Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Brussel, 26.2.2025

COM(2025) 84 final

2025/0040(COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

{SWD(2025) 84 final}

TOELICHTING

In juni 2024 had InvestEU naar schatting 280 miljard EUR aan investeringen gemobiliseerd, waarvan 201 miljard EUR (bijna 70 %) afkomstig waren van de particuliere sector. InvestEU speelt een sleutelrol bij het aanpakken van financiële belemmeringen en het stimuleren van de nodige investeringen in concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, decarbonisatie en ecologische en sociale duurzaamheid. In bijna 45 % van de in het kader van InvestEU ondertekende verrichtingen wordt de klimaatdoelstelling ondersteund.

  • Een verhoging van de EU-garantie met 2,5 miljard EUR in de huidige financieringsperiode, waarbij de overeenkomstige begrotingsmiddelen die nodig zijn voor voorzieningen afkomstig uit EFSI-overschotten en terugvloeiende middelen uit andere oude instrumenten in 2025, 2026 en 2027 beschikbaar komen. Deze verhoging van de EU-garantie zal de mobilisatie van ongeveer 25 miljard EUR aan extra particuliere en publieke investeringen ondersteunen.

  • Verbeterde mogelijkheden voor combinaties van beschikbare steun uit de Uniebegroting in het kader van drie oude programma’s (het EFSI, het schuldinstrument van CEF en de InnovFin-schuldfaciliteit) met het InvestEU-fonds om de efficiëntie van het InvestEU-fonds te verbeteren en de mobilisatie van ongeveer 25 miljard EUR aan extra investeringen te ondersteunen.

  • De mogelijkheid voor de lidstaten om op volledig gefinancierde wijze bij te dragen aan een financieringsinstrument. Dit is met name een waardevolle toevoeging voor gefinancierde eigenvermogensproducten en voor schuldproducten die in andere valuta’s dan de euro kunnen worden gebruikt zonder de Uniebegroting bloot te stellen aan valutarisico. Hoewel het voorstel in dit stadium wordt gedaan in het kader van InvestEU en bruikbaar is voor nationale fondsen in overeenstemming met de plannen voor herstel en veerkracht, mits alle nodige stappen vóór augustus 2026 kunnen worden afgerond, en voor andere nationale begrotingsfondsen, zou de toepassing van deze mogelijkheid op fondsen in gedeeld beheer beperkte latere wijzigingen van sectorspecifieke regels vereisen, waardoor de mogelijkheid niet onmiddellijk voor die fondsen beschikbaar zou zijn.

  • Vereenvoudiging van de verslaglegging, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en sociale ondernemingen. Die vereenvoudigingen zullen naar verwachting besparingen van ongeveer 350 miljoen EUR opleveren.

Efficiëntiewinsten en vereenvoudigingen zullen eveneens worden bereikt door middel van niet-wetgevende maatregelen. Dergelijke maatregelen omvatten de mogelijkheid voor uitvoerende partners om gebruik te maken van beheersverklaringen die betrekking hebben op meer dan één programma van de Unie dat zij uitvoeren, met inbegrip van InvestEU, terwijl de Commissie in dit verband ook kan vertrouwen op een gelijkwaardig niveau van zekerheid via andere onafhankelijke middelen dan een auditoordeel, of de mogelijkheid voor uitvoerende partners om zich te baseren op hun eigen, door middel van een pijlerbeoordeling positief beoordeelde regels en procedures voor de selectie van financiële intermediairs. Tegelijkertijd werkt de Commissie samen met de uitvoerende partners van oude investeringssteunprogramma’s om de rapportagelast te verminderen door middel van contractuele vereenvoudigingen wanneer er geen wetswijziging nodig is. Daarnaast onderzoekt de Commissie verdere vereenvoudigingsmogelijkheden met betrekking tot de wetgeving inzake oude financiële steunprogramma’s, voor zover daarin verslagleggingsvereisten zijn vastgesteld, en is zij voornemens in voorkomend geval verdere maatregelen voor de vereenvoudiging van de wetgeving voor te stellen. In dit verband zouden extra kostenbesparingen kunnen worden gerealiseerd.

Met het versterken van het lidstaatcompartiment zouden landspecifieke situaties van tekortkomingen van de markt en investeringskloven kunnen worden aangepakt, gebruikmakend van op centraal niveau ontworpen financiële producten, en zou worden voorzien in een beproefd en goed functionerend distributiekanaal voor het gebruik van begrotingsfondsen en zou tegelijkertijd particuliere financiering worden aangetrokken. Het zou de lidstaten met name helpen de financiële steun te richten op investeringen in het kader van de plannen voor herstel en veerkracht, op voorwaarde dat alle nodige stappen vóór augustus 2026 kunnen worden afgerond, waardoor ook de uitvoering ervan wordt versneld.

In het Draghi-verslag wordt opgeroepen tot meer investeringssteun om de investeringskloof te dichten en wordt InvestEU aangewezen als het belangrijkste in te zetten risicodelingsinstrument.

Optreden op EU-niveau zorgt ervoor dat een kritische massa aan middelen kan worden vrijgemaakt om het effect van de investeringen in de praktijk te maximaliseren. Het voorstel versterkt de bestaande EU-garantie die het mogelijk heeft gemaakt innovatieve financieringsoplossingen te ondersteunen die ook particuliere financiering aantrekken ter ondersteuning van belangrijke beleidsmaatregelen van de Unie. Het komt niet in de plaats van investeringen door de lidstaten, maar vormt juist een aanvulling op dergelijke investeringen. Het EU-niveau levert schaalvoordelen op bij het gebruik van innovatieve financiële producten doordat particuliere investeringen in de hele Unie worden aangezwengeld en doordat optimaal gebruik wordt gemaakt van de Europese instellingen en hun deskundigheid op dat gebied.

Optreden op EU-niveau is het enige instrument dat een doeltreffend antwoord kan bieden op de investeringsbehoeften in verband met EU-brede beleidsdoelstellingen.

Het voorstel gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

De nagestreefde doelstellingen vereisen een wijziging van de huidige InvestEU-verordening, de EFSI-verordening, de CEF-verordening en de Horizon Europa-verordening door middel van een wetgevingsvoorstel.

In de tussentijdse evaluatie van InvestEU 7 werd gewezen op de belangrijkste resultaten die InvestEU reeds heeft behaald en het potentieel om in de toekomst nog meer succes te boeken, waarbij werd verwezen naar het feit dat de begroting ontoereikend is in verhouding tot de grote vraag en de aanzienlijke investeringsbehoeften.

Geconcludeerd werd dat de InvestEU-garantie hoge additionaliteit biedt, waardoor de uitvoerende partners kunnen samenwerken met hun tegenhangers met een hoger risico, risicovollere financiële producten of voorwaarden kunnen inzetten en activiteiten met een inherent hoger risico kunnen financieren. In de tussentijdse evaluatie werd ook het significante crowding-in-effect van InvestEU erkend. Op basis van de verrichtingen die eind juni 2024 waren goedgekeurd, zal het InvestEU-fonds naar schatting ongeveer 280 miljard EUR aan extra investeringen mobiliseren, waarvan 201 miljard EUR (71 %) afkomstig is uit particuliere bronnen. Bovendien werd InvestEU — als begrotingsgarantie — beschouwd als een inherent efficiënte manier om de begroting van de Unie in te zetten en als hefboom te gebruiken.

Tegelijkertijd werd in de evaluatie geconcludeerd dat de huidige begroting ontoereikend was in verhouding tot de grote vraag en de aanzienlijke investeringsbehoeften, en werd voorgesteld manieren te overwegen om de financiële capaciteit van InvestEU in de resterende programmeringsperiode te vergroten.

In het kader van de tussentijdse evaluatie van InvestEU zijn uitgebreide raadplegingen gehouden door middel van interviews met ongeveer 150 voorname belanghebbenden, feedback van projectontwikkelaars via enquêtes, diepgaande analyse, thematische casestudy’s en deelname aan relevante evenementen. Hoewel belanghebbenden bijvoorbeeld de additionaliteit van het programma prezen, wezen verschillende belanghebbenden erop dat de InvestEU-begroting veel te beperkt was om duurzame steun te verlenen aan de beoogde begunstigden en dat de begroting in de meeste gevallen al bijna was uitgeput. Daarnaast wezen de meeste uitvoerende partners op de veeleisende aard van de verslagleggingsvereisten, die zij als belastend ervaren vanwege de frequentie en complexiteit ervan, en pleitten zij voor een verdere stroomlijning van de verslagleggingsprocedures. Voorts onderhoudt de Commissie regelmatig contact met de EIB-groep en andere uitvoerende partners van InvestEU en financiële intermediairs die zich bilateraal en ook via brieven van de Europese Vereniging van Langetermijninvesteerders (ELTI), die 13 van de 17 uitvoerende partners vertegenwoordigt, tegen de Commissie hebben uitgesproken over soortgelijke kwesties.

Het wetgevingsvoorstel voorziet zowel in de behoefte aan extra garantiecapaciteit als in vereenvoudigingen op het gebied van de verslaglegging.

Overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de InvestEU-verordening is in 2024 een externe onafhankelijke tussentijdse evaluatie uitgevoerd 8 . Zie de belangrijkste boodschappen van de tussentijdse evaluatie die relevant zijn voor dit voorstel onder de subrubriek “Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan” hierboven.

Het voorstel weerspiegelt de algemene vereenvoudiging die de Commissie nastreeft. Het voorstel beoogt de administratieve lasten voor de eindontvangers van de investeringssteun, de financiële intermediairs en de uitvoerende partners te verminderen door: i) de frequentie van de verslaglegging te verlagen; ii) de eis voor uitvoerende partners om een jaarlijks verslag over investeringsbelemmeringen in te dienen, te schrappen; iii) het aantal rapportageposten in verband met kleine transacties te verlagen; en iv) de toepassing van de definitie van kmo’s aan te passen. Met name de punten iii) en iv) zullen kleine ondernemingen vrijstellen en zo hun kosten verlagen. De daaruit voortvloeiende kostenverlagingen moeten een positief effect hebben op het concurrentievermogen.

Er worden geen extra rapportageposten voorgesteld. De Commissie heeft reeds een digitaal instrument (het beheersinformatieysteem van InvestEU) opgezet dat de uitvoerende partners gebruiken bij het indienen van operationele, financiële en risicogerelateerde rapportagegegevens bij de Commissie.

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

Voorgesteld wordt de EU-garantie in het kader van InvestEU te verhogen met 2,5 miljard EUR, wat naar verwachting ongeveer 25 miljard EUR aan extra investeringen zal mobiliseren. Hiervoor zou een extra voorziening van 1 miljard EUR nodig zijn. De middelen voor de voorziening zouden afkomstig zijn van terugvloeiende middelen uit de in bijlage IV bij de InvestEU-verordening vermelde oude financieringsinstrumenten, van het EFSI, van InvestEU zelf en van overschotten in het gemeenschappelijk voorzieningsfonds met betrekking tot het EFSI-compartiment. Het bedrag aan terugvloeiende middelen uit EFSI-overschotten en oude financiële instrumenten voor de periode 2025-2027 zal naar verwachting meer dan 2 miljard EUR bedragen.

De verbeterde combinaties zullen naar verwachting nog eens ongeveer 25 miljard EUR aan investeringen mobiliseren. De financiële gevolgen van deze combinaties leiden tot vertraagde en mogelijk lagere begrotingsinkomsten (in verband met terugvloeiende middelen uit oude financieringsinstrumenten) en overschotten uit de voorziening van het EFSI.

Er wordt geen extra budget gevraagd voor personeels- of administratieve kosten.

Een financieel en digitaal memorandum met verdere begrotingsinformatie is opgenomen.

Het InvestEU-fonds (de EU-garantie) wordt via indirect beheer uitgevoerd. De Commissie beschikt reeds over een netwerk van 17 uitvoerende partners, dat naar verwachting zal toenemen tot 24 uitvoerende partners na de meest recente oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, die de uitvoering van het voorstel in de hele Unie waarborgen.

De reeds bestaande regelingen voor monitoring, evaluatie en rapportage blijven bestaan, met uitzondering van de verslagleggingsvereisten die zullen worden beperkt of geschrapt als gevolg van de vereenvoudiging die onder de subrubriek “Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging” wordt toegelicht.

De prestaties zullen worden gemeten aan de hand van de indicatoren die zijn vastgelegd in de InvestEU-verordening en in de garantieovereenkomsten met de uitvoerende partners om geharmoniseerde verslaglegging van hen te verkrijgen.

De specifieke bepalingen worden toegelicht onder verwijzing naar elke verordening waarvan wijziging wordt voorgesteld.

InvestEU-verordening (artikel 1)

Voorgesteld wordt de EU-garantie te verhogen tot 28 652 310 073 EUR in lopende prijzen (verhoging met 2 500 000 000 EUR). Bijgevolg zal de aan de EIB-groep toegekende 75 % van de EU-garantie 21 489 232 555 EUR bedragen en wordt voorgesteld de financiële bijdrage van de EIB-groep evenredig te verhogen tot 5 372 308 139 EUR.

Daarnaast wordt een aantal bepalingen technisch bijgewerkt om precies te verwijzen naar de huidige wetgeving in gevallen waarin die wetgevingshandelingen ten tijde van de vaststelling van de InvestEU-verordening nog niet waren vastgesteld.

2025/0040 (COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

EFSI-verordening (artikel 2)

Om de aanpassingen die in de InvestEU-verordening zijn aangebracht met betrekking tot combinaties, te weerspiegelen, werden ook aanpassingen aangebracht in de EFSI-verordening.

Wat vereenvoudiging betreft, wordt de frequentie van de verslaglegging door de uitvoerende partners aan de Commissie teruggebracht van halfjaarlijks tot jaarlijks en wordt de rapportage over investeringsbelemmeringen weggenomen, aangezien de investeringsperiode in het kader van het EFSI is afgelopen. Om dezelfde reden worden twee soorten rapportage stopgezet.

CEF-verordening (artikel 3), verordening Horizon Europa (artikel 4)

De wijzigingen van deze twee verordeningen hebben tot doel de combinaties van de steun van deze instrumenten met de EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds mogelijk te maken, zoals bepaald in artikel 7 van de InvestEU-verordening.

Inwerkingtreding (artikel 5)

Voorgesteld wordt dat de wijzigingsverordening in werking treedt op de dag na de bekendmaking ervan om een snelle uitvoering mogelijk te maken.

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172, artikel 173, artikel 175, derde alinea, artikel 182, lid 1, artikel 183, artikel 188, tweede alinea, en artikel 194,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 10 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 11 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Unie wordt geconfronteerd met enorme financieringsbehoeften om haar doelstellingen op het gebied van innovatie, de schone en digitale transitie en sociale investeringen en vaardigheden te verwezenlijken, waarbij tegelijkertijd een oplossing moet worden gevonden voor de invloed van de huidige complexe situatie op het concurrentievermogen en de industriële basis van de Unie, die wordt gekenmerkt door een veranderende mondiale dynamiek, trage economische groei, versnelde klimaatverandering en aantasting van het milieu, technologische concurrentie en toenemende geopolitieke spanningen.

  1. In het Draghi-verslag worden de gecombineerde extra investeringsbehoeften in Europa tegen 2030 geraamd op 750-800 miljard EUR per jaar. Een aanzienlijk deel daarvan is bestemd voor de groene en de digitale transitie. Het waarborgen van voldoende publieke en particuliere investeringen is van cruciaal belang om de productiviteitsgroei te stimuleren en de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken, particuliere investeringen aan te trekken die zijn gericht op de decarbonisatie van de industrie, de productie, opslag en uitrol van schone energie en elektrificatie te versnellen, interconnecties en netwerken te versterken, duurzame en circulaire bedrijfsmodellen te bevorderen, de renovatie van gebouwen te stimuleren, en de productie van schone technologie en digitale technologieën te ontwikkelen en de verspreiding ervan over economische sectoren aan te moedigen.

  2. Het InvestEU-fonds is het belangrijkste instrument op EU-niveau om publieke en particuliere financiering aan te trekken voor de ondersteuning van een breed scala aan beleidsprioriteiten van de Unie. Via het uitgebreide netwerk van uitvoerende partners, waaronder de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees Investeringsfonds (EIF), andere internationale financiële instellingen en nationale stimuleringsbanken en -instellingen, levert het InvestEU-fonds door middel van zijn risicodelingscapaciteit de broodnodige financiering. In de tussentijdse evaluatie van InvestEU werd benadrukt dat begrotingsgaranties inherent efficiënt zijn voor de EU-begroting en werd bevestigd dat het programma goed op schema ligt wat het mobiliseren van investeringen betreft, met een aanzienlijk verwacht effect op de reële economie. De goedkeuringen van financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van InvestEU werden echter in een zeer vroege fase verleend, hetgeen ertoe kan leiden dat na 2025 voor sommige financiële producten geen goedkeuringen meer zullen worden verleend, als deze kwestie niet wordt aangepakt.

  3. De financiële capaciteit van het InvestEU-fonds moet worden vergroot en nog efficiënter worden gebruikt in combinatie met middelen die beschikbaar zullen worden gemaakt in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en andere oude instrumenten (het schuldinstrument van CEF en de InnovFin-schuldfaciliteit) die door de EIB-groep worden uitgevoerd. Deze combinaties kunnen leiden tot een daling van de begrotingsontvangsten uit oude instrumenten. Zij zouden echter ook een hoger volume van de garantiedekking mogelijk maken voor strategische investeringen in belangrijke prioritaire gebieden van de Unie, waardoor naar verwachting een extra investering van ongeveer 25 miljard EUR zou worden gemobiliseerd, en leiden tot een grotere risicodiversificatie, en zodoende niet leiden tot aanzienlijk hogere risico’s voor de begroting van de Unie.

  4. De verhoging van de EU-garantie met 2,5 miljard EUR, ondersteund door de extra terugvloeiende middelen van 1 miljard EUR, en de efficiëntiemaatregelen die worden uitgevoerd door de capaciteiten van de oude instrumenten met het InvestEU-fonds te combineren, zullen naar verwachting leiden tot het aantrekken van ongeveer 50 miljard EUR aan extra investeringen. De financiële bijdrage van de EIB-groep moet evenredig worden aangepast aan het aandeel van de verhoogde EU-garantie dat aan de groep is toegekend.

  5. Om het lidstaatcompartiment in het kader van het InvestEU-fonds aantrekkelijker te maken, moet het voor de lidstaten mogelijk worden gemaakt om, naast de bestaande optie om bij te dragen aan de EU-garantie, ook op volledig gefinancierde wijze bij te dragen via een InvestEU-financieringsinstrument. De steun uit het InvestEU-financieringsinstrument moet, voor zover mogelijk, worden uitgevoerd volgens dezelfde beginselen als de steun van de EU-garantie. Via het InvestEU-financieringsinstrument zouden de lidstaten die niet tot de eurozone behoren, op financieel efficiëntere wijze in hun eigen valuta van het InvestEU-programma kunnen profiteren.

  6. In overeenstemming met een algemene doelstelling van vereenvoudiging om de administratieve lasten voor eindontvangers, financiële intermediairs en uitvoerende partners te verlichten, moeten de verslagleggingsvereisten, met inbegrip van die met betrekking tot essentiële prestatie- en monitoringindicatoren, naargelang van het geval worden verlaagd, met name die welke gevolgen hebben voor kleine ondernemingen en kleinschalige verrichtingen. De toepassing van de definitie van kmo’s moet worden aangepast om complexiteit zoveel mogelijk weg te nemen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan sociale ondernemingen en instellingen voor microfinanciering.

  7. De frequentie en reikwijdte van de verslagen moeten ook worden verlaagd voor het InvestEU-programma en de voorganger ervan, het EFSI-programma.

  8. Voor de boekhouding van de Commissie moeten de uitvoerende partners voorzien in combinaties van gecontroleerde financiële overzichten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van het Financieel Reglement, waarbij de bedragen in verband met de verschillende rechtsgrondslagen duidelijk afzonderlijk van elkaar worden vermeld.

  9. De Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 moeten worden gewijzigd om combinaties van steun uit hoofde van die verordeningen en de EU-garantie uit hoofde van deze verordening mogelijk te maken.

  10. Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk tekortkomingen van de markt in de hele Unie en in specifieke lidstaten en de investeringskloof in de Unie aanpakken, de groene en digitale transitie van de Unie versnellen en het concurrentievermogen en de industriële basis versterken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2021/523 [InvestEU-verordening]

Verordening (EU) 2021/523 wordt als volgt gewijzigd:

  1. In artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Bij deze verordening wordt het InvestEU-fonds ingesteld, dat voorziet in een EU-garantie en een InvestEU-financieringsinstrument ter ondersteuning van door de uitvoerende partners uitgevoerde financierings- en investeringsverrichtingen waarmee aan doelstellingen van het interne beleid van de Unie wordt bijgedragen.”.

