Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

VERORDENING VAN DE RAAD

Brussel, 6.10.2016

COM(2016) 643 final

2016/0313(NLE)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

TOELICHTING

Bestanden van diepzeevissen zijn bestanden die worden bevist in wateren buiten de voornaamste visgronden op het continentaal plat. Zij komen voor op de continentale hellingen of in de nabijheid van onderzeese bergen. Het gaat in de meeste gevallen om traaggroeiende en langlevende soorten, die juist vanwege die kenmerken bijzonder kwetsbaar zijn voor visserijactiviteiten. Een andere belangrijke reden waarom een diepzeesoort kwetsbaar is voor bevissing, is dat deze bevist kan worden in plaatselijke concentraties, met name in de paaitijd. Dat geldt voor Atlantische slijmkop, blauwe leng en beryciden.

Wanneer diepzeevisserij ongelimiteerd wordt toegestaan, ontstaat er net als voor alle natuurlijke visbestanden een wedloop tussen de visserijondernemingen om zich een gratis hulpbron toe te eigenen zonder daarbij voldoende rekening te houden met de duurzame exploitatieniveaus. Bij sommige diepzeesoorten is dit duidelijk het geval geweest, tot de Europese Unie in 2003 begon met het reglementeren van deze bestanden. Zo zijn waardevolle bestanden Atlantische slijmkop in de noodwestelijke wateren en zeebrasem in de Golf van Biskaje inmiddels uitgeput. Daarom is beperking van de visserijactiviteit een noodzakelijke vorm van openbare interventie om de afkalving van de inkomens van de vissers te voorkomen, de exploitatie af te stemmen op hogere opbrengsten op de lange termijn, en de impact van de plotseling geringere omvang van bepaalde vispopulaties op het ecosysteem en het voedselweb te beperken. In het geval van diepzeesoorten is deze openbare interventie van bijzonder belang, omdat het herstel van uitgeputte bestanden zeer lang kan duren en mogelijk zelfs uitblijft.

De Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) brengt elke twee jaar een uitgebreid onderzoek uit over de biologische situatie van de diepzeebestanden. Het meest recente ICES-advies dateert van juni 2016. Dit voorstel voor de vaststelling van de vangstmogelijkheden bevat elementen die zijn gebaseerd op nader onderzoek dat het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) in juli 2016 heeft uitgevoerd. Uit het advies van de ICES en het WTECV blijkt dat de meeste diepzeebestanden die in dit voorstel zijn opgenomen, nog steeds niet op duurzame wijze worden geëxploiteerd en dat om de duurzaamheid van die bestanden te verzekeren, de desbetreffende vangstmogelijkheden verder moeten worden verlaagd totdat de ontwikkeling van de bestanden een positieve trend te zien geeft. Dit vormt de basis voor de vastlegging van de vangstmogelijkheden voor diepzeesoorten overeenkomstig het beginsel in artikel 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad, waar is bepaald wetenschappelijk advies een van de leidraden moet zijn bij de besluitvorming in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Algemene context

Vissen op diepzeesoorten wordt in de EU sinds 2003 gereglementeerd aan de hand van de totale toegestane vangsten ("total allowable catches" of TAC’s) per soort en per gebied, en in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan aan de hand van de maximale toegestane visserijinspanning. Voor 2015 en 2016 zijn de totale toegestane vangsten voor bepaalde diepzeesoorten vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1367/2014 van de Raad van 15 december 2014 tot vaststelling, voor 2015 en 2016, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen 1 .

De vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden is een exclusieve bevoegdheid van de Unie. De verplichtingen inzake de duurzame exploitatie van de levende aquatische hulpbronnen zijn vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name krachtens lid 2 van dat artikel 2 moet een voorzorgsbenadering van het visserijbeheer worden toegepast (als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van die verordening) en dient het gemeenschappelijk visserijbeleid gericht te zijn op het herstel en behoud van de maximale duurzame opbrengst (maximum sustainable yield of MSY). Krachtens artikel 16, lid 4, van die verordening moeten de vangstmogelijkheden bovendien worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 2, lid 2, bedoelde doelstellingen.

Voorts moeten de vangstmogelijkheden voor de diepzeevisserij worden vastgesteld in overeenstemming met de internationale overeenkomsten, onder meer de overeenkomst van de Verenigde Naties van 1995 betreffende de instandhouding en het beheer van grensoverschrijdende bestanden en bestanden van over grote afstanden trekkende soorten (hierna de "VN-visbestandenovereenkomst van 1995" genoemd). Met name is voorzichtigheid geboden wanneer de informatie onzeker, onbetrouwbaar of niet adequaat is. Op grond van artikel 6, lid 2, van de VN-visbestandenovereenkomst van 1995 mag het ontbreken van adequate wetenschappelijke informatie niet worden gebruikt als reden om instandhoudings- en beheersmaatregelen uit te stellen of achterwege te laten. De voorgestelde TAC's sporen ook met de internationale richtsnoeren voor het beheer van de diepzeevisserij op volle zee die in 2008 door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) zijn vastgesteld en in verschillende resoluties van de Algemene Vergadering van de VN zijn bevestigd (resoluties 61/105 van 2007, 64/72 van 2009 en, meer recent, 70/235 van 2015).

Weliswaar wordt een aantal diepzeebestanden ook door andere visserijlanden bevist, met name Noorwegen, IJsland, de Faeröer, Rusland en Marokko, en moet ernaar worden gestreefd om tot een overeenkomst over geharmoniseerde beheersmaatregelen te komen met die landen of, voor zover de bestanden in de internationale wateren leven, in het kader van de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC), maar in afwachting van dergelijke overeenkomsten zijn unilaterale maatregelen voor vaartuigen van de Europese Unie nodig. Dergelijke overeenkomsten zijn noodzakelijk om de hierboven bedoelde negatieve consequenties van ongereglementeerde visserij en de uitputting van bestanden te voorkomen.

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

De bestaande bepalingen op het gebied van het voorstel zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1367/2014 van de Raad en zijn geldig tot en met 31 december 2016. De bepalingen zijn gekoppeld aan Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften 2 .

De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling

2.    RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Conform artikel 43, lid 3, VWEU stelt de Raad op voorstel van de Commissie de maatregelen vast "voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden". Het onderhavige voorstel beperkt zich tot de vaststelling en de verdeling van vangstmogelijkheden en voorwaarden die functioneel verbonden zijn met het gebruik van die vangstmogelijkheden.

Om de met het gemeenschappelijk visserijbeleid beoogde totstandbrenging van ecologisch, economisch en sociaal duurzame visserijen te verwezenlijken, wordt in dit voorstel in de vorm van een verordening van de Raad vastgesteld aan welke vangstbeperkingen de vissersvloten van de Unie zich moeten houden met betrekking tot de commercieel belangrijkste diepzeesoorten in de wateren van de Unie en de internationale wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan. Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie op grond van artikel 3, lid 1, onder d), VWEU. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, VWEU dient de Raad maatregelen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden vast te stellen.

Gezien artikel 16, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 staat het de lidstaten vrij om vangstmogelijkheden die niet onder een systeem van overdraagbare visserijconcessies vallen, overeenkomstig artikel 16, lid 7, en overeenkomstig de criteria van artikel 17 toe te wijzen aan regio's en marktdeelnemers. De lidstaten hebben dus ruimte om conform het sociaaleconomische model van hun keuze te beslissen hoe zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten.

Het voorstel is opgesteld op basis van de beginselen en de richtsnoeren van de mededeling van de Commissie betreffende een raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2017 (COM(2016) 396 final) waarin de Commissie voor alle bestanden uiteenzet welke standpunten en bedoelingen aan de basis liggen van haar voorstellen voor vangstmogelijkheden in 2017. De Commissie pleegt op basis van deze mededeling breed overleg met de belanghebbenden, het maatschappelijk middenveld, de lidstaten en het grote publiek.

2016/0313 (NLE)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

Op slechts één geval na (rondneusgrenadier) kunnen wetenschappers op basis van de beschikbare informatie over alle bestanden die onder dit voorstel vallen, geen volledige inschatting maken van de situatie van het bestand, noch wat de omvang van de populatie, noch wat de visserijsterfte betreft. Hier zijn diverse redenen voor: omdat het vaak om zeer langlevende en traaggroeiende soorten gaat, is het bijzonder moeilijk om de bestanden in leeftijdsklassen in te delen en om het effect van de visserij op de bestanden te bepalen aan de hand van veranderingen in de lengte of de leeftijdsopbouw van de gevangen vissen. De frequentie van de rekrutering van juveniele vis in de bestanden is onbekend. De bestanden zijn wijdverspreid op diepten die om praktische redenen moeilijk te onderzoeken zijn. Gegevens uit wetenschappelijke peilingen zijn vaak niet beschikbaar als gevolg van het geringe commerciële belang van deze bestanden, of dekken niet het hele verspreidingsgebied. De visserijactiviteiten zijn soms slechts ten dele en sinds relatief korte tijd gericht op deze soorten.

De voorgestelde vangstbeperkingen zijn in overeenstemming met de beginselen in de hierboven genoemde mededeling van de Commissie betreffende een raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2017. In deze mededeling zet de Commissie haar standpunten over de wijze van vaststelling van vangstmogelijkheden uiteen. Die regels worden hieronder opgevoerd en zijn gevolgd bij het opstellen van dit TACvoorstel.

  • Als wetenschappelijk advies wordt verstrekt op basis van volledige gegevens en een kwantitatieve analyse en prognoses conform het "MSY-kader" van de ICES, moeten de TAC’s volgens dat advies worden vastgesteld. Dit is het geval bij de voorgestelde TAC voor rondneusgrenadier en noordelijke grenadier in de noodwestelijke wateren. Over de TAC's voor rondneusgrenadier en noordelijke grenadier is een zaak aanhangig bij het Hof 3 . De vier betrokken TAC's worden tot later in het jaar als "p.m." (pro memoria) in dit voorstel aangegeven.

  • Als indicatief wetenschappelijk advies wordt verstrekt op basis van een kwalitatieve analyse van de beschikbare informatie (zelfs als die onvolledig is of het oordeel van een deskundige omvat), moet dit advies worden gebruikt als basis voor de besluiten inzake de TAC’s. Overeenkomstig die aanpak wordt voorgesteld de TAC in tien gevallen te verlagen en in één geval over te dragen. Voor zeebrasem in gebieden VI, VII en VIII adviseert de ICES voor 2017 en 2018 een nulvangst. Aangezien bijvangsten waarschijnlijk onvermijdelijk zijn, geldt de voorgestelde TAC alleen voor bijvangsten. De TAC voor zeebrasem in gebied IX wordt uitgebreid tot het CECAFgebied waar deze soort in grote hoeveelheden wordt gevangen. De TAC in gebied IX beperkt de visserijsterfte namelijk niet voldoende tenzij deze wordt uitgebreid tot CECAF.

  • Voor één bestand zwarte haarstaartvis is nog geen advies beschikbaar. Voor diepzeehaaien zal het ICES-advies pas uiterlijk in oktober 2016 worden uitgebracht. Vandaar de opmerking "p.m." bij 3 TAC's voor diepzeehaaien en één bestand zwarte haarstaartvis. Deze waarden zullen worden ingevuld na vaststelling van het voorstel door de Commissie.

  • De drie TAC's voor Atlantische slijmkop (nul sinds 2010) worden geschrapt en de soort wordt een verboden soort. Het bestand is uitgeput en herstelt niet. De ICES wijst erop dat sinds 2010 geen gerichte EUvisserij plaatsvindt in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan.

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 43, lid 3, van het Verdrag moet de Raad op voorstel van de Commissie maatregelen vaststellen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

  2. Krachtens Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid 4 moeten instandhoudingsmaatregelen worden vastgesteld met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en economische advies, met inbegrip van, waar toepasselijk, de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).

  3. De Raad moet maatregelen voor de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen, inclusief in voorkomend geval bepaalde voorwaarden die daar functioneel verband mee houden. De vangstmogelijkheden moeten, met inachtneming van de in Verordening (EU) nr. 1380/2013 bepaalde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, zo over de lidstaten worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten per bestand of per visserij geniet.

  1. De vangstmogelijkheden voor diepzeesoorten als omschreven in artikel 2, punt a), van Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad 5 , worden telkens voor twee jaar vastgesteld.

  2. De totale toegestane vangsten (total allowable catches - TAC's) moeten worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten en van de noodzaak een billijke behandeling van de visserijsectoren te garanderen, alsmede in het licht van de standpunten die worden ingenomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, en met name de betrokken regionale adviesraden.

  3. De vangstmogelijkheden moeten in overeenstemming zijn met de internationale overeenkomsten en beginselen, onder meer de overeenkomst van de Verenigde Naties van 1995 betreffende de instandhouding en het beheer van grensoverschrijdende bestanden en bestanden van over grote afstanden trekkende soorten 6 , en de gedetailleerde beheersbeginselen zoals vastgesteld in de in 2008 door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties vastgestelde internationale richtsnoeren voor het beheer van de diepzeevisserij op volle zee, waarin met name wordt gesteld dat wetgevers voorzichtiger moeten zijn wanneer informatie onzeker, onbetrouwbaar of niet adequaat is. Het ontbreken van adequate wetenschappelijke informatie mag geen reden zijn om instandhoudings- en beheersmaatregelen uit te stellen of achterwege te laten.

  4. Uit het meest recente advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en van het WTECV blijkt dat de meeste diepzeebestanden nog steeds niet duurzaam worden geëxploiteerd, en dat om de duurzaamheid van die bestanden te verzekeren, de desbetreffende vangstmogelijkheden verder moeten worden verlaagd, totdat de ontwikkeling van de bestanden een positieve trend te zien geeft.

  5. Voor het bestand zeebrasem in de westelijke wateren adviseert de ICES een nulvangst; de TAC voor die soort in de westelijke wateren geldt uitsluitend voor bijvangsten. Veel zeebaars wordt gevangen in CECAFgebied 34.1.11, dat grenst aan ICESdeelgebied IX. Om alle vangsten van dit bestand zeebrasem effectief te beperken, moet de TAC die momenteel voor ICESdeelgebied IX is vastgesteld, daarom worden uitgebreid tot CECAFgebied 34.1.11.

  6. Bovendien adviseert de ICES een nulvangst voor Atlantische slijmkop tot 2020. In het verleden zijn voor Atlantische slijmkop TAC's vastgesteld (sinds 2010 op nul). Aangezien dit bestand uitgeput is en niet herstelt, moet nu een verbod worden vastgesteld op het bevissen, aan boord houden, overladen en aanlanden van deze soort. De ICES wijst erop dat sinds 2010 geen gerichte Unievisserij plaatsvindt in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan.

  7. [deze overweging moet worden aangepast conform de uitspraak van het Hof] Uit wetenschappelijk advies en recente besprekingen in de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) blijkt dat vangsten van rondneusgrenadier mogelijk verkeerdelijk worden opgegeven als vangsten van noordelijke grenadier. Daarom dienen in dit verband TAC's voor beide soorten te worden vastgesteld en moet het tegelijkertijd mogelijk worden gemaakt over elke soort afzonderlijk te rapporteren.

  8. [deze overweging moet worden aangepast na het uitbrengen van het ICESadvies] De voornaamste commerciële soorten diepzeehaaien worden als uitgeput beschouwd. Daarom mag geen gerichte bevissing van diepzeehaaien plaatsvinden.

  9. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota 7 moeten de bestanden waarvoor diverse daarin bedoelde maatregelen gelden, worden vastgesteld. Voorzorgs-TAC's moeten worden vastgesteld voor bestanden waarvoor geen wetenschappelijk gefundeerde evaluatie van de vangstmogelijkheden beschikbaar is voor het jaar waarin de TAC's moeten worden vastgesteld; in de andere gevallen moeten analytische TAC's worden vastgesteld. Voor sommige diepzeebestanden is er, zo blijkt uit het advies van de ICES en het WTECV, geen wetenschappelijk gefundeerde evaluatie van de desbetreffende vangstmogelijkheden beschikbaar. Bijgevolg moeten voor deze bestanden voorzorgsTAC's worden vastgesteld.

  10. Om onderbrekingen in de visserijactiviteiten te vermijden en om het inkomen van de vissers in de Unie veilig te stellen, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2017 van toepassing te zijn. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Onderwerp

Bij deze verordening wordt voor 2017 en 2018 vastgesteld welke jaarlijkse vangstmogelijkheden voor visbestanden van bepaalde diepzeesoorten ter beschikking van vissersvaartuigen van de Unie staan in wateren van de Unie en in bepaalde wateren buiten de Unie waar vangstbeperkingen nodig zijn.

Artikel 2
Definities

1.    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)    "vissersvaartuig van de Unie": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd;

b)    "wateren van de Unie": de wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde gebieden;

c)    "totale toegestane vangst (TAC)": de hoeveelheid van elk visbestand die elk jaar mag worden gevangen en aangeland;

d)    "quotum": een aan de Unie of een lidstaat toegewezen aandeel van de TAC;

e)    "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen.

2.    Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van zones:

a)    voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea — Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009 8 gespecificeerde geografische gebieden;

b)    voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries – Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 9 gespecificeerde geografische gebieden.

Artikel 3
TAC’s en verdeling

De TAC’s voor diepzeesoorten die door vissersvaartuigen van de Unie in wateren van de Unie en in bepaalde wateren buiten de Unie worden gevangen, de verdeling van die TAC’s over de lidstaten, en in voorkomend geval de voorwaarden die daar functioneel mee verbonden zijn, worden in de bijlage bij deze verordening vastgesteld.

Artikel 4
Bijzondere bepalingen inzake de verdeling van vangstmogelijkheden

  1. De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening over de lidstaten verdeeld onverminderd:

a)    het uitwisselen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

b)    kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad 10 ;

c)    nieuwe toewijzingen op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad 11 ;

d)    extra aanlandingen op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

e)    het inhouden van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96;

f)    verlagingen op grond van de artikelen 105 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

  1. Tenzij anders vermeld in de bijlage bij deze verordening, is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor een voorzorgs-TAC is vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor een analytische TAC is vastgesteld.

Artikel 5
Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor een TAC is vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of worden aangeland indien deze is gevangen door vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en indien dat quotum nog niet is opgebruikt.

Artikel 6
Verbod

Het is vissersvaartuigen van de Unie verboden om in wateren van de Unie en internationale wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV Atlantische slijmkop (Hoplostethus atlanticus) te bevissen, en om in die gebieden gevangen Atlantische slijmkop aan boord te houden, over te laden of aan te landen.

Artikel 7
Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aangelande hoeveelheden aan de Commissie toezenden, gebruiken zij daarvoor de in de bijlage bij de onderhavige verordening vermelde bestandscodes.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,    

   Voor de Raad

   De voorzitter

BIJLAGE bij Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

Brussel, 6.10.2016

COM(2016) 643 final

Tenzij anders bepaald, zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones.

DEEL 1
Definitie van soorten en groepen van soorten

1.    In de lijst in deel 2 van deze bijlage zijn de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde van de Latijnse namen van de vissoorten. De enige uitzondering op deze regel zijn de diepzeehaaien, die bovenaan in de lijst staan. Hieronder volgt een vergelijkende overzichtstabel met naast de in deze verordening gebruikte Latijnse namen de gewone namen:

Gewone naam

Drielettercode

Wetenschappelijke naam

Zwarte haarstaartvis

BSF

Aphanopus carbo

Beryciden

ALF

Beryx spp.

Rondneusgrenadier

RNG

Coryphaenoides rupestris

Noordelijke grenadier

RHG

Macrourus berglax

Zeebrasem

SBR

Pagellus bogaraveo

Gaffelkabeljauw

GFB

Phycis blennoides


2.    Voor de toepassing van deze verordening zijn "diepzeehaaien" haaien die voorkomen in de volgende lijst van soorten:

Gewone naam

Drielettercode

Wetenschappelijke naam

Diepzeekathaaien

API

Apristurus spp.

Franjehaai

HXC

Chlamydoselachus anguineus

Ruwe zwelghaaien

CWO

Centrophorus spp.

Portugese ijshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Langsnuitijshaai

CYP

Centroscymnus crepidater

Zwarte lantaarnhaai

CFB

Centroscyllium fabricii

Spitssnuitsnavelhaai

DCA

Deania calcea

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Zwarte doornhaai

ETX

Etmopterus spinax

Muiskathaai

GAM

Galeus murinus

Stompsnuitzeskieuwshaai

SBL

Hexanchus griseus

Zeilvinruwhaai

OXN

Oxynotus paradoxus

Mestandijshaai

SYR

Scymnodon ringens

Groenlandse haai

GSK

Somniosus microcephalus

DEEL 2
Jaarlijkse vangstmogelijkheden (ton levend gewicht)

Soort:

Diepzeehaaien

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van V, VI, VII, VIII en IX; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2

 

 

 

 

 

(DWS/ 56789-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

p.m.

pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Estland

p.m.

p.m.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland

p.m.

p.m.

Spanje

p.m.

p.m.

Frankrijk

p.m.

p.m.

Litouwen

p.m.

p.m.

Polen

p.m.

p.m.

Portugal

p.m.

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

 

 

 

 

 

Soort:

Diepzeehaaien

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van X

 

 

 

 

 

(DWS/10-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Portugal

p.m.

p.m.

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie

p.m.

p.m.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

p.m.

p.m.

 

 

 

 

 

Soort:

Diepzeehaaien, Deania hystricosa en Deania profundorum

Gebied:

internationale wateren van XII

 

 

 

 

 

(DWS/12INT-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Ierland

p.m.

p.m.

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje

p.m.

p.m.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk

p.m.

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

 

 

 

 

 

Soort:

Zwarte haarstaartvis

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van I, II, III en IV

 

Aphanopus carbo

 

 

(BSF/1234-)

 

Jaar

2017

2018

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Duitsland

3

3

Frankrijk

3

3

Verenigd Koninkrijk

3

3

Unie

9

9

TAC

9

9

 

 

 

 

 

Soort:

Zwarte haarstaartvis

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van V, VI, VII en XII

 

Aphanopus carbo

 

 

(BSF/56712-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

31

25

Estland

15

12

Ierland

77

61

Spanje

154

121

Frankrijk

2 159

1 703

Letland

100

79

Litouwen

1

1

Polen

1

1

Verenigd Koninkrijk

154

121

Andere (1)

8

6

Unie

2 700

2 130

TAC

2 700

2130

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort:

Zwarte haarstaartvis

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van VIII, IX en X

 

Aphanopus carbo

 

 

(BSF/8910-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Spanje

10

9

Frankrijk

25

21

Portugal

3 165

2 703

Unie

3 200

2 733

TAC

3 200

2 733

 

 

 

 

 

Soort:

Zwarte haarstaartvis

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van CECAF 34.1.2

 

Aphanopus carbo

 

 

(BSF/C3412-)

 

Jaar

2017

2018

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Portugal

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

 

 

 

 

 

Soort:

Beryciden

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV

 

Beryx spp.

 

 

(ALF/3X14-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Ierland

9

9

Spanje

63

63

Frankrijk

17

17

Portugal

182

182

Verenigd Koninkrijk

9

9

Unie

280

280

TAC

280

280

 

 

 

 

 

Soort:

Rondneusgrenadier en noordelijke grenadier

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van I, II en IV

Coryphaenoides rupestris en Macrourus berglax

(RNG/124-) voor rondneusgrenadier;

 

 

 

 

 

(RHG/124-) voor noordelijke grenadier

Jaar

2017

2018

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Denemarken

p.m.

p.m.

Duitsland

p.m.

p.m.

Frankrijk

p.m.

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

 

 

 

 

 

 

 

 

Soort:

Rondneusgrenadier en noordelijke grenadier

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van III

Coryphaenoides rupestris en Macrourus berglax

(RNG/03-) voor rondneusgrenadier;

(1)

 

 

 

 

 

(RHG/03-) voor noordelijke grenadier

 

Jaar

2017

2018

Voorzorgs-TAC

Denemarken

p.m.

p.m.

Duitsland

p.m.

p.m.

Zweden

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

(1)

In ICES-zone IIIa mag niet gericht op rondneusgrenadier worden gevist.

 

 

 

 

 

 

 

 

Soort:

Rondneusgrenadier en noordelijke grenadier

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII

Coryphaenoides rupestris en Macrourus berglax

 

(RNG/5B67-) voor rondneusgrenadier;

(3)

 

 

 

 

(RHG/5B67-) voor noordelijke grenadier

 

Jaar

2017(1)

2018(1)

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

p.m.

p.m.

Estland

p.m.

p.m.

Ierland

p.m.

p.m.

Spanje

p.m.

p.m.

Frankrijk

p.m.

p.m.

Litouwen

p.m.

p.m.

Polen

p.m.

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

Andere (2)

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

(1)

Ten hoogste 10 % van elk quotum mag worden gevist in wateren van de Unie en internationale wateren van VIII, IX, X, XII en XIV (RNG/*8X14- voor rondneusgrenadier; RHG/*8X14- voor noordelijke grenadier).

(2)

Uitsluitend voor bijvangsten. Gerichte visserij is niet toegestaan.

(3)

Wat betreft rondneusgrenadier, mag niet meer dan 95 % van het quotum van elke lidstaat worden aangeland.

Soort:

Rondneusgrenadier en noordelijke grenadier

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van VIII, IX, X, XII en XIV

Coryphaenoides rupestris en Macrourus berglax

 

(RNG/8X14-) voor rondneusgrenadier;

(2)

 

 

 

 

(RHG/8X14-) voor noordelijke grenadier

 

Jaar

2017(1)

2018(1)

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

p.m.

p.m.

Ierland

p.m.

p.m.

Spanje

p.m.

p.m.

Frankrijk

p.m.

p.m.

Letland

p.m.

p.m.

Litouwen

p.m.

p.m.

Polen

p.m.

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

TAC

p.m.

p.m.

(1)

Ten hoogste 10 % van elk quotum mag worden gevist in wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII (RNG/*5B67- voor rondneusgrenadier; RHG/*5B67- voor noordelijke grenadier).

(2)

Wat betreft rondneusgrenadier, mag niet meer dan 80 % van het quotum van elke lidstaat worden aangeland.

Soort:

Zeebrasem

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van VI, VII en VIII

 

Pagellus bogaraveo

 

(SBR/678-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Ierland (1)

4

3

Spanje (1)

102

82

Frankrijk (1)

5

4

Verenigd Koninkrijk (1)

13

10

Andere (1)

4

3

Unie (1)

128

102

TAC (1)

128

102

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

 

Soort:

Zeebrasem

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van IX en van CECAF 34.1.11

 

Pagellus bogaraveo

 

(SBR/9-3411)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Spanje (1)

126

109

Portugal (1)

34

29

Unie (1)

160

138

TAC (1)

160

138

(1)

Ten hoogste 8 % van het jaarlijkse quotum mag worden gevist in wateren van de Unie en internationale wateren van VI, VII en VIII (SBR/*678-).

Soort:

Zeebrasem

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van X

 

Pagellus bogaraveo

 

(SBR/10-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Spanje

4

4

Portugal

447

392

Verenigd Koninkrijk

4

4

Unie

455

400

TAC

455

400

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Soort:

Gaffelkabeljauw

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van I, II, III en IV

 

Phycis blennoides

 

 

(GFB/1234-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

8

7

Frankrijk

8

7

Verenigd Koninkrijk

14

10

Unie

30

24

TAC

30

24

 

 

 

 

 

Soort:

Gaffelkabeljauw

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van V, VI en VII

 

Phycis blennoides

 

 

(GFB/567-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland (1)

10

8

Ierland (1)

250

200

Spanje (1)

565

452

Frankrijk (1)

342

273

Verenigd Koninkrijk (1)

780

625

Unie (1)

1 947

1 558

TAC (1)

1 947

1 558

(1)

Ten hoogste 8 % van het jaarlijkse quotum mag worden gevist in wateren van de Unie en internationale wateren van VIII en IX (GFB/*89-).

Soort:

Gaffelkabeljauw

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van VIII en IX

 

Phycis blennoides

 

 

(GFB/89-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Spanje (1)

232

185

Frankrijk (1)

14

12

Portugal (1)

10

8

Unie (1)

256

205

TAC (1)

256

205

(1)

Ten hoogste 8 % van het jaarlijkse quotum mag worden gevist in wateren van de Unie en internationale wateren van V, VI, VII (GFB/*567-).

Soort:

Gaffelkabeljauw

 

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van X en XII

 

Phycis blennoides

 

 

(GFB/1012-)

 

Jaar

2017

2018

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

8

7

Portugal

36

28

Verenigd Koninkrijk

8

7

Unie

52

42

TAC

52

42