Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko en het bijbehorende uitvoeringsprotocol
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko en het bijbehorende uitvoeringsprotocol
VERORDENING VAN DE RAAD
Brussel, 8.10.2018 |
COM(2018) 679 final |
2018/0350(NLE) |
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko en het bijbehorende uitvoeringsprotocol |
TOELICHTING
Een partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko is op 28 februari 2007 in werking getreden 1 . Het meest recente protocol voor de uitvoering van die overeenkomst 2 , dat op 15 juli 2014 in werking is getreden, is op 14 juli 2018 verstreken. Meer in het algemeen past deze overeenkomst in het kader van de betrekkingen tussen de Unie en Marokko, zoals deze voortvloeien uit de Euro-mediterrane Overeenkomst van 26 februari 1996 waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds 3 , die in 2000 in werking is getreden. De overeenkomst is erop gericht te waarborgen dat de visbestanden op ecologisch, economisch en sociaal gebied goed en op duurzame wijze worden beheerd.
Op basis van de door de Raad vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren 4 heeft de Commissie met de regering van Marokko onderhandelingen gevoerd teneinde de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko te wijzigen en een nieuw uitvoeringsprotocol overeen te komen.
Bij deze onderhandelingen en in de eruit voortvloeiende teksten is ten volle rekening gehouden met het arrest van het Hof van Justitie van 27 februari 2018 in zaak C-266/16 5 , waarin is geoordeeld dat de visserijovereenkomst en het bijbehorende protocol niet van toepassing zijn op de wateren die grenzen aan de Westelijke Sahara. Gelet op de overwegingen in het arrest van het Hof van Justitie en overeenkomstig de wensen van beide partijen, was het tijdens de onderhandelingen evenwel mogelijk om deze gebieden en de aangrenzende wateren in het partnerschap inzake visserij op te nemen, en dit om verschillende redenen. Allereerst is het uit economisch oogpunt belangrijk dat de vloot van de Unie haar visserijactiviteiten, ook in die wateren, verricht in een solide juridisch kader waarvan de geografische werkingssfeer duidelijk bepaald is. Tevens is het de bedoeling dat deze gebieden en de betrokken bevolking evenredig met de visserijactiviteiten op economisch en sociaal gebied voordeel halen uit de overeenkomst, met name door middel van de aanlandingen van door de vloot van de EU verrichte vangsten, de tewerkstelling van zeelieden, investeringen en andere acties ter ondersteuning van de sector die mogelijk worden gemaakt door de in het protocol bij de visserijovereenkomst vastgestelde financiële bijdrage. Eveneens moet worden opgemerkt dat het Koninkrijk Marokko, dat deze gebieden (of althans het grootste deel ervan) bestuurt, de enige entiteit is waarmee een dergelijke overeenkomst kan worden gesloten, rekening houdend met het feit dat geen enkele andere entiteit de duurzaamheid van de exploitatie van deze visbestanden kan verzekeren en kan zorgen voor het beheer en de monitoring van de sectorale steun die ten goede moet komen aan het gebieden van de Westelijke Sahara en aan de betrokken bevolking.
Daarnaast voldoet het voorstel met betrekking tot een nieuwe overeenkomst en een nieuw protocol volledig aan het internationaal recht en het recht van de Unie. De Unie heeft zich steeds uitgesproken voor een oplossing voor het geschil in de Westelijke Sahara en ondersteunt de inspanningen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en zijn persoonlijke gezant om de partijen te helpen tot een rechtvaardige, duurzame en wederzijds aanvaardbare politieke oplossing te komen. In dit opzicht wijst de briefwisseling bij dit voorstel op het standpunt van de Unie met betrekking tot de Westelijke Sahara.
De teksten waarover de onderhandelaars na verschillende onderhandelingsronden overeenstemming hebben bereikt, omvatten de overeenkomst zelf, die een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko tot stand brengt (hierna "de visserijovereenkomst" genoemd) en de overeenkomst van 2007 vervangt, een nieuw uitvoeringsprotocol, een bijlage en aanhangsels, alsook een briefwisseling. Deze teksten zijn op 24 juli 2018 geparafeerd.
Het protocol bestrijkt een periode van vier jaar vanaf de datum van toepassing, zoals bepaald in artikel 16 van het protocol. De op 28 februari 2007 in werking getreden Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko wordt door de nieuwe visserijovereenkomst ingetrokken. De nieuwe overeenkomst voorziet in de mogelijkheid van voorlopige toepassing in afwachting van de sluiting ervan; het wordt evenwel niet noodzakelijk geacht om voorlopige toepassing voor te stellen. De nieuwe overeenkomst is erop gericht uiting te geven aan de beginselen van de hervorming van 2009: degelijke governance op het vlak van visserij en houdbaarheid, eerbiediging van de mensenrechten, transparantie en non-discriminatie. De wijziging van de overeenkomst is eveneens nodig om gehoor te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van 27 februari 2018 en om een rechtsgrondslag te vormen voor de toepassing van de overeenkomst op de aan de Westelijke Sahara grenzende wateren.
In overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren biedt de visserijovereenkomst waarborgen met betrekking tot de billijke geografische en sociale spreiding, evenredig met de visserijactiviteiten, van de sociaal-economische voordelen die voortvloeien uit de totale financiële bijdrage van de overeenkomst (dat wil zeggen de financiële compensatie voor de toegang, de sectorale steun en de door de reders betaalde rechten). Die waarborgen omvatten onder meer de monitoring van de toewijzing van die middelen en het gebruik ervan; de bij de overeenkomst ingestelde gemengde commissie, waarin beide partijen vertegenwoordigd zijn, is verantwoordelijk voor die monitoring. Bovendien zijn er bepalingen op grond waarvan Marokko regelmatig verslag moet uitbrengen over de in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde acties.
Die vangstmogelijkheden dienen over de lidstaten te worden verdeeld.
2018/0350 (NLE) |
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko en het bijbehorende uitvoeringsprotocol |
VERORDENING VAN DE RAAD
betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko en het bijbehorende uitvoeringsprotocol
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Commissie heeft namens de Europese Unie onderhandeld over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko (hierna "de visserijovereenkomst" genoemd), een nieuw protocol voor de uitvoering van de visserijovereenkomst en een briefwisseling bij die overeenkomst.
Overeenkomstig Besluit (EU) 2018/xxx van de Raad 8 zijn de nieuwe visserijovereenkomst, het nieuwe bijbehorende uitvoeringsprotocol en een briefwisseling bij de visserijovereenkomst ondertekend op [datum van de ondertekening invoegen], onder voorbehoud van de sluiting ervan op een later tijdstip.
Het uitvoeringsprotocol heeft een looptijd van vier jaar vanaf de datum waarop het van toepassing wordt, zoals bepaald in artikel 16 van het protocol.
De vangstmogelijkheden dienen over de lidstaten te worden verdeeld voor de volledige periode van toepassing van het protocol voor de uitvoering van de visserijovereenkomst.
Deze verordening moet op dezelfde datum van toepassing worden als het protocol voor de uitvoering van de visserijovereenkomst,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De vangstmogelijkheden die zijn vastgesteld op grond van het protocol voor de uitvoering van de overeenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:
|
Visserijcategorie |
Vaartuigtype |
Lidstaat |
Vergunningen of quota |
|
Ambachtelijke pelagische visserij noord |
Zegenvisserijvaartuigen < 150 BT |
Spanje |
22 |
|
Ambachtelijke visserij noord |
Vaartuigen voor de visserij met de grondbeug < 40 BT |
Spanje |
25 |
|
Portugal |
7 |
||
|
Vaartuigen voor de visserij met de grondbeug ≥ 40 BT < 150 BT |
Portugal |
3 |
|
|
Ambachtelijke visserij zuid |
Lijn en hengel < 150 BT per vaartuig Totaal ≤ 800 BT |
Spanje |
10 |
|
Demersale visserij |
Vaartuigen voor de visserij met de grondbeug ≤ 150 BT |
Spanje |
7 |
|
Portugal |
4 |
||
|
Trawlers ≤ 750 BT Totaal ≤ 3 000 BT |
Spanje |
5 |
|
|
Italië |
0 |
||
|
Tonijnvisserij |
Vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel |
Spanje |
23 |
|
Frankrijk |
4 |
||
|
Industriële pelagische visserij |
85 000 ton in het eerste jaar 90 000 ton in het tweede jaar 100 000 ton in het derde en het vierde jaar Indeling van de vaartuigen die mogen vissen: 10 vaartuigen ≥ 3 000 BT en < 7 765 BT 43 vaartuigen ≥ 150 BT en < 3 000 BT 4 vaartuigen < 150 BT |
Eerste jaar: 85 000 t |
|
|
Duitsland |
6 871,2 t |
||
|
Litouwen |
21 986,3 t |
||
|
Letland |
12 367,5 t |
||
|
Nederland |
26 102,4 t |
||
|
Ierland |
3 099,3 t |
||
|
Polen |
4 807,8 t |
||
|
Verenigd Koninkrijk |
4 807,8 t |
||
|
Spanje |
496,2 t |
||
|
Portugal |
1 652,2 t |
||
|
Frankrijk |
2 809,3 t |
||
|
Tweede jaar: 90 000 t |
|||
|
Duitsland |
7 275,4 t |
||
|
Litouwen |
23 279,6 t |
||
|
Letland |
13 095,0 t |
||
|
Nederland |
27 637,9 t |
||
|
Ierland |
3 281,6 t |
||
|
Polen |
5 090,6 t |
||
|
Verenigd Koninkrijk |
5 090,6 t |
||
|
Spanje |
525,4 t |
||
|
Portugal |
1 749,4 t |
||
|
Frankrijk |
2 974,5 t |
||
|
Derde en vierde jaar: 100 000 t |
|||
|
Duitsland |
8 083,8 t |
||
|
Litouwen |
25 866,3 t |
||
|
Letland |
14 550,0 t |
||
|
Nederland |
30 708,8 t |
||
|
Ierland |
3 646,3 t |
||
|
Polen |
5 656,3 t |
||
|
Verenigd Koninkrijk |
5 656,3 t |
||
|
Spanje |
583,8 t |
||
|
Portugal |
1 943,8 t |
||
|
Frankrijk |
3 305,0 t |
||
Verordening (EU) 2017/2403 is van toepassing onverminderd de overeenkomst en het protocol.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van de datum van toepassing van het protocol voor de uitvoering van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,