Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 - Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek)
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 - Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek)
BESLUIT VAN DE RAAD
Brussel, 13.8.2020 |
COM(2020) 370 final |
2020/0173(NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 - Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek) (Voor de EER relevante tekst) |
TOELICHTING
Het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij het voorstel voor een besluit van de Raad betreft een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst “betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden”. Dit is noodzakelijk om de EER-EVA-staten in staat te stellen hun deelname aan de voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek (hierna “voorbereidende actie” genoemd) in het begrotingsjaar 2020 voor te zetten.
Volgens artikel 78 van de EER-overeenkomst versterken en verbreden de overeenkomstsluitende partijen de samenwerking in het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. De Commissie, die momenteel uitsluitend onderzoek en ontwikkeling voor civiel of tweeërlei gebruik financiert met middelen uit het Horizon 2020-programma, beschouwt de voorbereidende actie als een belangrijk instrument om na te gaan welke toegevoegde waarde wordt geboden door defensiegerelateerd onderzoek dat met middelen uit de EU-begroting wordt gefinancierd.
Gezamenlijk defensieonderzoek in innovatieve technologieën, producten en diensten is cruciaal om het concurrentievermogen in de defensiesector op lange termijn en uiteindelijk ook de strategische autonomie van Europa veilig te stellen. Derhalve levert de samenwerking met Noorwegen een positieve bijdrage aan de inspanningen van de EU op dit terrein.
De rechtsgrondslag vormen artikel 58, lid 2, onder b), artikel 110, lid 1, en artikel 181 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 1 , in samenhang met artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad 2 betreffende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst, waarin wordt bepaald dat de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vaststelt.
Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.
2020/0173 (NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 - Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek) (Voor de EER relevante tekst) |
Overeenkomstig het begrotingsbeleid van de EU kan slechts worden deelgenomen aan een EU-activiteit nadat de desbetreffende financiële bijdrage is betaald. De betaling kan evenwel slechts plaatsvinden nadat dit ontwerpbesluit van de Raad is goedgekeurd en de hieruit voortvloeiende door de Europese Commissie opgestelde afroeping van de bedragen door de EER-EVA-staten is ontvangen.
Om de periode tussen januari 2020 en de ontvangst van de desbetreffende betaling te overbruggen wordt het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité derhalve vanaf januari 2020 met terugwerkende kracht van toepassing.
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen
standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking
op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
(Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 - Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek)
(Voor de EER relevante tekst)
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 3 , en met name artikel 1, lid 3,
Gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 4 , en met name artikel 58, lid 2, onder b), artikel 110, lid 1, en artikel 181,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 5 (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden.
De EVA-staten blijven deelnemen aan de activiteiten van de Unie met betrekking tot begrotingsonderdeel 02 04 77 03 (Voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek), dat in de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020 is opgenomen.
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om de voortzetting van deze uitgebreide samenwerking vanaf 1 januari 2020 mogelijk te maken.
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 - Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek)
Brussel, 13.8.2020 |
COM(2020) 370 final |
BIJLAGE
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. […]
van […]
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
Het is passend de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten met betrekking tot acties van de Unie die worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie, met name wat de voorbereidende actie betreft inzake defensieonderzoek.
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om die uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2020 mogelijk te maken,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 1, lid 13, onder a), van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst worden de woorden “en 2019” vervangen door de woorden “, 2019 en 2020”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst 1*.
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER