Home

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02.03.01 Interne markt en Begrotingsonderdeel 02.03.04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02.03.01 Interne markt en Begrotingsonderdeel 02.03.04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt)

BESLUIT VAN DE RAAD

Brussel, 25.5.2018

COM(2018) 333 final

2018/0167(NLE)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02.03.01 Interne markt en Begrotingsonderdeel 02.03.04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt) (Voor de EER relevante tekst)

TOELICHTING

Met het oog op de nodige rechtszekerheid en homogeniteit van de interne markt moet het Gemengd Comité van de EER alle relevante EU-wetgeving zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan in de EER-overeenkomst opnemen en het voor de EER-/EVA-staten mogelijk maken aan voor de EER relevante EU-acties of -programma's deel te nemen.

Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 1 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst stelt de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vast.

De Commissie dient in samenwerking met de EDEO het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in met het oog op vaststelling van het standpunt van de Unie. De Commissie hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

De doelstelling van dit voorstel, namelijk te zorgen voor de homogeniteit van de interne markt, kan onvoldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kan derhalve, gezien de gevolgen van de maatregelen, beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.

2018/0167 (NLE)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02.03.01 Interne markt en Begrotingsonderdeel 02.03.04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt) (Voor de EER relevante tekst)

Overeenkomstig het begrotingsbeleid van de EU kan slechts worden deelgenomen aan een EU-activiteit nadat de desbetreffende financiële bijdrage is betaald. Overeenkomstig Protocol 32 bij de EER-overeenkomst wordt de jaarlijkse financiële bijdrage van de EER-/EVA-staten evenwel uiterlijk op 31 augustus van elk jaar ter beschikking gesteld, naar aanleiding van de door de Europese Commissie opgestelde afroeping van de bedragen die uiterlijk op 15 augustus door de EER-/EVA-staten dient te zijn ontvangen.

Om de periode tussen januari en augustus te overbruggen zal het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité derhalve vanaf januari met terugwerkende kracht van toepassing zijn. Aldus wordt de in de EER-overeenkomst vervatte continuïteit van de samenwerking gedurende het volledige kalenderjaar gegarandeerd.

De terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de betrokken personen en is in overeenstemming met het beginsel van het gewettigd vertrouwen.

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

(Begrotingsonderdeel 02.03.01 Interne markt en Begrotingsonderdeel 02.03.04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt)

(Voor de EER relevante tekst)

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 2 , en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 3 (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.

  2. Op grond van artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

  3. Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden.

  1. Het is wenselijk om de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten bij uit de algemene begroting van de Europese Unie gefinancierde acties met betrekking tot de werking en de ontwikkeling van de interne markt van goederen en diensten en met betrekking tot instrumenten voor het bestuur van de interne markt.

  2. Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2018 mogelijk te maken.

  3. Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER dient derhalve te worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02.03.01 Interne markt en Begrotingsonderdeel 02.03.04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt)

Brussel,25.5.2018

COM(2018) 333 final

BIJLAGE

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2018
van
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna de "EER-overeenkomst" genoemd), en met name de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Het is wenselijk om de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten bij uit de algemene begroting van de Europese Unie gefinancierde acties met betrekking tot de werking en de ontwikkeling van de interne markt van goederen en diensten en met betrekking tot instrumenten voor het bestuur van de interne markt.

  2. Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2018 mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 7 van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

  1. In lid 12, worden de woorden "en 2017" vervangen door de woorden ", 2017 en 2018".

  2. In lid 14 worden de woorden "het boekjaar 2017" vervangen door de woorden "de boekjaren 2017 en 2018".

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst*.

1Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,