  1. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de punten 3, 4 en 5 worden vervangen door:

“3)    “beleidsterrein”: een aangewezen gebied voor ondersteuning door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument als bepaald in artikel 8, lid 1;”;

4)    “compartiment”: een deel van de in het kader van het InvestEU-fonds verstrekte ondersteuning gedefinieerd op basis van de oorsprong van de middelen waardoor het wordt gedekt;”;

5)    “blendingverrichting”: in het kader van het EU-compartiment, een door de begroting van de Unie ondersteunde verrichting, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun, terugbetaalbare vormen van steun, of beide, uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, of van commerciële financiële instellingen en investeerders; voor de toepassing van deze definitie mogen programma’s van de Unie die worden gefinancierd uit andere bronnen dan de begroting van de Unie, zoals het EU-ETS-innovatiefonds, worden gelijkgesteld met uit de begroting van de Unie gefinancierde programma’s van de Unie;”;

  1. punt 8 wordt vervangen door:

8)    “bijdrageovereenkomst”: een rechtsinstrument waarin de Commissie en een of meer lidstaten de voorwaarden van de uitvoering van de bijdrage in het lidstaatcompartiment specificeren, als bepaald in de artikelen 10 en 10 bis;”;

  1. de punten 10 en 11 worden vervangen door:

“10)    financierings- en investeringsverrichtingen” of “financierings- of investeringsverrichtingen”: verrichtingen waarbij financiering aan eindontvangers op directe of indirecte wijze door middel van financiële producten wordt verstrekt:

  1. a) en die, in het kader van de EU-garantie, door een uitvoerende partner in eigen naam worden uitgevoerd, door de uitvoerende partner in overeenstemming met zijn interne regels, beleid en procedures worden verstrekt en in de financiële staten van de uitvoerende partner worden verwerkt of, in voorkomend geval, in de opmerkingen bij die financiële staten worden vermeld;

  2. b) en die, in het kader van het InvestEU-financieringsinstrument, door de uitvoerende partner worden uitgevoerd in eigen naam of in eigen naam maar namens de Commissie, naargelang van het geval;

11)    “fondsen in gedeeld beheer”: fondsen die voorzien in de mogelijkheid om een deel van die fondsen toe te wijzen aan de voorziening voor een onder het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds vallende begrotingsgarantie of financieringsinstrument, namelijk het bij Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad 12 ingestelde Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en Cohesiefonds, het bij Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad 13 (de “ESF+-verordening voor 2021-2027”) ingestelde Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het bij Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad 14 ingestelde Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA), en het bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad 15 (de “verordening inzake strategische GLB-plannen”) ingestelde Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo);”;

  1. punt 12 wordt vervangen door:

“12)    garantieovereenkomst”: een rechtsinstrument waarin de Commissie en een uitvoerende partner de voorwaarden bepalen waaronder financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op dekking door de EU-garantie en/of het InvestEU-financieringsinstrument worden voorgesteld, de EU-garantie of steun via het InvestEU-financieringsinstrument voor die verrichtingen wordt verleend, en die verrichtingen in overeenstemming met deze verordening worden uitgevoerd;”;

  1. punt 21 wordt vervangen door:

“21)    “kleine en middelgrote onderneming” of “kmo”: a) in het geval van financiële producten die geen voordeel opleveren in termen van staatssteun, een onderneming die volgens haar laatste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening gedurende het boekjaar een gemiddeld aantal werknemers van minder dan 250 heeft, of b) in het geval van andere soorten financiële producten, een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie 16 of zoals anderszins gedefinieerd in de garantieovereenkomst;”;

  1. het volgende punt 24 wordt toegevoegd:

“24)    “InvestEU-financieringsinstrument”: een maatregel zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 30, van het Financieel Reglement die moet worden uitgevoerd in het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds.”.

  1. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

    1. a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) in de eerste alinea wordt de eerste zin vervangen door:

“De EU-garantie ten behoeve van het EU-compartiment bedoeld in artikel 9, lid 1, punt a), bedraagt 28 652 310 073 EUR in lopende prijzen.”;

ii) de tweede alinea wordt vervangen door:

“Een bijkomend bedrag van de EU-garantie kan worden verstrekt ten behoeve van het lidstaatcompartiment bedoeld in artikel 9, lid 1, punt b), van deze verordening, op voorwaarde dat de overeenstemmende bedragen door de lidstaten worden toegewezen op grond van artikel 14 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad 17 (“de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027”) en artikel 81 van de verordening inzake strategische GLB-plannen.”;

  1. b) in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Een bedrag van 13 827 310 073 EUR in lopende prijzen van het in lid 1, eerste alinea, van dit artikel vermelde bedrag wordt toegewezen voor de in artikel 3, lid 2, genoemde doelstellingen.”.

  1. In artikel 6, lid 1, wordt de eerste zin vervangen door:

“De EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument worden ten uitvoer gelegd in indirect beheer met de organen bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), ii), punt c), iii), punt c), v) en punt c), vi), van het Financieel Reglement.”.

  1. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de titel wordt vervangen door:

“Combinaties”;

  1. lid 1 wordt vervangen door:

“Steun uit hoofde van de EU-garantie op grond van deze verordening, steun van de Unie die wordt verleend via de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020 en steun van de Unie uit hoofde van de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld, kunnen worden gecombineerd ter ondersteuning van financiële producten of portefeuilles die door de EIB of het EIF op grond van deze verordening zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd.”;

  1. lid 4 wordt vervangen door:

“Steun uit hoofde van de EU-garantie op grond van deze verordening, steun van de Unie die wordt verleend via de garantie uit hoofde van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020 en wordt vrijgegeven uit de uit hoofde van die instrumenten goedgekeurde verrichtingen, en steun van de Unie via de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld en wordt vrijgegeven uit de uit hoofde van die EU-garantie goedgekeurde verrichtingen, kunnen worden gecombineerd ter ondersteuning van financiële producten of portefeuilles die uitsluitend uit hoofde van deze verordening in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen bevatten die door de EIB of het EIF op grond van deze verordening zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd.”;

  1. de volgende leden 5, 6 en 7 worden toegevoegd:

“5. In afwijking van artikel 212, lid 3, tweede alinea, van het Financieel Reglement kan de vrijgegeven garantie in het kader van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020, worden gebruikt voor de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor de in lid 4 bedoelde combinatie.

6. In afwijking van artikel 216, lid 4, punt a), van het Financieel Reglement hoeft de voorziening die overeenkomt met de vrijgegeven garantie in het kader van steun van de Unie uit hoofde van de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie niet in aanmerking te worden genomen met het oog op verrichtingen bedoeld in artikel 216, lid 4, van het Financieel Reglement en mag zij worden gebruikt voor de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor de in lid 4 bedoelde combinatie.

7. De vrijgave van de garantie in het kader van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020, de overdracht van overeenkomstige activa van trustrekeningen naar het gemeenschappelijk voorzieningsfonds en de vrijgave van de garantie in het kader van de steun van de Unie uit hoofde van de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie bedoeld in lid 4, vinden plaats door een wijziging van de desbetreffende overeenkomsten tussen de Commissie en de EIB of het EIF.

De voorwaarden voor het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde vrijgegeven garanties voor de dekking van de uit hoofde van deze verordening in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen, en, in voorkomend geval, de overdracht van overeenkomstige activa van trustrekeningen naar het gemeenschappelijk voorzieningsfonds, worden in de in artikel 17 bedoelde garantieovereenkomst vastgesteld.

De voorwaarden van de in de leden 1 en 4 van dit artikel bedoelde financiële producten en van de desbetreffende portefeuilles, met inbegrip van de respectieve evenredige aandelen in verliezen, inkomsten, terugbetalingen en terugvorderingen of de respectieve evenredige aandelen overeenkomstig lid 3, tweede alinea, worden in de in artikel 17 bedoelde garantieovereenkomst vastgesteld.”.

  1. In artikel 8, lid 8, wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie tracht er samen met de uitvoerende partners voor te zorgen dat het deel van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment dat wordt gebruikt voor het beleidsterrein duurzame infrastructuur, zodanig wordt verdeeld dat een evenwicht tussen de verschillende in lid 1, punt a), vermelde gebieden wordt bereikt.”.

  1. In artikel 9, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)    het lidstaatcompartiment dient voor de aanpak van specifieke tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties in een of meer regio’s of lidstaten om de beleidsdoelstellingen van de bijdragende fondsen in gedeeld beheer of van het door een lidstaat op grond van artikel 4, lid 1, derde alinea, of artikel 10 bis, lid 1, tweede alinea, verstrekte aanvullende bedrag te verwezenlijken, met name versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang in de Unie door het verhelpen van onevenwichtigheden tussen de regio’s.”.

  1. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de titel wordt vervangen door:

“Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op de in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde EU-garantie”;

  1. in lid 2 wordt de vierde alinea vervangen door:

“De lidstaat en de Commissie sluiten een bijdrageovereenkomst of een wijziging daarvan na het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de partnerschapsovereenkomst op grond van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of het strategische GLB-plan uit hoofde van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of gelijktijdig met het besluit van de Commissie tot wijziging van een programma overeenkomstig de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of een strategisch GLB-plan overeenkomstig de bepalingen die zijn vastgelegd in de verordening inzake strategische GLB-plannen over de wijziging van het strategische GLB-plan.”;

  1. in lid 3 wordt punt b) vervangen door:

“b)    de strategie van de lidstaat met betrekking tot het soort financiering, het beoogde hefboomeffect, de geografische dekking, zo nodig met inbegrip van regionale dekking, de soorten projecten, de investeringsperiode en indien van toepassing, de categorieën eindontvangers en in aanmerking komende intermediairs;”.

  1. Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 10 bis

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde InvestEU-financieringsinstrument

1.    Een lidstaat kan bedragen uit de fondsen in gedeeld beheer bijdragen aan het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds met het oog op de inzet ervan via het InvestEU-financieringsinstrument.

De lidstaten kunnen ook aanvullende bedragen verstrekken ten behoeve van het InvestEU-financieringsinstrument. Dergelijke bedragen vormen een externe bestemmingsontvangst overeenkomstig artikel 21, lid 5, tweede zin, van het Financieel Reglement.

De door een lidstaat uit hoofde van de eerste en tweede alinea op vrijwillige basis toegewezen bedragen worden gebruikt ter ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in de betrokken lidstaat. Die bedragen worden gebruikt om bij te dragen tot het bereiken van de beleidsdoelstellingen die nader zijn bepaald in de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a), van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027, in de programma’s of in het strategische GLB-plan dat aan het InvestEU-programma bijdraagt, om relevante maatregelen uit te voeren die zijn vastgesteld in de plannen voor herstel en veerkracht overeenkomstig Verordening (EU) 2021/241 of, in andere gevallen, voor in de bijdrageovereenkomst vastgestelde doeleinden, afhankelijk van de oorsprong van het bijgedragen bedrag.

2.    Om de bijdrage aan het InvestEU-financieringsinstrument te bepalen wordt een bijdrageovereenkomst gesloten tussen een lidstaat en de Commissie, hetgeen voor de bijdragen uit fondsen in gedeeld beheer gebeurt overeenkomstig artikel 10, lid 2, vierde alinea.

Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke bijdrageovereenkomst met de Commissie sluiten.

3.    De bijdrageovereenkomst bevat ten minste het bedrag van de bijdrage van de lidstaat en de valuta van de financierings- en investeringsverrichtingen, bepalingen inzake de vergoeding van de Unie voor het InvestEU-financieringsinstrument, de in artikel 10, lid 3, punten b) tot en met e), en punt g), bedoelde elementen en de behandeling van middelen die worden gegenereerd door of toe te rekenen zijn aan de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen.

4.    De bijdrageovereenkomsten worden uitgevoerd door middel van overeenkomstig artikel 10, lid 4, eerste alinea, gesloten garantieovereenkomsten.

Indien binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst is gesloten, wordt de bijdrageovereenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigd of verlengd. Indien het bedrag van een bijdrageovereenkomst niet binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst volledig is vastgelegd door middel van een of meer garantieovereenkomsten, wordt dat bedrag dienovereenkomstig gewijzigd. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage uit fondsen in gedeeld beheer die via het InvestEU-programma wordt geleverd, wordt hergebruikt overeenkomstig de respectieve verordeningen. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald.

Indien een garantieovereenkomst niet naar behoren is uitgevoerd binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 14, lid 6, van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of artikel 81, lid 6, van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of, in het geval van een garantieovereenkomst die betrekking heeft op overeenkomstig lid 1, tweede alinea, van dit artikel verstrekte bedragen, in de desbetreffende bijdrageovereenkomst, wordt de bijdrageovereenkomst gewijzigd. De ongebruikte bedragen die door de lidstaten zijn toegewezen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de respectieve verordeningen. Het ongebruikte bedrag van een InvestEU-financieringsinstrument dat kan worden toegeschreven aan de bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald.

Middelen die worden gegenereerd door of toe te rekenen zijn aan de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de respectieve verordeningen. De middelen die worden gegenereerd door of toe te rekenen zijn aan de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, worden aan de lidstaat terugbetaald.

5. Contracten waarin het InvestEU-financieringsinstrument wordt uitgevoerd tussen de uitvoerende partner en de eindontvanger of de financiële intermediair of een andere entiteit als bedoeld in artikel 16, lid 1, punt a), worden uiterlijk op 31 december 2028 ondertekend.”.

  1. De titel van hoofdstuk IV wordt vervangen door:

“EU-garantie en InvestEU-financieringsinstrument”.

  1. In artikel 13, lid 4, worden de eerste twee zinnen vervangen door:

“Van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment als bedoeld in artikel 4, lid 1, eerste alinea, wordt 75 %, ten bedrage van 21 489 232 555 EUR, toegekend aan de EIB-groep. De EIB-groep levert een totale financiële bijdrage van 5 372 308 139 EUR.”.

  1. Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

    1. in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Het InvestEU-financieringsinstrument kan worden gebruikt om financiering te verstrekken aan de uitvoerende partners voor de in de eerste alinea, punt a), bedoelde soorten financiering die door de uitvoerende partners worden verstrekt.

Om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt, wordt de in de eerste en tweede alinea bedoelde financiering verleend, verkregen of uitgegeven ten behoeve van de in artikel 14, lid 1, bedoelde financierings- en investeringsverrichtingen, indien de financiering door de uitvoerende partner was verleend conform een financieringsovereenkomst of -transactie die de uitvoerende partner heeft ondertekend of is aangegaan na de ondertekening van de garantieovereenkomst en die niet is verstreken of niet is geannuleerd.”;

  1. lid 2 wordt vervangen door:

“Financierings- en investeringsverrichtingen via fondsen of andere intermediaire structuren worden door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund overeenkomstig de in de investeringsrichtsnoeren vastgelegde bepalingen, naargelang van het geval, zelfs indien deze structuren een minderheid van hun geïnvesteerde bedragen investeren buiten de Unie en in de in artikel 14, lid 2, bedoelde derde landen, of een minderheid van hun geïnvesteerde bedragen investeren in activa die niet in aanmerking komen uit hoofde van deze verordening.”.

  1. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

    1. in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De Commissie sluit met iedere uitvoerende partner een garantieovereenkomst met betrekking tot de verlening van de EU-garantie ten belope van een door de Commissie vast te stellen bedrag of met betrekking tot de verstrekking van steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument.”;

  1. lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt c) wordt vervangen door:

“c)    nadere regels betreffende de verlening van de EU-garantie of de verstrekking van steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument overeenkomstig artikel 19, waaronder de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen of portefeuilles van specifieke soorten instrumenten en de verschillende gebeurtenissen die aanleiding geven tot een mogelijk beroep op de EU-garantie of het gebruik van het InvestEU-financieringsinstrument;”;

ii) punt f) wordt vervangen door:

“f)    de verbintenis van de uitvoerende partner om de besluiten van de Commissie en het investeringscomité te aanvaarden met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument ten behoeve van de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting, onverminderd de beslissingen van de uitvoerende partner met betrekking tot de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting zonder de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument;”;

iii) de punten h) en i) worden vervangen door:

“h)    financiële en operationele verslaglegging en monitoring van de financierings- en investeringsverrichtingen onder de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument;

i)    essentiële prestatie-indicatoren, met name met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument, de verwezenlijking van de in de artikelen 3, 8 en 14 vastgestelde doelstellingen en criteria, en het aantrekken van particulier kapitaal;”.

  1. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de titel wordt vervangen door:

“Vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument”;

  1. lid 1 wordt vervangen door:

“1.    De verlening van de EU-garantie en de verstrekking van steun uit het InvestEU-financieringsinstrument zijn afhankelijk van de inwerkingtreding van de garantieovereenkomst met de desbetreffende uitvoerende partner.”;

  1. lid 2 wordt vervangen door:

“Financierings- en investeringsverrichtingen worden alleen door de EU-garantie gedekt of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund indien zij aan de in deze verordening en, in voorkomend geval, in de desbetreffende investeringsrichtsnoeren vastgelegde criteria voldoen en indien het investeringscomité heeft geconcludeerd dat die verrichtingen voldoen aan de vereisten om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt. Het blijft de verantwoordelijkheid van de uitvoerende partners om ervoor te zorgen dat de financierings- en investeringsverrichtingen voldoen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren.”;

  1. d) lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste zin wordt vervangen door:

“Voor de uitvoering van financierings- en investeringsverrichtingen met de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument is de Commissie geen administratieve kosten of vergoedingen aan de uitvoerende partner verschuldigd, tenzij de uitvoerende partner op grond van de aard van de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd en de betaalbaarheid voor de beoogde eindontvangers of de soort financiering die wordt verleend, ten aanzien van de Commissie naar behoren kan motiveren dat er een uitzondering moet worden gemaakt.”;

ii) de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

“Niettegenstaande de eerste alinea hebben uitvoerende partners recht op passende vergoedingen voor het beheer van trustrekeningen met betrekking tot het InvestEU-financieringsinstrument.”;

  1. e) lid 4 wordt vervangen door:

“Bovendien mag de uitvoerende partner de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument gebruiken voor de dekking van het betreffende aandeel in de mogelijke invorderingskosten overeenkomstig artikel 17, lid 4, tenzij die kosten in mindering worden gebracht op de opbrengst van de invordering.”.

  1. Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de titel wordt vervangen door:

“Dekking en voorwaarden van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument”;

  1. b) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) in de eerste alinea wordt de tweede zin vervangen door:

“De vergoeding voor de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument kan worden verminderd in de in artikel 13, lid 2, genoemde naar behoren gemotiveerde gevallen.”;

ii) de tweede alinea wordt vervangen door:

“De uitvoerende partner heeft op eigen risico passende blootstelling aan financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument worden ondersteund, tenzij de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd uitzonderlijk van dien aard zijn dat de uitvoerende partner redelijkerwijs niet zijn eigen risicodragende capaciteit daaraan kan bijdragen.”;

  1. c) in lid 2, eerste alinea, punt a), wordt de inleidende zin vervangen door:

“voor de in artikel 16, lid 1,eerste alinea, punt a), bedoelde schuldproducten:”;

  1. d) het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis.    Het InvestEU-financieringsinstrument dekt:

a)    voor de in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a), bedoelde schuldproducten die bestaan uit garanties en tegengaranties:

i) de hoofdsom en alle overeenkomstig de voorwaarden van de financieringsverrichtingen aan de uitvoerende partner verschuldigde maar niet door hem ontvangen rente en bedragen vóórafgaand aan de wanbetaling;

ii) herstructureringsverliezen;

iii) verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta’s dan de euro op markten waarop de mogelijkheden tot langetermijnhedging beperkt zijn;

b)    voor andere in aanmerking komende soorten financiering bedoeld in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a): de door de uitvoerende partner geïnvesteerde of uitgeleende bedragen;

Voor de toepassing van punt a), i), van de eerste alinea worden met betrekking tot achtergestelde schuld een uitstel, een verlaging of een vereiste exit als wanbetaling beschouwd.

Het InvestEU-financieringsinstrument dekt de volledige blootstelling van de Unie met betrekking tot de desbetreffende financierings- en investeringsverrichtingen.”.

  1. In artikel 22 wordt lid 1 vervangen door:

“Er wordt een scorebord van indicatoren (“het scorebord”) tot stand gebracht opdat het investeringscomité verzoeken om het gebruik van de EU-garantie of, naargelang van het geval, het InvestEU-financieringsinstrument voor door uitvoerende partners voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen op onafhankelijke, transparante en geharmoniseerde wijze kan beoordelen.”.

  1. In artikel 23 wordt lid 2 vervangen door:

“De financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden niet gedekt door de EU-garantie of ondersteund door het InvestEU-financieringsinstrument indien de Commissie in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB een ongunstig advies uitbrengt.”.

  1. Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

    1. in lid 1 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

i) punt a) wordt vervangen door:

“a)    onderzoekt de voorstellen voor financierings- en investeringsverrichtingen die door uitvoerende partners met het oog op dekking door de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument worden ingediend en die bij de in artikel 23, lid 1, van deze verordening, bedoelde beleidscontrole goed zijn bevonden of die een gunstig advies hebben gekregen in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB;”;

ii) punt c) wordt vervangen door:

“c)    controleert of de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument zouden worden ondersteund, aan alle relevante vereisten voldoen.”;

  1. in lid 4, tweede alinea, wordt de tweede zin vervangen door:

“Voor het toekennen van dekking door de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument aan een financierings- of investeringsverrichting zijn projectbeoordelingen door een uitvoerende partner niet bindend voor het investeringscomité.”;

  1. lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)    in de tweede alinea wordt de eerste zin vervangen door:

“De conclusies van het investeringscomité waarbij de dekking van de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument voor een financierings- of investeringsverrichting wordt goedgekeurd, worden openbaar toegankelijk gemaakt en bevatten de redenen voor de goedkeuring en informatie over de verrichting, met name een beschrijving ervan, de identiteit van de ontwikkelaars of financiële intermediairs, en de doelstellingen van de verrichting.”;

ii)    in de vijfde alinea wordt de tweede zin vervangen door:

“Ook alle besluiten waarbij het gebruik van de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument wordt afgewezen, maken deel uit van deze lijst.”;

  1. in lid 6 wordt de eerste zin vervangen door:

“Indien het investeringscomité wordt gevraagd zijn goedkeuring te hechten aan het gebruik van de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument voor een financierings- of investeringsverrichting die een faciliteit, programma of structuur met onderliggende subprojecten is, omvat die goedkeuring ook de onderliggende subprojecten, tenzij het investeringscomité besluit zich het recht voor te behouden die onderliggende subprojecten afzonderlijk goed te keuren.”.

  1. In artikel 25, lid 2, wordt punt c) vervangen door:

“c)    het bijstaan van projectontwikkelaars, waar nodig, bij de ontwikkeling van hun projecten zodat die voldoen aan de in de artikelen 3 en 8 vastgelegde doelstellingen en aan de in artikel 14 vastgestelde criteria om in aanmerking te komen, en het vergemakkelijken van de ontwikkeling van onder meer belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang en aggregatoren voor kleine projecten, onder meer via investeringsplatformen als bedoeld in punt f) van dit lid, mits met die bijstand niet wordt vooruitgelopen op de conclusies van het investeringscomité over de dekking van die projecten door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument;”.

  1. Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

    1. aan lid 2 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“Uitvoerende partners zijn vrijgesteld van de verplichting om verslag uit te brengen over de in bijlage III opgenomen kernprestatie- en monitoringindicatoren, met uitzondering van die in de punten 1, 2, 5.2, 6.3 en 7.2, voor zover het financierings- of investeringsverrichtingen betreft die ten goede komen aan eindontvangers die door de EU-garantie of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteunde financiering of investeringen van ten hoogste 100 000 EUR ontvangen van een uitvoerende partner of een financiële intermediair.”;

  1. de leden 3 en 4 worden vervangen door:

“3. De Commissie brengt verslag uit over de uitvoering van het InvestEU-programma overeenkomstig de artikelen 241 en 250 van het Financieel Reglement. Overeenkomstig artikel 41, lid 5, van het Financieel Reglement wordt in het jaarverslag informatie verstrekt over de uitvoeringsgraad van het programma met betrekking tot de doelstellingen en prestatie-indicatoren ervan. Iedere uitvoerende partner verstrekt daartoe op jaarbasis de informatie, onder meer over de werking van de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument, die de Commissie nodig heeft om haar verslagleggingsverplichting te kunnen nakomen.

4. Eenmaal per jaar dient iedere uitvoerende partner bij de Commissie een verslag in over de financierings- en investeringsverrichtingen die onder deze verordening vallen, uitgesplitst tussen EU-compartiment en lidstaatcompartiment, naargelang het geval. Iedere uitvoerende partner dient eveneens informatie over het lidstaatcompartiment in bij de lidstaat waarvan hij het compartiment ten uitvoer legt. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument en van de in bijlage III bij deze verordening vastgestelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook operationele, statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens voor elke financierings- of investeringsverrichting en een raming van de verwachte kasstromen, op het niveau van de compartimenten, de beleidsterreinen en het InvestEU-fonds. Het verslag kan tevens informatie bevatten over investeringsbelemmeringen die worden ondervonden bij de uitvoering van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen. De verslagen bevatten de informatie die de uitvoerende partners moeten verstrekken op grond van artikel 158, lid 1, punt a), van het Financieel Reglement.”.

  1. Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de titel wordt vervangen door:

“Overgangs- en andere bepalingen”;

  1. aan lid 2 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“In afwijking van artikel 214, lid 4, punt d), van het Financieel Reglement kunnen in 2027 ontvangen inkomsten uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening.”.

  1. Bijlage I wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

BEDRAGEN VAN DE EU-GARANTIE PER SPECIFIEKE DOELSTELLING

Voor financierings- en investeringsverrichtingen geldt overeenkomstig artikel 4, lid 2, vierde alinea, de volgende indicatieve verdeling:

a)    tot 10 832 884 564 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt a), bedoelde doelstellingen;

b)    tot 7 204 245 489 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt b), genoemde doelstellingen;

c)    tot 7 566 973 583 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt c), genoemde doelstellingen;

d)    tot 3 048 206 437 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt d), genoemde doelstellingen.”.

  1. In punt 1 van bijlage III worden onder punt 1.4 de volgende twee alinea’s toegevoegd:

“In afwijking van artikel 2, punt 40, van het Financieel Reglement wordt bij het bepalen van het hefboom- en multiplicatoreffect voor financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, het bedrag van de risicodekking gelijkgesteld met het vergoedbare bedrag aan financiering.

In afwijking van artikel 222, lid 3, van het Financieel Reglement hoeven financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, geen multiplicatoreffect te bewerkstelligen.”.

  1. In bijlage V wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Deze bijlage is ook van toepassing op het InvestEU-financieringsinstrument.”

Artikel 2
Wijzigingen van Verordening 2015/1017 [EFSI-verordening]

Verordening (EU) 2015/1017 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Artikel 11 bis wordt als volgt gewijzigd:

    1. de titel wordt vervangen door:

“Combinaties”;

  1. de volgende tweede alinea wordt ingevoegd:

“De EU-garantie kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op de in artikel 7, lid 4, van die verordening bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”.

  1. Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

    1. lid 1 wordt vervangen door:

“1. De EIB, in voorkomend geval in samenwerking met het EIF, brengt eenmaal per jaar verslag uit aan de Commissie over de financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die onder deze verordening vallen. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie en van de in artikel 4, lid 2, punt f), iv), bedoelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens over elke financierings- en investeringsverrichting van de EIB en op geaggregeerde basis.”;

  1. lid 2 wordt geschrapt;

  2. aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Met betrekking tot de in artikel 11 bis bedoelde combinaties verstrekken de EIB respectievelijk het EIF de Commissie jaarlijks de financiële staten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van het Financieel Reglement. Die financiële staten bevatten boekhoudkundige gegevens over de steun die uit hoofde van deze verordening door de EU-garantie wordt verleend, die duidelijk afzonderlijk worden vermeld van de steun die door de EU-garantie wordt verleend uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad.”.

  1. In artikel 22, lid 1, wordt de vijfde alinea geschrapt.

Artikel 3
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1153 [CEF]

Aan artikel 29 van Verordening (EU) 2021/1153 wordt het volgende lid toegevoegd:

“5. De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via het uit hoofde van Verordening (EU) 1316/2013 opgerichte schuldinstrument van CEF, kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad(*) in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op de in artikel 7 van die verordening bedoelde combinatie, en kan verliezen dekken met betrekking tot de financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”.

(*) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj )”.

Artikel 4
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/695 [Horizon Europa] 

Aan artikel 57 van Verordening (EU) 2021/695 wordt het volgende lid toegevoegd:

“3. De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via de uit hoofde van de Verordeningen (EU) 1290/2013 en 1291/2013 opgerichte InnovFin-schuldfaciliteit kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad(*) in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op de in artikel 7 van die verordening bedoelde combinatie, en kan verliezen dekken met betrekking tot het financiële product dat de financierings- en investeringsverrichtingen bevat en door de gecombineerde steun wordt gedekt.”.

(*) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj )”.

Artikel 5 
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

KADER VAN HET VOORSTEL

Benaming van het voorstel

Betrokken beleidsterreinen

Doelstellingen

Algemene doelstellingen

Specifieke doelstellingen

Verwachte resultaten en gevolgen

Prestatie-indicatoren

Het voorstel/initiatief betreft:

Motivering van het voorstel/initiatief

Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

Wijzen van uitvoering van de begroting

BEHEERSMAATREGELEN

Regels inzake het toezicht en de verslagen

Beheers- en controlesystemen

Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

Kredieten uit bestemmingsontvangsten (zie hoofdstuk 3.3)

Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

Geraamde personeelsbehoeften

Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Bijdragen van derden

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

Digitale dimensies

Voorschriften met digitale relevantie

Gegevens

Digitale oplossingen

Interoperabiliteitsbeoordeling

Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

1.    KADER VAN HET VOORSTEL 

1.1.    Benaming van het voorstel

1.2.    Betrokken beleidsterreinen 

1.3.    Doelstellingen

1.3.1.    Algemene doelstellingen

1.3.2.    Specifieke doelstellingen

1.3.3.    Verwachte resultaten en gevolgen

1.3.4.    Prestatie-indicatoren

1.4.    Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 18  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.    Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.    Toegevoegde waarde van de deelname van de EU 

1.5.3.    Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.    Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.    Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking


1.6.    Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf de datum van goedkeuring van de wijziging tot 12/2027 

   financiële gevolgen vanaf 2025 tot en met 2027 voor vastleggingskredieten en vanaf 2025 tot en met 2028 voor betalingskredieten voor de voorziening van de EU-garantie. De financiële gevolgen van de combinaties leiden tot vertraagde en mogelijk lagere begrotingsinkomsten (in verband met terugvloeiende middelen uit oude financieringsinstrumenten) en overschotten uit de voorziening van het EFSI.

 onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.    Wijzen van uitvoering van de begroting 19  

 Direct beheer door de Commissie

 door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

 door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

 derde landen of de door hen aangewezen organen

 internationale organisaties en hun agentschappen (bv. Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, Noordse Investeringsbank, Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa)

 de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

 de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

 publiekrechtelijke organen

 privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

 privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

 organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

2.    BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen 

2.2.    Beheers- en controlesystemen 

2.2.1.    Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.    Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.    Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) 

2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

3.    GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.    Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

02.02.01 InvestEU-garantie

GK/NGK 20

van EVA-landen 21

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 22

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

02.02.02 Voorziening van de InvestEU-garantie

NGK

NEE

NEE

NEE

JA

Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

n.v.t.

3.2.    Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.    Kredieten uit bestemmingsontvangsten (zie hoofdstuk 3.3)

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

1

DG: GROW

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

Beleidskredieten

02.02.02 Voorziening van de InvestEU-garantie

Vastleggingen

(1a)

 

650 

200

150

1000

Betalingen

(2a)

 

650 

200

150

1000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 23

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG GROW

Vastleggingen

=1a+1b+3

650

200

150

1000

Betalingen

=2a+2b+3

650

200

150

1000

 

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

650 

200

150

1000

Betalingen

(5)

650 

200

150

1000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1

Vastleggingen

=4+6

650

200

150

1000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

650

200

150

1000

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

650 

200

150

1000

Betalingen

(5)

650 

200

150

1000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

650

200

150

1000

van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

650

200

150

1000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 24

DG: GROW

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG GROW

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

650

200

150

1000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

650

200

150

1000

3.2.2.    Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 25

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 26

 “Bouwen aan een nieuwe Clean Industrial Deal” & “Een grote impuls voor investeringen”:

- Output

Aanvullende
investering van 25 miljard EUR

650

200

150

25000

1000

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

650

200

150

25000

1000

SPECIFIEKE DOELSTELLING Nr. 2 
“Ondernemen gemakkelijker maken”

- Output

Kostenbesparingen als gevolg van de vermindering van door uitvoerende partners, financiële intermediairs en eindontvangers op te stellen verslagen

0

0

0

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

0

0

0

350

TOTAAL

650

200

150

1000

3.2.3.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.    Geraamde personeelsbehoeften 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.    Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 27

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 7, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.

3.2.5.    Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.    Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7.    Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar (2025) beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 28

Jaar 2026

Jaar 2027

6 4 1 (Bijdragen van financiële instrumenten — Bestemmingsontvangsten)

650

200

150

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

4.    Digitale dimensies

4.1.    Voorschriften met digitale relevantie

Voor het voorsteel is geen digitale relevantie vereist, aangezien het ten opzichte van de InvestEU-verordening geen nieuwe gegevensreeksen produceert of vereist. Voor zover nieuwe investerings- en financieringsverrichtingen door het InvestEU-fonds kunnen worden ondersteund, moeten bestaande indicatoren en rapportage- en monitoringsystemen worden gebruikt om effecten en prestaties te volgen.

4.2.    Gegevens

4.3.    Digitale oplossingen

4.4.    Interoperabiliteitsbeoordeling

4.5.    Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering