Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toewijzing van geannuleerde middelen van projecten uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds met het oog op aanvullende financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toewijzing van geannuleerde middelen van projecten uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds met het oog op aanvullende financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika
BESLUIT VAN DE RAAD
Brussel, 3.9.2020 |
COM(2020) 477 final |
2020/0228(NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toewijzing van geannuleerde middelen van projecten uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds met het oog op aanvullende financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika |
TOELICHTING
De Vredesfaciliteit voor Afrika werd in 2003 opgezet binnen het kader van de Overeenkomst van Cotonou 1 voor de periode van toepassing van de overeenkomst en wordt gefinancierd door het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), dat buiten de algemene begroting van de Unie valt. De Vredesfaciliteit voor Afrika is een van de belangrijkste instrumenten geworden voor de samenwerking tussen Afrika en de EU inzake vrede en veiligheid.
In het kader van het lopende elfde EOF werd in eerste instantie 750 miljoen EUR toegewezen aan de Vredesfaciliteit voor Afrika voor de periode 2014-2020. Bij het bepalen van dit bedrag, dat was gebaseerd op vastleggingen voor de Vredesfaciliteit voor Afrika in het kader van het tiende EOF, werd onvoldoende rekening gehouden met de sterke stijging van het financiële volume van de Vredesfaciliteit voor Afrika na 2012, die aanhield tot 2015, toen de Commissie haar financiering voor vredesoperaties beperkte tot 80 % van het toenmalige VN‑percentage, voor de betaling van troepen en politieagenten die werden ingezet in het kader van door Afrika geleide vredesoperaties. De invoering van dit plafond heeft geleid tot een stabilisatie – maar niet tot een verlaging – van de uitbetalingen van de Vredesfaciliteit voor Afrika, doordat tegenover de besparing die voortvloeide uit de invoering van het plafond, een stijging stond van het totale aantal gefinancierde vredesoperaties. De toename van de vraag was voornamelijk het gevolg van de voortzetting van de financiering voor bestaande operaties (de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM)) en het opstarten van nieuwe vredesoperaties (de missie van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten in Guinee-Bissau (ECOMIB), de multinationale gezamenlijke taskforce tegen Boko Haram (MNJTF), de gezamenlijke troepenmacht van de G5 Sahel).
De Vredesfaciliteit voor Afrika werd tot dusver dan ook vier keer aangevuld met in totaal 1,635 miljard EUR: twee aanvullingen van elk 150 miljoen EUR (besloten op 24 september 2015 2 en 2 augustus 2016 3 ) voor het actieprogramma 2014-2016, een derde aanvulling van 535 miljoen EUR (eveneens besloten op 2 augustus 2016 4 ) voor de financiering van het actieprogramma 2017-2018 en een vierde aanvulling van 800 miljoen EUR (besloten op 11 april 2019 5 ) voor de financiering van het actieprogramma 2019-2020. Dankzij deze middelen kunnen de activiteiten in het kader van de Vredesfaciliteit voor Afrika tot eind 2020 worden voortgezet.
In overeenstemming met het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 6 en het voorstel van de hoge vertegenwoordiger voor een Europese Vredesfaciliteit 7 zullen de activiteiten die momenteel worden gefinancierd in het kader van de Vredesfaciliteit voor Afrika met ingang van 1 januari 2021 worden overgeheveld naar het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) en de Europese Vredesfaciliteit. Om te zorgen voor continue en betrouwbare EU-steun voor door Afrika geleide vredes- en veiligheidsactiviteiten moet een vlotte overgang tussen de Vredesfaciliteit voor Afrika en deze nieuwe instrumenten worden bevorderd tussen januari en juni 2021 of tot het verstrijken van de Overeenkomst van Cotonou, als dat eerder is.
Het doel van dit ontwerpvoorstel voor een besluit van de Raad is van de Raad toestemming te krijgen om geannuleerde middelen uit het tiende EOF aan te wenden voor aanvullende financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika, voor een extra bedrag van maximaal 129 miljoen EUR. Deze middelen zullen worden gebruikt met toepassing van de verdeelsleutel van de lidstaten van het tiende EOF 8 .
In juli 2016 heeft de Afrikaanse Unie een besluit goedgekeurd tot invoering van een heffing van 0,2 % op in aanmerking komende invoer om de Afrikaanse Unie te financieren. Dit besluit is bedoeld om te zorgen voor betrouwbare en voorspelbare financiering voor continentale vrede en veiligheid via het vredesfonds van de Afrikaanse Unie. De uitvoering van de noodzakelijke wetgeving en praktische maatregelen vordert, al gebeurt dat in de verschillende lidstaten van de Afrikaanse Unie in een verschillend tempo. Het bedrag dat beschikbaar is voor financiering in het kader van het vredesfonds van de Afrikaanse Unie stijgt geleidelijk, en bedraagt momenteel ruim 160 miljoen EUR.
Het EOF is de enige bron van financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika op het niveau van de Unie. Vanwege wettelijke beperkingen kunnen de bestaande EU-instrumenten die uit de algemene begroting van de Unie worden gefinancierd, niet worden gebruikt voor operaties met militaire of defensie-implicaties of voor steun aan militaire begunstigden tenzij voor opdrachten in het kader van capaciteitsopbouw ter ondersteuning van ontwikkeling en veiligheid die voor ontwikkeling vereist is.
Krachtens artikel 1, lid 4, van het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn 16 , neemt de Raad een besluit op voorstel van de Commissie.
2020/0228 (NLE) |
Voorstel voor een |
De versterking van het aspect mensenrechten bij conflictpreventie, crisisbeheer en postconflictprocessen is een van de belangrijkste samenwerkingsgebieden in het kader van het prioritaire domein “Vrede en veiligheid” van de gemeenschappelijke strategie Afrika-EU. In het in mei 2018 ondertekende memorandum van overeenstemming tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie inzake vrede, veiligheid en goed bestuur wordt verder de nadruk gelegd op de centrale plaats die mensenrechten, met inbegrip van de strijd tegen gendergerelateerd geweld in conflicten, innemen bij het bereiken van vrede en veiligheid op het Afrikaanse continent.
In het actieprogramma 2019-2020 van de Vredesfaciliteit voor Afrika 17 wordt specifiek aandacht besteed aan het gender- en mensenrechtenaspect in alle relevante acties. Het actieprogramma omvat financiering om de Afrikaanse Unie en andere relevante actoren te ondersteunen bij het tot stand brengen van een continentaal kader voor de naleving van mensenrechten en het internationaal humanitair recht, dat van toepassing is op alle door Afrika geleide vredesoperaties.
betreffende de toewijzing van geannuleerde middelen van projecten uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds met het oog op aanvullende financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn 19 , en met name artikel 1, lid 4,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De huidige inzet van de Europese Unie voor het vredes- en veiligheidsproces op het Afrikaanse continent in het kader van de Vredesfaciliteit voor Afrika moet worden voortgezet tot eind juni 2021 of tot het verstrijken van de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (“ACS”), enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (“de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”) 20 , als dat eerder is.
De financiële behoeften van de Vredesfaciliteit voor Afrika gedurende de periode van januari tot en met juni 2021 worden geraamd op 129 000 000 EUR.
Het is passend om gebruik te maken van geannuleerde middelen van projecten uit het tiende EOF voor de financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika tot eind juni 2021 of tot het verstrijken van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, als dat eerder is.
Deze aanvullende middelen moeten dienen voor financiële steun voor door Afrika geleide vredesondersteunende operaties.
De middelen moeten worden benut overeenkomstig de relevante meerjarige actieprogramma’s van de Vredesfaciliteit voor Afrika en overeenkomstig de regelingen en procedures die van toepassing zijn op het elfde EOF, zoals uiteengezet in Verordening (EU) 2015/322 van de Raad van 2 maart 2015 inzake de uitvoering van het 11e Europees Ontwikkelingsfonds 21 en Verordening (EU) 2018/1877 van de Raad van 26 november 2018 inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds 22 ,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt een bedrag van maximaal 129 000 000 EUR aan geannuleerde middelen van projecten uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) toegewezen met het oog op aanvullende financiering van de Vredesfaciliteit voor Afrika voor de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2021 of tot het verstrijken van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, als dat eerder is.
Deze middelen worden gebruikt overeenkomstig de regelingen en procedures die van toepassing zijn op het elfde EOF.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel,