Home

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste vergadering van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen met betrekking tot de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste vergadering van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen met betrekking tot de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

BESLUIT VAN DE RAAD

Brussel, 31.5.2024

COM(2024) 238 final

2024/0134(NLE)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste vergadering van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen met betrekking tot de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

TOELICHTING

Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste bijeenkomst van de gezamenlijke instellingen die zijn ingesteld bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023 (hierna “de Overeenkomst” genoemd).

Volgens de Overeenkomst moet elke gezamenlijke instelling tijdens haar eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst haar reglement van orde vaststellen.

De gezamenlijke OACPS-EU-instellingen waarop dit voorstel betrekking heeft, zijn: de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU- Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU.

De Overeenkomst heeft tot doel een versterkt politiek partnerschap tussen de partijen tot stand te brengen om voor de partijen gunstige resultaten te bereiken met betrekking tot gemeenschappelijke en onderling samenhangende belangen en in overeenstemming met hun gedeelde waarden. De Overeenkomst wordt sinds 1 januari 2024 voorlopig toegepast, overeenkomstig artikel 98, lid 4. De inwerkingtreding van de Overeenkomst volgt op de voltooiing van de respectieve interne procedures van de partijen, overeenkomstig artikel 98, lid 2, van de Overeenkomst.

De Europese Unie en al haar lidstaten zijn partij bij de Overeenkomst 1 .

De OACPS-EU-Raad van Ministers en elke Regionale Raad van Ministers worden gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die respectievelijk door de OACPS-leden/de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds. Wat de Europese Unie betreft, moeten de OACPS-EU-Raad van Ministers en elke Regionale Raad van Ministers worden voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in zijn/haar hoedanigheid van vicevoorzitter van de Europese Commissie (hierna “HV/VV” genoemd) en/of door een commissaris van de Europese Commissie.

Overeenkomstig artikel 86, lid 1, van de Overeenkomst omvatten de gemeenschappelijke OACPS-EU-instellingen op het niveau van de leden van de OACPS-leden en de EU: de OACPS-EU-Raad van Ministers, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc) en de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU. Voor elk van de Regionale Protocollen omvatten de gezamenlijke instellingen de Raad van Ministers Afrika-EU, het Gemengd Comité Afrika-EU, de Parlementaire Vergadering Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU, de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU en de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU.

De reglementen van orde van de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU, de Parlementaire Vergadering Afrika-EU, de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU en de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU zijn aangenomen tijdens de eerste bijeenkomst van de vier nieuwe parlementaire vergaderingen, die van 19 tot en met 21 februari 2024 in Luanda, Angola, werden gehouden, overeenkomstig artikel 90, lid 3, van de Overeenkomst.

Overeenkomstig artikel 88 van de Overeenkomst bestaat de OACPS-EU-Raad van Ministers uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op ministerieel niveau, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds. Hij wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de OACPS-leden is benoemd, enerzijds, en de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds.

De OACPS-EU-Raad van Ministers komt in beginsel om de drie jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen onderwerpen. Waarnemers kunnen in voorkomend geval aan bijeenkomsten deelnemen.

De OACPS-EU-Raad van Ministers kan comités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties doeltreffender en efficiënter te behandelen, zoals kwesties op het gebied van handel en ontwikkelingsfinanciering. Hij kan ook bevoegdheden delegeren aan het OACPS-EU-Alsoc.

De OACPS-EU-Raad van Ministers heeft de volgende taken:

  1. strategische politieke sturing geven;

  1. toezien op de effectieve en consistente uitvoering van deze Overeenkomst;

  2. beleidsrichtsnoeren vaststellen en besluiten nemen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst; en

  3. gemeenschappelijke standpunten vaststellen en overeenstemming bereiken over gezamenlijke acties inzake internationale samenwerking, en de coördinatie in internationale organisaties en fora vergemakkelijken.

De OACPS-EU-Raad van Ministers stelt in onderlinge overeenstemming tussen de partijen besluiten vast die bindend zijn voor alle partijen, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn hierboven genoemde functies.

De OACPS-EU-Raad van Ministers kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters. Het hierboven vermelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure.

Overeenkomstig artikel 92, lid 1, van de Overeenkomst stellen de partijen bij de Overeenkomst voor elk van de drie Regionale Protocollen bij de Overeenkomst een Raad van Ministers in.

De Raad van Ministers Afrika-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in Afrika die partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds. De Raad wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de staten in Afrika die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds, overeenkomstig hun eigen procedures.

De Raad van Ministers Caribisch gebied-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in het Caribisch gebied die partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds. De Raad wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de staten in het Caribisch gebied die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds, overeenkomstig hun eigen procedures.

De Raad van Ministers Stille Oceaan-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in de Stille Oceaan die partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds. De Raad wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de staten in de Stille Oceaan die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds, overeenkomstig hun eigen procedures.

Elke Regionale Raad van Ministers heeft de volgende taken:

  1. prioriteiten stellen en, in voorkomend geval, actieplannen opstellen met betrekking tot de doelstellingen van zijn respectieve Regionale Protocol;

  2. besluiten nemen en aanbevelingen doen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten van zijn respectieve Regionale Protocol, met inbegrip van besluiten betreffende de herziening of wijziging daarvan, overeenkomstig artikel 99, lid 5; de besluiten zijn bindend voor alle partijen bij het respectieve Regionale Protocol, tenzij anders bepaald; en

  3. dialoog voeren en van gedachten wisselen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang.

Elke Regionale Raad van Ministers stelt besluiten vast of doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming.

Elke Regionale Raad van Ministers:

  1. kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure; het bepaalde in artikel 88 is van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure van de Regionale Raad van Ministers;

  2. kan subcomités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen en kan bevoegdheden delegeren aan het respectieve Regionale Gemengd Comité;

  3. legt de OACPS-EU-Raad van Ministers een verslag over de uitvoering van zijn respectieve Protocol over.

Het OACPS-EU-Alsoc bestaat uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren en de secretaris-generaal van de OACPS, ambtshalve, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.

Het OACPS-EU-Alsoc komt jaarlijks en in bijzondere zittingen bijeen op verzoek van de medevoorzitters, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de OACPS-EU-Raad van Ministers. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de OACPS-EU-Raad van Ministers. Het neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Waarnemers kunnen in voorkomend geval aan bijeenkomsten deelnemen.

Het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau bereidt de bijeenkomsten van de OACPS-EU-Raad van Ministers voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de OACPS-EU-Raad van Ministers is belast.

Het Gemengd Comité Afrika-EU bestaat uit een vertegenwoordiger van elk Afrikaans OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de Raad van Ministers Afrika-EU. In voorkomend geval kan het, op voorstel van een van de partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen. Het bereidt de bijeenkomsten van de Raad van Ministers Afrika-EU voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad van Ministers Afrika-EU is belast.

Het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU bestaat uit een vertegenwoordiger van elk Caribisch OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU. In voorkomend geval kan het, op voorstel van een van de partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen. Het bereidt de bijeenkomsten van de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU is belast.

Het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU bestaat uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid in de Stille Oceaan op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU. In voorkomend geval kan het, op voorstel van een van de partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen. Het bereidt de bijeenkomsten van de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU is belast.

Tijdens haar eerste bijeenkomst moet elke gezamenlijke OACPS-EU-instelling, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers van Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc), het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU, een besluit goedkeuren tot vaststelling van haar reglement van orde (“de beoogde handeling”).

Het doel van elke beoogde handeling is de vaststelling van het reglement van orde van de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc), het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van de OACPS-EU-Raad van Ministers zal bindend worden voor de partijen overeenkomstig artikel 88, lid 5, van de Overeenkomst, dat bepaalt: “De OACPS-EU-Raad van Ministers stelt besluiten vast die bindend zijn voor alle partijen”. Krachtens artikel 88, lid 7, moet de OACPS-EU-Raad van Ministers tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vaststellen.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van de Raad van Ministers Afrika-EU zal bindend worden voor de EU en voor de Afrikaanse OACPS-leden overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst, dat bepaalt: “de besluiten zijn bindend voor alle partijen”. Krachtens artikel 92, lid 4, punt d), moet de Raad van Ministers Afrika-EU tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vaststellen.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU zal bindend worden voor de EU en voor de Caribische OACPS-leden overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst, dat bepaalt: “de besluiten zijn bindend voor alle partijen”. Krachtens artikel 92, lid 4, punt d), moet de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vaststellen.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU zal bindend worden voor de EU en voor de OACPS-leden in de Stille Oceaan overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst, dat bepaalt: “de besluiten zijn bindend voor alle partijen”. Krachtens artikel 92, lid 4, punt d), moet de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vaststellen.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc), is in overeenstemming met artikel 89, lid 3, van de Overeenkomst, dat bepaalt: “Het OACPS-EU-Alsoc stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast”.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van het Gemengd Comité Afrika-EU is in overeenstemming met artikel 93, lid 4, van de Overeenkomst, dat bepaalt: “Elk Regionaal Gemengd Comité stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast”.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU is in overeenstemming met artikel 93, lid 4, van de Overeenkomst, dat bepaalt: “Elk Regionaal Gemengd Comité stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast”.

De beoogde handeling tot vaststelling van het reglement van orde van het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU is in overeenstemming met artikel 93, lid 4, van de Overeenkomst, dat bepaalt: “Elk Regionaal Gemengd Comité stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast”.

De Commissie stelt voor dat de Unie instemt met de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU. De ontwerphandelingen van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, d.w.z. de ontwerpreglementen van orde, zijn opgenomen in de bijlage bij dit voorstel.

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die niet bindend zijn uit hoofde van het internationale recht, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 2 .

De gezamenlijke OACPS-EU-instellingen zijn opgericht bij een overeenkomst, namelijk de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds.

De handeling die de OACPS-EU-Raad van Ministers dient vast te stellen, is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 88, lid 5, van de Overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De handelingen die de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU en de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU dienen vast te stellen, zijn handelingen met rechtsgevolgen. De beoogde handelingen zullen overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De handeling die het OACPS-EU-Alsoc dient vast te stellen, is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling heeft rechtsgevolgen, aangezien het besluit van het OACPS-EU-Alsoc in onderlinge overeenstemming zal worden genomen en de vervulling van zijn taken mogelijk maakt alsook het uitvoeren van opdrachten die de OACPS-EU-Raad van Ministers het OACPS-EU-Alsoc heeft toevertrouwd in het kader van een bevoegdheidsdelegatie uit hoofde van artikel 88, lid 3, en artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst.

De handelingen die het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU dienen vast te stellen, zijn handelingen met rechtsgevolgen, aangezien zij het vervullen van hun taken mogelijk maken alsook het uitvoeren van opdrachten die hun door de respectieve Regionale Raad van Ministers zijn toevertrouwd.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de Overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de werking van de op grond van de Overeenkomst opgerichte organen. Voor besluiten tot goedkeuring van reglementen van orde van organen die toezicht moeten houden op de uitvoering van de Overeenkomst in haar geheel, volgt de materiële rechtsgrondslag die van de hoofdhandeling, dat wil zeggen de rechtsgrondslag die van toepassing is op de Overeenkomst in haar geheel 3 . In dit verband is de materiële rechtsgrondslag van Besluit 2023/2861 van de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst 4 gebaseerd op artikel 217 VWEU. De materiële rechtsgrondslag van het voorgestelde besluit is derhalve artikel 217 VWEU.

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 217 VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

2024/0134 (NLE)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste vergadering van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen met betrekking tot de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste vergadering van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen met betrekking tot de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds (hierna “de Overeenkomst” genoemd), is op 15 november 2023 door de Europese Unie, haar lidstaten en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (hierna “OACPS-leden” genoemd) ondertekend en is op 1 januari 2024 voorlopig van toepassing geworden 5 .

  2. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Europese Unie en haar lidstaten en ten minste twee derde van de OACPS-leden hun daartoe vereiste respectieve interne procedures hebben voltooid en de akten waarin zij verklaren zich gebonden te achten, hebben neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie (de “depositaris”), die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.

  3. De taken van de OACPS-EU-Raad van Ministers zijn geregeld in artikel 88, lid 4, van de Overeenkomst. De taken van elke Regionale Raad van Ministers zijn geregeld in artikel 92, lid 2, van de Overeenkomst. De taken van het OACPS-EU-Alsoc zijn geregeld in artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst. De taken van elk Regionaal Gemengd Comité zijn geregeld in artikel 93, lid 3, van de Overeenkomst.

  4. Wat de Europese Unie betreft, moeten de OACPS-EU-Raad van Ministers en elke Regionale Raad van Ministers worden voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in zijn/haar hoedanigheid van vicevoorzitter van de Europese Commissie (hierna “HV/VV” genoemd) en/of door een commissaris van de Europese Commissie.

  5. Elk van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen dient tijdens haar eerste vergadering een besluit over haar reglement van orde vast te stellen.

  6. Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie in de Raad moet worden ingenomen ten aanzien van het reglement van orde van elke gezamenlijke OACPS-EU-instelling, aangezien het besluit voor de Unie bindend zal zijn,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

  1. Het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste bijeenkomst van elk van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU, is gebaseerd op de verschillende ontwerpreglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen die aan dit besluit zijn gehecht.

  2. Kleine technische wijzigingen van de aan dit besluit gehechte ontwerpreglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen kunnen zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Europese Unie in de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen.

Artikel 2

Wat de Europese Unie betreft, worden de OACPS-EU-Raad van Ministers en elke Regionale Raad van Ministers voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in zijn/haar hoedanigheid van vicevoorzitter van de Europese Commissie (hierna “HV/VV” genoemd) en/of door een commissaris van de Europese Commissie.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

BIJLAGEN bij het Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de eerste vergadering van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen met betrekking tot de vaststelling van de reglementen van orde van de gezamenlijke OACPS-EU-instellingen, te weten de OACPS-EU-Raad van Ministers, de Raad van Ministers Afrika-EU, de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, het Gemengd Comité Afrika-EU, het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU en het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

Brussel, 31.5.2024

COM(2024) 238 final

BIJLAGE I — Reglement van orde van de OACPS-EU-Raad van Ministers

Artikel 1

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. De OACPS-EU-Raad van Ministers, hierna “de Raad” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 88 van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

  2. Zoals bepaald in artikel 88, lid 2, van de Overeenkomst komt de OACPS-EU-Raad van Ministers in beginsel om de drie jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen onderwerpen.

  3. Zoals bepaald in artikel 88, lid 1, van de Overeenkomst bestaat de Raad uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op ministerieel niveau, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds.

  4. De Raad wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. De Raad komt afwisselend bijeen in Brussel of op een door de OACPS aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van de Raad.

  6. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 2

Medevoorzitters

  1. Zoals bepaald in artikel 88, lid 1, van de Overeenkomst wordt de Raad gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de OACPS-leden is benoemd, enerzijds, en een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politieke niveau, anderzijds.

  2. Het voorzitterschap van de Raad wordt bij toerbeurt bekleed en wel als volgt:

    • van 1 april tot en met 30 september door een lid van de regering van een OACPS-lidstaat;

    • van 1 oktober tot en met 31 maart door een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau.

Artikel 3

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste 30 dagen vóór aanvang van de bijeenkomst aan de andere leden van de Raad meegedeeld. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de leidende voorzitter uiterlijk 30 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst een verzoek tot opneming heeft ontvangen.

  1. Op de voorlopige agenda worden die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat zij 21 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst aan de leden van het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, hierna “het Alsoc” genoemd, kunnen worden toegezonden.

  2. De agenda wordt bij de aanvang van iedere bijeenkomst door de Raad vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan de Raad, op verzoek van de OACPS-staten of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

  3. De voorlopige agenda kan in een deel A, een deel B en een deel C worden onderverdeeld:

    • deel A bevat de punten die de Raad zonder debat kan goedkeuren;

    • deel B bevat de punten waarover de Raad moet beraadslagen voordat zij kunnen worden goedgekeurd;

    • deel C bevat de punten waarover op informele wijze van gedachten wordt gewisseld.

Artikel 4

Werkzaamheden

  1. Overeenkomstig artikel 88, lid 5, van de Overeenkomst stelt de Raad in onderlinge overeenstemming tussen de partijen besluiten vast die bindend zijn voor alle partijen, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn in artikel 88, lid 4, van de Overeenkomst genoemde taken.

  2. Indien de Raad in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 5 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van de Raad zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden die de regeringen van de OACPS-leden vertegenwoordigen, aanwezig zijn.

  4. Ieder lid van de Raad dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  5. De leden van de Raad kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  6. Vóór de aanvang van elke bijeenkomst wordt aan de leidende voorzitter de samenstelling van elke delegatie opgegeven.

  7. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de zittingen van de Raad bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 5

Schriftelijke procedure

  1. Overeenkomstig artikel 88, lid 6, van de Overeenkomst kan de Raad besluiten nemen of aanbevelingen doen via de schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters.

  2. Tegelijkertijd met het besluit tot toepassing van de schriftelijke procedure kan een termijn voor de antwoorden worden vastgesteld. Na het verstrijken van deze termijn kan de leidende voorzitter, gezien de ontvangen antwoorden, concluderen dat onderlinge overeenstemming is bereikt, tenzij een van de partijen het tegendeel meedeelt.

Artikel 6

Comités en werkgroepen

  1. Zoals bepaald in artikel 88, lid 3, van de Overeenkomst kan de Raad comités en werkgroepen instellen om specifieke kwesties doeltreffender en efficiënter te behandelen.

  2. De Raad kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke comités en werkgroepen.

  3. De comités en werkgroepen brengen verslag uit aan de Raad over hun werkzaamheden.

  4. De comités en werkgroepen kunnen met instemming van de Raad hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan de Raad tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten ministeriële werkgroepen, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 7

Waarnemers

  1. Vertegenwoordigers van de volgende landen en organisaties kunnen op hun verzoek en na aanvaarding van de medevoorzitters van de Raad als waarnemer de zittingen van de Raad bijwonen:

    1. landen die de Overeenkomst hebben ondertekend en die op de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst de in artikel 98, leden 1 en 2, daarvan bedoelde procedures nog niet hebben voltooid;

    2. landen die volgens de procedure van artikel 102 van de Overeenkomst om toetreding tot de Overeenkomst verzoeken;

    3. landen die lid zijn van de OACPS, maar nog geen partij zijn bij de Overeenkomst en landen met de status van waarnemer in de OACPS;

    4. de landen en gebieden overzee (LGO’s);

    5. de ultraperifere gebieden van de EU;

    6. regionale en subregionale organisaties, organen en groeperingen uit de regio’s van de OACPS;

    7. andere derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, kunnen als waarnemer deelnemen aan zittingen van de Raad op hun verzoek of op uitnodiging van de medevoorzitters op ad-hocbasis.

  2. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

  1. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale ministeriële conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

  2. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 8

Betrekkingen met belanghebbenden

  1. Het overleg met belanghebbenden vindt plaats in overeenstemming met de open en transparante mechanismen voor gestructureerd overleg als bedoeld in artikel 95 van de Overeenkomst.

  2. Zoals voorgeschreven in artikel 95, lid 2, van de Overeenkomst, worden de belanghebbenden tijdig geïnformeerd en kunnen zij hun inbreng leveren aan het brede proces van de dialoog, met name met het oog op de bijeenkomsten van de respectieve Raad van Ministers.

Artikel 9

Vertrouwelijkheid en officiële publicaties

  1. Behoudens andersluidend besluit, zijn de bijeenkomsten van de Raad niet openbaar. Om tot bijeenkomsten van de Raad te worden toegelaten, dient een toegangsbewijs te worden overgelegd.

  2. Onverminderd andere geldende bepalingen vallen de beraadslagingen van de Raad onder het beroepsgeheim, tenzij de Raad anders besluit.

  3. Iedere partij kan de besluiten en aanbevelingen van de Raad in haar officiële publicaties laten verschijnen.

Artikel 10

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle OACPS-leden, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de president van de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat van de Raad notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door de Raad genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 11

Documentatie

Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt de Raad op basis van stukken in de officiële talen van de partijen.

Artikel 12

Vorm van de handelingen

  1. De in artikel 88, lid 5, van de Overeenkomst bedoelde besluiten en aanbevelingen worden in artikelen ingedeeld.

  2. Deze handelingen eindigen met de formule “Gedaan te ...”, “(datum)”; de datum is de datum van goedkeuring door de Raad.

  3. De besluiten bedoeld in artikel 88, lid 5, van de Overeenkomst dragen de titel “Besluit”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  4. In de besluiten wordt de datum vastgesteld waarop zij in werking treden. De besluiten bevatten de volgende zin: “De OACPS-staten, de Europese Unie en haar lidstaten zijn, elk voor zich, verplicht de nodige maatregelen ter uitvoering van dit besluit te treffen.”.

  5. De aanbevelingen bedoeld in artikel 88, lid 5, van de Overeenkomst, dragen de titel “Aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  6. De door de Raad goedgekeurde besluiten en aanbevelingen worden voorzien van de handtekening van de leidende voorzitter en bewaard in het archief van de Raad.

  7. De besluiten en aanbevelingen worden door het secretariaat van de Raad ter kennis gebracht van de in artikel 11 genoemde personen en organen.

Artikel 13

Het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc)

  1. Overeenkomstig artikel 88, lid 3, van de Overeenkomst kan de Raad bevoegdheden delegeren aan het Alsoc.

  2. De voorwaarden waaronder het Alsoc bijeenkomt, worden vastgesteld in zijn reglement van orde.

  3. Het Alsoc bereidt de zittingen van de Raad voor en staat de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast.

Artikel 14

Deelname aan de Paritaire Parlementaire Vergadering

Wanneer de Raad bijeenkomsten van de Paritaire Parlementaire Vergadering bijwoont, wordt hij vertegenwoordigd door zijn medevoorzitters.

Artikel 15

Coherentie van het EU-beleid en gevolgen voor de uitvoering van de OACPS-EU-Partnerschapsovereenkomst

  1. Wanneer de OACPS-staten op grond van artikel 4, lid 2, van de Overeenkomst om overleg verzoeken, vindt dit overleg plaats binnen een korte termijn die in de regel niet langer is dan 21 dagen na het verzoek.

  1. De bevoegde instelling kan de Raad, het Alsoc of een ad-hocwerkgroep zijn.

Artikel 16

Secretariaat

  1. Het secretariaat van de Raad en van het Alsoc wordt op paritaire basis waargenomen door twee secretarissen.

  2. De beide secretarissen worden, na onderling overleg, de ene door de OACPS, de andere door de Europese Unie, aangewezen.

  3. De secretarissen kwijten zich geheel zelfstandig van hun taak en houden alleen rekening met de belangen van de goede werking van de Overeenkomst, zonder instructies te vragen aan of te aanvaarden van enige regering, enige organisatie of enig ander gezag dan de Raad en het Alsoc.

  4. De voor de Raad bestemde correspondentie wordt gericht aan zijn medevoorzitters, ten adresse van het secretariaat van de Raad.


BIJLAGE II — Reglement van orde van de Raad van Ministers Afrika-EU

Artikel 1

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit reglement van orde zijn uitsluitend juridisch bindend voor de partijen die gebonden zijn door het Regionale Protocol voor Afrika overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Regionale Protocol voor Afrika bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

Artikel 2

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. De Raad van Ministers Afrika-EU, hierna “de Raad” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 92 van de Overeenkomst. De besluiten en aanbevelingen van de Raad wijken niet af van de besluiten van de OACPS-EU-Raad van Ministers.

  2. De Raad komt in beginsel om de twee jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen aangelegenheden.

  3. Zoals bepaald in artikel 92, lid 1, punt a), van de Overeenkomst bestaat de Raad uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in Afrika die partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds.

  4. De Raad wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. De Raad komt afwisselend bijeen in Brussel of op een door de staten in Afrika die partij zijn, aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van de Raad.

  1. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 3

Medevoorzitters

  1. Zoals bepaald in artikel 92, lid 1, van de Overeenkomst wordt de Raad gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de staten in Afrika die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau, anderzijds.

  2. Het voorzitterschap van de Raad wordt bij toerbeurt bekleed en wel als volgt:

    • van 1 april tot en met 30 september door een lid van de regering van een staat in Afrika die partij is;

    • van 1 oktober tot en met 31 maart door een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau.

Artikel 4

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste 30 dagen vóór aanvang van de bijeenkomst aan de andere leden van de Raad meegedeeld. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de leidende voorzitter uiterlijk 30 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst een verzoek tot opneming heeft ontvangen.

  2. Op de voorlopige agenda worden die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat zij 21 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst aan de leden van de Raad en aan de leden van het Comité Afrika-EU, hierna “het Comité” genoemd, kunnen worden toegezonden.

  3. De agenda wordt bij de aanvang van iedere bijeenkomst door de Raad vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan de Raad, op verzoek van de staten in Afrika die partij zijn of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

  4. De voorlopige agenda kan in een deel A, een deel B en een deel C worden onderverdeeld:

    • deel A bevat de punten die de Raad zonder debat kan goedkeuren;

    • deel B bevat de punten waarover de Raad moet beraadslagen voordat zij kunnen worden goedgekeurd;

    • deel C bevat de punten waarover op informele wijze van gedachten wordt gewisseld.

Artikel 5

Werkzaamheden

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst stelt de Raad in onderlinge overeenstemming tussen de partijen besluiten vast die bindend zijn voor alle partijen bij het Regionale Protocol voor Afrika, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn in artikel 88, lid 4, van de Overeenkomst genoemde taken.

  2. Indien de Raad in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 6 gevolgd.

  1. De werkzaamheden van de Raad zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de lidstaten van het Regionale Protocol voor Afrika aanwezig zijn.

  2. Ieder lid van de Raad dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  3. De leden van de Raad kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  4. Vóór de aanvang van elke bijeenkomst wordt aan de leidende voorzitter de samenstelling van elke delegatie opgegeven.

  5. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de zittingen van de Raad bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 6

Schriftelijke procedure

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 4, punt a), van de Overeenkomst kan de Raad besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters.

  2. Tegelijkertijd met het besluit tot toepassing van de schriftelijke procedure kan een termijn voor de antwoorden worden vastgesteld. Na het verstrijken van deze termijn kan de leidende voorzitter, gezien de ontvangen antwoorden, concluderen dat onderlinge overeenstemming is bereikt, tenzij een van de partijen het tegendeel meedeelt.

Artikel 7

Comités en werkgroepen

  1. Zoals bepaald in artikel 92, lid 4, punt b), van de Overeenkomst kan de Raad comités en werkgroepen instellen om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen.

  2. De Raad kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke comités en werkgroepen.

  3. De comités en werkgroepen brengen verslag uit aan de Raad over hun werkzaamheden.

  4. De comités en werkgroepen kunnen met instemming van de Raad hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan de Raad tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten ministeriële werkgroepen, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 8

Waarnemers

  1. Vertegenwoordigers van de volgende landen en organisaties kunnen op hun verzoek en na aanvaarding van de medevoorzitters van de Raad als waarnemer de zittingen van de Raad bijwonen:

    1. landen die de Overeenkomst hebben ondertekend en behoren tot de staten in Afrika die partij zijn, die op de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst de in artikel 98, leden 1 en 2, daarvan bedoelde procedures nog niet hebben voltooid;

  1. landen in Afrika die volgens de procedure van artikel 102 van de Overeenkomst om toetreding tot de Overeenkomst verzoeken;

  2. landen in Afrika die lid zijn van de OACPS, maar nog geen partij zijn bij de Overeenkomst en landen in Afrika met de status van waarnemer in de OACPS;

  3. de landen en gebieden overzee (LGO’s) in Afrika;

  4. de ultraperifere gebieden van de EU in Afrika;

  5. regionale en subregionale organisaties, organen en groeperingen uit Afrika;

  6. andere derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, kunnen als waarnemer deelnemen aan zittingen van de Raad op hun verzoek of op uitnodiging van de medevoorzitters op ad-hocbasis.

  1. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

    4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale ministeriële conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

    5. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 9

Betrekkingen met belanghebbenden

  1. Het overleg met belanghebbenden vindt plaats in overeenstemming met de open en transparante mechanismen voor gestructureerd overleg als bedoeld in artikel 95 van de Overeenkomst.

  2. Zoals voorgeschreven in artikel 95, lid 2, worden de belanghebbenden tijdig geïnformeerd en kunnen zij hun inbreng leveren aan het brede proces van de dialoog, met name met het oog op de bijeenkomsten van de respectieve Raad.

Artikel 10

Vertrouwelijkheid en officiële publicaties

  1. Behoudens andersluidend besluit, zijn de bijeenkomsten van de Raad niet openbaar. Om tot bijeenkomsten van de Raad te worden toegelaten, dient een toegangsbewijs te worden overgelegd.

  2. Onverminderd andere geldende bepalingen vallen de beraadslagingen van de Raad onder het beroepsgeheim, tenzij de Raad anders besluit.

  1. Iedere partij kan de besluiten en aanbevelingen van de Raad in haar officiële publicaties laten verschijnen.

Artikel 11

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle Afrikaanse lidstaten, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de president van de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat van de Raad notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door de Raad genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 12

Documentatie

Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt de Raad op basis van stukken in de officiële talen van de partijen.

Artikel 13

Vorm van de handelingen

  1. De in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst bedoelde besluiten en aanbevelingen worden in artikelen ingedeeld.

  2. Deze handelingen eindigen met de formule “Gedaan te ...”, “(datum)”; de datum is de datum van goedkeuring door de Raad.

  3. De besluiten bedoeld in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst dragen de titel “Besluit”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  4. In de besluiten wordt de datum vastgesteld waarop zij in werking treden. De besluiten bevatten de volgende zin: “De staten in Afrika die partij zijn, de Europese Unie en haar lidstaten zijn, elk voor zich, verplicht de nodige maatregelen ter uitvoering van dit besluit te treffen.”.

  5. De aanbevelingen bedoeld in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst, dragen de titel “Aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  6. Door de Raad goedgekeurde besluiten en aanbevelingen worden voorzien van de handtekening van de leidende voorzitter en bewaard in het archief van de Raad.

  7. De besluiten en aanbevelingen worden door het secretariaat van de Raad ter kennis gebracht van de in artikel 11 genoemde personen en organen.

Artikel 14

Het Comité Afrika-EU

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 4, punt b), van de Overeenkomst kan de Raad bevoegdheden delegeren aan het Comité Afrika-EU.

  2. De voorwaarden waaronder het Comité Afrika-EU bijeenkomt, worden vastgesteld in zijn reglement van orde.

  3. Het Comité Afrika-EU bereidt de zittingen van de Raad voor en staat de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast.

Artikel 15

Deelname aan de Parlementaire Vergadering Afrika-EU

Wanneer de Raad bijeenkomsten van de Parlementaire Vergadering Afrika-EU bijwoont, wordt hij vertegenwoordigd door zijn medevoorzitters.

Artikel 16

Coherentie van het EU-beleid en gevolgen voor de uitvoering van de OACPS-EU-Partnerschapsovereenkomst

  1. Wanneer de OACPS-staten op grond van artikel 4, lid 2, van de Overeenkomst om overleg verzoeken, vindt dit overleg plaats binnen een korte termijn die in de regel niet langer is dan 21 dagen na het verzoek.

  2. De bevoegde instelling kan de Raad, het Alsoc of een ad-hocwerkgroep zijn.

Artikel 17

Secretariaat

  1. Het secretariaat van de Raad en van het Comité wordt op paritaire basis waargenomen door twee secretarissen.

  2. De beide secretarissen worden, na onderling overleg, de ene door de staten in Afrika die partij zijn, de andere door de Europese Unie, aangewezen.

  3. De secretarissen kwijten zich geheel zelfstandig van hun taak en houden alleen rekening met de belangen van de Overeenkomst, zonder instructies te vragen aan of te aanvaarden van enige regering, enige organisatie of enig ander gezag dan de Raad en het Comité.

  4. De voor de Raad bestemde correspondentie wordt gericht aan zijn medevoorzitters, ten adresse van het secretariaat van de Raad.

BIJLAGE III — Reglement van orde van de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU

Artikel 1

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit reglement van orde zijn uitsluitend juridisch bindend voor de partijen die gebonden zijn door het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

Artikel 2

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. De Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, hierna “de Raad” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 92 van de Overeenkomst. De besluiten en aanbevelingen van de Raad wijken niet af van de besluiten van de OACPS-EU-Raad van Ministers.

  2. De Raad komt in beginsel om de twee jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen aangelegenheden.

  3. Zoals bepaald in artikel 92, lid 1, punt a), van de Overeenkomst bestaat de Raad uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke Caribische staat die partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds.

  4. De Raad wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. De Raad komt afwisselend bijeen in Brussel of op een door de Caribische staten die partij zijn, aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van de Raad.

  6. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 3

Medevoorzitters

  1. Zoals bepaald in artikel 92, lid 1, van de Overeenkomst wordt de Raad gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de Caribische staten die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau, anderzijds.

  2. Het voorzitterschap van de Raad wordt bij toerbeurt bekleed en wel als volgt:

    • van 1 april tot en met 30 september door een lid van de regering van een Caribische staat die partij is;

    • van 1 oktober tot en met 31 maart door een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau.

Artikel 4

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste 30 dagen vóór aanvang van de bijeenkomst aan de andere leden van de Raad meegedeeld. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de leidende voorzitter uiterlijk 30 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst een verzoek tot opneming heeft ontvangen.

  2. Op de voorlopige agenda worden die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat zij 21 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst aan de leden van de Raad en aan de leden van het Comité Caribisch gebied-EU, hierna “het Comité” genoemd, kunnen worden toegezonden.

  1. De agenda wordt bij de aanvang van iedere bijeenkomst door de Raad vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan de Raad, op verzoek van de Caribische staten die partij zijn of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

  2. De voorlopige agenda kan in een deel A, een deel B en een deel C worden onderverdeeld:

    • deel A bevat de punten die de Raad zonder debat kan goedkeuren;

    • deel B bevat de punten waarover de Raad moet beraadslagen voordat zij kunnen worden goedgekeurd;

    • deel C bevat de punten waarover op informele wijze van gedachten wordt gewisseld.

Artikel 5

Werkzaamheden

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst stelt de Raad in onderlinge overeenstemming tussen de partijen besluiten vast die bindend zijn voor alle partijen bij het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn in artikel 88, lid 4, van de Overeenkomst genoemde taken.

  2. Indien de Raad in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 5 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van de Raad zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de lidstaten van het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied aanwezig zijn.

  4. Ieder lid van de Raad dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  5. De leden van de Raad kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  6. Vóór de aanvang van elke bijeenkomst wordt aan de leidende voorzitter de samenstelling van elke delegatie opgegeven.

  7. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de zittingen van de Raad bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 6

Schriftelijke procedure

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 4, punt a), van de Overeenkomst kan de Raad besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters.

  2. Tegelijkertijd met het besluit tot toepassing van de schriftelijke procedure kan een termijn voor de antwoorden worden vastgesteld. Na het verstrijken van deze termijn kan de leidende voorzitter, gezien de ontvangen antwoorden, concluderen dat onderlinge overeenstemming is bereikt, tenzij een van de partijen het tegendeel meedeelt.

Artikel 7

Comités en werkgroepen

  1. Zoals bepaald in artikel 92, lid 4, punt b), van de Overeenkomst kan de Raad comités en werkgroepen instellen om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen.

  2. De Raad kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke comités en werkgroepen.

  3. De comités en werkgroepen brengen verslag uit aan de Raad over hun werkzaamheden.

  4. De comités en werkgroepen kunnen met instemming van de Raad hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan de Raad tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten ministeriële werkgroepen, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 8

Waarnemers

  1. Vertegenwoordigers van de volgende landen en organisaties kunnen op hun verzoek en na aanvaarding van de medevoorzitters van de Raad als waarnemer de zittingen van de Raad bijwonen:

    1. landen die de Overeenkomst hebben ondertekend en behoren tot de Caribische staten die partij zijn, die op de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst de in artikel 98, leden 1 en 2, daarvan bedoelde procedures nog niet hebben voltooid;

    2. landen in het Caribisch gebied die volgens de procedure van artikel 102 van de Overeenkomst om toetreding tot de Overeenkomst verzoeken;

    3. landen in het Caribisch gebied die lid zijn van de OACPS, maar nog geen partij zijn bij de Overeenkomst en landen in het Caribisch gebied met de status van waarnemer in de OACPS;

    4. de landen en gebieden overzee (LGO’s) in het Caribisch gebied;

    5. de ultraperifere gebieden van de EU in het Caribisch gebied;

    6. regionale en subregionale organisaties, organen en groeperingen uit het Caribisch gebied;

    7. andere derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, kunnen als waarnemer deelnemen aan zittingen van de Raad op hun verzoek of op uitnodiging van de medevoorzitters op ad-hocbasis.

  2. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

    4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale ministeriële conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

  1. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 9

Betrekkingen met belanghebbenden

  1. Het overleg met belanghebbenden vindt plaats in overeenstemming met de open en transparante mechanismen voor gestructureerd overleg als bedoeld in artikel 95 van de Overeenkomst.

  2. Zoals voorgeschreven in artikel 95, lid 2, worden de belanghebbenden tijdig geïnformeerd en kunnen zij hun inbreng leveren aan het brede proces van de dialoog, met name met het oog op de bijeenkomsten van de respectieve Raad.

Artikel 10

Vertrouwelijkheid en officiële publicaties

  1. Behoudens andersluidend besluit, zijn de bijeenkomsten van de Raad niet openbaar. Om tot bijeenkomsten van de Raad te worden toegelaten, dient een toegangsbewijs te worden overgelegd.

  2. Onverminderd andere geldende bepalingen vallen de beraadslagingen van de Raad onder het beroepsgeheim, tenzij de Raad anders besluit.

  3. Iedere partij kan de besluiten en aanbevelingen van de Raad in haar officiële publicaties laten verschijnen.

Artikel 11

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle Caribische lidstaten, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de president van de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat van de Raad notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door de Raad genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 12

Documentatie

Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt de Raad op basis van stukken in de officiële talen van de partijen.

Artikel 13

Vorm van de handelingen

  1. De in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst bedoelde besluiten en aanbevelingen worden in artikelen ingedeeld.

  2. Deze handelingen eindigen met de formule “Gedaan te ...”, “(datum)”; de datum is de datum van goedkeuring door de Raad.

  3. De besluiten bedoeld in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst dragen de titel “Besluit”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  4. In de besluiten wordt de datum vastgesteld waarop zij in werking treden. De besluiten bevatten de volgende zin: “De Caribische staten die partij zijn, de Europese Unie en haar lidstaten zijn, elk voor zich, verplicht de nodige maatregelen ter uitvoering van dit besluit te treffen.”.

  5. De aanbevelingen bedoeld in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst, dragen de titel “Aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  6. Door de Raad goedgekeurde besluiten en aanbevelingen worden voorzien van de handtekening van de leidende voorzitter en bewaard in het archief van de Raad.

  7. De besluiten en aanbevelingen worden door het secretariaat van de Raad ter kennis gebracht van de in artikel 11 genoemde personen en organen.

Artikel 14

Het Comité Caribisch gebied-EU

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 4, punt b), van de Overeenkomst kan de Raad bevoegdheden delegeren aan het Comité Caribisch gebied-EU.

  2. De voorwaarden waaronder het Comité Caribisch gebied-EU bijeenkomt, worden vastgesteld in zijn reglement van orde.

  3. Het Comité Caribisch gebied-EU bereidt de zittingen van de Raad voor en staat de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast.

Artikel 15

Deelname aan de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU

Wanneer de Raad bijeenkomsten van de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU bijwoont, wordt hij vertegenwoordigd door zijn medevoorzitters.

Artikel 16

Coherentie van het EU-beleid en gevolgen voor de uitvoering van de OACPS-EU-Partnerschapsovereenkomst

  1. Wanneer de OACPS-staten op grond van artikel 4, lid 2, van de Overeenkomst om overleg verzoeken, vindt dit overleg plaats binnen een korte termijn die in de regel niet langer is dan 21 dagen na het verzoek.

  2. De bevoegde instelling kan de Raad, het Alsoc of een ad-hocwerkgroep zijn.

Artikel 17

Secretariaat

  1. Het secretariaat van de Raad en van het Comité wordt op paritaire basis waargenomen door twee secretarissen.

  2. De beide secretarissen worden, na onderling overleg, de ene door de Caribische staten die partij zijn, de andere door de Europese Unie, aangewezen.

  3. De secretarissen kwijten zich geheel zelfstandig van hun taak en houden alleen rekening met de belangen van de Overeenkomst, zonder instructies te vragen aan of te aanvaarden van enige regering, enige organisatie of enig ander gezag dan de Raad en het Comité.

  4. De voor de Raad bestemde correspondentie wordt gericht aan zijn medevoorzitters, ten adresse van het secretariaat van de Raad.


BIJLAGE IV — Reglement van orde van de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU

Artikel 1

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit reglement van orde zijn uitsluitend juridisch bindend voor de partijen die gebonden zijn door het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

Artikel 2

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. De Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, hierna “de Raad” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 92 van de Overeenkomst. De besluiten en aanbevelingen van de Raad wijken niet af van de besluiten van de OACPS-EU-Raad van Ministers.

  2. De Raad komt in beginsel om de twee jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen aangelegenheden.

  3. Zoals bepaald in artikel 92, lid 1, punt a), van de Overeenkomst bestaat de Raad uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in de Stille Oceaan die partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds.

  4. De Raad wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. De Raad komt afwisselend bijeen in Brussel of op een door de staten in de Stille Oceaan die partij zijn, aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van de Raad.

  6. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 3

Medevoorzitters

  1. Zoals bepaald in artikel 92, lid 1, van de Overeenkomst wordt de Raad gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de staten in de Stille Oceaan die partij zijn, is benoemd, enerzijds, en een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau, anderzijds.

  2. Het voorzitterschap van de Raad wordt bij toerbeurt bekleed en wel als volgt:

    • van 1 april tot en met 30 september door een lid van de regering van een staat in de Stille Oceaan die partij is;

    • van 1 oktober tot en met 31 maart door een vertegenwoordiger van de Europese Unie op politiek niveau.

Artikel 4

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste 30 dagen vóór aanvang van de bijeenkomst aan de andere leden van de Raad meegedeeld. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de leidende voorzitter uiterlijk 30 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst een verzoek tot opneming heeft ontvangen.

  2. Op de voorlopige agenda worden die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat zij 21 dagen vóór de aanvang van de bijeenkomst aan de leden van de Raad en aan de leden van het Comité Stille Oceaan-EU, hierna “het Comité” genoemd, kunnen worden toegezonden.

  3. De agenda wordt bij de aanvang van iedere bijeenkomst door de Raad vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan de Raad, op verzoek van de staten in de Stille Oceaan die partij zijn of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

  4. De voorlopige agenda kan in een deel A, een deel B en een deel C worden onderverdeeld:

    • deel A bevat de punten die de Raad zonder debat kan goedkeuren;

    • deel B bevat de punten waarover de Raad moet beraadslagen voordat zij kunnen worden goedgekeurd;

    • deel C bevat de punten waarover op informele wijze van gedachten wordt gewisseld.

Artikel 5

Werkzaamheden

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 2, punt b), van de Overeenkomst stelt de Raad in onderlinge overeenstemming tussen de partijen besluiten vast die bindend zijn voor alle partijen bij het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn in artikel 88, lid 4, van de Overeenkomst genoemde taken.

  2. Indien de Raad in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 5 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van de Raad zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de lidstaten van het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan aanwezig zijn.

  1. Ieder lid van de Raad dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  2. De leden van de Raad kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  3. Vóór de aanvang van elke bijeenkomst wordt aan de leidende voorzitter de samenstelling van elke delegatie opgegeven.

  4. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de zittingen van de Raad bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 6

Schriftelijke procedure

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 4, punt a), van de Overeenkomst kan de Raad besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters.

  2. Tegelijkertijd met het besluit tot toepassing van de schriftelijke procedure kan een termijn voor de antwoorden worden vastgesteld. Na het verstrijken van deze termijn kan de leidende voorzitter, gezien de ontvangen antwoorden, concluderen dat onderlinge overeenstemming is bereikt, tenzij een van de partijen het tegendeel meedeelt.

Artikel 7

Comités en werkgroepen

  1. Zoals bepaald in artikel 92, lid 4, punt b), van de Overeenkomst kan de Raad comités en werkgroepen instellen om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen.

  2. De Raad kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke comités en werkgroepen.

  3. De comités en werkgroepen brengen verslag uit aan de Raad over hun werkzaamheden.

  4. De comités en werkgroepen kunnen met instemming van de Raad hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan de Raad tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten ministeriële werkgroepen, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 8

Waarnemers

  1. Vertegenwoordigers van de volgende landen en organisaties kunnen op hun verzoek en na aanvaarding van de medevoorzitters van de Raad als waarnemer de zittingen van de Raad bijwonen:

    1. landen die de Overeenkomst hebben ondertekend en behoren tot de staten in de Stille Oceaan die partij zijn, die op de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst de in artikel 98, leden 1 en 2, daarvan bedoelde procedures nog niet hebben voltooid;

    2. landen in de Stille Oceaan die volgens de procedure van artikel 102 van de Overeenkomst om toetreding tot de Overeenkomst verzoeken;

  1. landen in de Stille Oceaan die lid zijn van de OACPS, maar nog geen partij zijn bij de Overeenkomst en landen in de Stille Oceaan met de status van waarnemer in de OACPS;

  2. de landen en gebieden overzee (LGO’s) in de Stille Oceaan;

  3. regionale en subregionale organisaties, organen en groeperingen uit de Stille Oceaan;

  4. andere derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, kunnen als waarnemer deelnemen aan zittingen van de Raad op hun verzoek of op uitnodiging van de medevoorzitters op ad-hocbasis.

  1. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

    4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale ministeriële conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

    5. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 9

Betrekkingen met belanghebbenden

  1. Het overleg met belanghebbenden vindt plaats in overeenstemming met de open en transparante mechanismen voor gestructureerd overleg als bedoeld in artikel 95 van de Overeenkomst.

  2. Zoals voorgeschreven in artikel 95, lid 2, worden de belanghebbenden tijdig geïnformeerd en kunnen zij hun inbreng leveren aan het brede proces van de dialoog, met name met het oog op de bijeenkomsten van de respectieve Raad.

Artikel 10

Vertrouwelijkheid en officiële publicaties

  1. Behoudens andersluidend besluit, zijn de bijeenkomsten van de Raad niet openbaar. Om tot bijeenkomsten van de Raad te worden toegelaten, dient een toegangsbewijs te worden overgelegd.

  2. Onverminderd andere geldende bepalingen vallen de beraadslagingen van de Raad onder het beroepsgeheim, tenzij de Raad anders besluit.

  3. Iedere partij kan de besluiten en aanbevelingen van de Raad in haar officiële publicaties laten verschijnen.

Artikel 11

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle lidstaten uit de Stille Oceaan, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de president van de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat van de Raad notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door de Raad genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 12

Documentatie

Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt de Raad op basis van stukken in de officiële talen van de partijen.

Artikel 13

Vorm van de handelingen

  1. De in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst bedoelde besluiten en aanbevelingen worden in artikelen ingedeeld.

  2. Deze handelingen eindigen met de formule “Gedaan te ...”, “(datum)”; de datum is de datum van goedkeuring door de Raad.

  3. De besluiten bedoeld in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst dragen de titel “Besluit”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  4. In de besluiten wordt de datum vastgesteld waarop zij in werking treden. De besluiten bevatten de volgende zin: “De staten in de Stille Oceaan die partij zijn, de Europese Unie en haar lidstaten zijn, elk voor zich, verplicht de nodige maatregelen ter uitvoering van dit besluit te treffen.”.

  5. De aanbevelingen bedoeld in artikel 92, lid 3, van de Overeenkomst, dragen de titel “Aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van goedkeuring en een aanduiding van het onderwerp.

  6. Door de Raad goedgekeurde besluiten en aanbevelingen worden voorzien van de handtekening van de leidende voorzitter en bewaard in het archief van de Raad.

  7. De besluiten en aanbevelingen worden door het secretariaat van de Raad ter kennis gebracht van de in artikel 11 genoemde personen en organen.

Artikel 14

Het Comité Stille Oceaan-EU

  1. Overeenkomstig artikel 92, lid 4, punt b), van de Overeenkomst kan de Raad bevoegdheden delegeren aan het Comité Stille Oceaan-EU.

  1. De voorwaarden waaronder het Comité Stille Oceaan-EU bijeenkomt, worden vastgesteld in zijn reglement van orde.

  2. Het Comité Stille Oceaan-EU bereidt de zittingen van de Raad voor en staat de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast.

Artikel 15

Deelname aan de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU

Wanneer de Raad bijeenkomsten van de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU bijwoont, wordt hij vertegenwoordigd door zijn medevoorzitters.

Artikel 16

Coherentie van het EU-beleid en gevolgen voor de uitvoering van de OACPS-EU-Partnerschapsovereenkomst

  1. Wanneer de OACPS-staten op grond van artikel 4, lid 2, van de Overeenkomst om overleg verzoeken, vindt dit overleg plaats binnen een korte termijn die in de regel niet langer is dan 21 dagen na het verzoek.

  2. De bevoegde instelling kan de Raad, het Alsoc of een ad-hocwerkgroep zijn.

Artikel 17

Secretariaat

  1. Het secretariaat van de Raad en van het Comité wordt op paritaire basis waargenomen door twee secretarissen.

  2. De beide secretarissen worden, na onderling overleg, de ene door de staten in de Stille Oceaan die partij zijn, de andere door de Europese Unie, aangewezen.

  3. De secretarissen kwijten zich geheel zelfstandig van hun taak en houden alleen rekening met de belangen van de Overeenkomst, zonder instructies te vragen aan of te aanvaarden van enige regering, enige organisatie of enig ander gezag dan de Raad en het Comité.

  4. De voor de Raad bestemde correspondentie wordt gericht aan zijn medevoorzitters, ten adresse van het secretariaat van de Raad.

BIJLAGE V — Reglement van orde van het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau

Artikel 1

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. Het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau, hierna “het Alsoc” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 89 van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

  1. Zoals bepaald in artikel 89, lid 1, van de Overeenkomst komt het Alsoc jaarlijks en in bijzondere zittingen bijeen op verzoek van de medevoorzitters, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de OACPS-EU-Raad van Ministers, hierna “de Raad” genoemd.

  2. Zoals bepaald in artikel 89, lid 1, van de Overeenkomst bestaat het Alsoc uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren en de secretaris-generaal van de OACPS, ambtshalve, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.

  3. Het Alsoc wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  4. Het Alsoc komt bijeen in Brussel. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan het Alsoc bijeenkomen op een door de OACPS aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van het Comité.

  5. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 2

Medevoorzitters

Zoals bepaald in artikel 89, lid 1, van de Overeenkomst, wordt het Alsoc gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap van de Raad bekleden.

Artikel 3

De taken van het Alsoc

  1. Overeenkomstig artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst bereidt het Alsoc de bijeenkomsten van de Raad voor, staat het de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en voert het alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast. In dit verband ziet het toe op de uitvoering van de OACPS-EU-Overeenkomst en op de vooruitgang die bij de verwezenlijking van de daarin omschreven doelstellingen wordt geboekt.

  2. Het Alsoc brengt verslag uit aan de Raad, met name op de gebieden waarop bevoegdheden zijn gedelegeerd.

  3. Voorts legt het de Raad alle resoluties, aanbevelingen en adviezen voor die het nuttig of dienstig acht.

Artikel 4

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de andere leden van het Alsoc meegedeeld.

  2. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de medevoorzitters ten minste tien dagen vóór de datum van de bijeenkomst een verzoek tot opneming hebben ontvangen. Op de voorlopige agenda worden slechts die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat ze ten minste acht dagen vóór de datum van de vergadering aan de leden van het Alsoc kunnen worden toegezonden.

  3. De agenda wordt aan het begin van iedere vergadering door het Alsoc goedgekeurd. In spoedeisende gevallen kan het Alsoc, op verzoek van de OACPS-staten of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

Artikel 5

Werkzaamheden

  1. Overeenkomstig artikel 89, lid 1, van de Overeenkomst neemt het Alsoc zijn besluiten en doet het aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

  2. Indien het Alsoc in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 6 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van het Alsoc zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden van het OACPS-Comité van ambassadeurs aanwezig zijn.

  4. Ieder lid van het Alsoc dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  5. De leden van het Alsoc kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  6. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de bijeenkomsten van het Alsoc bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 6

Schriftelijke procedure, vertrouwelijkheid, officiële publicaties, documentatie en vorm van de handelingen

De artikelen 5, 9, 11 en 12 van het reglement van orde van de Raad zijn onder meer van toepassing op de door het Alsoc vastgestelde handelingen.

Artikel 7

Waarnemers

  1. Vertegenwoordigers van de volgende landen en organisaties kunnen op hun verzoek en na aanvaarding van de medevoorzitters van het Alsoc als waarnemer de zittingen van het Alsoc bijwonen:

    1. landen die de Overeenkomst hebben ondertekend en die op de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst de in artikel 98, leden 1 en 2, daarvan bedoelde procedures nog niet hebben voltooid;

    2. landen die volgens de procedure van artikel 102 van de Overeenkomst om toetreding tot de Overeenkomst verzoeken;

    3. landen die lid zijn van de OACPS, maar nog geen partij zijn bij de Overeenkomst en landen met de status van waarnemer in de OACPS;

    4. de landen en gebieden overzee (LGO’s);

    5. de ultraperifere gebieden van de EU;

    6. regionale en subregionale organisaties, organen en groeperingen uit de regio’s van de OACPS;

    7. andere derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, kunnen als waarnemer deelnemen aan zittingen van het Alsoc op hun verzoek of op uitnodiging van de medevoorzitters op ad-hocbasis.

  2. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

  1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

  2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

  3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

  4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale Alsoc-conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

  5. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 8

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle OACPS-leden, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door het Alsoc genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 9

Subcomités en werkgroepen

  1. Het Alsoc kan subcomités of werkgroepen oprichten om de werkzaamheden uit te voeren die het noodzakelijk acht voor de uitvoering van de in artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde taken.

  2. Het Alsoc kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke subcomités en werkgroepen.

  3. Deze subcomités en werkgroepen brengen aan het Alsoc verslag uit over hun werkzaamheden.

  4. De subcomités en werkgroepen kunnen met instemming van het Alsoc hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan het Alsoc tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten werkgroepen van ambassadeurs, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 10

Secretariaat

Het secretariaat van het Alsoc is hetzelfde als dat van de Raad overeenkomstig artikel 16 van het reglement van orde van de Raad.

BIJLAGE VI — Reglement van orde van het Gemengd Comité Afrika-EU

Artikel 1

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit reglement van orde zijn uitsluitend juridisch bindend voor de partijen die gebonden zijn door het Regionale Protocol voor Afrika overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Regionale Protocol voor Afrika bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

Artikel 2

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. Het Gemengd Comité Afrika-EU, hierna “het Comité” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 93 van de Overeenkomst.

  2. Het Comité komt bijeen telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de Raad van Ministers Afrika-EU, hierna “de Raad” genoemd.

  3. Zoals bepaald in artikel 93, lid 1, van de Overeenkomst bestaat het Comité uit een vertegenwoordiger van elk Afrikaans OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.

  4. Het Comité wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. Het Comité komt bijeen in Brussel. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan het Comité bijeenkomen op een door de Afrikaanse staten die partij zijn aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van het Comité.

  6. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 3

Medevoorzitters

Zoals bepaald in artikel 93, lid 2, van de Overeenkomst, wordt het Comité gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap van de Raad bekleden.

Artikel 4

Taken van het Comité

  1. Overeenkomstig artikel 93, lid 3, van de Overeenkomst bereidt het Comité de bijeenkomsten van de Raad voor, staat het de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en voert het alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast. In dit verband ziet het toe op de uitvoering van het Regionale Protocol voor Afrika en op de vooruitgang die bij de verwezenlijking van de daarin omschreven doelstellingen wordt geboekt.

  1. Het Comité brengt verslag uit aan de Raad, met name op de gebieden waarop bevoegdheden zijn gedelegeerd.

  2. Voorts legt het de Raad alle resoluties, aanbevelingen en adviezen voor die het nuttig of dienstig acht.

Artikel 5

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de andere leden van het Comité meegedeeld.

  2. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de medevoorzitters ten minste tien dagen vóór de datum van de bijeenkomst een verzoek tot opneming hebben ontvangen. Op de voorlopige agenda worden slechts die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat ze ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de leden van het Comité kunnen worden toegezonden.

  3. De agenda wordt bij het begin van elke bijeenkomst door het Comité vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan het Comité, op verzoek van de Afrikaanse staten die partij zijn of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

Artikel 6

Werkzaamheden

  1. Het Comité neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

  2. Indien het Comité in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 7 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van het Comité zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden van de Afrikaanse staten die partij zijn, aanwezig zijn.

  4. Een lid van het Comité dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  5. De leden van het Comité kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  6. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de bijeenkomsten van het Comité bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 7

Schriftelijke procedure, vertrouwelijkheid, officiële publicaties, documentatie en vorm van de handelingen

De artikelen 6, 10, 12 en 13 van het reglement van orde van de Raad zijn onder meer van toepassing op de door het Comité vastgestelde handelingen.

Artikel 8

Waarnemers

  1. Zoals bepaald in artikel 93, lid 2, kan het Comité, in voorkomend geval, op voorstel van een van de partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen.

  2. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

    4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale Comité-conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

    5. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 9

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle Afrikaanse lidstaten, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door het Comité genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 10

Subcomités en werkgroepen

  1. Het Comité kan subcomités of werkgroepen oprichten om de werkzaamheden uit te voeren die het noodzakelijk acht voor de uitvoering van de in artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde taken.

  2. Het Comité kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke subcomités en werkgroepen.

  3. De subcomités en werkgroepen brengen aan het Comité verslag uit over hun werkzaamheden.

  4. De subcomités en werkgroepen kunnen met instemming van het Comité hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan het Comité tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten werkgroepen van ambassadeurs, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 11

Secretariaat

Het secretariaat van het Comité is hetzelfde als dat van de Raad overeenkomstig artikel 17 van het reglement van orde van de Raad.

BIJLAGE VII — Reglement van orde van het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU

Artikel 1

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit reglement van orde zijn uitsluitend juridisch bindend voor de partijen die gebonden zijn door het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

Artikel 2

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. Het Gemengd Comité Caribisch gebied-EU, hierna “het Comité” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 93 van de Overeenkomst.

  2. Het Comité komt bijeen telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU, hierna “de Raad” genoemd.

  3. Zoals bepaald in artikel 93, lid 1, van de Overeenkomst bestaat het Comité uit een vertegenwoordiger van elk Caribisch OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.

  4. Het Comité wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. Het Comité komt bijeen in Brussel. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan het Comité bijeenkomen op een door de Caribische staten die partij zijn aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van het Comité.

  6. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 3

Medevoorzitters

Zoals bepaald in artikel 93, lid 2, van de Overeenkomst, wordt het Comité gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap van de Raad bekleden.

Artikel 4

Taken van het Comité

  1. Overeenkomstig artikel 93, lid 3, van de Overeenkomst bereidt het Comité de bijeenkomsten van de Raad voor, staat het de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en voert het alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast. In dit verband ziet het toe op de uitvoering van het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied en op de vooruitgang die bij de verwezenlijking van de daarin omschreven doelstellingen wordt geboekt.

  2. Het Comité brengt verslag uit aan de Raad, met name op de gebieden waarop bevoegdheden zijn gedelegeerd.

  3. Voorts legt het de Raad alle resoluties, aanbevelingen en adviezen voor die het nuttig of dienstig acht.

Artikel 5

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de andere leden van het Comité meegedeeld.

  2. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de medevoorzitters ten minste tien dagen vóór de datum van de bijeenkomst een verzoek tot opneming hebben ontvangen. Op de voorlopige agenda worden slechts die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat ze ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de leden van het Comité kunnen worden toegezonden.

  3. De agenda wordt bij het begin van elke bijeenkomst door het Comité vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan het Comité, op verzoek van de Caribische staten die partij zijn of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

Artikel 6

Werkzaamheden

  1. Het Comité neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

  2. Indien het Comité in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 6 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van het Comité zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden van de Caribische staten die partij zijn, aanwezig zijn.

  4. Een lid van het Comité dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  5. De leden van het Comité kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  6. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de bijeenkomsten van het Comité bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 7

Schriftelijke procedure, vertrouwelijkheid, officiële publicaties, documentatie en vorm van de handelingen

De artikelen 6, 10, 12 en 13 van het reglement van orde van de Raad zijn onder meer van toepassing op de door het Comité vastgestelde handelingen.

Artikel 8

Waarnemers

  1. Zoals bepaald in artikel 93, lid 2, kan het Comité, in voorkomend geval, op voorstel van een van de partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen.

  2. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

    4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale Comité-conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

    5. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 9

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle Caribische lidstaten, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door het Comité genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 10

Subcomités en werkgroepen

  1. Het Comité kan subcomités of werkgroepen oprichten om de werkzaamheden uit te voeren die het noodzakelijk acht voor de uitvoering van de in artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde taken.

  2. Het Comité kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke subcomités en werkgroepen.

  3. De subcomités en werkgroepen brengen aan het Comité verslag uit over hun werkzaamheden.

  4. De subcomités en werkgroepen kunnen met instemming van het Comité hun reglement van orde vaststellen.

  1. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan het Comité tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten werkgroepen van ambassadeurs, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 11

Secretariaat

Het secretariaat van het Comité is hetzelfde als dat van de Raad overeenkomstig artikel 17 van het reglement van orde van de Raad.


BIJLAGE VIII — Reglement van orde van het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU

Artikel 1

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit reglement van orde zijn uitsluitend juridisch bindend voor de partijen die gebonden zijn door het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds, ondertekend te Samoa op 15 november 2023, hierna “de Overeenkomst” genoemd.

Artikel 2

Plaats en datum van de bijeenkomsten

  1. Het Gemengd Comité Stille Oceaan-EU, hierna “het Comité” genoemd, voert zijn taken uit overeenkomstig artikel 93 van de Overeenkomst.

  2. Het Comité komt bijeen telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU, hierna “de Raad” genoemd.

  3. Zoals bepaald in artikel 93, lid 1, van de Overeenkomst bestaat het Comité uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid uit de Stille Oceaan op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.

  4. Het Comité wordt bijeengeroepen door zijn medevoorzitters. De data van de bijeenkomsten worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

  5. Het Comité komt bijeen in Brussel. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan het Comité bijeenkomen op een door de staten uit de Stille Oceaan die partij zijn aangewezen plaats, overeenkomstig het besluit van het Comité.

  6. Bij besluit van de medevoorzitters kan de Raad, indien de omstandigheden zulks vereisen, in virtuele of hybride vorm bijeenkomen.

Artikel 3

Medevoorzitters

Zoals bepaald in artikel 93, lid 2, van de Overeenkomst, wordt het Comité gezamenlijk voorgezeten door dezelfde partijen die het medevoorzitterschap van de Raad bekleden.

Artikel 4

Taken van het Comité

  1. Overeenkomstig artikel 93, lid 3, van de Overeenkomst bereidt het Comité de bijeenkomsten van de Raad voor, staat het de Raad bij in de vervulling van zijn taken, en voert het alle opdrachten uit waarmee het door de Raad is belast. In dit verband ziet het toe op de uitvoering van het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan en op de vooruitgang die bij de verwezenlijking van de daarin omschreven doelstellingen wordt geboekt.

  2. Het Comité brengt verslag uit aan de Raad, met name op de gebieden waarop bevoegdheden zijn gedelegeerd.

  3. Voorts legt het de Raad alle resoluties, aanbevelingen en adviezen voor die het nuttig of dienstig acht.

Artikel 5

Agenda van de bijeenkomsten

  1. De leidende voorzitter stelt de voorlopige agenda van elke bijeenkomst op. Deze wordt ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de andere leden van het Comité meegedeeld.

  2. Op de voorlopige agenda worden de punten geplaatst ten aanzien waarvan de medevoorzitters ten minste tien dagen vóór de datum van de bijeenkomst een verzoek tot opneming hebben ontvangen. Op de voorlopige agenda worden slechts die punten geplaatst waarvoor de stukken op een zodanig tijdstip bij het secretariaat van de Raad zijn binnengekomen, dat ze ten minste acht dagen vóór de datum van de bijeenkomst aan de leden van het Comité kunnen worden toegezonden.

  3. De agenda wordt bij het begin van elke bijeenkomst door het Comité vastgesteld. In spoedeisende gevallen kan het Comité, op verzoek van de staten uit de Stille Oceaan die partij zijn of van de Europese Unie, besluiten tot opneming op de agenda van punten waarvoor de in lid 1 voorgeschreven termijnen niet in acht zijn genomen.

  4. De voorlopige agenda kan in een deel A, een deel B en een deel C worden onderverdeeld.

    • deel A bevat de punten die de Raad zonder debat kan goedkeuren;

    • deel B bevat de punten waarover de Raad moet beraadslagen voordat zij kunnen worden goedgekeurd;

    • deel C bevat de punten waarover op informele wijze van gedachten wordt gewisseld.

Artikel 6

Werkzaamheden

  1. Het Comité neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

  2. Indien het Comité in virtuele of hybride vorm bijeenkomt, wordt voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen de schriftelijke procedure van artikel 6 gevolgd.

  3. De werkzaamheden van het Comité zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden van de Caribische staten die partij zijn, aanwezig zijn.

  4. Een lid van het Comité dat verhinderd is, kan zich laten vertegenwoordigen. In dat geval stelt hij de leidende voorzitter daarvan in kennis en deelt hij hem mee welke persoon of delegatie gemachtigd is hem te vertegenwoordigen. Het plaatsvervangende lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

  1. De leden van het Comité kunnen worden vergezeld door adviseurs die hen bijstaan.

  2. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank, hierna “de EIB” genoemd, woont de bijeenkomsten van het Comité bij wanneer er op de agenda kwesties staan die op het werkterrein van de EIB liggen.

Artikel 7

Schriftelijke procedure, vertrouwelijkheid, officiële publicaties, documentatie en vorm van de handelingen

De artikelen 6, 10, 12 en 13 van het reglement van orde van de Raad zijn onder meer van toepassing op de door het Comité vastgestelde handelingen.

Artikel 8

Waarnemers

  1. Zoals bepaald in artikel 93, lid 2, kan het Comité, in voorkomend geval, op voorstel van een van de partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen.

  2. De waarnemers die aan een bijeenkomst deelnemen:

    1. mogen niet stemmen in formele besluitvormingsprocessen, zoals voorgeschreven in het reglement van orde;

    2. mogen tijdens de bijeenkomst geen mondelinge verklaringen afleggen, behalve op uitnodiging van de medevoorzitters;

    3. mogen niet deelnemen aan zittingen met gesloten deuren, noch deze bijwonen;

    4. kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan specifieke bijeenkomsten, zoals sectorale Comité-conferenties, symposia en deskundigenvergaderingen;

    5. kunnen niet-vertrouwelijke informatie en documentatie ontvangen die door het secretariaat wordt verspreid.

Artikel 9

Mededelingen en notulen

  1. Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen worden door het secretariaat van de Raad toegezonden aan de vertegenwoordigers van alle lidstaten uit de Stille Oceaan, aan het secretariaat van de OACPS, aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, aan de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie, aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

  2. Deze mededelingen worden, wanneer ze de EIB betreffen, eveneens aan de EIB toegezonden.

  3. Van elke bijeenkomst worden door het secretariaat notulen opgesteld en door de medevoorzitters via de schriftelijke procedure aangenomen, waarin met name de door het Comité genomen besluiten worden vermeld.

  4. Een afschrift van de notulen wordt aan de in lid 1 genoemde personen en organen toegezonden.

Artikel 10

Subcomités en werkgroepen

  1. Het Comité kan subcomités of werkgroepen oprichten om de werkzaamheden uit te voeren die het noodzakelijk acht voor de uitvoering van de in artikel 89, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde taken.

  2. Het Comité kan bevoegdheden delegeren aan dergelijke subcomités en werkgroepen.

  3. De subcomités en werkgroepen brengen aan het Comité verslag uit over hun werkzaamheden.

  4. De subcomités en werkgroepen kunnen met instemming van het Comité hun reglement van orde vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 kan het Comité tijdens zijn bijeenkomsten voor welomschreven agendapunten werkgroepen van ambassadeurs, gevormd op paritaire basis, belasten met de voorbereiding van zijn werkzaamheden en conclusies.

Artikel 11

Secretariaat

Het secretariaat van het Comité is hetzelfde als dat van de Raad overeenkomstig artikel 17 van het reglement van orde van de Raad.

Gedaan te Brussel, XX X 2024