Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE)

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Brussel, 8.3.2022

COM(2022) 109 final

2022/0075(COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE)

TOELICHTING

n.v.t.

n.v.t.

2022/0075 (COD)

n.v.t.

Het voorstel heeft alleen betrekking op programma’s van het cohesiebeleid en het FEAD in de periode 2014-2020 en wijzigt de bestaande budgettaire verbintenissen niet. Het zal een snellere uitvoering van de programma’s vergemakkelijken en naar verwachting leiden tot de frontloading van betalingskredieten naar 2022 en 2023, die wordt gecompenseerd door een verminderde betalingsbehoefte voor latere jaren.

De voorgestelde wijziging gaat niet gepaard met wijzigingen van de jaarlijkse bovengrenzen van het meerjarig financieel kader voor vastleggingen en betalingen overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad en leidt niet tot wijzigingen van de totale betalingsbehoeften voor de periode 2021-2027.

Op basis van de eerdere toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % in het boekjaar 2020-2021, het niveau van de in de tweede helft van 2021 ingediende betalingsaanvragen en de meest recente betalingsramingen van de lidstaten voor 2022, zal de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % voor het boekjaar 2021-2022 naar verwachting op budgettair vlak leiden tot de frontloading van betalingsbehoeften ten bedrage van 9 miljard EUR naar 2022 en 1 miljard EUR naar 2023, gecompenseerd door een overeenkomstige verlaging van 10 miljard EUR in 2024.

Om de betalingsbovengrenzen in de jaren 2022 en 2023 in acht te kunnen nemen, wordt echter voorgesteld de totale extra betalingen als gevolg van de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % te beperken tot 5 miljard EUR in 2022 en 1 miljard EUR in 2023. De extra bedragen zullen pas worden betaald nadat alle betalingsaanvragen voor het boekjaar 2021-2022 zijn ontvangen. Waar nodig worden de extra betalingen als gevolg van de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % pro rata verricht om een gelijke behandeling van alle betrokken programma’s te waarborgen. Betalingen die als gevolg van de toepassing van deze bovengrenzen niet kunnen worden verricht, moeten door de Commissie zo spoedig mogelijk worden betaald – mits financiering beschikbaar is – hetzij bij de goedkeuring van de rekeningen, hetzij via latere betalingen.

De Commissie zal nauwlettend toezien op het effect van de voorgestelde wijziging op de betalingskredieten in 2022 en 2023, rekening houdend met de algemene uitvoering van de begroting, de herziene prognoses van de lidstaten en eventuele nieuwe behoeften of prioriteiten. Er zal ook rekening worden gehouden met de eventuele gevolgen van de toegenomen onzekerheid op het gebied van de veiligheid.

Voorgesteld wordt Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 te wijzigen om:

  • ervoor te zorgen dat de lidstaten en de regio’s een EU-medefinancieringspercentage van 100 % voor het boekjaar 2021-2022 kunnen blijven genieten door middel van kennisgeving aan de Commissie (wijziging van artikel 25 bis van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 20 van Verordening (EU) nr. 223/2014);

  • een regeling in te voeren voor de begrotingsuitvoering van extra betalingen als gevolg van de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % om rekening te houden met de jaarlijkse bovengrenzen voor betalingen (wijziging van artikel 25 bis van Verordening (EU) nr. 1303/2013);

  • voor meer flexibiliteit tussen het EFRO en het ESF te zorgen – specifiek voor concrete acties om de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie door Rusland aan te pakken – en vereenvoudigde rapportageregelingen over deelnemers in te voeren (wijziging van artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1303/2013), waarbij de betrokken concrete acties met terugwerkende kracht vanaf 24 februari 2022 voor steun in aanmerking komen (wijziging van artikel 65, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1303/2013);

  • de lidstaten flexibiliteit te bieden om de door het FEAD ondersteunde programma’s te wijzigen door middel van kennisgeving aan de Commissie (wijziging van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 223/2014), waarbij de betrokken concrete acties met terugwerkende kracht vanaf 24 februari 2022 voor steun in aanmerking komen (wijziging van artikel 22 van Verordening (EU) nr. 223/2014).

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE)

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE)

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 175, lid 3, en artikel 177,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 1 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 2 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De recente militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne en het aanhoudend gewapend conflict hebben de veiligheidssituatie in Europa fundamenteel veranderd. Als gevolg van de agressie worden de Europese Unie en vooral de oostelijke regio’s geconfronteerd met een aanzienlijke toestroom van personen: een extra probleem op een ogenblik dat de economieën van de lidstaten zich nog steeds herstellen van de gevolgen van de COVID-19-pandemie.

  2. De lidstaten kunnen al een grote verscheidenheid van investeringen in het kader van hun cohesiebeleidsprogramma’s financieren om migratieproblemen aan te pakken in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (“EFRO”) en het Europees Sociaal Fonds (“ESF”), onder meer in het kader van de aanvullende middelen die beschikbaar zijn gesteld als herstelbijstand voor cohesie en de regio’s van Europa (“React-EU”) om bijstand te verlenen ter bevordering van het crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie. De maatregelen kunnen betrekking hebben op investeringen in sociale inclusie, gezondheid, onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en kinderopvang, onder meer door investeringen in infrastructuur, herstel van achtergestelde stedelijke gebieden, maatregelen om het ruimtelijke en educatieve isolement van migranten, startende bedrijven en anderen te verminderen. De lidstaten kunnen resterende middelen binnen hun programma’s herbestemmen om dergelijke problemen aan te pakken. Daarnaast kan het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) ook worden gebruikt om voedsel en fundamentele materiële bijstand te verstrekken, ook aan personen die getroffen worden door de militaire agressie van Rusland, met inbegrip van onderdanen van derde landen.

  3. Hoewel de extra middelen die in het kader van React-EU beschikbaar worden gesteld, al van een aantal flexibele uitvoeringsmogelijkheden kunnen gebruikmaken, moet het gebruik van middelen van het EFRO, het ESF en het FEAD uit het meerjarig financieel kader 2014-2020 flexibeler worden gemaakt. Gezien het feit dat de migratieproblemen als gevolg van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne urgent moet worden aangepakt, moeten de uitgaven voor concrete acties om die problemen aan te pakken beschikbaar zijn vanaf de begindatum van die agressie. Voorts moet de flexibiliteit in de wijze waarop het EFRO en het ESF voor dergelijke concrete acties kunnen worden gebruikt, worden vergroot, zodat de beschikbare middelen in het kader van de programma’s snel kunnen worden gebruikt, mits de concrete actie in overeenstemming is met het – waar nodig gewijzigde – operationele programma. Deze flexibiliteit moet een aanvulling vormen op de mogelijkheden voor de aanvullende financiering van concrete acties waarin reeds is voorzien. Ook moet worden voorzien in een vereenvoudigde rapportage over deelnemers aan die concrete acties.

  4. Om ervoor te zorgen dat getroffen personen onverwijld in aanmerking kunnen komen voor bijstand in het kader van het FEAD, is het ook passend de lidstaten toe te staan bepaalde elementen van de door dit fonds ondersteunde operationele programma’s te wijzigen zonder dat daarvoor een besluit van de Commissie vereist is.

  5. De steun in het kader van het cohesiebeleid moet met name complementair zijn met maatregelen die worden gefinancierd uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) om het effect van de beschikbare financiering zo groot mogelijk te maken.

  6. Opgemerkt zij dat de lidstaten op ongekende wijze zijn getroffen door de gevolgen van de COVID‐19-pandemie. De algehele impact van de pandemie heeft de begrotingen van de lidstaten sterk onder druk gezet als gevolg van de plotse en aanzienlijke stijging van de noodzakelijke overheidsinvesteringen in hun gezondheidszorg en andere economische sectoren. Ook dreigde de pandemie de steun aan de meest behoeftigen te verstoren. Dit heeft geleid tot een buitengewone situatie waarvoor specifieke maatregelen nodig waren.

  7. Om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de crisis zijn Verordening (EU) nr. 1301/2013 3 en Verordening (EU) nr. 1303/2013 4 van het Europees Parlement en de Raad gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/460 van het Europees Parlement en de Raad 5 met het oog op meer flexibiliteit bij de uitvoering van de programma’s die worden ondersteund door het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds (de “fondsen”) en door het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij. Aangezien de ernstige negatieve gevolgen voor de economieën en samenlevingen van de Unie echter nog zijn toegenomen, zijn beide verordeningen opnieuw gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/558 van het Europees Parlement en de Raad 6 . Om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de crisis voor de meest behoeftigen, is ook Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad 7 gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/559 van het Europees Parlement en de Raad 8 tot invoering van specifieke maatregelen voor het FEAD voor de aanpak van de COVID-19-uitbraak. Die wijzigingen hebben gezorgd voor uitzonderlijke extra flexibiliteit om de lidstaten in staat te stellen zich op de noodzakelijke respons op de ongekende crisis te concentreren door de mogelijkheid te vergroten om niet-benutte steun uit de fondsen te mobiliseren en door de procedurele vereisten met betrekking tot de uitvoering van programma’s te vereenvoudigen met het oog op een snelle respons op de crisis van de volksgezondheid. Bij een latere wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bij Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad 9 zijn aanzienlijke extra middelen beschikbaar gesteld als herstelbijstand voor cohesie en de regio’s van Europa (“React-EU”) om bijstand te verlenen ter bevordering van het crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie. Als onderdeel van hetzelfde pakket is ook Verordening (EU) nr. 223/2014 gewijzigd bij Verordening (EU) 2021/177 van het Europees Parlement en de Raad 10 , zodat de lidstaten deze extra middelen kunnen aanspreken ten behoeve van de meest behoeftigen in het kader van de uitvoering van het FEAD.

  8. Hoewel de flexibiliteit en de extra middelen voor de periode 2014-2020 de lidstaten hebben geholpen bij hun crisisrespons en herstelinspanningen, bleven de opkomst van nieuwe varianten van het coronavirus, met name de Omicron-variant, en de wijdverbreide aanscherping van beperkingen in het laatste kwartaal van 2021 ernstige negatieve gevolgen hebben voor de economieën en samenlevingen van de lidstaten en een normale uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s en de door het FEAD ondersteunde programma’s belemmeren. De recente militaire agressie door Rusland en de daaruit voortvloeiende migratiestromen hebben deze effecten verergerd en dreigen het herstel van de economie verder te ondermijnen. In overeenstemming met de in Verordening (EU) 2020/558 vermelde mogelijkheid moet daarom worden voorzien in een uitzonderlijke verlenging van een van de eerder ingevoerde maatregelen, namelijk de optie om een medefinancieringspercentage van 100 % voor het boekjaar 2020-2021 toe te passen op het volgende boekjaar.

  9. Om de druk op de overheidsbegrotingen als gevolg van de crisissituatie te verlichten, de uitvoering van de programma’s te versnellen en de nodige investeringen voor het herstel van de regio’s mogelijk te maken, moeten de lidstaten daarom bij wijze van uitzondering de mogelijkheid krijgen om ook voor het boekjaar 2021-2022 een medefinancieringspercentage van 100 % toe te passen bij een door het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds of het FEAD ondersteund programma.

  1. Om te voldoen aan de betalingsbovengrenzen van het meerjarig financieel kader voor 2022 en 2023, moet voor die jaren een bovengrens worden vastgesteld voor betalingen die voortvloeien uit de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % in het kader van het EFRO, het Cohesiefonds of het ESF. Betalingen die als gevolg van de toepassing van deze bovengrenzen niet kunnen worden verricht, moeten door de Commissie zo spoedig mogelijk worden betaald – mits financiering beschikbaar is – hetzij bij de goedkeuring van de rekeningen, hetzij via latere betalingen. Dergelijke uitgestelde betalingen mogen niet van invloed zijn op de goedkeuring van de rekeningen, noch andere gevolgen hebben.

  2. Aangezien de toepassing van de medefinanciering van 100 % geen wezenlijke gevolgen zal hebben voor de inhoud van de operationele programma’s zelf, is het passend de snelle uitvoering ervan mogelijk te maken zonder dat een besluit van de Commissie tot goedkeuring van de wijziging van de financiële tabellen van het operationele programma door de lidstaten nodig is. Toch moet de lidstaat de herziene financiële tabellen meedelen vóór de indiening van de aanvraag voor de laatste betaling voor het boekjaar. Mogelijke belangrijke wijzigingen, onder meer van de waarden van indicatoren, kunnen worden aangebracht als onderdeel van een latere programmawijziging na het einde van het boekjaar.

  3. Aangezien de doelstellingen van deze verordening – namelijk het invoeren van flexibiliteitsmaatregelen bij het verlenen van steun uit de fondsen – niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt en vanwege de omvang en de gevolgen van het voorgestelde optreden dus beter door de Unie kunnen worden gerealiseerd, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

  4. Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/2014 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  5. Aangezien de lidstaten in staat moeten worden gesteld hun programma’s tijdig te wijzigen om in aanmerking te komen voor de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % voor het boekjaar 2021-2022, is het passend dat deze verordening in werking treedt op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

  6. Aangezien de migratieproblemen als gevolg van de recente militaire agressie van Rusland, evenals de voortdurende crisis van de volksgezondheid vanwege de COVID-19-pandemie dringend moeten worden aangepakt, wordt het noodzakelijk geacht gebruik te maken van de uitzondering op de periode van acht weken als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013

Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt als volgt gewijzigd:

  1. In artikel 25 bis wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

“1 bis.    In afwijking van artikel 60, lid 1, en artikel 120, lid 3, eerste en vierde alinea, kan een medefinancieringspercentage van 100 % worden toegepast op uitgaven die in betalingsaanvragen voor het boekjaar dat begint op 1 juli 2021 en eindigt op 30 juni 2022, zijn gedeclareerd voor één of meer prioritaire assen in het kader van een door het EFRO, het ESF of het Cohesiefonds ondersteund programma.

In afwijking van artikel 30, leden 1 en 2, en artikel 96, lid 10, is voor de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % geen besluit van de Commissie tot goedkeuring van een programmawijziging vereist. De lidstaat stelt de Commissie in kennis van de herziene financiële tabellen na goedkeuring door het toezichtcomité. Het medefinancieringspercentage van 100 % is alleen van toepassing als de Commissie van de financiële tabellen in kennis is gesteld vóór de indiening – overeenkomstig artikel 135, lid 2, – van de laatste aanvraag voor een tussentijdse betaling voor het boekjaar dat begint op 1 juli 2021 en eindigt op 30 juni 2022.

De totale aanvullende betalingen als gevolg van de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % bedragen hoogstens 5 miljard EUR in 2022 en 1 miljard EUR in 2023.

De Commissie verricht tussentijdse betalingen door het op de betrokken prioritaire assen toepasselijke medefinancieringspercentage toe te passen vóór de in de tweede alinea bedoelde kennisgeving. In afwijking van artikel 135, lid 5, betaalt de Commissie de aanvullende bedragen als gevolg van de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % na ontvangst van alle laatste aanvragen voor tussentijdse betaling voor het boekjaar 2021-2022, waar nodig pro rata om de in de derde alinea vastgestelde maxima in acht te nemen.

In afwijking van artikel 139, lid 7, worden de resterende bedragen als gevolg van de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % die na de goedkeuring van de rekeningen niet kunnen worden betaald om de in de derde alinea vastgestelde maxima in acht te nemen, in 2024 of later betaald.”.

  1. Aan artikel 65, lid 10, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“In afwijking van lid 9 komen uitgaven voor concrete acties om de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van Rusland aan te pakken met ingang van 24 februari 2022 in aanmerking voor steun.”.

  1. Aan artikel 98 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

“4. Concrete acties om de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van Rusland aan te pakken, kunnen door het EFRO of het ESF worden gefinancierd op basis van de op het andere fonds toepasselijke regels.

In dergelijke gevallen worden deze concrete acties geprogrammeerd in het kader van een specifieke prioritaire as van dat andere fonds die bijdraagt tot de overeenkomstige investeringsprioriteiten ervan.

Wanneer gegevens over deelnemers moeten worden gerapporteerd voor concrete acties in het kader van de in de tweede alinea bedoelde specifieke prioritaire as, worden die gegevens op gefundeerde ramingen gebaseerd en tot het totale aantal ondersteunde personen en het aantal kinderen jonger dan 18 jaar beperkt.

Dit lid is niet van toepassing op programma’s in het kader van de doelstelling “Europese territoriale samenwerking.”.

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EU) nr. 223/2014

Verordening (EU) nr. 223/2014 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Aan artikel 9, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De eerste en de tweede alinea zijn ook van toepassing om elementen van een operationeel programma te wijzigen dat de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van Rusland aanpakt.”.

  1. In artikel 20 wordt het volgende lid 1 ter ingevoegd:

“1 ter.    In afwijking van lid 1 kan een medefinancieringspercentage van 100 % worden toegepast op uitgaven die in betalingsaanvragen voor het boekjaar dat begint op 1 juli 2021 en eindigt op 30 juni 2022, zijn gedeclareerd.

In afwijking van artikel 9, leden 1, 2 en 3, is voor de toepassing van het medefinancieringspercentage van 100 % geen besluit van de Commissie tot goedkeuring van een programmawijziging vereist. De lidstaat stelt de Commissie in kennis van de herziene financiële tabellen als bedoeld in deel 5.1 van de in bijlage I opgenomen modellen voor operationele programma’s. Het medefinancieringspercentage van 100 % is alleen van toepassing als de Commissie van de financiële tabellen in kennis is gesteld vóór de indiening – overeenkomstig artikel 45, lid 2 – van de laatste aanvraag voor een tussentijdse betaling voor het boekjaar dat begint op 1  juli 2021 en eindigt op 30 juni 2022.”

  1. Aan artikel 22, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“In afwijking van de eerste alinea komen uitgaven voor concrete acties om de migratieproblemen als gevolg van de militaire agressie van Rusland aan te pakken met ingang van 24 februari 2022 in aanmerking voor steun.”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 11 .

van EVA-landen 12

van kandidaat-lidstaten 13

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement

2a Economische, sociale en territoriale samenhang

05.02.99.01 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO)

05.03.99.01 Voltooiing van het Cohesiefonds (CF)

07.02.99.01 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds (ESF)

07.02.99.04 Voltooiing van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD)

GK

NEE

NEE

NEE

NEE

Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

De voorgestelde wijziging gaat niet gepaard met wijzigingen van de jaarlijkse bovengrenzen van het meerjarig financieel kader voor vastleggingen overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1311/2013 van de Raad, noch met wijzigingen van de totale betalingsbehoeften voor de periode 2021-2027.

De totale jaarlijkse verdeling van de vastleggingskredieten voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds blijft ongewijzigd.

Het voorstel zal naar verwachting resulteren in de frontloading van betalingskredieten voor het boekjaar dat begint op 1 juli 2021 en eindigt op 30 juni 2022 (zie onderstaande raming).

Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader 

Nummer

2a

DG Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling en DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie

2021

2022

2023

2024

2025

TOTAAL

• Beleidskredieten

05.02.99.01 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO)

05.03.99.01 Voltooiing van het Cohesiefonds (CF)

07.02.99.01 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds (ESF)

07.02.99.04 Voltooiing van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD)

Vastleggingen

(1a)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

5,000

1,000

-6,000

0,000

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

Betalingen

(2b)

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 14  

Begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten 
voor DG Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling en DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b

+3

0,000

5,000

1,000

-6,000

0,000

0,000

 



• TOTAAL beleidskredieten 

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

(6)

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2a 
van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

=4+ 6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=5+ 6

0,000

5,000

1,000

-6,000

0,000

0,000





Rubriek van het meerjarig financieel kader 

7

“Administratieve uitgaven”

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (Bijlage V bij de interne voorschriften), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

• Personele middelen 

• Andere administratieve uitgaven 

TOTAAL DG <….>

Kredieten

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader 

(Totaal vastleggingen = totaal betalingen)

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

2021

2022

2023

2024

2025

TOTAAL

TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader 

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

0,000

5,000

1,000

-6,000

0,000

0,000

Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

Voor het voorstel/initiatief zijn bestaande beleidskredieten nodig (zonder wijzigingen):

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 15

Gem. kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 16

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 17

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Buiten RUBRIEK 7 18  
of the multiannual financial framework

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal buiten RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

De benodigde kredieten voor personele middelen en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Geraamde personeelsbehoeften

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

 01 01 01 11 (eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

•Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE) 19

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 xx yy zz   20

- centrale diensten

- delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT – onderzoek onder contract)

 01 01 01 12 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

Verenigbaarheid met het huidig meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidig meerjarig financieel kader.

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

   hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

   hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

X    voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 21

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 



Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

X    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven ◻    

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 22

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).