Home

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

RICHTLIJN VAN DE RAAD

Brussel, 28.10.2024

COM(2024) 497 final

2024/0276(CNS)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

TOELICHTING

Dit voorstel is volledig in overeenstemming met en draagt bij aan de inspanningen van de Commissie om de rapportagevereisten voor bedrijven te rationaliseren en te vereenvoudigen, met als doel om deze administratieve last met 25 % te verminderen zonder de daarmee verband houdende beleidsdoelstellingen te ondergraven 5 . Dit wordt bereikt door het middels een richtlijn invoeren van het kader voor de uitwisseling van inlichtingen dat de pijler 2-richtlijn schraagt. Deze aanpak zorgt voor een uniforme en horizontale uitvoering in de lidstaten van de regels inzake het indienen van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing. Bovendien stelt dit de MNO in staat om in één keer aan haar aangifteverplichtingen te voldoen (in de lidstaat van de uiteindelijkemoederentiteit of van de aangewezen indieningsentiteit), in plaats van dat er in elke lidstaat waar een groepsentiteit is gevestigd, een aangifte met informatie betreffende de bijheffing moet worden ingediend.

De rechtszekerheid en duidelijkheid voor MNO’s en belastingdiensten kunnen alleen worden gewaarborgd door het vaststellen van één reeks uniforme regels die van toepassing zijn op alle lidstaten. De bestaande regels voor het waarborgen van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor MNO’s en omvangrijke binnenlandse groepen in de EU, die zijn vastgelegd in de pijler 2-richtlijn, zouden ernstig worden ondergraven indien de lidstaten op nationaal niveau verschillende rapportagevereisten zouden invoeren.

Hoewel er op internationaal niveau een gemeenschappelijke aanpak voor de indiening van aangiften en informatie-uitwisseling voor de toepassing van pijler 2 is ontwikkeld door middel van de GloBE-modelvoorschriften, is het belangrijk dat deze binnen de EU op samenhangende wijze wordt toegepast. In de EU, die bestaat uit in hoge mate geïntegreerde economieën, is gecoördineerd optreden noodzakelijk om de werking van de interne markt te verbeteren en de goede werking van de pijler 2-richtlijn te waarborgen door te zorgen voor een minimale effectieve belasting van bedrijfswinsten. Dat kan alleen worden verwezenlijkt als de aangifteverplichtingen ook centraal worden vastgesteld en op uniforme wijze worden omgezet.

Een EU-initiatief heeft meerwaarde ten opzichte van wat een veelheid aan nationale uitvoeringsmethoden op basis van de juridisch niet-bindende GloBE-modelvoorschriften zou kunnen bereiken. Aan een EU-aanpak zijn drie belangrijke voordelen verbonden. In de eerste plaats zou het rechtskader voor het indienen en uitwisselen van inlichtingen tussen belastingautoriteiten volledig worden geharmoniseerd tussen de lidstaten, wat de rapportagevereisten voor MNO’s zou versoepelen. In de tweede plaats zou de uitwisseling van inlichtingen worden ondersteund door een gemeenschappelijke IT-infrastructuur. Tot slot zou een uniforme uitvoering op EU-niveau belastingplichtigen rechtszekerheid bieden inzake hun aangifteverplichtingen en de regels voor de uitwisseling van inlichtingen tussen bevoegde autoriteiten.

Voor dit voorstel is geen effectbeoordeling verricht.

Met het voorstel wordt artikel 44 van de pijler 2-richtlijn toegepast op een wijze die volledig in overeenstemming is met en nauw aansluit bij wat er op mondiaal niveau is ontwikkeld. Er zijn geen andere beleidsopties om uit te kiezen. Bovendien bestaat er politieke urgentie om het voorstel om te zetten in wetgeving, aangezien de eerste verslaglegging uiterlijk op 30 juni 2026 moet plaatsvinden, de termijn die is vastgesteld in de pijler 2-richtlijn. Daarom is het zaak dat dit initiatief snel wordt aangenomen en wordt uitgevoerd door de lidstaten.

De kosten van de uitvoering van dit voorstel worden geraamd op 3,3 miljoen EUR voor de periode 2024-2027. De uitvoering zal worden gefinancierd door middel van een herschikking van middelen uit het bestaande Fiscalis-programma. Voor nadere bijzonderheden, zie het financieel memorandum.

2024/0276 (CNS)

Voorstel voor een

De pijler 2-richtlijn voorziet in lokale indiening als de standaardregel voor alle groepsentiteiten van de MNO binnen de EU. De richtlijn maakt centrale indiening mogelijk wanneer is voldaan aan twee voorwaarden: 1) er is een overeenkomst voor de uitwisseling van informatie van kracht tussen het rechtsgebied van de entiteit die is aangewezen om de aangifte met informatie betreffende de bijheffing in te dienen namens de groep (d.w.z. de uiteindelijkemoederentiteit of de aangewezen indieningsentiteit) en de rechtsgebieden van de groepsentiteiten; en 2) de uiteindelijkemoederentiteit of de aangewezen indieningsentiteit doet dit ook daadwerkelijk. Dit voorstel stelt het kader voor de uitwisseling van inlichtingen binnen de EU vast, waardoor centrale indiening binnen de EU mogelijk wordt.

  1. Wijzigingen van de tekst van de DAC — Kader voor de uitwisseling van aangiften met informatie betreffende de bijheffing

  • de lidstaat van de uiteindelijkemoederentiteit van de MNO ontvangt de volledige aangifte met informatie betreffende de bijheffing;

  • alle uitvoerende lidstaten ontvangen het volledige algemene deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing;

  • lidstaten die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (QDTT) toepassen waar groepsentiteiten van de MNO zijn gevestigd, ontvangen de relevante delen van het algemene deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing;

  • lidstaten die op grond van de pijler 2-richtlijn heffingsbevoegdheid hebben, ontvangen de specifieke onderdelen over hun rechtsgebied.

Het nieuwe artikel 9 bis biedt de bevoegde autoriteit de mogelijkheid om inlichtingen in te winnen over een aangifte met informatie betreffende de bijheffing die is aangemeld om centraal te worden ingediend, maar niet is uitgewisseld. De bevoegde autoriteit van een lidstaat waar de indiener voor de doeleinden van pijler 2 is gevestigd, kan dan verifiëren of een dergelijke melding is ingediend en informeren naar de verwachte datum van indiening indien dat nog niet is gebeurd. Indien de aangifte met informatie betreffende de bijheffing niet binnen drie maanden na de nieuwe verwachte indieningsdatum is ontvangen, kunnen lokale indieningsvereisten worden opgelegd aan de groepsentiteiten van de MNO om de aangifte met informatie betreffende de bijheffing te verkrijgen op grond dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor centrale indiening. Anderzijds kan aan de groepsentiteiten geen lokale indiening worden opgelegd voordat bovengenoemde termijn is verstreken.

Wanneer de aangifte met informatie betreffende de bijheffing is ontvangen en de bevoegde autoriteit na verificatie redenen heeft om aan te nemen dat er correcties nodig zijn, moet zij de bevoegde autoriteit van de verzendende lidstaat daarvan in kennis stellen. De verzendende bevoegde autoriteit moet onverwijld passende maatregelen nemen om de gecorrigeerde aangifte met informatie betreffende de bijheffing te verkrijgen van de indiener en deze uit te wisselen met de betrokken bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

  1. Bijlage VII

tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 113 en 115,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement 6 ,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 7 ,

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad 8 geeft uitvoering aan het akkoord dat op 8 december 2021 in het inclusief kader van de OESO/G20 (OESO/G20 IF) over grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS) is bereikt en volgt nauwgezet de door het OESO/G20 IF op 14 december 2021 overeengekomen OESO-modelvoorschriften. De richtlijn voert een regel voor de opneming van een regel inzake inkomeninclusie (IIR) en een regel inzake onderbelaste winst (UTPR) in en biedt de lidstaten ook de mogelijkheid om hun eigen gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (qualified domestic top-up tax — QDTT) in te voeren.

  2. In artikel 44 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad zijn reeds de regels voor het indienen van aangiften met informatie betreffende de bijheffing vastgesteld, en zijn ook de categorieën inlichtingen die moeten worden gerapporteerd door de multinationale ondernemingen (MNO’s) en de omvangrijke binnenlandse groepen (OBG’s) die onder die richtlijn vallen, in grote lijnen uiteengezet, aangezien de belastingdiensten die aangiften met informatie betreffende de bijheffing nodig hebben om een passende risicobeoordeling uit te voeren, teneinde de juistheid van de belastingverplichting te beoordelen en te controleren of de MNO’s en OBG’s de regels van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad correct toepassen.

  3. Daarom is het passend om Richtlijn 2011/16/EU van de Raad 9 te wijzigen om nieuwe regels inzake de automatische uitwisseling van inlichtingen vast te stellen teneinde de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot de aangifte met informatie betreffende de bijheffing te vergemakkelijken en daarmee te voorzien in het kader voor de operationele uitvoering van artikel 44 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad. Die regels moeten in overeenstemming zijn met het OESO/G20 IF-akkoord en de OESO-modelvoorschriften.

  4. Die regels moeten de centrale indiening van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing mogelijk maken, in plaats van lokale indiening van die aangifte in elk rechtsgebied dat het OESO/G20 IF-akkoord inzake de minimumbelasting van MNO’s uitvoert (uitvoerende rechtsgebieden) 10 . De belastingdiensten van elk relevant uitvoerend rechtsgebied moeten de benodigde informatie ontvangen in het kader van de aangifte met standaardinformatie.

  5. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om van de rapporterende entiteiten van een in de EU gevestigde MNO te verlangen dat zij de aangifte met informatie betreffende de bijheffing indienen binnen de in artikel 44, lid 7, en artikel 51 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad vastgestelde termijnen.

  6. Wanneer een lidstaat van de rapporterende entiteiten aangiften met informatie betreffende de bijheffing ontvangt, moet deze de lidstaten en de ontvangende rechtsgebieden uiterlijk drie maanden na ontvangst de relevante specifieke delen van die aangiften met informatie betreffende de bijheffing meedelen in overeenstemming met de door het OESO/G20 IF goedgekeurde verspreidingsaanpak. Om eventuele vertragingen in het nieuwe uitwisselingssysteem te ondervangen, moet de termijn voor de mededeling van de aangiften in het eerste jaar van toepassing worden verlengd tot zes maanden na de ontvangst.

  7. De lidstaat van de uiteindelijkemoederentiteit van de MNO moet de volledige aangifte met informatie betreffende de bijheffing ontvangen. Aan alle lidstaten die een gekwalificeerde IIR of een gekwalificeerde UTPR of beide hebben uitgevoerd (uitvoerende lidstaten) moet het volledige algemene deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing worden verstrekt, en aan lidstaten die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (QDTT) toepassen en waar de groepsentiteiten van de MNO zijn gevestigd, moeten de relevante delen van het algemene deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing worden verstrekt. Aan de lidstaten met heffingsbevoegdheid op grond van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad moeten de specifieke onderdelen over hun rechtsgebied worden verstrekt.

  8. De mededeling van informatie aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten moet geschieden door middel van het geautomatiseerde standaardformulier dat de Commissie zal ontwikkelen middels een uitvoeringshandeling.

  9. Wanneer bevoegde autoriteiten reden hebben om aan te nemen dat informatie in een aangifte met informatie betreffende de bijheffing moet worden gecorrigeerd, moeten zij elkaar daarvan in kennis stellen. Dergelijke correcties moeten onverwijld worden gedeeld met alle bevoegde autoriteiten waarmee de betreffende informatie moet worden uitgewisseld.

  10. Indien een bevoegde autoriteit een uit hoofde van een kennisgeving van een MNO verwachte uitwisseling niet ontvangt, moet zij de bevoegde autoriteit waarvan werd verwacht dat zij de informatie in de ontbrekende uitwisseling zou verzenden, daarvan in kennis stellen. Die laatste bevoegde autoriteit moet onverwijld de reden voor het niet uitwisselen van de betrokken informatie vaststellen en de bevoegde autoriteit die melding heeft gemaakt van de ontbrekende uitwisseling daarvan binnen een maand in kennis stellen, met inbegrip van de verwachte nieuwe datum voor de uitwisseling. Indien de informatie niet op de nieuwe datum van uitwisseling is ontvangen, moet worden aangenomen dat de centrale indiening niet heeft plaatsgevonden en moet de bevoegde autoriteit die melding heeft gemaakt van de ontbrekende uitwisseling de groepsentiteit van de MNO verplichten tot het indienen van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing.

  1. Op grond van artikel 50 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad kunnen lidstaten waar zeer weinig groepen hun hoofdkantoor hebben, ervoor kiezen om de IIR en de UTPR gedurende een beperkte periode niet toe te passen. Die lidstaten mogen de regels voor de uitwisseling van aangiften met informatie betreffende de bijheffing pas gaan toepassen wanneer de keuzeperiode van artikel 50 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad afloopt.

  2. Richtlijn 2011/16/EU van de Raad en bijlage VII daarbij, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, moeten worden gelezen in samenhang met Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad. De termen in Richtlijn 2011/16/EU van de Raad die ook in Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad worden gebruikt, moeten dezelfde betekenis hebben als die in laatstgenoemde richtlijn. Daarnaast bevat deze richtlijn aanvullende definities die nodig zijn om rekening te houden met verdere internationale ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van inlichtingen op het gebied van belastingen.

  3. OBG’s vallen onder de rapportagevereisten van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad en moeten een overzicht geven van de structuur en de belastingverplichtingen voor de hele OBG, ook als het overzicht alleen relevant is voor de belastingdienst in de lidstaat waar de groep is gevestigd. Om de administratieve lasten voor de betrokken lidstaat tot een minimum te beperken en de gelijke behandeling waarin Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad voorziet te handhaven, moeten OBG’s hun aangiften indienen door middel van het model dat is opgenomen in de bijlage bij deze richtlijn.

  4. Artikel 44, lid 5, van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad voorziet in de indiening van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing in een standaardmodel. Het OESO/G20 IF heeft een dergelijk standaardmodel 11 ontwikkeld, dat de informatie bevat die een belastingdienst nodig heeft om een passende risicobeoordeling te kunnen uitvoeren en om de juistheid van de bijheffing van een groepsentiteit te beoordelen. Het OESO/G20 IF heeft ook instructies 12 ontwikkeld voor het indienen van het standaardmodel, die voor MNO’s een nuttige bron van interpretatie zullen vormen om de aangifte met informatie betreffende de bijheffing in te dienen. Daarom is het passend om in een nieuwe bijlage bij Richtlijn 2011/16/EU van de Raad (bijlage VII) een standaardformulier op te nemen, dat in overeenstemming is met het door de OESO/G20 IF ontwikkelde formulier, voor de indiening van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing uit hoofde van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, en Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad.

  5. Het standaardmodel voor de aangifte met informatie betreffende de bijheffing waarin deze richtlijn voorziet, zorgt ervoor dat de inlichtingen en belastingberekeningen die een MNO in het kader van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing moet indienen, voldoende omvattend zijn om belastingdiensten in staat te stellen een passende risicobeoordeling uit te voeren en de juistheid van de belastingschuld van een groepsentiteit uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad te beoordelen. Tegelijkertijd wordt getracht te voorkomen dat aan MNO’s onnodige vereisten voor het verzamelen, berekenen en rapporteren van inlichtingen worden opgelegd of dat belastingplichtigen worden blootgesteld aan meerdere, ongecoördineerde verzoeken om nadere inlichtingen in elk uitvoerend rechtsgebied. Een gestandaardiseerde informatieaangifte staat er niet aan in de weg dat een belastingdienst in vervolgverzoeken verzoekt om de ondersteunende inlichtingen die nodig zijn om de naleving van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad te controleren overeenkomstig hun nationale recht. Rechtsgebieden moeten echter in het algemeen afzien van het in het kader van hun routinematige belastingaangifte- en betalingsvereisten opleggen van een verplichting om aanvullende gegevenspunten te rapporteren die verder gaan dan de aangifte met informatie betreffende de bijheffing, en dergelijke informatie moet betrekking hebben op bijvoorbeeld de belastingschuld, tijdschema’s en de wijze van betaling of op identificatie van de belastingplichtige en diens contactgegevens, in plaats van op de berekening van de bijheffing van een groepsentiteit.

  6. Om te waarborgen dat het standaardmodel voor de aangifte met informatie betreffende de bijheffing blijft aansluiten op internationale ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om, indien nodig, overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen tot wijziging van deel III van bijlage VII bij Richtlijn 2011/16/EU van de Raad vast te stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen worden uitgevoerd in overeenstemming met de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 13 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

  7. Daar de doelstelling van deze richtlijn, te weten het kader scheppen voor de operationele uitvoering van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad op basis van de gemeenschappelijke aanpak zoals vervat in de OESO-modelregels, niet voldoende door elke lidstaat afzonderlijk kan worden verwezenlijkt, omdat autonoom optreden van de lidstaten het risico van versnippering van de interne markt zou verhogen, maar vanwege de schaal van de hervorming voor mondiale minimumbelastingheffing beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

  8. Richtlijn 2011/16/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2011/16/EU van de Raad wordt als volgt gewijzigd:

  1. in artikel 3 wordt punt 9 als volgt gewijzigd:

    1. de eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:

      1. punt a) wordt vervangen door:

        1. voor de toepassing van artikel 8, lid 1, en de artikelen 8 bis tot en met 8 bis sexies, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen. Voor de toepassing van artikel 8, lid 1, betekent “beschikbare inlichtingen” inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingen verstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat;”;

      2. punt c) wordt vervangen door:

        1. voor de toepassing van andere bepalingen van deze richtlijn dan artikel 8, lid 1, artikel 8, lid 3 bis en de artikelen 8 bis tot en met 8 bis sexies, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen overeenkomstig de punten a) en b) van dit punt.”;

    2. de tweede alinea wordt vervangen door:

“In het kader van dit artikel, artikel 8, lid 3 bis, artikel 8, lid 7 bis en artikel 21, lid 2, van en bijlage IV bij deze richtlijn hebben termen met een hoofdletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage I bij deze richtlijn. In het kader van artikel 21, lid 5, en artikel 25, leden 3 en 4, van deze richtlijn hebben termen met een hoofdletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage I, V of VI bij deze richtlijn. In het kader van artikel 8 bis bis van en bijlage III bij deze richtlijn hebben termen met een hoofdletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage III bij deze richtlijn. In het kader van artikel 8 bis quater van en bijlage V bij deze richtlijn hebben termen met een hoofdletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage III bij deze richtlijn. In het kader van artikel 8 bis quinquies van en bijlage VI bij deze richtlijn hebben termen met een hoofdletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage VI bij deze richtlijn. In het kader van artikel 8 bis sexies en artikel 9 bis en bijlage VII bij deze richtlijn hebben termen de betekenis zoals gedefinieerd in artikel 3, artikel 9, lid 2, punt a), artikel 16, leden 4, 6, 8 en 11, artikel 17, lid 1, artikel 21, lid 5, artikel 22, lid 1, artikel 24, leden 4 en 6, artikel 26, lid 2, en artikel 27, leden 3, 4 en 5, artikel 28, lid 1, artikel 30, lid 2, artikel 31, lid 1, artikel 32, artikel 33, lid 1, artikel 35, lid 1, artikel 36, lid 1, artikel 37, lid 1, artikel 39, lid 1, artikel 42, lid 1, artikel 44, lid 1, artikel 47, lid 1, en artikel 49, lid 3, van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad*. Bovendien hebben termen met een hoofdletter de betekenis zoals gedefinieerd in deel I van bijlage VII bij deze richtlijn.

* Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 15 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PB L 328 van 22.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2523/oj).”;

  1. het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 8 bis sexies
Uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot aangiften met informatie betreffende de bijheffing uit hoofde van artikel 44 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad

  1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om van de uiteindelijkemoederentiteit of de aangewezen indieningsentiteit, zoals bedoeld in artikel 44, lid 3, punten a) en b), van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad, van een MNO-groep die op zijn grondgebied is gevestigd overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad, te verlangen dat zij de aangifte met informatie betreffende de bijheffing indient door middel van het standaardmodel dat is opgenomen in deel III van bijlage VII bij deze richtlijn en binnen de in artikel 44, lid 7, en artikel 51 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad vastgestelde termijnen.

  2. De bevoegde autoriteit van een lidstaat die de aangifte met informatie betreffende de bijheffing heeft ontvangen uit hoofde van lid 1, deelt, door middel van automatische uitwisseling en overeenkomstig de overeengekomen verspreidingsaanpak, het volgende mee:

    1. het algemene deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing, aan de uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijkemoederentiteit of groepsentiteiten van de MNO is of zijn gevestigd;

    2. het algemene deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing, met uitzondering van de samenvattende informatie op hoog niveau in punt 1.4 daarvan, aan de lidstaat die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (QDTT) toepast:

      1. waar de groepsentiteiten van de MNO zijn gevestigd;

      2. waar een joint venture of een lid van een jointventuregroep van de MNO is gevestigd, indien de QDTT wordt opgelegd aan joint ventures in het rechtsgebied;

      3. in situaties waarin de QDTT wordt opgelegd aan een staatloze groepsentiteit van de MNO in het rechtsgebied;

    3. een of meer onderdelen over rechtsgebieden van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing, aan lidstaten die heffingsbevoegdheid hebben op grond van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad met betrekking tot de lidstaten waarop die onderdelen over rechtsgebieden betrekking hebben.

Onverminderd de eerste alinea wordt aan UTPR-rechtsgebieden met een UTPR-percentage van nul alleen het deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing verstrekt dat informatie bevat over de toerekening van de bijheffing uit hoofde van de UTPR voor dat rechtsgebied, waarbij die informatie in overeenstemming is met een uittreksel van punt 3.4.3 van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing; aan de uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd, worden alle onderdelen over rechtsgebieden verstrekt.

  1. De bevoegde autoriteit van een lidstaat wisselt de uit hoofde van lid 1 ontvangen aangifte met informatie betreffende de bijheffing zo snel mogelijk uit, en in ieder geval uiterlijk drie maanden na de indieningstermijn voor dat verslagjaar.

  2. De bevoegde autoriteit van een lidstaat wisselt de aangifte met informatie betreffende de bijheffing die na de indieningstermijn is ontvangen uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst uit.

  3. Om de in lid 2 van dit artikel bedoelde uitwisseling van inlichtingen te vergemakkelijken, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de noodzakelijke praktische regelingen vast, als onderdeel van de procedure voor de vaststelling van het in artikel 20, lid 5, bedoelde geautomatiseerde standaardformulier. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

  4. De Commissie heeft geen toegang tot de in lid 2, punten a) tot en met c), bedoelde inlichtingen.

  5. De in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel bedoelde mededeling en uitwisseling geschieden door middel van het in artikel 20, lid 5, bedoelde geautomatiseerde standaardformulier.”

  1. Artikel 8 ter wordt vervangen door:

“Artikel 8 ter

De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks statistieken over de omvang van de automatische uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van de artikelen 8, lid 1, artikel 8, lid 3 bis, artikel 8 bis bis, artikel 8 bis quater en artikel 8 bis sexies, alsmede, voor zover mogelijk, gegevens betreffende administratieve en andere relevante kosten en baten voor belastingdiensten en derden die betrekking hebben op de verrichte uitwisselingen, en mogelijke veranderingen.”

  1. Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 9 bis
Samenwerking op het gebied van correctie, naleving en handhaving van aangiften met informatie betreffende de bijheffing

  1. Indien de bevoegde autoriteit van een lidstaat redenen heeft om aan te nemen dat de informatie in een aangifte met informatie betreffende de bijheffing over een uiteindelijke moederentiteit of aangewezen indieningsentiteit die in het rechtsgebied van de andere lidstaat is gevestigd, correcties behoeft, stelt zij de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat daarvan in kennis. Indien de in kennis gestelde bevoegde autoriteit ermee instemt dat de informatie in de aangifte met informatie betreffende de bijheffing moet worden gecorrigeerd, neemt zij onverwijld passende maatregelen om deze gecorrigeerde informatie van de betrokken uiteindelijke moederentiteit of aangewezen indieningsentiteit te verkrijgen. Zij wisselt de gecorrigeerde inlichtingen onverwijld uit met alle bevoegde autoriteiten waarmee deze inlichtingen overeenkomstig deze richtlijn moeten worden uitgewisseld.

  2. Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van een of meer in haar lidstaat gevestigde groepsentiteiten een kennisgeving heeft ontvangen dat de aangifte met informatie betreffende de bijheffing voor die groepsentiteiten zou worden ingediend door de uiteindelijke moederentiteit of de aangewezen indienende entiteit die in een andere lidstaat is gevestigd, maar de in de aangifte met informatie betreffende de bijheffing opgenomen informatie niet binnen de in artikel 8 bis sexies, lid 3, vastgestelde termijnen is uitgewisseld, stelt zij de andere bevoegde autoriteit in kennis van het feit dat de informatie niet is ontvangen. De in kennis gestelde bevoegde autoriteit stelt onverwijld vast waarom de betrokken aangifte met informatie betreffende de bijheffing niet is uitgewisseld en stelt de bevoegde autoriteit van die reden in kennis binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving, met inbegrip van de verwachte datum waarop de aangifte met informatie betreffende de bijheffing zal worden ingewisseld, indien van toepassing.”

  1. In artikel 18 wordt lid 4 vervangen door:

    1. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat voert een doeltreffend mechanisme in om het gebruik van inlichtingen die zijn verkregen door rapportage of uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van de artikelen 8 tot en met 8 bis sexies te waarborgen.”

  2. In artikel 20 wordt lid 5 vervangen door:

“5.    De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met geautomatiseerde standaardformulieren, inclusief de talenregeling, in de volgende gevallen:

  1. de automatische uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken uit hoofde van artikel 8 bis vóór 1 januari 2017;

  2. de automatische uitwisseling van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies uit hoofde van artikel 8 bis ter vóór 30 juni 2019;

  3. de automatische uitwisseling van inlichtingen over te rapporteren cryptoactiva uit hoofde van artikel 8 bis quinquies vóór 30 juni 2025;

  4. de automatische uitwisseling van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing uit hoofde van artikel 8 bis sexies vóór 1 januari 2026.

Die geautomatiseerde standaardformulieren bevatten niet meer rubrieken waarover gegevens worden uitgewisseld dan die welke worden opgesomd in artikel 8 bis, lid 6, artikel 8 bis ter, lid 14, artikel 8 bis quinquies, lid 3, en artikel 8 bis sexies, lid 2, en andere daaraan gerelateerde velden die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van respectievelijk artikel 8 bis, artikel 8 bis ter, artikel 8 bis quinquies en artikel 8 bis sexies.

De in de eerste alinea van dit lid vermelde talenregeling staat er niet aan in de weg dat de lidstaten de in de artikelen 8 bis en 8 bis ter bedoelde inlichtingen verstrekken in een van de officiële talen van de Unie. Niettemin kan in die talenregeling worden bepaald dat de belangrijkste elementen van deze inlichtingen ook in een andere officiële taal van de Unie worden verstrekt.

De in dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.”;

  1. aan artikel 21 wordt het volgende lid toegevoegd:

    1. “9. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 26 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel III van bijlage VII om deze in overeenstemming te brengen met actualiseringen van de standaardaangifte met informatie betreffende de bijheffing die is vastgelegd in het akkoord dat is bereikt binnen het inclusief kader van de OESO/G20 inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS)*.

    2. *OESO (2023), Tax Challenges Arising from the Digitalisation of the Economy — GloBE Information Return (Pillar Two), OECD Publishing, Parijs, https://doi.org/10.1787/91a49ec3-en.”

  2. in artikel 22 worden de leden 3 en 4 worden vervangen door:

    1. De lidstaten bewaren de gegevens die zij via automatische uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van de artikelen 8 tot en met 8 bis sexies hebben ontvangen, niet langer dan nodig is, maar in geen geval korter dan vijf jaar na de datum van ontvangst ervan om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

    2. De lidstaten spannen zich in om ervoor te zorgen dat een rapporterende entiteit langs elektronische weg bevestiging mag verkrijgen van de geldigheid van de inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer van elke belastingplichtige die op grond van de artikelen 8 tot en met 8 bis sexies onder uitwisseling van inlichtingen vallen. De bevestiging van inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer kan alleen worden gevraagd met het oog op de validering van de juistheid van de gegevens bedoeld in artikel 8, leden 1 en 3 bis, artikel 8 bis, lid 6, artikel 8 bis bis, lid 3, artikel 8 bis ter, lid 14, artikel 8 bis quater, lid 2, artikel 8 bis quinquies, lid 3, en artikel 8 bis sexies, lid 2.”;

  1. Artikel 25 bis wordt vervangen door:

“Artikel 25 bis
Sancties

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen ter uitvoering van de artikelen 8 bis bis tot en met 8 bis sexies, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.”;

  1. het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 26 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

  1. De in artikel 21, lid 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn, in overeenstemming met de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

  2. De in artikel 21, lid 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

  3. De in artikel 21, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

  4. Vóór de vaststelling van de gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

  5. Zodra de Commissie de gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan kennisgeving aan de Raad.

  6. Een uit hoofde van artikel 21, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling geen bezwaar heeft gemaakt, of indien de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat hij daartegen geen bezwaar zal maken. Die termijn kan op initiatief van de Raad met twee maanden worden verlengd.”

  1. het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 27 quater
Eerste verslagjaar en uitwisseling van de in artikel 8 bis sexies bedoelde inlichtingen

  1. Het eerste verslagjaar waarvoor de inlichtingen moeten worden uitgewisseld, is het desbetreffende kalenderjaar of een andere passende verslagperiode vanaf 1 januari 2024.

  2. Voor de lidstaten die ervoor hebben gekozen om de IIR en de UTPR niet toe te passen uit hoofde van artikel 50, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad, is het eerste verslagjaar het eerste boekjaar na het einde van het boekjaar van die keuze.

  3. Bij de eerste in artikel 8 bis sexies bedoelde uitwisseling van inlichtingen kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat deze inlichtingen uitwisselen tot uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de in dat artikel vastgestelde termijnen.”

  1. de tekst in de bijlage bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage VII.

Artikel 2

  1. De lidstaten stellen uiterlijk op 31 december 2025 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend.

  2. Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

  1. Onverminderd lid 1, eerste alinea, stellen de lidstaten die ervoor hebben gekozen om de IIR en de UTPR niet toe te passen uit hoofde van artikel 50, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad, uiterlijk op de dag voor het einde van die keuze de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen.

  2. De lidstaten delen de Commissie onverwijld de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

FINANCIEEL MEMORANDUM

☒ een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 14  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie 

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

Specifieke doelstelling

Indicatoren

Meetinstrument

Voorzien in een uniform model voor het indienen van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing

MNO’s die binnen het toepassingsgebied vallen, gebruiken het uniforme model voor het indienen van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing

Jaarlijkse beoordeling van de automatische uitwisseling van inlichtingen (bron: belastingdiensten van de lidstaten)

Een methode voor het centraal indienen van de aangifte invoeren

MNO’s die binnen het toepassingsgebied vallen, maken gebruik van de methode van centrale indiening, in plaats van de methode van lokale indiening

Jaarlijkse beoordeling van de automatische uitwisseling van inlichtingen (bron: belastingdiensten van de lidstaten)

Veiligstellen van de belastinginkomsten door de lidstaten

Extra belastinginkomsten door de uitvoering van Richtlijn (EU) 2022/2523 dankzij controles van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing

Jaarlijkse beoordeling van de automatische uitwisseling van inlichtingen (bron: belastingdiensten van de lidstaten)

 beperkte geldigheidsduur

  •    van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

  •    Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

☒ onbeperkte geldigheidsduur

  • Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2024,

  • gevolgd door een volledige ingebruikneming in 2026.

☒ Direct beheer door de Commissie

  •  door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

  •    door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

  •  derde landen of de door hen aangewezen organen;

  •  internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

  •  de EIB en het Europees Investeringsfonds;

  •  de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

  •  publiekrechtelijke organen;

  •  privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

  •  privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

  •  organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB uit hoofde van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

  • Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

  • Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer 03 04 0100

GK/NGK 17

van EVA-landen 18

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 19

van andere derde landen

andere bestemmings-ontvangsten

1 — Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

Verbetering van de werking van de belastingstelsels

Verschil

nr.

nr.

nr.

nr.

  • Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmings-ontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel
kader

Nummer

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

DG: TAXUD

Jaar
2024 20

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

□ Beleidskredieten 

Begrotingsonderdeel 21 03.04.01

Vastleggingen

(1a)

2,3 22

0

0,65

0,35

3,3

Betalingen

(2a)

0

2,3

0,65

0,35

3,3

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

Betalingen

(2b)

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 23  

Begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten voor
voor DG TAXUD

Vastleggingen

=1a+1b +3

2,3

0

0,65

0,35

3,3

Betalingen

=2a+2b

+3

0

2,3

0,65

0,35

3,3




Rubriek van het meerjarig financieel
kader

7

“Administratieve uitgaven”

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage 5 bij het Besluit van de Commissie betreffende de interne uitvoeringsvoorschriften voor de afdeling “Commissie” van de algemene begroting van de Europese Unie), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

TOTAAL

DG: TAXUD

□ Personele middelen

0,712

0,712

0,534

0,534

2,492

□ Andere administratieve uitgaven

0,005

0,005

0,003

0,002

0,015

TOTAAL DG TAXUD

Kredieten

0,717

0,717

0,537

0,536

2,507

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar 2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

TOTAAL

Soort 24

Gem. kosten

nr.

Kosten

nr.

Kosten

nr.

Kosten

nr.

Kosten

Totaal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 25

Specificaties

0,5

0,5

Ontwikkeling

1,0

1,0

Onderhoud

0,2

0,1

0,3

Ondersteuning

0,3

0,35

0,15

0,8

Opleiding

0,4

0,4

ITSM-infrastructuur

0,1

0,1

0,1

0,3

ITSM — hosting

ITSM — licenties

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

0,0

2,3

0,65

0,35

3,3

TOTALEN

0,0

2,3

0,65

0,35

3,3

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024 26

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

TOTAAL

RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

0,712

0,712

0,534

0,534

2,492

Andere administratieve uitgaven

0,005

0,005

0,003

0,002

0,015

Subtotaal RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,717

0,717

0,537

0,536

2,507

Buiten RUBRIEK 7 27
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere adminstratieve
uitgaven

Subtotaal
Buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

0,717

0,717

0,537

0,536

2,507

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

  • ☒Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar 2026

Jaar 2027

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

4

4

3

3

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 xx yy zz 28

- in centrale diensten

- in delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT — onderzoek onder contract)

01 01 01 12 (AC, END, INT — eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

4

4

3

3

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

drie extra administrateurs, die nodig zijn voor de voorbereiding van vergaderingen en de correspondentie met de lidstaten en werkzaamheden op het gebied van uitvoeringsverordeningen en IT-formaten.

De vraag om personeel betreft een aanvulling op het huidige personeelsbestand van DG TAXUD. Een goede uitvoering van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (de pijler 2-richtlijn) is van het grootste belang voor de werking van de interne markt en voor het concurrentievermogen van de EU. Bovendien zal dit leiden tot een aanzienlijke lastenverlichting voor de MNO-groepen die binnen het toepassingsgebied vallen.

Deze werkzaamheden zijn ook opgenomen in de opdrachtbrief van de kandidaat-commissaris die verantwoordelijk is voor belastingen, namelijk om met de lidstaten samen te werken aan de uitvoering van de mondiale overeenkomst inzake internationale belastinghervorming, die een effectief minimumbelastingtarief invoert voor multinationale ondernemingen die actief zijn in de EU.

Nieuwe verantwoordelijkheden die uit deze wetgeving voortvloeien, kunnen niet worden gedekt door het bestaande personeel. Aangezien dit een doorlopende taak is, zullen de werkzaamheden ook na 2027 worden voortgezet.

Extern personeel

n.v.t.

Het voorstel/initiatief:

  •    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

  •    vereist dat een beroep wordt gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

  •    vereist een herziening van het MFK.

Het voorstel/initiatief:

  •    voorziet niet in medefinanciering door derden

  •    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
N 29

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

  • ☒ Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

  •    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

    •    voor de eigen middelen

    •    voor overige ontvangsten

    • geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven     

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 30

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

BIJLAGE bij Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

Brussel, 28.10.2024

COM(2024) 497 final

“BIJLAGE VII

Voor de toepassing van deze bijlage gelden de volgende definities:

  1. “Uitvoerende lidstaat”: een lidstaat die voor het gegeven verslagjaar een gekwalificeerde regel inzake inkomeninclusie (IIR) of een gekwalificeerde regel inzake onderbelaste winst (UTPR) zoals gedefinieerd in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad, of beide heeft uitgevoerd.

  2. “Lidstaat die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (QDTT) toepast”: een lidstaat die voor het gegeven verslagjaar een gekwalificeerde binnenlandse minimumbijheffing zoals gedefinieerd in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad heeft ingevoerd.

  3. “Aangifte met informatie betreffende de bijheffing”: de informatieaangifte die wordt ingediend door een uiteindelijkemoederentiteit, een aangewezen indieningsentiteit, een aangewezen lokale entiteit of een groepsentiteit waarvoor het formulier is opgenomen in deel III van deze bijlage.

  4. “Algemeen onderdeel”: het deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing dat algemene informatie bevat over de MNO-groep als geheel, met inbegrip van haar vennootschapsstructuur en een samenvatting op hoog niveau van de toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad, en dat overeenkomt met deel 1 van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing.

  5. “Onderdeel over rechtsgebieden”: de delen van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing die informatie bevatten over de gedetailleerde toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad met betrekking tot elk rechtsgebied waar de MNO-groep actief is, en die overeenkomen met de delen 2 en 3 van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing.

  6. “Verslagjaar”: het boekjaar waarop de aangifte met informatie betreffende de bijheffing betrekking heeft.

  1. De groepsentiteit die de aangifte met informatie betreffende de bijheffing indient, moet vaststellen welke onderdelen moeten worden verspreid aan welke lidstaten overeenkomstig de in artikel 8 bis sexies bedoelde verspreidingsaanpak.

  2. Omvangrijke binnenlandse groepen moeten de aangifte met informatie betreffende de bijheffing zoals opgenomen in deel III van deze bijlage gebruiken om te voldoen aan hun rapportageverplichtingen uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad.

1. De uiteindelijkemoederentiteit (UME) is de indienende groepsentiteit

2. Naam van de indienende groepsentiteit

3. Fiscaal identificatienummer (FIN)

4. Rol

5. Rechtsgebied waar de indienende groepsentiteit is gevestigd

6. Ontvangend rechtsgebied voor informatie-uitwisseling (indien relevant)

Ja/nee

1. Naam van de MNO-groep

2. Begindatum van het verslagjaar

3. Einddatum van het verslagjaar

4. Gewijzigde aangifte

Ja/nee

1. Geconsolideerde jaarrekening van de UME (soort)

2. Voor de geconsolideerde jaarrekening van de UME gebruikte standaard voor financiële verslaglegging

3. Voor de geconsolideerde jaarrekening van de UME gebruikte rapportagevaluta (ISO-code)

1. Rechtsgebied van de UME

2. Toepasselijke regels?

3. Naam van de UME

4. FIN van de UME

5. FIN van de UME in het rechtsgebied van indiening (indien anders, en indien van toepassing)

6. Status voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad*

__________________________

*Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PB L 328 van 22.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2523/oj).

7. Of de UME een uitgesloten entiteit is — soort

Wijzigingen

1. Wijzigingen ten opzichte van het voorgaande verslagjaar?

Ja/nee

Rechtsgebied

2. Rechtsgebied

3. Toepasselijke regels?

Identificatie van de groepsentiteit, joint venture of met een joint venture gelieerde partij

4. Naam van de groepsentiteit, joint venture of met een joint venture gelieerde partij

5. FIN

6. FIN voor het rechtsgebied van indiening (indien van toepassing)

7. Status voor de toepassing van de pijler 2-richtlijn

Identificatie van de groepsentiteit, de joint venture of de met een joint venture gelieerde partij

Voor elke entiteit die eigendomsbelangen heeft in de groepsentiteit, de joint venture of de met een joint venture gelieerde partij:

Soort

FIN (voor groepsentiteiten en leden van jointventuregroepen)

Aangehouden eigendomsbelang (%)

Indien de groepsentiteit een partieel gehouden moederentiteit of een tussenliggende moederentiteit is, moet de entiteit een gekwalificeerde IIR toepassen?

11. Status van de moederentiteit

12. Indien de tussenliggende moederentiteit geen IIR toepast omdat de UME is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR of omdat er een andere tussenliggende moederentiteit is die een zeggenschapsbelang in de UME houdt en is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR, identificeer de UME of de andere tussenliggende moederentiteit (FIN)

13. Indien de partieel gehouden moederentiteit geen IIR toepast omdat een andere partieel gehouden moederentiteit die is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR 100 % van haar eigendomsbelangen bezit, identificeer welke andere partieel gehouden moederentiteit verplicht is een gekwalificeerde IIR toe te passen (FIN)

Is de UTPR van toepassing op de entiteit?

14. Is het beginstadium van de internationale activiteit van toepassing?

Ja/nee

15. Geaggregeerde eigendomsbelangen (respectievelijk het toerekenbare deel van de bijheffing) van moederentiteiten die een gekwalificeerde IIR moeten toepassen op de groepsentiteit (respectievelijk het lid van de jointventuregroep) (in %)

16. Zijn de eigendomsbelangen van de UME in de groepsentiteit (respectievelijk het aan de UME toerekenbare deel van de bijheffing voor het lid van de jointventuregroep) groter dan de geaggregeerde eigendomsbelangen (respectievelijk het toerekenbare deel) van moederentiteiten die verplicht zijn een gekwalificeerde IIR toe te passen in die groepsentiteit (respectievelijk het lid van de jointventuregroep)?

Ja/nee

1. Wijzigingen ten opzichte van het voorgaande verslagjaar?

Ja/nee

2. Naam van de uitgesloten entiteit

3. Soort uitgesloten entiteit

Zijn wijzigingen in de vennootschapsstructuur die zich tijdens het verslagjaar hebben voorgedaan, niet gerapporteerd omdat ze geen invloed hebben gehad op de berekening van het effectieve belastingtarief of op de berekening of toerekening van de bijheffing?

Ja/nee

1. Naam van de groepsentiteit (of een andere entiteit van de MNO-groep) of het lid van de jointventuregroep

2. FIN

3. Datum van de wijziging

4. Status vóór de wijziging

5. Status na de wijziging

6. Entiteiten die voor of na de wijziging eigendomsbelangen hadden in die groepsentiteit (of andere entiteit) of dat lid van een jointventuregroep

7. Entiteiten die voor of na de wijziging eigendomsbelangen hadden in die groepsentiteit (of andere entiteit) of dat lid van een jointventuregroep (%)

8. In die groepsentiteit (of andere entiteit) of dat lid van een jointventuregroep aangehouden eigendomsbelangen (%)

1. Naam van het rechtsgebied

2. Soort

Subgroep (indien van toepassing)

3. Identificatie van de subgroep (indien van toepassing)

4. Na(a)m(en) van het/de rechtsgebied(en) met heffingsbevoegdheid

5. Veilige haven of uitsluiting toegepast?

6. Effectief belastingtarief (bandbreedte)

7. Heeft de toepassing van de op substance gebaseerde inkomensuitzondering geresulteerd in een bijheffing van nul?

8. Verschuldigde bijheffing (gekwalificeerde binnenlandse bijheffing) — bandbreedte

9. Verschuldigde bijheffing (gekwalificeerde IIR/gekwalificeerde UTPR) — bandbreedte

[Voeg de relevante optie in]

[Voeg de relevante optie in]

Ja/nee

[Voeg de relevante optie in]

[Voeg de relevante optie in]

1. Naam van het rechtsgebied

2. Soort subgroep (indien van toepassing)

3. Identificatie van de subgroep (indien van toepassing)

1. Gekozen veilige haven

[Voeg de relevante optie in]

Vereenvoudigde berekening voor niet-materiële groepsentiteiten

1.    Totale opbrengsten van alle niet-materiële groepsentiteiten in het rechtsgebied

2.    Geaggregeerde vereenvoudigde belasting van alle niet-materiële groepsentiteiten in het rechtsgebied

a.    Verslagjaar

b.    1e voorgaande boekjaar (indien van toepassing)

n.v.t.

c.    2e voorgaande boekjaar (indien van toepassing)

n.v.t.

d.    Gemiddelde over de drie boekjaren (indien van toepassing)

n.v.t.

  1. Veilige overgangshavens (rapportage per land)

1. Totale opbrengsten

2. Winst (verlies) vóór inkomstenbelasting

3. Vereenvoudigde betrokken belastingen

  1. Veilige UTPR-overgangshavens

  Keuze voor toepassing van de de-minimisuitzondering voor het verslagjaar

1. Opbrengsten (jaarrekening)

2. Kwalificerende opbrengsten

3. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging

4. Kwalificerend inkomen of verlies

a.    Verslagjaar

b.    1e voorgaande boekjaar (indien van toepassing)

c.    2e voorgaande boekjaar (indien van toepassing)

d.    Gemiddelde over de drie boekjaren

1. Eerste dag van het eerste boekjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt

2. Referentierechtsgebied

3. Nettoboekwaarde van de materiële activa in het referentierechtsgebied voor het boekjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt

4. Aantal rechtsgebieden waar de MNO-groep groepsentiteiten heeft voor het boekjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt

5. Materiële activa van groepsentiteiten buiten het referentierechtsgebied voor het boekjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt

a.    Rechtsgebied

b. Nettoboekwaarde van de materiële activa van alle groepsentiteiten die binnen elk rechtsgebied zijn gevestigd

6. Aantal rechtsgebieden waar de MNO-groep groepsentiteiten heeft tijdens het verslagjaar

7. Som van de nettoboekwaarden van materiële activa van alle groepsentiteiten die zijn gevestigd in andere rechtsgebieden dan het referentierechtsgebied gedurende het verslagjaar

1. Naam van het rechtsgebied

2. Soort subgroep (indien van toepassing)

3. Identificatie van de subgroep (indien van toepassing) voor de berekening van het effectieve belastingtarief en de bijheffing

a. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging

b. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies

c. Lasten uit hoofde van winstbelastingen

d. Aangepaste betrokken belastingen

e. Effectieve belastingtarief

[A]

[B]

[C] = [B] / [A]

1. Geaggregeerd netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging na toerekeningen (alle groepsentiteiten in het rechtsgebied)

2. Aanpassingen

Nettobedrag

Nettobelastinglast

Uitgesloten dividenden

Uitgesloten vermogenswinst of -verlies

Inbegrepen winst of verlies op basis van de herwaarderingsmethode

Uitgesloten winst of verlies uit vervreemding van activa en verplichtingen wegens reorganisatie

Asymmetrische winst of verlies uit wisselkoersverschillen

Beleidshalve niet-toegestane lasten

Fouten in een voorgaande periode

Wijzigingen in verslagleggingsbeginselen

Last voor opgebouwd pensioen

Schuldkwijtscheldingen

Aandelengerelateerde vergoeding

Arm’s length-correcties

Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbaar overdraagbaar belastingtegoed

Keuze voor winsten en verliezen op basis van het realisatiebeginsel

Keuze voor gecorrigeerde winst met betrekking tot activa

Last van intragroepsfinancieringsregeling

Keuze voor intragroepstransacties in hetzelfde rechtsgebied

Aan polishouders in rekening gebrachte belastingen voor verzekeringsmaatschappijen

Toename/afname van het eigen vermogen toegerekend aan betaalde/te betalen of ontvangen/te ontvangen uitkeringen van aanvullend tier 1-kapitaal

Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten

Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die een doorstroomentiteit is

Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime

Keuze voor de methode van belastbare uitkering

Inkomen uit internationale scheepvaart

Transacties tussen groepsentiteiten

3. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies van het rechtsgebied

  1. Totale aangepaste betrokken belastingen

1. Geaggregeerde belastinglast in het lopende jaar met betrekking tot betrokken belastingen na toerekeningen (alle groepsentiteiten in het rechtsgebied)

2. Aanpassingen

Nettobedrag

Betrokken belastingen die in de financiële rekeningen zijn opgebouwd als een last in de winst vóór belastingen

Uitgestelde belastingvorderingen voor een kwalificerend verlies dat is vastgesteld of gebruikt

Betrokken belastingen met betrekking tot een onzekere belastingsituatie die in het voorgaande jaar is geregistreerd als een vermindering van de betrokken belastingen

Gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden die zijn geregistreerd als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar

Gekwalificeerde doorstroombelastingtegoeden van gekwalificeerde eigendomsbelangen

Belastinglasten van het lopende jaar over inkomen dat is uitgesloten van het kwalificerende inkomen of verlies

Niet-gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden, niet-verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden of andere belastingtegoeden die niet zijn geregistreerd als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar

Terugbetaalde of verrekende betrokken belastingen (uitgezonderd gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden) die niet als een aanpassing van belastinglasten van het lopende jaar zijn aangemerkt

Belastinglasten van het lopende jaar ter zake van een onzekere belastingsituatie

Belastinglasten van het lopende jaar die naar verwachting niet binnen drie jaar na afloop van het verslagjaar zullen worden betaald

Aanpassingen na indiening

Betrokken belastingen met betrekking tot nettowinst of -verlies op activa

Vermindering van de betrokken belastingen van de UME die een doorstroomentiteit is

Betrokken belastingen voor het kwalificerende inkomen van de UME dat wordt verminderd uit hoofde van een aftrekbaardividendregime

Fictieve inhouding

Keuze voor de methode van belastbare uitkering

Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen

Toename of afname van betrokken belastingen die zijn geregistreerd in het eigen vermogen of de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot bedragen die zijn opgenomen in het kwalificerende inkomen of verlies dat zal worden onderworpen aan belasting uit hoofde van lokale belastingregels

Overdracht van ontstane overtollige negatieve belastinglasten

Afname van betrokken belastingen (maar niet tot onder nul) met het resterende saldo van de overdracht van overtollige negatieve belastinglasten

3. Aangepaste betrokken belastingen

  1. Overdracht van overtollige negatieve belastinglasten

1.    Saldo van voorgaande jaren

[A]

2.    Overdracht van in het verslagjaar ontstane overtollige negatieve belastinglasten

[B]

3.    Overdracht van voor het verslagjaar gebruikte overtollige negatieve belastinglasten

[C]

4.    Overdracht van resterende overtollige negatieve belastinglasten voor latere jaren

[D] = [A] + [B] – [C]

  1. Berekening voor een samengevoegd fiscaal overgangsregime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (indien van toepassing)

1. Rechtsgebieden van gecontroleerde buitenlandse vennootschappen

2. Subgroep

3. Geaggregeerde belastingen die aan die subgroep zijn toegewezen in het kader van een samengevoegd fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen

Totaal

  1. Samenvatting op hoog niveau

1.    Bedrag van de uitgestelde belastinglast

[A]

2.    Herberekening van de uitgestelde belastinglast tegen het minimumbelastingtarief, waarbij:

[B] = [C] + [D]

3.    De herberekening leidt tot een verhoging van de uitgestelde belastingvordering die is geboekt tegen een lager belastingtarief dan het minimumbelastingtarief

[C]

4.    De herberekening houdt verband met de uitgestelde belastinglast die is geboekt tegen een hoger belastingtarief dan het minimumbelastingtarief

[D]

5.    Totaalbedrag van de aanpassingen

[E]

6.    Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen

[F] = [B] +/- [E]

  1. Opsplitsing van de aanpassingen

1.    Aanpassingen voor de uitgestelde belastinglast

Nettobedrag

Uitgestelde belastinglasten ter zake van bestanddelen die niet zijn meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies

Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-toegestane belastingopbouw

Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-gebruikte belastingopbouw

Waarderingsaanpassing of aanpassing van de financieel administratieve verwerking ter zake van een uitgestelde belastingvordering

Uitgestelde belastinglasten die voortvloeien uit een herwaardering ter zake van een wijziging in het belastingtarief

Uitgestelde belastinglasten ter zake van het ontstaan en het gebruik van belastingtegoeden

Vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht of fictieve vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht

In de loop van het boekjaar betaalde niet-toegestane belastingopbouw of niet-gebruikte belastingopbouw

In de loop van het boekjaar betaalde teruggenomen uitgestelde belastingverplichting

Verwerking van een uitgestelde belastingvordering voor een verlies dat niet in de financiële rekeningen is opgenomen

Aanpassing van uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verlaging van het belastingtarief

Aanpassing van uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verhoging van het belastingtarief

Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten

Uitgestelde belastinglasten van de UME die een doorstroomentiteit is

Uitgestelde belastinglasten van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime

Aanpassing van uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit transacties tussen groepsentiteiten

2.    Totaalbedrag van de aanpassingen

[E]

  1. Carry-back van verliezen

1.    Fictieve uitgestelde belastingvorderingen die toerekenbaar zijn aan carry-backs van verliezen

2.    Terugbetaalde betrokken belastingen die toerekenbaar zijn aan carry-backs van verliezen

a. Aan het voorgaande boekjaar X toegerekende bedrag

b. Aan het voorgaande boekjaar Y enz. toegerekende bedrag

c. Totaal

1. Boekjaar

2. In aanmerking genomen uitgestelde belastingverplichting

3. Teruggedraaide uitgestelde belastingverplichting

4. Niet-teruggedraaide uitgestelde belastingverplichting

4e voorgaande boekjaar

3e voorgaande boekjaar

2e voorgaande boekjaar

1e voorgaande boekjaar

Verslagjaar

Totaal

5e voorgaande boekjaar

[A]

[B]

[C]

[D]

[E]

[F]

[G] = [B] + [C] + [D] + [E] + [F]

[H] = [A] – [G]

4e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

3e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

2e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

1e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Verslagjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

1. Overgangsjaar

  1. Uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen aan het begin van het overgangsjaar

Uitgestelde belastingverplichtingen

1. Uitgestelde belastingverplichtingen aan het begin van het overgangsjaar

2. Uitgestelde belastingverplichtingen herberekend tegen het minimumbelastingtarief (indien van toepassing)

Uitgestelde belastingvorderingen

3. Uitgestelde belastingvorderingen aan het begin van het overgangsjaar

4. Uitgestelde belastingvorderingen herberekend tegen het minimumbelastingtarief (indien van toepassing)

5. Uitgestelde belastingvorderingen die voortvloeien uit uitgesloten posten

6. Uitgestelde belastingvorderingen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de regels

[A]

[B]

[C]

[D] = [ [A] of [B], indien van toepassing] – [C]

  1. Overdracht van activa na 30 november 2021 en voor het begin van een overgangsjaar

1. Rechtsgebied van de vervreemdende entiteit

2. In verband met de transactie(s) betaalde belasting

3. Netto uitgestelde belastingvordering of -verplichting in de jaarrekening van de vervreemdende groepsentiteit(en)

4. Boekwaarde van de overgedragen activa voor de toepassing van de regels

5. Netto uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen worden bepaald ter zake van de overgedragen activa voor de toepassing van de regels voor (de) verwervende groepsentiteit(en)

  1. Keuze

1.    Jaarlijkse keuzen

a.    Keuze voor geaggregeerde vermogenswinst

b.    Keuze voor daling van de betrokken belastingen die van geen materieel belang is

c.    Keuze om de op substance gebaseerde inkomensuitzondering niet toe te passen

d.    Overdracht van negatieve belastinglasten

◻

2. Vijfjaarlijkse keuzen

3.

Keuzejaar

4.

Jaar van herroeping

e.    Keuze voor opneming van aandelenbeleggingen

f.    Keuze voor aandelengerelateerde vergoeding

g.    Keuze voor het realisatiebeginsel

h.    Keuze voor intragroepstransacties

5.    Andere keuzen

6.    Keuzejaar

7.    Jaar van herroeping

i.    Keuze met betrekking tot kwalificerend verlies

  1. Informatievereisten in verband met de keuze op basis van rechtsgebied(en)

1.    Opneming van vermogenswinst of -verlies in verband met de keuze voor opneming van aandelenbeleggingen

2.    Saldo van de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang van voorgaande jaren

[A]

3.    Aanvullingen op de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang

[B]

4.    Verminderingen op de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang

[C]

5.    Uitstaand saldo van de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang

[D] = [A] + [B] – [C]

1. Keuze voor fictieve inhoudingen

  1. Terugneemmechanisme

1. Boekjaar

2.    Bedrag van de fictieve inhouding

3. Betaalde of gebruikte fictieve inhouding

4. Uitstaand saldo op een terugneemrekening voor

fictieve inhoudingen

3e voorgaande boekjaar

2e voorgaande boekjaar

1e voorgaande boekjaar

Verslagjaar

4e voorgaande boekjaar

3e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

2e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

1e voorgaande boekjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Verslagjaar

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

  1. Herberekening van het effectieve belastingtarief en de bijheffing

1.    Vermindering van de aangepaste betrokken belastingen voor een voorgaand verslagjaar

2.    Aanvullende bijheffing

3.    Vervreemdingsterugneemratio

[A]

[B]

[C]

  1. Keuze voor het vereenvoudigde overgangskader voor rapportage op basis van rechtsgebied

1.    Kiest de MNO-groep ervoor om het vereenvoudigde overgangskader voor de rapportage op basis van rechtsgebied toe te passen?

Ja/nee

  1. Geaggregeerde rapportage voor fiscaal geconsolideerde groepen

1. Fiscaal geconsolideerde groep (FIN)

2. Geconsolideerde entiteiten (FIN)

  1. Aanpassingen van het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging

1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

2. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging na toerekeningen

3. Aanpassingen

Vermeerderingen

Verminderingen

Nettobelastinglast

Uitgesloten dividenden

Uitgesloten vermogenswinst of -verlies

Inbegrepen winst of verlies op basis van de herwaarderingsmethode

Uitgesloten winst of verlies uit vervreemding van activa en verplichtingen wegens reorganisatie

Asymmetrische winst of verlies uit wisselkoersverschillen

Beleidshalve niet-toegestane lasten

Fouten in een voorgaande periode

Wijzigingen in verslagleggingsbeginselen

Last voor opgebouwd pensioen

Schuldkwijtscheldingen

Aandelengerelateerde vergoeding

Arm’s length-correcties

Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden

Keuze voor winsten en verliezen op basis van het realisatiebeginsel

Keuze voor gecorrigeerde winst met betrekking tot activa

Last van intragroepsfinancieringsregeling

Keuze voor intragroepstransacties in hetzelfde rechtsgebied

Aan polishouders in rekening gebrachte belastingen voor verzekeringsmaatschappijen

Toename/afname van het eigen vermogen toegerekend aan betaalde/te betalen of ontvangen/te ontvangen uitkeringen van aanvullend tier 1-kapitaal

Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten

Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die een doorstroomentiteit is

Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime

Keuze voor de methode van belastbare uitkering

Inkomen uit internationale scheepvaart

Transacties tussen groepsentiteiten

4. Kwalificerend inkomen of verlies van de groepsentiteit of het lid van een jointventuregroep

  1. Grensoverschrijdende toerekening van inkomen of verlies tussen een hoofdentiteit en een vaste inrichting en van een doorstroomentiteit

1. In dit rechtsgebied gevestigde groepsentiteit of leden van een jointventuregroepen, of staatloze groepsentiteit (FIN)

2. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging vóór de aanpassing

3. Basis voor de aanpassing

4. Ander(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

5. Rechtsgebied van de andere groepsentiteit of het andere lid van een jointventuregroep (FIN)

6. Vermeerderingen voor deze groepsentiteit

7. Verminderingen voor deze groepsentiteit

8. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging na de aanpassing

  1. Grensoverschrijdende aanpassingen

1.    Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

2. Basis voor de aanpassing

3. Ander(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

4. Rechtsgebied van de andere groepsentiteit (ISO)

5. Vermeerderingen voor deze groepsentiteit

6. Verminderingen voor deze groepsentiteit

  1. Aanpassingen van het kwalificerende inkomen van de UME die een doorstroomentiteit is of die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime

1. Groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) die/dat in dit rechtsgebied is gevestigd (FIN)

2. Basis voor vermindering

3. Identificatie van houders van eigendomsbelangen of ontvangers van een dividend (zie opmerking)

4. Rechtstreeks aangehouden eigendomsbelang (%)

5. Verminderingen voor deze groepsentiteit

  1. Aanpassingen van de belastinglasten van het lopende jaar in de financiële rekeningen

1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

2. Belastinglasten van het lopende jaar in verband met betrokken belastingen na toerekeningen

3. Aanpassingen

Vermeerderingen

Verminderingen

Betrokken belastingen die in de financiële rekeningen zijn opgebouwd als een last in de winst vóór belastingen

Uitgestelde belastingvorderingen voor een kwalificerend verlies dat is vastgesteld of gebruikt

Betrokken belastingen met betrekking tot een onzekere belastingsituatie die in het voorgaande jaar is geregistreerd als een vermindering van de betrokken belastingen

Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden die zijn geregistreerd als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar

Gekwalificeerde doorstroombelastingtegoeden van gekwalificeerde eigendomsbelangen

Belastinglasten van het lopende jaar over inkomen dat is uitgesloten van het kwalificerende inkomen of verlies

Niet-gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden, niet-verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden of andere belastingtegoeden die niet zijn geregistreerd als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar

Terugbetaalde of verrekende betrokken belastingen (uitgezonderd gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden) die niet als een aanpassing van belastinglasten van het lopende jaar zijn aangemerkt

Belastinglasten van het lopende jaar ter zake van een onzekere belastingsituatie

Belastinglasten van het lopende jaar die naar verwachting niet binnen drie jaar na afloop van het verslagjaar zullen worden betaald

Aanpassingen na indiening

Betrokken belastingen met betrekking tot nettowinst of -verlies op activa

Vermindering van de betrokken belastingen van de UME die een doorstroomentiteit is

Betrokken belastingen voor het kwalificerende inkomen van de UME dat wordt verminderd uit hoofde van een aftrekbaardividendregime

Fictieve inhouding

Keuze voor de methode van belastbare uitkering

Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen

Toename of afname van betrokken belastingen die zijn geregistreerd in het eigen vermogen of de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot bedragen die zijn opgenomen in het kwalificerende inkomen of verlies dat zal worden onderworpen aan belasting uit hoofde van lokale belastingregels

4. Aangepaste betrokken belastingen

  1. Kruiselingse toerekening van belastingen

1. In dit rechtsgebied gevestigde groepsentiteit of staatloze

groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) (FIN)

2. Betrokken belastingen van de groepsentiteit (of het lid van de jointventuregroep) vóór de aanpassing

3. Basis voor de aanpassing

4. Ander(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

5. Rechtsgebied van de ander groepsentiteit of het andere lid van een jointventuregroep (FIN)

6. Vermeerderingen voor deze groepsentiteit

7. Verminderingen voor deze groepsentiteit

8. Betrokken belastingen van de groepsentiteit (of het lid van de jointventuregroep) na de aanpassing

  1. Uitgestelde belastinglast

1.    Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

2.    Bedrag van de uitgestelde belastinglast

3.    Aanpassingen voor de uitgestelde belastinglast

Vermeerderingen

Verminderingen

Uitgestelde belastinglasten ter zake van bestanddelen die niet zijn meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies

Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-toegestane belastingopbouw

Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-gebruikte belastingopbouw

Waarderingsaanpassing of aanpassing van de financieel administratieve verwerking ter zake van een uitgestelde belastingvordering

Uitgestelde belastinglasten die voortvloeien uit een herwaardering ter zake van een wijziging in het belastingtarief

Uitgestelde belastinglasten ter zake van het ontstaan en het gebruik van belastingtegoeden

Vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht of fictieve vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht

In de loop van het boekjaar betaalde niet-toegestane belastingopbouw of niet-gebruikte belastingopbouw

In de loop van het boekjaar betaalde teruggenomen uitgestelde belastingverplichting

Verwerking van een uitgestelde belastingvordering voor een verlies dat niet in de financiële rekeningen is opgenomen

Aanpassing van uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verlaging van het belastingtarief

Aanpassing van uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verhoging van het belastingtarief

Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten

Uitgestelde belastinglasten van de UME die een doorstroomentiteit is

Uitgestelde belastinglasten van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime

Aanpassing van uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit transacties tussen groepsentiteiten

4.    Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen

1.    Groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) waarvoor een keuze wordt gemaakt (FIN)

2.    Jaarlijkse keuzen

a. Keuze voor schuldkwijtschelding

b. Keuze voor niet-gebruikte belastingopbouw

3.    Vijfjaarlijkse keuzen

4. Keuzejaar

5. Jaar van herroeping

c. Keuze om een entiteit niet te behandelen als uitgesloten entiteit

d. Opneming van alle dividenden van deelnemingen in aandelenportefeuilles

e. Behandeling van valutawinsten of -verliezen die kunnen worden toegerekend aan afdekking als een uitgesloten vermogenswinst of -verlies

f. Keuze voor fiscale transparantie van beleggingsentiteiten

g. Keuze voor de methode van belastbare uitkering

h.    Keuze voor reële waarde

1. Groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) waarvoor de keuze wordt gemaakt (FIN)

2. Boekjaar van het triggering event

3. Opneming van het triggering event in het boekjaar of vijfjaarse opneming

  1. Uitsluiting van inkomen uit internationale scheepvaart

1.    Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep die/dat in dit rechtsgebied is gevestigd (FIN)

Inkomen uit internationale scheepvaart

2.    Categorie

3.    Opbrengsten

[A]

4.    Kosten

[B]

5.    Inkomen uit internationale scheepvaart

[C] = [A] – [B]

Inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart

6.    Categorie

7.    Opbrengsten

[D]

8.    Kosten

[E]

9.    Inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart

[F] = [D] – [E]

Effect op op substance gebaseerde inkomensuitzondering

10.    Loonkosten die toerekenbaar zijn aan het uitgesloten inkomen uit internationale scheepvaart of inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart

11.    Boekwaarde van de materiële activa die zijn gebruikt voor het genereren van het uitgesloten inkomen uit internationale scheepvaart of inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart

Betrokken belastingen

12.    Betrokken belastingen die toerekenbaar zijn aan het uitgesloten inkomen uit internationale scheepvaart of inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart

  1. Limiet per rechtsgebied voor het uitgesloten inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart

1.    Totale inkomen uit internationale scheepvaart voor alle groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep)

[A]

2.    Limiet van 50 %

50 % × [A]

3.    Totale inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart voor alle groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep)

[B]

4.    Overschrijding van de limiet als B hoger is dan 50 % van A

[B] –50% × [A]

Keuze voor de methode van belastbare uitkering

1. Groepsentiteiteigenaar (of lid van een jointventuregroep) waarvoor een keuze wordt gemaakt (FIN)

2. Beleggingsentiteit waarvoor de keuze wordt gemaakt

3. Daadwerkelijke of fictieve uitkeringen uit het door de eigenaar van de groepsentiteit ontvangen kwalificerend inkomen van de beleggingsentiteit

4. Lokale verrekenbare compensatie (“gross-up”) van belasting betaald door de beleggingsentiteit

5. Evenredige aandeel van de eigenaar van de groepsentiteit in het niet-uitgekeerde netto kwalificerend inkomen van de beleggingsentiteit

1. Groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) met een netto inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging op basis van een andere standaard voor financiële verslaglegging (FIN)

2. Aanvaardbare of goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging

a.    Bijheffing (%)

b. Op substance gebaseerde inkomensuitzondering

c.    Overwinsten

d. Aanvullende bijheffing

e.    Binnenlandse bijheffing

f.    Bijheffing

[A] = 15 % - effectieve belastingtarief

[B]

[C] = kwalificerend netto-inkomen of -verlies – [B]

[D]

[E]

= [A] × [C] + [D] – [E]

Uitzondering voor de loonkosten

Uitzondering voor materiële activa

Totaal

1. Relevante in aanmerking komende loonkosten van in aanmerking komende werknemers die activiteiten in het rechtsgebied uitoefenen

2. Toepassing van het relevante opslagpercentage voor het verslagjaar

3. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa in het rechtsgebied

4. Toepassing van het relevante opslagpercentage voor het verslagjaar

5. Op substance gebaseerde inkomensuitzondering

[A]

[B]

[C]

[D]

[E] = [A] × [B] + [C] × [D]

1.    Relevante in aanmerking komende loonkosten

2.    Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa

3.    Rechtsgebied(en) van vaste inrichting(en)

4.    Relevante in aanmerking komende loonkosten die zijn toegerekend aan vaste inrichtingen

5.    Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa die zijn toegerekend aan vaste inrichtingen

1. Relevante in aanmerking komende loonkosten

2. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa

3. Rechtsgebied(en) van eigenaars van groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep)

4. Relevante in aanmerking komende loonkosten die zijn toegerekend aan de eigenaar van een groepsentiteit (of zijn uitgesloten)

5. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa die zijn toegerekend aan de eigenaar van een groepsentiteit (of zijn uitgesloten)

1. Toepasselijke artikelen

2. Toepasselijke jaar

3. Zoals eerder gerapporteerd of herberekend

4. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies

5. Aangepaste betrokken belastingen

6. Effectief belastingtarief

7. Overwinst

8. Bijheffing (%)

9. Bijheffing

10. Aanvullende bijheffing

Voorgaande boekjaar X

a. Eerder gerapporteerd

b. Herberekend

1.    Aangepaste betrokken belastingen voor het rechtsgebied (indien van toepassing)

[A]

2.    Kwalificerend verlies voor het rechtsgebied

[B]

3.    Verwachte aangepaste betrokken belastingen

[C] = [B] × 15%

4.    Aanvullende bijheffing

[D] = [C] – [A]

1.    Standaard voor financiële verslaglegging

2.    Bedrag van de verschuldigde gekwalificeerde binnenlandse bijheffing

3.    Minimumtarief van de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (indien hoger dan 15 %)

4.    Basis voor de vermenging van inkomsten en belastingen (indien verschillend van de IIR-regels)

5.    Gebruikte valuta (indien verschillend van de rapportagevaluta van de geconsolideerde jaarrekening)

6.    Op substance gebaseerde inkomensuitzondering?

Ja/nee

7.    De-minimisuitzondering beschikbaar?

Ja/nee

1. Groepsentiteit waaraan de bijheffing is toegerekend

a.    Laagbelast(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN)

b.    Kwalificerend inkomen van de laagbelaste groepsentiteit of het laagbelaste lid van een jointventuregroep

[A]

c.    Bijheffing van de laagbelaste groepsentiteit of het laagbelaste lid van een jointventuregroep

[C] = [T] × [A] / [A+B+enz]

2. Moederentiteiten die een gekwalificeerde IIR moeten toepassen

a.    Moederentiteit (FIN)

[Moederentiteit 1]

b.    Rechtsgebied van de moederentiteit

Rechtsgebied B

c.    Bedrag aan kwalificerend inkomen dat toerekenbaar is aan door andere eigenaars aangehouden eigendomsbelangen

[D]

d.    Opnemingsratio van de moederentiteit

[F] = ([A] – [D]) / [A]

3. IIR-bijheffing

a.    Aan de moederentiteit toerekenbare deel van de bijheffing

[G] = [C] × [F]

b.    IIR-verrekening

[H]

c.    Door de moederentiteit verschuldigde bijheffing

[I] = [G] – [H]

1. Laagbelast(e) groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) waarop de verlaging van de UTPR-bijheffing tot nul niet van toepassing is (FIN)

2. Bijheffing die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de totale UTPR-bijheffing voor elke laagbelaste groepsentiteit

3. Totaalbedrag van de UTPR-bijheffing voor dit rechtsgebied

1. UTPR-rechtsgebieden

2. Overgedragen UTPR-bijheffing

3. Aantal personeelsleden

4. Nettoboekwaarde van de materiële activa

5. UTPR-percentage

6. Bedrag van de UTPR-bijheffing dat toerekenbaar aan het verslagjaar

7. Extra contante belastinglast van groepsentiteiten in het UTPR-rechtsgebied

8. Over te dragen UTPR-bijheffing

Totaal