Home

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Brussel, 31.5.2017

COM(2017) 282 final

2017/0113(COD)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2017) 196 final}{SWD(2017) 197 final}{SWD(2017) 198 final}{SWD(2017) 199 final}

TOELICHTING

Op grond van artikel 4, lid 2, onder g), VWEU deelt de EU de bevoegdheid op het gebied van vervoer met de lidstaten.

Het wegvervoer wordt steeds internationaler. Het aandeel van het internationaal vrachtvervoer over de weg in het totale vrachtvervoer over de weg was gestegen van 28 % in 2000 tot bijna 36 % in 2014 in de toenmalige EU28 5 . Alleen de EU kan zorgen voor een eensluidend rechtskader voor de steeds meer geïntegreerde interne markt voor het verstrekken van wegvervoersdiensten. Zonder tussenkomst van de EU zouden de lidstaten niet voor het benodigde gelijke speelveld op de interne markt kunnen zorgen. De huidige mengelmoes van nationale regels kan alleen worden vereenvoudigd door het optreden van de EU. Een eensluidend rechtskader zal de nalevings- en handhavingskosten in de hele EU verlagen. Aangezien de richtlijn de lidstaten momenteel toestaat om het gebruik van gehuurde voertuigen onder bepaalde omstandigheden te beperken, moet de richtlijn worden gewijzigd om de invloedssfeer van de lidstaten bij het opleggen van restricties voor het gebruik van gehuurde voertuigen te beperken, en dat kan alleen gebeuren op EU-niveau.

De belangrijkste bevinding van de ex-postevaluatie is dat Richtlijn 2006/1/EG doeltreffender zou kunnen zijn in het behalen van de doelstellingen als ze de lidstaten niet zou toestaan het gebruik van gehuurde vrachtvoertuigen te beperken in enkele marktsegmenten en onder bepaalde omstandigheden. Beperkingen op de grensoverschrijdende huur van vrachtvoertuigen verhinderen ondernemers hun wagenpark optimaal te gebruiken door hun voertuigen in te zetten waar die het meest nodig zijn. Bovendien wordt door restricties op het gebruik van gehuurde vrachtvoertuigen de doeltreffendheid van Richtlijn 2006/1/EG beperkt omdat de nalevingskosten voor vervoerders en verhuur- en leasingbedrijven stijgen, evenals de uitvoerings- en handhavingskosten voor overheidsdiensten. Als er geen beperkingen gelden, blijken die kosten klein en te verwaarlozen.

Als het de lidstaten is toegestaan om het gebruik van gehuurde vrachtvoertuigen te beperken, druist dat ook in tegen de behoefte van de Europese economie aan meer flexibiliteit en efficiëntie in het vrachtvervoer over de weg en strookt dat niet met de huidige beleidsprioriteiten voor een verdieping van de eengemaakte markt en een ruimer gebruik van veiligere, schonere en zuinigere voertuigen.

2017/0113 (COD)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (Voor de EER relevante tekst)

tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

(Voor de EER relevante tekst)

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 9 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's 10 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Richtlijn 2006/1/EG van het Europees Parlement en de Raad 11 voorziet in een minimumniveau van marktopenstelling voor het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg.

  2. Het gebruik van gehuurde voertuigen kan de kosten verlagen van ondernemingen die goederen voor eigen rekening of voor rekening van derden vervoeren en tegelijk hun operationele flexibiliteit verhogen. De richtlijn kan daardoor bijdragen tot een stijging van de productiviteit en de concurrentiekracht van de betrokken ondernemingen. Aangezien gehuurde voertuigen doorgaans jonger zijn dan het gemiddelde wagenpark, zijn ze bovendien veiliger en minder vervuilend.

  3. Door Richtlijn 2006/1/EG kunnen ondernemingen niet ten volle profiteren van de voordelen van het gebruik van gehuurde voertuigen. De richtlijn staat de lidstaten toe het gebruik voor eigen rekening te beperken van gehuurde voertuigen met een maximaal toegestaan totaalgewicht van meer dan zes ton. De lidstaten hoeven bovendien het gebruik van een gehuurd voertuig op hun eigen grondgebied niet toe te staan als het voertuig is ingeschreven of overeenkomstig de wetgeving in het verkeer is gebracht in een andere lidstaat dan die waar de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd.

  4. Opdat ondernemingen meer zouden kunnen profiteren van de voordelen van het gebruik van gehuurde voertuigen, moeten zij voertuigen kunnen gebruiken die zijn gehuurd in om het even welke lidstaat en niet alleen in de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Zo zou het voor hen gemakkelijker worden om met name seizoensgebonden, tijdelijke of kortetermijnpieken in de vraag te beantwoorden of defecte of beschadigde voertuigen te vervangen.

  5. Het belastingniveau voor het wegvervoer verschilt in de Unie nog altijd aanzienlijk. Om fiscale verstoringen te vermijden, blijven bepaalde beperkingen bijgevolg gerechtvaardigd, ook al hebben zij onrechtstreeks gevolgen voor de vrije verstrekking van verhuurdiensten voor voertuigen. Bijgevolg moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om de tijdsduur te beperken tijdens welke een voertuig dat is gehuurd in een andere lidstaat dan die waarin de onderneming die het voertuig huurt is gevestigd, kan worden gebruikt op hun respectieve grondgebied.

  6. Om het vervoer voor eigen rekening vlotter te laten verlopen, mag het de lidstaten niet langer zijn toegestaan de mogelijkheid om gehuurde voertuigen voor dergelijk vervoer te gebruiken, te beperken.

  7. De Commissie moet toezien op de uitvoering en de gevolgen van deze richtlijn en daarover verslag uitbrengen. Elke toekomstige actie op dit gebied moet op basis van dat verslag in overweging worden genomen.

  8. Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt maar, wegens de grensoverschrijdende aard van het wegvervoer en de kwesties die deze richtlijn moet behandelen, beter kunnen worden verwezenlijkt op het niveau van de Unie, mag de Unie maatregelen vaststellen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is voor de verwezenlijking van die doelstellingen.

  9. Richtlijn 2006/1/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2006/1/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)    artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de aanhef wordt vervangen door:

"Elke lidstaat staat op zijn grondgebied het gebruik toe van voertuigen die zijn gehuurd door ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere lidstaat, mits:";

ii) punt a) wordt vervangen door:

"a)    het voertuig overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht;";

b) het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis.    Als het voertuig niet is ingeschreven of in het verkeer is gebracht overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar de onderneming die het voertuig huurt is gevestigd, mag een lidstaat de gebruiksduur van het gehuurde voertuig op zijn grondgebied beperken. De lidstaat zal in dergelijk geval het gebruik echter toestaan voor ten minste vier maanden binnen een kalenderjaar."

2)    artikel 3 wordt vervangen door:

"Artikel 3

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat hun ondernemingen gehuurde voertuigen voor het vervoer van goederen over de weg kunnen gebruiken onder dezelfde voorwaarden die gelden voor voertuigen die hun eigendom zijn, mits aan de voorwaarden van artikel 2 is voldaan."

3)    het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen waarop de omzettingstermijn van de richtlijn vijf jaar is verstreken] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering en de gevolgen van deze richtlijn. Het verslag bevat onder meer informatie over het gebruik van voertuigen die zijn gehuurd in een andere lidstaat dan die waarin de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd. Op grond van dat verslag oordeelt de Commissie of aanvullende maatregelen moeten worden voorgesteld."

Artikel 2

  1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [PB: gelieve de datum 18 maanden na de inwerkingtreding in te voegen] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

  1. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,