Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) in verband met de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor emissies van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (“Marpol-Verdrag”)
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) in verband met de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor emissies van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (“Marpol-Verdrag”)
BESLUIT VAN DE RAAD
Brussel, 26.10.2021 |
COM(2021) 669 final |
2021/0349(NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) in verband met de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor emissies van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (“Marpol-Verdrag”) |
TOELICHTING
Dit voorstel betreft de bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 22e vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) en de bijbehorende protocollen, in verband met een besluit om, in 2022, een voorstel ter behandeling door de 78e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu (“MEPC 78”) van de Internationale Maritieme Organisatie (“IMO”) in te dienen om de Middellandse Zee, in zijn geheel, als beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) aan te wijzen en de datum van inwerkingtreding van de daarmee verband houdende verplichtingen vast te stellen.
Het Verdrag van Barcelona en de zeven bijbehorende protocollen die in het kader van het Actieplan voor de Middellandse Zee zijn aangenomen vormen samen de belangrijkste regionale juridisch bindende multilaterale milieuovereenkomst met betrekking tot de Middellandse Zee.
Het Verdrag van Barcelona is erop gericht de verontreiniging van het Middellandse Zeegebied te voorkomen, te temperen, te bestrijden en uit te bannen en de bescherming van de menselijke gezondheid en het mariene milieu in dat gebied te verbeteren teneinde tot de duurzame ontwikkeling ervan bij te dragen.
De Europese Unie is partij bij het (gewijzigde) Verdrag van Barcelona 1 .
De bijeenkomst van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen wordt bijgewoond door ministers en hoge ambtenaren die alle partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen vertegenwoordigen. De partijen komen van 7 tot en met 10 december 2021 bijeen in Antalya, Turkije.
Overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag van Barcelona beschikt de Europese Unie over het aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal stemmen van haar lidstaten die partij zijn bij het Verdrag en bij een of meer van de protocollen. De Unie oefent haar stemrecht niet uit wanneer de lidstaten hun stemrecht uitoefenen en omgekeerd.
Overeenkomstig artikel 43 van het reglement van orde van de vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen worden, tenzij bij het verdrag, de protocollen of het financieel statuut anders is bepaald, de materiële besluiten, aanbevelingen en resoluties aangenomen met een tweederdemeerderheid van de aanwezige en stemmende partijen.
Overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag van Barcelona moeten de partijen in overeenstemming met het internationale recht alle maatregelen nemen om verontreiniging van het Middellandse Zeegebied als gevolg van lozingen vanaf schepen te voorkomen, te verminderen, te bestrijden en zo veel mogelijk uit te bannen en om ervoor te zorgen dat de op internationaal niveau algemeen erkende regels betreffende de beheersing van dit soort verontreiniging op dat gebied effectief worden toegepast.
Overeenkomstig artikel 18, lid 1, punt vii), van het Verdrag van Barcelona kan de vergadering van de partijen bij dat verdrag alle voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het verdrag en de protocollen benodigde maatregelen overwegen en nemen.
Door het aanwijzen van een beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden zouden de bovengenoemde doelstellingen worden verwezenlijkt doordat er speciale voorschriften worden ingevoerd om luchtverontreinigende emissies door schepen in de Middellandse Zee terug te dringen.
Er is herhaaldelijk erkend dat de mariene biodiversiteit en ecosystemen in de Middellandse Zee, ook in maritieme gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, moeten worden beschermd.
De luchtverontreinigende emissies door schepen hebben aanzienlijke negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu. Een van de manieren om deze problematische emissies door schepen aan te pakken, is om overeenkomstig bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (“Marpol-Verdrag”) de Middellandse Zee aan te wijzen als beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) waar speciale voorschriften zullen gelden om de emissies van schepen terug te dringen.
Omdat het beoogde voorstel juridisch bindende gevolgen heeft, is een standpunt namens de Unie nodig. Aangezien het voorstel in overeenstemming is met de ambitie van de Unie om de verontreiniging te verminderen en de bescherming van het milieu te verbeteren, wordt voorgesteld dat de Unie de vaststelling van de beoogde handeling steunt.
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 2 .
De vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, te weten het Verdrag van Barcelona.
Bij de beoogde handeling zal in 2022 een voorstel worden ingediend voor MEPC 78 van de IMO om de Middellandse Zee als beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) aan te wijzen. De vaststelling ervan is dan ook een handeling met rechtsgevolgen.
De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de bescherming van het milieu.
De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 192, lid 1, VWEU.
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 192, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
2021/0349 (NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) in verband met de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor emissies van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (“Marpol-Verdrag”) |
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) in verband met de vaststelling van een besluit om de Middellandse Zee, in zijn geheel, aan te wijzen als beheersgebied voor emissies van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) krachtens bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (“Marpol-Verdrag”)
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
Het gewijzigde Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging (“Verdrag van Barcelona”) is door de Unie gesloten bij Besluit 1999/802/EG van de Raad 3 en is op 9 juli 2004 in werking getreden.
Overeenkomstig artikel 18, lid 1, punt vii), van het Verdrag van Barcelona kan de vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen alle voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het verdrag en de protocollen benodigde maatregelen overwegen en nemen. Overeenkomstig artikel 43 van het reglement van orde van de vergadering van de partijen worden, tenzij bij het verdrag, de protocollen of het financieel statuut anders is bepaald, materiële besluiten aangenomen met een tweederdemeerderheid van de aanwezige en stemmende partijen.
De partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen zijn voornemens tijdens de 22e vergadering van 7 tot en met 10 december 2021 een besluit vast te stellen om in 2022 een voorstel ter behandeling door de 78e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu (“MEPC 78”) van de Internationale Maritieme Organisatie (“IMO”) in te dienen. Het gaat hier om een voorstel om de Middellandse Zee als geheel als beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) aan te wijzen en daarin wordt ook de datum van inwerkingtreding vermeld.
Het is nodig het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen, aangezien bij het beoogde besluit, namens een organisatie waarbij de Unie partij is, een voorstel ter behandeling door MEPC 78 van de IMO zal worden ingediend om de Middellandse Zee als geheel als beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) aan te wijzen, en de vaststelling ervan daarom een handeling met rechtsgevolgen is.
Aangezien het beoogde besluit tot doel heeft de eisen inzake de bescherming van de Middellandse Zee te moderniseren, in overeenstemming met de ambitie van de Unie om de verontreiniging van het mariene milieu terug te dringen en de menselijke gezondheid te beschermen, wordt voorgesteld dat de Unie de vaststelling van het besluit steunt.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 22e vergadering van de partijen bij het Verdrag van Barcelona en de bijbehorende protocollen is dat de vaststelling van het besluit om een voorstel ter behandeling door de 78e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu (“MEPC 78”) van de Internationale Maritieme Organisatie (“IMO”) in te dienen om de Middellandse Zee, in zijn geheel, als beheersgebied voor emissie van zwaveloxiden (“Med SOxECA”) aan te wijzen en de datum van inwerkingtreding daarvoor vast te stellen, wordt gesteund.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,