Home

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BESLUIT VAN DE RAAD

Brussel, 18.4.2018

COM(2018) 197 final

2018/0094(NLE)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

TOELICHTING

  1. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore;

  2. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore;

  3. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds;

  4. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds.

Zoals bevestigd door advies 2/15 bestrijkt de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore zoals deze is voorgelegd aan de Raad geen aangelegenheden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen.

Met betrekking tot de investeringsbeschermingsovereenkomst bevestigde het Hof dat de EU krachtens artikel 207 VWEU exclusief bevoegd is ten aanzien van alle materiële bepalingen inzake investeringsbescherming, voor zover deze van toepassing zijn op directe buitenlandse investeringen. Voorts bevestigde het Hof de exclusieve bevoegdheid van de EU ten aanzien van het mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen staten met betrekking tot de bescherming van investeringen. Ten slotte heeft het Hof verklaard dat de EU een gedeelde bevoegdheid heeft ten aanzien van andere dan directe investeringen en van de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (later vervangen door het stelsel van investeringsgerechten in de investeringsbeschermingsovereenkomst), waar de lidstaten optreden als verweerder 1 . Deze elementen kunnen niet op coherente wijze worden gescheiden van de materiële bepalingen of van de beslechting van geschillen tussen staten en dienen daarom te worden opgenomen in overeenkomsten op EU-niveau.

Dit voorstel is in overeenstemming met de visie van de Europa 2020-strategie en draagt bij aan de handels- en ontwikkelingsdoelstellingen van de EU.

Dit voorstel is in overeenstemming met artikel 218 VWEU, uit hoofde waarvan de Raad besluiten inzake internationale overeenkomsten vaststelt. Er bestaat geen ander rechtsinstrument dat kan worden gebruikt om de in dit voorstel geformuleerde doelstelling te bereiken.

Nadat de onderhandelingen met Singapore grotendeels waren afgerond, heeft een in-house team onder leiding van de hoofdeconoom van DG Handel een studie uitgevoerd naar de economische voordelen die kunnen worden verwacht van de overeenkomst. De analyse voorspelt dat de uitvoer van de EU naar Singapore kan toenemen met ongeveer 1,4 miljard EUR over een periode van 10 jaar, terwijl de uitvoer van Singapore naar de EU zou kunnen stijgen met 3,5 miljard EUR — een cijfer dat zendingen van de vele EU-filialen in Singapore terug naar de EU omvat.

Gezien het grote verschil in omvang van de twee economieën, alsook de relatieve openheid van de Singaporese economie, is het onvermijdelijk dat de voordelen van de overeenkomst voor de partners verschillen. De analyse voorspelt dat het reële bbp van de EU kan groeien met ongeveer 550 miljoen EUR over een periode van 10 jaar, terwijl de economie van Singapore zou kunnen groeien met 2,7 miljard EUR in dezelfde periode.

Deze ramingen van de mogelijke economische gevolgen worden als conservatief beschouwd, gelet op de moeilijkheid om de gevolgen van de opheffing van niet-tarifaire belemmeringen, die een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormt, exact te kwantificeren

In het licht van de rol van Singapore als draaischijf voor de handel in goederen en diensten tussen Europa en Zuidoost-Azië, is tevens waarschijnlijk dat de voordelen van de overeenkomst verder toenemen indien de EU overeenkomsten met andere lidstaten van de Asean sluit.

Voorts kunnen ramingen op basis van economische modellen geen rekenschap geven van de strategische waarde van de vrijhandelsovereenkomst en de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore als cruciale overeenkomsten voor de meeromvattende EU-agenda in de Asean-regio, en Azië in zijn geheel. Na de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea zal de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore de tweede handelsovereenkomsten van hoog kaliber met een belangrijke Aziatische partner zijn, terwijl de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore op haar beurt de eerste investeringsbeschermingsovereenkomst van de EU met een Aziatische partner zal zijn.

Voorafgaand aan de start van de bilaterale onderhandelingen met Singapore heeft een externe contractant een handelsgerelateerde duurzaamheidseffectbeoordeling van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Asean 2 uitgevoerd om de mogelijke economische, sociale en milieueffecten van een hechter economisch partnerschap tussen beide regio’s in kaart te brengen.

In het kader van de handelsgerelateeerde duurzaamheidseffectbeoordeling heeft de contractant interne en externe deskundigen geraadpleegd, openbare raadplegingen in Brussel en Bangkok georganiseerd en bilaterale ontmoetingen en gesprekken gehad met het maatschappelijk middenveld van de EU en de Asean. Overleg in het kader van de handelsgerelateeerde duurzaamheidseffectbeoordeling bood een platform voor deelname van de voornaamste belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld aan een dialoog over het handelsbeleid met betrekking tot Zuidoost-Azië.

Zowel de handelsgerelateeerde duurzaamheidseffectbeoordeling als het overleg in het kader van de voorbereiding ervan voorzag de Commissie van input die van groot belang is gebleken voor alle bilaterale handels- en investeringsonderhandelingen die sindsdien met afzonderlijke Asean-lidstaten zijn geopend.

Daarnaast heeft de Commissie, voorafgaand aan de opening van de bilaterale onderhandelingen met Singapore, in het kader van een openbare raadpleging over de toekomstige overeenkomst aan de hand van een vragenlijst informatie bij belanghebbenden ingewonnen, welke haar vervolgens gedurende de onderhandelingen heeft geholpen bij het vaststellen van prioriteiten en het nemen van besluiten. Er is een samenvatting van de resultaten van de raadpleging gepubliceerd 3 .

De EU-lidstaten zijn vóór en tijdens de onderhandelingen via het Comité handelspolitiek van de Raad zowel mondeling als schriftelijk regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd over de verschillende aspecten van de onderhandelingen. Ook het Europees Parlement is regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd, via zijn Commissie internationale handel (INTA), en met name zijn monitoringgroep voor de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore. Beide instellingen kregen gedurende het gehele proces inzage in de teksten van de onderhandelingsresultaten.

Een handelsgerelateerde duurzaamheidseffectbeoordeling van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Asean werd uitgevoerd door de externe contractant "Ecorys".

In de door een externe contractant uitgevoerde en in 2009 afgeronde handelsgerelateerde duurzaamheidseffectbeoordeling werd geconcludeerd dat een ambitieuze vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Asean belangrijke positieve effecten (in termen van bbp, inkomen, handel en werkgelegenheid) voor zowel de EU als Singapore zou hebben. Effecten op het nationale inkomen aan de EU-zijde werden geschat op 13 miljard EUR en voor Singapore op 7,5 miljard EUR. Deze cijfers zouden de impact kunnen onderschatten, aangezien zij waren gebaseerd op handelspatronen in 2007, en de handel sindsdien aanzienlijk is toegenomen (+ 32 %).

De vrijhandelsovereenkomst en de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore vallen niet onder Refit-procedures. Niettemin bevatten zij een aantal bepalingen waardoor de handels- en investeringsprocedures zullen worden vereenvoudigd, de met uitvoer en investeringen verband houdende kosten zullen worden verminderd en er meer kleine bedrijven in staat worden gesteld op beide markten zaken te doen. Een aantal van de verwachte voordelen zijn: minder omslachtige technische voorschriften, compliancevoorschriften, douaneprocedures en oorsprongsregels, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten of de verlaging van proceskosten in het kader van het stelsel van investeringsgerechten voor eisers die kleine en middelgrote ondernemingen zijn.

Het voorstel heeft geen negatieve gevolgen voor de bescherming van de grondrechten in de Unie.

De vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore zal financiële gevolgen hebben voor de EU-begroting aan de ontvangstenzijde. De gederfde rechten zouden bij volledige uitvoering van de overeenkomst naar schatting 248,8 miljoen EUR kunnen bedragen. De schatting is gebaseerd op de verwachte gemiddelde invoer voor 2025 bij ontbreken van een overeenkomst en betreft het jaarlijkse verlies aan ontvangsten als gevolg van de afschaffing van de EU-rechten op de invoer uit Singapore.

De investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore zal financiële gevolgen hebben voor de EU-begroting aan de uitgavenzijde. Voor de EU zal dit de tweede overeenkomst zijn (na de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen de EU en Canada) waarin het stelsel van investeringsgerechten (ICS) voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten is opgenomen. Voor de financiering van de permanente structuur, bestaande uit een gerecht van eerste aanleg en een beroepsinstantie, is vanaf 2018 jaarlijks een bedrag van 200 000 EUR aan extra uitgaven voorzien (onder voorbehoud van de inwerkingtreding van deze overeenkomst). Tegelijkertijd brengt de overeenkomst de aanwending van administratieve middelen onder begrotingsonderdeel XX 01 01 01 (Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen in dienst bij de instelling) met zich mee, aangezien naar schatting één administrateur als voltijdequivalent zal worden belast met de taken die verband houden met deze overeenkomst. Dit is aangegeven in het financieel memorandum en onderworpen aan de daarin genoemde voorwaarden.

De vrijhandelsovereenkomst en de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore omvatten institutionele bepalingen die voorzien in een structuur voor uitvoeringsorganen teneinde voortdurend toezicht te houden op de uitvoering, de werking en het effect van de overeenkomsten. Aangezien de overeenkomsten een integrerend onderdeel van de overkoepelende bilaterale betrekkingen tussen de EU en Singapore als geregeld in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst zijn, maken de vermelde structuren samen met de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader.

Het institutionele hoofdstuk van de overeenkomst stelt een Handelscomité in dat als voornaamste taak het toezicht houden op en het vergemakkelijken van de uitvoering en toepassing van de overeenkomst heeft. Het Handelscomité bestaat uit vertegenwoordigers van de EU en van Singapore, en vergadert om de twee jaar of op verzoek van een van de zijden. Het Handelscomité zal worden belast met het toezicht op de werkzaamheden van alle gespecialiseerde comités die zijn opgericht in het kader van de overeenkomst (Comité voor de handel in goederen, Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen, Douanecomité, en Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten).

Het Handelscomité heeft ook de taak om te communiceren met alle belanghebbenden, met inbegrip van de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld, met betrekking tot de werking en de uitvoering van de overeenkomst. In de overeenkomst erkennen beide zijden het belang van transparantie en openheid, en bevestigen zij dat zij rekening houden met de mening van het grote publiek, teneinde de uitvoering van de overeenkomst op een breed spectrum van standpunten te baseren.

Het institutionele hoofdstuk van de investeringsbeschermingsovereenkomst stelt een comité in dat als belangrijkste taak het toezicht houden op en het vergemakkelijken van de uitvoering en toepassing van de overeenkomst heeft. Naast andere taken kan het comité, onder voorbehoud van de voltooiing van de respectieve wettelijke voorschriften en procedures van elke zijde, besluiten tot de benoeming van de leden van de gerechten in het kader van het stelsel van investeringsgerechten, hun maandelijkse voorschotten en vergoedingen vaststellen, en bindende interpretaties van de overeenkomst goedkeuren.

Zoals benadrukt in de mededeling "Handel voor iedereen", besteedt de Commissie meer middelen aan de doeltreffende uitvoering en handhaving van handels- en investeringsovereenkomsten. In 2017 publiceerde de Commissie het eerste jaarlijks verslag over de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Het voornaamste doel van het verslag is een objectief overzicht te geven van de uitvoering van de vrijhandelsovereenkomsten van de EU, waarin de geboekte vooruitgang en de tekortkomingen die moeten worden aangepakt, worden onderstreept. Het is de bedoeling dat het verslag als basis dient voor een open debat over de werking en de uitvoering van de vrijhandelsovereenkomsten waarbij de lidstaten, het Europees Parlement en het maatschappelijk middenveld in het algemeen worden betrokken. De publicatie van het verslag op jaarbasis zal de regelmatige monitoring van ontwikkelingen mogelijk maken, waarbij ook kan worden vastgelegd hoe prioritaire aangelegenheden zijn aangepakt. Het verslag zal de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore vanaf de inwerkingtreding ervan bestrijken.

Niet van toepassing.

De vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore legt de voorwaarden vast waaronder marktdeelnemers uit de EU ten volle profijt kunnen trekken van de geboden mogelijkheden in Singapore als draaischijf voor zakelijke activiteiten en vervoersknooppunt van Zuidoost-Azië.

Bij de onderhandelingen over deze overeenkomst heeft de Commissie twee hoofddoelstellingen nagestreefd: ten eerste zo gunstig mogelijke voorwaarden bieden voor toegang van EU-marktdeelnemers tot de Singaporese markt, en ten tweede een waardevolle referentie vastleggen voor de overige onderhandelingen van de EU in de regio.

Beide doelstellingen zijn bereikt: de overeenkomst gaat verder dan de bestaande WTO-verbintenissen op vele gebieden, zoals diensten, overheidsopdrachten, niet-tarifaire belemmeringen en de bescherming van intellectuele eigendom, met inbegrip van geografische aanduidingen. Op al deze gebieden heeft Singapore ook ingestemd met nieuwe verbintenissen die aanzienlijk verder gaan dan wat Singapore tot dusver bereid was te aanvaarden, onder meer in zijn vrijhandelsovereenkomst met de Verenigde Staten.

De overeenkomst voldoet aan de criteria van artikel XXIV van de GATT (afschaffing van douanerechten en andere handelsbeperkende maatregelen ten aanzien van praktisch de gehele handel in goederen tussen de partijen), alsmede van artikel V van de GATS, dat voorziet in een soortgelijke toetsing met betrekking tot diensten.

In overeenstemming met de doelstellingen van de onderhandelingsrichtsnoeren heeft de Commissie het volgende bereikt:

  1. de volledige liberalisering van de markten voor diensten en investeringen, met inbegrip van horizontale regels inzake vergunningverlening en de wederzijdse erkenning van diploma’s, en sectorspecifieke voorschriften teneinde een gelijk speelveld voor ondernemingen uit de EU te waarborgen;

2018/0094 (NLE)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

  1. nieuwe kansen met betrekking tot overheidsopdrachten voor inschrijvers uit de EU, met name op de markt van de nutsdiensten, waar er sprake is van veel belangrijke EU-leveranciers;

  2. wegneming van technische en regelgevingsbelemmeringen voor de handel in goederen, zoals dubbele testen, met name door te bevorderen dat in de EU bekende technische en regelgevingsnormen worden gehanteerd in de sectoren motorvoertuigen, elektronica, farmaceutica en medische hulpmiddelen alsmede groene technologieën;

  3. op basis van internationale normen, een regeling voor de goedkeuring van de uitvoer van Europees vlees naar Singapore die de handel meer vereenvoudigt;

  4. de toezegging van Singapore dat het zijn tarieven (die momenteel meestal niet worden toegepast op vrijwillige basis) op invoer uit de EU niet verhoogt, en een goedkopere toegang van Europese bedrijven en consumenten tot in Singapore vervaardigde producten;

  5. een hoog niveau van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, tevens wat de handhaving van deze rechten betreft, ook aan de grens;

  6. een TRIPs-plusniveau van bescherming voor geografische aanduidingen van de EU na hun registratie in Singapore zodra Singapore een register voor geografische aanduiding heeft ingevoerd (wat Singapore heeft toegezegd te doen na de goedkeuring door het Europees Parlement van de vrijhandelsovereenkomst);

  7. een uitgebreid hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, dat beoogt te waarborgen dat de handel milieubescherming en sociale ontwikkeling ondersteunt en het duurzaam beheer van bossen en visserij bevordert. Het hoofdstuk geeft ook aan hoe de sociale partners en het maatschappelijk middenveld zullen worden betrokken bij de uitvoering en de monitoring ervan;

  8. mechanismen voor snelle geschillenbeslechting door arbitrage of met de hulp van een bemiddelaar, en

  9. een veelomvattend en nieuw hoofdstuk ter bevordering van nieuwe kansen in de "groene-groeisector", overeenkomstig de Europa 2020-strategie.

De investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de EU en Singapore zal zorgen voor een hoog niveau van investeringsbescherming, met behoud van het recht van de EU respectievelijk Singapore om te reguleren en legitieme doelstellingen van overheidsbeleid zoals de bescherming van de volksgezondheid, de veiligheid en het milieu na te streven.

De overeenkomst omvat alle innovaties van de nieuwe aanpak van de EU met betrekking tot investeringsbescherming en de handhavingsmechanismen ervan die niet voorhanden zijn in de 12 bestaande bilaterale investeringsverdragen tussen Singapore en lidstaten van de EU. Het is een zeer belangrijk aspect van de investeringsbeschermingsovereenkomst dat zij in de plaats komt van de 12 bestaande bilaterale investeringsovereenkomsten en deze daarmee verbetert.

In overeenstemming met de doelstellingen van de onderhandelingsrichtsnoeren heeft de Commissie ervoor gezorgd dat investeerders uit de EU en hun investeringen in Singapore eerlijk en billijk zullen worden behandeld en niet zullen worden gediscrimineerd ten opzichte van Singaporese investeringen in vergelijkbare situaties. Tegelijkertijd beschermt de investeringsbeschermingsovereenkomst de investeerders van de EU en hun investeringen in Singapore tegen onteigening, tenzij dit voor doelstellingen van openbaar belang geschiedt, volgens een eerlijk proces, op niet-discriminerende basis en tegen betaling van snelle, adequate en doeltreffende schadeloosstelling overeenkomstig de billijke marktwaarde van de onteigende investering.

De overeengekomen investeringsbeschermingsovereenkomst zal, eveneens in overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren, investeerders de optie van een modern en herzien mechanisme voor de beslechting van investeringsgeschillen bieden. Dit systeem zorgt ervoor dat regels voor investeringsbescherming worden nageleefd en het tracht een evenwicht te vinden tussen de bescherming van investeerders op transparante wijze en bescherming van het recht van een staat tot reguleren om doelstellingen van overheidsbeleid na te streven. De overeenkomst voorziet in de oprichting van een permanent internationaal en volledig onafhankelijk stelsel voor geschillenbeslechting, bestaande uit een permanent Gerecht van eerste aanleg en een permanent gerecht waarbij beroep kan worden ingesteld, in het kader waarvan geschillenbeslechtingsprocedures op een transparante en onpartijdige wijze zullen worden gevoerd.

De Commissie is zich bewust van het evenwicht dat moet worden gevonden tussen het boeken van vooruitgang met het hervormde EU-investeringsbeleid en de gevoeligheden van de lidstaten wat de mogelijke uitoefening van gedeelde bevoegdheid ten aanzien van deze aangelegenheden betreft. De Commissie heeft daarom geen voorstel tot voorlopige toepassing van de investeringsbeschermingsovereenkomst gedaan. Indien de lidstaten desalniettemin een voorstel wensen inzake de voorlopige toepassing van de investeringsbeschermingsovereenkomst, dan is de Commissie bereid een dergelijk voorstel te doen.

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, artikel 100, lid 2, en artikel 207, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op 23 april 2007 heeft de Raad de Commissie gemachtigd te onderhandelen over een vrijhandelsovereenkomst met de lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (Asean). Deze machtiging voorzag in de mogelijkheid van bilaterale onderhandelingen.

  2. Op 22 december 2009 heeft de Raad de Commissie gemachtigd tot het voeren van bilaterale onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met afzonderlijke Asean-lidstaten, te beginnen met Singapore, en in overeenstemming met de bestaande onderhandelingsrichtsnoeren.

  3. De onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore (hierna: "de overeenkomst") zijn afgerond en de overeenkomst moet namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de sluiting ervan op een latere datum,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ondertekening van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting ervan.

De tekst van de te ondertekenen overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst, onder voorbehoud van de sluiting ervan, namens de Unie te ondertekenen.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel,

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Brussel, 18.4.2018

COM(2018) 197 final

VRIJHANDELSOVEREENKOMST

tussen de Europese Unie

en de Republiek Singapore

De Europese Unie, hierna "de Unie" genoemd,

en

de Republiek Singapore, hierna "Singapore" genoemd,

ERKENNENDE dat zij een langdurig en sterk partnerschap hebben, dat is gebaseerd op de gemeenschappelijke beginselen en waarden die zijn weergegeven in de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, alsmede belangrijke economische, handels- en investeringsbanden,

GELEID DOOR DE WENS, consistent met het kader van hun algemene betrekkingen, hun banden verder aan te halen, en ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat voor de ontwikkeling van de wederzijdse handel en investeringen door de partijen tot stand zal brengen,

ERKENNENDE dat deze overeenkomst het streven naar regionale economische integratie aanvult en bevordert,

VASTBESLOTEN hun economische, handels- en investeringsbanden aan te halen met eerbiediging van het doel van een in economisch, sociaal en ecologisch opzicht duurzame ontwikkeling, en handel en investeringen te bevorderen op een wijze die strookt met hoge beschermingsniveaus voor milieu en werknemers en de desbetreffende internationaal erkende normen en overeenkomsten waarbij zij partij zijn,

GELEID DOOR DE WENS de levensstandaard te verhogen, economische groei en stabiliteit te bevorderen, nieuwe mogelijkheden voor werkgelegenheid te scheppen en het algemene welzijn te verbeteren, en daarom opnieuw bevestigende dat zij de vaste wil hebben om de liberalisering van handel en investeringen te bevorderen,



ERVAN OVERTUIGD dat deze overeenkomst een uitgebreidere en betrouwbare markt voor goederen en diensten tot stand zal brengen, en aldus het concurrentievermogen van hun ondernemingen op mondiale markten zal versterken,

OPNIEUW BEVESTIGENDE dat elk van beide partijen het recht heeft maatregelen vast te stellen en te handhaven die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen op onder meer sociaal, milieu- en veiligheidsgebied alsmede op het gebied van de volksgezondheid en openbare veiligheid en ter bevordering en bescherming van culturele diversiteit,

OPNIEUW BEVESTIGENDE dat zij het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1945, en de beginselen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vastgesteld op 10 december 1948, ten volle onderschrijven,

ERKENNENDE dat transparantie in de internationale handel van belang is voor alle betrokkenen,

MET HET OOG op de vaststelling van duidelijke en over en weer tot voordeel strekkende regels voor hun handel en investeringen en de vermindering of afschaffing van de belemmeringen voor de wederzijdse handel en investeringen,

VASTBESLOTEN bij te dragen aan de harmonische ontwikkeling en de uitbreiding van de internationale handel door met deze overeenkomst handelsbelemmeringen weg te nemen en tussen de partijen nieuwe handels- of investeringsbelemmeringen die de voordelen van deze overeenkomst zouden kunnen beperken, te vermijden,

VOORTBOUWEND op hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de WTO-Overeenkomst en andere multilaterale, regionale en bilaterale overeenkomsten en akkoorden waarbij zij partij zijn,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:



HOOFDSTUK EEN

DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE DEFINITIES

ARTIKEL 1.1

Oprichting van een vrijhandelsruimte

De partijen bij deze overeenkomst brengen hiermee een vrijhandelsruimte tot stand, in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

ARTIKEL 1.2

Doelstellingen

Deze overeenkomst heeft tot doel de handel en de investeringen tussen de partijen te liberaliseren en te vergemakkelijken volgens de bepalingen van deze overeenkomst.

ARTIKEL 1.3

Algemeen toepasselijke definities

Tenzij anders is bepaald, wordt voor de toepassing van deze overeenkomst verstaan onder:



"Overeenkomst inzake de landbouw": de Overeenkomst inzake de landbouw, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"Overeenkomst inzake overheidsopdrachten": de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, die is neergelegd in bijlage 4 bij de WTO-Overeenkomst;

"Overeenkomst inzake inspectie voor verzending": de Overeenkomst inzake inspectie voor verzending, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"Antidumpingovereenkomst": de Overeenkomst inzake de toepassing van Artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"Overeenkomst inzake de douanewaarde": de Overeenkomst inzake de toepassing van Artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"dag": een kalenderdag;

"DSU": het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen, dat is neergelegd in bijlage 2 bij de WTO-Overeenkomst

"GATS": de Algemene overeenkomst inzake de handel in diensten, die is neergelegd in bijlage 1B bij de WTO-Overeenkomst;

"GATT 1994": de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;



"Geharmoniseerd systeem": het Geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, inclusief alle aantekeningen en amendementen (hierna het "GS" genoemd);

"IMF": het Internationaal Monetair Fonds;

"Overeenkomst inzake invoervergunningen": de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"maatregel": elke wet, regeling, procedure, eis of praktijk,

"natuurlijk persoon uit een partij": een onderdaan van Singapore of van een van de lidstaten van de Europese Unie volgens hun respectieve wetgeving;

"Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst": de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds, ondertekend op [...];

"persoon": een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;

"Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen": de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"SCM-Overeenkomst": de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;



"SPS-Overeenkomst": de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"TBT-Overeenkomst": de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

"TRIPs-Overeenkomst": de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom die is neergelegd in bijlage 1C bij de WTO-Overeenkomst;

"WIPO": de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;

"WTO-Overeenkomst": de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, gedaan te Marrakesh op 15 april 1994;

"WTO": de Wereldhandelsorganisatie.



HOOFDSTUK TWEE

NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

Afdeling A

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

ARTIKEL 2.1

Doel

Gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wordt de handel in goederen door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994.

ARTIKEL 2.2

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.


ARTIKEL 2.3

Nationale behandeling

Elk van beide partijen behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. De verplichtingen die voortvloeien uit artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, worden daartoe mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

ARTIKEL 2.4

Douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder "douanerechten" alle soorten rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd bij of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen opgelegd bij of in verband met deze invoer of uitvoer.

Onder "douanerechten" worden niet verstaan:

a)    heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die worden opgelegd overeenkomstig artikel 2.3 (Nationale behandeling);

b)    rechten die worden opgelegd overeenkomstig hoofdstuk drie (Handelsmaatregelen);



c)    rechten die worden toegepast overeenkomstig artikel VI, artikel XVI en artikel XIX van de GATT 1994, de Antidumpingovereenkomst, de SCM-Overeenkomst, artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw, en de DSU;

d)    vergoedingen of andere heffingen die worden opgelegd overeenkomstig artikel 2.10 (Vergoedingen en formaliteiten in verband met invoer en uitvoer).

ARTIKEL 2.5

Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen gebeurt volgens de respectieve tariefnomenclatuur van elk van beide partijen in overeenstemming met het GS en de wijzigingen daarvan.

Afdeling B

VERMINDERING EN/OF AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

ARTIKEL 2.6

Verlaging en/of afschaffing van invoerrechten

1.    Elk van beide partijen verlaagt haar douanerechten op ingevoerde goederen van oorsprong uit de andere partij en/of schaft die af, overeenkomstig de lijsten in bijlage 2-A. Voor de toepassing van dit hoofdstuk betekent "van oorsprong uit": overeenkomstig de oorsprongsregels in Protocol 1.


2.    Het basistarief van de invoerrechten dat ingevolge lid 1 achtereenvolgens wordt verlaagd, is het tarief dat is vermeld in de lijsten in bijlage 2-A.

3.    Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst op enig tijdstip het door haar toegepaste invoerrecht voor meest begunstigde natie (hierna "MBN" genoemd) verlaagt, dan geldt dat recht indien en zolang het lager is dan het overeenkomstig haar lijst in bijlage 2-A berekende invoerrecht.

4.    Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen, indien een van hen daarom verzoekt, in overleg om te bezien of invoerrechten versneld en in ruimere mate kunnen worden verminderd en afgeschaft. Met een besluit van de partijen in het Comité voor de handel in goederen om een douanerecht op een goed versneld of in ruimere mate te verminderen of af te schaffen, worden douanerechten of afbouwcategorieën die voor dat goed overeenkomstig hun lijsten zijn vastgesteld, vervangen.

ARTIKEL 2.7

Afschaffing van uitvoerrechten en -belastingen

Geen van beide partijen handhaaft douanerechten of belastingen of stelt die in ter zake van of in verband met de uitvoer of de verkoop ten uitvoer van goederen naar de andere partij; hetzelfde geldt voor interne belastingen ter zake van de uitvoer van goederen naar de andere partij die hoger zijn dan die welke op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde goederen worden geheven.


ARTIKEL 2.8

Status-quo

Na de inwerkingtreding van de overeenkomst verhoogt geen van beide partijen bestaande douanerechten of stelt zij nieuwe douanerechten vast op de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij. Dit sluit niet uit dat een partij een douanerecht na een eenzijdige verlaging verhoogt tot het in haar lijst in bijlage 2-A vastgelegde niveau.

Afdeling C

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

ARTIKEL 2.9

Invoer- en uitvoerbeperkingen

1.    In overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mag geen van beide partijen verboden of beperkingen invoeren of handhaven ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of van de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd. Artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij worden daartoe mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.



2.    De partijen komen overeen dat alvorens een in artikel XI, lid 2, onder a) en c), van de GATT 1994 bedoelde maatregel te nemen, de partij die voornemens is maatregelen te nemen de andere partij alle relevante informatie verstrekt, teneinde een oplossing te zoeken die voor beide partijen aanvaardbaar is. De partijen kunnen elke maatregel overeenkomen die aan de moeilijkheden een einde maakt. Indien binnen dertig dagen na het verstrekken van die informatie geen overeenstemming is bereikt, kan de partij van uitvoer krachtens dit artikel maatregelen toepassen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken goed. Wanneer door uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken, en stelt zij de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.

ARTIKEL 2.10

Vergoedingen en formaliteiten in verband met invoer en uitvoer

1.    Elk van beide partijen zorgt er in overeenstemming met artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook (andere dan douanerechten en maatregelen als bedoeld in artikel 2.4 (Douanerechten), punten a), b) en c) ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, die niet op een ad-valorembasis worden berekend, en geen indirecte bescherming van interne producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.

2.    Elk van beide partijen maakt via een officieel aangewezen medium, inclusief via het internet, de vergoedingen en rechten bekend die zij in verband met de invoer of de uitvoer aanrekent.


3.    De partijen schrijven voor de invoer van goederen van een andere partij geen consulaire formaliteiten 1 voor, waaronder begrepen vergoedingen en heffingen.

ARTIKEL 2.11

Procedures op het gebied van in- en uitvoervergunningen

1.    De partijen bevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst inzake invoervergunningen.

2.    Bij de invoering en het beheer van procedures op het gebied van in- en uitvoervergunningen 2 houden de partijen zich aan:

a)    artikel 1, leden 1 tot en met 9, van de WTO-Overeenkomst inzake invoervergunningen;

b)    artikel 2 van de WTO-Overeenkomst inzake invoervergunningen;

c)    artikel 3 van de WTO-Overeenkomst inzake invoervergunningen.


Hiertoe worden de in de punten a), b) en c) van dit lid genoemde bepalingen opgenomen in deze overeenkomst. De partijen passen die bepalingen mutatis mutandis toe op elke procedure op het gebied van uitvoervergunningen.

3.    De partijen dragen er zorg voor dat alle procedures op het gebied van uitvoervergunningen, wat de toepassing ervan betreft, neutraal zijn en op eerlijke, billijke, niet-discriminerende en transparante wijze worden beheerd.

4.    Vergunningsprocedures worden door een partij slechts ingesteld of gehandhaafd als voorwaarde voor invoer in haar grondgebied of uitvoer uit haar grondgebied naar de andere partij wanneer voor het bereiken van een administratief doel redelijkerwijs geen andere passende procedures beschikbaar zijn.

5.    De partijen voeren geen niet-automatische vergunningsprocedures bij invoer of bij uitvoer in en handhaven die niet, tenzij dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een maatregel die strookt met deze overeenkomst. Een partij die een niet-automatische vergunningsprocedure vaststelt, vermeldt duidelijk welke maatregel aldus wordt uitgevoerd.

6    Een partij die een procedure op het gebied van uitvoervergunningen instelt of een dergelijke procedure wijzigt, stelt het Comité voor de handel in goederen zestig dagen vóór de publicatie van die procedure daarvan in kennis. Deze kennisgeving bevat de informatie die vereist is op grond van artikel 5 van de Overeenkomst inzake invoervergunningen.

7.    Elk van beide partijen antwoordt binnen zestig dagen op vragen van de andere partij in verband met elke vergunningprocedure die de partij waaraan het verzoek is gericht, voornemens is vast te stellen of heeft vastgesteld of gehandhaafd, en in verband met de criteria om in- of uitvoervergunningen te verlenen of toe te wijzen.


ARTIKEL 2.12

Staatshandelsondernemingen

1.    De partijen bevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ingevolge artikel XVII van de GATT 1994, de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij en het in bijlage 1-A bij de WTO-Overeenkomst opgenomen Memorandum van Overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel XVII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, welke hierbij mutatis mutandis in deze overeenkomst worden opgenomen.

2.    De partijen kunnen de andere partij bilateraal om informatie verzoeken als bedoeld in artikel XVII, lid 4, onder c) en d), van de GATT 1994.

ARTIKEL 2.13

Afschaffing van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen

1.    De partijen gaan verdere verbintenissen ten aanzien van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen aan overeenkomstig bijlage 2-B en bijlage 2-C (hierna "sectorbijlagen" genoemd). Daartoe kunnen de partijen, bij besluit van het Comité voor de handel in goederen, de sectorbijlagen wijzigen.

2.    Op verzoek van een partij openen de partijen onderhandelingen met het oog op de uitbreiding van hun verbintenissen ten aanzien van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen met betrekking tot goederen.



Afdeling D

SPECIFIEKE UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

ARTIKEL 2.14

Algemene uitzonderingen

1.    Niets in dit hoofdstuk belet dat maatregelen worden genomen overeenkomstig artikel XX van de GATT 1994, de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, die hierbij mutatis mutandis in deze overeenkomst worden opgenomen.

2.    De partijen komen overeen dat alvorens een in artikel XX, onder i) en j), van de GATT 1994 bedoelde maatregel te nemen, de partij van uitvoer die voornemens is maatregelen te nemen, de andere partij alle relevante informatie verstrekt, teneinde een oplossing te zoeken die voor beide partijen aanvaardbaar is. De partijen kunnen elke maatregel overeenkomen die aan de moeilijkheden een einde maakt. Indien binnen dertig dagen geen overeenstemming is bereikt, kan de partij van uitvoer in dit artikel bedoelde maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken goed. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken, en stelt zij de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.



Afdeling E

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

ARTIKEL 2.15

Comité voor de handel in goederen

1.    Het krachtens artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in goederen komt bijeen indien een partij of het Handelscomité hierom verzoekt, teneinde alle aangelegenheden te behandelen waarop dit hoofdstuk van toepassing is, en bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen.

2.    Het Comité heeft onder meer de volgende taken:

a)    toezien op de uitvoering van dit hoofdstuk en van de bijlagen 2-A, 2-B en 2-C;

b)    bevorderen van de handel in goederen tussen de partijen, met inbegrip van overleg over versnelde en verdergaande rechtenafschaffing, over verdergaande verbintenissen met betrekking tot niet-tarifaire maatregelen ingevolge deze overeenkomst, alsmede, in voorkomend geval, over andere kwesties. Op grond van dit overleg kan het Comité zo nodig bij besluit de bijlagen 2-A, 2-B en 2-C wijzigen of uitbreiden, en

c)    tarifaire en niet-tarifaire maatregelen ten aanzien van de handel in goederen tussen de partijen bespreken en in voorkomend geval zulke aangelegenheden voorleggen aan het Handelscomité.



HOOFDSTUK DRIE

HANDELSMAATREGELEN

Afdeling A

ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

ARTIKEL 3.1

Algemene bepalingen

1.    De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel VI van de GATT 1994, de Antidumpingovereenkomst en de SCM-Overeenkomst en passen antidumping- en compenserende maatregelen toe overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

2.    De partijen erkennen dat antidumping- en compenserende maatregelen kunnen worden misbruikt om de handel te belemmeren en komen het volgende overeen:

a)    die maatregelen moeten volgens de toepasselijke WTO-voorschriften worden genomen en op een eerlijk en transparant systeem gebaseerd zijn, en

b)    er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de belangen van de partij waartegen een dergelijke maatregel wordt getroffen.


3.    Voor de toepassing van deze afdeling wordt de oorsprong vastgesteld in overeenstemming met de niet-preferentiële oorsprongsregels van de partijen.

ARTIKEL 3.2

Transparantie en informatie-uitwisseling

1.    Nadat de bevoegde autoriteiten van een partij een naar behoren gestaafd verzoek tot instelling van antidumpingmaatregelen ter zake van invoer uit de andere partij hebben ontvangen, stelt die partij uiterlijk vijftien dagen alvorens een onderzoek te openen, de andere partij er schriftelijk van in kennis dat zij het verzoek heeft ontvangen.

2.    Nadat de bevoegde autoriteiten van een partij een naar behoren gestaafd verzoek tot instelling van compenserende maatregelen ter zake van invoer uit de andere partij hebben ontvangen, stelt die partij uiterlijk vijftien dagen alvorens een onderzoek te openen, de andere partij er schriftelijk van in kennis dat zij het verzoek heeft ontvangen, en biedt zij de andere partij de gelegenheid met haar bevoegde autoriteiten over het verzoek te overleggen teneinde de feitelijke situatie te verduidelijken en een onderling overeengekomen oplossing te vinden. De partijen streven ernaar om zo spoedig mogelijk daarna in overleg te treden.


3.    Beide partijen waarborgen dat onmiddellijk nadat voorlopige maatregelen zijn ingesteld en in elk geval vóór de uiteindelijke vaststelling ervan, de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, volledig en duidelijk worden meegedeeld. Dit doet geen afbreuk aan artikel 6.5 van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12.4 van de SCM-Overeenkomst. De informatie moet schriftelijk worden verstrekt, en er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen.

4.    Elke belanghebbende krijgt de gelegenheid te worden gehoord om zijn standpunt uiteen te zetten tijdens onderzoeken met betrekking tot handelsmaatregelen.

ARTIKEL 3.3

Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, en is het lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven.


ARTIKEL 3.4

Algemeen belang

Antidumping- of compenserende maatregelen worden door de partijen niet toegepast indien op basis van de gedurende het onderzoek verstrekte informatie duidelijk kan worden geconcludeerd dat het niet in het algemeen belang is dergelijke maatregelen toe te passen. In het kader van het algemeen belang wordt rekening gehouden met de situatie van de interne bedrijfstak, importeurs en hun representatieve verenigingen, representatieve gebruikers en representatieve consumentenorganisaties, voor zover zij de onderzoekende autoriteiten relevante informatie hebben verstrekt.

ARTIKEL 3.5

Uitsluiting van de bilaterale procedure voor geschillenbeslechting en bemiddeling

Hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme) zijn niet van toepassing op de bepalingen van deze afdeling.


Afdeling B

ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

ARTIKEL 3.6

Algemene bepalingen

1.    Elk van beide partijen behoudt de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit artikel XIX van de GATT 1994, de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw. Tenzij in deze afdeling anders is bepaald, verleent de onderhavige overeenkomst de partijen geen aanvullende rechten en legt zij hen geen aanvullende verplichtingen op met betrekking tot maatregelen op grond van artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.

2.    Een partij mag met betrekking tot hetzelfde goed niet tegelijkertijd:

a)    een bilaterale vrijwaringsmaatregel, en

b)    een maatregel als bedoeld in artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen.

3.    Voor de toepassing van deze afdeling wordt de oorsprong vastgesteld in overeenstemming met de niet-preferentiële oorsprongsregels van de partijen.


ARTIKEL 3.7

Transparantie

1.    Onverminderd artikel 3.6 (Algemene bepalingen) geeft de partij bij de opening van een vrijwaringsonderzoek of wanneer zij voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, op verzoek van de andere partij en op voorwaarde dat deze daar aanmerkelijk belang bij heeft, onmiddellijk en ten minste zeven dagen vóór de datum van de opening of instelling, ad hoc schriftelijk kennis van alle relevante informatie die heeft geleid tot de opening van een vrijwaringsonderzoek of de instelling van vrijwaringsmaatregelen, en in voorkomend geval ook over de voorlopige en de definitieve bevindingen van het onderzoek. Dit geldt onverminderd het bepaalde in artikel 3.2 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.

2.    Wanneer partijen vrijwaringsmaatregelen nemen, beijveren zij zich om dat te doen op een wijze die hun bilaterale handel zo weinig mogelijk beïnvloedt.

3.    Wanneer een partij bij de toepassing van lid 2 van mening is dat aan de juridische vereisten voor de instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen is voldaan, stelt de partij die voornemens is dergelijke maatregelen te nemen, de andere partij daarvan in kennis en geeft zij de mogelijkheid tot bilateraal overleg. Indien binnen dertig dagen na de kennisgeving geen bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de partij van invoer de definitieve vrijwaringsmaatregelen vaststellen. De mogelijkheid om overleg te plegen, moet aan de andere partij ook worden geboden om van gedachten te wisselen over de in lid 1 bedoelde informatie.


ARTIKEL 3.8

Uitsluiting van de bilaterale procedure voor geschillenbeslechting en bemiddeling

Hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme) zijn niet van toepassing op de bepalingen van deze afdeling.

Afdeling C

BILATERALE VRIJWARINGSCLAUSULE

ARTIKEL 3.9

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling geldt het volgende:

a)    "ernstige schade" en "dreiging van ernstige schade" hebben dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Hiertoe wordt artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen, en

b)    "overgangsperiode" staat voor een periode van tien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.


ARTIKEL 3.10

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

1.    Indien, wegens de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, goederen van oorsprong uit een partij naar het grondgebied van een andere partij in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de interne productie, en onder zodanige voorwaarden worden ingevoerd dat een interne bedrijfstak die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, ernstige schade lijdt of dreigt te lijden, kan de partij van invoer, uitsluitend tijdens de overgangsperiode, in overeenstemming met de in deze afdeling vervatte voorwaarden en procedures maatregelen vaststellen als bedoeld in lid 2.

2.    De partij van invoer kan een bilaterale vrijwaringsmaatregel treffen tot:

a)    opschorting van de in bijlage 2-A voorziene verdere verlaging van het douanerecht ter zake van het betrokken goed, of

b)    verhoging van het douanerecht ter zake van het betrokken goed tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de volgende rechten:

i)    het ter zake van het goed toegepaste meestbegunstigingsrecht dat van kracht is op het tijdstip waarop de maatregel wordt getroffen, of

ii)    het basisdouanetarief dat overeenkomstig artikel 2.6 (Verlaging en/of afschaffing van invoerrechten), lid 2, is vastgelegd in de lijsten in bijlage 2-A.


ARTIKEL 3.11

Voorwaarden en beperkingen

1.    Een partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van de opening van een onderzoek als omschreven in lid 2, en overlegt met haar zo vroeg mogelijk vóór de toepassing van een bilaterale vrijwaringsmaatregel, teneinde:

a)    de informatie die uit het onderzoek naar voren komt, te toetsen en na te gaan of is voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden;

b)    van gedachten te wisselen over de maatregel en over de vraag of hij geschikt is in het licht van de doelstellingen van deze afdeling om een einde te maken aan ernstige schade of een dreiging van ernstige schade voor de interne bedrijfstak door een toename van de invoer, als bedoeld in artikel 3.10 (Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen), lid 1, en

c)    een eerste gedachtewisseling te hebben over de in artikel 3.13 (Compensatie) bedoelde compensatie.

2.    Een partij treft een bilaterale vrijwaringsmaatregel slechts nadat haar bevoegde autoriteiten een onderzoek hebben verricht in overeenstemming met artikel 3 en artikel 4, lid 2, onder a) en c), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, waartoe artikel 3 en artikel 4, lid 2, onder a) en c), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen mutatis mutandis in de onderhavige overeenkomst worden opgenomen.


3.    De in artikel 3.10 (Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen) bedoelde vaststelling wordt slechts gedaan indien uit het onderzoek op basis van objectief bewijsmateriaal blijkt dat een oorzakelijk verband bestaat tussen de toename van de invoer uit de andere partij en de ernstige schade of dreiging daarvan. In dit verband wordt naar behoren rekening gehouden met andere factoren, met inbegrip van de invoer van het zelfde product uit andere landen.

4.    Elk van beide partijen waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten dit onderzoek afsluiten binnen een jaar na de datum waarop het is geopend.

5.    De partijen mogen een bilaterale vrijwaringsmaatregel als bedoeld in artikel 3.10 (Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen), lid 1, slechts toepassen met inachtneming van de volgende beperkingen:

a)    de maatregel mag enkel worden toegepast voor zover en zo lang hij noodzakelijk is om ernstige schade te voorkomen of te herstellen en om aanpassing te vergemakkelijken;

b)    de maatregel mag niet langer dan twee jaar worden toegepast, maar deze periode kan met maximaal twee jaar worden verlengd indien de bevoegde autoriteiten van de importerende partij overeenkomstig de in dit artikel gespecificeerde procedures vaststellen dat de maatregel noodzakelijk blijft om ernstige schade te voorkomen of te herstellen en aanpassing te vergemakkelijken, en er bewijs is dat de bedrijfstak zich aanpast, waarbij de totale toepassingsperiode van een vrijwaringsmaatregel, met inbegrip van de initiële toepassingsperiode en elke verlenging daarvan, niet langer mag zijn dan vier jaar, en

c)    na afloop van de overgangsperiode mag de maatregel enkel met instemming van de andere partij worden toegepast.


6.    Een maatregel wordt tijdens de overgangsperiode niet opnieuw toegepast op de invoer van hetzelfde goed, tenzij na verloop van een periode die gelijk is aan de helft van de periode waarin de vrijwaringsmaatregel eerder werd toegepast. In dat geval is artikel 3.13 (Compensatie), lid 3, niet van toepassing.

7.    Wanneer een partij een bilaterale vrijwaringsmaatregel niet langer toepast, is het douanerecht het recht dat overeenkomstig de lijst van die partij in bijlage 2-A bij ontbreken van de maatregel van kracht zou zijn geweest.

ARTIKEL 3.12

Voorlopige maatregelen

1.    In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een partij een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de interne bedrijfstak. De duur van een voorlopige maatregel mag niet meer bedragen dan tweehonderd dagen, gedurende welke periode de partij die de maatregel toepast, moet voldoen aan de voorschriften van artikel 3.11 (Voorwaarden en beperkingen), leden 2 en 3. De partij betaalt tariefverhogingen onverwijld terug indien het in artikel 3.11 (Voorwaarden en beperkingen), lid 2, omschreven onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 3.10 (Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen) zijn vervuld. De duur van een voorlopige maatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 3.11 (Voorwaarden en beperkingen), lid 5, onder b), vastgelegde periode.


2.    Indien een partij krachtens dit artikel een voorlopige maatregel neemt, stelt zij de andere partij daarvan vooraf schriftelijk in kennis, en treedt zij onmiddellijk nadat de maatregel is genomen in overleg met de andere partij.

ARTIKEL 3.13

Compensatie

1.    Een partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, treedt in overleg met de andere partij, teneinde overeenstemming te bereiken over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel die de vorm heeft van concessies met in wezen gelijkwaardige gevolgen voor de handel of die gelijkwaardig is aan de bijkomende rechten die de vrijwaringsmaatregel naar verwachting met zich zal brengen. De partij biedt uiterlijk dertig dagen na de toepassing van de bilaterale vrijwaringsmaatregel gelegenheid voor dergelijk overleg.

2.    Indien het in lid 1 bedoelde overleg niet binnen dertig dagen na aanvang ervan leidt tot overeenstemming over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel, mag de partij wier goederen voorwerp van de vrijwaringsmaatregel zijn, de toepassing opschorten van in wezen gelijkwaardige concessies aan de partij die de vrijwaringsmaatregel toepast. De exporterende partij stelt ten minste dertig dagen voordat zij krachtens dit lid concessies opschort, de andere partij daarvan schriftelijk in kennis.

3.    Het in lid 2 bedoelde opschortingsrecht wordt niet uitgeoefend in de eerste 24 maanden waarin een bilaterale vrijwaringsmaatregel van kracht is, mits de vrijwaringsmaatregel in overeenstemming is met deze overeenkomst.



HOOFDSTUK VIER

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

ARTIKEL 4.1

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de partijen te vergemakkelijken en uit te breiden door een kader te bieden om onnodige handelsbelemmeringen binnen het toepassingsgebied van de TBT-Overeenkomst te voorkomen, te identificeren en weg te nemen.

ARTIKEL 4.2

Toepassingsgebied en definities

1.    Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, het aannemen en de toepassing van alle in bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst omschreven normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures die de handel in goederen, ongeacht de oorsprong ervan, tussen de partijen kunnen beïnvloeden.

2.    Onverminderd het bepaalde in lid 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

a)    aankoopspecificaties die door overheidsorganen zijn opgesteld om te voorzien in de productie- of verbruiksbehoeften van die organen, of


b)    sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst, die vallen onder hoofdstuk vijf van deze overeenkomst.

3.    Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst.

ARTIKEL 4.3

Bevestiging van de TBT-Overeenkomst

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de TBT-Overeenkomst, die hierbij in deze overeenkomst wordt opgenomen en daarvan mutatis mutandis deel uitmaakt.

ARTIKEL 4.4

Samenwerking

1.    De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectieve markten te vergemakkelijken.

2.    De partijen streven ernaar om samenwerkingsinitiatieven op regelgevingsgebied in kaart te brengen en te ontwikkelen die geschikt zijn voor de specifieke onderwerpen of sectoren en die kunnen bestaan uit, maar niet beperkt zijn tot:


a)    de uitwisseling van informatie en ervaringen over het opstellen en de toepassing van hun technische voorschriften en de toepassing van goede regelgevingspraktijken;

b)    de vereenvoudiging, in voorkomend geval, van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

c)    het vermijden van onnodige verschillen in hun aanpak van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, en het streven om technische voorschriften te doen convergeren of aan te passen aan de internationale normen;

d)    de aanmoediging van samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere instellingen voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditatie;

e)    het verzekeren van doeltreffende interactie van de regelgevende instanties op nationaal, regionaal en internationaal vlak, bijvoorbeeld door verzoeken van een partij naar de bevoegde regelgevende instantie te verwijzen, en

f)    de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in de bevoegde regionale en multilaterale fora die verband houden met normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures.

3.    Indien een partij voorstellen doet voor samenwerking in het kader van dit hoofdstuk, zal de andere partij deze desgevraagd naar behoren in overweging nemen.


ARTIKEL 4.5

Normen

1.    De partijen bevestigen dat zij ingevolge artikel 4.1 van de TBT-Overeenkomst dienen te waarborgen dat hun normalisatie-instellingen de in bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst opgenomen praktijkrichtlijn voor het opstellen, het aannemen en de toepassing van normen aanvaarden en naleven.

2.    Teneinde normen op een zo breed mogelijke grondslag te harmoniseren, moedigen de partijen hun normalisatie-instellingen, alsmede de regionale normalisatie-instellingen waarvan zij of hun normalisatie-instellingen lid zijn, aan, bij internationale normalisatieactiviteiten samen te werken met de betrokken normalisatie-instellingen van de andere partij.

3.    De partijen verbinden zich ertoe informatie uit te wisselen over:

a)    hun gebruik van normen ter ondersteuning van technische voorschriften;

b)    hun normalisatieprocessen, en in hoeverre zij internationale of regionale normen als basis voor hun nationale normen gebruiken, en

c)    samenwerkingsovereenkomsten inzake normalisatie die een van de partijen ten uitvoer legt, mits de informatie beschikbaar kan worden gesteld aan het publiek.


ARTIKEL 4.6

Technische voorschriften

De partijen komen overeen optimaal gebruik te maken van goede regelgevingspraktijken met betrekking tot het opstellen, aannemen en toepassen van technische voorschriften als bedoeld in de TBT-Overeenkomst, met inbegrip van:

a)    wanneer zij een technisch voorschrift uitwerken, rekening te houden met, onder meer, het effect van het beoogde technisch voorschrift en de beschikbare regelgevende en niet-regelgevende alternatieven voor het voorgestelde technisch voorschrift waarmee de legitieme doelstellingen van de partij kunnen worden bereikt;

b)    overeenkomstig artikel 2.4 van de TBT-Overeenkomst zo veel mogelijk relevante internationale normen als grondslag te nemen voor hun technische voorschriften, tenzij dergelijke internationale normen ondoeltreffend of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstellingen; indien internationale normen niet als grondslag zijn genomen, aan de andere partij desgevraagd uit te leggen waarom dergelijke normen ondoeltreffend of ongeschikt voor het nagestreefde doel zijn geacht, en

c)    overeenkomstig artikel 2.8 van de TBT-Overeenkomst, in alle gevallen waarin zulks wenselijk is, bij het formuleren van op de productvereisten gebaseerde technische voorschriften de werking van het product als uitgangspunt te nemen, veeleer dan het ontwerp of de beschrijving daarvan.


ARTIKEL 4.7

Conformiteitsbeoordelingsprocedures

1.    De partijen erkennen dat er een brede verscheidenheid aan mechanismen bestaat die ervoor zorgen dat de resultaten van conformiteitsbeoordelingen gemakkelijker worden aanvaard, waaronder:

a)    aanvaarding, door de partij van invoer, van een conformiteitsverklaring van een leverancier;

b)    overeenkomsten betreffende wederzijdse aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen die specifieke technische voorschriften betreffen en zijn verricht door op het grondgebied van de andere partij gevestigde instanties;

c)    gebruik van accreditatieprocedures voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties;

d)    aanwijzing van overheidswege van conformiteitsbeoordelingsinstanties, met inbegrip van op het grondgebied van de andere partij gevestigde instanties;

e)    eenzijdige erkenning door een partij van de resultaten van op het grondgebied van de andere partij verrichte conformiteitsbeoordelingen;

f)    vrijwillige regelingen tussen conformiteitsbeoordelingsinstanties op het grondgebied van elk van beide partijen, en


g)    gebruik van regionale of internationale multilaterale erkenningsovereenkomsten en -regelingen waarbij de partijen partij zijn.

2.    Gelet op met name deze aspecten zullen de partijen:

a)    hun uitwisseling van informatie over deze en andere mechanismen intensiveren, teneinde de aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen te vergemakkelijken;

b)    informatie uitwisselen over de criteria om passende conformiteitsbeoordelingsprocedures voor specifieke producten te kiezen en, overeenkomstig artikel 5.1.2 van de TBT-Overeenkomst voorschrijven dat conformiteitsbeoordelingsprocedures niet strikter zijn, noch strikter mogen worden toegepast dan noodzakelijk is om de partij van invoer in staat te stellen zich ervan te overtuigen dat de betrokken producten aan de toepasselijke technische voorschriften of normen beantwoorden, rekening houdend met de aan niet-conformiteit van deze producten verbonden risico's;

c)    informatie uitwisselen over het accreditatiebeleid, en beoordelen hoe optimaal gebruik kan worden gemaakt van internationale accreditatienormen en van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instellingen van de partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld met behulp van de mechanismen van de International Laboratory Accreditation Co-operation en het International Accreditation Forum, en

d)    ervoor zorgen dat, wanneer twee of meer conformiteitsbeoordelingsinstantie door een partij zijn gemachtigd om de conformiteitsbeoordelingsprocedures uit te voeren die nodig zijn om het product in de handel te brengen, marktdeelnemers tussen deze instanties kunnen kiezen.


3.    De partijen herbevestigen dat zij ingevolge artikel 5.2.5 van de TBT-Overeenkomst erop moeten toezien dat vergoedingen voor de verplichte conformiteitsbeoordeling van ingevoerde producten billijk zijn in vergelijking met de vergoedingen die voor de conformiteitsbeoordeling van soortgelijke producten van nationale oorsprong of van producten van oorsprong uit een ander land worden gevraagd, met inachtneming van de kosten van communicatie, vervoer en andere kosten die het gevolg zijn van het feit dat de bedrijfsruimten van de aanvrager en die van de conformiteitsbeoordelingsinstantie op verschillende plaatsen zijn gevestigd.

4.    Op verzoek van een partij kunnen de partijen besluiten in overleg te treden met het oog op de vaststelling van sectorale initiatieven inzake de toepassing van conformiteitsbeoordelingsprocedures of de facilitering van de aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen die passend zijn voor de betrokken sectoren. De partij die het verzoek indient, moet het verzoek staven met relevante informatie over de wijze waarop dit initiatief de handel tussen de partijen zou bevorderen. Bij dit overleg kunnen alle in lid 1 beschreven mechanismen in overweging worden genomen. Wanneer een partij een dergelijk verzoek van de andere partij afwijst, zet zij desgevraagd de redenen daarvoor uiteen.

ARTIKEL 4.8

Transparantie

De partijen herbevestigen de krachtens de TBT-Overeenkomst op hen rustende verplichtingen inzake transparantie bij het opstellen, het aannemen en de toepassing van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, en komen overeen:

a)    indien een onderdeel van het proces voor de ontwikkeling van een technisch voorschrift aan een openbare raadpleging is onderworpen, rekening te houden met het standpunt van de andere partij, en zonder onderscheid de andere partij en haar belanghebbenden redelijke mogelijkheden te bieden om opmerkingen te maken;


b)    indien overeenkomstig artikel 2.9 van de TBT-Overeenkomst kennisgevingen worden gedaan, te voorzien in een periode van ten minste zestig dagen na de kennisgeving, gedurende welke de andere partij schriftelijke opmerkingen over het voorstel kan indienen, en, voor zover mogelijk, redelijke verzoeken tot verlenging van de termijn waarbinnen opmerkingen kunnen worden gemaakt, in overweging te nemen;

c)    aan marktdeelnemers uit de andere partij tussen de bekendmaking van technische voorschriften en de inwerkingtreding ervan voldoende tijd voor aanpassing te laten, tenzij er zich dringende problemen inzake veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen, en

d)    aan de andere partij of haar marktdeelnemers op verzoek en onverwijld relevante informatie ter beschikking te stellen (bijvoorbeeld via een openbare website, indien die beschikbaar is) op het gebied van de geldende technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures alsmede, in voorkomend geval en voor zover voorhanden, schriftelijke richtsnoeren voor de naleving van haar technische voorschriften.

ARTIKEL 4.9

Markttoezicht

De partijen wisselen informatie over markttoezicht en handhavend optreden uit.


ARTIKEL 4.10

Merktekens en etikettering

1.    De partijen nemen nota van punt 1 van bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst, waarin is vermeld dat een technisch voorschrift geheel of ten dele betrekking kan hebben op merktekens of etikettering, en zij zijn het erover eens dat voor zover hun technische voorschriften voorzien in verplichte merktekens of etikettering, zij ervoor zullen zorgen dat deze niet worden opgesteld met het doel onnodige belemmeringen voor de internationale handel te creëren en dat zij evenmin tot het ontstaan van dergelijke belemmeringen mogen leiden, en dat die voorschriften niet meer beperkingen voor het handelsverkeer mogen inhouden dan nodig is om een legitiem doel te bereiken, als bedoeld in artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst.

2.    De partijen komen overeen dat wanneer een partij merktekens of etikettering van producten verplicht stelt:

a)    deze partij ernaar zal streven om haar vereisten te beperken tot die welke van belang zijn voor consumenten of gebruikers van een product, dan wel om aan te geven dat het product voldoet aan de verplichte vereisten;

b)    deze partij kan bepalen welke informatie moet worden verstrekt op het etiket en de naleving van bepaalde wettelijke voorschriften inzake het aanbrengen van het etiket kan voorschrijven, maar geen voorafgaande goedkeuring of certificering van etiketten en merktekens kan eisen als voorwaarde om de producten op haar markt te verkopen, tenzij dit noodzakelijk wordt geacht in het licht van het risico dat het product oplevert voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten;

c)    deze partij, indien zij verlangt dat marktdeelnemers een uniek identificatienummer gebruiken, ervoor zorgt dat zo een nummer onverwijld en op niet-discriminerende grondslag wordt toegekend aan de betrokken marktdeelnemers;


d)    tenzij dit misleidend, tegenstrijdig of verwarrend is ten opzichte van de informatie die in de partij van invoer van de goederen moet worden verstrekt, deze partij het volgende toestaat:

i)    dat informatie wordt verstrekt in meer talen dan alleen de taal die in de partij van invoer van de goederen is voorgeschreven;

ii)    dat internationaal aanvaarde nomenclaturen, pictogrammen, symbolen of afbeeldingen worden gebruikt;

iii)    dat meer informatie wordt verstrekt dan die welke in de partij van invoer van de goederen is voorgeschreven;

e)    deze partij aanvaardt dat etikettering, met inbegrip van heretikettering en correcties op de etikettering, in voorkomend geval plaatsvindt op daarvoor goedgekeurde locaties (bijvoorbeeld in douane-entrepots op het punt van invoer) in de partij van invoer voorafgaand aan de distributie en verkoop van het product als alternatief voor etikettering in de plaats van oorsprong, tenzij die etikettering om redenen van openbare veiligheid of gezondheid moet worden aangebracht op de plaats van oorsprong, en

f)    deze partij ernaar streeft om, wanneer zij meent dat legitieme doelstellingen in de zin van de TBT-Overeenkomst hierdoor niet in gevaar komen, niet-permanente of verwijderbare etiketten dan wel merktekens of etiketten in de begeleidende documentatie in plaats van op of aan het product zelf of aan het product verbonden te aanvaarden.

3.    Onverminderd de rechten en plichten van de partijen op grond van de WTO-Overeenkomst is lid 2 van toepassing op landbouwproducten, industrieproducten en verwerkte voor de voeding bestemde landbouwproducten met inbegrip van dranken en alcoholhoudende dranken.


ARTIKEL 4.11

Contactpunten

De overeenkomstig artikel 13.4 (Vragen en contactpunten) aangewezen contactpunten hebben onder meer tot taak:

a)    toezicht te houden op de tenuitvoerlegging en het beheer van dit hoofdstuk;

b)    onverwijld een onderzoek in te stellen wanneer door de andere partij een kwestie wordt voorgelegd in verband met het ontwikkelen, het vaststellen, de toepassing of de handhaving van normen, technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures;

c)    de samenwerking bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures te verbeteren;

d)    informatie uit te wisselen betreffende normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

e)    in voorkomend geval overeenkomstig artikel 4.4 (Samenwerking), lid 2, samenwerkingsactiviteiten te vergemakkelijken, en

f)    ervoor te zorgen dat op verzoek van een van de partijen ad-hocwerkgroepen worden opgericht om na te gaan hoe de handel tussen de partijen kan worden vergemakkelijkt.


ARTIKEL 4.12

Slotbepalingen

1.    De partijen kunnen in het op grond van artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) ingestelde Comité voor de handel in goederen overleg plegen over eventuele uitvoeringsregelingen die voortvloeien uit dit hoofdstuk. De partijen kunnen bij een in dat comité genomen besluit de daartoe vereiste uitvoeringsmaatregelen vaststellen.

2.    De partijen zijn verdere verbintenissen aangegaan ten aanzien van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen met betrekking tot goederen als bedoeld in bijlage 4-A en de aanhangsels daarbij.

Hoofdstuk vijf

sanitaire en fytosanitaire maatregelen

ARTIKEL 5.1

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel:

a)    het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten op het respectieve grondgebied van de partijen te beschermen en de handel tussen de partijen op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen ("SPS-maatregelen") te bevorderen;


b)    samen te werken bij het verder uitvoering geven aan de SPS-Overeenkomst; en

c)    te voorzien in een middel ter verbetering van de communicatie, de samenwerking en de oplossing van geschillen in verband met de tenuitvoerlegging van SPS-maatregelen die het handelsverkeer tussen de partijen beïnvloeden.

ARTIKEL 5.2

Toepassingsgebied

1.    Dit hoofdstuk is van toepassing op alle SPS-maatregelen van een partij die het handelsverkeer tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.

2.    Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de samenwerking tussen de partijen op het gebied van aangelegenheden inzake dierenwelzijn die voor de partijen van wederzijds belang zijn.

3.    Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk doet afbreuk aan de rechten van de partijen uit hoofde van de TBT-Overeenkomst met betrekking tot maatregelen die niet binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen.

ARTIKEL 5.3

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt het volgende:

1.    De definities die zijn opgenomen in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst zijn van toepassing.


2.    De partijen kunnen andere definities voor de toepassing van dit hoofdstuk overeenkomen, waarbij rekening dient te worden gehouden met de glossaria en definities van de relevante internationale organisaties, zoals de Codex Alimentarius Commissie (hierna de "Codex Alimentarius" genoemd), de Wereldorganisatie voor diergezondheid (hierna de "OIE" genoemd) en in het kader van het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten (hierna het "IPPC" genoemd).

ARTIKEL 5.4

Rechten en verplichtingen

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de SPS-Overeenkomst.

ARTIKEL 5.5

Bevoegde autoriteiten

De lijst van de met de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk belaste bevoegde autoriteiten van de partijen is opgenomen in bijlage 5-A. De partijen stellen elkaar in kennis van wijzigingen van deze lijst.


ARTIKEL 5.6

Algemene beginselen

De partijen komen overeen om bij de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk:

a)    ervoor te zorgen dat de SPS-maatregelen in overeenstemming zijn met de beginselen die in artikel 3 van de SPS-Overeenkomst zijn neergelegd;

b)    geen SPS-maatregelen te gebruiken om ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen in te voeren;

c)    ervoor te zorgen dat de bij dit hoofdstuk ingestelde procedures zonder onnodig tijdverlies worden uitgevoerd en afgerond en dat deze procedures niet worden toegepast op een wijze die willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie vormt jegens de andere partij waar dezelfde of soortgelijke omstandigheden bestaan; en

d)    noch de onder c) bedoelde procedures noch verzoeken om aanvullende informatie te gebruiken om de toegang tot hun respectieve markten zonder gegronde wetenschappelijke en technische redenen te vertragen.

ARTIKEL 5.7

Invoervereisten

1.    De invoervereisten van een partij gelden voor het gehele grondgebied van de andere partij.


2.    De partij van uitvoer zorgt ervoor dat de naar de partij van invoer uitgevoerde producten voldoen aan de sanitaire en fytosanitaire voorschriften van de partij van invoer.

3.    De partij van invoer ziet erop toe dat haar invoervereisten op evenredige en niet-discriminerende wijze worden toegepast op uit de partij van uitvoer ingevoerde producten.

4.    Vergoedingen die worden geïnd voor procedures betreffende uit de partij van uitvoer ingevoerde producten zijn billijk in verhouding tot vergoedingen die in rekening worden gebracht voor soortgelijke interne producten en mogen niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van de dienst.

5.    De partij van invoer heeft het recht om invoercontroles uit te voeren op uit de partij van uitvoer ingevoerde producten met het oog op de tenuitvoerlegging van SPS-maatregelen.

6.    De invoercontroles op uit de partij van uitvoer ingevoerde producten worden gebaseerd op het sanitaire en fytosanitaire risico dat deze invoer oplevert. Deze invoercontroles worden onverwijld en met minimale gevolgen voor het handelsverkeer tussen de partijen uitgevoerd.

7.    De partij van invoer stelt de partij van uitvoer op verzoek van deze laatste partij informatie ter beschikking over de frequentie van invoercontroles op producten uit deze laatste partij. De partij van invoer kan de frequentie van de materiële controles van zendingen zo nodig wijzigen als gevolg van i) verificaties, ii) invoercontroles, of iii) de instemming van beide partijen, ook na het overleg waarin dit hoofdstuk voorziet.


8.    Indien bij de invoercontroles blijkt dat producten niet voldoen aan de desbetreffende invoervereisten van de partij van invoer, moeten de maatregelen die de partij van invoer treft in verhouding staan tot het sanitaire en fytosanitaire risico dat de invoer van het niet-conforme product oplevert.

ARTIKEL 5.8

Verificaties

1.    Om vertrouwen in de doeltreffende tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk te verkrijgen en te bewaren, heeft de partij van invoer het recht om op elk moment verificaties uit te voeren, daaronder begrepen:

a)    via verificatiebezoeken aan de partij van uitvoer, om alle of een deel van de inspectie- en certificatiesystemen van de bevoegde autoriteiten van de partij van uitvoer te controleren, overeenkomstig de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de Codex Alimentarius, de OIE en het IPPC; en

b)    door van de partij van uitvoer informatie over haar inspectie- en certificatiesysteem te vragen en door de resultaten van in het kader van dat systeem verrichte controles te verkrijgen.

2.    De partij van invoer deelt de resultaten en conclusies van de overeenkomstig lid 1 verrichte verificaties met de partij van uitvoer. De partij van invoer kan deze resultaten openbaar maken.


3.    Indien de partij van invoer besluit om een verificatiebezoek te brengen aan de partij van uitvoer, stelt zij de partij van uitvoer daar ten minste zestig kalenderdagen van tevoren in kennis, uitgezonderd in noodgevallen of indien de partijen anders overeenkomen. Enigerlei wijziging ten aanzien van dat bezoek wordt door de partijen overeengekomen.

4.    De partij van invoer draagt de kosten van de verificatie van alle of een deel van de inspectie- en certificatiesystemen van de bevoegde autoriteiten van de andere partij en van de inspecties van individuele inrichtingen.

5.    De partij van invoer licht de partij van uitvoer binnen zestig kalenderdagen schriftelijk in over een verificatie. De partij van uitvoer heeft vijfenveertig kalenderdagen om opmerkingen over deze informatie te maken. Deze opmerkingen worden bij het eindrapport gevoegd en in voorkomend geval daarin opgenomen.

6.    Onverminderd het bepaalde in lid 5, stelt de partij van invoer, wanneer bij een verificatie een aanmerkelijk gezondheidsrisico voor mens, dier of plant wordt vastgesteld, de partij van uitvoer hiervan zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen tien kalenderdagen na het einde van de verificatie in kennis.

ARTIKEL 5.9

Handelsbevordering

1.    In gevallen waarin de partij van invoer een verificatie ter plaatse verlangt om de invoer van een bepaalde categorie of bepaalde categorieën van producten van dierlijke oorsprong uit de partij van uitvoer toe te staan, geldt het volgende:


a)    bij de verificatie wordt het inspectie- en certificatiesysteem van de partij van uitvoer overeenkomstig artikel 5.8 (Verificaties) geëvalueerd en wordt rekening gehouden met de desbetreffende schriftelijke informatie die de partij van uitvoer op verzoek verstrekt; en

b)    indien de verificatie van het inspectie- en certificatiesysteem bevredigend is, licht de partij van invoer de partij van uitvoer schriftelijk in over de positieve uitkomst van de verificatie. In dat geval kan onder andere de informatie worden verstrekt dat de partij van invoer de invoer van een specifieke categorie of specifieke categorieën van producten heeft toegestaan of zal toestaan; of

c)    indien de uitkomst van de verificatie van de inspectie- en certificatiesystemen niet bevredigend is, licht de partij van invoer de partij van uitvoer schriftelijk in over de uitkomst van de verificatie. In dat geval wordt onder andere de volgende informatie verstrekt:

i)    de voorwaarden, onder meer in verband met het inspectie- en certificatiesysteem van de partij van uitvoer, waarin de partij van uitvoer nog moet voorzien alvorens de partij van invoer de invoer van een specifieke categorie of specifieke categorieën van producten van dierlijke oorsprong kan toestaan;

ii)    een verwijzing naar het feit dat specifieke inrichtingen van producten van dierlijke oorsprong de toestemming kunnen krijgen om naar de partij van invoer uit te voeren indien is voldaan aan de invoervereisten van artikel 5.7 (Invoervereisten); of

iii)    een verklaring dat de partij van invoer de invoer van de specifieke categorie of categorieën van producten uit de partij van uitvoer niet heeft toegestaan.


2.    In gevallen waarin de partij van invoer de invoer van een specifieke categorie of specifieke categorieën van producten van dierlijke oorsprong als bedoeld in lid 1, onder b), heeft toegestaan, stelt de partij van uitvoer de partij van invoer in kennis van de lijst van individuele inrichtingen die voldoen aan de voorschriften van de partij van invoer overeenkomstig met name artikel 5.7 (Invoervereisten) en artikel 5.8 (Verificaties). Voorts geldt het volgende:

a)    de partij van invoer erkent, op verzoek van de partij van uitvoer, de in lid 3 van bijlage 5-B vermelde inrichtingen die zijn gevestigd op het grondgebied van de partij van uitvoer zonder voorafgaande inspectie van individuele inrichtingen. Wanneer zij de erkenning door de partij van invoer vraagt, verstrekt de partij van uitvoer alle informatie die de partij van invoer verlangt om te garanderen dat aan de toepasselijke voorschriften, onder andere die van artikel 5.7 (Invoervereisten), is voldaan. De erkenning door de partij van invoer gebeurt overeenkomstig de voorwaarden van bijlage 5-B en is beperkt tot de categorieën van producten waarvoor de invoer is toegestaan;

b)    bij de erkenning van de individuele inrichtingen als bedoeld in lid 2, onder a), neemt de partij van invoer, volgens haar toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke procedures, de wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen die nodig zijn om de invoer mogelijk te maken binnen veertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de partij van uitvoer vergezeld van de door de partij van invoer verlangde informatie om te garanderen dat aan de toepasselijke voorschriften is voldaan, onder andere die van artikel 5.7 (Invoervereisten); en

c)    de partij van invoer stelt de partij van uitvoer in kennis van de erkenning of afwijzing van een individuele inrichting als bedoeld in lid 2, onder a), en indien van toepassing de redenen voor afwijzing.


ARTIKEL 5.10

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

1.    De partijen aanvaarden het concept van ziekte- of plaagorganismevrije gebieden en gebieden met lage prevalentie van ziekte of plaagorganismen overeenkomstig de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de SPS-Overeenkomst, de OIE en het IPPC. Het SPS-comité bedoeld in artikel 5.15 (Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen) kan de details van de procedure voor de erkenning van die gebieden nader definiëren, met inbegrip van procedures voor de erkenning van die gebieden wanneer er een uitbraak is geweest, rekening houdend met de desbetreffende normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de SPS-Overeenkomst, de OIE en het IPPC.

2.    Bij de vaststelling van ziekte- of plaagorganismevrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plaagorganismen, houden de partijen rekening met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologische surveillance en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden.

3.    Voor de vaststelling van ziekte- of plaagorganismevrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plaagorganismen, brengen de partijen een nauwe samenwerking tot stand om vertrouwen te verkrijgen in de procedures die de andere partij voor die vaststelling volgt. Bij de erkenning van de vaststelling van die gebieden door de partij van uitvoer baseert de partij van invoer haar vaststelling van de dier- of plantgezondheidsstatus van de partij van uitvoer of gedeelten daarvan in beginsel op de informatie die de partij van uitvoer heeft verstrekt overeenkomstig de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de SPS-Overeenkomst, de OIE en het IPPC.


4.    Indien de partij van invoer de door de partij van uitvoer gedane vaststelling niet aanvaardt, zet zij de redenen hiervoor uiteen en is zij bereid in overleg te treden.

5.    De partij van uitvoer die stelt dat gebieden binnen haar grondgebied vrij van ziekten of plaagorganismen zijn of een lage prevalentie van ziekten of plaagorganismen hebben, dient terzake de bewijzen te leveren om de partij van invoer objectief aan te tonen dat die gebieden ziekte- of plaagorganismevrije gebieden of gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plaagorganismen zijn of waarschijnlijk zullen blijven, naargelang het geval. Hiertoe wordt aan de partij van invoer desgevraagd redelijke toegang verleend voor inspectie, proeven en andere relevante procedures.

6.    De partijen erkennen het beginsel van compartimentering van de OIE en van plaagorganismevrije productielocaties van het IPPC. Het in artikel 5.15 bedoelde SPS-comité (Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen) beoordeelt eventuele toekomstige aanbevelingen van de OIE en het IPPC over deze kwestie en kan dienovereenkomstig aanbevelingen doen.

ARTIKEL 5.11

Transparantie en uitwisseling van informatie

1.    De partijen:

a)    streven naar transparantie met betrekking tot SPS-maatregelen die op de handel van toepassing zijn en in het bijzonder met betrekking tot de voorschriften van artikel 5.7 (Invoervereisten) die gelden voor invoer uit de andere partij;


b)    verbeteren het wederzijdse begrip van de SPS-maatregelen van elk van beide partijen en de toepassing ervan;

c)    wisselen informatie uit over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling en toepassing van SPS-maatregelen – waaronder de voortgang inzake nieuw beschikbaar wetenschappelijk bewijs – die het handelsverkeer tussen de partijen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, om de negatieve gevolgen ervan voor het handelsverkeer zoveel mogelijk te beperken;

d)    delen op verzoek van een partij de op de invoer van specifieke producten toepasselijke invoervereisten mee binnen vijftien kalenderdagen, en

e)    delen op verzoek van een partij de voortgang inzake aanvragen voor een invoervergunning voor specifieke producten mee binnen vijftien kalenderdagen.

2.    De contactpunten die verantwoordelijk zijn voor de informatie overeenkomstig lid 1 zijn die welke door de partijen zijn aangewezen in overeenstemming met artikel 13.4 (Vragen en contactpunten), lid 1. Informatie wordt verstuurd per post, fax of e-mail. Informatie die per e-mail wordt verstuurd, mag elektronisch worden ondertekend en wordt uitsluitend tussen de contactpunten verstuurd.

3.    Wanneer de in lid 1 bedoelde informatie beschikbaar is gesteld door kennisgeving aan de WTO overeenkomstig haar toepasselijke voorschriften en procedures of wanneer die informatie is geplaatst op de officiële, algemeen toegankelijke en gratis websites van de partijen, wordt de informatie geacht te zijn uitgewisseld.

4.    Alle kennisgevingen uit hoofde van dit hoofdstuk gebeuren aan de in lid 2 bedoelde contactpunten.


ARTIKEL 5.12

Overleg

1.    Elk van beide partijen stelt de andere partij binnen twee kalenderdagen schriftelijk in kennis van ernstige of aanzienlijke gezondheidsrisico's voor mens, dier of plant, waaronder begrepen noodsituaties in de levensmiddelensector.

2.    Indien een partij ernstige zorgen koestert ten aanzien van een risico voor het leven of de gezondheid van mens, dier of plant waarbij producten gemoeid zijn die worden verhandeld, dient overleg over de situatie op verzoek zo snel mogelijk plaats te vinden. In dat geval streeft elk van beide partijen ernaar om tijdig alle informatie te verstrekken die nodig is om een verstoring van het handelsverkeer te voorkomen.

3.    Het in lid 2 van dit artikel bedoelde overleg kan worden gehouden via e-mail of in de vorm van een telefonische of videoconferentie. De verzoekende partij zorgt voor het opstellen van de notulen van het overleg.

ARTIKEL 5.13

Noodmaatregelen

1.    In geval van een ernstig risico voor het leven of de gezondheid van mens, dier of plant, mag de partij van invoer zonder voorafgaande kennisgeving maatregelen treffen die nodig zijn om het leven of de gezondheid van mens, dier of plant te beschermen. Voor zendingen die onderweg zijn tussen de partijen, zoekt de partij van invoer de meest geschikte en evenredige oplossing om onnodige verstoringen van het handelsverkeer te voorkomen.


2.    De partij die de maatregelen neemt, stelt de andere partij zo snel mogelijk van de maatregel in kennis en in ieder geval niet later dan vierentwintig uur na het vaststellen ervan. Elk van beide partijen mag vragen om informatie over de sanitaire en fytosanitaire situatie en over de vastgestelde maatregelen. De andere partij antwoordt zodra de gevraagde informatie beschikbaar is.

3.    Op verzoek van een van de partijen en overeenkomstig artikel 5.12 (Overleg) plegen de partijen binnen vijftien kalenderdagen na kennisgeving overleg over de situatie. Doel van het overleg is het voorkomen van onnodige verstoringen van het handelsverkeer. De partijen kunnen opties overwegen voor de bevordering van de tenuitvoerlegging of de vervanging van de maatregelen.

ARTIKEL 5.14

Gelijkwaardigheid

1.    De partijen kunnen de gelijkwaardigheid van een individuele maatregel en/of groepen van maatregelen en/of systemen voor een sector of een deel van een sector erkennen overeenkomstig de leden 4 tot en met 7. De erkenning van de gelijkwaardigheid geldt voor het handelsverkeer tussen de partijen in dieren en dierlijke producten, planten en plantaardige producten, of in voorkomend geval voor verwante goederen.

2.    Indien de gelijkwaardigheid niet is erkend, gelden voor het handelsverkeer de voorwaarden die de partij van invoer in verband met het adequate niveau van bescherming heeft vastgesteld.

3.    De erkenning van de gelijkwaardigheid vereist een beoordeling en aanvaarding van:


a)    de bestaande SPS-maatregelen in wetgeving, normen en procedures, met inbegrip van verificaties van de inspectie- en certificatiesystemen om ervoor te zorgen dat de SPS-maatregelen van de partij van uitvoer en de partij van invoer worden ten uitvoer gelegd;

b)    de structuur — toegelicht aan de hand van bewijsstukken — van de bevoegde autoriteiten, de bevoegdheden, de hiërarchische opbouw, de toegepaste procedures en de beschikbare middelen; en

c)    de prestaties van de bevoegde autoriteit ten aanzien van de controleprogramma's en garanties.

4.    Bij deze beoordeling houden de partijen rekening met de al opgedane ervaring.

5.    De partij van invoer erkent een sanitaire of fytosanitaire maatregel van de partij van uitvoer als gelijkwaardig indien de partij van uitvoer op objectieve wijze aantoont dat de maatregel het door de partij van invoer vastgestelde adequate niveau van bescherming biedt. Hiertoe wordt aan de partij van invoer desgevraagd redelijke toegang verleend voor inspectie, proeven en andere relevante procedures.

6.    De partijen houden bij de erkenning van de gelijkwaardigheid rekening met de richtsnoeren van de Codex Alimentarius, de OIE, het IPPC en het SPS-Comité van de WTO.

7.    Voorts kunnen de partijen, indien de gelijkwaardigheid is erkend, tot overeenstemming komen over een vereenvoudigd model voor officiële sanitaire of fytosanitaire certificaten die noodzakelijk zijn voor elke zending van dieren en dierlijke producten, planten en plantaardige producten of andere verwante goederen die voor invoer zijn bestemd.


ARTIKEL 5.15

Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen

1.    Het Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen (hierna het "SPS-comité" genoemd) dat is opgericht krachtens artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités), bestaat uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de partijen.

2.    Het SPS-comité komt binnen één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen. Daarna komt het minstens eenmaal per jaar of als overeengekomen door de partijen bijeen. Tijdens de eerste vergadering stelt het SPS-comité zijn reglement van orde vast. Het komt persoonlijk, via telefonische conferentie, videoconferentie of elk ander middel als overeengekomen door de partijen bijeen.

3.    Het SPS-comité kan overeenkomen om technische werkgroepen op te richten die bestaan uit deskundigen van de partijen en technische en wetenschappelijke kwesties die met dit hoofdstuk verband houden vaststellen en aanpakken en mogelijkheden voor verdere samenwerking inzake SPS-kwesties van wederzijds belang verkennen. Wanneer aanvullende expertise is vereist, kunnen andere personen dan vertegenwoordigers van de partijen deel uitmaken van deze groepen.

4.    Het SPS-comité kan elke aangelegenheid met betrekking tot de doeltreffende werking van dit hoofdstuk behandelen. Het heeft in het bijzonder de volgende verantwoordelijkheden en taken:

a)    de procedures of regelingen ontwikkelen die voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, inclusief de bijlagen, nodig zijn;


b)    toezien op de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk; en

c)    een forum bieden voor discussie over problemen die zich voordoen door de toepassing van bepaalde SPS-maatregelen, teneinde een voor elk van beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. In dit verband komt het SPS-comité op verzoek van een partij met spoed bijeen voor overleg. Dat overleg laat de rechten en verplichtingen van de partijen ingevolge hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme) onverlet.

5.    Het SPS-comité wisselt informatie, deskundigheid en ervaringen op het gebied van dierenwelzijn uit om de samenwerking tussen de partijen op het gebied van dierenwelzijn te bevorderen.

6.    De partijen kunnen bij besluit in het SPS-comité aanbevelingen en besluiten vaststellen in verband met invoervergunningen, informatie-uitwisseling, transparantie, erkenning van regionalisatie, gelijkwaardigheid en alternatieve maatregelen en andere in de leden 4 en 5 bedoelde aangelegenheden.

ARTIKEL 5.16

Technisch overleg

1.    Wanneer een partij van mening is dat een maatregel van de andere partij in strijd is of kan zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit dit hoofdstuk en een ongerechtvaardigde verstoring van het handelsverkeer veroorzaakt of kan veroorzaken, kan zij om technisch overleg in het SPS-comité verzoeken teneinde een voor elk van beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. De in bijlage 5-A vermelde bevoegde autoriteiten faciliteren dit overleg.


2.    Het technisch overleg in het SPS-comité wordt uiterlijk dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij de overleg plegende partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Het technisch overleg kan worden gepleegd via telefonische conferentie, videoconferentie of elk ander door de partijen overeengekomen middel.

Hoofdstuk zes

douane en handelsbevordering

ARTIKEL 6.1

Doelstellingen

1.    De partijen erkennen het belang van douane en handelsbevordering bij de ontwikkeling van het mondiale handelsstelsel. De partijen komen overeen op dit gebied nauwer samen te werken om ervoor te zorgen dat de toepasselijke wetgeving en procedures, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, de doelstellingen van stimulering van het handelsverkeer en doeltreffende douanecontrole verwezenlijken.

2.    Daartoe komen de partijen overeen dat de wetgeving niet-discriminerend moet zijn en dat douaneprocedures moeten zijn gebaseerd op het gebruik van moderne methoden en doeltreffende controles om fraude te bestrijden en de legitieme handel te beschermen.


3.    De partijen erkennen dat legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, ook met betrekking tot beveiliging, veiligheid en fraudebestrijding, op generlei wijze in het gedrang mogen komen.

ARTIKEL 6.2

Beginselen

1.    De partijen komen overeen dat hun respectieve douanebepalingen en -procedures moeten zijn gebaseerd op:

a)    de door de partijen aanvaarde internationale instrumenten en normen die op het gebied van douane en handel van toepassing zijn, waaronder de materiële elementen van de Herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, en het "Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade" (hierna het "SAFE-kader" genoemd) van de Werelddouaneorganisatie (hierna de "WDO" genoemd).

b)    de bescherming van de legitieme handel door de doeltreffende handhaving en naleving van de wettelijke voorschriften;

c)    wetgeving die onnodige of discriminerende lasten voor marktdeelnemers vermijdt, die voorziet in verdere handelsbevordering voor marktdeelnemers die de wetgeving goed naleven en die waarborgen biedt tegen fraude en ongeoorloofde of schadelijke activiteiten; en


d)    regels die waarborgen dat de straffen voor overtredingen van douane- of procedurevoorschriften evenredig en niet-discriminerend zijn en dat de toepassing ervan niet tot onnodige vertragingen in de vrijgave van goederen leidt.

2.    Om de werkmethoden te verbeteren en ervoor te zorgen dat hun optreden niet-discriminerend, transparant, efficiënt, integer en verantwoordbaar is, komen de partijen overeen:

a)    waar mogelijk de eisen en formaliteiten te vereenvoudigen met betrekking tot de snelle vrijgave en inklaring van goederen; en

b)    ernaar te streven de door de douane en andere diensten gestelde eisen ten aanzien van verlangde gegevens en documentatie verder te vereenvoudigen en te standaardiseren.

ARTIKEL 6.3

Samenwerking op douanegebied

1.    De respectieve instanties van de partijen werken samen op douanegebied om de doelstellingen van artikel 6.1 (Doelstellingen) te bereiken.

2.    Met het oog op een betere samenwerking op douanegebied komen de partijen overeen om onder andere:

a)    informatie uit te wisselen betreffende hun respectieve douanewetgeving, de tenuitvoerlegging ervan en de douaneprocedures, in het bijzonder op de volgende gebieden:


i)    vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures;

ii)    handhaving van intellectuele-eigendomsrechten aan de grens door de douaneautoriteiten;

iii)    doorvoer en overlading; en

iv)    betrekkingen met het bedrijfsleven;

b)    de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven te overwegen op het gebied van invoer-, uitvoer- en andere douaneprocedures, alsmede om het bedrijfsleven een doeltreffende dienstverlening aan te bieden;

c)    samen te werken rond de douanegerelateerde aspecten van de beveiliging en vergemakkelijking van de internationale toeleveringsketen overeenkomstig het SAFE-kader;

d)    in voorkomend geval tot wederzijdse erkenning over te gaan van hun respectieve risicobeheerstechnieken, risiconormen, veiligheidscontroles en partnerschapsprogramma's op handelsgebied, daaronder begrepen aspecten zoals de doorzending van gegevens en wederzijds overeengekomen voordelen; en

e)    de samenwerking in internationale organisaties zoals de WTO en de WDO te versterken.


ARTIKEL 6.4

Doorvoer en overlading

1.    De partijen zorgen voor de facilitering en doeltreffende controle van de overlading en doorvoer over hun respectieve grondgebied.

2.    De partijen bevorderen regionale doorvoerregelingen en leggen deze ten uitvoer teneinde het handelsverkeer te vergemakkelijken.

3.    De partijen zien erop toe dat alle betrokken instanties en diensten op hun grondgebied samenwerken en hun optreden op elkaar afstemmen om de doorvoer te vergemakkelijken.

ARTIKEL 6.5

Besluiten vooraf

Voorafgaand aan de invoer van goederen op haar grondgebied en overeenkomstig haar wetgeving en procedures brengt elk van beide partijen via haar douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties een schriftelijk besluit voor op haar grondgebied gevestigde handelaren uit over de tariefindeling, de oorsprong of enige andere aangelegenheid als die haars inziens hiervoor in aanmerking komt.


ARTIKEL 6.6

Vereenvoudigde douaneprocedure

1.    Elk van beide partijen voorziet in vereenvoudigde invoer- en uitvoerprocedures die transparant en efficiënt zijn, om de kosten te beperken en de voorspelbaarheid te vergroten voor marktdeelnemers, met inbegrip van het midden- en kleinbedrijf. Ook toegelaten handelaren moet gemakkelijker toegang tot douanevereenvoudigingen worden verleend op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

2.    Eén enkel douaneaangiftedocument of elektronisch equivalent daarvan wordt gebruikt voor het vervullen van de formaliteiten die vereist zijn om goederen onder een douaneregeling te plaatsen.

3.    De partijen passen moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling en douanecontroles achteraf, toe om de binnenkomst en de vrijgave van goederen te vereenvoudigen en te vergemakkelijken.

4.    De partijen bevorderen de geleidelijke ontwikkeling en het geleidelijke gebruik van systemen, met inbegrip van die welke zijn gebaseerd op informatietechnologie, om de elektronische gegevensuitwisseling tussen handelaren, douaneautoriteiten en andere verwante diensten te vergemakkelijken.

ARTIKEL 6.7

Vrijgave van goederen

Elk van beide partijen draagt er zorg voor dat haar douaneautoriteiten, grensdiensten of andere bevoegde instanties toepassing geven aan voorschriften en procedures:


a)    die voorzien in de onmiddellijke vrijgave van goederen binnen een tijdvak dat niet langer is dan vereist om te waarborgen dat aan haar douane- en andere handelsgerelateerde wetgeving en formaliteiten wordt voldaan;

b)    die erin voorzien dat informatie vóór de fysieke aankomst van goederen elektronisch kan worden ingediend en vervolgens ook elektronisch kan worden verwerkt, zodat goederen bij aankomst kunnen worden vrijgegeven; en

c)    die erin voorzien dat goederen kunnen worden vrijgegeven voordat de douanerechten zijn betaald, mits indien nodig overeenkomstig de wetgeving van elk van beide partijen zekerheid wordt gesteld voor de eindbetaling van de verschuldigde douanerechten.

ARTIKEL 6.8

Vergoedingen en heffingen

1.    Vergoedingen en heffingen worden enkel opgelegd ter zake van in verband met de betrokken in- of uitvoer verleende diensten of een met die in- of uitvoer verband houdende formaliteit waaraan moet worden voldaan. Zij gaan de geschatte kosten van de verleende dienst niet te boven en worden niet op een ad-valoremgrondslag berekend.

2.    De informatie over vergoedingen en heffingen wordt via een officieel aangewezen medium, met inbegrip van het internet, bekendgemaakt. Deze informatie omvat de reden voor de vergoeding of de heffing ter zake van de verleende dienst, de verantwoordelijke instantie, de vergoeding of heffing die zal worden toegepast, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht.


3.    Nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen worden niet opgelegd totdat informatie overeenkomstig lid 2 bekend is gemaakt en gemakkelijk beschikbaar is.

ARTIKEL 6.9

Douane-expediteurs

De partijen komen overeen dat hun respectieve douanebepalingen en -procedures niet mogen verlangen dat douane-expediteurs worden ingeschakeld. De partijen passen transparante, niet-discriminerende en evenredige voorschriften toe indien en wanneer zij douane-expediteurs een vergunning verlenen.

ARTIKEL 6.10

Inspectie vóór verzending

De partijen komen overeen dat hun respectieve douanebepalingen en -procedures geen inspecties vóór verzending als omschreven in de Overeenkomst inzake inspecties vóór verzending, of andere inspecties die op de plaats van bestemming vóór inklaring worden verricht door particuliere ondernemingen mogen vereisen.


ARTIKEL 6.11

Douanewaarde

1.    De partijen bepalen de douanewaarde van goederen in overeenstemming met de Overeenkomst inzake de douanewaarde.

2.    De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de douanewaarde.

ARTIKEL 6.12

Risicobeheer

1.    Elk van beide partijen baseert de onderzoeks- en vrijgaveprocedures en de controleprocedures na binnenkomst veeleer op risicobeheersbeginselen en audits, dan op een omvattend onderzoek of voor elke zending aan alle invoervereisten is voldaan.

2.    De partijen komen overeen om hun invoer-, uitvoer-, doorvoer- en overladingsvoorschriften en -procedures voor goederen vast te stellen op basis van risicobeheersbeginselen die worden toegepast om handhavingsmaatregelen te richten op transacties die bijzondere aandacht behoeven.


ARTIKEL 6.13

Eén loket

Elk van beide partijen streeft ernaar om één-loketsystemen te ontwikkelen of te behouden teneinde het gemakkelijker te maken om alle door de douane- en andere wetgeving vereiste informatie voor de uitvoer, invoer en doorvoer van goederen in één keer elektronisch in te dienen.

ARTIKEL 6.14

Beroepsprocedures

1.    Elk van beide partijen voorziet in doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties betreffende de in-, uit- of doorvoer van goederen garanderen.

2.    Bij beroepsprocedures kan het gaan om administratieve toetsing door de toezichthoudende instantie en om een toetsing door de rechter van besluiten die op administratief niveau zijn genomen overeenkomstig de wetgeving van de partijen.


ARTIKEL 6.15

Transparantie

1.    Elk van beide partijen maakt haar wetgeving, regelingen en administratieve procedures en andere voorschriften in verband met douane en handelsbevordering bekend of stelt deze anderszins ter beschikking, ook langs elektronische weg.

2.    Elk van beide partijen wijst een of meer onderzoeks- of informatiecentra aan of houdt deze in stand, waaraan belanghebbenden vragen over aangelegenheden inzake douane en handelsbevordering kunnen stellen.

ARTIKEL 6.16

Betrekkingen met het bedrijfsleven

De partijen:

a)    zijn het eens over het belang van tijdig overleg met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven bij het formuleren van wetgevingsvoorstellen en algemene procedures met betrekking tot aangelegenheden inzake douane en handelsbevordering. Daartoe wordt in voorkomend geval overleg gepleegd tussen de douaneautoriteiten en het bedrijfsleven;


b)    komen overeen nieuwe wetgeving en algemene procedures met betrekking tot douane en handelsbevordering alvorens de toepassing ervan, alsook wijzigingen en interpretaties daarvan, bekend te maken of anderszins beschikbaar te stellen, voor zover mogelijk langs elektronische weg. Zij maken ook relevante informatie van administratieve aard, zoals voorschriften van diensten en invoerprocedures, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en aan grensovergangen, en contactpunten voor verzoeken om informatie, algemeen bekend;

c)    zijn het erover eens dat er een redelijke tijd moet zitten tussen de bekendmaking van nieuwe of gewijzigde wetgeving, procedures en vergoedingen of heffingen en de inwerkingtreding ervan, onverminderd legitieme doelstellingen van overheidsbeleid (bv. wijziging van de hoogte van rechten); en

d)    komen overeen erop toe te zien dat voorschriften en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de behoeften van de handel, dat hierbij beste praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

ARTIKEL 6.17

Douanecomité

1.    Het Douanecomité dat is opgericht bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités), bestaat uit vertegenwoordigers van de douaneautoriteiten en van andere bevoegde instanties van de partijen. Het Douanecomité waarborgt de goede werking van dit hoofdstuk, van Protocol 1 en van aanvullende douanegerelateerde bepalingen als overeengekomen tussen de partijen. De partijen kunnen in het Douanecomité alle aangelegenheden in het kader daarvan onderzoeken en daarover besluiten nemen.


2.    De partijen kunnen in het Douanecomité aanbevelingen doen en besluiten nemen over de wederzijdse erkenning van risicobeheerstechnieken, risiconormen, veiligheidscontroles en partnerschapsprogramma's op handelsgebied, daaronder begrepen aspecten zoals de doorzending van gegevens en wederzijds overeengekomen voordelen en alle andere kwesties waarop lid 1 van toepassing is.

3.    De partijen kunnen overeenkomen om ad-hocvergaderingen te houden over douanekwesties, waaronder oorsprongsregels en aanvullende douanegerelateerde bepalingen als overeengekomen tussen de partijen. Zij kunnen in voorkomend geval ook subgroepen oprichten voor specifieke kwesties.

Hoofdstuk zeven

niet-tarifaire handelsbelemmeringen en investeringen
in energieopwekking uit hernieuwbare bronnen

ARTIKEL 7.1

Doelstellingen

In lijn met de inspanningen die wereldwijd worden geleverd om de broeikasgasemissies terug te dringen, stellen de partijen zich beide ten doel de energieopwekking uit hernieuwbare en duurzame niet-fossiele bronnen te bevorderen, te ontwikkelen en te doen toenemen, in het bijzonder door handel en investeringen te bevorderen. Daartoe werken de partijen samen om tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen weg te nemen of te beperken en de convergentie van de regelgeving met of de aanpassing ervan aan regionale en internationale normen te bevorderen.


ARTIKEL 7.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a)    "vereiste inzake plaatselijke toegevoegde waarde” ("local content requirement"):

i)    voor goederen, het vereiste dat een onderneming goederen van binnenlandse oorsprong of herkomst koopt of gebruikt, ongeacht of daarbij wordt aangegeven om welke specifieke producten of hoeveelheid of waarde het gaat of een verband wordt gelegd met de omvang of de waarde van de plaatselijke productie;

ii)    voor diensten, een vereiste dat de keuze van de dienstverlener of de geleverde dienst beperkt ten nadele van diensten of dienstverleners van de andere partij;

b)    "maatregel": elke maatregel van een partij binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

c)    "compensatie": een voorwaarde die de plaatselijke ontwikkeling aanmoedigt, bijvoorbeeld het ongerechtvaardigd in licentie geven van technologie, investeringen, de verplichting om een overeenkomst te sluiten met een bepaalde financiële instelling, compenserende handel en vergelijkbare vereisten;

d)    "partnerschap": elke juridische entiteit, bijvoorbeeld vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures of verenigingen;


e)    “dienstverlener": de dienstverlener als gedefinieerd in artikel 8.2 (Definities), onder l).

ARTIKEL 7.3

Toepassingsgebied

1.    Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen die een ongunstige invloed kunnen hebben op de handel en investeringen tussen de partijen in verband met energieopwekking uit hernieuwbare en duurzame niet-fossiele bronnen (wind-, zonne-, aerothermische, geothermische en hydrothermische energie alsmede energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen) maar niet op de producten waaruit de energie wordt opgewekt.

2.    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en evenmin op demonstratieprojecten die op niet-commerciële schaal worden uitgevoerd.

3.    Dit hoofdstuk laat de toepassing van andere bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van de uitzonderingen, voorbehouden of beperkingen daarop, die relevant zijn voor de in lid 1 bedoelde maatregelen, mutatis mutandis, onverlet. Voor de duidelijkheid: in geval van strijdigheid tussen dit hoofdstuk en andere bepalingen van deze overeenkomst hebben de andere bepalingen van deze overeenkomst voorrang wat de strijdige punten betreft.


ARTIKEL 7.4

Beginselen

Een partij:

a)    onthoudt zich ervan maatregelen te nemen die voorzien in vereisten inzake plaatselijke toegevoegde waarde of enige andere compensatie die een ongunstige invloed heeft op de producten, dienstverleners, ondernemers of vestigingen uit de andere partij;

b)    onthoudt zich ervan maatregelen te nemen die verlangen dat partnerschappen worden gevormd met plaatselijke ondernemingen, tenzij deze partnerschappen om technische redenen noodzakelijk worden geacht en de partij op verzoek van de andere partij het bestaan van deze technische redenen kan aantonen;

c)    ziet erop toe dat de regels betreffende de vergunning-, certificering- en licentieprocedures die worden toegepast, in het bijzonder op uitrusting, installaties en bijbehorende transmissienetwerkinfrastructuur, objectief, transparant en niet-willekeurig zijn en aanvragers uit de andere partij niet discrimineren;

d)    ziet erop toe dat de administratieve lasten op of in verband met:

i)    de invoer en het gebruik van goederen die van oorsprong uit de andere partij zijn, of die een ongunstige invloed hebben op de levering van goederen door de leveranciers uit de andere partij, zijn onderworpen aan artikel 2.10 (Vergoedingen en formaliteiten in verband met invoer en uitvoer);


ii)    de verlening van diensten door de dienstverleners van de andere partij zijn onderworpen aan artikel 8.18 (Toepassingsgebied en definities), artikel 8.19 (Voorwaarden voor de verlening van vergunningen en kwalificaties) en artikel 8.20 (Vergunning- en kwalificatieprocedures); en

e)    ziet erop toe dat de voorwaarden en procedures voor de aansluiting op en de toegang tot elektriciteitsnetten transparant zijn en leveranciers van de andere partij niet discrimineren.

ARTIKEL 7.5

Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures

1.    Wanneer er internationale of regionale normen bestaan met betrekking tot producten voor energieopwekking uit hernieuwbare en duurzame niet-fossiele bronnen, nemen de partijen deze normen, of de relevante onderdelen ervan, als basis voor hun technische voorschriften, tenzij deze internationale normen of de relevante onderdelen ervan ondoeltreffend of ongeschikt zijn om de legitieme beoogde doelstellingen te verwezenlijken. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de Internationale Organisatie voor Normalisatie ("ISO") en de Internationale Elektrotechnische Commissie ("IEC") in het bijzonder als relevante internationale normalisatie-instellingen beschouwd.

2.    In voorkomend geval nemen de partijen bij het formuleren van op de productvereisten gebaseerde technische voorschriften de prestaties van het product, met inbegrip van de milieuprestaties ervan, als uitgangspunt, veeleer dan het ontwerp of de descriptieve kenmerken daarvan.


3.    Met betrekking tot de producten die zijn vermeld in hoofdstuk 84 van het geharmoniseerd systeem (behalve code 8401) en in de GS-posten 8502 31 en 8541 40:

a)    aanvaardt de Unie conformiteitsverklaringen van leveranciers uit Singapore onder dezelfde voorwaarden als die van leveranciers uit de Unie met het oog op het in de handel brengen van deze producten, zonder verdere vereisten; en

b)    aanvaardt Singapore conformiteitsverklaringen of testverslagen van de EU met het oog op het in de handel brengen van deze producten, zonder verdere vereisten. Singapore kan keuring of certificering door een derde verplicht stellen onder de voorwaarden van artikel 5 (Vrijwaringsmaatregelen) van bijlage 4-A.

Voor de duidelijkheid: dit lid laat de mogelijkheid voor de partijen onverlet om vereisten toe te passen die geen verband houden met de in dit lid bedoelde producten, zoals voorschriften inzake ruimtelijke ordening of bouwvoorschriften.

ARTIKEL 7.6

Uitzonderingen

1.    Dit hoofdstuk geldt onverminderd de bepalingen inzake veiligheid en/of algemene uitzonderingen als vastgesteld in artikel 2.14 (Algemene uitzonderingen), artikel 8.62 (Algemene uitzonderingen) en artikel 9.3 (Veiligheid en algemene uitzonderingen); voor alle duidelijkheid geldt dit hoofdstuk voorts onverminderd de relevante bepalingen van hoofdstuk zestien (Institutionele, algemene en slotbepalingen).


2.    Voor de duidelijkheid: op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de producten, dienstverleners of investeerders van de partijen waar dezelfde omstandigheden bestaan, of tot een verkapte beperking van de handel en investeringen tussen de partijen, wordt geen enkele bepaling in dit hoofdstuk zo uitgelegd dat de partijen geen maatregelen mogen vaststellen of handhaven die nodig zijn voor de veilige werking van de betrokken energienetten of de zekerheid van de energievoorziening.

ARTIKEL 7.7

Tenuitvoerlegging en samenwerking

1.    In het Handelscomité dat is opgericht krachtens artikel 16.1 (Handelscomité), werken de partijen samen en wisselen ze informatie uit over alle voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk relevante kwesties. De partijen kunnen daartoe bij besluit van het Handelscomité passende uitvoeringsmaatregelen nemen en dit hoofdstuk in voorkomend geval bijwerken.

2.    De samenwerking kan de volgende activiteiten omvatten:

a)    de uitwisseling van informatie, regelgevende ervaringen en beste praktijken op gebieden zoals:

i)    de uitwerking en niet-discriminerende tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de opname van energie uit hernieuwbare bronnen;

ii)    koolstofafvang en -opslag;

iii)    slimme netten;


iv)    energie-efficiëntie; of

v)    technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals die met betrekking tot netcodevereisten;

b)    de bevordering van de convergentie, ook in de desbetreffende regionale fora, van hun nationale of regionale technische voorschriften, regelgevingsconcepten, normen, vereisten en conformiteitsbeoordelingsprocedures met internationale normen.

HOOFDSTUK ACHT

DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL

Afdeling A

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 8.1

Doel en toepassingsgebied

1.    De partijen herbevestigen hun respectieve verbintenissen ingevolge de WTO-Overeenkomst, en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor de geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in diensten, van het recht van vestiging en van de elektronische handel.


2.    Tenzij anders is bepaald,

a)    is dit hoofdstuk niet van toepassing op door een partij verstrekte subsidies of toelagen, met inbegrip van leningen, garanties en verzekeringen die door de overheid worden gesteund;

b)    is dit hoofdstuk niet van toepassing op diensten die op het respectieve grondgebied van de partijen worden verleend bij de uitoefening van overheidsgezag. In dit hoofdstuk wordt onder een bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst verstaan: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend;

c)    vereist dit hoofdstuk niet dat overheidsondernemingen worden geprivatiseerd; en/of

d)    is dit hoofdstuk niet van toepassing op wetten, voorschriften of eisen voor de verwerving door overheidsinstanties van diensten aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of het gebruik bij dienstverlening voor commerciële verkoop.

3.    Elk van beide partijen behoudt het recht nieuwe regelingen op te stellen en in te voeren om overeenkomstig dit hoofdstuk legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken.


4.    Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis. Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk mag worden uitgelegd als een beletsel voor een partij om maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen uit de andere partij op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van haar grenzen of voor het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, maar deze maatregelen mogen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen 3 die de andere partij op grond van dit hoofdstuk toekomen, daardoor worden teniet gedaan of uitgehold.

ARTIKEL 8.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

a)    omvatten "directe belastingen" alle belastingen op het totale inkomen, het totale kapitaal, of onderdelen van inkomen of kapitaal, waaronder belastingen op winsten uit overdracht van eigendom, belastingen op onroerend goed, erfenissen en schenkingen, of belastingen op het totale bedrag aan door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsook belastingen op waardevermeerdering van kapitaal;

b)    wordt onder "rechtspersoon" verstaan: elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken en verenigingen;


c)    wordt onder "rechtspersoon uit de Unie" of "Singaporese rechtspersoon" verstaan:

i)    een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van de Unie en/of de lidstaten van de Unie respectievelijk van Singapore is opgericht, en die op het grondgebied van de Unie respectievelijk op dat van Singapore zijn statutaire zetel, hoofdbestuur 4 of hoofdvestiging heeft; of

ii)    in het geval van vestiging als bedoeld in punt d) van artikel 8.8 (Definities): een rechtspersoon die eigendom is of onder zeggenschap staat van natuurlijke personen uit de lidstaten van de Unie respectievelijk Singapore, of van rechtspersonen uit de Unie respectievelijk Singaporese rechtspersonen.

Indien de rechtspersoon op het grondgebied van de Unie respectievelijk van Singapore alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de Unie respectievelijk Singaporees rechtspersoon beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Unie respectievelijk van Singapore omvangrijke zakelijke transacties 5 verricht.


Een rechtspersoon:

i)    is "eigendom" van natuurlijke of rechtspersonen uit de Unie en/of een lidstaat van de Unie dan wel uit Singapore indien meer dan 50 % van het aandelenkapitaal in het bezit is van personen uit de Unie en/of een lidstaat van de Unie dan wel uit Singapore, die de uiteindelijke gerechtigden van deze aandelen zijn;

ii)    staat onder "zeggenschap" van natuurlijke of rechtspersonen uit de Unie en/of een lidstaat van de Unie dan wel uit Singapore indien deze personen bevoegd zijn een meerderheid van de bestuurders te benoemen of anderszins de handelingen van de persoon rechtens te sturen;

iii)    is met een andere persoon "verbonden" wanneer hij zeggenschap heeft over die persoon of die persoon over hem, of wanneer over zowel hemzelf als de andere persoon zeggenschap wordt uitgeoefend door een en dezelfde persoon;

d)    onverminderd het bepaalde onder c) vallen buiten de Unie gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Unie zeggenschap hebben, tevens onder deze overeenkomst indien hun schepen overeenkomstig de respectieve wetgeving van die lidstaat van de Unie zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Unie voeren;

e)    wordt onder "maatregel" verstaan: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

f)    wordt onder "door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen" verstaan: maatregelen genomen door:

i)    centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten, of


ii)    niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

g)    omvatten "door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten" maatregelen betreffende:

i)    de aankoop, de betaling of het gebruik van een dienst;

ii)    de met een verlening van een dienst samenhangende toegang tot en het gebruik van diensten waarvan een partij eist dat deze algemeen aan het publiek worden aangeboden; en

iii)    de aanwezigheid, commerciële aanwezigheid daarbij inbegrepen, van personen uit een partij ten behoeve van de verlening van een dienst op het grondgebied van de andere partij;

h)    verwijst "Lijst van specifieke verbintenissen” in het geval van de Unie naar bijlage 8-A en de aanhangsels daarbij, en in het geval van Singapore naar bijlage 8-B en de aanhangsels daarbij;

i)    wordt onder "consument van een dienst" verstaan: elke persoon die een dienst ontvangt of gebruikt;

j)    omvat "verlening van een dienst" de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst;


k)    wordt onder "dienst van de andere partij" verstaan: een dienst die wordt verleend

i)    vanaf of op het grondgebied van de andere partij, of in geval van zeevervoer, door een vaartuig dat volgens het recht van de andere partij is geregistreerd, of door een persoon van de andere partij die de dienst door middel van gehele of gedeeltelijke exploitatie en/of gebruik van een schip verleent; of

ii)    in geval van verlening van een dienst via een commerciële aanwezigheid of de aanwezigheid van natuurlijke personen, door een dienstverlener van de andere partij;

l)    wordt onder "dienstverlener" verstaan: een persoon die een dienst verleent of aanbiedt, ook als dat door vestiging gebeurt;

m)    wordt onder "handel in diensten" verstaan: het verlenen van een dienst:

i)    vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij ("grensoverschrijdend");

ii)    op het grondgebied van een partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere partij ("gebruik over de grens");

iii)    door een dienstverlener van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij ("commerciële aanwezigheid");

iv)    door een dienstverlener van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen van die partij op het grondgebied van de andere partij ("aanwezigheid van natuurlijke personen").



Afdeling B

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

ARTIKEL 8.3

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:

a)    audiovisuele diensten;

b)    nationale cabotage in het zeevervoer 6 ; en

c)    interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

i)    reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;


ii)    verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten; en

iii)    geautomatiseerde boekingssystemen.

ARTIKEL 8.4

Definities

In deze afdeling wordt onder "grensoverschrijdende dienstverlening" verstaan: het verlenen van een dienst:

a)    vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij, en

b)    op het grondgebied van een partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere partij.

ARTIKEL 8.5

Markttoegang

1.    Ten aanzien van de markttoegang voor grensoverschrijdende dienstverlening behandelt elk van beide partijen diensten en dienstverleners uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in haar Lijst van specifieke verbintenissen.


2.    Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in haar Lijst van specifieke verbintenissen, omschreven als:

a)    beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte 7 ;

b)    beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en

c)    beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte 8 .


ARTIKEL 8.6

Nationale behandeling

1.    In de sectoren die in haar Lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen, behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de grensoverschrijdende dienstverlening, diensten en dienstverleners van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners.

2.    Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners toekent.

3.    Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn, indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners uit een partij, in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners uit de andere partij.

4.    De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.


ARTIKEL 8.7

Lijst van specifieke verbintenissen

1.    De door een partij ingevolge deze afdeling geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners uit de andere partij in die sectoren, worden vermeld in haar Lijst van specifieke verbintenissen.

2.    Geen van beide partijen mag ten aanzien van de overeenkomstig lid 1 aangegane specifieke verbintenissen met betrekking tot diensten of dienstverleners uit de andere partij nieuwe of meer discriminerende maatregelen vaststellen.

Afdeling C

VESTIGING

ARTIKEL 8.8

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling:

a)    wordt onder "filiaal" van een rechtspersoon verstaan: een onderneming of een rechtspersoon die geen aparte rechtspersoonlijkheid heeft maar een uitbreiding van een moedermaatschappij is;


b)    omvat een "economische activiteit" alle activiteiten van economische aard, behoudens activiteiten die worden uitgeoefend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

c)    wordt onder "ondernemer" verstaan: iedere persoon uit een partij die een economische activiteit uitoefent of beoogt uit te oefenen door middel van vestiging 9 ;

d)    wordt onder "vestiging" verstaan:

i)    de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of

ii)    de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging,

met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen, met inbegrip van, maar niet uitsluitend, het verlenen van een dienst;


e)    wordt onder "dochteronderneming" van een rechtspersoon uit een partij verstaan: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij overeenkomstig zijn interne recht zeggenschap heeft 10 .

ARTIKEL 8.9

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op door de partijen vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor vestiging met het oog op de uitoefening van alle economische activiteiten, met uitzondering van:

a)    het winnen, vervaardigen en verwerken 11 van kernmateriaal;

b)    het vervaardigen van of het handelen in wapens, munitie en oorlogsmateriaal;

c)    audiovisuele diensten;


d)    nationale cabotage in het zeevervoer 12 , en

e)    interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

i)    reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

ii)    verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten; en

iii)    geautomatiseerde boekingssystemen.

ARTIKEL 8.10

Markttoegang

1.    Ten aanzien van de markttoegang in het kader van vestiging behandelt elk van beide partijen vestigingen en ondernemers uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in haar Lijst van specifieke verbintenissen.


2.    Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in haar Lijst van specifieke verbintenissen, omschreven als:

a)    beperkingen van het aantal vestigingen in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of van andere eisen ten aanzien van vestigingen, zoals een onderzoek naar de economische behoefte;

b)    beperkingen van de totale waarde van transacties of activa, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

c)    beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte 13 ;

d)    beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen;

e)    maatregelen die specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke een ondernemer uit de andere partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereisen of ten aanzien van die entiteiten of joint ventures beperkingen opleggen, en


f)    beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen, anders dan stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs als omschreven in artikel 8.13 (Toepassingsgebied en definities) 14 , dat in een bepaalde sector in dienst mag zijn of dat een ondernemer in dienst mag hebben, en dat nodig is voor en rechtstreeks verband houdt met het uitvoeren van de economische activiteit, in de vorm van een maximum aantal of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.

ARTIKEL 8.11

Nationale behandeling

1.    Elk van beide partijen behandelt in de in haar Lijst van specifieke verbintenissen vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, vestigingen en ondernemers uit de andere partij in het kader van alle maatregelen die van invloed op vestiging zijn 15 , niet minder gunstig dan haar soortgelijke eigen vestigingen en ondernemers.

2.    Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan vestigingen en ondernemers uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar soortgelijke eigen vestigingen en ondernemers toekent.


3.    Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van vestigingen en ondernemers uit de partij, in vergelijking met soortgelijke vestigingen en ondernemers uit de andere partij.

4.    De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende vestigingen of ondernemers.

ARTIKEL 8.12

Lijst van specifieke verbintenissen

1.    De door een partij ingevolge deze afdeling geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor vestigingen en ondernemers uit de andere partij in die sectoren, worden vermeld in haar Lijst van specifieke verbintenissen.

2.    Geen van beide partijen mag en aanzien van de overeenkomstig lid 1 aangegane specifieke verbintenissen met betrekking tot vestigingen en ondernemers uit de andere partij nieuwe of meer discriminerende maatregelen vaststellen.



Afdeling D

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN
VOOR ZAKEN

ARTIKEL 8.13

Toepassingsgebied en definities

1.    Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen betreffende de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun respectieve grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs en verkopers van zakelijke diensten overeenkomstig lid 4 van artikel 8.1 (Doel en toepassingsgebied).

2.    Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

a)    "stafpersoneel": natuurlijke personen die bij een rechtspersoon uit een partij, anders dan een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op, een goede administratie en exploitatie van een vestiging.

Tot het stafpersoneel behoren tevens zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging, en binnen de onderneming overgeplaatste personen:


i)    onder "zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden" wordt verstaan: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen bezoldiging uit een bron die in de gastpartij is gevestigd; en

ii)    onder "binnen de onderneming overgeplaatste personen" wordt verstaan: natuurlijke personen die ten minste een jaar werknemer of, in het geval van verleners van zakelijke diensten, partner van een rechtspersoon uit een partij zijn en die tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij worden overgeplaatst, welke vestiging een dochteronderneming, filiaal of moederonderneming van de onderneming kan zijn. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren:

1)    kaderleden:

natuurlijke personen die bij een rechtspersoon verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, ruime beslissingsbevoegdheden hebben, en onder algemeen toezicht en leiding staan van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen. Kaderleden verrichten niet rechtstreeks taken die verband houden met de eigenlijke levering van de dienst of diensten van de rechtspersoon;

2)    managers:

natuurlijke personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van hoge kaderleden, de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder natuurlijke personen die:


aa)    leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

bb)    toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren, en

cc)    persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

3)    specialisten:

binnen een rechtspersoon werkzame natuurlijke personen die beschikken over uitzonderlijke kennis of ervaring die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar in voorkomend geval ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

b)    "afgestudeerde stagiairs": natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit een partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij worden overgeplaatst 16 ;


c)    "verkopers van zakelijke diensten": natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een dienstverlener uit een partij die tijdelijke toegang tot het grondgebied van de andere partij beoogt om over de verkoop van diensten te onderhandelen of voor die dienstverlener overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron.

ARTIKEL 8.14

Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

1.    Voor elke overeenkomstig afdeling C (Vestiging) geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens eventuele in haar Lijst van specifieke verbintenissen opgenomen voorbehouden, ondernemers uit de andere partij toe natuurlijke personen uit die andere partij tijdelijk tewerk te stellen in hun vestiging, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair als omschreven in artikel 8.13 (Toepassingsgebied en definities) zijn. De duur van hun tijdelijke verblijf bedraagt ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen, ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden en ten hoogste een jaar voor afgestudeerde stagiairs. Voor binnen een onderneming overgeplaatste personen kan deze periode overeenkomstig het interne recht met twee jaar worden verlengd 17 .


2.    Voor elke overeenkomstig afdeling C (Vestiging) geliberaliseerde sector worden de maatregelen die een partij (tenzij anders bepaald in haar Lijst van specifieke verbintenissen) niet mag handhaven of vaststellen, omschreven als beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat een ondernemer als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiairs in een bepaalde sector mag overplaatsen, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperkingen.

ARTIKEL 8.15

Verkopers van zakelijke diensten

Voor elke overeenkomstig afdeling B (Grensoverschrijdende dienstverlening) of afdeling C (Vestiging) geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens de in haar Lijst van specifieke verbintenissen opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden 18 .



Afdeling E

REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING 1

BEPALINGEN VAN ALGEMENE STREKKING

ARTIKEL 8.16

Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties

1.    Niets in dit artikel belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de nodige kwalificaties en/of beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken activiteitsector zijn voorgeschreven.

2.    De partijen moedigen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan een gezamenlijke aanbeveling over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en voor te leggen aan het op grond van artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) ingestelde Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten. Die aanbeveling wordt gestaafd met gegevens betreffende:

a)    de economische waarde van een voorgenomen overeenkomst inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties (hierna "Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning" genoemd); en


b)    de verenigbaarheid van de respectieve regelingen, dat wil zeggen, de mate waarin de criteria die elk van beide partijen hanteert voor het verlenen van vergunningen aan, en de werking en de certificering van ondernemers en dienstverleners met elkaar verenigbaar zijn.

3.    Wanneer het Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten een gezamenlijke aanbeveling ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is.

4.    Wanneer de aanbeveling op basis van de in lid 2 bedoelde informatie in overeenstemming met deze overeenkomst is bevonden, nemen de partijen de maatregelen die noodzakelijk zijn om via hun bevoegde autoriteiten of door een partij gemachtigde vertegenwoordigers te onderhandelen over een Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning.

ARTIKEL 8.17

Transparantie

Elk van beide partijen beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over algemeen toepasselijke maatregelen of internationale overeenkomsten die op dit hoofdstuk betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Elk van beide partijen richt ook één of meer informatiepunten in de zin van artikel 13.4 (Vragen en contactpunten) op, die over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie verstrekken aan ondernemers en dienstverleners uit de andere partij.



ONDERAFDELING 2

INTERNE REGELGEVING

ARTIKEL 8.18

Toepassingsgebied en definities

1.    Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die betrekking hebben op vergunningsvereisten en -procedures of kwalificatievereisten en procedures die van invloed zijn op:

a)    de grensoverschrijdende dienstverlening zoals omschreven in artikel 8.4 (Definities);

b)    de vestiging op hun grondgebied van natuurlijke en rechtspersonen als omschreven in artikel 8.8 (Definities);

c)    het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op hun grondgebied als bedoeld in artikel 8.13 (Toepassingsgebied en definities).

2.    Deze voorschriften zijn alleen van toepassing op sectoren waarvoor een partij specifieke verbintenissen is aangegaan en in de mate dat die specifieke verbintenissen van toepassing zijn.

3.    Deze voorschriften zijn niet van toepassing op maatregelen in de mate dat het bij de maatregel gaat om beperkingen, bedoeld in artikel 8.5 (Markttoegang), artikel 8.10 (Markttoegang) en/of artikel 8.6 (Nationale behandeling) en artikel 8.11 (Nationale behandeling).


4.    Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

a)    "bevoegde instanties": alle centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten of niet-gouvernementele organisaties die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden uitoefenen, die een besluit nemen betreffende de afgifte van een vergunning voor het verlenen van een dienst, ook als dat vestiging inhoudt, of tot afgifte van een vergunning om zich te vestigen teneinde een andere economische activiteit dan dienstverlening uit te oefenen;

b)    "vergunningsprocedures": administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke of rechtspersoon, die verzoekt om een vergunning voor het verlenen van een dienst of van een vergunning om zich te vestigen teneinde een andere economische activiteit dan dienstverlening uit te oefenen, inclusief de wijziging of verlenging van een vergunning, moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de vergunningsvereisten;

c)    "vergunningsvereisten": andere materiële eisen dan kwalificatievereisten, waaraan een natuurlijke of rechtspersoon moet voldoen om een vergunning voor het verlenen van een dienst of van een vergunning om zich te vestigen teneinde een andere economische activiteit dan dienstverlening uit te oefenen, te verkrijgen, te wijzigen of te verlengen;

d)    "kwalificatieprocedures": administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de kwalificatievereisten om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen;

e)    "kwalificatievereisten": materiële eisen met betrekking tot de bevoegdheid van een natuurlijke persoon om een dienst te verlenen, die moeten worden aangetoond om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen.


ARTIKEL 8.19

Voorwaarden voor het verlenen van vergunningen en kwalificaties

1.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat maatregelen inzake vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures gebaseerd zijn op criteria die:

a)    duidelijk zijn;

b)    objectief en transparant zijn, en

c)    vooraf vastgesteld zijn en toegankelijk zijn voor het publiek en belanghebbenden.

2.    Onder voorbehoud van beschikbaarheid wordt een vergunning verleend zodra in een deugdelijk onderzoek is bevestigd dat aan de voorwaarden is voldaan.

3.    Elk van beide partijen houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve instanties of procedures in stand, of stelt deze in, waarmee op verzoek van een betrokken ondernemer of dienstverlener administratieve besluiten met betrekking tot vestiging, grensoverschrijdende dienstverlening of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen voor zaken onverwijld kunnen worden onderzocht en, indien gerechtvaardigd, door passende maatregelen kunnen worden rechtgezet. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, zien de partijen erop toe dat de procedures feitelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.


Dit lid wordt niet zodanig uitgelegd dat van een partij wordt geëist dat zij instanties of procedures instelt indien dit onverenigbaar is met haar constitutionele structuur of de aard van haar rechtsstelsel.

ARTIKEL 8.20

Vergunnings- en kwalificatieprocedures

1.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat de vergunnings- en kwalificatieprocedures en formaliteiten zo eenvoudig mogelijk zijn en de verlening van de dienst niet onnodig bemoeilijken of vertragen. Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen 19 die de aanvragers in verband met hun aanvraag moeten betalen, moeten redelijk zijn en mogen als zodanig de verlening van de dienst niet beperken.

2.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de procedures die de bevoegde autoriteit volgt bij het verlenen van vergunningen, en haar besluiten, onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers. De bevoegde autoriteit moet bij haar besluitvorming onafhankelijk zijn en geen verantwoording verschuldigd zijn aan verleners van de diensten waarvoor de vergunning vereist is.

3.    Wanneer voor aanvragen specifieke termijnen bestaan, moet een aanvrager voor het indienen van een aanvraag over een redelijke termijn beschikken. De bevoegde autoriteit behandelt een aanvraag zonder onnodige vertraging. Waar mogelijk worden aanvragen in elektronische vorm geaccepteerd onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als papieren aanvragen.


4.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, inclusief het definitieve besluit, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag. Elk van beide partijen streeft ernaar voor de behandeling van een aanvraag een standaardtermijn vast te stellen

5.    De bevoegde autoriteit stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een aanvraag die haars inziens onvolledig is, de aanvrager daarvan in kennis, vermeldt voor zover dit haalbaar is, welke aanvullende informatie nodig is om de aanvraag te vervolledigen, en biedt de mogelijkheid om tekortkomingen te corrigeren.

6.    Waar mogelijk moeten in de plaats van de originele documenten gewaarmerkte kopieën worden aanvaard.

7.    Indien de bevoegde instantie een aanvraag afwijst, wordt dat de aanvrager schriftelijk en zonder onnodige vertraging meegedeeld. In beginsel moet de aanvrager desgevraagd ook in kennis worden gesteld van de redenen voor de afwijzing van de aanvraag en van de termijn waarbinnen tegen het besluit beroep kan worden ingesteld. In voorkomend geval moet een aanvrager binnen een redelijke termijn opnieuw een aanvraag kunnen indienen.

8.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat zodra een vergunning is verleend, zij overeenkomstig de daarin gestelde voorwaarden zo spoedig mogelijk in werking treedt.



ONDERAFDELING 3

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

ARTIKEL 8.21

Diensten in verband met computers

1.    Aangaande diensten in verband met computers die zijn geliberaliseerd overeenkomstig afdeling B (Grensoverschrijdende dienstverlening), afdeling C (Vestiging) en afdeling D (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) onderschrijven de partijen de in de volgende leden neergelegde afspraak.

2.    De partijen zijn het erover eens dat CPC 20  84, de VN-code voor diensten in verband met computers, betrekking heeft op alle diensten in verband met computers. De technologische ontwikkeling heeft geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket verwante diensten die alle of een deel van de in lid 3 genoemde basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van diensten in verband met computers.


3.    Diensten in verband met computers omvatten, ook indien zij via een netwerk zoals internet worden verleend, alle diensten op een of meer van de volgende gebieden:

a)    advies, aanpassing, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;

b)    advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's 21 ;

c)    de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;

d)    onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers, en

e)    opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.


4.    De partijen zijn zich ervan bewust dat diensten in verband met computers vaak het verlenen van andere diensten 22 , elektronisch of anderszins, mogelijk maken. In dergelijke gevallen is het belangrijk onderscheid te maken tussen de dienst in verband met computers (bv. webhosting of applicatiehosting) en de andere dienst 23 die door de dienst in verband met computers mogelijk wordt gemaakt. Ook al wordt die andere dienst mogelijk gemaakt door de dienst in verband met computers, toch valt deze niet onder CPC 84.

ONDERAFDELING 4

POSTDIENSTEN

ARTIKEL 8.22

Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken bij postdiensten 24

Elk van beide partijen neemt of handhaaft passende maatregelen 25 om te voorkomen dat leveranciers van postdiensten, die, alleen of samen met anderen, grote leveranciers zijn op de relevante markt voor postdiensten, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of deze voortzetten.


ARTIKEL 8.23

Onafhankelijkheid van regelgevende organen

Regelgevende organen zijn onafhankelijk van, en geen verantwoording verschuldigd aan, leveranciers van postdiensten. De besluiten die de regelgevende organen nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

ONDERAFDELING 5

TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

ARTIKEL 8.24

Werkingssfeer

1.    Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen die de handel in telecommunicatiediensten beïnvloeden en bevat de beginselen van het regelgevingskader voor telecommunicatiediensten die overeenkomstig afdeling B tot en met afdeling D zijn geliberaliseerd.

2.    Deze onderafdeling is niet van toepassing op door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen met betrekking tot de verspreiding van radio- of televisieprogramma's via de kabel of door middel van rechtstreekse uitzending.


3.    Niets in deze onderafdeling wordt zodanig uitgelegd dat:

a)    een partij verplicht is om toe te staan dat een dienstverlener uit de andere partij andere dan de in haar Lijst van specifieke verbintenissen bedoelde telecommunicatienetwerken of -diensten opzet, aanlegt, verwerft, huurt, exploiteert of aanbiedt; of

b)    een partij verplicht is om telecommunicatienetwerken of -diensten op te zetten, aan te leggen, te verwerven, te huren, te exploiteren of aan te bieden, of verplicht is een dienstverlener te dwingen dat te doen, indien dergelijke netwerken of diensten niet worden aangeboden aan het algemene publiek.

4.    Elk van beide partijen legt de in artikel 8.26 (Toegang tot en gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten), artikel 8.28 (Interconnectie), artikel 8.29 (Interconnectie met grote leveranciers), artikel 8.30 (Gedrag van grote leveranciers), artikel 8.32 (Ontbundelde netwerkelementen), artikel 8.33 (Colocatie), artikel 8.34 (Wederverkoop), artikel 8.35 (Gedeeld gebruik van faciliteiten), artikel 8.36 (Terbeschikkingstelling van huurlijndiensten) en artikel 8.38 (Onderzeese kabelkopstations) bedoelde rechten en verplichtingen van dienstverleners op, handhaaft ze, wijzigt ze of trekt ze in op een wijze die strookt met haar interne recht en interne procedures ter regeling van de telecommunicatiemarkten. Voor de Unie omvatten die procedures de analyse door de regelgevende instanties van de Unie van de relevante markten voor producten en diensten als bedoeld in de desbetreffende wetgeving van de Unie, de aanwijzing van een dienstverlener als exploitant met aanmerkelijke marktmacht en het op die analyse gebaseerde besluit van de regelgevende instanties om die rechten en verplichtingen op te leggen, te handhaven, te wijzigen of in te trekken.


ARTIKEL 8.25

Definities

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

a)    "omroepdienst": de ononderbroken transmissieketen, via de kabel of draadloos en ongeacht de locatie van de oorspronkelijke transmissie, die vereist is voor de ontvangst en/of de weergave van geluids- en/of visuele signalen voor programma's door het volledige of een deel van het publiek. Het begrip omvat niet de toeleveringskoppelingen tussen exploitanten;

b)    "eindgebruiker": een consument van een dienst of een dienstverlener aan wie een openbaar telecommunicatienetwerk ter beschikking wordt gesteld of een openbare telecommunicatiedienst wordt verleend voor andere doeleinden dan de verdere terbeschikkingstelling van een openbaar telecommunicatienetwerk of de verdere verlening van een openbare telecommunicatiedienst;

c)    "essentiële faciliteiten": faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst die:

i)    uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers, en

ii)    bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;


d)    "interconnectie": de koppeling met leveranciers die openbare telecommunicatienetwerken of -diensten aanbieden zodat gebruikers van een leverancier kunnen communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten;

e)    "grote leverancier": een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten die, wat prijs en aanbod betreft, de voorwaarden voor deelneming op de relevante markt voor openbare telecommunicatienetwerken of -diensten wezenlijk kan beïnvloeden ten gevolge van zijn:

i)    controle over essentiële faciliteiten; of

ii)    het gebruik van zijn marktpositie;

f)    "niet discriminerend": niet minder gunstig dan de behandeling die in vergelijkbare omstandigheden aan andere gebruikers van soortgelijke openbare telecommunicatienetwerken of -diensten wordt toegekend;

g)    "nummerportabiliteit": de mogelijkheid voor eindgebruikers van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten om op dezelfde locatie bestaande telefoonnummers te houden zonder dat de kwaliteit, de betrouwbaarheid of het gemak er onder lijdt wanneer wordt veranderd tussen vergelijkbare aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten;

h)    "openbaar telecommunicatienetwerk": een telecommunicatienetwerk ten aanzien waarvan een partij eist dat het tussen bepaalde eindpunten van een netwerk openbare telecommunicatiediensten aanbiedt;


i)    "openbare telecommunicatiedienst": elke telecommunicatiedienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden;

j)    "onderzees kabelkopstation": de gebouwen en terreinen waar internationale onderzeese kabels toekomen en verbonden zijn met backhaulverbindingen;

k)    "telecommunicatie": de transmissie en ontvangst van signalen via elektromagnetische middelen;

l)    "telecommunicatiediensten": alle diensten bestaande in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, met uitzondering van de omroep en de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud die voor het transport afhankelijk is van telecommunicatie; en

m)    "regelgevende instantie inzake telecommunicatie": de nationale instantie of instanties die belast is/zijn met de telecommunicatieregelgeving.

ARTIKEL 8.26

Toegang tot en gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten

1.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat alle dienstverleners uit de andere partij onder redelijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden, waaronder die van de leden 2 en 3, toegang hebben tot en gebruik kunnen maken van de openbare telecommunicatienetwerken en -diensten, met inbegrip van particuliere huurlijnen, die op haar grondgebied of over haar grenzen heen worden aangeboden.


2.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat die dienstverleners:

a)    eind- of andere apparatuur die is verbonden met het openbare telecommunicatienetwerk mogen kopen of huren, en daaraan mogen koppelen;

b)    eigen of gehuurde particuliere lijnen mogen koppelen aan openbare telecommunicatienetwerken en -diensten op haar grondgebied of over haar grenzen heen, of aan eigen of gehuurde lijnen van een andere dienstverlener; en

c)    exploitatieprotocollen van hun keuze mogen gebruiken, andere dan die welke noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de telecommunicatienetwerken en -diensten beschikbaar zijn voor het algemene publiek.

3.    Elk van beide partijen ziet erop toe alle dienstverleners uit de andere partij openbare telecommunicatienetwerken en -diensten kunnen gebruiken voor het verkeer van informatie op haar grondgebied en over haar grenzen heen, daarbij inbegrepen de interne bedrijfscommunicatie van deze dienstverleners, en voor toegang tot informatie in gegevensbestanden of tot informatie die op andere wijze in machine-leesbare vorm is opgeslagen op het grondgebied van een der partijen. Alle nieuwe of gewijzigde maatregelen van een partij die ingrijpende consequenties hebben voor dit gebruik worden aan de andere partij ter kennis gebracht en vormen het voorwerp van overleg.

ARTIKEL 8.27

Vertrouwelijke informatie

Elk van beide partijen waarborgt het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk of via een openbare telecommunicatiedienst plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.


ARTIKEL 8.28

Interconnectie 26

1.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat iedere dienstverlener die een vergunning heeft voor het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten, het recht en de verplichting heeft om met andere aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten te onderhandelen over interconnectie. Afspraken over interconnectie worden gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken partijen.

2.    De regelgevende instanties zien erop toe dat aanbieders die tijdens onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere onderneming ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

ARTIKEL 8.29

Interconnectie met grote leveranciers

1.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat elke grote leverancier op haar grondgebied interconnectie van de voorzieningen en de uitrusting van de aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten uit de andere partij mogelijk maakt op elk technisch haalbaar punt in het netwerk van de grote leverancier. Deze interconnectie moet worden geleverd:


a)    op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten van die grote leverancier of voor soortgelijke diensten van niet-verbonden aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten, of voor soortgelijke diensten van dochterondernemingen of andere verbonden ondernemingen;

b)    binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen en -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; en

c)    op verzoek, via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.

2.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat grote leveranciers op haar grondgebied hun interconnectieovereenkomsten of een referentieofferte voor interconnectie algemeen bekend maken.

3.    De procedures voor interconnectie met een grote leverancier worden algemeen bekendgemaakt.

4.    Wanneer aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten geen oplossing vinden voor geschillen over de voorwaarden en tarieven voor de interconnectie door een grote leverancier, doen zij een beroep op de regelgevende instantie, die ernaar streeft het geschil zo snel mogelijk en in ieder geval binnen 180 dagen na het verzoek te beslechten, met dien verstande dat de oplossing van complexe geschillen meer dan 180 dagen kan vergen.


ARTIKEL 8.30

Gedrag van grote leveranciers

1.    Elk van beide partijen kan grote leveranciers met betrekking tot interconnectie en/of toegang discriminatieverboden opleggen.

2.    Discriminatieverboden moeten er in het bijzonder voor zorgen dat de grote leverancier ten aanzien van andere leveranciers die gelijkwaardige diensten aanbieden onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke hij zijn eigen diensten of diensten van zijn dochterondernemingen of partners biedt.

ARTIKEL 8.31

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers

Elk van beide partijen neemt of handhaaft passende maatregelen 27 om te voorkomen dat aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten, die, alleen of samen met anderen, grote leveranciers zijn op haar grondgebied overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of deze voortzetten. In dit verband wordt onder concurrentiebeperkende praktijken met name het volgende verstaan:

a)    het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring of het uithollen van de marges van concurrenten;

b)    het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten;


c)    het niet tijdig aan de aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die voor het leveren van openbare telecommunicatiediensten noodzakelijk is voor hen;

d)    het aanrekenen van diensten op een wijze die waarschijnlijk op onredelijke wijze de mededinging beperkt, zoals de toepassing van afbraakprijzen.

ARTIKEL 8.32

Ontbundelde netwerkelementen

1.    Elk van beide partijen verplicht grote leveranciers om tijdig en op voorwaarden die redelijk, transparant en niet-discriminerend zijn te voldoen aan redelijke verzoeken om toegang tot en gebruikmaking van bepaalde netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten op elk technisch haalbaar punt, op ontbundelde basis, en in het bijzonder:

a)    om toegang te geven tot bepaalde netwerkelementen en/of faciliteiten, met inbegrip van toegang tot netwerkelementen die niet actief zijn en/of ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk, onder meer om aanbiedingen tot wederverkoop van abonneelijnen mogelijk te maken;

b)    om open toegang te verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;

c)    om colocatie aan te bieden; en


d)    om diensten aan te bieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van aan gebruikers verleende eind-tot-eind-diensten.

2.    Wanneer een partij de in lid 1 bedoelde verplichtingen in overweging neemt, kan zij onder meer rekening houden met de volgende factoren:

a)    de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie en/of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringstoegangsproducten, zoals de toegang tot kabelgoten;

b)    de haalbaarheid van de voorgestelde toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;

c)    de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de aan de investering verbonden risico's; en

d)    de noodzaak om een daadwerkelijke en duurzame mededinging te waarborgen.

ARTIKEL 8.33

Colocatie

1.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat grote leveranciers op haar grondgebied aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten uit de andere partij tijdig en op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden fysieke colocatie aanbieden van materiaal dat noodzakelijk is voor de interconnectie of de toegang tot ontbundelde netwerkelementen.


2.    Elk van beide partijen kan overeenkomstig haar interne wetgeving bepalen op welke locaties grote leveranciers op haar grondgebied colocatie uit hoofde van lid 1 moeten aanbieden.

ARTIKEL 8.34

Wederverkoop

Elk van beide partijen ziet erop toe dat grote leveranciers op haar grondgebied overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling en in het bijzonder artikel 8.32 (Ontbundelde netwerkelementen) aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten uit de andere partij met het oog op wederverkoop openbare telecommunicatiediensten aanbieden die deze grote leveranciers in de detailhandel verstrekken aan de eindgebruikers.

ARTIKEL 8.35

Gedeeld gebruik van faciliteiten

1.    Elk van beide partijen kan, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, elke grote leverancier die het recht heeft om faciliteiten te installeren op, over of onder openbaar of particulier eigendom, verplichten om het gebruik van die faciliteiten of eigendommen, zoals gebouwen, toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, masten, antennes, torens en andere dragende constructies, masten, kabelgoten, leidingen, mangaten en kasten, te delen.


2.    Elk van beide partijen kan overeenkomstig haar interne wetgeving bepalen tot welke faciliteiten grote leveranciers op haar grondgebied overeenkomstig lid 1 toegang moeten verlenen op grond van het feit dat die installaties niet op economisch of technisch haalbare wijze kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een concurrerende dienst.

ARTIKEL 8.36

Terbeschikkingstelling van huurlijndiensten

Elk van beide partijen ziet erop toe dat grote leveranciers van huurlijndiensten op haar grondgebied rechtspersonen uit de andere partij tijdig en op redelijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden huurlijndiensten aanbieden die openbare telecommunicatiediensten zijn.

ARTIKEL 8.37

Nummerportabiliteit

Elk van beide partijen ziet erop toe dat, voor zover dat technisch haalbaar is, aanbieders van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied voor die door die partij aangewezen diensten tijdig en op redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.


ARTIKEL 8.38

Onderzeese kabelkopstations

Elk van beide partijen waarborgt op redelijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden de toegang tot onderzeese kabelsystemen, met inbegrip van de kopstations, op haar grondgebied, indien een leverancier een vergunning heeft om als een openbare telecommunicatiedienst een onderzees kabelsysteem te exploiteren.

ARTIKEL 8.39

Onafhankelijke regelgevende instantie

1.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat haar regelgevende instantie inzake telecommunicatie onafhankelijk is van en geen verantwoording verschuldigd is aan een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten of telecommunicatieapparatuur. Met het oog daarop ziet elk van beide partijen erop toe dat haar regelgevende instantie inzake telecommunicatie geen financiële belangen heeft in of zeggenschap heeft over een dergelijke aanbieder.

2.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat de besluiten en procedures van haar toezichthoudende instanties inzake telecommunicatie eerlijk en onpartijdig zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers en dat zij zonder onnodige vertraging worden genomen en uitgevoerd. Met het oog daarop ziet elk van beide partijen erop toe dat eventuele financiële belangen in een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten de besluiten en procedures van haar regelgevende instantie inzake telecommunicatie niet beïnvloeden.


3.    De bevoegdheden van de regelgevende instanties worden op transparante wijze uitgeoefend overeenkomstig het toepasselijke interne recht.

4.    De regelgevende instanties hebben de bevoegdheid om ervoor te zorgen dat de aanbieders van telecommunicatienetwerken en -diensten op hun respectieve grondgebied hun op verzoek onverwijld alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, verstrekken die voor de regelgevende instanties noodzakelijk is om hun taken uit te voeren overeenkomstig het bepaalde in deze onderafdeling. De gevraagde informatie is redelijk evenredig met de uitvoering van de taken van de regelgevende instanties en wordt behandeld met inachtneming van de vereisten van vertrouwelijkheid.

5.    De regelgevende instantie heeft voldoende bevoegdheden om de sector te reguleren. De taken van een regelgevende instantie worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is.

ARTIKEL 8.40

Universele dienst

1.    Elk van beide partijen heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij wenst te handhaven.

2.    Dergelijke verplichtingen worden niet per se in strijd met de mededinging geacht, mits zij op een transparante, objectieve, niet-discriminerende en uit mededingingsoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en voor de door de partij vastgestelde soort universele dienst geen grotere last vertegenwoordigen dan noodzakelijk is.


3.    Wanneer een partij voorschrijft dat een aanbieder van telecommunicatiediensten abonneelijsten verstrekt, ziet zij erop toe dat de aanbieder bij de behandeling van hem door andere aanbieders van dergelijke telecommunicatiediensten verstrekte informatie het beginsel van non-discriminatie toepast.

ARTIKEL 8.41

Vergunning voor telecommunicatiediensten

1.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat de vergunningsprocedures zo eenvoudig mogelijk zijn en de verlening van de dienst niet onnodig bemoeilijken of vertragen.

2.    Wanneer een partij voor aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten een vergunning voorschrijft, maakt zij het volgende bekend:

a)    alle door haar gehanteerde criteria, voorwaarden en procedures voor de vergunning; en

b)    de redelijke termijn die normaliter nodig is om een besluit over een vergunningsaanvraag te nemen.

3.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat een aanvrager op verzoek schriftelijk de redenen voor de afwijzing van zijn vergunningsaanvraag ontvangt.

4.    De aanvrager van een vergunning kan zich tot een beroepsinstantie wenden indien een vergunning ten onrechte is geweigerd.


5.    Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen 28 die de aanvragers in verband met hun aanvraag moeten betalen, moeten redelijk zijn en mogen als zodanig de verlening van de dienst niet beperken.

ARTIKEL 8.42

Toewijzing en gebruik van schaarse middelen

1.    Elke procedure voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, wordt tijdig en op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze toegepast. De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

2.    De partijen zijn het erover eens dat besluiten betreffende de toewijzing en aanwijzing van het spectrum- en frequentiebeheer geen besluiten zijn die als zodanig onverenigbaar zijn met artikel 8.5 (Markttoegang) en artikel 8.10 (Markttoegang). Derhalve behoudt elk van beide partijen het recht haar beleid inzake spectrum- en frequentiebeheer uit te voeren, hetgeen van invloed kan zijn op het aantal aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, mits dit geschiedt op een wijze die in overeenstemming is met dit hoofdstuk. De partijen behouden ook het recht om frequentiebanden toe te wijzen, rekening houdend met de bestaande en toekomstige behoeften.


ARTIKEL 8.43

Handhaving

1.    Iedere partij ziet erop toe dat haar toezichthoudende instantie inzake telecommunicatie passende procedures toepast en het gezag heeft om interne maatregelen in verband met de verplichtingen uit hoofde van deze onderafdeling te handhaven. Die procedures en dat gezag omvatten het vermogen om tijdige, evenredige en doeltreffende sancties op te leggen, of vergunningen te wijzigen, te schorsen of in te trekken.

2.    Wanneer een grote leverancier weigert de rechten en verplichtingen die zijn vastgesteld in artikel 8.29 (Interconnectie met grote leveranciers), artikel 8.30 (Gedrag van grote leveranciers), artikel 8.31 (Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers), artikel 8.32 (Ontbundelde netwerkelementen), artikel 8.33 (Colocatie), artikel 8.34 (Wederverkoop), artikel 8.35 (Gedeeld gebruik van faciliteiten) en artikel 8.36 (Terbeschikkingstelling van huurlijndiensten) weigert na te komen, kan de verzoekende dienstverlener verzoeken om een interventie van de toezichthoudende instantie die, overeenkomstig het interne recht, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een redelijke termijn een bindend besluit neemt.

ARTIKEL 8.44

Beslechting van telecommunicatiegeschillen

1.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of diensten uit de andere partij zich tijdig tot een regelgevende instantie inzake telecommunicatie of een andere relevante instantie kunnen wenden om een oplossing te vinden voor geschillen die ontstaan in het kader van de in deze onderafdeling bedoelde interne maatregelen.


2.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of diensten uit de andere partij die getroffen worden door een besluit van haar regelgevende instantie inzake telecommunicatie tegen dat besluit beroep kan instellen bij een rechterlijke of administratieve instantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen.

3.    Wanneer de beroepsinstantie geen rechtbank is, motiveert zij haar besluit schriftelijk en kunnen haar beslissingen door een onpartijdige en onafhankelijke gerechtelijke instantie worden getoetst.

4.    Besluiten van beroepsinstanties worden door de betrokken partijen daadwerkelijk ten uitvoer gelegd overeenkomstig hun interne wetgeving en interne procedures. Een beroep is geen reden om het besluit van de regelgevende instantie niet uit te voeren, tenzij een bevoegde autoriteit dat besluit schorst.

ARTIKEL 8.45

Transparantie

Wanneer regelgevende instanties maatregelen willen nemen die verband houden met de bepalingen van deze onderafdeling, stellen zij de belanghebbenden in de gelegenheid binnen een redelijke termijn overeenkomstig het interne recht opmerkingen te maken over de ontwerpmaatregel. De regelgevende instanties maken hun raadplegingsgprocedures voor dergelijke ontwerpmaatregelen algemeen bekend. De resultaten van de raadplegingsprocedure worden door de regelgevende instantie ter beschikking van het publiek gesteld, tenzij het gaat om informatie die volgens het interne recht betreffende zakengeheimen vertrouwelijk is.


ARTIKEL 8.46

Flexibiliteit bij de keuze van technologieën

Een partij ontneemt aanbieders van openbare telecommunicatiediensten niet de mogelijkheid om te kiezen welke technologieën zij gebruiken om hun diensten aan te bieden, onverminderd de mogelijkheid voor elk van beide partijen om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de eindgebruikers van verschillende netwerken met elkaar kunnen communiceren.

ARTIKEL 8.47

Verband met andere onderafdelingen, afdelingen en hoofdstukken

In geval de bepalingen van deze onderafdeling in strijd zijn met die van een andere onderafdeling, een afdeling van dit hoofdstuk of een ander hoofdstuk, heeft deze onderafdeling voorrang op de daarmee strijdige bepalingen.

ARTIKEL 8.48

Samenwerking

1.    Gelet op de snelle ontwikkeling van de telecommunicatie- en informatietechnologie-industrie in de interne en internationale context, werken de partijen samen om de ontwikkeling van dergelijke diensten te bevorderen zodat de partijen maximaal voordeel kunnen halen uit het gebruik van telecommunicatie- en informatietechnologie.


2.    De samenwerking kan onder meer betrekking hebben op de volgende gebieden:

a)    gedachtewisselingen over beleidskwesties zoals het regelgevingskader voor supersnelle breedbandnetwerken en de verlaging van de tarieven voor internationale roaming; en

b)    de bevordering van het gebruik door consumenten, de particuliere en de overheidssector van telecommunicatie- en informatietechnologiediensten, met inbegrip van nieuwe diensten.

3.    De samenwerking kan onder meer de volgende vormen aannemen:

a)    bevordering van de dialoog over beleidskwesties;

b)    verbetering van de samenwerking in internationale fora inzake telecommunicatie- en informatietechnologie; en

c)    andere vormen van samenwerking.



ONDERAFDELING 6

FINANCIËLE DIENSTEN

ARTIKEL 8.49

Toepassingsgebied en definities

1.    Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die zijn geliberaliseerd overeenkomstig afdeling B (Grensoverschrijdende dienstverlening), afdeling C (Vestiging) en afdeling D (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken).

2.    Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

a)    "financiële dienst": elke dienst van financiële aard, met inbegrip van een dienst ter aanvulling of ondersteuning van een dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten uit een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

i)    verzekeringen en aanverwante diensten:

1)    directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

aa)    levensverzekering;

bb)    schadeverzekering;



2)    herverzekering en retrocessie;

3)    verzekeringsbemiddeling, zoals makelaars en agentschappen, en

4)    ondersteunende diensten in de verzekeringssector, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen;

en

ii)    bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):

1)    aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

2)    alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

3)    financiële leasing;

4)    alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder krediet-, betaal- en debetkaarten, reischeques en bankwissels;

5)    verlenen van garanties en stellen van borgtochten;


6)    transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

aa)    geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);

bb)    deviezen;

cc)    derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

dd)    wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;

ee)    verhandelbare effecten;

ff)    andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

7)    deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;

8)    financiële bemiddeling;

9)    beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;


10)    betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

11)    verstrekking en doorgifte van financiële informatie, verwerking van financiële gegevens en bijbehorende software door verleners van andere financiële diensten; en

12)    advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder 1 tot en met 11 vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en -strategieën;

b)    "verlener van financiële diensten": een natuurlijk persoon of rechtspersoon uit een partij die op het grondgebied van die partij financiële diensten verleent of dat wil doen. De term "verlener van financiële diensten" omvat geen overheidsinstanties;

c)    "nieuwe financiële dienst": een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.

d)    "overheidsinstantie":

i)    een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis, of


ii)    een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld; en

e)    "zelfregulerende organisatie": alle niet-gouvernementele organen, met inbegrip van effecten- of termijnbeurzen of effecten- of termijnmarkten, verrekenkantoren, andere organisaties of verenigingen die op grond van de wetgeving of een delegatie van de centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten een regulerende of toezichthoudende bevoegdheid hebben ten aanzien van verleners van financiële diensten.

ARTIKEL 8.50

Prudentiële uitzonderingsbepaling

1.    Niets in deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat een partij wordt belet redelijke maatregelen vast te stellen of te handhaven om prudentiële redenen, waaronder:

a)    de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;

b)    het handhaven van de veiligheid, de solvabiliteit, de integriteit of de financiële aansprakelijkheid van financiële dienstverleners; of

c)    het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van de partij.


2.    Deze maatregelen zijn niet belastender dan noodzakelijk is voor het bereiken van hun doel en vormen geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie van verleners van financiële diensten uit de andere partij in vergelijking met de verleners van financiële diensten van de partij in kwestie, noch een verkapte beperking van de handel in diensten.

3.    Niets in deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat het een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de rekeningen van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie die in het bezit is van openbare entiteiten.

4.    Elk van beide partijen stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de door het Bazels Comité vastgestelde "Kernbeginselen voor een effectief bankentoezicht", de normen en beginselen van de Internationale vereniging van verzekeringstoezichthouders en de door de Internationale organisatie van effectentoezichthouders vastgestelde "Doelstellingen en beginselen van de regulering van het effectenbedrijf" en de internationaal overeengekomen standaard voor transparantie en informatie-uitwisseling voor belastingdoeleinden zoals vastgesteld in het OESO-Modelverdrag van 2008 inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen, op haar grondgebied worden geïmplementeerd en toegepast.

5.    Onverminderd artikel 8.6 (Nationale behandeling) en andere prudentiële regelgeving inzake grensoverschrijdende financiële dienstverlening, kan een partij de registratie of machtiging van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij en van financiële instrumenten verlangen.


ARTIKEL 8.51

Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij van verleners van financiële diensten uit de andere partij voor het verlenen van financiële diensten op of naar haar grondgebied het lidmaatschap van of de deelneming in, dan wel de toegang tot een zelfregulerende organisatie vereist, waarborgt zij dat deze zelfregulerende organisatie de verplichtingen uit hoofde van artikel 8.6 (Nationale behandeling) en artikel 8.11 (Nationale behandeling) nakomt.

ARTIKEL 8.52

Betalings- en clearingsystemen

Voor zover de toegangscriteria van elk van beide partijen dat toestaan, verleent elk van beide partijen onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij die naar haar interne recht als verlener van financiële diensten worden gereguleerd of onder toezicht staan, toegang tot de door overheidsinstanties geëxploiteerde betalings- en clearingsystemen, alsmede tot voor de normale bedrijsfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang te verschaffen tot de faciliteiten van kredietverstrekker in laatste instantie van een partij.


ARTIKEL 8.53

Nieuwe financiële diensten

Elk van beide partijen staat een verlener van financiële diensten uit de andere partij toe de nieuwe financiële diensten te verlenen die zij haar eigen verleners van financiële diensten zou toestaan te verlenen, zonder dat daarvoor aanvullende wetgevende maatregelen van de eerste partij vereist zijn. Een partij kan de institutionele en rechtsvorm vaststellen waarin de nieuwe financiële dienst kan worden verleend en de verlening daarvan aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer die partij voor de nieuwe financiële dienst een vergunning vereist, wordt hierover binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen overeenkomstig artikel 8.50 (Prudentiële uitzonderingsbepaling).

ARTIKEL 8.54

Gegevensverwerking

1.    Mits de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vertrouwelijkheid op passende wijze worden gewaarborgd, staat elk van beide partijen op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe om informatie in elektronische of andere vorm van en naar haar grondgebied te verzenden ten behoeve van gegevensverwerking, wanneer die gegevensverwerking noodzakelijk is voor de normale bedrijfsvoering van een verlener van financiële diensten.


2.    Elk van beide partijen creëert of handhaaft passende waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens, met inbegrip van persoonlijke dossiers en rekeningen, zolang deze waarborgen niet worden gebruikt om de bepalingen van deze overeenkomst te omzeilen.

ARTIKEL 8.55

Specifieke uitzonderingen

1.    Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar overheidsinstanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten uit te voeren of diensten te verlenen in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens de interne regelgeving van die partij in concurrentie met overheidsinstanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

2.    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere overheidsinstantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

3.    Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar overheidsinstanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied uitsluitend activiteiten uit te voeren of diensten te verlenen voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij of haar overheidsinstanties, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens de interne regelgeving van die partij in concurrentie met overheidsinstanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.



ONDERAFDELING 7

INTERNATIONAAL ZEEVERVOER

ARTIKEL 8.56

Toepassingsgebied, definities en beginselen

1.    Deze onderafdeling bevat de beginselen inzake de liberalisering van de diensten inzake internationaal zeevervoer overeenkomstig afdeling B (Grensoverschrijdende dienstverlening), afdeling C (Vestiging) en afdeling D (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken).

2.    Voor de toepassing van deze onderafdeling omvat "internationaal zeevervoer" ook vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan een wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht rechtstreeks met dienstverleners voor andere wijzen van vervoer contracten te sluiten.

3.    Aangaande het internationale zeevervoer komen de partijen overeen dat zij zullen zorgen voor de effectieve toepassing van de beginselen van onbeperkte toegang tot lading op commerciële basis, van het vrij verrichten van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer, en van nationale behandeling bij de levering van deze diensten.


Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:

a)    passen de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de markten voor internationaal zeevervoer en routes op commerciële en niet-discriminerende grondslag toe, en

b)    kent elk van beide partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of worden geëxploiteerd door dienstverleners uit de andere partij, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de beste van die welke zij aan haar eigen vaartuigen of aan vaartuigen van enig derde land toekent voor, onder meer, de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en ondersteunende havendiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toegang tot aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties.

4.    Bij de toepassing van deze beginselen:

a)    nemen de partijen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen op met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en beëindigen zij binnen een redelijke termijn dergelijke vrachtverdelingsregelingen wanneer deze in eerdere overeenkomsten voorkomen, en

b)    heffen de partijen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen 29 en administratieve, technische en andere belemmeringen op die een verkapte beperking kunnen zijn van of een discriminatoir effect kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en zien zij af van de invoering ervan.


5.    Elk van beide partijen staat toe dat de verleners van diensten inzake internationaal zeevervoer uit de andere partij op haar grondgebied een vestiging hebben onder voorwaarden van vestiging en activiteit die stroken met de voorwaarden in haar Lijst van specifieke verbintenissen.

6.    De partijen staan verleners van diensten inzake internationaal zeevervoer uit de andere Partij op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toe gebruik te maken van de volgende havendiensten:

a)    loodsen;

b)    hulp van duw- en sleepboten;

c)    bevoorrading;

d)    levering van brandstof en water;

e)    ophalen en verwerking van afval;

f)    kapiteinsdiensten;

g)    navigatiehulp, en

h)    diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, levering van water en elektriciteit, faciliteiten voor noodreparaties, verankering en aan- en afmeren.



Afdeling F

ELEKTRONISCHE HANDEL

ARTIKEL 8.57

Doelstellingen

1.    De partijen erkennen dat de elektronische handel de handelsmogelijkheden in vele sectoren verruimt en zijn het erover eens dat het belangrijk is het gebruik en de ontwikkeling daarvan te bevorderen en de WTO-regels erop toe te passen.

2.    De partijen komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handel te bevorderen, met name door samenwerking bij kwesties die in het kader van de bepalingen van dit hoofdstuk door elektronische handel worden opgeworpen. In dat verband moeten beide partijen vermijden onnodige regelgeving of beperkingen met betrekking tot de elektronische handel op te leggen.

3.    De partijen erkennen het belang van de vrije informatiestroom op internet, maar zijn het erover eens dat dit geen afbreuk mag doen aan de rechten van houders van intellectuele-eigendomsrechten, gelet op het belang van de bescherming van de intellectuele eigendom op internet.

4.    De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.


ARTIKEL 8.58

Douanerechten

De partijen heffen geen douanerechten op elektronische berichten.

ARTIKEL 8.59

Elektronische dienstverlening

Voor alle duidelijkheid bevestigen de partijen dat maatregelen in verband met de verlening van een dienst door middel van elektronische middelen vallen binnen de werkingssfeer van de verplichtingen die zijn opgenomen in de desbetreffende bepalingen van dit hoofdstuk, onder voorbehoud van de uitzonderingen die op dergelijke verplichtingen van toepassing zijn.

ARTIKEL 8.60

Elektronische handtekeningen

1.    De partijen doen het nodige om een beter inzicht in elkaars kader inzake elektronische handtekeningen te vergemakkelijken, en om, onverminderd de desbetreffende nationale omstandigheden en regelgeving, te onderzoeken of een toekomstige overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van elektronische handtekeningen haalbaar is.

2.    Teneinde de doelstellingen van lid 1 te bereiken:


a)    vergemakkelijken de partijen in de mate van het mogelijke de vertegenwoordiging van de andere partij op fora die hun eigen bevoegde instanties inzake elektronische handtekeningen formeel of informeel organiseren, door de andere partij toe te staan haar kader inzake elektronische handtekeningen voor te stellen;

b)    moedigen de partijen in de mate van het mogelijke aan dat standpunten inzake elektronische handtekeningen worden uitgewisseld via seminars en vergaderingen van deskundigen op gebieden als veiligheid en interoperabiliteit, en

c)    dragen de partijen door het ter beschikking stellen van relevante informatie in de mate van het mogelijke bij aan de inspanningen van de andere partij om haar eigen kader te onderzoeken en te analyseren.

ARTIKEL 8.61

Samenwerking inzake regelgeving op het gebied van elektronische handel

1.    De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel, onder meer over:

a)    de erkenning van aan het publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en de bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;

b)    de aansprakelijkheid van intermediairs bij de doorgifte of opslag van informatie;

c)    de behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;


d)    de bescherming van de consument; en

e)    andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van de elektronische handel.

2.    Die samenwerking kan de vorm aannemen van uitwisseling van informatie over de respectieve wetgeving van de partijen met betrekking tot deze kwesties en over de tenuitvoerlegging van die wetgeving.

AFDELING G

UITZONDERINGEN

ARTIKEL 8.62

Algemene uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie van de andere partij bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het recht van vestiging of van grensoverschrijdende dienstverlening vormen, wordt niets in dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

a)    noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde 30 ;


b)    noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

c)    betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne ondernemers of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;

d)    noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

e)    noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

i)    het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;

ii)    het beschermen van de privacy van personen met betrekking tot de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en het beschermen van de vertrouwelijkheid van individuele dossiers en rekeningen;

iii)    de veiligheid;


f)    strijdig zijn met artikel 8.6 (Nationale behandeling) en artikel 8.11 (Nationale behandeling), mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, ondernemers of dienstverleners uit de andere partij 31 .


ARTIKEL 8.63

Evaluatie

Teneinde de liberalisering te versterken en de resterende beperkingen op te heffen, met inachtneming van een algemeen evenwicht van rechten en verplichtingen, zullen de partijen dit hoofdstuk en hun Lijsten van specifieke verbintenissen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen evalueren. Op grond van die evaluatie kan het bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten de betrokken Lijsten van specifieke verbintenissen aanpassen.

Hoofdstuk NEGEN

overheidsopdrachten

ARTIKEL 9.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a)    "handelsgoederen en -diensten": goederen en diensten die in de regel in de handel worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangeschaft door niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;


b)    "aan concurrentie onderworpen activiteit", voor de Unie:

i)    een activiteit die op het grondgebied van een lidstaat van de Unie wordt verricht en rechtstreeks aan mededinging blootstaat op markten waartoe de toegang niet beperkt is; en

ii)    een bevoegde instantie in de Unie heeft een besluit genomen dat bepaalt dat punt i) van toepassing is.

Voor de toepassing van het bepaalde onder b), punt i), dient, om na te gaan of een activiteit rechtstreeks aan mededinging blootstaat, te worden uitgegaan van de kenmerken van de desbetreffende goederen of diensten, het voorhanden zijn van alternatieve goederen of diensten, de prijzen en de werkelijke of mogelijke aanwezigheid van meer dan één leverancier van de desbetreffende goederen of diensten;

c)    "diensten in verband met de bouw": een dienst die gericht is op de uitvoering, ongeacht op welke wijze, van bouwwerkzaamheden of civieltechnische werken in de zin van afdeling 51 van de voorlopige centrale productenclassificatie van de Verenigde Naties ("CPC");

d)    "corrigerende maatregelen": in het kader van interne toetsingsprocedures, onwettige besluiten van een aanbestedende dienst nietig verklaren c.q. nietig te doen verklaren, met inbegrip van het verwijderen van discriminerende technische, economische of financiële specificaties in de uitnodiging tot inschrijving, het bestek dan wel in enig ander stuk dat verband houdt met de aanbestedingsprocedure;

e)    "elektronische veiling": een zich herhalend proces waarbij leveranciers langs elektronische weg nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de beoordelingscriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving opgeven, waardoor een rangorde van de inschrijvingen tot stand komt of de rangorde wordt gewijzigd;


f)    "schriftelijk": betreft elke formulering in woorden of cijfers die gelezen, gereproduceerd en later meegedeeld kan worden. De term "schriftelijk" kan ook betrekking hebben op elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;

g)    "rechtspersoon": een rechtspersoon in de zin van artikel 8.2 (Definities), onder b);

h)    "rechtspersoon van de Unie" of "Singaporese rechtspersoon": een rechtspersoon in de zin van artikel 8.2 (Definities), onder c);

i)    "onderhandse aanbesteding": een procedure waarbij de aanbestedende dienst contact zoekt met een leverancier of leveranciers van zijn keuze;

j)    "ter plaatse gevestigd": betreft een rechtspersoon die is gevestigd in de ene partij, maar de eigendom is van of onder zeggenschap staat van natuurlijke of rechtspersonen van de andere partij.

Een rechtspersoon:

i)    is "eigendom" van natuurlijke of rechtspersonen van de andere partij indien meer dan 50 % van het aandelenkapitaal in handen is van personen van de andere partij die volledig over hun aandeel kunnen beschikken; en

ii)    staat onder "zeggenschap" van natuurlijke of rechtspersonen van de andere partij indien deze personen een meerderheid van de bestuurders kunnen benoemen of anderszins de handelingen van de persoon rechtens kunnen sturen;

k)    "maatregel": een wet, voorschrift, procedure, administratief richtsnoer of praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende dienst betreffende een onder deze overeenkomst vallende overheidsopdracht;


l)    "lijst voor veelvuldig gebruik": een lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden geplaatst en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;

m)    "bericht van aanbesteding": een bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;

n)    "compensatie": een voorwaarde of verbintenis die de plaatselijke ontwikkeling aanmoedigt of de betalingsbalans van een partij verbetert, bijvoorbeeld betreffende het gebruik van interne producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en vergelijkbare maatregelen of vereisten;

o)    "openbare aanbesteding": een aanbestedingsprocedure waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

p)    "geprivatiseerd": voor Singapore dat een entiteit uit een aanbestedende dienst of een deel daarvan is voortgekomen en een rechtspersoon vormt die bij de aanschaf van goederen uit handelsoverwegingen handelt en die niet langer overheidsgezag mag uitoefenen, ook al bezit de overheid aandelen daarin of benoemt zij de leden van de raad van bestuur daarvan.

Voor alle duidelijkheid: wanneer de overheid aandelen bezit van een geprivatiseerde entiteit of een overheidsambtenaar benoemt in de raad van bestuur daarvan, wordt die entiteit geacht bij de aanschaf van goederen en diensten uit handelsoverwegingen te handelen, onder andere met betrekking tot de beschikbaarheid, prijs en kwaliteit van de goederen en diensten, indien de overheid of de aldus benoemde raad van bestuur de besluiten van die raad in verband met de aanschaf van goederen en diensten door die entiteit niet rechtstreeks of indirect beïnvloedt of stuurt;


q)    "aanbestedende dienst": een dienst die onder de bijlagen 9-A, 9-B of 9-C valt;

r)    "erkende leverancier": een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;

s)    "herziene GPA": de tekst van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, zoals gewijzigd bij het Besluit betreffende de resultaten van de onderhandelingen op grond van artikel XXIV, lid 7, van de GPA van 30 maart 2012;

t)    "aanbesteding met voorafgaande selectie": een aanbestedingsprocedure waarbij slechts erkende leveranciers door de aanbestedende dienst tot inschrijven worden uitgenodigd;

u)    "diensten": ook diensten in verband met de bouw, tenzij anders bepaald;

v)    "norm": een door een erkende instantie goedgekeurd document dat voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtsnoeren of kenmerken voor producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is. Zij kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;

w)    "leverancier": een persoon of groep personen van een van beide partijen, naargelang het geval, die goederen of diensten levert of kan leveren;


x)    "technische specificatie": een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:

i)    de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen of methoden voor productie of levering; of

ii)    terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product of dienst, worden omschreven.

ARTIKEL 9.2

Toepassingsgebied

Toepassing van dit hoofdstuk

1.    Dit hoofdstuk is van toepassing op alle maatregelen inzake de onder deze overeenkomst vallende opdrachten, ongeacht of deze geheel of gedeeltelijk elektronisch worden aanbesteed.

2.    Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "onder deze overeenkomst vallende opdrachten" verstaan opdrachten betreffende de aanschaf voor overheidsdoeleinden:

a)    van goederen, diensten of een combinatie daarvan:

i)    zoals aangegeven in de bijlagen 9-A tot en met 9-G van elk van beide partijen; en


ii)    die niet worden aangeschaft met het oog op commerciële verkoop of wederverkoop of voor gebruik bij de productie of levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop of wederverkoop;

b)    met welke contractuele middelen dan ook, waaronder koop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, en alle contracten via publiek-private partnerschappen als gedefinieerd in bijlage 9-I;

c)    waarvan de waarde, zoals geraamd overeenkomstig de leden 6 tot en met 8, ten tijde van de publicatie van een bericht van aanbesteding overeenkomstig artikel 9.6 (Kennisgevingen), gelijk is aan of meer bedraagt dan de desbetreffende drempelwaarde die vermeld is in de bijlagen 9-A tot en met 9-G;

d)    door een aanbestedende dienst; en

e)    die niet anderszins van het toepassingsgebied van dit hoofdstuk zijn uitgesloten in lid 3 of in de bijlagen 9-A tot en met 9-G van een partij.

3.    Tenzij anders is bepaald in de bijlagen 9-A tot en met 9-G, is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

a)    de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of de rechten daarop;

b)    niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van bijstand die een partij verleent, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen;


c)    de aanschaf of verwerving van belastingadviesdiensten of bewaardiensten, vereffenings- en managementdiensten voor gereglementeerde financiële instellingen of diensten in verband met de verkoop, aflossing en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten;

d)    arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid;

e)    opdrachten die worden aanbesteed:

i)    met het specifieke doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen;

ii)    in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten of betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door de ondertekenende landen; of

iii)    in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk.

4.    Elk van beide partijen verstrekt in de bijlagen 9-A tot en met 9-G de volgende informatie:

a)    in bijlage 9-A: de diensten van de centrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;

b)    in bijlage 9-B: de diensten van de subcentrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;


c)    in bijlage 9-C: alle overige diensten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;

d)    in bijlage 9-D: de goederen die onder dit hoofdstuk vallen;

e)    in bijlage 9-E: de diensten, andere dan diensten in verband met de bouw, die onder dit hoofdstuk vallen;

f)    in bijlage 9-F: de diensten in verband met de bouw die onder dit hoofdstuk vallen; en

g)    in bijlage 9-G: eventuele algemene aantekeningen.

5.    Indien een aanbestedende dienst, in het kader van een onder deze overeenkomst vallende opdracht, van niet in de bijlagen 9-A tot en met 9-C genoemde personen verlangt dat zij bij het plaatsen van opdrachten bepaalde voorschriften in acht nemen, dan is artikel 9.4 (Algemene beginselen) van overeenkomstige toepassing op die voorschriften.

Waardebepaling

6.    Bij het ramen van de waarde van een opdracht om te bepalen of deze onder deze overeenkomst valt,

a)    mag een aanbestedende dienst de opdracht niet in afzonderlijke opdrachten verdelen of een bijzondere methode voor het ramen van de waarde van de opdracht kiezen of gebruiken om deze geheel of gedeeltelijk buiten de toepassing van dit hoofdstuk te doen vallen; en

b)    moet een aanbestedende dienst uitgaan van de geraamde maximale totale waarde van de opdracht over de gehele looptijd daarvan, ongeacht of de opdracht aan een of meer leveranciers is gegund, waarbij rekening wordt gehouden met alle vormen van vergoeding, met inbegrip van:


i)    premies, honoraria, provisies, commissielonen en rente; en

ii)    indien de aanbesteding de mogelijkheid van opties biedt, de totale waarde van deze opties.

7.    Indien een bepaald vereiste met betrekking tot een opdracht tot gevolg heeft dat meer dan een opdracht wordt gegund of een opdracht in afzonderlijke delen wordt gegund ("herhalingsopdrachten"), wordt de berekening van de geraamde maximale totale waarde gebaseerd op:

a)    de waarde van herhalingsopdrachten voor soortgelijke goederen of diensten die gedurende de voorafgaande twaalf maanden of het voorafgaande begrotingsjaar van de aanbestedende dienst zijn gegund, zo mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in de hoeveelheid of waarde van de desbetreffende goederen of diensten in de volgende periode van twaalf maanden; of

b)    de geraamde waarde van herhalingsopdrachten voor soortgelijke goederen of diensten die gedurende de twaalf maanden na de gunning van de eerste opdracht of gedurende het begrotingsjaar van de aanbestedende dienst zullen worden gegund.

8.    In geval van een aanbesteding door middel van leasing, huur of huurkoop van goederen of diensten, of van een aanbesteding waarvoor geen totale prijs is opgegeven, wordt de waarde op de volgende basis bepaald:

a)    bij opdrachten met een vastgestelde looptijd:

i)    de totale geraamde maximale waarde voor de looptijd van de opdracht indien de looptijd daarvan ten hoogste twaalf maanden bedraagt; dan wel


ii)    wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, de totale geraamde maximale waarde, met inbegrip van de geraamde restwaarde;

b)    bij opdrachten voor onbepaalde duur: het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met achtenveertig; en

c)    wanneer het onduidelijk is of de opdracht een vaste looptijd heeft dan wel voor onbepaalde tijd is, wordt het bepaalde onder b) toegepast.

ARTIKEL 9.3

Veiligheid en algemene uitzonderingen

1.    Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk mag worden uitgelegd als een beletsel voor een partij om maatregelen te nemen of informatie niet te verstrekken indien zij dit noodzakelijk acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen met betrekking tot de aanschaf van wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met betrekking tot aanschaffingen die onmisbaar zijn voor de nationale veiligheid of voor nationale defensiedoeleinden.

2.    Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij in gelijke omstandigheden een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen dan wel een verkapte beperking van het internationale handelsverkeer vormen, wordt geen enkele bepaling in dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven door een van beide partijen van maatregelen die:

a)    noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, orde of veiligheid;


b)    noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

c)    noodzakelijk zijn ter bescherming van de intellectuele eigendom; of

d)    betrekking hebben op goederen of diensten van mensen met een handicap, liefdadigheidsinstellingen of gevangenisarbeid.

ARTIKEL 9.4

Algemene beginselen

Nationale behandeling en non-discriminatie

1.    Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de onder deze overeenkomst vallende opdrachten behandelt elk van beide partijen, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, goederen en diensten van de andere partij en de leveranciers van de andere partij onmiddellijk en onvoorwaardelijk niet minder gunstig dan zij, of haar aanbestedende diensten, interne goederen, diensten en leveranciers behandelt.

2.    Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de onder deze overeenkomst vallende opdrachten zien een partij en haar aanbestedende diensten erop toe:

a)    dat een plaatselijk gevestigde leverancier van de andere partij niet minder gunstig wordt behandeld dan een andere plaatselijk gevestigde leverancier op grond van de mate waarin het kapitaal ervan of de zeggenschap erover in buitenlandse handen is; of


b)    dat een plaatselijk gevestigde leverancier niet wordt gediscrimineerd op grond van het feit dat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.

Gebruik van elektronische middelen

3.    Wanneer een onder deze overeenkomst vallende opdracht wordt aanbesteed met elektronische middelen:

a)    ziet de aanbestedende dienst erop toe dat voor de aanbesteding, waaronder ook voor de authenticatie en encryptie van informatie, informatietechnologiesystemen en software worden gebruikt die algemeen beschikbaar zijn en interoperabel met andere algemeen beschikbare informatietechnologiesystemen en software; en

b)    hanteert de aanbestedende dienst mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelname en van inschrijvingen waarborgen, onder meer door het tijdstip van ontvangst te registreren en ongeoorloofde toegang te voorkomen.

Verloop van de aanbesteding

4.    Een aanbestedende dienst ziet erop toe dat onder deze overeenkomst vallende opdrachten worden aanbesteed op een transparante en onpartijdige wijze:

a)    die in overeenstemming is met dit hoofdstuk, waarbij gebruik wordt gemaakt van methoden als openbare aanbesteding, aanbesteding met voorafgaande selectie en onderhandse aanbesteding;

b)    waarbij belangenconflicten worden vermeden; en

c)    waarbij corruptie wordt voorkomen.



Oorsprongsregels

5.    Met betrekking tot onder deze overeenkomst vallende opdrachten mag een partij op uit de andere partij ingevoerde goederen of uit de andere partij verleende diensten geen oorsprongsregels toepassen die afwijken van de oorsprongsregels die zij op dat moment op de invoer van dezelfde goederen of de verlening van dezelfde diensten uit die zelfde partij in het normale handelsverkeer toepast.

Compensatie

6.    Voor onder deze overeenkomst vallende opdrachten mogen de partijen en hun aanbestedende diensten geen compensatie vragen, in aanmerking nemen, opleggen of afdwingen.

Maatregelen die niet specifiek betrekking hebben op overheidsopdrachten

7.    De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op douanerechten en heffingen van welke aard ook die bij invoer of in verband met invoer worden geïnd, noch op de wijze van inning van dergelijke rechten en heffingen, noch op andere invoerregelingen en -formaliteiten, noch op maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, zijnde andere dan maatregelen betreffende onder deze overeenkomst vallende opdrachten.

ARTIKEL 9.5

Informatie over het systeem voor overheidsopdrachten

1.    Elk van beide partijen:


a)    publiceert onverwijld alle wetgeving, regelgeving, gerechtelijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en standaardclausules die bij wet- of regelgeving verplicht zijn gesteld en door verwijzing zijn opgenomen in berichten betreffende de aanbesteding, aanbestedingsdossiers en procedures inzake onder deze overeenkomst vallende opdrachten, alsmede alle wijzigingen daarvan, in officieel daartoe bestemde elektronische of gedrukte media die op ruime schaal worden verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek; en

b)    verstrekt desgevraagd een uitleg daarvan aan de andere partij.

2.    Elk van beide partijen vermeldt in bijlage 9-H:

a)    de elektronische of gedrukte media waarin de partij de in lid 1 omschreven informatie publiceert;

b)    de elektronische of gedrukte media waarin de partij de berichten publiceert die zijn vereist ingevolge artikel 9.6 (Kennisgevingen), artikel 9.8 (Erkenning van leveranciers), lid 8, en artikel 9.15 (Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten), lid 2.

3.    Bij elke wijziging van de in bijlage 9-H vermelde informatie betreffende een partij, stelt deze partij het bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten daarvan onverwijld in kennis.


ARTIKEL 9.6

Kennisgevingen

Bericht van aanbesteding

1.    Voor alle onder deze overeenkomst vallende opdrachten publiceert de aanbestedende dienst, behalve in de omstandigheden omschreven in artikel 9.12 (Onderhandse aanbesteding), een bericht van aanbesteding, dat kosteloos elektronisch beschikbaar is via één toegangspunt. Het bericht van aanbesteding blijft gemakkelijk toegankelijk voor het publiek, ten minste totdat de in het bericht aangegeven termijn is verstreken. Het daartoe bestemde elektronische medium wordt door elk van beide partijen vermeld in bijlage 9-H.

2.    Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, worden in alle berichten van aanbesteding de volgende gegevens opgenomen:

a)    de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de aanbestedende dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de opdracht te verkrijgen, alsmede de eventuele kosten en betalingsvoorwaarden;

b)    een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een raming van de hoeveelheid, indien deze niet exact bekend is;

c)    voor herhalingsopdrachten zo mogelijk een raming van de timing voor de volgende berichten van aanbesteding;


d)    een beschrijving van eventuele facultatieve onderdelen;

e)    de termijnen voor de levering van goederen of diensten of de looptijd van de opdracht;

f)    de te gebruiken aanbestedingsprocedure, met vermelding of daarbij gebruik zal worden gemaakt van onderhandelingen of elektronische veilingen;

g)    indien van toepassing het adres en de eventuele termijn voor de indiening van verzoeken om deelname aan de aanbesteding;

h)    het adres en de uiterste datum voor de indiening van inschrijvingen;

i)    de taal of talen waarin inschrijvingen of verzoeken om deelname mogen worden ingediend, indien zij mogen worden ingediend in een andere taal dan een officiële taal van de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort;

j)    een lijst en korte omschrijving van de voorwaarden voor de deelname van leveranciers, waaronder de eventuele verplichte verstrekking van specifieke documenten in verband met de opdracht, tenzij deze vereisten zijn opgenomen in het aanbestedingsdossier dat aan alle belangstellende leveranciers ter beschikking wordt gesteld op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding;

k)    indien de aanbestedende dienst voornemens is overeenkomstig artikel 9.8 (Erkenning van leveranciers) een beperkt aantal erkende leveranciers uit te nodigen in te schrijven: de criteria aan de hand waarvan zij zullen worden gekozen en eventuele beperkingen van het aantal leveranciers dat mag inschrijven; en


l)    een vermelding dat de opdracht onder deze overeenkomst valt.

Samenvatting

3.    Voor iedere voorgenomen aanbesteding publiceert de aanbestedende dienst in een van de talen van de WTO, op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding, een gemakkelijk toegankelijke samenvatting. Deze samenvatting bevat ten minste de volgende informatie:

a)    de inhoud van de opdracht;

b)    de termijn voor de indiening van inschrijvingen en in voorkomend geval de termijn voor de indiening van verzoeken om deelname aan de aanbesteding of aanvragen tot plaatsing op de lijst voor veelvuldig gebruik; en

c)    het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd.

Aankondiging van geplande aanbestedingen

4.    Aanbestedende diensten worden aangemoedigd hun aanbestedingsplannen in elk begrotingsjaar zo vroeg mogelijk elektronisch via het voor de publicatie van berichten van aanbesteding gebruikte toegangspunt aan te kondigen ("aankondiging van geplande aanbestedingen"). De aankondiging dient de inhoud van de opdracht en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding te bevatten.


5.    Aanbestedende diensten die vermeld zijn in bijlage 9-B of bijlage 9-C kunnen de aankondiging van geplande aanbestedingen als bericht van aanbesteding gebruiken, mits de aankondiging alle in lid 2 bedoelde informatie die beschikbaar is bevat, alsmede een verklaring dat belangstellende leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de aanbestedende dienst bekend moeten maken.

ARTIKEL 9.7

Voorwaarden voor deelname aan aanbestedingen

1.    De aanbestedende dienst beperkt de voorwaarden voor deelname aan een aanbesteding tot wat noodzakelijk is om te waarborgen dat de leverancier over de juridische en financiële capaciteit en de commerciële en technische vaardigheden beschikt om de desbetreffende opdracht uit te voeren.

2.    Bij de vaststelling van de voorwaarden voor deelname:

a)    mag de aanbestedende dienst de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een aanbestedende dienst van een partij of dat de leverancier reeds eerder werkzaam was op het grondgebied van die partij; en

b)    kan de aanbestedende dienst eerdere werkervaring verlangen wanneer deze van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te kunnen voldoen.

3.    Bij de beoordeling of een leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet:


a)    evalueert de aanbestedende dienst de financiële capaciteit en de commerciële en technische vaardigheden van de leverancier aan de hand van diens zakelijke activiteiten op en buiten het grondgebied van de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort; en

b)    baseert de aanbestedende dienst zich bij deze beoordeling op de voorwaarden die hij vooraf in berichten betreffende de aanbesteding of het aanbestedingsdossier heeft gespecificeerd.

4.    Een partij en haar aanbestedende diensten kunnen, indien zij over bewijs beschikken, een leverancier uitsluiten op gronden zoals:

a)    faillissement;

b)    valsheid in geschrifte;

c)    aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke eis of verplichting in het kader van een eerdere opdracht of eerdere opdrachten; 

d)    definitieve veroordelingen wegens een ernstig misdrijf of andere strafbare feiten;

e)    fouten bij de beroepsuitoefening of handelingen of nalatigheden die de commerciële integriteit van de leverancier aantasten; of

f)    het verzuimen om belastingen te betalen.


ARTIKEL 9.8

Erkenning van leveranciers

Registratiesystemen en erkenningsprocedures

1.    Een partij en haar aanbestedende diensten kunnen een systeem aanhouden voor de registratie van leveranciers in het kader waarvan belangstellende leveranciers zich moeten laten registreren en bepaalde informatie moeten verstrekken.

2.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat:

a)    haar aanbestedende diensten zich inspannen om verschillen in hun erkenningsprocedures tot een minimum te beperken; en

b)    indien haar aanbestedende diensten registratiesystemen aanhouden, deze diensten zich inspannen om verschillen in hun registratiesystemen tot een minimum te beperken.

3.    Een partij en haar aanbestedende diensten mogen geen registratiesysteem of erkenningsprocedure vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de deelname van leveranciers van de andere partij aan de aanbesteding ontstaan.

Aanbesteding met voorafgaande selectie

4.    Wanneer een aanbestedende dienst een opdracht wil aanbesteden met een voorafgaande selectie:


a)    neemt hij in het bericht van aanbesteding ten minste de in artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 2, onder a), b), f), g), j), k) en l), vermelde informatie op en nodigt hij leveranciers uit een verzoek om deelname in te dienen; en

b)    verstrekt hij, uiterlijk bij de aanvang van de inschrijvingsperiode, de in artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 2, onder c), d), e), h) en i), vermelde informatie aan de erkende leveranciers die hij in kennis stelt overeenkomstig artikel 9.10 (Termijnen), lid 3, onder b).

5.    De aanbestedende dienst staat alle erkende leveranciers toe om aan een bepaalde aanbesteding deel te nemen, tenzij de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding vermeldt dat het aantal leveranciers dat tot de aanbesteding wordt toegelaten beperkt is en daarbij de criteria voor de selectie van dit beperkte aantal leveranciers opgeeft. Het aantal leveranciers dat een inschrijving mag indienen, moet in ieder geval voldoende zijn om de mededinging te waarborgen zonder de operationele efficiëntie van het aanbestedingssysteem aan te tasten.

6.    Indien het aanbestedingsdossier niet vanaf de datum van publicatie van het in lid 4 bedoelde bericht openbaar toegankelijk is, ziet de aanbestedende dienst erop toe dat het dossier voor alle overeenkomstig lid 5 geselecteerde erkende leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar komt.

Lijsten voor veelvuldig gebruik

7.    Aanbestedende diensten mogen een lijst van leveranciers voor veelvuldig gebruik aanhouden op voorwaarde dat een bericht waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot plaatsing op de lijst in te dienen:

a)    jaarlijks wordt gepubliceerd; en


b)    dit bericht, indien het elektronisch wordt gepubliceerd, permanent beschikbaar wordt gesteld in de daartoe bestemde media als vermeld in bijlage 9-H.

8.    In het in lid 7 bedoelde bericht worden de volgende gegevens opgenomen:

a)    een omschrijving van de goederen of diensten, of de categorieën goederen of diensten, waarvoor de lijst kan worden gebruikt;

b)    de voorwaarden voor deelname waaraan leveranciers moeten voldoen om op de lijst te worden geplaatst en de methoden die de aanbestedende dienst zal gebruiken om te controleren of een leverancier aan de voorwaarden voldoet;

c)    de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de lijst te verkrijgen;

d)    de geldigheidsduur van de lijst en de wijze waarop deze wordt vernieuwd of beëindigd, of wanneer er geen geldigheidsduur is voorzien, een aanwijzing over de wijze waarop de beëindiging van het gebruik van de lijst wordt meegedeeld; en

e)    een vermelding dat de lijst kan worden gebruikt voor opdrachten die onder deze overeenkomst vallen.

9.    In afwijking van lid 7 is het toegestaan dat een aanbestedende dienst, indien hij een lijst voor veelvuldig gebruik met een geldigheidsduur van drie jaar of minder bijhoudt, het in dat lid bedoelde bericht slechts eenmaal, bij aanvang van de geldigheidsduur van de lijst, publiceert, mits:

a)    in het bericht wordt vermeld wat de geldigheidsduur is en dat tijdens die periode geen verdere berichten zullen worden gepubliceerd; en


b)    het bericht elektronisch wordt gepubliceerd en gedurende de geldigheidsduur ervan permanent beschikbaar wordt gesteld.

10.    Aanbestedende diensten staan leveranciers toe te allen tijde een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen en plaatsen alle erkende leveranciers binnen redelijk korte tijd op die lijst.

11.    Wanneer een leverancier die niet is geplaatst op een lijst voor veelvuldig gebruik een verzoek indient om deelname aan een aanbesteding waarbij een lijst voor veelvuldig gebruik wordt gehanteerd en hij daarbij alle vereiste documenten dienaangaande indient binnen de in artikel 9.10 (Termijnen), lid 2, bepaalde termijn, onderzoekt de aanbestedende dienst het verzoek. De aanbestedende dienst sluit de leverancier niet uit van beoordeling in het kader van de aanbesteding op grond dat hij onvoldoende tijd heeft om het verzoek te onderzoeken, tenzij hij, in uitzonderlijke gevallen, wegens de complexiteit van de aanbesteding, het onderzoek van het verzoek niet kan afronden binnen de voor de indiening van inschrijvingen gestelde termijn.

In bijlage 9-C genoemde aanbestedende diensten

12.    Een in bijlage 9-C genoemde aanbestedende dienst kan een bericht waarbij leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen, gebruiken als bericht van aanbesteding, mits:

a)    het bericht wordt gepubliceerd overeenkomstig lid 7 en de in lid 8 vermelde informatie en alle in artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 2, bedoelde informatie die beschikbaar is bevat, alsmede een verklaring dat het bericht als bericht van aanbesteding geldt of dat alleen de leveranciers op de lijst voor veelvuldig gebruik verdere berichten van aanbesteding waarop de lijst voor veelvuldig gebruik betrekking heeft zullen ontvangen; en


b)    de aanbestedende dienst aan leveranciers die bij hem belangstelling hebben geuit voor een bepaalde opdracht onverwijld voldoende informatie verstrekt aan de hand waarvan zij kunnen beoordelen in hoeverre de opdracht voor hen interessant is, alsmede alle overige in artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 2, voorgeschreven informatie, voor zover die beschikbaar is.

13.    Aanbestedende diensten die onder bijlage 9-C vallen, mogen leveranciers die overeenkomstig lid 10 een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend toestaan in te schrijven op een bepaalde opdracht, indien de aanbestedende dienst voldoende tijd heeft om te onderzoeken of de leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet.

Informatie inzake besluiten van aanbestedende diensten

14.    Aanbestedende diensten stellen leveranciers die een verzoek tot deelname of een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, onverwijld in kennis van hun besluit inzake dat verzoek of die aanvraag.

15.    Wanneer een aanbestedende dienst een verzoek van een leverancier om deelname of een aanvraag van een leverancier tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik afwijst, de erkenning van een leverancier intrekt of een leverancier van een lijst voor veelvuldig gebruik schrapt, stelt de dienst de leverancier daarvan onverwijld in kennis en verstrekt hij de leverancier desgevraagd onverwijld een schriftelijke motivering van zijn besluit.


ARTIKEL 9.9

Technische specificaties en aanbestedingsdossier

Technische specificaties

1.    Aanbestedende diensten mogen geen technische specificaties op- of vaststellen of toepassen of conformiteitsbeoordelingsprocedures voorschrijven met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan.

2.    Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, zal de aanbestedende dienst in voorkomend geval:

a)    de technische specificaties specificeren aan de hand van prestatie-eisen of functionele eisen en niet aan de hand van descriptieve of ontwerpkenmerken; en

b)    de technische specificaties baseren op internationale normen, indien deze bestaan, en anders op nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften.

3.    Wanneer in de technische specificaties descriptieve of ontwerpkenmerken worden genoemd, geeft de aanbestedende dienst in voorkomend geval aan dat inschrijvingen voor gelijkwaardige goederen of diensten die aantoonbaar aan de voorwaarden van de opdracht voldoen eveneens in aanmerking komen, door in het aanbestedingsdossier woorden als "of gelijkwaardig" op te nemen.


4.    Aanbestedende diensten schrijven geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, designs of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat termen zoals "of gelijkwaardig" in het aanbestedingsdossier zijn opgenomen.

5.    Aanbestedende diensten vragen of aanvaarden van personen die een commercieel belang bij de aanbesteding kunnen hebben geen advies dat kan worden gebruikt bij de opstelling of de goedkeuring van een technische specificatie voor een specifieke aanbesteding, wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt verhinderd.

6.    Voor de duidelijkheid: een partij en haar aanbestedende diensten mogen overeenkomstig dit artikel technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen om het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu te bevorderen.

7.    Wanneer aanbestedende diensten milieukenmerken vastleggen in de vorm van prestatie-eisen of functionele eisen, als bedoeld in lid 2, onder a), kunnen zij gedetailleerde specificaties of indien nodig gedeelten daarvan gebruiken zoals die omschreven worden door binnen de Unie bestaande milieukeuren en in Singapore bestaande groene labels, mits:

a)    deze specificaties geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;

b)    de vereisten voor de keur of het label zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens; en


c)    deze specificaties toegankelijk zijn voor alle belanghebbenden.

Aanbestedingsdossier

8.    De aanbestedende dienst stelt leveranciers een aanbestedingsdossier ter beschikking met alle informatie die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen. Tenzij deze informatie reeds in het bericht van aanbesteding is opgenomen, bevat het aanbestedingsdossier alle onderstaande gegevens:

a)    een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een raming van de hoeveelheid, indien deze niet exact bekend is, alsmede alle eventuele vereisten waaraan moet zijn voldaan, met inbegrip van eventuele technische specificaties, certificaties met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling, plannen, tekeningen of instructiemateriaal;

b)    alle eventuele voorwaarden voor de deelname van leveranciers, met inbegrip van een lijst met informatie en documenten die de leveranciers in verband met de voorwaarden voor deelname moeten verstrekken;

c)    alle beoordelingscriteria die de aanbestedende dienst bij de gunning van de opdracht zal toepassen, alsmede, tenzij de prijs het enige criterium is, het relatieve gewicht van elk van deze criteria;

d)    wanneer de aanbestedende dienst een opdracht aanbesteedt met elektronische middelen: alle authenticatie- en encryptievereisten of andere vereisten inzake de indiening van informatie langs elektronische weg;


e)    wanneer de aanbestedende dienst een elektronische veiling organiseert: de regels, met inbegrip van de weging van de beoordelingscriteria voor elk van de onderdelen van de opdracht, die voor de elektronische veiling zullen gelden;

f)    indien de inschrijvingen in het openbaar worden geopend: de datum en het tijdstip waarop en de plaats waar de inschrijvingen zullen worden geopend en de personen die daarbij in voorkomend geval aanwezig mogen zijn;

g)    alle andere voorwaarden, zoals betalingsvoorwaarden of eventuele beperkingen op de wijze waarop inschrijvingen kunnen worden ingediend, bijvoorbeeld op papier of op elektronische wijze; en

h)    de data voor de levering van de goederen of diensten.

9.    Bij de vaststelling van de datum voor de levering van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, houdt de aanbestedende dienst rekening met factoren zoals de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de tijd die realistisch gesproken nodig is voor de productie, het uit voorraad halen en het vervoer van goederen uit de plaats vanuit welke zij worden geleverd of voor het verlenen van diensten.

10.    De aanbestedende dienst kan milieuvoorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits deze verenigbaar zijn met de voorschriften van dit hoofdstuk en vermeld zijn in het bericht van aanbesteding of een ander bericht dat als bericht van aanbesteding wordt gebruikt 32 of in het aanbestedingsdossier.


11.    De in het bericht van aanbesteding of een ander bericht dat als bericht van aanbesteding wordt gebruikt of in het aanbestedingsdossier vermelde beoordelingscriteria kunnen onder meer de prijs en andere kostenfactoren, de kwaliteit, de technische waarde, de milieukenmerken en de leveringsvoorwaarden omvatten.

12.    De aanbestedende dienst:

a)    stelt onverwijld het aanbestedingsdossier ter beschikking om ervoor te zorgen dat belangstellende leveranciers voldoende tijd hebben om een geldige inschrijving in te dienen;

b)    verstrekt desgevraagd onverwijld het aanbestedingsdossier aan alle belangstellende leveranciers; en

c)    beantwoordt onverwijld elk redelijk verzoek om relevante informatie van een belangstellende of deelnemende leverancier, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van andere leveranciers.

Wijzigingen

13.    Wanneer een aanbestedende dienst voorafgaand aan de gunning van een opdracht de criteria of vereisten wijzigt die in het bericht van aanbesteding of een ander bericht dat als bericht van aanbesteding wordt gebruikt of in het aanbestedingsdossier dat aan de deelnemende leveranciers is verstrek, zijn vermeld, of een bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier wijzigt of opnieuw publiceert, geeft hij schriftelijk kennis van alle wijzigingen of verstrekt hij een gewijzigd of nieuw bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier:


a)    aan alle leveranciers die op het tijdstip dat de informatie gewijzigd of opnieuw gepubliceerd wordt aan de procedure deelnemen, indien deze bekend zijn bij de aanbestedende dienst, en in alle andere gevallen, en dit op dezelfde wijze als de oorspronkelijke informatie; en

b)    op een zodanig tijdstip dat de leveranciers voldoende tijd hebben om hun inschrijving te wijzigen en opnieuw in te dienen.

ARTIKEL 9.10

Termijnen

Algemeen

1.    Aanbestedende diensten geven, overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften, de leveranciers voldoende tijd om verzoeken om deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals:

a)    de aard en de complexiteit van de opdracht;

b)    de omvang van de verwachte onderaanneming; en

c)    de tijd die noodzakelijk is voor de verzending van inschrijvingen uit het buitenland en het eigen land wanneer geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen.


Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn.

Termijnen

2.    Wanneer een aanbestedende dienst gebruikmaakt van voorafgaande selectie, mag de termijn voor de indiening van verzoeken om deelname in beginsel niet minder dan vijfentwintig dagen vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding bedragen. Wanneer als gevolg van een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde urgente situatie een dergelijke termijn onhaalbaar is, mag deze worden verkort tot ten minste tien dagen.

3.    Tenzij de leden 4, 5, 7 en 8 van toepassing zijn, mag de termijn voor de indiening van inschrijvingen niet minder bedragen dan veertig dagen vanaf de datum waarop:

a)    in het geval van openbare aanbesteding, het bericht van aanbesteding is gepubliceerd; of

b)    in het geval van aanbesteding met voorafgaande selectie, de aanbestedende dienst de leveranciers heeft meegedeeld dat zij worden uitgenodigd in te schrijven, ongeacht of op een lijst voor veelvuldig gebruik beroep wordt gedaan.

4.    De aanbestedende dienst mag de in lid 3 genoemde termijn voor de indiening van inschrijvingen verkorten tot ten minste tien dagen, indien


a)    hij overeenkomstig artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 4, ten minste veertig dagen, maar niet meer dan twaalf maanden vóór de publicatie van het bericht van aanbesteding een aankondiging van geplande aanbestedingen heeft gepubliceerd, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

i)    een omschrijving van de opdracht;

ii)    bij benadering de uiterste data voor de indiening van inschrijvingen of verzoeken om deelname;

iii)    een verklaring dat de belangstellende leveranciers hun belangstelling voor de opdracht aan de aanbestedende dienst kenbaar moeten maken;

iv)    het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd; en

v)    alle informatie die overeenkomstig artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 2, voor het bericht van aanbesteding vereist is en beschikbaar is;

b)    de aanbestedende dienst, in het geval van herhalingsopdrachten, in een eerste bericht van aanbesteding aangeeft dat in volgende berichten termijnen voor inschrijving zullen worden gegeven op basis van dit lid; of

c)    de in lid 3 genoemde termijn wegens een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde urgente situatie onhaalbaar is.


5.    Een aanbestedende dienst mag de in lid 3 genoemde termijn voor de indiening van inschrijvingen met vijf dagen verkorten in elk van de volgende situaties:

a)    het bericht van aanbesteding wordt elektronisch gepubliceerd;

b)    het gehele aanbestedingsdossier is elektronisch beschikbaar vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding; en

c)    de inschrijvingen kunnen door de aanbestedende dienst elektronisch worden ontvangen.

6.    De toepassing van lid 5 in combinatie met lid 4 mag er in geen geval toe leiden dat de in lid 3 genoemde termijn voor de indiening van inschrijvingen wordt verkort tot minder dan tien dagen vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.

7.    Ongeacht andere bepalingen in dit artikel mag een aanbestedende dienst, indien hij commerciële goederen of diensten of een combinatie daarvan aanschaft, de in lid 3 genoemde termijn voor de indiening van inschrijvingen verkorten tot ten minste dertien dagen, op voorwaarde dat deze aanbestedende dienst op hetzelfde tijdstip elektronisch zowel het bericht van aanbesteding als het aanbestedingsdossier publiceert. Wanneer de aanbestedende dienst bovendien elektronische inschrijvingen voor commerciële goederen en diensten aanvaardt, mag hij de in lid 3 genoemde termijn verkorten tot ten minste tien dagen.

8.    Indien een onder bijlage 9-B of bijlage 9-C vallende aanbestedende dienst alle of een beperkt aantal erkende leveranciers heeft geselecteerd, kan de termijn voor de indiening van inschrijvingen in onderling overleg tussen de aanbestedende dienst en de geselecteerde leveranciers worden vastgesteld. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, dient de termijn ten minste tien dagen te bedragen.


ARTIKEL 9.11

Onderhandelingen

1.    Een partij kan bepalen dat haar aanbestedende diensten onderhandelingen kunnen voeren:

a)    indien de aanbestedende dienst in het volgens artikel 9.6 (Kennisgevingen), lid 2, vereiste bericht van aanbesteding zijn voornemen tot het voeren van onderhandelingen te kennen heeft gegeven; of

b)    indien bij de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de specifieke beoordelingscriteria die in het bericht van aanbesteding of een ander bericht dat als bericht van aanbesteding wordt gebruikt of in het aanbestedingsdossier zijn vermeld.

2.    De aanbestedende dienst:

a)    ziet erop toe dat iedere uitsluiting van leveranciers tijdens onderhandelingen plaatsvindt in overeenstemming met de beoordelingscriteria die in het bericht van aanbesteding of een ander bericht dat als bericht van aanbesteding wordt gebruikt of in het aanbestedingsdossier zijn vermeld; en

b)    stelt, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor de resterende deelnemers een voor iedereen gelijke termijn vast om een nieuwe of herziene inschrijving in te dienen.


ARTIKEL 9.12

Onderhandse aanbesteding

1.    Mits zij deze bepaling niet toepassen met het oogmerk de mededinging tussen leveranciers te verhinderen of op een wijze waardoor leveranciers van de andere partij worden gediscrimineerd of interne leveranciers worden beschermd, kunnen aanbestedende diensten gebruikmaken van onderhandse aanbesteding en besluiten om artikel 9.6 (Kennisgevingen), artikel 9.7 (Voorwaarden voor deelname aan aanbestedingen), artikel 9.8 (Erkenning van leveranciers), artikel 9.9 (Technische specificaties en aanbestedingsdossier), leden 8 tot en met 13, artikel 9.10 (Termijnen), artikel 9.11 (Onderhandelingen), artikel 9.13 (Elektronische veilingen) en artikel 9.14 (Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten) niet toe te passen, maar uitsluitend in de volgende omstandigheden:

a)    indien

i)    geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;

ii)    geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële eisen van het aanbestedingsdossier voldoen;

iii)    geen leveranciers aan de voorwaarden voor deelname voldoen; of

iv)    de ingediende inschrijvingen onderling zijn afgestemd,

op voorwaarde dat de vereisten van het aanbestedingsdossier niet wezenlijk worden gewijzigd;


b)    indien de goederen of diensten slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat om een van de volgende redenen:

i)    de opdracht betreft een kunstwerk;

ii)    de bescherming van octrooien, auteursrechten of andere exclusieve rechten; of

iii)    de afwezigheid van concurrentie om technische redenen;

c)    voor aanvullende leveringen, door de oorspronkelijke leverancier, van goederen en diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien verandering van leverancier voor de aanvullende goederen of diensten:

i)    niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn geleverd; en

ii)    tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke kostenstijgingen zou leiden voor de aanbestedende dienst;

d)    in strikt noodzakelijke gevallen, wanneer de goederen of diensten om uiterst dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van openbare aanbesteding of aanbesteding met voorafgaande selectie;

e)    voor goederen die op een grondstoffenmarkt worden aangekocht;


f)    wanneer een aanbestedende dienst een prototype of een nieuw product of een nieuwe dienst aanschaft die op zijn verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht is ontwikkeld. De originele ontwikkeling van een nieuw product of een nieuwe dienst kan een beperkte productie of levering omvatten om de resultaten van veldproeven te incorporeren en aan te tonen dat het product of de dienst geschikt is voor productie of levering in grotere hoeveelheden volgens aanvaardbare kwaliteitsnormen, maar omvat geen serieproductie of levering om commerciële levensvatbaarheid te bereiken of onderzoeks- en ontwikkelingskosten te recupereren;

g)    voor aankopen onder uitzonderlijk voordelige voorwaarden die alleen op zeer korte termijn ontstaan in het geval van ongebruikelijke verkopen, zoals bij liquidatie, curatele of faillissement, maar niet bij normale aankopen bij normale leveranciers; en

h)    in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een ontwerpwedstrijd, mits:

i)    de wedstrijd is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van dit hoofdstuk, met name met betrekking tot de publicatie van een bericht van aanbesteding; en

ii)    de deelnemers worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan de winnaar.

2.    Aanbestedende diensten stellen een schriftelijk verslag op over elk contract dat in het kader van lid 1 wordt gegund. Dit verslag vermeldt de naam van de aanbestedende dienst, de waarde en de aard van de aangeschafte goederen of diensten, en bevat tevens een verklaring met daarin een vermelding van de in lid 1 beschreven omstandigheden en voorwaarden die de onderhandse aanbestedingsprocedure rechtvaardigden.


ARTIKEL 9.13

Elektronische veilingen

Wanneer een aanbestedende dienst een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht wil aanbesteden met een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, ieder deelnemer in kennis van:

a)    de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in het aanbestedingsdossier opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;

b)    de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en

c)    alle andere relevante informatie over de uitvoering van de veiling.

ARTIKEL 9.14

Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten

Behandeling van inschrijvingen

1.    De aanbestedende dienst neemt bij het ontvangen, openen en behandelen van inschrijvingen procedures in acht die garanderen dat het aanbestedingsproces eerlijk en onpartijdig verloopt en de inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld.


2.    Indien een inschrijving door de aanbestedende dienst pas na het verstrijken van de vastgestelde termijn wordt ontvangen, mag de betrokken leverancier daarvan geen nadelige gevolgen ondervinden indien de vertraging uitsluitend te wijten is aan onjuiste afhandeling door de aanbestedende dienst.

3.    Indien de aanbestedende dienst een leverancier de gelegenheid biedt om tussen de opening van de inschrijvingen en de gunning van de opdracht onbedoelde vormfouten te corrigeren, biedt de aanbestedende dienst alle deelnemende leveranciers daartoe de gelegenheid.

Gunning van opdrachten

4.    Om voor gunning in aanmerking te komen, moet een inschrijving schriftelijk worden ingediend, bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten die in de berichten betreffende de aanbesteding en het aanbestedingsdossier zijn opgenomen, en afkomstig zijn van een leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet.

5.    Tenzij de aanbestedende dienst besluit dat het niet in het algemeen belang is de opdracht te gunnen, wordt deze gegund aan de leverancier die volgens de bevindingen van de aanbestedende dienst de voorwaarden van de opdracht kan vervullen en van wie de inschrijving, uitsluitend beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria in de berichten en het aanbestedingsdossier:

a)    de voordeligste is; dan wel

b)    indien de prijs het enige criterium is, de laagste prijs biedt.


6.    Wanneer de aanbestedende dienst een inschrijving ontvangt met een prijs die in verhouding tot de andere inschrijvingen abnormaal laag is, kan hij inlichtingen inwinnen bij de inschrijver om zich ervan te vergewissen dat deze aan de voorwaarden voor deelname voldoet en de opdracht volgens de gestelde voorwaarden kan uitvoeren en/of de prijs rekening houdt met de toekenning van subsidies.

7.    Wanneer de aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de leverancier subsidies heeft gekregen, kan de inschrijving alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken subsidie verenigbaar is met de in deze overeenkomst neergelegde regels inzake subsidies.

8.    De aanbestedende dienst mag geen gebruik maken van opties, een aanbesteding annuleren of gegunde opdrachten wijzigen op een wijze die in strijd is met zijn verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk.

ARTIKEL 9.15

Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten

Aan leveranciers verstrekte informatie

1.    Aanbestedende diensten stellen de deelnemende leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de gunning van een opdracht en doen dat op verzoek van een leverancier schriftelijk. Onverminderd artikel 9.16 (Bekendmaking van informatie), leden 2 en 3, stelt de aanbestedende dienst een afgewezen leverancier op diens verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier.



Publicatie van informatie over de gunning van opdrachten

2.    Uiterlijk tweeënzeventig dagen na de gunning van een onder deze overeenkomst vallende opdracht publiceert de aanbestedende dienst een bericht in de daartoe bestemde gedrukte of elektronische media als vermeld in bijlage 9-H. Wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van een elektronisch medium, dient de informatie gedurende een redelijke termijn gemakkelijk toegankelijk te blijven. Het bericht bevat ten minste de volgende gegevens:

a)    een beschrijving van de aangeschafte goederen of diensten;

b)    de naam en het adres van de aanbestedende dienst;

c)    de naam en het adres van de leverancier aan wie de opdracht is gegund;

d)    de waarde van de geselecteerde inschrijving of de hoogste en de laagste inschrijving die bij de gunning van de opdracht in aanmerking zijn genomen;

e)    de datum waarop de opdracht is gegund; en

f)    de gebruikte aanbestedingsmethode, en in geval van onderhandse aanbesteding overeenkomstig artikel 9.12 (Onderhandse aanbesteding), een beschrijving van de omstandigheden die deze procedure rechtvaardigden.



Bewaren van documentatie, verslagen en elektronische traceerbaarheid

3.    Een aanbestedende dienst bewaart gedurende ten minste drie jaar vanaf de datum waarop hij een opdracht gunt:

a)    de documentatie en verslagen betreffende aanbestedingsprocedures en gunningen in verband met onder deze overeenkomst vallende opdrachten, met inbegrip van de op grond van artikel 9.12 (Onderhandse aanbesteding) vereiste verslagen; en

b)    gegevens die waarborgen dat het verloop van onder deze overeenkomst vallende opdrachten elektronisch naar behoren traceerbaar is.

Verzameling van en verslaglegging inzake statistieken

4.    De partijen komen overeen de andere partij de beschikbare en vergelijkbare statistische gegevens met betrekking tot onder deze overeenkomst vallende opdrachten mee te delen.


ARTIKEL 9.16

Bekendmaking van informatie

Verstrekking van informatie aan partijen

1.    Indien een partij daarom verzoekt, verstrekt de andere partij onverwijld alle informatie die noodzakelijk is om te bepalen of de aanbesteding eerlijk, onpartijdig en overeenkomstig dit hoofdstuk is verlopen, met inbegrip van informatie over de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier. Wanneer het bekendmaken van dergelijke informatie de mededinging bij latere aanbestedingen zou verstoren, wordt deze informatie door de partij die haar ontvangt pas aan een leverancier vrijgegeven na overleg met en instemming van de partij die de informatie heeft verstrekt.

Niet-bekendmaking van informatie

2.    Niettegenstaande de overige bepalingen van dit hoofdstuk verstrekken een partij en haar aanbestedende diensten geen informatie aan een bepaalde leverancier die de eerlijke mededinging tussen leveranciers kan verstoren.

3.    Geen van de bepalingen in dit hoofdstuk mag zodanig worden uitgelegd dat zij verlangt dat een partij en haar aanbestedende diensten, autoriteiten en toetsingsinstanties vertrouwelijke informatie openbaar maken indien de openbaarmaking:

a)    de rechtshandhaving zou belemmeren;

b)    de eerlijke mededinging tussen leveranciers kan verstoren,


c)    de legitieme handelsbelangen van bepaalde personen, met inbegrip van de bescherming van de intellectuele eigendom, zou schaden; of

d)    anderszins in strijd zou zijn met het algemeen belang.

ARTIKEL 9.17

Interne toetsingsprocedures

1.    Elk van beide partijen voorziet in een snelle, doeltreffende, transparante en niet-discriminerende procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing, waarmee een leverancier beroep kan instellen wegens:

a)    een inbreuk op dit hoofdstuk; of

b)    indien de leverancier volgens de interne wetgeving van een partij niet rechtstreeks beroep kan instellen tegen een inbreuk op dit hoofdstuk, wegens niet-nakoming van de maatregelen die een partij ter uitvoering van dit hoofdstuk heeft ingesteld,

die zich voordoet in het kader van een onder deze overeenkomst vallende opdracht waarbij de leverancier belang heeft of heeft gehad. In ieder geval zien de partijen erop toe dat de beroepsinstantie, indien een leverancier beroep instelt, de besluiten van hun aanbestedende diensten over de vraag of een bepaalde opdracht onder dit hoofdstuk valt, kan onderzoeken.


De procedurele regels voor alle beroepsprocedures worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt via een elektronisch en/of gedrukt medium.

2.    Indien een leverancier in het kader van een onder deze overeenkomst vallende opdracht waarbij hij een belang heeft of heeft gehad een klacht indient wegens inbreuk of niet-nakoming als bedoeld in lid 1, moedigt de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort, de dienst en de leverancier aan het geschil door overleg te beslechten. De aanbestedende dienst neemt dergelijke klachten tijdig en onbevooroordeeld in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing corrigerende maatregelen te vragen.

3.    Iedere leverancier krijgt voldoende tijd om een beroep voor te bereiden en in te stellen; deze termijn bedraagt ten minste tien dagen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het beroep voor de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had moeten worden.

4.    Door elk van beide partijen wordt ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke instantie ingesteld of aangewezen om een beroep door een leverancier in het kader van een onder deze overeenkomst vallende opdracht te ontvangen en te beoordelen.

5.    Indien een beroep in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere dan een van de in lid 4 bedoelde instanties, ziet de partij erop toe dat de leverancier tegen de oorspronkelijke beslissing beroep kan instellen bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende dienst die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het beroep betrekking heeft.


6.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat, indien het een beslissing van een niet-rechterlijke beroepsinstantie betreft, rechterlijke toetsing mogelijk is of de regels inzake procesvoering bepalen dat:

a)    de aanbestedende dienst schriftelijk op het beroep reageert en alle relevante documenten aan de beroepsinstantie ter beschikking stelt;

b)    de partijen bij de procedure het recht hebben te worden gehoord alvorens de beroepsinstantie een beslissing neemt over het beroep;

c)    de partijen bij de procedure het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen;

d)    de partijen bij de procedure toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure;

e)    de partijen het recht hebben te verzoeken dat de zittingen in het openbaar plaatsvinden en dat getuigen deze mogen bijwonen; en

f)    de beroepsinstantie haar beslissingen of aanbevelingen tijdig schriftelijk aanneemt en de grondslag van elke beslissing of aanbeveling daarbij toelicht.

7.    Elk van beide partijen stelt procedures in, of handhaaft deze, die voorzien in:

a)    snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen in stand houden. Dergelijke voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. Er kan worden bepaald dat bij het nemen van de beslissing over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met doorslaggevende negatieve gevolgen voor de belangen die op het spel staan, waaronder het algemeen belang. Een beslissing om niet op te treden wordt schriftelijk gemotiveerd; en


b)    corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, indien de beroepsinstantie heeft vastgesteld dat een inbreuk of niet-nakoming als bedoeld in lid 1 heeft plaatsgevonden; deze corrigerende maatregelen of compensatie kunnen beperkt blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving of het instellen van het beroep gemaakte kosten. Indien de opdracht reeds is gegund, kunnen de partijen bepalen dat geen corrigerende maatregelen kunnen worden getroffen.

ARTIKEL 9.18

Wijziging en rectificatie van het toepassingsgebied

Kennisgeving van voorgenomen wijziging

1.    Een partij stelt de andere partij in kennis van elke voorgenomen rectificatie, verplaatsing van een aanbestedende dienst van een bijlage naar een andere, schrapping van een aanbestedende dienst of andere wijziging ("wijziging") van de bijlagen 9-A tot en met 9-I.

2.    Voor elke voorgestelde schrapping van een aanbestedende dienst uit de bijlagen 9-A tot en met 9-G op grond van het feit dat de overheidscontrole over of overheidsinvloed op de onder deze overeenkomst vallende opdrachten van de aanbestedende dienst feitelijk is beëindigd, neemt de partij die de wijziging voorstelt ("wijzigende partij"), in de kennisgeving bewijs op van het feit dat deze overheidscontrole of overheidsinvloed daadwerkelijk is beëindigd. De overheidscontrole over of de overheidsinvloed op de onder dit hoofdstuk vallende in bijlage 9-C genoemde aanbestedende diensten wordt geacht daadwerkelijk te zijn beëindigd indien:

a)    voor de Unie: de aanbestedende dienst een aan concurrentie onderworpen activiteit verricht; en


b)    voor Singapore: de aanbestedende dienst is geprivatiseerd.

Indien de overheidscontrole over of de overheidsinvloed op de onder deze overeenkomst vallende opdrachten van een aanbestedende dienst van een partij feitelijk is beëindigd, heeft de andere partij geen recht op compenserende aanpassingen.

3.    Voor alle andere voorgenomen wijzigingen neemt de wijzigende partij in de kennisgeving informatie op over de waarschijnlijke gevolgen van de verandering voor het toepassingsgebied van dit hoofdstuk. Wanneer de wijzigende partij kleine wijzigingen of technische rectificaties van louter formele aard voorstelt die geen invloed hebben op onder deze overeenkomst vallende opdrachten, geeft zij ten minste elke twee jaar kennis van deze wijzigingen.

Oplossen van bezwaren

4.    Indien de andere partij bezwaar maakt ("bezwaarmakende partij") tegen de kennisgeving door de wijzigende partij, trachten de partijen het bezwaar op te lossen via bilateraal overleg, zo nodig ook via overleg in het bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten. Bij dit overleg houden de partijen rekening met:

a)    in geval van een kennisgeving overeenkomstig lid 2: bewijsmateriaal betreffende de daadwerkelijke beëindiging van de overheidscontrole over of de overheidsinvloed op de onder deze overeenkomst vallende opdrachten van een aanbestedende dienst;

b)    in geval van een kennisgeving overeenkomstig lid 3: bewijs dat de voorgestelde wijziging het toepassingsgebied van dit hoofdstuk niet verandert; en


c)    eisen met betrekking tot de noodzaak voor of het niveau van compenserende aanpassingen die voortvloeien uit wijzigingen waarvan overeenkomstig lid 1 is kennisgegeven. De aanpassingen kunnen bestaan uit een compenserende uitbreiding van het toepassingsgebied door de wijzigende partij of uit een intrekking van een gelijkwaardig toepassingsgebied door de bezwaarmakende partij, teneinde het evenwicht van rechten en verplichtingen te behouden en het onderling overeengekomen toepassingsgebied op een vergelijkbaar niveau te houden.

5.    Indien de bezwaarmakende partij na bilateraal overleg overeenkomstig lid 4 van oordeel is dat er sprake is van een of meer van de volgende situaties:

a)    in het geval van lid 4, onder a): de overheidscontrole over of de overheidsinvloed op een onder deze overeenkomst vallende opdracht van een aanbestedende dienst is niet daadwerkelijk beëindigd;

b)    in het geval van lid 4, onder b): een wijziging voldoet niet aan de criteria van lid 3, en verandert het toepassingsgebied, en daarvoor zijn compenserende aanpassingen vereist; of

c)    in het geval van lid 4, onder c): de tijdens het overleg tussen de partijen voorgestelde compenserende aanpassingen zijn niet voldoende om het onderling overeengekomen toepassingsgebied op een vergelijkbaar niveau te houden,

kunnen de partijen gebruik maken van het geschillenbeslechtingsmechanisme van hoofdstuk veertien (Geschillenbeslechting).

Tenuitvoerlegging

6.    Een voorgenomen wijziging treedt pas in werking als:


a)    de andere partij bij de wijzigende partij geen schriftelijk bezwaar tegen de voorgenomen wijziging heeft gemaakt binnen vijfenveertig dagen vanaf de datum waarop is kennisgegeven van de voorgenomen wijzigingen;

b)    de bezwaarmakende partij de wijzigende partij heeft meegedeeld dat zij haar bezwaar intrekt;

c)    de partijen na behoorlijk overleg overeenkomstig lid 4 overeenstemming hebben bereikt; of

d)    het bezwaar is opgelost via het geschillenbeslechtingsmechanisme bedoeld in lid 5.

ARTIKEL 9.19

Verantwoordelijkheden van het Comité

De partijen kunnen in het bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten:

a)    de regels voor statistische verslaglegging overeenkomstig artikel 9.15 (Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten), lid 4, vaststellen;

b)    nog gaande kennisgevingen van wijzigingen van het toepassingsgebied onderzoeken en bijwerkingen van de lijst van aanbestedende diensten in de bijlagen 9-A tot en met 9-C goedkeuren;

c)    compenserende aanpassingen die voortvloeien uit wijzigingen die het toepassingsgebied veranderen goedkeuren;


d)    zo nodig de indicatieve criteria op grond waarvan wordt vastgesteld dat de overheidscontrole over of de overheidsinvloed op de onder deze overeenkomst vallende opdrachten van een aanbestedende dienst daadwerkelijk is beëindigd, herzien;

e)    criteria vaststellen op grond waarvan het niveau van de compenserende aanpassingen van het toepassingsgebied wordt bepaald;

f)    kwesties met betrekking tot overheidsopdrachten die haar door een partij worden voorgelegd onderzoeken;

g)    informatie betreffende kansen op deelname aan overheidsopdrachten, met inbegrip van die op subcentraal niveau, in elk van beide partijen uitwisselen; en

h)    alle andere aangelegenheden met betrekking tot de werking van dit hoofdstuk bespreken.

De partijen kunnen in het bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten alle voor de toepassing van het bepaalde onder a) tot en met h) vereiste beslissingen nemen.

ARTIKEL 9.20

Aanpassing aan de GPA-bepalingen

Indien de herziene GPA wordt gewijzigd of wordt vervangen door een andere overeenkomst, wijzigen de partijen dit hoofdstuk zo nodig bij beslissing in het bij artikel 16.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten.



HOOFDSTUK TIEN

INTELLECTUELE EIGENDOM

ARTIKEL 10.1

Doelstellingen

1.    De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

a)    het bevorderen van de productie en de verhandeling van innovatieve en creatieve producten en de verrichting van diensten tussen de partijen; en

b)    het vergroten van de voordelen van handel en investeringen via een toereikend en doeltreffend beschermingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten en maatregelen voor de doeltreffende handhaving van deze rechten.

2.    De in deel I van de TRIPs-Overeenkomst uiteengezette doelstellingen en beginselen, met name artikel 7 (Doelstellingen) en artikel 8 (Beginselen), zijn van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.



Afdeling A

BEGINSELEN

ARTIKEL 10.2

Toepassingsgebied en definities

1.    De partijen herinneren aan hun verbintenissen uit hoofde van de internationale verdragen inzake intellectuele eigendom, waaronder de TRIPs-Overeenkomst en het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (van 20 maart 1883, zoals herzien te Stockholm op 15 juli 1967; "Verdrag van Parijs"). Dit hoofdstuk is een aanvulling op de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van de TRIPs-Overeenkomst en andere internationale verdragen op het gebied van intellectuele eigendom waarbij zij beide partij zijn.

2.    Voor de toepassing van dit hoofdstuk behoren tot de intellectuele-eigendomsrechten:

a)    alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder deel II, titels 1 tot en met 7, van de TRIPs-Overeenkomst, namelijk:

i)    auteursrecht en naburige rechten;

ii)    octrooien; 33


iii)    handelsmerken;

iv)    modellen;

v)    ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen;

vi)    geografische aanduidingen;

vii)    bescherming van niet-openbaargemaakte informatie; en

b)    kwekersrechten.

ARTIKEL 10.3

Uitputting

Het staat elk van beide partijen vrij om, onverminderd het bepaalde in de TRIPs-Overeenkomst, haar eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.



Afdeling B

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING A

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

ARTIKEL 10.4

Geboden bescherming

De partijen nemen de rechten en verplichtingen in acht die zijn neergelegd in de Berner Conventie tot bescherming van literaire en artistieke werken (van 9 september 1886, zoals laatstelijk herzien te Parijs op 24 juli 1971), het WIPO-verdrag inzake auteursrecht (aangenomen te Genève op 20 december 1996), het WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (aangenomen te Genève op 20 december 1996) en de TRIPs-Overeenkomst. 34  De partijen kunnen voorzien in bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (aangenomen te Rome op 26 oktober 1961).


ARTIKEL 10.5

Duur van de bescherming

1.    Elk van beide partijen bepaalt dat wanneer de duur van de bescherming van een werk op basis van het leven van de auteur moet worden berekend, deze duur niet korter is dan het leven van de auteur plus zeventig jaar na diens overlijden.

2.    Ingeval van een gemeenschappelijk auteursrecht op een zelfde werk wordt de in lid 1 vastgestelde termijn berekend vanaf de dag van overlijden van de langstlevende auteur.

3.    De duur van de bescherming van cinematografische werken 35 bedraagt ten minste zeventig jaar nadat het werk met toestemming van de auteur voor het publiek toegankelijk is gemaakt of, indien dit niet binnen vijftig jaar vanaf de totstandkoming van een dergelijk werk is gebeurd, ten minste zeventig jaar na de totstandkoming ervan 36 .

4.    De duur van de bescherming van rechten op fonogrammen bedraagt niet minder dan vijftig jaar na de totstandkoming ervan en, indien het fonogram binnen deze termijn op geoorloofde wijze is gepubliceerd, niet minder dan zeventig jaar na de datum van die eerste publicatie.


5.    De duur van de bescherming van rechten op programma's bedraagt niet minder dan vijftig jaar na de eerste uitzending of totstandkoming van het programma.

6.    De in dit artikel gestelde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de termijn doet ingaan.

ARTIKEL 10.6

Producenten van fonogrammen

Elk van beide partijen verleent producenten van fonogrammen 37 recht op een enkele billijke vergoeding voor het gebruik van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen of reproducties daarvan ten behoeve van draadloze uitzending of openbare uitvoering 38 , 39 .


ARTIKEL 10.7

Volgrechten

De partijen komen overeen van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over de praktijk en het beleid met betrekking tot het volgrecht van kunstenaars.

ARTIKEL 10.8

Samenwerking bij het collectieve beheer van rechten

De partijen streven ernaar de dialoog en de samenwerking tussen hun respectieve maatschappijen voor collectief beheer te bevorderen teneinde de toegang tot en de levering van inhoud tussen de grondgebieden van de partijen te vergemakkelijken en de overdracht van royalty's voor het gebruik van werken of ander door auteursrechten beschermd materiaal te waarborgen.


ARTIKEL 10.9

Bescherming van technische voorzieningen

1.    Elk van beide partijen voorziet in een adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen tegen het onwerkzaam maken van doeltreffende technische voorzieningen 40 die door auteurs, uitvoerende kunstenaars of producenten van fonogrammen worden gebruikt in verband met de uitoefening van hun rechten op hun werken, uitvoeringen en fonogrammen, en welke voorzieningen beletten dat met betrekking tot die werken, uitvoeringen en fonogrammen handelingen worden verricht waarvoor zij geen toestemming hebben verleend of die volgens de interne wetgeving niet geoorloofd zijn 41 .


2.    Teneinde te voorzien in de in lid 1 bedoelde adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen biedt elk van beide partijen ten minste bescherming tegen:

a)    binnen de grenzen van haar interne wetgeving:

i)    het zonder toestemming onwerkzaam maken van een doeltreffende technische voorziening, terwijl men weet of redelijkerwijs kan weten waarmee men bezig is; en

ii)    het aan het publiek aanbieden door marketing van een technische inrichting of een product, met inbegrip van computerprogramma's, of een dienst, als middel om een doeltreffende technische voorziening onwerkzaam te maken; en

b)    de vervaardiging, invoer of distributie van een technische inrichting of een product, met inbegrip van computerprogramma's, of de verlening van een dienst die of dat:

i)    primair is ontwikkeld, geproduceerd of verleend om een doeltreffende technische voorziening onwerkzaam te maken; of

ii)    buiten het onwerkzaam maken van een doeltreffende technische voorziening een commercieel doel van slechts beperkt belang dient 42 .


3.    Bij het voorzien in een adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen overeenkomstig lid 1, kan een partij passende beperkingen of uitzonderingen op maatregelen ter uitvoering van de leden 1 en 2 vaststellen of handhaven. De uit de leden 1 en 2 voortvloeiende verplichtingen doen geen afbreuk aan de rechten, beperkingen, uitzonderingen of verweermiddelen tegen inbreuken op auteursrechten of naburige rechten volgens de interne wetgeving van een partij.

ARTIKEL 10.10

Bescherming van informatie over het beheer van rechten

1.    Ter bescherming van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten 43 voorziet elk van beide partijen in adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen tegen personen die, in het besef dat zij daarvoor geen toestemming hebben, een van de volgende handelingen verrichten terwijl zij weten, of bij civiele rechtsmiddelen redelijkerwijs kunnen weten, dat deze handelingen zullen aanzetten tot een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht, of een dergelijke inbreuk mogelijk zullen maken, zullen vergemakkelijken of verbergen. Die handelingen zijn:


a)    handelingen ter verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten;

b)    handelingen ter distributie, invoer voor distributie, uitzending, communicatie of het beschikbaar stellen aan het publiek van kopieën van werken, uitvoeringen of fonogrammen, in de wetenschap dat elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of gewijzigd zonder toestemming daartoe.

2.    Bij het voorzien in een adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen overeenkomstig lid 1, kan een partij passende beperkingen of uitzonderingen op maatregelen ter uitvoering van lid 1 vaststellen of handhaven. De uit lid 1 voortvloeiende verplichtingen doen geen afbreuk aan de rechten, beperkingen, uitzonderingen of verweermiddelen tegen inbreuken op auteursrechten of naburige rechten volgens de interne wetgeving van een partij.

ARTIKEL 10.11

Uitzonderingen en beperkingen

De partijen kunnen slechts in beperkingen van of uitzonderingen op de in artikel 10.6 (Producenten van fonogrammen) bedoelde rechten voorzien in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk of ander materiaal en de rechtmatige belangen van de houders van een recht niet op onredelijke wijze schaden.



ONDERAFDELING B

HANDELSMERKEN

ARTIKEL 10.12

Internationale overeenkomsten

Elk van beide partijen stelt alles wat redelijkerwijs mogelijk is in het werk om het Verdrag inzake het handelsmerkenrecht (aangenomen te Genève op 27 oktober 1994) en het Verdrag van Singapore inzake handelsmerkenrecht (aangenomen te Singapore op 27 maart 2006) in acht te nemen 44 .

ARTIKEL 10.13

Registratieprocedure

Elk van beide partijen zorgt voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de desbetreffende handelsmerkinstantie een weigering om een handelsmerk in te schrijven schriftelijk moet motiveren. De aanvrager heeft de kans om tegen die weigering beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie. Elk van beide partijen biedt derden de mogelijkheid om zich tegen de inschrijving van een handelsmerk te verzetten. Elk van beide partijen voorziet in een openbaar toegankelijke elektronische databank voor aanvragen voor en de registratie van handelsmerken.


ARTIKEL 10.14

Bekende handelsmerken

De partijen beschermen bekende handelsmerken overeenkomstig de TRIPs-Overeenkomst. Voor de vaststelling of een handelsmerk bekend is, houden de partijen rekening met de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende handelsmerken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20-29 september 1999.

ARTIKEL 10.15

Uitzonderingen op de rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Elk van beide partijen:

a)    zorgt voor een eerlijk gebruik van beschrijvende termen 45 als beperkte uitzondering op de aan een handelsmerk verbonden rechten; en

b)    kan in andere beperkte uitzonderingen voorzien,

mits bij die uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houders van de handelsmerken en van derden.



ONDERAFDELING C

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN 46

ARTIKEL 10.16

Toepassingsgebied

1.    Onderafdeling C (Geografische aanduidingen) is van toepassing op de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen voor wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen van oorsprong uit de grondgebieden van de partijen.

2.    Geografische aanduidingen uit een partij die door de andere partij moeten worden beschermd, vallen enkel onder onderafdeling C (Geografische aanduidingen) indien zij in het land van oorsprong als geografische aanduidingen worden erkend en gevoerd worden.


ARTIKEL 10.17

Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen

1.    Elk van beide partijen stelt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst systemen voor de registratie en bescherming van geografische aanduidingen op haar grondgebied vast voor de categorieën van wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen die zij passend acht.

2.    De in lid 1 bedoelde systemen bevatten onder andere de volgende elementen:

a)    een nationaal register;

b)    een administratieve procedure om na te gaan of de in het in lid 2, onder a), bedoelde nationale register vermelde of te vermelden geografische aanduidingen aangeven dat waren hun oorsprong hebben op het grondgebied van een partij, of een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de waren in wezen valt toe te schrijven aan de geografische oorsprong ervan;

c)    een bezwaarprocedure om de legitieme belangen van derden in aanmerking te kunnen nemen; en

d)    wettelijke middelen waarmee vermeldingen in het in lid 2, onder a), bedoelde nationale register kunnen worden gecorrigeerd en geschrapt en die rekening houden met de legitieme belangen van derden en de houders van rechten op de desbetreffende geregistreerde geografische aanduidingen.


3.    De partijen komen, zo snel mogelijk nadat de procedures voor de bescherming van geografische aanduidingen in elk van beide partijen 47 zijn afgerond voor alle in bijlage 10-A vermelde benamingen, bijeen om in het in artikel 16.1 (Handelscomité) bedoelde Handelscomité een beslissing te nemen over de opname in bijlage 10-B van de in bijlage 10-A vermelde benamingen van elk van beide partijen die als geografische aanduidingen beschermd zijn en blijven in het kader van het in lid 2 bedoelde respectieve systeem van de partijen.

ARTIKEL 10.18

Wijziging van de lijst van geografische aanduidingen

De partijen komen overeen dat de in bijlage 10-B opgenomen lijst van geografische aanduidingen voor wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen die door elk van beide partijen op grond van onderafdeling C (Geografische aanduidingen) moeten worden beschermd, kan worden gewijzigd. Voor dergelijke wijzigingen van bijlage 10-B is vereist dat de geografische aanduidingen als geografische aanduidingen beschermd zijn en blijven in het kader van het in artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 2, bedoelde respectieve systeem van de partijen.


ARTIKEL 10.19

Toepassingsgebied van de bescherming van geografische aanduidingen

1.    Onverminderd artikel 10.22 (Algemene bepalingen) verschaft elk van beide partijen met betrekking tot geografische aanduidingen voor wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen die zijn opgenomen in bijlage 10-B en als geografische aanduidingen beschermd blijven in het kader van haar in artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 2, bedoelde systeem belanghebbenden de wettelijke middelen om:

a)    het gebruik te voorkomen van middelen in de benaming of voorstelling van waren waarmee wordt aangegeven of gesuggereerd dat de waren in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de waren; en

b)    elk ander gebruik te voorkomen dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis (Oneerlijke mededinging) van het Verdrag van Parijs.

2.    Onverminderd artikel 10.22 (Algemene bepalingen) verschaft elk van beide partijen met betrekking tot geografische aanduidingen voor wijnen en gedistilleerde dranken die zijn opgenomen in bijlage 10-B en als geografische aanduidingen beschermd blijven in het kader van haar in artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 2, bedoelde systeem belanghebbenden de wettelijke middelen om het gebruik te voorkomen van geografische aanduidingen waarmee wijnen worden aangeduid voor wijnen die niet van oorsprong zijn uit de plaats die met de betrokken geografische aanduiding wordt aangegeven of waarmee gedistilleerde dranken worden aangeduid voor gedistilleerde dranken die niet van oorsprong zijn uit de plaats die met de betrokken geografische aanduiding wordt aangegeven, zelfs indien:

a)    de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven;


b)    een vertaling van de geografische aanduiding wordt gebruikt; of

c)    de geografische aanduiding vergezeld gaat van uitdrukkingen als "genre", "type", "stijl", "imitatie" en dergelijke.

3.    Onverminderd artikel 10.22 (Algemene bepalingen) verschaft elk van beide partijen met betrekking tot geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen die zijn opgenomen in bijlage 10-B en als geografische aanduidingen beschermd blijven in het kader van haar in artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 2, bedoelde systeem belanghebbenden de wettelijke middelen om het gebruik te voorkomen van geografische aanduidingen waarmee waren worden aangeduid voor soortgelijke waren 48 die niet van oorsprong zijn uit de plaats die met de betrokken geografische aanduiding wordt aangegeven, zelfs indien:

a)    de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven;

b)    een vertaling van de geografische aanduiding wordt gebruikt 49 ; of


c)    de geografische aanduiding vergezeld gaat van uitdrukkingen als "genre", "type", "stijl", "imitatie" en dergelijke.

4.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) verlangt dat een partij haar bepalingen met betrekking tot een geografische aanduiding toepast indien een houder van een recht nalaat:

a)    de registratie te verlengen; of

b)    een minimale commerciële activiteit of een minimaal commercieel belang te behouden, met inbegrip van de verhandeling, de verkoopbevordering of de marktmonitoring,

van de geografische aanduiding op de markt van die partij.

5.    Onverminderd artikel 23, lid 3, van de TRIPs-Overeenkomst bepaalt elk van beide partijen de praktische voorwaarden waaronder homonieme geografische aanduidingen van elkaar zullen worden onderscheiden op haar grondgebied, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak een billijke behandeling van de betrokken producenten te garanderen en ervoor te zorgen dat de consument niet wordt misleid.

6.    Wanneer een partij een aanvraag ontvangt voor de registratie of bescherming van een geografische aanduiding die homoniem is met een van de in bijlage 10-B opgenomen geografische aanduidingen, houdt zij rekening met de zienswijze en opmerkingen van de aanvrager en de betrokken producenten 50 bij het bepalen van de voorwaarden waaronder de geografische aanduidingen van elkaar zullen worden onderscheiden.


ARTIKEL 10.20

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Het recht tot gebruikmaking van een uit hoofde van onderafdeling C (Geografische aanduidingen) beschermde geografische aanduiding is niet beperkt tot de aanvrager, mits dit gebruik verband houdt met de door deze geografische aanduiding geïdentificeerde waren.

ARTIKEL 10.21

Verband met handelsmerken

1.    Onverminderd artikel 10.22 (Algemene bepalingen) wordt, met betrekking tot in bijlage 10-B opgenomen geografische aanduidingen die als geografische aanduidingen beschermd blijven in het kader van het in artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 2, bedoelde systeem van een partij, de registratie van een handelsmerk voor waren dat een geografische aanduiding waarmee soortgelijke waren worden geïdentificeerd bevat of uit een dergelijke geografische aanduiding bestaat, ambtshalve geweigerd of nietig verklaard indien dit volgens de interne wetgeving van die partij mogelijk is, dan wel op verzoek van een belanghebbende, met betrekking tot waren die niet de oorsprong van de betrokken geografische aanduiding hebben, mits de registratie van het handelsmerk is aangevraagd na de datum waarop de registratie van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied is aangevraagd.


2.    Onverminderd lid 4 erkennen de partijen dat het bestaan van een ouder conflicterend handelsmerk in een partij niet volledig in de weg staat aan de registratie van een latere geografische aanduiding voor soortgelijke waren in die partij 51 .

3.    Wanneer een handelsmerk te goeder trouw is aangevraagd of ingeschreven, of wanneer rechten op een handelsmerk door gebruik te goeder trouw zijn verworven, indien de interne wetgeving van de partijen deze mogelijkheid biedt, hetzij:

a)    vóór de datum waarop de bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied is aangevraagd, hetzij

b)    vóór de bescherming van de geografische aanduiding in haar land van oorsprong,

mogen maatregelen aangenomen ter toepassing van onderafdeling C (Geografische aanduidingen) niet wegens het feit dat dit handelsmerk identiek is met of soortgelijk is aan een geografische aanduiding een beletsel vormen voor het voor inschrijving in aanmerking komen van dat handelsmerk, voor de geldigheid van de inschrijving van dat handelsmerk of voor het recht dat handelsmerk te gebruiken.

4.    De partijen zijn niet verplicht een geografische aanduiding te beschermen overeenkomstig onderafdeling C (Geografische aanduidingen) wanneer de bescherming de consument gezien de reputatie of bekendheid van een handelsmerk kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.


ARTIKEL 10.22

Algemene bepalingen

1.    Op de invoer, uitvoer en verhandeling van de in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) vermelde producten op het grondgebied van een partij is de interne wetgeving van die partij van toepassing.

2.    Voor landbouwproducten en levensmiddelen verlangt geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) dat een partij het voortgezette en soortgelijke gebruik belet van een geografische aanduiding van de andere partij in verband met waren of diensten door een van zijn onderdanen of ingezetenen die deze geografische aanduiding voortdurend heeft gebruikt voor dezelfde of aanverwante waren of diensten op het grondgebied van die partij:

a)    hetzij gedurende ten minste tien jaar vóór 1 januari 2004,

b)    hetzij te goeder trouw vóór die datum.

3.    Met betrekking tot de in bijlage 10-B op te nemen geografische aanduidingen wordt, wanneer ouder gebruik is vastgesteld overeenkomstig:

a)    de oppositieprocedures tijdens de nationale registratieprocedures; of

b)    een gerechtelijke procedure,


dit ouder gebruik vermeld in bijlage 10-B voor de betrokken geografische aanduiding:

i)    in het geval van lid 3, onder a): overeenkomstig het mechanisme van artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 3; en

ii)    in het geval van lid 3, onder b): overeenkomstig het mechanisme van artikel 10.18 (Wijziging van de lijst van geografische aanduidingen).

4.    Elk van beide partijen kan de praktische voorwaarden bepalen waaronder dergelijk ouder gebruik zal worden onderscheiden van de geografische aanduiding op haar grondgebied, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak ervoor te zorgen dat de consument niet wordt misleid.

5.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) verlangt dat een partij de bepalingen hiervan toepast met betrekking tot een geografische aanduiding van de andere partij voor waren of diensten waarvoor de desbetreffende aanduiding identiek is met de in de omgangstaal gebruikelijke term als soortnaam voor deze waren of diensten op het grondgebied van die partij.

6.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) verlangt dat een partij de bepalingen hiervan toepast met betrekking tot een in een geografische aanduiding van de andere partij vervatte benaming voor waren of diensten waarvan de benaming identiek is met de in de omgangstaal gebruikelijke term als soortnaam voor deze waren of diensten op het grondgebied van die partij.


7.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) verlangt dat een partij de bepalingen hiervan toepast met betrekking tot een geografische aanduiding van de andere partij voor voortbrengselen van de wijnstok waarvoor de desbetreffende aanduiding identiek is met de gangbare naam van een druivensoort die op het grondgebied van die partij voorkomt op de datum van inwerkingtreding van de WTO-overeenkomst in die partij.

8.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) belet een partij om een term die conflicteert met de naam van een planten- of dierenras als geografische aanduiding te beschermen overeenkomstig haar interne wetgeving.

9.    Een partij kan bepalen dat een krachtens onderafdeling C (Geografische aanduidingen) gedaan verzoek in verband met het gebruik of de inschrijving van een handelsmerk moet worden ingediend binnen vijf jaar nadat het strijdige gebruik van de beschermde aanduiding algemeen bekend is geworden in die partij of na de datum van inschrijving van het handelsmerk in die partij, mits het handelsmerk op die datum is gepubliceerd, indien deze datum eerder valt dan de datum waarop het strijdige gebruik algemeen bekend werd in die partij, op voorwaarde dat de geografische aanduiding niet te kwader trouw wordt gebruikt of geregistreerd.

10.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) doet afbreuk aan het recht van een persoon om voor handelsdoeleinden zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat het publiek daardoor wordt misleid.

11.    Geen enkele bepaling in onderafdeling C (Geografische aanduidingen) verplicht een partij ertoe een geografische aanduiding van de andere partij te beschermen die niet of niet langer wordt beschermd volgens de interne wetgeving van het land van oorsprong. De partijen stellen elkaar ervan in kennis wanneer een geografische aanduiding in het land van oorsprong niet langer wordt beschermd.


ARTIKEL 10.23

Verband met het Handelscomité

Het bij artikel 16.1 (Handelscomité) opgerichte Handelscomité is bevoegd om:

a)    besluiten te nemen inzake de opname in bijlage 10-B als bedoeld in artikel 10.17 (Systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen), lid 3; en

b)    bijlage 10-B te wijzigen overeenkomstig artikel 10.18 (Wijziging van de lijst van geografische aanduidingen).



ONDERAFDELING D

MODELLEN

ARTIKEL 10.24

Voorwaarden voor de bescherming van geregistreerde modellen 52

1.    De partijen voorzien in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde modellen die nieuw of oorspronkelijk zijn 53 . In deze bescherming wordt voorzien door registratie, waardoor houders van het recht daarop exclusieve rechten overeenkomstig het bepaalde in onderafdeling D (Modellen) krijgen 54 .


2.    De bescherming van modellen strekt zich niet uit tot modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.

3.    Een model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake modellen 55 .

ARTIKEL 10.25

Door registratie verkregen rechten

De eigenaar van een beschermd model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben te beletten om ten minste artikelen te vervaardigen, te koop aan te bieden, te verkopen of in te voeren die hetzelfde uiterlijk vertonen als een model of waarin een model is belichaamd dat een kopie of in feite een kopie is van het beschermde model, wanneer deze handelingen voor handelsdoeleinden worden verricht.

ARTIKEL 10.26

Duur van de bescherming

De duur van de geboden bescherming bedraagt ten minste tien jaar vanaf de datum van de aanvraag.


ARTIKEL 10.27

Uitzonderingen

De partijen kunnen beperkte uitzonderingen op de bescherming van modellen vaststellen, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

ARTIKEL 10.28

Relatie met auteursrechten

De partijen voorzien in de mogelijkheid dat een in een partij overeenkomstig onderafdeling D (Modellen) geregistreerd model niet volledig is uitgesloten van bescherming uit hoofde van het interne auteursrecht van die partij. Die partij bepaalt de mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt toegekend 56 .



ONDERAFDELING E

OCTROOIEN

ARTIKEL 10.29

Internationale overeenkomsten

De partijen herinneren aan de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (aangenomen te Washington op 19 juni 1970, zoals gewijzigd op 28 september 1979 en 3 februari 1984). De partijen stellen alles wat redelijkerwijs mogelijk is in het werk om te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 16 van het Verdrag inzake octrooirecht (aangenomen te Genève op 1 juni 2000) op een wijze die in overeenstemming is met hun interne wetgeving en procedures.

ARTIKEL 10.30

Octrooien en volksgezondheid

1.    De partijen erkennen het belang van de Verklaring inzake de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 te Doha werd aangenomen door de ministeriële conferentie van de WTO. De partijen zien erop toe dat de uitlegging en uitvoering van de rechten en verplichtingen van onderafdeling E (Octrooien) en onderafdeling F (Bescherming van testgegevens die zijn ingediend met het oog op het verkrijgen van een administratieve vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product) in overeenstemming zijn met die verklaring.


2.    De partijen nemen het besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 betreffende de uitvoering van lid 6 van de Verklaring van Doha inzake de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid in acht, alsmede het besluit van de Algemene Raad van de WTO van 6 december 2005 betreffende de wijziging van de TRIPs-Overeenkomst, waarbij het Protocol tot wijziging van de TRIPs-Overeenkomst is vastgesteld.

ARTIKEL 10.31

Verlenging van de duur van de door een octrooi verleende rechten

De partijen erkennen dat farmaceutische producten 57 die op hun respectieve grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een vergunningprocedure kunnen worden onderworpen voordat zij er in de handel worden gebracht. De partijen bieden de mogelijkheid om de duur van de door de octrooibescherming verleende rechten te verlengen om de octrooihouder te compenseren voor de verkorting van de effectieve duur van het octrooi als gevolg van de procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen 58 . De duur van de door de octrooibescherming verleende rechten mag met niet meer dan vijf jaar worden verlengd 59 .


ARTIKEL 10.32

Samenwerking

De partijen komen overeen samen te werken rond initiatieven ter bevordering van:

a)    het verlenen van octrooien op basis van aanvragen van aanvragers uit een partij in de andere partij; en

b)    de kwalificatie en erkenning van professionele octrooigemachtigden van een partij op het grondgebied van de andere partij.



ONDERAFDELING F

BESCHERMING VAN TESTGEGEVENS

ARTIKEL 10.33

Bescherming van testgegevens die zijn ingediend
met het oog op het verkrijgen van een administratieve vergunning
voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product

Wanneer een partij verlangt dat testgegevens of studies over de veiligheid en werkzaamheid van een farmaceutisch product worden ingediend alvorens een vergunning voor het in de handel brengen van dat product wordt verleend, staat de partij derden gedurende een periode van ten minste vijf jaar vanaf de datum waarop de vergunning in die partij is verleend, niet toe om hetzelfde of een soortgelijk product in de handel te brengen op basis van de vergunning voor het in de handel brengen die is verleend aan degene die de testgegevens of studies heeft ingediend, tenzij deze laatste daarmee heeft ingestemd 60 , 61 , 62 .


ARTIKEL 10.34

Bescherming van testgegevens die zijn ingediend
met het oog op het verkrijgen van een administratieve vergunning 
voor het in de handel brengen van een chemisch product voor de landbouw 63

1.    Wanneer een partij verlangt dat testgegevens of studies over de veiligheid en werkzaamheid van een chemisch product voor de landbouw worden ingediend alvorens een vergunning voor het in de handel brengen van dat product wordt verleend, staat de partij derden gedurende een periode van ten minste tien jaar vanaf de datum waarop de vergunning is verleend, niet toe om hetzelfde of een soortgelijk product in de handel te brengen op basis van de vergunning voor het in de handel brengen die is verleend aan degene die de testgegevens of studies heeft ingediend, tenzij deze laatste daarmee heeft ingestemd.


2.    Wanneer een partij met betrekking tot chemische producten voor de landbouw voorziet in maatregelen of procedures om herhaling van proeven op gewervelde dieren te voorkomen, kan die partij de voorwaarden en omstandigheden bepalen waaronder derden hetzelfde of een soortgelijk product in de handel kunnen brengen op basis van de vergunning voor het in handel brengen die is verleend aan degene die de testgegevens of studies heeft ingediend.

3.    Wanneer een partij verlangt dat testgegevens of studies over de veiligheid en werkzaamheid van een chemisch product voor de landbouw worden ingediend alvorens een vergunning voor het in de handel brengen van dat product wordt verleend, tracht de partij alles in het werk te stellen om de aanvraag spoedig te behandelen en zo onredelijke vertraging te voorkomen.

ONDERAFDELING G

KWEKERSRECHTEN

ARTIKEL 10.35

Internationale overeenkomsten

De partijen herbevestigen hun verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (aangenomen te Parijs op 2 december 1961, zoals laatstelijk herzien te Genève op 19 maart 1991), met inbegrip van hun bevoegdheid om de facultatieve uitzondering op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15, lid 2, van dat verdrag toe te passen.



Afdeling C

CIVIELRECHTELIJKE HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ARTIKEL 10.36

Algemene verplichtingen

1.    De partijen herbevestigen hun verbintenissen uit hoofde van de artikelen 41 tot en met 50 van de TRIPs-Overeenkomst en stellen in hun interne wetgeving met deze verbintenissen in overeenstemming zijnde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen vast tegen inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten waarop dit hoofdstuk van toepassing is.

2.    Voor de in lid 1 bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen die door elk van beide partijen in haar interne wetgeving zijn vastgesteld, geldt in het bijzonder dat zij:

a)    in voorkomend geval rekening moeten houden met de noodzakelijke evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de belangen van derden;

b)    eerlijk en billijk moeten zijn;

c)    niet onnodig ingewikkeld of kostbaar mogen zijn en geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen mogen inhouden; en


d)    zodanig moeten worden toegepast dat geen belemmeringen voor legitiem handelsverkeer worden gecreëerd en wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen.

3.    Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk doet af aan de bevoegdheid van de partijen om hun interne wetgeving in het algemeen toe te passen of schept een verplichting voor de partijen om hun bestaande wetgeving inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te wijzigen. Onverminderd de bovengenoemde algemene beginselen schept geen enkele bepaling in dit hoofdstuk een verplichting voor de partijen:

a)    om een rechtsstelsel in te voeren voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten naast dat voor de rechtshandhaving in het algemeen; of

b)    met betrekking tot de verdeling van middelen tussen de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en de rechtshandhaving in het algemeen.

ARTIKEL 10.37

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

In civiele gerechtelijke procedures die zijn ingevoerd voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten, neemt elk van beide partijen passende maatregelen volgens haar interne wetgeving en intern beleid om informatie over definitieve rechterlijke beslissingen te publiceren of ter beschikking van het publiek te stellen. Geen enkele bepaling in dit artikel verlangt dat een partij vertrouwelijke informatie verstrekt waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen. De partijen kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking die passend zijn in de omstandigheden van het geval, zoals opvallende publiciteit.


ARTIKEL 10.38

Beschikbaarheid van civiele maatregelen, procedures en rechtsmiddelen

1.    De partijen stellen in hun interne wetgeving de in afdeling C (Civielrechtelijke handhaving van intellectuele-eigendomsrechten) bedoelde civiele maatregelen, procedures en rechtsmiddelen voor de in lid 2 omschreven intellectuele-eigendomsrechten ter beschikking van de houders van een recht.

2.    Voor de toepassing van afdeling C (Civielrechtelijke handhaving van intellectuele-eigendomsrechten) wordt verstaan onder:

a)    "houders van een recht": ook exclusieve licentiehouders en federaties en verenigingen 64 die rechtens bevoegd zijn om die rechten te doen gelden; en

b)    "intellectuele-eigendomsrechten": alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder deel II, titels 1 tot en met 6, van de TRIPs-Overeenkomst 65 .


ARTIKEL 10.39

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

1.    Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben onmiddellijke en doeltreffende voorlopige maatregelen te gelasten:

a)    tegen een partij of in voorkomend geval een derde over wie de desbetreffende rechtelijke instantie jurisdictie heeft, om te beletten dat zich een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht voordoet, en met name om te beletten dat goederen waarmee inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt, in het verkeer worden gebracht; en

b)    om met betrekking tot de vermeende inbreuk van belang zijnd bewijsmateriaal te beschermen.

2.    Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben om, wanneer passend, voorlopige maatregelen te treffen zonder de wederpartij te hebben gehoord, met name wanneer uitstel vermoedelijk onherstelbare schade voor de houder van het recht zal veroorzaken of wanneer er een aantoonbaar risico is dat bewijsmateriaal zal worden vernietigd. Elk van beide partijen verleent haar rechterlijke instanties ten aanzien van procedures waarin de tegenpartij niet is gehoord, de bevoegdheid om met betrekking tot verzoeken om voorlopige maatregelen snel te handelen en onverwijld een beslissing te geven.

3.    Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties, ten minste in gevallen van inbreuk op het auteursrecht of naburige rechten en namaak van handelsmerken, in civiele gerechtelijke procedures de bevoegdheid hebben de inbeslagneming of het anderszins in bewaring nemen te gelasten van verdachte goederen en van met de inbreuk verband houdende materialen en werktuigen alsmede, ten minste voor de namaak van handelsmerken, van met de inbreuk verband houdende schriftelijke bewijsstukken, ongeacht of dit originelen of kopieën daarvan betreft.


4.    Elk van beide partijen bepaalt dat haar instanties de bevoegdheid hebben om van de verzoeker in het kader van voorlopige maatregelen te verlangen dat deze redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal overlegt opdat zij zich er met een voldoende mate van zekerheid van kunnen vergewissen dat er inbreuk op het recht van de verzoeker wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt, en om de verzoeker te gelasten een zekerheid te stellen of soortgelijke waarborg te bieden die voldoende is om de verweerder te beschermen en misbruik te beletten. Deze zekerheid of soortgelijke waarborg mag niet op onredelijke wijze weerhouden van gebruikmaking van procedures voor dergelijke voorlopige maatregelen.

5.    Wanneer de voorlopige maatregelen worden herroepen of wanneer zij vervallen wegens enig handelen of nalaten van de verzoeker, of wanneer later wordt vastgesteld dat er geen inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is, hebben de rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid, op verzoek van de verweerder, de verzoeker te gelasten de verweerder passende schadeloosstelling te bieden voor de door deze maatregelen toegebrachte schade.

ARTIKEL 10.40

Bewijsmateriaal en recht op informatie

1.    Onverminderd haar interne wetgeving inzake verschoningsrechten, de bescherming van de vertrouwelijkheid of de verwerking van persoonsgegevens, bepaalt elk van beide partijen dat haar rechterlijke instanties in civiele gerechtelijke procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten de bevoegdheid hebben op een gerechtvaardigd verzoek van de houder van het recht te gelasten dat de inbreukmaker, althans de vermeende inbreukmaker, relevante informatie als bepaald in haar toepasselijke wet- en regelgeving die hij in zijn bezit heeft of waarover hij kan beschikken, ten minste met het oog op de bewijsgaring, aan de houder van het recht of de rechterlijke instanties verstrekt.


2.    De in lid 1 bedoelde relevante informatie kan informatie omvatten betreffende personen die op enigerlei wijze zijn betrokken bij de inbreuk of vermeende inbreuk en betreffende de productiemiddelen of de distributiekanalen voor de inbreukmakende of vermeende inbreukmakende goederen of diensten, met inbegrip van het specifiek noemen van derden van wie wordt gesteld dat zij bij de productie en de distributie van die goederen of diensten zijn betrokken, en van de betrokken distributiekanalen.

ARTIKEL 10.41

Andere corrigerende maatregelen

1.    Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties in civiele gerechtelijke procedures in het kader waarvan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, op verzoek van de houder van het recht de bevoegdheid hebben om, ten minste ten aanzien van onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust en nagemaakte merkartikelen:

a)    te gelasten dat dergelijke inbreukmakende goederen:

i)    worden vernietigd, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden; of

ii)    worden onttrokken aan het verkeer op zodanige wijze dat nadeel voor de houder van het recht wordt vermeden,

zonder schadevergoeding van welke aard ook; en


b)    te gelasten dat materialen en werktuigen die voornamelijk bij de vervaardiging of de voortbrenging van de inbreukmakende goederen zijn gebruikt, onverwijld en zonder schadevergoeding van welke aard ook worden vernietigd of onttrokken aan het verkeer op zodanige wijze dat het gevaar van verdere inbreuken tot een minimum wordt beperkt.

2.    Bij de behandeling van een in lid 1 bedoeld verzoek van de houder van een recht, wordt rekening gehouden met de noodzakelijke evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste corrigerende maatregelen en met de belangen van derden.

3.    De in dit artikel bedoelde corrigerende maatregelen kunnen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd.

ARTIKEL 10.42

Rechterlijke bevelen

Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties in civiele gerechtelijke procedures in het kader waarvan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, op verzoek van de houder van het recht de bevoegdheid hebben een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker of in voorkomend geval een derde over wie de betrokken rechterlijke instantie jurisdictie heeft, uit te vaardigen. Wanneer de interne wetgeving van de partij daarin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het bevel opgelegd.


ARTIKEL 10.43

Alternatieve maatregelen

Elk van beide partijen kan in haar interne wetgeving bepalen dat haar rechterlijke instanties in civiele gerechtelijke procedures in het kader waarvan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, in passende gevallen en op verzoek van degene aan wie de in artikel 10.41 (Andere corrigerende maatregelen) en/of artikel 10.42 (Rechterlijke bevelen) vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, de bevoegdheid hebben te gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit artikel 10.41 (Andere corrigerende maatregelen) en/of artikel 10.42 (Rechterlijke bevelen), indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld en indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt 66 .

ARTIKEL 10.44

Schadevergoeding

1.    Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties in civiele gerechtelijke procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten de bevoegdheid hebben de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs kon weten dat hij inbreuk pleegde, te gelasten een toereikende schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden.


2.    Bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht hebben de rechterlijke instanties van een partij de bevoegdheid om onder andere door de houder aangevoerde legitieme waardebepalingen, met inbegrip van gederfde winst, de marktwaarde van de goederen of diensten ten aanzien waarvan inbreuk is gemaakt of de voorgestelde detailhandelsprijs, in aanmerking te nemen 67 . Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties, ten minste in gevallen van inbreuk op auteursrecht of naburige rechten en namaak van handelsmerken, de bevoegdheid hebben de inbreukmaker te gelasten aan de houder van het recht de aan de inbreuk toe te schrijven winst te betalen als alternatief of in aanvulling op of als onderdeel van de schadevergoeding.

3.    Als alternatief voor het bepaalde in lid 2 kan elk van beide partijen bepalen dat haar rechterlijke instanties in voorkomend geval de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.

4.    Geen enkele bepaling in dit artikel belet de partijen erin te voorzien dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een, eventueel vooraf vastgestelde, schadevergoeding kunnen gelasten indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs kon weten dat hij inbreuk pleegde.


ARTIKEL 10.45

Gerechtskosten

Elk van beide partijen bepaalt dat haar rechterlijke instanties in voorkomend geval de bevoegdheid hebben aan het einde van civiele gerechtelijke procedures betreffende inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten te gelasten dat de verliezende partij jegens de in het gelijk gestelde partij wordt veroordeeld tot betaling van de griffiekosten of –rechten en passende advocatenkosten, of van andere kosten waarin de interne wetgeving van die partij voorziet.

ARTIKEL 10.46

Vermoedens in verband met het auteursrecht en de naburige rechten

In civiele gerechtelijke procedures in verband met het auteursrecht of naburige rechten voorziet elk van beide partijen in een vermoeden dat ten minste met betrekking tot een literair of artistiek werk, uitvoering of fonogram, tot bewijs van het tegendeel de natuurlijke of rechtspersoon van wie de naam op de gebruikelijke wijze op dat werk, die uitvoering of dat fonogram voorkomt, de houder van het recht is en dus een inbreukprocedure mag instellen.


ARTIKEL 10.47

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten

1.    Onverminderd de leden 2 tot en met 6 bepaalt elk van beide partijen in haar interne wetgeving vrijstellingen of beperkingen met betrekking tot de aansprakelijkheid van, of de reikwijdte van de beschikbare rechtsmiddelen tegen, aanbieders van diensten voor inbreuken op het auteursrecht of naburige rechten of op handelsmerken die plaatsvinden via systemen of netwerken die door of namens hen worden gecontroleerd of geëxploiteerd.

2.    De in lid 1 bedoelde vrijstellingen of beperkingen:

a)    bestrijken de volgende functies:

i)    de doorgifte van 68 of het verlenen van toegang tot materiaal zonder de inhoud ervan te kiezen en/of te wijzigen 69 ; en

ii)    caching (wijze van opslag) via een automatisch proces 70 ; en


b)    kunnen ook de volgende functies bestrijken:

i)    opslag in opdracht van een gebruiker van materiaal dat zich in een door of voor de aanbieder van de dienst gecontroleerd of geëxploiteerd systeem of netwerk bevindt; en

ii)    gebruikers verwijzen naar of verbinden met een online locatie via het gebruik van instrumenten voor het vinden van informatie, onder andere hyperlinks en adresboeken.

3.    Aan de vrijstellingen of beperkingen van dit artikel mag niet de voorwaarde worden verbonden dat de aanbieder van de dienst toezicht houdt op zijn dienst of actief zoekt naar feiten die wijzen op inbreukmakende activiteiten, tenzij voor zover verenigbaar met dergelijke technische voorzieningen.

4.    Elk van beide partijen kan in haar interne wetgeving voorwaarden bepalen waaronder aanbieders van diensten in aanmerking komen voor de vrijstellingen of beperkingen van dit artikel. Onverminderd de leden 1 tot en met 3, kan elk van beide partijen passende procedures vaststellen voor effectieve meldingen van vermeende inbreuken en effectieve tegenmeldingen door degenen van wie het materiaal door een vergissing of verkeerde identificatie is verwijderd of onbruikbaar gemaakt.

5.    Dit artikel laat de beschikbaarheid onverlet van algemeen toepasselijke verweermiddelen tegen inbreuken op het auteursrecht of naburige rechten of op handelsmerken. Dit artikel belet niet dat een gerecht of administratieve instantie in overeenstemming met het rechtsstelsel van elk van beide partijen verlangt dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt.

6.    Elk van beide partijen kan om overleg met de andere partij verzoeken om te bespreken hoe zal worden omgegaan met toekomstige functies die vergelijkbaar zijn met die waarop dit artikel betrekking heeft.



Afdeling D

GRENSMAATREGELEN

ARTIKEL 10.48

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

a)    "goederen met een nagemaakte geografische aanduiding": alle goederen, met inbegrip van verpakking, die zonder toestemming een teken dragen dat identiek is met de rechtsgeldig voor deze goederen ingeschreven geografische aanduiding op het grondgebied waar de goederen zich bevinden, of dat op de wezenlijke punten niet van die geografische aanduiding kan worden onderscheiden, en dat daardoor inbreuk maakt op de rechten van de houder van de geografische aanduiding in kwestie volgens de interne wetgeving van de partij waar de goederen zich bevinden;

b)    "nagemaakte merkartikelen": alle goederen, met inbegrip van verpakking, die zonder toestemming een handelsmerk dragen dat identiek is met het rechtsgeldig voor deze goederen ingeschreven handelsmerk, of dat op de wezenlijke punten niet van dat handelsmerk kan worden onderscheiden, en dat daardoor inbreuk maakt op de rechten van de houder van het handelsmerk in kwestie volgens de interne wetgeving van de partij waar de goederen zich bevinden;


c)    "goederen in doorvoer": goederen waarbij het vervoer over het grondgebied van een partij, met of zonder overlading, al dan niet aangeland op het grondgebied van een partij, opslag in een entrepot, splitsing van lading dan wel verandering van vervoerwijze of vervoermiddel, slechts een onderdeel vormt van de gehele reis die begint en eindigt buiten het grondgebied van de partij waar het vervoer voorbijkomt;

d)    "onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust": kopieën die zijn gemaakt zonder toestemming van de houder van het recht of een naar behoren door hem gemachtigde persoon in het land van productie en die direct of indirect van een artikel zijn gemaakt, wanneer het maken van die kopie een inbreuk op een auteursrecht of een naburig recht zou hebben gevormd volgens de interne wetgeving van de partij waar de goederen zich bevinden;

e)    "onrechtmatig gereproduceerde goederen waarvoor een model is gebruikt": goederen waarvoor het model is geregistreerd en waarop dat model of een niet wezenlijk daarvan verschillend model is toegepast zonder toestemming van de houder van het recht of een naar behoren door hem gemachtigde persoon in het land van productie, wanneer het maken van deze goederen een inbreuk zou hebben gevormd volgens de interne wetgeving van de partij waar de goederen zich bevinden.

ARTIKEL 10.49

Toepassingsgebied van grensmaatregelen

1.    Onverminderd lid 3 worden door elk van beide partijen procedures vastgesteld of gehandhaafd met betrekking tot goederen onder douanetoezicht in het kader waarvan de houder van een recht de bevoegde instanties kan verzoeken om de vrijgave te schorsen van verdachte:


a)    nagemaakte merkartikelen;

b)    onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust;

c)    goederen met een nagemaakte geografische aanduiding; en

d)    onrechtmatig gereproduceerde goederen waarvoor een model is gebruikt.

2.    Door elk van beide partijen worden procedures vastgesteld of gehandhaafd met betrekking tot goederen onder douanetoezicht in het kader waarvan de bevoegde instanties op eigen initiatief de vrijgave kunnen schorsen van verdachte 71 :

a)    nagemaakte merkartikelen;

b)    onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust; en

c)    goederen met een nagemaakte geografische aanduiding.

3.    De partijen zijn niet verplicht om in de in de leden 1 en 2 bedoelde procedures te voorzien voor goederen in doorvoer. Dit laat artikel 10.51 (Samenwerking), lid 2, onverlet.


4.    Singapore legt de verplichtingen van de leden 1 en 2 liefst binnen twee maar uiterlijk binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig ten uitvoer met betrekking tot:

a)    goederen met een nagemaakte geografische aanduiding; en

b)    onrechtmatig gereproduceerde goederen waarvoor een model is gebruikt.

ARTIKEL 10.50

Identificatie van zendingen

Om de effectieve handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te vergemakkelijken, stellen de douaneautoriteiten een reeks methoden vast om zendingen te identificeren die nagemaakte merkartikelen, onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust, onrechtmatig gereproduceerde goederen waarvoor een model is gebruikt en goederen met een nagemaakte geografische aanduiding bevatten. Tot deze methoden behoren risicoanalysetechnieken die onder andere zijn gebaseerd op door de houders van een recht verstrekte informatie, verzamelde informatie en vrachtinspecties.


ARTIKEL 10.51

Samenwerking

1.    De partijen komen overeen samen te werken ten einde de internationale handel in goederen die inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten uit te bannen. Daartoe wisselen zij in het bijzonder informatie uit en zorgen zij voor samenwerking, die onderling overeengekomen moet worden tussen hun douaneautoriteiten, met betrekking tot de handel in nagemaakte merkartikelen, onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust, onrechtmatig gereproduceerde goederen waarvoor een model is gebruikt en goederen met een nagemaakte geografische aanduiding.

2.    Voor zendingen van goederen die worden doorgevoerd of overgeladen op het grondgebied van een partij en bestemd zijn voor het grondgebied van de andere partij, waarvan wordt vermoed dat zij zijn nagemaakt of onrechtmatig gereproduceerd, verstrekken de partijen op eigen initiatief of op verzoek van de andere partij beschikbare informatie aan de andere partij om effectieve handhaving ten aanzien van deze zendingen mogelijk te maken. De partijen mogen geen informatie verstrekken die op vertrouwelijke basis is ingediend door de verzender, de scheepvaartmaatschappij of haar vertegenwoordiger.



Afdeling E

SAMENWERKING

Artikel 10.52

Samenwerking

1.    De partijen komen overeen samen te werken ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk. De samenwerking strekt zich uit, maar is niet beperkt tot de volgende activiteiten:

a)    de uitwisseling van informatie over de rechtskaders met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, waaronder de tenuitvoerlegging van wetgeving en systemen inzake de intellectuele eigendom, met het oog op de bevordering van de efficiënte registratie van intellectuele-eigendomsrechten;

b)    de uitwisseling tussen de respectieve voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten verantwoordelijke instanties van ervaringen en beste praktijken met betrekking tot de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;

c)    de uitwisseling van informatie en samenwerking inzake de voorlichting van het publiek en passende initiatieven om de kennis van de voordelen van intellectuele-eigendomsrechten en systemen te bevorderen;


d)    capaciteitsopbouw en technische samenwerking in verband met, maar niet beperkt tot: het beheer, het verlenen van licenties voor, de waardering en de exploitatie van intellectuele-eigendomsrechten; technologie en marktintelligentie; de bevordering van de samenwerking tussen bedrijven, onder andere inzake intellectuele-eigendomsrechten die kunnen worden toegepast ten aanzien van milieubehoud of milieuverbetering, eventueel via de opzetting van een platform of databank; en publiek-private partnerschappen ter ondersteuning van cultuur en innovatie;

e)    de uitwisseling van informatie en samenwerking inzake kwesties betreffende intellectuele-eigendomsrechten, wanneer dit passend en van belang is voor de ontwikkeling van milieuvriendelijke technologie; en

f)    andere samenwerkingsgebieden of activiteiten zoals tussen de partijen kan worden besproken en overeengekomen.

2.    Onverminderd lid 1 komen de partijen overeen een contactpunt aan te wijzen om een dialoog te onderhouden, dat onder andere, indien nuttig, vergaderingen inzake intellectuele-eigendomsrechten kan bijeenroepen tussen de technische experts van de partijen over aangelegenheden waarop dit hoofdstuk betrekking heeft.

3.    Bij de samenwerking in het kader van dit hoofdstuk worden de wetgeving, regels, voorschriften en richtsnoeren en het beleid van de partijen in acht genomen. Ook vindt de samenwerking plaats onder onderling overeengekomen voorwaarden en pas als daarvoor in elk van beide partijen middelen beschikbaar zijn.



HOOFDSTUK elf

MEDEDINGING EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

AFDELING A

KARTELBESTRIJDING EN FUSIES

ARTIKEL 11.1

Beginselen

1.    De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentieverstorend gedrag van ondernemingen of concurrentieverstorende transacties de goede werking van hun markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.

2.    Ter bevordering van een vrije en onvervalste mededinging in alle sectoren van hun economie handhaven de partijen op hun respectieve grondgebied uitgebreide wetgeving waarmee doeltreffend wordt opgetreden tegen:


a)    horizontale en verticale overeenkomsten 72 tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op het gehele grondgebied van een van beide partijen of op een wezenlijk deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

b)    misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het gehele grondgebied van een van beide partijen of op een wezenlijk deel daarvan, en

c)    concentraties tussen ondernemingen die een substantiële afname van de mededinging tot gevolg hebben of aanzienlijke hinder veroorzaken voor een doeltreffende mededinging, in het bijzonder als gevolg van de totstandbrenging of versterking van een machtspositie op het gehele grondgebied van een van beide partijen of op een wezenlijk deel daarvan,

die het handelsverkeer tussen de partijen ongunstig beïnvloeden.


ARTIKEL 11.2

Tenuitvoerlegging

1.    Elk van beide partijen behoudt haar autonomie bij de opstelling en de handhaving van haar wetgeving. De partijen verbinden zich evenwel ertoe om autoriteiten in stand te houden die verantwoordelijk zijn voor en goed uitgerust zijn voor de doeltreffende handhaving van de wetgeving als bedoeld in artikel 11.1 (Beginselen), lid 2.

2.    De partijen passen hun respectieve wetgeving als bedoeld in artikel 11.1 (Beginselen), lid 2, op transparante en niet-discriminerende wijze toe, met inachtneming van de beginselen van een billijke rechtsgang en van het recht van verweer van de betrokken partijen, met inbegrip van het recht van de betrokken partijen om te worden gehoord alvorens een beslissing ten gronde wordt genomen.

AFDELING B

OPENBARE ONDERNEMINGEN,
ONDERNEMINGEN WAARAAN BIJZONDERE OF UITSLUITENDE RECHTEN ZIJN TOEGEKEND, EN STAATSMONOPOLIES

ARTIKEL 11.3

Openbare ondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend

1.    Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet een partij volgens haar nationale wetgeving openbare ondernemingen op te richten of in stand te houden, of aan ondernemingen bijzondere of uitsluitende rechten toe te kennen.


2.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat de in afdeling A (Kartelbestrijding en fusies) bedoelde wetgeving van toepassing is op openbare ondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, voor zover de toepassing van deze wettelijke voorschriften die ondernemingen niet belemmert in de wettelijke of feitelijke uitvoering van de hun toegewezen bijzondere taken.

3.    Elk van beide partijen ziet erop toe dat ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, hun bijzondere of uitsluitende rechten niet gebruiken om op een andere markt, ten aanzien waarvan deze ondernemingen geen bijzondere of uitsluitende rechten hebben, al dan niet rechtstreeks, ook niet via transacties met hun moedermaatschappijen, dochterondernemingen of andere ondernemingen in gemeenschappelijke eigendom, mededingingbeperkende praktijken toe te passen die de investeringen of de handel in goederen of diensten van de andere partij ongunstig beïnvloeden.

4.    Singapore ziet erop toe dat alle openbare ondernemingen of alle ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, bij de aan- of verkoop van goederen of diensten uitsluitend handelen op grond van commerciële overwegingen, onder meer met betrekking tot prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, transport en andere aan- of verkoopvoorwaarden, en de vestigingen uit de Unie, de goederen van de Unie en de dienstverleners van de Unie op niet-discriminerende wijze behandelen, ook wanneer de aan- of verkopen in geval van een onderneming waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, verband houden met de uitoefening van de bijzondere of uitsluitende rechten.


ARTIKEL 11.4

Staatsmonopolies

Hoewel geen enkele bepaling in dit hoofdstuk aldus mag worden uitgelegd dat een partij hierdoor wordt belet staatsmonopolies aan te wijzen of in stand te houden, past elk van beide partijen commerciële staatsmonopolies zodanig aan dat wordt gewaarborgd dat door die monopolies geen discriminatie wordt toegepast ten aanzien van de voorwaarden waaronder goederen en diensten worden ingekocht bij of verhandeld aan natuurlijke of rechtspersonen van de andere partij.

AFDELING C

SUBSIDIES

ARTIKEL 11.5

Definitie en toepassingsgebied

1.    Voor de toepassing van deze overeenkomst is een subsidie een maatregel die mutatis mutandis beantwoordt aan de in artikel 1, lid 1, van de SCM-Overeenkomst genoemde voorwaarden, ongeacht of de subsidie wordt verleend met betrekking tot de productie van goederen of van diensten 73 .


2.    Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op subsidies wanneer het specifieke subsidies in de zin van artikel 2 van de SCM-Overeenkomst betreft. Een subsidie waarop artikel 11.7 (Verboden subsidies) van toepassing is, wordt geacht specifiek te zijn.

3.    De artikelen 11.7 (Verboden subsidies), 11.8 (Overige subsidies) en 11.10 (Evaluatie) alsmede bijlage 11-A zijn niet van toepassing op subsidies voor de visserij, subsidies voor producten die vallen onder bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake de landbouw en andere subsidies die vallen onder de Overeenkomst inzake de landbouw.

ARTIKEL 11.6

Verhouding tot WTO

De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van een partij uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, met name niet aan het recht om handelsmaatregelen toe te passen, een geschillenbeslechtingsprocedure in te leiden of andere passende maatregelen te treffen wanneer door de andere partij een subsidie wordt verleend.

ARTIKEL 11.7

Verboden subsidies

1.    Met betrekking tot subsidies in verband met de handel in goederen bevestigen de partijen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van artikel 3 van de SCM-Overeenkomst, dat mutatis mutandis in deze overeenkomst wordt opgenomen en deel daarvan uitmaakt.


2.    De volgende subsidies in verband met de handel in goederen en diensten zijn verboden:

a)    elke wettelijke regeling op grond waarvan een regering of een overheidsinstantie verantwoordelijk is voor schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen, zonder wettelijke of feitelijke beperking van het bedrag van die schulden en verplichtingen of de duur van de verantwoordelijkheid, en

b)    steun voor insolvente of noodlijdende ondernemingen in welke vorm dan ook (zoals leningen en garantstellingen, uitkeringen in contanten, kapitaalinjecties, verstrekkingen van activa onder de marktprijs of belastingvrijstellingen), zonder dat er een geloofwaardig herstructureringsprogramma op basis van realistische vooronderstellingen bestaat dat er binnen redelijke tijd voor moet zorgen dat de noodlijdende onderneming op lange termijn weer levensvatbaar wordt, en zonder dat de onderneming zelf op significante wijze bijdraagt aan de kosten van de herstructurering 74 ,

tenzij de subsidiërende partij op verzoek van de andere partij heeft aangetoond dat de betrokken subsidie het handelsverkeer van de andere partij niet ongunstig beïnvloedt en het ook niet waarschijnlijk is dat het handelsverkeer daardoor ongunstig wordt beïnvloed.

3.    Het bepaalde in lid 2, onder a) en b), belet een partij niet om subsidies te verlenen die ertoe strekken een ernstige verstoring in haar economie op te heffen. Onder een ernstige verstoring in de economie van een partij wordt verstaan een uitzonderlijke, tijdelijke en ernstige crisis die de economie in haar geheel en niet een specifieke regio of economische sector van een partij raakt.

4.    Het bepaalde in lid 2, onder b), is niet van toepassing op subsidies die worden verleend als vergoeding voor de uitvoering van openbaredienstverplichtingen en op subsidies voor de kolenindustrie.


ARTIKEL 11.8

Overige subsidies

1.    De partijen komen overeen naar beste vermogen ernaar te streven om door toepassing van hun mededingingswetgeving of anderszins verstoringen van de mededinging die het gevolg zijn van overige specifieke subsidies in verband met de handel in goederen en diensten waarop artikel 11.7 (Verboden subsidies) niet van toepassing is, voor zover deze het handelsverkeer van een van beide partijen ongunstig beïnvloeden of ongunstig kunnen beïnvloeden, ongedaan te maken of op te heffen, en te verhinderen dat dergelijke mededingingsverstoringen zich voordoen. Bijlage 11-A bevat richtsnoeren met betrekking tot met name de soorten subsidies die niet deze gevolgen hebben.

2.    De partijen komen overeen om, wanneer één van hen daarom verzoekt, informatie uit te wisselen en om binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een eerste dialoog te houden met het doel om regels voor overige subsidies op te stellen, daarbij rekening houdend met de ontwikkelingen op multilateraal vlak. Daartoe kunnen de partijen een besluit in het Handelscomité nemen.

ARTIKEL 11.9

Transparantie

1.    Elk van beide partijen zorgt voor transparantie op het gebied van subsidies in verband met de handel in goederen en de levering van diensten. Daartoe brengt elk van beide partijen om het andere jaar aan de andere partij verslag uit over de rechtsgrondslag, de vorm en, voor zover mogelijk, het bedrag of het begrote bedrag alsmede over de ontvanger van de door haar regering of door een overheidsinstantie verleende subsidies.


2.    Dit verslag wordt geacht te zijn uitgebracht wanneer de relevante informatie uiterlijk in de maand juni van het tweede kalenderjaar na de verlening van de subsidies door of namens de partijen beschikbaar is gesteld op een openbaar toegankelijke website.

ARTIKEL 11.10

Evaluatie

De partijen onderwerpen de aangelegenheden waarnaar in deze afdeling wordt verwezen, aan een voortdurende evaluatie. Elk van beide partijen kan dergelijke aangelegenheden voorleggen aan het Handelscomité. De partijen komen overeen om, voor zover zij niet anders besluiten, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst om het andere jaar na te gaan welke vorderingen bij de tenuitvoerlegging van deze afdeling zijn gemaakt.



AFDELING D

ALGEMEEN

ARTIKEL 11.11

Samenwerking en coördinatie bij handhaving van wetgeving

De partijen erkennen het belang van samenwerking en coördinatie met het oog op een doeltreffendere handhaving van de wetgeving. Hun respectieve autoriteiten streven naar coördinatie en samenwerking bij de handhaving van hun respectieve wetgeving teneinde te voldoen aan de doelstelling van deze overeenkomst, namelijk vrije en onvervalste mededinging in hun handelsbetrekkingen.

ARTIKEL 11.12

Vertrouwelijkheid

1.    Wanneer een partij in het kader van deze overeenkomst informatie doorgeeft, waarborgt zij de bescherming van zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie.

2.    Wanneer een partij in het kader van deze overeenkomst informatie in vertrouwen doorgeeft, respecteert de partij die de informatie ontvangt, in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, het vertrouwelijke karakter van de meegedeelde informatie.


ARTIKEL 11.13

Overleg

1.    Teneinde het wederzijdse begrip tussen de partijen te bevorderen of specifieke aangelegenheden in verband met afdeling A (Kartelbestrijding en fusies), afdeling B (Openbare ondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, en staatsmonopolies) of afdeling D (Algemeen) aan de orde te stellen, treedt elk van beide partijen, op verzoek van de andere partij, met deze in overleg over de opmerkingen van de andere partij. De partij geeft in voorkomend geval in haar verzoek aan in welk opzicht de aangelegenheid het handelsverkeer tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.

2.    Op verzoek van een partij bespreken de partijen terstond alle vraagstukken in verband met de interpretatie of de toepassing van afdeling A (Kartelbestrijding en fusies), afdeling B (Openbare ondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, en staatsmonopolies) of afdeling D (Algemeen).

3.    Om de bespreking van de aangelegenheid die het onderwerp van het overleg is, te vergemakkelijken, streeft elk van beide partijen ernaar de andere partij van relevante niet-vertrouwelijke informatie te voorzien.

ARTIKEL 11.14

Beslechting van geschillen en bemiddelingsmechanisme

Geen van beide partijen mag voor aangelegenheden die uit dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 11.7 (Verboden subsidies), voortvloeien een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme).



HOOFDSTUK TWAALF

Handel en duurzame ontwikkeling

AFDELING A

INLEIDENDE BEPALINGEN

ARTIKEL 12.1

Context en doelstellingen

1.    De partijen herinneren aan de Agenda 21 van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake milieu en ontwikkeling van 1992, de preambule van de WTO-Overeenkomst, de Verklaring van de Ministeriële Conferentie van de WTO van 1996 te Singapore, het Uitvoeringsplan van Johannesburg over duurzame ontwikkeling van 2002, de Ministeriële Verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN van 2006 inzake het genereren van volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor allen, en de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna "ILO" genoemd) over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering van 2008. Gelet op deze instrumenten herbevestigen de partijen hun verbintenis om de internationale handel en hun bilaterale economische en handelsbetrekkingen op zodanige wijze te ontwikkelen en te bevorderen dat deze bijdragen tot duurzame ontwikkeling.


2.    De partijen erkennen dat economische en sociale ontwikkeling en milieubescherming nauw samenhangen en elkaar wederzijds versterkende componenten van duurzame ontwikkeling zijn. Zij benadrukken de voordelen van samenwerking bij handelsgerelateerde sociale en milieukwesties als onderdeel van een wereldwijde aanpak van handel en duurzame ontwikkeling.

3.    De partijen erkennen dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de bescherming waarin hun arbeids- en milieuwetgeving voorziet, af te zwakken of te verminderen. Zij benadrukken tegelijkertijd dat milieu- en arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden.

4.    De partijen erkennen dat het hun doel is om hun handelsbetrekkingen en samenwerking zodanig te versterken dat de duurzame ontwikkeling in de context van de leden 1 en 2 wordt bevorderd. Rekening houdend met de specifieke omstandigheden waarin elk van beide partijen verkeert, is het niet hun bedoeling om de arbeids- of milieunormen van de partijen te harmoniseren.

ARTIKEL 12.2

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

1.    De partijen erkennen het recht van elk van beide partijen haar eigen niveaus van milieu- en arbeidsbescherming te bepalen en dienovereenkomstig haar wetgeving en beleid ter zake vast te stellen of te wijzigen, in overeenstemming met de beginselen van de in de artikelen 12.3 (Multilaterale arbeidsnormen en overeenkomsten) en 12.6 (Multilaterale milieunormen en overeenkomsten) genoemde internationaal erkende normen of overeenkomsten waarbij zij partij is.



2.    De partijen streven naar een voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid, en zetten zich ervoor in hoge niveaus van milieu- en arbeidsbescherming te bieden en te stimuleren.

AFDELING B

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING –
ARBEIDSASPECTEN 75

ARTIKEL 12.3

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

1.    De partijen erkennen de waarde van internationale samenwerking en overeenkomsten op het gebied van werkgelegenheid en arbeid als antwoord van de internationale gemeenschap op de uitdagingen en mogelijkheden die uit de mondialisering op economisch en sociaal gebied en op het gebied van de werkgelegenheid voortvloeien. Zij verbinden zich ertoe in voorkomend geval elkaar te raadplegen en samen te werken bij handelsgerelateerde vraagstukken van wederzijds belang op het gebied van arbeid en werkgelegenheid.


2.    De partijen herbevestigen hun verbintenis uit hoofde van de Ministeriële Verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN van 2006 inzake het genereren van volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor allen om volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor allen als hoofdelement van duurzame ontwikkeling voor alle landen en als prioritaire doelstelling van internationale samenwerking te erkennen. De partijen zijn vastbesloten de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat deze tot volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor allen leidt.

3.    In overeenstemming met de verplichtingen die zij zijn aangegaan in het kader van de ILO en de Verklaring van de ILO over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk en de follow-up daarvan, die door de Internationale Arbeidsconferentie in 1998 tijdens haar 86e vergadering werd goedgekeurd, verbinden de partijen zich ertoe onderstaande beginselen inzake de fundamentele rechten met betrekking tot werk in acht te nemen, te bevorderen en daadwerkelijk toe te passen:

a)    de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen;

b)    de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid;

c)    de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid, en

d)    de uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep.

De partijen herbevestigen hun verbintenis de ILO-overeenkomsten die Singapore en de lidstaten van de Unie respectievelijk geratificeerd hebben, daadwerkelijk ten uitvoer te leggen.


4.    De partijen streven voortdurend en consequent naar ratificatie en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de fundamentele ILO-overeenkomsten en wisselen informatie ter zake uit. De partijen overwegen eveneens andere ILO-overeenkomsten te ratificeren en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, rekening houdend met de interne omstandigheden. Zij wisselen informatie ter zake uit.

5.    De partijen erkennen dat de schending van de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk niet als legitiem relatief voordeel mag worden ingeroepen of op andere wijze als zodanig mag worden gebruikt.

ARTIKEL 12.4

Samenwerking op gebied van arbeid
in context van handel en duurzame ontwikkeling

De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van het werkgelegenheidsbeleid teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken. Zij kunnen het initiatief nemen tot samenwerkingsactiviteiten tot wederzijds voordeel op onder meer de volgende gebieden:

a)    samenwerking in internationale fora die zich bezighouden met de arbeidsaspecten van handel en duurzame ontwikkeling, waaronder de ILO en de Ontmoeting Azië-Europa;

b)    uitwisseling van informatie en goede praktijken op gebieden zoals arbeidswetgeving en praktijken, nalevings en handhavingsregelingen, beslechting van arbeidsconflicten, overleg tussen de sociale partners, samenwerking binnen de ondernemingsraden, en veiligheid en gezondheid op het werk;


c)    uitwisseling van standpunten over de positieve en negatieve gevolgen van de overeenkomst voor de arbeidsaspecten van duurzame ontwikkeling en over de manieren om deze gevolgen te versterken, te voorkomen of te verzachten, waarbij rekening wordt gehouden met door een van de partijen of beide partijen verrichte duurzaamheidseffectbeoordelingen;

d)    uitwisseling van standpunten over het bevorderen van de ratificatie van fundamentele ILO-overeenkomsten en andere overeenkomsten van wederzijds belang, alsmede over de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van geratificeerde overeenkomsten;

e)    samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van het ILO-Programma voor fatsoenlijk werk, daaronder begrepen samenwerking op het gebied van het verband tussen handel en volledige en productieve werkgelegenheid, het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt, de fundamentele arbeidsnormen, de arbeidsstatistieken, de ontwikkeling van menselijk potentieel en een leven lang leren, sociale bescherming en sociale integratie, sociale dialoog en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, en

f)    uitwisseling van standpunten over de gevolgen van arbeidsvoorschriften, standaarden en -normen voor de handel.

ARTIKEL 12.5

Wetenschappelijke informatie

Elk van beide partijen houdt bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen gericht op de gezondheid en veiligheid op het werk die van invloed kunnen zijn op de handel of de investeringen tussen de partijen, rekening met de relevante wetenschappelijke en technische informatie en de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen, indien voorhanden, met inbegrip van het in deze internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen geformuleerde voorzorgsbeginsel.



AFDELING C

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING –
MILIEUASPECTEN

ARTIKEL 12.6

Multilaterale milieunormen en overeenkomsten

1.    De partijen erkennen de waarde van internationale governance en overeenkomsten op milieugebied als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieuproblemen, en zij benadrukken de noodzaak de wederzijdse ondersteuning van handels en milieubeleid, handels en milieuvoorschriften en handels en milieumaatregelen te versterken. In deze context raadplegen de partijen waar nodig elkaar en werken zij samen met betrekking tot onderhandelingen over handelsgerelateerde milieuvraagstukken van wederzijds belang.

2.    De partijen leggen de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn daadwerkelijk in hun respectieve wet- en regelgeving of andere maatregelen en praktijken op hun grondgebied ten uitvoer 76 .

3.    De partijen herbevestigen hun verbintenis ten aanzien van het bereiken van de uiteindelijke doelstelling van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (United Nations Framework Convention on Climate Change, hierna "UNFCCC" genoemd) en het bijbehorende Protocol van Kyoto op een wijze die in overeenstemming is met de beginselen en bepalingen van het UNFCCC. Zij verbinden zich ertoe samen te werken teneinde het multilaterale, op regels gebaseerde stelsel van het UNFCCC op basis van de in het kader van het UNFCCC overeengekomen besluiten te versterken en de inspanningen te ondersteunen om in het kader van het UNFCCC te komen tot de opstelling van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering voor de periode na 2020 die op alle partijen van toepassing is.



4.    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat een van beide partijen maatregelen vaststelt of handhaaft ter tenuitvoerlegging van de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een manier die een willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou betekenen.

ARTIKEL 12.7

Handel in hout en houtproducten

De partijen erkennen het belang van wereldwijd behoud en duurzaam beheer van de bossen. Daartoe verbinden de partijen zich ertoe:

a)    informatie uit te wisselen over strategieën ter bevordering van de handel in en het verbruik van hout en houtproducten afkomstig uit op legale en duurzame wijze beheerde bossen, en ter bevordering van de bekendheid van dergelijke strategieën;

b)    de wereldwijde wetshandhaving en governance in de bosbouw te bevorderen en op te treden tegen de handel in illegaal gekapt hout en producten daarvan, bijvoorbeeld door het bevorderen van het gebruik van hout en houtproducten afkomstig uit op legale en duurzame wijze beheerde bossen, onder meer door middel van controle en certificeringsregelingen;

c)    samen te werken ter bevordering van de doeltreffendheid van de maatregelen of het beleid inzake het optreden tegen de handel in illegaal gekapt hout en producten daarvan, en


d)    de doeltreffende toepassing van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora, Cites) te bevorderen met betrekking tot houtsoorten waarvan de staat van instandhouding bedreigd wordt geacht.

ARTIKEL 12.8

Handel in visproducten

De partijen erkennen het belang van instandhouding en duurzaam beheer van de visbestanden. Daartoe verbinden de partijen zich ertoe:

a)    instandhoudingsmaatregelen voor de lange termijn na te leven en zorg te dragen voor de duurzame exploitatie van de visbestanden als omschreven in de door beide partijen geratificeerde internationale instrumenten, en de beginselen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (hierna "FAO" genoemd) en de daarmee verband houdende relevante VN-instrumenten te handhaven;

b)    doeltreffende maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (hierna "IOO-visserij" genoemd) vast te stellen en toe te passen, onder meer door samenwerking met regionale organisaties voor visserijbeheer en waar nodig tenuitvoerlegging van hun vangstdocumentatie- of vangstcertificeringsregelingen voor de uitvoer van vis en visproducten. De partijen vergemakkelijken tevens maatregelen om te voorkomen dat IOO-producten in de handelsstromen terechtkomen alsmede de uitwisseling van informatie over IOO-activiteiten;


c)    doeltreffende toezicht- en controlemaatregelen vast te stellen ter waarborging van de naleving van de instandhoudingsmaatregelen, zoals passende havenstaatmaatregelen, en

d)    de beginselen van de FAO-Overeenkomst om te bevorderen dat vissersvaartuigen op de volle zee de internationale maatregelen voor instandhouding en beheer van de visbestanden naleven te handhaven en de relevante bepalingen van de FAO-Overeenkomst inzake de havenstaatmaatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen in acht te nemen.

ARTIKEL 12.9

Wetenschappelijke informatie

Elk van beide partijen houdt bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen gericht op de bescherming van het milieu die de handel of de investeringen tussen de partijen ongunstig kunnen beïnvloeden, rekening met wetenschappelijk bewijsmateriaal en relevante internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen, indien voorhanden, en met het voorzorgsbeginsel.


ARTIKEL 12.10

Samenwerking op gebied van milieuaspecten
in context van handel en duurzame ontwikkeling

De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van het milieubeleid teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken. Zij kunnen het initiatief nemen tot samenwerkingsactiviteiten tot wederzijds voordeel op onder meer de volgende gebieden:

a)    uitwisseling van standpunten over de positieve en negatieve gevolgen van deze overeenkomst voor de milieuaspecten van duurzame ontwikkeling en over de manieren om deze gevolgen te versterken, te voorkomen of te verzachten, waarbij rekening wordt gehouden met door een van de partijen of beide partijen verrichte duurzaamheidseffectbeoordelingen;

b)    samenwerking in internationale fora die zich bezighouden met de milieuaspecten van handel en duurzame ontwikkeling, in het bijzonder ook binnen de WTO alsmede in het kader van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en multilaterale milieuovereenkomsten;

c)    samenwerking ter bevordering van de ratificatie en doeltreffende tenuitvoerlegging van multilaterale milieuovereenkomsten die voor de handel van belang zijn;

d)    informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van particuliere en openbare certificerings- en keurmerksystemen, waaronder milieukeuren en groene overheidsopdrachten;

e)    uitwisseling van standpunten over de gevolgen van milieuvoorschriften, standaarden en normen voor de handel;


f)    samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van de huidige en toekomstige internationale regeling in verband met klimaatverandering, met inbegrip van manieren om de negatieve effecten van de handel op het klimaat aan te pakken, alsmede middelen om koolstofarme technologieën en energie-efficiëntie te bevorderen;

g)    samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van multilaterale milieuovereenkomsten, met inbegrip van douanesamenwerking;

h)    duurzaam bosbeheer ter bevordering van doeltreffende maatregelen voor de certificering van duurzaam geproduceerd hout;

i)    uitwisseling van standpunten over de verhouding tussen multilaterale milieuovereenkomsten en voorschriften op het gebied van de internationale handel;

j)    uitwisseling van standpunten over de liberalisering van de handel in milieugoederen en diensten, en

k)    uitwisseling van standpunten over de instandhouding en het beheer van de levende mariene hulpbronnen.


AFDELING D

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 12.11

Handel en investeringen ter bevordering van duurzame ontwikkeling

1.    De partijen zijn vastbesloten bijzondere inspanningen te blijven verrichten ter vergemakkelijking en bevordering van de handel en de investeringen in milieugoederen en diensten, onder meer door de aanpak van niet-tarifaire belemmeringen ter zake. Zij erkennen tevens het nut van inspanningen ter bevordering van de handel in goederen die vallen onder vrijwillige of particuliere regelingen ter waarborging van duurzame ontwikkeling, zoals milieukeuren of eerlijke en ethische handel.

2.    De partijen streven er in het bijzonder naar het verwijderen van handels- en investeringsbelemmeringen met betrekking tot klimaatvriendelijke goederen en diensten, zoals goederen en diensten voor duurzame hernieuwbare energie en energiezuinige producten en diensten, te vergemakkelijken, onder meer door de vaststelling van beleidskaders die bevorderlijk zijn voor de toepassing van de beste beschikbare technologieën en door de bevordering van normen die aan de ecologische en economische behoeften beantwoorden en de technische handelsbelemmeringen tot een minimum terugdringen.


3.    De partijen erkennen de noodzaak ervoor te zorgen dat bij het opzetten van regelingen voor overheidssteun voor fossiele brandstoffen naar behoren rekening wordt gehouden met de noodzaak de uitstoot van broeikasgassen zo veel mogelijk terug te dringen en verstoringen van het handelsverkeer zo veel mogelijk te beperken. Hoewel artikel 11.7 (Verboden subsidies), lid 2, onder b), niet van toepassing is op subsidies aan de kolenindustrie, stellen de partijen zich beide ten doel, de subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk te verlagen. Deze verlaging kan vergezeld gaan van maatregelen voor het opvangen van de sociale gevolgen van de overgang naar koolstofarme brandstoffen. Daarnaast bevorderen beide partijen actief de ontwikkeling van een duurzame en veilige koolstofarme economie, bijvoorbeeld door investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiënte oplossingen.

4.    Bij de bevordering van de handel en de investeringen dienen de partijen bijzondere inspanningen te doen om praktijken van maatschappelijk verantwoord ondernemen die op vrijwillige basis ten uitvoer worden gelegd, te bevorderen. In dit verband beroept elk van beide partijen zich op internationaal aanvaarde beginselen, normen of richtsnoeren ter zake die zij is overeengekomen of waartoe zij is toegetreden, zoals de richtsnoeren van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor multinationale ondernemingen, het "Global Compact"-initiatief van de Verenigde Naties en de Tripartiete beginselverklaring van de ILO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid. De partijen verbinden zich ertoe informatie uit te wisselen over en samen te werken bij de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

ARTIKEL 12.12

Handhaving van beschermingsniveaus

1.    De partijen zien niet af van toepassing van of wijken niet anderszins af van, of bieden niet aan af te zien van toepassing van of anderszins af te wijken van, hun milieu- en arbeidswetgeving op een wijze die van invloed is op de handel of de investeringen tussen de partijen.


2.    De partijen doen geen afbreuk aan de daadwerkelijke handhaving van hun milieu- en arbeidswetgeving door een onafgebroken of herhaald handelen of nalaten, op een wijze die van invloed is op de handel of de investeringen tussen de partijen.

ARTIKEL 12.13

Transparantie

Elk van beide partijen ziet erop toe dat alle algemene maatregelen die strekken ter bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden en die van invloed kunnen zijn op de handel en de investeringen tussen de partijen, op transparante wijze worden opgesteld, ingevoerd en beheerd, dat zij tijdig worden aangekondigd en dat zij de belanghebbenden mogelijkheden bieden om hun standpunten kenbaar te maken, in overeenstemming met de bepalingen van haar interne recht en hoofdstuk dertien (Transparantie).

ARTIKEL 12.14

Evaluatie van effecten op duurzame ontwikkeling

1.    Elk van beide partijen verbindt zich ertoe de effecten van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op de duurzame ontwikkeling gezamenlijk of afzonderlijk, via haar desbetreffende participatieprocessen en participatieve instellingen, in overeenstemming met haar bestaande praktijken te bewaken, te beoordelen en te evalueren.


2.    De partijen wisselen standpunten uit over methoden en indicatoren voor handelsgerelateerde duurzaamheidseffectbeoordelingen.

ARTIKEL 12.15

Institutionele structuren en toezichtmechanisme

1.    Elk van beide partijen wijst binnen haar diensten een instantie aan voor contacten met de andere partij over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk.

2.    De partijen richten een raad voor handel en duurzame ontwikkeling (hierna "raad" genoemd) op. De raad bestaat uit hoge ambtenaren van elk van beide partijen.

3.    De raad komt in de eerste twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen, en vervolgens wanneer het nodig is, om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk.

4.    Elke bijeenkomst van de raad omvat een openbare sessie tijdens welke de belanghebbenden standpunten over aangelegenheden in verband met de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk kunnen uitwisselen. De partijen bevorderen een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen ter zake, waaronder die van onafhankelijke representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, milieuorganisaties en ondernemingsgroepen, en in voorkomend geval van andere belanghebbenden ter zake.


5.    Elk van beide partijen roept nieuwe raadplegingsmechanismen in het leven of maakt gebruik van bestaande raadplegingsmechanismen om het advies van binnenlandse belanghebbenden ter zake, zoals interne adviesgroepen, over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk in te winnen. Onafhankelijke belanghebbenden op economisch, sociaal en milieugebied worden in het kader van deze mechanismen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd. Van deze belanghebbenden maken onder meer werkgevers- en werknemersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties deel uit. Deze belanghebbenden kunnen op eigen initiatief aan hun respectieve partijen standpunten kenbaar maken of aanbevelingen doen over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk.

ARTIKEL 12.16

Overleg op regeringsniveau

1.    In geval van onenigheid over aangelegenheden die zich in verband met dit hoofdstuk voordoen, maken de partijen enkel gebruik van de procedures bedoeld in artikel 12.16 (Overleg op regeringsniveau) en artikel 12.17 (Deskundigenpanel). Het bepaalde in hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme) is niet van toepassing op dit hoofdstuk.

2.    In geval van onenigheid als bedoeld in lid 1 kan een partij de andere partij om overleg verzoeken door hiertoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij het contactpunt van de andere partij. Het overleg begint onverwijld na de indiening van het verzoek om overleg.


3.    De partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om de aangelegenheid op een voor beide partijen bevredigende wijze op te lossen. Zij houden rekening met de werkzaamheden van de ILO of van multilaterale milieuorganisaties of -instanties ter zake, teneinde een grotere samenwerking en meer samenhang tussen het werk van de partijen en die organisaties te bevorderen. In voorkomend geval kunnen de partijen, met wederzijdse instemming, de standpunten inwinnen van deze organisaties of instanties, of van elke persoon die of elk orgaan dat zij geschikt achten om de aangelegenheid volledig te onderzoeken.

4.    Indien een partij van oordeel is dat de aangelegenheid verder moet worden besproken, kan zij verzoeken de raad voor behandeling van de aangelegenheid bijeen te roepen door hiertoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij het contactpunt van de andere partij. De raad komt onverwijld bijeen en probeert overeenstemming te bereiken over een oplossing van de aangelegenheid.

5.    De raad kan in voorkomend geval de betrokken belanghebbenden raadplegen.

6.    Tenzij de raad anders beslist, worden alle oplossingen die hij ter zake bereikt openbaar gemaakt.

ARTIKEL 12.17

Deskundigenpanel

1.    Voor alle aangelegenheden die door de raad niet op bevredigende wijze zijn opgelost binnen 120 dagen na de indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 12.16 (Overleg op regeringsniveau), lid 4, om de raad voor behandeling van de aangelegenheid bijeen te roepen, of binnen een door beide partijen overeengekomen langere termijn, kan een partij verzoeken een deskundigenpanel in te stellen om de aangelegenheid te onderzoeken, door hiertoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij het contactpunt van de andere partij.


2.    Op zijn eerste bijeenkomst na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de raad de procedureregels voor het deskundigenpanel vast, onder verwijzing naar de desbetreffende procedureregels in bijlage 14-A. Op dit artikel zijn de in bijlage 14-B vermelde beginselen van toepassing.

3.    De raad stelt op zijn eerste bijeenkomst na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst van ten minste twaalf personen op die bereid en in staat zijn om zitting te nemen in het deskundigenpanel. Deze lijst bestaat uit drie sublijsten: een sublijst voor elk van beide partijen en een sublijst van personen die geen onderdaan van een van beide partijen zijn en die voor het voorzitterschap van het deskundigenpanel in aanmerking komen. Elk van beide partijen draagt op haar eigen sublijst ten minste vier personen voor die als deskundigen kunnen optreden. Tevens draagt elk van beide partijen ten minste twee personen voor die met instemming van beide partijen worden opgenomen op de sublijst van voorzitters. Op zijn bijeenkomsten zal de raad de lijst onderzoeken en ervoor zorgen dat de lijst steeds ten minste deze omvang heeft.

4.    De in lid 3 bedoelde lijst bevat personen die beschikken over gespecialiseerde kennis of deskundigheid op het gebied van de aangelegenheden waarover dit hoofdstuk handelt, het arbeids- of milieurecht, of de beslechting van geschillen in het kader van internationale overeenkomsten. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan met betrekking tot de aangelegenheid in kwestie en zijn niet verbonden aan de regering van Singapore of van een lidstaat van de Unie dan wel aan de Unie.


5.    Een deskundigenpanel bestaat uit drie leden, tenzij de partijen anders overeenkomen. De partijen voeren binnen dertig dagen na de datum waarop de partij waaraan het verzoek tot instelling van een deskundigenpanel is gericht dit heeft ontvangen, overleg over de samenstelling ervan. Wanneer de partijen binnen deze termijn geen overeenstemming over de samenstelling van het deskundigenpanel kunnen bereiken, wijzen zij in gezamenlijk overleg of, indien zij binnen een nieuwe termijn van zeven dag nog geen overeenstemming kunnen bereiken, door middel van loting de voorzitter aan uit de desbetreffende sublijst als bedoeld in lid 3. Elk van beide partijen wijst binnen veertien dagen na afloop van de termijn van dertig dagen een deskundige aan die de vereisten van lid 4 vervult. De partijen kunnen overeenkomen elke andere deskundige die de vereisten van lid 4 vervult in het deskundigenpanel op te nemen. Wanneer de samenstelling van het deskundigenpanel niet binnen deze termijn van vierenveertig dagen na de datum waarop de partij waaraan het verzoek tot instelling van een deskundigenpanel is gericht dit heeft ontvangen, is afgerond, wordt de resterende deskundige of worden de resterende deskundigen binnen zeven dagen door middel van loting uit de sublijst(en) als bedoeld in lid 3 aangewezen uit de personen die zijn voorgedragen door de partij of de partijen die de procedure niet heeft of hebben voltooid. Wanneer een dergelijke lijst nog niet is opgesteld, worden de deskundigen door middel van loting aangewezen uit de personen die door een van de partijen of door beide partijen formeel zijn voorgedragen. De datum van instelling van het deskundigenpanel is de datum waarop de laatste van de drie deskundigen wordt aangewezen.

6.    Tenzij de partijen binnen zeven dagen na de datum van instelling van het deskundigenpanel anders overeenkomen, luidt de taakomschrijving van het deskundigenpanel als volgt:

"In het licht van de desbetreffende bepalingen van het hoofdstuk Handel en duurzame ontwikkeling de aangelegenheid onderzoeken die is beschreven in het verzoek om instelling van het deskundigenpanel, en overeenkomstig artikel 12.17 (Deskundigenpanel), lid 8, een verslag met aanbevelingen voor de oplossing van de aangelegenheid voorleggen".


7.    Het deskundigenpanel kan inlichtingen inwinnen bij alle bronnen die het nuttig acht. Voor aangelegenheden die verband houden met de naleving van multilaterale overeenkomsten als bedoeld in de artikelen 12.3 (Multilaterale arbeidsnormen en overeenkomsten) en 12.6 (Multilaterale milieunormen en overeenkomsten) verzoekt het deskundigenpanel de ILO of de bij multilaterale milieuovereenkomsten ingestelde organen om inlichtingen en advies. Alle in het kader van dit lid verkregen inlichtingen worden meegedeeld aan beide partijen, die hierover opmerkingen kunnen indienen.

8.    Het deskundigenpanel legt de partijen een tussentijds verslag en een eindverslag voor. Deze verslagen vermelden de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de beweeggronden die aan de bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggen. Het deskundigenpanel legt het tussentijds verslag uiterlijk negentig dagen na zijn instelling aan de partijen voor. Elk van beide partijen kan het deskundigenpanel schriftelijke opmerkingen over het tussentijds verslag doen toekomen. Het deskundigenpanel kan het verslag naar aanleiding van deze schriftelijke opmerkingen wijzigen en, wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. Het deskundigenpanel legt het eindverslag uiterlijk honderdvijftig dagen na zijn instelling aan de partijen voor. Wanneer het van oordeel is dat de in dit lid vastgelegde termijnen niet kunnen worden gehaald, stelt de voorzitter van het deskundigenpanel de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag of eindverslag denkt te kunnen voorleggen. Het deskundigenpanel legt het eindverslag uiterlijk honderdtachtig dagen na zijn instelling voor, tenzij de partijen anders overeenkomen. Dit eindverslag wordt openbaar gemaakt, tenzij de partijen anders besluiten.


9.    De partijen bespreken, rekening houdend met het verslag en de aanbevelingen van het deskundigenpanel, welke passende maatregelen moeten worden getroffen. De betrokken partij brengt haar belanghebbenden via de in artikel 12.15 (Institutionele structuren en toezichtmechanisme), lid 5, bedoelde raadplegingsmechanismen en de andere partij uiterlijk drie maanden nadat het verslag is voorgelegd aan de partijen, op de hoogte van haar besluiten over de acties of maatregelen die moeten worden uitgevoerd. De raad houdt toezicht op het vervolg dat wordt gegeven aan het verslag en de aanbevelingen van het deskundigenpanel. De belanghebbenden kunnen in dit verband opmerkingen indienen bij de raad.

HOOFDSTUK derTIEN

TRANSPARANTIE

ARTIKEL 13.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a)    "algemene maatregel": wetten, voorschriften, gerechtelijke uitspraken, procedures en administratieve beschikkingen die gevolgen kunnen hebben voor enige onder deze overeenkomst vallende aangelegenheid. Hieronder valt niet een besluit dat op een bepaalde persoon van toepassing is;


b)    "belanghebbende": iedere natuurlijke of rechtspersoon op wie rechten en verplichtingen uit hoofde van een algemene maatregel van toepassing kunnen zijn.

ARTIKEL 13.2

Doelstellingen en toepassingsgebied

1.    De partijen erkennen dat hun respectieve regelgeving gevolgen voor hun onderlinge handel en investeringen kan hebben en streven daarom naar een transparante en voorspelbare regelgeving voor marktdeelnemers, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen die op hun respectieve grondgebied zaken doen.

2.    De partijen herbevestigen hun respectieve verbintenissen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst en leggen verduidelijkingen en verbeterde regelingen vast op het gebied van transparantie, raadpleging en beter beheer van algemene maatregelen.

ARTIKEL 13.3

Bekendmaking met betrekking tot algemene maatregelen

1.    Elk van beide partijen zorgt er met betrekking tot algemene maatregelen voor dat:

a)    deze maatregelen voor belanghebbenden gemakkelijk en op niet-discriminerende wijze toegankelijk zijn via een officieel aangewezen medium en, wanneer dit haalbaar en mogelijk is, langs elektronische weg, zodat belanghebbenden en de andere partij zich ermee vertrouwd kunnen maken;


b)    zoveel mogelijk een toelichting op het doel en de motivering ervan wordt verstrekt, en

c)    er voldoende tijd is tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding ervan, behalve wanneer dit om redenen van spoedeisendheid niet mogelijk is.

2.    Elk van beide partijen:

a)    streeft ernaar voorstellen tot vaststelling of wijziging van algemene maatregelen, met inbegrip van een toelichting op het doel en de motivering van het voorstel, voordien al bekend te maken;

b)    biedt belanghebbenden redelijke mogelijkheden en met name voldoende tijd om commentaar te leveren op de voorgestelde maatregelen, en

c)    streeft ernaar rekening te houden met het commentaar op de voorgestelde maatregelen dat zij van de belanghebbenden ontvangt.

ARTIKEL 13.4

Vragen en contactpunten

1.    Om de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en de communicatie tussen de partijen over alle onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden te vergemakkelijken, wijst elk van beide partijen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst een contactpunt aan.


2.    Op verzoek van een van beide partijen geeft het contactpunt van de andere partij aan welk bureau of welke ambtenaar verantwoordelijk is voor aangelegenheden betreffende de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en is het indien noodzakelijk behulpzaam bij het vergemakkelijken van de communicatie met de verzoekende partij.

3.    Elk van beide partijen voert passende mechanismen in, of handhaaft deze, om vragen van belanghebbenden van de andere partij over voorgestelde of van kracht zijnde algemene maatregelen en over de toepassing daarvan te beantwoorden. De vragen kunnen worden ingediend via krachtens lid 1 opgerichte contactpunten of via een ander geschikt mechanisme.

4.    De partijen erkennen dat in lid 3 bedoelde antwoorden niet altijd definitief en juridisch bindend zijn, maar alleen ter informatie worden gegeven, tenzij in hun wet- en regelgeving anders wordt bepaald.

5.    Verzoeken of informatie op grond van dit artikel worden via de bevoegde contactpunten als bedoeld in lid 1 aan de andere partij meegedeeld.

6.    Op verzoek van een van beide partijen verstrekt de andere partij onverwijld informatie en beantwoordt zij terstond vragen met betrekking tot een bestaande of voorgestelde algemene maatregel die volgens de verzoekende partij van invloed kan zijn op de werking van deze overeenkomst, ongeacht of de verzoekende partij voordien van die maatregel in kennis was gesteld.


7.    Elk van beide partijen voert passende mechanismen in, of handhaaft deze, die tot taak hebben te proberen voor belanghebbenden van de andere partij een doeltreffende oplossing te vinden voor problemen die kunnen voortvloeien uit de toepassing van algemene maatregelen. Dergelijke procedures moeten gemakkelijk toegankelijk, tijdgebonden, resultaatgericht en transparant zijn. Zij doen geen afbreuk aan beroeps- of herzieningsprocedures die de partijen invoeren of handhaven. Ook doen zij geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme).

8.    Geen ingevolge dit artikel verstrekte informatie loopt vooruit op de vraag of de maatregel in overeenstemming met deze overeenkomst is.

ARTIKEL 13.5

Administratieve procedures

Wanneer een partij in specifieke gevallen algemene maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten van de andere partij toepast, en teneinde alle algemene maatregelen consequent, onpartijdig en op redelijke wijze uit te voeren,

a)    streeft zij ernaar belanghebbenden van de andere partij voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en in overeenstemming met haar procedures in kennis te stellen van de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;


b)    biedt zij belanghebbenden een redelijke mogelijkheid om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat een definitieve administratieve maatregel wordt genomen, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten, en

c)    ziet zij erop toe dat haar procedures gebaseerd zijn op de wet en hiermee in overeenstemming zijn.

ARTIKEL 13.6

Herziening van administratieve maatregelen

1.    Elk van beide partijen stelt, onder voorbehoud van haar interne wetgeving, rechterlijke, semi-rechterlijke of administratieve instanties of procedures in, of handhaaft deze, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, correctie van de administratieve maatregelen 77 met betrekking tot aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is. De instanties zijn onpartijdig en onafhankelijk van de dienst of de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving en hebben geen materieel belang bij de uitkomst van de aangelegenheid.

2.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de procespartijen bij dergelijke instanties of in dergelijke procedures:

a)    over een redelijke mogelijkheid beschikken om hun respectieve standpunten te ondersteunen of te verdedigen, en


b)    een beslissing krijgen die is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de administratieve autoriteit samengestelde dossier.

3.    Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, behoudens beroep of latere herziening overeenkomstig de wet, de beslissing ten uitvoer wordt gelegd door de dienst of de autoriteit die voor de administratieve maatregel ter zake bevoegd is en dat die beslissing ook ten grondslag komt te liggen aan de praktijk van de dienst of autoriteit ter zake.

ARTIKEL 13.7

Regelgevingskwaliteit en -efficiency
en behoorlijk bestuurlijk gedrag

1.    De partijen komen overeen samen te werken bij de bevordering van de kwaliteit en efficiency van de regelgeving in hun respectieve regelgevingsbeleid door middel van de uitwisseling van informatie en beste praktijken.

2.    De partijen onderschrijven de beginselen van behoorlijk bestuurlijk gedrag en komen overeen samen te werken bij de bevordering daarvan in hun respectieve overheidsdiensten door middel van de uitwisseling van informatie en beste praktijken.


ARTIKEL 13.8

Specifieke voorschriften

Specifieke voorschriften in andere hoofdstukken van deze overeenkomst met betrekking tot het onderwerp van dit hoofdstuk hebben voorrang, voor zover zij afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK VEERTIEN

BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING A

DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED

ARTIKEL 14.1

Doelstelling

Het doel van dit hoofdstuk is meningsverschillen tussen de partijen over de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst te vermijden of te overbruggen teneinde waar mogelijk tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen.


ARTIKEL 14.2

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle meningsverschillen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

AFDELING B

OVERLEG

ARTIKEL 14.3

Overleg

1.    De partijen streven ernaar alle meningsverschillen over de interpretatie en toepassing van de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen op te lossen door te goeder trouw overleg te voeren, teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

2.    De partij die overleg wenst te voeren dient daartoe bij de andere partij een schriftelijk verzoek in, van welk verzoek een afschrift aan het Handelscomité wordt gezonden, en vermeldt daarbij de redenen voor het verzoek alsmede de maatregelen waarom het gaat, de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde toepasselijke bepalingen en de redenen voor de toepasselijkheid van deze bepalingen.


3.    Het overleg wordt binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geopend en vindt, tenzij de partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de partij waartegen de klacht gericht is. Het overleg wordt zestig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het overleg is vertrouwelijk en laat de rechten van elk van beide partijen in latere procedures onverlet.

4.    Overleg over dringende aangelegenheden, zoals wanneer het bederfelijke waren of in voorkomend geval seizoensgebonden goederen of diensten betreft, wordt binnen vijftien dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geopend en wordt dertig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij de partijen anders overeenkomen.

5.    Indien de partij waaraan het verzoek om overleg gericht is niet binnen tien dagen na de datum van ontvangst van het verzoek hierop reageert, of indien het overleg niet binnen de in lid 3 respectievelijk lid 4 genoemde termijn wordt geopend of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 14.4 (Inleiding van arbitrageprocedure).



AFDELING C

PROCEDURES VOOR BESLECHTING VAN GESCHILLEN

ONDERAFDELING A

ARBITRAGEPROCEDURES

ARTIKEL 14.4

Inleiding van arbitrageprocedure

1.    Wanneer de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil door middel van het in artikel 14.3 (Overleg) bedoelde overleg op te lossen, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel in overeenstemming met dit artikel.

2.    Het verzoek om instelling van een arbitragepanel wordt schriftelijk gedaan bij de partij waartegen de klacht gericht is en bij het Handelscomité. De klagende partij vermeldt in haar verzoek welke specifieke maatregel in het geding is en legt uit, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is, waarom die maatregel een inbreuk vormt op de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen.


ARTIKEL 14.5

Instelling van arbitragepanel

1.    Een arbitragepanel bestaat uit drie arbiters.

2.    De partijen treden binnen vijf dagen na de datum waarop de partij waartegen de klacht gericht is het in artikel 14.4 (Inleiding van arbitrageprocedure), lid 1, bedoelde verzoek heeft ontvangen, met elkaar in overleg om overeenstemming te bereiken over de samenstelling van het arbitragepanel.

3.    Wanneer de partijen binnen tien dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg geen overeenstemming over de voorzitter van het arbitragepanel bereiken, wijst de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger binnen twintig dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg door middel van loting uit de in artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 1, bedoelde lijst een arbiter aan die zal fungeren als voorzitter.

4.    Wanneer de partijen binnen tien dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg geen overeenstemming over de arbiters bereiken,

a)    kan elk van beide partijen binnen vijftien dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg uit de in artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 2, bedoelde lijst een arbiter aanwijzen, die niet zal fungeren als voorzitter, en


b)    ingeval een van beide partijen verzuimt een arbiter aan te wijzen op grond van lid 4, onder a), wijst de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger binnen twintig dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg door middel van loting de overige arbiter(s) aan uit de personen die door de partij zijn voorgedragen overeenkomstig artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 2.

5.    Indien de in artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 2, bedoelde lijst op het in lid 4 voorgeschreven tijdstip niet is opgesteld

a)    en hetzij beide partijen overeenkomstig artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 2, personen hebben voorgedragen, kan elk van beide partijen binnen vijftien dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg uit de voorgedragen personen een arbiter aanwijzen, die niet zal fungeren als voorzitter. Indien een partij verzuimt een arbiter aan te wijzen, wijst de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger door middel van loting de arbiter aan uit de personen die zijn voorgedragen door de partij die verzuimd heeft haar arbiter aan te wijzen;

b)    en hetzij slechts één partij overeenkomstig artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 2, personen heeft voorgedragen, kan elk van beide partijen binnen vijftien dagen na aanvang van het in lid 2 bedoelde overleg uit de voorgedragen personen een arbiter aanwijzen, die niet zal fungeren als voorzitter. Indien een partij verzuimt een arbiter aan te wijzen, wijst de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger door middel van loting de arbiter aan uit de personen die zijn voorgedragen.

6.    Indien de in artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 1, bedoelde lijst op het in lid 3 voorgeschreven tijdstip niet is opgesteld, wordt de voorzitter door middel van loting aangewezen uit de voormalige leden van de Beroepsinstantie van de WTO, die geen onderdaan van een van beide partijen mogen zijn.


7.    De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de laatste van de drie arbiters wordt aangewezen.

8.    De arbiters mogen uitsluitend om de in de punten 19 tot en met 25 van bijlage 14-A vermelde redenen en overeenkomstig de daarin vastgestelde procedures worden vervangen.

ARTIKEL 14.6

Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

ARTIKEL 14.7

Tussentijds panelverslag

1.    Het arbitragepanel legt uiterlijk negentig dagen na de datum van zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, dat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen vermeldt. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handelscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijds verslag later dan honderdtwintig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden voorgelegd.


2.    Elk van beide partijen kan binnen dertig dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.

3.    In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of in voorkomend geval seizoensgebonden goederen of diensten betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijds verslag voor te leggen binnen de helft van de in lid 1 respectievelijk lid 2 genoemde termijn en kan elk van beide partijen het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te heroverwegen binnen de helft van de in lid 1 respectievelijk lid 2 genoemde termijn.

4.    Het arbitragepanel kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen en, wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het panel worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op het schriftelijk commentaar van beide partijen.

ARTIKEL 14.8

Uitspraak van arbitragepanel

1.    Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen honderdvijftig dagen na zijn instelling aan de partijen en aan het Handelscomité bekend. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handelscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn uitspraak denkt te kunnen bekendmaken. In geen geval mag de uitspraak later dan honderdtachtig dagen na de instelling van het arbitragepanel plaatsvinden.


2.    In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of in voorkomend geval seizoensgebonden goederen of diensten betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn uitspraak binnen vijfenzeventig dagen na zijn instelling bekend te maken. In geen geval mag de uitspraak later dan negentig dagen na de instelling van het arbitragepanel plaatsvinden.

ONDERAFDELING B

NALEVING

ARTIKEL 14.9

Naleving van uitspraak van arbitragepanel

Elk van beide partijen neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

ARTIKEL 14.10

Redelijke termijn voor naleving

1.    Uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Handelscomité in kennis van de tijd die zij nodig heeft om de uitspraak na te kunnen leven (hierna "redelijke termijn" genoemd) indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is.


2.    Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij binnen twintig dagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1 door de partij waartegen de klacht gericht is, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Handelscomité. Binnen twintig dagen na de indiening van het verzoek maakt het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak aan de partijen bekend en stelt het Handelscomité hiervan in kennis.

3.    Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 (Instelling van arbitragepanel) beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt vijfendertig dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

4.    De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste een maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.

5.    De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.


ARTIKEL 14.11

Onderzoek van maatregelen
tot naleving van uitspraak van arbitragepanel

1.    De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handelscomité voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.

2.    Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een maatregel waarvan overeenkomstig lid 1 is kennisgegeven of over de verenigbaarheid van die maatregel met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek geeft de klagende partij, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is, aan om welke specifieke maatregel het gaat en met welke in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen deze maatregel volgens haar onverenigbaar is, en legt zij uit waarom deze maatregel onverenigbaar is met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen. Het oorspronkelijke arbitragepanel deelt zijn uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van indiening van het verzoek mede.

3.    Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 (Instelling van arbitragepanel) beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt zestig dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.


ARTIKEL 14.12

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

1.    Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennis geeft van een maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat er geen maatregel is getroffen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 14.11 (Onderzoek van maatregelen tot naleving van uitspraak van arbitragepanel), lid 1, is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de verplichtingen van de partij krachtens de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen, treedt de partij waartegen de klacht gericht is met de klagende partij in onderhandeling, teneinde tot een wederzijds aanvaardbaar akkoord over compensatie te komen.

2.    Indien de partijen geen akkoord over compensatie bereiken binnen dertig dagen na afloop van de redelijke termijn of de bekendmaking van de uitspraak van het arbitragepanel op grond van artikel 14.11 (Onderzoek van maatregelen tot naleving van uitspraak van arbitragepanel) dat er geen maatregel is getroffen om aan de uitspraak te voldoen of dat een maatregel tot naleving daarvan niet verenigbaar is met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen, is de klagende partij gerechtigd om, na de andere partij en het Handelscomité hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen op te schorten in een mate die overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. In de kennisgeving wordt gespecificeerd in welke mate de klagende partij haar verplichtingen beoogt op te schorten. De klagende partij kan de opschorting vanaf tien dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is op elk gewenst tijdstip laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig lid 3 om arbitrage heeft verzocht.


3.    Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 bedoelde periode van tien dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het Handelscomité. Het oorspronkelijke arbitragepanel wint zo nodig advies in bij deskundigen en deelt zijn uitspraak over de mate van opschorting van de verplichtingen binnen dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de partijen en aan het Handelscomité mede. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak heeft medegedeeld, en de eventuele opschorting dient in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het arbitragepanel.

4.    Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 (Instelling van arbitragepanel) beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt vijfenveertig dagen na de indiening van het in lid 3 bedoelde verzoek.

5.    De opschorting van de verplichtingen is van tijdelijke aard en mag niet meer worden toegepast nadat:

a)    de partijen ingevolge artikel 14.15 (Onderling overeengekomen oplossing) tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen, of

b)    de partijen overeenstemming hebben bereikt over de vraag of de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 14.13 (Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na opschorting van verplichtingen), lid 1, is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is in overeenstemming met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen handelt, of


c)    de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet verenigbaar is met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd en overeenkomstig artikel 14.13 (Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na opschorting van verplichtingen), lid 2, met die bepalingen in overeenstemming is gebracht.

ARTIKEL 14.13

Onderzoek van nalevingsmaatregelen
getroffen na opschorting van verplichtingen

1.    De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handelscomité in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, alsmede van haar verzoek om beëindiging van de opschorting van de verplichtingen door de klagende partij.

2.    Indien de partijen binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de vraag of de maatregel waarvan is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is in overeenstemming met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen handelt, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Handelscomité. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handelscomité binnen vijfenveertig dagen na de indiening van het verzoek in kennis van zijn uitspraak. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen, wordt de opschorting van de verplichtingen beëindigd.


ONDERAFDELING C

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

ARTIKEL 14.14

Opschorting en beëindiging van arbitrageprocedures

1.    Op schriftelijk verzoek van beide partijen schort het arbitragepanel te allen tijde zijn werkzaamheden op gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan twaalf maanden mag bedragen, en op schriftelijk verzoek van de klagende partij respectievelijk beide partijen hervat het zijn werkzaamheden aan respectievelijk voor het einde van deze overeengekomen periode. Indien de klagende partij niet voor het verstrijken van de overeengekomen opschortingsperiode het arbitragepanel verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, worden de krachtens deze afdeling ingeleide geschillenbeslechtingsprocedures geacht te zijn beëindigd. Behoudens het bepaalde in artikel 14.21 (Verhouding tot WTO-verplichtingen) laten de opschorting en de beëindiging van de werkzaamheden van het arbitragepanel de rechten van elk van beide partijen in andere procedures onverlet.

2.    De partijen kunnen te allen tijde schriftelijk overeenkomen de krachtens deze afdeling ingeleide geschillenbeslechtingsprocedures te beëindigen.


ARTIKEL 14.15

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handelscomité en in voorkomend geval het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van beide partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dit vereiste verwezen en worden de krachtens deze afdeling ingeleide geschillenbeslechtingsprocedures opgeschort. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de voltooiing van die interne procedures, wordt de procedure beëindigd.

ARTIKEL 14.16

Procedureregels

1.    Op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van dit hoofdstuk is bijlage 14-A van toepassing.

2.    Alle bijeenkomsten van het arbitragepanel zijn overeenkomstig bijlage 14-A openbaar.


ARTIKEL 14.17

Indiening van informatie

1.    Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle informatie inwinnen die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen. Alle op deze manier verkregen informatie moet voor commentaar aan de partijen worden voorgelegd.

2.    Belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen van de partijen hebben het recht overeenkomstig bijlage 14-A als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel in te dienen.

ARTIKEL 14.18

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. Wanneer een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, neemt het arbitragepanel alle relevante interpretaties die zijn vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Body, hierna "DSB" genoemd) in aanmerking. De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 14.2 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.


ARTIKEL 14.19

Besluiten en uitspraken van arbitragepanel

1.    Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen.

2.    De uitspraken van het arbitragepanel zijn bindend voor de partijen en scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke of rechtspersonen. De uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen bedoeld in artikel 14.2 (Toepassingsgebied), alsmede de aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggende beweegredenen. Het Handelscomité maakt de volledige uitspraak van het arbitragepanel openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen met het oog op waarborging van de geheimhouding van alle informatie die door een van beide partijen als vertrouwelijk is aangemerkt.

AFDELING D

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 14.20

Lijsten van arbiters

1.    De partijen stellen bij de inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van vijf personen die bereid en in staat zijn om het voorzitterschap van een arbitragepanel als bedoeld in artikel 14.5 (Instelling van arbitragepanel) te bekleden.


2.    Het Handelscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste tien personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. Elk van de partijen draagt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten minste vijf personen voor als arbiter.

3.    Het Handelscomité ziet erop toe dat de ingevolge lid 1 respectievelijk lid 2 opgestelde lijst van personen die als voorzitter respectievelijk arbiter in aanmerking komen, bijgewerkt zijn.

4.    De arbiters beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van recht, internationale handel of beslechting van geschillen in het kader van internationale handelsovereenkomsten. Zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan de regering van een van de partijen, en dienen te voldoen aan de voorschriften van bijlage 14-B.

ARTIKEL 14.21

Verhouding tot WTO-verplichtingen

1.    Een beroep op de bepalingen van dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige maatregel in het kader van de WTO, waaronder geschillenbeslechtingsprocedures.


2.    Onverminderd het bepaald in lid 1 kan een partij, wanneer zij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens dit hoofdstuk, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien mag een partij enkel een procedure voor de beslechting van een geschil krachtens dit hoofdstuk en krachtens de WTO-Overeenkomst inleiden wanneer het geschil betrekking heeft op fundamenteel verschillende verplichtingen uit hoofde van beide overeenkomsten of wanneer het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak kan doen in de procedure ten aanzien van de schending van die verplichting, voor zover de onmogelijkheid van het forum om uitspraak te doen niet het gevolg is van het verzuim van een partij bij het geschil om zorgvuldig te handelen.

3.    Voor de toepassing van lid 2 worden:

a)    procedures voor de geschillenbeslechting krachtens de WTO-Overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het DSU een verzoek om instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het DSB overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van het DSU het verslag van het panel respectievelijk, in voorkomend geval, het verslag van de Beroepsinstantie goedkeurt, en

b)    procedures voor de geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 14.4 (Inleiding van arbitrageprocedure), lid 1, een verzoek om instelling van een arbitragepanel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 14.8 (Uitspraak van arbitragepanel), lid 2, zijn uitspraak aan de partijen en aan het Handelscomité bekendmaakt of wanneer de partijen overeenkomstig artikel 14.15 (Onderling overeengekomen oplossing) onderling een oplossing zijn overeengekomen.

4.    Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet dat een partij de opschorting van de verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer legt. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om te beletten dat een partij de verplichtingen als vastgelegd in dit hoofdstuk opschort.


ARTIKEL 14.22

Termijnen

1.    Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels hun uitspraken moeten mededelen, worden gerekend in kalenderdagen waarbij de eerste dag de dag is volgende op die waarop het desbetreffende besluit werd genomen of het desbetreffende feit plaatsvond, tenzij anders wordt bepaald.

2.    Alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

ARTIKEL 14.23

Herziening en wijziging van hoofdstuk

De partijen kunnen bij besluit in het Handelscomité dit hoofdstuk en de bijlagen daarbij wijzigen.


HOOFDSTUK VIJFTIEN

BEMIDDELINGSMECHANISME

ARTIKEL 15.1

Doelstelling en toepassingsgebied

1.    Dit hoofdstuk heeft tot doel te bevorderen dat door middel van een alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt.

2.    Dit hoofdstuk is van toepassing op alle binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallende maatregelen die de handel of de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloeden, tenzij anders wordt bepaald.

AFDELING A

PROCEDURE VOOR BEMIDDELINGSMECHANISME

ARTIKEL 15.2

Verzoek om informatie

1.    Vóór de inleiding van de bemiddelingsprocedure kan een partij te allen tijde schriftelijk om informatie verzoeken over een maatregel die de handel of de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt. De partij waaraan het verzoek gericht is, verstrekt binnen twintig dagen een schriftelijk antwoord.


2.    Wanneer de partij waaraan het verzoek gericht is van mening is dat een antwoord binnen twintig dagen niet haalbaar is, brengt zij de verzoekende partij op de hoogte van de redenen voor de vertraging, en geeft zij haar een inschatting van de kortst mogelijke termijn waarbinnen zij zal kunnen antwoorden.

ARTIKEL 15.3

Inleiding van procedure

1.    Een partij kan te allen tijde verzoeken dat de andere partij deelneemt aan een bemiddelingsprocedure. Een dergelijk verzoek wordt aan de andere partij schriftelijk gedaan. Het verzoek moet nauwkeurig genoeg zijn om de zorgen van de verzoekende partij duidelijk tot uitdrukking te laten komen en in het verzoek moet:

a)    worden aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat;

b)    worden uiteengezet wat volgens de verzoekende partij de negatieve gevolgen van de maatregel voor de handel of de investeringen tussen de partijen zijn of zullen zijn, en

c)    worden toegelicht wat volgens de verzoekende partij het verband tussen die gevolgen en de maatregel is.

2.    De partij waaraan het verzoek gericht is, neemt dit in welwillende overweging en antwoordt binnen tien dagen na ontvangst ervan met een schriftelijke inwilliging of afwijzing.


ARTIKEL 15.4

Keuze van bemiddelaar

1.    De partijen streven ernaar uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van het in artikel 15.3 (Inleiding van procedure), lid 2, bedoelde antwoord op het verzoek overeenstemming over een bemiddelaar te bereiken.

2.    Indien de partijen binnen de vastgestelde termijn geen overeenstemming over een bemiddelaar kunnen bereiken, kan een van beide partijen de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger verzoeken de bemiddelaar door middel van loting te selecteren uit de overeenkomstig artikel 14.20 (Lijsten van arbiters), lid 2, opgestelde lijst. De vertegenwoordigers van beide partijen hebben het recht om bij de loting aanwezig te zijn.

3.    De voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger wijst binnen vijf werkdagen na het in lid 2 bedoelde verzoek de bemiddelaar aan.

4.    Een bemiddelaar mag geen onderdaan van een van beide partijen zijn, tenzij de partijen anders overeenkomen.

5.    De bemiddelaar is de partijen op onpartijdige en transparante wijze behulpzaam bij het scheppen van duidelijkheid over de maatregel en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de handel en de investeringen, en bij het bereiken van een onderling overeengekomen oplossing. Bijlage 14-B is mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars. De punten 4 tot en met 9 en 46 tot en met 49 van bijlage 14-A zijn eveneens mutatis mutandis van toepassing.


ARTIKEL 15.5

Regels voor bemiddelingsprocedure

1.    Binnen tien dagen na de aanwijzing van de bemiddelaar legt de partij die om de bemiddelingsprocedure heeft verzocht, de bemiddelaar en de andere partij schriftelijk een gedetailleerde beschrijving van het probleem voor, in het bijzonder van de werking van de maatregel in kwestie en van de negatieve gevolgen ervan voor de handel en de investeringen. Binnen twintig dagen na toezending van deze beschrijving van het probleem kan de andere partij daarover schriftelijk opmerkingen kenbaar maken. Elk van beide partijen mag in haar beschrijving of opmerkingen alle door haar relevant geachte informatie opnemen.

2.    De bemiddelaar kan bepalen wat de meest geschikte wijze is om duidelijkheid over de betrokken maatregel en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de handel en de investeringen te scheppen. Hij kan met name bijeenkomsten tussen de partijen organiseren, de partijen gezamenlijk of afzonderlijk raadplegen, verzoeken om bijstand van of overleg plegen met deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied alsmede aanvullende ondersteuning bieden waarom de partijen hebben verzocht. Alvorens om bijstand van deskundigen en belanghebbenden op het betrokken gebied te verzoeken of overleg met hen te plegen, overlegt de bemiddelaar evenwel met de partijen.

3.    De bemiddelaar kan advies aanbieden en een oplossing voorstellen ter overweging door de partijen, die de voorgestelde oplossing kunnen aanvaarden of afwijzen dan wel het over een andere oplossing eens kunnen worden. De bemiddelaar onthoudt zich evenwel van advies of opmerkingen over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met deze overeenkomst.


4.    De procedure vindt plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek gericht is, of op enige andere locatie of op enige andere wijze waarover onderling overeenstemming is bereikt.

5.    De partijen streven ernaar binnen zestig dagen na de aanwijzing van de bemiddelaar tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. Zolang geen definitieve overeenstemming is bereikt, kunnen de partijen eventuele tussentijdse oplossingen overwegen, met name wanneer de maatregel betrekking heeft op bederfelijke waren.

6.    De oplossing kan worden goedgekeurd door middel van een besluit van het Handelscomité. Elk van beide partijen kan een dergelijke oplossing afhankelijk maken van de voltooiing van de nodige interne procedures. Onderling overeengekomen oplossingen worden openbaar gemaakt. De openbaar gemaakte versie mag evenwel geen informatie bevatten die door een partij als vertrouwelijk is aangemerkt.

7.    De procedure wordt beëindigd:

a)    door goedkeuring van een door de partijen onderling overeengekomen oplossing, op de datum van goedkeuring;

b)    door onderlinge overeenstemming van de partijen in de loop van de procedure, op de datum van die overeenstemming;

c)    door een schriftelijke verklaring van de bemiddelaar, na overleg met de partijen, dat verdere bemiddelingsinspanningen geen nut hebben, op de datum van die verklaring, of

d)    door een schriftelijke verklaring van een partij nadat mogelijke onderling overeengekomen oplossingen in de bemiddelingsprocedure zijn onderzocht en adviezen en voorgestelde oplossingen van de bemiddelaar in overweging zijn genomen, op de datum van die verklaring.


AFDELING B

TENUITVOERLEGGING

ARTIKEL 15.6

Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

1.    Wanneer de partijen overeenstemming over een oplossing hebben bereikt, neemt elk van beide partijen de maatregelen die noodzakelijk zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijn ten uitvoer te leggen.

2.    De tenuitvoerleggende partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van alle stappen of maatregelen die zij voor de tenuitvoerlegging van de onderling overeengekomen oplossing heeft ondernomen respectievelijk getroffen.

3.    Op verzoek van de partijen legt de bemiddelaar de partijen schriftelijk een ontwerp van het feitenverslag voor, dat een korte samenvatting bevat van: i) de maatregel in kwestie waarop de procedure betrekking heeft, ii) de gevolgde procedure en iii) in voorkomend geval, de onderling overeengekomen oplossing waartoe die procedure uiteindelijk heeft geleid, met inbegrip van eventuele tussentijdse oplossingen. De bemiddelaar biedt de partijen vijftien dagen de gelegenheid om hun opmerkingen over het ontwerpverslag kenbaar te maken. Na bestudering van de binnen die termijn ingediende opmerkingen van de partijen legt de bemiddelaar de partijen binnen vijftien dagen schriftelijk een definitief feitenverslag voor. Het feitenverslag mag geen interpretatie van deze overeenkomst bevatten.


AFDELING C

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 15.7

Verhouding tot beslechting van geschillen

1.    De bemiddelingsprocedure laat de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) onverlet.

2.    De bemiddelingsprocedure is niet bedoeld om als basis voor procedures voor geschillenbeslechting ingevolge deze of enige andere overeenkomst te dienen. Een partij mag zich in dergelijke geschillenbeslechtingsprocedures niet beroepen op of niet als bewijs gebruiken en een arbitragepanel mag geen rekening houden met:

a)    door de andere partij in de bemiddelingsprocedure ingenomen standpunten;

b)    het feit dat de andere partij zich bereid heeft verklaard een oplossing te aanvaarden voor de maatregel waarop de bemiddeling betrekking had, of

c)    door de bemiddelaar gegeven adviezen of gedane voorstellen.


3.    Onverminderd het bepaalde in artikel 15.5 (Regels voor bemiddelingsprocedure), lid 6, en tenzij de partijen anders overeenkomen, zijn alle fasen van de procedure, met inbegrip van adviezen of voorgestelde oplossingen, vertrouwelijk. Elk van beide partijen mag echter openbaar maken dat bemiddeling plaatsvindt.

ARTIKEL 15.8

Termijnen

Alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

ARTIKEL 15.9

Kosten

1.    Elk van beide partijen draagt haar eigen kosten in verband met deelname aan de bemiddelingsprocedure.

2.    De partijen dragen elk voor een gelijk deel de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de bemiddelaar. Het honorarium van de bemiddelaar is in overeenstemming met het honorarium dat is voorzien in punt 10, onder b), van bijlage 14-A.


ARTIKEL 15.10

Evaluatie

De partijen treden vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst met elkaar in overleg over de eventuele noodzaak tot wijziging van de bemiddelingsprocedure tegen de achtergrond van de opgedane ervaringen en de ontwikkeling van een overeenkomstig mechanisme in de WTO.

HOOFDSTUK ZEsTIEN

Institutionele, algemene en slotbepalingen

ARTIKEL 16.1

Handelscomité

1.    De partijen richten een Handelscomité op, bestaande uit vertegenwoordigers van de Unie en van Singapore.

2.    Het Handelscomité vergadert om de twee jaar, beurtelings in de Unie en in Singapore, of zo spoedig mogelijk op verzoek van een van de partijen. Het voorzitterschap van het Handelscomité wordt bekleed door de minister van Handel en Industrie van Singapore en het lid van de Europese Commissie dat bevoegd is voor handel, of door hun respectieve vertegenwoordigers. Het Handelscomité stelt zelf zijn vergaderrooster en agenda vast.


3.    Het Handelscomité:

a)    ziet toe op de goede werking van deze overeenkomst;

b)    houdt toezicht op en vergemakkelijkt de tenuitvoerlegging en toepassing van deze overeenkomst, en bevordert de algemene doelstellingen ervan;

c)    houdt toezicht op de werkzaamheden van de gespecialiseerde comités, werkgroepen en andere organen die krachtens deze overeenkomst worden opgericht;

d)    zoekt naar wegen om de handelsbetrekkingen tussen de partijen te verbeteren;

e)    tracht, onverminderd hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en hoofdstuk vijftien (Bemiddelingsmechanisme), een oplossing te vinden voor eventuele problemen op de door deze overeenkomst bestreken gebieden of eventuele geschillen in verband met de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst op te lossen, en

f)    buigt zich over alle andere aangelegenheden die van belang zijn met betrekking tot de door deze overeenkomst bestreken gebieden.

4.    Het Handelscomité kan:

a)    besluiten gespecialiseerde comités op te richten of te ontbinden of daaraan verantwoordelijkheden over te dragen, met dien verstande dat de aan de gespecialiseerde comités verleende bevoegdheden om juridisch bindende besluiten aan te nemen of om wijzigingen vast te stellen alleen kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de procedure voor wijzigingen als bedoeld in artikel 16.5 (Wijzigingen);


b)    in contact treden met alle belanghebbenden, met inbegrip van de particuliere sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld;

c)    wijzigingen van deze overeenkomst in overweging nemen of bepalingen van deze overeenkomst wijzigen, in gevallen waarin de overeenkomst hierin uitdrukkelijk voorziet;

d)    interpretaties van de bepalingen van deze overeenkomst aannemen, die bindend zijn voor de partijen en alle krachtens deze overeenkomst opgerichte organen, met inbegrip van de in hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) bedoelde arbitragepanels;

e)    besluiten nemen of aanbevelingen doen overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst;

f)    zijn eigen reglement van orde vaststellen, en

g)    andere maatregelen in het kader van de uitvoering van zijn taken nemen zoals de partijen overeenkomen.

5.    Het Handelscomité informeert het in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst opgerichte Gemengd Comité tijdens de periodieke vergaderingen daarvan over zijn activiteiten en in voorkomend geval de activiteiten van zijn gespecialiseerde comités.

6.    De partijen erkennen het belang van transparantie en openheid en bevestigen dat zij elk rekening houden met de mening van hun bevolking, teneinde de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op een breed spectrum van standpunten te baseren.


ARTIKEL 16.2

Gespecialiseerde comités

1.    De volgende gespecialiseerde comités, die onder toezicht van het Handelscomité staan, worden opgericht:

a)    het Comité voor de handel in goederen;

b)    het Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen ("SPS-comité");

c)    het Douanecomité, en

d)    het Comité voor de handel in diensten, investeringen en overheidsopdrachten.

2.    De samenstelling, de opdracht, de taken en in voorkomend geval de werking van de gespecialiseerde comités worden vastgesteld in de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst of door het Handelscomité.

3.    Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, vergaderen de gespecialiseerde comités gewoonlijk om de twee jaar op een passend niveau, beurtelings in de Unie en in Singapore, of zo spoedig mogelijk op verzoek van een van de partijen of van het Handelscomité. Het voorzitterschap wordt bekleed door vertegenwoordigers van Singapore en van de Unie. De gespecialiseerde comités stellen zelf hun vergaderrooster en agenda vast.


4.    De gespecialiseerde comités stellen het Handelscomité ruimschoots vóór hun vergaderingen in kennis van hun vergaderrooster en agenda. Tijdens elke periodieke vergadering van het Handelscomité brengen zij verslag over hun activiteiten uit. De oprichting of het bestaan van een gespecialiseerd comité staat er niet aan in de weg dat een partij een aangelegenheid direct aan het Handelscomité kan voorleggen.

ARTIKEL 16.3

Ontwikkelingen van het WTO-recht

In geval van wijziging van een door de partijen in de onderhavige overeenkomst opgenomen bepaling van de WTO-Overeenkomst treden de partijen via het Handelscomité met elkaar in overleg, teneinde in voorkomend geval tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen. De partijen kunnen naar aanleiding van een dergelijke herziening de onderhavige overeenkomst bij besluit in het Handelscomité dienovereenkomstig wijzigen.

ARTIKEL 16.4

Besluitvorming

1.    De partijen kunnen, in de in deze overeenkomst bedoelde gevallen, besluiten in het Handelscomité of in een gespecialiseerd comité nemen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de maatregelen treffen die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging ervan.


2.    Het Handelscomité of een gespecialiseerd comité kan, in de in deze overeenkomst bedoelde gevallen, passende aanbevelingen doen.

3.    De besluiten en aanbevelingen van het Handelscomité of een gespecialiseerd comité worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

ARTIKEL 16.5

Wijzigingen

1.    De partijen kunnen overeenkomen deze overeenkomst te wijzigen. Een wijziging treedt in werking nadat de partijen schriftelijke kennisgevingen hebben gewisseld waarin zij verklaren dat zij volledig aan hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures hebben voldaan, zoals bepaald in de akte van wijziging.

2.    Onverminderd het bepaalde in lid 1 kunnen de partijen, in de in deze overeenkomst bedoelde gevallen, in het Handelscomité of een gespecialiseerd comité een besluit tot wijziging van deze overeenkomst nemen.

ARTIKEL 16.6

Belastingen

1.    Deze overeenkomst is uitsluitend van toepassing op belastingmaatregelen wanneer dat noodzakelijk is voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze overeenkomst.


2.    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van Singapore of van de Unie of een van haar lidstaten uit hoofde van belastingverdragen tussen Singapore en de Unie of een van haar lidstaten. In geval van strijdigheid tussen deze overeenkomst en een dergelijk verdrag heeft dat verdrag voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft. Wanneer er een belastingverdrag tussen Singapore en de Unie of een van haar lidstaten bestaat, zijn alleen de krachtens dat verdrag bevoegde autoriteiten bevoegd om vast te stellen of deze overeenkomst strijdig is met dat verdrag.

3.    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat een van beide partijen belastingmaatregelen vaststelt of handhaaft waarbij op basis van rationele criteria onderscheid wordt gemaakt tussen belastingbetalers, zoals belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd 78 .

4.    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat in de weg aan de vaststelling of handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking in overeenstemming met de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetgeving.


5.    a)    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat Singapore belastingmaatregelen vaststelt of handhaaft die noodzakelijk zijn ter bescherming van de hogere belangen van het overheidsbeleid van Singapore die voortvloeien uit de specifieke ruimtelijke beperkingen.

b)    Singapore stelt de Unie onmiddellijk in kennis van de vaststelling van dergelijke maatregelen, waarover onverwijld overleg wordt gevoerd in het Handelscomité met het doel om tot wederzijdse overeenstemming te komen.

c)    Wanneer dergelijke maatregelen gevolgen hebben voor het algehele evenwicht van de tussen de partijen in deze overeenkomst overeengekomen verbintenissen, kunnen de partijen bij besluit in het Handelscomité hun lijsten van specifieke verbintenissen op grond van dergelijke maatregelen wijzigen.

ARTIKEL 16.7

Lopende rekening en kapitaalverkeer

1.    De partijen verlenen met betrekking tot de transacties die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, overeenkomstig artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds machtiging voor alle onderlinge betalingen en overdrachten in vrij converteerbare valuta 79 op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen bij de overeenkomst.


2.    De partijen treden met elkaar in overleg om binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst het onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken, en in het bijzonder om de geleidelijke liberalisering van financiële en kapitaalrekeningen te bevorderen, teneinde bij te dragen tot een stabiel en veilig klimaat voor langetermijninvesteringen.

ARTIKEL 16.8

Staatsinvesteringsfondsen

Elk van beide partijen moedigt haar staatsinvesteringsfondsen aan, de Algemeen aanvaarde beginselen en praktijken – Beginselen van Santiago – te eerbiedigen.

ARTIKEL 16.9

Beperkingen ter bescherming van betalingsbalans

1.    In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie kan een partij beperkende maatregelen met betrekking tot het kapitaalverkeer, de betalingen of de overdrachten in verband met de handel in goederen en diensten en de vestiging instellen of handhaven.


2.    De partijen vermijden de toepassing van beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 zoveel mogelijk. Beperkende maatregelen die krachtens dit artikel worden ingesteld of gehandhaafd, mogen geen discriminerend karakter hebben, zijn van beperkte duur en mogen niet verder gaan dan noodzakelijk is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. Zij moeten, naar gelang van het geval, in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de WTO-Overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds.

3.    Wanneer een partij beperkende maatregelen instelt of handhaaft of wijzigingen van dergelijke maatregelen vaststelt, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis.

4.    Wanneer de beperkingen worden ingesteld of gehandhaafd, wordt hierover onmiddellijk overleg gevoerd in het Handelscomité. Tijdens dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken partij en de in het kader van dit artikel ingestelde of gehandhaafde beperkingen beoordeeld, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de volgende factoren:

a)    de aard en omvang van de betalingsbalansmoeilijkheden en de moeilijkheden met betrekking tot de buitenlandse financiële positie;

b)    de economische positie en de handelssituatie ten opzichte van het buitenland, of

c)    andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.

Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 1 en 2. Alle bevindingen van statistische en andere aard met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans die van het IMF afkomstig zijn, worden aanvaard, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het IMF over de betalingsbalans en de externe financiële positie van de betrokken partij.


ARTIKEL 16.10

Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot kapitaalverkeer en betalingen

1.    In uitzonderlijke omstandigheden bij ernstige moeilijkheden, of dreigende ernstige moeilijkheden, voor het economisch en monetair beleid of het wisselkoersbeleid van om het even welke partij kan de desbetreffende partij tijdelijk vrijwaringsmaatregelen treffen met betrekking tot het kapitaalverkeer, de betalingen of de overdrachten. Deze maatregelen moeten strikt noodzakelijk zijn, mogen in geen geval langer dan zes maanden geldig zijn 80 en mogen in vergelijkbare situaties geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen een partij en een niet-partij vormen.

2.    Een partij die vrijwaringsmaatregelen treft, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.

ARTIKEL 16.11

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:

a)    een van de partijen verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;


b)    een van de partijen belet wordt gelijk welke actie te ondernemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen noodzakelijk acht en die:

i)    verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met de handel in andere goederen en materialen en economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

ii)    verband houden met de verlening van diensten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

iii)    betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd, of

iv)    in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen dan wel ter bescherming van kritieke publieke infrastructuur (dit betreft de infrastructuur voor communicatie en voor elektriciteits- en watervoorziening, waarmee de bevolking wordt voorzien van goederen of diensten die aan de eerste levensbehoeften voldoen) tegen opzettelijke pogingen om die onbruikbaar te maken of te ontwrichten;

c)    een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.


ARTIKEL 16.12

Openbaarmaking van informatie

1.    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een van de partijen verplicht wordt vertrouwelijke informatie beschikbaar te stellen waarvan openbaarmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van specifieke openbare of particuliere bedrijven.

2.    Wanneer een partij aan het Handelscomité of aan gespecialiseerde comités informatie voorlegt die zij ingevolge haar wet- en regelgeving als vertrouwelijk beschouwt, wordt die informatie door de andere partij vertrouwelijk behandeld, tenzij de partij die de informatie voorlegt anders beslist.

ARTIKEL 16.13

Inwerkingtreding

1.    Deze overeenkomst wordt door de partijen goedgekeurd volgens hun eigen procedures.

2.    Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de partijen schriftelijke kennisgevingen hebben gewisseld waarin zij verklaren dat zij volledig aan hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst hebben voldaan. De partijen kunnen in onderlinge overeenstemming een andere datum vaststellen.


3.    De kennisgevingen worden respectievelijk aan de secretaris-generaal van de Raad van de Unie en de directeur Noord-Amerika en Europa van het Ministerie van Handel en Industrie van Singapore, dan wel aan hun opvolgers, gericht.

ARTIKEL 16.14

Duur

1.    Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

2.    Elk van beide partijen kan de andere partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen deze overeenkomst op te zeggen.

3.    Deze overeenkomst treedt zes maanden na de datum van de in lid 2 bedoelde kennisgeving buiten werking.

4.    Binnen dertig dagen na de in lid 2 bedoelde kennisgeving kan elk van beide partijen verzoeken om overleg over de vraag of een bepaling van deze overeenkomst op een later tijdstip dan bedoeld in lid 2 moet komen te vervallen. Dit overleg begint binnen dertig dagen nadat een partij een dergelijk verzoek heeft ingediend.


ARTIKEL 16.15

Voldoen aan verplichtingen

De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze overeenkomst genoemde doelstellingen worden bereikt.

ARTIKEL 16.16

Geen rechtstreekse werking

Het is wel verstaan dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst aldus mag worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daarmee verplichtingen worden opgelegd aan personen, anders dan die welke de partijen krachtens internationaal publiekrecht hebben vastgesteld.

ARTIKEL 16.17

Bijlagen, aanhangsels, gezamenlijke verklaringen,
protocollen en memoranda van overeenstemming

De bijlagen, aanhangsels, gezamenlijke verklaringen, protocollen en memoranda van overeenstemming bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel daarvan.


ARTIKEL 16.18

Verhouding tot andere overeenkomsten

1.    Deze overeenkomst vormt een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen waarop de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst van toepassing is en maakt deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader. Deze overeenkomst is een specifieke overeenkomst waarmee uitvoering wordt gegeven aan de handelsbepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.

2.    Het is wel verstaan dat de partijen overeenkomen dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst hen verplicht te handelen op een wijze die in strijd is met hun verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst.

ARTIKEL 16.19

Toekomstige toetredingen tot de Unie

1.    De Unie stelt Singapore onverwijld in kennis van elk verzoek van een derde land om toe te treden tot de Unie.

2.    Tijdens de onderhandelingen tussen de Unie en het kandidaat-land dat tot de Unie wenst toe te treden streeft de Unie ernaar:

a)    op verzoek van Singapore en voor zover mogelijk alle informatie te verstrekken betreffende aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, en


b)    rekening te houden met alle punten van zorg die zijn geuit.

3.    De Unie brengt Singapore zo spoedig mogelijk op de hoogte van het resultaat van de toetredingsonderhandelingen met een kandidaat-land, en stelt Singapore in kennis van de inwerkingtreding van elke toetreding tot de Unie.

4.    De partijen onderzoeken in het kader van het Handelscomité, en ruimschoots vóór de datum van toetreding van een derde land tot de Unie, de eventuele gevolgen van die toetreding voor deze overeenkomst. De partijen kunnen, bij besluit in het Handelscomité, noodzakelijke aanpassingen verrichten of overgangsregelingen invoeren.

ARTIKEL 16.20

Territoriale toepassing

1.    Deze overeenkomst is van toepassing:

a)    wat de Unie betreft, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en

b)    wat Singapore betreft, op zijn grondgebied.


Verwijzingen naar "grondgebied" in deze overeenkomst worden in deze zin begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

2.    Voor de bepalingen met betrekking tot de tariefbehandeling van goederen is deze overeenkomst ook van toepassing op gebieden die tot het douanegebied van de Unie behoren, maar niet onder lid 1, onder a), vallen.

ARTIKEL 16.21

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.



LIJST VAN BIJLAGEN

Bijlagen en aanhangsels bij hoofdstuk twee

Bijlage 2-A

Afschaffing van douanerechten

Aanhangsel 2-A-1

Tarieflijst van Singapore

Aanhangsel 2-A-2

Tarieflijst van de Unie

Bijvoegsel bij aanhangsel 2-A-2

Tarieflijst van de Unie – Tarieflijnen

Bijlage 2-B

Motorvoertuigen en delen daarvan

Bijlage 2-C

Farmaceutische producten en medische hulpmiddelen

Bijlagen en aanhangsels bij hoofdstuk vier

Bijlage 4-A

Elektronica

Aanhangsel 4-A-1

Toepassingsgebied

Aanhangsel 4-A-2

Productcategorieën

Aanhangsel 4-A-3

Definities

Bijlagen bij hoofdstuk vijf

Bijlage 5-A

Bevoegde autoriteiten

Bijlage 5-B

Voorschriften en bepalingen betreffende de erkenning van inrichtingen voor producten van dierlijke oorsprong

Bijlagen en aanhangsels bij hoofdstuk 8

Bijlage 8-A

Lijst van specifieke verbintenissen van de Unie

Aanhangsel 8-A-1

Unie – Lijst van specifieke verbintenissen overeenkomstig artikel 8.7 (Lijst van specifieke verbintenissen)

Aanhangsel 8-A-2

Unie – Lijst van specifieke verbintenissen overeenkomstig artikel 8.12 (Lijst van specifieke verbintenissen)

Aanhangsel 8-A-3

Unie – Lijst van specifieke verbintenissen overeenkomstig de artikelen 8.15 (Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs) en 8.16 (Verkopers van zakelijke diensten)

Bijlage 8-B

Lijst van specifieke verbintenissen van Singapore

Aanhangsel 8-B-1

Singapore – Lijst van specifieke verbintenissen

Aanhangsel 8-B-2

Singapore – Lijst van specifieke verbintenissen – Aanhangsel betreffende financiële diensten

Bijlagen bij hoofdstuk negen

Bijlage 9-A

Centrale entiteiten die opdrachten plaatsen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst

Bijlage 9-B

Niet-centrale entiteiten die opdrachten plaatsen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst

Bijlage 9-C

Nutsbedrijven en andere entiteiten die opdrachten plaatsen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst

Bijlage 9-D

Goederen

Bijlage 9-E

Diensten

Bijlage 9-F

Diensten in verband met de bouw en concessies voor werken

Bijlage 9-G

Algemene aantekeningen en afwijkingen van de bepalingen van artikel 9.4 (Algemene beginselen)

Bijlage 9-H

Publicatiemiddelen

Bijlage 9-I

Publiek-private partnerschappen

Bijlagen bij hoofdstuk tien

Bijlage 10-A

Lijst van benamingen die voor bescherming als geografische aanduiding op het grondgebied van de partijen moeten worden gebruikt

Bijlage 10-B

Beschermde geografische aanduidingen

Bijlage bij hoofdstuk elf

Annex 11-A

Beginselen die van toepassing zijn op overige subsidies

Bijlagen bij hoofdstuk veertien

Bijlage 14-A

Procedureregels voor arbitrage

Bijlage 14-B

Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

Protocol

Protocol 1

Betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking (omvat bijlagen en gezamenlijke verklaringen)

Memoranda van overeenstemming

Memorandum van overeenstemming 1

Over artikel 16.6 (Belastingen)

Memorandum van overeenstemming  2

Over het honorarium van arbiters

Memorandum van overeenstemming  3

Aanvullende bepalingen op douanegebied

Memorandum van overeenstemming 4

Wederzijdse erkenning van programma's voor geautoriseerde marktdeelnemers

Gezamelijke verklaring

betreffende douane-unies

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Brussel, 18.4.2018

COM(2018) 197 final

BIJLAGE 2-A

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

1.    Alle douanerechten van een partij op goederen van oorsprong uit de andere partij worden afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, tenzij in de lijsten van de respectieve partijen die in deze bijlage zijn opgenomen anders is bepaald.

2.    De volgende afbouwcategorieën zijn van toepassing op de afschaffing van de douanerechten van elke partij ingevolge artikel 2.6 (Verlaging en/of afschaffing van invoerrechten) voor de bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet afgeschafte douanerechten:

a)    de douanerechten op goederen van oorsprong waarop in de lijst van een partij afbouwcategorie 3 van toepassing is, worden afgebouwd in vier gelijke jaarlijkse stappen, waarvan de eerste op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst plaatsheeft, zodat die goederen nadien vrij van alle douanerechten zijn;

b)    de douanerechten op goederen van oorsprong waarop in de lijst van een partij afbouwcategorie 5 van toepassing is, worden afgebouwd in zes gelijke jaarlijkse stappen, waarvan de eerste op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst plaatsheeft, zodat die goederen nadien vrij van alle douanerechten zijn;

c)    met betrekking tot de douanerechten voor goederen waarop afbouwcategorie X van toepassing is, gelden geen verplichtingen in het kader van deze overeenkomst.



3.    Het basistarief en de afbouwcategorie ter bepaling van het tussentijdse douanerecht voor goederen onder een bepaalde tariefcode na elke stap ter verlaging van het recht worden in de lijst van elk van beide partijen voor die tariefcode aangegeven.

4.    Voor de toepassing van punt 2 worden de douanerechten na elke stap naar beneden afgerond, ten minste tot het dichtstbijzijnde tiende van een procentpunt en/of, in het geval van de Unie, in voorkomend geval tot de dichtsbijzijnde eurocent.

5.    Voor de toepassing van deze bijlage en de lijst van een partij gaat elke jaarlijkse verlaging in op de eerste dag van het desbetreffende jaar zoals gedefinieerd in punt 6 van deze bijlage.

6.    Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)    "jaar één": een periode van twaalf maanden die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst;

b)    "jaar twee": een periode van twaalf maanden die aanvangt op de eerste verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

c)    "jaar drie": een periode van twaalf maanden die aanvangt op de tweede verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;

d)    "jaar vier": een periode van twaalf maanden die aanvangt op de derde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;



e)    "jaar vijf": een periode van twaalf maanden die aanvangt op de vierde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

7.    De aanhangsels 2-A-1 en 2-A-2 vormen een integrerend deel van deze bijlage.



TARIEFLIJST VAN SINGAPORE

Aanhangsel 2-A-1

Lijst inzake afschaffing van douanerechten — Singapore

1.    De bepalingen van deze lijst worden geformuleerd overeenkomstig de classificatie voor de handel, douane en accijnzen van Singapore (Singapore Trade Classification, Customs and Excise Duties; "STCCE"); voor de interpretatie ervan gelden, evenals voor de producten die onder de onderverdelingen van deze lijst vallen, de algemene aantekeningen op de STCCE en de aantekeningen op de afdelingen, hoofdstukken en onderverdelingen van de STCCE. Voor zover de bepalingen van deze lijst identiek zijn aan de overeenkomstige bepalingen van de STCCE, hebben zij dezelfde betekenis als die overeenkomstige bepalingen van de STCCE.

2.    Ingevolge artikel 2.6 (Verlaging en/of afschaffing van invoerrechten), schaft Singapore vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst de douanerechten af op alle goederen van oorsprong uit de Unie.



TARIEFLIJST VAN DE UNIE

Aanhangsel 2-A-2

Lijst inzake afschaffing van douanerechten — De Unie

Algemene opmerkingen

1.    Relatie tot de gecombineerde nomenclatuur ("GN") van de Unie: de bepalingen van deze lijst worden in het algemeen geformuleerd overeenkomstig de GN; voor de interpretatie ervan gelden, evenals voor de producten die onder de onderverdelingen van deze lijst vallen, de algemene aantekeningen op de GN en de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken van de GN. Voor zover de bepalingen van deze lijst identiek zijn aan de overeenkomstige bepalingen van de GN, hebben zij dezelfde betekenis als die overeenkomstige bepalingen van de GN.

2.    Basisdouanetarieven: de in deze lijst genoemde basistarieven zijn die van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap die van kracht waren op 1 januari 2010.

3.    Ingevolge artikel 2.6 (Verlaging en/of afschaffing van invoerrechten) schaft de Unie vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst de douanerechten af op alle onder deze overeenkomst vallende goederen van oorsprong uit Singapore, met uitzondering van die welke zijn vermeld in de tarieflijst van de Unie.



Invoerprijsstelsel

4.    De punten 5 tot en met 7 van deze bijlage bevatten de wijzigingen van het invoerprijsstelsel dat de Unie in overeenstemming met het gemeenschappelijk douanetarief, zoals vastgesteld ingevolge Verordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 (en latere besluiten) en de CXL-lijst van de WTO voor de Unie toepast op bepaalde groente- en fruitsoorten. Deze wijzigingen houden met name in dat de in deze bijlage opgenomen goederen van oorsprong uit Singapore onder het in deze bijlage beschreven invoerprijsstelsel vallen, en niet onder dat van het gemeenschappelijk douanetarief, zoals vastgesteld ingevolge Verordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 (en latere handelingen) en de CXL-lijst van de WTO voor de Unie.

5.    Voor goederen van oorsprong uit Singapore waarop de Unie haar invoerprijsstelsel in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 en de CXL-lijst van de WTO voor de Unie toepast, worden de ad-valoremdouanerechten in overeenstemming met de afbouwcategorieën in de lijst van de Unie afgeschaft.

6.    De specifieke douanerechten die krachtens Verordening (EG) nr. 948/2009 van de Commissie van 30 september 2009 op de in punt 5 bedoelde goederen van toepassing zijn, worden niet afgeschaft volgens de afbouwcategorieën in de lijst van de Unie. In plaats daarvan worden de specifieke douanerechten gehandhaafd voor de volgende goederen:





Code in de GN 2013

Omschrijving

0702 00 00

Tomaten, vers of gekoeld

0707 00 05

– komkommers

0709 91 00

– – artisjokken

0709 93 10

– – – kleine pompoenen (zogenaamde courgettes)

0805 10 20

– – andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers

0805 20 10

– – clementines

0805 20 30

– – monreales en satsuma's

0805 20 50

– – mandarijnen en wilkings

0805 20 70

– – tangerines

0805 20 90

– – andere

0805 50 10

– – citroenen (Citrus limon, Citrus limonum)

0806 10 10

– – voor tafelgebruik

0808 10 80

– – andere

0808 30 90

– – andere

0809 10 00

– abrikozen

0809 21 00

– – zure kersen (Prunus cerasus)

0809 29 00

– – andere

0809 30 10

– – nectarines

0809 30 90

– – andere

0809 40 05

– – pruimen

2009 61 10

– – – met een waarde van meer dan 18 EUR per 100 kg nettogewicht

2009 69 19

– – – – ander

2009 69 51

– – – – – geconcentreerd

2009 69 59

– – – – – ander

2204 30 92

– – – – geconcentreerd

2204 30 94

– – – – andere

2204 30 96

– – – – geconcentreerd

2204 30 98

– – – – andere



7.    De in punt 6 bedoelde specifieke rechten zijn niet hoger dan het gebruikelijke meestbegunstigingsrecht of, indien dat lager is, het meestbegunstigingsrecht dat van kracht is op de datum die onmiddellijk aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voorafgaat.

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Brussel, 18.4.2018

COM(2018) 197 final

BIJLAGE II (Deel 2)

BIJVOEGSEL BIJ AANHANGSEL 2-A-2 VAN HOOFDSTUK TWEE BETREFFENDE NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

TARIEFLIJST VAN DE UNIE

GN 2013

Omschrijving

Basistarief

Afbouw-categorie

Invoerprijs

0102 29 10

---- met een gewicht van niet meer dan 80 kg

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 21

----- slachtdieren

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 29

----- andere

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 41

----- slachtdieren

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 49

----- andere

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 51

------ slachtvaarzen

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 59

------ andere

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 61

------ slachtkoeien

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 69

------ andere

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 91

------ slachtdieren

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 29 99

------ andere

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 39 10

--- huisdieren

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0102 90 91

--- huisdieren

10,2 + 93,1 €/100 kg/net

5

 

0103 91 10

--- huisdieren

41,2 €/100 kg/net

5

 

0103 92 11

---- zeugen die ten minste eenmaal gebigd hebben, met een gewicht van 160 kg of meer

35,1 €/100 kg/net

5

 

0103 92 19

---- andere

41,2 €/100 kg/net

5

 

0104 10 30

--- lammeren (tot de leeftijd van een jaar)

80,5 €/100 kg/net

5

 

0104 10 80

--- andere

80,5 €/100 kg/net

5

 

0104 20 90

-- andere

80,5 €/100 kg/net

5

 

0105 11 11

---- legrassen

52 €/1 000 p/st

5

 

0105 11 19

---- andere

52 €/1 000 p/st

5

 

0105 11 91

---- legrassen

52 €/1 000 p/st

5

 

0105 11 99

---- andere

52 €/1 000 p/st

5

 

0105 12 00

-- kalkoenen

152 €/1 000 p/st

5

 

0105 13 00

-- eenden

52 €/1 000 p/st

5

 

0105 14 00

-- ganzen

152 €/1 000 p/st

5

 

0105 15 00

-- parelhoenders

52 €/1 000 p/st

5

 

0105 94 00

-- hanen en kippen

20,9 €/100 kg/net

5

 

0105 99 10

--- eenden

32,3 €/100 kg/net

5

 

0105 99 20

--- ganzen

31,6 €/100 kg/net

5

 

0105 99 30

--- kalkoenen

23,8 €/100 kg/net

5

 

0105 99 50

--- parelhoenders

34,5 €/100 kg/net

5

 

0201 10 00

- hele en halve dieren

12,8 + 176,8 €/100 kg/net

5

 

0201 20 20

-- "compensated quarters"

12,8 + 176,8 €/100 kg/net

5

 

0201 20 30

-- voorvoeten en voorspannen

12,8 + 141,4 €/100 kg/net

5

 

0201 20 50

-- achtervoeten en achterspannen

12,8 + 212,2 €/100 kg/net

5

 

0201 20 90

-- andere

12,8 + 265,2 €/100 kg/net

5

 

0201 30 00

- zonder been

12,8 + 303,4 €/100 kg/net

5

 

0202 10 00

- hele en halve dieren

12,8 + 176,8 €/100 kg/net

5

 

0202 20 10

-- "compensated quarters"

12,8 + 176,8 €/100 kg/net

5

 

0202 20 30

-- voorvoeten en voorspannen

12,8 + 141,4 €/100 kg/net

5

 

0202 20 50

-- achtervoeten en achterspannen

12,8 + 221,1 €/100 kg/net

5

 

0202 20 90

-- andere

12,8 + 265,3 €/100 kg/net

5

 

0202 30 10

-- voorvoeten, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden; zogenaamde "compensated quarters" aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel

12,8 + 221,1 €/100 kg/net

5

 

0202 30 50

-- als "crops", "chucks and blades" en "briskets" aangeduide delen

12,8 + 221,1 €/100 kg/net

5

 

0202 30 90

-- ander

12,8 + 304,1 €/100 kg/net

5

 

0203 11 10

--- huisdieren

53,6 €/100 kg/net

5

 

0203 12 11

---- hammen en delen daarvan

77,8 €/100 kg/net

5

 

0203 12 19

---- schouders en delen daarvan

60,1 €/100 kg/net

5

 

0203 19 11

---- voorstukken en delen daarvan

60,1 €/100 kg/net

5

 

0203 19 13

---- karbonadestrengen en delen daarvan

86,9 €/100 kg/net

5

 

0203 19 15

---- buiken (buikspek) en delen daarvan

46,7 €/100 kg/net

5

 

0203 19 55

----- zonder been

86,9 €/100 kg/net

5

 

0203 19 59

----- ander

86,9 €/100 kg/net

5

 

0203 21 10

--- huisdieren

53,6 €/100 kg/net

5

 

0203 22 11

---- hammen en delen daarvan

77,8 €/100 kg/net

5

 

0203 22 19

---- schouders en delen daarvan

60,1 €/100 kg/net

5

 

0203 29 11

---- voorstukken en delen daarvan

60,1 €/100 kg/net

5

 

0203 29 13

---- karbonadestrengen en delen daarvan

86,9 €/100 kg/net

5

 

0203 29 15

---- buiken (buikspek) en delen daarvan

46,7 €/100 kg/net

5

 

0203 29 55

----- zonder been

86,9 €/100 kg/net

5

 

0203 29 59

----- ander

86,9 €/100 kg/net

5

 

0204 10 00

- hele en halve lammeren, vers of gekoeld

12,8 + 171,3 €/100 kg/net

5

 

0204 21 00

-- hele en halve dieren

12,8 + 171,3 €/100 kg/net

5

 

0204 22 10

--- voorstukken en halve voorstukken

12,8 + 119,9 €/100 kg/net

5

 

0204 22 30

--- nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

12,8 + 188,5 €/100 kg/net

5

 

0204 22 50

--- achterstellen en halve achterstellen

12,8 + 222,7 €/100 kg/net

5

 

0204 22 90

--- andere

12,8 + 222,7 €/100 kg/net

5

 

0204 23 00

-- zonder been

12,8 + 311,8 €/100 kg/net

5

 

0204 30 00

- hele en halve lammeren, bevroren

12,8 + 128,8 €/100 kg/net

5

 

0204 41 00

-- hele en halve dieren

12,8 + 128,8 €/100 kg/net

5

 

0204 42 10

--- voorstukken en halve voorstukken

12,8 + 90,2 €/100 kg/net

5

 

0204 42 30

--- nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

12,8 + 141,7 €/100 kg/net

5

 

0204 42 50

--- achterstellen en halve achterstellen

12,8 + 167,5 €/100 kg/net

5

 

0204 42 90

--- andere

12,8 + 167,5 €/100 kg/net

5

 

0204 43 10

--- van lammeren

12,8 + 234,5 €/100 kg/net

5

 

0204 43 90

--- andere

12,8 + 234,5 €/100 kg/net

5

 

0204 50 11

--- hele en halve dieren

12,8 + 171,3 €/100 kg/net

5

 

0204 50 13

--- voorstukken en halve voorstukken

12,8 + 119,9 €/100 kg/net

5

 

0204 50 15

--- nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

12,8 + 188,5 €/100 kg/net

5

 

0204 50 19

--- achterstellen en halve achterstellen

12,8 + 222,7 €/100 kg/net

5

 

0204 50 31

---- delen met been

12,8 + 222,7 €/100 kg/net

5

 

0204 50 39

---- delen zonder been

12,8 + 311,8 €/100 kg/net

5

 

0204 50 51

--- hele en halve dieren

12,8 + 128,8 €/100 kg/net

5

 

0204 50 53

--- voorstukken en halve voorstukken

12,8 + 90,2 €/100 kg/net

5

 

0204 50 55

--- nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

12,8 + 141,7 €/100 kg/net

5

 

0204 50 59

--- achterstellen en halve achterstellen

12,8 + 167,5 €/100 kg/net

5

 

0204 50 71

---- delen met been

12,8 + 167,5 €/100 kg/net

5

 

0204 50 79

---- delen zonder been

12,8 + 234,5 €/100 kg/net

5

 

0206 10 95

--- longhaasjes en omlopen

12,8 + 303,4 €/100 kg/net

5

 

0206 29 91

---- longhaasjes en omlopen

12,8 + 304,1 €/100 kg/net

5

 

0206 80 91

--- van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

6,4

3

 

0207 11 10

--- geplukt, ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde kippen 83 %)

26,2 €/100 kg/net

5

 

0207 11 30

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %)

29,9 €/100 kg/net

5

 

0207 11 90

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden

32,5 €/100 kg/net

5

 

0207 12 10

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %)

29,9 €/100 kg/net

5

 

0207 12 90

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden

32,5 €/100 kg/net

5

 

0207 13 10

---- zonder been

102,4 €/100 kg/net

5

 

0207 13 20

----- helften en kwarten

35,8 €/100 kg/net

5

 

0207 13 30

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 13 40

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 13 50

----- borsten en delen daarvan

60,2 €/100 kg/net

5

 

0207 13 60

----- dijen en delen daarvan

46,3 €/100 kg/net

5

 

0207 13 70

----- andere

100,8 €/100 kg/net

5

 

0207 13 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 14 10

---- zonder been

102,4 €/100 kg/net

5

 

0207 14 20

----- helften en kwarten

35,8 €/100 kg/net

5

 

0207 14 30

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 14 40

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 14 50

----- borsten en delen daarvan

60,2 €/100 kg/net

5

 

0207 14 60

----- dijen en delen daarvan

46,3 €/100 kg/net

5

 

0207 14 70

----- andere

100,8 €/100 kg/net

5

 

0207 14 91

---- levers

6,4

5

 

0207 14 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 24 10

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %)

34 €/100 kg/net

5

 

0207 24 90

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden

37,3 €/100 kg/net

5

 

0207 25 10

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %)

34 €/100 kg/net

5

 

0207 25 90

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden

37,3 €/100 kg/net

5

 

0207 26 10

---- zonder been

85,1 €/100 kg/net

5

 

0207 26 20

----- helften en kwarten

41 €/100 kg/net

5

 

0207 26 30

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 26 40

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 26 50

----- borsten en delen daarvan

67,9 €/100 kg/net

5

 

0207 26 60

------ onderdijen en delen daarvan

25,5 €/100 kg/net

5

 

0207 26 70

------ andere

46 €/100 kg/net

5

 

0207 26 80

----- andere

83 €/100 kg/net

5

 

0207 26 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 27 10

---- zonder been

85,1 €/100 kg/net

5

 

0207 27 20

----- helften en kwarten

41 €/100 kg/net

5

 

0207 27 30

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 27 40

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 27 50

----- borsten en delen daarvan

67,9 €/100 kg/net

5

 

0207 27 60

------ onderdijen en delen daarvan

25,5 €/100 kg/net

5

 

0207 27 70

------ andere

46 €/100 kg/net

5

 

0207 27 80

----- andere

83 €/100 kg/net

5

 

0207 27 91

---- levers

6,4

5

 

0207 27 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 41 20

--- geplukt, uitgebloed, ontdarmd maar niet schoongemaakt, met kop en met poten (zogenaamde eenden 85 %)

38 €/100 kg/net

5

 

0207 41 30

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %)

46,2 €/100 kg/net

5

 

0207 41 80

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden

51,3 €/100 kg/net

5

 

0207 42 30

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %)

46,2 €/100 kg/net

5

 

0207 42 80

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden

51,3 €/100 kg/net

5

 

0207 44 10

---- zonder been

128,3 €/100 kg/net

5

 

0207 44 21

----- helften en kwarten

56,4 €/100 kg/net

5

 

0207 44 31

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 44 41

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 44 51

----- borsten en delen daarvan

115,5 €/100 kg/net

5

 

0207 44 61

----- dijen en delen daarvan

46,3 €/100 kg/net

5

 

0207 44 71

----- zogenaamde eendenpaletots

66 €/100 kg/net

5

 

0207 44 81

----- andere

123,2 €/100 kg/net

5

 

0207 44 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 45 10

---- zonder been

128,3 €/100 kg/net

5

 

0207 45 21

----- helften en kwarten

56,4 €/100 kg/net

5

 

0207 45 31

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 45 41

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 45 51

----- borsten en delen daarvan

115,5 €/100 kg/net

5

 

0207 45 61

----- dijen en delen daarvan

46,3 €/100 kg/net

5

 

0207 45 71

----- zogenaamde eendenpaletots

66 €/100 kg/net

5

 

0207 45 81

----- andere

123,2 €/100 kg/net

5

 

0207 45 95

----- andere

6,4

5

 

0207 45 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 51 10

--- geplukt, uitgebloed, niet ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde ganzen 82 %)

45,1 €/100 kg/net

5

 

0207 51 90

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden

48,1 €/100 kg/net

5

 

0207 52 10

--- geplukt, uitgebloed, niet ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde ganzen 82 %)

45,1 €/100 kg/net

5

 

0207 52 90

--- geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden

48,1 €/100 kg/net

5

 

0207 54 10

---- zonder been

110,5 €/100 kg/net

5

 

0207 54 21

----- helften en kwarten

52,9 €/100 kg/net

5

 

0207 54 31

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 54 41

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 54 51

----- borsten en delen daarvan

86,5 €/100 kg/net

5

 

0207 54 61

----- dijen en delen daarvan

69,7 €/100 kg/net

5

 

0207 54 71

----- zogenaamde ganzenpaletots

66 €/100 kg/net

5

 

0207 54 81

----- andere

123,2 €/100 kg/net

5

 

0207 54 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 55 10

---- zonder been

110,5 €/100 kg/net

5

 

0207 55 21

----- helften en kwarten

52,9 €/100 kg/net

5

 

0207 55 31

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 55 41

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 55 51

----- borsten en delen daarvan

86,5 €/100 kg/net

5

 

0207 55 61

----- dijen en delen daarvan

69,7 €/100 kg/net

5

 

0207 55 71

----- zogenaamde ganzenpaletots

66 €/100 kg/net

5

 

0207 55 81

----- andere

123,2 €/100 kg/net

5

 

0207 55 95

----- andere

6,4

5

 

0207 55 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 60 05

-- niet in stukken gesneden, vers, gekoeld of bevroren

49,3 €/100 kg/net

5

 

0207 60 10

---- zonder been

128,3 €/100 kg/net

5

 

0207 60 21

----- helften en kwarten

54,2 €/100 kg/net

5

 

0207 60 31

----- hele vleugels, ook indien zonder spits

26,9 €/100 kg/net

5

 

0207 60 41

----- ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

18,7 €/100 kg/net

5

 

0207 60 51

----- borsten en delen daarvan

115,5 €/100 kg/net

5

 

0207 60 61

----- dijen en delen daarvan

46,3 €/100 kg/net

5

 

0207 60 81

----- andere

123,2 €/100 kg/net

5

 

0207 60 99

---- andere

18,7 €/100 kg/net

5

 

0209 10 11

--- vers, gekoeld, bevroren, gezouten of gepekeld

21,4 €/100 kg/net

5

 

0209 10 19

--- gedroogd of gerookt

23,6 €/100 kg/net

5

 

0209 10 90

-- varkensvet

12,9 €/100 kg/net

5

 

0209 90 00

- ander

41,5 €/100 kg/net

5

 

0210 11 11

----- hammen en delen daarvan

77,8 €/100 kg/net

5

 

0210 11 19

----- schouders en delen daarvan

60,1 €/100 kg/net

5

 

0210 11 31

----- hammen en delen daarvan

151,2 €/100 kg/net

5

 

0210 11 39

----- schouders en delen daarvan

119 €/100 kg/net

5

 

0210 12 11

---- gezouten of gepekeld

46,7 €/100 kg/net

5

 

0210 12 19

---- gedroogd of gerookt

77,8 €/100 kg/net

5

 

0210 19 10

----- halve baconvarkens en "spencers"

68,7 €/100 kg/net

5

 

0210 19 20

----- "3/4 sides" en "middles"

75,1 €/100 kg/net

5

 

0210 19 30

----- voorstukken en delen daarvan

60,1 €/100 kg/net

5

 

0210 19 40

----- karbonadestrengen en delen daarvan

86,9 €/100 kg/net

5

 

0210 19 50

----- ander

86,9 €/100 kg/net

5

 

0210 19 60

----- voorstukken en delen daarvan

119 €/100 kg/net

5

 

0210 19 70

----- karbonadestrengen en delen daarvan

149,6 €/100 kg/net

5

 

0210 19 81

------ zonder been

151,2 €/100 kg/net

5

 

0210 19 89

------ ander

151,2 €/100 kg/net

5

 

0210 20 10

-- met been

15,4 + 265,2 €/100 kg/net

5

 

0210 20 90

-- zonder been

15,4 + 303,4 €/100 kg/net

5

 

0210 92 91

---- vlees

130 €/100 kg/net

5

 

0210 92 99

---- meel en poeder, van vlees of van slachtafvallen

15,4 + 303,4 €/100 kg/net

5

 

0210 99 21

----- met been

222,7 €/100 kg/net

5

 

0210 99 29

----- zonder been

311,8 €/100 kg/net

5

 

0210 99 39

---- ander

130 €/100 kg/net

5

 

0210 99 41

----- levers

64,9 €/100 kg/net

5

 

0210 99 49

----- andere

47,2 €/100 kg/net

5

 

0210 99 51

----- longhaasjes en omlopen

15,4 + 303,4 €/100 kg/net

5

 

0210 99 90

--- meel en poeder, van vlees of van slachtafvallen

15,4 + 303,4 €/100 kg/net

5

 

0303 23 00

-- tilapia (Oreochromis spp.)

8

5

 

0303 24 00

-- katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

8

5

 

0303 29 00

-- andere

8

5

 

0303 32 00

-- schol (Pleuronectes platessa)

15

5

 

0303 41 90

--- andere

22

5

 

0303 42 90

--- andere

22

5

 

0303 43 90

--- andere

22

5

 

0303 44 90

--- andere

22

5

 

0303 45 18

---- andere

22

5

 

0303 45 99

---- andere

22

5

 

0303 46 90

--- andere

22

5

 

0303 49 85

--- andere

22

5

 

0303 53 10

--- sardines van de soort "Sardina pilchardus"

23

5

 

0303 53 30

--- sardines van het geslacht "Sardinops" en sardinella's (Sardinella spp.)

15

5

 

0303 54 90

--- van de soort "Scomber australasicus"

15

5

 

0303 57 00

-- zwaardvis (Xiphias gladius)

7,5

5

 

0303 64 00

-- schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

7,5

5

 

0303 65 00

-- koolvis (Pollachius virens)

7,5

5

 

0303 66 11

---- Kaapse heek (Merluccius capensis of Merluccius paradoxus)

15

5

 

0303 66 12

---- Argentijnse heek of Zuid-Amerikaanse heek (Merluccius hubbsi)

15

5

 

0303 66 13

---- Australische heek (Merluccius australis)

15

5

 

0303 66 19

---- andere

15

5

 

0303 66 90

--- van het geslacht "Urophycis"

15

5

 

0303 81 30

--- neushaai (Lamna nasus)

8

5

 

0303 81 90

--- andere

8

5

 

0303 83 00

-- Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

15

5

 

0303 84 10

--- zeebaars (Dicentrarchus labrax)

15

5

 

0303 89 10

--- zoetwatervis

8

5

 

0303 89 29

----- andere

22

5

 

0303 90 90

-- andere

10

5

 

0304 31 00

-- tilapia (Oreochromis spp.)

9

5

 

0304 32 00

-- katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

9

5

 

0304 33 00

-- nijlbaars (Lates niloticus)

9

5

 

0304 39 00

-- andere

9

5

 

0304 42 10

--- van de soort "Oncorhynchus mykiss", wegende meer dan 400 g per stuk

12

5

 

0304 42 50

--- van de soorten "Oncorhynchus apache" en "Oncorhynchus chrysogaster"

9

5

 

0304 42 90

--- andere

12

5

 

0304 43 00

-- platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae enCitharidae)

18

5

 

0304 44 10

--- kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) en vis van de soort "Boreogadus saida"

18

5

 

0304 44 30

--- koolvis (Pollachius virens)

18

5

 

0304 44 90

--- andere

18

5

 

0304 45 00

-- zwaardvis (Xiphias gladius)

18

5

 

0304 46 00

-- Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

18

5

 

0304 49 10

--- van zoetwatervis

9

5

 

0304 49 50

---- Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

18

5

 

0304 49 90

---- andere

18

5

 

0304 51 00

-- tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp)

8

5

 

0304 52 00

-- zalmachtigen (Salmonidae)

8

5

 

0304 53 00

-- vis die behoort tot een der families "Bregmacerotidae", "Euclichthyidae", "Gadidae", "Macrouridae", "Melanonidae", "Merlucciidae", "Moridae" en "Muraenolepididae"

15

5

 

0304 54 00

-- zwaardvis (Xiphias gladius)

15

5

 

0304 55 00

-- Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

15

5

 

0304 59 10

--- zoetwatervis

8

5

 

0304 59 90

---- ander

15

5

 

0304 61 00

-- tilapia (Oreochromis spp.)

9

X

 

0304 62 00

-- katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

9

X

 

0304 84 00

-- zwaardvis (Xiphias gladius)

7,5

5

 

0304 87 00

-- tonijn (van het geslacht "Thunnus") en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)

18

5

 

0304 89 30

---- vis van het geslacht "Euthynnus", andere dan boniet bedoeld bij onderverdeling 03048700

18

5

 

0304 89 51

----- doornhaai en hondshaai (Squalus acanthias, Scyliorhinus spp.)

7,5

5

 

0304 89 55

----- neushaai (Lamna nasus)

7,5

5

 

0304 89 59

----- andere haaiensoorten

7,5

5

 

0304 92 00

-- Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

7,5

5

 

0304 93 10

--- surimi

14,2

5

 

0304 93 90

--- ander

8

5

 

0304 94 10

--- surimi

14,2

5

 

0304 94 90

--- ander

7,5

5

 

0304 95 10

--- surimi

14,2

5

 

0304 95 21

----- kabeljauw van de soort "Gadus macrocephalus"

7,5

5

 

0304 95 25

----- kabeljauw van de soort "Gadus morhua"

7,5

5

 

0304 95 29

----- ander

7,5

5

 

0304 95 30

---- schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

7,5

5

 

0304 95 40

---- koolvis (Pollachius virens)

7,5

5

 

0304 95 50

---- van het geslacht "Merluccius"

7,5

5

 

0304 95 60

---- blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Gadus poutassou)

7,5

5

 

0304 95 90

---- ander

7,5

5

 

0304 99 10

--- surimi

14,2

5

 

0304 99 21

---- zoetwatervis

8

5

 

0304 99 29

----- Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

8

5

 

0304 99 55

----- schartong (Lepidorhombus spp.)

15

5

 

0304 99 61

----- braam (Brama spp.)

15

5

 

0304 99 65

----- zeeduivel (Lophius spp.)

7,5

5

 

0304 99 99

----- ander

7,5

5

 

0305 10 00

- meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie

13

5

 

0305 20 00

- vislevers, hom en kuit, gedroogd, gerookt, gezouten of gepekeld

11

5

 

0305 31 00

-- tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp)

16

5

 

0305 32 11

---- kabeljauw van de soort "Gadus macrocephalus"

16

5

 

0305 32 19

---- andere

20

5

 

0305 32 90

--- andere

16

5

 

0305 39 10

--- Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), gezouten of gepekeld

15

5

 

0305 39 50

--- zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides), gezouten of gepekeld

15

5

 

0305 39 90

--- andere

16

5

 

0305 41 00

-- Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

13

5

 

0305 42 00

-- haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

10

5

 

0305 43 00

-- forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

14

5

 

0305 44 10

--- paling of aal (Anguilla spp.)

14

5

 

0305 44 90

--- andere

14

5

 

0305 49 10

--- zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides)

15

5

 

0305 49 20

--- Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

16

5

 

0305 49 30

--- makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus)

14

5

 

0305 49 80

--- andere

14

5

 

0305 51 10

--- gedroogd, ongezouten

13

5

 

0305 51 90

--- gedroogd, gezouten

13

5

 

0305 61 00

-- haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

12

5

 

0305 62 00

-- kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

13

5

 

0305 63 00

-- ansjovis (Engraulis spp.)

10

5

 

0305 64 00

-- tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp)

12

5

 

0305 69 10

--- vis van de soort "Boreogadus saida"

13

5

 

0305 69 30

--- Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

15

5

 

0305 69 50

--- Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

11

5

 

0305 69 80

--- andere

12

5

 

0305 71 10

--- gerookt

14

5

 

0306 11 05

--- gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

20

5

 

0306 11 10

---- staarten van langoesten

12,5

5

 

0306 11 90

---- andere

12,5

5

 

0306 12 10

---- in gehele staat

6

5

 

0306 12 90

---- andere

16

5

 

0306 14 10

---- van de soorten "Paralithodes camchaticus" en "Callinectes sapidus" en van het geslacht "Chionoecetes"

7,5

5

 

0306 14 30

---- Noordzeekrabben (Cancer pagurus)

7,5

5

 

0306 14 90

---- andere

7,5

5

 

0306 15 10

--- gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

20

5

 

0306 15 90

--- andere

12

5

 

0306 16 91

---- garnalen van de soort "Crangon crangon"

18

5

 

0306 16 99

---- andere

12

5

 

0306 17 91

---- roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris)

12

5

 

0306 17 92

---- garnalen van het geslacht "Penaeus"

12

5

 

0306 17 93

---- garnalen van de familie "Pandalidae", andere dan het geslacht "Pandalus"

12

5

 

0306 17 94

---- garnalen van het geslacht "Crangon", andere dan de soort "Crangon crangon"

18

5

 

0306 17 99

---- andere

12

5

 

0306 19 05

--- gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

20

5

 

0306 19 10

---- rivierkreeften

7,5

5

 

0306 19 90

---- andere

12

5

 

0306 21 10

--- gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

20

5

 

0306 21 90

--- andere

12,5

5

 

0306 22 10

--- levende

8

5

 

0306 22 91

----- in gehele staat

8

5

 

0306 22 99

----- andere

10

5

 

0306 24 30

---- Noordzeekrabben (Cancer pagurus)

7,5

5

 

0306 24 80

---- andere

7,5

5

 

0306 25 10

--- gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

20

5

 

0306 25 90

--- andere

12

5

 

0306 26 90

---- andere

12

5

 

0306 27 99

---- andere

12

5

 

0306 29 05

--- gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

20

5

 

0306 29 10

---- rivierkreeften

7,5

5

 

0306 29 90

---- andere

12

5

 

0307 11 90

--- andere

9

5

 

0307 19 90

--- andere

9

5

 

0307 21 00

-- levend, vers of gekoeld

8

5

 

0307 29 10

---- jakobsschelpen (Pecten maximus), bevroren

8

5

 

0307 29 90

---- andere

8

5

 

0307 31 10

--- van het geslacht "Mytilus"

10

5

 

0307 31 90

--- van het geslacht "Perna"

8

5

 

0307 39 10

---- van het geslacht "Mytilus"

10

5

 

0307 39 90

---- van het geslacht "Perna"

8

5

 

0307 41 10

--- inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.)

8

5

 

0307 41 91

---- van het geslacht "Loligo" of van de soort "Ommastrephes sagittatus"

6

5

 

0307 41 99

---- andere

8

5

 

0307 51 00

-- levend, vers of gekoeld

8

5

 

0307 59 10

---- bevroren

8

5

 

0307 59 90

---- andere

8

5

 

0307 71 00

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0307 79 30

--- tapijtschelp of andere soorten van de familie "Veneridae", bevroren

8

5

 

0307 81 00

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0307 91 00

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0307 99 11

---- van het geslacht "Illex"

8

5

 

0308 11 00

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0308 21 00

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0308 30 10

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0308 90 10

-- levend, vers of gekoeld

11

5

 

0401 10 10

-- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

13,8 €/100 kg/net

5

 

0401 10 90

-- andere

12,9 €/100 kg/net

5

 

0401 20 11

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

18,8 €/100 kg/net

5

 

0401 20 19

--- andere

17,9 €/100 kg/net

5

 

0401 20 91

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

22,7 €/100 kg/net

5

 

0401 20 99

--- andere

21,8 €/100 kg/net

5

 

0401 40 10

-- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

57,5 €/100 kg/net

5

 

0401 40 90

-- andere

56,6 €/100 kg/net

5

 

0401 50 11

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

57,5 €/100 kg/net

5

 

0401 50 19

--- andere

56,6 €/100 kg/net

5

 

0401 50 31

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

110 €/100 kg/net

5

 

0401 50 39

--- andere

109,1 €/100 kg/net

5

 

0401 50 91

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

183,7 €/100 kg/net

5

 

0401 50 99

--- andere

182,8 €/100 kg/net

5

 

0402 10 11

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

125,4 €/100 kg/net

5

 

0402 10 19

--- andere

118,8 €/100 kg/net

5

 

0402 10 91

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

1,19 €/kg + 27,5 €/100 kg/net

5

 

0402 10 99

--- andere

1,19 €/kg + 21 €/100 kg/net

5

 

0402 21 11

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

135,7 €/100 kg/net

5

 

0402 21 18

---- andere

130,4 €/100 kg/net

5

 

0402 21 91

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

167,2 €/100 kg/net

5

 

0402 21 99

---- andere

161,9 €/100 kg/net

5

 

0402 29 11

---- melk voor zuigelingen, luchtdicht verpakt in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 500 g en met een vetgehalte van meer dan 10 gewichtspercenten

1,31 €/kg + 22 €/100 kg/net

5

 

0402 29 15

----- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

1,31 €/kg + 22 €/100 kg/net

5

 

0402 29 19

----- andere

1,31 €/kg + 16,8 €/100 kg/net

5

 

0402 29 91

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

1,62 €/kg + 22 €/100 kg/net

5

 

0402 29 99

---- andere

1,62 €/kg + 16,8 €/100 kg/net

5

 

0402 91 10

--- met een vetgehalte van niet meer dan 8 gewichtspercenten

34,7 €/100 kg/net

5

 

0402 91 30

--- met een vetgehalte van meer dan 8 doch niet meer dan 10 gewichtspercenten

43,4 €/100 kg/net

5

 

0402 91 51

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

110 €/100 kg/net

5

 

0402 91 59

---- andere

109,1 €/100 kg/net

5

 

0402 91 91

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

183,7 €/100 kg/net

5

 

0402 91 99

---- andere

182,8 €/100 kg/net

5

 

0402 99 10

--- met een vetgehalte van niet meer dan 9,5 gewichtspercenten

57,2 €/100 kg/net

5

 

0402 99 31

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

1,08 €/kg + 19,4 €/100 kg/net

5

 

0402 99 39

---- andere

1,08 €/kg + 18,5 €/100 kg/net

5

 

0402 99 91

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

1,81 €/kg + 19,4 €/100 kg/net

5

 

0402 99 99

---- andere

1,81 €/kg + 18,5 €/100 kg/net

5

 

0403 10 11

---- van niet meer dan 3 gewichtspercenten

20,5 €/100 kg/net

5

 

0403 10 13

---- van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

24,4 €/100 kg/net

5

 

0403 10 19

---- van meer dan 6 gewichtspercenten

59,2 €/100 kg/net

5

 

0403 10 31

---- van niet meer dan 3 gewichtspercenten

0,17 €/kg + 21,1 €/100 kg/net

5

 

0403 10 33

---- van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

0,20 €/kg + 21,1 €/100 kg/net

5

 

0403 10 39

---- van meer dan 6 gewichtspercenten

0,54 €/kg + 21,1 €/100 kg/net

5

 

0403 10 51

---- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

8,3 + 95 €/100 kg/net

5

 

0403 10 53

---- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

8,3 + 130,4 €/100 kg/net

5

 

0403 10 59

---- van meer dan 27 gewichtspercenten

8,3 + 168,8 €/100 kg/net

5

 

0403 10 91

---- van niet meer dan 3 gewichtspercenten

8,3 + 12,4 €/100 kg/net

5

 

0403 10 93

---- van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

8,3 + 17,1 €/100 kg/net

5

 

0403 10 99

---- van meer dan 6 gewichtspercenten

8,3 + 26,6 €/100 kg/net

5

 

0403 90 11

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

100,4 €/100 kg/net

5

 

0403 90 13

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

135,7 €/100 kg/net

5

 

0403 90 19

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

167,2 €/100 kg/net

5

 

0403 90 31

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,95 €/kg + 22 €/100 kg/net

5

 

0403 90 33

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

1,31 €/kg + 22 €/100 kg/net

5

 

0403 90 39

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

1,62 €/kg + 22 €/100 kg/net

5

 

0403 90 51

----- van niet meer dan 3 gewichtspercenten

20,5 €/100 kg/net

5

 

0403 90 53

----- van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

24,4 €/100 kg/net

5

 

0403 90 59

----- van meer dan 6 gewichtspercenten

59,2 €/100 kg/net

5

 

0403 90 61

----- van niet meer dan 3 gewichtspercenten

0,17 €/kg + 21,1 €/100 kg/net

5

 

0403 90 63

----- van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

0,20 €/kg + 21,1 €/100 kg/net

5

 

0403 90 69

----- van meer dan 6 gewichtspercenten

0,54 €/kg + 21,1 €/100 kg/net

5

 

0403 90 71

---- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

8,3 + 95 €/100 kg/net

5

 

0403 90 73

---- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

8,3 + 130,4 €/100 kg/net

5

 

0403 90 79

---- van meer dan 27 gewichtspercenten

8,3 + 168,8 €/100 kg/net

5

 

0403 90 91

---- van niet meer dan 3 gewichtspercenten

8,3 + 12,4 €/100 kg/net

5

 

0403 90 93

---- van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

8,3 + 17,1 €/100 kg/net

5

 

0403 90 99

---- van meer dan 6 gewichtspercenten

8,3 + 26,6 €/100 kg/net

5

 

0404 10 02

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

7 €/100 kg/net

5

 

0404 10 04

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

135,7 €/100 kg/net

5

 

0404 10 06

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

167,2 €/100 kg/net

5

 

0404 10 12

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

100,4 €/100 kg/net

5

 

0404 10 14

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

135,7 €/100 kg/net

5

 

0404 10 16

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

167,2 €/100 kg/net

5

 

0404 10 26

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,07 €/kg/net + 16,8 €/100 kg/net

5

 

0404 10 28

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

1,31 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 32

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

1,62 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 34

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,95 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 36

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

1,31 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 38

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

1,62 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 48

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,07 €/kg/net

5

 

0404 10 52

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

135,7 €/100 kg/net

5

 

0404 10 54

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

167,2 €/100 kg/net

5

 

0404 10 56

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

100,4 €/100 kg/net

5

 

0404 10 58

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

135,7 €/100 kg/net

5

 

0404 10 62

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

167,2 €/100 kg/net

5

 

0404 10 72

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,07 €/kg/net + 16,8 €/100 kg/net

5

 

0404 10 74

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

1,31 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 76

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

1,62 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 78

----- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,95 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 82

----- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

1,31 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 10 84

----- van meer dan 27 gewichtspercenten

1,62 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 90 21

--- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

100,4 €/100 kg/net

5

 

0404 90 23

--- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

135,7 €/100 kg/net

5

 

0404 90 29

--- van meer dan 27 gewichtspercenten

167,2 €/100 kg/net

5

 

0404 90 81

--- van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0,95 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 90 83

--- van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

1,31 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0404 90 89

--- van meer dan 27 gewichtspercenten

1,62 €/kg/net + 22 €/100 kg/net

5

 

0405 10 11

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

189,6 €/100 kg/net

5

 

0405 10 19

---- andere

189,6 €/100 kg/net

5

 

0405 10 30

--- gerecombineerde boter

189,6 €/100 kg/net

5

 

0405 10 50

--- weiboter

189,6 €/100 kg/net

5

 

0405 10 90

-- andere

231,3 €/100 kg/net

5

 

0405 20 10

-- met een vetgehalte van 39 of meer gewichtspercenten doch minder dan 60 gewichtspercenten

9 + EA

5

 

0405 20 30

-- met een vetgehalte van 60 of meer gewichtspercenten doch niet meer dan 75 gewichtspercenten

9 + EA

5

 

0405 20 90

-- met een vetgehalte van meer dan 75 doch minder dan 80 gewichtspercenten

189,6 €/100 kg/net

5

 

0405 90 10

-- met een vetgehalte van 99,3 of meer gewichtspercenten en een vochtgehalte van niet meer dan 0,5 gewichtspercent

231,3 €/100 kg/net

5

 

0405 90 90

-- andere

231,3 €/100 kg/net

5

 

0406 90 86

-------- van meer dan 47 doch niet meer dan 52 gewichtspercenten

151 €/100 kg/net

5

 

0406 90 87

-------- van meer dan 52 doch niet meer dan 62 gewichtspercenten

151 €/100 kg/net

5

 

0406 90 88

-------- van meer dan 62 doch niet meer dan 72 gewichtspercenten

151 €/100 kg/net

5

 

0406 90 93

------ van meer dan 72 gewichtspercenten

185,2 €/100 kg/net

5

 

0406 90 99

----- andere

221,2 €/100 kg/net

5

 

0407 11 00

-- van kippen

35 €/1 000 p/st

5

 

0407 19 11

---- van kalkoenen of van ganzen

105 €/1 000 p/st

5

 

0407 19 19

---- andere

35 €/1 000 p/st

5

 

0407 21 00

-- van kippen

30,4 €/100 kg/net

5

 

0407 29 10

--- van pluimvee, andere dan van kippen

30,4 €/100 kg/net

5

 

0407 90 10

-- van pluimvee

30,4 €/100 kg/net

5

 

0408 11 80

--- ander

142,3 €/100 kg/net

5

 

0408 19 81

---- vloeibaar

62 €/100 kg/net

5

 

0408 19 89

---- ander, inclusief bevroren

66,3 €/100 kg/net

5

 

0408 91 80

--- andere

137,4 €/100 kg/net

5

 

0408 99 80

--- andere

35,3 €/100 kg/net

5

 

0409 00 00

Natuurhoning

17,3

3

 

0602 90 10

-- champignonbroed

8,3

3

 

0602 90 50

---- andere planten voor de open grond

8,3

3

 

0602 90 99

----- andere

6,5

3

 

0604 90 99

--- andere

10,9

3

 

0702 00 00

Tomaten, vers of gekoeld

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0703 20 00

- knoflook

9,6 + 120 €/100 kg/net

5

 

0704 90 10

-- wittekool en rodekool

12 MIN 0,4 €/100 kg/net

5

 

0707 00 05

- komkommers

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0709 91 00

-- artisjokken

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0709 92 90

--- andere

13,1 €/100 kg/net

5

 

0709 93 10

--- kleine pompoenen (zogenaamde courgettes)

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0710 40 00

- suikermais

5,1 + 9,4 €/100 kg/net

5

 

0711 20 90

-- andere

13,1 €/100 kg/net

5

 

0711 51 00

-- paddenstoelen van het geslacht "Agaricus"

9,6 + 191 €/100 kg/net eda

5

 

0711 90 30

--- suikermais

5,1 + 9,4 €/100 kg/net

5

 

0712 90 19

--- andere

9,4 €/100 kg/net

5

 

0714 10 00

- maniokwortel

9,5 €/100 kg/net

5

 

0714 20 90

-- andere

6,4 €/100 kg/net

5

 

0714 30 00

- yams (Dioscorea spp.)

9,5 €/100 kg/net

5

 

0714 40 00

- taro (Colocasia spp.)

9,5 €/100 kg/net

5

 

0714 50 00

- yautia (Xanthosoma spp.)

9,5 €/100 kg/net

5

 

0714 90 20

-- arrowroot (pijlwortel), salepwortel en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel

9,5 €/100 kg/net

5

 

0802 11 90

--- andere

5,6

3

 

0803 90 10

-- vers

176 €/1 000 kg/net

5

 

0805 10 20

-- andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0805 20 10

-- clementines

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0805 20 30

-- monreales en satsuma's

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0805 20 50

-- mandarijnen en wilkings

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0805 20 70

-- tangerines

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0805 20 90

-- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0805 50 10

-- citroenen (Citrus limon, Citrus limonum)

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0806 10 10

-- voor tafelgebruik

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0808 10 10

-- persappelen, los verladen, van 16 september tot en met 15 december

7,2 MIN 0,36 €/100 kg/net

5

 

0808 10 80

-- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0808 30 10

-- persperen, los verladen, van 1 augustus tot en met 31 december

7,2 MIN 0,36 €/100 kg/net

5

 

0808 30 90

-- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0809 10 00

- abrikozen

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0809 21 00

-- zure kersen (Prunus cerasus)

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0809 29 00

-- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0809 30 10

-- nectarines

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0809 30 90

-- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0809 40 05

-- pruimen

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

0811 10 11

--- met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

20,8 + 8,4 €/100 kg/net

5

 

0811 20 11

--- met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

20,8 + 8,4 €/100 kg/net

5

 

0811 90 11

---- tropische vruchten en tropische noten

13 + 5,3 €/100 kg/net

5

 

0811 90 19

---- andere

20,8 + 8,4 €/100 kg/net

5

 

1001 11 00

-- zaaigoed

148 €/t

5

 

1001 19 00

-- andere

148 €/t

5

 

1001 91 20

--- zachte tarwe en mengkoren

95 €/t

5

 

1001 91 90

--- andere

95 €/t

5

 

1001 99 00

-- andere

95 €/t

5

 

1002 10 00

- zaaigoed

93 €/t

5

 

1002 90 00

- andere

93 €/t

5

 

1003 10 00

- zaaigoed

93 €/t

5

 

1003 90 00

- andere

93 €/t

5

 

1004 10 00

- zaaigoed

89 €/t

5

 

1004 90 00

- andere

89 €/t

5

 

1005 10 90

-- andere

94 €/t

5

 

1005 90 00

- andere

94 €/t

5

 

1006 10 10

-- zaaigoed

7,7

3

 

1006 10 21

---- rondkorrelige rijst

211 €/t

5

 

1006 10 23

---- halflangkorrelige rijst

211 €/t

5

 

1006 10 25

----- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

211 €/t

5

 

1006 10 27

----- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

211 €/t

5

 

1006 10 92

---- rondkorrelige rijst

211 €/t

5

 

1006 10 94

---- halflangkorrelige rijst

211 €/t

5

 

1006 10 96

----- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

211 €/t

5

 

1006 10 98

----- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

211 €/t

5

 

1006 20 11

--- rondkorrelige rijst

65 €/t

5

 

1006 20 13

--- halflangkorrelige rijst

65 €/t

5

 

1006 20 15

---- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

65 €/t

5

 

1006 20 17

---- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

65 €/t

5

 

1006 20 92

--- rondkorrelige rijst

65 €/t

5

 

1006 20 94

--- halflangkorrelige rijst

65 €/t

5

 

1006 20 96

---- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

65 €/t

5

 

1006 20 98

---- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

65 €/t

5

 

1006 30 21

---- rondkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 23

---- halflangkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 25

----- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 27

----- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 42

---- rondkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 44

---- halflangkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 46

----- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 48

----- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 61

---- rondkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 63

---- halflangkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 65

----- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 67

----- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 92

---- rondkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 94

---- halflangkorrelige rijst

175 €/t

5

 

1006 30 96

----- waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

175 €/t

5

 

1006 30 98

----- waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

175 €/t

5

 

1006 40 00

- breukrijst

128 €/t

5

 

1007 10 90

-- andere

94 €/t

5

 

1007 90 00

- andere

94 €/t

5

 

1008 10 00

- boekweit

37 €/t

5

 

1008 21 00

-- zaaigoed

56 €/t

5

 

1008 29 00

-- andere

56 €/t

5

 

1008 40 00

- fonio (Digitaria spp.)

37 €/t

5

 

1008 50 00

- quinoa (Chenopodium quinoa)

37 €/t

5

 

1008 60 00

- triticale

93 €/t

5

 

1008 90 00

- andere granen

37 €/t

5

 

1101 00 11

-- van harde tarwe ("durum")

172 €/t

5

 

1101 00 15

-- van zachte tarwe en spelt

172 €/t

5

 

1101 00 90

- van mengkoren

172 €/t

5

 

1102 20 10

-- waarvan het gehalte aan vetstoffen niet meer dan 1,5 gewichtspercent bedraagt

173 €/t

5

 

1102 20 90

-- ander

98 €/t

5

 

1102 90 10

-- van gerst

171 €/t

5

 

1102 90 30

-- van haver

164 €/t

5

 

1102 90 50

-- rijstmeel

138 €/t

5

 

1102 90 70

-- roggemeel

168 €/t

5

 

1102 90 90

-- ander

98 €/t

5

 

1103 11 10

--- van harde tarwe ("durum")

267 €/t

5

 

1103 11 90

--- van zachte tarwe en spelt

186 €/t

5

 

1103 13 10

--- waarvan het gehalte aan vetstoffen niet meer dan 1,5 gewichtspercent bedraagt

173 €/t

5

 

1103 13 90

--- ander

98 €/t

5

 

1103 19 20

--- van rogge of van gerst

171 €/t

5

 

1103 19 40

--- van haver

164 €/t

5

 

1103 19 50

--- van rijst

138 €/t

5

 

1103 19 90

--- ander

98 €/t

5

 

1103 20 25

-- van rogge of van gerst

171 €/t

5

 

1103 20 30

-- van haver

164 €/t

5

 

1103 20 40

-- van mais

173 €/t

5

 

1103 20 50

-- van rijst

138 €/t

5

 

1103 20 60

-- van tarwe

175 €/t

5

 

1103 20 90

-- andere

98 €/t

5

 

1104 12 10

--- geplet

93 €/t

5

 

1104 12 90

--- vlokken

182 €/t

5

 

1104 19 10

--- van tarwe

175 €/t

5

 

1104 19 30

--- van rogge

171 €/t

5

 

1104 19 50

--- van mais

173 €/t

5

 

1104 19 61

---- geplet

97 €/t

5

 

1104 19 69

---- vlokken

189 €/t

5

 

1104 19 91

---- vlokken van rijst

234 €/t

5

 

1104 19 99

---- andere

173 €/t

5

 

1104 22 40

--- gepeld, al dan niet gesneden of gebroken

162 €/t

5

 

1104 22 50

--- gepareld

145 €/t

5

 

1104 22 95

--- andere

93 €/t

5

 

1104 23 40

--- gepeld, al dan niet gesneden of gebroken; gepareld

152 €/t

5

 

1104 23 98

--- andere

98 €/t

5

 

1104 29 04

---- gepeld, al dan niet gesneden of gebroken

150 €/t

5

 

1104 29 05

---- gepareld

236 €/t

5

 

1104 29 08

---- andere

97 €/t

5

 

1104 29 17

---- gepeld, al dan niet gesneden of gebroken

129 €/t

5

 

1104 29 30

---- gepareld

154 €/t

5

 

1104 29 51

----- van tarwe

99 €/t

5

 

1104 29 55

----- van rogge

97 €/t

5

 

1104 29 59

----- andere

98 €/t

5

 

1104 29 81

----- van tarwe

99 €/t

5

 

1104 29 85

----- van rogge

97 €/t

5

 

1104 29 89

----- andere

98 €/t

5

 

1104 30 10

-- van tarwe

76 €/t

5

 

1104 30 90

-- van andere granen

75 €/t

5

 

1106 10 00

- van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 0713

7,7

3

 

1106 20 10

-- gedenatureerd

95 €/t

5

 

1106 20 90

-- ander

166 €/t

5

 

1107 10 11

--- in de vorm van meel

177 €/t

5

 

1107 10 19

--- ander

134 €/t

5

 

1107 10 91

--- in de vorm van meel

173 €/t

5

 

1107 10 99

--- ander

131 €/t

5

 

1107 20 00

- gebrand

152 €/t

5

 

1108 11 00

-- tarwezetmeel

224 €/t

5

 

1108 12 00

-- maiszetmeel

166 €/t

5

 

1108 13 00

-- aardappelzetmeel

166 €/t

5

 

1108 14 00

-- maniokzetmeel (cassave)

166 €/t

5

 

1108 19 10

--- rijstzetmeel

216 €/t

5

 

1108 19 90

--- ander

166 €/t

5

 

1109 00 00

Tarwegluten, ook indien gedroogd

512 €/t

5

 

1209 10 00

- suikerbietenzaad

8,3

3

 

1212 91 20

--- gedroogd, ook indien in poedervorm

23 €/100 kg/net

5

 

1212 91 80

--- andere

6,7 €/100 kg/net

5

 

1212 93 00

-- suikerriet

4,6 €/100 kg/net

5

 

1212 99 49

---- andere

5,8

3

 

1501 10 90

-- andere

17,2 €/100 kg/net

5

 

1501 20 90

-- ander

17,2 €/100 kg/net

5

 

1509 10 10

-- lampolie

122,6 €/100 kg/net

5

 

1509 10 90

-- andere

124,5 €/100 kg/net

5

 

1509 90 00

- andere

134,6 €/100 kg/net

5

 

1510 00 10

- ruwe olie

110,2 €/100 kg/net

5

 

1510 00 90

- andere

160,3 €/100 kg/net

5

 

1511 90 11

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

12,8

3

 

1511 90 19

--- andere

10,9

3

 

1511 90 91

--- voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

5,1

3

 

1511 90 99

--- andere

9

3

 

1513 21 30

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

12,8

3

 

1513 21 90

---- andere

6,4

3

 

1513 29 11

---- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

12,8

3

 

1513 29 19

---- andere

10,9

3

 

1513 29 30

---- voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

5,1

3

 

1513 29 50

----- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

12,8

3

 

1513 29 90

----- andere

9,6

3

 

1517 10 10

-- met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

8,3 + 28,4 €/100 kg/net

5

 

1517 90 10

-- met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

8,3 + 28,4 €/100 kg/net

5

 

1522 00 31

--- soapstocks

29,9 €/100 kg/net

5

 

1522 00 39

--- andere

47,8 €/100 kg/net

5

 

1601 00 91

-- gedroogde worst en smeerworst, niet gekookt en niet gebakken

149,4 €/100 kg/net

5

 

1601 00 99

-- andere

100,5 €/100 kg/net

5

 

1602 10 00

- gehomogeniseerde bereidingen

16,6

3

 

1602 20 10

-- van ganzen of van eenden

10,2

3

 

1602 20 90

-- andere

16

3

 

1602 31 11

---- uitsluitend niet-gekookt en niet-gebakken vlees van kalkoenen bevattend

102,4 €/100 kg/net

3

 

1602 31 19

---- andere

102,4 €/100 kg/net

3

 

1602 31 80

--- andere

102,4 €/100 kg/net

3

 

1602 32 11

---- niet gekookt en niet gebakken

86,7 €/100 kg/net

3

 

1602 32 19

---- andere

102,4 €/100 kg/net

3

 

1602 32 30

--- 25 of meer doch minder dan 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend

10,9

3

 

1602 32 90

--- andere

10,9

3

 

1602 39 21

---- niet gekookt en niet gebakken

86,7 €/100 kg/net

3

 

1602 39 29

---- andere

10,9

3

 

1602 39 85

--- andere

10,9

3

 

1602 41 10

--- van varkens (huisdieren)

156,8 €/100 kg/net

5

 

1602 42 10

--- van varkens (huisdieren)

129,3 €/100 kg/net

5

 

1602 49 11

----- karbonadestrengen (uitgezonderd halskarbonades) en delen daarvan, mengsels van karbonadestreng en ham daaronder begrepen

156,8 €/100 kg/net

5

 

1602 49 13

----- halskarbonades en delen daarvan, mengsels van halskarbonade en schouder daaronder begrepen

129,3 €/100 kg/net

5

 

1602 49 15

----- andere mengsels die ham, schouder, karbonadestreng of halskarbonade, alsmede delen daarvan bevatten

129,3 €/100 kg/net

5

 

1602 49 19

----- andere

85,7 €/100 kg/net

5

 

1602 49 30

---- 40 of meer doch minder dan 80 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, spek en vet ongeacht van welke aard of herkomst daaronder begrepen, bevattend

75 €/100 kg/net

5

 

1602 49 50

---- minder dan 40 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, spek en vet ongeacht van welke aard of herkomst daaronder begrepen, bevattend

54,3 €/100 kg/net

5

 

1602 50 10

-- niet gekookt en niet gebakken; mengsels van gekookt of gebakken met niet gekookt en niet gebakken

303,4 €/100 kg/net

5

 

1602 90 51

---- vlees of slachtafvallen van varkens (huisdieren) bevattend

85,7 €/100 kg/net

5

 

1602 90 61

------ niet gekookt en niet gebakken; mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen met niet-gekookt en niet-gebakken vlees of niet-gekookte en niet-gebakken slachtafvallen

303,4 €/100 kg/net

5

 

1604 11 00

-- zalm

5,5

5

 

1604 12 10

--- filets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren

15

5

 

1604 12 91

---- in luchtdichte verpakkingen

20

5

 

1604 12 99

---- andere

20

5

 

1604 13 11

---- in olijfolie

12,5

5

 

1604 13 19

---- andere

12,5

5

 

1604 13 90

--- andere

12,5

5

 

1604 14 11

---- in plantaardige olie

24

X

 

1604 14 16

----- filets, zogenaamde "loins"

24

X

 

1604 14 18

----- andere

24

X

 

1604 14 90

--- bonito (Sarda spp.)

25

X

 

1604 15 11

---- filets

25

5

 

1604 15 19

---- andere

25

5

 

1604 15 90

--- van de soort "Scomber australasicus"

20

5

 

1604 16 00

-- ansjovis

25

5

 

1604 17 00

-- paling of aal

20

5

 

1604 19 10

--- zalmvissen, andere dan zalm

7

5

 

1604 19 31

---- filets, zogenaamde "loins"

24

5

 

1604 19 39

---- andere

24

5

 

1604 19 50

--- vis van de soort "Orcynopsis unicolor"

12,5

5

 

1604 19 91

---- filets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren

7,5

5

 

1604 19 92

----- kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

20

5

 

1604 19 93

----- koolvis (Pollachius virens)

20

5

 

1604 19 94

----- heek (Merluccius spp., Urophycis spp.)

20

5

 

1604 19 95

----- Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma) en witte koolvis, pollak of vlaswijting (Pollachius pollachius)

20

5

 

1604 19 97

----- andere

20

5

 

1604 20 05

-- bereidingen van surimi

20

X

 

1604 20 10

--- van zalm

5,5

5

 

1604 20 70

--- van tonijn, van boniet en van andere vis van het geslacht "Euthynnus"

24

X

 

1604 31 00

-- kaviaar

20

5

 

1604 32 00

-- kaviaarsurrogaten

20

5

 

1605 40 00

- andere schaaldieren

20

5

 

1701 12 10

--- bestemd om te worden geraffineerd

33,9 €/100 kg/net

5

 

1701 12 90

--- andere

41,9 €/100 kg/net

5

 

1701 13 10

--- bestemd om te worden geraffineerd

33,9 €/100 kg/net

5

 

1701 13 90

--- andere

41,9 €/100 kg/net

5

 

1701 14 10

--- bestemd om te worden geraffineerd

33,9 €/100 kg/net

5

 

1701 14 90

--- andere

41,9 €/100 kg/net

5

 

1701 91 00

-- gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen

41,9 €/100 kg/net

5

 

1701 99 10

--- witte suiker

41,9 €/100 kg/net

5

 

1701 99 90

--- andere

41,9 €/100 kg/net

5

 

1702 11 00

-- bevattende 99 of meer gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in kristalwatervrije lactose, berekend op de droge stof

14 €/100 kg/net

5

 

1702 19 00

-- andere

14 €/100 kg/net

5

 

1702 20 10

-- ahornsuiker in vaste vorm, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen

0,4 €/100 kg/net (per 1 gewichtspercent sacharose.)

5

 

1702 30 10

-- isoglucose

50,7 €/100 kg/net mas

5

 

1702 30 50

--- in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd

26,8 €/100 kg/net

5

 

1702 30 90

--- andere

20 €/100 kg/net

5

 

1702 40 10

-- isoglucose

50,7 €/100 kg/net mas

5

 

1702 40 90

-- andere

20 €/100 kg/net

5

 

1702 50 00

- chemisch zuivere fructose

16 + 50,7 €/100 kg/net mas

X

 

1702 60 10

-- isoglucose

50,7 €/100 kg/net mas

5

 

1702 60 80

-- inulinestroop

0,4 €/100 kg/net (per 1 gewichtspercent sacharose.)

5

 

1702 60 95

-- andere

0,4 €/100 kg/net (per 1 gewichtspercent sacharose.)

5

 

1702 90 30

-- isoglucose

50,7 €/100 kg/net mas

5

 

1702 90 50

-- maltodextrine en maltodextrinestroop

20 €/100 kg/net

5

 

1702 90 71

--- bevattende, in droge toestand, 50 of meer gewichtspercenten sacharose

0,4 €/100 kg/net (per 1 gewichtspercent sacharose.)

5

 

1702 90 75

---- in poeder, ook indien geagglomereerd

27,7 €/100 kg/net

5

 

1702 90 79

---- andere

19,2 €/100 kg/net

5

 

1702 90 80

-- inulinestroop

0,4 €/100 kg/net (per 1 gewichtspercent sacharose.)

5

 

1702 90 95

-- andere

0,4 €/100 kg/net (per 1 gewichtspercent sacharose.)

5

 

1704 10 10

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van minder dan 60 gewichtspercenten

6,2 + 27,1 €/100 kg/net MAX 17,9

5

 

1704 10 90

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van 60 of meer gewichtspercenten

6,3 + 30,9 €/100 kg/net MAX 18,2

5

 

1704 90 10

-- zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichtspercenten sacharose, zonder andere toegevoegde stoffen

13,4

5

 

1704 90 30

-- witte chocolade

9,1 + 45,1 €/100 kg/net MAX 18,9 + 16,5 €/100 kg/net

5

 

1704 90 51

--- pasta's en spijs, marsepein daaronder begrepen, in onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van 1 kg of meer

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 55

--- keelpastilles en hoestbonbons

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 61

--- dragees en dergelijke met een suikerlaag omhulde artikelen

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 65

---- gom- en geleiproducten, vruchtenpasta's toebereid als suikergoed daaronder begrepen

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 71

---- zuurtjes en dergelijk hardgekookt suikerwerk, ook indien gevuld

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 75

---- karamels, toffees en dergelijke

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 81

----- verkregen door samenpersing

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1704 90 99

----- ander

9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

X

 

1803 10 00

- niet ontvet

9,6

5

 

1803 20 00

- geheel of gedeeltelijk ontvet

9,6

5

 

1804 00 00

Cacaoboter, cacaovet en cacao-olie

7,7

5

 

1805 00 00

Cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

8

5

 

1806 10 15

-- geen sacharose bevattend of met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van minder dan 5 gewichtspercenten

8

5

 

1806 10 20

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 5 of meer doch minder dan 65 gewichtspercenten

8 + 25,2 €/100 kg/net

5

 

1806 10 30

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 65 of meer doch minder dan 80 gewichtspercenten

8 + 31,4 €/100 kg/net

3

 

1806 10 90

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 80 of meer gewichtspercenten

8 + 41,9 €/100 kg/net

3

 

1806 20 10

-- met een gehalte aan cacaoboter van 31 of meer gewichtspercenten of met een totaalgehalte aan cacaoboter en van melk afkomstige vetstoffen van 31 of meer gewichtspercenten

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 20 30

-- met een totaalgehalte aan cacaoboter en van melk afkomstige vetstoffen van 25 of meer doch minder dan 31 gewichtspercenten

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 20 50

--- met een gehalte aan cacaoboter van 18 of meer gewichtspercenten

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 20 70

--- zogenaamde "chocolate milk crumb"

15,4 + EA

5

 

1806 20 80

--- cacaofantasie

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 20 95

--- andere

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 31 00

-- gevuld

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 32 10

--- met toegevoegde granen, noten of andere vruchten

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 32 90

--- andere

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 11

---- alcohol bevattend

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 19

---- andere

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 31

---- gevuld

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 39

---- niet gevuld

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 50

-- suikerwerk en overeenkomstige bereidingen op basis van suiker vervangende stoffen, die cacao bevatten

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 60

-- boterhampasta die cacao bevat

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 70

-- bereidingen voor dranken, die cacao bevatten

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1806 90 90

-- andere

8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z

5

 

1901 10 00

- bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein

7,6 + EA

5

 

1901 20 00

- mengsels en deeg, voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905

7,6 + EA

3

 

1901 90 11

--- met een gehalte aan droge stof van 90 of meer gewichtspercenten

5,1 + 18 €/100 kg/net

3

 

1901 90 19

--- ander

5,1 + 14,7 €/100 kg/net

3

 

1901 90 91

--- bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose (het gehalte aan invertsuiker daaronder begrepen) of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel, met uitzondering van bereidingen in poeder voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404

12,8

3

 

1901 90 99

--- andere

7,6 + EA

5

 

1902 11 00

-- waarin ei is verwerkt

7,7 + 24,6 €/100 kg/net

5

 

1902 19 10

--- geen meel, gries of griesmeel van zachte tarwe bevattend

7,7 + 24,6 €/100 kg/net

3

 

1902 19 90

--- andere

7,7 + 21,1 €/100 kg/net

3

 

1902 20 10

-- bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren

8,5

3

 

1902 20 30

-- bevattende meer dan 20 gewichtspercenten worst, vlees of slachtafvallen van alle soorten, met inbegrip van vet van alle soorten of oorsprong

54,3 €/100 kg/net

3

 

1902 20 91

--- gekookt of gebakken

8,3 + 6,1 €/100 kg/net

3

 

1902 20 99

--- andere

8,3 + 17,1 €/100 kg/net

3

 

1902 30 10

-- gedroogd

6,4 + 24,6 €/100 kg/net

3

 

1902 30 90

-- andere

6,4 + 9,7 €/100 kg/net

3

 

1902 40 10

-- niet bereid

7,7 + 24,6 €/100 kg/net

5

 

1902 40 90

-- andere

6,4 + 9,7 €/100 kg/net

5

 

1903 00 00

Tapioca en soortgelijke producten bereid uit zetmeel, in de vorm van vlokken, korrels, parels en dergelijke

6,4 + 15,1 €/100 kg/net

5

 

1904 10 10

-- op basis van mais

3,8 + 20 €/100 kg/net

5

 

1904 10 30

-- op basis van rijst

5,1 + 46 €/100 kg/net

5

 

1904 10 90

-- andere

5,1 + 33,6 €/100 kg/net

5

 

1904 20 10

-- bereidingen van de soort "Muesli", op basis van niet geroosterde graanvlokken

9 + EA

5

 

1904 20 91

--- op basis van mais

3,8 + 20 €/100 kg/net

5

 

1904 20 95

--- op basis van rijst

5,1 + 46 €/100 kg/net

5

 

1904 20 99

--- andere

5,1 + 33,6 €/100 kg/net

5

 

1904 30 00

- bulgurtarwe

8,3 + 25,7 €/100 kg/net

5

 

1904 90 10

-- op basis van rijst

8,3 + 46 €/100 kg/net

5

 

1904 90 80

-- andere

8,3 + 25,7 €/100 kg/net

5

 

1905 10 00

- bros gebakken brood, zogenaamd knäckebröd

5,8 + 13 €/100 kg/net

5

 

1905 20 10

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van minder dan 30 gewichtspercenten

9,4 + 18,3 €/100 kg/net

5

 

1905 20 30

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van 30 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

9,8 + 24,6 €/100 kg/net

5

 

1905 20 90

-- met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van 50 of meer gewichtspercenten

10,1 + 31,4 €/100 kg/net

5

 

1905 31 11

---- in een onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 85 g

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 31 19

---- andere

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 31 30

---- met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van 8 of meer gewichtspercenten

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 31 91

----- dubbele koekjes of biscuits, met tussenlaag

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 31 99

----- andere

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 32 05

--- met een gehalte aan water van meer dan 10 gewichtspercenten

9 + EA MAX 20,7 + AD F/M

5

 

1905 32 11

----- in een onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 85 g

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 32 19

----- andere

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 32 91

----- gezouten, ook indien gevuld

9 + EA MAX 20,7 + AD F/M

5

 

1905 32 99

----- andere

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

5

 

1905 40 10

-- beschuit

9,7 + EA

5

 

1905 40 90

-- andere

9,7 + EA

5

 

1905 90 10

-- matses

3,8 + 15,9 €/100 kg/net

3

 

1905 90 20

-- ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten, van meel of van zetmeel

4,5 + 60,5 €/100 kg/net

3

 

1905 90 30

--- brood waaraan geen honing, eieren, kaas of vruchten zijn toegevoegd, met een gehalte aan suikers en aan vetstoffen van elk niet meer dan 5 gewichtspercenten, berekend op de droge stof

9,7 + EA

3

 

1905 90 45

--- koekjes en biscuits

9 + EA MAX 20,7 + AD F/M

3

 

1905 90 55

--- geëxtrudeerde en geëxpandeerde producten, gezouten of gearomatiseerd

9 + EA MAX 20,7 + AD F/M

3

 

1905 90 60

---- gezoet

9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z

3

 

1905 90 90

---- andere

9 + EA MAX 20,7 + AD F/M

3

 

2001 90 30

-- suikermais (Zea mays var. saccharata)

5,1 + 9,4 €/100 kg/net

X

 

2001 90 40

-- broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten

8,3 + 3,8 €/100 kg/net

5

 

2003 10 20

-- voorlopig verduurzaamd, volledig gekookt

18,4 + 191 €/100 kg/net eda

5

 

2003 10 30

-- andere

18,4 + 222 €/100 kg/net eda

5

 

2004 90 10

-- suikermais (Zea mays var. saccharata)

5,1 + 9,4 €/100 kg/net

X

 

2005 80 00

- suikermais (Zea mays var. saccharata)

5,1 + 9,4 €/100 kg/net

X

 

2006 00 31

--- kersen

20 + 23,9 €/100 kg/net

5

 

2006 00 35

--- tropische vruchten en tropische noten

12,5 + 15 €/100 kg/net

5

 

2006 00 38

--- andere

20 + 23,9 €/100 kg/net

5

 

2007 10 10

-- met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

24 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2007 91 10

--- met een suikergehalte van meer dan 30 gewichtspercenten

20 + 23 €/100 kg/net

5

 

2007 91 30

--- met een suikergehalte van meer dan 13 doch niet meer dan 30 gewichtspercenten

20 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2007 99 20

---- kastanjepasta ("crème de marrons")

24 + 19,7 €/100 kg/net

5

 

2007 99 31

----- van kersen

24 + 23 €/100 kg/net

5

 

2007 99 33

----- van aardbeien

24 + 23 €/100 kg/net

5

 

2007 99 35

----- van frambozen

24 + 23 €/100 kg/net

5

 

2007 99 39

----- andere

24 + 23 €/100 kg/net

5

 

2007 99 50

--- met een suikergehalte van meer dan 13 doch niet meer dan 30 gewichtspercenten

24 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 20 11

---- met een suikergehalte van meer dan 17 gewichtspercenten

25,6 + 2,5 €/100 kg/net

5

 

2008 20 31

---- met een suikergehalte van meer dan 19 gewichtspercenten

25,6 + 2,5 €/100 kg/net

5

 

2008 30 19

---- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 40 19

----- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 40 31

---- met een suikergehalte van meer dan 15 gewichtspercenten

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 50 19

----- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 50 51

---- met een suikergehalte van meer dan 15 gewichtspercenten

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 60 19

---- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 70 19

----- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 70 51

---- met een suikergehalte van meer dan 15 gewichtspercenten

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 80 19

---- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 93 19

----- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 93 99

---- zonder toegevoegde suiker

18,4

3

 

2008 97 16

------ van tropische vruchten (mengsels met een gehalte aan tropische vruchten en tropische noten van 50 gewichtspercenten of meer daaronder begrepen)

16 + 2,6 €/100 kg/net

5

 

2008 97 18

------ andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 97 32

------ van tropische vruchten (mengsels met een gehalte aan tropische vruchten en tropische noten van 50 gewichtspercenten of meer daaronder begrepen)

15

3

 

2008 99 21

----- met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

25,6 + 3,8 €/100 kg/net

5

 

2008 99 31

------- tropische vruchten

16 + 2,6 €/100 kg/net

5

 

2008 99 34

------- andere

25,6 + 4,2 €/100 kg/net

5

 

2008 99 85

----- maïs, andere dan suikermais (Zea mays var. saccharata)

5,1 + 9,4 €/100 kg/net

X

 

2008 99 91

----- broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten

8,3 + 3,8 €/100 kg/net

5

 

2008 99 99

----- andere

18,4

3

 

2009 11 11

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 11 91

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

15,2 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 19 11

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 19 91

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

15,2 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 29 11

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 29 91

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

12 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 39 11

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 39 51

------ met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

14,4 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 39 91

------ met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

14,4 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 49 11

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 49 91

----- met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

15,2 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 61 10

--- met een waarde van meer dan 18 € per 100 kg nettogewicht

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2009 61 90

--- met een waarde van niet meer dan 18 € per 100 kg nettogewicht

22,4 + 27 €/hl

5

 

2009 69 11

---- met een waarde van niet meer dan 22 € per 100 kg nettogewicht

40 + 121 €/hl + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 69 19

---- ander

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2009 69 51

----- geconcentreerd

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2009 69 59

----- ander

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2009 69 71

------ geconcentreerd

22,4 + 131 €/hl + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 69 79

------ ander

22,4 + 27 €/hl + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 69 90

----- ander

22,4 + 27 €/hl

5

 

2009 79 11

---- met een waarde van niet meer dan 22 € per 100 kg nettogewicht

30 + 18,4 €/100 kg/net

5

 

2009 79 91

----- met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

18 + 19,3 €/100 kg/net

5

 

2009 81 11

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 81 51

----- met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

16,8 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 89 11

----- met een waarde van niet meer dan 22 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 89 34

------ sap van tropische vruchten

21 + 12,9 €/100 kg/net

5

 

2009 89 35

------ ander

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 89 61

------ met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

19,2 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 89 85

------- sap van tropische vruchten

10,5 + 12,9 €/100 kg/net

5

 

2009 89 86

------- ander

16,8 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 90 11

---- met een waarde van niet meer dan 22 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 90 21

---- met een waarde van niet meer dan 30 € per 100 kg nettogewicht

33,6 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 90 31

---- met een waarde van niet meer dan 18 € per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

20 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 90 71

------ met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten

15,2 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2009 90 92

------- mengsels van sap van tropische vruchten

10,5 + 12,9 €/100 kg/net

5

 

2009 90 94

------- andere

16,8 + 20,6 €/100 kg/net

5

 

2101 11 00

-- extracten, essences en concentraten

9

3

 

2101 12 92

--- preparaten op basis van extracten, essences of concentraten van koffie

11,5

3

 

2101 12 98

--- andere

9 + EA

3

 

2101 20 98

--- andere

6,5 + EA

3

 

2101 30 19

--- andere

5,1 + 12,7 €/100 kg/net

5

 

2101 30 99

--- andere

10,8 + 22,7 €/100 kg/net

5

 

2102 10 10

-- reinculturen van gist

10,9

5

 

2102 10 31

--- gedroogd

12 + 49,2 €/100 kg/net

5

 

2102 10 39

--- andere

12 + 14,5 €/100 kg/net

5

 

2102 10 90

-- andere

14,7

5

 

2102 20 11

--- in tabletten, in blokken of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

8,3

5

 

2102 20 19

--- andere

5,1

5

 

2102 30 00

- samengesteld bakpoeder

6,1

5

 

2103 10 00

- sojasaus

7,7

3

 

2103 20 00

- tomatenketchup en andere tomatensausen

10,2

5

 

2103 30 90

-- bereide mosterd

9

5

 

2103 90 90

-- andere

7,7

3

 

2104 10 00

- preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon

11,5

3

 

2104 20 00

- samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie

14,1

5

 

2105 00 10

- geen of minder dan 3 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen bevattend

8,6 + 20,2 €/100 kg/net MAX 19,4 + 9,4 €/100 kg/net

5

 

2105 00 91

-- van 3 of meer doch minder dan 7 gewichtspercenten

8 + 38,5 €/100 kg/net MAX 18,1 + 7 €/100 kg/net

5

 

2105 00 99

-- van 7 of meer gewichtspercenten

7,9 + 54 €/100 kg/net MAX 17,8 + 6,9 €/100 kg/net

5

 

2106 10 20

-- bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

12,8

5

 

2106 10 80

-- andere

EA

5

 

2106 90 20

-- samengestelde alcoholhoudende preparaten, andere dan op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken

17,3 MIN 1 €/% vol/hl

3

 

2106 90 30

--- isoglucose

42,7 €/100 kg/net mas

3

 

2106 90 51

---- van lactose

14 €/100 kg/net

3

 

2106 90 55

---- van glucose en van maltodextrine

20 €/100 kg/net

3

 

2106 90 59

---- andere

0,4 €/100 kg/net

3

 

2106 90 98

--- andere

9 + EA

3

 

2202 90 91

--- van minder dan 0,2 gewichtspercent

6,4 + 13,7 €/100 kg/net

5

 

2202 90 95

--- van 0,2 of meer doch minder dan 2 gewichtspercenten

5,5 + 12,1 €/100 kg/net

5

 

2202 90 99

--- van 2 of meer gewichtspercenten

5,4 + 21,2 €/100 kg/net

5

 

2204 30 92

---- geconcentreerd

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2204 30 94

---- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2204 30 96

---- geconcentreerd

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2204 30 98

---- andere

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

5

Zie bijlage 2-A-2, punt 4

2207 10 00

- ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80 % vol of meer

19,2 €/hl

5

 

2207 20 00

- ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte

10,2 €/hl

5

 

2208 40 11

--- rum met een gehalte aan vluchtige stoffen, andere dan ethylalcohol en methylalcohol, van 225 g/hl zuivere alcohol of meer, met een tolerantie van 10 percent

0,6 €/% vol/hl + 3,2 €/hl

5

 

2208 40 39

---- andere

0,6 €/% vol/hl + 3,2 €/hl

5

 

2208 40 51

--- rum met een gehalte aan vluchtige stoffen, andere dan ethylalcohol en methylalcohol, van 225 g/hl zuivere alcohol of meer, met een tolerantie van 10 percent

0,6 €/% vol/hl

5

 

2208 40 99

---- andere

0,6 €/% vol/hl

5

 

2208 90 91

--- niet meer dan 2 l

1 €/% vol/hl + 6,4 €/hl

5

 

2208 90 99

--- meer dan 2 l

1 €/% vol/hl

5

 

2302 10 10

-- met een zetmeelgehalte van niet meer dan 35 gewichtspercenten

44 €/t

5

 

2302 10 90

-- andere

89 €/t

5

 

2302 30 10

-- met een zetmeelgehalte van niet meer dan 28 gewichtspercenten en waarvan niet meer dan 10 gewichtspercenten door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of, indien meer dan 10 gewichtspercenten van het product door de zeef valt, het asgehalte van het product dat door de zeef gevallen is, berekend op basis van de droge stof, 1,5 gewichtspercent of meer bedraagt

44 €/t

5

 

2302 30 90

-- andere

89 €/t

5

 

2302 40 02

--- met een zetmeelgehalte van niet meer dan 35 gewichtspercenten

44 €/t

5

 

2302 40 08

--- andere

89 €/t

5

 

2302 40 10

--- met een zetmeelgehalte van niet meer dan 28 gewichtspercenten en waarvan niet meer dan 10 gewichtspercenten door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of, indien meer dan 10 gewichtspercenten van het product door de zeef valt, het asgehalte van het product dat door de zeef gevallen is, berekend op basis van de droge stof, 1,5 gewichtspercent of meer bedraagt

44 €/t

5

 

2302 40 90

--- andere

89 €/t

5

 

2303 10 11

--- van meer dan 40 gewichtspercenten

320 €/t

5

 

2306 90 19

---- met een gehalte aan olijfolie van meer dan 3 gewichtspercenten

48 €/t

5

 

2307 00 19

-- andere

1,62 €/kg/tot. alc.

5

 

2308 00 19

-- andere

1,62 €/kg/tot. alc.

5

 

2309 10 13

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 10 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

498 €/t

5

 

2309 10 15

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 50 of meer doch minder dan 75 gewichtspercenten

730 €/t

5

 

2309 10 19

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 75 of meer gewichtspercenten

948 €/t

5

 

2309 10 33

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 10 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

530 €/t

5

 

2309 10 39

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 50 of meer gewichtspercenten

888 €/t

5

 

2309 10 51

----- geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van minder dan 10 gewichtspercenten

102 €/t

5

 

2309 10 53

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 10 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

577 €/t

5

 

2309 10 59

----- met een gehalte aan zuivelproducten van 50 of meer gewichtspercenten

730 €/t

5

 

2309 10 70

--- geen zetmeel, glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch wel zuivelproducten bevattend

948 €/t

5

 

2309 90 31

------ geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van minder dan 10 gewichtspercenten

23 €/t

5

 

2309 90 33

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 10 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

498 €/t

5

 

2309 90 35

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 50 of meer doch minder dan 75 gewichtspercenten

730 €/t

5

 

2309 90 39

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 75 of meer gewichtspercenten

948 €/t

5

 

2309 90 41

------ geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van minder dan 10 gewichtspercenten

55 €/t

5

 

2309 90 43

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 10 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

530 €/t

5

 

2309 90 49

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 50 of meer gewichtspercenten

888 €/t

5

 

2309 90 51

------ geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van minder dan 10 gewichtspercenten

102 €/t

5

 

2309 90 53

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 10 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten

577 €/t

5

 

2309 90 59

------ met een gehalte aan zuivelproducten van 50 of meer gewichtspercenten

730 €/t

5

 

2309 90 70

---- geen zetmeel, glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch wel zuivelproducten bevattend

948 €/t

5

 

2401 10 35

-- "light-air-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 10 60

-- van de soort Oriënt, "sun-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 10 70

-- "dark-air-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 10 85

-- "flue-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 10 95

-- andere

10 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 20 35

-- "light-air-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 20 60

-- van de soort Oriënt, "sun-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 20 70

-- "dark-air-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 20 85

-- "flue-cured"

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 20 95

-- andere

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2401 30 00

- afvallen van tabak

11,2 MIN 22 € MAX 56 €/100 kg/net

5

 

2402 10 00

- sigaren en cigarillo's, tabak bevattend

26

5

 

2402 20 10

-- kruidnagels bevattend

10

5

 

2402 20 90

-- andere

57,6

5

 

2402 90 00

- andere

57,6

5

 

2403 11 00

-- waterpijptabak bedoeld bij aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk

74,9

5

 

2403 19 10

--- in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 500 g

74,9

5

 

2403 19 90

--- andere

74,9

5

 

2403 91 00

-- "gehomogeniseerde" en "gereconstitueerde" tabak

16,6

5

 

2403 99 10

--- pruimtabak en snuif

41,6

5

 

2403 99 90

--- andere

16,6

5

 

2905 32 00

-- propyleenglycol (propaan-1,2-diol)

5,5

3

 

2905 43 00

-- mannitol

9,6 + 125,8 €/100 kg/net

5

 

2905 44 11

---- met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte

7,7 + 16,1 €/100 kg/net

5

 

2905 44 19

---- andere

9 + 37,8 €/100 kg/net

5

 

2905 44 91

---- met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte

7,7 + 23 €/100 kg/net

5

 

2905 44 99

---- andere

9 + 53,7 €/100 kg/net

5

 

2917 36 00

-- tereftaalzuur en zouten daarvan

6,5

3

 

2917 39 95

--- andere

6,5

3

 

2922 49 85

--- andere

6,5

3

 

2922 50 00

- aminofenolalcoholen, aminofenolzuren en andere aminoverbindingen met zuurstofhoudende groepen

6,5

5

 

2930 50 00

- captafol (ISO) en methamidofos (ISO)

6,5

3

 

2930 90 99

-- andere

6,5

5

 

2932 19 00

-- andere

6,5

3

 

2933 29 90

--- andere

6,5

3

 

2933 39 99

--- andere

6,5

3

 

2933 79 00

-- andere lactamen

6,5

3

 

2934 99 90

--- andere

6,5

3

 

3302 10 10

---- met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol

17,3 MIN 1 €/% vol/hl

5

 

3302 10 21

----- bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

12,8

5

 

3302 10 29

----- andere

9 + EA

5

 

3502 11 90

--- andere

123,5 €/100 kg/net

5

 

3502 19 90

--- andere

16,7 €/100 kg/net

5

 

3502 20 91

--- gedroogd (in de vorm van bladen, schilfers, kristallen, poeder, enz.)

123,5 €/100 kg/net

5

 

3502 20 99

--- andere

16,7 €/100 kg/net

5

 

3505 10 10

-- dextrine

9 + 17,7 €/100 kg/net

5

 

3505 10 90

--- andere

9 + 17,7 €/100 kg/net

5

 

3505 20 10

-- met een gehalte aan zetmeel, aan dextrine of aan ander gewijzigd zetmeel van minder dan 25 gewichtspercenten

8,3 + 4,5 €/100 kg/net MAX 11,5

5

 

3505 20 30

-- met een gehalte aan zetmeel, aan dextrine of aan ander gewijzigd zetmeel van 25 of meer doch minder dan 55 gewichtspercenten

8,3 + 8,9 €/100 kg/net MAX 11,5

5

 

3505 20 50

-- met een gehalte aan zetmeel, aan dextrine of aan ander gewijzigd zetmeel van 55 of meer doch minder dan 80 gewichtspercenten

8,3 + 14,2 €/100 kg/net MAX 11,5

5

 

3505 20 90

-- met een gehalte aan zetmeel, aan dextrine of aan ander gewijzigd zetmeel van 80 of meer gewichtspercenten

8,3 + 17,7 €/100 kg/net MAX 11,5

5

 

3603 00 90

- andere

6,5

3

 

3809 10 10

-- met een gehalte aan deze stoffen van minder dan 55 gewichtspercenten

8,3 + 8,9 €/100 kg/net MAX 12,8

5

 

3809 10 30

-- met een gehalte aan deze stoffen van 55 of meer doch minder dan 70 gewichtspercenten

8,3 + 12,4 €/100 kg/net MAX 12,8

5

 

3809 10 50

-- met een gehalte aan deze stoffen van 70 of meer doch minder dan 83 gewichtspercenten

8,3 + 15,1 €/100 kg/net MAX 12,8

5

 

3809 10 90

-- met een gehalte aan deze stoffen van 83 of meer gewichtspercenten

8,3 + 17,7 €/100 kg/net MAX 12,8

5

 

3824 60 11

--- met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte

7,7 + 16,1 €/100 kg/net

5

 

3824 60 19

--- andere

9 + 37,8 €/100 kg/net

5

 

3824 60 91

--- met een gehalte aan D-mannitol van niet meer dan 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte

7,7 + 23 €/100 kg/net

5

 

3824 60 99

--- andere

9 + 53,7 €/100 kg/net

5

 

3902 90 90

-- andere

6,5

3

 

3906 10 00

- poly(methylmethacrylaat)

6,5

3

 

3906 90 90

-- andere

6,5

3

 

3907 10 00

- polyacetalen

6,5

3

 

3907 20 20

--- andere

6,5

3

 

3907 20 99

--- andere

6,5

3

 

3907 30 00

- epoxyharsen

6,5

3

 

3907 40 00

- polycarbonaten

6,5

3

 

3907 60 20

-- met een viscositeitsgetal van 78 ml/g of meer

6,5

5

 

3913 90 00

- andere

6,5

5

 

4010 11 00

-- uitsluitend met metaal versterkt

6,5

5

 

4010 12 00

-- uitsluitend met textielstof versterkt

6,5

5

 

4010 19 00

-- andere

6,5

5

 

4010 31 00

-- eindeloze drijfriemen en drijfsnaren, met trapeziumvormige dwarsdoorsnede (V-snaren), gegroefd, met een buitenomtrek van meer dan 60 doch niet meer dan 180 cm

6,5

5

 

4010 32 00

-- eindeloze drijfriemen en drijfsnaren, met trapeziumvormige dwarsdoorsnede (V-snaren), andere dan gegroefd, met een buitenomtrek van meer dan 60 doch niet meer dan 180 cm

6,5

5

 

4010 33 00

-- eindeloze drijfriemen en drijfsnaren, met trapeziumvormige dwarsdoorsnede (V-snaren), gegroefd, met een buitenomtrek van meer dan 180 doch niet meer dan 240 cm

6,5

5

 

4010 34 00

-- eindeloze drijfriemen en drijfsnaren, met trapeziumvormige dwarsdoorsnede (V-snaren), andere dan gegroefd, met een buitenomtrek van meer dan 180 doch niet meer dan 240 cm

6,5

5

 

4010 35 00

-- eindeloze synchroon drijfriemen en drijfsnaren, met een buitenomtrek van meer dan 60 doch niet meer dan 150 cm

6,5

5

 

4010 36 00

-- eindeloze synchroon drijfriemen en drijfsnaren, met een buitenomtrek van meer dan 150 doch niet meer dan 198 cm

6,5

5

 

4010 39 00

-- andere

6,5

5

 

4104 11 90

---- andere

5,5

3

 

4104 19 90

---- andere

5,5

3

 

4104 41 19

---- andere

6,5

3

 

4104 41 51

----- gehele huiden en vellen, met een oppervlakte van meer dan 28 vierkante voet (2,6 m²) per stuk

6,5

3

 

4104 41 59

----- andere

6,5

3

 

4104 41 90

---- andere

5,5

3

 

4104 49 19

---- andere

6,5

3

 

4104 49 51

----- gehele huiden en vellen, met een oppervlakte van meer dan 28 vierkante voet (2,6 m²) per stuk

6,5

3

 

4104 49 59

----- andere

6,5

3

 

4104 49 90

---- andere

5,5

3

 

4107 11 11

---- boxcalf

6,5

3

 

4107 11 19

---- andere

6,5

3

 

4107 11 90

--- andere

6,5

3

 

4107 12 11

---- boxcalf

6,5

3

 

4107 12 19

---- andere

6,5

3

 

4107 12 91

---- van runderen (buffels daaronder begrepen)

5,5

3

 

4107 12 99

---- van paarden en van paardachtigen

6,5

3

 

4107 19 10

--- leder van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 28 vierkante voet (2,6 m²) per stuk

6,5

3

 

4107 19 90

--- andere

6,5

3

 

4107 91 10

--- zoolleder

6,5

3

 

4107 91 90

--- andere

6,5

3

 

4107 99 10

--- van runderen (buffels daaronder begrepen)

6,5

3

 

4107 99 90

--- van paarden en van paardachtigen

6,5

3

 

4202 12 11

---- documentenkoffertjes, aktetassen, school- en boekentassen, alsmede dergelijke bergingsmiddelen

9,7

5

 

4202 12 19

---- andere

9,7

5

 

4202 12 50

--- van gevormde kunststof

5,2

3

 

4202 19 10

--- van aluminium

5,7

3

 

4202 92 11

---- reiszakken, toiletzakken, rugzakken en sporttassen

9,7

3

 

4202 92 15

---- bergingsmiddelen voor muziekinstrumenten

6,7

3

 

4202 92 19

---- andere

9,7

3

 

4203 21 00

-- speciaal ontworpen voor sportbeoefening

9

5

 

4203 29 90

--- andere

7

5

 

4411 12 90

--- andere

7

5

 

4411 14 90

--- andere

7

3

 

4411 92 10

--- niet mechanisch bewerkt, noch voorzien van een deklaag

7

5

 

4411 92 90

--- andere

7

5

 

4412 10 00

- van bamboe

10

5

 

4412 31 10

--- van acajou d'Afrique, dark red meranti, light red meranti, limba, mahogany (Swietenia spp.), obeche, okoumé, sapelli, sipo, palissandre de Para, palissandre de Rio, palissandre de Rose, virola of white lauan

10

5

 

4412 31 90

--- ander

7

3

 

4412 32 10

--- van berk, beuk, eik, els, es, esdoorn, hickory, iep, kastanje, kers, linde, noot, paardenkastanje, plataan, populier, robinia (valse acacia), steenbeuk of tulpenboom

7

3

 

4412 32 90

--- ander

7

3

 

4412 94 10

--- met ten minste een der buitenste lagen van ander hout dan naaldhout

10

5

 

4412 99 40

----- van berk, beuk, eik, els, es, esdoorn, hickory, iep, kastanje, kers, linde, noot, paardenkastanje, plataan, populier, robinia (valse acacia), steenbeuk of tulpenboom

10

5

 

4412 99 50

----- ander

10

5

 

4412 99 85

---- ander

10

5

 

5007 20 11

--- ongebleekt, ontgomd of gebleekt

6,9

3

 

5007 20 19

--- andere

6,9

3

 

5007 20 39

---- andere

7,5

3

 

5007 20 41

--- doorzichtige weefsels

7,2

3

 

5007 20 59

---- geverfd

7,2

3

 

5007 20 69

----- andere

7,2

3

 

5007 20 71

---- bedrukt

7,2

3

 

5007 90 10

-- ongebleekt, ontgomd of gebleekt

6,9

3

 

5007 90 30

-- geverfd

6,9

3

 

5007 90 50

-- van verschillend gekleurd garen

6,9

3

 

5007 90 90

-- bedrukt

6,9

3

 

5111 11 00

-- met een gewicht van niet meer dan 300 g/m²

8

3

 

5112 20 00

- andere, enkel of hoofdzakelijk met synthetische of kunstmatige filamenten gemengd

8

3

 

5208 11 90

--- andere

8

3

 

5208 12 16

---- van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5208 12 19

---- van meer dan 165 cm

8

3

 

5208 12 96

---- van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5208 12 99

---- van meer dan 165 cm

8

3

 

5208 13 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5208 19 00

-- andere weefsels

8

3

 

5208 22 16

---- van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5208 22 96

---- van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5208 32 16

---- van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5208 32 19

---- van meer dan 165 cm

8

3

 

5208 32 96

---- van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5208 33 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5208 42 00

-- met platbinding, met een gewicht van meer dan 100 g/m²

8

3

 

5208 43 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5208 49 00

-- andere weefsels

8

3

 

5208 52 00

-- met platbinding, met een gewicht van meer dan 100 g/m²

8

3

 

5208 59 90

--- andere

8

3

 

5209 11 00

-- met platbinding

8

3

 

5209 19 00

-- andere weefsels

8

3

 

5209 21 00

-- met platbinding

8

3

 

5209 31 00

-- met platbinding

8

3

 

5209 32 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5209 41 00

-- met platbinding

8

3

 

5209 43 00

-- andere weefsels met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5209 52 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5209 59 00

-- andere weefsels

8

3

 

5210 11 00

-- met platbinding

8

3

 

5210 19 00

-- andere weefsels

8

3

 

5210 21 00

-- met platbinding

8

3

 

5210 29 00

-- andere weefsels

8

3

 

5210 31 00

-- met platbinding

8

3

 

5210 32 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5210 41 00

-- met platbinding

8

3

 

5210 49 00

-- andere weefsels

8

3

 

5211 11 00

-- met platbinding

8

3

 

5211 12 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5211 20 00

- gebleekt

8

3

 

5211 31 00

-- met platbinding

8

3

 

5211 32 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5211 39 00

-- andere weefsels

8

3

 

5212 14 90

--- anders gemengd

8

3

 

5212 23 90

--- anders gemengd

8

3

 

5212 24 90

--- anders gemengd

8

3

 

5309 19 00

-- andere

8

3

 

5309 29 00

-- andere

8

3

 

5407 20 11

--- van minder dan 3 m

8

3

 

5407 20 19

--- van 3 m of meer

8

3

 

5407 41 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5407 42 00

-- geverfd

8

3

 

5407 43 00

-- van verschillend gekleurd garen

8

3

 

5407 44 00

-- bedrukt

8

3

 

5407 51 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5407 52 00

-- geverfd

8

3

 

5407 53 00

-- van verschillend gekleurd garen

8

3

 

5407 54 00

-- bedrukt

8

3

 

5407 61 10

--- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5407 61 30

--- geverfd

8

3

 

5407 61 90

--- bedrukt

8

3

 

5407 69 10

--- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5407 69 90

--- andere

8

3

 

5407 71 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5407 72 00

-- geverfd

8

3

 

5407 74 00

-- bedrukt

8

3

 

5407 81 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5407 82 00

-- geverfd

8

3

 

5407 83 00

-- van verschillend gekleurd garen

8

3

 

5407 92 00

-- geverfd

8

3

 

5407 93 00

-- van verschillend gekleurd garen

8

3

 

5408 23 00

-- van verschillend gekleurd garen

8

3

 

5408 34 00

-- bedrukt

8

3

 

5512 11 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5512 19 90

--- andere

8

3

 

5513 11 20

--- met een breedte van niet meer dan 165 cm

8

3

 

5513 11 90

--- met een breedte van meer dan 165 cm

8

3

 

5513 12 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5513 13 00

-- andere weefsels van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5513 19 00

-- andere weefsels

8

3

 

5513 21 00

-- met platbinding, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5513 23 10

--- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

8

3

 

5513 23 90

--- andere

8

3

 

5513 29 00

-- andere weefsels

8

3

 

5513 31 00

-- met platbinding, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5513 39 00

-- andere weefsels

8

3

 

5513 49 00

-- andere weefsels

8

3

 

5514 11 00

-- met platbinding, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 12 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 19 10

--- van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 19 90

--- andere

8

3

 

5514 21 00

-- met platbinding, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 22 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 29 00

-- andere weefsels

8

3

 

5514 30 10

-- met platbinding, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 41 00

-- met platbinding, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 42 00

-- met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5514 43 00

-- andere weefsels van stapelvezels van polyesters

8

3

 

5515 11 10

--- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5515 11 90

--- andere

8

3

 

5515 12 10

--- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5515 19 10

--- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5515 19 90

--- andere

8

3

 

5515 91 10

--- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5516 11 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5516 21 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5516 41 00

-- ongebleekt of gebleekt

8

3

 

5602 10 11

---- van jute of van andere bastvezels bedoeld bij post 5303

6,7

3

 

5602 10 19

---- van andere textielstoffen

6,7

3

 

5602 10 31

---- van wol of van fijn haar

6,7

3

 

5602 10 38

---- van andere textielstoffen

6,7

3

 

5602 10 90

-- geïmpregneerd, bekleed, bedekt of met inlagen

6,7

3

 

5602 21 00

-- van wol of van fijn haar

6,7

3

 

5602 29 00

-- van andere textielstoffen

6,7

3

 

5602 90 00

- ander

6,7

3

 

5607 21 00

-- bindtouw

12

3

 

5607 29 00

-- andere

12

5

 

5607 49 11

---- gevlochten

8

3

 

5607 49 19

---- andere

8

3

 

5607 50 11

---- gevlochten

8

3

 

5607 50 30

--- van niet meer dan 50000 decitex (5 g/m)

8

3

 

5607 50 90

-- van andere synthetische vezels

8

3

 

5607 90 20

-- van abaca (Manillahennep of Musa textilis Nee) of van andere harde vezels (bladvezels); van jute of van andere bastvezels bedoeld bij post 5303

6

3

 

5607 90 90

-- andere

8

3

 

5608 11 20

--- van bindgaren, touw of kabel

8

3

 

5608 11 80

--- andere

8

3

 

5608 19 11

----- van bindgaren, touw of kabel

8

3

 

5608 19 19

----- andere

8

3

 

5608 19 30

---- andere

8

3

 

5608 19 90

--- andere

8

3

 

5608 90 00

- andere

8

3

 

5701 10 10

-- bevattende in totaal meer dan 10 gewichtspercenten zijde of vlokzijde

8

3

 

5701 10 90

-- andere

8 MAX 2,8 €/m2

3

 

5702 31 10

--- Axminster-tapijten

8

3

 

5702 32 10

--- Axminster-tapijten

8

3

 

5702 49 00

-- van andere textielstoffen

8

3

 

5702 99 00

-- van andere textielstoffen

8

3

 

5703 10 00

- van wol of van fijn haar

8

3

 

5703 20 12

--- tegels met een oppervlakte van niet meer dan 1 m²

8

3

 

5703 20 18

--- andere

8

3

 

5704 10 00

- tegels met een oppervlakte van niet meer dan 0,3 m²

6,7

3

 

5704 90 00

- andere

6,7

3

 

5705 00 80

- van andere textielstoffen

8

3

 

5801 36 00

-- chenilleweefsel

8

3

 

5804 10 10

-- niet opgemaakt

6,5

3

 

5804 10 90

-- opgemaakt

8

3

 

5804 21 10

--- mechanisch vervaardigde kloskant

8

3

 

5804 21 90

--- andere

8

3

 

5804 29 10

--- mechanisch vervaardigde kloskant

8

3

 

5804 29 90

--- andere

8

3

 

5804 30 00

- met de hand vervaardigde kant

8

3

 

5806 10 00

- lint van fluweel, van pluche, van chenilleweefsel of van lussenweefsel

6,3

3

 

5806 20 00

- ander lint, bevattende 5 of meer gewichtspercenten elastomeergarens of rubberdraden

7,5

3

 

5806 32 10

--- met echte zelfkanten

7,5

3

 

5806 32 90

--- ander

7,5

3

 

5806 39 00

-- van andere textielstoffen

7,5

3

 

5806 40 00

- bolduclint

6,2

3

 

5807 10 10

-- met ingeweven opschriften en motieven

6,2

3

 

5807 10 90

-- andere

6,2

3

 

5807 90 10

-- van vilt of van gebonden textielvlies

6,3

3

 

5807 90 90

-- andere

8

3

 

5810 10 90

-- andere

8

3

 

5810 91 90

--- ander

7,2

3

 

5810 92 90

--- ander

7,2

3

 

5901 10 00

- weefsels bedekt met lijm of met zetmeelachtige stoffen, van de soort gebruikt voor het boekbinden, voor het kartonneren, voor foedraalwerk of voor dergelijk gebruik

6,5

3

 

5901 90 00

- andere

6,5

3

 

5902 20 90

-- andere

8

3

 

5902 90 90

-- andere

8

3

 

5903 20 90

-- bekleed, bedekt, dan wel met inlagen

8

3

 

5903 90 10

-- geïmpregneerd

8

3

 

5903 90 91

--- cellulosederivaten of andere kunststof, met een bovenzijde van textielstof

8

3

 

5903 90 99

--- andere

8

3

 

5905 00 90

-- andere

6

3

 

5906 91 00

-- van brei- of haakwerk

6,5

3

 

5909 00 10

- van synthetische textielvezels

6,5

3

 

5909 00 90

- van andere textielstoffen

6,5

3

 

5911 40 00

- persdoeken en grove weefsels (die van mensenhaar daaronder begrepen), van de soort gebruikt in oliepersen of voor dergelijk technisch gebruik

6

3

 

6001 10 00

- hoogpolige stoffen

8

3

 

6001 92 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

8

3

 

6002 90 00

- ander

6,5

3

 

6003 30 10

-- raschelkant

8

3

 

6004 10 00

- bevattende 5 of meer gewichtspercenten elastomeergarens, geen rubberdraden bevattend

8

3

 

6004 90 00

- ander

6,5

3

 

6005 31 50

--- raschelkant, andere dan voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6005 32 50

--- raschelkant, andere dan voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6005 33 10

--- voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6005 33 50

--- raschelkant, andere dan voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6005 33 90

--- ander

8

3

 

6005 34 10

--- voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6005 34 50

--- raschelkant, andere dan voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6005 42 00

-- geverfd

8

3

 

6005 90 90

-- ander

8

3

 

6006 31 10

--- voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6006 32 90

--- ander

8

3

 

6006 33 10

--- voor gordijnen en vitrages

8

3

 

6006 34 90

--- ander

8

3

 

6006 43 00

-- van verschillend gekleurd garen

8

3

 

6006 44 00

-- bedrukt

8

3

 

6006 90 00

- ander

8

3

 

6101 20 10

-- overjassen, jekkers, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6101 20 90

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

5

 

6101 30 10

-- overjassen, jekkers, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6101 30 90

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

5

 

6101 90 20

-- overjassen, jekkers, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6101 90 80

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

5

 

6102 10 10

-- mantels, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6102 10 90

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

5

 

6102 20 10

-- mantels, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6102 20 90

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

3

 

6102 30 10

-- mantels, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6102 30 90

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

3

 

6102 90 10

-- mantels, capes en dergelijke artikelen

12

5

 

6102 90 90

-- anoraks, blousons en dergelijke artikelen

12

5

 

6103 10 10

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6103 10 90

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6103 22 00

-- van katoen

12

5

 

6103 23 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6103 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6103 31 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6103 32 00

-- van katoen

12

5

 

6103 33 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6103 39 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6103 41 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6103 42 00

-- van katoen

12

5

 

6103 43 00

-- van synthetische vezels

12

3

 

6103 49 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6104 13 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6104 19 20

--- van katoen

12

5

 

6104 19 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6104 22 00

-- van katoen

12

5

 

6104 23 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6104 29 10

--- van wol of van fijn haar

12

5

 

6104 29 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6104 31 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6104 32 00

-- van katoen

12

5

 

6104 33 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6104 39 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6104 41 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6104 42 00

-- van katoen

12

3

 

6104 43 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6104 44 00

-- van kunstmatige vezels

12

5

 

6104 49 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6104 51 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6104 52 00

-- van katoen

12

5

 

6104 53 00

-- van synthetische vezels

12

3

 

6104 59 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6104 61 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6104 62 00

-- van katoen

12

3

 

6104 63 00

-- van synthetische vezels

12

3

 

6104 69 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6105 10 00

- van katoen

12

3

 

6105 20 10

-- van synthetische vezels

12

3

 

6105 20 90

-- van kunstmatige vezels

12

5

 

6105 90 10

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6105 90 90

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6106 10 00

- van katoen

12

5

 

6106 20 00

- van synthetische of kunstmatige vezels

12

3

 

6106 90 10

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6106 90 30

-- van zijde of van afval van zijde

12

5

 

6106 90 50

-- van vlas of van ramee

12

5

 

6106 90 90

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6107 11 00

-- van katoen

12

5

 

6107 12 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

3

 

6107 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6107 21 00

-- van katoen

12

5

 

6107 22 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6107 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6107 91 00

-- van katoen

12

5

 

6107 99 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6108 11 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6108 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6108 21 00

-- van katoen

12

5

 

6108 22 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6108 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6108 31 00

-- van katoen

12

5

 

6108 32 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6108 39 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6108 91 00

-- van katoen

12

5

 

6108 92 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6108 99 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6109 10 00

- van katoen

12

3

 

6109 90 20

-- van wol of van fijn haar of van synthetische of kunstmatige vezels

12

3

 

6109 90 90

-- van andere textielstoffen

12

3

 

6110 11 10

--- truien, jumpers, pullovers en slip-overs, bevattende 50 of meer gewichtspercenten wol en wegende 600 g of meer per stuk

10,5

5

 

6110 11 30

---- voor heren of voor jongens

12

5

 

6110 11 90

---- voor dames of voor meisjes

12

3

 

6110 12 10

--- voor heren of voor jongens

12

5

 

6110 12 90

--- voor dames of voor meisjes

12

5

 

6110 19 10

--- voor heren of voor jongens

12

5

 

6110 19 90

--- voor dames of voor meisjes

12

5

 

6110 20 10

-- hemdtruien (sous-pulls)

12

5

 

6110 20 91

--- voor heren of voor jongens

12

3

 

6110 20 99

--- voor dames of voor meisjes

12

3

 

6110 30 10

-- hemdtruien (sous-pulls)

12

5

 

6110 30 91

--- voor heren of voor jongens

12

3

 

6110 30 99

--- voor dames of voor meisjes

12

3

 

6110 90 10

-- van vlas of van ramee

12

5

 

6110 90 90

-- van andere textielstoffen

12

3

 

6111 20 90

-- andere

12

3

 

6111 30 90

-- andere

12

5

 

6111 90 19

--- andere

12

5

 

6111 90 90

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6112 11 00

-- van katoen

12

5

 

6112 12 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6112 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6112 20 00

- skipakken

12

5

 

6112 31 90

--- andere

12

5

 

6112 39 90

--- andere

12

5

 

6112 41 90

--- andere

12

5

 

6112 49 90

--- andere

12

5

 

6113 00 90

- andere

12

5

 

6114 20 00

- van katoen

12

5

 

6114 30 00

- van synthetische of kunstmatige vezels

12

3

 

6114 90 00

- van andere textielstoffen

12

5

 

6115 10 10

-- aderspatkousen van synthetische vezels

8

5

 

6115 10 90

-- andere

12

5

 

6115 21 00

-- van synthetische vezels, van minder dan 67 decitex per enkelvoudige draad

12

5

 

6115 22 00

-- van synthetische vezels, van 67 decitex of meer per enkelvoudige draad

12

5

 

6115 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6115 30 11

--- kniekousen

12

5

 

6115 30 19

--- andere

12

5

 

6115 30 90

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6115 94 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6115 95 00

-- van katoen

12

5

 

6115 96 10

--- kniekousen

12

5

 

6115 96 91

---- dameskousen

12

5

 

6115 96 99

---- andere

12

5

 

6115 99 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6117 10 00

- sjaals, sjerpen, hoofddoeken en halsdoeken, mantilles, sluiers, voiles en dergelijke artikelen

12

5

 

6117 80 80

-- ander

12

5

 

6117 90 00

- delen

12

5

 

6201 11 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6201 12 10

--- wegende per stuk niet meer dan 1 kg

12

5

 

6201 12 90

--- wegende per stuk meer dan 1 kg

12

5

 

6201 13 10

--- wegende per stuk niet meer dan 1 kg

12

5

 

6201 13 90

--- wegende per stuk meer dan 1 kg

12

5

 

6201 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6201 91 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6201 92 00

-- van katoen

12

5

 

6201 93 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6201 99 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6202 11 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6202 12 10

--- wegende per stuk niet meer dan 1 kg

12

3

 

6202 12 90

--- wegende per stuk meer dan 1 kg

12

5

 

6202 13 10

--- wegende per stuk niet meer dan 1 kg

12

3

 

6202 13 90

--- wegende per stuk meer dan 1 kg

12

3

 

6202 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6202 91 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6202 92 00

-- van katoen

12

5

 

6202 93 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

3

 

6202 99 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6203 11 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6203 12 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6203 19 10

--- van katoen

12

5

 

6203 19 30

--- van kunstmatige vezels

12

5

 

6203 19 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6203 22 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 22 80

--- andere

12

5

 

6203 23 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 23 80

--- andere

12

5

 

6203 29 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 29 18

---- andere

12

5

 

6203 29 30

--- van wol of van fijn haar

12

5

 

6203 29 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6203 31 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6203 32 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 32 90

--- andere

12

5

 

6203 33 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 33 90

--- andere

12

5

 

6203 39 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 39 19

---- andere

12

5

 

6203 39 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6203 41 10

--- lange broeken

12

3

 

6203 41 30

--- zogenaamde Amerikaanse overalls

12

5

 

6203 41 90

--- andere

12

5

 

6203 42 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 42 31

----- van denim

12

3

 

6203 42 33

----- van gesneden inslagfluweel en-pluche, geribd (corduroy)

12

5

 

6203 42 35

----- andere

12

3

 

6203 42 51

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 42 59

---- andere

12

5

 

6203 42 90

--- andere

12

5

 

6203 43 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 43 19

---- andere

12

3

 

6203 43 31

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 43 39

---- andere

12

5

 

6203 43 90

--- andere

12

5

 

6203 49 11

----- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 49 19

----- andere

12

5

 

6203 49 31

----- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6203 49 39

----- andere

12

5

 

6203 49 50

---- andere

12

5

 

6203 49 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6204 11 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6204 12 00

-- van katoen

12

5

 

6204 13 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6204 19 10

--- van kunstmatige vezels

12

5

 

6204 19 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6204 21 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6204 22 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 22 80

--- andere

12

5

 

6204 23 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 23 80

--- andere

12

5

 

6204 29 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 29 18

---- andere

12

5

 

6204 29 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6204 31 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6204 32 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 32 90

--- andere

12

5

 

6204 33 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 33 90

--- andere

12

3

 

6204 39 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 39 19

---- andere

12

5

 

6204 39 90

--- van andere textielstoffen

12

3

 

6204 41 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6204 42 00

-- van katoen

12

3

 

6204 43 00

-- van synthetische vezels

12

3

 

6204 44 00

-- van kunstmatige vezels

12

5

 

6204 49 10

--- van zijde of van afval van zijde

12

3

 

6204 49 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6204 51 00

-- van wol of van fijn haar

12

5

 

6204 52 00

-- van katoen

12

5

 

6204 53 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6204 59 10

--- van kunstmatige vezels

12

5

 

6204 59 90

--- van andere textielstoffen

12

3

 

6204 61 10

--- lange broeken

12

5

 

6204 61 85

--- andere

12

5

 

6204 62 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 62 31

----- van denim

12

3

 

6204 62 33

----- van gesneden inslagfluweel en -pluche, geribd (corduroy)

12

5

 

6204 62 39

----- andere

12

3

 

6204 62 51

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 62 59

---- andere

12

5

 

6204 62 90

--- andere

12

5

 

6204 63 11

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 63 18

---- andere

12

3

 

6204 63 31

---- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 63 39

---- andere

12

5

 

6204 63 90

--- andere

12

5

 

6204 69 11

----- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 69 18

----- andere

12

5

 

6204 69 31

----- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6204 69 39

----- andere

12

5

 

6204 69 50

---- andere

12

5

 

6204 69 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6205 20 00

- van katoen

12

3

 

6205 30 00

- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6205 90 10

-- van vlas of van ramee

12

5

 

6205 90 80

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6206 10 00

- van zijde of van afval van zijde

12

5

 

6206 20 00

- van wol of van fijn haar

12

5

 

6206 30 00

- van katoen

12

3

 

6206 40 00

- van synthetische of kunstmatige vezels

12

3

 

6206 90 10

-- van vlas of van ramee

12

5

 

6206 90 90

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6207 11 00

-- van katoen

12

5

 

6207 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6207 21 00

-- van katoen

12

5

 

6207 22 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6207 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6207 91 00

-- van katoen

12

5

 

6207 99 10

--- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6207 99 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6208 11 00

-- van synthethische of kunstmatige vezels

12

5

 

6208 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6208 21 00

-- van katoen

12

5

 

6208 22 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6208 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6208 91 00

-- van katoen

12

5

 

6208 92 00

-- van synthetische of kunstmatige vezels

12

5

 

6208 99 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6209 20 00

- van katoen

10,5

5

 

6209 30 00

- van synthetische vezels

10,5

5

 

6209 90 10

-- van wol of van fijn haar

10,5

5

 

6209 90 90

-- van andere textielstoffen

10,5

5

 

6210 10 10

-- van producten bedoeld bij post 5602

12

5

 

6210 10 92

--- operatieschorten voor eenmalig gebruik, van de soort die tijdens operaties door patiënten of chirurgen wordt gebruikt

12

3

 

6210 10 98

--- andere

12

3

 

6210 20 00

- andere kleding, van de soort bedoeld bij de onderverdelingen 620111 tot en met 620119

12

5

 

6210 30 00

- andere kleding, van de soort bedoeld bij de onderverdelingen 620211 tot en met 620219

12

5

 

6210 40 00

- andere kleding, voor heren of voor jongens

12

5

 

6210 50 00

- andere kleding, voor dames of voor meisjes

12

3

 

6211 11 00

-- voor heren of voor jongens

12

5

 

6211 12 00

-- voor dames of voor meisjes

12

5

 

6211 20 00

- skipakken

12

5

 

6211 32 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6211 32 31

---- waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

12

5

 

6211 32 41

----- delen voor het bovenlichaam

12

5

 

6211 32 42

----- delen voor het onderlichaam

12

5

 

6211 32 90

--- andere

12

5

 

6211 33 10

--- werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6211 33 31

---- waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

12

5

 

6211 33 41

----- delen voor het bovenlichaam

12

5

 

6211 33 42

----- delen voor het onderlichaam

12

5

 

6211 33 90

--- andere

12

5

 

6211 39 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6211 42 10

--- schorten, stofjassen en andere werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6211 42 31

---- waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

12

5

 

6211 42 41

----- delen voor het bovenlichaam

12

5

 

6211 42 42

----- delen voor het onderlichaam

12

5

 

6211 42 90

--- andere

12

5

 

6211 43 10

--- schorten, stofjassen en andere werk- en bedrijfskleding

12

5

 

6211 43 31

---- waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

12

5

 

6211 43 41

----- delen voor het bovenlichaam

12

5

 

6211 43 42

----- delen voor het onderlichaam

12

5

 

6211 43 90

--- andere

12

5

 

6211 49 00

-- van andere textielstoffen

12

3

 

6212 10 10

-- in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, bestaande uit een bustehouder en een slip

6,5

3

 

6212 10 90

-- andere

6,5

3

 

6212 20 00

- gaines (step-ins) en gainebroeken (panty's)

6,5

3

 

6212 30 00

- corseletten

6,5

3

 

6212 90 00

- andere

6,5

3

 

6213 20 00

- van katoen

10

3

 

6213 90 00

- van andere textielstoffen

10

5

 

6214 10 00

- van zijde of van afval van zijde

8

3

 

6215 10 00

- van zijde of van afval van zijde

6,3

3

 

6215 20 00

- van synthetische of kunstmatige vezels

6,3

3

 

6215 90 00

- van andere textielstoffen

6,3

3

 

6217 10 00

- kledingtoebehoren

6,3

3

 

6217 90 00

- delen

12

5

 

6301 10 00

- elektrisch verwarmde dekens

6,9

3

 

6301 20 10

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6301 20 90

-- andere

12

5

 

6301 30 10

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6301 30 90

-- andere

7,5

5

 

6301 40 10

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6301 40 90

-- andere

12

5

 

6301 90 10

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6301 90 90

-- andere

12

5

 

6302 10 00

- beddenlinnen van brei- of haakwerk

12

5

 

6302 21 00

-- van katoen

12

5

 

6302 22 10

--- van gebonden textielvlies

6,9

3

 

6302 22 90

--- ander

12

5

 

6302 29 10

--- van vlas of van ramee

12

5

 

6302 29 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6302 31 00

-- van katoen

12

5

 

6302 32 10

--- van gebonden textielvlies

6,9

3

 

6302 32 90

--- ander

12

5

 

6302 39 20

--- van vlas of van ramee

12

5

 

6302 39 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6302 40 00

- tafellinnen van brei- of haakwerk

12

5

 

6302 51 00

-- van katoen

12

5

 

6302 53 10

--- van gebonden textielvlies

6,9

3

 

6302 53 90

--- ander

12

5

 

6302 59 10

--- van vlas

12

5

 

6302 59 90

--- ander

12

5

 

6302 60 00

- huishoudlinnen van lussenstof van katoen

12

5

 

6302 91 00

-- van katoen

12

5

 

6302 93 10

--- van gebonden textielvlies

6,9

3

 

6302 93 90

--- ander

12

5

 

6302 99 10

--- van vlas

12

5

 

6302 99 90

--- ander

12

5

 

6303 12 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6303 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6303 91 00

-- van katoen

12

5

 

6303 92 10

--- van gebonden textielvlies

6,9

3

 

6303 92 90

--- andere

12

5

 

6303 99 10

--- van gebonden textielvlies

6,9

3

 

6303 99 90

--- andere

12

5

 

6304 11 00

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6304 19 10

--- van katoen

12

5

 

6304 19 30

--- van vlas of van ramee

12

5

 

6304 19 90

--- van andere textielstoffen

12

5

 

6304 91 00

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6304 92 00

-- andere dan van brei- of haakwerk, van katoen

12

5

 

6304 93 00

-- andere dan van brei- of haakwerk, van synthetische vezels

12

5

 

6304 99 00

-- andere dan van brei- of haakwerk, van andere textielstoffen

12

5

 

6305 20 00

- van katoen

7,2

5

 

6305 32 11

---- van brei- of haakwerk

12

5

 

6305 32 19

---- andere

7,2

5

 

6305 32 90

--- andere

7,2

3

 

6305 33 10

--- van brei- of haakwerk

12

5

 

6305 33 90

--- andere

7,2

5

 

6305 39 00

-- andere

7,2

5

 

6305 90 00

- van andere textielstoffen

6,2

3

 

6306 12 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6306 19 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6306 22 00

-- van synthetische vezels

12

5

 

6306 29 00

-- van andere textielstoffen

12

5

 

6306 30 00

- zeilen voor schepen, zeilplanken, zeilwagens en zeilsleden

12

5

 

6306 40 00

- luchtbedden

12

5

 

6306 90 00

- andere

12

5

 

6307 10 10

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6307 10 90

-- andere

7,7

5

 

6307 20 00

- zwemgordels en zwemvesten

6,3

3

 

6307 90 10

-- van brei- of haakwerk

12

5

 

6307 90 92

---- lakens voor eenmalig gebruik, vervaardigd van producten bedoeld bij post 5603, van de soort die tijdens operaties wordt gebruikt

6,3

3

 

6307 90 98

---- andere

6,3

3

 

6308 00 00

Stellen of assortimenten, bestaande uit weefsel en garen, ook indien met toebehoren, voor de vervaardiging van tapijten, van tapisserieën, van geborduurde tafelkleden en servetten of van dergelijke artikelen van textiel, opgemaakt voor de verkoop in het klein

12

5

 

6401 10 00

- schoeisel met beschermende metalen neus

17

5

 

6401 92 10

--- met bovendeel van rubber

17

5

 

6401 92 90

--- met bovendeel van kunststof

17

5

 

6401 99 00

-- ander

17

5

 

6402 12 10

--- skischoenen

17

5

 

6402 12 90

--- zogenaamde snowboardschoenen

17

5

 

6402 19 00

-- ander

16,9

5

 

6402 20 00

- schoeisel waarvan het bovendeel uit riempjes bestaat die met pluggen aan de zool zijn bevestigd

17

5

 

6402 91 10

--- met beschermende metalen neus

17

5

 

6402 91 90

--- ander

16,9

5

 

6402 99 05

--- met beschermende metalen neus

17

5

 

6402 99 10

---- met bovendeel van rubber

16,8

5

 

6402 99 31

------ waarvan de grootste hoogte van de hak, met inbegrip van de zolen, meer dan 3 cm bedraagt

16,8

5

 

6402 99 39

------ ander

16,8

5

 

6402 99 50

----- pantoffels en ander huisschoeisel

16,8

5

 

6402 99 91

------ van minder dan 24 cm

16,8

5

 

6402 99 93

------- schoeisel dat niet als heren- of damesschoeisel kan worden onderkend

16,8

5

 

6402 99 96

-------- voor heren

16,8

5

 

6402 99 98

-------- voor dames

16,8

5

 

6403 20 00

- schoeisel met buitenzool van leder en met bovendeel dat bestaat uit lederen riemen over de wreef en om de grote teen

8

3

 

6403 40 00

- ander schoeisel met beschermende metalen neus

8

3

 

6403 51 11

----- van minder dan 24 cm

8

3

 

6403 51 15

------ voor heren

8

3

 

6403 51 19

------ voor dames

8

3

 

6403 59 91

----- van minder dan 24 cm

8

3

 

6403 91 11

----- van minder dan 24 cm

8

3

 

6403 91 13

------ schoeisel dat niet als heren- of damesschoeisel kan worden onderkend

8

3

 

6403 91 91

----- van minder dan 24 cm

8

3

 

6403 91 93

------ schoeisel dat niet als heren- of damesschoeisel kan worden onderkend

8

3

 

6403 91 96

------- voor heren

8

3

 

6403 99 31

------ van minder dan 24 cm

8

3

 

6403 99 33

------- schoeisel dat niet als heren- of damesschoeisel kan worden onderkend

8

3

 

6403 99 36

-------- voor heren

8

3

 

6404 11 00

-- sportschoeisel; tennisschoenen, basketbalschoenen, gymnastiekschoenen, trainingsschoenen en dergelijk schoeisel

16,9

5

 

6404 19 10

--- pantoffels en ander huisschoeisel

16,9

5

 

6404 19 90

--- ander

17

3

 

6404 20 10

-- pantoffels en ander huisschoeisel

17

5

 

6404 20 90

-- ander

17

3

 

6405 90 10

-- met buitenzool van rubber, kunststof, leder of kunstleder

17

5

 

6903 10 00

- bevattende meer dan 50 gewichtspercenten grafiet of andere koolstof of een mengsel van deze producten

5

3

 

6903 20 10

-- bevattende minder dan 45 gewichtspercenten aluminiumoxide (Al2O3)

5

3

 

6903 20 90

-- bevattende 45 of meer gewichtspercenten aluminiumoxide (Al2O3)

5

3

 

6903 90 10

-- bevattende meer dan 25 doch niet meer dan 50 gewichtspercenten grafiet of andere koolstof of een mengsel van deze producten

5

3

 

6903 90 90

-- andere

5

3

 

6907 10 00

- tegels, blokjes en dergelijke artikelen, ook in andere dan rechthoekige of vierkante vorm, voor zover het grootste vlak kan worden omsloten door een vierkant met een zijde van minder dan 7 cm

5

3

 

6907 90 20

-- van gres

5

3

 

6908 10 00

- tegels, blokjes en dergelijke artikelen, ook in andere dan rechthoekige of vierkante vorm, voor zover het grootste vlak kan worden omsloten door een vierkant met een zijde van minder dan 7 cm

7

5

 

6908 90 11

--- splijttegels

6

3

 

6908 90 20

--- andere

5

3

 

6908 90 31

--- splijttegels

5

3

 

6908 90 51

---- waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 90 cm²

7

5

 

6908 90 91

----- van gres

5

3

 

6908 90 99

----- andere

5

3

 

6909 11 00

-- van porselein

5

3

 

6909 90 00

- andere

5

3

 

6910 10 00

- van porselein

7

3

 

6910 90 00

- andere

7

3

 

6911 10 00

- keuken- en tafelgerei

12

3

 

6911 90 00

- andere

12

5

 

6912 00 10

- van gewoon aardewerk

5

3

 

6912 00 30

- van gres

5,5

3

 

6912 00 50

- van faience of van fijn aardewerk

9

5

 

6912 00 90

- andere

7

3

 

6913 90 93

--- van faience of van fijn aardewerk

6

3

 

6913 90 98

--- andere

6

3

 

6914 10 00

- van porselein

5

3

 

7010 20 00

- stoppen, deksels en andere sluitingen

5

3

 

7010 90 43

-------- van meer dan 0,33 doch minder dan 1 l

5

3

 

7010 90 57

-------- van minder dan 0,15 l

5

3

 

7010 90 71

------ van meer dan 0,055 l

5

3

 

7010 90 91

------ van niet-gekleurd glas

5

3

 

7010 90 99

------ van gekleurd glas

5

3

 

7013 10 00

- van glaskeramiek

11

5

 

7013 22 10

--- handgeschept

11

5

 

7013 22 90

--- mechanisch vervaardigd

11

5

 

7013 28 10

--- handgeschept

11

5

 

7013 28 90

--- mechanisch vervaardigd

11

5

 

7013 33 11

---- geslepen of op andere wijze versierd

11

5

 

7013 33 19

---- andere

11

5

 

7013 33 91

---- geslepen of op andere wijze versierd

11

5

 

7013 33 99

---- andere

11

5

 

7013 37 10

--- van hardglas

11

5

 

7013 37 51

----- geslepen of op andere wijze versierd

11

5

 

7013 37 59

----- andere

11

5

 

7013 37 91

----- geslepen of op andere wijze versierd

11

5

 

7013 37 99

----- andere

11

5

 

7013 41 10

--- handgeschept

11

5

 

7013 41 90

--- mechanisch vervaardigd

11

5

 

7013 42 00

-- van glas met een lineaire uitzettingscoëfficiënt van niet meer dan 5 × 10–6 per Kelvin tussen 0 °C en 300 °C

11

5

 

7013 49 10

--- van hardglas

11

5

 

7013 49 91

---- handgeschept

11

5

 

7013 49 99

---- mechanisch vervaardigd

11

5

 

7013 91 10

--- handgeschept

11

3

 

7013 91 90

--- mechanisch vervaardigd

11

5

 

7013 99 00

-- ander

11

3

 

7016 10 00

- glazen blokjes en ander klein glaswerk, ook indien op een drager voor mozaïeken of voor dergelijke decoratieve doeleinden

8

3

 

7018 10 19

--- andere

7

5

 

7018 90 90

-- andere

6

3

 

7019 11 00

-- garens versneden op een lengte van niet meer dan 50 mm

7

5

 

7019 12 00

-- rovings

7

5

 

7019 19 10

--- van filamenten

7

3

 

7019 19 90

--- van stapelvezels

7

5

 

7019 32 10

--- van filamenten

5

3

 

7019 32 90

--- andere

5

3

 

7019 40 00

- weefsels van rovings

7

5

 

7019 51 00

-- met een breedte van niet meer dan 30 cm

7

5

 

7019 52 00

-- met een breedte van meer dan 30 cm, met platbinding, met een gewicht van minder dan 250 g/m², van filamenten van niet meer dan 136 tex per enkelvoudig garen

7

5

 

7019 59 00

-- andere

7

3

 

7020 00 08

-- afgewerkt

6

3

 

8482 10 10

-- met een grootste uitwendige diameter van niet meer dan 30 mm

8

3

 

8482 10 90

-- andere

8

3

 

8482 20 00

- kegellagers, samenstellingen van conische ringen en conische rollen daaronder begrepen

8

3

 

8482 30 00

- tonlagers

8

3

 

8482 40 00

- naaldlagers

8

3

 

8482 50 00

- cilinderlagers

8

3

 

8482 80 00

- andere, gecombineerde lagers daaronder begrepen

8

3

 

8519 20 91

--- voorzien van een mechanisme voor aflezing door middel van een laserstraal

9,5

5

 

8519 81 21

------ voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

9

5

 

8519 81 31

------- van de soort gebruikt in motorvoertuigen, werkend met disks met een diameter van niet meer dan 6,5 cm

9

5

 

8519 81 35

------- andere

9,5

3

 

8519 81 85

------ andere

7

5

 

8521 10 20

-- met een bandbreedte van niet meer dan 1,3 cm en geschikt voor opname of weergave met een bandsnelheid van niet meer dan 50 mm/sec

14

3

 

8521 10 95

-- andere

8

3

 

8521 90 00

- andere

13,9

3

 

8525 80 99

--- andere

14

3

 

8527 12 10

--- voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

14

5

 

8527 12 90

--- andere

10

5

 

8527 13 10

--- voorzien van een mechanisme voor aflezing door middel van een laserstraal

12

5

 

8527 13 91

---- werkend met cassettes en voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

14

5

 

8527 13 99

---- andere

10

3

 

8527 21 20

---- voorzien van een mechanisme voor aflezing door middel van een laserstraal

14

3

 

8527 21 52

----- werkend met cassettes en voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

14

5

 

8527 21 59

----- andere

10

5

 

8527 21 70

---- voorzien van een mechanisme voor aflezing door middel van een laserstraal

14

5

 

8527 21 92

----- werkend met cassettes en voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

14

5

 

8527 21 98

----- andere

10

5

 

8527 29 00

-- andere

12

5

 

8527 91 11

---- werkend met cassettes en voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

14

5

 

8527 91 19

---- andere

10

3

 

8527 91 35

---- voorzien van een mechanisme voor aflezing door middel van een laserstraal

12

3

 

8527 91 91

----- werkend met cassettes en voorzien van een mechanisme voor analoge en digitale aflezing

14

5

 

8527 91 99

----- andere

10

5

 

8527 92 90

--- andere

9

5

 

8527 99 00

-- andere

9

3

 

8528 49 10

--- voor monochrome weergave

14

5

 

8528 49 80

--- voor kleurenweergave

14

3

 

8528 59 10

--- voor monochrome weergave

14

3

 

8528 59 40

---- met lcd-beeldscherm

14

5

 

8528 59 80

---- andere

14

5

 

8528 69 99

---- voor kleurenweergave

14

5

 

8528 71 19

---- andere

14

5

 

8528 71 91

---- toestellen gestuurd door een microprocessor, uitgerust met een ingebouwde modem voor toegang tot het internet, een functie voor interactieve informatie-uitwisseling en de mogelijkheid tot ontvangst van televisiesignalen ("settopboxen met communicatiefunctie", met inbegrip van toestellen met een opname- of afspeelfunctie, mits zij het essentiële karakter van een settopbox met communicatiefunctie behouden)

14

5

 

8528 71 99

---- andere

14

5

 

8528 72 10

--- televisieprojectietoestellen

14

3

 

8528 72 20

--- toestellen met een ingebouwd video-opname- of videoweergavetoestel

14

5

 

8528 72 30

---- met ingebouwde beeldbuis

14

5

 

8528 72 40

---- met lcd-beeldscherm

14

5

 

8528 72 60

---- met plasmabeeldscherm

14

5

 

8528 72 80

---- andere

14

5

 

8529 90 92

---- voor televisiecamera's bedoeld bij de onderverdelingen 85258011 en 85258019 of voor toestellen bedoeld bij de posten 8527 en 8528

5

3

 

8540 11 00

-- voor kleurenweergave

14

5

 

8702 10 11

--- nieuwe

16

5

 

8702 10 19

--- gebruikte

16

5

 

8702 10 91

--- nieuwe

10

5

 

8702 90 31

---- nieuwe

10

5

 

8702 90 39

---- gebruikte

10

5

 

8703 10 18

-- andere

10

5

 

8703 21 10

--- nieuwe

10

5

 

8703 21 90

--- gebruikte

10

5

 

8703 22 10

--- nieuwe

10

5

 

8703 22 90

--- gebruikte

10

3

 

8703 23 11

---- kampeerauto's

10

5

 

8703 23 19

---- andere

10

3

 

8703 23 90

--- gebruikte

10

3

 

8703 24 10

--- nieuwe

10

5

 

8703 24 90

--- gebruikte

10

3

 

8703 31 10

--- nieuwe

10

5

 

8703 31 90

--- gebruikte

10

5

 

8703 32 19

---- andere

10

3

 

8703 32 90

--- gebruikte

10

3

 

8703 33 19

---- andere

10

5

 

8703 33 90

--- gebruikte

10

3

 

8703 90 10

-- voertuigen met een elektromotor

10

5

 

8703 90 90

-- andere

10

5

 

8704 21 31

----- nieuwe

22

5

 

8704 21 39

----- gebruikte

22

3

 

8704 21 91

----- nieuwe

10

3

 

8704 21 99

----- gebruikte

10

3

 

8704 22 91

---- nieuwe

22

5

 

8704 22 99

---- gebruikte

22

5

 

8704 31 91

----- nieuwe

10

5

 

8704 31 99

----- gebruikte

10

5

 

8704 90 00

- andere

10

5

 

8706 00 11

-- van motorvoertuigen bedoeld bij post 8702 of 8704

19

5

 

8706 00 99

-- andere

10

5

 

8711 20 98

--- van meer dan 125 doch niet meer dan 250 cm³

8

3

 

8712 00 30

- tweewielige rijwielen met kogellagers

14

5

 

8712 00 70

- andere

15

5

 

9002 90 00

- andere

6,7

3

 

9011 10 90

-- andere

6,7

5

 

9011 90 90

-- andere

6,7

3

 

9619 00 41

--- van brei- of haakwerk

12

5

 

9619 00 49

--- andere

6,3

3

 

9619 00 59

--- andere

10.5

3

 

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Brussel, 18.4.2018

COM(2018) 197 final

BIJLAGE 2-B

Motorvoertuigen en delen daarvan

ARTIKEL 1

Algemene bepalingen

1.    Deze bijlage is van toepassing op alle soorten motorvoertuigen en delen daarvan, die tussen de partijen worden verhandeld en zijn ingedeeld in de hoofdstukken 40, 84, 85, 87 en 94 van het GS 2012 ("onder deze bijlage vallende producten").

2.    De partijen bevestigen ten aanzien van de onder deze bijlage vallende producten de volgende gemeenschappelijke doelstellingen en beginselen:

a)    niet-tarifaire belemmeringen in hun bilaterale handel afschaffen en voorkomen;

b)    de compatibiliteit en de convergentie bevorderen van regelingen op basis van internationale normen;

c)    de erkenning bevorderen van goedkeuringen die met name zijn gebaseerd op de regelingen uit hoofde van de door het Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen (WP.29) beheerde overeenkomsten in het kader van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE);



d)    concurrerende marktvoorwaarden tot stand brengen op basis van openheid, niet-discriminatie en transparantie;

e)    de bescherming van de menselijke gezondheid, de veiligheid en het milieu waarborgen, en

f)    de samenwerking versterken om een constante, voor beide partijen tot voordeel strekkende ontwikkeling van de handel te stimuleren.

ARTIKEL 2

Internationale normen

1.    De partijen erkennen dat WP.29 de relevante internationale normalisatie-instelling voor de onder deze bijlage vallende producten is 1 .

2.    Indien Singapore besluit een typegoedkeuringssysteem voor onder deze bijlage vallende producten in te voeren, zal Singapore overwegen toe te treden tot de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen, gedaan te Genève op 20 maart 1958.



ARTIKEL 3

Convergentie van de regelgeving

1.    a)    De partijen zien er te allen tijde van af om op gebieden waarvoor VN/ECE-reglementen of mondiale technische reglementen (Global Technical Regulations, GTR) zijn vastgesteld of binnenkort zullen worden vastgesteld, van die VN/ECE-reglementen afwijkende nieuwe interne technische regelgeving in te voeren, tenzij er door wetenschappelijke of technische informatie onderbouwde redenen zijn waarom een bepaald VN/ECE-reglement ondoeltreffend of ongeschikt is om de veiligheid op de weg of de bescherming van het milieu of de volksgezondheid te waarborgen 2 .

b)    Een partij die nieuwe interne technische regelgeving invoert zoals bedoeld onder a), geeft op verzoek van de andere partij aan welke gedeelten van de interne technische regelgeving aanzienlijk van de desbetreffende VN/ECE-reglementen of GTR afwijken en motiveert naar behoren om welke redenen daarvan wordt afgeweken.



2.    Wanneer een partij in overeenstemming met lid 1 interne technische regelgeving heeft ingevoerd en handhaaft die afwijkt van bestaande VN/ECE-reglementen of GTR, evalueert die partij die interne technische regelgeving regelmatig en ten minste om de vijf jaar, teneinde de convergentie ervan met de desbetreffende VN/ECE-reglementen of GTR te verbeteren. Bij de evaluatie van hun interne technische regelgeving gaan de partijen na of de omstandigheden die aanleiding gaven tot de afwijking nog steeds bestaan. De bevindingen van deze evaluatie, met inbegrip van de technische en wetenschappelijke informatie waarvan gebruik is gemaakt, worden desgevraagd aan de andere partij meegedeeld.

3.    Singapore laat op zijn markt nieuwe 3 onder deze bijlage vallende producten uit de Unie waarop een EG- 4 of VN/ECE-typegoedkeuringscertificaat betrekking heeft, toe en acht deze in overeenstemming met zijn interne technische regelgeving en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures, zonder verdere test- of markeringsvereisten om overeenstemming met de vereisten van een EG- of VN/ECE-typegoedkeuring te controleren of aan te tonen. In het geval van hele voertuigen wordt een EG-certificaat van overeenstemming, en in het geval van onderdelen en technische eenheden, een op het product aangebracht EG- of VN/ECE-typegoedkeuringsmerk, als voldoende bewijs van het typegoedkeuringscertificaat beschouwd.



4.    De bevoegde administratieve autoriteiten van elk van beide partijen mogen overeenkomstig hun interne wetgeving door middel van een aselecte steekproef controleren of de producten naar behoren voldoen aan:

a)    alle interne technische regelgeving van de partij, of

b)    de interne technische regelgeving ten aanzien waarvan overeenstemming wordt aangetoond met een EG-certificaat van overeenstemming in het geval van hele voertuigen, of met een op het product aangebracht EG- of VN/ECE-merk in het geval van onderdelen en technische eenheden, zoals bedoeld in lid 3.

Een dergelijke controle wordt uitgevoerd in overeenstemming met de interne technische regelgeving onder a) of b), naargelang het geval. Elk van beide partijen mag de leverancier verplichten een product bij haar uit de handel te nemen wanneer dat product niet aan die regelgeving en vereisten voldoet.

ARTIKEL 4

Producten met nieuwe technologieën of nieuwe kenmerken

1.    Geen van beide partijen verhindert het bij haar in de handel brengen van een onder deze bijlage vallend product dat door de exporterende partij is goedgekeurd, of vertraagt dit onnodig op grond dat in dit product een nieuwe technologie is verwerkt of het een nieuw kenmerk heeft waarvoor de partij van invoer nog geen regelgeving heeft vastgesteld, tenzij zij aan de hand van wetenschappelijke of technische informatie kan aantonen dat deze nieuwe technologie of dit nieuwe kenmerk gevaar oplevert voor de menselijke gezondheid, de veiligheid of het milieu.



2.    Wanneer een partij besluit het bij haar in de handel brengen van een onder deze bijlage vallend product van de andere partij te weigeren of te eisen dat een dergelijk product bij haar uit de handel wordt genomen op grond dat hierin een nieuwe technologie is verwerkt die, of het een nieuw kenmerk heeft dat gevaar oplevert voor de menselijke gezondheid, de veiligheid of het milieu, stelt zij de andere partij en de betrokken marktdeelnemers 5 onmiddellijk van haar besluit in kennis. Deze kennisgeving bevat alle wetenschappelijke of technische informatie ter zake waarmee de partij bij haar besluit rekening heeft gehouden.

ARTIKEL 5

Vergunningen

Geen van beide partijen mag een stelsel van automatische of niet-automatische invoervergunningen 6 toepassen voor de onder deze bijlage vallende producten.



ARTIKEL 6

Andere handelsbeperkende maatregelen

Elk van beide partijen ziet ervan af de voordelen inzake markttoegang die voor de andere partij uit deze bijlage voortvloeien, door middel van specifieke regelgeving voor de onder deze bijlage vallende sector ongedaan te maken of te beperken. Dit doet geen afbreuk aan het recht om maatregelen te nemen die met het oog op de verkeersveiligheid, de bescherming van het milieu of de volksgezondheid en het tegengaan van misleidende praktijken noodzakelijk zijn, mits de maatregelen op goed onderbouwde wetenschappelijke of technische informatie zijn gebaseerd.

ARTIKEL 7

Gemengde samenwerking

In het Comité voor de handel in goederen werken de partijen samen en wisselen zij informatie uit over alle kwesties die voor de tenuitvoerlegging van deze bijlage relevant zijn.

_______________

BIJLAGE 2-C

FARMACEUTISCHE PRODUCTEN EN MEDISCHE HULPMIDDELEN

ARTIKEL 1

Algemene bepalingen

De partijen bevestigen de volgende gemeenschappelijke doelstellingen en beginselen:

a)    niet-tarifaire belemmeringen in hun bilaterale handel voorkomen en afschaffen;

b)    concurrerende marktvoorwaarden tot stand brengen op basis van openheid, niet-discriminatie en transparantie;

c)    innovatie van, en een tijdige toegang tot veilige en werkzame farmaceutische producten en medische hulpmiddelen bevorderen door middel van transparante en op verantwoordingsplicht gebaseerde procedures, zonder een partij te beletten hoge veiligheids-, werkzaamheids- en kwaliteitsnormen toe te passen, en



d)    de onderlinge samenwerking tussen de gezondheidsautoriteiten van de partijen verbeteren op basis van de internationale normen, praktijken en richtsnoeren in het kader van relevante internationale organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de Internationale Conferentie voor harmonisatie (ICH), de Pharmaceutical Inspection Convention en de Pharmaceutical Inspection Co-operation Scheme (PIC/S) voor farmaceutische producten en de Werkgroep wereldwijde harmonisatie (GHTF) voor medische hulpmiddelen.

ARTIKEL 2

Internationale normen

De partijen maken gebruik van de internationale normen, praktijken en richtsnoeren voor farmaceutische producten of medische hulpmiddelen, waaronder die welke zijn ontwikkeld door de WHO, de OESO, de ICH, de PIC/s en de GHTF als basis voor hun technische regelgeving, tenzij er door wetenschappelijke of technische informatie onderbouwde redenen zijn waarom dergelijke internationale normen, praktijken of richtsnoeren ondoeltreffend of ongeschikt zouden zijn om de nagestreefde legitieme doelstellingen te verwezenlijken.



ARTIKEL 3

Transparantie

1.    Met betrekking tot algemene maatregelen in verband met farmaceutische producten en medische hulpmiddelen ziet elke van beide partijen erop toe dat:

a)    deze maatregelen voor belanghebbenden en voor de andere partij gemakkelijk en op niet-discriminerende wijze toegankelijk zijn via een officieel aangewezen medium en, wanneer dit haalbaar en mogelijk is, langs elektronische weg, zodat belanghebbenden en de andere partij zich ermee vertrouwd kunnen maken;

b)    zo veel mogelijk een toelichting op het doel en de motivering ervan wordt verstrekt, en

c)    er voldoende tijd is tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding ervan, behalve wanneer dit vanwege spoedeisendheid niet mogelijk is.

2.    In overeenstemming met de bepalingen van haar interne wetgeving:

a)    publiceert elk van beide partijen voor zover mogelijk voordien elk voorstel tot vaststelling of wijziging van maatregelen van algemene strekking met betrekking tot farmaceutische producten en medische hulpmiddelen, met inbegrip van een toelichting op het doel en de strekking van het voorstel;



b)    biedt elk van beide partijen voor zover mogelijk belanghebbenden en de andere partij redelijke mogelijkheden en met name voldoende tijd om commentaar te leveren op de voorgestelde maatregelen, en

c)    houdt elk van beide partijen voor zover mogelijk rekening met de opmerkingen op de voorgestelde maatregelen die zij van belanghebbenden en van de andere partij heeft ontvangen.

3.    Voor zover de gezondheidszorgautoriteiten van een partij procedures voor het opstellen van lijsten of de vaststelling van prijzen en/of vergoedingen van farmaceutische producten invoeren of toepassen:

a)    ziet die partij er in voorkomend geval op toe dat de criteria, voorschriften, procedures en richtsnoeren die van toepassing zijn op het opstellen van lijsten, de vaststelling van prijzen en/of vergoedingen van farmaceutische producten objectief, billijk, redelijk en niet-discriminerend zijn, en voor belanghebbenden op verzoek toegankelijk zijn;

b)    ziet die partij erop toe dat over alle aanvragen om vaststelling van prijzen of om goedkeuring voor vergoeding van farmaceutische producten binnen een redelijke en nader bepaalde termijn na ontvangst van de aanvraag een besluit wordt genomen dat aan de aanvrager wordt bekendgemaakt. Indien de door de aanvrager ingediende informatie onvoldoende of onvolledig wordt geacht en de procedure als gevolg daarvan wordt geschorst, delen de bevoegde autoriteiten van de partij de aanvrager mee welke nadere informatie wordt verlangd en hervatten zij na ontvangst van deze informatie de oorspronkelijke besluitvormingsprocedure;

c)    biedt die partij de aanvragers passende mogelijkheden om op belangrijke punten in de procedure voor het vaststellen van prijzen en vergoedingen opmerkingen in te dienen, onverminderd het toepasselijke interne recht inzake vertrouwelijkheid;



d)    motiveert die partij, in geval van een afwijzend besluit over de opname in een lijst, vaststelling van prijzen en/of vergoedingen, zodanig gedetailleerd het besluit, dat de grondslag van het besluit duidelijk is, waarbij zij ook vermeldt welke criteria werden toegepast en, in voorkomend geval, welke adviezen of aanbevelingen van deskundigen aan het besluit ten grondslag liggen. Bovendien wordt de aanvrager in kennis gesteld van alle door de interne wetgeving geboden rechtsmiddelen en van de daarvoor gestelde termijnen.

ARTIKEL 4

Samenwerking op regelgevingsgebied

Het Comité voor de handel in goederen:

a)    houdt toezicht op en biedt ondersteuning bij de tenuitvoerlegging van deze bijlage;

b)    vergemakkelijkt de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de partijen ter bevordering van de doelstellingen van deze bijlage;

c)    bespreekt hoe de compatibiliteit van de goedkeuringsprocedures waar mogelijk kan worden bevorderd, en

d)    bespreekt hoe de bilaterale handel in actieve farmaceutische ingrediënten kan worden vergemakkelijkt.



ARTIKEL 5

Definities

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)    "farmaceutische producten":

i)    elke enkelvoudige of samengestelde substantie die wordt aangeboden om een ziekte bij de mens te behandelen of te voorkomen, of

ii)    elke enkelvoudige of samengestelde substantie die aan de mens kan worden toegediend om een medische diagnose te stellen of om fysiologische functies bij de mens te herstellen, te verbeteren of te wijzigen.

Farmaceutische producten omvatten bijvoorbeeld chemische geneesmiddelen, biologische geneesmiddelen (bijvoorbeeld vaccins, (anti)toxinen) met inbegrip van uit menselijk bloed of menselijk plasma bereide geneesmiddelen, geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (bijvoorbeeld geneesmiddelen voor gentherapie, geneesmiddelen voor celtherapie), kruidengeneesmiddelen, radiofarmaca;



b)    "medisch hulpmiddel" 7 : elk instrument, apparaat, werktuig, toestel, implantaat, in-vitroreagens of kalibratiemateriaal, elke machine, software, stof of elk ander soortgelijk of verwant artikel dat of die door de fabrikant bestemd is om hetzij alleen, hetzij in combinatie, bij de mens te worden aangewend voor een of meer van de volgende specifieke doeleinden:

i)    diagnose, preventie, monitoring, behandeling of verlichting van ziekten;

ii)    diagnose, monitoring, behandeling, verlichting of compensatie van verwondingen;

iii)    onderzoek naar of vervanging, wijziging of ondersteuning van lichaamsdelen of een fysiologisch proces;

iv)    beheersing van bevruchting;

v)    ondersteuning of behoud van leven;

vi)    ontsmetting van medische hulpmiddelen;

vii)    verstrekking van informatie voor medische of diagnosedoeleinden door middel van in-vitro-onderzoek van specimens die van het menselijk lichaam afkomstig zijn;



c)    "gezondheidszorgautoriteiten van een partij": tenzij anders vermeld, instanties die deel uitmaken van een partij of door deze zijn opgericht om haar programma's op het gebied van de gezondheidszorg uit te voeren of te beheren, en

d)    "fabrikant": de rechthebbende ten aanzien van het product op het grondgebied van een partij.

_______________

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

BIJLAGE bij voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore