen en vorderingen:

Globale leningen(18)

Niet-achtergestelde leningen

Achtergestelde leningen

Totaal

Nominaal per 1 januari 2013

2 54 686

7 89 970

1 33 780

1 1 78 436

Uitgekeerde bedragen

1 50 513

91 690

2 42 203

Afschrijvingen

Terugbetalingen

– 51 595

– 55 865

– 11 700

– 1 19 160

Gekapitaliseerde rente

– 342

10 705

10 363

Verschillen wisselkoersen

– 11 491

– 19 446

– 1 153

– 32 090

Nominaal per 31 december 2013

3 42 113

8 06 007

1 31 632

1 2 79 752

Waardevermindering per 1 januari 2013

6 494

14 296

24 355

45 145

Opgenomen waardevermindering in overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten

– 1 341

– 27 081

– 28 422

Afschrijvingen

Terugboeking van waardeverminderingsverliezen

1 088

1 088

Verschillen wisselkoersen

160

474

1 054

1 688

Waardevermindering per 31 december 2013

7 675

12 734

- 50 382

70 791

Geamortiseerde kosten

– 2 109

– 3 883

– 66

– 6 058

Rente

5 154

10 536

3 606

19 296

Leningen en vorderingen per 31 december 2013

3 37 482

7 99 926

84 790

1 2 22 199


Globale leningen(19)

Niet-achtergestelde leningen

Achtergestelde leningen

Totaal

Nominaal per 1 januari 2012

2 25 365

7 16 350

1 28 679

1 0 70 394

Uitgekeerde bedragen

79 015

1 54 003

2 33 018

Afschrijvingen

– 947

– 1 206

– 2 153

Terugbetalingen

– 39 967

– 71 368

– 4 145

– 1 15 480

Gekapitaliseerde rente

– 117

9 739

9 622

Verschillen wisselkoersen

– 8 780

– 7 692

– 493

– 16 965

Nominaal per 31 december 2012

2 54 686

7 89 970

1 33 780

1 1 78 436

Waardevermindering per 1 januari 2012

7 609

16 372

24 835

48 816

Opgenomen waardevermindering in overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten

– 835

– 292

– 1 127

Afschrijvingen

947

1 206

2 153

Terugboeking van waardeverminderingsverliezen

910

814

1 724

Verschillen wisselkoersen

93

348

480

921

Waardevermindering per 31 december 2012

6 494

14 296

24 355

45 145

Geamortiseerde kosten

– 1 641

– 3 984

– 82

– 5 707

Rente

5 246

9 244

4 206

18 696

Leningen en vorderingen per 31 december 2012

2 51 797

7 80 934

1 13 549

1 1 46 280

8. VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE ACTIVA (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de voornaamste onderdelen van de voor verkoop beschikbare activa:

Risicokapitaal-fonds

Directe aandelen-investeringen

Totaal

Kosten per 1 januari 2013

2 20 710

61 830

2 82 540

Uitgekeerde bedragen

33 600

1 100

34 700

Terugbetalingen/verkoop

– 36 322

– 2 415

– 38 737

Wisselkoerswijzigingen bij terugbetalingen/verkoop

922

– 398

524

Kosten per 31 december 2013

2 18 910

60 117

2 79 027

Niet-gerealiseerde winsten en verliezen per 1 januari 2013

59 321

9 113

68 434

Nettowijziging niet-gerealiseerde winsten en verliezen

13 290

– 3 533

9 757

Niet-gerealiseerde winsten en verliezen per 31 december 2013

72 611

5 580

78 191

Waardevermindering per 1 januari 2013

14 730

3 243

17 973

Opgenomen waardevermindering in overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten tijdens het jaar

– 8 105

– 71

- 8 176

Wisselkoersverschillen bij waardevermindering

566

64

630

Waardevermindering per 31 december 2013

22 269

3 250

25 519

Voor verkoop beschikbare financiële activa per 31 december 2013

2 69 252

62 447

3 31 699


Risicokapitaal-fonds

Directe aandelen-investeringen

Totaal

Kosten per 1 januari 2012

1 82 692

36 565

2 19 257

Uitgekeerde bedragen

56 007

25 974

81 981

Terugbetalingen/verkoop

– 19 570

– 31

– 19 601

Wisselkoerswijzigingen bij terugbetalingen/verkoop

1 581

– 678

903

Kosten per 31 december 2012

2 20 710

61 830

2 82 540

Niet-gerealiseerde winsten en verliezen per 1 januari 2012

29 781

11 969

41 750

Nettowijziging niet-gerealiseerde winsten en verliezen

29 540

– 2 856

26 684

Niet-gerealiseerde winsten en verliezen per 31 december 2012

59 321

9 113

68 434

Waardevermindering per 1 januari 2012

6 887

2 460

9 347

Opgenomen waardevermindering in overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten tijdens het jaar

– 7 976

– 951

– 8 927

Wisselkoersverschillen bij waardevermindering

133

168

301

Waardevermindering per 31 december 2012

14 730

3 243

17 973

Voor verkoop beschikbare financiële activa per 31 december 2012

2 65 301

67 700

3 33 001

9. DOOR CONTRIBUANTEN TE STORTEN BEDRAGEN (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste onderdelen van de door contribuanten te storten bedragen:

31.12.2013

31.12.2012

Afgeroepen maar niet vrijgegeven bijdrage van de lidstaten

87 310

Totaal van contribuanten te ontvangen bedragen

87 310

10. TOT EINDE LOOPTIJD AANGEHOUDEN FINANCIËLE ACTIVA (× 1 000 EUR)

De tot einde looptijd aangehouden portfolio bestaat uit beursgenoteerde obligaties met een resterende looptijd van minder dan drie maanden op de verslagleggingsdatum. In de onderstaande tabel worden de bewegingen weergegeven van de tot einde looptijd aangehouden portfolio:

Saldo per 1 januari 2013

99 029

Verwervingen

6 80 635

Looptijden:

– 6 76 369

Afschrijvingen van agio/disagio

228

Verandering in de opgelopen rente

– 961

Saldo per 31 december 2013

1 02 562


Saldo per 1 januari 2012

Verwervingen

98 278

Afschrijvingen van agio/disagio

– 210

Verandering in de opgelopen rente

961

Saldo per 31 december 2012

99 029

11. OVERIGE ACTIVA (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste onderdelen van de overige activa:

31.12.2013

31.12.2012

Door de EIB te betalen bedragen

6

7

Financiële waarborgen

142

217

Te ontvangen bedragen met betrekking tot uitbetalingen voor technische bijstand

337

337

Waardevermindering op te ontvangen bedragen met betrekking tot uitbetalingen voor technische bijstand (opmerking 20)

– 337

– 337

Totaal overige activa

148

224

12. UITGESTELDE BATEN (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de voornaamste onderdelen van uitgestelde baten:

31.12.2013

31.12.2012

Uitgestelde rentesubsidies

34 787

37 387

Uitgestelde commissies op leningen en vorderingen

296

421

Totaal uitgestelde baten

35 083

37 808

13. AAN DERDEN VERSCHULDIGDE BEDRAGEN (X 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste onderdelen van de aan derde partijen verschuldigde bedragen:

31.12.2013

31.12.2012

Netto algemene administratiekosten aan EIB te betalen

37 851

36 202

Andere aan EIB te betalen bedragen

716

8 904

Nog niet uitgekeerde rentesubsidies die aan lidstaten zijn verschuldigd

2 92 668

2 66 980

Totaal aan derde partijen verschuldigde bedragen

3 31 235

3 12 086

14. OVERIGE VERPLICHTINGEN (× 1 000 EUR)

De voornaamste onderdelen van overige verplichtingen zijn:

31.12.2013

31.12.2012

Voorschotten op terugbetalingen lening

1 827

215

Uitgestelde baten van rentesubsidies

603

723

Financiële waarborgen

142

215

Totaal overige verplichtingen

2 572

1 153

15. AFGEROEPEN FACILITEITSBIJDRAGE LIDSTATEN (× 1 000 EUR)

Lidstaten

Bijdrage aan de faciliteit

Bijdrage rentesubsidies

Totaal bijgedragen

Afgeroepen en niet betaald(20)

Oostenrijk

44 025

11 493

55 518

België

65 123

17 001

82 124

Denemarken

35 552

9 281

44 833

Finland

24 587

6 419

31 006

Frankrijk

4 03 698

1 05 387

5 09 085

Duitsland

3 88 082

1 01 310

4 89 392

Griekenland

20 766

5 421

26 187

Ierland

10 300

2 689

12 989

Italië

2 08 328

54 385

2 62 713

Luxemburg

4 818

1 258

6 076

Nederland

86 720

22 638

1 09 358

Portugal

16 115

4 207

20 322

Spanje

97 020

25 327

1 22 347

Zweden

45 355

11 840

57 195

Verenigd Koninkrijk

2 10 820

55 035

2 65 855

Totaal per 31 december 2013

1 6 61 309

4 33 691

2 0 95 000

Totaal per 31 december 2012

1 5 61 309

3 83 691

1 9 45 000

87 310

16. VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN VASTLEGGINGEN (× 1 000 EUR)

31.12.2013

31.12.2012

Vastleggingen

Niet-uitgekeerde leningen

8 89 866

7 49 044

Niet-uitbetaalde verbintenis met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa

1 76 821

2 17 070

Aangesproken garanties

4 414

6 224

Subsidies en technische bijstand

2 22 588

2 28 175

Voorwaardelijke verplichtingen

Niet-aangesproken garanties

25 000

20 000

Totaal voorwaardelijke verplichtingen en vastleggingen

1 3 18 689

1 2 20 513

17. RENTE EN SOORTGELIJKE BATEN EN LASTEN (× 1 000 EUR)

De voornaamste onderdelen van rente en soortgelijke baten zijn als volgt:

Vanaf 1.1.2013

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

Kasmiddelen en daarmee gelijk te stellen middelen

273

1 678

Tot einde looptijd aangehouden activa

461

36

Leningen en vorderingen

63 189

64 060

Rentesubsidies

4 347

1 729

Totale rente en soortgelijke baten

68 270

67 503

De voornaamste onderdelen van rente en soortgelijke uitgaven zijn als volgt:

Vanaf 1.1.2013

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

Afgeleide financiële instrumenten

– 1 175

– 1 114

Totale rente en soortgelijke uitgaven

1 175

1 114

18. BATEN EN LASTEN VAN HONORARIA EN PROVISIES (× 1 000 EUR)

De voornaamste onderdelen van honoraria en provisies zijn als volgt:

Vanaf 1.1.2013

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

Honoraria en provisies op leningen en vorderingen

3 896

1 710

Honoraria en provisies op financiële garanties

145

191

Overige

10

33

Totaal baten uit honoraria en provisies

4 051

1 934

De voornaamste onderdelen van honoraria en provisies zijn als volgt:

Vanaf 1.1.2013

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

Provisies betaald aan derde partijen met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa

– 43

– - 292

Totaal uitgaven uit honoraria en provisies

43

292

19. NETTO GEREALISEERDE BATEN OP VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE ACTIVA (× 1 000 EUR)

Hierna volgt een overzicht van de voornaamste onderdelen van de netto gerealiseerde baten op voor verkoop beschikbare financiële activa

Vanaf 1.1.2013

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

Netto-opbrengsten van voor verkoop beschikbare financiële activa

2 688

70

Baten uit dividenden

2 606

975

Netto gerealiseerde baten op voor verkoop beschikbare financiële activa

5 294

1 045

20. WAARDEVERMINDERING OVERIGE ACTIVA (× 1 000 EUR)

Gedurende 2012 heeft de faciliteit technische bijstand ten bedrage van 638 EUR verstrekt die door frauduleus gedrag van de tegenpartij de eindbegunstigde niet heeft bereikt. Er werden juridische stappen ondernomen, waarna de faciliteit een bedrag van 301 EUR kon recupereren. Het resterende uitstaande bedrag werd geboekt als vordering. Op de verslagleggingsdatum werd het weinig waarschijnlijk geacht dat het uitstaande bedrag door de faciliteit kan worden ingevorderd. Bijgevolg werd dit bedrag van 337 EUR als waardevermindering geboekt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de faciliteit.

21. ALGEMENE ADMINISTRATIEKOSTEN (× 1 000 EUR)

De algemene administratiekosten zijn de werkelijke kosten die door de EIB worden gemaakt bij het beheer van de faciliteit minus de baten uit standaard taxatievergoedingen die direct door de EIB aan de cliënten van de faciliteit in rekening worden gebracht.

Vanaf 1.1.2013

tot 31.12.2013

Vanaf 1.1.2012

tot 31.12.2012

De daadwerkelijke kosten die door de EIB zijn gemaakt

– 40 966

– 38 390

Baten van taxatievergoedingen die rechtstreeks bij de cliënten van de faciliteit in rekening worden gebracht

3 115

2 188

Algemene administratiekosten

37 851

36 202

Na de inwerkingtreding van de herziene partnerschapsovereenkomst van Cotonou op 1 juli 2008 worden de algemene administratiekosten niet meer door de lidstaten gedekt.

22. LATERE GEBEURTENISSEN

Er hebben zich na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen voorgedaan die aanleiding zouden geven tot bekendmaking of wijziging van de financiële staten per 31 december 2013.


totaal voor het lopende jaar van de tot stand gekomen niet-beschikbare ACS-reserve bedroeg 807 miljoen EUR, waarvan 350 miljoen EUR is besteed (150 miljoen EUR voor Sudan, 200 miljoen EUR voor Zuid-Sudan, beide overgedragen naar het 9e EOF)


BIJLAGE BIJ DEEL I — HOOFDSTUK 2 (VERSLAG OVER DE TENUITVOERLEGGING VAN DE MIDDELEN)

SITUATIE PER LAND EN PER INSTRUMENT

Toelichting bij de tabellen:

in de tabellen betekent het cijfer „0,00” dat het desbetreffende bedrag tussen — 4 999 EUR en 4 999 EUR ligt. Als geen cijfer is vermeld, is het desbetreffende bedrag gelijk aan nul. Landen met een nulsaldo in alle kolommen zijn niet in de tabellen opgenomen,

de rubriek „Alle ACS/LGO landen” verwijst naar projecten die verschillende landen bestrijken, doch niet uit hoofde van de regionale samenwerking worden gefinancierd,

in alle tabellen omvat de rubriek „Adm.- en financieringskosten” met EOF-rente gefinancierde projecten of de toewijzing voor administratieve uitgaven.

Tabel 3.1.1

Overzicht per land

(miljoen EUR)

8e EOF

Cumulatief 2013

Lomé

Cotonou

TOTAAL

NIP

Totaal indicatieve programma's

Niet-NIP

Besluiten

% NIP

Betalingen

% NIP

Besluiten

% NIP

Betalingen

% NIP

Besluiten

Besluiten

Toegewezen fondsen

Betalingen

Angola

77,11

77,11

100 %

71,50

93 %

27,06

35 %

26,37

34 %

0,00

104,16

100,83

97,88

Benin

111,99

111,99

100 %

111,99

100 %

59,53

53 %

59,49

53 %

0,00

171,52

171,52

171,47

Botswana

31,27

31,27

100 %

31,27

100 %

2,21

7 %

1,40

4 %

31,44

64,92

64,71

63,91

Burkina Faso

171,09

171,09

100 %

170,19

99 %

104,07

61 %

104,07

61 %

117,83

392,99

392,49

391,92

Burundi

13,06

13,06

100 %

13,06

100 %

53,86

413 %

51,36

393 %

0,00

66,91

66,91

64,41

Kameroen

102,67

102,67

100 %

102,40

100 %

130,03

127 %

130,03

127 %

0,00

232,70

232,66

232,44

Kaapverdië

29,68

29,43

99 %

29,10

98 %

25,99

88 %

25,99

88 %

0,00

55,42

55,12

55,09

Centraal-Afrikaanse Republiek

54,86

54,86

100 %

54,69

100 %

29,61

54 %

29,61

54 %

0,00

84,47

84,30

84,30

Tsjaad

143,01

143,01

100 %

142,42

100 %

68,57

48 %

68,57

48 %

0,00

211,58

210,99

210,99

Comoren

10,46

10,46

100 %

10,46

100 %

5,66

54 %

5,60

54 %

0,00

16,12

16,12

16,07

Congo (Brazzaville)

9,50

9,50

100 %

9,12

96 %

3,63

38 %

3,63

38 %

0,00

13,13

13,01

12,75

Democratische Republiek Congo

19,38

19,38

100 %

18,96

98 %

27,96

144 %

27,61

142 %

0,00

47,34

46,92

46,57

Djibouti

15,68

15,68

100 %

15,68

100 %

11,00

70 %

11,00

70 %

0,00

26,68

26,68

26,68

Equatoriaal-Guinea

3,63

3,63

100 %

3,15

87 %

0,79

22 %

0,79

22 %

0,00

4,42

4,05

3,95

Eritrea

0,08

0,08

100 %

0,08

100 %

17,93

21705 %

17,93

21705 %

0,00

18,01

18,01

18,01

Ethiopië

143,00

143,00

100 %

136,85

96 %

193,85

136 %

184,54

129 %

0,04

336,89

332,57

321,43

Gabon

37,39

37,39

100 %

37,10

99 %

39,91

107 %

39,91

107 %

35,00

112,30

111,83

109,79

Gambia

17,03

17,03

100 %

15,70

92 %

13,53

79 %

13,53

79 %

0,00

30,56

29,23

29,23

Ghana

121,58

121,58

100 %

121,58

100 %

95,62

79 %

95,62

79 %

39,49

256,69

256,69

256,69

Guinee-Bissau

41,89

41,89

100 %

40,85

98 %

5,07

12 %

5,07

12 %

34,25

81,21

80,83

80,15

Guinee (Conakry)

93,85

93,85

100 %

93,74

100 %

21,36

23 %

21,36

23 %

0,00

115,20

115,10

115,10

Ivoorkust

53,19

53,19

100 %

53,16

100 %

104,08

196 %

102,86

193 %

0,00

157,27

157,19

156,01

Kenia

67,00

67,00

100 %

62,80

94 %

116,23

173 %

116,23

173 %

0,00

183,23

179,89

179,03

Lesotho

48,64

48,64

100 %

48,40

100 %

15,87

33 %

15,87

33 %

0,00

64,51

64,43

64,27

Liberia

24,86

24,09

0,00

24,86

24,86

24,09

Madagaskar

161,05

161,05

100 %

161,05

100 %

113,05

70 %

113,05

70 %

55,00

329,10

329,10

329,10

Malawi

184,23

184,23

100 %

183,87

100 %

73,33

40 %

73,47

40 %

24,86

282,42

282,41

282,20

Mali

200,43

200,43

100 %

198,17

99 %

119,77

60 %

119,77

60 %

0,00

320,20

317,93

317,93

Mauritanië

57,42

57,42

100 %

57,42

100 %

75,56

132 %

76,00

132 %

37,09

170,07

170,07

169,73

Mauritius

30,07

30,07

100 %

30,07

100 %

25,16

84 %

10,73

36 %

0,00

55,23

55,23

40,80

Mozambique

170,67

170,67

100 %

167,51

98 %

229,96

135 %

229,96

135 %

142,03

542,67

539,99

539,50

Namibië

48,93

48,93

100 %

48,93

100 %

22,89

47 %

22,89

47 %

0,00

71,82

71,82

71,82

Niger

111,35

111,35

100 %

111,25

100 %

39,86

36 %

39,86

36 %

55,57

206,78

205,78

201,49

Nigeria

5,00

5,00

0,00

5,00

5,00

5,00

Rwanda

94,60

94,60

100 %

94,60

100 %

81,39

86 %

81,39

86 %

0,00

175,99

175,99

175,99

Sao Tomé en Principe

8,52

8,52

100 %

8,52

100 %

3,71

43 %

3,71

43 %

0,00

12,23

12,23

12,23

Senegal

95,01

95,01

100 %

94,78

100 %

141,90

149 %

141,90

149 %

0,00

236,91

236,68

236,68

Seychellen

5,46

5,46

100 %

5,46

100 %

1,77

32 %

1,77

32 %

0,00

7,23

7,23

7,23

Sierra Leone

64,52

64,52

100 %

62,16

96 %

35,79

55 %

35,79

55 %

0,00

100,30

98,11

97,94

Somalië

50,00

50,00

100 %

48,29

97 %

0 %

0 %

0,00

50,00

48,67

48,29

Sudan

112,26

124,27

0,00

112,26

111,96

124,27

Swaziland

21,25

21,25

100 %

21,24

100 %

45,19

213 %

32,97

155 %

3,54

69,98

62,69

57,47

Tanzania

198,68

198,68

100 %

189,89

96 %

277,34

140 %

277,34

140 %

0,00

476,02

475,88

467,23

Togo

9,71

9,71

0,00

9,71

9,71

9,71

Uganda

194,01

194,01

100 %

194,00

100 %

223,48

115 %

223,23

115 %

0,00

417,48

417,48

417,23

Zambia

136,24

136,24

100 %

136,24

100 %

282,78

208 %

283,46

208 %

0,00

419,02

419,68

419,70

Zimbabwe

86,63

86,63

100 %

86,63

100 %

18,30

21 %

18,69

22 %

0,00

104,94

104,91

105,32

* Totaal Afrika

3 336,09

3 335,84

100 %

3 294,35

99 %

3 136,47

94 %

3 107,47

93 %

576,16

7 048,47

7 015,48

6 969,09

Antigua en Barbuda

0,64

0,64

100 %

0,50

77 %

0 %

0 %

0,00

0,64

0,61

0,50

Bahamas

2,20

2,20

100 %

2,20

100 %

0 %

0 %

0,00

2,20

2,20

2,20

Barbados

4,47

4,47

100 %

3,51

79 %

2,71

61 %

2,71

61 %

0,00

7,18

6,69

6,22

Belize

10,36

10,36

100 %

10,36

100 %

8,70

84 %

7,54

73 %

0,13

19,19

19,19

18,03

Dominica

6,47

6,47

100 %

6,24

96 %

31,87

493 %

31,96

494 %

0,00

38,34

38,12

38,20

Dominicaanse Republiek

94,03

94,03

100 %

94,03

100 %

40,35

43 %

32,38

34 %

0,00

134,38

134,38

126,40

Grenada

0,48

0,48

100 %

0,48

100 %

2,85

587 %

2,89

596 %

0,00

3,33

3,33

3,38

Guyana

30,32

30,32

100 %

28,82

95 %

29,80

98 %

27,62

91 %

0,00

60,12

58,00

56,44

Haïti

63,98

63,98

100 %

62,80

98 %

14,80

23 %

14,80

23 %

0,00

78,78

78,23

77,60

Jamaica

52,65

52,65

100 %

52,65

100 %

86,43

164 %

86,43

164 %

26,85

165,93

165,93

165,93

Saint Kitts en Nevis

2,72

2,72

100 %

2,72

100 %

4,00

147 %

4,00

147 %

0,00

6,72

6,72

6,72

Saint Lucia

1,31

1,31

100 %

1,26

96 %

48,69

3708 %

50,21

3824 %

0,00

50,00

49,88

51,48

Saint Vincent en de Grenadines

1,68

1,68

100 %

1,60

96 %

32,47

1935 %

32,81

1955 %

0,00

34,15

34,11

34,41

Suriname

19,19

19,19

100 %

19,19

100 %

0,20

1 %

0,20

1 %

0,00

19,39

19,39

19,39

Trinidad en Tobago

6,60

6,60

100 %

6,60

100 %

7,78

118 %

4,78

72 %

0,00

14,38

14,38

11,38

* Totaal Caribisch gebied

297,10

297,10

100 %

292,97

99 %

310,66

105 %

298,33

100 %

26,98

634,73

631,16

618,27

Fiji

16,91

16,91

100 %

16,91

100 %

2,41

14 %

2,41

14 %

0,00

19,32

19,32

19,32

Kiribati

9,01

9,01

100 %

9,01

100 %

0,78

9 %

0,78

9 %

0,00

9,79

9,79

9,79

Papoea-Nieuw-Guinea

40,51

40,51

100 %

39,49

97 %

11,08

27 %

11,17

28 %

44,00

95,59

94,85

93,86

Salomonseilanden

13,86

13,86

100 %

13,52

98 %

76,82

554 %

76,82

554 %

0,00

90,68

90,34

90,34

Tonga

5,03

5,03

100 %

5,03

100 %

0,47

9 %

0,47

9 %

0,00

5,50

5,49

5,50

Tuvalu

1,90

1,90

100 %

1,90

100 %

0,50

26 %

0,50

26 %

0,00

2,40

2,40

2,40

Vanuatu

10,23

10,23

100 %

10,23

100 %

5,54

54 %

5,54

54 %

5,26

21,03

20,99

20,99

West-Samoa

14,07

14,07

100 %

14,07

100 %

5,03

36 %

5,03

36 %

3,43

22,53

22,53

22,53

* Totaal Stille Oceaan

111,52

111,52

100 %

110,16

99 %

102,65

92 %

102,74

92 %

52,68

266,85

265,73

264,74

Caribisch gebied

41,64

41,64

100 %

40,16

96 %

19,68

47 %

13,79

33 %

0,00

61,32

60,21

53,95

Regio Centraal-Afrika

77,04

77,04

100 %

76,78

100 %

0 %

0 %

0,00

77,04

76,78

76,78

Regio Oost-Afrika

161,91

161,91

100 %

158,91

98 %

0 %

0 %

0,00

161,91

161,91

158,91

Regio Indische Oceaan

11,47

11,47

100 %

11,47

100 %

0 %

0 %

0,00

11,47

11,47

11,47

Intra-ACS-toewijzingen

685,00

685,00

100 %

663,23

97 %

0 %

0 %

0,00

685,00

679,54

663,23

Multiregionaal (Palop)

10,83

10,83

100 %

10,20

94 %

0 %

0 %

0,00

10,83

10,29

10,20

Pacifisch gebied

32,73

32,73

100 %

32,73

100 %

0 %

0 %

0,00

32,73

32,73

32,73

Regio Zuid-Afrika

57,20

57,20

100 %

57,20

100 %

0 %

0 %

0,00

57,20

57,20

57,20

Regio West-Afrika

197,36

197,36

100 %

194,46

99 %

28,81

15 %

28,81

15 %

0,00

226,17

225,64

223,27

* Totaal regionale samenwerking ACS

1 275,16

1 275,16

100 %

1 245,14

98 %

48,49

4 %

42,60

3 %

0,00

1 323,66

1 315,76

1 287,73

Administratieve en financiële uitgaven

34,91

34,91

34,91

34,91

34,91

Alle ACS-landen

1 121,38

1 141,87

1 121,38

1 128,02

1 141,87

* Totaal ACS

5 019,88

5 019,63

100 %

4 942,61

98 %

4 754,56

95 %

4 727,92

94 %

655,81

10 430,00

10 391,06

10 316,63

Anguilla

0,80

0,80

100 %

0,80

100 %

0 %

0 %

0,00

0,80

0,80

0,80

Britse Maagdeneilanden

0,51

0,51

0,00

0,51

0,51

0,51

Montserrat

1,60

1,60

100 %

1,60

100 %

0 %

0 %

0,00

1,60

1,60

1,60

Sint-Helena

0,06

0,06

100 %

0,06

100 %

0 %

0 %

0,00

0,06

0,06

0,06

Turks- en Caicoseilanden

3,00

3,00

0,00

3,00

3,00

3,00

* Totaal Britse LGO

2,45

2,45

100 %

2,45

100 %

3,51

143 %

3,51

143 %

0,00

5,97

5,97

5,97

Aruba

0,40

0,40

100 %

0,40

100 %

0 %

0 %

0,00

0,40

0,40

0,40

Nederlandse Antillen

3,66

3,66

100 %

3,66

100 %

0 %

0 %

0,00

3,66

3,66

3,66

* Totaal Nederlandse LGO

4,06

4,06

100 %

4,06

100 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

4,06

4,06

4,06

Frans-Polynesië

10,10

10,10

100 %

10,10

100 %

3,29

33 %

3,29

33 %

0,00

13,39

13,39

13,39

Mayotte

0,85

0,85

100 %

0,85

100 %

1,18

140 %

1,18

140 %

0,00

2,03

2,03

2,03

Nieuw-Caledonië

7,49

7,49

100 %

7,45

99 %

2,83

38 %

2,79

37 %

0,00

10,31

10,24

10,24

Saint-Pierre en Miquelon

3,47

3,47

100 %

3,47

100 %

0 %

0 %

0,00

3,47

3,47

3,47

Wallis en Futuna

1,45

1,45

100 %

1,45

100 %

0 %

0 %

0,00

1,45

1,45

1,45

* Totaal Franse LGO

23,36

23,36

100 %

23,32

100 %

7,30

31 %

7,27

31 %

0,00

30,66

30,59

30,59

EOF PTF Regionale projecten

4,92

4,92

100 %

4,92

100 %

0 %

0 %

0,00

4,92

4,92

4,92

EOF PTN Regionale projecten

1,00

1,00

100 %

0,46

45 %

0 %

0 %

0,00

1,00

0,46

0,46

EOF PTU Regionale projecten

1,64

1,64

100 %

0,12

7 %

0 %

0 %

0,00

1,64

0,12

0,12

* Totaal regionale samenwerking LGO

7,56

7,56

100 %

5,49

73 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

7,56

5,49

5,49

* Totaal LGO

37,42

37,42

100 %

35,32

94 %

10,81

29 %

10,78

29 %

0,00

48,24

46,10

46,10

* Totaal ACS + LGO

5 057,30

5 057,05

100 %

4 977,93

98 %

4 765,38

94 %

4 738,70

94 %

655,81

10 478,24

10 437,16

10 362,73


Tabel 3.1.2

Overzicht per instrument en per land

(miljoen EUR)

8e EOF

Jaar 2013

Lomé

Cotonou

TOTAAL

NIP

Totaal indicatieve programma's

Niet-NIP

Besluiten

% NIP

Betalingen

% NIP

Besluiten

% NIP

Betalingen

% NIP

Besluiten

Besluiten

Toegewezen fondsen

Betalingen

Angola

77,11

(3,30)

-4 %

(0,05)

0 %

0,00

0 %

0,02

0 %

0,00

(3,30)

(3,34)

(0,02)

Benin

111,99

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Botswana

31,27

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

(0,04)

(0,04)

Burkina Faso

171,09

(2,71)

-2 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(2,71)

(0,82)

0,00

Burundi

13,06

0,00

0 %

0,00

0 %

(0,02)

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,02)

0,00

0,00

Kameroen

102,67

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

(0,04)

0,00

Kaapverdië

29,68

(0,34)

-1 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,34)

(0,03)

0,00

Centraal-Afrikaanse Republiek

54,86

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

(0,06)

0,00

Tsjaad

143,01

(4,22)

-3 %

(0,05)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(4,22)

(0,45)

(0,05)

Comoren

10,46

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Congo (Brazzaville)

9,50

(1,80)

-19 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(1,80)

(0,19)

0,00

Democratische Republiek Congo

19,38

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Djibouti

15,68

(0,79)

-5 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,79)

0,00

0,00

Equatoriaal-Guinea

3,63

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Eritrea

0,08

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Ethiopië

143,00

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,41

0 %

0,00

0,00

0,00

0,41

Gabon

37,39

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

(0,09)

1,80

Gambia

17,03

0,00

0 %

0,00

0 %

(0,04)

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,04)

0,00

0,00

Ghana

121,58

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

(0,51)

(0,51)

(0,26)

0,11

Guinee-Bissau

41,89

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

(0,75)

(0,75)

(0,02)

0,00

Guinee (Conakry)

93,85

(0,90)

-1 %

4,73

5 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,90)

(0,21)

4,73

Ivoorkust

53,19

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Kenia

67,00

0,00

0 %

(0,03)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

(0,03)

Lesotho

48,64

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Liberia

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Madagaskar

161,05

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Malawi

184,23

(1,39)

-1 %

0,38

0 %

0,00

0 %

1,04

1 %

(0,20)

(1,59)

(0,54)

1,41

Mali

200,43

(0,30)

0 %

(0,07)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,30)

(0,60)

(0,07)

Mauritanië

57,42

(0,26)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

(7,91)

(8,17)

0,00

0,00

Mauritius

30,07

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,02

0 %

0,00

0,00

0,00

0,02

Mozambique

170,67

0,00

0 %

(0,10)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

(1,29)

(0,10)

Namibië

48,93

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Niger

111,35

(0,28)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,28)

1,62

5,90

Nigeria

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Rwanda

94,60

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Sao Tomé en Principe

8,52

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Senegal

95,01

(0,77)

-1 %

(0,01)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,77)

(0,06)

(0,01)

Seychellen

5,46

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Sierra Leone

64,52

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

(0,11)

0,00

Somalië

50,00

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Sudan

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Swaziland

21,25

(2,23)

-10 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

(0,46)

(2,68)

(0,28)

(0,00)

Tanzania

198,68

(0,85)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,85)

0,00

0,00

Togo

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Uganda

194,01

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Zambia

136,24

(0,77)

-1 %

(0,00)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,77)

0,00

(0,00)

Zimbabwe

86,63

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

* Totaal Afrika

3 336,09

(20,90)

-1 %

4,81

0 %

(0,06)

0 %

1,49

0 %

(9,82)

(30,77)

(6,81)

14,07

Antigua en Barbuda

0,64

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Bahamas

2,20

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Barbados

4,47

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Belize

10,36

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Dominica

6,47

0 %

(0,00)

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,08

Dominicaanse Republiek

94,03

(0,14)

0 %

(0,00)

0 %

0 %

0 %

(0,14)

(0,00)

(0,00)

Grenada

0,48

(0,09)

-18 %

0 %

0 %

0 %

(0,09)

0,00

0,00

Guyana

30,32

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

(0,49)

0,00

Haïti

63,98

(0,17)

0 %

0 %

0 %

0 %

(0,17)

(0,13)

0,00

Jamaica

52,65

(0,01)

0 %

0 %

0 %

0 %

(0,01)

0,00

0,00

Saint Kitts en Nevis

2,72

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Saint Lucia

1,31

0 %

0 %

0 %

4,34

331 %

0,00

0,00

4,34

Saint Vincent en de Grenadines

1,68

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Suriname

19,19

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Trinidad en Tobago

6,60

0 %

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

* Totaal Caribisch gebied

297,10

(0,42)

0 %

(0,00)

0 %

0,00

0 %

4,34

1 %

0,00

(0,42)

(0,62)

4,42

Fiji

16,91

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

Kiribati

9,01

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

Papoea-Nieuw-Guinea

40,51

(2,24)

-6 %

0 %

0 %

0,00

0 %

(6,00)

(8,24)

(1,58)

0,01

Salomonseilanden

13,86

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

Tonga

5,03

0,00

0 %

0 %

0 %

0,10

2 %

0,00

0,00

0,10

Tuvalu

1,90

0,00

0 %

0 %

0 %

0 %

Vanuatu

10,23

0,00

0 %

0 %

0 %

0 %

West-Samoa

14,07

0,00

0 %

0 %

0 %

0 %

* Totaal Stille Oceaan

111,52

(2,24)

-2 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,10

0 %

(6,00)

(8,24)

(1,58)

0,11

Caribisch gebied

41,64

(0,61)

-1 %

0,00

0 %

0 %

0 %

(0,61)

0,00

0,00

Regio Centraal-Afrika

77,04

0,00

0 %

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Regio Oost-Afrika

161,91

(0,33)

0 %

0,00

0 %

0 %

0 %

(0,33)

0,00

0,00

Regio Indische Oceaan

11,47

0,00

0 %

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Intra-ACS-toewijzingen

685,00

(33,52)

-5 %

(0,12)

0 %

0 %

0 %

(33,52)

(2,50)

(0,12)

Multiregionaal (Palop)

10,83

0,00

0 %

(0,02)

0 %

0 %

0 %

0,00

(0,10)

(0,02)

Pacifisch gebied

32,73

0,00

0 %

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Regio Zuid-Afrika

57,20

0,00

0 %

0,00

0 %

0 %

0 %

0,00

0,00

0,00

Regio West-Afrika

197,36

(3,81)

-2 %

(0,22)

0 %

0 %

0 %

(3,81)

(1,89)

(0,22)

* Totaal regionale samenwerking ACS

1 275,16

(38,28)

-3 %

(0,36)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(38,28)

(4,49)

(0,36)

Administratieve en financiële uitgaven

(0,92)

(0,92)

Alle ACS-landen

(18,99)

(0,20)

(18,99)

2,89

(0,20)

* Totaal ACS

5 019,88

(61,83)

-1 %

4,44

0 %

(19,97)

0 %

5,73

2 %

(15,82)

(97,61)

(10,61)

18,04

Anguilla

0,80

0 %

0 %

0 %

0 %

Britse Maagdeneilanden

Montserrat

1,60

0 %

0 %

0 %

0 %

Sint-Helena

0,06

0 %

0 %

0 %

0 %

Turks- en Caicoseilanden

* Totaal Britse LGO

2,45

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Aruba

0,40

0 %

0 %

0 %

0 %

Nederlandse Antillen

3,66

0 %

0 %

0 %

0 %

* Totaal Nederlandse LGO

4,06

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

Frans-Polynesië

10,10

0 %

0 %

0 %

0 %

Mayotte

0,85

0 %

0 %

0 %

0 %

Nieuw-Caledonië

7,49

0 %

0 %

0 %

0 %

Saint-Pierre en Miquelon

3,47

0 %

0 %

0 %

0 %

Wallis en Futuna

1,45

0 %

0 %

0 %

0 %

* Totaal Franse LGO

23,36

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0,00

0,00

0,00

EOF PTF Regionale projecten

4,92

(0,07)

-1 %

0 %

0 %

0 %

(0,07)

EOF PTN Regionale projecten

1,00

0 %

0 %

0 %

0 %

EOF PTU Regionale projecten

1,64

0 %

0 %

0 %

0 %

* Totaal regionale samenwerking LGO

7,56

(0,07)

-1 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,07)

0,00

0,00

* Totaal LGO

37,42

(0,07)

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

0 %

0,00

(0,07)

0,00

0,00

* Totaal ACS + LGO

5 057,30

(61,90)

-1 %

4,44

0 %

(19,97)

0 %

5,73

0 %

(15,82)

(97,69)

(10,61)

18,04


Tabel 3.1.3

Overzicht per instrument en per land

(miljoen EUR)

8e EOF

Besluiten Cumulatief 2013

Lomé

Cotonou

TOTAAL LAND

NIP

Niet-NIP

Totaal Niet-NIP

Rente

Totaal

Subsidies

A-enveloppe

B-enveloppe

Totaal

Rente-subsidies

Spoedhulp

Hulp aan vluchtelingen

Risicokapitaal

Stabex

Sysmin

Structurele aanpassing

HIP-landen

Angola

77,11

11,18

15,88

27,06

104,16

104,16

Benin

111,99

5,76

1,02

52,76

59,53

171,52

171,52

Botswana

31,27

2,10

0,11

2,21

33,48

3,88

27,56

31,44

64,92

Burkina Faso

171,09

1,01

13,92

1,54

87,60

104,07

275,15

117,83

117,83

392,99

Burundi

13,06

25,00

19,63

9,23

53,86

66,91

66,91

Kameroen

102,67

68,62

17,41

43,99

130,03

232,70

232,70

Kaapverdië

29,43

2,58

4,77

0,66

17,98

25,99

55,42

55,42

Centraal-Afrikaanse Republiek

54,86

0,40

6,31

22,90

29,61

84,47

84,47

Tsjaad

143,01

2,05

15,55

50,98

68,57

211,58

211,58

Comoren

10,46

0,71

4,94

5,66

16,12

16,12

Congo (Brazzaville)

9,50

3,63

3,63

13,13

13,13

Democratische Republiek Congo

19,38

1,91

21,35

4,69

27,96

47,34

47,34

Djibouti

15,68

2,00

9,00

11,00

26,68

26,68

Equatoriaal-Guinea

3,63

0,79

0,79

4,42

4,42

Eritrea

0,08

9,55

8,37

17,93

18,01

18,01

Ethiopië

143,00

3,36

6,64

66,00

5,25

112,60

193,85

336,85

0,04

0,04

336,89

Gabon

37,39

32,85

0,45

6,60

39,91

77,30

35,00

35,00

112,30

Gambia

17,03

4,49

9,04

13,53

30,56

30,56

Ghana

121,58

17,05

78,57

95,62

217,20

39,49

39,49

256,69

Guinee-Bissau

41,89

3,29

0,37

1,41

5,07

46,95

34,25

34,25

81,21

Guinee (Conakry)

93,85

21,36

21,36

115,20

115,20

Ivoorkust

53,19

0,33

82,05

21,70

104,08

157,27

157,27

Kenia

67,00

8,09

4,23

35,86

51,05

17,00

116,23

183,23

183,23

Lesotho

48,64

1,10

14,77

15,87

64,51

64,51

Liberia

4,96

19,90

24,86

24,86

24,86

Madagaskar

161,05

1,71

45,81

20,81

44,73

113,05

274,10

55,00

55,00

329,10

Malawi

184,23

1,39

10,71

11,43

49,80

73,33

257,56

24,86

24,86

282,42

Mali

200,43

4,66

35,70

79,41

119,77

320,20

320,20

Mauritanië

57,42

3,92

0,22

25,78

18,56

0,15

26,92

75,56

132,98

37,09

37,09

170,07

Mauritius

30,07

12,23

12,93

25,16

55,23

55,23

Mozambique

170,67

5,24

93,51

131,21

229,96

400,63

142,03

142,03

542,67

Namibië

48,93

17,36

1,11

4,23

0,20

22,89

71,82

71,82

Niger

111,35

0,28

0,14

39,44

39,86

151,21

0,99

54,58

55,57

206,78

Nigeria

5,00

5,00

5,00

5,00

Rwanda

94,60

25,99

55,40

81,39

175,99

175,99

Sao Tomé en Principe

8,52

3,71

3,71

12,23

12,23

Senegal

95,01

4,12

45,94

38,70

0,46

52,68

141,90

236,91

236,91

Seychellen

5,46

1,77

1,77

7,23

7,23

Sierra Leone

64,52

5,39

30,40

35,79

100,30

100,30

Somalië

50,00

50,00

50,00

Soedan

19,22

93,05

112,26

112,26

112,26

Swaziland

21,25

8,43

36,76

45,19

66,44

3,54

3,54

69,98

Tanzania

198,68

3,50

102,14

34,81

136,89

277,34

476,02

476,02

Togo

9,71

9,71

9,71

9,71

Uganda

194,01

1,60

92,03

35,57

94,27

223,48

417,48

417,48

Zambia

136,24

3,64

102,56

85,87

90,70

282,78

419,02

419,02

Zimbabwe

86,63

3,25

14,93

0,13

18,30

104,94

104,94

* Totaal Afrika

3 335,84

65,50

75,17

107,60

878,50

504,45

87,50

1 417,74

3 136,47

6 472,31

382,43

193,72

576,16

7 048,47

Antigua en Barbuda

0,64

0,64

0,64

Bahamas

2,20

2,20

2,20

Barbados

4,47

2,71

2,71

7,18

7,18

Belize

10,36

8,70

8,70

19,06

0,13

0,13

19,19

Dominica

6,47

2,78

29,10

31,87

38,34

38,34

Dominicaanse Republiek

94,03

8,85

0,17

30,98

0,34

40,35

134,38

134,38

Grenada

0,48

2,85

2,85

3,33

3,33

Guyana

30,32

6,61

12,50

10,69

29,80

60,12

60,12

Haïti

63,98

3,10

11,70

14,80

78,78

78,78

Jamaica

52,65

6,41

27,54

9,48

43,00

86,43

139,09

26,85

26,85

165,93

Saint Kitts en Nevis

2,72

4,00

4,00

6,72

6,72

Saint Lucia

1,31

0,84

47,85

48,69

50,00

50,00

Saint Vincent en de Grenadines

1,68

0,28

32,19

32,47

34,15

34,15

Suriname

19,19

0,20

0,20

19,39

19,39

Trinidad en Tobago

6,60

0,78

7,00

7,78

14,38

14,38

* Totaal Caribisch gebied

297,10

20,08

0,17

87,61

124,56

12,84

65,39

310,66

607,76

26,98

26,98

634,73

Fiji

16,91

0,41

2,00

2,41

19,32

19,32

Kiribati

9,01

0,50

0,28

0,78

9,79

9,79

Papoea-Nieuw-Guinea

40,51

0,08

0,65

0,48

9,88

11,08

51,59

44,00

44,00

95,59

Salomonseilanden

13,86

74,64

2,18

76,82

90,68

90,68

Tonga

5,03

0,47

0,47

5,50

5,50

Tuvalu

1,90

0,50

0,00

0,50

2,40

2,40

Vanuatu

10,23

0,14

3,00

0,81

1,59

5,54

15,77

5,26

5,26

21,03

West-Samoa

14,07

5,00

0,03

5,03

19,10

3,43

3,43

22,53

* Totaal Stille Oceaan

111,52

0,64

11,00

76,89

0,48

13,64

102,65

214,17

8,68

44,00

52,68

266,85

Caribisch gebied

41,64

19,68

19,68

61,32

61,32

Regio Centraal-Afrika

77,04

77,04

77,04

Regio Oost-Afrika

161,91

161,91

161,91

Regio Indische Oceaan

11,47

11,47

11,47

Intra-ACS-toewijzingen

685,00

685,00

685,00

Multiregionaal (Palop)

10,83

10,83

10,83

Pacifisch gebied

32,73

32,73

32,73

Regio Zuid-Afrika

57,20

57,20

57,20

Regio West-Afrika

197,36

1,71

27,10

28,81

226,17

226,17

* Totaal regionale samenwerking ACS

1 275,16

1,71

46,78

48,49

1 323,66

1 323,66

Administratieve en financiële uitgaven

34,91

34,91

34,91

Alle ACS-landen

(4,29)

60,27

(6,65)

(4,54)

16,58

1 060,00

1 121,38

1 121,38

1 121,38

* Totaal ACS

5 019,63

83,00

136,25

100,95

1 019,36

722,49

100,82

1 496,78

1 060,00

4 719,65

34,91

9 774,19

418,09

237,72

655,81

10 430,00

Anguilla

0,80

0,80

0,80

Britse Maagdeneilanden

0,51

0,51

0,51

0,51

Montserrat

1,60

1,60

1,60

Sint-Helena

0,06

0,06

0,06

Turks- en Caicoseilanden

3,00

3,00

3,00

3,00

* Totaal Britse LGO

2,45

0,51

3,00

3,51

5,97

5,97

Aruba

0,40

0,40

0,40

Nederlandse Antillen

3,66

3,66

3,66

* Totaal Nederlandse LGO

4,06

4,06

4,06

Frans-Polynesië

10,10

0,29

3,00

3,29

13,39

13,39

Mayotte

0,85

1,18

1,18

2,03

2,03

Nieuw-Caledonië

7,49

0,33

2,49

2,83

10,31

10,31

Saint-Pierre en Miquelon

3,47

3,47

3,47

Wallis en Futuna

1,45

1,45

1,45

* Totaal Franse LGO

23,36

0,63

3,00

1,18

2,49

7,30

30,66

30,66

EOF PTF Regionale projecten

4,92

4,92

4,92

EOF PTN Regionale projecten

1,00

1,00

1,00

EOF PTU Regionale projecten

1,64

1,64

1,64

* Totaal regionale samenwerking LGO

7,56

7,56

7,56

* Totaal LGO

37,42

1,14

6,00

1,18

2,49

10,81

48,24

48,24

* Totaal ACS + LGO

5 057,05

84,14

136,25

100,95

1 025,36

723,68

103,31

1 496,78

1 060,00

4 730,46

34,91

9 822,43

418,09

237,72

655,81

10 478,24


Tabel 3.1.4

Overzicht per instrument en per land

(miljoen EUR)

8e EOF

Besluiten jaar 2013

Lomé

Cotonou

TOTAAL LAND

NIP

Niet-NIP

Totaal Niet-NIP

Rente

Totaal

Subsidies

A-enveloppe

B-enveloppe

Totaal

Rente-subsidies

Spoedhulp

Hulp aan vluchtelingen

Risico-kapitaal

Stabex

Sysmin

Structurele aanpassing

HIPC-landen

Angola

(3,30)

(3,30)

(3,30)

Benin

Botswana

Burkina Faso

(2,71)

(2,71)

(2,71)

Burundi

(0,02)

(0,02)

(0,02)

(0,02)

Kameroen

Kaapverdië

(0,34)

(0,34)

(0,34)

Centraal-Afrikaanse Republiek

Tsjaad

(4,22)

(4,22)

(4,22)

Comoren

Congo (Brazzaville)

(1,80)