Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
BESLUIT VAN DE RAAD
Brussel, 3.9.2025 |
COM(2025) 356 final |
2025/0191(NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds |
TOELICHTING
Het resultaat van de onderhandelingen bestaat uit twee rechtsinstrumenten:
de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur, met inbegrip van a) de pijler politiek en samenwerking, en b) de pijler handel en investeringen; en
de interimovereenkomst inzake handel, die betrekking heeft op de liberalisering van handel en investeringen.
Zowel de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur als de interimovereenkomst inzake handel moeten tegelijkertijd worden ondertekend. Beide overeenkomsten zullen in werking treden op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de Partijen elkaar schriftelijk in kennis zullen hebben gesteld van de voltooiing van hun daartoe vereiste procedures. De interimovereenkomst inzake handel wordt beëindigd en vervangen door de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur bij de inwerkingtreding van deze laatste, na ratificatie door alle Partijen.
De partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur biedt een breed rechtskader voor de betrekkingen tussen de EU en de Mercosur en vervangt de huidige interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Mercado Común del Sur en zijn deelnemende staten, anderzijds, die op 15 december 1995 in Madrid is ondertekend.
De partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur is volledig in overeenstemming met de algemene visie van de EU op haar partnerschap met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, zoals uiteengezet in de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie over een nieuwe agenda voor de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, die op 7 juni 2023 is aangenomen. De aanwezigheid van de EU in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied via vier ultraperifere gebieden (Frans-Guyana, Guadeloupe, Martinique en Sint-Maarten) en via de landen en gebieden overzee is een troef voor dit partnerschap.
Daarnaast is de component handel en investeringen van de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur in overeenstemming met de mededeling “Evaluatie van het handelsbeleid — Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” van februari 2021, waarin het handels- en investeringsbeleid wordt verankerd in Europese en universele normen en waarden, naast fundamentele economische belangen, waarbij meer nadruk wordt gelegd op duurzame ontwikkeling, de mensenrechten, bestrijding van belastingontduiking, consumentenbescherming en verantwoorde en eerlijke handel.
De partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur bevat ook een hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, waarin de overeenkomst wordt gekoppeld aan de algemene doelstellingen van de EU op het gebied van duurzame ontwikkeling en aan specifieke doelstellingen op het gebied van arbeid, milieu en de klimaatverandering.
Artikel 218, lid 5, VWEU bepaalt dat de Raad een besluit vaststelt waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van de overeenkomst en, in voorkomend geval, in afwachting van de inwerkingtreding, tot de voorlopige toepassing ervan.
In artikel 218, lid 8, VWEU wordt bepaald dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, behalve in de omstandigheden bedoeld in de tweede alinea van artikel 218, lid 8, VWEU, waarin de Raad met eenparigheid van stemmen besluit. Aangezien de belangrijkste componenten van de overeenkomst het handelsbeleid, vervoer, ontwikkeling en de economische, financiële en technische samenwerking met derde landen zijn, is de stemregel voor dit specifieke geval dus een gekwalificeerde meerderheid.
De componenten van de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur die vallen onder bevoegdheden van de EU die met de lidstaten worden gedeeld, hebben betrekking op beleidsterreinen en elementen die zich lenen voor extern optreden op het niveau van de Unie. Op de beleidsterreinen waarop regelgeving op het niveau van de Unie is vastgesteld, is externe uitoefening door de Unie van de bestreken bevoegdheid onvermijdelijk (artikel 3, lid 2, VWEU). Om een zinvolle samenwerking en een sterkere onderhandelingspositie ten aanzien van de Mercosur te bereiken, werd er bovendien van uitgegaan dat optreden op het niveau van de Unie wenselijker was dan optreden op het niveau van de afzonderlijke lidstaten. Daarom werd optreden op het niveau van de Unie doeltreffender geacht dan optreden op nationaal niveau.
Wat de component handel en investeringen van de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur betreft, is de gemeenschappelijke handelspolitiek overeenkomstig artikel 3, lid 1, VWEU een exclusieve bevoegdheid van de Unie.
Bij de overeenkomst worden een Subcomité voor internationale samenwerking en ontwikkeling en een aantal subcomités in verband met handel en investeringen opgericht. Andere subcomités of andere organen kunnen door de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité worden opgericht om specifieke taken of onderwerpen te behandelen.
De partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur omvat ook een forum voor het maatschappelijk middenveld om het maatschappelijk middenveld aan beide zijden gehoor te laten vinden ten aanzien van alle bepalingen van de overeenkomst.
democratische beginselen, de mensenrechten, de rechtsstaat en internationale vrede en veiligheid
recht, vrijheid en veiligheid
duurzame ontwikkeling
sociaal, economisch en cultureel partnerschap.
In de overeenkomst wordt de nadruk gelegd op een breed spectrum van cruciale kwesties, waaronder milieubescherming, de klimaatverandering, duurzame energie, de rechtsstaat, mensen- en vrouwenrechten, verantwoord ondernemerschap, arbeidsrechten en de vermindering van het risico op rampen. De bepalingen van deel II zullen een meer gecoördineerd en gemeenschappelijk optreden mogelijk maken op nieuwe gebieden zoals volksgezondheid, de modernisering van de staat, het beheer van migratiestromen, non-proliferatie van massavernietigingswapens, het witwassen van geld of terrorismefinanciering en cybercriminaliteit.
Dit zal leiden tot een sterker partnerschap op mondiaal niveau, bijvoorbeeld wat betreft de Agenda 2030, maatregelen tegen de klimaatverandering, en kwesties als mondiaal democratisch bestuur en mensenrechten, internationale migratie, vrede en veiligheid.
Deel II bevat ook bepalingen om de dialoog over internationale samenwerking en ontwikkeling te verdiepen en de uitvoering van deze overeenkomst te vergemakkelijken. De overeenkomst bevat een Protocol inzake samenwerking waarin de Partijen zich verbinden tot een samenwerkingspartnerschap dat zal bijdragen tot vrede en welvaart, gebaseerd op respect, vertrouwen en gedeelde waarden en belangen, waarbij gezamenlijk uitdagingen worden aangepakt en de kansen worden benut die voortvloeien uit de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur.
De volledige afschaffing, in de loop van de tijd, van de rechten op 91 % van de goederen die EU-ondernemingen naar de Mercosur uitvoeren. Hierdoor zal jaarlijks meer dan 4 miljard EUR aan rechten worden bespaard. Zo zullen de Mercosur-staten hoge rechten op industriële producten afschaffen, zoals die op auto’s (35 %), auto-onderdelen (14 tot 18 %), machines (14 tot 20 %), chemische stoffen (tot 18 %), kleding (tot 35 %), farmaceutische producten (tot 14 %), leren schoenen (tot 35 %) of textiel (tot 35 %). De overeenkomst zal ook de douanerechten op de uitvoer van levensmiddelen en dranken uit de EU geleidelijk afschaffen, zoals die op wijn (27 %), chocolade (20 %), gedistilleerde dranken (20 tot 35 %), koekjes (16 tot 18 %), perziken in blik (55 %) of frisdranken (20 tot 35 %). In het kader van de overeenkomst zullen ook zuivelproducten uit de EU (waarvoor momenteel een douanerecht van 28 % is verschuldigd), met name kazen, rechtenvrij op de Mercosur-markt mogen worden gebracht, zij het dat daarvoor quota gelden.
Een evenwichtige openstelling van de markt door de EU, doordat de overeenkomst de invoerrechten zal afschaffen op 92 % van de naar de EU uitgevoerde Mercosur-goederen. Gevoelige landbouwproducten zoals rundvlees, suiker of pluimvee krijgen slechts in beperkte hoeveelheden een preferentiële behandeling via zorgvuldig gekalibreerde tariefcontingenten.
2025/0191 (NLE) |
Voorstel voor een |
Voor Argentinië, Uruguay en Paraguay worden in de overeenkomst uitvoerrechten op alle grondstoffen en op industriële goederen volledig weggenomen of op nulniveau gebonden. De overeenkomst verlaagt ook de uitvoerrechten op landbouwproducten (Argentinië) of schaft deze af (Uruguay, Paraguay en Brazilië). Voor industriële goederen heeft Brazilië de belangrijkste grondstoffen die nodig zijn voor de economische diversificatie van de EU (nikkel, koper, aluminium, grondstoffen uit staal, staal, titaan) op nulniveau gebonden. Brazilië heeft de beleidsruimte behouden om uitvoerrechten op bepaalde grondstoffen in te stellen; in dergelijke gevallen heeft de EU een preferentie gekregen van ten minste 50 % voor alle uitvoerheffingen die Brazilië in de toekomst zal invoeren met een plafond van 25 %.
Een robuust bilateraal vrijwaringsmechanisme dat de EU en de Mercosur in staat stelt tijdelijke maatregelen in te stellen om de invoer te reguleren in geval van een onverwachte en aanzienlijke toename van de invoer, die hun binnenlandse bedrijfstak ernstige schade berokkent of dreigt te berokkenen. Deze vrijwaringsmaatregelen gelden ook voor landbouwproducten die onder tariefcontingenten vallen, of kunnen in voorkomend geval worden beperkt tot het grondgebied van de ultraperifere gebieden van de EU.
De hoogste normen op het gebied van voedselveiligheid en de gezondheid van dieren en planten blijven van toepassing op alle producten, ongeacht of zij in de EU worden geproduceerd of daar worden ingevoerd. Het voorzorgsbeginsel is van toepassing. De overeenkomst voorziet in versterkte samenwerking met de autoriteiten van de partnerlanden en een snellere uitwisseling van informatie over potentiële risico’s via een directer en efficiënter informatie- en meldingssysteem.
Een uitgebreid hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, dat beoogt te waarborgen dat handel milieubescherming en sociale ontwikkeling ondersteunt. Het hoofdstuk heeft betrekking op kwesties als duurzaam beheer en behoud van bossen, de eerbiediging van arbeidsrechten en de bevordering van verantwoord ondernemerschap. Het bevat ook specifieke bepalingen inzake geschillenbeslechting en een specifiek toetsingsmechanisme. Het hoofdstuk bevat ook een expliciete verbintenis om de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, die een essentieel onderdeel vormt van de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en van de interimovereenkomst inzake handel, daadwerkelijk uit te voeren, zodat de interimovereenkomst inzake handel kan worden opgeschort indien een Partij de Overeenkomst van Parijs verlaat of ophoudt te goeder trouw partij bij die overeenkomst te zijn. Een bijlage bij het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling bevat toezeggingen van de Partijen inzake ontbossing om verdere ontbossing vanaf 2030 een halt toe te roepen. Dit is de eerste keer dat de partijen bij een handelsovereenkomst die onderworpen is aan geschillenbeslechting, een individuele juridische verbintenis aangaan om ontbossing een halt toe te roepen. De overeenkomst voorziet ook in de mogelijkheid dat maatschappelijke organisaties een actieve rol spelen bij het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst, zoals het melden van eventuele milieuproblemen.
Nieuwe aanbestedingsmogelijkheden voor inschrijvers uit de EU in Mercosur-staten, die geen lid zijn van de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten. Dit is de eerste keer dat de Mercosur-staten hun markten voor overheidsopdrachten zullen openstellen. EU-bedrijven zullen op voet van gelijkheid met bedrijven uit de Mercosur-staten kunnen inschrijven op contracten met overheidsinstanties, zoals ministeries van centrale overheden en andere overheids- en federale agentschappen.
Het wegnemen van technische en regelgevende handelsbelemmeringen voor de handel in goederen, met name door het gebruik van zelfcertificering en convergentie te bevorderen met gebruikmaking van internationale normen die zijn vastgesteld door de ISO, IEC, ITU en de Codex Alimentarius, alsook door andere internationale organisaties die normen vaststellen overeenkomstig de gemeenschappelijke definitie die door de EU en de Mercosur is overeengekomen. Er is een akkoord om dubbele tests in de elektronicasector in domeinen met een laag risico te verminderen. Er zal ook een specifieke bijlage inzake motorvoertuigen worden opgenomen ter bevordering van VN/ECE-reglementen en ter vermindering van dubbele tests in de sector.
Een uitgebreide bijlage met gedetailleerde bepalingen om de handel in wijn en gedistilleerde dranken te vergemakkelijken, met betrekking tot de erkenning van wijnbereidingsprocedés, certificering en etikettering, in overeenstemming met de meest moderne vrijhandelsovereenkomsten van de EU.
Het openstellen van dienstensectoren en het vergemakkelijken van de handel in diensten tussen de EU en de Mercosur, zowel via lokale vestiging als op grensoverschrijdende basis. De overeenkomst heeft betrekking op een breed spectrum van dienstensectoren, waaronder zakelijke diensten, financiële diensten, telecommunicatie, zeevervoer (voor het eerst opent de Mercosur het zeevervoer in de regio), post- en koeriersdiensten. De overeenkomst omvat ook verbintenissen inzake de vestiging van ondernemingen, zowel in de dienstensector als in de niet-dienstensector. Zij zal zorgen voor een gelijk speelveld tussen dienstverleners uit de EU en hun concurrenten uit de Mercosur. Het recht om te reguleren in het algemeen belang wordt op alle overheidsniveaus volledig behouden. De overeenkomst bevat ook geavanceerde bepalingen over het verkeer van beroepsbeoefenaren voor zakelijke doeleinden, zoals managers of specialisten die EU-ondernemingen bij hun dochterondernemingen in de Mercosur-staten detacheren. Er is ook een substantieel hoofdstuk over e-handel — een nieuwigheid voor de Mercosur-partners.
Een hoog niveau van bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van gedetailleerde bepalingen inzake auteursrechten, bedrijfsgeheimen en handhaving voor een betere bescherming.
Een hoog niveau van bescherming en handhaving voor geografische aanduidingen van de EU, vergelijkbaar met dat van de EU, voor 344 EU-namen van levensmiddelen, wijn en gedistilleerde dranken van hoge kwaliteit.
Een hoofdstuk over kleine en middelgrote ondernemingen om ervoor te zorgen dat zij ten volle kunnen profiteren van de mogelijkheden die worden geboden door de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur.
Doeltreffende mechanismen voor geschillenbeslechting door arbitrage of met de hulp van een bemiddelaar. Het hoofdstuk over geschillenbeslechting bevat nieuwe bepalingen naar het voorbeeld van de WTO-klacht zonder dat sprake is van een schending — indien een Partij van mening is dat een maatregel van de andere Partij haar voordelen uit hoofde van de overeenkomst tenietdoet of aanzienlijk beperkt, kan zij een panel verzoeken hierover uitspraak te doen.
Deel IV (Slotbepalingen) bevat onder meer een procedure voor het aanpakken van gevallen waarin een Partij haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet nakomt, en bepalingen inzake de inwerkingtreding en wijziging van de overeenkomst.
De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten en vervangt bij de inwerkingtreding ervan de interimovereenkomst inzake handel.
Alle bepalingen van deel I (Algemene beginselen en institutioneel kader) en deel IV (Slotbepalingen) moeten voorlopig worden toegepast, met uitzondering van de bepalingen betreffende de interactie met de interimovereenkomst inzake handel. Ook alle bepalingen van deel II (Politieke dialoog en samenwerking) moeten voorlopig worden toegepast, behalve die welke betrekking hebben op consulaire bescherming en belastingaangelegenheden.
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 207, lid 4, eerste alinea, artikel 209, lid 2, en artikel 212, in samenhang met artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
Op 13 september 1999 heeft de Raad de Europese Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen over een overeenkomst met de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt en zijn deelnemende staten, en die bestaat uit politieke, samenwerkings- en handelscomponenten.
Op 6 december 2024 werden de onderhandelingen met succes afgerond.
Derhalve moet de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds (hierna “de overeenkomst” genoemd) namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.
Een aantal bepalingen van de overeenkomst moet voorlopig worden toegepast in afwachting van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding ervan vereiste procedures.
In overeenstemming met artikel 30.9 van de overeenkomst kunnen binnen de Unie door personen geen rechten aan de overeenkomst worden ontleend of uit hoofde van de overeenkomst aan personen verplichtingen worden opgelegd, anders dan die welke tussen de Partijen in het leven zijn geroepen uit hoofde van internationaal publiekrecht,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt hierbij machtiging verleend voor de ondertekening, namens de Unie, van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds, onder voorbehoud van de sluiting van die overeenkomst.
2. De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
1. In afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst worden, overeenkomstig artikel 30.2 van de overeenkomst en onder voorbehoud van de kennisgevingen waarin de overeenkomst voorziet, de volgende delen voorlopig toegepast tussen de Unie en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt (“de Mercosur”) en/of een of meer van de ondertekenende Mercosur-staten:
Hoofdstuk 1 – met uitzondering van artikel 1.4, punt d)
Hoofdstuk 2 – met uitzondering van artikel 2.2, lid 4, artikel 2.3, lid 5, en artikel 2.4, lid 5
Hoofdstuk 3 – met uitzondering van artikel 3.2, leden 3 tot en met 7
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 – met uitzondering van artikel 6.6 (consulaire bescherming)
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8 – met uitzondering van artikel 8.4 (belastingaangelegenheden)
Hoofdstuk 30 – met uitzondering van artikel 30.1, lid 1, artikel 30.4, lid 2, artikel 30.5, lid 2, en artikel 30.6, lid 5
Het aan deze overeenkomst gehechte Protocol inzake samenwerking
2. De datum met ingang waarvan de bovenstaande delen van de overeenkomst voorlopig worden toegepast, wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
BIJLAGE bij Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
Brussel, 3.9.2025 |
COM(2025) 356 final |
PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE ZUIDELIJKE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT, DE ARGENTIJNSE REPUBLIEK, DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË, DE REPUBLIEK PARAGUAY EN DE REPUBLIEK TEN OOSTEN VAN DE URUGUAY, ANDERZIJDS
HET KONINKRIJK BELGIË,
DE REPUBLIEK BULGARIJE,
DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK DENEMARKEN,
DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,
DE REPUBLIEK ESTLAND,
IERLAND,
DE HELLEENSE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK SPANJE,
DE FRANSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK KROATIË,
DE ITALIAANSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK CYPRUS,
DE REPUBLIEK LETLAND,
DE REPUBLIEK LITOUWEN,
HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,
HONGARIJE,
DE REPUBLIEK MALTA,
HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,
DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,
DE REPUBLIEK POLEN,
DE PORTUGESE REPUBLIEK,
ROEMENIË,
DE REPUBLIEK SLOVENIË,
DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK FINLAND,
HET KONINKRIJK ZWEDEN,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna “de lidstaten” genoemd,
en
DE EUROPESE UNIE, hierna “de Unie” of “de EU” genoemd,
enerzijds,
EN
DE ARGENTIJNSE REPUBLIEK,
DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË,
DE REPUBLIEK PARAGUAY,
DE REPUBLIEK TEN OOSTEN VAN DE URUGUAY,
Staten die partij zijn bij de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt en die deze overeenkomst hebben ondertekend, hierna “ondertekenende Mercosur-staten” genoemd,
en
DE ZUIDELIJKE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT hierna “de Mercosur” genoemd,
anderzijds,
hierna gezamenlijk “de Partijen” genoemd,
voor de toepassing van deze overeenkomst verwijst “de Mercosur” naar de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay,
GELET OP de diepe historische, culturele, politieke en economische banden die hun volkeren verenigen, en geïnspireerd op hun gemeenschappelijke waarden;
OVERWEGENDE dat de Mercosur en de Europese Unie deze banden willen aanhalen en hun betrekkingen op basis van dialoog en samenwerking willen intensiveren met het oog op de totstandbrenging van een strategisch partnerschap;
HERINNERENDE aan de sterke gehechtheid van de Partijen aan de beginselen van het internationaal recht, aan het Handvest van de Verenigde Naties (“VN”), aan de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten en aan de fundamentele vrijheden;
OVERWEGENDE dat de eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten, van het internationaal humanitair recht, en van de beginselen van de rechtsstaat ten grondslag ligt aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de Partijen en een essentieel element van deze overeenkomst is;
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat zij democratische instellingen en waarden steunen, die onontbeerlijk zijn voor de ontwikkeling van hun respectieve integratieprocessen en hun wederzijdse betrekkingen;
GEMOTIVEERD om bij te dragen tot de versterking van het multilateralisme, tot internationale vrede en veiligheid en tot de bevordering van een eerlijke en democratische internationale orde;
ERKENNENDE dat de uitroeping van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied tot zone van vrede, die vrij is van kernwapens, overeenkomstig het Verdrag van Tlatelolco en de aanvullende protocollen daarbij, een belangrijke bijdrage levert aan ontwapening en non-proliferatie, en opnieuw bevestigende dat zij zich inzetten om nucleaire ontwapening te bevorderen;
OPNIEUW BEVESTIGENDE de waarden, doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend op 26 juni 1945 te San Francisco, bij de afsluiting van de Conferentie van de Verenigde Naties over de Internationale Organisatie (“het VN-Handvest”);
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat de bevordering van economische en sociale ontwikkeling een gezamenlijk doel is dat aan deze overeenkomst ten grondslag ligt, en overwegende dat de liberalisering van de markt moet worden aangevuld met de bevordering van sociale ontwikkeling en de vermindering van ongelijkheden door middel van adequate toegang tot werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg, en de uitbanning van extreme armoede;
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat zij vastbesloten zijn het multilaterale handelsstelsel te versterken en te ontwikkelen door de toepassing van transparante, billijke en niet-discriminerende regels, met het oog op de bevordering van een steeds dynamischer en opener internationale handel, waardoor ontwikkelingslanden meer kunnen deelnemen aan internationale handel, investeringen en technologiestromen;
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat zij zich ertoe verbinden de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat deze bijdraagt tot duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht, waarbij alle belanghebbenden, inclusief het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector, worden betrokken, en deze overeenkomst uit te voeren op een wijze die in overeenstemming is met hun respectieve wetgevingen en internationale verbintenissen op het gebied van arbeid en milieu;
VOORTBOUWENDE op de rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (“WTO”) van de Partijen;
GELEID DOOR DE WENS het concurrentievermogen van hun ondernemingen te verbeteren door die ondernemingen een voorspelbaar rechtskader voor hun handels- en investeringsbetrekkingen te verschaffen, met bijzondere aandacht voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen;
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat de naleving van internationaal erkende richtsnoeren en beginselen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoord ondernemerschap, met inbegrip van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (“OESO”), moet worden bevorderd bij ondernemingen die op hun grondgebied actief zijn;
OVERWEGENDE dat de versterking van het multilaterale handelsstelsel kan worden bereikt door multilaterale handelsbesprekingen die gericht zijn op ambitieuze, alomvattende en evenwichtige resultaten, de bevordering van economische ontwikkeling en de verbetering van het welzijn van de mens;
REKENING HOUDENDE met het feit dat de Partijen regionale integratie en open regionalisme beschouwen als belangrijke instrumenten voor economische en sociale ontwikkeling die de internationale integratie van hun economieën verbeteren, nauwere banden tussen hun volkeren bevorderen en bijdragen tot internationale stabiliteit;
INGENOMEN met de goedkeuring van het document van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling genaamd “Onze wereld transformeren: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling”, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 september 2015 (hierna “Agenda 2030” genoemd), en de Overeenkomst van Parijs, aangenomen te Parijs op 12 december 2015 in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (hierna de “Overeenkomst van Parijs” genoemd), en oproepende tot een snelle uitvoering ervan;
ZICH BEWUST van de noodzaak de groei en ontwikkeling van de Partijen te bevorderen en de bestaande ongelijkheden te verkleinen, met bijzondere aandacht voor de behoeften en moeilijkheden waarmee Paraguay als niet aan zee grenzende staat wordt geconfronteerd;
ERKENNENDE dat er een lange geschiedenis bestaat van migratie tussen de Europese Unie en de Mercosur-staten en deze een positieve bijdrage heeft geleverd aan hun betrekkingen en aan hun sociale, culturele en economische ontwikkeling;
INDACHTIG de internationaal overeengekomen bepalingen inzake een bijzondere en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden;
ERKENNENDE dat krachtens deze overeenkomst de Partijen het recht behouden om op hun grondgebied regels te stellen in overeenstemming met hun interne wet- en regelgeving, evenals hun flexibiliteit om legitieme beleidsdoelstellingen te verwezenlijken, onder meer op het gebied van volksgezondheid, veiligheid, milieu, de openbare zeden en de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid;
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat Partijen het recht hebben om hun natuurlijke hulpbronnen te exploiteren in overeenstemming met hun eigen milieubeleid en doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling;
INDACHTIG de interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado Común del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, ondertekend te Madrid op 15 december 1995, alsmede de daaraan gehechte gezamenlijke verklaring over de politieke dialoog en het doel een partnerschap tot stand te brengen op basis van een versterkte politieke dialoog, liberalisering van de handel, de bevordering van investeringen en de verdieping van de samenwerking;
OVERWEGENDE dat de samenwerking tussen de Europese Unie en de Mercosur via verschillende instrumenten wordt uitgevoerd;
HERINNERENDE aan het besluit van de staatshoofden en regeringsleiders van de Mercosur en de Europese Unie in juni 1999 in Rio de Janeiro om opnieuw prioriteit te geven aan hun betrekkingen op politiek, economisch, handels-, cultureel en samenwerkingsgebied, met als doel een dieper en vollediger partnerschap tussen beide regio’s tot stand te brengen, dat gebaseerd moet zijn op democratie, duurzame ontwikkeling en economische groei met sociale rechtvaardigheid;
OPNIEUW BEVESTIGENDE dat zij vastbesloten zijn hun handels- en investeringsbetrekkingen verder te versterken, te liberaliseren en te diversifiëren;
ERNAAR UITKIJKENDE om hun handels- en investeringsbetrekkingen in dit verband te intensiveren door de instelling van een vrijhandelszone in overeenstemming met de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 en de WTO-regels;
BEREID de samenwerking tussen de Partijen te versterken op basis van een open en permanente dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, met name op politiek, economisch, commercieel, financieel, juridisch en justitieel gebied, op het gebied van vrijheid en veiligheid, en op wetenschappelijk en technologisch, sociaal en cultureel gebied;
ZICH BEWUST van het belang van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in het kader van het partnerschap tussen de Partijen;
ZICH ERVAN BEWUST dat het, om hun betrekkingen op alle gebieden van gemeenschappelijk belang te versterken, van essentieel belang is een nieuwe fase te bereiken in de bestaande politieke dialoog tussen de Partijen;
REKENING HOUDENDE met de specifieke ervaringen van de Partijen op het gebied van regionale integratie, waaruit zij wederzijds voordeel kunnen halen, afhankelijk van hun eigen behoeften;
OPNIEUW BEVESTIGENDE het belang van hun gedeelde beginselen en waarden op het gebied van sociale ontwikkeling;
GELET OP het belang van de culturele dialoog als middel om tot een beter wederzijds begrip tussen de Partijen te komen, de culturele diversiteit te bevorderen en de culturele banden tussen hun burgers te onderhouden;
WIJZENDE op het feit dat, als de Partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten besluiten aan te gaan op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de EU zouden worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland wat betreft zijn bilaterale betrekkingen, de Mercosur ervan in kennis heeft gesteld dat Ierland gebonden is door dergelijke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU is gehecht; wijzende op het feit dat latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend zijn voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan die maatregelen of die te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21; tevens erop wijzende dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of daarmee samenhangende interne maatregelen van de Europese Unie onder Protocol Nr. 22 betreffende de positie van Denemarken vallen, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht;
ERKENNENDE dat er tussen en binnen de Partijen verschillen zijn in economische en sociale ontwikkeling;
ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:
DEEL I
ALGEMENE BEGINSELEN EN INSTITUTIONEEL KADER
HOOFDSTUK 1
INLEIDENDE BEPALINGEN
ARTIKEL 1.1
Algemene definities
Voor de toepassing van deze overeenkomst betekent:
a) “interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking van 1995”: de Interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Mercado Común del Sur en zijn deelnemende Staten, anderzijds, ondertekend te Madrid op 15 december 1995;
b) “interimhandelsovereenkomst”: de nog te sluiten Interimovereenkomst inzake handel tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds;
c) “kmo’s”: kleine en middelgrote ondernemingen, waaronder micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en ondernemers;
d) “derde land”: een land of grondgebied gelegen buiten het territoriale toepassingsgebied van deze overeenkomst;
e) “Unclos”: het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982; en
f) “WTO”: de Wereldhandelsorganisatie.
ARTIKEL 1.2
Algemene beginselen
1. De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere internationale mensenrechteninstrumenten waarbij zij partij zijn, en van de beginselen van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de Partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
2. De Partijen bevestigen hun sterke gehechtheid aan de gedeelde beginselen en doelstellingen van het VN-Handvest. Bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling en rechtvaardige verdeling van de voordelen die deze overeenkomst biedt, zijn enkele van de leidende beginselen voor de uitvoering van deze overeenkomst.
3. De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de beginselen van goed bestuur, waaronder beginselen als transparantie van de overheid en corruptiebestrijding, een ethische en verantwoordingsplichtige regering, onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de bescherming van de rechten van minderheden.
ARTIKEL 1.3
Toepassingsgebied
Bij deze overeenkomst wordt een partnerschap tussen de Partijen tot stand gebracht dat gebaseerd is op gedeelde waarden, waaronder wederkerigheid, en op gemeenschappelijk belang. Het versterkt het partnerschap tussen de EU-Partij en de Mercosur-Partij en leidt tot strategische betrekkingen op het gebied van politiek, samenwerking en handel, alsook op andere overeen te komen gebieden.
ARTIKEL 1.4
Algemene doelstellingen
Deze overeenkomst voorziet in:
a) een institutioneel kader dat de basis van het partnerschap vormt;
b) de versterking van de politieke dialoog door middel van nieuwe institutionele mechanismen;
c) samenwerking tussen de Partijen, die erop gericht is bij te dragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deze overeenkomst door gebruik te maken van bestaande of nieuwe innovatieve samenwerkingsinstrumenten die een meerwaarde voor de betrekkingen kunnen bieden; en
d) de uitbreiding en diversificatie van de biregionale handelsbetrekkingen van de Partijen en de specifieke doelstellingen en bepalingen van deel III van deze overeenkomst, die moeten bijdragen tot een hogere economische groei, een geleidelijke verbetering van de levenskwaliteit in beide regio’s en een betere integratie van beide regio’s in de wereldeconomie.
HOOFDSTUK 2
INSTITUTIONEEL KADER
ARTIKEL 2.1
Topbijeenkomst
1. Het hoogste niveau van de politieke en beleidsdialoog tussen de EU-Partij en de Mercosur-Partij is de topbijeenkomst. Topbijeenkomsten vinden plaats wanneer dat nodig is en zoals onderling is overeengekomen.
2. De topbijeenkomsten bieden de gelegenheid om de voortgang bij de uitvoering van deze overeenkomst te evalueren, de doelstellingen voor de toekomstige ontwikkeling ervan vast te stellen en andere onderwerpen van gemeenschappelijk belang te bespreken.
ARTIKEL 2.2
Gezamenlijke Raad
1. Er wordt een Gezamenlijke Raad ingesteld, die toezicht houdt op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en de uitvoering daarvan. De Gezamenlijke Raad behandelt de aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen en onderzoekt alle belangrijke vragen die in het kader van deze overeenkomst rijzen, evenals interregionale, multilaterale of internationale kwesties van gemeenschappelijk belang.
2. De Gezamenlijke Raad komt regelmatig op ministerieel niveau bijeen, ten minste om de twee jaar of op ad-hocbasis, zoals onderling overeengekomen. De Gezamenlijke Raad kan ook via telefonische conferentie, videoconferentie of via andere middelen bijeenkomen, als onderling overeengekomen door de Partijen.
3. De Gezamenlijke Raad is samengesteld uit vertegenwoordigers van elk van de Partijen op ministerieel niveau, overeenkomstig de respectieve interne regelingen van de partijen en rekening houdend met de specifieke te behandelen vraagstukken. De Gezamenlijke Raad komt bijeen in de noodzakelijke samenstelling, die in onderling overleg wordt bepaald.
4. Wanneer de Gezamenlijke Raad een aangelegenheid in verband met deel III van deze overeenkomst behandelt, bestaat hij uit vertegenwoordigers van elk van de Partijen met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden (hierna “de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken” genoemd).
5. De Gezamenlijke Raad stelt zijn reglement van orde en het reglement van orde van het Gemengd Comité vast.
6. De Gezamenlijke Raad wordt gezamenlijk voorgezeten door één vertegenwoordiger van de EU-Partij en één vertegenwoordiger van de Mercosur-Partij, overeenkomstig de bepalingen in zijn reglement van orde, rekening houdend met de specifieke kwesties die tijdens een bepaalde zitting moeten worden behandeld.
7. De Gezamenlijke Raad onderzoekt voorstellen en aanbevelingen en heeft de bevoegdheid om besluiten te nemen, onder meer over de interpretatie van bepalingen, en doet passende aanbevelingen als bedoeld in deze overeenkomst. Besluiten en aanbevelingen worden vastgesteld in overleg tussen de Partijen en in overeenstemming met het reglement van orde van de Gezamenlijke Raad. Besluiten zijn bindend voor de Partijen, die overeenkomstig hun interne procedures de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. In het kader van deel II van deze overeenkomst heeft de Gezamenlijke Raad tevens de bevoegdheid besluiten vast te stellen en aanbevelingen te doen die de Partijen onderling overeenkomen.
8. De Gezamenlijke Raad kan zijn taken, met inbegrip van de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen, overeenkomstig het reglement van orde van de Gezamenlijke Raad delegeren aan het Gemengd Comité.
ARTIKEL 2.3
Gemengd Comité
1. Er wordt een Gemengd Comité opgericht.
2. Het Gemengd Comité staat de Gezamenlijke Raad bij bij de uitoefening van zijn functies.
3. Het Gemengd Comité bereidt de vergaderingen van de Gezamenlijke Raad voor en is verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van deze overeenkomst.
4. Het Gemengd Comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van elk van de Partijen op het niveau van hoge ambtenaren of zoals anderszins aangewezen door de Partijen, in overeenstemming met hun interne regelingen, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdens de bijeenkomsten te behandelen specifieke aangelegenheden.
5. Wanneer het Gemengd Comité een aangelegenheid in verband met deel III van deze overeenkomst behandelt, bestaat het uit vertegenwoordigers van elk van de partijen met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden (hierna “het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken” genoemd).
6. Wanneer het Gemengd Comité een aangelegenheid in verband met deel II van deze overeenkomst behandelt, bestaat het uit vertegenwoordigers van elk van de partijen met verantwoordelijkheid voor deze aangelegenheden, overeenkomstig de respectieve interne regelingen van de Partijen.
7. Het Gemengd Comité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet, of in de gevallen waarin de Gezamenlijke Raad die bevoegdheid aan het Gemengd Comité heeft gedelegeerd. Het Gemengd Comité besluit door middel van overeenstemming van de Partijen. De besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de maatregelen treffen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze besluiten. Bij de uitoefening van gedelegeerde bevoegdheden neemt het Gemengd Comité zijn besluiten overeenkomstig het reglement van orde van de Gezamenlijke Raad.
8. Onverminderd de specifieke bepalingen van hoofdstuk 29 kan elke Partij elke kwestie in verband met de toepassing of interpretatie van de overeenkomst voorleggen aan het Gemengd Comité.
9. Het Gemengd Comité wordt gezamenlijk voorgezeten door één vertegenwoordiger van de Mercosur-Partij en één vertegenwoordiger van de EU-Partij, rekening houdend met de specifieke kwesties die tijdens een bepaalde zitting moeten worden behandeld.
10. Het Gemengd Comité komt in het algemeen eenmaal per jaar bijeen, afwisselend in Brussel en in een ondertekenende Mercosur-staat, om de uitvoering van deze overeenkomst te evalueren, op een datum en met een agenda die vooraf door de Partijen worden overeengekomen. In onderlinge overeenstemming kunnen op verzoek van de EU of van de Mercosur ook extra vergaderingen worden bijeengeroepen. De Gezamenlijke Raad kan ook via telefonische conferentie, videoconferentie of via andere middelen bijeenkomen, als onderling overeengekomen door de Partijen.
ARTIKEL 2.4
Subcomités en andere organen
1. Het Gemengd Comité kan besluiten subcomités of andere organen op te richten om bijstand te verlenen bij de uitvoering van zijn taken en om specifieke taken of onderwerpen te behandelen. Het kan besluiten de aan een subcomité of ander orgaan toegewezen taken te wijzigen of een met het oog op die taken opgericht subcomité of ander orgaan ontbinden.
2. Het Gemengd Comité stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling, taken en werking van de subcomités en andere organen worden bepaald.
3. De oprichting of het bestaan van een subcomité belet niet dat de partijen een aangelegenheid direct aan het Gemengd Comité kunnen voorleggen.
4. Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, brengen de krachtens deze overeenkomst of door het Gemengd Comité opgerichte subcomités en andere organen regelmatig of op verzoek verslag uit aan het Gemengd Comité over hun activiteiten.
5. De op grond van artikel 9.9, lid 4, opgerichte subcomités voor handel en aanverwante zaken vallen onder artikel 9.9 en brengen verslag uit aan het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken.
6. Er wordt een Subcomité voor internationale samenwerking en ontwikkeling opgericht om de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten op de in deel II van deze overeenkomst genoemde gebieden en de follow-up, monitoring en evaluatie van die samenwerkingsinitiatieven te bevorderen, te coördineren en te controleren. Het subcomité verleent het Gemengd Comité bijstand bij de uitvoering van zijn taken in verband met deze aangelegenheden.
ARTIKEL 2.5
Gemengde Parlementaire Commissie
1. Er wordt een Gemengde Parlementaire Commissie opgericht om nauwere betrekkingen te bevorderen en te zorgen voor een regelmatige dialoog tussen het Europees Parlement en het Mercosur-parlement.
2. De Gemengde Parlementaire Commissie bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het Mercosur-parlement, anderzijds. Zij komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
3. De Gemengde Parlementaire Commissie stelt zijn eigen reglement van orde vast.
4. De Gemengde Parlementaire Commissie wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het Mercosur-parlement.
5. De Gemengde Parlementaire Commissie zal op de hoogte worden gehouden van de vorderingen bij de uitvoering van deze overeenkomst.
6. De Gemengde Parlementaire Commissie kan aanbevelingen doen aan de Gezamenlijke Raad.
ARTIKEL 2.6
Betrekkingen met het maatschappelijk middenveld
1. Om de uitvoering van deze overeenkomst te vergemakkelijken, bevorderen de Partijen overleg met het maatschappelijk middenveld door de instelling van een passend mechanisme voor overleg en de bevordering van interactie tussen de vertegenwoordigers van hun maatschappelijk middenveld.
2. De Partijen bevorderen de dialoog tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Unie en het Raadgevend Sociaal en Economisch Forum van de Mercosur en moedigen hun bijdrage aan de in artikelen 2.7 en 2.8 vastgelegde mechanismen aan.
ARTIKEL 2.7
Interne adviesgroepen
1. De EU-Partij en de Mercosur-Partij wijzen elk een interne adviesgroep aan, die wordt opgericht overeenkomstig de interne regelingen van elke Partij, om de betrokken Partij te adviseren over kwesties die onder deze overeenkomst vallen. Deze bestaat uit een evenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke maatschappelijke organisaties, waaronder niet-gouvernementele organisaties, bedrijfs- en werkgeversverenigingen en vakbonden, die actief zijn op economisch en sociaal gebied en op het gebied van ontwikkeling, mensenrechten, milieu en andere aangelegenheden.
2. De Partijen bevorderen een regelmatige dialoog met hun interne adviesgroep en houden rekening met de standpunten of aanbevelingen van hun respectieve interne adviesgroep over de uitvoering van deze overeenkomst.
3. Om het publiek bewuster te maken van de interne adviesgroepen, stellen de EU-Partij en de Mercosur-Partij elk de lijst van organisaties die aan het overleg deelnemen en het contactpunt voor die groep ter beschikking van het publiek.
ARTIKEL 2.8
Forum voor het maatschappelijk middenveld
1. De Partijen faciliteren de organisatie van een Forum van het maatschappelijk middenveld voor het voeren van een openbare dialoog over de uitvoering van deze overeenkomst, en komen op de eerste vergadering van het Gemengd Comité operationele richtsnoeren voor het verloop van het Forum van het maatschappelijk middenveld overeen.
2. De Partijen kunnen de deelname aan het Forum van het maatschappelijk middenveld via virtuele middelen faciliteren.
3. Het Forum voor het maatschappelijk middenveld staat open voor deelname van onafhankelijke maatschappelijke organisaties die gevestigd zijn op het grondgebied van de EU-Partij of de Mercosur-Partij, met inbegrip van leden van de in artikel 2.7 bedoelde interne adviesgroepen. De Partijen zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging, die niet-gouvernementele organisaties, bedrijfs- en werkgeversverenigingen en vakbonden, die actief zijn op economisch en sociaal gebied en op het gebied van ontwikkeling, mensenrechten, milieu en andere aangelegenheden omvat.
4. De vertegenwoordigers van de Partijen die zitting hebben in de Gezamenlijke Raad of het Gemengd Comité, nemen in voorkomend geval deel aan een zitting van het Forum van het maatschappelijk middenveld om informatie te verstrekken over de uitvoering van de overeenkomst en om een dialoog met het Forum van het maatschappelijk middenveld aan te gaan.
HOOFDSTUK 3
ALGEMENE BEPALINGEN
ARTIKEL 3.1
Veiligheidsclausule
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:
a) een Partij verplicht wordt gegevens te verstrekken of toegang tot gegevens te bieden wanneer die Partij openbaarmaking van die gegevens in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen; of
b) een Partij wordt belet maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen noodzakelijk acht en die:
i) verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met dergelijke handel en transacties in andere goederen en materialen, diensten en technologie, en met economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;
ii) worden getroffen ten tijde van oorlog of een andere noodsituatie in de internationale betrekkingen; of
iii) betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op stoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd, of
c) een Partij belet wordt maatregelen te nemen ter nakoming van haar internationale verplichtingen uit hoofde van het Handvest van de VN met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
ARTIKEL 3.2
Andere overeenkomsten
1. De interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking van 1995 is na de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet langer van kracht en wordt door deze overeenkomst vervangen.
2. Deze overeenkomst vervangt de interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking van 1995. Verwijzingen naar de interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking van 1995 in alle andere overeenkomsten tussen de Partijen worden gelezen als verwijzingen naar deze overeenkomst.
3. De interimhandelsovereenkomst is na de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet langer van kracht en wordt door deze overeenkomst vervangen. Verwijzingen naar de interimhandelsovereenkomst in alle andere overeenkomsten tussen de Partijen worden gelezen als verwijzingen naar deze overeenkomst.
4. Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden besluiten van de Handelsraad die is opgericht bij de interimhandelsovereenkomst, geacht te zijn vastgesteld door de Gezamenlijke Raad die is ingesteld bij artikel 2.2 van deze overeenkomst. Besluiten van het Handelscomité dat is opgericht bij de interimhandelsovereenkomst worden geacht te zijn vastgesteld door het Gemengd Comité dat is ingesteld bij artikel 2.3 van deze overeenkomst.
5. Niettegenstaande lid 3 van dit artikel:
a) blijven de uit hoofde van de artikelen 11.4 en 11.5 van de interimhandelsovereenkomst genomen tijdelijke maatregelen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, van toepassing tot hun natuurlijke vervaldatum;
b) blijven de uit hoofde van afdeling C van hoofdstuk 9 van de interimhandelsovereenkomst genomen bilaterale vrijwaringsmaatregelen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, van toepassing tot hun natuurlijke vervaldatum;
c) worden reeds uit hoofde van artikel 21.7 en 18.17 van de interimhandelsovereenkomst ingeleide geschillenbeslechtingsprocedures vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst beschouwd als geschillen in het kader van deze overeenkomst en worden zij voortgezet totdat zij zijn afgerond; en
d) blijft de bindende uitkomst van een uit hoofde van de artikelen 21.7 en 18.17 van de interimhandelsovereenkomst ingeleide geschillenbeslechtingsprocedure voor de Partijen bindend na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
6. De Partijen kunnen uit hoofde van deze overeenkomst geen geschillenbeslechtingsprocedure inleiden over aangelegenheden waarover een eindverslag van het panel uit hoofde van hoofdstuk 18 is opgesteld en een arbitrale uitspraak uit hoofde van hoofdstuk 21 van de interimhandelsovereenkomst is gedaan.
7. Reeds geheel of gedeeltelijk verstreken overgangsperioden uit hoofde van de interimhandelsovereenkomst worden in aanmerking genomen bij het bepalen van overgangsperioden uit hoofde van gelijkwaardige bepalingen van deze overeenkomst. Dergelijke overgangsperioden in het kader van deze overeenkomst worden berekend vanaf de datum van inwerkingtreding van de interimhandelsovereenkomst.
Reeds geheel of gedeeltelijk verstreken overgangsperioden uit hoofde van de interimhandelsovereenkomst worden in aanmerking genomen bij het bepalen van overgangsperioden uit hoofde van gelijkwaardige bepalingen van deze overeenkomst.
8. De Partijen kunnen deze overeenkomst aanvullen door sluiting van specifieke overeenkomsten op elk samenwerkingsgebied dat binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst valt. In dergelijke specifieke overeenkomsten kan worden bepaald dat zij een integrerend onderdeel van de algemene interregionale betrekkingen vormen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst en deel uitmaken van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
ARTIKEL 3.3
Territoriale toepassing
1. Deze overeenkomst is van toepassing:
a) op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden; en
b) op het grondgebied van de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay.
2. Verwijzingen naar “grondgebied” in deze overeenkomst omvatten tevens het luchtruim en de territoriale wateren zoals bepaald in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Unclos).
3. Verwijzingen naar “grondgebied” in deze overeenkomst worden in deze zin begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
4. Wat betreft de bepalingen betreffende de tariefbehandeling van goederen, met inbegrip van bepalingen inzake douane en handelsbevordering, wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken en oorsprongsregels, alsmede de tijdelijke schorsing van deze behandeling, is deze overeenkomst ook van toepassing op de delen van het douanegebied van de Europese Unie, zoals gedefinieerd in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie 1 , die niet onder lid 1, punt a), van dit artikel vallen.
DEEL II
POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING
HOOFDSTUK 4
DOELSTELLINGEN VAN DE POLITIEKE DIALOOG EN DE INTERNATIONALE SAMENWERKING
ARTIKEL 4.1
Doelstellingen van de politieke dialoog
1. De Partijen komen overeen dat de politieke dimensie een essentieel onderdeel is van het bij deze overeenkomst ingestelde partnerschap en versterken en verdiepen de regelmatige politieke dialoog tussen de Partijen. De Partijen komen overeen een politieke agenda vast te stellen, samen te werken op gebieden van gemeenschappelijk belang en zich in te spannen om hun standpunten te coördineren met het oog op gezamenlijke initiatieven in de passende internationale fora.
2. De politieke dialoog tussen de Partijen heeft tot doel:
a) hun banden te versterken om bij te dragen tot vrede, stabiliteit, veiligheid en welvaart en hun strategische partnerschap te consolideren;
b) internationale vrede en veiligheid, preventieve diplomatie, vertrouwenwekkende maatregelen en de vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, onder meer door de ontwikkeling van gezamenlijke acties ter versterking van het systeem van de Verenigde Naties (hierna “VN” genoemd) en het multilateralisme;
c) de democratie, de rechtsstaat en de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;
d) de menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen en hun gehechtheid aan duurzame ontwikkeling te bevestigen, zoals tot uitdrukking gebracht in de goedkeuring van de Agenda 2030. De Partijen werken samen om de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (hierna “SDG’s” genoemd) uit te voeren en te verwezenlijken, in het besef dat hun brede en ambitieuze aard dringende actie, follow-up en evaluatie vereist;
e) gendergelijkheid en de eerbiediging van alle rechten van vrouwen en meisjes te bevorderen, met nadruk op het genderperspectief, en discriminatie en geweld op grond van seksuele geaardheid aan te pakken, in overeenstemming met het interne recht van elke Partij;
f) bij te dragen tot ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, met volledige inachtneming en tot garantie van de nationale uitvoering van de respectieve internationale verplichtingen van de Partijen;
g) de samenwerking bij de bestrijding van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante vormen van onverdraagzaamheid te versterken;
h) gezamenlijke acties te ontwikkelen ter versterking van de samenwerking bij de bestrijding van mensenhandel, migrantensmokkel, illegale wapenhandel, drugshandel en daarmee verband houdende criminaliteit, cybercriminaliteit en andere vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad;
i) gezamenlijke acties te bevorderen en te ontwikkelen om seksueel misbruik van kinderen uit te bannen, door onder andere de productie en verspreiding van materiaal van kindermisbruik en het plegen van seksuele delicten in het buitenland tegen te gaan;
j) de samenwerking te versterken bij de bestrijding van corruptie en bij het voorkomen van het gebruik van hun financiële systemen voor het witwassen van opbrengsten van criminele activiteiten en voor de financiering van terrorisme, en bij het opsporen, terugvorderen en teruggeven van illegale vermogensbestanddelen;
k) op te treden tegen straffeloosheid voor de ernstigste misdrijven naar internationaal recht met betrekking tot de internationale gemeenschap in haar geheel;
l) de samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van terroristische daden te versterken, overeenkomstig de internationale verdragen waarbij de lidstaten van de Europese Unie en de ondertekenende Mercosur-staten partij zijn, de desbetreffende VN-resoluties en de respectieve wet- en regelgeving van de Partijen;
m) van gedachten te wisselen over internationale belastingaangelegenheden, met inbegrip van mondiale normen en transparantie, en de dialoog hierover te verbeteren;
n) zich in te zetten voor hun respectieve regionale integratie, die wordt beschouwd als een van de middelen om duurzame ontwikkeling tot stand te brengen, alsook als instrument voor een concurrerende integratie in de wereldeconomie;
o) wederzijds begrip te ontwikkelen en consensus over interregionale en internationale kwesties te bevorderen, met name door samenwerking in multilaterale fora en de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven;
p) gezamenlijke acties te ontwikkelen om het VN-systeem en het multilateralisme te versterken teneinde de belangrijkste huidige en toekomstige uitdagingen doeltreffend, efficiënt en snel het hoofd te kunnen bieden;
q) een brede politieke coördinatie op internationaal niveau tot stand te brengen ter ondersteuning en versterking van multilaterale, transparante en democratische multistakeholderprocessen voor internetgovernance, met betrokkenheid van regeringen, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld, internationale organisaties, technische en academische gemeenschappen en alle andere belanghebbenden, overeenkomstig hun respectieve rollen, verantwoordelijkheden en capaciteiten;
r) juridische en gerechtelijke aangelegenheden van wederzijds belang te bespreken; en
s) andere door de Partijen overeengekomen onderwerpen aan te pakken.
ARTIKEL 4.2
Doelstellingen voor internationale samenwerking en ontwikkeling
1. De Partijen bevestigen opnieuw de noodzaak om hun partnerschap te versterken, onderstrepen het belang van internationale samenwerking en ontwikkeling en komen overeen dat een van de belangrijkste doelstellingen van de interregionale samenwerking en de modaliteiten daarvan erin bestaat de uitvoering van deze overeenkomst te vergemakkelijken.
2. De Partijen voeren samenwerkingsprojecten en gezamenlijke activiteiten uit via alle bestaande en toekomstige instrumenten en methoden en beschikbare middelen, met inbegrip van driehoekssamenwerking. Deze samenwerking kan onder meer het volgende omvatten:
a) bevordering van investeringen en het scheppen van banen door het mobiliseren van financiële middelen, onder meer door het aantrekken van subsidies en leningen om resultaten op het gebied van duurzame ontwikkeling te bereiken;
b) ondersteuning van capaciteitsopbouw door middel van opleidingscursussen, workshops en seminars en de uitwisseling van deskundigen, studies, gezamenlijk onderzoek en goede praktijken;
c) bevordering van institutionele knowhow in beide regio’s door middel van samenwerkingsactiviteiten;
d) bevordering van ontwikkelingsfinanciering via alle instrumenten waarover elke Partij beschikt en andere vormen van innovatieve financiële mechanismen;
e) bevordering van de toegang tot innovatieve technologieën en versterking van de nationale capaciteiten;
f) ontwikkeling van specifieke acties om armoede terug te dringen, honger te bestrijden en sociale inclusie en cohesie te bevorderen;
g) consolidatie van bestaande regionale samenwerkingsnetwerken en -platforms, en
h) bevordering van de samenwerking tussen de overheidsdiensten en de instellingen van de Partijen.
3. De Partijen komen overeen de mobilisering van financiële middelen voor de uitvoering van deze overeenkomst te bevorderen, in nauw partnerschap met de Europese Investeringsbank, Europese financiële instellingen en instellingen van de ondertekenende Mercosur-staten, alsmede internationale en regionale financiële instellingen.
ARTIKEL 4.3
Middelen
1. Teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de bij deze overeenkomst ingestelde samenwerking, verbinden de Partijen zich ertoe, binnen de grenzen van hun capaciteiten en via hun eigen kanalen, te voorzien in de passende middelen, waaronder financiële middelen, en ontwikkelingsgerelateerde publieke en particuliere financiële instellingen in beide regio’s aan te moedigen actief tot dat doel samen te werken.
2. De Partijen moedigen de Europese Investeringsbank en andere financiële instellingen aan hun activiteiten in de ondertekenende Mercosur-staten voort te zetten, overeenkomstig hun procedures en financieringscriteria, overeenkomstig hun respectieve wet- en regelgeving en onverminderd de bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten.
HOOFDSTUK 5
SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DEMOCRATISCHE BEGINSELEN, DE MENSENRECHTEN, DE RECHTSSTAAT EN INTERNATIONALE VREDE EN VEILIGHEID
ARTIKEL 5.1
Samenwerking op het gebied van democratische beginselen, de mensenrechten en de rechtsstaat
1. De Partijen werken samen aan de bevordering en bescherming van de mensenrechten, met inbegrip van de ratificatie en uitvoering van internationale mensenrechteninstrumenten, en aan de versterking van de democratische beginselen en de rechtsstaat.
2. Deze samenwerking kan bestaan uit:
a) de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de internationale mensenrechteninstrumenten waarbij zij partij zijn, alsmede van de aanbevelingen van de VN-verdragsorganen op het gebied van de mensenrechten, de speciale procedures van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en de universele periodieke doorlichting;
b) de integratie van de mensenrechten in het nationale beleid en de nationale ontwikkelingsplannen;
c) de versterking van hun capaciteit om democratische beginselen en praktijken toe te passen;
d) de uitwisseling van goede praktijken voor nationale actieplannen inzake democratie en de mensenrechten;
e) bewustmaking en voorlichting op het gebied van de mensenrechten, democratie en de cultuur van vrede;
f) de versterking van democratische en mensenrechtengerelateerde instellingen, alsook van de wettelijke en institutionele kaders voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de rechtsstaat;
g) de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven van wederzijds belang in het kader van relevante mensenrechtengerelateerde instellingen van de VN en multilaterale fora;
h) de bevordering van de democratie, het internationaal recht, met inbegrip van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat, ook in multilaterale fora;
i) de samenwerking en coördinatie, in voorkomend geval ook in derde landen, met betrekking tot de praktische bevordering van democratische beginselen, de mensenrechten en de rechtsstaat, met name met betrekking tot politieke rechten en de fundamentele vrijheden, met inbegrip van het bevorderen van transparante, geloofwaardige en inclusieve verkiezingsprocessen in overeenstemming met internationale normen;
j) de versterking van goed bestuur op nationaal, regionaal en lokaal niveau, met inbegrip van de verantwoordingsplicht en transparantie van instellingen, ondersteuning van de participatie van burgers en betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, en de bestrijding van corruptie; en
k) de bevordering van de preventie van genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en andere misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen.
ARTIKEL 5.2
Gendergelijkheid en vrouwen, vrede en veiligheid
1. De Partijen bevorderen gendergelijkheid en empowerment van alle vrouwen en meisjes. Zij erkennen de noodzaak van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes als voorwaarde voor de volledige verwezenlijking van inclusieve ontwikkeling, democratie en veiligheid. De Partijen onderzoeken verdere samenwerkingsregelingen en mogelijke synergieën tussen hun respectieve beleidsmaatregelen en initiatieven, in overeenstemming met internationale normen en verbintenissen, zoals het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW), de Agenda 2030 en Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid.
2. Deze samenwerking kan bestaan uit:
a) het bevorderen van een doeltreffende gendermainstreaming;
b) het bevorderen van politieke participatie en politiek leiderschap van vrouwen, van toegang tot kwaliteitsonderwijs voor vrouwen, van economisch empowerment en economisch leiderschap van vrouwen, en van een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen;
c) het versterken van nationale en regionale instellingen om problemen in verband met geweld tegen vrouwen aan te pakken en te behandelen, onder meer via preventie en bescherming tegen seksueel en gendergerelateerd geweld, mechanismen voor onderzoek en verantwoordingsplicht, ondersteuning van slachtoffers en de bevordering van de veiligheid en beveiliging van vrouwen en meisjes;
d) het actief versterken van de mensenrechten van vrouwen, met inbegrip van de vrijwaring van mensenrechtenschendingen en alle vormen van geweld tegen vrouwen, en de toegang van vrouwen tot de rechter;
e) het ondersteunen van de ontwikkeling en uitvoering van nationale actieplannen met betrekking tot Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad; en
f) het versterken van de samenwerking met de betrokken organen van de VN en andere internationale organisaties.
ARTIKEL 5.3
Massavernietigingswapens
1. De Partijen erkennen de centrale rol van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, gedaan te Londen op 1 juli 1968, en de drie even belangrijke en zich onderling versterkende pijlers ervan: ontwapening, non-proliferatie, en vreedzaam gebruik van kernenergie.
2. De Partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De Partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied. De Partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
3. De Partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor door:
a) maatregelen te nemen die zijn gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake of op aansluiting daarbij, al naargelang het geval, en op de volledige uitvoering daarvan; en
b) een doeltreffend nationaal uitvoercontrolesysteem in te voeren, gericht op zowel de uitvoer als de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, waaronder controle op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik in het kader van massavernietigingswapens, en door doeltreffende sancties op te leggen in het geval van overtreding van de uitvoercontroles.
4. De Partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.
ARTIKEL 5.4
Ernstige misdaden van internationaal belang en het Internationaal Strafhof
1. De Partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, zoals de misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen, niet ongestraft mogen blijven en dat deze misdrijven in voorkomend geval met nationale en internationale middelen moeten worden vervolgd, overeenkomstig het beginsel van complementariteit.
2. Aangezien een effectief Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling vormt voor de internationale vrede en gerechtigheid, komen de Partijen overeen samen te werken bij de bevordering van universele toetreding tot het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, gedaan te Rome op 17 juli 1998 (hierna “Statuut van Rome” genoemd), en daartoe:
a) stappen te blijven ondernemen om het Statuut van Rome en de wijzigingen daarvan ten uitvoer te leggen, en de desbetreffende instrumenten te ratificeren en ten uitvoer te leggen, zoals het Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof, dat op 9 september 2002 in New York is aangenomen;
b) in voorkomend geval ervaringen uit te wisselen met betrekking tot de vaststelling van nationale wetgeving met het oog op de effectieve tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome; en
c) maatregelen te nemen om de integriteit van het Statuut van Rome te waarborgen.
ARTIKEL 5.5
Handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens
1. De Partijen verplichten zich ertoe met elkaar samen te werken, te zorgen voor coördinatie en complementariteit, en onderzoek te doen naar mogelijke synergieën bij het opstellen of verbeteren van de regelgeving voor de internationale handel in conventionele wapens, en bij het voorkomen, bestrijden en uitroeien van de illegale wapenhandel op mondiaal, regionaal en subregionaal niveau.
2. Op mondiaal niveau benadrukken de Partijen het unieke kader dat wordt geboden door het Wapenhandelsverdrag, dat op 2 april 2013 in New York is aangenomen (hierna “WHV” genoemd), met het oog op deze samenwerking en complementariteit tussen de nationale controlesystemen voor de overdracht van conventionele wapens, met inbegrip van de bepalingen inzake samenwerking en bijstand. Zij zijn het ook eens over het belang van het bevorderen van de universalisering en volledige uitvoering van het WHV door alle VN-lidstaten.
3. De Partijen erkennen dat de illegale productie, overdracht en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en de buitensporige accumulatie en ongecontroleerde verspreiding ervan in veel regio’s van de wereld een breed spectrum van humanitaire en sociaal-economische gevolgen hebben en een ernstige bedreiging vormen voor vrede, verzoening, veiligheid, beveiliging, stabiliteit en duurzame ontwikkeling op individueel, lokaal, nationaal, regionaal en internationaal niveau.
4. De Partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen waarbij zij partij zijn, en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.
5. De Partijen onderkennen het belang van interne controlesystemen voor de overdracht van conventionele wapens in overeenstemming met de geldende internationale normen. De Partijen komen overeen die controles op verantwoordelijke wijze toe te passen en aldus bij te dragen tot de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, en tot het verminderen van menselijk leed, en te helpen voorkomen dat conventionele wapens op de illegale markt belanden.
ARTIKEL 5.6
Samenwerking op het gebied van de bestrijding van terrorisme
1. De Partijen bevestigen opnieuw hun inzet voor de bestrijding van terrorisme in al zijn vormen en uitingen, in overeenstemming met het internationaal recht, het recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht, de desbetreffende VN-resoluties en hun respectieve wetgeving.
2. De Partijen komen overeen samen te werken, en wanneer er een gemeenschappelijk belang bestaat, alle terroristische daden te voorkomen, te bestrijden en strafbaar te stellen overeenkomstig de VN-instrumenten waarbij zij partij zijn.
3. De Partijen komen overeen geen bijstand of toevlucht te bieden aan de auteurs of aanstichters van enige vorm van terroristische activiteit, noch aan enige andere deelnemer daaraan, overeenkomstig de Resoluties 1373 (2001) en 1624 (2005) van de VN-Veiligheidsraad. De Partijen werken in het bijzonder samen:
a) in het kader van de volledige uitvoering van de Resoluties 1267 (1999), 1373 (2001), 1624 (2005), 1904 (2009), 2178 (2014), 2253 (2015), 2322 (2016) en 2331 (2016) van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-resoluties en internationale en regionale verdragen en instrumenten;
b) door de samenwerking tussen VN-lidstaten bij de doeltreffende implementatie van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN te bevorderen;
c) door ervaringen en goede praktijken uit te wisselen op het gebied van de bescherming van de mensenrechten, het humanitair recht en het internationaal recht in de strijd tegen terrorisme;
d) door van gedachten te wisselen over de middelen en methoden die worden gebruikt om terrorisme te bestrijden, met inbegrip van samenwerking op technisch gebied, en opleiding, en door ervaringen en goede praktijken uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van gewelddadig extremisme dat tot terrorisme leidt, met name in het kader van de uitvoering van de delen I en IV van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN met betrekking tot de preventie van terrorisme; en
e) door de structurele oorzaken van terrorisme en gewelddadig extremisme aan te pakken.
ARTIKEL 5.7
Samenwerking op het gebied van vredesopbouw en vredeshandhaving
1. De Partijen bevestigen opnieuw hun verbintenis om samen te werken bij de bevordering van internationale vrede en veiligheid onder auspiciën van de VN.
2. Met betrekking tot VN-vredesopbouw en vredeshandhaving voeren de Partijen een dialoog over vredes- en veiligheidskwesties met het oog op het initiëren van samenwerking op het gebied van onder meer capaciteitsopbouw en uitwisseling van beste praktijken.
ARTIKEL 5.8
Humanitaire hulp en rampenrisicobeheer
1. De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan het VN-kader op het gebied van rampenrisicovermindering en -respons en komen overeen de vermindering van de kwetsbaarheid en het risico, alsmede de bevordering van weerbaarheid, als hun prioriteiten te erkennen.
2. Met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden onderzoeken de Partijen de mogelijkheden om humanitaire bijstand en rampenbestrijdingsactiviteiten te coördineren.
ARTIKEL 5.9
Samenwerking in multilaterale, regionale en internationale fora en organisaties
1. De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de beginselen van het VN-Handvest. De Partijen zetten zich in voor multilateralisme en streven ernaar de doeltreffendheid van regionale en internationale fora en organisaties, zoals de VN en haar gespecialiseerde organisaties en agentschappen, en andere multilaterale fora, te verbeteren.
2. De Partijen hanteren effectieve raadplegingsmechanismen in de marge van multilaterale fora. Binnen de VN zetten de Partijen passende raadplegingsmechanismen op in de Algemene Vergadering van de VN en de VN-bureaus, voor zover passend en overeengekomen door de Partijen.
ARTIKEL 5.10
Cyberveiligheid en informatie- en communicatietechnologieën
De Partijen erkennen het belang van de samenwerking en de uitwisseling van standpunten op het gebied van cyberbeveiliging en met betrekking tot het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën (hierna “ICT” genoemd) in de context van internationale vrede en veiligheid, onder andere met betrekking tot normen, regelgeving voor en beginselen van verantwoord gedrag van de staten, de naleving van het internationale recht bij het gebruik van ICT, de ontwikkeling van vertrouwenwekkende maatregelen en capaciteitsopbouw.
ARTIKEL 5.11
Cybercriminaliteit
1. De Partijen erkennen dat cybercriminaliteit een wijdverbreid mondiaal probleem wordt dat multilaterale, regionale en nationale reacties vereist. De Partijen versterken de samenwerking om cybercriminaliteit te voorkomen en te bestrijden door informatie uit te wisselen en praktische samenwerking, overeenkomstig hun respectieve rechtskader en wetgeving en de relevante internationale rechtsinstrumenten inzake cybercriminaliteit. De Partijen streven ernaar waar nodig samen te werken bij de ontwikkeling van doeltreffende wetgeving, beleidsmaatregelen en praktijken ter voorkoming en bestrijding van cybercriminaliteit, waar deze zich ook voordoet.
2. De Partijen wisselen in voorkomend geval binnen hun respectieve rechtskaders informatie uit op een aantal gebieden, waaronder de opleiding van cybercriminaliteitsonderzoekers, het verrichten van onderzoeken in verband met cybercriminaliteit en digitaal forensisch onderzoek.
HOOFDSTUK 6
SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN RECHT, VRIJHEID EN VEILIGHEID
ARTIKEL 6.1
Migratie en internationale bescherming van vluchtelingen
1. De Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan een doeltreffende aanpak van migratiestromen en komen overeen hun samenwerking op het gebied van migratievraagstukken te versterken op basis van het beginsel van nationale soevereiniteit, gedeelde verantwoordelijkheid en aanverwante kwesties, zoals de potentiële economische, sociale en culturele bijdrage van migranten aan de landen van herkomst, doorreis en bestemming.
2. De Partijen richten zich in het bijzonder op:
a) de hoofdoorzaken van migratie;
b) de vergemakkelijking van het verkeer van hun onderdanen tussen hun grondgebieden overeenkomstig het toepasselijke recht en de respectieve bevoegdheden;
c) de volledige eerbiediging van de mensenrechten van alle migranten en hun gezinnen, alsmede maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;
d) het mainstreamen van een genderperspectief op migratie;
e) gezinshereniging, overeenkomstig het toepasselijke recht, met inbegrip van het internationaal recht inzake de mensenrechten;
f) de biregionale samenwerking voor het voorkomen en bestrijden van migrantensmokkel en mensenhandel, met name van kinderen en personen in kwetsbare situaties, waaronder vrouwen die gevaar lopen, en voor de bescherming van slachtoffers, overeenkomstig het Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, aangenomen te New York op 15 november 2000, en de aanvullende protocollen inzake mensenhandel en smokkel van migranten;
g) de regelmatige uitwisseling van informatie over wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die van toepassing zijn op migranten, en van ervaringen met migratievraagstukken;
h) kwesties die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de relevante internationale instrumenten voor de bescherming van vluchtelingen en asielzoekers;
i) het verkennen van mogelijkheden voor samenwerking op regionaal niveau op het gebied van vrijwillige hervestiging en andere vormen van toelating op humanitaire gronden van vluchtelingen, als onderdeel van het vinden van collectieve oplossingen voor het groeiende mondiale verschijnsel van grote vluchtelingenstromen; en
j) biregionale samenwerking ter voorkoming van irreguliere migratie.
3. De Partijen werken samen om een veilige, ordelijke en reguliere migratie te waarborgen, door hun eigen onderdanen die irregulier op het grondgebied van een andere Partij verblijven, over te nemen, en de strijd aan te gaan tegen mensenhandel en de migrantensmokkel. Zij werken ook samen aan de uitwisseling van informatie en aan de uitwisseling van gegevens en statistieken over migratie.
4. Elke lidstaat van de EU en elke ondertekenende Mercosur-staat neemt op verzoek van de andere Partij zijn eigen onderdanen over die irregulier op het grondgebied van de andere Partij verblijven. Daartoe wordt voorzien in passende reisdocumenten die een doeltreffende terugkeer waarborgen. De Partijen waarborgen een veilige en waardige behandeling van irreguliere migranten. De terugkeer van niet-toegelaten personen wordt ook gewaarborgd onder menselijke, waardige en billijke voorwaarden, overeenkomstig het toepasselijke recht, met inbegrip van de rechtsmiddelen waarin dat recht voorziet.
5. Op verzoek van een van de Partijen streven de ondertekenende Mercosur-staten afzonderlijk en de EU of een van de lidstaten afzonderlijk naar onderhandelingen over en sluiting van specifieke overeenkomsten, teneinde de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten voor de identificatie en documentatie van over te nemen onderdanen die irregulier op het grondgebied van de andere Partij verblijven, verder te vergemakkelijken. Dergelijke overeenkomsten zouden ook betrekking hebben op de overname van personen die niet hun onderdanen zijn, maar in het bezit zijn van een door een van de Partijen afgegeven geldige verblijfsvergunning of die rechtstreeks vanuit het grondgebied van de ene Partij het grondgebied van de andere Partij zijn binnengekomen.
6. De Partijen bevorderen de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot de internationale bescherming van vluchtelingen, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties betreffende de status van vluchtelingen, gedaan te Genève op 28 juli 1951, en van het bijbehorende Protocol van 1967, en andere relevante regionale en internationale instrumenten om de eerbiediging van het beginsel van “non-refoulement” te waarborgen. De Partijen richten zich met name op het verkennen van mogelijkheden voor samenwerking op regionaal niveau op het gebied van vrijwillige hervestiging en andere vormen van toelating op humanitaire gronden van vluchtelingen, als onderdeel van het vinden van collectieve oplossingen voor het groeiende mondiale verschijnsel van grote vluchtelingenstromen.
ARTIKEL 6.2
Samenwerking op juridisch en justitieel gebied
1. De Partijen komen overeen justitiële samenwerking in burgerlijke zaken uit te bouwen, met name wat betreft de onderhandeling, ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.
2. De Partijen komen overeen de justitiële samenwerking in strafzaken te versterken op basis van de desbetreffende normen van de VN, internationale en regionale organisaties zoals de Raad van Europa en de Organisatie van Amerikaanse Staten, met name op het gebied van wederzijdse rechtshulp, uitlevering en overbrenging van gevangenen.
ARTIKEL 6.3
Samenwerking bij de bestrijding van het wereldwijde drugsprobleem
1. De Partijen werken, op basis van het beginsel van gemeenschappelijke en gedeelde verantwoordelijkheid, samen om te zorgen voor een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van alle aspecten van het wereldwijde drugsprobleem, met inbegrip van uitdagingen zoals nieuwe psychoactieve stoffen. In dit verband zijn het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs gericht op het versterken van de structuren, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt, en op het doeltreffender voorkomen dat chemische precursoren onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen.
2. De Partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken. De acties worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen naar het voorbeeld van met name de drie VN-verdragen inzake drugscontrole van 1961, 1971 en 1988 en het slotdocument van de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN over het wereldwijde drugsprobleem, dat op 19 april 2016 in New York is aangenomen.
3. De Partijen komen overeen de ontwikkeling van beleid en maatregelen ter bestrijding van het wereldwijde drugsprobleem te ondersteunen en aan te moedigen.
ARTIKEL 6.4
Samenwerking bij de bestrijding van corruptie en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, witwaspraktijken en de financiering van terrorisme
1. Overeenkomstig hun interne wet- en regelgeving en de toepasselijke bilaterale en internationale instrumenten, zoals het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, aangenomen te New York op 15 december 2000, en de bijbehorende protocollen, en het VN-Verdrag tegen corruptie, aangenomen te New York op 31 oktober 2003, versterken de Partijen hun samenwerking bij de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en corruptie, met inbegrip van preventie- en onderzoeksactiviteiten, de vervolging van daders en wederzijdse rechtshulp.
2. De Partijen zijn het erover eens dat moet worden gestreefd naar een doeltreffende preventie en bestrijding van het gebruik van hun financiële instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen voor de financiering van terrorisme en het witwassen van de opbrengsten van criminele activiteiten, waaronder drugshandel, mensenhandel, met name van kinderen, van vrouwen die risico lopen, en andere personen in kwetsbare situaties, wapenhandel en corruptie, overeenkomstig de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (hierna “FATF” genoemd) en rekening houdend met de werkzaamheden van de Latijns-Amerikaanse Financiële Actiegroep (hierna “Gafilat” genoemd).
3. De Partijen komen overeen samen te werken om witwassen en terrorismefinanciering te bestrijden en te voorkomen en te zorgen voor een effectieve en volledige uitvoering van de FATF-aanbevelingen, rekening houdend met de werkzaamheden van de Gafilat. Deze samenwerking strekt zich uit tot de opsporing, identificatie, inbeslagneming, verbeurdverklaring, invordering en teruggave van vermogensbestanddelen of middelen die zijn verkregen uit de opbrengsten van misdrijven.
4. De in lid 3 bedoelde samenwerking maakt het mogelijk relevante informatie uit te wisselen in het kader van de wet- en regelgeving van elke Partij en in overeenstemming met de internationale normen ter voorkoming en bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met inachtneming van de aanbevelingen van de FATF en rekening houdend met de werkzaamheden van de Gafilat.
5. De Partijen komen overeen, met inachtneming van en in overeenstemming met hun respectieve wet- en regelgeving en de toepasselijke bilaterale en internationale instrumenten, maatregelen te nemen ter ondersteuning van de identificatie, opsporing, bevriezing, inbeslagneming en verbeurdverklaring van de opbrengsten van criminele activiteiten.
ARTIKEL 6.5
Persoonsgegevens
1. De Partijen erkennen het belang van het bevorderen en beschermen van het grondrecht op de eerbiediging van het privéleven en de gegevensbescherming, met inbegrip van de veiligheid van persoonsgegevens, als een centrale factor van het vertrouwen van de consument in de digitale economie en een essentieel element voor de verdere ontwikkeling van commerciële uitwisselingen en samenwerking op het gebied van rechtshandhaving.
2. De Partijen werken samen om de doeltreffende bescherming van de rechten als bedoeld in lid 1 te waarborgen, ook in het kader van de voorkoming en bestrijding van terrorisme en andere grensoverschrijdende misdrijven. Bij de samenwerking op bilateraal en multilateraal niveau wordt rekening gehouden met bestaande internationale verbintenissen en, in voorkomend geval, met de respectieve wet- en regelgeving van de Partijen. Dit kan capaciteitsopbouw, technische bijstand en de uitwisseling van informatie en deskundigheid omvatten.
ARTIKEL 6.6
Consulaire bescherming
1. Elke ondertekenende Mercosur-staat stemt ermee in dat de diplomatieke en consulaire autoriteiten van elke vertegenwoordigde EU-lidstaat bescherming bieden aan alle onderdanen van een EU-lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging op zijn grondgebied beschikt die effectief in staat is in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken EU-lidstaat.
2. Elke EU-lidstaat stemt ermee in dat de diplomatieke en consulaire autoriteiten van elke vertegenwoordigde ondertekenende Mercosur-staat bescherming bieden aan alle onderdanen van een ondertekenende Mercosur-staat die niet over een permanente vertegenwoordiging op zijn grondgebied beschikt die in een bepaald geval consulaire bescherming kan bieden.
HOOFDSTUK 7
SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DUURZAME ONTWIKKELING
ARTIKEL 7.1
Doelstellingen en werkwijzen
1. De Partijen bevestigen opnieuw hun verbintenis om duurzame en inclusieve economische ontwikkeling te bevorderen en bij te dragen tot de beginselen van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling die in 1992 is aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling (hierna de “Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992” genoemd), ondersteund door het slotdocument van de Conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling van 2012, dat is opgenomen in Resolutie 66/288 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 27 juli 2012 getiteld “The Future We Want” (hierna “het slotdocument van de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling van 2012 getiteld “The Future We Want” genoemd) en de Agenda 2030. In dat kader werken de Partijen samen om de SDG’s uit te voeren en te verwezenlijken, in het besef dat het brede en ambitieuze karakter ervan dringend optreden vereist.
2. De Partijen erkennen het belang van dialoog en samenwerking als essentieel voor het aanpakken van de uitdagingen in verband met de verwezenlijking van de SDG’s en erkennen verder het belang van betrokkenheid van meerdere belanghebbenden, waaronder de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld, bij internationale samenwerking.
3. De Partijen streven ernaar de economische groei te consolideren op een wijze die ongelijkheden vermindert en de beginselen van duurzame ontwikkeling eerbiedigt.
4. De Partijen bevorderen duurzame consumptie- en productiepatronen en vergroten het bewustzijn van de economische en sociale kosten van milieuschade en de gevolgen daarvan voor het welzijn van de mens.
5. De Partijen bevorderen duurzame ontwikkeling door middel van dialoog, de uitwisseling van goede praktijken, goed bestuur en goed financieel beheer.
6. De Partijen hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk het uitbannen van armoede en het ondersteunen van inclusieve economische ontwikkeling, en zij werken waar mogelijk samen om dit doel te bereiken.
7. De Partijen werken samen om de uitvoering te versterken van de Agenda 2030 en de methoden voor follow-up, de verantwoordingsplicht ten aanzien van hun burgers over de uitvoering van de resultaten in verband met het toezicht op de Agenda 2030 en de evaluatie van samenwerkingsacties, met inbegrip van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens, rekening houdend met het effect op het terrein.
8. Aangezien gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes essentieel zijn voor duurzame ontwikkeling, zullen de Partijen verdere samenwerkingsmogelijkheden onderzoeken.
9. De Partijen bevorderen structuren voor Zuid-Zuid- en trilaterale samenwerking. Deze samenwerking omvat het opzetten van gezamenlijke initiatieven met derde landen om samen te werken ter ondersteuning van het ontwerp en de uitvoering van meerlagige strategieën voor de Agenda 2030 en alle andere relevante toekomstige biregionale en internationale overeenkomsten inzake duurzame ontwikkeling.
10. De Partijen zijn zich bewust van het alomvattende karakter van de SDG’s. In dit verband moeten de Partijen innovatieve partnerschappen aanmoedigen, waarbij een multistakeholderbenadering wordt gehanteerd om internationale ontwikkelingsinitiatieven te bevorderen en uit te voeren. Deze partnerschappen kunnen de particuliere sector, het georganiseerde maatschappelijk middenveld, filantropische organisaties en lokale en regionale overheden omvatten.
11. De Partijen erkennen het belang van een alomvattende aanpak van sociale ontwikkeling, die hand in hand moet gaan met economische ontwikkeling en ecologische duurzaamheid. Zij geven prioriteit aan de bevordering van volledige werkgelegenheid, sociale inclusie en cohesie, alsook aan de participatie van het maatschappelijk middenveld. Overeenkomstig de doelstellingen van SDG 8 bevorderen zij fatsoenlijk werk voor iedereen, zoals bepaald in de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna “IAO” genoemd) over sociale rechtvaardigheid voor een eerlijke mondialisering, die de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 97e zitting op 10 juni 2008 in Genève heeft aangenomen (hierna de “IAO-verklaring over sociale rechtvaardigheid voor een eerlijke mondialisering” genoemd).
ARTIKEL 7.2
Uitvoering van EU-Mercosur en bilaterale samenwerking
1. De bepalingen van deze overeenkomst hebben geen invloed op de uitvoering van programma’s, projecten en activiteiten in het kader van de interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking van 1995 en doen geen afbreuk aan lopende of toekomstige bilaterale samenwerking die is ontwikkeld op basis van bilaterale programmeringsinstrumenten, zoals indicatieve programma’s of andere relevante instrumenten.
2. De samenwerking vindt plaats in overeenstemming met de desbetreffende internationaal overeengekomen beginselen en beleidsmaatregelen die beide Partijen hebben onderschreven, en in overeenstemming met het relevante wetgevingskader van de EU enerzijds en van de Mercosur en zijn ondertekenende staten anderzijds.
ARTIKEL 7.3
Faciliteringsregelingen
De Partijen zorgen, in voorkomend geval, voor de douane- en belastingvrijstellingen en de visumfaciliteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de samenwerkingsinitiatieven die in het kader van dit deel van de overeenkomst en in het kader van het samenwerkingsprotocol zijn overeengekomen.
ARTIKEL 7.4
Samenwerking op het gebied van openbaar bestuur
De Partijen zetten samenwerking en dialoog op om acties vast te stellen die gericht zijn op het ontwikkelen van capaciteiten voor het ontwerp, de doeltreffende uitvoering en de evaluatie van overheidsbeleid. In dit verband werken de Partijen samen op het gebied van overheidsdiensten en ‑instellingen met het oog op de versterking van de institutionele capaciteit, onder meer door de overdracht van expertise en de opleiding van overheidspersoneel te bevorderen, de beheersprocessen van overheidsdiensten te verbeteren en de modernisering van de regelgevingskaders voor de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst te vergemakkelijken.
ARTIKEL 7.5
Milieu
1. Het doel van samenwerking op milieugebied moet zijn bij te dragen tot de bescherming, het behoud en het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en tot de bevordering van duurzame ontwikkeling door middel van coördinatie, integratie en wederzijds ondersteunende overweging van de drie dimensies ervan — economisch, sociaal en ecologisch — in overeenstemming met de beginselen van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992, ondersteund door het slotdocument van de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling van 2012 getiteld “The Future We Want” en de Agenda 2030, en rekening houdend met de verschillende nationale realiteiten, capaciteiten en ontwikkelingsniveaus en met inachtneming van nationale beleidsmaatregelen en prioriteiten.
2. De samenwerking op milieugebied moet zich in het bijzonder richten op:
a) de uitwisseling van informatie, technische expertise, milieupraktijken en ervaringen met programma’s, projecten en regelgeving ter bevordering van de bescherming, het behoud, het herstel en het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en duurzame ontwikkeling, met name met betrekking tot de toepasselijke wetgeving, internationale verbintenissen en doelstellingen;
b) de uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten en de resultaten van de Milieuvergadering van de VN en de bevordering van milieudoelstellingen;
c) de integratie van milieuoverwegingen in alle samenwerkingssectoren;
d) de instandhouding en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen, ongeacht de vorm ervan, door middel van passende toegang tot die rijkdommen, overeenkomstig de nationale wetgeving, alsmede de samenwerking op het gebied van water, chemische stoffen, afval en andere onderling overeengekomen prioritaire gebieden;
e) de samenwerking en aanmoediging van de ontwikkeling, bekendmaking, verspreiding en overdracht van milieuvriendelijke technologieën aan ontwikkelingslanden tegen gunstige voorwaarden, ook tegen concessionele en preferentiële voorwaarden, zoals onderling overeengekomen;
f) het vergroten van de beschikbaarheid in ontwikkelingslanden van de uitvoeringsmiddelen met het oog op de volledige verwezenlijking van de nationale strategieën voor duurzame ontwikkeling, het erkennen van de urgentie die met het oog op het brede en ambitieuze karakter ervan vereist is, en het faciliteren van de participatie van belanghebbenden, waar nodig. In het kader van deze overeenkomst moet de samenwerking op milieugebied ook de ontwikkeling van milieuvriendelijke infrastructuur bevorderen.
ARTIKEL 7.6
Duurzame stedelijke ontwikkeling
1. De Partijen erkennen het belang van beleid ter bevordering van duurzame stedelijke ontwikkeling en van de noodzaak om bij te dragen tot de doeltreffende uitvoering van de nieuwe stedelijke agenda die is aangenomen door de VN-conferentie over huisvesting en duurzame stedelijke ontwikkeling (Habitat III) en de aspecten van de Agenda 2030 die relevant zijn voor duurzame stedelijke ontwikkeling.
2. De Partijen bevorderen samenwerking en partnerschap tussen alle belangrijke actoren die van belang zijn voor het beleid en de praktijk op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling, met name betreffende manieren om stedelijke uitdagingen op geïntegreerde en alomvattende wijze aan te pakken.
3. De Partijen bevorderen het delen van kennis en de uitwisseling van ervaringen op het gebied van, onder meer, beleid inzake rampenrisicovermindering en -beheer dat gericht is op het versterken van de veerkracht van steden en menselijke nederzettingen. De Partijen doen dit onder meer door de ontwikkeling van hoogwaardige infrastructuur en ruimtelijke ordening en de uitvoering van stedelijke ontwikkelingsplannen. In deze plannen moet rekening worden gehouden met belangrijke thema’s zoals het effectieve gebruik van hernieuwbare energiebronnen, stedelijke inclusie, rekening houdend met de verschillende niveaus van verstedelijking in het Mondiale Zuiden, en financieringsmechanismen voor stadsontwikkelingsprojecten op lokaal, nationaal en regionaal niveau.
4. Daartoe verbinden de Partijen zich ertoe, waar mogelijk, de concrete mogelijkheden voor decentrale samenwerking tussen steden op regionaal en internationaal niveau uit te breiden, teneinde het stedelijke bestuur en de capaciteitsopbouw te verbeteren door de uitwisseling van ervaringen en praktijken, alsook door wederzijds leren over duurzame oplossingen voor stedelijke uitdagingen.
ARTIKEL 7.7
Klimaatverandering
1. De Partijen erkennen dat de wereldwijde dreiging van klimaatverandering een zo breed mogelijke samenwerking van alle landen vereist om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zich aan te passen aan de negatieve gevolgen van de klimaatverandering op een wijze die de voedselproductie niet in gevaar brengt, waarbij de ontwikkelde landen het voortouw blijven nemen. De Partijen herhalen hun gehechtheid aan de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gedaan te New York op 9 mei 1992 (hierna “UNFCCC” genoemd), waarin billijkheid en het beginsel van gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en daaraan gerelateerde vermogens worden weerspiegeld, in het licht van de verschillende nationale omstandigheden.
2. De Partijen werken, waar passend, samen op het gebied van handelsgerelateerde klimaatveranderingskwesties, zowel bilateraal, regionaal als in relevante internationale fora. In dit verband, erkennend dat handel een belangrijke rol speelt bij de respons op de dringende dreiging van klimaatverandering, blijft elke Partij te goeder trouw partij bij het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs 2 .
3. De Partijen komen overeen dat lid 2, tweede zin, een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
4. Niets in dit artikel doet afbreuk aan het recht van een Partij om gebruik te maken van procedures voor geschillenbeslechting die beschikbaar zijn in het kader van een andere internationale overeenkomst waarbij de Partijen partij zijn, met inbegrip van de WTO-overeenkomst.
5. Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden en op basis van het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs versterken de Partijen de samenwerking en de beleidsdialoog om de overgang naar de ontwikkeling van lage broeikasgasemissies te stimuleren, overeenkomstig hun verantwoordelijkheden en capaciteiten, en informatie en ervaringen uit te wisselen over onder meer:
a) de strijd tegen de klimaatverandering, op basis van billijkheid en wetenschappelijk bewijs, met name door de uitvoering van hun respectieve nationaal bepaalde bijdragen en verdere samenwerking op het gebied van mitigatie- en adaptatiemaatregelen voor de doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst van Parijs;
b) de versterking van publieke en private partnerschappen die maatregelen ter bestrijding van klimaatverandering en aanpassing aan de negatieve gevolgen ervan doeltreffend kunnen ondersteunen;
c) de bevordering van gezamenlijke actie op het gebied van onderzoek, ontwikkeling, verspreiding, uitrol en overdracht van technologie om de weerbaarheid tegen de klimaatverandering te verbeteren en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, onder meer door middel van bedrijfsgerichte dialogen;
d) de monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies en de ontwikkeling en uitvoering van mitigatie- en adaptatieprogramma’s;
e) de verwezenlijking van de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en het scheppen van voorwaarden om de ontwikkeling van lage broeikasgasemissies te bevorderen, het vermogen om zich aan te passen aan de negatieve gevolgen van de klimaatverandering te vergroten en de klimaatbestendigheid te bevorderen op een wijze die de voedselproductie niet in gevaar brengt, overeenkomstig artikel 2 van de Overeenkomst van Parijs;
f) de snelle ontwikkeling van het transparantiekader van de Overeenkomst van Parijs voor acties en ondersteunende bepalingen, met inbegrip van beleidsdialoog en samenwerking op onderling overeengekomen prioritaire gebieden;
g) de bevordering van binnenlandse klimaatbeleidsmaatregelen en -programma’s in het kader van de Overeenkomst van Parijs in verband met mitigatie en aanpassing, onder meer op het gebied van ontbossing en bosdegradatie en -herstel, alsmede middelen ter bevordering van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, duurzaam vervoer en duurzame en klimaatbestendige ontwikkeling van infrastructuur; en
h) de versterking van andere gebieden van de bilaterale dialoog over het beleid inzake matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering of andere kwesties van wederzijds belang die zich kunnen voordoen, onder meer in andere gerelateerde multilaterale fora zoals de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, de Internationale Maritieme Organisatie en het Protocol van Montréal, gesloten te Montréal op 16 september 1987, en de wijziging van Kigali daarbij, indien van toepassing.
6. Daartoe komen de Partijen overeen de samenwerking en de uitwisseling van informatie en ervaringen op dit gebied te verbeteren en hun bestaande verplichtingen uit hoofde van het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs gestand te blijven doen. Daartoe zullen de ontwikkelde landen financiële middelen beschikbaar stellen voor mitigatie en adaptatie en klimaatfinanciering mobiliseren uit een breed spectrum van bronnen, instrumenten en kanalen, rekening houdend met de behoeften en prioriteiten van de Partijen die ontwikkelingslanden zijn, alsook met andere uitvoeringsmiddelen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.
ARTIKEL 7.8
Oceanen en zeeën
1. De Partijen erkennen het belang van de instandhouding en het duurzame gebruik van mariene hulpbronnen, met inbegrip van het duurzame en verantwoorde beheer van visserij, aquacultuur en andere maritieme activiteiten, en hun bijdrage aan het bieden van ecologische, economische en sociale kansen voor de huidige en toekomstige generaties, in het kader van het duurzame gebruik en de instandhouding van de oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen, met als langetermijndoelstelling de verbetering van de toestand van de oceanen, onder meer door het kader van internationale instellingen en fora waar nodig te versterken.
2. Op een wijze die in overeenstemming is met hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, met name het Unclos, verbinden de Partijen zich ertoe:
a) samen te werken om SDG 14 — “Behoud en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen” — van de Agenda 2030 te verwezenlijken;
b) in voorkomend geval, betere samenwerking en overleg te bevorderen binnen en tussen bevoegde internationale organisaties, instrumenten en organen, indien van toepassing;
c) doeltreffende monitoring-, controle- en bewakingsmaatregelen vast te stellen om de doeltreffende uitvoering van visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen te waarborgen;
d) binnen de VN samen te werken aan de ontwikkeling van een internationaal juridisch bindend instrument in het kader van het Unclos inzake de instandhouding en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht; en
e) waar passend samen te werken in relevante subregionale, regionale en multilaterale organen waarbij de Partijen betrokken zijn als lid, waarnemer of samenwerkende niet-verdragsluitende partij, teneinde SDG 14 en andere daarmee verband houdende SDG’s te verwezenlijken.
3. De Partijen komen overeen de dialoog en de samenwerking te versterken met betrekking tot:
a) de ondersteuning van duurzame visserijproductie en viskwekerij, en met name het behoud van visbestanden, met inbegrip van mogelijke interregionale samenwerking op verschillende gebieden, afhankelijk van het belang van de kuststaat, zoals wetenschappelijke, technologische, industriële, economische en commerciële samenwerking, alsmede institutionele opbouw en opleiding;
b) de ondersteuning van het ontwikkelen van een ecologisch verantwoorde en economisch concurrerende aquacultuurbedrijfstak;
c) de ondersteuning van marien wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van onderzoeks- en technologische capaciteit, alsmede het bevorderen van wetenschappelijk onderbouwde beslissingen;
d) de uitwisseling van beste praktijken inzake de duurzame ontwikkeling van maritieme economische activiteiten van belang voor de Partijen, zoals oceaanenergie, scheepvaart, kust- en maritiem toerisme of mariene biotechnologie;
e) de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (hierna “IOO-visserij” genoemd), met inbegrip van, in voorkomend geval, de uitwisseling van informatie over IOO-activiteiten en steun voor de opbouw van de technische en administratieve capaciteit om IOO-visserij aan te pakken;
f) de ontwikkeling van gebiedsgerichte instandhoudingsmaatregelen en beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, overeenkomstig nationaal en internationaal recht en gebaseerd op de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens, om kust- en mariene gebieden en hulpbronnen te beschermen en te herstellen;
g) de vermindering van de druk op de oceanen, onder meer door de bestrijding van zwerfvuil op zee en verontreiniging, inclusief door bronnen op het land en maritieme menselijke activiteiten;
h) de bevordering van mariene ruimtelijke ordening en het geïntegreerde beheer van kustgebieden; en
i) de aanpak van klimaatgerelateerde kwesties zoals aanpassing aan en beperking van broeikasgasemissies, de stijging van de zeespiegel, de verzuring van oceanen en kustgebieden, en luchtverontreiniging.
ARTIKEL 7.9
Samenwerking op energiegebied
1. De Partijen streven ernaar de uitwisseling van ideeën, ervaringen en beste praktijken te vergemakkelijken met betrekking tot de wijze waarop de toegang tot veilige, duurzame en betaalbare energie kan worden verbeterd, onder meer door het bevorderen van nieuwe investeringen en de overdracht van technologie tussen publieke en particuliere marktdeelnemers van de Partijen, met name met betrekking tot elektriciteit, koolwaterstoffen, hernieuwbare energie, met inbegrip van duurzame productie en duurzaam gebruik, biobrandstoffen en het efficiënte gebruik van energie.
2. De samenwerking uit hoofde van dit artikel, gebaseerd op het beginsel van het soevereine recht van staten om hun eigen natuurlijke hulpbronnen te beheren, met het oog op de toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen, neemt onder meer de vorm aan van:
a) samenwerking tussen instellingen die zich bezighouden met beleids-, plannings- en modelleringskwesties in de energiesector;
b) uitwisseling van wetenschappelijke, technische en andere resultaten van onderzoek op energiegebied, ervaringen, publicaties, informatie en gegevens, met inbegrip van de ontwikkeling van gezamenlijke databanken die door de exploitanten van de Partijen worden gedeeld, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van elke Partij;
c) bevordering van gezamenlijke conferenties en technische opleiding, ook op postdoctoraal niveau;
d) technologieoverdracht, met name die welke verband houdt met hernieuwbare energiebronnen;
e) bevordering van haalbaarheidsstudies en uitvoering van gezamenlijke projecten in de energiesector tussen publieke en particuliere marktdeelnemers en onderzoeksinstellingen van de Partijen;
f) deelname van economische actoren uit de twee regio’s aan gezamenlijke projecten op het gebied van technologie, ontwikkeling en infrastructuur, met inbegrip van netwerken met andere landen; en
g) rationalisering en geleidelijke afschaffing van inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen die verspilling aanmoedigen, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften en voorwaarden van ontwikkelingslanden, en het mogelijk nadelige effect op hun ontwikkeling tot een minimum wordt beperkt op een wijze die armen en getroffen gemeenschappen beschermt.
ARTIKEL 7.10
Samenwerking op het gebied van grondstoffen
De Partijen werken samen op het gebied van grondstoffen met het oog op onder meer:
a) de bevordering van efficiënte, flexibele, concurrerende en transparante internationale markten;
b) de bevordering van de uitwisseling van marktgegevens op het gebied van grondstoffen;
d) de bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van grondstoffen;
e) de bevordering van de uitwisseling van informatie en beste praktijken inzake de ontwikkelingen van het binnenlands beleid; en
f) de bevordering van normen inzake veiligheid en milieubescherming voor offshore-mijnbouwactiviteiten, door de transparantie te vergroten en informatie uit te wisselen, onder meer over de veiligheid van de industrie en de milieuprestaties.
HOOFDSTUK 8
SOCIAAL, ECONOMISCH EN CULTUREEL PARTNERSCHAP
ARTIKEL 8.1
Doelstellingen
1. In het kader van hun samenwerking erkennen de Partijen dat alle volkeren het recht hebben hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na te streven. De Partijen erkennen dat de sociale en de economische ontwikkeling gelijke tred moeten houden, en komen overeen samen te werken om de sociale inclusie en cohesie te verbeteren door armoede, onrechtvaardigheid en ongelijkheid terug te dringen.
2. De belangrijkste doelstellingen van de economische samenwerking zijn bij te dragen tot de uitbreiding, diversificatie en verdieping van de economische en commerciële banden tussen de Partijen, de versterking van de productiesector, met bijzondere aandacht voor kmo’s, het scheppen van nieuwe kansen en het vergroten van het internationale concurrentievermogen en innovatie, en het versterken van het proces van regionale economische integratie.
3. De economische samenwerking moet worden versterkt om bij te dragen tot het verlichten van de economische gevolgen die kunnen voortvloeien uit de structurele veranderingen die uit deze overeenkomst voortkomen.
4. Alle maatregelen die kunnen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de regionale integratie of tot de versterking van de interregionale betrekkingen op sociaal, economisch en cultureel gebied tussen de Partijen, moeten worden aangemoedigd.
ARTIKEL 8.2
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
1. De Partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen overeenkomstig internationale normen, zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid.
2. De Partijen ondersteunen de verspreiding en uitvoering, op vrijwillige basis, van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, waarbij zij het belang van een uitgebreide discussie met alle belanghebbenden benadrukken.
3. De Partijen bevorderen de vrijwillige opname door ondernemingen in hun interne beleid van de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen of verantwoord ondernemerschap, onder meer door de toepassing van relevante praktijken aan te moedigen, in overeenstemming met de in dit artikel bedoelde internationale instrumenten.
ARTIKEL 8.3
Industriële samenwerking, zakelijke kansen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en ondernemers
1. De Partijen erkennen het belang van het bevorderen van kmo’s en het versterken van de industrie om inclusieve en duurzame economische groei in alle regio’s te bevorderen, hogere niveaus van sociale cohesie te bevorderen en territoriale kloven te dichten, waardoor de kansengelijkheid in achterstandsgebieden wordt verbeterd. De Partijen erkennen dat de bevordering van het concurrentievermogen van kmo’s een positieve bijdrage levert aan een versterkt sociaal weefsel, door het scheppen van banen en armoedebestrijding, alsook door het verminderen van andere economische gevolgen die kunnen voortvloeien uit structurele veranderingen als gevolg van deze overeenkomst.
2. De Partijen ondersteunen de economische empowerment van vrouwen voor ondernemerschap en het oprichten van bedrijven.
3. De Partijen bevorderen de industriële samenwerking en versterken de samenwerking op het gebied van kmo’s, teneinde de productiviteit te verhogen en het concurrentievermogen te verbeteren tot stimulering van handel en investeringen tussen de Partijen en tegelijkertijd een evenwicht te vinden tussen de mogelijkheden die deze overeenkomst aan beide Partijen biedt.
4. De Partijen bevorderen een aantrekkelijk en stabiel klimaat voor meer wederzijds voordelige zakelijke kansen, onder meer voor kmo’s, en verbinden zich ertoe de samenwerking te versterken om bij te dragen tot de uitbreiding, diversificatie en verdieping van de economische en commerciële banden tussen de Partijen.
5. De Partijen komen overeen de ontwikkeling van kmo’s te bevorderen, waarbij zowel plattelands- als stedelijke ondernemingen worden betrokken, en hun introductie op internationale markten aan te moedigen.
6. De uitvoering van dit artikel kan de volgende acties omvatten, die betrekking hebben op alle soorten ondernemingen, met inbegrip van kmo’s:
a) de ondersteuning van regelmatige contacten tussen de bedrijfssectoren van de Partijen door middel van business-to-business en cluster-tot-clusterevenementen of -missies, handelsbeurzen, seminars en rondetafelgesprekken, teneinde de identificatie en verspreiding van informatie over zakelijke mogelijkheden voor investeringen, industriële en technologische samenwerking op gebieden van wederzijds belang te bevorderen en informatienetwerken en samenwerking tussen marktdeelnemers, met name kmo’s en clusters, te bevorderen;
b) de uitwisseling van beste praktijken ter ondersteuning van industriële ontwikkeling, innovatieprocessen en industriebeleid, met inbegrip van de versterking van het regionale industriebeleid om het concurrentievermogen in industriesectoren van wederzijds belang te vergroten;
c) de bevordering van industriële samenwerkingsprojecten, met inbegrip van technologische ontwikkeling en innovatie, in sectoren van wederzijds belang;
d) de bevordering van wederzijdse en gezamenlijke investeringen en de aanmoediging van joint ventures en clusters en het opzetten van associatieve processen in strategische sectoren;
e) de ontwikkeling van mechanismen ter ondersteuning van de ontwikkeling van de particuliere sector, het vergemakkelijken van de toegang tot innovatieve financiering overeenkomstig de wet- en regelgeving van elke Partij en industriële samenwerking ter bevordering van productiviteit, innovatie en concurrentievermogen, met inbegrip van het verstrekken van actuele informatie over beschikbare financieringsinstrumenten voor kmo’s;
f) de ondersteuning van ondernemingen om zich aan te passen aan de huidige trend van automatisering en gegevensuitwisseling op het gebied van productietechnologieën;
g) de bevordering van gezamenlijke projecten van technologie-, industrie- en toepassingsgerichte onderzoekscentra van de EU en de Mercosur; en
h) de versterking van biregionale en mondiale waarde- en toeleveringsketens, met inbegrip van de ontwikkeling van leveranciers voor de industrie.
7. Naast de in lid 4 bedoelde samenwerking komen de Partijen overeen dat samenwerking met betrekking tot kmo’s onder meer betrekking kan hebben op:
a) het faciliteren van de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van overheidsbeleid en ‑programma’s, regelgevingskaders, ervaringen, relevante informatie en knowhow ter bevordering en ondersteuning van ondernemerschap en de oprichting, ontwikkeling en innovatie van kmo’s;
b) het bevorderen van de deelname van kmo’s aan beurzen, commerciële missies en andere mechanismen op lokaal en internationaal niveau;
c) het uitwisselen van beste praktijken ter ondersteuning van de toegang van kmo’s tot markten voor overheidsopdrachten;
d) het voortbouwen op bestaande succesvolle partnerschappen en het ontwikkelen van nieuwe strategische partnerschappen en contacten tussen marktdeelnemers en bedrijfsnetwerken via bestaande of nieuwe horizontale EU- of Mercosur-programma’s voor kmo’s;
e) het ondersteunen van de internationalisering van kmo’s, met inbegrip van samenwerking voor de ontwikkeling van gespecialiseerde websites;
f) het bevorderen van de deelname van kmo’s aan gezamenlijke programma’s en proefprojecten, met name in sectoren als de digitale economie; en
g) het aanbieden van ondersteuning en expertise op het gebied van bedrijfsontwikkelingsdiensten, met inbegrip van kwaliteitsbeheersystemen, en het bevorderen van e-handel ter versterking van kmo’s.
ARTIKEL 8.4
Belastingzaken
De Partijen komen overeen biregionaal samen te werken op belastinggebied en zich ertoe te verbinden de mondiale normen inzake transparantie en informatie-uitwisseling, alsmede de minimumnormen tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS), toe te passen.
ARTIKEL 8.5
Macro-economische dialoog
De Partijen bevorderen de uitwisseling van informatie over hun respectieve macro-economische trends en beleid en de uitwisseling van hun ervaringen, met coördinatie van hun macro-economische beleid. Daartoe streven de Partijen ernaar de dialoog tussen hun autoriteiten over macro-economische aangelegenheden te verdiepen. De samenwerking op dit gebied kan de organisatie van seminars en conferenties omvatten.
ARTIKEL 8.6
Samenwerking op het gebied van consumentenrechten
De Partijen erkennen het belang van het waarborgen van een hoog niveau van consumentenbescherming en streven daartoe naar samenwerking op het gebied van consumentenbeleid. De Partijen komen overeen dat de samenwerking op dit gebied voor zover mogelijk kan inhouden:
a) de uitwisseling van informatie over hun respectieve kaders voor consumentenbescherming, onder meer over consumentenwetgeving, de veiligheid van consumentenproducten, verhaalmogelijkheden voor consumenten en de handhaving van de consumentenwetgeving;
b) de bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten; en
c) de uitwisseling van informatie en de bevordering van gezamenlijke activiteiten tussen de consumentenorganisaties van beide Partijen, mits zij daarmee instemmen.
ARTIKEL 8.7
Samenwerking op het gebied van statistiek
De Partijen werken samen op het gebied van statistiek met het oog op de vergelijkbaarheid van de statistische gegevens tussen de ondertekenende Mercosur-staten en tussen de Mercosur en de Europese Unie. De activiteiten kunnen worden ontwikkeld in de vorm van onder meer:
a) steun voor de versterking van een statistisch systeem dat is opgezet op basis van administratieve structuren en rechtsgrondslagen die aan de eisen met betrekking tot statistische informatie kunnen voldoen;
b) steun voor de toepassing van goede statistische praktijken op basis van internationaal erkende normen;
c) de ontwikkeling van vergelijkbare statistische informatie, voornamelijk gericht op de handel in goederen en diensten en buitenlandse directe investeringen, alsmede op de ontwikkeling van vergelijkbare macro-economische indicatoren; en
d) de uitwisseling van goede praktijken en ervaringen, onder meer door middel van opleiding, workshops en studiebezoeken.
ARTIKEL 8.8
Onderzoek en innovatie
1. De Partijen werken samen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie op basis van gemeenschappelijk belang en wederzijds voordeel en overeenkomstig hun respectieve wetgeving. Deze samenwerking is gericht op het bevorderen van duurzame ontwikkeling, het aanpakken van mondiale uitdagingen, het bereiken van wetenschappelijke excellentie, het verbeteren van het regionale concurrentievermogen en het versterken van de betrekkingen tussen de Partijen, rekening houdend met hun onderzoeks- en innovatiecapaciteiten en specifieke prioriteiten. De Partijen bevorderen de beleidsdialoog op regionaal niveau en gebruiken hun verschillende instrumenten, waaronder overeenkomsten voor wetenschap, technologie en innovatie, op complementaire wijze.
2. Om de voorwaarden voor samenwerking te verbeteren, streven de Partijen ook naar:
a) meer mobiliteit van onderzoekers, wetenschappers, deskundigen, studenten en ondernemers en het grensoverschrijdende verkeer van wetenschappelijke uitrusting;
b) betere wederzijdse toegang tot elkaars programma’s voor wetenschap, technologie en innovatie, onderzoeksinfrastructuren en -faciliteiten, publicaties en wetenschappelijke gegevens;
c) meer samenwerking op het gebied van normvoorbereidend onderzoek en normalisatie; en
d) bevordering van intellectuele-eigendomsrechten in onderzoeks- en innovatieprojecten.
3. De Partijen bevorderen onder meer de volgende activiteiten van overheidsorganisaties, openbare en particuliere onderzoekscentra, hogeronderwijsinstellingen, innovatieagentschappen en ‑netwerken en andere belanghebbenden, waaronder kmo’s:
a) gezamenlijke initiatieven om meer bekendheid te geven aan programma’s voor wetenschap, technologie, innovatie en capaciteitsopbouw, en aan de mogelijkheden om aan elkaars programma’s deel te nemen;
b) gezamenlijke bijeenkomsten en workshops om informatie en beste praktijken uit te wisselen en gebieden voor gezamenlijk onderzoek aan te wijzen;
c) gezamenlijke onderzoeksacties op gebieden van gezamenlijk belang; en
d) wederzijds erkende beoordeling en evaluatie van de wetenschappelijke samenwerking en verspreiding van de resultaten daarvan.
ARTIKEL 8.9
Samenwerking op het gebied van mededinging
1. De Partijen ontplooien activiteiten voor capaciteitsopbouw op het gebied van het mededingingsbeleid, afhankelijk van de financiële middelen die daarvoor beschikbaar zijn in het kader van de samenwerkingsactiviteiten en -programma’s van de Partijen.
2. De technische bijstand is gericht op institutionele capaciteitsopbouw en opleiding van personeel van de mededingingsautoriteiten, om hen te ondersteunen bij de vaststelling van hun respectieve mededingingsregelingen en doeltreffende handhaving. Doel is het mededingingsrecht op het gebied van concurrentieverstorende praktijken en concentraties tussen ondernemingen te versterken en effectief te handhaven, met inbegrip van belangenbehartiging op het gebied van mededinging.
ARTIKEL 8.10
Samenwerking op het gebied van de digitale economie
1. De samenwerkingsactiviteiten op dit terrein beogen met name de bevordering van:
a) de uitwisseling van ideeën, ervaringen en praktijken op het gebied van informatie- en communicatietechnologie met het oog op de opbouw van een inclusieve informatiemaatschappij, teneinde de digitale kloof te overbruggen door beleidsbeginselen, informatie, ervaringen en goede praktijken uit te wisselen om onze samenwerking te versterken, zowel bij het vormgeven van digitaal beleid en regelgevingskaders, het openstellen van markten en het bespreken van samenwerking op het gebied van onderzoek;
b) het gebruik van ICT als instrument ter bevordering van sociale, culturele en economische ontwikkeling, sociale inclusie en culturele diversiteit, waarbij de nadruk wordt gelegd op de ondernemingsgeest en participatieve samenwerking;
c) de samenwerking op het gebied van regelgevingsaspecten van telecommunicatie- en audiovisueel beleid, met inbegrip van e-handel en uitwisseling van informatie over normen, conformiteitsbeoordeling en typegoedkeuring, waarbij het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector in voorkomend geval bij het proces worden betrokken;
d) de ontwikkeling van e-handel als middel om bij te dragen tot economische groei;
e) het efficiënte beheer van het spectrum, teneinde de beschikbaarheid ervan te maximaliseren en de toewijzing en het gebruik ervan te optimaliseren;
f) beleid en gezamenlijke acties voor de verspreiding, het gebruik en de overdracht van nieuwe ICT, in voorkomend geval met deelname van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector;
g) de samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie op het gebied van ICT binnen het toepasselijke onderzoeks- en innovatiekader;
h) de ontwikkeling van digitale vaardigheden voor alle leeftijden in formele en informele leeromgevingen en het in kaart brengen van opleidingsbehoeften voor de digitale economie, met inbegrip van ICT-professionals;
i) de gezamenlijke formulering van acties ter bevordering van banen en investeringen in kmo’s en voor zelfstandigen, alsook om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van kwetsbare sociale groepen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die ICT biedt;
j) de samenwerking op het gebied van e-overheid en vertrouwensdiensten, zoals elektronische handtekening en elektronische identificatie, met de nadruk op de uitwisseling van beleidsbeginselen, informatie en goede praktijken inzake het gebruik van ICT voor de modernisering van overheidsinstanties, de bevordering van hoogwaardige openbare diensten, de verbetering van organisatorische efficiëntie en een transparant beheer van overheidsmiddelen; en
k) brede politieke coördinatie op internationaal niveau om ervoor te zorgen dat de mondiale internetgovernance de voortzetting en ontwikkeling van een zeer robuuste, dynamische en geografisch diverse internetregeling blijft ondersteunen, voortbouwend op het slotdocument van de WSIS+10 “Implementing World Summit on the Information Society results: a 10-year review”.
2. De Partijen zijn van mening dat het wereldwijde beheer van het internet gebaseerd moet zijn op een transparant en democratisch multistakeholdermodel, met volledige betrokkenheid van onder meer regeringen, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld, de academische wereld, de wetenschappelijke en technologische gemeenschap en internationale organisaties, overeenkomstig hun respectieve taken en verantwoordelijkheden. Dit moet zorgen voor een billijk beheer van middelen en een vrije informatiestroom, de toegang voor iedereen vergemakkelijken en de veerkrachtige, stabiele en veilige werking van het internet waarborgen, rekening houdend met meertaligheid.
3. De Partijen bevestigen opnieuw dat zij vastbesloten zijn samen te werken aan een mensgerichte, inclusieve en op ontwikkeling gerichte informatiemaatschappij en dat zij overeenkomen de standpunten voor de follow-up-mechanismen van de Wereldtop over de informatiemaatschappij (WSIS) en in andere fora of organisaties op het gebied van internetgovernance te blijven coördineren.
4. De Partijen benadrukken dat alles in het werk moet worden gesteld in fora voor internetgovernance om alle landen, met name ontwikkelingslanden, met inbegrip van alle belanghebbenden, binnen hun eigen rol, zoals regeringen, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld, de academische wereld, de wetenschappelijke en technologische gemeenschap en internationale organisaties, te mobiliseren en op zinvolle en doeltreffende wijze deel te laten nemen.
ARTIKEL 8.11
Civiele ruimtevaartactiviteiten
Gezien het positieve effect dat ruimtevaartactiviteiten kunnen hebben op de economische en sociale ontwikkeling en het concurrentievermogen van de industrie, komen de Partijen overeen de samenwerking op het gebied van aangelegenheden van gemeenschappelijk belang op het gebied van civiele ruimtevaartactiviteiten te bevorderen overeenkomstig de naleving en uitvoering van de internationale verdragen en hun respectieve wetgeving, en met name op de volgende gebieden:
a) aardobservatie en aardwetenschap, met inbegrip van samenwerking in multilaterale fora en met name de intergouvernementele Groep voor aardobservaties en het Comité voor aardobservatiesatellieten; met het oog op het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen en het faciliteren van bedrijfs- en innovatiepartnerschappen op het gebied van aardobservatie in het kader van Copernicus door gebieden van gemeenschappelijk belang vast te stellen;
b) satellietcommunicatie; en
c) ander vreedzaam gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van ruimtewetenschap, ruimteverkenning en duurzaamheid van de ruimte.
ARTIKEL 8.12
Vervoer
1. De Partijen komen overeen samen te werken op de relevante terreinen van het vervoersbeleid, met inbegrip van geïntegreerd vervoersbeleid, met het oog op de ontwikkeling en ondersteuning van een doeltreffend, duurzaam, veilig, beveiligd en milieuvriendelijk vervoerssysteem voor zowel passagiers als goederen.
2. Met deze samenwerking streven de Partijen ernaar het volgende te bevorderen:
a) dialoog en uitwisseling van informatie over hun respectieve beleidsmaatregelen, normen, goede praktijken en andere zaken van gemeenschappelijk belang op het gebied van vervoer;
b) dialoog met deskundigen en samenwerking binnen internationale vervoersfora;
c) de interconnectie en interoperabiliteit van netwerken;
d) een multimodale benadering van het vervoerssysteem;
e) milieuvriendelijke, veilige en beveiligde vervoerssystemen;
f) koolstofarme en koolstofvrije vervoersoplossingen, onderzoek en innovatie, en slimme en digitale oplossingen;
g) oplossingen voor duurzaam vervoer, onder meer met betrekking tot stedelijke mobiliteit; en
h) het faciliteren en efficiënter maken van vrachtbewegingen in alle vervoerswijzen door middel van digitalisering, de vereenvoudiging van de rapportagevereisten en de optimalisering van vervoersactiviteiten.
ARTIKEL 8.13
Samenwerking op het gebied van toerisme
1. De samenwerking tussen de Partijen op het gebied van toerisme beoogt voornamelijk de uitwisseling van informatie te verbeteren en beste praktijken vast te stellen, teneinde een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen en het creëren van banen, de economische ontwikkeling en de verbetering van de levenskwaliteit te ondersteunen.
2. Voor de toepassing van lid 1 richten de Partijen zich onder meer op:
a) de ondersteuning van de totstandbrenging en consolidatie van toeristische producten en diensten, alsook van kanalen voor de bevordering van het toerisme;
b) de bescherming van natuurlijk en cultureel erfgoed en de maximale benutting van het potentieel ervan;
c) de eerbiediging van de integriteit en de belangen van lokale gemeenschappen;
d) de verbetering van de opleiding en het onderwijs op het gebied van toeristische diensten, onder meer in de hotelsector; en
e) de bevordering van informatie-uitwisseling en samenwerking voor creatieve sectoren en innovatie in de toeristische sector.
ARTIKEL 8.14
Samenwerking op het gebied van sociale ontwikkeling
1. De Partijen erkennen dat sociale ontwikkeling hand in hand gaat met economische ontwikkeling en komen overeen prioriteit te geven aan het versterken van de sociale cohesie door middel van armoedebestrijding, de vermindering van ongelijkheid en de bevordering van sociale inclusie, met name met het oog op de verwezenlijking van de Agenda 2030 en de bijbehorende SDG’s.
2. De Partijen komen overeen de samenwerking op het gebied van sociale zaken te versterken teneinde bij te dragen tot duurzame en inclusieve economische groei en ontwikkeling en de samenwerking en uitwisseling van informatie te bevorderen met betrekking tot onder meer:
a) de bevordering van sociale rechten;
b) de ontwikkeling van innovatieve en duurzame projecten waarbij kwetsbare sociale groepen worden betrokken, zoals gezinnen met een laag inkomen, mensen van Afrikaanse en inheemse afkomst en andere minderheden, alsook personen met een handicap, onder meer door integratie op de arbeidsmarkt;
c) de bevordering van gendergelijkheid en de volledige empowerment van vrouwen op alle gebieden;
d) de bevordering van de bescherming van moeders en kinderen en van toegankelijke en inclusieve kinderopvangfaciliteiten;
e) de bevordering van specifieke programma’s voor jongeren, met name voor jongeren in kwetsbare sociale sectoren; en
f) de verbetering van de leefomstandigheden in dichtbevolkte gebieden in armere streken.
ARTIKEL 8.15
Samenwerking op het gebied van arbeid en werkgelegenheid
1. In overeenstemming met de internationaal overeengekomen doelstelling om eerlijke globalisering te bevorderen en rekening houdend met de doelstellingen van SDG 8, bevorderen de Partijen volledige werkgelegenheid, fatsoenlijk werk voor iedereen en de eerbiediging van de fundamentele beginselen en rechten op het werk die zijn vastgesteld in de IAO-verdragen (uitbanning van discriminatie, afschaffing van alle vormen van dwangarbeid, duurzame uitbanning van kinderarbeid, en vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen) in overeenstemming met de IAO-verklaring van 2008 over sociale rechtvaardigheid voor een eerlijke mondialisering en andere internationale verbintenissen.
2. De Partijen komen overeen de samenwerking op het gebied van werkgelegenheid te versterken en de samenwerking en uitwisseling van informatie te bevorderen, met name met betrekking tot:
a) de bevordering van fatsoenlijk werk voor iedereen, sociaal welzijn en arbeidszekerheid en eerbiediging van de beginselen betreffende de grondrechten op het werk, overeenkomstig de Verklaring van de IAO over de fundamentele beginselen en rechten op het werk van 1998, en van internationaal erkende arbeidsnormen en andere relevante IAO-normen, alsmede aanhoudende en voortdurende inspanningen om andere IAO-instrumenten die nog niet zijn geratificeerd, te ratificeren;
b) de ontwikkeling en modernisering van arbeidsverhoudingen, arbeidsomstandigheden en gezondheid en veiligheid op het werk, en de bevordering van programma’s op het gebied van arbeidsinspectie, beroepsopleiding, opleiding en bevordering van de werkgelegenheid;
c) de ontwikkeling en modernisering van werkrelaties en -processen, met de nadruk op de bevordering van de sociale dialoog;
d) de bevordering van het op elkaar afstemmen van de ontwikkeling van vaardigheden en de behoeften van de arbeidsmarkt;
e) het voorrang geven aan onderwijs- en opleidingsprogramma’s die gericht zijn op kwetsbare sociale groepen, met betrekking tot werkgelegenheid en omscholing;
f) het scheppen van werkgelegenheid in kmo’s;
g) de ontwikkeling en modernisering van stelsels en programma’s voor sociale bescherming;
h) de bevordering van non-discriminatie tussen vrouwen en mannen en de integratie van een genderperspectief in de ontwikkeling van het arbeidsbeleid; en
i) de coördinatie, in de relevante internationale fora, om internationale verbintenissen na te komen.
ARTIKEL 8.16
Samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport
1. De Partijen komen overeen samen te werken op het gebied van formeel en niet-formeel onderwijs, met inbegrip van beroepsonderwijs en -opleiding met het oog op een leven lang leren. Op deze gebieden wordt bijzondere aandacht besteed aan de bevordering van inclusief en hoogwaardig onderwijs en opleiding voor vrouwen en kwetsbare sociale groepen.
2. Om capaciteiten en deskundigheid op te bouwen, bevorderen de Partijen de mobiliteit en samenwerking van hun belanghebbenden in het hoger onderwijs en onderzoek, en bevorderen zij de banden tussen universiteiten, onderzoek en bedrijven.
3. De Partijen bevorderen interpersoonlijke contacten en wederzijds begrip door middel van samenwerking op het gebied van onderwijs, jeugd en sport, met inbegrip van financiële steun voor de mobiliteit van studenten, promovendi, academisch en administratief personeel van instellingen voor hoger onderwijs en onderzoekers, en acties voor capaciteitsopbouw.
ARTIKEL 8.17
Samenwerking op het gebied van cultuur, audiovisuele media en andere media
1. De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van cultuur, met inbegrip van cultureel erfgoed, met respect voor verscheidenheid. In overeenstemming met de respectieve wet- en regelgeving van de Partijen heeft deze samenwerking tot doel het wederzijdse begrip en de interculturele dialoog te bevorderen en evenwichtige culturele uitwisselingen en contacten met relevante actoren te bevorderen.
2. De Partijen komen overeen nauw samen te werken in relevante internationale fora, zoals de Organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (Unesco), teneinde gemeenschappelijke doeleinden na te streven en culturele diversiteit te bevorderen, in het bijzonder door de tenuitvoerlegging van het Unesco-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen.
3. De Partijen stimuleren de uitwisseling van informatie en ervaringen en ondersteunen en vergemakkelijken de samenwerking en dialoog tussen hun relevante instellingen en actoren op het gebied van cultuur, audiovisuele media en andere media.
ARTIKEL 8.18
Regionale integratie
1. De Partijen komen overeen de uitwisseling van ervaringen tussen beide regio’s te bevorderen, teneinde hun respectieve integratieprocessen te versterken.
2. De Partijen komen met name overeen nauwere samenwerking tussen de instellingen van de Partijen op het gebied van integratiekwesties te bevorderen, alsmede de uitwisseling van deskundigheid door middel van bijeenkomsten tussen het personeel van de Europese Unie en de instellingen van de Mercosur, regelmatige uitwisseling van informatie, studies, gezamenlijke projecten en opleiding.
3. Om de samenwerking op het gebied van regionale en lokale ontwikkeling te bevorderen, wordt voorrang gegeven aan:
a) de uitwisseling van informatie en het delen van kennis en ervaringen over onder meer methoden voor de formulering van regionaal en lokaal ontwikkelingsbeleid, multilevel governance en participatief bestuur;
b) de uitvoering van regionaal en lokaal ontwikkelingsbeleid, met name ten aanzien van achtergestelde regio’s en gebieden, specifiek grensgebieden;
c) de aanmoediging van de ontwikkeling van regionale infrastructuur en interconnectiviteit.
4. De samenwerking op het gebied van regionale en lokale ontwikkeling kan het volgende omvatten:
a) de organisatie van seminars en conferenties;
b) opleiding en technische bijstand bij het ontwerp en de uitvoering van regionale ontwikkelingsprojecten;
c) de voorbereiding van studies over onderwerpen van gemeenschappelijk belang die verband houden met integratie; en
d) gezamenlijke actie van instellingen en centra voor onderwijs en opleiding op het gebied van integratie.
ARTIKEL 8.19
Grotere deelname van ondertekenende Mercosur-staten aan de uitvoer van diensten naar de Europese Unie
Met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk 4 komen de Partijen overeen samen te werken, onder meer door ondersteuning te verlenen voor technische bijstand, opleiding en capaciteitsopbouw op, onder meer, de volgende terreinen:
a) de verbetering van het vermogen van dienstverleners uit ondertekenende Mercosur-staten om informatie te verzamelen over en te voldoen aan de voorschriften en normen van de EU op EU-, nationaal en subnationaal niveau;
b) de verbetering van de uitvoercapaciteit van dienstverleners uit ondertekenende Mercosur-staten, met bijzondere aandacht voor de behoeften van kmo’s; en
c) de vaststelling van mechanismen ter bevordering van investeringen en joint ventures tussen dienstverleners uit de EU en de ondertekenende Mercosur-staten.
DEEL III
HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN
HOOFDSTUK 9
HANDELSSPECIFIEKE INLEIDENDE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN
AFDELING A
HANDELSSPECIFIEKE INLEIDENDE BEPALINGEN
ARTIKEL 9.1
Totstandbrenging van een vrijhandelsruimte en verband met de WTO-overeenkomst
1. De Partijen bij deze overeenkomst brengen hiermee een vrijhandelsruimte tot stand, in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.
2. De Partijen bevestigen hun wederzijdse rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomst.
3. Niets in dit deel van deze Overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een Partij verplicht wordt te handelen op een wijze die in strijd is met haar verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst.
ARTIKEL 9.2
Doelstellingen
De bepalingen van dit deel van deze overeenkomst hebben tot doel:
a) een moderne en wederzijds voordelige handelsovereenkomst die een voorspelbaar kader creëert om handel en economische activiteit te stimuleren en tegelijkertijd onze gedeelde waarden en perspectieven inzake de rol van de overheid in de samenleving te bevorderen en te beschermen, en waarbij het recht van de Partijen om op alle bestuursniveaus regelgeving vast te stellen om de doelstellingen van het overheidsbeleid te verwezenlijken, wordt behouden;
b) de ontwikkeling van de internationale handel en van de handel tussen de Partijen op een wijze die bijdraagt tot duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en milieugebied, in overeenstemming met en ter ondersteuning van hun respectieve internationale verplichtingen op deze gebieden;
c) de bevordering van een duurzamere, rechtvaardigere en inclusievere economie om de levensstandaard te verhogen, armoede terug te dringen en nieuwe werkgelegenheidskansen te creëren;
d) de consolidatie, uitbreiding en diversificatie van de handel in landbouw- en niet-landbouwproducten tussen de Partijen, door de vermindering of opheffing van tarifaire en non-tarifaire handelsbelemmeringen en de verdere integratie in de mondiale waardeketens;
e) de facilitatie van de handel in goederen, met name door het toepassen van de overeengekomen bepalingen inzake douane en handelsbevordering, normen, technische voorschriften en procedures voor conformiteitsbeoordeling en sanitaire en fytosanitaire maatregelen;
f) de liberalisering en facilitatie van de handel in diensten en de ontwikkeling van een klimaat dat bevorderlijk is voor een toename van de investeringsstromen, het concurrentievermogen en de economische groei, en in het bijzonder voor de verbetering van de vestigingsvoorwaarden voor ondernemingen tussen de Partijen;
g) het vrije verkeer van kapitaal in verband met directe investeringen en van lopende betalingen overeenkomstig hoofdstuk 18;
h) de doeltreffende, transparante en competitieve openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de Partijen;
i) de bevordering van innovatie en creativiteit door te zorgen voor een adequaat en doeltreffend niveau van bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de tussen de Partijen geldende internationale regels, teneinde het evenwicht tussen de rechten van de rechthebbenden en het algemeen belang te waarborgen;
j) het uitoefenen van economische activiteiten, in het bijzonder tussen de Partijen, overeenkomstig het beginsel van vrije en onvervalste mededinging;
k) de vaststelling van een kader voor de participatie van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van werkgevers, vakbonden, arbeids- en bedrijfsorganisaties en milieugroepen, om de doeltreffende uitvoering van dit deel van deze overeenkomst te ondersteunen;
l) het creëren van een snel en effectief mechanisme voor geschillenbeslechting, en
m) een transparant en voorspelbaar regelgevingsklimaat en efficiënte procedures voor marktdeelnemers, met name “kmo’s”, met behoud van het vermogen van de Partijen om hun eigen wet- en regelgeving vast te stellen en toe te passen die in het algemeen belang de economische activiteit regelt, en om legitieme doelstellingen van overheidsbeleid te verwezenlijken, zoals de bescherming en bevordering van de volksgezondheid, sociale diensten, openbaar onderwijs, openbare veiligheid, het milieu, de openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, privacy en gegevensbescherming en de bevordering en bescherming van culturele diversiteit.
ARTIKEL 9.3
Algemene definities
Tenzij anders bepaald, wordt voor de toepassing van dit deel van deze overeenkomst verstaan onder:
a) “landbouwproduct”: een in bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake de landbouw opgenomen product;
b) “douanerechten”: alle soorten rechten of heffingen die worden opgelegd bij of in verband met de invoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen opgelegd bij of in verband met deze invoer 3 ; hieronder worden echter niet verstaan:
i) interne belastingen en andere interne heffingen die in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994 worden opgelegd;
ii) antidumping- of compenserende rechten die worden toegepast overeenkomstig de artikelen VI en XVI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen in overeenstemming met hoofdstuk 16;
iii) maatregelen die worden toegepast overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, of overeenkomstig andere vrijwaringsmaatregelen die worden toegepast uit hoofde van hoofdstuk 16;
iv) maatregelen die zijn toegestaan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO of uit hoofde van hoofdstuk 29;
v) retributies of andere heffingen geheven in overeenstemming met artikel VIII van de GATT 1994; of
vi) maatregelen die zijn genomen om de externe financiële positie en de betalingsbalans van een Partij te vrijwaren, overeenkomstig artikel XII van de GATT 1994 en het Memorandum van overeenstemming betreffende de betalingsbalansbepalingen van de GATT 1994;
c) “CPC”: de Provisional Central Product Classification (de voorlopige centrale productenclassificatie) (Statistical Papers Series M No. 77, Department of International Economic and Social Affairs, Statistical Office of the United Nations, New York, 1991);
d) “dagen”: kalenderdagen, met inbegrip van weekend- en feestdagen;
e) “bestaand”: geldend op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst;
f) “goed van een Partij”: een binnenlands goed in de zin van de GATT 1994, waaronder de goederen van oorsprong van die Partij;
g) “Geharmoniseerd Systeem” of “GS”: het Geharmoniseerd Systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, met inbegrip van de bijbehorende algemene interpretatieregels en de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken, gedaan te Brussel op 14 juni 1983;
h) “post”: de eerste vier cijfers van het tariefindelingsnummer overeenkomstig het Geharmoniseerd Systeem;
i) “rechtspersoon”: een juridische entiteit, uit hoofde van toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
j) “maatregel”: elke maatregel van een Partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling, vereiste of praktijk 4 ;
k) “natuurlijke persoon van een Partij”: wat de Europese Unie betreft, een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, en wat de Mercosur betreft, een onderdaan van een ondertekenende Mercosur-staat, in overeenstemming met hun respectieve toepasselijke wetgeving;
l) “persoon”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon; en
m) “sanitaire of fytosanitaire maatregel”: een maatregel als omschreven in bijlage A bij de SPS-overeenkomst.
ARTIKEL 9.4
WTO-overeenkomsten
a) “Antidumpingovereenkomst”: de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994;
b) “Overeenkomst inzake de landbouw”: de Overeenkomst inzake de landbouw, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst;
c) “DSU”: het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen, opgenomen in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst;
d) “GATS”: de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, opgenomen in bijlage 1B bij de WTO-overeenkomst;
e) “GATT 1994”: de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst;
f) “Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen”: de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst;
g) “SCM-overeenkomst”: de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst;
h) “SPS-overeenkomst”: de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst;
i) “TBT-overeenkomst”: de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, opgenomen in bijlage 1 bij de WTO-overeenkomst;
j) “TRIPS-overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, opgenomen in bijlage 1C bij de WTO-overeenkomst; en
k) “WTO-overeenkomst”: de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, gedaan op 15 april 1994.
ARTIKEL 9.5
Partijen
1. De Europese Unie is verantwoordelijk voor de nakoming van de verbintenissen in dit deel van deze overeenkomst.
2. Tenzij anders is bepaald, is elk van de ondertekenende Mercosur-staten verantwoordelijk voor de nakoming van de verbintenissen in dit deel van deze overeenkomst.
ARTIKEL 9.6
Regionale integratie
1. Onder erkenning van de verschillen in hun respectieve regionale integratieprocessen en onverminderd de verbintenissen die zij in het kader van dit deel van deze overeenkomst zijn aangegaan, bevorderen de partijen de voorwaarden die het verkeer van goederen en diensten tussen en binnen de twee regio’s vergemakkelijken.
2. Met betrekking tot het verkeer van goederen, geldt overeenkomstig lid 1:
a) goederen van oorsprong uit een ondertekenende Mercosur-staat die in de Europese Unie in het vrije verkeer worden gebracht, komen in aanmerking voor het vrije verkeer van goederen op het grondgebied van de Europese Unie onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
b) de ondertekenende Mercosur-staten passen op goederen van oorsprong uit de Europese Unie die uit een andere ondertekenende Mercosur-staat op hun grondgebied worden ingevoerd, douaneprocedures toe die niet minder gunstig zijn dan die welke van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit die ondertekenende Mercosur-staat.
De onder a) en b) van dit lid bedoelde behandeling omvat niet de tariefbehandeling voor goederen, die onder hoofdstuk 10 valt;
c) de ondertekenende Mercosur-staten evalueren op gezette tijden hun douaneprocedures om het verkeer van goederen van de Europese Unie tussen hun grondgebieden te vergemakkelijken en overlapping van procedures en controles te voorkomen wanneer dit haalbaar is en in overeenstemming met de ontwikkeling van hun integratieproces; en
d) de voordelen van de harmonisatie door de Mercosur van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, SPS-vereisten en goedkeuringsprocedures, met inbegrip van invoercertificaten en -controles, worden onder niet-discriminerende voorwaarden uitgebreid tot goederen van oorsprong uit de Europese Unie indien zij zijn ingevoerd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de importerende ondertekenende Mercosur-staat.
3. Met betrekking tot het verkeer van diensten, geldt overeenkomstig lid 1:
a) de lidstaten van de Europese Unie streven ernaar, in voorkomend geval, het vrij verrichten van diensten op het grondgebied van de Europese Unie te vergemakkelijken voor ondernemingen die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van natuurlijke of rechtspersonen van een ondertekenende Mercosur-staat en die gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie; en
b) de ondertekenende Mercosur-staten streven ernaar, in voorkomend geval, het vrij verrichten van diensten tussen hun grondgebieden te vergemakkelijken voor ondernemingen die eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van natuurlijke of rechtspersonen van een lidstaat van de Europese Unie en die gevestigd zijn in een ondertekenende Mercosur-staat.
AFDELING B
HANDELSSPECIFIEKE INSTITUTIONELE BEPALINGEN
ARTIKEL 9.7
Specifieke taken van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
1. Wanneer de op grond van artikel 2.2 ingestelde Gezamenlijke Raad kwesties behandelt die verband houden met dit deel van deze overeenkomst,
is hij bevoegd om:
a) toezicht te houden op de verwezenlijking van de doelstellingen en op de uitvoering van dit deel van de overeenkomst;
b) alle onder dit deel van de overeenkomst vallende aangelegenheden te bespreken en, onverminderd hoofdstuk 29, alle belangrijke kwesties die zich bij de uitvoering ervan voordoen, te behandelen;
c) besluiten te nemen en passende aanbevelingen aan de Partijen te doen, zoals bepaald in dit deel van de overeenkomst;
d) door middel van besluiten interpretaties van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst te geven die bindend zijn voor de Partijen en alle subcomités en andere organen die krachtens dit deel van de overeenkomst zijn opgericht, met inbegrip van panels die zijn ingesteld op grond van hoofdstuk 29;
e) andere maatregelen in de uitvoering van zijn taken te nemen zoals de Partijen overeenkomen; en
f) ter verwezenlijking van de doelstellingen van dit deel van de overeenkomst besluiten vast te stellen tot wijziging van:
i) bijlage 10-A overeenkomstig artikel 10.4, lid 9;
ii) aanhangsel 10-D-1, overeenkomstig bijlage 10-D, artikel 10, lid 6;
iii) aanhangsel 10-D-2, overeenkomstig bijlage 10-D, artikel 4, lid 3;
iv) aanhangsel 10-D-3, overeenkomstig bijlage 10-D, artikel 5, lid 4;
v) hoofdstuk 11 overeenkomstig artikel 11.34.
vi) deel A van bijlage 13-A overeenkomstig artikel 13.8, lid 9;
vii) bijlage 14-A overeenkomstig artikel 14.18;
viii) de bijlagen 20-A tot en met 20-E overeenkomstig artikel 20.26;
ix) de bijlagen 20-F tot en met 20-J overeenkomstig artikel 20.12;
x) bijlage 21-A overeenkomstig artikel 21.39;
xi) bijlage 21-B overeenkomstig artikel 21.39;
xii) bijlage 21-C overeenkomstig artikel 21.39;
xiii) bijlage 21-E overeenkomstig artikel 21.39;
xiv) bijlage 25-A overeenkomstig artikel 25.7;
xv) de bijlagen 29-A en 29-B overeenkomstig artikel 29.22; en
xvi) alle andere bepalingen, bijlagen, aanhangsels of protocollen waarvoor in dit deel van de overeenkomst uitdrukkelijk in de mogelijkheid van een dergelijk besluit is voorzien.
2. Op de in lid 1, punt f), bedoelde besluiten is artikel 30.5, lid 2, van toepassing.
3. Tenzij de partijen anders overeenkomen, leidt de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken 3 (drie) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens om de 5 (vijf) jaar een evaluatieproces van deel III van deze overeenkomst in. Op basis van de resultaten van elke evaluatie bespreekt de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of deel III van deze overeenkomst moet worden gewijzigd.
ARTIKEL 9.8
Specifieke taken van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
1. Wanneer het bij artikel 2.3 ingestelde Gemengd Comité kwesties behandelt die verband houden met dit deel van de overeenkomst, is het bevoegd om:
a) toezicht te houden op de werkzaamheden van alle overeenkomstig dit deel van de overeenkomst opgerichte subcomités;
b) te zoeken naar de meest geschikte manier om moeilijkheden in verband met de uitlegging en de toepassing van dit deel van de overeenkomst te voorkomen of op te lossen, onverminderd hoofdstuk 29;
c) extra subcomités in te stellen, onder zijn bevoegdheid vallende verantwoordelijkheden toe te wijzen aan subcomités, te besluiten de taken van de door hem ingestelde subcomités te wijzigen, onder meer door er nieuwe taken aan toe te wijzen, of de subcomités te ontbinden;
d) besluiten voor te bereiden met het oog op de vaststelling ervan door de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, in overeenstemming met de specifieke doelstellingen van dit deel van de overeenkomst, met inbegrip van de in artikel 9.7, lid 1, punt f), bedoelde wijzigingen, of dergelijke besluiten vast te stellen in de perioden tussen de vergaderingen van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of wanneer de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken niet bijeen kan komen; en
e) in het kader van de uitvoering van zijn taken andere maatregelen te nemen zoals de Partijen overeenkomen of de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken gelast.
f) de uitvoering van deel III van deze overeenkomst te evalueren, onder meer met het oog op de beoordeling van de gevolgen ervan voor de werkgelegenheid, de investeringen en de handel tussen de Partijen; bij de evaluatie worden standpunten of aanbevelingen van actoren uit het maatschappelijk middenveld, waaronder niet-gouvernementele organisaties, bedrijfs- en werkgeversorganisaties, sociale bewegingen en vakbonden, in aanmerking genomen, waarbij met name rekening wordt gehouden met de bepalingen van de artikelen 2.6 tot en met 2.8, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van elke Partij;
2. Op de in artikel 2.3, lid 7, en lid 1, punt d), van dit artikel bedoelde besluiten tot wijziging van deze overeenkomst is artikel 30.5, lid 2, van toepassing.
ARTIKEL 9.9
Subcomités
1. De krachtens lid 4 opgerichte subcomités bestaan uit vertegenwoordigers van de Europese Unie, enerzijds, en vertegenwoordigers van elke ondertekenende Mercosur-staat, anderzijds.
2. De subcomités komen op een passend niveau bijeen op verzoek van een Partij, en hoe dan ook ten minste eenmaal per jaar. Bijeenkomsten in persoon worden afwisselend in Brussel en in een van de ondertekenende Mercosur-staten gehouden. De subcomités kunnen ook via telefonische conferentie, videoconferentie of via andere middelen bijeenkomen, als onderling overeengekomen door de Partijen. De subcomités staan onder het gezamenlijke voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Mercosur.
3. Elk subcomité stelt in onderling overleg zelf zijn vergaderrooster en agenda vast.
4. De volgende subcomités, die onder toezicht van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken staan, worden opgericht:
a) het Subcomité voor de handel in goederen;
b) het Subcomité voor de handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken;
c) het Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels;
d) het Subcomité voor SPS-aangelegenheden;
e) het Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen;
f) het Subcomité voor de handel in diensten en vestiging;
g) het Subcomité voor overheidsopdrachten;
h) het Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten; en
i) het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling.
5. Met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met hun bevoegdheidsgebied, zijn de subcomités bevoegd om:
a) toezicht te houden op de uitvoering van dit deel van deze overeenkomst en de goede werking ervan te verzekeren;
b) in overeenstemming tussen de Partijen besluiten aan te nemen en aanbevelingen te doen betreffende alle aangelegenheden waarin dit deel van de overeenkomst voorziet;
c) uit de uitvoering van dit deel van deze overeenkomst of van eventuele aanvullende overeenkomsten voortvloeiende kwesties te bespreken teneinde deze op te lossen, onverminderd hoofdstuk 29; en
d) de Partijen een forum te verschaffen om informatie uit te wisselen, onder meer door beste praktijken te bespreken en ervaringen met de uitvoering te delen.
6. De taken van de subcomités worden nader omschreven in de desbetreffende hoofdstukken van dit deel van de overeenkomst en kunnen indien nodig bij besluit van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken worden gewijzigd.
7. De subcomités verrichten de nodige voorbereidende technische werkzaamheden ter ondersteuning van de taken van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken en van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, onder andere wanneer die organen besluiten moeten vaststellen of aanbevelingen moeten doen.
ARTIKEL 9.10
Coördinatoren voor dit deel van de overeenkomst
1. De Europese Unie en elke ondertekenende Mercosur-staat benoemen elk een coördinator voor dit deel van de overeenkomst en stellen de andere Partij daarvan binnen 30 (dertig) dagen na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis.
2. De coördinatoren:
a) stellen de agenda op en coördineren de voorbereiding van de vergaderingen van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken overeenkomstig de artikelen 9.7 en 9.8;
b) geven in voorkomend geval follow-up aan de besluiten van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken;
c) fungeren als contactpunt voor de communicatie tussen de partijen over kwesties die onder dit deel van de overeenkomst vallen, tenzij in dit deel van de overeenkomst anders is bepaald;
d) ontvangen alle kennisgevingen en informatie die in het kader van dit deel van de overeenkomst worden ingediend, met inbegrip van alle kennisgevingen of informatie die worden ingediend bij de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, tenzij in dit deel van de overeenkomst anders is bepaald; en
e) verrichten alle andere taken op verzoek van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken.
HOOFDSTUK 10
HANDEL IN GOEDEREN
ARTIKEL 10.1
Doel en toepassingsgebied
1. De Partijen brengen een vrijhandelsruimte voor goederen tot stand met een overgangsperiode die ingaat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
2. Tenzij in dit deel van de overeenkomst anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in goederen van een Partij.
AFDELING A
DOUANERECHTEN
ARTIKEL 10.2
Nationale behandeling
Elke Partij behandelt goederen van de andere Partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Daartoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij daar integrerend deel van uit.
ARTIKEL 10.3
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder “goed van oorsprong” verstaan: een goed dat volgens de oorsprongsregels van hoofdstuk 11 als van oorsprong uit een Partij wordt aangemerkt.
ARTIKEL 10.4
Verlaging en afschaffing van douanerechten
1. Tenzij in dit deel van de overeenkomst anders is bepaald, verlaagt elke Partij haar douanerechten op goederen van oorsprong of schaft zij die af overeenkomstig bijlage 10-A.
2. De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de Partijen geschiedt volgens de respectieve tariefnomenclatuur van elke partij in overeenstemming met het Geharmoniseerd Systeem. Elke Partij specificeert in haar respectieve aanhangsel van bijlage 10-A de daartoe gebruikte versie van het Geharmoniseerd Systeem.
3. Een Partij kan een nieuwe tariefpost creëren. In dat geval en voor zover het de handel tussen de Partijen betreft, is het douanerecht dat van toepassing is op de overeenkomstige goederen onder de nieuwe tariefpost gelijk aan of lager dan het douanerecht dat van toepassing is op de overeenkomstige goederen onder de oorspronkelijke tariefpost in bijlage 10-A en blijft de overeengekomen tariefconcessie ongewijzigd.
4. Voor elk goed van oorsprong uit de andere Partij wordt het basistarief van de invoerrechten waarop de opeenvolgende verlagingen krachtens lid 1 van toepassing zijn, vermeld in bijlage 10-A.
5. Onverminderd de leden 1 en 3 voert de Europese Unie gedurende een periode van 2 (twee) jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen verhoging door van de douanerechten die op 31 december 2017 werden toegepast op goederen van oorsprong uit Paraguay die onder de volgende tariefposten van aanhangsel 10-A-1 als “PY”-goederen zijn ingedeeld: 20019030, 21012098, 21069098 en 33021029. Voor de toepassing van dit lid wordt onder “goederen van oorsprong uit Paraguay” verstaan goederen die voldoen aan de oorsprongsvereisten van titel II, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdelingen 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie 5 en titel II, hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdelingen 3 tot en met 9, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie 6 .
6. Tenzij in dit deel van de overeenkomst anders is bepaald, mag een Partij vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen nieuwe douanerechten invoeren of de douanerechten verhogen die reeds overeenkomstig de in bijlage 10-A vastgestelde basistarieven worden toegepast op de handel in goederen van oorsprong tussen de Partijen. Voor alle duidelijkheid: een douanerecht dat van toepassing is op de handel tussen de Partijen zoals vastgesteld in bijlage 10-A en dat eenzijdig is verlaagd tot het in die bijlage vastgestelde niveau voor het respectieve jaar, mag na die eenzijdige verlaging wel door een Partij worden verhoogd.
7. Indien een Partij het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt tot een niveau dat lager is dan het basistarief voor een bepaalde in bijlage 10-A vermelde tariefpost, wordt voor de berekening van het preferentiële tarief voor die tariefpost dat recht geacht in de plaats te komen van het basisrecht in bijlage 10-A, indien en zolang het lager is dan het basistarief. In dit verband past de Partij, om het toepasselijke douanerecht te berekenen, de tariefverlaging toe op het meestbegunstigingsrecht, waarbij zij te allen tijde de relatieve preferentiemarge voor elke tariefpost handhaaft. Die relatieve preferentiemarge voor een tariefpost komt overeen met het verschil tussen het basistarief zoals vastgesteld in bijlage 10-A en het toegepaste recht voor die tariefpost volgens bijlage 10-A, gedeeld door dat basistarief, en wordt uitgedrukt als percentage.
8. Elke Partij kan de afschaffing van de douanerechten op goederen van oorsprong uit de andere Partij versnellen of de voorwaarden voor markttoegang voor goederen van oorsprong uit de andere Partij anderszins verbeteren, indien haar algemene economische situatie en de situatie van de betrokken economische sector dit toelaten.
9. Indien een Partij daarom verzoekt, neemt het in artikel 10.14 bedoelde Subcomité voor de handel in goederen vanaf 3 (drie) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst maatregelen in overweging om de markttoegang te verbeteren. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken is bevoegd besluiten vast te stellen tot wijziging van bijlage 10-A. Dergelijke besluiten komen in de plaats van de in bijlage 10-A voor dergelijke goederen van oorsprong vastgestelde rechten of afbouwcategorieën.
ARTIKEL 10.5
Na reparatie opnieuw binnengekomen goederen
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “reparatie” verstaan elke op een goed uitgevoerde bewerkingshandeling die ten doel heeft defecten of materiële schade te herstellen zodat de oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld of ervoor te zorgen dat de goederen aan de technische eisen voor gebruik ervan voldoen, zonder welke handeling de goederen niet meer op de normale wijze kunnen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij bestemd zijn. Reparatie van een goed omvat het herstel en onderhoud, maar omvat geen bewerkingen of processen waardoor:
a) de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat;
b) een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd, of
c) de technische prestaties van een goed worden verbeterd.
2. Een Partij past geen douanerechten toe op goederen, ongeacht de oorsprong ervan, die het douanegebied van die Partij opnieuw binnenkomen nadat de goederen tijdelijk uit haar douanegebied naar het douanegebied van de andere Partij zijn uitgevoerd voor reparatie, ongeacht of die reparatie had kunnen worden verricht in het douanegebied van de Partij waaruit de goederen voor reparatie werden uitgevoerd als omschreven in lid 1.
3. Lid 2 is niet van toepassing op goederen die in een douane-entrepot in vrijhandelszones of zones met een soortgelijke status zijn ingevoerd, vervolgens worden uitgevoerd ter reparatie en niet opnieuw worden ingevoerd in een douane-entrepot in vrijhandelszones of zones met een soortgelijke status.
4. Een Partij past geen douanerechten toe op goederen, ongeacht de oorsprong ervan, die ter reparatie tijdelijk uit het douanegebied van de andere Partij worden ingevoerd.
AFDELING B
NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN
ARTIKEL 10.6
Vergoedingen en andere heffingen op in- en uitvoer
1. Elke Partij ziet erop toe, overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, dat alle vergoedingen en andere heffingen van welke aard ook 7 , met uitzondering van invoer- en uitvoerrechten op of in verband met in- of uitvoer, beperkt blijven tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, niet op ad-valorembasis worden berekend en geen indirecte bescherming van binnenlandse goederen of een belasting op in- of uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.
2. Douaneautoriteiten kunnen echter wel heffingen opleggen of kosten in rekening brengen voor met name de volgende specifieke diensten:
a) de aanwezigheid, op verzoek, van douanepersoneel buiten de officiële kantooruren of op een andere plaats dan op een douanekantoor;
b) analyses of deskundigenverslagen van goederen en portokosten voor het retourneren van goederen aan een aanvrager, met name bij besluiten betreffende bindende inlichtingen of het verstrekken van inlichtingen over de toepassing van de douanewet- en regelgeving;
c) het onderzoek of de monsterneming van goederen voor controledoeleinden, of de vernietiging van goederen, indien andere kosten dan die voor de inzet van douanepersoneel zijn gemaakt, of
d) uitzonderlijke controlemaatregelen, wanneer de aard van de goederen of een potentieel risico dergelijke maatregelen vereisen.
3. Een Partij legt in verband met de invoer van goederen van de andere Partij geen consulaire formaliteiten, waaronder retributies en heffingen, op. De Partijen beschikken vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst over een overgangsperiode van 3 (drie) jaar om aan de vereisten van dit lid te voldoen 8 .
4. Elke Partij publiceert een lijst van de vergoedingen en heffingen die zij in verband met de invoer of uitvoer van goederen oplegt.
ARTIKEL 10.7
Procedures voor in- en uitvoervergunningen
1. De Partijen zien erop toe dat alle procedures voor invoer- en uitvoervergunningen die van toepassing zijn op de handel in goederen tussen de Partijen, wat de toepassing ervan betreft neutraal zijn en op een eerlijke, billijke, niet-discriminerende en transparante wijze worden beheerd.
2. Vergunningsprocedures worden door een Partij alleen ingesteld of gehandhaafd als voorwaarde voor invoer in haar grondgebied uit het grondgebied van de andere Partij of uitvoer uit haar grondgebied naar dat van de andere Partij, als er voor het bereiken van een administratief doel redelijkerwijs geen andere passende procedures beschikbaar zijn.
3. De Partijen stellen geen niet-automatische procedures voor invoer- of uitvoervergunningen 9 in of handhaven deze niet, tenzij dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een maatregel die in overeenstemming met dit deel van de overeenkomst is. Een Partij die niet-automatische invoer- of uitvoervergunningsprocedures vaststelt, vermeldt duidelijk welke maatregel via een dergelijke vergunningsprocedure ten uitvoer wordt gelegd.
4. De Partijen voeren vergunningsprocedures in en beheren deze overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 3 van de WTO-overeenkomst inzake invoervergunningen (hierna “de Overeenkomst inzake invoervergunningen” genoemd). Daartoe worden de artikelen 1 tot en met 3 van de Overeenkomst inzake invoervergunningen mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij daar integrerend deel van uit, en zijn zij van toepassing op alle uitvoervergunningsprocedures.
5. Elke Partij die een invoer- of uitvoervergunningsprocedure introduceert of wijzigt, stelt alle relevante informatie beschikbaar op een officiële website. Deze informatie wordt, waar mogelijk, 21 (eenentwintig) dagen vóór de toepassingsdatum van de invoering of wijziging van vergunningsprocedures ter beschikking gesteld, maar in ieder geval niet later dan die datum. De op internet beschikbare informatie bevat de gegevens die vereist zijn op grond van artikel 5 van de Overeenkomst inzake invoervergunningen. Elke Partij stelt de andere Partij in kennis van elke invoering of wijziging van uitvoervergunningsprocedures; een dergelijke kennisgeving bevat dezelfde informatie als bedoeld in artikel 5 van de Overeenkomst inzake invoervergunningen.
6. Op verzoek van een Partij verstrekt de andere Partij onverwijld alle relevante informatie over invoer- en uitvoervergunningsprocedures die de Partij waaraan het verzoek gericht is, voornemens is vast te stellen of heeft vastgesteld of gehandhaafd, met inbegrip van de informatie als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van de Overeenkomst inzake invoervergunningen, mutatis mutandis.
ARTIKEL 10.8
Mededinging bij uitvoer
1. De Partijen bevestigen hun verbintenissen die zijn neergelegd in het ministerieel besluit van de WTO van 19 december 2015 (WT/MIN(15)/45, WT/L/980) (hierna het “ministerieel besluit inzake mededinging bij de uitvoer” genoemd).
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “uitvoersubsidies” verstaan: subsidies in de zin van de artikelen 1 en 3 van de SCM-overeenkomst die afhankelijk zijn van uitvoerprestaties, met inbegrip van de subsidies vermeld in bijlage I bij de SCM-overeenkomst en de subsidies vermeld in artikel 9 van de Overeenkomst inzake de landbouw.
3. Een Partij mag geen uitvoersubsidies handhaven, introduceren of herintroduceren voor een landbouwproduct dat wordt uitgevoerd of wordt verwerkt in een product dat wordt uitgevoerd.
4. Een Partij mag geen exportkredieten, exportkredietgaranties, verzekeringsprogramma’s, staatshandelsondernemingen of internationale voedselhulp handhaven, introduceren of herintroduceren, noch andere maatregelen die een gelijkwaardig effect hebben als een uitvoersubsidie, voor een landbouwproduct dat wordt uitgevoerd of geïntegreerd in een goed dat naar het grondgebied van de andere Partij wordt uitgevoerd, tenzij die maatregelen in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de Partij van uitvoer uit hoofde van de WTO-overeenkomsten en -besluiten van de Ministeriële Conferentie en de Algemene Raad van de WTO, waaronder met name het ministerieel besluit inzake mededinging bij de uitvoer.
5. De Partijen bevestigen hun verbintenis in de ministeriële verklaring van Bali van 7 december 2013 (WT/MIN(13)/DEC) van de WTO, versterkt door het ministerieel besluit inzake mededinging bij de uitvoer, om de transparantie te vergroten en het toezicht te verbeteren met betrekking tot alle vormen van uitvoersubsidies en exportkredieten, exportkredietgaranties, verzekeringsprogramma’s, staatshandelsondernemingen en internationale voedselhulp, alsmede andere maatregelen die een gelijkwaardig effect hebben als een uitvoersubsidie.
6. De Partijen bevestigen de verbintenissen aangegaan in het kader van het ministerieel besluit inzake mededinging bij de uitvoer met betrekking tot internationale voedselhulp, en werken samen om in de relevante internationale fora de beste praktijken voor de verstrekking van voedselhulp aan te moedigen door ernaar te streven het te gelde maken van voedselhulp en de verstrekking van voedselhulp in natura tot noodsituaties te beperken.
ARTIKEL 10.9
Rechten, belastingen en andere vergoedingen en heffingen op de uitvoer
Een Partij mag gedurende 3 (drie) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen rechten of heffingen van welke aard ook introduceren of handhaven ter zake van of in verband met de uitvoer van een goed naar de andere Partij, tenzij dit in overeenstemming is met bijlage 10-B.
ARTIKEL 10.10
Staatshandelsondernemingen
1. Niets in dit deel van de overeenkomst belet een Partij een staatshandelsonderneming te handhaven of op te richten overeenkomstig artikel XVII van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij alsmede het WTO-memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel XVII van de GATT 1994, die mutatis mutandis in dit deel van de overeenkomst worden opgenomen en er integrerend deel van uitmaken.
2. Indien een Partij de andere Partij om informatie verzoekt over individuele gevallen van staatshandelsondernemingen, hun activiteiten of de gevolgen van hun activiteiten voor de bilaterale handel, zorgt de aangezochte Partij voor volledige transparantie overeenkomstig artikel XVII van de GATT 1994.
3. Niettegenstaande lid 1 mag een Partij geen aangewezen invoer- of uitvoermonopolie aanwijzen of handhaven, behalve in gevallen waarin deze reeds door een Partij zijn ingesteld of in haar grondwet zijn voorgeschreven zoals vermeld in bijlage 10-C. Voor de toepassing van dit lid wordt onder invoer- of uitvoermonopolie verstaan het exclusieve recht of de exclusieve verlening van een machtiging door een Partij aan een entiteit om een goed uit de andere Partij in te voeren of naar de andere Partij uit te voeren.
ARTIKEL 10.11
Verbod op kwantitatieve beperkingen
1. Een Partij mag geen verbod of beperking instellen of handhaven op de invoer van enig goed uit de andere Partij of op de uitvoer, of de verkoop ten uitvoer, van enig goed dat voor de andere Partij bestemd is, of dit nu de vorm heeft van contingenten, vergunningen of andere maatregelen, tenzij het in overeenstemming is met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Daartoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in dit deel van de overeenkomst opgenomen en maken zij daar integrerend deel van uit.
2. Een Partij mag geen vereisten voor uitvoer- of invoerprijzen instellen of handhaven, tenzij dit is toegestaan in het kader van de handhaving van beslissingen inzake compenserende rechten en antidumpingrechten of prijsverbintenissen.
ARTIKEL 10.12
Preferentiegebruik
1. Met het oog op het toezicht op de werking van dit deel van overeenkomst en de berekening van het preferentiegebruik wisselen de Partijen jaarlijks invoerstatistieken uit gedurende een periode die 1 (één) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst begint en 10 (tien) jaar nadat de tariefafschaffing voor alle goederen overeenkomstig bijlage 10-A is voltooid, eindigt. Tenzij het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken anders besluit, wordt deze periode automatisch met 5 (vijf) jaar verlengd; het Gemend Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan besluiten deze periode verder te verlengen.
2. De in lid 1 bedoelde uitwisseling van invoerstatistieken heeft betrekking op gegevens over het meest recente beschikbare jaar en omvat de waarde, en indien van toepassing het volume, op tariefpostniveau voor de invoer van goederen van de andere Partij die in het kader van dit deel van de overeenkomst in aanmerking komen voor een preferentieel recht, en voor de invoer van goederen waaraan geen preferentiële behandeling is toegekend.
3. Onverminderd lid 2 en met inachtneming van vertrouwelijkheidsvereisten uit hoofde van de wet- en regelgeving van elke Partij, is een Partij niet verplicht invoerstatistieken uit te wisselen.
ARTIKEL 10.13
Specifieke maatregelen met betrekking tot beheer van preferentiële behandeling
1. De Partijen werken samen bij het voorkomen, opsporen en bestrijden van inbreuken op hun wet- en regelgeving, onregelmatigheden en fraude in verband met de uit hoofde van dit hoofdstuk toegekende preferentiële behandeling, overeenkomstig hoofdstuk 11 en bijlage 12-A.
2. Een Partij kan volgens de procedure van lid 4 besluiten de preferentiële behandeling van de betrokken producten tijdelijk te schorsen, indien zij op basis van objectieve, dwingende en verifieerbare informatie vaststelt dat:
a) er sprake is geweest van grootschalige systematische inbreuken op de desbetreffende wet- en regelgeving, onregelmatigheden of fraude om een preferentiële tariefbehandeling uit hoofde van dit hoofdstuk te verkrijgen, en
b) de andere Partij systematisch weigert of anderszins verzuimt haar in lid 1 bedoelde verplichtingen na te komen, overeenkomstig hoofdstuk 11 en bijlage 12-A.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder niet-nakoming van de in lid 1 bedoelde verplichtingen onder meer verstaan een duidelijk aangetoonde en systematische:
a) niet-naleving van de verplichting om de oorsprong van de betrokken producten te controleren overeenkomstig de procedures van de artikelen 11.24 en 11.25; en
b) weigering of ongerechtvaardigde vertraging bij het meedelen van het resultaat van een overeenkomstig de artikelen 11.25 en 11.26 verrichte controle van de oorsprong, of
c) gebrek aan administratieve samenwerking in de zin van bijlage 12-A.
4. De Partij die een bevinding als bedoeld in lid 2 heeft gedaan, stelt het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken daarvan onverwijld in kennis en verstrekt het de informatie die de basis voor haar bevinding vormt.
5. Wanneer aan de vereisten van lid 4 is voldaan, treedt de Partij die een bevinding heeft gedaan binnen het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken in overleg met de andere Partij om tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te komen. Indien de Partijen binnen 3 (drie) maanden na de datum van kennisgeving geen overeenstemming bereiken over een wederzijds aanvaardbare oplossing, kan de Partij die tot de bevinding is gekomen, besluiten de desbetreffende preferentiële behandeling van de betrokken producten tijdelijk te schorsen. In dergelijke gevallen stelt de Partij die de bevinding heeft gedaan, het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken onverwijld in kennis van de tijdelijke schorsing.
6. Een besluit om de preferentiële behandeling van het betrokken product overeenkomstig lid 4 tijdelijk te schorsen, geldt slechts voor een periode die in verhouding staat tot de gevolgen voor de financiële belangen van de betrokken Partij en niet langer dan 3 (drie) maanden. Indien objectief en verifieerbaar kan worden vastgesteld dat de omstandigheden die tot dat schorsingsbesluit hebben geleid bij het verstrijken van de schorsingstermijn voortduren, kan de betrokken Partij besluiten dat schorsingsbesluit met een gelijke termijn te verlengen. Elke schorsing is het voorwerp van periodiek overleg binnen het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. In geval van verlenging vindt ten minste 15 (vijftien) dagen vóór het verstrijken van de schorsingstermijn overleg in het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken plaats.
7. Elke Partij publiceert overeenkomstig haar interne procedures berichten aan importeurs over alle kennisgevingen van bevindingen in de zin van lid 4 en besluiten tot tijdelijke schorsing als bedoeld in de leden 5 en 6.
AFDELING C
INSTITUTIONELE BEPALINGEN
ARTIKEL 10.14
Subcomité voor de handel in goederen
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor de handel in goederen heeft, naast de in de artikelen 2.4, 9.9 en 13.14 genoemde taken, de volgende taken:
a) het bevorderen van de handel in goederen tussen de Partijen;
b) een jaarlijkse evaluatie van het gebruik en het beheer van de bij dit deel van de overeenkomst toegekende contingenten en preferenties, en
c) het bespreken, verduidelijken en behandelen van technische kwesties die zich tussen de Partijen kunnen voordoen met betrekking tot aangelegenheden in verband met de toepassing van de tariefnomenclatuur van elke Partij, zoals gedefinieerd in de punten 3 en 4 van bijlage 10-A.
ARTIKEL 10.15
Subcomité voor de handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor de handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken heeft, naast de in de artikelen 2.4 en 9.9 genoemde taken, de volgende taken:
a) zorgen voor de tijdige kennisgeving van wijzigingen van wet- en regelgeving inzake onder bijlage 10-D vallende aangelegenheden die gevolgen hebben voor wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken die tussen de Partijen worden verhandeld, en
b) besluiten vaststellen tot nadere bepaling van de regels van punt 2 van aanhangsel 10-D-3, met name de te gebruiken formulieren en de details van de in het analyseverslag te verstrekken informatie.
ARTIKEL 10.16
Samenwerking op het gebied van handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken en steunpunten
1. De Partijen werken samen aan en behandelen kwesties in verband met de handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken, met name:
a) productdefinities, certificering en etikettering van wijnbouwproducten;
b) het gebruik van wijnstokrassen bij de wijnbereiding en de etikettering daarvan; en
c) productdefinities, certificering en etikettering van gedistilleerde dranken.
2. De Partijen werken nauw samen en zoeken naar manieren om de wederzijdse bijstand bij de toepassing van bijlage 10-D te verbeteren, met name met het oog op het bestrijden van frauduleuze praktijken.
3. Om de wederzijdse bijstand tussen de handhavingsinstanties en -autoriteiten van de Partijen met betrekking tot onder deze bijlage vallende aangelegenheden te vergemakkelijken, wijst elke Partij de instanties en autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de toepassing en handhaving van bijlage 10-D. Indien een Partij meer dan één bevoegde instantie of autoriteit aanwijst, ziet zij erop toe dat de werkzaamheden van die instanties en autoriteiten worden gecoördineerd. In dergelijke gevallen wijst een Partij ook één verbindingsinstantie of -autoriteit aan die fungeert als centraal contactpunt voor de instantie of de autoriteit van de andere Partij.
4 De Partijen stellen elkaar via het Subcomité voor de handel in wijnproducten en gedistilleerde dranken uiterlijk 6 (zes) maanden na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van de contactgegevens van de in lid 3 bedoelde organen, autoriteiten en contactpunten. De Partijen stellen elkaar in kennis van elke wijziging van de contactgegevens van deze organen, autoriteiten en contactpunten.
HOOFDSTUK 11
OORSPRONGSREGELS EN OORSPRONGSPROCEDURES
AFDELING A
OORSPRONGSREGELS
ARTIKEL 11.1
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a) “ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde afdeling, onder een bepaald hoofdstuk, onder een bepaalde post of postonderverdeling van het Geharmoniseerd Systeem;
b) “zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
c) “douaneautoriteit of bevoegde overheidsinstantie”:
i) in de Europese Unie, de voor douanezaken bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douanediensten alsook alle andere autoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie die belast zijn met de toepassing en de handhaving van de douanewetgeving; en
ii) in de Mercosur, de bevoegde autoriteiten van de ondertekenende Mercosur-staten of hun opvolgers, zoals hieronder vermeld:
A) Argentinië: Secretaría de Industria y Gestión Comercio van het Ministerio de Economía;
B) Brazilië: Secretaria de Comércio Exterior do Ministério do Desenvolvimento, Indústria, Comércio e Serviços en Secretaria Especial da Receita Federal do Brasil van het Ministério da Fazenda;
C) Paraguay: Subsecretaría de Estado de Comercio y Servicios van het Ministerio de Industria y Comercio; en
D) Uruguay: Asesoría de Política Comercial van het Ministerio de Economía y Finanzas;
d) “exporteur”: een in een Partij gevestigde persoon die het product van oorsprong uitvoert en een attest van oorsprong opstelt;
e) “onderling vervangbare materialen”: materialen van dezelfde soort en handelskwaliteit, met dezelfde technische en fysieke kenmerken en waartussen geen onderscheid mogelijk is zodra zij in het product zijn verwerkt;
f) “goederen”: zowel materialen als producten;
g) “importeur”: een persoon die het product van oorsprong invoert en daarvoor om preferentiële tariefbehandeling verzoekt;
h) “vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of specifieke behandelingen;
i) “materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen die bij de vervaardiging van een product worden gebruikt; en
j) “product”: het product dat wordt vervaardigd, zelfs indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt.
ARTIKEL 11.2
Algemene vereisten
1. Voor de toepassing van de preferentiële tariefbehandeling door een Partij op de goederen van oorsprong uit de andere Partij overeenkomstig dit deel van de overeenkomst, worden de volgende producten, op voorwaarde dat zij aan alle andere toepasselijke voorwaarden van dit hoofdstuk voldoen, beschouwd als van oorsprong uit de Europese Unie:
a) volledig in de Europese Unie verkregen producten zoals bedoeld in artikel 11.4;
b) in de Europese Unie uitsluitend uit materialen van oorsprong verkregen producten; of
c) in de Europese Unie verkregen producten waarin niet van oorsprong zijnde materialen zijn verwerkt, mits daarbij aan de voorwaarden van bijlage 11-B is voldaan.
2. Voor de toepassing van de preferentiële tariefbehandeling door een Partij ten aanzien van de goederen van oorsprong uit de andere Partij overeenkomstig dit deel van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Mercosur, mits zij aan alle andere toepasselijke voorwaarden van dit hoofdstuk voldoen:
a) volledig binnen de Mercosur verkregen producten zoals bedoeld in artikel 11.4;
b) in de Mercosur uitsluitend uit materialen van oorsprong verkregen producten; of
c) in de Mercosur verkregen producten waarin niet van oorsprong zijnde materialen zijn verwerkt, mits daarbij aan de voorwaarden van bijlage 11-B is voldaan.
3. Als een product de oorsprongsstatus heeft verkregen, worden de niet van oorsprong zijnde materialen die zijn gebruikt bij de vervaardiging van dat product niet als niet van oorsprong beschouwd wanneer dat product als materiaal in een ander product wordt verwerkt.
ARTIKEL 11.3
Bilaterale cumulatie van de oorsprong
1. Producten van oorsprong uit de Europese Unie worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Mercosur wanneer zij in een aldaar verkregen product zijn verwerkt, mits zij een be- of verwerking hebben ondergaan die verder gaat dan de in artikel 11.6 genoemde behandelingen.
2. Producten van oorsprong uit de Mercosur worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Europese Unie wanneer zij in een aldaar verkregen product zijn verwerkt, mits zij een be- of verwerking hebben ondergaan die verder gaat dan de in artikel 11.6 genoemde behandelingen.
ARTIKEL 11.4
Geheel en al verkregen producten
1. De volgende producten worden beschouwd als volledig in de Europese Unie of in de Mercosur verkregen:
a) minerale producten en andere natuurlijke stoffen die uit hun bodem of zeebodem worden geëxtraheerd;
b) aldaar gekweekte of geoogste planten en producten van het plantenrijk;
c) aldaar geboren en gehouden levende dieren;
d) producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
e) producten afkomstig van aldaar geboren en opgefokte geslachte dieren;
f) producten afkomstig van aldaar bedreven jacht en visserij;
g) producten van de aquacultuur, indien de vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren daar zijn geboren en opgefokt;
h) producten van de visserij en andere door hun schepen uit de zee gewonnen producten 10 ;
i) producten die, uitsluitend uit de in punt h) bedoelde producten, aan boord van hun fabrieksschepen zijn vervaardigd;
j) minerale producten en andere niet-levende natuurlijke hulpbronnen die zijn gewonnen of geëxtraheerd uit de zeebodem, ondergrond of oceaanbodem van:
i) de exclusieve economische zone van de ondertekenende Mercosur-staten of van de lidstaten van de Europese Unie, zoals bepaald in hun wet- en regelgeving en in overeenstemming met deel V van het Unclos;
ii) het continentale plat van de ondertekenende Mercosur-staten of van de lidstaten van de Europese Unie, zoals bepaald in hun wet- en regelgeving en in overeenstemming met deel VI van het Unclos; of
iii) het gebied, zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, van het Unclos, wanneer een Partij of een persoon uit een Partij exclusieve exploitatierechten heeft, overeenkomstig deel XI van het Unclos en de Overeenkomst betreffende de uitvoering van deel XI van het Unclos;
k) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen;
l) afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte industriële fabricagehandelingen 11 ; of
m) goederen die aldaar uitsluitend uit de in de punten a) tot en met l) bedoelde producten zijn vervaardigd.
2. De termen “hun schepen” en “hun fabrieksschepen” in lid 1, punten h) en i), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen die:
a) zijn geregistreerd in een lidstaat van de Europese Unie of in een ondertekenende Mercosur-staat en, in voorkomend geval, beschikken over visvergunningen die door een ondertekenende Mercosur-staat of de Europese Unie zijn afgegeven op naam van visserijbedrijven die naar behoren zijn geregistreerd om in die lidstaat van de Europese Unie of in die ondertekenende Mercosur-staat actief te zijn;
b) de vlag voeren van dezelfde lidstaat van registratie van de Europese Unie of ondertekenende Mercosur-staat 12 ; en
c) aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
i) ten minste voor 50 % eigendom zijn van één of meer natuurlijke personen 13 uit de Partijen;
ii) eigendom zijn van rechtspersonen 14 :
A) die hun maatschappelijke zetel en belangrijkste handelsactiviteit in een Partij hebben; en
B) die voor ten minste 50 % eigendom zijn van natuurlijke of rechtspersonen uit de Partijen; of
iii) ten minste twee derde van de bemanning bestaat uit natuurlijke personen uit de Partijen.
ARTIKEL 11.5
Toleranties
1. Wanneer een bij de vervaardiging van een product gebruikt niet van oorsprong zijnd materiaal niet aan de vereisten van bijlage 11-B voldoet, wordt dat product als van oorsprong uit een Partij beschouwd, op voorwaarde dat:
a) de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 10 % (tien procent) van de prijs af fabriek van het product; en
b) een van de in bijlage 3-B vermelde percentages voor de maximumwaarde of het maximumgewicht van niet-oorsprongsmaterialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.
2. Lid 1 is niet van toepassing op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het Geharmoniseerd Systeem vallen, waarvoor de afwijkingen gelden die in de aantekeningen 6 en 7 bij bijlage 11-A vermeld zijn.
ARTIKEL 11.6
Ontoereikende be- of verwerking
1. Niettegenstaande artikel 11.2, lid 1, punt c), en artikel 11.2, lid 2, punt c), wordt een product niet als van oorsprong uit een Partij beschouwd indien de vervaardiging van dat product in die Partij slechts bestaat in een of meer van de volgende behandelingen ten aanzien van niet van oorsprong zijnde materialen:
a) conserverende behandelingen die ervoor moeten zorgen dat de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat blijven;
b) het veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli;
c) het wassen, het schoonmaken, het stofvrij maken of het verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
d) het strijken of persen van textiel;
e) het eenvoudig schilderen en polijsten;
f) het ontvliezen of doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten of vlampolijsten van granen of rijstdoppen;
g) het kleuren of aromatiseren van suiker of vormen van suikerklonten; en het geheel of gedeeltelijk vermalen van kristalsuiker;
h) het pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;
i) het aanscherpen, eenvoudig vermalen, het scheiden of versnijden;
j) het zeven, sorteren, classificeren en assorteren, daaronder begrepen het samenstellen van stellen of assortimenten van artikelen;
k) het eenvoudig plaatsen in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;
l) het aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op de verpakking;
m) het eenvoudig mengen van producten, ook indien van verschillende soorten, en het mengen van suiker met andere stoffen;
n) het eenvoudig samenvoegen van niet van oorsprong zijnde delen tot een volledig product en het uit elkaar nemen van producten in onderdelen;
o) het eenvoudig toevoegen van water of het verdunnen, drogen of denatureren van producten;
p) twee of meer van de in de punten a) tot en met o) vermelde behandelingen tezamen; of
q) het slachten van dieren.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden behandelingen als eenvoudig beschouwd indien voor het uitvoeren daarvan geen bijzondere vaardigheden nodig zijn noch speciaal daarvoor gemaakte of geïnstalleerde machines, apparaten of gereedschappen.
ARTIKEL 11.7
Determinerende eenheid
1. De voor de toepassing van dit hoofdstuk in aanmerking te nemen eenheid is het bepaalde product zoals ingedeeld overeenkomstig het Geharmoniseerde Systeem.
2. Indien een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder één enkele post van het Geharmoniseerd Systeem wordt ingedeeld, vormt het geheel de in aanmerking te nemen eenheid.
3. Indien een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het Geharmoniseerd Systeem zijn ingedeeld, is dit hoofdstuk op elk van die producten op zich beschouwd van toepassing.
ARTIKEL 11.8
Verpakking en verpakkingsmiddelen
1. Indien volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het Geharmoniseerd Systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
2. Bij de bepaling van de oorsprongsstatus van producten wordt geen rekening gehouden met het verpakkingsmateriaal en de verpakkingsmiddelen voor verzending die worden gebruikt ter bescherming van die producten tijdens het vervoer.
ARTIKEL 11.9
Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en die gebruikelijk zijn voor dat product en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
ARTIKEL 11.10
Gescheiden boekhouding
1. Indien van oorsprong en niet van oorsprong zijnde onderling vervangbare materialen bij de vervaardiging van een product worden gebruikt, worden die materialen tijdens de opslag fysiek gescheiden, volgens de oorsprong ervan, zodat de materialen van oorsprong hun oorsprongsstatus behouden.
2. Niettegenstaande lid 1 is de fysieke scheiding van van oorsprong zijnde en niet van oorsprong zijnde onderling vervangbare materialen niet nodig bij de vervaardiging van een product, indien de oorsprong van dat product volgens de methode van gescheiden boekhouding voor het beheer van voorraden wordt bepaald.
3. De gescheiden boekhouding wordt bijgehouden en gevoerd overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen die van toepassing zijn op het grondgebied van de Partij waar het product is vervaardigd.
4. De methode van gescheiden boekhouding mag alleen worden gehanteerd indien mee te allen tijde wordt gewaarborgd dat niet meer producten de oorsprongsstatus verkrijgen dan het geval zou zijn wanneer de materialen fysiek gescheiden waren.
5. Een Partij kan verlangen dat de toepassing van de methode van gescheiden boekhouding afhankelijk wordt gesteld van voorafgaande toestemming van de relevante bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten kunnen een vergunning verlenen onder de voorwaarden die zij passend achten, en in dergelijke gevallen houden zij toezicht op het gebruik van de vergunning. Deze autoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken indien de begunstigde van de vergunning op enigerlei wijze oneigenlijk gebruik maakt van de methode van gescheiden boekhouding of niet aan een van de andere in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden voldoet.
ARTIKEL 11.11
Stellen en assortimenten
Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het Geharmoniseerd Systeem worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen ervan van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent (vijftien procent) van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
ARTIKEL 11.12
Neutrale elementen
Om te bepalen of een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de volgende bij de vervaardiging van dat product gebruikte elementen:
a) energie en brandstof;
b) fabrieksuitrusting;
c) machines en werktuigen; of
d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.
ARTIKEL 11.13
Territorialiteitsbeginsel
1. Aan de in dit hoofdstuk genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van de oorsprongsstatus moet in de Europese Unie of in de Mercosur zonder onderbreking zijn voldaan.
2. Wanneer goederen van oorsprong uit de Europese Unie of de Mercosur die naar een derde land zijn uitgevoerd, worden geretourneerd, worden zij als niet van oorsprong aangemerkt, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat de terugkerende goederen:
a) dezelfde zijn als de uitgevoerde goederen; en
b) terwijl zij zich in dat derde land bevonden of toen zij werden uitgevoerd, geen andere behandelingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.
ARTIKEL 11.14
Vervoersomstandigheden
1. De voor invoer in een Partij aangegeven producten zijn dezelfde producten als die welke zijn uitgevoerd uit de Partij waarin zij geacht worden van oorsprong te zijn. Zij mogen niet zijn gewijzigd of enige andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren voor hun bewaring in goede staat of welke bestaan in toevoeging of aanbrenging van merken, etiketten, zegels of andere onderscheidingstekens om te waarborgen dat aan specifieke binnenlandse vereisten van de Partij van invoer wordt voldaan, voordat zij ten invoer werden aangegeven.
2. De producten of zendingen kunnen worden opgeslagen en de zendingen kunnen worden gesplitst indien dit onder de verantwoordelijkheid van de exporteur of een daaropvolgende houder van de goederen gebeurt en de producten in het land of de landen van doorvoer onder het toezicht van de douane blijven.
3. In geval van twijfel over de vraag of aan de voorwaarden van de leden 1 en 2 wordt voldaan, kunnen de douaneautoriteiten van de Partij van invoer de importeur verzoeken te bewijzen dat hij aan de voorwaarden voldoet, welke bewijs met alle middelen kan worden geleverd, onder meer aan de hand van vervoersovereenkomsten zoals cognossementen of feitelijk of concreet bewijsmateriaal zoals merktekens of nummering van de colli of ander bewijsmateriaal betreffende het product zelf.
ARTIKEL 11.15
Tentoonstellingen
1. Dit deel van de overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een derde land zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht ter invoer in de Europese Unie of in de Mercosur indien ten genoegen van de douaneautoriteiten van de Partij van invoer wordt aangetoond dat:
a) een exporteur deze producten vanuit de Europese Unie of de Mercosur naar het derde land heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
b) die exporteur de producten aan een persoon in de Europese Unie of in de Mercosur heeft verkocht of op andere wijze heeft afgestaan;
c) de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan, zijn verzonden; en
d) de producten sinds hun verzending naar de tentoonstelling niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
2. Er moet een attest van oorsprong worden opgesteld overeenkomstig afdeling B, dat bij de douaneautoriteiten van de Partij van invoer moet worden ingediend. Op dat bewijs moeten de naam en het adres van de tentoonstelling zijn vermeld.
3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die voor andere dan particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
AFDELING B
OORSPRONGSPROCEDURES
ARTIKEL 11.16
Algemene vereisten
Producten van oorsprong uit de Europese Unie bij invoer in de Mercosur en producten van oorsprong uit de Mercosur bij invoer in de Europese Unie komen in aanmerking voor een preferentiële tariefbehandeling uit hoofde van dit deel van de overeenkomst na indiening van een attest van oorsprong overeenkomstig artikel 11.17 en de wet- en regelgeving van elke Partij 15 .
ARTIKEL 11.17
Voorwaarden voor het opstellen van een attest van oorsprong
1. Een attest van oorsprong als bedoeld in artikel 11.16 kan worden opgesteld door:
a) een exporteur in overeenstemming met de desbetreffende wet- en regelgeving van de Partij van uitvoer; of
b) een exporteur voor kleine zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet hoger is dan de drempel die is vastgesteld in de desbetreffende wet- en regelgeving van de Partij van uitvoer.
2. De Partijen wisselen informatie uit over de in lid 1 bedoelde relevante wet- en regelgeving:
a) op de datum van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
b) in geval van wijzigingen van die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, vóór de inwerkingtreding van die wijzigingen; en
c) op verzoek van een van de Partijen, te allen tijde na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
3. Een attest van oorsprong kan worden opgesteld indien de producten producten van oorsprong uit de Europese Unie of uit de Mercosur zijn en zij aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.
4. De exporteur die een attest van oorsprong opstelt moet op verzoek van de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer te allen tijde bereid zijn de nodige documenten over te leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere vereisten van dit hoofdstuk is voldaan.
5. De exporteur stelt op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument waarin het product van oorsprong voldoende nauwkeurig is omschreven om het te kunnen identificeren, een attest van oorsprong op in een van de in bijlage 11-C vermelde taalversies, overeenkomstig de wet- en regelgeving van de Partij van uitvoer.
6. Een attest van oorsprong draagt de originele, handgeschreven handtekening van de exporteur, tenzij in de desbetreffende wet- en regelgeving van de Partij van uitvoer anders is bepaald.
7. Een attest van oorsprong kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de producten waarop het betrekking heeft, doch moet binnen 2 (twee) jaar na de invoer van deze producten in de Partij van invoer worden aangeboden.
ARTIKEL 11.18
Geldigheid van een attest van oorsprong
1. Een attest van oorsprong is 12 (twaalf) maanden geldig vanaf de datum waarop het door de exporteur is opgesteld, en wordt binnen die termijn ingediend bij de douaneautoriteiten van de Partij van invoer.
2. Attesten van oorsprong die na de in lid 1 genoemde termijn zijn ingediend, kunnen voor de toepassing van de preferentiële behandeling alleen worden aanvaard indien de niet-indiening ervan binnen die termijn te wijten was aan uitzonderlijke omstandigheden.
3. In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van de Partij van invoer de attesten van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.
ARTIKEL 11.19
Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en onverlet de door de douaneautoriteiten van de Partij van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2, punt a), voor de interpretatie van het Geharmoniseerd Systeem, die zijn ingedeeld onder de afdelingen XV tot en met XXI van het Geharmoniseerd Systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt bij de invoer van de eerste deelzending een enkel attest van oorsprong voor die producten ingediend bij de douaneautoriteiten.
ARTIKEL 11.20
Vrijstellingen van een attest van oorsprong
1. Producten die in kleine colli door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een attest van oorsprong behoeft te worden overgelegd, indien deze producten niet als handelsgoederen worden ingevoerd en bij hun aangifte verklaard is dat zij aan de voorwaarden van dit hoofdstuk voldoen en er over de juistheid van de verklaring geen twijfel bestaat. Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
2. Invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de ontvanger of de reiziger of de leden van hun gezin worden niet als invoer van handelsgoederen aangemerkt indien noch de aard, noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijst.
3. De totale waarde van de in lid 1 bedoelde producten mag niet hoger zijn dan de in de wet- en regelgeving van de Partij van invoer vastgestelde waarden. De Partijen wisselen informatie uit over die waarden.
ARTIKEL 11.21
Bewijsstukken
De in lid 11.17, lid 4, bedoelde documenten kunnen het volgende omvatten:
a) een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door hem uitgevoerde be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;
b) in de Europese Unie of in de Mercosur afgegeven of opgestelde en overeenkomstig de wet- en regelgeving van die Partij gebruikte, afgegeven of opgestelde documenten waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;
c) in de Europese Unie of in de Mercosur afgegeven of opgestelde en overeenkomstig de wet- en regelgeving van die Partij afgegeven of opgestelde documenten waaruit de be- of verwerking van materialen in de Europese Unie of in de Mercosur blijkt; en
d) een attest van oorsprong waaruit de oorsprongsstatus van in de Europese Unie of in de Mercosur gebruikte materialen blijkt, en dat overeenkomstig dit hoofdstuk is opgesteld.
ARTIKEL 11.22
Vereisten inzake het bijhouden van administratie
De exporteur die een attest van oorsprong opstelt, bewaart gedurende ten minste 3 (drie) jaar na de datum waarop het attest van oorsprong is opgesteld, een kopie van dat attest en van de in artikel 11.17, lid 4, bedoelde documenten. De importeur bewaart dat attest van oorsprong, of een kopie daarvan indien het origineel in het bezit is van de douaneautoriteit of de bevoegde overheidsinstantie, gedurende ten minste 3 (drie) jaar na de datum van invoer van de producten waarop dat attest betrekking heeft.
ARTIKEL 11.23
Verschillen en vormfouten
1. Geringe verschillen tussen de gegevens op het attest van oorsprong en de gegevens op de documenten die voor het vervullen van de invoerformaliteiten bij het douanekantoor worden ingediend, maken het attest van oorsprong niet automatisch ongeldig indien blijkt dat het attest van oorsprong met de aangebrachte goederen overeenstemt.
2. Kennelijke vormfouten in een attest van oorsprong leiden niet tot afwijzing van het attest van oorsprong indien deze fouten geen twijfel doen rijzen over de juistheid van de informatie in het attest van oorsprong.
ARTIKEL 11.24
Samenwerking tussen douaneautoriteiten en bevoegde overheidsinstanties
1. De douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties van de lidstaten van de Europese Unie en van de ondertekenende Mercosur-staat verstrekken elkaar door middel van communicatie tussen de Europese Commissie en het secretariaat van de Mercosur de adressen van de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de controle van de attesten van oorsprong.
2. Met het oog op de correcte toepassing van dit hoofdstuk verlenen de Europese Unie en de Mercosur elkaar, via hun douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties, bijstand bij de controle op de echtheid van attesten van oorsprong en de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
3. Om inbreuken op de douanewetgeving te voorkomen, te onderzoeken en te bestrijden, voorziet bijlage 12-A in samenwerking tussen douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties, met inbegrip van de aanwezigheid van naar behoren gemachtigde ambtenaren van de ene Partij op het grondgebied van de andere Partij, mits de Partij op het grondgebied waarvan de bijstand wordt verleend, daarmee instemt en er aan de door de laatstgenoemde Partij gestelde voorwaarden wordt voldaan.
ARTIKEL 11.25
Controle van attesten van oorsprong
1. Controles vinden plaats van de attesten van oorsprong door middel van steekproeven, of, wanneer de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer gegronde redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van de attesten, van de oorsprongsstatus van de betrokken goederen of van de naleving van de andere voorwaarden van dit hoofdstuk.
2. Voor de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer het attest van oorsprong of een kopie daarvan terug aan de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer, met opgave van de redenen voor het verzoek om controle. Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het attest van oorsprong onjuist zijn.
3. Het verzoek om controle en het daaropvolgende antwoord worden ingediend in een officiële taal van de douaneautoriteit of van de bevoegde overheidsinstantie van de Partij van invoer die om de controle verzoekt, in een voor die Partij aanvaardbare taal of overeenkomstig artikel 5, lid 3, van bijlage 12-A.
4. De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer. Te dien einde zijn die autoriteiten of instanties gerechtigd bewijsmateriaal op te vragen en de boeken van de exporteur in te zien en elke andere controle te verrichten die zij passend achten.
5. Indien de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer besluiten de preferentiële behandeling van de betrokken producten in afwachting van de resultaten van de controle op te schorten, bieden zij vrijgave van de producten aan de importeur aan, onder voorbehoud van eventuele conservatoire maatregelen die de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties noodzakelijk achten. Een schorsing van de preferentiële behandeling wordt zo spoedig mogelijk beëindigd nadat de Partij van invoer de oorsprong van de producten heeft vastgesteld.
6. De douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer stellen de autoriteiten van de Partij van invoer die om de controle verzoeken, zo spoedig mogelijk van de resultaten daarvan in kennis. De Partij van uitvoer verstrekt de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer de volgende informatie:
a) de resultaten van de controle;
b) een omschrijving van het gecontroleerde product en de voor de toepassing van de oorsprongsregels geldende tariefindeling;
c) een beschrijving van en een toelichting bij het vervaardigingsproces waarmee de oorsprong van het product wordt gestaafd;
d) informatie over de wijze waarop de controle is uitgevoerd; en
e) indien van toepassing, ondersteunende bewijsstukken.
7. Behoudens in uitzonderlijke omstandigheden weigeren de verzoekende douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties de preferentiële tariefbehandeling voor de door het attest van oorsprong bestreken producten, indien binnen 10 (tien) maanden na de datum waarop het controleverzoek is gedaan, geen antwoord is ontvangen, of indien het antwoord onvoldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken attest of de oorsprong van de producten vast te stellen. De periode van 10 (tien) maanden kan in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd, rekening houdend met het aantal verzoeken om controle en de complexiteit van de controles.
8. De douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer die om de controle verzoeken, stellen deze autoriteiten of instanties op verzoek van de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer in kennis van hun besluit over het controleproces.
ARTIKEL 11.26
Overleg
1. Indien de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer met betrekking tot de controleprocedures van artikel 11.25 voornemens zijn een oorsprong vast te stellen die niet strookt met het antwoord van de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer overeenkomstig artikel 11.25, lid 6, stelt de Partij van invoer de Partij van uitvoer binnen 60 (zestig) dagen na ontvangst van het antwoord overeenkomstig artikel 11.25, lid 6, van dit voornemen in kennis.
2. Op verzoek van een van de Partijen plegen de Partijen binnen 90 (negentig) dagen na de datum van de in lid 1 bedoelde kennisgeving of binnen een overeengekomen termijn overleg om meningsverschillen met betrekking tot de controleprocedures op te lossen. De Partijen kunnen per geval de termijn voor overleg door schriftelijke wederzijdse overeenstemming verlengen.
3. Indien er met betrekking tot de controleprocedures meningsverschillen zijn ten aanzien waarvan geen overeenstemming kan worden bereikt tussen de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer die om de controle verzoekt, en de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van uitvoer die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze controle, of indien deze meningsverschillen vragen doen rijzen over de interpretatie van dit hoofdstuk, worden deze meningsverschillen of vragen voorgelegd aan het in artikel 11.32 bedoelde Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels.
4. De douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer die om een controle verzoeken, kunnen de oorsprong vaststellen na overleg in het Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels, en uitsluitend op basis van voldoende motivering, nadat de importeur het recht heeft gekregen te worden gehoord. De Partij van uitvoer wordt van de vaststelling in kennis gesteld.
5. Niets in dit artikel doet afbreuk aan de procedures of de rechten van de Partijen uit hoofde van hoofdstuk 29.
6. Geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten of de bevoegde overheidsinstanties van de Partij van invoer worden in alle gevallen beslecht volgens de wetgeving van die Partij.
ARTIKEL 11.27
Vertrouwelijkheid
1. Elke Partij respecteert in overeenstemming met haar wet- en regelgeving de vertrouwelijke aard van de op grond van dit hoofdstuk verzamelde informatie en beschermt die gegevens tegen openbaarmaking.
2. De door de autoriteiten van de Partij van invoer verkregen informatie mag alleen met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk door die autoriteiten worden gebruikt. Elke Partij zorgt ervoor dat de vertrouwelijke informatie die krachtens dit hoofdstuk wordt verzameld, niet wordt gebruikt voor andere doeleinden dan het beheer en de handhaving van oorsprongsbepaling en douanezaken, tenzij de persoon of Partij die de vertrouwelijke informatie heeft verstrekt, daarvoor toestemming heeft gegeven.
3. Niettegenstaande lid 2 kan de Partij van invoer toestaan dat op grond van dit hoofdstuk verzamelde informatie wordt gebruikt of meegedeeld in administratieve, rechterlijke of buitengerechtelijke procedures die zijn ingeleid wegens niet-naleving van douanegerelateerde wet- en regelgeving waarmee aan dit hoofdstuk uitvoering wordt gegeven. In dat geval stelt de Partij van invoer de Partij van uitvoer in kennis van het gebruik of de mededeling van de informatie.
ARTIKEL 11.28
Administratieve maatregelen en sancties
Een Partij voorziet overeenkomstig haar wet- en regelgeving in administratieve maatregelen en sancties tegen elke persoon die een document met onjuiste informatie opstelt of laat opstellen met het doel producten onder een preferentiële tariefbehandeling te doen vallen.
AFDELING C
SLOTBEPALINGEN
ARTIKEL 11.29
Ceuta en Melilla
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk vallen van de zijde van de Europese Unie Ceuta en Melilla niet onder de term “Partij”.
2. Producten van oorsprong uit de Mercosur die in Ceuta en Melilla worden ingevoerd, zijn in elk opzicht krachtens deze overeenkomst voorwerp van dezelfde douanebehandeling als die welke op grond van Protocol nr. 2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Unie van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Europese Unie. De Mercosur past op de invoer van onder deze overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde douanebehandeling toe als op de invoer van producten van oorsprong uit de Europese Unie.
3. De oorsprongsregels en oorsprongsprocedures in het kader van dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing op producten die vanuit de Mercosur naar Ceuta en Melilla worden uitgevoerd en op goederen die vanuit Ceuta en Melilla naar de Mercosur worden uitgevoerd.
4. Ceuta en Melilla worden als één grondgebied beschouwd.
5. De exporteur vermeldt in veld 2 van de tekst van het attest van oorsprong “Mercosur” of “Ceuta en Melilla”, afhankelijk van de oorsprong van het product.
6. De douaneautoriteiten van het Koninkrijk Spanje zijn verantwoordelijk voor de toepassing en tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk in Ceuta en Melilla.
ARTIKEL 11.30
Tariefcontingenten
Producten die in het kader van door de Europese Unie toegekende tariefcontingenten worden uitgevoerd, gaan vergezeld van een officieel document dat is afgegeven door de ondertekenende Mercosur-staten, en waarvan het model uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst door de Mercosur aan de Europese Unie moet worden meegedeeld 16 .
ARTIKEL 11.31
Goederen in doorvoer of in opslag
Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan dit hoofdstuk voldoen en die zich op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in doorvoer of in tijdelijke opslag bevinden in entrepots of vrije zones in de Europese Unie of in de Mercosur, mits binnen 6 (zes) maanden na die datum bij de douaneautoriteiten van de Partij van invoer een attest van oorsprong en, in voorkomend geval, de documenten waaruit blijkt dat de goederen aan artikel 11.14 voldoen, worden ingediend.
ARTIKEL 11.32
Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels heeft, naast de in artikel 2.4, artikel 9.9, artikel 12.6, lid 10, en artikel 12.21 genoemde taken, de volgende taken:
a) de voorbereidende interne werkzaamheden verrichten die nodig zijn voor het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken op het gebied van:
i) de uitvoering en de werking van dit hoofdstuk; en
ii) eventuele door een Partij voorgestelde wijzigingen van dit hoofdstuk;
b) het opstellen van toelichtingen om de uitvoering van dit hoofdstuk te vergemakkelijken; en
c) het zo nodig plegen van het in artikel 11.26 bedoelde overleg.
ARTIKEL 11.33
Toelichtingen
Het Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels stelt in voorkomend geval toelichtingen vast betreffende de interpretatie, de toepassing en het beheer van dit hoofdstuk.
ARTIKEL 11.34
Wijzigingen van dit hoofdstuk
De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan dit hoofdstuk uit hoofde van artikel 9.7, lid 1, punt f), wijzigen.
HOOFDSTUK 12
DOUANE EN HANDELSBEVORDERING
ARTIKEL 12.1
Doelstellingen en toepassingsgebied
1. De Partijen erkennen het belang van douane en handelsbevordering bij de ontwikkeling van het mondiale handelsstelsel.
2. De Partijen erkennen dat internationale instrumenten en normen op het gebied van handel en douane de basis vormen voor invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures.
3. De Partijen erkennen dat hun wetgeving niet-discriminerend moet zijn en dat de douane- en andere handelsgerelateerde procedures moeten zijn gebaseerd op het gebruik van moderne methoden en doeltreffende controles om fraude te bestrijden, de gezondheid en veiligheid van consumenten te beschermen en legitieme handel te bevorderen. Elke Partij dient haar wetgeving en douaneprocedures periodiek te evalueren. De Partijen erkennen tevens dat hun douane- en andere handelsgerelateerde procedures niet meer administratieve lasten of handelsbeperkingen mogen meebrengen dan nodig is om de legitieme doelstellingen te verwezenlijken en dat zij op voorspelbare, consistente en transparante wijze moeten worden toegepast.
4. De Partijen versterken hun samenwerking om ervoor te zorgen dat de desbetreffende wet- en regelgeving en de administratieve capaciteit van de bevoegde overheidsdiensten voldoen aan de doelstellingen de handel te bevorderen en tegelijkertijd te zorgen voor een doeltreffende controle op de invoer, uitvoer en doorvoer van goederen aan de grens.
5. De Partijen werken samen om de ontwikkeling van de regionale integratie in zowel de Europese Unie als de Mercosur te ondersteunen.
ARTIKEL 12.2
Douanesamenwerking
1. De Partijen werken via hun respectieve autoriteiten samen op het gebied van douane- en andere handelsgerelateerde zaken om de doelstellingen van artikel 12.1 te verwezenlijken.
2. De samenwerking kan omvatten:
a) de uitwisseling van informatie over douane- en andere handelsgerelateerde wetgeving, de tenuitvoerlegging van dergelijke wetgeving en douaneprocedures, met name op de volgende gebieden:
i) vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures;
ii) handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten;
iii) vrij verkeer van goederen en regionale integratie;
iv) vergemakkelijking van doorvoer en overlading;
v) coördinatie tussen instanties aan de grens;
vi) betrekkingen met het bedrijfsleven;
vii) veiligheid van de toeleveringsketen en risicobeheer; en
viii) gebruik van informatietechnologie, gegevens- en documentatievereisten en éénloketsystemen, met inbegrip van het streven naar de toekomstige interoperabiliteit ervan;
b) uitwisseling van informatie over internationale instrumenten en normen op het gebied van handel en douane;
c) samenwerking inzake de douanegerelateerde aspecten van de beveiliging en bevordering van de internationale handelstoeleveringsketen overeenkomstig het SAFE Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade van de Werelddouaneorganisatie (hierna “WDO” genoemd);
d) ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven met betrekking tot invoer- en uitvoerprocedures, met inbegrip van technische bijstand, capaciteitsopbouw en maatregelen om het bedrijfsleven doeltreffende dienstverlening te bieden;
e) versterking van de samenwerking tussen de Partijen op het gebied van douane en handelsbevordering in internationale organisaties als de WTO, de WDO en de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (hierna “UNCTAD” genoemd);
f) waar nodig en passend, wederzijdse erkenning van handelspartnerschapsprogramma's en douanecontroles, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering;
g) de bevordering van samenwerking tussen douanediensten en andere overheidsautoriteiten of -instanties met betrekking tot programma's voor geautoriseerde marktdeelnemers, bijvoorbeeld door de vereisten op elkaar af te stemmen, de toegang tot voordelen te vergemakkelijken en onnodige doublures tot een minimum te beperken;
h) in samenwerking streven naar een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de bepaling van de douanewaarde; en
i) in samenwerking streven naar verdere verkorting van de vrijgavetijden en onverwijlde vrijgave van goederen, en met name van bederfelijke goederen.
3. De Partijen verlenen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden overeenkomstig de bepalingen van bijlage 12-A.
ARTIKEL 12.3
Douane- en andere handelsgerelateerde wet- en regelgeving
1. De douane- en handelsgerelateerde wet- en regelgeving 17 van elke Partij is gebaseerd op:
a) internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, waaronder: de WTO-overeenkomst inzake handelsfacilitatie, opgesteld te Bali op 7 december 2013 (hierna “de WTO-overeenkomst inzake handelsfacilitatie” genoemd); het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, gedaan te Brussel op 14 juni 1983; het Safe Framework en het Data Model van de WDO, aangenomen in juni 2005, en, voor zover mogelijk, de inhoudelijke elementen van de Herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, gedaan te Kyoto op 18 mei 1973;
b) het gemeenschappelijke doel rechtmatige handel te bevorderen door een doeltreffende handhaving en naleving van wettelijke vereisten; en
c) wetgeving die evenredig en niet-discriminerend is, geen onnodige last aan marktdeelnemers oplegt, voorziet in verdere facilitatie voor marktdeelnemers met een hoog nalevingsniveau, met inbegrip van een gunstige behandeling met betrekking tot douanecontroles voorafgaand aan de vrijgave van goederen, en garanties biedt tegen fraude en onrechtmatige of schadelijke activiteiten.
2. Teneinde de werkmethoden te verbeteren en te zorgen voor een niet-discriminatoire, transparante, efficiënte en integere werkwijze waarvoor verantwoording wordt afgelegd, neemt elke Partij de volgende maatregelen:
a) waar mogelijk de vereisten en formaliteiten vereenvoudigen en evalueren met het oog op een snelle vrijgave en douaneafhandeling van goederen;
b) ernaar streven de door de douaneautoriteiten en andere instanties verlangde gegevens en documentatie verder te vereenvoudigen en te standaardiseren. en
c) erop toezien dat ter zake van integriteit uiterst strenge normen worden nageleefd, door de toepassing van maatregelen die voldoen aan de in de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten neergelegde beginselen.
ARTIKEL 12.4
Vrijgave van goederen
1. Elke Partij stelt voorschriften en procedures vast dan wel handhaaft voorschriften en procedures die:
a) voorzien in de onmiddellijke vrijgave van goederen binnen een tijdvak dat niet langer is dan vereist om te waarborgen dat aan haar douane- en andere handelsgerelateerde wetgeving en formaliteiten wordt voldaan;
b) ervoor zorgen dat de documentatie en alle andere vereiste informatie vóór de aankomst van de goederen elektronisch worden ingediend en elektronisch worden verwerkt, zodat goederen bij aankomst kunnen worden vrijgegeven 18 ; en
c) de vrijgave van goederen mogelijk maken vóór de definitieve vaststelling van douanerechten, belastingen, retributies en heffingen, indien die vaststelling niet vóór, bij of zo snel mogelijk na aankomst plaatsvindt, en indien aan alle andere wettelijke voorschriften is voldaan.
2. Voor de toepassing van lid 1, punt c), kan elke Partij als voorwaarde voor een dergelijke vrijgave een zekerheid eisen voor elk bedrag dat nog niet is vastgesteld in de vorm van een zekerheid, een borgsom of een ander passend instrument waarin haar wet- en regelgeving voorziet. Een dergelijke garantie mag niet uitgaan boven het bedrag dat de Partij verlangt ter verzekering van de betaling van de douanerechten, belastingen, retributies en heffingen die uiteindelijk worden verschuldigd voor de goederen waarvoor garantie is gesteld. De zekerheid wordt vrijgegeven wanneer zij niet langer vereist is 19 .
3. Elke Partij streeft ernaar de vrijgavetermijnen verder te verkorten en de goederen onverwijld vrij te geven.
ARTIKEL 12.5
Aan bederf onderhevige goederen
1. Aan bederf onderhevige goederen in de zin van deze bepaling zijn goederen die vanwege hun natuurlijke kenmerken snel vergaan, met name wanneer zij niet onder de juiste voorwaarden worden opgeslagen.
2. Elke Partij kent bij het vaststellen van het tijdschema voor eventueel vereiste onderzoeken alsook bij het uitvoeren daarvan passende prioriteit toe aan aan bederf onderhevige goederen.
3. Op verzoek van een marktdeelnemer moet elke Partij, indien zulks uitvoerbaar en in overeenstemming met haar wet- en regelgeving is:
a) voorzien in de inklaring van een zending aan bederf onderhevige goederen buiten de kantooruren van de douane- en andere bevoegde autoriteiten; en
b) toestaan dat zendingen aan bederf onderhevige goederen in de bedrijfsruimten van de marktdeelnemer worden ingeklaard.
ARTIKEL 12.6
Voorafgaande besluiten
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder “voorafgaand besluit”: een schriftelijk besluit dat voorafgaand aan de invoer van een goed waarop de aanvraag betrekking heeft, aan een aanvrager wordt verstrekt en waarin wordt beschreven welke behandeling de Partij ten tijde van de invoer op het goed zal toepassen wat betreft:
a) de tariefindeling van het goed; en
b) de oorsprong van het goed.
2. Elke Partij stelt via haar douaneautoriteiten een voorafgaand besluit vast waarin de op de betrokken goederen toe te passen behandeling wordt omschreven. Indien een aanvrager een schriftelijk verzoek indient, ook in elektronische vorm, dat alle nodige informatie bevat overeenkomstig de wet- en regelgeving van de uitvaardigende Partij, wordt dat besluit op passende wijze en tijdig vastgesteld.
3. Het voorafgaande besluit is geldig voor een periode van ten minste 3 (drie) jaar vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld, tenzij het recht, de feiten of de omstandigheden die aan het oorspronkelijke voorafgaande besluit ten grondslag liggen, wijzigen.
4. Een Partij kan weigeren een voorafgaand besluit vast te stellen indien de opgeworpen vraag voorwerp is van administratieve of rechterlijke toetsing of indien de aanvraag geen betrekking heeft op een voorgenomen gebruik van het voorafgaande besluit. Wanneer een Partij weigert een voorafgaand besluit vast te stellen, stelt zij de aanvrager hiervan onverwijld schriftelijk in kennis, met vermelding van de relevante feiten en de redenen voor haar beslissing.
5. Elke Partij maakt ten minste het volgende bekend:
a) de vereisten voor de aanvraag voor een voorafgaand besluit, met inbegrip van de te verstrekken informatie en het formaat;
b) de termijn waarbinnen zij een voorafgaand besluit zal afgeven; en
c) de periode gedurende welke het voorafgaande besluit geldig is.
6. Wanneer een Partij een voorafgaand besluit intrekt, wijzigt of ongeldig verklaart, stelt zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis, met vermelding van de relevante feiten en de redenen voor haar besluit. Een Partij kan een voorafgaand besluit alleen met terugwerkende kracht intrekken, wijzigen of ongeldig verklaren wanneer dat was gebaseerd op onvolledige, onjuiste, bedrieglijke of misleidende informatie.
7. Een door een Partij vastgesteld voorafgaand besluit is voor die Partij bindend ten aanzien van de aanvrager die om het voorafgaand besluit heeft verzocht. De Partij kan bepalen dat het voorafgaande besluit bindend is voor de aanvrager.
8. Elke Partij verstrekt, op schriftelijk verzoek van een aanvrager, een herziening van het voorafgaande besluit of van het besluit tot intrekking, wijziging of ongeldigverklaring ervan 20 .
9. Met inachtneming van eventuele vertrouwelijkheidsvereisten worden inhoudelijke elementen van deze besluiten online of in andere passende formaten gepubliceerd.
10. Om de handel te bevorderen, bespreekt het in artikel 12.21 bedoelde Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels regelmatig updates over wijzigingen in de respectieve wet- en regelgeving van de Partijen met betrekking tot de in dit artikel vermelde aangelegenheden.
11. De Partijen kunnen overeenstemming bereiken over voorafgaande besluiten over andere aangelegenheden.
ARTIKEL 12.7
Doorvoer en overlading
1. Elke Partij waarborgt de vrije doorvoer over haar gebied volgens de route die daarvoor het meest geschikt is.
2. Onverminderd rechtmatige controle behandelt elke Partij de doorvoer van of naar het grondgebied van de andere Partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke goederen en het verkeer daarvan, met inbegrip van in- en uitvoer, wanneer dergelijke goederen op dezelfde route onder soortgelijke voorwaarden worden vervoerd.
3. Elke Partij past, voor zover mogelijk, op overgeladen goederen douaneprocedures toe die minder belastend zijn dan die welke op doorvoer van toepassing zijn.
4. Elke Partij voert regelingen in om goederen, behoudens een passende zekerheidstelling, zonder betaling van rechten en andere heffingen onder douanecontrole te kunnen vervoeren.
5. Elke Partij bevordert regionale doorvoerregelingen en legt die ten uitvoer teneinde doorvoer te bevorderen en handelsbelemmeringen te verminderen.
6. De Partijen passen internationale normen en instrumenten betreffende doorvoer toe.
7. Douanevervoerregelingen kunnen ook worden gebruikt wanneer het vervoer van goederen op het grondgebied van een Partij begint of eindigt (intern douanevervoer).
8. De Partijen zorgen ervoor dat alle betrokken autoriteiten en instanties op hun respectieve grondgebied inzake douaneaangelegenheden samenwerken en hun activiteiten coördineren teneinde doorvoer te bevorderen.
ARTIKEL 12.8
Geautoriseerde marktdeelnemer
1. Elke Partij stelt een partnerschapsprogramma voor handelsbevordering in dan wel handhaaft een dergelijk partnerschapsprogramma voor deelnemers die voldoen aan specifieke criteria (hierna “geautoriseerde marktdeelnemers” genoemd).
2. De specifieke criteria waaraan marktdeelnemers moeten voldoen om als geautoriseerde marktdeelnemers te worden aangemerkt, hierna “de specifieke criteria” genoemd, houden verband met de naleving of het risico van niet-naleving van de in de wet- en regelgeving van elke Partij gespecificeerde vereisten. De specifieke criteria, die moeten worden bekendgemaakt, zijn onder meer:
a) geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douane- en belastingwetgeving en -voorschriften en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager;
b) de aanvrager kan aantonen dat hij zijn handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft dankzij een handels- en, waar passend, vervoersadministratie die passende douanecontroles mogelijk maakt;
c) financiële solvabiliteit die geacht wordt aangetoond te zijn als de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie;
d) aangetoonde bekwaamheid of beroepskwalificaties die rechtstreeks samenhangen met de verrichte activiteit; en
e) passende veiligheidsnormen.
3. De specifieke criteria worden niet zodanig ontworpen of toegepast dat ze in gelijke omstandigheden willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen marktdeelnemers in de hand werken of meebrengen, en staan de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen toe.
4. Het partnerschapsprogramma voor handelsbevordering omvat ten minste vier van de volgende voordelen:
a) minder eisen aan documenten en gegevens, naargelang van het geval;
b) laag percentage fysieke controles en onderzoeken, naargelang van het geval;
c) korte vrijgavetermijn, naargelang van het geval;
d) uitgestelde betaling van rechten, belastingen, retributies en heffingen;
e) gebruikmaking van doorlopende garanties of garanties met korte looptijd;
f) één enkele douaneaangifte voor alle in- en uitvoer in een bepaalde periode; en
g) douane-afhandeling van goederen in de bedrijfsruimten van de geautoriseerde marktdeelnemer of op een andere door de douaneautoriteiten goedgekeurde plaats.
5. De Partijen moeten zorgen voor coördinatie tussen douaneautoriteiten en andere grensinstanties bij de ontwikkeling van hun respectieve programma’s voor geautoriseerde marktdeelnemers door middel van bijvoorbeeld de onderlinge afstemming van vereisten, de beperking van onnodige doublures tot een minimum en de toegang tot voordelen in verband met controles en vereisten beheerd door andere instanties dan douaneautoriteiten.
ARTIKEL 12.9
Eén loket
Elke Partij streeft ernaar éénloketsystemen op te zetten die handelaren in staat stellen de documentatie en gegevens die vereist zijn voor de invoer, uitvoer of doorvoer van goederen via een centraal toegangspunt in te dienen bij de deelnemende autoriteiten of agentschappen.
ARTIKEL 12.10
Transparantie
1. De Partijen erkennen het belang van tijdig overleg met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven over de door een Partij voorgestelde wetgeving en procedures met betrekking tot douane en handelsbevordering.
2. Elke Partij ziet erop toe dat haar respectieve douane- en overige handelsgerelateerde voorschriften en procedures blijven voldoen aan de behoeften van de handelsgemeenschap, beste praktijken volgen en de handel zo min mogelijk blijven beperken.
3. Elke Partij voorziet in voorkomend geval in regelmatig overleg tussen haar grensagentschappen en de handelaren of andere belanghebbenden die zich op haar grondgebied bevinden.
4. Elke Partij publiceert onverwijld, op niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke wijze en voor zover mogelijk langs elektronische weg, nieuwe wet- en regelgeving en algemene procedures in verband met douane en handelsbevordering, voorafgaand aan de toepassing van dergelijke wet- en regelgeving en algemene procedures, alsmede wijzigingen en interpretaties van die wet- en regelgeving en algemene procedures. Dit omvat:
a) de procedures bij invoer, uitvoer en doorvoer, met inbegrip van de procedures bij binnenkomst via havens, luchthavens en andere punten van binnenkomst, alsmede de openingstijden daarvan, en de daarvoor vereiste formulieren en documenten;
b) de toegepaste tarieven wat betreft rechten en belastingen van welke aard ook ter zake van of in verband met de invoer of uitvoer;
c) de retributies en heffingen die worden opgelegd door of voor overheidsinstanties ter zake van of in verband met de invoer, uitvoer of doorvoer;
d) de voorschriften voor de indeling of waardebepaling van producten voor douanedoeleinden;
e) de algemeen toepasselijke wet- en regelgeving en administratieve besluiten van algemene toepassing die betrekking hebben op de oorsprongsregels;
f) de beperkingen of verboden met betrekking tot invoer, uitvoer of doorvoer;
g) de sanctiebepalingen ten aanzien van niet-inachtneming van de invoer-, uitvoer- of doorvoerformaliteiten;
h) bezwaar- en beroepsprocedures;
i) de overeenkomsten of delen daarvan met welk land of welke landen dan ook in verband met de invoer, uitvoer of doorvoer;
j) de procedures voor het beheer van tariefcontingenten;
k) de contactpunten voor verzoeken om informatie. en
l) andere relevante mededelingen van administratieve aard in verband met het voorgaande.
5. Elke Partij ziet erop toe dat er een redelijke tijdspanne ligt tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving en algemene procedures, en retributies of heffingen.
6. Elke Partij stelt het volgende online beschikbaar en actualiseert dit, naargelang het geval:
a) een beschrijving van de invoer-, uitvoer- en doorvoerprocedures, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, informatie over de praktische stappen die nodig zijn voor in- en uitvoer en voor doorvoer;
b) de formulieren en documenten die nodig zijn voor de invoer in, de uitvoer uit of de doorvoer door het grondgebied van die Partij, en
c) de contactgegevens van de informatiepunten.
7. Elke Partij richt een of meer informatiepunten op of houdt die in stand om redelijke vragen van overheden, handelaren en andere belanghebbenden over douane- en andere handelsgerelateerde aangelegenheden binnen een redelijke termijn te beantwoorden. De Partijen eisen geen betaling van een retributie voor het beantwoorden van verzoeken om inlichtingen of het verstrekken van de nodige formulieren en documenten. De informatiepunten beantwoorden de verzoeken om inlichtingen en verstrekken de formulieren en documenten binnen een door elke Partij vastgestelde redelijke termijn, die kan verschillen naargelang de aard of de ingewikkeldheid van het verzoek.
ARTIKEL 12.11
Douanewaarde
Bij de wederzijdse handel tussen de Partijen is op de voorschriften inzake de douanewaarde de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994 van toepassing. De bepalingen van die overeenkomst worden hierbij in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan integrerend deel uit.
ARTIKEL 12.12
Risicobeheer
1. Elke Partij stelt een risicobeheersysteem voor douanecontrole in dan wel handhaaft een risicobeheersysteem.
2. Elke Partij ontwerpt en past het risicobeheer toe op zodanige wijze dat willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de internationale handel wordt vermeden.
3. Elke Partij concentreert de douanecontroles en andere relevante grenscontroles op zendingen met een hoog risico en bespoedigt de vrijgave van zendingen met een laag risico. Elke Partij kan als onderdeel van zijn risicobeheer ook op willekeurige basis zendingen voor dergelijke controles selecteren.
4. Elke Partij baseert haar risicobeheer op een beoordeling van de risico’s aan de hand van passende selectiviteitscriteria.
5. De bepalingen van dit artikel zijn, waar mogelijk, van toepassing op procedures die door andere grensinstanties worden beheerd.
ARTIKEL 12.13
Controle na douaneafhandeling
1. Ter bespoediging van de vrijgave van de goederen voorziet elke Partij in controles na douaneafhandeling, of handhaaft deze, teneinde de naleving van de douane‑ en andere daarmee verband houdende wet- en regelgeving te verzekeren.
2. Elke Partij voert de controles na douaneafhandeling op risicogebaseerde wijze uit.
3. Elke Partij voert de controles na douaneafhandeling op transparante wijze uit. Als een controle is verricht en uitsluitsel heeft gegeven, stelt de Partij de persoon wiens administratie het voorwerp van de controle is, onverwijld in kennis van de resultaten, van zijn rechten en plichten alsmede van de redenen voor de resultaten.
4. De Partijen erkennen dat de bij controles na douaneafhandeling verkregen informatie kan worden gebruikt in verdere administratieve of gerechtelijke procedures.
5. De Partijen gebruiken, voor zover praktisch uitvoerbaar, de resultaten van een controle na douaneafhandeling bij de toepassing van het risicobeheer.
ARTIKEL 12.14
Douane-expediteurs
Elke Partij maakt haar maatregelen inzake de gebruikmaking van douane-expediteurs bekend. Elke Partij past transparante, niet-discriminerende en evenredige voorschriften toe indien en wanneer zij douane-expediteurs een toelating verleent. Een Partij stelt geen nieuwe maatregelen vast waarbij het gebruik van douane-expediteurs verplicht wordt gesteld.
ARTIKEL 12.15
Inspectie vóór verzending
Een Partij eist noch verplichte uitvoering van inspecties vóór verzending zoals gedefinieerd in de WTO-overeenkomst inzake inspectie vóór verzending, noch verplichte uitvoering van enige andere inspectieactiviteit op de plaats van bestemming, vóór douaneafhandeling, door particuliere ondernemingen.
ARTIKEL 12.16
Beroepsprocedures
1. Elk van beide Partijen voorziet in doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties betreffende de in-, uit- of doorvoer van goederen garanderen.
2. Bij beroepsprocedures kan het gaan om administratieve toetsing door de toezichthoudende instantie en om een toetsing door de rechter van besluiten die op administratief niveau zijn genomen overeenkomstig de wet- en regelgeving van elke Partij.
3. Eenieder die bij de douaneautoriteiten om een besluit heeft verzocht, doch binnen de toepasselijke termijnen geen besluit over dat verzoek heeft verkregen, heeft eveneens het recht beroep in te stellen.
4. Elke Partij stelt een persoon ten aanzien van wie zij een administratief besluit neemt, in kennis van de redenen voor dat besluit, zodat die persoon zo nodig beroep kan instellen.
ARTIKEL 12.17
Invoer-, uitvoer- en doorvoerformaliteiten en gegevens- en documentatievereisten
1. Elke Partij zorgt ervoor dat invoer-, uitvoer- en doorvoerformaliteiten en vereisten ten aanzien van gegevens en documentatie:
a) worden vastgesteld of toegepast met het oog op een snelle vrijgave van goederen, in het bijzonder aan bederf onderhevige goederen, mits aan de voorwaarden voor de vrijgave is voldaan;
b) zodanig worden vastgesteld of toegepast dat de voor het naleven van de voorschriften benodigde tijd en de daarmee verbonden kosten voor handelaren en marktdeelnemers worden verminderd;
c) de minst handelsbeperkende maatregel zijn die wordt gekozen wanneer twee of meer alternatieve maatregelen redelijkerwijs beschikbaar zijn om aan de betrokken beleidsdoelstelling(en) te voldoen; en
d) niet worden gehandhaafd, met inbegrip van delen daarvan, indien zij of delen daarvan niet langer nodig zijn.
2. De Mercosur streeft naar de toepassing van gemeenschappelijke douaneprocedures en uniforme vereisten inzake douanegegevens voor de vrijgave van goederen.
ARTIKEL 12.18
Gebruik van informatietechnologie
1. Elke Partij maakt gebruik van informatietechnologie die procedures voor de vrijgave van goederen bespoedigt, ter bevordering van de handel tussen de Partijen.
2. Elke Partij:
a) stelt douaneaangiften en, waar mogelijk, andere documenten die nodig zijn voor de invoer, doorvoer of uitvoer van goederen, langs elektronische weg beschikbaar;
b) staat toe dat een douaneaangifte en, waar mogelijk, andere gegevens die vereist zijn voor de in- en uitvoer van goederen in elektronische vorm worden ingediend;
c) stelt een manier vast om de elektronische uitwisseling van douane-informatie met haar handelsgemeenschap mogelijk te maken;
d) bevordert de elektronische uitwisseling van gegevens tussen haar respectieve handelaren, douanediensten en andere handelsgerelateerde instanties; en
e) maakt gebruik van elektronische risicobeheersystemen voor beoordeling en gerichtheid die haar douaneautoriteiten en, indien mogelijk, andere grensinstanties in staat stellen hun inspecties toe te spitsen op risicogoederen en die de vrijgave en het verkeer van goederen met een laag risico vergemakkelijken.
3. Elke Partij stelt procedures in dan wel handhaaft procedures die elektronische betaling mogelijk maken van rechten, belastingen, retributies en heffingen die door de douaneautoriteiten en, zo mogelijk en van toepassing, andere grensinstanties worden geïnd.
ARTIKEL 12.19
Sancties
1. Elke Partij zorgt ervoor dat haar wet- en regelgeving op douanegebied bepaalt dat sancties wegens schendingen van haar regelgeving of procedurele vereisten op douanegebied evenredig en niet-discriminerend zijn.
2. Sancties voor een inbreuk op de wet- of regelgeving of procedurele vereisten op douanegebied van een Partij worden alleen opgelegd aan de persoon die krachtens het recht van die Partij voor een dergelijke inbreuk verantwoordelijk is.
3. Welke sancties worden opgelegd, hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval, en de sancties zijn evenredig aan de omvang en de ernst van de overtreding. Elke Partij vermijdt stimulansen of belangenconflicten bij het opleggen en innen van sancties.
4. In geval van vrijwillige voorafgaande bekendmaking aan een douanedienst van de omstandigheden rond een schending van wet en -regelgeving en procedurele vereisten op douanegebied, wordt elke Partij aangemoedigd dit bij de vaststelling van een sanctie als een mogelijke verzachtende factor te beschouwen.
5. Wanneer een sanctie wordt opgelegd wegens overtreding van de wet- en regelgeving of een procedurele vereiste op douanegebied, wordt een schriftelijke toelichting verstrekt aan de persoon aan wie de sanctie wordt opgelegd, met vermelding van de aard van de overtreding en de toepasselijke wet, de toepasselijke regeling of de toepasselijke procedure krachtens welke het bedrag of de duur van de sanctie wegens overtreding is vastgesteld.
ARTIKEL 12.20
Tijdelijke invoer
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de term “tijdelijke invoer” verstaan de douaneregeling waaronder bepaalde goederen, met inbegrip van de betrokken vervoermiddelen, voor een bepaald doel in een douanegebied worden binnengebracht met voorwaardelijke vrijstelling van de betaling van rechten en heffingen bij invoer, zonder de toepassing van invoerverboden of -beperkingen van economische aard. Dergelijke goederen moeten bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn te worden wederuitgevoerd zonder dat zij een wijziging hebben ondergaan, met uitzondering van een normale waardevermindering als gevolg van het gebruik dat van die goederen is gemaakt.
2. Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat ingevoerde goederen worden vrijgesteld van handelsgerelateerde vereisten van niet-economische aard, met name sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
3. Elke Partij staat, overeenkomstig haar wetgeving, tijdelijke invoer toe, met volledige voorwaardelijke vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerbeperkingen of -verboden van economische aard, voor de volgende goederen:
a) goederen die bestemd zijn op tentoonstellingen, beurzen, congressen en dergelijke te worden getoond of gebruikt;
b) professioneel materiaal voor pers, radio en televisie; filmmateriaal; al het andere materiaal benodigd voor de uitoefening van het ambacht of beroep van een persoon die zich naar het grondgebied van een ander land begeeft om er een bepaald werk uit te voeren.
c) goederen die in het kader van een handelsactiviteit worden ingevoerd, maar waarvan de invoer op zich geen handelsverrichting is:
d) goederen die worden ingevoerd in verband met een fabricagehandeling (zoals platen, tekeningen, vormen, plannen en modellen, bestemd voor gebruik tijdens een fabricageproces); vervangende productiemiddelen;
e) goederen ingevoerd uitsluitend ten behoeve van onderwijs, wetenschap of cultuur;
f) persoonlijke bezittingen van passagiers en goederen die voor sportdoeleinden worden ingevoerd;
g) toeristisch reclamemateriaal;
h) goederen die voor humanitaire doeleinden worden ingevoerd; en
i) dieren die voor specifieke doeleinden worden ingevoerd.
3. Elke Partij aanvaardt, voor de tijdelijke invoer van de in lid 2 bedoelde goederen en ongeacht hun oorsprong, ATA-carnets die door de andere Partij overeenkomstig de Douaneovereenkomst inzake het carnet ATA voor de tijdelijke invoer van goederen, gedaan te Brussel op 6 december 1961, zijn afgegeven, daar zijn bekrachtigd door een vereniging die deel uitmaakt van de internationale garantieketen, zijn gecertificeerd door de bevoegde autoriteiten en geldig zijn op het grondgebied van de Partij van invoer 21 .
ARTIKEL 12.21
Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels
Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor douane, handelsbevordering en oorsprongsregels heeft, naast de in de artikel 2.4, artikel 9.9, artikel 11.32 en artikel 12.6, lid 10, genoemde taken, tot taak de samenwerking op het gebied van de ontwikkeling, toepassing en handhaving van douane- en handelsgerelateerde procedures, wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, oorsprongsregels en administratieve samenwerking te versterken.
ARTIKEL 12.22
Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
Voor de uitvoering van de desbetreffende bepalingen van dit hoofdstuk heeft de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de bevoegdheid besluiten vast te stellen met betrekking tot programma’s voor geautoriseerde marktdeelnemers en de wederzijdse erkenning daarvan, alsmede met betrekking tot gezamenlijke initiatieven op het gebied van douaneprocedures en handelsbevordering.
HOOFDSTUK 13
TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN
ARTIKEL 13.1
Doelstelling
Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de Partijen te bevorderen door onnodige technische handelsbelemmeringen (hierna “TBT” genoemd (Technical Barriers to Trade)) op te sporen, te voorkomen en weg te nemen en de samenwerking tussen de Partijen in onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden uit te breiden.
ARTIKEL 13.2
Verhouding tot TBT-overeenkomst
1. De Partijen bekrachtigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de TBT-overeenkomst, die hierbij in deze overeenkomst wordt opgenomen en hiervan deel uitmaakt.
2. Verwijzingen naar “deze overeenkomst” in de TBT-Overeenkomst moeten in voorkomend geval worden gelezen als verwijzingen naar de partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds.
3. Onder “Leden” in de TBT-overeenkomst worden de Partijen bij deze overeenkomst verstaan.
ARTIKEL 13.3
Werkingssfeer
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, het aannemen en het toepassen van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures die de handel in goederen tussen de Partijen kunnen beïnvloeden.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
a) aankoopspecificaties die door overheidsinstanties zijn opgesteld om te voorzien in de productie- of verbruiksbehoeften van overheidsorganen, en
b) in bijlage A bij de SPS-overeenkomst omschreven sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
ARTIKEL 13.4
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
a) de definities in bijlage 1 bij de TBT-overeenkomst;
b) “conformiteitsverklaring van de leverancier”: een eigen verklaring van de fabrikant onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van die fabrikant op basis van de resultaten van een geschikt type conformiteitsbeoordeling, waarbij een verplichte beoordeling door een derde wordt uitgesloten;
c) “ISO”: Internationale Organisatie voor Normalisatie;
d) “IEC”: Internationale Elektrotechnische Commissie;
e) “ITU”: Internationale Telecommunicatie-unie;
f) “Codex Alimentarius”: Codex Alimentarius-Commissie (hierna “Codex Alimentarius” genoemd);
g) “ILAC”: Internationale Conferentie over de erkenning van testlaboratoria;
h) “IAF”: Internationaal Accreditatieforum, en
i) “ IECEE/CB-regeling ”: de regeling van het IEC System of Conformity Assessment Schemes for Electrotechnical Equipment and Components for Mutual Recognition of Test Certificates for Electrical Equipment.
ARTIKEL 13.5
Onderlinge samenwerking op het gebied van handelsbevorderende initiatieven
1. De Partijen erkennen dat het belangrijk is hun samenwerking te intensiveren teneinde het wederzijds begrip van hun respectieve systemen te vergroten en het opwerpen van technische handelsbelemmeringen teniet te doen of te vermijden. In dit verband streven de Partijen ernaar om zo nodig, per geval, handelsbevorderende initiatieven vast te stellen, te bevorderen, te ontwikkelen en uit te voeren.
2. Een Partij kan de andere Partij sectorspecifieke initiatieven voorstellen in aangelegenheden die onder dit hoofdstuk vallen. Deze voorstellen worden toegezonden aan de overeenkomstig artikel 13.13 aangewezen coördinator van het TBT-hoofdstuk en kunnen het volgende omvatten:
a) de uitwisseling van informatie over regelgevingsbenaderingen en -praktijken;
b) gezamenlijke analyse van een sector of groep producten;
c) initiatieven om technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures verder af te stemmen op toepasselijke internationale normen;
d) bevordering van het gebruik van accreditatie om de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties te beoordelen, en
e) de overweging van wederzijdse of eenzijdige erkenning van conformiteitsbeoordelingsresultaten.
3. Wanneer een van de Partijen een specifiek handelsfaciliterend initiatief voorstelt, neemt de andere Partij dit voorstel naar behoren in overweging en antwoordt zij binnen een redelijke termijn. Indien de andere Partij het voorgestelde initiatief afwijst, deelt zij de redenen voor dit besluit mee aan de Partij die het voorstel heeft gedaan.
4. De voorwaarden van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden worden vastgesteld door enerzijds de Europese Unie en anderzijds de Mercosur of de ondertekenende Mercosur-staten die betrokken zijn bij elke handelsfaciliterende activiteit, indien nodig, en kunnen de oprichting van ad-hocwerkgroepen omvatten. Om gebruik te kunnen maken van niet-gouvernementele standpunten over aangelegenheden die verband houden met dit artikel, kan elke Partij in voorkomend geval en in overeenstemming met haar regels en procedures belanghebbenden en andere betrokken partijen raadplegen.
5. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor de handel in goederen bespreekt de resultaten van de krachtens dit artikel verrichte werkzaamheden en kan passende maatregelen overwegen.
6. Niets in dit artikel wordt zodanig uitgelegd dat een Partij verplicht is:
a) af te wijken van interne procedures ter voorbereiding en vaststelling van regelgevingsmaatregelen;
b) te handelen op een wijze die de tijdige vaststelling van regelgevingsmaatregelen ter verwezenlijking van haar doelstellingen van openbaar beleid zou ondermijnen of belemmeren, of
c) een specifiek resultaat inzake regelgeving te bereiken.
7. Indien de in dit artikel bedoelde initiatieven worden overeengekomen en dit noodzakelijk is voor de uitvoering ervan, faciliteert elke Partij de interactie tussen technische teams om hun conformiteitsbeoordelingsregelingen en -systemen te demonstreren teneinde het wederzijds begrip te vergroten.
8. Voor de toepassing van dit artikel treedt de Europese Commissie op namens de Europese Unie.
ARTIKEL 13.6
Technische voorschriften
1. Elke Partij maakt optimaal gebruik van goede regelgevingspraktijken met betrekking tot de opstelling, vaststelling en toepassing van technische voorschriften, zoals bepaald in de TBT-overeenkomst, met inbegrip van bijvoorbeeld de voorkeur voor prestatiegerelateerde technische voorschriften, het gebruik van effectbeoordelingen of raadpleging van belanghebbenden.
2. Met name doen de Partijen het volgende:
a) zij maken gebruik van relevante internationale normen als basis voor hun technische voorschriften, met inbegrip van eventuele conformiteitsbeoordelingselementen, tenzij dergelijke internationale normen een ondoeltreffend of ongeschikt middel zouden zijn om de nagestreefde legitieme doelstellingen te verwezenlijken; indien internationale normen niet worden gebruikt als basis voor een technisch voorschrift dat een aanzienlijk effect op het handelsverkeer kan hebben, licht een Partij op verzoek van de andere Partij toe waarom deze normen ongeschikt of ondoeltreffend worden geacht voor de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstelling;
b) bij de evaluatie van hun respectieve technische voorschriften, verbeteren zij – in aanvulling op artikel 2.3 van de TBT-overeenkomst en onverminderd de artikelen 2.4 en 12.4 van de TBT-overeenkomst – de aanpassing van die voorschriften aan de relevante internationale normen; daarbij houdt een Partij onder meer rekening met eventuele nieuwe ontwikkelingen bij de toepasselijke internationale normen en met de vraag of de omstandigheden op grond waarvan wordt afgeweken van een toepasselijke internationale norm, nog steeds bestaan;
c) zij bevorderen de ontwikkeling van regionale technische voorschriften en moedigen aan dat deze op nationaal niveau worden vastgesteld en bestaande voorschriften vervangen, teneinde de handel tussen de Partijen te vergemakkelijken;
d) zij ruimen voor de marktdeelnemers van de andere Partij een redelijke termijn voor aanpassing in tussen de bekendmaking van technische voorschriften en de inwerkingtreding ervan 22 ;
e) zij verrichten effectbeoordelingen van voorgenomen technische voorschriften overeenkomstig haar respectieve regels en procedures, en
f) zij houden bij het opstellen van technische voorschriften terdege rekening met de kenmerken en bijzondere behoeften van kmo’s.
ARTIKEL 13.7
Normen
1. De Partijen bekrachtigen hun verplichtingen uit hoofde van artikel 4, lid 1, van de TBT-Overeenkomst, met name wat betreft het nemen van alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat alle normalisatie-instellingen op hun grondgebied de in bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst opgenomen Gedragscode voor de opstelling en toepassing van normen aanvaarden en naleven.
2. De internationale normen die zijn ontwikkeld door de ISO, IEC, ITU of de Codex Alimentarius worden beschouwd als de relevante internationale normen in de zin van de artikelen 2 en 5 van, en bijlage 3 bij de TBT-overeenkomst.
3. Ook een door andere internationale organisaties ontwikkelde norm kan als een relevante internationale norm in de zin van de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-overeenkomst worden beschouwd, mits:
a) die is ontwikkeld door een normalisatie-instelling die consensus nastreeft tussen hetzij
i) nationale delegaties van de deelnemende WTO-leden waarin alle nationale normalisatie-instellingen op hun grondgebied vertegenwoordigd zijn die voor het onderwerp van de internationale normalisatieactiviteit normen hebben vastgesteld of verwachten vast te stellen, hetzij
ii) overheidsinstanties van deelnemende WTO-leden, en
b) die is ontwikkeld overeenkomstig het Besluit van de WTO-Commissie technische handelsbelemmeringen inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-overeenkomst.
4. Teneinde normen op een zo breed mogelijke grondslag te harmoniseren, moedigt elke Partij – binnen de grenzen van haar bevoegdheid en middelen – de normalisatie-instellingen op haar grondgebied, alsmede de regionale normalisatie-instellingen waarvan een Partij of de normalisatie-instellingen op haar grondgebied lid zijn, ertoe aan:
a) binnen hun mogelijkheden mee te werken aan de opstelling van internationale normen door de bevoegde internationale normalisatie-instellingen;
b) bij internationale normalisatieactiviteiten samen te werken met de betrokken nationale en regionale normalisatie-instellingen van de andere Partij;
c) de toepasselijke internationale normen te gebruiken als grondslag voor de normen die zij formuleren, behalve wanneer dergelijke internationale normen ondoeltreffend of ongeschikt zouden zijn, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende bescherming bieden of wegens fundamentele klimatologische of geografische omstandigheden of fundamentele technologische problemen;
d) doublures of overlappingen met de werkzaamheden van de internationale normalisatie-instellingen te voorkomen;
e) de ontwikkeling van normen op regionaal niveau en de vaststelling van dergelijke normen door nationale normalisatie-instellingen te bevorderen, ter vervanging van bestaande nationale normen;
f) niet op de toepasselijke internationale normen gebaseerde nationale en regionale normen regelmatig te evalueren, teneinde de aanpassing ervan aan de toepasselijke internationale normen te verbeteren, en
g) de bilaterale samenwerking met de normalisatie-instellingen van de andere Partij te bevorderen.
5. De Partijen wisselen via de overeenkomstig artikel 13.13 aangewezen coördinatoren van het TBT-hoofdstuk informatie uit over:
a) hun toepassing van normen als basis voor, of ter ondersteuning van technische voorschriften;
b) samenwerkingsovereenkomsten die door een van de Partijen in het kader van normalisatie worden uitgevoerd, bijvoorbeeld over normalisatiekwesties in het kader van vrijhandelsovereenkomsten met derde landen, en
c) hun respectieve normalisatieprocessen, en het gebruik van internationale, regionale of subregionale normen als basis voor hun nationale normen.
ARTIKEL 13.8
Conformiteitsbeoordelingsprocedures en accreditatie
1. De in artikel 13.6 vastgestelde bepalingen betreffende de opstelling, aanneming en toepassing van technische voorschriften zijn ook van toepassing op conformiteitsbeoordelingsprocedures.
2. Indien een Partij een conformiteitsbeoordeling verlangt als positieve garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is:
a) kiest die Partij conformiteitsbeoordelingsprocedures die evenredig zijn met de desbetreffende risico’s;
b) overweegt die Partij, in het regelgevingsproces, gebruik te maken van de conformiteitsverklaring van de leverancier als conformiteitsgarantie, onder meer om aan te tonen dat aan de technische voorschriften is voldaan, en
c) verstrekt zij de andere Partij op verzoek informatie over de redenen om een bepaalde conformiteitsbeoordelingsprocedures voor specifieke producten te selecteren.
3. Indien een Partij een conformiteitsbeoordeling door een derde verlangt als positieve garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is, en die Partij die taak niet aan een overheidsinstantie als bedoeld in lid 4 heeft voorbehouden, dan moet die Partij:
a) bij voorkeur gebruikmaken van accreditatie voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties;
b) optimaal gebruikmaken van internationale normen voor accreditatie en conformiteitsbeoordeling, alsook van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instanties van de Partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld via de mechanismen van de ILAC en het IAF;
c) overwegen toe te treden tot of – naar gelang van het geval – haar test-, inspectie- en certificeringsinstanties aanmoedigen toe te treden tot functionerende internationale overeenkomsten of regelingen voor de harmonisatie of bevordering van de aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen;
d) op haar grondgebied de concurrentie bevorderen tussen de conformiteitsbeoordelingsinstanties die voor een bepaald product of een bepaalde groep producten door de autoriteiten zijn aangewezen, zodat de marktdeelnemers een keuze kunnen maken uit deze instanties;
e) ervoor zorgen dat conformiteitsbeoordelingsinstanties onafhankelijk zijn van fabrikanten, importeurs en distributeurs, in die zin dat zij hun activiteiten objectief en onafhankelijk verrichten;
f) waarborgen dat er geen belangenconflicten zijn tussen accreditatie-instanties en conformiteitsbeoordelingsinstanties, of tussen activiteiten van markttoezichtautoriteiten en activiteiten van conformiteitsbeoordelingsinstanties;
g) voor zover mogelijk conformiteitsbeoordelingsinstanties toestaan om onderaannemers in te schakelen voor het uitvoeren van proeven of het verrichten van inspecties in verband met de conformiteitsbeoordeling, waaronder ook onderaannemers die zijn gevestigd op het grondgebied van de andere Partij, en
h) op internet een lijst bekendmaken van de instanties die zij heeft aangewezen om dergelijke conformiteitsbeoordelingen te verrichten, alsook relevante informatie over de reikwijdte van de aanwijzing van elk van die instanties.
4. Geen van de bepalingen van lid 3, punt g), kan zo worden uitgelegd dat zij een Partij verbiedt van onderaannemers te verlangen dat zij voldoen aan de vereisten als die waaraan de conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee zij een verbintenis is aangegaan, zou moeten voldoen om de uitbestede tests of controles zelf te verrichten.
5. Niets in dit artikel belet een Partij te eisen dat de conformiteitsbeoordeling voor specifieke producten wordt verricht door specifieke overheidsinstanties van die Partij. In dergelijke gevallen moet de Partij:
a) de conformiteitsbeoordelingsvergoedingen vaststellen op basis van de geschatte kosten van de verleende diensten en – op verzoek van een aanvrager van een conformiteitsbeoordeling – de verschillende elementen verstrekken die in die vergoedingen zijn opgenomen, en
b) in beginsel de conformiteitsbeoordelingsvergoedingen openbaar maken of, indien dergelijke informatie niet openbaar is, deze op verzoek verstrekken.
6. Niettegenstaande de leden 3, 4 en 5 van dit artikel waarborgt de ondertekenende Mercosur-staat, op de in bijlage 13-A vermelde gebieden waarop de Europese Unie de conformiteitsverklaring van de leverancier aanvaardt als garantie dat een product in overeenstemming is met een technisch vereiste, en waarin een ondertekenende Mercosur-staat verplichte beproeving of certificering door derden verlangt, als garantie dat een product voldoet aan de vereisten van de technische voorschriften van een ondertekenende Mercosur-staat, certificaten te aanvaarden of – indien de desbetreffende wet- en regelgeving niet in een dergelijke aanvaarding voorziet – testrapporten te aanvaarden die zijn afgegeven door conformiteitsbeoordelingsinstanties die op het grondgebied van de Europese Unie zijn gevestigd en die voor de desbetreffende toepassingsgebieden zijn geaccrediteerd door een accreditatie-instantie die is aangesloten bij de internationale regelingen voor wederzijdse erkenning van de ILAC en de IAF, of certificaten aanvaarden die zijn afgegeven in het kader van de IECEE CB-regeling. Als voorwaarde om dergelijke certificaten of testrapporten te aanvaarden, kan een ondertekenende Mercosur-staat in zijn relevante wet- en regelgeving verlangen dat er bilaterale regelingen, met inbegrip van memoranda van overeenstemming, bestaan tussen de op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstantie en de op het grondgebied van de ondertekenende Mercosur-staat gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstantie.
7. Indien conformiteitsverklaringen van leveranciers als geldige conformiteitsbeoordelingsprocedure in de Europese Unie worden beschouwd, worden testrapporten die zijn afgegeven door conformiteitsbeoordelingsinstanties die zich op het grondgebied van de ondertekenende Mercosur-staat bevinden, aanvaard als geldig document om aan te tonen dat een product aan de vereisten van de technische voorschriften van de Europese Unie voldoet. De fabrikant blijft in alle gevallen verantwoordelijk voor de conformiteit van het product.
8. Lid 6 is ook van toepassing wanneer een ondertekenende Mercosur-staat nieuwe vereisten invoert voor verplichte beproeving of certificering door derden voor de in bijlage 13-A vermelde gebieden, overeenkomstig lid 10 van dit artikel. Indien de Europese Unie overeenkomstig lid 10 van dit artikel vereisten voor verplichte beproeving of certificering door derden invoert voor de in bijlage 13-A vermelde gebieden, bespreken de Partijen in het in artikel 13.14 bedoelde Subcomité voor de handel in goederen of er stappen moeten worden ondernomen om wederkerigheid te waarborgen wat betreft de aanvaarding van testrapporten of certificaten die zijn afgegeven door conformiteitsbeoordelingsinstanties die gevestigd zijn op het grondgebied van de ondertekenende Mercosur-staat.
9. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan een besluit tot wijziging van afdeling A van bijlage 13-A vaststellen.
10. Niettegenstaande punt 6 van dit artikel kan een Partij vereisten invoeren voor verplichte beproeving of certificering door derden voor de in bijlage 13-A vermelde gebieden voor producten die binnen de reikwijdte van die bijlage vallen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de invoering van dergelijke vereisten of procedures is gerechtvaardigd op grond van de legitieme doelstellingen als bedoeld in artikel 2.2 van de TBT-overeenkomst;
b) de redenen voor de invoering van bovenbedoelde vereisten of procedures worden gestaafd door goed onderbouwde technische of wetenschappelijke informatie over de prestatie van de producten in kwestie;
c) bovenbedoelde voorschriften of procedures beperken de handel niet meer dan nodig is om een legitiem doel van de partij te bereiken, rekening houdend met de risico's die aan het niet bereiken van dat doel verbonden zouden zijn; en
d) de Partij kon op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst redelijkerwijs niet voorzien dat bovenbedoelde vereisten of procedures noodzakelijk zouden zijn.
11. Lid 6 doet geen afbreuk aan de uitoefening, op niet-discriminerende basis, van markttoezichtbevoegdheden door de autoriteiten van een Partij, met inbegrip van aanvullende tests op monsters op het punt van binnenkomst.
ARTIKEL 13.9
Transparantie
1. Met betrekking tot de opstelling, vaststelling en toepassing van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures doet elke Partij het volgende:
a) zij houdt rekening met de standpunten van de andere Partij indien de procedure voor de ontwikkeling van een technisch voorschrift geheel of gedeeltelijk openstaat voor openbare raadpleging;
b) bij de ontwikkeling van belangrijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures die een aanzienlijk effect op de handel kunnen hebben, zorgt zij er overeenkomstig haar respectieve wet- en regelgeving voor dat er transparantieprocedures bestaan die personen van de Partijen in staat stellen via een formele openbare raadpleging input te leveren, behalve wanneer zich dringende problemen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen;
c) zij staat personen van de andere Partij toe aan de in punt b) vermelde raadplegingsprocedure deel te nemen onder voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan die welke voor haar eigen personen gelden, en maakt de resultaten van die raadplegingsprocedure, voor zover mogelijk, openbaar;
d) zij verleent de andere Partij in beginsel een termijn van ten minste 60 (zestig) dagen om schriftelijke opmerkingen over de voorgestelde technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures in te dienen, en neemt een redelijk verzoek om verlenging van de termijn voor het indienen van opmerkingen in overweging;
e) zij verstrekt, wanneer de aangemelde tekst niet in een van de officiële talen van de WTO is gesteld, een duidelijke gedetailleerde en uitvoerige beschrijving van de inhoud van de maatregel in de vorm van de model-kennisgeving van de WTO;
f) indien zij van de andere Partij schriftelijke opmerkingen over haar voorstel voor een technisch voorschrift of voor een conformiteitsbeoordelingsprocedure ontvangt, dan:
i) bespreekt zij op verzoek van de andere Partij de schriftelijke opmerkingen, voor zover mogelijk met de medewerking van haar bevoegde regelgevende instantie en op een tijdstip waarop daarmee rekening kan worden gehouden, en
ii) beantwoordt zij, zo mogelijk uiterlijk op de dag van de bekendmaking van het technisch voorschrift of de conformiteitsbeoordelingsprocedure, de opmerkingen schriftelijk;
g) verstrekt zij de andere Partij desgevraagd nadere informatie over het doel, de rechtsgrondslag en de grondgedachte van een technisch voorschrift dat of een conformiteitsbeoordelingsprocedure die zij heeft vastgesteld of voornemens is vast te stellen;
h) verstrekt zij de WTO informatie over de vaststelling en de inwerkingtreding van het technische voorschrift of de conformiteitsbeoordelingsprocedure en de vastgestelde definitieve tekst in de vorm van een addendum bij de oorspronkelijke kennisgeving;
i) neemt zij een redelijk verzoek van de andere Partij in overweging, dat zij heeft ontvangen voordat de termijn voor het indienen van opmerkingen was verstreken, en dat strekt tot verlenging van de termijn tussen de bekendmaking van het technisch voorschrift en de dag waarop het van toepassing wordt, tenzij die verlenging niet doeltreffend zou zijn om de nagestreefde legitieme doelstellingen te verwezenlijken, en
j) verschaft zij elke partij gratis toegang tot de elektronische versie van de aangemelde tekst met de kennisgeving.
2. Voor de toepassing van lid 1, punt d), zijn de artikelen 2.10 en 5.7 van de TBT-overeenkomst van toepassing wanneer zich dringende problemen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen.
3. Wanneer normen door opname of verwijzing in een ontwerp van een technisch voorschrift of conformiteitsbeoordelingsprocedure verplicht worden gesteld, moet worden voldaan aan de transparantieverplichtingen in verband met TBT-kennisgeving als bedoeld in dit artikel en in artikel 2 of 5 van de TBT-overeenkomst.
4. Elke Partij ziet erop toe dat alle aangenomen en geldende technische voorschriften en verplichte conformiteitsbeoordelingsprocedures kosteloos openbaar toegankelijk zijn op een officiële website. Elke Partij verleent altijd onbeperkte toegang tot alle informatie die relevant is om overeenstemming met een technisch voorschrift te bereiken. Indien normen een vermoeden van conformiteit met technische voorschriften vestigen en deze normen niet in die technische voorschriften worden vermeld, waarborgt elke Partij de toegang tot de informatie over overeenkomstige normen.
5. Elke Partij verstrekt op redelijk verzoek van de andere Partij of haar marktdeelnemers onverwijld informatie over de geldende technische voorschriften en, in voorkomend geval en voor zover beschikbaar, schriftelijke richtsnoeren inzake de naleving van de technische voorschriften.
ARTIKEL 13.10
Markering en etikettering
1. De technische voorschriften van de Partijen die bindende markerings- of etiketteringsvoorschriften omvatten, of uitsluitend daarop betrekking hebben, moeten aan de beginselen van artikel 2 van de TBT-overeenkomst voldoen.
2. Met name indien een Partij voorschrijft dat producten van een markering of etiket moeten worden voorzien, geldt het volgende:
a) zij verlangt uitsluitend informatie die van belang is voor de consumenten of de gebruikers van het product of de autoriteiten, waaruit blijkt dat het product voldoet aan de verplichte technische vereisten,
b) en indien een Partij een voorafgaande goedkeuring, registratie of certificering van de etiketten of merktekens van de producten vereist als voorwaarde voor het in de handel brengen van producten die anderszins aan haar verplichte technische vereisten voldoen, zorgt zij ervoor dat onverwijld en op niet-discriminerende wijze over de door de marktdeelnemers van de andere Partij ingediende verzoeken wordt beslist,
c) en indien een Partij verlangt dat een uniek identificatienummer wordt gebruikt, kent de Partij een dergelijk nummer onverwijld en op niet-discriminerende wijze toe aan de marktdeelnemers van de andere Partij,
d) en onder voorwaarde dat dit niet misleidend, tegenstrijdig of verwarrend is met betrekking tot de regelgevingsvereisten van de Partij van invoer en de legitieme doelstellingen van de TBT-overeenkomst daardoor niet in het gedrang komen, staat de Partij toe dat:
i) informatie wordt verstrekt in meer talen dan alleen de taal die in de Partij van invoer van de goederen is voorgeschreven, en
ii) nomenclaturen, pictogrammen, symbolen of grafieken in internationale normen worden overgenomen;
e) zij aanvaardt voor zover mogelijk dat etikettering, met inbegrip van aanvullende etikettering of correcties op de etikettering, plaatsvindt in douane-entrepots of andere aangewezen zones als alternatief voor etikettering in het land van herkomst;
f) indien zij van oordeel is dat de bescherming van de volksgezondheid en het milieu, de bescherming tegen bedrieglijke praktijken en andere legitieme doelstellingen in het kader van de TBT-overeenkomst daardoor niet in het gedrang komen, streeft zij ernaar niet-permanente of afneembare etiketten, of de opname van relevante informatie in de begeleidende documentatie, te aanvaarden in plaats van fysiek aan het product bevestigde etiketten.
3. Lid 2 is niet van toepassing op markering of etikettering van geneesmiddelen.
4. Indien een Partij van oordeel is dat de markerings- of etiketteringsvereisten voor een product of een sector in de andere Partij kunnen worden verbeterd, kan zij een handelsfaciliterend initiatief voorstellen om haar zorgen weg te nemen overeenkomstig artikel 13.5.
ARTIKEL 13.11
Samenwerking en technische bijstand
1. Elke Partij zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, onder meer door:
a) het bevorderen van samenwerking en gezamenlijke activiteiten en projecten tussen hun respectieve publieke of private, nationale of regionale organisaties op het gebied van technische voorschriften, normalisatie, conformiteitsbeoordeling, metrologie en accreditatie;
b) het bevorderen van goede regelgevingspraktijken door de uitwisseling van informatie, ervaringen en beste praktijken op het gebied van onder meer effectbeoordeling van regelgeving, voorraadbeheer en risicobeoordeling en openbare raadpleging;
c) het wisselen van gedachten over markttoezicht;
d) het versterken van de technische en institutionele capaciteit van de nationale instanties voor regelgeving, metrologie, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en accreditatie, het ondersteunen van de ontwikkeling van hun technische infrastructuur, met inbegrip van laboratoria en testapparatuur, en het ondersteunen van de permanente opleiding van personele middelen;
e) het bevorderen, vergemakkelijken en – waar mogelijk – coördineren van de deelname van deze instanties aan internationale organisaties en andere fora op het gebied van technische voorschriften, conformiteitsbeoordeling, normen, accreditatie en metrologie;
f) het ondersteunen van activiteiten op het gebied van technische bijstand door nationale, regionale en internationale organisaties op het gebied van technische voorschriften, normalisatie, conformiteitsbeoordeling, metrologie en accreditatie, en
g) het streven naar beschikbare wetenschappelijke gegevens en het delen van technische informatie tussen de regelgevende instanties van de Partijen, voor zover dat nodig is om samen te werken of technische besprekingen in het kader van dit hoofdstuk voort te zetten, met uitzondering van vertrouwelijke of andere gevoelige informatie.
2. Indien een Partij voorstellen doet voor samenwerking in het kader van dit hoofdstuk, zal de andere Partij deze desgevraagd naar behoren in overweging nemen.
ARTIKEL 13.12
Technisch overleg
1. Elke Partij kan verzoeken alle punten van zorg in verband met dit hoofdstuk te bespreken, met inbegrip van ontwerp- of voorgestelde technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures van de andere Partij die volgens de Partij de handel tussen de Partijen aanzienlijk ongunstig kunnen beïnvloeden. De verzoekende Partij dient haar verzoek in bij de op grond van artikel 13,13 benoemde TBT-coördinator van de andere Partij en vermeldt:
a) de kwestie;
b) de bepalingen van dit hoofdstuk waarop de bezorgdheid betrekking heeft, en
c) de redenen voor het verzoek, met inbegrip van een beschrijving van de punten van zorg van de verzoekende Partij.
2. Alle overeenkomstig lid 1 gevraagde informatie of toelichting wordt uiterlijk 60 (zestig) dagen na de datum van het verzoek van een Partij overeenkomstig lid 1 verstrekt. De termijn kan met voorafgaande motivering door de aangezochte Partij worden verlengd.
3. Indien een kwestie eerder door de Partijen in enig forum is behandeld, kan een Partij uiterlijk 60 (zestig) dagen na de datum van dat verzoek rechtstreeks verzoeken om een bespreking, hetzij in persoon, hetzij via video- of teleconferentie. In dergelijke gevallen stelt de aangezochte Partij alles in het werk om deze besprekingen mogelijk te maken.
4. Indien de Partijen in de voorafgaande periode van twaalf maanden geen bespreking uit hoofde van dit artikel hebben gehad, kan de andere Partij het verzoek niet afwijzen. Indien de verzoekende Partij van mening is dat de zaak dringend is, kan zij verzoeken dat een vergadering binnen een kortere termijn plaatsvindt. In dergelijke gevallen neemt de antwoordende Partij een dergelijk verzoek in welwillende overweging. De Partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om de aangelegenheid op een voor beide Partijen bevredigende wijze op te lossen.
5. Voor alle duidelijkheid: een Partij kan verzoeken om technisch overleg met de andere Partij overeenkomstig lid 2, ook met betrekking tot technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures van nationale, regionale of lokale overheden, naargelang van het geval, op het niveau direct onder dat van de centrale overheid, die aanzienlijke gevolgen voor het handelsverkeer kunnen hebben.
6. Na de technische bespreking kunnen de Partijen concluderen dat de kwestie beter kan worden aangepakt door middel van een handelsfaciliterend initiatief, overeenkomstig artikel 13.5.
7. Dit artikel laat de rechten en verplichtingen van een Partij uit hoofde van hoofdstuk 29 onverlet.
ARTIKEL 13.13
TBT-coördinator
1. Elke Partij benoemt een TBT-coördinator en stelt de andere Partij in kennis van eventuele wijzigingen. De TBT-coördinatoren bevorderen gezamenlijk de uitvoering van dit hoofdstuk en de samenwerking tussen de Partijen in alle aangelegenheden op het gebied van technische handelsbelemmeringen.
2. De taken van de TBT-coördinator omvatten:
a) het ondersteunen van het in artikel 13.14 bedoelde Subcomité voor de handel in goederen bij de uitoefening van de functies;
b) ondersteuning van handelsbevorderende initiatieven en technische besprekingen, naargelang het geval, overeenkomstig respectievelijk artikel 13.5 en artikel 13.12;
c) uitwisseling van informatie over werkzaamheden in niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora in verband met normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, en
d) het rapporteren van alle relevante ontwikkelingen in verband met de uitvoering van dit hoofdstuk aan het in artikel 13.14 bedoelde Subcomité voor de handel in goederen, wanneer dit nodig is.
3. De TBT-coördinatoren communiceren met elkaar via enigerlei overeengekomen methode die geschikt is voor de uitvoering van hun taken, zoals e-mail, teleconferenties, videoconferenties en vergaderingen.
ARTIKEL 13.14
Subcomité voor de handel in goederen
Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor de handel in goederen heeft, naast de in de artikelen 2.4, 9.9 en 10.14 genoemde taken, de volgende taken:
a) de resultaten van de overeenkomstig artikel 13.5 verrichte werkzaamheden bespreken en passende maatregelen overwegen;
b) de Partijen een forum bieden om te bespreken of er maatregelen moeten worden genomen om wederkerigheid te waarborgen overeenkomstig artikel 13.8, lid 8;
c) samenwerking bevorderen overeenkomstig artikel 13.11 en in voorkomend geval technische besprekingen ondersteunen overeenkomstig artikel 13.12;
d) trachten om ten minste eenmaal per jaar de kwesties te bespreken die onder punt 2 van afdeling C van bijlage 13-B vallen, en
e) de Partijen een forum bieden om samen te werken en informatie uit te wisselen over alle kwesties die van belang zijn voor de uitvoering van bijlage 13-B.
HOOFDSTUK 14
SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN
ARTIKEL 14.1
Doelstellingen
De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:
a) beschermen van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten op het grondgebied van de Partijen en tegelijkertijd vergemakkelijken van de handel, voor zover het gaat om sanitaire en fytosanitaire maatregelen (hierna “SPS-maatregelen” genoemd);
b) samenwerking tot stand brengen bij de uitvoering van de SPS-overeenkomst;
c) ervoor zorgen dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen geen ongerechtvaardigde belemmeringen voor de handel tussen de Partijen opwerpen;
d) de samenwerking inzake technische en wetenschappelijke kwesties in verband met de vaststelling en toepassing van SPS-maatregelen verbeteren;
e) de informatieuitwisseling en het overleg tussen de Partijen over SPS-aangelegenheden verbeteren, en
f) samenwerking tot stand brengen in multilaterale fora voor sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden.
ARTIKEL 14.2
Toepassingsgebied
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op SPS-maatregelen 23 die het handelsverkeer tussen de Partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.
2. Dit hoofdstuk is van toepassing op samenwerking in multilaterale fora voor sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden.
ARTIKEL 14.3
Definities
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
a) de definities in bijlage A bij de SPS-overeenkomst;
b) de door de Codex Alimentarius vastgestelde definities;
c) de definities die zijn vastgesteld door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (World Organisation for Animal Health, hierna “WOAH” genoemd);
d) de definities die zijn aangenomen door het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (International Plant Protection Convention, hierna “IPPC” genoemd), en
e) “beschermd gebied”: een officieel afgebakend geografisch deel van het grondgebied van de Europese Unie waarvan bekend is dat een specifiek gereglementeerd plaagorganisme ondanks gunstige omstandigheden en de aanwezigheid ervan in andere delen van het grondgebied van de Europese Unie niet is vastgesteld.
Beschermde gebieden zijn ziektevrije gebieden onder toezicht van de Europese Unie op het grondgebied van de Europese Unie. Zij worden erkend door Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad 24 . Dit begrip wordt niet toegepast buiten het grondgebied van de Europese Unie. Voor handelsdoeleinden verplicht de Europese Unie de andere Partij niet om op haar grondgebied beschermde gebieden in te stellen. In dergelijke gevallen zijn de voorwaarden voor ziektevrije gebieden van toepassing. Voor de toepassing van hoofdstuk 6 en voor de erkenning van beschermde gebieden gelden dezelfde voorwaarden als voor ziektevrije gebieden.
2. In geval van strijdigheid tussen de definities in bijlage A bij de SPS-overeenkomst en de door de Partijen overeengekomen definities of de door de Codex Alimentarius, de WOAH en het IPPC vastgestelde definities, hebben de definities in bijlage A bij de SPS-overeenkomst voorrang.
ARTIKEL 14.4
Rechten en verplichtingen
De Partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de SPS-overeenkomst. Dit hoofdstuk laat de rechten en verplichtingen van elke Partij uit hoofde van de SPS-overeenkomst onverlet.
ARTIKEL 14.5
Bevoegde autoriteiten
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk is de officiële bevoegde autoriteit van een Partij de autoriteit die overeenkomstig de wetgeving van een Partij bevoegd is om haar wet- en regelgeving die binnen de reikwijdte van dit hoofdstuk valt, te handhaven om de naleving van haar vereisten te waarborgen, of enige andere autoriteit waaraan die autoriteiten die bevoegdheid hebben gedelegeerd (hierna “bevoegde autoriteiten” genoemd).
2. Op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst verstrekt elke Partij de andere Partij schriftelijk de naam van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten, met een vermelding waar deze informatie openbaar wordt gemaakt, en een beschrijving van de bevoegdheidsverdeling tussen de respectieve bevoegde autoriteiten.
3. De Partijen stellen elkaar overeenkomstig artikel 14.11, lid 4, in kennis van elke wijziging van deze bevoegde autoriteiten.
ARTIKEL 14.6
Algemene verplichtingen
1. Producten die uit een Partij worden uitgevoerd, moeten voldoen aan de toepasselijke SPS-vereisten van de Partij van invoer.
2. De SPS-vereisten van de Partij van invoer zijn dezelfde voor het gehele grondgebied van de Partij van uitvoer, zolang op dat grondgebied dezelfde sanitaire en fytosanitaire voorwaarden gelden, onverminderd de overeenkomstig artikel 14.10 vastgestelde besluiten en maatregelen. Elke Partij ziet erop toe dat haar SPS-maatregelen op evenredige wijze worden toegepast en geen willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie inhouden tussen lidstaten van de Europese Unie of ondertekenende Mercosur-staten waar identieke of soortgelijke omstandigheden gelden, ook niet tussen haar eigen grondgebied en dat van de andere Partij. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden toegepast op een manier die een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen de Partijen zou inhouden.
3. De in dit hoofdstuk bedoelde procedures worden onverwijld en op transparante wijze toegepast en de gevraagde informatie wordt beperkt tot wat nodig is voor passende erkennings-, controle-, inspectie- en verificatiedoeleinden.
4. Elke Partij ziet erop toe dat vergoedingen die worden opgelegd voor invoerprocedures om de naleving van de SPS-vereisten te controleren en te waarborgen, billijk zijn ten opzichte van vergoedingen die in rekening worden gebracht voor soortgelijke binnenlandse producten of producten van oorsprong uit een ander WTO-lid en niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van de dienst.
5. Behoudens het bepaalde in artikel 14.14 staat elke Partij, en in voorkomend geval de Mercosur, bij de wijziging van de SPS-invoervereisten een overgangsperiode toe, rekening houdend met de aard van de wijziging, om onnodige onderbreking of verstoring van de handelsstromen van producten te voorkomen en de Partij van uitvoer in staat te stellen haar uitvoerprocedures aan te passen aan een dergelijke wijziging.
6. De uitvoering van dit hoofdstuk mag geen afbreuk doen aan de op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bestaande SPS-vereisten voor de handel tussen de Partijen.
7. Onverminderd soortgelijke bepalingen in andere hoofdstukken van dit deel van de overeenkomst doet niets in dit hoofdstuk afbreuk aan de rechten en verplichtingen van elke Partij om vertrouwelijke informatie te beschermen overeenkomstig de desbetreffende wet- en regelgeving van elke Partij. Elke Partij zorgt ervoor dat er procedures zijn om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie die tijdens de in dit hoofdstuk bedoelde procedures is verkregen, openbaar wordt gemaakt.
8. Elke Partij ziet erop toe dat de nodige middelen beschikbaar zijn voor de doeltreffende uitvoering van dit hoofdstuk.
ARTIKEL 14.7
Handelsbevorderende maatregelen
Erkenning van inrichtingen voor de invoer van dieren, dierlijke producten, producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten
1. De Partij van invoer kan de erkenning vereisen van inrichtingen op het grondgebied van de Partij van uitvoer voor het invoeren van dieren, dierlijke producten, producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten uit dergelijke inrichtingen.
2. Een dergelijke erkenning wordt verleend zonder voorafgaande inspectie van afzonderlijke inrichtingen door de Partij van invoer indien:
a) de Partij van invoer het officiële controlesysteem van de bevoegde autoriteit van de Partij van uitvoer heeft erkend;
b) de Partij van invoer de invoer van de betrokken producten heeft toegestaan, en
c) de bevoegde autoriteit van de Partij van uitvoer voldoende garanties heeft geboden dat dergelijke inrichtingen aan de sanitaire voorschriften van de Partij van invoer voldoen.
3. De Partij van uitvoer verleent alleen toestemming voor uitvoer uit erkende inrichtingen als bedoeld in lid 1. De Partij van uitvoer schorst haar erkenning van inrichtingen die niet aan de sanitaire voorschriften van de Partij van invoer voldoen, of trekt deze in, en stelt de Partij van invoer in kennis van deze schorsing of intrekking.
4. De Partij van uitvoer stelt de Partij van invoer een lijst van te erkennen inrichtingen voor. Deze lijst gaat vergezeld van de garanties van de bevoegde autoriteit van de Partij van uitvoer dat de inrichtingen voldoen aan de in lid 2, punt c), bedoelde garanties.
5. De Partij van invoer staat de invoer uit erkende inrichtingen toe uiterlijk 40 (veertig) werkdagen na ontvangst van de in lid 4 van de Partij van uitvoer bedoelde lijst en garanties. Indien om aanvullende informatie wordt verzocht en als gevolg daarvan niet binnen de termijn van 40 (veertig) werkdagen een vergunning kan worden verleend, stelt de Partij van invoer de Partij van uitvoer daarvan in kennis en stelt zij een nieuwe termijn voor die vergunning vast. Die termijn mag niet meer dan 40 (veertig) werkdagen na ontvangst van de aanvullende informatie bedragen.
6. De Partij van invoer stelt lijsten van erkende inrichtingen op en maakt die lijsten toegankelijk voor het publiek.
7. De Partij van invoer kan de erkenning weigeren van inrichtingen die niet aan haar sanitaire voorschriften voldoen. In dergelijke gevallen stelt de Partij van invoer de Partij van uitvoer in kennis van een dergelijke weigering, met inbegrip van de redenen daarvoor.
8. De Partij van invoer kan verificaties van het officiële controlesysteem verrichten overeenkomstig artikel 14.15. De Partij van invoer kan de lijst van inrichtingen wijzigen aan de hand van de resultaten van deze verificaties.
SPS-invoercontroles
9. Elke Partij verbindt zich tot het vaststellen van procedures met betrekking tot SPS-invoercontroles, of handhaaft deze procedures, die het mogelijk maken producten onverwijld voor invoer vrij te geven.
10. Elke Partij vereenvoudigt in voorkomend geval de controles en verificaties en verlaagt de frequentie van de SPS-invoercontroles die de Partij van invoer verricht op producten van de Partij van uitvoer. Elke Partij baseert haar beslissing op:
a) de daaraan verbonden risico’s;
b) de door de producenten of importeurs verrichte controles die door de bevoegde autoriteiten van de Partijen zijn gevalideerd;
c) de door de bevoegde autoriteit van de Partij van uitvoer gegeven garanties dat de inrichtingen aan de sanitaire voorschriften van de Partij van invoer voldoen, en
d) de internationale richtsnoeren, normen en aanbevelingen van de Codex Alimentarius, WOAH of IPPC, naargelang het geval.
11. Elke Partij kan andere criteria toepassen om de controles en verificaties uit hoofde van lid 10 te vereenvoudigen indien deze de daarin vermelde gezamenlijk overeengekomen criteria niet ondermijnen.
12. Indien uit invoercontroles blijkt dat niet aan de SPS-invoervereisten is voldaan en producten of zendingen worden afgewezen, stelt de Partij van invoer de Partij van uitvoer daarvan zo spoedig mogelijk en uiterlijk 5 (vijf) werkdagen na de afwijzing in kennis overeenkomstig de in artikel 14.12 bedoelde procedure.
13. Indien uit invoercontroles blijkt dat niet aan de toepasselijke SPS-invoervereisten is voldaan, dan moeten de door de Partij van invoer genomen maatregelen worden gemotiveerd op basis van de geconstateerde niet-naleving, en mogen deze maatregelen de handel niet meer beperken dan nodig is om het door de Partij vastgestelde adequate niveau van sanitaire of fytosanitaire bescherming te verwezenlijken.
Vereenvoudiging van de invoer- en goedkeuringsprocedures van de Mercosur
14. De Partijen zijn zich bewust van de uiteenlopende niveaus van regionale integratie binnen de Europese Unie, enerzijds, en de Mercosur, anderzijds. Om de handel tussen hun respectieve grondgebieden te vergemakkelijken, stelt de Mercosur alles in het werk om voor invoer- en goedkeuringsprocedures voor producten en inrichtingen van de Europese Unie geleidelijk de volgende documenten vast te stellen, voor zover van toepassing:
a) een enkele vragenlijst;
b) een enkel certificaat, en
c) een enkele lijst van erkende inrichtingen.
15. De Mercosur zal alles in het werk stellen om de SPS-invoervereisten, certificaten en invoercontroles van de afzonderlijke ondertekenende Mercosur-staten te harmoniseren.
ARTIKEL 14.8
Alternatieve maatregelen
1. Op verzoek van de Partij van uitvoer doet de Partij van invoer onderzoek of een andere SPS-maatregel dan de SPS-maatregel van de Partij van invoer bij wijze van uitzondering het passende beschermingsniveau van de Partij van invoer waarborgt. De alternatieve maatregel kan gebaseerd worden op internationale richtsnoeren, normen en aanbevelingen van de Codex Alimentarius, WOAH of IPPC of op SPS-maatregelen van de Partij van uitvoer.
2. Artikel 14.9 is niet van toepassing op alternatieve SPS-maatregelen.
ARTIKEL 14.9
Gelijkwaardigheid
1. Een Partij van uitvoer mag van de Partij van invoer verlangen dat een specifieke SPS-maatregel of specifieke SPS-maatregelen met betrekking tot een product of groep producten of op een systeembrede basis gelijkwaardig zijn aan haar eigen SPS-maatregelen.
2. Met het oog op de uitvoering van dit artikel doet het in artikel 14.18 bedoelde subcomité aanbevelingen tot vaststelling van een procedure voor de erkenning van gelijkwaardigheid op basis van het Besluit inzake de uitvoering van artikel 4 van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen van het WTO-Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen 25 en alle latere actualiseringen daarvan, en de internationale richtsnoeren, normen en aanbevelingen die zijn vastgesteld in het kader van de Codex Alimentarius, de WOAH en het IPPC. Deze procedure moet een proces omvatten waarbij de Partijen overleg plegen over de gelijkwaardigheid van SPS-maatregelen, de van de Partijen te verlangen informatie, de verantwoordelijkheden van de Partijen en de termijnen voor de erkenning van gelijkwaardigheid.
3. Na ontvangst van een specifiek verzoek treden de Partijen in overleg op basis van de krachtens lid 2 vast te stellen procedure, teneinde tot overeenstemming te komen over de erkenning van gelijkwaardigheid.
4. Op verzoek van de Partij van uitvoer stelt de Partij van invoer de Partij van uitvoer in kennis van de fase van de procedure voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid.
ARTIKEL 14.10
Erkenning van de status inzake diergezondheid en plantenplagen alsmede van regionale omstandigheden
1. De Partijen erkennen het concept van zonering en compartimentering, met inbegrip van plaagorganismevrije gebieden of ziektevrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van plaagorganismen of van ziekten, en passen dit concept toe in de handel tussen de Partijen, overeenkomstig de SPS-overeenkomst, met inbegrip van de richtsnoeren ter bevordering van de praktische uitvoering van artikel 6 van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen die door het WTO-comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen 26 zijn aangenomen, en de desbetreffende richtsnoeren, aanbevelingen en normen van de WOAH of het IPPC.
2. Op verzoek van de Partij van uitvoer neemt de Partij van invoer – hetzij voor het eerst, hetzij na een uitbraak van een dierziekte of plantenplaag – een besluit of zij plagen- en ziektevrije gebieden, gebieden met een lage prevalentie van plagen en ziekten en compartimenten van de Partij van uitvoer erkent. De Partij van invoer baseert dit besluit op de informatie die door de Partij van uitvoer is verstrekt in overeenstemming met de SPS-overeenkomst en de normen van het WOAH en het IPPC, en houdt rekening met de instelling door de Partij van uitvoer van plagen- en ziektevrije gebieden, gebieden met een lage prevalentie van plagen en ziekten en compartimenten. De Partijen volgen de procedures die zijn vastgesteld in bijlage 14-A.
3. Het besluit van de Partij van invoer overeenkomstig lid 2 wordt onverwijld genomen. Indien de Partij van invoer, onverminderd artikel 14.14, besluit plagen- en ziektevrije gebieden, gebieden met een lage prevalentie van plagen en ziekten en compartimenten van de Partij van uitvoer te erkennen, staat zij de handel vanuit die gebieden of compartimenten onverwijld toe.
4. Het in artikel 14.18 bedoelde subcomité kan nadere bijzonderheden vaststellen voor de in lid 2 bedoelde procedure voor de erkenning van plagen- en ziektevrije gebieden, gebieden met een lage prevalentie van plagen en ziekten en compartimenten, rekening houdend met de SPS-overeenkomst en de richtsnoeren, normen en aanbevelingen van het IPPC en de WOAH.
Dieren, dierlijke producten, producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten
5. De procedure voor de erkenning van ziektevrije zones of compartimenten voor dieren, dierlijke producten, producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten is vastgesteld in de punten 7, 8 en 9 en in bijlage 14-A.
6. Bij de instelling of handhaving van de in lid 2 bedoelde zones of compartimenten voor dieren, dierlijke producten, producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten houden de partijen rekening met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologische surveillance en de doeltreffendheid van sanitaire controles.
7. Uiterlijk 60 (zestig) werkdagen na ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie van de Partij van uitvoer kan de Partij van invoer:
a) uitdrukkelijk bezwaar maken tegen het verzoek om erkenning van ziektevrije zones of compartimenten voor dieren, dierlijke producten, producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten;
b) de Partij van uitvoer verzoeken om aanvullende informatie, of
c) verzoeken om verificaties op grond van artikel 14.15.
De Partij van invoer beoordeelt eventuele aanvullende informatie uiterlijk 30 (dertig) werkdagen na ontvangst ervan. Indien de Partij van invoer verificaties verlangt, wordt de termijn voor de beoordeling van de aanvullende informatie onderbroken.
8. De Partij van invoer versnelt de in lid 7 vastgestelde procedure indien de zones of compartimenten waarvoor de Partij van uitvoer erkenning aanvraagt, door de WOAH officieel als ziektevrij worden erkend of indien de ziektevrije status na een uitbraak is hersteld.
9. Indien de Partij van invoer na de procedure van lid 7 te hebben gevolgd, besluit de zones of compartimenten waarvoor de Partij van uitvoer om erkenning heeft verzocht, niet te erkennen, stelt zij de Partij van uitvoer in kennis van haar besluit en licht zij toe waarom de betrokken zones of compartimenten niet worden erkend, en pleegt zij op verzoek overleg overeenkomstig artikel 14.13.
Planten en plantaardige producten
10. Elke Partij stelt een lijst op van gereguleerde plaagorganismen en gereguleerde planten en plantaardige producten waarvoor fytosanitaire voorschriften bestaan. De Partij van invoer stelt haar lijst van gereguleerde plaagorganismen, gereguleerde planten en plantaardige producten en de fytosanitaire invoervoorschriften die daarop van toepassing zijn, ter beschikking van de andere Partij. De fytosanitaire invoervoorschriften voor gereguleerde planten en plantaardige producten moeten beperkt blijven tot hetgeen nodig is om de gezondheid van planten te beschermen of het beoogde gebruik van de planten en plantaardige producten te waarborgen. De Partij van invoer stelt de andere Partij in kennis van alle vereiste aanvullende verklaringen.
11. Bij de vaststelling van de fytosanitaire voorschriften van de Partij van invoer wordt rekening gehouden met de fytosanitaire status in de Partij van uitvoer en, indien de Partij van invoer dit vereist, met het resultaat van een fytosanitaire risicoanalyse. De fytosanitaire risicoanalyse wordt verricht overeenkomstig de toepasselijke internationale normen voor fytosanitaire maatregelen van het IPPC. Bij deze risicoanalyse wordt rekening gehouden met de beschikbare wetenschappelijke en technische informatie en met het beoogde gebruik van de desbetreffende planten en plantaardige producten.
12. De Partij van invoer actualiseert de in lid 10 bedoelde lijsten wanneer de Partij van uitvoer een verzoek om uitvoer van nieuwe producten naar de andere Partij indient. Wanneer de Partij van invoer verlangt dat een fytosanitaire risicoanalyse de invoer van een bepaald product toestaat, kan – om het proces te versnellen – een fytosanitaire risicoanalyse die reeds voor dezelfde of soortgelijke producten is verricht, worden gebruikt als basis, samen met alle aanvullende informatie die de Partij van invoer nodig acht om te worden geanalyseerd.
13. Tijdens de procedure voor de bepaling van de status inzake plaagorganismen van de Partij van uitvoer houdt de Partij van invoer rekening met de leden 10 tot en met 17 van dit artikel, bijlage 14-A en de aanbevelingen van de internationale normen voor fytosanitaire maatregelen van het IPPC.
14. De Partijen erkennen de begrippen plaagorganismevrije gebieden, plaagorganismevrije productieplaatsen en plaagorganismevrije productielocaties, alsmede gebieden met een lage prevalentie van plaagorganismen zoals gespecificeerd in de internationale normen voor fytosanitaire maatregelen van het IPPC, en van beschermde gebieden die zij in hun onderlinge handelsverkeer toepassen.
15. Bij de vaststelling of handhaving van fytosanitaire maatregelen houdt de Partij van invoer rekening met plaagorganismevrije gebieden, plaagorganismevrije productieplaatsen, plaagorganismevrije productielocaties en gebieden met een lage prevalentie van plaagorganismen alsook met beschermde gebieden, indien deze door de Partij van uitvoer zijn ingesteld.
16. De Partij van uitvoer meldt plaagorganismevrije gebieden, plaagorganismevrije productieplaatsen, plaagorganismevrije productielocaties of gebieden met een lage prevalentie van plaagorganismen aan de andere Partij en geeft op verzoek toelichting en ondersteunende informatie zoals voorgeschreven in de desbetreffende internationale normen voor fytosanitaire maatregelen of wanneer dit anderszins passend wordt geacht. Tenzij de Partij van invoer:
a) uitdrukkelijk bezwaar maakt tegen het verzoek om goedkeuring van plaagorganismevrije gebieden, plaagorganismevrije productieplaatsen, plaagorganismevrije productielocaties of gebieden met een lage prevalentie van plaagorganismen bij de andere Partij of beschermde gebieden indien deze door de Partij van uitvoer zijn ingesteld;
b) de Partij van uitvoer verzoekt om aanvullende informatie;
c) verzoekt om verificaties op grond van artikel 14.15; of
d) uiterlijk 150 (honderdvijftig) werkdagen na ontvangst van deze informatie overeenkomstig artikel 14.13 overleg opent, wordt de status van de Partij van uitvoer erkend door de Partij van invoer.
17. De Partij van invoer beoordeelt alle overeenkomstig lid 16 gevraagde aanvullende informatie uiterlijk 90 (negentig) dagen na ontvangst ervan. Alle door de Partij van invoer overeenkomstig lid 16 gevraagde verificaties worden verricht overeenkomstig artikel 14.15, rekening houdend met de biologie van het betrokken plaagorganisme en de betrokken plant. Indien de Partij van invoer om dergelijke verificaties verzoekt, wordt de termijn voor de beoordeling van aanvullende informatie onderbroken.
18. Indien de Partij van invoer, na de procedure van lid 16 te hebben gevolgd, besluit om plaagorganismevrije gebieden, plaagorganismevrije productieplaatsen, productielocaties of gebieden met een lage prevalentie van plaagorganismen of beschermde gebieden, indien deze zijn ingesteld door de Partij van uitvoer waarvoor de Partij van uitvoer erkenning heeft aangevraagd, niet goed te keuren, stelt zij de Partij van uitvoer in kennis van haar besluit en licht zij toe waarom zij niet worden goedgekeurd, en voert zij op verzoek overleg overeenkomstig artikel 14.13.
ARTIKEL 14.11
Transparantie en uitwisseling van informatie
1. Op verzoek van een Partij en uiterlijk 15 (vijftien) werkdagen na de datum van een dergelijk verzoek wisselen de Partijen informatie uit over:
a) procedures voor de verlening van een vergunning voor de invoer van een product, met inbegrip van, indien mogelijk, het verwachte tijdschema;
b) vereisten voor de invoer van specifieke producten, met inbegrip van het model voor een certificaat, naargelang het geval;
c) hun status inzake plaagorganismen, met inbegrip van bewakings-, uitroeiings- en inperkingsprogramma’s en de resultaten daarvan, ter ondersteuning van die status inzake plantenplagen en fytosanitaire invoermaatregelen;
d) de voortgang van de procedure voor de goedkeuring van de invoer van specifieke producten, en
e) het verband tussen een SPS-maatregel en de internationale richtsnoeren, normen en aanbevelingen en – indien een SPS-maatregel niet is gebaseerd op internationale richtsnoeren, normen en aanbevelingen – de wetenschappelijke informatie over in welke zin de SPS-maatregel niet voldoet aan internationale richtsnoeren, normen en aanbevelingen en een toelichting van de redenen voor die maatregel.
2. In gevallen waarin het relevante wetenschappelijke bewijs ontoereikend is, verstrekt een Partij die een voorlopige SPS-maatregel vaststelt, de beschikbare relevante informatie waarop de maatregel is gebaseerd en, indien beschikbaar, aanvullende informatie voor een objectievere risicobeoordeling, en herziet zij de SPS-maatregel binnen een redelijke termijn.
3. De Partijen maken op enigerlei wijze bijgewerkte informatie openbaar over:
a) hun SPS-invoervereisten en goedkeuringsprocedures, en
b) een lijst van gereguleerde plaagorganismen.
4. De Partijen informeren elkaar over:
a) elke wijziging in de sanitaire en fytosanitaire status die de handel tussen de Partijen kan beïnvloeden;
b) aangelegenheden in verband met de ontwikkeling en toepassing van SPS-maatregelen die van invloed kunnen zijn op de handel tussen de Partijen, en
c) andere relevante informatie voor de doeltreffende uitvoering van dit hoofdstuk.
5. Onverminderd lid 1 is, indien de in dit artikel bedoelde informatie door de Partijen beschikbaar is gesteld door middel van een kennisgeving aan de WTO of aan het relevante internationale normalisatie-orgaan overeenkomstig de desbetreffende regels, of op voor het publiek toegankelijke en kosteloze websites van de Partijen, de uitwisseling van informatie op grond van lid 1 niet vereist.
6. Elke Partij wijst een contactpunt aan voor communicatie over alle aangelegenheden die onder dit hoofdstuk vallen en stelt de andere Partij daarvan uiterlijk 1 (één) maand na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis. De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van alle wijzigingen van die gegevens over het contactpunt.
ARTIKEL 14.12
Kennisgevingen
1. Elk ernstig of significant risico voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, met inbegrip van noodsituaties op het gebied van levensmiddelen- of voedercontroles, wordt binnen 2 (twee) werkdagen na de vaststelling van dat risico gemeld aan de in artikel 14.11 aangewezen contactpunten van de andere Partij.
2. Niet-ernstige risico’s voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten worden eveneens aan de contactpunten van de andere Partij gemeld binnen een redelijke termijn die volstaat om te voorkomen dat het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten wordt bedreigd of de bestaande handel tussen de Partijen in gevaar wordt gebracht.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde kennisgevingen worden gedaan door middel van een bestaand systeem van kennisgevingen of specifieke kennisgevingen op ad-hocbasis, overeenkomstig de wetgeving van de kennisgevende Partij. In beide gevallen wordt de kennisgeving toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken Partijen.
4. Indien de kennisgevende Partij een SPS-maatregel met betrekking tot de kennisgeving vaststelt of handhaaft (met inbegrip van de afwijzing van een product of zending), moet die kennisgeving vergezeld gaan van een toelichting van de redenen die een dergelijke maatregel rechtvaardigen.
5. De kennisgevende Partij trekt elke kennisgeving in die is gebaseerd op informatie die in een later stadium niet onderbouwd blijkt te zijn of die ten onrechte is doorgegeven. Een dergelijke intrekking vindt zo spoedig mogelijk plaats en wordt ter kennis van de Partij van uitvoer gebracht, teneinde negatieve gevolgen voor de handel tussen de Partijen te voorkomen.
6. De Partijen wijzen contactpunten aan voor de kennisgevingen uit hoofde van dit artikel en stellen de andere Partij daarvan in kennis indien zij niet dezelfde zijn als de overeenkomstig artikel 14.11, lid 6, aangewezen contactpunten.
ARTIKEL 14.13
Overleg
1. Onverminderd hoofdstuk 29 treden de Partijen, indien de SPS-maatregelen of ontwerpmaatregelen van de Partij van invoer of de uitvoering daarvan als onverenigbaar met dit hoofdstuk worden beschouwd, in overleg uiterlijk 60 (zestig) dagen nadat de Partij van uitvoer een met redenen omkleed verzoek om dergelijk overleg heeft ingediend.
2. Niettegenstaande lid 1 wordt, indien een Partij overeenkomstig artikel 14.12 een kennisgeving heeft gedaan of indien een Partij ernstige bezorgdheid heeft over een risico voor de gezondheid van mens, dier of plant dat van invloed is op producten die tussen de Partijen worden verhandeld, op verzoek van een Partij zo spoedig mogelijk overleg gepleegd. Elke Partij streeft ernaar onder dergelijke voorwaarden de informatie te verstrekken die nodig is om verstoring van de handel, met inbegrip van een beperking daarvan, te voorkomen.
3. Op verzoek van de Partij van uitvoer verstrekt de Partij van invoer de informatie die nodig is om een verstoring van het handelsverkeer, met inbegrip van een beperking daarvan, te voorkomen. Deze informatie omvat de in artikel 14.11, lid 1, bedoelde informatie.
4. Overleg kan plaatsvinden gedurende een redelijke termijn die de Partijen in staat stelt om tot een voor beide Partijen bevredigende oplossing te komen.
5. Het overleg kan plaatsvinden per e-mail, video, audioconferentie of elk ander communicatiemiddel waarover beide Partijen beschikken. De Partij die om overleg heeft verzocht, is verantwoordelijk voor het opstellen van de notulen. De notulen moeten formeel worden goedgekeurd door de partijen bij het overleg.
6. Indien de partijen bij het overleg niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing komen, kan de kwestie worden voorgelegd aan het in artikel 14.18 bedoelde subcomité.
ARTIKEL 14.14
Noodmaatregelen
1. Indien een Partij maatregelen neemt om ernstige risico’s voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren en planten te beheersen, moet die maatregel, onverminderd lid 2, ook als doel hebben te voorkomen dat sanitaire en fytosanitaire risico’s worden binnengebracht op het grondgebied van de andere Partij.
2. De Partij van invoer kan, in geval van ernstige risico’s voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, noodmaatregelen tegen die risico’s nemen.
3. Voor producten die in transito zijn tussen de Partijen, onderzoekt de Partij van invoer welke de meest geschikte en evenredige oplossing is om onnodige verstoringen van het handelsverkeer te voorkomen.
4. De in lid 2 bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld zonder voorafgaande kennisgeving overeenkomstig artikel 14.12. De Partij die noodmaatregelen vaststelt, stelt de andere Partij zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 (achtenveertig) uur daarna in kennis van de vaststelling van die maatregelen.
5. Elk van beide Partijen mag verzoeken om informatie over de sanitaire en fytosanitaire situatie en over de vastgestelde noodmaatregelen. Elke Partij voldoet aan dit verzoek zodra de gevraagde informatie beschikbaar is.
6. Op verzoek van een van de Partijen en overeenkomstig artikel 14.13 plegen de Partijen uiterlijk 15 (vijftien) werkdagen na de kennisgeving van de noodmaatregelen overleg over de noodmaatregel. De partijen kunnen opties overwegen om de uitvoering of vervanging van de noodmaatregelen te vergemakkelijken.
ARTIKEL 14.15
Verificaties van het officiële controlesysteem
1. Elke Partij heeft, binnen de reikwijdte van dit hoofdstuk, het recht om:
a) verificaties te verrichten, met inbegrip van audits, van het officiële controlesysteem van de andere Partij, met inbegrip van controlebezoeken, en
b) informatie te ontvangen over het officiële controlesysteem van de andere Partij en de resultaten van de in het kader van die regeling verrichte controles.
2. De aard en de frequentie van de verificaties, met inbegrip van audits, worden vastgesteld door de Partij van invoer, rekening houdend met de invoervereisten, de inherente kenmerken van het betrokken product, de staat van dienst van eerdere invoercontroles en andere beschikbare informatie, zoals audits en inspecties door de bevoegde autoriteit van de Partij van uitvoer.
3. Het doel van de controles is te beoordelen of de bevoegde autoriteiten van de Partij van uitvoer kunnen waarborgen dat de uitgevoerde of uit te voeren producten voldoen aan de SPS-vereisten van de Partij van invoer.
4. Controlebezoeken worden onverwijld verricht en worden ten minste 60 (zestig) werkdagen voordat dergelijke controles worden verricht, ter kennis van de Partij van uitvoer gebracht, behalve in noodgevallen of indien de Partijen anders besluiten. Enigerlei wijziging ten aanzien van dat bezoek wordt door de Partijen overeengekomen.
5. De verificaties worden verricht in overeenstemming met het door de betrokken Partijen overeengekomen auditplan, op basis van de richtsnoeren voor het ontwerp, de werking, de beoordeling en de accreditatie van invoer- en uitvoerinspectie- en certificeringssystemen voor levensmiddelen 27 . De Partij van invoer verstrekt de andere Partij de redenen voor elke wijziging van het auditplan van het bezoek.
6. De kosten die worden gemaakt door de Partij die de verificatie verricht, komen ten laste van die Partij.
7. De Partij die de verificatie verricht, zendt uiterlijk 60 (zestig) werkdagen na het einde van het controlebezoek een ontwerpverslag over de verificatie toe aan de Partij waarop de verificatie betrekking heeft. De Partij waarop de verificatie betrekking heeft, kan uiterlijk 60 (zestig) werkdagen na ontvangst van het ontwerpverslag opmerkingen maken over het ontwerpverslag. Opmerkingen en, indien nodig, een actieplan worden bij het eindverslag gevoegd. De Partij die de verificatie verricht, zendt het eindverslag uiterlijk 30 (dertig) werkdagen na ontvangst van de opmerkingen over het ontwerpverslag toe aan de Partij waarop de verificatie betrekking heeft.
8. Elke maatregel die naar aanleiding van verificaties wordt genomen, moet evenredig zijn met de vastgestelde tekortkomingen of risico’s. Desgevraagd vindt hierover technisch overleg plaats overeenkomstig artikel 14.13.
9. Wanneer in de loop van de verificatie een aanmerkelijk gezondheidsrisico voor mensen, dieren of planten wordt vastgesteld, wordt de Partij waarop de verificatie betrekking heeft, hiervan zo spoedig mogelijk en in ieder geval uiterlijk 10 (tien) werkdagen na het einde van de verificatie in kennis gesteld.
ARTIKEL 14.16
Samenwerking in multilaterale fora
1. De Partijen bevorderen onderlinge samenwerking in multilaterale fora die relevant zijn voor SPS-kwesties, met name in internationale normalisatie-instellingen die zijn erkend in het kader van de SPS-overeenkomst en wisselen daartoe informatie uit.
2. Het in artikel 14.18 bedoelde Subcomité voor sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden is het forum voor de bevordering van de samenwerking als bedoeld in lid 1.
ARTIKEL 14.17
Samenwerking
1. De Partijen streven ernaar samen te werken bij de uitvoering van dit hoofdstuk en de resultaten ervan te optimaliseren om de mogelijkheden uit te breiden en de grootste voordelen voor de Partijen te behalen. Deze samenwerking wordt ontwikkeld binnen het wettelijk en institutioneel kader voor de samenwerkingsbetrekkingen tussen de Partijen.
2. Om de in lid 1 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken, houden de Partijen rekening met de samenwerkingsbehoeften die zijn vastgesteld door het in artikel 6.18 bedoelde Subcomité voor SPS- aangelegenheden.
ARTIKEL 4.18
Subcomité voor SPS-aangelegenheden
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor SPS-aangelegenheden komt uiterlijk 1 (één) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst voor het eerst bijeen.
2. Naast de in de artikelen 2.4 en 9.9 genoemde taken heeft het subcomité de volgende taken:
a) een forum bieden om problemen in verband met de toepassing van de SPS-maatregelen te bespreken teneinde tot wederzijds aanvaardbare oplossingen te komen, mits de Partijen eerst hebben getracht deze problemen aan te pakken door middel van technisch overleg overeenkomstig artikel 14.13 en de kwestie vervolgens aan het subcomité is voorgelegd;
b) een forum bieden om de overeenkomstig artikel 14.11 uitgewisselde informatie te bespreken;
c) de uitwisseling van informatie en de samenwerking in multilaterale fora overeenkomstig artikel 14.16 bevorderen;
d) de lijsten van contactpunten overeenkomstig artikel 14.11, lid 6; uitwisselen om informatie met betrekking tot dit hoofdstuk uit te wisselen;
e) de voorbereidende interne werkzaamheden verrichten die nodig zijn voor de wijziging van bijlage 14-A door de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken;
f) aanbevelingen doen voor de vaststelling van een procedure voor de erkenning van gelijkwaardigheid overeenkomstig artikel 14.9, lid 2;
g) eventueel nadere bijzonderheden vaststellen voor de procedure voor de erkenning van plagen- en ziektevrije gebieden, gebieden met een lage prevalentie van plagen en ziekten en compartimenten overeenkomstig artikel 14.10, lid 4, en
h) de samenwerkingsbehoeften bij de uitvoering van dit hoofdstuk in kaart brengen, overeenkomstig artikel 14.17, lid 2.
ARTIKEL 14.19
Bijzondere en gedifferentieerde behandeling
Overeenkomstig artikel 10 van de SPS-overeenkomst kan Paraguay, indien dat land moeilijkheden constateert met een door de Europese Unie aangemelde voorgestelde maatregel, in zijn opmerkingen die het overeenkomstig bijlage B bij de SPS-overeenkomst bij de Europese Unie indient, om een gelegenheid voor overleg hierover verzoeken. De Europese Unie en Paraguay treden, onverminderd artikel 14.13, in overleg om overeenstemming te bereiken over:
a) alternatieve invoervoorwaarden die door de Partij van invoer moeten worden toegepast overeenkomstig artikel 14.8 van dit hoofdstuk;
b) het verlenen van technische bijstand overeenkomstig artikel 14.17 van dit hoofdstuk, of
c) een overgangsperiode van 6 (zes) maanden voor voorgestelde maatregelen voor producten uit Paraguay, die bij wijze van uitzondering kan worden verlengd met nog een periode van ten hoogste 6 (zes) maanden.
HOOFDSTUK 15
DIALOGEN OVER KWESTIES IN VERBAND MET DE AGROVOEDINGSKETEN
ARTIKEL 15.1
Doelstellingen
Om hun wederzijds vertrouwen en wederzijds begrip te versterken, zetten de Partijen dialogen op en wisselen zij informatie uit over de volgende onderwerpen:
a) dierenwelzijn;
b) toepassing van landbouwbiotechnologie;
c) bestrijding van antimicrobiële resistentie (hierna “AMR” genoemd); en
d) wetenschappelijke kwesties in verband met voedselveiligheid en gezondheid van dieren en planten.
ARTIKEL 15 2
Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen
Het bij artikel 9.9, lid 4, opgerichte Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen komt, naast de in de artikelen 2.4, 9.9 en 15.7 genoemde taken, bijeen op deskundigenniveau om de in artikel 15.1 bedoelde dialogen te voeren.
ARTIKEL 15.3
Dierenwelzijn
Aangezien dieren wezens met gevoel zijn, voert het Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen een dialoog over onder meer de volgende aangelegenheden:
a) specifieke onderwerpen inzake dierenwelzijn die van invloed kunnen zijn op de wederzijdse handel;
b) uitwisseling van informatie, deskundigheid en ervaringen op het gebied van dierenwelzijn om, in het belang van de Partijen, hun respectieve benaderingen van regelgevingsnormen met betrekking tot het fokken, houden, hanteren, vervoeren en slachten van dieren te verbeteren;
c) versterking van hun samenwerking op het gebied van onderzoek; en
d) samenwerking in internationale fora ter bevordering van de verdere ontwikkeling van internationale normen inzake dierenwelzijn door de WOAH en beste praktijken op het gebied van dierenwelzijn en de uitvoering daarvan.
ARTIKEL 15.4
Biotechnologie in de landbouw
Het Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen voert een dialoog over landbouwbiotechnologie, die onder meer de volgende aangelegenheden bestrijkt:
a) uitwisseling van informatie over beleid, wetgeving, richtsnoeren, goede praktijken en projecten inzake biotechnologische producten;
b) besprekingen over specifieke onderwerpen in verband met biotechnologie die van invloed kunnen zijn op de wederzijdse handel, met inbegrip van samenwerking bij het testen van genetisch gemodificeerde organismen (hierna “GGO’s” genoemd);
c) uitwisseling van informatie over onderwerpen in verband met asynchrone vergunningen voor ggo’s om de mogelijke gevolgen voor de handel tot een minimum te beperken;
d) uitwisseling van informatie over de economische en handelsvooruitzichten voor vergunningen voor ggo’s; en
e) uitwisseling van informatie over gevallen van geringe aanwezigheid van ggo’s die niet door de Partij van invoer zijn toegelaten, maar door de Partij van uitvoer zijn toegestaan.
ARTIKEL 15.5
Bestrijding van resistentie tegen antimicrobiële stoffen
Het Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen voert een dialoog over de bestrijding van antimicrobiële resistentie, die onder meer de volgende aangelegenheden bestrijkt:
a) samenwerking met het oog op een follow-up van bestaande en toekomstige richtsnoeren, normen, aanbevelingen en acties die zijn ontwikkeld in relevante internationale organisaties, initiatieven en nationale plannen ter bevordering van het voorzichtige en verantwoorde gebruik van antibiotica en met betrekking tot dierlijke productie en dierenartspraktijken;
b) samenwerking bij de uitvoering van de aanbevelingen van de OIE, de Wereldgezondheidsorganisatie (hierna “WHO” genoemd) en de Codex Alimentarius, met name de “praktijkcode om de overdracht van AMR via voeding te beheersen en tot een minimum te beperken” (Code of Practice to Minimise and Contain Foodborne Antimicrobial Resistance) (CAC/RCP 61-2005);
c) de uitwisseling van informatie over goede landbouwpraktijken;
d) de bevordering van onderzoek, innovatie en ontwikkeling; en
e) de bevordering van multidisciplinaire benaderingen ter bestrijding van antimicrobiële resistentie, met inbegrip van de “één gezondheid”-benadering van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WOAH en de Codex Alimentarius.
ARTIKEL 15.6
Wetenschappelijke kwesties in verband met voedselveiligheid en gezondheid van dieren en planten
1. De Partijen moeten de samenwerking bevorderen tussen hun respectieve officiële wetenschappelijke instanties die verantwoordelijk zijn voor voedselveiligheid en dier- en plantgezondheidswetenschap. Deze samenwerking heeft tot doel de wetenschappelijke informatie waarover de Partijen beschikken, te verdiepen ter ondersteuning van hun respectieve benaderingen van regelgevingsnormen die van invloed kunnen zijn op de wederzijdse handel.
2. Het subcomité voert een dialoog over wetenschappelijke aangelegenheden in verband met voedselveiligheid en de gezondheid van dieren en planten, die onder meer betrekking heeft op de volgende aangelegenheden:
a) uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie over de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders en over de gezondheid van dieren en planten, met inbegrip van risicobeoordeling en de wetenschappelijke informatie ter ondersteuning van de vaststelling van maximumresidugehalten;
b) gegevensverzameling; en
c) samenwerking bij het tot stand brengen van een gemeenschappelijk begrip van de OIE, het IPPC en de normen van de Codex Alimentarius.
ARTIKEL 15.7
Aanvullende bepalingen
1. De Partijen zien erop toe dat de activiteiten van het in artikel 15.2 bedoelde subcomité de onafhankelijkheid van hun respectieve nationale of regionale agentschappen niet in gevaar brengen. Het Subcomité voor dialogen over kwesties in verband met de agrovoedingsketen stelt de regels inzake belangenconflicten voor de deelnemers aan zijn vergaderingen vast.
2. Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van elke Partij om vertrouwelijke informatie te beschermen overeenkomstig de relevante wetgeving van elke Partij. Elke Partij zorgt ervoor dat er procedures zijn om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie die tijdens de in dit hoofdstuk vastgestelde procedure is verkregen, openbaar wordt gemaakt.
3. Met volledige inachtneming van het recht van de Partijen om regels vast te stellen, wordt geen enkele bepaling in dit hoofdstuk uitgelegd als een verplichting voor een Partij om:
a) af te wijken van interne procedures ter voorbereiding en vaststelling van regelgevingsmaatregelen;
b) te handelen op een wijze die de tijdige vaststelling van regelgevingsmaatregelen ter verwezenlijking van haar doelstellingen van openbaar beleid zou ondermijnen of belemmeren; of
c) een specifiek resultaat inzake regelgeving te bereiken.
HOOFDSTUK 16
HANDELSBESCHERMING EN ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN
AFDELING A
ALGEMENE BEGINSELEN
ARTIKEL 16.1
Verhouding tot de WTO-overeenkomsten
1. Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van de Antidumpingovereenkomst (ADO), de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (SCM-overeenkomst), de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen (DSU).
2. De Partijen stellen bilaterale handel waarop een preferentiële behandeling van toepassing is vrij van de toepassing van het bijzondere landbouwvrijwaringsmechanisme van de Overeenkomst inzake de landbouw.
3. De preferentiële oorsprongsregels in het kader van dit deel van de overeenkomst zijn niet van toepassing op handelsbeschermingsonderzoeken en algemene vrijwaringsonderzoeken die overeenkomstig dit hoofdstuk worden uitgevoerd.
ARTIKEL 16.2
Transparantie
1. Handelsbeschermende maatregelen en vrijwaringsmaatregelen moeten met volledige inachtneming van de toepasselijke WTO-voorschriften worden genomen en moeten op een eerlijk en transparant systeem gebaseerd zijn.
2. Zo spoedig mogelijk na de instelling van een voorlopige maatregel verleent een Partij de belanghebbenden volledige toegang tot de feiten die ten grondslag liggen aan de vaststellingen, de schadebeoordeling, de berekening van de dumping- en subsidiemarges en het oorzakelijk verband. Bovendien maakt een Partij vóór de definitieve vaststelling volledig en op zinvolle wijze alle essentiële feiten en overwegingen bekend die aan het besluit tot toepassing van een maatregel ten grondslag liggen. Dit lid doet geen afbreuk aan artikel 6.5 van de ADO, artikel 12.4 van de SCM-overeenkomst en artikel 3.2 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
3. Een Partij zendt alle in lid 2 bedoelde informatie schriftelijk, bij voorkeur in elektronische vorm, en de belanghebbenden moeten voldoende tijd krijgen om opmerkingen te maken. Voor Partijen waarvan de onderzoekende autoriteiten elektronische dossiers bijhouden, kan alle in lid 2 bedoelde informatie online beschikbaar worden gesteld.
AFDELING B
ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN
ARTIKEL 16.3
Bepalingen over antidumping- en compenserende maatregelen
Elke Partij moet:
a) met bijzondere zorg voorstellen voor prijsverbintenissen van exporteurs van de andere Partij analyseren;
b) voorstander zijn van de instelling van een recht dat lager is dan de dumpingmarge of de subsidiemarge, indien dat niveau toereikend is om de schade voor de interne bedrijfstak weg te nemen;
c) met bijzondere zorg verzoeken om verlenging van de ten aanzien van exporteurs van de andere Partij geldende maatregelen te analyseren, alsmede
d) rekening houden met de informatie die is verstrekt door industriële gebruikers van het onderzochte product, importeurs en, indien van toepassing, representatieve consumentenorganisaties in het kader van artikel 6.12 van de ADO en artikel 12.10 van de SCM-overeenkomst.
AFDELING C
ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN
ARTIKEL 16.4
Transparantie over algemene vrijwaringsmaatregelen
1. Op verzoek van de Partij van uitvoer en mits zij een aanzienlijk belang heeft bij de uitvoer van het betrokken product in de zin van lid 3 van dit artikel, verstrekt de Partij die een vrijwaringsonderzoek opent of voornemens is voorlopige of definitieve vrijwaringsmaatregelen vast te stellen, onmiddellijk:
a) de informatie bedoeld in artikel 12.2 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, in het formaat dat door het Vrijwaringscomité van de WTO is voorgeschreven;
b) de openbare versie van de door de interne bedrijfstak ingediende klacht, indien van toepassing, alsmede
c) het openbare verslag met de bevindingen en gemotiveerde conclusies over alle in het vrijwaringsonderzoek aan de orde gekomen relevante feitelijke en juridische kwesties.
Het in punt c) van dit lid bedoelde openbare verslag bevat een analyse waarin schade wordt toegeschreven aan de factoren die de schade veroorzaken, en bevat een beschrijving van de methode die is gebruikt om de vrijwaringsmaatregelen vast te stellen.
2. Wanneer informatie op grond van dit artikel wordt verstrekt, biedt de Partij van invoer aan met de Partij van uitvoer informeel in overleg te treden om de verstrekte informatie te onderzoeken.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt een Partij geacht een aanmerkelijk belang te hebben wanneer zij, in termen van absolute hoeveelheid of waarde, behoort tot de 5 (vijf) grootste leveranciers van de ingevoerde betrokken producten in de meest recente periode van 3 (drie) jaar.
ARTIKEL 16.5
Toepassing van definitieve maatregelen
1. Wanneer een Partij vrijwaringsmaatregelen vaststelt, beijvert zij zich die maatregelen op zodanige wijze toe te passen dat zij de bilaterale handel zo weinig mogelijk beïnvloeden.
2. De Partij van invoer biedt aan met de Partij van uitvoer informeel in overleg te treden, om de in lid 1 bedoelde aangelegenheid te bespreken. De Partij van invoer neemt geen maatregelen binnen 30 (dertig) dagen na de datum waarop het aanbod tot informeel overleg is gedaan.
AFDELING D
GESCHILLENBESLECHTING
ARTIKEL 16.6
Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Geen van de Partijen kan voor geschillen die in het kader van dit hoofdstuk ontstaan, een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin hoofdstuk 29 voorziet.
HOOFDSTUK 17
BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN
AFDELING A
TOEPASSINGSGEBIED
ARTIKEL 17.1
Werkingssfeer
1. De afdelingen B tot en met I van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle andere goederen dan voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704.
2. De bepalingen die van toepassing zijn op voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704 zijn opgenomen in bijlage 17-A.
AFDELING B
DEFINITIES
ARTIKEL 17.2
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
a) “bevoegde onderzoeksautoriteit”:
i) wat de Europese Unie betreft, de Europese Commissie, alsmede
ii) wat de Mercosur betreft, het Ministerio de Economía of de opvolger ervan in Argentinië, het Secretaria de Comércio Exterior van het Ministério do Desenvolvimento, Indústria, Comércio e Serviços of de opvolger ervan in Brazilië, het Ministerio de Industria y Comercio of de opvolger ervan in Paraguay, en de Asesoría de Política Comercial van het Ministerio de Economía y Finanzas of de opvolger ervan in Uruguay;
b) “interne bedrijfstak”: alle producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten die actief zijn op het grondgebied van een Partij of, bij gebreke daarvan, die wier gezamenlijke productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten gewoonlijk meer dan 50 % (vijftig procent) bedraagt en in uitzonderlijke omstandigheden niet minder dan 25 % (vijfentwintig procent) van de totale productie van dergelijke producten;
c) “belanghebbenden” omvatten:
i) exporteurs of buitenlandse producenten of importeurs van een product dat wordt onderzocht, of een vereniging van producenten of handelaars waarvan de meeste leden producenten, exporteurs of importeurs van dit product zijn;
ii) de overheid van de Partij van uitvoer, alsmede
iii) producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product in de Partij van invoer of een handels- en brancheorganisatie waarvan de meeste leden het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product produceren op het grondgebied van de Partij van invoer;
deze lijst belet niet dat Partijen andere binnen- of buitenlandse partijen dan bovengenoemde als belanghebbende partij kunnen beschouwen.
d) “soortgelijk of rechtstreeks concurrerend product”:
i) een product dat identiek is aan het betrokken product, dus soortgelijk is in alle opzichten;
ii) een ander product dat, hoewel niet in alle opzichten soortgelijk, kenmerken vertoont die sterk lijken op die van het betrokken product, of
iii) een product dat rechtstreeks concurreert op de interne markt van de Partij van invoer, gelet op de mate van substitueerbaarheid, de fysieke basiskenmerken en technische specificaties, het uiteindelijke gebruik en de distributiekanalen ervan.
Deze lijst van factoren is niet limitatief, noch zijn een of meer van deze factoren noodzakelijkerwijs doorslaggevend.
e) “ernstige schade”: een aanmerkelijke algemene achteruitgang van de situatie van een interne bedrijfstak;
f) “dreiging van ernstige schade”: ernstige schade die, op basis van feiten en niet louter van beweringen, vermoedens of vage mogelijkheden, duidelijk ophanden is, alsmede
g) “overgangsperiode”:
i) 12 (twaalf) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, of
ii) voor andere goederen dan voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704 waarvoor de lijst inzake tariefafschaffing van de Partij die de maatregelen toepast, voorziet in tariefafschaffing binnen 10 (tien) of meer jaar, 18 (achttien) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
AFDELING C
VOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN
ARTIKEL 17.3
Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
1. Onverminderd de in hoofdstuk 16 bedoelde rechten en verplichtingen kan een Partij in uitzonderlijke omstandigheden voor andere goederen dan voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704 bilaterale vrijwaringsmaatregelen toepassen onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden, indien na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst de invoer uit de andere Partij van een product onder preferentiële voorwaarden in zodanige hoeveelheden, absoluut of in verhouding tot de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik en onder zodanige voorwaarden is toegenomen dat haar interne bedrijfstak van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten ernstige schade lijdt of dreigt te lijden.
2. Voor de in lid 1 genoemde goederen worden bilaterale vrijwaringsmaatregelen slechts toegepast voor zover dat noodzakelijk is om ernstige schade of dreigende ernstige schade te voorkomen of te verhelpen.
3. Bilaterale vrijwaringsmaatregelen worden toegepast na een onderzoek door de bevoegde onderzoekende autoriteiten van de Partij van invoer in het kader van de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures.
ARTIKEL 17.4
Tijdschema voor de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
Een Partij mag na het verstrijken van de overgangsperiode geen bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen, verlengen of handhaven.
ARTIKEL 17.5
Voorwaarden en beperkingen
1. De Mercosur kan bilaterale vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van de invoer uit de Europese Unie:
a) als enige entiteit, mits is voldaan aan alle vereisten om het bestaan van ernstige schade of de dreiging van ernstige schade door de invoer van een product onder preferentiële voorwaarden vast te stellen, op basis van de voorwaarden die op de Mercosur worden toegepast, of
b) namens een of meer ondertekenende Mercosur-staten, in welk geval de vereisten voor de vaststelling van het bestaan van ernstige schade of de dreiging van ernstige schade als gevolg van de invoer van een product onder preferentiële voorwaarden worden gebaseerd op de voorwaarden die gelden in de betrokken ondertekenende Mercosur-staat of de ondertekenende Mercosur-staten van de douane-unie, en de maatregel is beperkt tot die ondertekenende Mercosur-staat of die ondertekenende Mercosur-staten. De vaststelling van een bilaterale vrijwaringsmaatregel door de Mercosur namens een of meer ondertekenende Mercosur-staten belet niet dat een andere ondertekenende Mercosur-staat achteraf een maatregel met betrekking tot hetzelfde product vaststelt.
2. De Europese Unie kan bilaterale vrijwaringsmaatregelen toepassen op de invoer uit de Mercosur als enige entiteit of uit een of meer ondertekenende Mercosur-staten indien de ernstige schade of dreiging van ernstige schade wordt veroorzaakt door de invoer van producten onder preferentiële voorwaarden.
3. Indien de Europese Unie vaststelt dat een maatregel van toepassing is op de Mercosur als enige entiteit, wordt Paraguay vrijgesteld van de toepassing van de maatregel, tenzij uit een onderzoek blijkt dat het bestaan van ernstige schade of de dreiging van ernstige schade ook wordt veroorzaakt door de invoer onder preferentiële voorwaarden van producten uit Paraguay.
AFDELING D
VORM EN DUUR VAN BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN
ARTIKEL 17.6
Vorm van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
Voor andere goederen dan voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704 bestaan de krachtens dit hoofdstuk vastgestelde bilaterale vrijwaringsmaatregelen uit:
a) een tijdelijke schorsing van bijlage 10-A voor het betrokken product overeenkomstig deze overeenkomst, of
b) een tijdelijke verlaging van de tariefpreferentie voor het betrokken product, zodat het douanerecht niet hoger is dan het laagste van de volgende bedragen:
i) het op het product toegepaste meestbegunstigingsdouanerecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen, alsmede
ii) het basistarief van het douanerecht op het in bijlage 10-A bedoelde product.
ARTIKEL 17.7
Preferentiemarge
Bij beëindiging van de bilaterale vrijwaringsmaatregel is de preferentiemarge die welke op het product zou worden toegepast indien de maatregel uit hoofde van bijlage 10-A niet zou worden genomen.
ARTIKEL 17.8
Duur van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen worden slechts toegepast voor de periode die nodig is om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen en om de aanpassing van de interne bedrijfstak te vergemakkelijken. Die periode, met inbegrip van de toepassingsperiode van eventuele voorlopige maatregelen, mag niet langer zijn dan 2 (twee) jaar.
ARTIKEL 17.9
Verlenging van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
1. Bilaterale vrijwaringsmaatregelen kunnen eenmaal worden verlengd met een maximumperiode die gelijk is aan de oorspronkelijk voorziene toepassingsperiode, indien overeenkomstig de procedures van dit hoofdstuk is vastgesteld dat de maatregel noodzakelijk blijft om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen en indien de interne bedrijfstak het bewijs levert dat hij zich aanpast. De maatregelen mogen na verlenging niet restrictiever zijn dan zij aan het einde van de oorspronkelijke periode waren.
2. Vrijwaringsmaatregelen worden niet opnieuw toegepast op de invoer van een onder bijlage 10-A vallend product waarop een dergelijke maatregel van toepassing is, tenzij een periode die gelijk is aan de helft van de totale duur van de vorige vrijwaringsmaatregel is verstreken.
AFDELING E
ONDERZOEKS- EN TRANSPARANTIEPROCEDURES
ARTIKEL 17.10
Onderzoek
1. Bij het onderzoek om vast te stellen of een toename van de invoer ernstige schade heeft veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor een interne bedrijfstak als bedoeld in artikel 17.3, beoordeelt de bevoegde onderzoekende autoriteit alle relevante factoren van objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de situatie van die bedrijfstak, met name het tempo en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken product in absolute en relatieve termen; het aandeel van de toegenomen invoer op de binnenlandse markt, en veranderingen in het verkoopniveau, met inbegrip van prijzen, productie, productiviteit, bezettingsgraad, winst en verlies, en werkgelegenheid.
2. De bevoegde onderzoekende autoriteit toont aan de hand van objectief bewijsmateriaal aan dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de toegenomen invoer van het betrokken product en ernstige schade of de dreiging van ernstige schade. De bevoegde onderzoekende autoriteit beoordeelt ook alle andere bekende factoren dan de toegenomen invoer in het kader van de preferentiële voorwaarden van deze overeenkomst die tegelijkertijd schade kunnen berokkenen aan de interne bedrijfstak. De gevolgen van een toename van de invoer van de betrokken producten uit andere landen worden niet toegeschreven aan de invoer onder preferentiële voorwaarden.
3. Bij het verrichten van een schadeonderzoek als bedoeld in lid 1 moet een bevoegde onderzoekende autoriteit gegevens verzamelen over een periode van ten minste 36 (zesendertig) maanden die zo dicht mogelijk bij de datum van indiening van een verzoek om een onderzoek als praktisch haalbaar is, eindigt.
ARTIKEL 17.11
Opening van een onderzoek
1. Indien er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om een dergelijke opening te rechtvaardigen, kan een bilateraal vrijwaringsonderzoek worden geopend op verzoek van:
a) de interne bedrijfstak of een handels- en bedrijfsorganisatie die optreedt namens binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in de Partij van invoer, of
b) een of meer invoerende lidstaten van de Europese Unie of ondertekenende Mercosur-staten.
2. Het verzoek om een onderzoek te openen bevat ten minste de volgende informatie:
a) de naam en omschrijving van het ingevoerde betrokken product, de tariefpost en de geldende tariefbehandeling, alsmede de naam en de omschrijving van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product;
b) de namen en adressen van de producenten of verenigingen die het verzoek indienen, indien van toepassing;
c) indien redelijkerwijs beschikbaar, een lijst van alle bekende producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product, alsmede
d) bewijs dat aan de voorwaarden voor het opleggen van de vrijwaringsmaatregel van artikel 17.3, lid 1, is voldaan.
Voor de toepassing van punt d) van dit lid bevat het verzoek om een onderzoek te openen de volgende informatie:
i) het productievolume van de verzoekende of in het verzoek vertegenwoordigde producenten, en een raming van de productie van andere bekende producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product;
ii) het tempo en de omvang van de toename van de totale en de bilaterale invoer van het betrokken product, in absolute en relatieve termen, gedurende ten minste 36 (zesendertig) maanden voorafgaand aan de datum van indiening van een verzoek om een onderzoek te openen, waarvoor informatie beschikbaar is;
iii) het niveau van de invoerprijzen in dezelfde periode, alsmede
iv) indien informatie beschikbaar is, objectieve en kwantificeerbare gegevens over het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product, over het volume van de totale productie en van de totale verkoop op de interne markt, voorraden, prijzen voor de interne markt, productiviteit, bezettingsgraad, werkgelegenheid, winst en verlies, en marktaandeel van de verzoekende of in het verzoek vertegenwoordigde ondernemingen gedurende ten minste de laatste 36 (zesendertig) maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek, waarvoor informatie beschikbaar is.
ARTIKEL 17.12
Vertrouwelijke informatie
1. De bevoegde onderzoekende autoriteiten behandelen, wanneer redenen worden aangevoerd, alle informatie die naar haar aard vertrouwelijk is of die op vertrouwelijke basis is verstrekt, als zodanig. Die inlichtingen worden niet bekendgemaakt zonder machtiging van de belanghebbende die ze heeft verstrekt. Een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, kan worden verzocht niet-vertrouwelijke samenvattingen daarvan te verschaffen of, indien deze belanghebbende verklaart dat de betrokken inlichtingen niet kunnen worden samengevat, de redenen waarom geen samenvatting kan worden verstrekt.
2. Onverminderd lid 1, indien de bevoegde autoriteiten van mening zijn dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en indien de belanghebbende de inlichtingen niet openbaar wil maken noch machtiging wil geven tot bekendmaking ervan in algemene bewoordingen of in de vorm van een samenvatting hebben zij het recht met de betrokken inlichtingen geen rekening te houden, tenzij hun op overtuigende wijze, uit passende bron, kan worden aangetoond dat de inlichtingen juist zijn.
3. Indien informatie over de productie, de productiecapaciteit, de werkgelegenheid, de lonen, het volume en de waarde van de binnenlandse verkoop of de gemiddelde prijs op vertrouwelijke basis wordt gepresenteerd, zorgen de bevoegde onderzoekende autoriteiten ervoor dat zinvolle niet-vertrouwelijke samenvattingen worden ingediend die ten minste geaggregeerde gegevens bevatten of, in gevallen waarin de openbaarmaking van geaggregeerde gegevens de vertrouwelijkheid van de gegevens van de onderneming in gevaar zou brengen, indexen voor elke onderzochte periode van 12 (twaalf) maanden, teneinde het passende recht van verweer van de belanghebbenden te waarborgen. In dit verband moeten verzoeken om vertrouwelijkheid in aanmerking worden genomen in situaties waarin een bepaalde structuur van de markt of de interne bedrijfstak dit rechtvaardigt. Deze bepaling verhindert niet de presentatie van meer gedetailleerde niet-vertrouwelijke samenvattingen.
4. Verzoeken om vertrouwelijkheid zijn niet gerechtvaardigd met betrekking tot informatie over fundamentele technische en kwaliteitsnormen of het gebruik van het betrokken product. Verzoeken om vertrouwelijkheid met betrekking tot informatie over de identiteit van de aanvragers en andere bekende productiebedrijven die geen deel uitmaken van het verzoekschrift, zijn alleen gerechtvaardigd in uitzonderlijke omstandigheden, die door de bevoegde onderzoekende autoriteiten naar behoren moeten worden gemotiveerd. In dit verband volstaan loutere beweringen niet om verzoeken om vertrouwelijke behandeling te rechtvaardigen. Indien de identiteit van de aanvragers niet kan worden bekendgemaakt, delen de bevoegde onderzoekende autoriteiten het totale aantal producenten in de interne bedrijfstak en het aandeel van de productie in de totale productie van de interne bedrijfstak mee.
ARTIKEL 17.13
Tijdschema voor het onderzoek
De periode tussen de datum van bekendmaking van het besluit tot opening van het onderzoek en de bekendmaking van het definitieve besluit mag niet langer zijn dan 1 (één) jaar. In uitzonderlijke omstandigheden kan deze termijn worden verlengd, maar deze mag in geen geval langer zijn dan 18 (achttien) maanden. Een Partij past geen vrijwaringsmaatregelen toe indien deze termijn door de bevoegde onderzoekende autoriteiten niet in acht is genomen.
ARTIKEL 17.14
Transparantie
Elke Partij stelt transparante, doeltreffende en billijke procedures in of handhaaft deze voor de onpartijdige en redelijke toepassing van vrijwaringsmaatregelen, overeenkomstig dit hoofdstuk.
AFDELING F
VOORLOPIGE VRIJWARINGSMAATREGELEN
ARTIKEL 17.15
Voorlopige vrijwaringsmaatregelen
1. In kritieke omstandigheden waarin vertraging moeilijk te herstellen schade kan veroorzaken, kan een Partij, na daarvan kennis te hebben gegeven, een voorlopige vrijwaringsmaatregel nemen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijk bewijs is dat de invoer onder preferentiële voorwaarden is toegenomen en dat die invoer ernstige schade heeft veroorzaakt of dreigt te veroorzaken. De voorlopige maatregel duurt niet langer dan 200 (tweehonderd) dagen, gedurende welke periode aan de vereisten van dit hoofdstuk moet worden voldaan. Indien in de definitieve vaststelling wordt geconcludeerd dat invoer onder preferentiële voorwaarden geen ernstige schade of dreiging voor de interne bedrijfstak heeft veroorzaakt, wordt het verhoogde tarief of de voorlopige garantie, indien geïnd of opgelegd in het kader van voorlopige maatregelen, onverwijld terugbetaald, overeenkomstig de interne regelgeving van de desbetreffende Partij.
2. Ten aanzien van Paraguay worden geen voorlopige vrijwaringsmaatregelen genomen, tenzij uit de voorlopige vaststelling overeenkomstig lid 1 blijkt dat het bestaan van ernstige schade of de dreiging van ernstige schade ook wordt veroorzaakt door de invoer van producten uit Paraguay onder preferentiële voorwaarden.
AFDELING G
OPENBARE KENNISGEVING
ARTIKEL 17.16
Openbare kennisgeving van de opening van een onderzoek
Het openbare bericht van opening van een vrijwaringsonderzoek bevat de volgende informatie:
a) de naam van de aanvrager;
b) de volledige beschrijving van het ingevoerde onderzochte product en de indeling ervan volgens het geharmoniseerd systeem;
c) de uiterste datum voor het indienen van een verzoek om hoorzittingen;
d) de termijnen voor registratie als belanghebbende en voor de indiening van informatie, verklaringen en andere documenten;
e) het adres waar de aanvraag en andere documenten in verband met het onderzoek kunnen worden ingezien;
f) naam, adres en e-mailadres of telefoon- of faxnummer van de instelling die nadere inlichtingen kan verstrekken, alsmede
g) een samenvatting van de feiten waarop de opening van het onderzoek was gebaseerd, met inbegrip van gegevens over de invoer die in absolute of relatieve cijfers ten opzichte van de totale productie zou zijn gestegen, en een analyse van de situatie van de interne bedrijfstak op basis van alle elementen die in het verzoek naar voren zijn gebracht.
ARTIKEL 17.17
Openbare kennisgeving over de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen
De openbare bekendmaking van het besluit om een voorlopige vrijwaringsmaatregel toe te passen en een definitieve vrijwaringsmaatregel al dan niet toe te passen, bevat de volgende informatie:
a) de volledige omschrijving van de producten waarop de vrijwaringsmaatregel van toepassing is en de tariefindeling ervan volgens het geharmoniseerde systeem;
b) informatie en bewijsmateriaal die tot het besluit hebben geleid, zoals:
i) de toename of verhoging van de preferentiële invoer, indien van toepassing;
ii) de situatie van de interne bedrijfstak;
iii) het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de toegenomen preferentiële invoer van de betrokken producten en de ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de interne bedrijfstak, indien van toepassing, alsmede
iv) in het geval van een voorlopige vaststelling, het bestaan van kritieke omstandigheden;
c) andere gemotiveerde bevindingen en conclusies over alle relevante feitelijke en juridische kwesties;
d) een beschrijving van de te nemen maatregel, indien van toepassing, alsmede
e) de datum van inwerkingtreding van de maatregel en de duur ervan, indien van toepassing.
AFDELING H
KENNISGEVINGEN EN OVERLEG
ARTIKEL 17.18
Kennisgevingen
1. De Partij van invoer stelt de Partij van uitvoer schriftelijk in kennis van het besluit om:
a) een bilateraal vrijwaringsonderzoek op grond van dit hoofdstuk te openen;
b) een voorlopige vrijwaringsmaatregel toe te passen, alsmede
c) al dan niet een definitieve vrijwaringsmaatregel toe te passen.
2. De Partij van invoer stelt het besluit uiterlijk 10 (tien) dagen na de bekendmaking ervan ter kennis en het gaat vergezeld van een passende openbare kennisgeving. In het geval van een besluit tot opening van een onderzoek wordt in de kennisgeving een kopie van het verzoek tot opening van het onderzoek opgenomen.
ARTIKEL 17.19
Overleg
1. Indien een Partij vaststelt dat aan de voorwaarden voor het opleggen van een definitieve maatregel is voldaan, stelt zij de andere Partij daarvan schriftelijk in kennis en nodigt zij tegelijkertijd de andere Partij uit voor overleg.
2. De in lid 1 bedoelde kennisgeving en uitnodiging tot overleg vinden plaats ten minste 30 (dertig) dagen voordat een definitieve maatregel naar verwachting in werking zal treden. Een Partij past geen definitieve maatregel toe wanneer een dergelijke kennisgeving ontbreekt.
3. De in lid 1 bedoelde kennisgeving bevat:
a) de gegevens en objectieve informatie waaruit blijkt dat er sprake is van ernstige schade of dreiging van ernstige schade voor de interne bedrijfstak als gevolg van de toegenomen invoer onder preferentiële voorwaarden;
b) een volledige beschrijving van het ingevoerde product waarop de maatregel van toepassing is en de indeling ervan volgens het geharmoniseerde systeem;
c) een beschrijving van de voorgestelde maatregel;
d) de datum van inwerkingtreding van de maatregel en de duur ervan, alsmede
e) de uitnodiging tot overleg.
4. Het in lid 1 bedoelde overleg heeft tot doel wederzijds inzicht te verwerven in de algemeen bekende feiten en standpunten uit te wisselen om tot een voor beide Partijen bevredigende oplossing te komen. Indien binnen 30 (dertig) dagen na de in lid 1 bedoelde kennisgeving geen bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de Partij de maatregel toepassen aan het einde van de periode van 30 (dertig) dagen.
5. In elk stadium van het onderzoek kan de in kennis gestelde Partij verzoeken om overleg met de andere Partij of om aanvullende informatie die zij noodzakelijk acht.
AFDELING I
ULTRAPERIFERE GEBIEDEN VAN DE EUROPESE UNIE 28
ARTIKEL 17.20
Ultraperifere gebieden van de Europese Unie
1. In afwijking van artikel 17.3 kan de Europese Unie, indien een product van oorsprong uit een of meer ondertekenende Mercosur-staten onder preferentiële voorwaarden in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige voorwaarden op het grondgebied van een of meer ultraperifere gebieden van de Europese Unie wordt ingevoerd dat de economische situatie van dat ultraperifere gebied of die ultraperifere gebieden van de Europese Unie ernstig verslechtert of dreigt te verslechteren, bij wijze van uitzondering vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot het grondgebied van het betrokken gebied of de betrokken gebieden, tenzij een voor beide Partijen bevredigende oplossing wordt gevonden.
2. Onverminderd lid 1 zijn andere in dit hoofdstuk vastgestelde regels die van toepassing zijn op bilaterale waarborgen ook van toepassing op alle uit hoofde van dit artikel vastgestelde waarborgen.
3. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder “ernstige verslechtering” verstaan grote moeilijkheden in een economische bedrijfstak die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt. Een ernstige verslechtering wordt vastgesteld op basis van objectieve factoren, met inbegrip van de volgende elementen:
a) de toename van de omvang van de invoer, hetzij absoluut, hetzij ten opzichte van de interne productie en de invoer uit andere landen, alsmede
b) het effect van die invoer op de situatie van de desbetreffende bedrijfstak of de betrokken economische sector, met inbegrip van het effect op de verkoop, de productie, de financiële situatie en de werkgelegenheid.
HOOFDSTUK 18
HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING
AFDELING A
ALGEMENE BEPALINGEN
ARTIKEL 18.1
Doel en toepassingsgebied
1. De Partijen bevestigen opnieuw hun respectieve verbintenissen uit hoofde van de WTO-overeenkomst, en stellen hierbij de nodige regelingen vast voor de liberalisering van de handel in diensten en van vestiging.
2. Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zo uitgelegd dat de privatisering van overheidsdiensten vereist is of dat enigerlei verplichting ten aanzien van overheidsopdrachten wordt opgelegd.
3. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op door een Partij verstrekte subsidies of toelagen, met inbegrip van door de overheid gesteunde leningen, garanties en verzekeringen.
4. Overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk behoudt elke Partij het recht te regelgeving vast te stellen, nieuwe regelgeving in te voeren of diensten te verlenen om haar beleidsdoelstellingen te bereiken.
5. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de socialezekerheidsstelsels van elke Partij.
6. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op diensten die worden verleend of activiteiten die worden verricht in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, namelijk noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners of investeerders verleende diensten of verrichte activiteiten.
7. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op maatregelen van elke Partij die van invloed zijn op de handel in diensten en vestiging, met uitzondering van:
a) nationale cabotage in het zeevervoer 29 ;
b) binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
i) reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
ii) de verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
iii) geautomatiseerde boekingssystemen (CRS); en
iv) grondafhandelingsdiensten;
c) binnenvaart; en
d) audiovisuele diensten.
ARTIKEL 18.2
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a) “consumptie in het buitenland”: het verlenen van een dienst op het grondgebied van een Partij aan de gebruiker van de dienst uit de andere Partij (vorm van dienstverlening 2);
b) “grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij (vorm van dienstverlening 1);
c) “economische activiteit”: elke activiteit van economische aard, ongeacht of deze verband houdt met diensten of met niet-dienstensectoren, met inachtneming van het bepaalde in artikel 18.1;
d) “onderneming”: een rechtspersoon uit een Partij, of een filiaal of een vertegenwoordiging van een dergelijke rechtspersoon uit een Partij, opgericht door middel van vestiging, zoals gedefinieerd in dit artikel;
e) “tijdelijke toegang en tijdelijk verblijf van natuurlijke personen”: de toegang en het tijdelijke verblijf van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, handelsverkopers, dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep uit een Partij op het grondgebied van de andere Partij, overeenkomstig afdeling B van dit hoofdstuk;
f) “vestiging”:
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon 30 ; of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging van een rechtspersoon op het grondgebied van een Partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;
g) “investeerder” uit een Partij: een persoon die een economische activiteit wil uitoefenen of uitoefent via vestiging op het grondgebied van de andere Partij 31 ;
h) “rechtspersoon”: een juridische entiteit, uit hoofde van toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
i) een rechtspersoon:
i) is “eigendom” van natuurlijke of rechtspersonen uit een Partij indien meer dan 50 % van het aandelenkapitaal ervan in handen is van natuurlijke of rechtspersonen uit die Partij die volledig over hun aandeel kunnen beschikken; en
ii) staat onder “zeggenschap” van natuurlijke of rechtspersonen uit een Partij indien die personen bevoegd zijn een meerderheid van de bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon rechtens te sturen;
j) “rechtspersoon uit een Partij” een rechtspersoon die:
i) naar het recht van die Partij is opgericht of anderszins georganiseerd, en op het grondgebied van die Partij of de andere Partij omvangrijke zakelijke activiteiten verricht; of
ii) in het geval van vestiging, eigendom is van of onder zeggenschap staat van:
A) natuurlijke personen uit die Partij; of
B) onder j), i), genoemde rechtspersonen uit die Partij;
in afwijking van het vermelde in punt ii), zijn de bepalingen van dit hoofdstuk ook van toepassing op buiten de Europese Unie of de Mercosur-staten gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover natuurlijke personen die de nationaliteit hebben van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk van een ondertekenende Mercosur-staat zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de wetgeving in die lidstaat van de Europese Unie of die ondertekenende Mercosur-staat geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een ondertekenende Mercosur-staat voeren 32 ;
k) “maatregel”: elke maatregel van een Partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling dan wel in enige andere vorm;
l) “door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:
i) centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en
ii) niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
m) “maatregelen van de Partijen met betrekking tot vestiging, grensoverschrijdende dienstverlening, consumptie in het buitenland en binnenkomst en tijdelijk verblijf van natuurlijke personen” omvatten maatregelen met betrekking tot:
i) de aankoop, de betaling of het gebruik van een dienst;
ii) de met de uitoefening van een economische activiteit samenhangende toegang tot en het gebruik van diensten ten aanzien waarvan die Partijen eisen dat die algemeen aan het publiek worden aangeboden; en
iii) de toegang, onder meer door vestiging, van personen uit een Partij tot het grondgebied van de andere Partij om op dat grondgebied een economische activiteit uit te oefenen;
n) “natuurlijke persoon”: een persoon die de nationaliteit heeft van of een vaste verblijfplaats 33 heeft in een van de ondertekenende Mercosur-staten of een van de lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig de respectieve wetgeving ervan;
o) “sector” van een economische activiteit:
i) met betrekking tot een specifieke verbintenis, een of meer of alle subsectoren van die dienst of niet-dienst, zoals gespecificeerd in de specifieke verbintenissen in de bijlagen 18-A tot en met 18-E; of
ii) anders, de gehele desbetreffende diensten- of niet-dienstensector, met inbegrip van alle subsectoren;
p) “dienstverlener”: elke persoon die een dienst aanbiedt of verleent 34 ; en
q) “verlenen van een dienst”: de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst.
ARTIKEL 18.3
Markttoegang
1. Met betrekking tot markttoegang via vestiging, de grensoverschrijdende dienstverlening, consumptie in het buitenland en de toegang en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen als bedoeld in afdeling B, behandelt elke Partij ondernemingen, investeerders, diensten en dienstverleners uit de andere Partij niet minder gunstig dan voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en gespecificeerd in de specifieke verbintenissen in de bijlagen 18-A tot en met 18-E.
2. Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan worden de maatregelen die een Partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regionale onderverdeling of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in de bijlagen 18-A tot en met 18-E, omschreven als:
a) beperkingen van het aantal dienstverleners of ondernemingen, in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten dan wel in de vorm van eisen van een onderzoek naar de economische behoefte;
b) beperkingen van de totale waarde van transacties of activa, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
c) beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
d) beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of geaggregeerde buitenlandse investeringen;
e) maatregelen die specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke een investeerder of een dienstverlener uit de andere Partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereisen of ten aanzien van die entiteiten of joint ventures beperkingen opleggen; of
f) beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde sector mag werken of dat een onderneming in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en zich rechtstreeks bezighouden met het uitoefenen van een economische activiteit, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.
3. Onderzoek naar de economische behoefte wordt beknopt en duidelijk beschreven, met vermelding van de elementen op grond waarvan dit in strijd is met dit artikel, en met vermelding van de criteria waarop het onderzoek is gebaseerd.
ARTIKEL 18.4
Nationale behandeling
1. In de in de bijlagen 18-A tot en met 18-E vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties behandelt elke Partij ondernemingen, investeerders, diensten en dienstverleners uit de andere Partij met betrekking tot alle maatregelen die van invloed zijn op vestiging 35 , de grensoverschrijdende dienstverlening, consumptie in het buitenland en de toegang en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen als bedoeld in afdeling B, niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke ondernemingen, investeerders, diensten en dienstverleners.
2. Een Partij kan aan de vereiste in lid 1 voldoen door aan ondernemingen, investeerders, diensten en dienstverleners uit de andere Partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke ondernemingen, investeerders, diensten en dienstverleners toekent.
3. Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van ondernemingen, investeerders, diensten of dienstverleners van de betrokken Partij, in vergelijking met soortgelijke ondernemingen, investeerders. diensten of dienstverleners uit de andere Partij.
4. De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een Partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende ondernemingen, investeerders, diensten of dienstverleners.
ARTIKEL 18.5
Lijst van specifieke verbintenissen
1. De door elke Partij ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten, dienstverleners, ondernemingen en investeerders uit de andere Partij in die sectoren, worden vermeld in de bijlagen 18-A tot en met 18-E.
2. De Partijen passen geen andere beperkingen inzake markttoegang of nationale behandeling toe dan die welke zijn opgenomen in de bijlagen 18-A tot en met 18-E.
AFDELING B
TOEGANG EN TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN DIE DIENSTEN VERLENEN EN VOOR ZAKELIJKE DOELEINDEN
ARTIKEL 18.6
Werkingssfeer
1. Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van een Partij betreffende de toelating tot en het tijdelijke verblijf op haar grondgebied van stafpersoneel, trainees, handelsvertegenwoordigers, dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep uit de andere Partij, overeenkomstig de leden 2 en 3.
2. Deze afdeling is niet van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang zoeken tot de arbeidsmarkt van een Partij, noch op maatregelen van een Partij aangaande staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.
3. De bepalingen van deze afdeling beletten geen van de Partijen de maatregelen toe te passen die nodig zijn om de binnenkomst, het tijdelijke verblijf en het ordelijke verkeer van natuurlijke personen op haar grondgebied te reguleren of om de integriteit van haar grenzen te beschermen, indien dergelijke maatregelen de voordelen die een van de Partijen op grond van een specifieke verbintenis geniet, niet tenietdoen of uit te hollen 36 .
4. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 18.17 en 18.18, belet geen enkele bepaling in deze afdeling een Partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.
ARTIKEL 18.7
Definities
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
a) “handelsvertegenwoordigers”: natuurlijke personen die vertegenwoordiger zijn van een rechtspersoon uit een Partij en die toegang tot en tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Partij beogen om over de verkoop van diensten of goederen te onderhandelen, of voor die dienstverlener of leverancier overeenkomsten voor de verkoop van diensten of goederen te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de ontvangende Partij gevestigde bron; evenmin zijn zij commissionairs;
b) dienstverleners op contractbasis: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon uit een Partij die niet gevestigd is op het grondgebied van de andere Partij, en die een contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere Partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die Partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract; 37
c) “afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen die ten minste 1 (één) jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit een Partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een onderneming op het grondgebied van de andere Partij worden overgeplaatst 38 ;
d) “beoefenaars van een vrij beroep”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een Partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere Partij hebben en een contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere Partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid aldaar vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract 39 ;
e) stafpersoneel: natuurlijke personen die bij een rechtspersoon uit een Partij, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op, een goede administratie en exploitatie van een onderneming, en bestaat uit:
i) “zakelijke bezoekers”: natuurlijke personen met een hogere functie die verantwoordelijk zijn voor de oprichting van een onderneming; zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron die in de ontvangende Partij gevestigd is; en
ii) “binnen een onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die gedurende ten minste 1 (één) jaar in dienst zijn geweest van of partners zijn in een rechtspersoon uit een Partij, die tijdelijk zijn overgeplaatst naar een onderneming of hoofdkantoor van die rechtspersoon op het grondgebied van de andere Partij en die tot een van de volgende categorieën behoren:
A) leidinggevenden:
natuurlijke personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de onderneming, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder natuurlijke personen die:
– leiding geven aan een onderneming of een afdeling of onderafdeling daarvan;
– toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en die werkzaamheden controleren; of
– persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
B) specialisten:
binnen een rechtspersoon werkzame natuurlijke personen die beschikken over gespecialiseerde kennis die essentieel is voor de economische activiteit, de technieken of het management van de onderneming.
ARTIKEL 18.8
Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs
Voor elke sector waarvoor verbintenissen zijn aangegaan met betrekking tot vestiging zoals vermeld in de bijlagen 18-B tot en met 18-E, en met inachtneming van de in de bijlagen 18-C tot en met 18-E vermelde voorbehouden, staat elke Partij investeerders uit de andere Partij toe in hun onderneming natuurlijke personen uit die andere Partij in dienst te nemen, indien die werknemers stafpersoneel of afgestudeerde stagiairs zijn in de zin van artikel 18.7. De toegang en het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs geldt:
a) voor de periode die nodig is voor de uitvoering van het contract of tot 3 (drie) jaar voor binnen een onderneming overgeplaatste personen, indien dit korter is;
b) maximaal 60 (zestig) dagen in een periode van 12 (twaalf) maanden voor zakelijke bezoekers; en
c) maximaal 1 (één) jaar voor afgestudeerde stagiairs.
ARTIKEL 18.9
Handelsvertegenwoordigers
Voor elke in de bijlagen 18-A, 18-B en 18-E vermelde sector waarvoor verbintenissen zijn aangegaan voor de grensoverschrijdende dienstverlening en voor vestiging, en met inachtneming van de in de bijlagen 18-C en 18-E vermelde voorbehouden, staat elke Partij de toegang en het tijdelijke verblijf van handelsverkopers toe voor een periode van ten hoogste 90 (negentig) dagen in een periode van 12 (twaalf) maanden 40 .
ARTIKEL 18.10
Dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep
1. Voor de in de bijlagen 18-D en 18-E vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorbehouden, staat elke Partij toe dat dienstverleners op contractbasis uit de andere Partij op haar grondgebied diensten verlenen door middel van de aanwezigheid van natuurlijke personen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de rechtspersoon die de natuurlijke persoon in dienst heeft, moet een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van ten hoogste 12 (twaalf) maanden;
b) de natuurlijke personen die de andere Partij binnenkomen, moeten beschikken over een passende opleiding of ervaring die relevant is voor de te verlenen dienst;
c) de natuurlijke persoon ontvangt gedurende zijn verblijf op het grondgebied van de andere Partij geen andere beloning voor de dienstverlening dan die welke door de dienstverlener op contractbasis wordt betaald;
d) de tijdelijke toegang tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken Partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal 6 (zes) maanden binnen enige periode van 12 (twaalf) maanden, dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft; en
e) de in het kader van dit artikel verleende toegang heeft uitsluitend betrekking op de dienstenactiviteit waarop het contract betrekking heeft, en geeft natuurlijke personen niet het recht tot het voeren van de beroepstitel van de Partij waarin de dienst wordt verleend.
2. Voor de in de bijlagen 18-D en 18-E vermelde sectoren, en met inachtneming van de daarin vermelde voorbehouden, staat elke Partij toe dat beoefenaars van een vrij beroep uit de andere Partij op haar grondgebied diensten verlenen door middel van de aanwezigheid van natuurlijke personen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de natuurlijke personen moeten een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van ten hoogste 12 (twaalf) maanden;
b) de natuurlijke personen die de andere Partij binnenkomen, moeten beschikken over een passende opleiding en beroepskwalificaties die relevant zijn voor de te verlenen dienst;
c) de tijdelijke toegang tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen in de betrokken Partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal 6 (zes) maanden binnen enige periode van 12 (twaalf) maanden, dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft; en
d) de in het kader van dit artikel verleende toegang heeft uitsluitend betrekking op de dienstenactiviteit waarop het contract betrekking heeft, en geeft de natuurlijke persoon niet het recht tot het voeren van de beroepstitel van de Partij waarin de dienst wordt verleend.
AFDELING C
REGELGEVINGSKADER
ONDERAFDELING 1
ALGEMEEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN
ARTIKEL 18.11
Wederzijdse erkenning
1. Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet een Partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.
2. Met het oog op de volledige of gedeeltelijke naleving van haar normen of criteria voor de machtiging, vergunningverlening of certificering van investeerders en dienstverleners, kan een Partij overgaan tot erkenning van de in de andere Partij verkregen opleiding of ervaring, vergunningen of certificeringen alsmede vereisten waaraan in de andere Partij is voldaan. Deze erkenning, die kan worden bereikt door harmonisatie of op andere wijze, kan plaatsvinden op grond van een overeenkomst of regeling, of autonoom geschieden.
ARTIKEL 18.12
Transparantie
1. Elke Partij maakt alle relevante maatregelen van algemene strekking die met de werking van dit hoofdstuk verband houden of deze raken, onverwijld en uiterlijk op het moment van de inwerkingtreding ervan bekend, tenzij er sprake is van een noodsituatie.
2. De in lid 1 bedoelde maatregelen omvatten maatregelen die van toepassing zijn op alle vormen van dienstverlening, met inbegrip van de procedure voor toegang en tijdelijk verblijf van de in artikel 18.7 omschreven categorieën natuurlijke personen. De informatie over deze maatregelen wordt bijgewerkt. Elke Partij vergemakkelijkt de toegang tot relevante informatie door aan de andere Partij aan te geven waar relevante publicaties en websites te vinden zijn.
3. Indien de bekendmaking van de in lid 1 bedoelde maatregelen niet haalbaar is, worden deze anderszins openbaar gemaakt.
4. Elke Partij reageert onverwijld op alle verzoeken van de andere Partij om specifieke informatie over alle relevante maatregelen van algemene strekking als bedoeld in lid 1, met inbegrip van maatregelen betreffende de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners als bedoeld in lid 2.
5. Elke Partij richt een of meer informatiepunten op om op verzoek specifieke informatie te verstrekken aan dienstverleners uit de andere Partij over de in lid 1 bedoelde maatregelen van algemene strekking. De Partijen stellen elkaar uiterlijk een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van hun informatiepunten. Het is niet nodig dat de informatiepunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.
6. Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk verplicht een Partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen.
ONDERAFDELING 2
INTERNE REGELGEVING
ARTIKEL 18.13
Toepassingsgebied
1. Deze onderafdeling is alleen van toepassing op sectoren waarvoor een Partij specifieke verbintenissen is aangegaan zoals vermeld in de bijlagen 18-A tot en met 18-E en in de mate dat die specifieke verbintenissen van toepassing zijn.
2. Deze onderafdeling is niet van toepassing op maatregelen voor zover zij beperkingen vormen op grond van de artikelen 18.3 en 18.4.
3. In sectoren waar specifieke verbintenissen worden aangegaan als vermeld in de bijlagen 18-A tot en met 18-E, ziet elke Partij erop toe dat alle maatregelen van algemene strekking die van invloed zijn op de handel in diensten en vestiging, op redelijke, objectieve en onpartijdige wijze worden beheerd.
4. Elke Partij voldoet aan deze onderafdeling met betrekking tot maatregelen inzake vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures.
5. Deze onderafdeling geldt voor maatregelen van elke Partij die betrekking hebben op vergunningsvereisten en -procedures alsmede kwalificatievereisten en -procedures die van invloed zijn op:
a) grensoverschrijdende dienstverlening;
b) de vestiging op hun grondgebied van een onderneming als omschreven in artikel 18.2; of
c) het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van de in artikel 18.2 omschreven categorieën natuurlijke personen.
ARTIKEL 18.14
Definities
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
a) “bevoegde autoriteit”: een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit of niet-gouvernementele instantie die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden uitoefent, een besluit mag nemen over de afgifte van een vergunning voor het verlenen van een dienst, of over de afgifte van een vergunning om een onderneming te vestigen teneinde een economische activiteit uit te oefenen;
b) “vergunningsprocedures”: administratieve en procedureregels waaraan een dienstverlener of een investeerder die verzoekt om een vergunning om een dienst te verlenen of een onderneming op te richten, moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de vergunningsvereisten;
c) “vergunningsvereisten”: andere materiële vereisten dan kwalificatievereisten waaraan een dienstverlener of investeerder moet voldoen om van een bevoegde autoriteit een besluit te verkrijgen over de vergunning voor het verlenen van een dienst of over de vergunning om een onderneming op te richten met het oog op de uitoefening van een economische activiteit, met inbegrip van een besluit tot wijziging of verlenging van die vergunning;
d) “kwalificatieprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de kwalificatievereisten om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen; en
e) “kwalificatievereisten”: materiële eisen met betrekking tot de bekwaamheid van een natuurlijke persoon om een dienst te verlenen, die moeten worden aangetoond om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen.
ARTIKEL 18.15
Voorwaarden voor vergunningverlening
1. De maatregelen van elke Partij met betrekking tot vergunningsvereisten zijn gebaseerd op criteria die moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) evenredig met een doelstelling van het overheidsbeleid;
b) duidelijk en ondubbelzinnig;
c) objectief; en
d) vooraf bekendgemaakt zijn.
2. Een vergunning wordt door de bevoegde autoriteit verleend zodra na een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning is voldaan.
3. Indien het aantal voor een bepaalde activiteit beschikbare vergunningen beperkt is vanwege de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de gebrekkige technische capaciteit, selecteert elke Partij kandidaten door middel van een onpartijdige en transparante selectieprocedure, met inbegrip van in het bijzonder een passende bekendmaking wat de aanvang, het verloop en de afronding van de procedure betreft. Met inachtneming van de bepalingen van dit artikel kan elke Partij bij de vaststelling van de regels voor de selectieprocedures rekening houden met doelstellingen van overheidsbeleid.
ARTIKEL 18.16
Vergunningsprocedures
1. De vergunningsprocedures moeten duidelijk zijn en vooraf openbaar worden gemaakt. Elke Partij ziet erop toe dat de procedures die de bevoegde autoriteiten volgen en de besluiten die zij nemen objectief en onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers.
2. Vergunningsprocedures mogen geen ontmoedigend effect hebben en mogen de verlening van de dienst niet onnodig bemoeilijken of vertragen.
3. Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen 41 die de aanvragers in verband met hun aanvraag moeten betalen, moeten redelijk zijn en mogen als zodanig de verlening van de dienst niet beperken. Voor zover mogelijk moeten die vergoedingen in verhouding staan tot de kosten van de desbetreffende vergunningsprocedures.
4. De bevoegde autoriteiten van een Partij verstrekken voor zover praktisch haalbaar een indicatief tijdschema voor de behandeling van een aanvraag. Aanvragen moeten binnen een redelijke termijn worden behandeld. De termijn vangt pas aan wanneer de bevoegde autoriteiten alle documentatie hebben ontvangen. Indien de complexiteit van de aangelegenheid dat rechtvaardigt, kan de termijn door de bevoegde autoriteiten met een redelijke periode worden verlengd. De verlenging en de duur ervan worden naar behoren gemotiveerd en worden, voor zover mogelijk, vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn aan de aanvrager meegedeeld.
5. Wanneer de aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager er zo spoedig mogelijk van in kennis gesteld dat aanvullende documentatie moet worden ingediend. In dat geval kan de in lid 4 bedoelde termijn door de bevoegde autoriteiten worden opgeschort totdat zij alle documentatie hebben ontvangen.
6. Indien een verzoek wordt afgewezen omdat het niet voldoet aan de vereiste procedures of formaliteiten, wordt de aanvrager zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de afwijzing en van de beschikbare rechtsmiddelen.
ARTIKEL 18.17
Kwalificatievereisten
1. Kwalificatie-eisen worden gebaseerd op criteria die:
a) evenredig met een doelstelling van het overheidsbeleid;
b) duidelijk en ondubbelzinnig;
c) objectief; en
d) vooraf bekendgemaakt zijn.
2. Indien een Partij kwalificatie-eisen oplegt voor de verlening van een dienst, ziet zij erop toe dat er adequate procedures bestaan voor de controle en beoordeling van de kwalificaties van dienstverleners uit de andere Partij. Indien de bevoegde autoriteit van een Partij van oordeel is dat het lidmaatschap van een relevante beroepsvereniging op het grondgebied van een andere Partij een aanwijzing vormt voor het niveau van bekwaamheid of de omvang van de ervaring van de aanvrager, wordt dat lidmaatschap naar behoren in aanmerking genomen.
3. Voor de verlening van professionele diensten houdt de reikwijdte van de examens en van alle andere kwalificatievereisten die een bevoegde autoriteit stelt, verband met de rechten om een beroep uit te oefenen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, teneinde te voorkomen dat personen uit de andere Partij onnodig worden beperkt om een aanvraag in te dienen.
4. Op voorwaarde dat een aanvrager alle nodige bewijsstukken van zijn kwalificaties heeft overgelegd, stelt de bevoegde autoriteit bij de verificatie en beoordeling van die kwalificaties alle tekortkomingen vast en stelt zij de aanvrager in kennis van de vereisten om aan deze tekortkoming te voldoen. Dergelijke vereisten kunnen cursuswerk, examens en opleiding omvatten. De overlegging door een aanvrager uit een Partij van een op het grondgebied van een derde land verkregen opleidingstitel vormt op zich voor de bevoegde autoriteit van de andere Partij op zich geen reden om de aanvraag a priori af te wijzen en zich te onthouden van een beoordeling van de ingediende kwalificaties.
5. Indien examens vereist zijn, ziet elke Partij erop toe dat deze met redelijk frequente tussenpozen worden gepland. Aanvragers van examens krijgen een redelijke termijn om een aanvraag in te dienen.
6. Zodra aan de kwalificatievereisten en andere toepasselijke wettelijke vereisten is voldaan, moet elke Partij ervoor zorgen dat een dienstverlener de dienst zonder onnodige vertraging mag verlenen.
ARTIKEL 18.18
Kwalificatieprocedures
1. Kwalificatieprocedures zijn gebaseerd op criteria die:
a) duidelijk en ondubbelzinnig;
b) objectief; en
c) vooraf bekendgemaakt zijn.
2. Elke Partij ziet erop toe dat de kwalificatieprocedures die de bevoegde autoriteit volgt en de besluiten die zij neemt onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers.
3. Een aanvrager mag in beginsel niet meer dan 1 (één) bevoegde autoriteit voor kwalificatieprocedures benaderen.
4. Indien voor aanvragen specifieke termijnen bestaan, moet een aanvrager voor het indienen van een aanvraag over een redelijke termijn beschikken. De bevoegde autoriteit behandelt een aanvraag zonder onnodige vertraging. Waar mogelijk aanvaardt de bevoegde autoriteit aanvragen in elektronisch formaat onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als een aanvraag op papier.
5. Indien mogelijk moeten door de bevoegde autoriteit in de plaats van originele documenten gewaarmerkte kopieën worden aanvaard.
6. Indien de bevoegde autoriteit een aanvraag afwijst, wordt dat de aanvrager zonder onnodige vertraging en voor zover mogelijk schriftelijk meegedeeld. Zij stelt de aanvrager op verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van de aanvraag, geeft tekortkomingen aan en manieren waarop deze kunnen worden verholpen. Zij stelt de aanvrager in kennis van de termijn voor het instellen van beroep tegen de beslissing indien beschikbaar. Het stelt de aanvrager in staat om binnen een redelijke termijn opnieuw een aanvraag in te dienen.
7. Elke Partij ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, inclusief de controle en beoordeling ten aanzien van een kwalificatie, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag. Elke Partij streeft ernaar voor de behandeling van een aanvraag een standaardtermijn vast te stellen.
8. Elke Partij ziet erop toe dat vergoedingen in verband met kwalificatieprocedures in verhouding staan tot de door de bevoegde autoriteiten gemaakte kosten en op zich de verlening van de dienst niet beperken.
ARTIKEL 18.19
Toetsing van administratieve besluiten
Elke Partij houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve tribunalen of procedures in stand of voert die in, waarmee op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener uit de andere Partij administratieve besluiten met betrekking tot de vestiging, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke verblijf van natuurlijke personen die diensten verlenen, terstond kunnen worden getoetst en er indien gerechtvaardigd passende herstelmaatregelen kunnen worden genomen. Indien die procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, ziet elke Partij erop toe dat de procedures daadwerkelijk in een objectieve en onpartijdige toetsing voorzien.
ONDERAFDELING 3
POSTDIENSTEN
ARTIKEL 18.20
Toepassingsgebied
1. Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor postdiensten ten aanzien waarvan elke Partij overeenkomstig deze onderafdeling specifieke verbintenissen is aangegaan, zoals vermeld in de bijlagen 18-A en 18-E.
2. Deze onderafdeling vereist niet dat een Partij diensten liberaliseert die voorbehouden zijn aan 1 (één) of meer aangewezen exploitanten als vermeld in de bijlagen 18-A en 18-E.
ARTIKEL 18.21
Definities
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
a) “essentiële eisen”: algemene niet-economische redenen om voorwaarden te stellen aan de levering van postdiensten, waaronder de vertrouwelijkheid van correspondentie, de beveiliging van het netwerk met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen, gegevensbescherming, milieubescherming en ruimtelijke ordening;
b) “vergunning”: elke vorm van vergunning of toestemming 42 met specifieke rechten en verplichtingen voor de postsector, die door een regelgevende autoriteit of een andere bevoegde instantie aan een individuele leverancier wordt verleend en die vereist is voordat een bepaalde dienst wordt verleend;
c) “postzending”: een zending geadresseerd in de definitieve vorm waarin zij moet worden vervoerd door een aanbieder van postdiensten, ongeacht of publiek- of privaatrechtelijk, met inbegrip van zendingen zoals brieven, pakketten, kranten, catalogi en dergelijke;
d) “postdienst” 43 : diensten die bestaan in het ophalen, sorteren, vervoeren en afleveren van postzendingen, ongeacht de bestemming (binnen- of buitenlandse bestemming), de snelheid van de dienst (prioritair, niet-prioritair, dringend, exprespost of anderszins) of de aanbieder (openbaar of particulier);
e) “regelgevende instantie”: de met de regulering van postdiensten als bedoeld in deze onderafdeling belaste onafhankelijke instantie(s); en
f) “universele dienst”: het overal op het grondgebied van een Partij permanent aanbieden van een postdienst van een gespecificeerde kwaliteit tegen voor alle gebruikers betaalbare prijzen.
ARTIKEL 18.22
Voorkoming van mededingingverstorende praktijken bij postdiensten
Elke Partij ziet erop toe dat een aanbieder van postdiensten die met een universele dienstverplichting belast is of een postmonopolie heeft, geen mededingingverstorende praktijken opzet zoals:
a) uit het aanbieden van dergelijke diensten verkregen inkomsten gebruiken voor kruissubsidiëring van het aanbieden van een exprespostdienst of enige andere niet-universele postdienst; alsmede
b) het differentiëren tussen consumenten, zoals bedrijven, aanbieders van grote partijen post of tussenpersonen, met betrekking tot tarieven of andere voorwaarden voor het aanbieden van een dienst die onder een universeledienstverplichting valt of waarvoor een postmonopolie geldt, indien een dergelijke differentiëring niet op objectieve of onpartijdige criteria is gebaseerd.
ARTIKEL 18.23
Universele diensten
Elke Partij heeft het recht vast te stellen welk soort universeledienstverplichtingen zij wenst te handhaven en te beslissen over het toepassingsgebied en de uitvoering ervan. Elke Partij kan de nodige maatregelen nemen om de uitvoering, de ontwikkeling en het onderhoud van de universele postdienst te waarborgen. Dergelijke maatregelen en verplichtingen worden op zich niet als mededingingverstorend beschouwd indien zij op transparante, niet-discriminerende en evenredige wijze worden toegepast.
ARTIKEL 18.24
Vergunningen voor de verlening van postdiensten
1. Elke Partij kan voor het aanbieden van postdiensten vergunningen vereisen. Waar mogelijk moet een vergunning worden verleend door middel van een vereenvoudigde vergunningsprocedure overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving.
2. Een vergunning kan de naleving van essentiële eisen vereisen, met inbegrip van kwaliteitsnormen en de eerbiediging van de exclusieve en bijzondere rechten van aangewezen exploitanten van voorbehouden diensten of universele postdiensten.
3. Indien een Partij een vergunning vereist:
a) maakt zij het volgende openbaar in een gemakkelijk toegankelijke vorm:
i) de rechten en verplichtingen die uit een dergelijke licentie voortvloeien;
ii) de criteria en voorwaarden voor het verlenen van vergunningen; en
iii) voor zover mogelijk de termijn die normaliter nodig is om een besluit over een vergunningsaanvraag te nemen.
b) zijn de procedures voor het verlenen van een vergunning transparant, niet-discriminerend, evenredig en op objectieve criteria gebaseerd; en
c) zijn de voor de vergunning verschuldigde vergoedingen 44 die de aanvragers in verband met hun aanvraag moeten betalen, redelijk en beperken zij als zodanig niet het verlenen van de dienst.
4. De status van een vergunningsaanvraag en de redenen voor de weigering om een vergunning te verlenen, worden op verzoek aan de aanvrager meegedeeld. Elke Partij handhaaft of stelt in overeenstemming met haar wet- en regelgeving een procedure vast waarmee aanvragers tegen de weigering om een vergunning te verlenen in beroep kunnen gaan bij een binnenlandse onafhankelijke instantie. Een dergelijke procedure is transparant en niet-discriminatoir en zijn gebaseerd op objectieve criteria.
ARTIKEL 18.25
Onafhankelijkheid van de regelgevende instantie
Elke Partij kan een regelgevende instantie aanwijzen, al dan niet specifiek voor de postdienstensector. De regelgevende instantie staat juridisch los van en is geen verantwoording verschuldigd aan aanbieders van postdiensten. De besluiten van de regelgevende instanties en de door hen gevolgde procedures zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig.
ONDERAFDELING 4
TELECOMMUNICATIEDIENSTEN
ARTIKEL 18.26
Toepassingsgebied
1. Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor telecommunicatiediensten, met uitzondering van omroepdiensten 45 , ten aanzien waarvan elke Partij overeenkomstig dit hoofdstuk specifieke verbintenissen is aangegaan.
2. Geen enkele bepaling in deze onderafdeling wordt zodanig uitgelegd dat:
a) van een Partij wordt verlangd dat zij een aanbieder van telecommunicatiediensten uit de andere Partij toestaat telecommunicatienetwerken of -diensten in te stellen, te ontwikkelen, te verwerven, te leasen, te exploiteren of aan te bieden op andere wijze dan in de bijlagen 18-A, 18-B, 18-C en 18-E is bepaald; of
b) van een Partij wordt verlangd dat zij onder haar jurisdictie vallende dienstverleners verplicht om niet algemeen aan het publiek aangeboden diensten op te zetten, te ontwikkelen, te verwerven, te leasen, te exploiteren of aan te bieden.
ARTIKEL 18.27
Definities
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
a) “essentiële telecommunicatiefaciliteiten” 46 : faciliteiten van een openbaar telecommunicatienetwerk en van een openbare telecommunicatiedienst die:
i) uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door een enkele of een beperkt aantal aanbieders; en
ii) niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een dienst;
b) “interconnectie”: de koppeling met aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten, zodat gebruikers van een aanbieder van telecommunicatiediensten kunnen communiceren met gebruikers van een andere aanbieder van telecommunicatiediensten en toegang krijgen tot door een andere aanbieder van telecommunicatiediensten aangeboden telecommunicatiediensten;
c) “vergunning”: elke vorm van machtiging, met inbegrip van registratie-, verklarings- of kennisgevingsprocedures of andere procedures als omschreven in de wet- en regelgeving van een Partij, waarin specifieke rechten en verplichtingen voor de telecommunicatiesector worden vastgesteld en die door een regelgevende autoriteit aan een individuele aanbieder van telecommunicatiediensten wordt verleend en die vereist is voor het aanbieden van een telecommunicatiedienst;
d) “grote aanbieder” in de telecommunicatiesector: een aanbieder van telecommunicatienetwerken of -diensten die, wat prijs en aanbod betreft, de voorwaarden voor deelneming op een relevante markt voor telecommunicatiediensten wezenlijk kan beïnvloeden ten gevolge van zeggenschap over essentiële faciliteiten of de wijze waarop hij van zijn positie op die markt gebruikmaakt;
e) “openbaar telecommunicatienetwerk”: de openbare telecommunicatie-infrastructuur waardoor telecommunicatie tussen bepaalde netwerkaansluitpunten van een netwerk mogelijk wordt gemaakt;
f) “openbare telecommunicatiedienst”: elke telecommunicatiedienst ten aanzien waarvan een Partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden;
g) “regelgevende autoriteit”: de instantie(s) die belast is (zijn) met de regulering van onder deze onderafdeling vallende telecommunicatie;
h) dienstverlener”: een persoon waaraan een vergunning voor het aanbieden van telecommunicatiediensten is verleend;
i) “telecommunicatiediensten”: alle diensten die bestaan in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, met uitzondering van diensten waarbij de overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd; en
j) “universele dienst”: het pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een Partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet zijn voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie.
ARTIKEL 18.28
Regelgevende autoriteit
1. Elke Partij ziet erop toe dat haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatiediensten juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van enige aanbieder van telecommunicatiediensten.
2. De regelgevende autoriteit moet voldoende bevoegdheden en middelen hebben om de sector te reguleren. De bevoegdheden van de regelgevende autoriteit worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is.
3. De besluiten die de regelgevende autoriteit neemt en de procedures die zij toepast, zijn onpartijdig ten aanzien van alle marktdeelnemers.
4. Een door een besluit van een regelgevende autoriteit getroffen aanbieder van telecommunicatiediensten moet beroep tegen dat besluit lichaam kunnen aantekenen bij een binnenlandse beroepsinstantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen en van de regelgevende autoriteit. Indien de beroepsinstantie geen rechterlijke instantie is, moeten haar beslissingen schriftelijk met redenen worden omkleed en tevens door een onpartijdige en binnenlandse onafhankelijke rechterlijke of administratieve instantie kunnen worden getoetst.
ARTIKEL 18.29
Vergunningen voor het verlenen van telecommunicatiediensten
1. Elke Partij ziet erop toe dat een vergunning waar mogelijk door middel van een vereenvoudigde procedure wordt verleend.
2. Elke Partij ziet erop toe dat de voorwaarden voor het verlenen van gebruiksrechten voor nummers en frequenties openbaar worden gemaakt.
3. Indien een Partij een vergunning vereist:
a) worden alle vergunningscriteria openbaar gemaakt;
b) is de redelijke termijn die normaliter na de indiening van de volledige aanvraag nodig is om het besluit te nemen over het al dan niet verlenen van een vergunning, openbaar;
c) worden, indien de vergunning niet wordt verleend, de redenen voor deze weigering op verzoek schriftelijk aan de aanvrager meegedeeld; en
d) kan de aanvrager van een vergunning zich tot een binnenlandse beroepsinstantie wenden om te bepalen of een vergunning onterecht is geweigerd.
ARTIKEL 18.30
Mededingingverstorende praktijken
Elke Partij neemt of handhaaft passende maatregelen om te voorkomen dat aanbieders van telecommunicatiediensten die alleen of met anderen gezamenlijk een grote aanbieder zijn 47 , mededingingverstorende praktijken toepassen of blijven toepassen. Deze mededingingverstorende praktijken kunnen misbruik van een machtspositie omvatten, alsmede alle individuele of onderling afgestemde feitelijke gedragingen, gedrag of aanbevelingen die tot gevolg hebben dat de bestaande of toekomstige mededinging op de betrokken markt wordt beperkt, belemmerd, vervalst of verhinderd.
ARTIKEL 18.31
Toegang tot essentiële telecommunicatiefaciliteiten
Elke Partij ziet erop toe dat een grote aanbieder 48 op haar grondgebied aanbieders toegang tot haar essentiële telecommunicatiefaciliteiten verleent onder redelijke en niet-discriminerende 49 voorwaarden, onder meer wat betreft tarieven, technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud.
ARTIKEL 18.32
Interconnectie
1. Elke Partij ziet erop toe dat elke aanbieder die gemachtigd is op haar grondgebied telecommunicatiediensten aan te bieden, het recht heeft om over interconnectie te onderhandelen met andere aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten. In beginsel worden afspraken over interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken aanbieders.
2. Elke Partij ziet erop toe dat aanbieders van telecommunicatiediensten die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere aanbieder van telecommunicatiediensten ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor zij werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.
3. Op elk punt in het netwerk waar dat technisch haalbaar is, moet worden gezorgd voor interconnectie met een grote aanbieder 50 . Die interconnectie wordt verstrekt:
a) op niet-discriminerende voorwaarden, met inbegrip van technische normen en specificaties, en tegen niet-discriminerende tarieven, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor hun eigen soortgelijke diensten van een dergelijke grote aanbieder, of voor soortgelijke diensten van niet-verbonden aanbieders of voor dochterondernemingen ervan of andere verbonden ondernemingen;
b) binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) die transparant, economisch redelijk en voldoende gedetailleerd zijn, zodat de aanbieder niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen of -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; en
c) op verzoek van een andere aanbieder van telecommunicatiediensten, en onder voorbehoud van een beoordeling door de regelgevende autoriteit, indien van toepassing, op alle technisch haalbare punten naast de netwerkaansluitpunten die aan de meeste gebruikers worden aangeboden, tegen redelijke kosten.
4. De regels die van toepassing zijn voor interconnectie met een grote aanbieder worden algemeen bekendgemaakt.
5. Grote aanbieders maken hun interconnectieovereenkomsten of hun referentie-aanbiedingen voor interconnectie in voorkomend geval algemeen bekend.
6. Elke Partij ziet erop toe dat een aanbieder van telecommunicatiediensten die om interconnectie met een grote aanbieder verzoekt, het recht heeft om, hetzij te allen tijde, hetzij na een redelijke, openbaar gemaakte termijn, beroep in te stellen bij een onafhankelijke binnenlandse instantie om geschillen over passende voorwaarden en tarieven voor interconnectie op te lossen. Een dergelijke onafhankelijke binnenlandse instantie kan de in artikel 18.28 bedoelde regelgevende autoriteit zijn.
ARTIKEL 18.33
Schaarse middelen
Elke Partij voert haar procedures voor de toewijzing van rechten voor het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, op objectieve, tijdige, transparante en niet-discriminerende wijze uit. Voor zover mogelijk maakt elke Partij de huidige stand van de toegewezen frequentiebanden openbaar, maar gedetailleerde identificatie van frequenties voor specifieke vormen van gebruik door de overheid is niet vereist.
ARTIKEL 18.34
Universele diensten
1. Elke Partij heeft het recht vast te stellen welke soort universeledienstverplichtingen zij wenst te handhaven en te beslissen over het toepassingsgebied en de uitvoering ervan. Elke Partij beheert de universele-dienstverplichtingen op transparante, objectieve, niet-discriminerende en evenredige wijze.
2. Indien de aanwijzing van een aanbieder van een universele dienst openstaat voor meerdere aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten, staan deze procedures open voor alle dienstverleners. De aanwijzing geschiedt door middel van een efficiënt, transparant en niet-discriminerend mechanisme.
ARTIKEL 18.35
Vertrouwelijkheid van informatie
Elke Partij waarborgt de vertrouwelijkheid van de telecommunicatie en daarmee verband houdende verkeersgegevens die via openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten worden doorgegeven, met dien verstande dat de daartoe genomen maatregelen geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de handel in diensten vormen.
ARTIKEL 18.36
Geschillen tussen aanbieders
Elke Partij ziet erop toe dat, in geval van een geschil tussen aanbieders, de betrokken regelgevende instantie 51 op verzoek van een van de partijen bij het geschil een bindend besluit neemt om het geschil zo spoedig mogelijk op te lossen.
ARTIKEL 18.37
Internationale mobiele roamingdiensten
1. Elke Partij spant zich in om samen te werken aan de bevordering van transparante en redelijke tarieven voor internationale roamingdiensten teneinde de groei van de handel tussen de Partijen te bevorderen en het welzijn van de consumenten te vergroten.
2. Elke Partij ziet erop toe dat aanbieders van telecommunicatiediensten die internationale mobiele roamingdiensten voor spraak, tekstberichten en data aanbieden, deze diensten aanbieden:
a) met een kwaliteit die vergelijkbaar is met die voor hun eigen retailklanten in het land waar zij gevestigd zijn; en
b) met duidelijke en gemakkelijk beschikbare informatie over de toegang tot en de prijzen van de diensten.
3. De Partijen werken samen bij het toezicht op de verwezenlijking van de leden 1 en 2 en bij andere kwesties in verband met internationale mobiele roamingdiensten die kunnen worden geïdentificeerd.
4. Niets in dit artikel verplicht een Partij ertoe prijzen of voorwaarden voor internationale mobiele roamingdiensten te reguleren.
ONDERAFDELING 5
FINANCIËLE DIENSTEN
ARTIKEL 18.38
Werkingssfeer
Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen van een Partij die gevolgen hebben voor de verlening van financiële diensten.
ARTIKEL 18.39
Definities
1. Voor de toepassing van deze onderafdeling zijn de volgende definities van toepassing:
a) “financiële dienst”: elke dienst van financiële aard, verleend door een financiële dienstverlener uit een Partij; financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:
i) verzekeringen en aanverwante diensten:
A) directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):
1) levensverzekering; en
2) schadeverzekering;
B) herverzekering en retrocessie;
C) verzekeringsbemiddeling, zoals diensten van makelaars en agenten; en
D) hulpdiensten in de verzekeringssector, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims; en
ii) bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):
A) aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
B) alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;
C) financiële leasing;
D) alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
E) verlenen van garanties en stellen van borgtochten;
F) transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs, op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:
1) geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
2) deviezen;
3) afgeleide producten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot futures en opties;
4) wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;
5) verhandelbare effecten; en
6) andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;
G) deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en de verlening van diensten in verband met die uitgiften;
H) geldmakelaarsdiensten;
I) beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en trustdiensten;
J) betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
K) verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software door verleners van andere financiële diensten; en
L) advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder de punten A) tot en met K) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, en advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en -strategieën;
b) “verlener van financiële diensten”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij, met uitzondering van overheidsinstanties, die financiële diensten wenst te verlenen of verleent;
c) “nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van de ene Partij, maar die wel wordt verleend op het grondgebied van de andere Partij;
d) wordt onder “zelfregulerende organisatie” verstaan: een niet-gouvernementele instantie, met inbegrip van een organisatie of vereniging, die in opdracht van een Partij ten aanzien van verleners van financiële diensten regelgevende of toezichthoudende bevoegdheden uitoefent;
e) “openbare entiteit”:
i) een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit uit een Partij, of een entiteit die eigendom is van of onder zeggenschap staat van een Partij, en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van entiteiten die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of
ii) een particuliere entiteit die taken vervult die normaliter door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld, wanneer zij die taken vervult.
2. Voor de toepassing van deze onderafdeling en uitsluitend met betrekking tot diensten die onder deze onderafdeling vallen, wordt onder “diensten verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag” verstaan:
a) activiteiten van een centrale bank, een monetaire autoriteit of een andere openbare entiteit ten behoeve van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid;
b) activiteiten in het kader van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of een wettelijke pensioenregeling; en
c) andere door een openbare instantie voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van de financiële middelen van de overheid ondernomen activiteiten.
Indien een Partij toestaat dat een van de in de punten b), of c) bedoelde activiteiten door haar financiële dienstverleners in concurrentie met een overheidsinstantie of een verlener van financiële diensten wordt uitgevoerd, omvatten “financiële diensten” die activiteiten, welke dan door dit hoofdstuk worden bestreken.
3. De algemene definitie van “diensten verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag” in artikel 18.1, lid 6, van dit hoofdstuk is niet van toepassing op diensten die onder deze onderafdeling vallen.
ARTIKEL 18.40
Prudentiële uitzonderingsbepaling
1. Geen enkele bepaling in dit deel van de overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een Partij wordt belet maatregelen te nemen om prudentiële redenen, waaronder:
a) de bescherming van investeerders, spaarders, deelnemers aan de financiële markten, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is; of
b) het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem van een Partij.
2. Indien dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van deze onderafdeling, mogen zij niet worden gebruikt om de verbintenissen of verplichtingen van een Partij uit hoofde van deze onderafdeling te ontduiken.
3. Geen van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst mag zo worden uitgelegd dat zij een Partij ertoe verplicht informatie bekend te maken over de zaken en rekeningen van individuele klanten of vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit van openbare entiteiten is.
ARTIKEL 18.41
Effectieve en transparante reglementering in de sector financiële diensten
1. Elke Partij stelt alles in het werk om alle belanghebbenden van tevoren in kennis te stellen van alle algemene maatregelen die zij voornemens is vast te stellen. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:
a) door officiële publicatie, of
b) in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
2. De bevoegde financiële autoriteiten van elke Partij stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.
3. Op verzoek van een aanvrager stelt de bevoegde financiële autoriteit deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de betrokken autoriteit van de aanvrager aanvullende informatie verlangt, stelt zij deze daar onmiddellijk van in kennis.
4. Elke Partij stelt alles in het werk opdat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Die internationaal overeengekomen normen omvatten de normen die zijn goedgekeurd door de G20, de Raad voor financiële stabiliteit, het Bazels Comité voor bankentoezicht, de Internationale vereniging van verzekeringstoezichthouders (IAIS), de Internationale organisatie van effectentoezichthouders, de Financiële-actiegroep inzake witwassen alsmede het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden van de OESO, en de Internationale standaard voor financiële verslaglegging. Daartoe werken de Partijen samen en wisselen zij informatie en ervaringen uit over deze aangelegenheden.
ARTIKEL 18.42
Nieuwe financiële diensten
1. Elke Partij staat op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere Partij toe op haar grondgebied nieuwe financiële diensten te verlenen binnen het toepassingsgebied van de subsectoren van de financiële diensten waarvoor in de bijlagen 18-A, 18-B, 18-C en 18-E verbintenissen zijn aangegaan en met inachtneming van de daarin vastgestelde voorwaarden, beperkingen en kwalificaties.
2. Een nieuwe financiële dienst wordt verleend in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de Partij op het grondgebied waarvan deze zal worden verleend en is onderworpen aan de goedkeuring, de regelgeving en het toezicht van de bevoegde autoriteiten van die Partij.
ARTIKEL 18.43
Erkenning van prudentiële maatregelen
1. Een Partij kan prudentiële maatregelen van de andere Partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de Partij betreffende financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, die kan worden bereikt door harmonisatie of op andere wijze, kan plaatsvinden op grond van een overeenkomst of regeling, of autonoom geschieden.
2. Een Partij die partij is bij een toekomstige dan wel bestaande overeenkomst of regeling van de in lid 1 genoemde soort met een derde land, geeft de andere Partij voldoende gelegenheid om over toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van reglementering, uitvoering, toezicht en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de Partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een Partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere Partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat zulke omstandigheden bestaan.
ARTIKEL 18.44
Zelfregulerende organisaties
1. Indien een Partij het lidmaatschap van of deelneming in, dan wel de toegang tot een zelfregulerende organisatie vereist zodat verleners van financiële diensten uit de andere Partij financiële diensten verlenen op dezelfde basis als verleners van financiële diensten uit die Partij, of indien een Partij aan een zelfregulerende organisatie direct of indirect voorrechten of voordelen bij het verlenen van financiële diensten verleent, waarborgt die Partij dat die zelfregulerende organisaties de toepassing van artikel 18.4 ten aanzien van op het grondgebied van die Partij gevestigde verleners van financiële diensten in acht neemt.
2. Voor alle duidelijkheid: niets in dit artikel belet een zelfregulerende organisatie als bedoeld in lid 1 om haar eigen niet-discriminerende vereisten of procedures vast te stellen. Voor zover dergelijke maatregelen worden genomen door niet-gouvernementele instanties en niet worden genomen in verband met de uitoefening van bevoegdheden die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten zijn gedelegeerd, worden zij niet beschouwd als maatregelen van een Partij en vallen zij niet onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk.
ARTIKEL 18.45
Betalings- en clearingsystemen
Op basis van regelgevingsvereisten en in overeenstemming met artikel 18.4, verschaft elke Partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere Partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare entiteiten, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang tot de voor noodsituaties voorziene laatste financieringsfaciliteiten van Partij (de nationale centrale bank of enige andere monetaire autoriteit) te verschaffen.
ONDERAFDELING 6
ELEKTRONISCHE HANDEL
ARTIKEL 18.46
Doel en toepassingsgebied
1. De Partijen erkennen dat de elektronische handel de handelsmogelijkheden voor vele economische activiteiten verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handelsverkeer te bevorderen, onder meer door samenwerking op het gebied van de problemen die elektronische handel in het kader van deze onderafdeling met zich brengt.
2. Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen die gevolgen hebben voor het handelsverkeer langs elektronische weg.
3. De Partijen erkennen het beginsel van technologische neutraliteit in de elektronische handel.
4. Deze onderafdeling is niet van toepassing op gokdiensten, omroepdiensten, audiovisuele diensten, diensten van notarissen of vergelijkbare beroepen, en rechtskundige vertegenwoordiging.
ARTIKEL 18.47
Definities
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
a) “consument”: elke natuurlijke persoon, of rechtspersoon indien vastgelegd in de nationale wet- en regelgeving van een Partij, die een openbare telecommunicatiedienst, gedefinieerd in artikel 18.27, punt e), gebruikt of aanvraagt voor doeleinden buiten zijn of haar handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteit;
b) “directmarketingcommunicatie”: elke vorm van reclame waarbij een persoon via een openbaar telecommunicatienetwerk marketingboodschappen rechtstreeks aan eindgebruikers meedeelt en die, voor de toepassing van deze overeenkomst, ten minste elektronische post, tekst en multimediaberichten (SMS en MMS) omvat;
c) “elektronische authenticatiedienst”: een dienst die het mogelijk maakt het volgende te bevestigen:
i) de elektronische identificatie van een persoon; of
ii) de herkomst en integriteit van gegevens in elektronische vorm;
d) wordt onder “elektronische handtekening” verstaan: gegevens in elektronische vorm die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die aan de volgende eisen voldoen:
i) zij wordt door een natuurlijke persoon gebruikt om zich akkoord te verklaren met de elektronische gegevens waarop zij betrekking hebben;
ii) zij is op zodanige wijze aan de elektronische gegevens waarop zij betrekking heeft, gekoppeld dat eventuele latere wijzigingen in de gegevens kunnen worden opgespoord; en
iii) zij wordt door een rechtspersoon gebruikt om de oorsprong en integriteit van de elektronische gegevens waarop zij betrekking heeft, te waarborgen; en
e) “eindgebruiker”: enige persoon die gebruikmaakt van of verzoekt om een openbaar beschikbare telecommunicatiedienst, hetzij als consument, hetzij voor handels-, bedrijfs- of beroepsdoeleinden.
ARTIKEL 18.48
Douanerechten op elektronische transmissies
1. Een Partij heft geen douanerechten op elektronische transmissies tussen een persoon uit die Partij en een persoon uit de andere Partij.
2. Voor alle duidelijkheid: lid 1 belet een Partij niet interne belastingen, vergoedingen of andere heffingen op elektronische transmissies op te leggen, mits deze belastingen, vergoedingen of heffingen worden opgelegd op een wijze die in overeenstemming is met dit deel van de overeenkomst.
ARTIKEL 18.49
Beginsel van geen voorafgaande vergunning
1. De Partijen streven ernaar om niet louter op grond van het feit dat een dienst langs elektronische weg wordt verleend, voorafgaande toestemming te vereisen voor het aanbieden ervan langs elektronische weg, en stellen of handhaven geen andere eisen van gelijke werking.
2. Lid 1 is niet van toepassing op telecommunicatiediensten als gedefinieerd in artikel 18.27, punt i), en op financiële diensten als gedefinieerd in artikel 18.39, punt a), 1).
3. Voor alle duidelijkheid: niets belet een Partij maatregelen vast te stellen of te handhaven die niet in overeenstemming zijn met lid 1 om een legitieme doelstelling van openbaar beleid te verwezenlijken in overeenstemming met:
a) artikel 18.1, lid 4;
b) artikel 18.40;
c) artikel 28.1; en
d) artikel 28.2.
ARTIKEL 18.50
Sluiten van contracten langs elektronische weg
Elke Partij ziet erop toe dat haar rechtsstelsel toestaat dat contracten langs elektronische weg kunnen worden gesloten en dat haar wet- en regelgeving inzake het sluiten van overeenkomsten het gebruik van elektronische contracten niet belemmert en evenmin tot gevolg heeft dat dergelijke contracten op grond van het feit dat zij langs elektronische weg zijn gesloten geen rechtskracht en geldigheid hebben, tenzij zulks in haar wet- en regelgeving is bepaald 52 .
ARTIKEL 18.51
Diensten voor elektronische handtekeningen en authenticatie
1. Een Partij ontkent niet de rechtsgevolgen en de toelaatbaarheid als bewijsmiddel in wettelijke procedures van een elektronische handtekening of een elektronische authenticatiedienst, louter op grond dat die in elektronische vorm zijn.
2. Een Partij stelt geen maatregelen vast en handhaaft evenmin maatregelen ter regeling van de elektronische authenticatiediensten die:
a) partijen bij een elektronische transactie zouden verbieden om onderling de meest geschikte elektronische methode voor hun transactie te bepalen; of
b) partijen bij een elektronische transactie de mogelijkheid ontzeggen om door gerechtelijke of administratieve autoriteiten te laten vaststellen dat hun elektronische transactie voldoet aan eventuele wettelijke vereisten met betrekking tot elektronische handtekeningen en elektronische authenticatiediensten.
ARTIKEL 18.52
Ongevraagde directmarketingberichten
1. Elke Partij streeft ernaar om eindgebruikers doeltreffend tegen ongevraagde directmarketingcommunicaties te beschermen.
2. Elke Partij streeft ernaar ervoor te zorgen dat personen geen directmarketingberichten sturen naar consumenten die niet hebben ingestemd 53 met het ontvangen van dergelijke mededelingen.
3. Niettegenstaande lid 2 staat elke Partij personen die, overeenkomstig de wet- en regelgeving van die Partij, de contactgegevens van een consument in het kader van de levering van een goed of een dienst hebben verzameld, toe directmarketingcommunicaties naar die consument te sturen voor hun eigen soortgelijke goederen of diensten.
4. Elke Partij streeft ernaar ervoor zorg te dragen dat directmarketingberichten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn, duidelijk onthullen namens wie zij worden gedaan en de nodige informatie bevatten om eindgebruikers in staat te stellen kosteloos en op elk moment om stopzetting te verzoeken.
ARTIKEL 18.53
Consumentenbescherming
1. De Partijen erkennen het belang van het handhaven dan wel vaststellen van transparante en effectieve maatregelen ter bescherming van consumenten, onder meer tegen frauduleuze en misleidende handelspraktijken bij elektronische handel.
2. Voor de toepassing van lid 1 nemen of handhaven de Partijen maatregelen die bijdragen tot het vertrouwen van de consument, met inbegrip van maatregelen die frauduleuze en bedrieglijke handelspraktijken verbieden. Deze maatregelen voorzien onder meer in:
a) het recht van consumenten op duidelijke en grondige informatie over de dienst en de aanbieder ervan;
b) de verplichting voor handelaren om te goeder trouw te handelen en eerlijke marktpraktijken na te leven, ook in antwoord op vragen van consumenten;
c) het verbod om bij consumenten diensten in rekening te brengen waarom de consument niet heeft verzocht of voor een periode waarvoor de consument geen toestemming heeft gegeven; en
d) toegang tot verhaal voor consumenten opdat zij hun rechten geldend kunnen maken, waaronder hun recht op verhaal voor betaalde diensten die niet zoals overeengekomen zijn verleend.
3. De Partijen erkennen het belang van samenwerking tussen hun respectieve nationale instanties voor consumentenbescherming of andere relevante organen bij activiteiten in verband met elektronische handel teneinde consumenten te beschermen en het vertrouwen van consumenten te vergroten.
ARTIKEL 18.54
Samenwerking bij regelgeving op het gebied van e-handel
1. De Partijen houden de samenwerking en dialoog in stand over de regelgevingskwesties die door de elektronische handel aan de orde worden gesteld, op basis van onderling overeengekomen voorwaarden, waarbij onder meer de volgende kwesties aan bod komen:
a) de erkenning en facilitering van interoperabele grensoverschrijdende elektronische handtekening- en authenticatiediensten;
b) de aansprakelijkheid van intermediairs bij de doorgifte, of opslag van informatie;
c) de behandeling van directmarketingberichten;
d) de consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel;
e) de bevordering van papierloze handel; en
f) enige andere kwestie die voor de ontwikkeling van de elektronische handel van belang is.
2. Die in lid 1 bedoelde samenwerking richt zich op de uitwisseling van informatie over de respectieve wet- en regelgeving van de Partijen met betrekking tot deze kwesties en over de uitvoering van die wet- en regelgeving.
ARTIKEL 18.55
Overeenstemming over computerdiensten
1. De Partijen komen overeen dat, met het oog op de liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig de artikelen 18.3 en 18.4, de volgende diensten als computerdiensten en aanverwante diensten worden beschouwd, ongeacht of zij via een netwerk, met inbegrip van internet, worden verleend:
a) advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;
b) computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma’s;
c) de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;
d) onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers; en
e) opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma’s, computers of computersystemen en die niet elders zijn ingedeeld.
2. Voor alle duidelijkheid: diensten die mogelijk worden door diensten in verband met computers en aanverwante diensten, worden op zich niet noodzakelijkerwijs als diensten in verband met computers en aanverwante diensten beschouwd.
AFDELING D
SLOTBEPALINGEN EN UITZONDERINGEN
ARTIKEL 18.56
Contactpunten
1. Uiterlijk 1 (één) jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wijst elke Partij contactpunten aan en stelt zij de andere Partij in kennis van de contactgegevens ervan met het oog op:
a) de verstrekking van informatie aan de andere Partij over de uitvoering van dit hoofdstuk vergemakkelijken, zoals:
i) de commerciële en technische aspecten van de dienstverlening; en
ii) de registratie, erkenning en verkrijging van beroepskwalificaties; en
b) het in overweging nemen van alle andere kwesties in verband met de uitvoering van dit hoofdstuk die door een Partij aan de orde worden gesteld.
2. De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van alle wijzigingen met betrekking tot deze contactpunten.
ARTIKEL 18.57
Subcomité voor de handel in diensten en vestiging
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor de handel in diensten en vestiging heeft, naast de in de artikelen 2.4 en 9.9 genoemde taken, de volgende taken:
a) de voorbereidende technische werkzaamheden verrichten in geval van een herziening van dit hoofdstuk overeenkomstig artikel 18.58; en
b) discussiëren over relevante onderwerpen voor de handel in diensten en vestiging, met inbegrip van mogelijkheden voor de uitbreiding van wederzijdse investeringen in diensten- en niet-dienstensectoren.
2. Het Subcomité kan vertegenwoordigers van andere bevoegde entiteiten met de nodige deskundigheid ten aanzien van de op te lossen kwesties uitnodigen.
ARTIKEL 18.58
Herzieningsclausule
In het licht van de doelstellingen van dit hoofdstuk kan dit hoofdstuk niet eerder worden herzien dan 3 (drie) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, of in het kader van een algehele herziening van deze overeenkomst.
ARTIKEL 18.59
Weigering toekenning voordelen
Een Partij kan de voordelen van dit hoofdstuk weigeren ten aanzien van:
a) het aanbieden van een dienst, indien zij vaststelt dat de dienst wordt aangeboden vanuit of op het grondgebied van een derde land; of
b) een rechtspersoon, indien zij vaststelt dat het een rechtspersoon uit een derde land betreft.
HOOFDSTUK 19
OVERMAKINGEN OF BETALINGEN VOOR REKENING-COURANTTRANSACTIES, KAPITAALVERKEER EN TIJDELIJKE VRIJWARINGSMAATREGELEN
ARTIKEL 19.1
Kapitaalrekening
Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans staat elke partij het vrije verkeer van kapitaal toe met het oog op de vestiging of directe investeringen zoals bepaald in hoofdstuk 18. Dit verkeer omvat de liquidatie of repatriëring van dat kapitaal.
ARTIKEL 19.2
Lopende rekening
Elke partij staat, in vrij converteerbare valuta en overeenkomstig de op de monetaire en financiële conferentie van de Verenigde Naties op 22 juli 1944 in Bretton Woods, New Hampshire, aangenomen artikelen van de Overeenkomst van het Internationaal Monetair Fonds (hierna “Overeenkomst van het Internationaal Monetair Fonds” genoemd), alle betalingen en overmakingen toe met betrekking tot transacties op de lopende rekening van de betalingsbalans die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen.
ARTIKEL 19.3
Toepassing van wet- en regelgeving met betrekking tot overmakingen of betalingen voor transacties in rekening-courant en kapitaalbewegingen
Niets in de artikelen 19.1 en 19.2 mag zo worden uitgelegd dat het voor een Partij een beletsel vormt om op billijke en niet-discriminerende wijze, zonder dat dit een verkapte beperking van handel en investeringen vormt op overmakingen of betalingen voor transacties via lopende rekeningen of op het kapitaalverkeer, haar wet- en regelgeving toe te passen met betrekking tot:
a) faillissement, insolventie of crediteurenbescherming;
b) de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten;
c) strafbare feiten 54 ;
d) de financiële verslaglegging of registratie van overdrachten, indien dat noodzakelijk is ter ondersteuning van de met de rechtshandhaving of financiële regelgeving belaste instanties; of
e) de naleving van uitspraken van rechterlijke of soortgelijke instanties.
ARTIKEL 19.4
Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen
Indien in uitzonderlijke omstandigheden overmakingen of betalingen voor rekening-couranttransacties of kapitaalbewegingen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van de Economische en Monetaire Unie van de Europese Unie, kan de Europese Unie voor een periode van ten hoogste 6 (zes) maanden vrijwaringsmaatregelen nemen die strikt noodzakelijk zijn om die moeilijkheden of de dreiging daarvan aan te pakken.
ARTIKEL 19.5
Beperkingen ter bescherming van betalingsbalans
1. Indien een partij in uitzonderlijke omstandigheden ernstige betalingsbalansmoeilijkheden ondervindt, onder meer wat de werking van het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid betreft, of met externe financiële moeilijkheden of dreigende moeilijkheden, kan zij beperkende maatregelen vaststellen of handhaven met betrekking tot overmakingen of betalingen voor transacties op de lopende rekening of kapitaalbewegingen.
2. De in lid 1 bedoelde maatregelen:
a) mogen niet discriminerend zijn ten opzichte van die welke in soortgelijke situaties op een derde land worden toegepast;
b) moeten in overeenstemming zijn met de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, in voorkomend geval;
c) mogen geen onnodig nadeel toebrengen aan de commerciële, economische en financiële belangen van de andere Partij, en
d) moeten tijdelijk, evenredig en strikt noodzakelijk zijn om de moeilijkheden aan te pakken, en geleidelijk worden afgeschaft naarmate de in lid 1 bedoelde situatie verbetert. Indien zich extreem uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een Partij ertoe nopen die maatregelen na een periode van 1 (één) jaar te verlengen, stelt zij de andere partij ervan in kennis dat zij een dergelijke verlenging zal invoeren.
ARTIKEL 19.6
Slotbepalingen
1. Niets in dit hoofdstuk mag worden uitgelegd als een beperking van de rechten van de economische subjecten van de partijen op een gunstiger behandeling, waarin kan zijn voorzien in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten waarbij een Partij bij deze overeenkomst partij is.
2. De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer dat binnen de reikwijdte van deze overeenkomst valt te vergemakkelijken, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te bevorderen.
HOOFDSTUK 20
OVERHEIDSOPDRACHTEN
ARTIKEL 20.1
Doelstellingen
De partijen erkennen de bijdrage van transparante, concurrerende en open aanbestedingen aan de economische ontwikkeling en stellen zich ten doel hun respectieve aanbestedingsmarkten daadwerkelijk open te stellen.
ARTIKEL 20.2
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
a) “handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel in de handel worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;
b) “dienst in verband met de bouw”: een dienst die gericht is op de uitvoering, op welke wijze dan ook, van civieltechnische of bouwwerkzaamheden in de zin van afdeling 51 van de CPC;
c) “elektronische veiling”: een zich herhalend proces waarbij leveranciers langs elektronische weg nieuwe prijzen of nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de beoordelingscriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving opgeven, waardoor een rangorde van de inschrijvingen tot stand komt of de rangorde wordt gewijzigd;
d) “schriftelijk”: elke formulering in woorden of cijfers die gelezen, gereproduceerd en later meegedeeld kan worden, met inbegrip van elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;
e) “onderhandse aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende entiteit contact zoekt met een leverancier of leveranciers van zijn keuze;
f) “maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratief richtsnoer of praktijk, dan wel een actie van een aanbestedende entiteit betreffende een onder deze overeenkomst vallende opdracht;
g) “lijst voor veelvuldig gebruik”: lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende entiteit voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden geplaatst en van wie de aanbestedende entiteit meer dan eens gebruik denkt te maken;
h) “onderhandeling”: een manier om de aanbestedingsprocedure uit te voeren met inachtneming van de beginselen van transparantie en non-discriminatie, die beperkt is tot specifieke situaties waarin aanbestedende entiteiten met leveranciers mogen onderhandelen wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan;
i) “bericht van aanbesteding”: een bekendmaking van een aanbestedende entiteit waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;
j) “compensatie”: maatregelen ter bevordering van de plaatselijke ontwikkeling of ter verbetering van de betalingsbalans door het gebruik van binnenlandse inhoud, het in licentie geven van technologie, investeringsvereisten, tegenhandel of soortgelijke vereisten;
k) “openbare aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
l) “aanbestedende entiteit”: een entiteit die onder de aanhangsels van de bijlagen 20-A tot en met 20-E valt;
m) “erkende leverancier”: een leverancier die door een aanbestedende entiteit is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;
n) “aanbesteding met voorafgaande selectie”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende entiteit uitsluitend erkende leveranciers tot inschrijven uitnodigt;
o) “diensten”: ook diensten in verband met de bouw, tenzij anders bepaald;
p) “norm”: een door een erkende instantie goedgekeurd document dat voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtsnoeren of kenmerken voor producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is; zij kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en vereisten betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;
q) “leverancier”: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren, en
r) “technische specificatie”: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:
i) de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen en methoden voor productie of levering, of
ii) terminologische elementen, symbolen en vereisten betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een goed of dienst, worden omschreven.
ARTIKEL 20.3
Werkingssfeer
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op onder deze overeenkomst vallende opdrachten. “Onder deze overeenkomst vallende opdrachten” zijn opdrachten betreffende de aanschaf voor overheidsdoeleinden:
a) van goederen, diensten of een combinatie daarvan:
i) zoals aangegeven in de aanhangsels van elke partij van de bijlagen 20-A tot en met 20-E, en
ii) die niet worden aangeschaft met het oog op commerciële verkoop of wederverkoop of voor gebruik bij de productie of levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop of wederverkoop;
b) met welke contractuele middelen dan ook, waaronder: aankoop; leasing, en huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
c) waarvan de waarde gelijk is aan of hoger is dan de desbetreffende drempel die is gespecificeerd in de aanhangsels van elke partij van de bijlagen 20-A tot en met 20-E, ten tijde van de bekendmaking van een bericht overeenkomstig artikel 20.13;
d) door een aanbestedende entiteit zoals gespecificeerd in de aanhangsels van elke partij van de bijlagen 20-A tot en met 20-E, en
e) die niet anderszins van de reikwijdte van dit hoofdstuk is uitgesloten.
2. Tenzij anders is bepaald in de in de aanhangsels van elke partij van de bijlagen 20-A tot en met 20-E, is dit hoofdstuk niet van toepassing op:
a) de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of de rechten daarop;
b) niet-contractuele overeenkomsten of elke vorm van bijstand die een partij verleent, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen, alsmede leveringen van overheidswege van goederen en diensten aan nationale, regionale of plaatselijke overheidsdiensten;
c) de aanschaf of verwerving van belastingadviesdiensten of bewaardiensten, vereffenings- en managementdiensten voor gereglementeerde financiële instellingen of van diensten in verband met de verkoop, aflossing en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten;
d) arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid, of
e) opdrachten die worden aanbesteed:
i) met het specifieke doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen;
ii) volgens de bijzondere procedure of voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten;
iii) in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door de ondertekenende landen, of
iv) in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk.
3. Elke Partij specificeert in elk van de aanhangsels van de bijlagen 20-A tot en met 20-E de volgende informatie:
a) in de aanhangsels 20-A-1, 20-B-1, 20-C-1, 20-D-1 en 20-E-1: de diensten van de centrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;
b) in de aanhangsels 20-A-2, 20-B-2, 20-C-2, 20-D-2 en 20-E-2: de diensten van subcentrale overheden waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;
c) in de aanhangsels 20-A-3, 20-B-3, 20-C-3, 20-D-3 en 20-E-3: alle overige entiteiten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;
d) in de aanhangsels 20-A-4, 20-B-4, 20-C-4, 20-D-4 en 20-E-4: de goederen die onder dit hoofdstuk vallen;
e) in de aanhangsels 20-A-5, 20-B-5, 20-C-5, 20-D-5 en 20-E-5: de diensten, andere dan diensten in verband met de bouw, die onder dit hoofdstuk vallen;
f) in de aanhangsels 20-A-6, 20-B-6, 20-C-6, 20-D-6 en 20-E-6: de diensten in verband met de bouw die onder dit hoofdstuk vallen, en
g) in de aanhangsels 20-A-7, 20-B-7, 20-C-7, 20-D-7 en 20-E-7, eventuele algemene opmerkingen.
4. Wanneer een aanbestedende entiteit in het kader van onder deze overeenkomst vallende opdrachten personen die niet onder de aanhangsels van een partij van de bijlagen 20-A tot en met 20-E vallen, verplicht om namens haar opdrachten te plaatsen, is artikel 20.6 van overeenkomstige toepassing.
ARTIKEL 20.4
Berekening van de waarde van opdrachten
1. Bij het ramen van de waarde van een opdracht om te bepalen of dit een onder deze overeenkomst vallende opdracht is:
a) mag een aanbestedende dienst de opdracht niet in afzonderlijke opdrachten verdelen of een bijzondere methode voor het ramen van de waarde van de opdracht kiezen of gebruiken om deze geheel of gedeeltelijk buiten de toepassing van dit deel van de overeenkomst te doen vallen, en
b) moet een aanbestedende entiteit uitgaan van de geraamde maximale totale waarde van de opdracht over de gehele looptijd daarvan, ongeacht of de opdracht aan een of meer leveranciers is gegund, waarbij rekening wordt gehouden met alle vormen van vergoeding, met inbegrip van:
i) premies, honoraria, provisies, commissielonen en rente, en
ii) indien de aanbesteding de mogelijkheid van opties biedt, de totale waarde van die opties.
2. Indien een bepaald vereiste met betrekking tot een aanbesteding aanleiding geeft tot het plaatsen van meer dan één opdracht of tot het plaatsen van de opdracht in afzonderlijke percelen (hierna “herhalingsopdrachten” genoemd), moet de berekening van de geschatte maximale totale waarde gebaseerd zijn op:
a) de waarde van herhalingsopdrachten voor soortgelijke goederen of diensten die gedurende de voorafgaande 12 (twaalf) maanden of het voorafgaande begrotingsjaar van de aanbestedende entiteit zijn gegund, zo mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in de hoeveelheid of waarde van de desbetreffende goederen of diensten in de volgende periode van 12 (twaalf) maanden, of
b) de geraamde waarde van herhalingsopdrachten voor soortgelijke goederen of diensten die gedurende de 12 (twaalf) maanden na de gunning van de eerste opdracht of gedurende het begrotingsjaar van de aanbestedende entiteit zullen worden gegund.
3. In geval van een aanbesteding door middel van leasing, huur of huurkoop van goederen of diensten, of van een aanbesteding waarvoor geen totale prijs is opgegeven, wordt de waarde op de volgende basis bepaald:
a) bij opdrachten met een vastgestelde looptijd:
i) de totale geraamde maximale waarde voor de looptijd van de opdracht indien de looptijd daarvan ten hoogste 12 (twaalf) maanden bedraagt; of
ii) wanneer de looptijd meer dan 12 (twaalf) maanden bedraagt, de totale geraamde maximale waarde, met inbegrip van de geraamde restwaarde;
b) bij opdrachten voor onbepaalde duur: het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48 (achtenveertig), en
c) wanneer het onduidelijk is of de opdracht voor onbepaalde tijd is of een vaste looptijd heeft, wordt het bepaalde in punt b) toegepast.
ARTIKEL 20.5
Veiligheid en algemene uitzonderingen
1. Niets in dit hoofdstuk mag worden uitgelegd als een beletsel voor een Partij om acties te ondernemen of informatie niet te verstrekken indien zij zulks nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen met betrekking tot de aanschaf van wapens, munitie, defensieproducten of oorlogsmateriaal of met betrekking tot aanschaffingen die onmisbaar zijn voor de nationale veiligheid of voor nationale defensiedoeleinden.
2. Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij in gelijke omstandigheden een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de Partijen dan wel een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen de Partijen vormen, mag geen van de bepalingen van dit hoofdstuk worden uitgelegd als beletsel voor het aannemen of handhaven door een van beide Partijen van maatregelen die:
a) betrekking hebben op goederen of diensten van mensen met een handicap, liefdadigheidsinstellingen of gevangenisarbeid;
b) noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, orde of veiligheid;
c) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant, met inbegrip van milieumaatregelen, of
d) noodzakelijk zijn ter bescherming van intellectuele eigendom.
ARTIKEL 20.6
Non-discriminatie
1. Voor elke maatregel betreffende onder deze titel vallende overheidsopdrachten geldt dat:
a) de Europese Unie, inclusief haar aanbestedende entiteiten, de goederen en diensten van de ondertekenende Mercosur-staten en de leveranciers van de ondertekenende Mercosur-staten die deze goederen of diensten aanbieden, onmiddellijk en onvoorwaardelijk niet minder gunstig behandelt dan haar eigen goederen, diensten en leveranciers;
b) elke ondertekenende Mercosur-staat, inclusief zijn aanbestedende entiteiten, de goederen en diensten van de Europese Unie en de leveranciers van de Europese Unie die deze goederen of diensten aanbieden, onmiddellijk en onvoorwaardelijk niet minder gunstig behandelt dan zijn eigen goederen, diensten en leveranciers.
2. Met betrekking tot maatregelen in verband met onder deze overeenkomst vallende aanbestedingen mogen de Europese Unie en elke ondertekenende Mercosur-staat, met inbegrip van hun respectieve aanbestedende entiteiten:
a) een plaatselijk gevestigde leverancier niet minder gunstig behandelen dan een andere plaatselijk gevestigde leverancier op basis van de mate waarin het kapitaal ervan of de zeggenschap erover in handen van personen uit de andere Partij is 55 56 , of
b) een plaatselijk gevestigde leverancier niet discrimineren op grond dat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere Partij.
3. Dit artikel is niet van toepassing op douanerechten of andere maatregelen van vergelijkbare aard die van invloed zijn op de buitenlandse handel, noch op andere invoervoorschriften en -maatregelen die van invloed zijn op de handel in diensten, die verschillen van die welke specifiek van toepassing zijn op overheidsopdrachten die onder dit hoofdstuk vallen.
ARTIKEL 20.7
Gebruik van elektronische middelen
1. Elke Partij verricht de onder deze overeenkomst vallende aanbestedingen zoveel mogelijk langs elektronische weg en werkt samen bij de ontwikkeling en uitbreiding van het gebruik van elektronische middelen in systemen voor overheidsopdrachten.
2. Wanneer een aanbestedende entiteit een onder deze overeenkomst vallende opdracht aanbesteedt met elektronische middelen:
a) ziet zij erop toe dat voor de aanbesteding, waaronder ook voor de authenticatie en encryptie van informatie, informatietechnologiesystemen en software worden gebruikt die algemeen beschikbaar zijn en interoperabel met andere algemeen beschikbare informatietechnologiesystemen en software, en
b) hanteert de aanbestedende entiteit mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelneming en van inschrijvingen waarborgen en het tijdstip van ontvangst registreren en ongeoorloofde toegang voorkomen.
ARTIKEL 20.8
Verloop van de aanbesteding
Aanbestedende entiteiten zien erop toe dat onder deze overeenkomst vallende overheidsopdrachten worden aanbesteed op transparante en onpartijdige wijze, waarbij belangenconflicten worden vermeden, corruptie wordt voorkomen en de bepalingen van dit hoofdstuk in acht worden genomen, met behulp van de volgende methoden: openbare aanbesteding, aanbesteding met voorafgaande selectie of onderhandse aanbesteding. Elke Partij stelt overeenkomstig haar wetgeving sancties tegen corrupte praktijken vast of handhaaft deze.
ARTIKEL 20.9
Oorsprongsregels
Voor de toepassing van artikel 20.6 geschiedt de vaststelling van de oorsprong van goederen op niet-preferentiële basis.
ARTIKEL 20.10
Weigering toekenning voordelen
Onverminderd de termijnen van de aanbestedingsprocedure en onder voorbehoud van voorafgaande kennisgeving aan een dienstverlener uit de andere partij en – indien daarom wordt verzocht – overleg met een dienstverlener uit de andere partij, kan een partij die dienstverlener de voordelen van dit hoofdstuk weigeren indien die dienstverlener een rechtspersoon uit de andere partij is die geen wezenlijke zakelijke activiteiten verricht op het grondgebied van die andere partij.
ARTIKEL 20.11
Compensatie
Voor onder deze overeenkomst vallende opdrachten mogen de partijen geen compensatie vragen, in aanmerking nemen, opleggen of afdwingen.
ARTIKEL 20.12
Publicatie van informatie over overheidsopdrachten
1. Elke Partij:
a) publiceert onverwijld alle wetgeving, regelgeving, gerechtelijke uitspraken of administratieve beschikkingen van algemene toepassing, standaardcontractclausules die bij wet- of regelgeving verplicht zijn gesteld en door verwijzing zijn opgenomen in berichten van aanbesteding, aanbestedingsdossiers en procedures inzake onder deze overeenkomst vallende overheidsopdrachten, alsmede alle wijzigingen daarvan, in officieel daartoe aangewezen elektronische of gedrukte media die op ruime schaal worden verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek;
b) verstrekt, indien de andere partij daarom verzoekt, nadere informatie over de toepassing van deze bepalingen;
c) stelt een lijst op, in de aanhangsels 20-F-1, 20-G-1, 20-H-1, 20-I-1 en 20-J-1, van de elektronische of papieren media waarin de Partij de in punt a) bedoelde informatie bekendmaakt;
d) stelt een lijst op, indien beschikbaar in de aanhangsels 20-F-2, 20-G-2, 20-H-2, 20-I-2 en 20-J-2, van de elektronische media waarin de Partij de in artikel 20.13, artikel 20.15, lid 4, en artikel 20.23, lid 2, bedoelde berichten publiceert.
2. Elke Partij stelt de andere Partij onverwijld in kennis van elke wijziging van de in haar aanhangsels van de bijlagen 20-F tot en met 20-J vermelde informatie. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken wijzigt de bijlagen 20-F tot en met 20-J dienovereenkomstig, in overeenstemming met artikel 9.7, lid 1, punt f).
ARTIKEL 20.13
Bekendmaking van berichten
Bericht van aanbesteding
1. Voor elke onder dit hoofdstuk vallende aanbesteding publiceert de aanbestedende entiteit, behalve in de in artikel 20.20 beschreven omstandigheden, een bericht van aanbesteding, dat voor de Europese Unie op Europees niveau en voor de ondertekenende Mercosur-staten op nationaal niveau of zodra een dergelijk centraal toegangspunt op Mercosur-niveau is ingesteld, kosteloos langs elektronische weg rechtstreeks toegankelijk is voor de Europese Unie en voor de ondertekenende Mercosur-staten. Het bericht van aanbesteding blijft gemakkelijk toegankelijk voor het publiek, ten minste totdat de in het bericht aangegeven termijn is verstreken. De elektronische drager wordt door elke partij vermeld in haar aanhangsels van de bijlagen 20-F tot en met 20-J. Elk bericht bevat de in bijlage 20-O vermelde informatie.
Samenvattend bericht van aanbesteding
2. Voor iedere voorgenomen aanbesteding publiceert de aanbestedende entiteit op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding een gemakkelijk toegankelijk samenvattend bericht van aanbesteding, in een van de WTO-talen waarin de WTO-overeenkomst authentiek is. Alle dergelijke berichten moeten de gegevens als bedoeld in bijlage 20-K omvatten.
Bericht van geplande aanbesteding
3. De aanbestedende entiteiten worden aangemoedigd om zo vroeg mogelijk in elk begrotingsjaar een bericht over hun toekomstige aanbestedingsplannen bekend te maken in de passende papieren of elektronische media die zijn opgenomen in de aanhangsels bij de bijlagen 20-F tot en met 20-J. Dergelijke berichten bevatten het onderwerp van de aanbesteding en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.
4. Een aanbestedende entiteit die vermeld is in de aanhangsels 12-A-2, 12-A-3, 12-B-2, 12-B-3, 12-C-2, 12-C-3, 12-D-2, 12-D-3, 12-E-2 en 12-E-3 van de bijlagen 20-A tot en met 20-E kunnen de aankondiging van geplande aanbestedingen als bericht van aanbesteding gebruiken, mits deze aankondiging alle in bijlage 20-O bedoelde informatie die beschikbaar is bevat, alsmede een verklaring dat belangstellende leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de aanbestedende entiteit bekend moeten maken.
ARTIKEL 20.14
Voorwaarden voor deelname
1. Een aanbestedende entiteit beperkt de voorwaarden voor deelname aan een aanbesteding tot wat noodzakelijk is om te waarborgen dat een leverancier over de juridische en financiële capaciteit en de commerciële en technische vaardigheden beschikt om de desbetreffende opdracht uit te voeren.
2. Bij de beoordeling of een leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet, evalueert de aanbestedende entiteit de financiële capaciteiten en de commerciële en technische vaardigheden van de leverancier aan de hand van diens zakelijke activiteiten op en buiten het grondgebied van de Partij waartoe de aanbestedende entiteit behoort.
3. De aanbestedende entiteit kan van een leverancier verlangen dat hij relevante eerdere ervaring aantoont; zij mag de deelname van een leverancier aan een aanbesteding echter niet verbinden aan de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een aanbestedende entiteit van een partij of dat de leverancier reeds eerder werkzaam was op het grondgebied van een partij.
4. De aanbestedende entiteit baseert zich bij deze beoordeling op de voorwaarden die zij vooraf in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier heeft bepaald.
5. Een aanbestedende entiteit kan een leverancier uitsluiten om de volgende redenen:
a) faillissement;
b) valse verklaringen;
c) aanzienlijke tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke eis of verplichting in het kader van een eerdere opdracht of eerdere opdrachten;
d) definitieve veroordelingen wegens een misdrijf of andere ernstige strafbare feiten;
e) andere sancties die de leverancier uitsluiten om een contract te sluiten met entiteiten van een partij;
f) ernstige overtreding van beroepsregels waardoor de integriteit van de leveranciers in twijfel kan worden getrokken, of
g) het verzuimen om belastingen te betalen.
6. Aan de door een aanbestedende entiteit vastgestelde voorwaarden voor deelname als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 wordt door de leveranciers van de partijen voldaan door de in de inschrijving vereiste documentatie of gelijkwaardige documentatie in te dienen.
ARTIKEL 20.15
Erkenning van leveranciers
Aanbesteding met voorafgaande selectie
1. Wanneer een aanbestedende entiteit een opdracht wil aanbesteden met een voorafgaande selectie, moet zij:
a) in het bericht van aanbesteding ten minste informatie opnemen die wordt genoemd in de punten a), b), c), i), j) en k) van: bijlage 20-O en leveranciers uitnodigen om een verzoek om deelname in te dienen, en
b) vóór het begin van de inschrijvingstermijn ten minste de in bijlage 20-O, punten d) tot en met h), vermelde informatie verstrekken aan de erkende leveranciers.
2. Aanbestedende entiteiten erkennen elke leverancier, zowel uit eigen land als van de andere partij, die aan de voorwaarden voor deelneming aan een specifieke aanbestedingsprocedure voldoet, tenzij de aanbestedende entiteit in het bericht van aanbesteding vermeldt dat het aantal leveranciers dat tot de aanbesteding wordt toegelaten beperkt is, onder opgave van de criteria voor de selectie van dit beperkte aantal toegelaten leveranciers.
3. Indien het aanbestedingsdossier niet op de datum van publicatie van het in lid 1 bedoelde bericht van aanbesteding openbaar toegankelijk is, ziet de aanbestedende entiteit erop toe dat het dossier voor alle overeenkomstig lid 2 geselecteerde erkende leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar komt.
Lijst voor veelvuldig gebruik
4. Indien de wetgeving van een partij bepaalt dat aanbestedende entiteiten een lijst voor veelvuldig gebruik van leveranciers mogen aanhouden, moet deze ervoor zorgen dat een bericht waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot plaatsing op de lijst in te dienen:
a) jaarlijks wordt gepubliceerd, en
b) wanneer zij langs elektronische weg worden gepubliceerd, doorlopend beschikbaar worden gesteld op het passende medium dat is vermeld in de aanhangsels van de bijlagen 20-F tot en met 20-J. Dit bericht moet de in bijlage 20-L vermelde informatie bevatten.
5. Niettegenstaande lid 4 is het toegestaan dat een aanbestedende entiteit, indien zij een lijst voor veelvuldig gebruik met een geldigheidsduur van 3 (drie) jaar of minder bijhoudt, het in dat lid bedoelde bericht slechts eenmaal, bij aanvang van de geldigheidsduur van de lijst, publiceert, mits:
a) in het bericht wordt vermeld wat de geldigheidsduur is en dat tijdens die periode geen verdere berichten zullen worden gepubliceerd, en
b) het bericht elektronisch wordt gepubliceerd en gedurende de geldigheidsduur ervan permanent beschikbaar wordt gesteld.
6. Een aanbestedende entiteit staat leveranciers toe te allen tijde een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen en plaatst alle erkende leveranciers binnen redelijk korte tijd op die lijst.
7. Wanneer een leverancier die niet is opgenomen op een lijst voor veelvuldig gebruik, een verzoek indient tot deelname aan een aanbestedingsprocedure waarbij een dergelijke lijst wordt gehanteerd en alle vereiste documenten binnen de in bijlage 20-M bedoelde termijn indient, wordt dit verzoek door de aanbestedende entiteit onderzocht. De aanbestedende entiteit sluit de leverancier niet uit van beoordeling in het kader van de aanbestedingsprocedure op grond van het argument dat de entiteit onvoldoende tijd heeft om het verzoek te onderzoeken, tenzij hij, in uitzonderlijke gevallen, als gevolg van de complexiteit van de aanbesteding, niet in staat is het onderzoek van het verzoek te voltooien binnen de termijn die voor de indiening van inschrijvingen is toegestaan.
Entiteiten vermeld in de aanhangsels bij de bijlagen 20-A tot en met 20-F
8. Een in de aanhangsels bij de bijlagen 20-A tot 20-F genoemde aanbestedende dienst kan een bericht waarbij leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen, gebruiken als bericht van aanbesteding, mits:
a) het bericht wordt bekendgemaakt overeenkomstig lid 4 en bevat de in bijlage 20-L vermelde informatie, zoveel van de in bijlage 20-O vermelde informatie als beschikbaar, almede een verklaring dat het een bericht van aanbesteding vormt of dat alleen de leveranciers op de lijst voor veelvuldig gebruik verdere berichten van aanbesteding zullen ontvangen die onder de lijst voor veelvuldig gebruik vallen, en
b) de aanbestedende entiteit aan leveranciers die te kennen hebben gegeven belangstelling te hebben voor een bepaalde opdracht, onverwijld voldoende informatie verstrekt om hen in staat te stellen hun belangstelling voor de aanbesteding te beoordelen, met inbegrip van alle overige in bijlage 20-D vereiste informatie, voor zover deze beschikbaar is.
9. Een leverancier die overeenkomstig lid 6 een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik heeft ingediend, kan door een onder de aanhangsels bij bijlagen 20-A tot 20-F vallende aanbestedende entiteit toestemming krijgen om in te schrijven op een bepaalde opdracht, indien de aanbestedende entiteit voldoende tijd heeft om te onderzoeken of hij aan de voorwaarden voor deelname voldoet.
Informatie over besluiten van aanbestedende entiteiten
10. Aanbestedende entiteiten stellen leveranciers die een verzoek tot deelname aan een aanbesteding, of een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, onverwijld in kennis van hun besluit over dat verzoek of die aanvraag.
11. De aanbestedende entiteit stelt de leverancier daarvan onverwijld in kennis en verstrekt de leverancier op diens verzoek onverwijld een schriftelijke motivering van zijn besluit, indien de aanbestedende entiteit:
a) het verzoek van een leverancier verwerpt om deel te nemen aan een aanbesteding of zijn aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik;
b) een leverancier niet langer als gekwalificeerd erkent, of
c) een leverancier verwijdert van een lijst voor veelvuldig gebruik.
ARTIKEL 20.16
Technische specificaties
1. Aanbestedende entiteiten mogen geen technische specificaties op- of vaststellen of toepassen of conformiteitsbeoordelingsprocedures voorschrijven met als doel of gevolg dat de mededinging wordt beperkt, onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan of de leveranciers onderling worden gediscrimineerd.
2. Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, zal de aanbestedende entiteit in voorkomend geval:
a) de technische specificaties bepalen aan de hand van prestatie-eisen of functionele vereisten en niet aan de hand van descriptieve of ontwerpkenmerken, en
b) de technische specificatie baseren op internationale normen, voor zover die bestaan, en anders van nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften; elke verwijzing gaat vergezeld van de woorden “of gelijkwaardig”.
3. Wanneer in de technische specificaties descriptieve of ontwerpkenmerken worden genoemd, geeft de aanbestedende entiteit in voorkomend geval aan dat inschrijvingen voor gelijkwaardige goederen of diensten die aantoonbaar aan de voorwaarden van de opdracht voldoen eveneens in aanmerking komen, door in het aanbestedingsdossier woorden als “of gelijkwaardig” op te nemen.
4. Een aanbestedende entiteit schrijft geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, designs of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat termen zoals “of gelijkwaardig” in het aanbestedingsdossier zijn opgenomen.
5. Aanbestedende entiteiten vragen of aanvaarden van personen die een commercieel belang bij de aanbesteding kunnen hebben geen advies dat gebruikt kan worden bij de opstelling of de vaststelling van een technische specificatie voor een specifieke aanbesteding, wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt uitgesloten.
6. Voor alle duidelijkheid mag een Partij, met inbegrip van haar aanbestedende entiteiten, overeenkomstig dit artikel technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu te bevorderen.
ARTIKEL 20.17
Aanbestedingsdossier
1. De aanbestedende entiteit stelt leveranciers een aanbestedingsdossier ter beschikking met alle informatie die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen. Tenzij die informatie reeds in het bericht van aanbesteding is opgenomen, bevat het aanbestedingsdossier alle onderstaande gegevens:
a) een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een raming van de hoeveelheid, indien die niet exact bekend is, alsook alle eventuele vereisten waaraan moet zijn voldaan, met inbegrip van eventuele technische specificaties, certificaties met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling, plannen, tekeningen of instructiemateriaal;
b) alle eventuele voorwaarden voor de deelname van leveranciers, met inbegrip van een lijst met informatie en documenten die de leveranciers in verband daarmee moeten verstrekken;
c) alle evaluatiecriteria die bij de gunning van de opdracht worden toegepast, alsmede het relatieve gewicht van elk van deze criteria, tenzij de prijs het enige criterium is;
d) wanneer de aanbestedende entiteit een opdracht aanbesteedt met elektronische middelen: alle authenticatie- en encryptievereisten of andere vereisten inzake de indiening van informatie langs elektronische weg;
e) wanneer de aanbestedende entiteit een elektronische veiling organiseert: de regels, met inbegrip van de weging van de beoordelingscriteria voor elk van de onderdelen van de opdracht, die voor de elektronische veiling zullen gelden;
f) indien de inschrijvingen in het openbaar worden geopend: de datum en het tijdstip waarop en de plaats waar de inschrijvingen zullen worden geopend en de personen die daarbij in voorkomend geval aanwezig mogen zijn;
g) alle andere voorwaarden, zoals betalingsvoorwaarden of eventuele beperkingen op de wijze waarop inschrijvingen kunnen worden ingediend, bijvoorbeeld op papier of elektronisch, en
h) de datums voor de levering van de goederen of diensten.
2. Bij de vaststelling van de datum voor de levering van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, houdt de aanbestedende entiteit rekening met factoren zoals de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de tijd die realistisch gesproken nodig is voor de productie, het uit voorraad halen en het vervoer van goederen uit de plaats vanuit welke zij worden geleverd of voor het verlenen van diensten.
3. De in het bericht van aanbesteding of in het aanbestedingsdossier vermelde beoordelingscriteria kunnen onder meer de prijs en andere kostenfactoren, de kwaliteit, de technische waarde, de milieukenmerken en de leveringsvoorwaarden omvatten.
4. De aanbestedende entiteit verstrekt het aanbestedingsdossier onverwijld aan elke leverancier die aan de aanbesteding deelneemt, indien deze daarom verzoekt, en beantwoordt elk redelijk verzoek om relevante informatie van een aan de aanbesteding deelnemende leverancier, mits deze informatie hem bij de aanbesteding geen voordeel verschaft ten opzichte van zijn concurrenten en het verzoek binnen de geldende termijnen is ingediend.
5. Wanneer een aanbestedende entiteit, voorafgaand aan de beoordeling van de inschrijvingen overeenkomstig artikel 20.22, de criteria of vereisten aanpast of wijzigt die in het bericht van aanbesteding of de aan deelnemende leveranciers verstrekte aanbestedingsstukken zijn vermeld, geeft hij schriftelijk kennis van alle wijzigingen:
a) aan alle leveranciers die op het moment dat de informatie wordt gewijzigd aan de procedure deelnemen, indien deze bekend zijn, en in alle andere gevallen op dezelfde wijze als de oorspronkelijke informatie, en
b) op een zodanig tijdstip dat de leveranciers voldoende tijd hebben om hun inschrijving te wijzigen en opnieuw in te dienen.
6. Aanbestedende entiteiten kunnen van de deelnemende leveranciers verlangen dat zij garanties bieden voor het behoud van de offerte, en van de geselecteerde leverancier dat hij een garantie voor de uitvoering verstrekt.
ARTIKEL 20.18
Termijnen
Een aanbestedende entiteit geeft, overeenkomstig zijn eigen behoeften, leveranciers voldoende tijd om verzoeken om deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren als de aard en complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en binnen het eigen land wanneer geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen. Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn. De toepasselijke termijnen zijn vermeld in bijlage 20-M.
ARTIKEL 20.19
Onderhandelingen
1. Indien de wetgeving van een Partij bepaalt dat aanbestedende entiteiten opdrachten kunnen plaatsen via onderhandelingen, kunnen de aanbestedende entiteiten dit doen in de volgende gevallen:
a) in het kader van aanbestedingen waarbij de aanbestedende entiteit het voornemen daartoe te kennen heeft gegeven, of
b) indien bij de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in het aanbestedingsdossier vermelde specifieke beoordelingscriteria.
2. De aanbestedende entiteit:
a) ziet erop toe dat iedere uitsluiting van leveranciers tijdens onderhandelingen plaatsvindt in overeenstemming met de in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier vermelde beoordelingscriteria, en
b) stelt, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor de resterende leveranciers een voor iedereen gelijke termijn vast om een nieuwe of herziene inschrijving in te dienen.
ARTIKEL 20.20
Onderhandse aanbesteding
1. Mits de aanbestedingsprocedure niet wordt gebruikt om concurrentie te vermijden of binnenlandse leveranciers te beschermen, kan een aanbestedende entiteit opdrachten gunnen door middel van onderhandse aanbesteding, in de volgende gevallen:
a) indien:
i) geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;
ii) geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële eisen van het aanbestedingsdossier voldoen;
iii) geen leveranciers aan de voorwaarden voor deelname voldoen, of
iv) de ingediende inschrijvingen heimelijk onderling waren afgestemd,
op voorwaarde dat de vereisten van het aanbestedingsdossier niet wezenlijk worden gewijzigd;
b) indien de goederen of diensten slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat vanwege het feit dat het een kunstwerk betreft of om redenen die verband houden met de bescherming van exclusieve intellectuele-eigendomsrechten, zoals octrooien of auteursrechten, of gepatenteerde informatie, of vanwege de afwezigheid van concurrentie om technische redenen;
c) voor aanvullende leveringen, door de oorspronkelijke leverancier, van goederen en diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien verandering van leverancier voor de aanvullende goederen of diensten:
i) niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn geleverd, en
ii) tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke kostenstijgingen zou leiden voor de aanbestedende entiteit;
d) voor goederen die op een grondstoffenmarkt worden aangekocht;
e) wanneer een aanbestedende entiteit een prototype of een nieuw product of een nieuwe dienst aanschaft die op zijn verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht is ontwikkeld; wanneer dergelijke overeenkomsten zijn uitgevoerd, vallen latere aanbestedingen van goederen of diensten onder dit hoofdstuk;
f) in strikt noodzakelijke gevallen, indien de goederen of diensten om dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende entiteit niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van openbare aanbesteding of aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
g) in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van dit hoofdstuk, en de deelnemers worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan een winnaar, of
h) voor aankopen onder uitzonderlijk gunstige voorwaarden die alleen op zeer korte termijn ontstaan, zoals ongewone verkopen door rechtspersonen die normaliter geen leverancier zijn, of vervreemding van activa van bedrijven in liquidatie of onder curatele.
2. Een aanbestedende entiteit houdt aantekeningen bij of stelt schriftelijke verslagen op waarin elke op grond van lid 1 gegunde opdracht specifiek wordt gerechtvaardigd.
ARTIKEL 20.21
Elektronische veilingen
Wanneer een aanbestedende entiteit een onder deze overeenkomst vallende opdracht wil aanbesteden met een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, ieder deelnemer in kennis van:
a) de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in het aanbestedingsdossier opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;
b) de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en
c) alle andere relevante informatie over de uitvoering van de veiling.
ARTIKEL 20.22
Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten
1. De aanbestedende entiteit neemt bij het ontvangen, openen en behandelen van inschrijvingen procedures in acht die garanderen dat de aanbestedingsprocedure eerlijk en onpartijdig verloopt en de inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld.
2. Indien een inschrijving door de aanbestedende entiteit pas na het verstrijken van de vastgestelde termijn wordt ontvangen, mag de betrokken leverancier daarvan geen nadelige gevolgen ondervinden indien de vertraging uitsluitend te wijten is aan onjuiste afhandeling door de aanbestedende entiteit.
3. Om voor gunning in aanmerking te komen, moet een inschrijving schriftelijk worden ingediend, bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten die in de berichten van aanbesteding en aanbestedingsdossiers in aanbestedingsprocedures zijn opgenomen, en afkomstig zijn van een leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet.
4. Tenzij de aanbestedende entiteit besluit dat het niet in het algemeen belang is de opdracht te gunnen, wordt deze gegund aan de leverancier die volgens de bevindingen van de aanbestedende entiteit in staat is de voorwaarden van de opdracht volledig te vervullen en van wie de inschrijving, volgens de in het bericht van aanbesteding en het aanbestedingsdossier opgenomen beoordelingscriteria de voordeligste is, of, wanneer de prijs het enige criterium is, de laagste inschrijving is.
5. Wanneer de aanbestedende entiteit een inschrijving ontvangt met een prijs die in verhouding tot de andere inschrijvingen abnormaal laag is, kan zij inlichtingen inwinnen bij de inschrijver om zich ervan te vergewissen dat hij aan de voorwaarden voor deelname voldoet en in staat is de opdracht volgens de gestelde voorwaarden tot een goed einde te brengen.
6. De aanbestedende entiteit mag geen gebruikmaken van opties, een aanbesteding annuleren of gegunde opdrachten wijzigen op een wijze die in strijd is met zijn verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk.
7. Elke Partij kan bepalen dat indien het contract om redenen die aan de geselecteerde leverancier kunnen worden toegerekend, niet binnen een redelijke termijn wordt gesloten, of indien de geselecteerde leverancier de in artikel 20.17 bedoelde garantie voor de uitvoering van het contract niet nakomt of de contractvoorwaarden niet naleeft, het contract kan worden gegund aan de leverancier die de op één na voordeligste inschrijving heeft ingediend.
ARTIKEL 20.23
Transparantie van informatie over aanbestedingen
1. Aanbestedende entiteiten stellen de deelnemende leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de gunning van een opdracht en op verzoek van een leverancier doen zij dat schriftelijk. Met inachtneming van artikel 20,24, leden 2 en 3, stelt de aanbestedende dienst een afgewezen leverancier op diens verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier.
2. Na de gunning van elke onder dit hoofdstuk vallende opdracht publiceert de aanbestedende entiteit zo spoedig mogelijk, met inachtneming van de in de wetgeving van elke partij vastgestelde termijnen, een bericht in de passende papieren of elektronische media die zijn opgenomen in de aanhangsels van de bijlagen 20-F tot en met 20-J. Wanneer alleen een elektronische drager wordt gebruikt, blijft de informatie gedurende een redelijke termijn onmiddellijk beschikbaar. Het bericht bevat ten minste de volgende gegevens:
a) een beschrijving van de aangekochte goederen of diensten, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de aangekochte goederen en de aard en omvang van de aangekochte diensten;
b) de naam en het adres van de aanbestedende entiteit;
c) de naam van de leverancier aan wie de opdracht is gegund;
d) de waarde van de geselecteerde inschrijving of de hoogste en de laagste inschrijving die bij de gunning van de opdracht in aanmerking zijn genomen;
e) de datum waarop de opdracht is gegund, en
f) de gebruikte aanbestedingsmethode, en in geval van een onderhandse aanbestedingsprocedure, een beschrijving van de omstandigheden die deze procedure rechtvaardigden.
3. Elke partij deelt de andere partij de beschikbare en vergelijkbare statistische gegevens met betrekking tot de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten mee.
ARTIKEL 20.24
Openbaarmaking van informatie
1. Op verzoek van een partij verstrekt de andere Partij onverwijld alle relevante informatie over de gunning van een onder deze overeenkomst vallende aanbesteding, om te bepalen of de aanbesteding overeenkomstig de regels van dit hoofdstuk is uitgevoerd. Wanneer het bekendmaken van dergelijke informatie de mededinging bij latere aanbestedingen zou verstoren, wordt deze informatie door de partij die haar ontvangt pas vrijgegeven na overleg met en instemming van de partij die de informatie heeft verstrekt.
2. Behoudens andere bepalingen van dit hoofdstuk verstrekt een partij, met inbegrip van haar aanbestedende entiteiten, geen informatie aan leveranciers die afbreuk zou kunnen doen aan de concurrentie tussen leveranciers.
3. Niets in dit hoofdstuk mag zodanig worden uitgelegd dat een partij, met inbegrip van haar aanbestedende entiteiten, autoriteiten en toetsingsinstanties, verplicht wordt vertrouwelijke informatie bekend te maken indien bekendmaking:
a) de rechtshandhaving zou belemmeren;
b) de eerlijke mededinging tussen leveranciers kan verstoren;
c) de legitieme handelsbelangen van bepaalde personen, met inbegrip van de bescherming van intellectuele eigendom, zou schaden, of
d) anderszins in strijd zou zijn met het algemeen belang.
ARTIKEL 20.25
Interne toetsingsprocedures
1. Elke Partij stelt een snelle, doeltreffende, transparante en niet-discriminerende procedure voor administratieve of rechterlijke toetsing in of houdt deze in stand, waarmee een leverancier bezwaar of beroep kan instellen wegens:
a) een schending van bepalingen van het hoofdstuk, of
b) niet-naleving van de maatregelen van een Partij ter uitvoering van dit hoofdstuk, indien de leverancier niet het recht heeft rechtstreeks bezwaar of beroep tegen een inbreuk op dit hoofdstuk aan te tekenen uit hoofde van de wetgeving van een Partij,
die zich voordoet in het kader van onder deze overeenkomst vallende opdrachten waarbij de leverancier belang heeft of heeft gehad. De procedurele regels voor alle bezwaarschriften worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt.
2. Elke partij kan in haar wetgeving bepalen dat indien een leverancier een klacht indient in het kader van onder deze overeenkomst vallende opdrachten, de betrokken partij haar aanbestedende entiteit en de leverancier aanmoedigt om via overleg te trachten de klacht op te lossen. De aanbestedende entiteit neemt dergelijke klachten onpartijdig en tijdig in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor administratieve of rechterlijke toetsing corrigerende maatregelen te vragen.
3. Elke leverancier krijgt voldoende tijd om een bezwaar of beroep voor te bereiden en in te dienen; deze termijn is ten minste 10 (tien) dagen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het bezwaar of beroep voor de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen worden.
4. Door elke Partij wordt ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende entiteiten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke instantie ingesteld of aangewezen om een bezwaar of beroep door een leverancier in het kader van een onder deze overeenkomst vallende opdracht te ontvangen en te toetsen.
5. Indien een beroep in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere dan een van de in lid 4 bedoelde instanties, ziet de partij erop toe dat de leverancier tegen de oorspronkelijke beslissing beroep kan instellen bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende entiteit die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het beroep betrekking heeft. Indien het een niet-rechterlijke beroepsinstantie betreft, moet hoger beroep bij een rechterlijke instantie mogelijk zijn of moeten de regels inzake procesvoering bepalen dat:
a) de aanbestedende entiteit schriftelijk op het bezwaar reageert en alle relevante stukken aan het toetsingsorgaan overlegt;
b) de partijen bij de procedure het recht hebben te worden gehoord alvorens de toetsingsinstantie een beslissing neemt over het bezwaar of beroep;
c) de partijen bij de procedure het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen;
d) de partijen bij de procedure toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure;
e) de partijen het recht hebben te verzoeken dat de zittingen in het openbaar plaatsvinden en dat getuigen deze mogen bijwonen, en
f) besluiten of aanbevelingen betreffende een door een leverancier ingesteld bezwaar tijdig schriftelijk worden uitgebracht en voorzien zijn van een motivering.
6. Elke Partij stelt procedures in, of handhaaft procedures, die voorzien in:
a) snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen in stand houden. Dergelijke voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. Er kan worden bepaald dat bij het nemen van de beslissing over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met doorslaggevende negatieve gevolgen voor de belangen die op het spel staan, waaronder het algemeen belang. Een beslissing om niet op te treden wordt schriftelijk gemotiveerd; en
b) corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade; deze corrigerende maatregelen of compensatie kunnen beperkt blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving of het instellen van het beroep gemaakte kosten, of beide, indien de beroepsinstantie bepaalt dat er sprake is van een inbreuk of niet-nakoming als bedoeld in lid 1.
ARTIKEL 20.26
Wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied
1. Een Partij kan voorstellen haar respectieve bijlagen 20-A tot en met 20-E te wijzigen of te rectificeren.
Wijzigingen
2. Een Partij die voornemens is haar bijlagen te wijzigen als bedoeld in lid 1:
a) stelt de andere Partij daarvan schriftelijk in kennis, en
b) stelt in die kennisgeving passende compenserende aanpassingen voor aan de andere Partij om het toepassingsgebied op een niveau te houden dat vergelijkbaar is met dat van vóór de wijziging.
3. Niettegenstaande lid 2, punt b), hoeft een Partij geen compenserende aanpassingen aan te bieden indien de wijziging betrekking heeft op een entiteit ten aanzien waarvan de Partij haar zeggenschap of invloed daadwerkelijk heeft beëindigd.
4. De andere Partij kan bezwaar maken tegen de wijziging indien:
a) een overeenkomstig lid 2, punt b), voorgestelde aanpassing niet voldoende is om het overeengekomen toepassingsgebied op een vergelijkbaar niveau te houden, of
b) de wijziging betrekking heeft op een entiteit met betrekking tot welke de partij feitelijk haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd, zoals bedoeld in lid 3.
De andere Partij maakt binnen 45 (vijfenveertig) dagen na ontvangst van de in lid 2, punt a), bedoelde kennisgeving schriftelijk bezwaar. Als een dergelijk bezwaar niet binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving is ingediend, wordt de Partij geacht met de voorgestelde wijziging in te stemmen.
Rectificaties
5. De volgende wijzigingen van de bijlagen van een partij worden beschouwd als een rectificatie van louter formele aard, mits zij geen invloed hebben op het wederzijds overeengekomen toepassingsgebied waarin het hoofdstuk voorziet:
a) een wijziging van de naam van een entiteit;
b) een fusie van twee of meer in een aanhangsel vermelde entiteiten, en
c) de splitsing van een in een aanhangsel vermelde entiteit in 2 (twee) of meer entiteiten die allemaal aan de in hetzelfde aanhangsel vermelde entiteiten worden toegevoegd.
De Partij die een dergelijke zuiver formele rectificatie verricht, is niet verplicht te voorzien in compenserende aanpassingen.
6. In het geval van voorgestelde rectificaties van de bijlagen van een partij stelt die partij de andere partij om de 2 (twee) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van de voorgestelde rectificaties.
7. Een Partij kan de andere Partij binnen 45 (vijfenveertig) dagen na ontvangst van de kennisgeving in kennis stellen van een bezwaar tegen een voorgestelde rectificatie. Indien een Partij bezwaar indient, zet zij de redenen uiteen waarom zij van mening is dat de voorgestelde rectificatie geen in lid 5 van dit artikel bedoelde wijziging is, en beschrijft zij het effect van de voorgenomen rectificatie op het wederzijds overeengekomen toepassingsgebied waarin dit hoofdstuk voorziet. Indien een dergelijk bezwaar niet binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving schriftelijk, is ingediend, wordt de Partij geacht met de voorgestelde rectificatie in te stemmen.
Overleg en geschillenbeslechting
8. Indien de andere Partij bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijziging of rectificatie trachten de Partijen de kwestie door overleg op te lossen. Indien binnen 60 (zestig) dagen na ontvangst van het bezwaar geen overeenstemming wordt bereikt, kan de Partij die haar bijlagen wil wijzigen of corrigeren, de zaak doorverwijzen naar de geschillenbeslechtingsprocedure van hoofdstuk 29, tenzij de Partijen overeenkomen de termijn te verlengen.
9. De in lid 8 bedoelde raadplegingsprocedure laat het in hoofdstuk 29 bedoelde overleg onverlet.
10. Indien een Partij geen bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijziging overeenkomstig de leden 2 en 3 of tegen de voorgestelde rectificatie overeenkomstig lid 5, of de wijziging of rectificaties door de Partijen via overleg zijn overeengekomen of indien de aangelegenheid definitief is geregeld in het kader van hoofdstuk 29, wijzigt de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de desbetreffende bijlage om de overeengekomen wijziging of rectificaties of de overeengekomen compenserende aanpassingen weer te geven.
ARTIKEL 20.27
Subcomité voor overheidsopdrachten
1. Het krachtens artikel 9.9, lid 4, opgerichte Subcomité voor overheidsopdrachten heeft, naast de in de artikelen 2.4 en 9.9 genoemde taken, de volgende taken:
a) de wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten herzien;
b) informatie uitwisselen over de mogelijkheden voor overheidsopdrachten in elke partij, met inbegrip van uitwisseling van statistische gegevens over overheidsopdrachten, en
c) de omvang en de wijze van samenwerking tussen de partijen op het gebied van overheidsopdrachten als bedoeld in artikel 20.28 bespreken.
ARTIKEL 20.28
Samenwerking bij overheidsopdrachten
1. De partijen werken samen om de doeltreffende uitvoering van dit hoofdstuk te waarborgen. De partijen maken gebruik van de beschikbare en bestaande instrumenten, middelen en mechanismen.
2. In het bijzonder worden samenwerkingsactiviteiten op dit gebied verricht, onder meer door middel van:
a) uitwisseling van informatie, goede praktijken, statistische gegevens, deskundigen, ervaringen en beleid op gebieden van wederzijds belang;
b) uitwisseling van goede praktijken met betrekking tot het gebruik van duurzame aanbestedingspraktijken en andere gebieden van wederzijds belang;
c) bevordering van netwerken, seminars en workshops over onderwerpen van wederzijds belang;
d) kennisoverdracht, met inbegrip van contacten tussen deskundigen van de Europese Unie en de ondertekenende Mercosur-staten, en
e) uitwisseling van informatie tussen de Europese Unie en de ondertekenende Mercosur-staten, teneinde de toegang tot de markten voor overheidsopdrachten voor leveranciers van de partijen te vergemakkelijken, met name voor kmo’s.
HOOFDSTUK 21
INTELLECTUELE EIGENDOM
AFDELING A
ALGEMENE BEPALINGEN EN BEGINSELEN
ARTIKEL 21.1
Algemene bepalingen
1. Elke Partij bevestigt de rechten en verplichtingen jegens elkaar uit hoofde van de WTO, de TRIPS-overeenkomst en alle andere multilaterale overeenkomsten met betrekking tot intellectuele eigendom waarbij zij partij is.
2. Het staat elke Partij vrij de passende methode vast te stellen voor de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk binnen haar eigen rechtsstelsel en -praktijk, op een wijze die strookt met de doelstellingen en beginselen van de TRIPS-overeenkomst en dit hoofdstuk.
ARTIKEL 21.2
Doelstellingen
Dit hoofdstuk heeft tot doel:
a) de toegang toe en productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten te vergemakkelijken en de handel en investeringen tussen de Partijen te bevorderen en zo bij te dragen tot een duurzamere, billijkere en meer inclusieve economie voor de Partijen;
b) een adequaat en doeltreffend niveau van bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te bereiken dat innovatie stimuleert en beloont en tegelijkertijd bijdraagt tot de effectieve overdracht en verspreiding van technologie en het sociale en economische welzijn en het evenwicht tussen de rechten van de houders en het algemeen belang bevordert; en
c) maatregelen te bevorderen die de Partijen zullen helpen onderzoek en ontwikkeling en de toegang tot kennis te bevorderen, onder meer tot een rijk publiek domein.
ARTIKEL 21.3
Aard en toepassingsgebied van verplichtingen
1. Voor de toepassing van dit deel van de overeenkomst wordt onder “intellectuele-eigendomsrechten” verstaan alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder deel II, afdelingen 1 tot en met 7, van de Trips-overeenkomst en de artikelen 21.9 tot en met 21.43 van deze overeenkomst.
2. De bescherming van intellectuele eigendom omvat ook de bescherming tegen oneerlijke mededinging zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, gedaan te Parijs op 20 maart 1883, laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967 (hierna “het Verdrag van Parijs” genoemd).
3. Niets in dit hoofdstuk belet een Partij maatregelen te nemen die nodig zijn voor het voorkomen van misbruik van intellectuele-eigendomsrechten door rechthebbenden of van praktijken die de handel op onredelijke wijze beperken of de internationale overdracht van technologie nadelig beïnvloeden, mits die maatregelen in overeenstemming zijn met dit hoofdstuk.
4. Een Partij is niet verplicht in haar recht uitgebreidere bescherming te bieden dan op grond van dit hoofdstuk vereist is. Dit hoofdstuk belet de Partijen niet om in hun recht strengere normen inzake de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten toe te passen, mits die niet strijd zijn met dit hoofdstuk.
ARTIKEL 21.4
Beginselen
1. Elke Partij erkent dat de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten kan en moet plaatsvinden op een wijze die bevorderlijk is voor de economische, sociale en wetenschappelijke vooruitgang. Elke Partij waarborgt de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten binnen haar eigen rechtsstelsel en -praktijk.
2. Bij het opstellen of wijzigen van haar wet- en regelgeving kan elke Partij voorzien in uitzonderingen en flexibiliteit die zijn toegestaan door de multilaterale instrumenten waarbij de Partijen zijn aangesloten.
3. De Partijen bevestigen opnieuw de bepalingen van de Trips-overeenkomst inzake mededinging.
4. De Partijen ondersteunen de verwezenlijking van de SDG’s van de Verenigde Naties.
5. De Partijen steunen resolutie WHA 60.28 van de Wereldgezondheidsvergadering en het tijdens de vierenzestigste Wereldgezondheidsvergadering aangenomen kader betreffende de paraatheid voor influenzapandemieën.
6. De Partijen erkennen het belang van het bevorderen van de uitvoering van de mondiale strategie en het actieplan inzake de volksgezondheid, innovatie en intellectuele eigendom, aangenomen door de Wereldgezondheidsvergadering op 24 mei 2008 (Resolutie WHA 61.21, zoals gewijzigd bij Resolutie WHA 62.16).
7. De Partijen bevestigen de aanbevelingen van de Ontwikkelingsagenda, die in 2007 zijn aangenomen door de Algemene Vergadering van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna “WIPO” genoemd).
8. Wanneer de verkrijging van een intellectuele-eigendomsrecht afhankelijk is van de verlening of registratie van het recht, stelt elke Partij alles in het werk om ervoor te zorgen dat de procedures voor de verlening of registratie van het recht bevorderlijk zijn voor de verlening of registratie binnen een redelijke termijn, teneinde ongerechtvaardigde inperking van de beschermingstermijn te voorkomen.
ARTIKEL 21.5
Nationale behandeling
Elke Partij behandelt de onderdanen 57 van de andere Partij niet minder gunstig dan haar eigen onderdanen met betrekking tot de bescherming 58 van intellectuele-eigendomsrechten die onder dit hoofdstuk vallen, onder voorbehoud van de uitzonderingen van de artikelen 3 en 5 van de Trips-overeenkomst 59 .
ARTIKEL 21.6
Bescherming van biodiversiteit en traditionele kennis
1. De Partijen erkennen het belang en de waarde van de biologische diversiteit en componenten daarvan, evenals van de daaraan verbonden traditionele kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en lokale gemeenschappen 60 . Voorts bevestigen de Partijen hun soevereine rechten ten aanzien van hun natuurlijke rijkdommen en hun rechten en plichten zoals vastgelegd in het Verdrag inzake biologische diversiteit van 1992, gedaan te Rio de Janeiro op 5 juni 1992 (hierna “VBD” genoemd), met betrekking tot de toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van deze genetische rijkdommen.
2. De Partijen bevestigen, onder erkenning van de bijzondere aard van de biodiversiteit in de landbouw, de onderscheidende kenmerken ervan en de problemen die specifieke oplossingen vereisen, dat de toegang tot genetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw wordt onderworpen aan een specifieke behandeling overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, gedaan te Rome op 3 november 2001 (hierna het “Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw” genoemd).
3. Wanneer zij dit onderling zijn overeengekomen, kunnen de Partijen dit artikel herzien aan de hand van de resultaten en conclusies van multilateraal overleg.
ARTIKEL 21.7
Uitputting
Het staat elke Partij vrij om, onverminderd het bepaalde in de Trips-overeenkomst, haar eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.
ARTIKEL 21.8
Trips-overeenkomst en volksgezondheid
1. De Partijen erkennen het belang van de Verklaring inzake de Trips-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd goedgekeurd door de Ministeriële Conferentie van de WTO (hierna de “Verklaring van Doha” genoemd). Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk waarborgen de Partijen de consistentie met de Verklaring van Doha.
2. Elke Partij geeft uitvoering aan artikel 31 bis van de Trips-overeenkomst, de bijlage en het aanhangsel bij die bijlage, die op 23 januari 2017 in werking zijn getreden.
AFDELING B
NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
ONDERAFDELING 1
AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN 61
ARTIKEL 21.9
Internationale overeenkomsten
Elke Partij bevestigt haar rechten en verplichtingen uit hoofde van de volgende internationale overeenkomsten, rekening houdend met het feit dat overeenkomsten niet bindend zijn voor degenen die geen partij zijn bij die overeenkomsten:
a) de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, gedaan te Bern op 9 september 1886, zoals gewijzigd op 28 september 1979 (hierna “de Berner Conventie” genoemd);
b) het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 18 mei 1964 (hierna “het Verdrag van Rome” genoemd);
c) het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, aangenomen te Marrakesh op 27 juni 2013;
d) het WIPO-verdrag inzake auteursrecht, gedaan te Genève op 20 december 1996;
e) het WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen, gedaan te Genève op 20 december 1996; en
f) het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen, gedaan te Peking op 24 juni 2012.
ARTIKEL 21.10
Auteurs
Elke Partij verleent auteurs het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
a) de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
b) elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;
c) het al dan niet draadloos meedelen van hun werken aan het publiek en
d) het al dan niet draadloos beschikbaar stellen van hun werken, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.
ARTIKEL 21.11
Uitvoerende kunstenaars
Elke Partij verleent uitvoerende kunstenaars het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
a) de vastlegging van hun uitvoeringen;
b) de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
c) de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;
d) de al dan niet draadloze uitzending, indien de wet- en regelgeving van een Partij daarin voorziet, en de mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt; en
e) de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek, op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.
ARTIKEL 21.12
Producenten van fonogrammen
Elke Partij verleent producenten van fonogrammen het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
a) de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
b) de distributie onder het publiek van hun fonogrammen, inclusief kopieën daarvan, door verkoop of anderszins; en
c) de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek, op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.
ARTIKEL 21.13
Omroeporganisaties
Elke Partij kan in haar wet- en regelgeving de wettelijke voorschriften vaststellen met betrekking tot wat als omroeporganisatie moet worden beschouwd en verleent omroeporganisaties het exclusieve recht om het volgende toe te staan of te verbieden:
a) de vastlegging van hun uitzendingen;
b) de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitzendingen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
c) het al dan niet draadloos beschikbaar stellen van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, ongeacht of die uitzendingen via de ether plaatsvinden, met inbegrip van uitzendingen per kabel of satelliet, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn;
d) de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitzendingen, door verkoop of anderszins 62 ; en
e) de draadloze heruitzending van hun uitzendingen of, indien de wet- en regelgeving van een Partij daarin voorziet, de uitzending per draad, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn 63 .
ARTIKEL 21.14
Recht op vergoeding voor uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen
1. Elke Partij voorziet in een recht op grond waarvan door de gebruiker een vergoeding wordt uitgekeerd aan de uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen, wanneer een voor commerciële doeleinden uitgegeven fonogram of reproductie daarvan wordt gebruikt voor uitzending of mededeling aan het publiek 64 .
2. Elke Partij bepaalt dat de in lid 1 bedoelde vergoeding van de gebruiker wordt gevorderd door de uitvoerende kunstenaar of door de producent van een fonogram of door beide. Elke Partij kan in haar wetgeving de voorwaarden bepalen volgens welke uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen die vergoeding verdelen wanneer daarover tussen de uitvoerend kunstenaar en de producent van een fonogram geen overeenstemming is bereikt.
ARTIKEL 21.15
Beschermingstermijn
1. Het recht van de auteur van een werk van letterkunde of kunst in de zin van artikel 2 van de Berner Conventie geldt gedurende het leven van de auteur en tot ten minste 50 (vijftig) jaar na zijn dood, of, indien de wet- en regelgeving van de Partij daarin voorziet, gedurende 70 (zeventig) jaar na de dood van de auteur. Met betrekking tot fotografische en cinematografische werken stelt elke Partij de beschermingstermijn vast overeenkomstig haar wet- en regelgeving.
2. Bij gezamenlijk auteurschap worden de in lid 1 bepaalde beschermingstermijnen berekend vanaf de dood van de laatst levende auteur.
3. Voor anonieme of pseudonieme werken bedraagt de beschermingstermijn ten minste 50 (vijftig) jaar vanaf het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt of, indien de wet- en regelgeving van de Partij daarin voorziet, 70 (zeventig) jaar nadat het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Niettegenstaande de eerste zin geldt, indien het door de auteur aangenomen pseudoniem geen enkele twijfel aan de identiteit van de auteur laat of de auteur zijn identiteit tijdens de in de eerste zin aangegeven termijn openbaart, de in lid 1 vastgestelde termijn.
4. De rechten van uitvoerende kunstenaars op een andere uitvoering dan die welke op een fonogram is vastgelegd, vervallen niet eerder dan 50 (vijftig) jaar na de datum van de uitvoering.
5. De rechten van uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen vervallen niet eerder dan 50 (vijftig) jaar vanaf het tijdstip waarop de vastlegging op geoorloofde wijze is gepubliceerd of op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt of, indien de wet- en regelgeving van de Partij daarin voorziet, 70 (zeventig) jaar vanaf het tijdstip waarop de vastlegging op geoorloofde wijze is gepubliceerd of op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt 65 . Elke Partij kan, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, doeltreffende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de winsten die zijn gegenereerd tijdens de 20 (twintig) jaar bescherming na 50 (vijftig) jaar eerlijk worden verdeeld tussen uitvoerende kunstenaars en producenten.
6. De beschermingstermijn van de rechten van omroeporganisaties bedraagt ten minste 20 (twintig) jaar vanaf de eerste uitzending of, indien de wet- en regelgeving van een Partij daarin voorziet, 50 (vijftig) jaar vanaf de eerste uitzending.
7. De in dit artikel gestelde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de termijn doet ingaan.
8. Elke Partij kan voorzien in langere beschermingstermijnen dan die waarin dit artikel voorziet.
ARTIKEL 21.16
Volgrecht
1. Elke Partij kan ten behoeve van de auteur van grafische of beeldende kunst een volgrecht instellen, dat wordt omschreven als een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand, om telkens wanneer het betrokken werk na de eerste overdracht door de auteur wordt doorverkocht, een percentage van de verkoopprijs te ontvangen.
2. Het in lid 1 bedoelde recht is van toepassing op elke doorverkoop waarbij actoren uit de professionele kunsthandel, zoals veilinghuizen, kunstgalerieën of andere kunsthandelaren, betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon.
3. Elke Partij kan bepalen dat het in lid 1 bedoelde recht niet van toepassing is op een doorverkoop indien de verkoper het recht minder dan 3 (drie) jaar vóór de doorverkoop heeft verkregen van de kunstenaar zelf en de doorverkoopprijs niet meer dan een minimumbedrag bedraagt.
4. Elke Partij kan bepalen dat auteurs die onderdaan zijn van de andere Partij en hun rechtsopvolgers het volgrecht genieten overeenkomstig dit artikel en de wet- en regelgeving van de betrokken Partij, mits de wet- en regelgeving van het land waarvan de auteur of diens rechtsopvolger een onderdaan is, de bescherming van het volgrecht in dat land toestaat voor auteurs uit de betrokken Partij en hun rechtsopvolgers.
ARTIKEL 21.17
Samenwerking bij het collectieve beheer van rechten
1. De Partijen bevorderen de samenwerking tussen, de transparantie en de non-discriminatie van organisaties voor collectief beheer, met name wat betreft de door hen geïnde inkomsten, de inhoudingen die zij toepassen op die inkomsten, het gebruik van de geïnde royalty’s, het distributiebeleid en hun repertoire, mede in de digitale omgeving.
2. Indien een op het grondgebied van een Partij gevestigde collectieve beheersorganisatie door middel van een vertegenwoordigingsovereenkomst een op het grondgebied van een andere Partij gevestigde organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigt, streeft de eerstgenoemde Partij ernaar dat de vertegenwoordigende organisatie voor collectief beheer:
a) de rechthebbende leden van de vertegenwoordigde organisatie niet discrimineert; en
b) de aan de vertegenwoordigde organisatie verschuldigde bedragen nauwkeurig, regelmatig, zorgvuldig en op volledig transparante wijze betaalt en de vertegenwoordigde organisatie informatie verstrekt over de bedragen van de namens haar geïnde inkomsten en de verrichte inhoudingen.
ARTIKEL 21.18
Uitzonderingen en beperkingen
1. Elke Partij beperkt de uitzonderingen op en de beperkingen van de rechten in deze onderafdeling tot bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk of ander materiaal, en die de rechtmatige belangen van de houder van het recht niet op onredelijke wijze schaden.
2. Elke Partij zondert van het reproductierecht uit tijdelijke reproductiehandelingen die van voorbijgaande of incidentele aard zijn, die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procedé en die worden toegepast met als enig doel:
a) de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon, of
b) een rechtmatig gebruik van een te produceren werk of ander materiaal, en die geen zelfstandige economische betekenis hebben.
ARTIKEL 21.19
Bescherming van technische voorzieningen
1. Elke Partij voorziet in een adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen tegen het onwerkzaam maken van doeltreffende technische maatregelen die door houders van een recht worden gebruikt in verband met de uitoefening van hun rechten krachtens deze onderafdeling, teneinde te beletten dat handelingen worden verricht waarvoor de betrokken houders van een recht geen toestemming hebben verleend of die rechtens niet zijn geoorloofd.
2. Elke Partij kan, indien haar wetgeving dit toestaat, ervoor zorgen dat houders van een recht de begunstigden van een uitzondering of beperking de middelen ter beschikking stellen om, voor zover nodig, van die uitzondering of beperking gebruik te maken.
ARTIKEL 21.20
Verplichtingen betreffende informatie over het beheer van rechten
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “informatie over het beheer van rechten” verstaan: alle door de houders van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of ander materiaal als bedoeld in deze onderafdeling, dan wel van de auteur of een andere houder van het recht, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of ander materiaal, evenals de cijfers of codes waarin die informatie vervat ligt.
2. Elke Partij voorziet in passende rechtsbescherming tegen eenieder die bewust zonder toestemming een van de volgende handelingen verricht, indien die persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt:
a) de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten, en
b) de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek van werken of ander krachtens deze onderafdeling beschermd materiaal, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd.
3. Lid 1 is van toepassing wanneer de in dat lid bedoelde informatiebestanddelen zijn verbonden met een kopie, of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal bedoeld in deze onderafdeling.
4. De Partijen zien erop toe dat de verplichtingen van dit artikel geen afbreuk doen aan niet-inbreukmakend gebruik.
ONDERAFDELING 2
MERKEN
ARTIKEL 21.21
Internationale overeenkomsten
Elke Partij:
a) hanteert de classificatie van de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, gedaan te Nice op 15 juni 1957 (hierna “de classificatie van Nice” genoemd) 66 ; en
b) stelt alles in het werk om toe te treden tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, gedaan te Madrid op 27 juni 1989, zoals laatstelijk gewijzigd op 12 november 2007;
ARTIKEL 21.22
Inschrijvingsprocedure
1. Elke Partij stelt een systeem in voor de inschrijving van merken waarbij elke definitieve negatieve beslissing, met inbegrip van de gedeeltelijke weigering van inschrijving door het betrokken merkenbureau, schriftelijk wordt meegedeeld, naar behoren wordt gemotiveerd en vatbaar is voor beroep.
2. Elke Partij zorgt voor de mogelijkheid om tegen aanvragen om inschrijving van een merk of, in voorkomend geval, inschrijvingen van merken, verzet aan te tekenen. Een dergelijke verzetprocedure is contradictoir.
3. Elke Partij voorziet in een openbaar toegankelijke elektronische databank van aanvragen voor en de registratie van merken.
ARTIKEL 21.23
Aan een merk verbonden rechten
Een ingeschreven merk geeft de houder een uitsluitend recht. Dat recht staat de houder toe iedere derde die niet zijn toestemming daartoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economisch verkeer te verbieden:
a) wanneer dat teken gelijk is aan het merk en gebruikt wordt voor dezelfde goederen of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven; en
b) wanneer dat teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en gebruikt wordt met betrekking tot gelijke of overeenstemmende waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek gevaar voor verwarring bestaat, ook wanneer dat het gevolg is van associatie met het merk.
ARTIKEL 21.24
Algemeen bekende merken
1. Artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing op diensten. Bij het vaststellen of een merk algemeen bekend is, houdt elke Partij rekening met de bekendheid van het merk bij de desbetreffende sector van het publiek, met inbegrip van de in die Partij verworven bekendheid als gevolg van de reclame voor het merk.
2. Artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing op waren of diensten die niet soortgelijk zijn aan die waarvoor een merk is ingeschreven, mits dat gebruik van dat merk met betrekking tot die waren of diensten zou duiden op een verband tussen die waren of diensten en de houder van het ingeschreven merk en mits de belangen van de houder van het ingeschreven merk vermoedelijk door dat gebruik worden geschaad.
3. Om uitvoering te geven aan de bescherming van algemeen bekende merken als bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 16, leden 2 en 3, van de TRIPS-overeenkomst, schenkt elke Partij aandacht aan de beginselen die zijn vervat in de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende merken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20 tot en met 29 september 1999.
ARTIKEL 21.25
Aanvragen te kwader trouw
Elke Partij bepaalt dat een merk nietig kan worden verklaard indien de aanvraag om inschrijving ervan door de aanvrager te kwader trouw is ingediend. Elke Partij kan ook bepalen dat een dergelijk merk niet wordt ingeschreven.
ARTIKEL 21.26
Uitzonderingen op aan een merk verbonden rechten
1. Elke Partij voorziet in beperkte uitzonderingen op de aan een merk verbonden rechten, zoals het eerlijk gebruik van beschrijvende termen, inclusief in het geval van geografische aanduidingen, en kan voorzien in andere beperkte uitzonderingen indien daarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het merk en van derden.
2. Het merk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om de volgende elementen te gebruiken indien sprake is van gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel:
a) zijn of haar eigen naam of adres indien die derde een natuurlijke persoon is;
b) aanduidingen inzake soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de goederen of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de goederen of diensten; of
c) het merk, indien dat nodig is om de bestemming van een waar of dienst, met name als accessoire of onderdeel, aan te geven.
ONDERAFDELING 3
MODELLEN
ARTIKEL 21.27
Internationale overeenkomsten
Elke Partij stelt alles in het werk om toe te treden tot de Akte van Genève (1999) bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid, gedaan te Genève op 2 juli 1999.
ARTIKEL 21.28
Bescherming van ingeschreven modellen
1. Elke Partij voorziet in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde tekeningen of modellen die nieuw of oorspronkelijk zijn 67 68 . In deze bescherming wordt voorzien door inschrijving, die de houder van het recht een uitsluitend recht overeenkomstig het bepaalde in deze onderafdeling verleent.
2. De eigenaar van een ingeschreven tekening of model heeft het recht om derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, te beletten artikelen die de beschermde tekening of het beschermde model uiterlijk vertonen of waarin dit is verwerkt, te vervaardigen, te koop aan te bieden, te verkopen, op de markt aan te bieden, in of uit te voeren, op voorraad te hebben of te gebruiken wanneer deze handelingen voor commerciële doeleinden worden verricht.
ARTIKEL 21.29
Beschermingstermijn
De beschermingsduur, inclusief verlengingen, bedraagt ten minste 15 (vijftien) jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag.
ARTIKEL 21.30
Bescherming van niet-ingeschreven tekeningen of modellen
Elke Partij kan wettelijke middelen vaststellen om het gebruik van niet-ingeschreven tekeningen of modellen te voorkomen.
ARTIKEL 21.31
Uitzonderingen en uitsluitingen
1. Elke Partij kan beperkte uitzonderingen op de bescherming van tekeningen of modellen vaststellen, mits die uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde tekeningen of modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de houder van de beschermde tekening of het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.
2. De bescherming van tekeningen of modellen strekt zich niet uit tot tekeningen of modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.
ARTIKEL 1.32
Verhouding tot auteursrechten
Voor zover haar wet- en regelgeving daarin voorziet, zorgt elke Partij ervoor dat een tekening of model vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in welke vorm dan ook is vastgelegd tevens beschermd kan worden uit hoofde van haar auteursrechtwetgeving. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, worden door elke Partij vastgesteld.
ONDERAFDELING 4
GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN
ARTIKEL 21.33
Bescherming van geografische aanduidingen
1. Deze onderafdeling is van toepassing op de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen die hun oorsprong hebben in het grondgebied van de Partijen.
2. De Partijen nemen de nodige maatregelen om de in lid 1 bedoelde bescherming van geografische aanduidingen op hun grondgebied uit te voeren en bepalen daarbij de passende methode voor die toepassing binnen hun eigen rechtsstelsel en -praktijk.
3. Geografische aanduidingen van een Partij vallen alleen onder dit artikel indien zij op het grondgebied van de Partij van oorsprong als geografische aanduidingen worden beschermd in het kader van haar systeem van registratie en bescherming van geografische aanduidingen.
4. Elke Partij verbindt zich ertoe om, na onderzoek van de wetgeving van de andere Partij in bijlage 21-A en de geografische aanduidingen in bijlage 21-B, en na afronding van een bezwaarprocedure of een openbare raadpleging in verband met de geografische aanduidingen in bijlage 21-B, die geografische aanduidingen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst te beschermen overeenkomstig het in deze onderafdeling vastgestelde beschermingsniveau, met inbegrip van het specifieke beschermingsniveau, met name zoals vastgesteld in artikel 21.35, lid 8, en aanhangsel 21-B-1.
5. Elke Partij kan in haar wet- en regelgeving geografische aanduidingen voor andere producten dan landbouwproducten en levensmiddelen, wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen beschermen. De Partijen erkennen dat de geografische aanduidingen in bijlage 21-D in het land van oorsprong als geografische aanduidingen worden beschermd.
ARTIKEL 21.34
Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen
Op verzoek van een Partij en na voltooiing van de in artikel 21.33, lid 4, beschreven stappen kan het in artikel 21.59 bedoelde Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken aanbevelen op grond van artikel 9.7, lid 1, punt f), een besluit vast te stellen om nieuwe geografische aanduidingen toe te voegen aan bijlage 21-B, onder meer om de in bijlage 21-C opgenomen geografische aanduidingen over te plaatsen naar bijlage 21-B.
ARTIKEL 21.35
Reikwijdte van bescherming van geografische aanduidingen
1. Elke Partij voorziet, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, in de wettelijke middelen ter voorkoming door de belanghebbenden van:
a) het gebruik van een in de delen 1 en 2 van bijlage 21-B vermelde geografische aanduiding van de andere Partij voor elk product dat binnen de desbetreffende productklasse valt, zoals gespecificeerd in afdeling 3 van bijlage 1-B, en dat:
i) niet van oorsprong is uit het in bijlage 21-B voor die geografische aanduiding vermelde land van oorsprong; of
ii) van oorsprong is uit het in bijlage 21-B voor die geografische aanduiding vermelde land van oorsprong, maar niet is geproduceerd of vervaardigd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de andere Partij die zou gelden wanneer het product zou zijn bestemd voor consumptie in de andere Partij;
b) het gebruik van middelen in de benaming of voorstelling van een goed waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat het goed in kwestie zijn oorsprong heeft in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het risico inhoudt van misleiding van het publiek ten aanzien van de geografische oorsprong van het goed;
c) elk ander gebruik te voorkomen dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs;
d) direct of indirect commercieel gebruik van een beschermde naam voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de productspecificatie van de beschermde geografische aanduiding; of wanneer van de reputatie van een geografische aanduiding wordt geprofiteerd;
e) het gebruik van een geografische aanduiding die niet van oorsprong is uit de door de geografische aanduiding aangeduide plaats zelfs indien de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven, een vertaling van de geografische aanduiding wordt gebruikt of de geografische aanduiding vergezeld gaat van uitdrukkingen als “genre”, “type”, “stijl”, “imitatie” en dergelijke; en
f) misbruik, nabootsing of misleidend gebruik van een beschermde naam van een geografische aanduiding; of valse of misleidende vermelding van een beschermde naam van een geografische aanduiding; of praktijken die de consument kunnen misleiden wat de echte oorsprong, herkomst of aard van het product betreft.
2. Met betrekking tot de verhouding tussen merken en geografische aanduidingen:
a) indien een geografische aanduiding op grond van deze onderafdeling wordt beschermd, weigert elke Partij de inschrijving van een merk voor hetzelfde of een soortgelijk product waarvan het gebruik in strijd zou zijn met deze onderafdeling, mits een aanvraag tot inschrijving van het merk is ingediend na de datum van de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied; merken die in strijd met dit lid zijn ingeschreven, worden nietig verklaard overeenkomstig het recht van de Partijen;
b) voor geografische aanduidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in bijlage 21-B zijn opgenomen, is de datum van indiening van de in punt a) bedoelde beschermingsaanvraag de datum van bekendmaking van de verzetprocedure of openbare raadpleging op de respectieve grondgebieden;
c) voor de in artikel 21.34 bedoelde geografische aanduidingen is de datum van indiening van de beschermingsaanvraag de datum van toezending aan een andere Partij van een aanvraag tot bescherming van een geografische aanduiding;
d) onverminderd punt e) beschermt elke Partij de in bijlage 21-B bedoelde geografische aanduidingen ook indien er een ouder merk bestaat; onder ouder merk wordt verstaan: een merk dat op het grondgebied van een Partij is aangevraagd, ingeschreven of, indien de wet- en regelgeving van de betrokken Partij in die mogelijkheid voorziet, te goeder trouw verworven door gebruik voor de in lid 1 bedoelde datum waarop de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding door de andere Partij uit hoofde van deze overeenkomst is ingediend;
dit oudere merk mag verder worden gebruikt, mag worden verlengd en mag onderhevig zijn aan wijzigingen die de indiening van nieuwe merkaanvragen kunnen vereisen, niettegenstaande de bescherming van de geografische aanduiding, op voorwaarde dat er in het merkenrecht op grond waarvan het merk is ingeschreven of gevestigd geen gronden voor nietigheid of vervallenverklaring van het merk bestaan;
het oudere merk of de geografische aanduiding mag niet worden gebruikt op een wijze die de consument zou misleiden ten aanzien van de aard van het betrokken intellectuele-eigendomsrecht; en
e) een Partij is niet verplicht een geografische aanduiding te beschermen wanneer de bescherming de consument gezien de faam, de reputatie of bekendheid van een merk kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.
3. Niets in deze onderafdeling belet dat een Partij met betrekking tot een product gebruikmaakt van een op het grondgebied van die Partij gebruikelijke naam van een planten- of dierenras 69 .
4. Niets in deze onderafdeling belet dat een Partij gebruikmaakt van een afzonderlijke component van een term met meerdere componenten die op het grondgebied van die Partij als geografische aanduiding wordt beschermd, indien die afzonderlijke component een term is die in de omgangstaal gebruikelijk is als de gebruikelijke benaming voor het betrokken goed 70 .
5 Niets in deze onderafdeling verplicht een Partij ertoe een geografische aanduiding te beschermen die identiek is aan de term die in de omgangstaal op het grondgebied van die Partij gebruikelijk is als de gebruikelijke benaming voor het betrokken goed.
6. Wanneer een vertaling van een geografische aanduiding identiek is met een in de omgangstaal gebruikelijke benaming als soortnaam voor een product op het grondgebied van een Partij of die omvat, of wanneer een geografische aanduiding niet identiek is met een dergelijke benaming maar die omvat, doet deze onderafdeling geen afbreuk aan het recht van een persoon om die benaming in samenhang met dat product te gebruiken.
7. Met betrekking tot gelijkluidende geografische aanduidingen:
a) in geval van bestaande of toekomstige gelijkluidende geografische aanduidingen van de Partijen voor producten die in dezelfde productcategorie zijn ingedeeld 71 , kunnen die als zodanig co-existeren, en stelt elke Partij de praktische voorwaarden vast waaronder de homonieme aanduidingen in kwestie van elkaar zullen worden onderscheiden, rekening houdend met het vereiste dat de betrokken producenten billijk worden behandeld en de consumenten niet worden misleid; en
b) indien een Partij in het kader van onderhandelingen met een derde land voorstelt om een geografische aanduiding van dat derde land te beschermen, en die naam gelijkluidend is met een geografische aanduiding van de andere Partij, stelt zij deze Partij van dit voornemen in kennis en biedt zij haar de gelegenheid opmerkingen te maken voordat de bescherming van de naam van kracht wordt.
8. Onverminderd artikel 21.35, lid 1, tot en met artikel 21.35, lid 7, wordt een specifiek beschermingsniveau vastgesteld voor de volgende gevallen van in bijlage 21-B opgenomen geografische aanduidingen 72 :
a) “Genièvre”, “Jenever” of “Genever”: de bescherming van de geografische aanduiding “Genièvre”, “Jenever” of “Genever” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Ginebra” op het grondgebied van Argentinië die de term te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt gedurende ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Genièvre”, “Jenever” of “Genever” in Argentinië, en eerdere gebruikers van de term “Genebra” op het grondgebied van Brazilië die de term te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Genièvre”, “Jenever” of “Genever” in Brazilië, de term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de werkelijke oorsprong van de geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
b) “Queso Manchego”: de bescherming van de geografische aanduiding “Queso Manchego” voor kazen die in Spanje overeenkomstig de toepasselijke technische specificaties zijn bereid met gebruikmaking van schapenmelk, belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Queso Manchego” op het grondgebied van Uruguay die de term ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Queso Manchego” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, voor kazen die zijn bereid met koemelk deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong en de samenstelling van het product betreft;
c) “Grappa”: de bescherming van de geografische aanduiding “Grappa” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Grappamiel” of “Grapamiel” op het grondgebied van Uruguay die de term vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Grappa” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
d) “Steinhäger”: de bescherming van de geografische aanduiding “Steinhäger” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Steinhäger” op het grondgebied van Brazilië die de term vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Steinhäger” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
e) “Parmigiano Reggiano”:
i) de bescherming van de geografische aanduiding “Parmigiano Reggiano” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Parmesão” op het grondgebied van Brazilië en van de term “Parmesano” op het grondgebied van Argentinië, Paraguay en Uruguay die de term vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Parmigiano Reggiano” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze termen blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
ii) de bescherming van de geografische aanduiding “Parmigiano Reggiano” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Reggianito” op het grondgebied van Argentinië die de term vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Parmigiano Reggiano” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, en op het grondgebied van Argentinië, Paraguay en Uruguay die deze term ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Parmigiano Reggiano” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt deze termen blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
f) “Fontina”: de bescherming van de geografische aanduiding “Fontina” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Fontina” op het grondgebied van Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay die de term ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Fontina” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
g) “Gruyère” (France):
i) de bescherming van de geografische aanduiding “Gruyère” (France) belet niet dat eerdere gebruikers van de termen “Gruyère” en “Gruyere” op het grondgebied van Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay die de term ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Gruyère” (France) te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
ii) de bescherming van de geografische aanduiding “Gruyère” (France) belet niet dat eerdere gebruikers van de termen “Gruyerito” en “Gruyer” op het grondgebied van Uruguay die de term ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Gruyère” (France) te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft;
h) “Grana Padano”: de bescherming van de geografische aanduiding “Grana Padano” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Grana” op het grondgebied van Brazilië die de term ten minste 5 (vijf) jaar vóór de bekendmaking van het bezwaar tegen de geografische aanduiding “Grana Padano” te goeder trouw en op continue wijze hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de beschermde Europese geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft; en
i) “Gorgonzola”: de bescherming van de geografische aanduiding “Gorgonzola” belet niet dat eerdere gebruikers van de term “Gorgonzola” op het grondgebied van Brazilië die de term vóór de bekendmaking van het bezwaar te goeder trouw hebben gebruikt, deze term blijven gebruiken, mits deze producten niet in de handel worden gebracht met behulp van grafische voorstellingen, namen, afbeeldingen of vlaggen als verwijzingen naar de werkelijke oorsprong van de geografische aanduiding en mits de term wordt weergegeven in een lettertype dat, hoewel leesbaar, aanzienlijk kleiner is dan de merknaam, en daarvan op ondubbelzinnige wijze verschilt wat de oorsprong van het product betreft.
9. De in lid 8, punten a) tot en met i), bedoelde eerdere gebruikers zijn opgenomen in bijlage 21-E. De rechtsopvolging van eerdere gebruikers en de gevolgen daarvan worden bepaald door de nationale wet- en regelgeving van elke ondertekenende Mercosur-staat.
10. De in bijlage 21-B genoemde beschermde geografische aanduidingen worden op het grondgebied van de Partijen geen soortnamen.
11. Niets in dit hoofdstuk verplicht de Partijen om geografische aanduidingen te beschermen die in hun plaats van oorsprong niet of niet langer beschermd zijn.
12. Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve indien deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat het publiek daardoor wordt misleid.
ARTIKEL 21.36
Gebruiksrecht van geografische aanduidingen
1. Elke marktdeelnemer die landbouwproducten, levensmiddelen, wijnen, gearomatiseerde wijnen of gedistilleerde dranken in de handel brengt die in overeenstemming zijn met het desbetreffende productdossier, mag in het kader van dit deel van de overeenkomst een geografische aanduiding gebruiken.
2. Zodra een geografische aanduiding krachtens dit deel van de overeenkomst wordt beschermd, mag het gebruik van deze beschermde benaming niet afhankelijk worden gesteld van registratie van de gebruikers of andere kosten.
ARTIKEL 21.37
Handhaving van de bescherming
Elke Partij voorziet in de juridische middelen waarmee belanghebbenden kunnen verzoeken om handhaving van de in artikel 21.35 bedoelde bescherming door middel van passende administratieve en gerechtelijke maatregelen binnen haar eigen rechtsstelsel en -praktijk.
ARTIKEL 21.38
Invoer, uitvoer en marketing
De invoer, uitvoer en afzet van producten die de in bijlage 21-B opgenomen namen dragen, voldoen aan de wet- en regelgeving die van toepassing is op het grondgebied van de Partij waar de producten op de markt worden gebracht.
ARTIKEL 21.39
Samenwerking en transparantie op het gebied van geografische aanduidingen
1. Het in artikel 21.59 bedoelde Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten houdt toezicht op de goede werking van deze onderafdeling en kan alle kwesties in verband met de uitvoering en werking ervan onderzoeken. Het is verantwoordelijk voor:
a) de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied inzake geografische aanduidingen alsmede over alle andere aangelegenheden van wederzijds belang op het gebied van geografische aanduidingen; en
b) medewerking aan de ontwikkeling van alternatieve benamingen voor producten die ooit door producenten van een Partij in de handel werden gebracht met termen die overeenstemmen met geografische aanduidingen van de andere Partij, met name in gevallen die het voorwerp zijn van een geleidelijke afschaffing.
2. Het Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten kan de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken aanbevelen op grond van artikel 9.7, lid 1, punt f), het volgende te wijzigen:
a) bijlage 21-A met betrekking tot de verwijzingen naar het recht dat van toepassing is in de Partijen;
b) bijlage 21-B met betrekking tot geografische aanduidingen en de uitwisseling van informatie dienaangaande;
c) bijlage 21-C met betrekking tot de geografische aanduiding; en
d) bijlage 21-E met betrekking tot eerdere gebruikers.
3. Elke Partij stelt de andere ervan in kennis indien een in bijlage 21-B opgenomen geografische aanduiding op haar grondgebied niet langer wordt beschermd. Na die kennisgeving wijzigt de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bijlage 21-B overeenkomstig artikel 9.7, lid 1, punt f), om de bescherming uit hoofde van dit deel van de overeenkomst te beëindigen. Alleen de Partij waaruit het product afkomstig is, mag verzoeken om beëindiging van de bescherming van een in bijlage 21-B vermelde geografische aanduiding uit hoofde van deze onderafdeling.
4. De Mercosur stelt de Europese Unie ervan in kennis indien het na de inwerkingtreding van deze overeenkomst extra eerdere gebruikers identificeert die voldoen aan de specifieke eisen van artikel 21.35, lid 8, punten a) tot en met i). Na een dergelijke kennisgeving en mits de Partijen overeenkomen dat de voorgestelde extra eerdere gebruikers aan de bovengenoemde eisen voldoen, wijzigt de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken overeenkomstig artikel 9.7, lid 1, punt f), bijlage 21-E door deze extra eerdere gebruikers daaraan toe te voegen.
5. De Partijen houden rechtstreeks of via het Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten contact over alle aangelegenheden met betrekking tot de uitvoering en werking van deze onderafdeling. In het bijzonder kan een Partij de andere Partij verzoeken om informatie betreffende productspecificaties en de wijziging daarvan, alsook betreffende contactpunten voor controle.
6. Voor zover in deze onderafdeling wordt verwezen naar een productspecificatie, wordt daaronder verstaan een specificatie die door de autoriteiten van de Partij waaruit het product van oorsprong is, is goedgekeurd, met inbegrip van eveneens goedgekeurde wijzigingen.
7. De Partijen kunnen de productspecificaties, of een samenvatting daarvan, die betrekking hebben op op grond van deze onderafdeling beschermde geografische aanduidingen van de andere Partij, openbaar maken in het Portugees, het Spaans of het Engels.
ONDERAFDELING 5
OCTROOIEN
ARTIKEL 21.40
Internationale verdragen
Elke Partij stelt alles in het werk om toe te treden tot het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, gedaan te Washington op 19 juni 1970 73 .
ONDERAFDELING 6
KWEKERSRECHTEN
ARTIKEL 21.41
Internationale overeenkomsten
Elke Partij beschermt kwekersrechten overeenkomstig het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, gedaan te Parijs op 2 december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, en op 23 oktober 1978 (UPOV-Akte van 1978) of 19 maart 1991 (UPOV-Akte van 1991), en werkt samen om de bescherming van plantenrassen te bevorderen.
ONDERAFDELING 7
BESCHERMING VAN NIET OPENBAAR GEMAAKTE INFORMATIE
ARTIKEL 21.42
Reikwijdte van bescherming van bedrijfsgeheimen
1. Wanneer zij haar verplichting uit hoofde van artikel 21.1, lid 1, tot naleving van de Trips-overeenkomst vervult, en met name de leden 1 en 2 van artikel 39 van die overeenkomst, voorziet elke Partij in passende civielrechtelijke procedures en maatregelen zodat de houder van een bedrijfsgeheim het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dit geschiedt in strijd met eerlijke handelsgebruiken, kan voorkomen en er schadeloosstelling voor kan krijgen.
2. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
a) “bedrijfsgeheim”: informatie die:
i) geheim is in de zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
ii) handelswaarde bezit omdat zij geheim is; en
iii) door de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt, is onderworpen aan, gezien de omstandigheden, redelijke maatregelen om die geheim te houden; en
b) “houder van het bedrijfsgeheim”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtmatig over een bedrijfsgeheim beschikt.
3. Voor de toepassing van deze onderafdeling beschouwt een Partij ten minste de volgende activiteiten als in strijd met eerlijke handelsgebruiken:
a) het verkrijgen van een bedrijfsgeheim zonder de instemming van de houder van een bedrijfsgeheim, wanneer dat geschiedt door ongeoorloofde toegang tot, toe-eigening van, of vermenigvuldiging van documenten, voorwerpen, materialen, stoffen of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid;
b) het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dit geschiedt, zonder de instemming van de houder van het bedrijfsgeheim, door een persoon die:
i) het bedrijfsgeheim op onrechtmatige manier heeft verkregen;
ii) inbreuk pleegde op een geheimhoudingsovereenkomst of een andere verplichting tot het niet openbaar maken van het bedrijfsgeheim; of of
iii) inbreuk pleegde op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim; en
c) het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim door een persoon die op het tijdstip van het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim direct of indirect werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte in de zin van punt b).
4. Een Partij is niet verplicht een van de volgende gedragingen als strijdig met eerlijke handelspraktijken in de zin van deze onderafdeling te beschouwen:
a) de ontdekking of creatie op onafhankelijke wijze van de relevante informatie door een persoon;
b) het nabouwen van een product door een persoon die rechtmatig in het bezit is van dat product en die niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting de verkrijging van de relevante informatie te beperken;
c) het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van informatie die is vereist of toegestaan door de wetgeving van de desbetreffende Partij; of
d) het gebruik door werknemers van ervaringen en vaardigheden die zij op eerlijke wijze tijdens de normale uitoefening van hun functie hebben opgedaan.
5. Niets in deze onderafdeling mag aldus worden uitgelegd dat het een beperking vormt van de vrijheid van meningsuiting en informatie, met inbegrip van mediavrijheid, zoals die wordt beschermd in het rechtsgebied van elk van de Partijen.
ARTIKEL 21.43
Civielrechtelijke procedures en maatregelen voor bedrijfsgeheimen
1. Elke Partij zorgt ervoor dat eenieder die deelneemt aan de civielrechtelijke procedures als bedoeld in artikel 21,42, of die toegang heeft tot documenten die deel uitmaken van die gerechtelijke procedures, een bedrijfsgeheim of vermeend bedrijfsgeheim niet mag gebruiken of openbaar maken, voor zover de bevoegde rechterlijke instanties dat bedrijfsgeheim als reactie op een voldoende verantwoorde aanvraag van een belanghebbende hebben aangemerkt als vertrouwelijk en waarop zij zijn geattendeerd door dergelijke deelname of toegang.
2. In de civielrechtelijke procedures als bedoeld in artikel 21.42 zorgt elke Partij ervoor dat haar gerechtelijke autoriteiten ten minste de bevoegdheid hebben om:
a) in haar wet- en regelgeving voorziene voorlopige maatregelen te treffen om het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, te voorkomen;
b) een bevel tot staking uit te vaardigen om het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, te voorkomen;
c) aan de persoon die wist of had moeten weten dat hij doende was een bedrijfsgeheim te verkrijgen, te gebruiken of openbaar te maken op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, een schadevergoeding op te leggen, te betalen aan de houder van het bedrijfsgeheim, die passend is voor de werkelijke schade die deze wegens het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim heeft geleden;
d) specifieke maatregelen te treffen om de vertrouwelijkheid te garanderen van elk bedrijfsgeheim of vermeend bedrijfsgeheim dat in een civielrechtelijke procedure in verband met het vermeende verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, wordt overgelegd; die specifieke maatregelen kunnen overeenkomstig de wetgeving van de Partij inhouden dat de toegang tot bepaalde documenten geheel of gedeeltelijk wordt beperkt, dat de toegang tot hoorzittingen en de opnamen of transcripties daarvan wordt beperkt, en dat een niet-vertrouwelijke versie ter beschikking wordt gesteld van de rechterlijke uitspraak waarin de passages die bedrijfsgeheimen bevatten zijn verwijderd of aangepast; en
e) aan de partijen of andere personen die onder de rechtsmacht van de rechter vallen, sancties op te leggen wegens overtreding van een rechterlijk bevel betreffende de bescherming van een in die procedure overgelegd bedrijfsgeheim of vermeend bedrijfsgeheim.
3. Van een Partij wordt niet verlangd dat zij instaat voor de gerechtelijke procedures en maatregelen als bedoeld in artikel 21.42, indien de activiteit in strijd met eerlijke handelsgebruiken geschiedt, overeenkomstig de wetgeving van die Partij, met de bedoeling een fout, wangedrag, of illegale activiteiten te onthullen, of om een rechtmatig belang te beschermen dat door de wet is erkend.
AFDELING C
HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
ONDERAFDELING 1
CIVIELRECHTELIJKE EN ADMINISTRATIEVE HANDHAVING
ARTIKEL 21.44
Algemene verplichtingen
1. Elke Partij herbevestigt haar verbintenissen uit hoofde van de Trips-overeenkomst, en met name deel III, en ziet toe op de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in overeenstemming met haar wetgeving en binnen haar eigen rechtsstelsel en praktijk.
2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder “intellectuele-eigendomsrechten” verstaan, tenzij anders bepaald, intellectuele-eigendomsrechten als omschreven in artikel 21.3, lid 1, met uitzondering van de rechten bedoeld in de artikelen 21.42 en 21.43.
3. Procedures 74 die voor de uitvoering van deze afdeling worden vastgesteld, gehandhaafd of toegepast, moeten doeltreffend, eerlijk en billijk zijn, mogen niet onnodig ingewikkeld of kostbaar zijn, mogen geen onredelijke termijnen of ongerechtvaardigde vertragingen meebrengen en moeten verdere inbreuken ontmoedigen. Elke Partij houdt rekening met de noodzaak van evenredigheid tussen de inbreuk, de rechten van alle betrokken partijen, de belangen van derden en de toepasselijke maatregelen, rechtsmiddelen en sancties.
4. De Partijen passen de in lid 3 bedoelde procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten zodanig toe dat het scheppen van belemmeringen voor legitiem handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van die procedures.
5. De artikelen 21.44 tot en met 21.58 verplichten een Partij niet om een gerechtelijk stelsel voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in te voeren dat verschilt van dat voor de handhaving van het recht in het algemeen overeenkomstig het recht van die Partij, en doen evenmin afbreuk aan het vermogen van de Partijen om hun recht in het algemeen te handhaven.
ARTIKEL 21.45
Personen die gerechtigd zijn procedures aan te vragen
Elke Partij erkent ten minste de volgende personen als personen die gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten als bedoeld in deze afdeling en in deel III van de Trips-overeenkomst, overeenkomstig het recht van de plaats waar de procedure plaatsvindt:
a) de houders van intellectuele-eigendomsrechten;
b) exclusievelicentiehouders, mits zij daartoe door de houders van het recht zijn gemachtigd; en
c) instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die wettelijk en uitdrukkelijk erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten.
ARTIKEL 21.46
Bewijs
1. Elke Partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van de stelling dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd 75 .
2. De in lid 1 bedoelde voorlopige maatregelen kunnen de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagname van de vermeende inbreuk makende goederen en, in voorkomend geval, de desbetreffende documenten omvatten.
3. Elke Partij treft de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van opzettelijke namaak van merken of inbreuk op auteursrechten op commerciële schaal 76 , in voorkomend geval, op verzoek van een partij, en indien nodig om het bestaan en de omvang van een inbreuk vast te stellen, overlegging te kunnen gelasten van relevante bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de hand van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.
4. Elke Partij ziet erop toe dat de rechterlijke instanties bevoegd zijn om de maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal ervan afhankelijk te maken dat de eiser een passende zekerheid stelt of een soortgelijke waarborg biedt die moet garanderen dat eventueel door de verweerder geleden schade wordt vergoed.
5. Indien de maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal zijn herroepen, indien zij vervallen wegens enig handelen of nalaten van de eiser, of indien later wordt vastgesteld dat er geen inbreuk of dreiging van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht was, hebben de rechterlijke instanties de bevoegdheid op verzoek van de verweerder, de eiser te gelasten de verweerder passende schadeloosstelling te bieden voor door deze maatregelen toegebrachte schade.
ARTIKEL 21.47
Recht op informatie
1. Elke Partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht en naar aanleiding van een met redenen omkleed en proportioneel verzoek van de eiser kunnen gelasten dat de inbreukmaker of iedere andere persoon relevante informatie verstrekt over de oorsprong en het distributienetwerk van de inbreukmakende goederen of diensten.
2. Voor de toepassing van dit artikel
a) wordt onder “iedere andere persoon” verstaan: een persoon die:
i) de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit bleek te hebben;
ii) de inbreukmakende diensten op commerciële schaal bleek te gebruiken;
iii) op commerciële schaal diensten bleek te verlenen die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt; of
iv) door een in de punten i) tot en met iii) bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van de goederen of bij het verlenen van de diensten;
b) kan “relevante informatie” informatie omvatten betreffende personen die op commerciële schaal betrokken zijn bij de inbreuk of vermeende inbreuk en betreffende de productiemiddelen of de distributiekanalen voor de goederen of diensten.
3. Dit artikel geldt onverminderd andere wettelijke bepalingen waarbij:
a) de houder van het recht ruimere rechten op informatie worden toegekend;
b) het gebruik van de op grond van dit artikel meegedeelde informatie in civiele zaken wordt geregeld;
c) de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
d) de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen betrokkenheid van hemzelf of van naaste verwanten toe te geven; of
e) de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
ARTIKEL 21.48
Voorlopige en conservatoire maatregelen
1. Elke Partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben onmiddellijke en doeltreffende voorlopige en conservatoire maatregelen, waaronder een voorlopig bevel, te gelasten tegen een partij of in voorkomend geval een derde over wie de desbetreffende rechterlijke instantie jurisdictie heeft, om te beletten dat inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt en met name dat inbreukmakende goederen in het verkeer worden gebracht.
2. Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming of afgifte te kunnen gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.
3. Elke Partij ziet erop toe dat, in geval van vermeende inbreuk op commerciële schaal en indien de indiener van het verzoek omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, de rechterlijke instanties conservatoir beslag kunnen laten leggen op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden. Met het oog daarop ziet elke Partij erop toe dat de bevoegde instanties overlegging van bancaire, financiële of commerciële documenten of passende inzage van de desbetreffende informatie kunnen gelasten.
4. De rechterlijke autoriteiten hebben de bevoegdheid om van de verzoeker te verlangen dat deze redelijkerwijze beschikbaar bewijsmateriaal overlegt opdat zij zich er met een voldoende mate van zekerheid van kunnen vergewissen dat de verzoeker de houder van het recht is en dat er inbreuk op zijn recht wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt, en om de verzoeker te gelasten een zekerheid te stellen of soortgelijke waarborg te bieden die voldoende is om de verweerder te beschermen en misbruik te beletten.
ARTIKEL 21.49
Corrigerende maatregelen
1. Elke Partij ziet erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de houder van het betrokken recht wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de vernietiging of op zijn minst de definitieve onttrekking aan het handelsverkeer kunnen gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht maken. Dergelijke goederen kunnen voor het algemeen belang worden gebruikt. De rechterlijke instanties hebben ook de bevoegdheid te gelasten dat materialen en werktuigen, die voornamelijk zijn gebruikt bij de voortbrenging van de inbreukmakende goederen, zonder schadevergoeding van welke aard ook, worden onttrokken aan het verkeer op zodanige wijze dat het gevaar van verdere inbreuken tot een minimum wordt teruggebracht. Bij de behandeling van dergelijke verzoeken houden de bevoegde rechterlijke instanties rekening met de noodzaak van evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste corrigerende maatregelen en met de belangen van derden.
2. De bevoegde rechterlijke instanties van de Partijen hebben de bevoegdheid om te gelasten dat die maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dat beletten.
ARTIKEL 21.50
Bevelen tot staking
Elke Partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, indien bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, tegen de inbreukmaker of, waar passend, tegen een derde over wie de desbetreffende rechterlijke instantie rechtsbevoegdheid uitoefent, een bevel tot staking van de inbreuk kunnen uitvaardigen.
ARTIKEL 21.51
Alternatieve maatregelen
Elke Partij kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in passende gevallen en op verzoek van de persoon aan wie de in artikel 21.49 of artikel 21.50 vervatte maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van artikel 21.49 of artikel 21.50 niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer is vastgesteld dat die persoon zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt 77 .
ARTIKEL 21.52
Schadevergoedingen
1. Elke Partij ziet erop toe dat de rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben om, op verzoek van de benadeelde partij, een inbreukmaker die wist of redelijkerwijs kon weten dat hij handelde in strijd met intellectuele-eigendomsrechten, te gelasten een passende schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die als gevolg van de inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht is geleden. Bij de vaststelling van de schadevergoeding:
a) houden de bevoegde rechterlijke instanties rekening met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst 78 die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of
b) als alternatief voor punt a) kunnen de bevoegde rechterlijke instanties in voorkomend geval de schadevergoeding vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.
ARTIKEL 21.53
Gerechtskosten
Elke Partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties in voorkomend geval de bevoegdheid hebben aan het einde van civiele procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te gelasten dat de in het ongelijk gestelde partij jegens de in het gelijk gestelde partij wordt veroordeeld tot de betaling van de gerechtskosten en andere kosten waarin is voorzien krachtens het recht van die Partij.
ARTIKEL 21.54
Openbaarmaking van gerechtelijke uitspraken
Elke Partij zorgt ervoor dat haar rechterlijke instanties in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht de bekendmaking van de uitspraak kunnen gelasten, tenzij dit niet in verhouding staat tot de ernst van de inbreuk.
ARTIKEL 21.55
Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten
Elke Partij voorziet erin dat, ten minste met betrekking tot voorlopige maatregelen waarom wordt verzocht in civiele procedures over auteursrechten en naburige rechten, zolang het tegendeel niet is bewezen, er een vermoeden bestaat dat de persoon of de entiteit waarvan de naam op de gebruikelijke wijze als de auteur van of houder van een naburig recht op een werk of ander materiaal is aangeduid, de aangewezen houder van het recht op dat werk of materiaal is.
ARTIKEL 21.56
Bewustmaking van het publiek
De Partijen nemen de nodige maatregelen om het publiek bewustzijn inzake de bescherming van intellectuele eigendom te vergroten, met inbegrip van educatieve en verspreidingsprojecten inzake het gebruik van intellectuele-eigendomsrechten en de handhaving daarvan.
ONDERAFDELING 2
HANDHAVING AAN DE GRENS
ARTIKEL 21.57
Overeenstemming met de GATT en de Trips-overeenkomst
Bij de uitvoering van maatregelen aan de grens ter handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door haar douaneautoriteiten, ongeacht of zij onder dit hoofdstuk vallen, zorgt elke Partij voor overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de GATT en de Trips-overeenkomst, met name met artikel V van de GATT en artikel 41 en deel III, afdeling 4, van de Trips-overeenkomst.
ARTIKEL 21.58
Maatregelen aan de grens
1. Met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, worden door elke Partij procedures vastgesteld of gehandhaafd volgens welke de houder van een recht bij de douaneautoriteiten een aanvraag kan indienen tot schorsing van de vrijgave van of tot vasthouding van goederen waarvan wordt vermoed dat zij opzettelijke namaak van merken of inbreuk op auteursrechten en naburige rechten op commerciële schaal opleveren of inbreuk maken op geografische aanduidingen (hierna “verdachte goederen” genoemd).
2. De Partijen zijn niet verplicht de procedures van deze onderafdeling toe te passen op goederen in doorvoer.
3. Elke Partij moedigt het gebruik van elektronische systemen voor het beheer van de ingewilligde of geregistreerde aanvragen door de douaneautoriteiten aan.
4. Elke Partij ziet erop toe dat de douaneautoriteiten de verzoeker binnen een redelijke termijn ervan in kennis stellen of zij zijn verzoek hebben ingewilligd of geregistreerd.
5. Elke Partij zorgt ervoor dat een dergelijke aanvraag of registratie van toepassing is op meerdere zendingen indien dit is toegestaan volgens de bepalingen van de wetgeving van de Partij.
6. Elke Partij kan bepalen dat haar douaneautoriteiten de bevoegdheid hebben om, met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, op eigen initiatief de vrijgave van verdachte goederen op te schorten of verdachte goederen vast te houden.
7. Elke Partij zorgt ervoor dat de douaneautoriteiten risicoanalyse kunnen gebruiken om verdachte goederen te identificeren.
8. Elke Partij kan beschikken over administratieve of gerechtelijke procedures, in overeenstemming met de wetgeving van de Partij, die de vernietiging van verdachte goederen mogelijk maken, indien de betrokken personen de vernietiging ervan aanvaarden of zich daar niet tegen verzetten. Indien dergelijke goederen niet worden vernietigd, zorgt elke Partij ervoor dat zij op zodanige wijze aan het verkeer worden onttrokken dat nadeel voor de houder van het recht wordt vermeden.
9. De Partijen zijn niet verplicht om dit artikel toe te passen op de invoer van goederen die in een ander land in de handel zijn gebracht door of met toestemming van de houders van het recht. Een Partij kan goederen van niet-commerciële aard die zich in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, van de toepassing van dit artikel uitsluiten.
10. De Partijen zien erop toe dat de douaneautoriteiten van elke Partij een regelmatige dialoog aangaan en de samenwerking bevorderen met de desbetreffende belanghebbenden en met andere instanties die betrokken zijn bij de handhaving van de in lid 1 bedoelde intellectuele-eigendomsrechten.
11. De Partijen werken samen met betrekking tot de internationale handel in verdachte goederen, en met name om informatie over die handel uit te wisselen.
12. Onverminderd andere vormen van samenwerking is bijlage 12-A van toepassing op inbreuken op de wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten waarvan de handhaving overeenkomstig dit artikel onder de bevoegdheid van de douaneautoriteiten valt.
AFDELING D
SLOTBEPALINGEN
ARTIKEL 21.59
Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten heeft, naast de in de artikelen 2.4, 9.9 en 21.39 genoemde taken, de volgende taken:
a) het uitwisselen van informatie:
i) over het rechtskader met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten en de regels om die te beschermen en te handhaven; en
ii) verband houdend met het publiek domein op het grondgebied van de Partijen; en
b) het uitwisselen van ervaringen over:
i) vooruitgang op wetgevingsgebied;
ii) de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten; en
iii) de handhaving op centraal en subcentraal niveau door de douane, de politie en administratieve en gerechtelijke instanties.
ARTIKEL 21.60
Samenwerking
1. Om de uitvoering van dit hoofdstuk te vergemakkelijken, werken de Partijen samen:
a) in het Subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten;
b) in internationale fora;
c) via verschillende agentschappen; of
d) voor zover dit anderszins passend wordt geacht.
2. De gebieden waarop wordt samengewerkt omvatten de volgende activiteiten:
a) coördinatie ter voorkoming van de uitvoer van nagemaakte goederen, ook met andere landen;
b) technische bijstand, capaciteitsopbouw en uitwisseling en opleiding van personeel;
c) de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en de verspreiding van informatie in dat verband, onder meer in het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld;
d) voorlichting van consumenten en houders van een recht, en uitbreiding van institutionele samenwerking, met name tussen bureaus voor intellectuele eigendom;
e) actieve voorlichting aan en scholing van het grote publiek over het beleid inzake intellectuele-eigendomsrechten;
f) contacten met kmo’s, onder meer tijdens op kmo’s gerichte evenementen of bijeenkomsten, met betrekking tot het gebruik, de bescherming en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;
g) de toepassing van het VBD en aanverwante instrumenten en de nationale kaders voor toegang tot genetische rijkdommen en de bijbehorende traditionele kennis, innovaties en praktijken; en
h) facilitering van vrijwillige initiatieven van belanghebbenden om inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten terug te dringen, ook via het internet en op andere marktplaatsen.
HOOFDSTUK 22
KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN
ARTIKEL 22.1
Algemene beginselen
1. De Partijen erkennen dat kmo’s een aanzienlijke bijdrage leveren aan handel, economische groei, werkgelegenheid en innovatie. De Partijen bevestigen hun voornemen om de groei en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen door hen beter in staat te stellen deel te nemen aan en te profiteren van de kansen die deze overeenkomst biedt.
2. De Partijen erkennen dat het belangrijk is niet-tarifaire belemmeringen die een onevenredige last vormen voor kleine en middelgrote ondernemingen, te verminderen. Zij erkennen ook dat deze overeenkomst naast de bepalingen van dit hoofdstuk ook bepalingen bevat die tot doel hebben de samenwerking tussen de Partijen te verbeteren met betrekking tot kwesties die van belang zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen of die anderszins bijzonder gunstig kunnen zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen.
ARTIKEL 22.2
Informatie-uitwisseling
1. Elke partij creëert of behoudt haar eigen publiekelijk toegankelijke website met informatie over dit deel van de overeenkomst, waaronder:
a) de tekst van dit deel van de overeenkomst, inclusief alle bijlagen, tarieflijsten en productspecifieke oorsprongsregels;
b) een samenvatting van dit deel van de overeenkomst; en
c) op kleine en middelgrote ondernemingen toegesneden informatie met:
i) een beschrijving van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst die de Partij van belang acht voor kleine en middelgrote ondernemingen; en
ii) eventuele extra informatie die de Partij nuttig acht voor kleine en middelgrote ondernemingen die de door dit deel van de overeenkomst geboden kansen willen aangrijpen.
2. Elke Partij neemt in de in lid 1 bedoelde website links op naar:
a) de overeenkomstige website van de andere Partij;
b) de websites van haar eigen overheidsinstanties en andere relevante entiteiten die volgens de Partij nuttige informatie zouden verschaffen aan personen die geïnteresseerd zijn in handel, investeringen of andere vormen van zakendoen op het grondgebied van die Partij, met inbegrip van beschikbare informatie over:
i) tarieven van meestbegunstigingsrechten en preferentiële douanerechten en -contingenten, oorsprongsregels en douane- of andere vergoedingen die aan de grens worden opgelegd;
ii) de douaneregelgeving en procedures voor invoer, uitvoer en doorvoer, alsook andere daarvoor vereiste formulieren en documenten;
iii) de regelgeving en de procedures inzake intellectuele-eigendomsrechten;
iv) technische voorschriften, met inbegrip van, waar nodig, verplichte conformiteitsbeoordelingsprocedures;
v) links naar de lijsten van conformiteitsbeoordelingsinstanties, zoals bedoeld in hoofdstuk 13;
vi) sanitaire en fytosanitaire maatregelen met betrekking tot de in- en uitvoer als bedoeld in hoofdstuk 14;
vii) overheidsopdrachten, transparantieregels en bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten, alsmede andere relevante bepalingen in hoofdstuk 20;
viii) de procedures voor de registratie van bedrijven; en
ix) andere informatie die de coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen nuttig achten voor kleine en middelgrote ondernemingen.
c) een databank die elektronisch doorzoekbaar is per code van de tariefnomenclatuur en die de in punt b), i), bedoelde informatie bevat, alsmede de volgende informatie:
i) accijnzen;
ii) belastingen (belasting over de toegevoegde waarde of omzetbelasting);
iii) andere tariefmaatregelen;
iv) uitstel of andere vormen van vrijstelling die leiden tot verlaging, terugbetaling of ontheffing van douanerechten;
v) criteria voor het bepalen van de douanewaarde van goederen;
vi) in voorkomend geval, voorschriften betreffende de aanduiding van het land van oorsprong, inclusief de plaats en de methode voor het aanbrengen daarvan;
vii) informatie die nodig is voor invoerprocedures; en
viii) informatie over niet-tarifaire maatregelen.
3. Elke ondertekenende Mercosur-staat stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat uiterlijk 3 (drie) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de in de leden 1 en 2 bedoelde websites en databank worden opgezet, met daarin zoveel mogelijk informatie over de toegang tot zijn markten.
4. Elke Partij actualiseert regelmatig, of op verzoek van de andere Partij, de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie en links.
5. Elke Partij waarborgt dat de in dit artikel bedoelde informatie aldus wordt gepresenteerd dat zij voor kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijk te gebruiken is. Elke Partij streeft ernaar de informatie zo mogelijk beschikbaar te stellen in het Engels.
6. Een Partij vraagt aan personen van een Partij geen vergoeding voor de toegang tot de op grond van de leden 1 en 2 verstrekte informatie.
ARTIKEL 22.3
Coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen
1. Elke Partij deelt via de coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen aan de andere Partij mee wie haar coördinator voor kleine en middelgrote ondernemingen is die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in dit artikel genoemde taken; ook van wijzigingen in de contactgegevens van haar coördinator voor kleine en middelgrote ondernemingen geeft zij op deze wijze kennis. De coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen:
a) stellen een werkplan op voor de uitvoering van de in dit artikel bedoelde taken;
b) voeren hun werkzaamheden uit via de door de coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen overeengekomen communicatiekanalen, zoals e-mail, fysieke vergaderingen, vergaderingen of communicatie per telefoonconferentie of videoconferentie, of communicatie met andere middelen; en
c) brengen op gezette tijden ter overweging door het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken verslag uit over hun activiteiten.
2. De coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen hebben tot taak:
a) erop toe te zien dat bij de uitvoering van dit deel van de overeenkomst rekening wordt gehouden met de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen;
b) de uitvoering van artikel 22.2, nauwlettend te volgen om ervoor te zorgen dat deze bepaling actueel en relevant blijft voor kleine en middelgrote ondernemingen;
c) aanvullende informatie aan te bevelen die kan worden opgenomen op de websites van de Partijen als bedoeld in artikel 22.2;
d) samen te werken en informatie uit te wisselen zodat kleine en middelgrote ondernemingen van de Europese Unie en van de Mercosur kunnen gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheden die dit deel van de overeenkomst biedt om de handel en investeringen te vergroten;
e) zich te buigen over alle aangelegenheden die relevant zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen in verband met de uitvoering van dit deel van de overeenkomst:
f) in voorkomend geval deel te nemen aan de werkzaamheden van de krachtens artikel 9.9 opgerichte subcomités, wanneer die subcomités aangelegenheden bestuderen die van belang zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen;
g) informatie uit te wisselen om het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bij te staan bij het toezicht op en de uitvoering van dit deel van de overeenkomst met betrekking tot kmo’s; en
h) alle andere aangelegenheden in verband met kleine en middelgrote ondernemingen in het kader van dit deel van de overeenkomst in overweging te nemen.
3. De coördinatoren voor kleine en middelgrote ondernemingen kunnen bij het verrichten van hun activiteiten samenwerken met deskundigen en met externe organisaties, naar gelang van het geval.
ARTIKEL 22.4
Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Geen van de Partijen kan voor geschillen die in het kader van dit hoofdstuk ontstaan, een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin hoofdstuk 29 voorziet.
HOOFDSTUK 23
MEDEDINGING
ARTIKEL 23.1
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
a) “mededingingverstorende praktijken”: alle in het mededingingsrecht van een Partij omschreven gedragingen of handelingen waaraan sancties zijn opgelegd;
b) "mededingingsautoriteit":
i) wat de Europese Unie betreft, de Europese Commissie, alsmede
ii) voor de Mercosur, de bevoegde autoriteiten van elk van de ondertekenende Mercosur-staten;
c) “mededingingswetgeving”:
i) voor de Europese Unie: de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen 79 en de uitvoeringsverordeningen met betrekking tot die artikelen en die verordening 80 , en
ii) voor de Mercosur, het mededingingsrecht van elk van de ondertekenende Mercosur-staten en de respectieve uitvoeringsverordeningen;
d) “concentraties van ondernemingen”: elke transactie of handeling als omschreven in het mededingingsrecht van een Partij, alsmede
e) “handhavend optreden” de toepassing van het mededingingsrecht bij wege van een onderzoek of procedure, gevoerd door de mededingingsautoriteiten van een Partij.
ARTIKEL 23.2
Beginselen
1. De Partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. De Partijen erkennen dat mededingingverstorende praktijken en concentraties van ondernemingen die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze belemmeren, de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.
2. Onverenigbaar met dit deel van de overeenkomst zijn, voor zover de handel tussen de Partijen daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:
a) overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen ondernemingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst in de zin van het respectieve mededingingsrecht van elke Partij 81 ;
b) misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie in de zin van de respectieve mededingingswetgeving van elke Partij, alsmede
c) concentraties van ondernemingen die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze belemmeren, zoals gedefinieerd in de respectieve mededingingswetgeving van elke Partij.
3. De Partijen erkennen dat het belangrijk is het mededingingsrecht op transparante, tijdige en niet-discriminerende wijze toe te passen, met inachtneming van de beginselen van procedurele billijkheid ten aanzien van alle belanghebbenden, met inbegrip van het recht van verdediging van de onderzochte partijen.
ARTIKEL 23.3
Uitvoering
1. Elke Partij stelt uitgebreide mededingingswetgeving vast of handhaaft deze, die de in artikel 23.2, lid 2, bedoelde mededingingverstorende praktijken en concentraties van ondernemingen doeltreffend aanpakt en de beginselen van artikel 23.2, lid 3, eerbiedigt. Elke partij richt mededingingsautoriteiten op of houdt deze in stand, die zijn aangewezen en naar behoren zijn uitgerust voor de transparante en doeltreffende uitvoering van hun mededingingsrecht.
2. De mededingingsautoriteiten van elke Partij wijzen een contactpunt aan en stellen elkaar daarvan in kennis. De contactpunten kunnen communiceren en informatie uitwisselen met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 23.5, 23.6 en 23.7.
ARTIKEL 23.4
Overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend
1. Niets in dit hoofdstuk belet een Partij overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan overeenkomstig hun respectieve wetgeving exclusieve of bijzondere voorrechten of monopolies zijn toegekend, aan te wijzen of in stand te houden.
2. De in lid 1 bedoelde entiteiten zijn onderworpen aan het mededingingsrecht, mits de toepassing daarvan de vervulling, in feite of in rechte, van de hun door een Partij opgedragen bijzondere taken van algemeen belang niet verhindert.
ARTIKEL 23.5
Uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie en samenwerking op het gebied van handhaving
1. Om de doeltreffende toepassing van het mededingingsrecht van elke Partij te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten niet-vertrouwelijke informatie uitwisselen.
2. De mededingingsautoriteit van de ene Partij kan de mededingingsautoriteit van de andere Partij verzoeken medewerking te verlenen met betrekking tot handhavingsactiviteiten. Deze samenwerking belet de Partijen niet om autonome besluiten te nemen.
3. Een Partij is niet verplicht informatie te verstrekken aan de andere Partij op grond van dit artikel. Niettegenstaande de vorige zin kan een Partij, indien zij op grond van dit artikel informatie aan de andere Partij verstrekt, verlangen dat die informatie wordt gebruikt onder de voorwaarden die zij bepaalt.
ARTIKEL 23.6
Overleg
1. Een mededingingsautoriteit van een Partij kan om overleg met een mededingingsautoriteit van de andere Partij verzoeken indien zij van oordeel is dat haar belangen wezenlijk en nadelig worden geschaad door:
a) mededingingverstorende praktijken die worden of zijn gepleegd door een of meer ondernemingen die zich op het grondgebied van de andere Partij bevinden;
b) concentraties van ondernemingen als bedoeld in artikel 23.2, lid 2, of
c) de handhavingsactiviteiten van de mededingingsautoriteit van de andere Partij.
2. Het aangaan van het in lid 1 bedoelde overleg doet geen afbreuk aan eventuele maatregelen van een mededingingsautoriteit van een Partij op grond van haar mededingingsrecht of aan de autonomie van haar besluitvorming.
3. Een overeenkomstig lid 1 geraadpleegde mededingingsautoriteit kan alle corrigerende maatregelen nemen die zij passend acht, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving en onverminderd haar discretionaire bevoegdheid om het mededingingsrecht te handhaven.
ARTIKEL 23.7
Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Geen van de Partijen kan voor geschillen die in het kader van dit hoofdstuk ontstaan, een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin hoofdstuk 29 voorziet.
HOOFDSTUK 24
SUBSIDIES
ARTIKEL 24.1
Beginselen
Elke partij kan subsidies verlenen indien deze noodzakelijk zijn om een doelstelling van overheidsbeleid te verwezenlijken. De Partijen erkennen evenwel dat bepaalde subsidies de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.
ARTIKEL 24.2
Samenwerking
1. De Partijen erkennen de noodzaak van samenwerking, zowel op multilateraal als op regionaal niveau, teneinde:
a) te zoeken naar doeltreffende manieren om hun standpunten en voorstellen met betrekking tot subsidies in het kader van de WTO te coördineren;
b) na te gaan hoe de transparantie met betrekking tot subsidies kan worden verbeterd, alsmede
c) informatie uit te wisselen over de werking van hun subsidiecontrolesystemen.
2. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan nadenken over manieren om het inzicht van de Partijen in de gevolgen van subsidiëring voor de handel verder te verbeteren.
3. De Partijen evalueren de werking van hun samenwerking uiterlijk 3 (drie) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen. De Partijen plegen onderling overleg over manieren om hun samenwerking te verbeteren, in het licht van de opgedane ervaring en eventuele initiatieven op het gebied van subsidieregels die in het kader van de WTO zijn ontwikkeld.
4. De details van deze samenwerking kunnen in een administratieve overeenkomst worden vastgelegd.
HOOFDSTUK 25
STAATSONDERNEMINGEN EN ONDERNEMINGEN WAARAAN EXCLUSIEVE OF BIJZONDERE VOORRECHTEN ZIJN TOEGEKEND
ARTIKEL 25.1
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
a) “commerciële activiteiten”: activiteiten die een onderneming verricht om winst te maken, met als eindresultaat de productie van een goed of de verlening van een dienst die op de relevante markt zal worden verkocht in hoeveelheden en tegen prijzen die door de onderneming worden bepaald 82 ;
b) “commerciële overwegingen”: prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, vervoer en andere voorwaarden van aankoop of verkoop, of andere factoren waarmee normaal rekening zou worden gehouden bij de commerciële beslissingen van een particuliere onderneming die in de relevante sector of industrie werkt volgens de beginselen van de markteconomie;
c) “onderneming waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend”: een openbare of particuliere onderneming, met inbegrip van een dochteronderneming, waaraan een Partij formeel of de facto exclusieve of bijzondere voorrechten heeft toegekend;
d) “exclusieve of bijzondere voorrechten”: rechten of voorrechten die door een Partij worden toegekend aan één enkele onderneming of aan een beperkt aantal ondernemingen die een vergunning hebben om een goed of een dienst te leveren, die niet worden toegekend op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria, rekening houdend met de specifieke sectorale regelgeving op grond waarvan het recht of voorrecht is toegekend, waardoor het vermogen van een andere onderneming om hetzelfde goed of dezelfde dienst in hetzelfde geografische gebied onder in wezen gelijkwaardige voorwaarden te leveren, aanzienlijk wordt aangetast 83 ;
e) “dienst die wordt verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: een dienst die wordt verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag zoals gedefinieerd in artikel I, lid 3, punt c), van de GATS en, indien van toepassing, artikel 1, punten b), c) en d), van de bijlage betreffende financiële diensten bij de GATS, alsmede
f) “overheidsonderneming”: een onderneming die eigendom is van of onder zeggenschap staat van een Partij 84 .
ARTIKEL 25.2
Werkingssfeer
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op overheidsondernemingen en ondernemingen die commerciële activiteiten verrichten waaraan een Partij formeel of in feite exclusieve of bijzondere voorrechten heeft toegekend. Indien een onderneming commerciële en niet-commerciële activiteiten combineert, vallen alleen haar commerciële activiteiten onder dit hoofdstuk.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op opdrachten van een Partij aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of gebruik bij de productie of de levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop, ongeacht of die opdrachten onder deze overeenkomst vallende opdrachten zijn in de zin van artikel 20.3.
3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op een dienst die wordt verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag.
4. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op overheidsondernemingen of ondernemingen waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend, indien in een van de 3 (drie) voorgaande opeenvolgende belastingjaren de jaarlijkse inkomsten uit de onder dit hoofdstuk vallende commerciële activiteiten van de betrokken onderneming minder dan 200 (tweehonderd) miljoen bijzondere trekkingsrechten bedroegen.
5. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de commerciële activiteiten van overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend met betrekking tot sectoren of subsectoren waarvoor geen specifieke verbintenissen zijn aangegaan overeenkomstig de aanhangsels 25-A-1 en 25-A-2 of voor sectoren of subsectoren waarvoor specifieke verbintenissen zijn aangegaan overeenkomstig de aanhangsels 25-A-1 en 25-A-2, voor zover die beperkingen en de daarin vastgestelde voorwaarden gelden.
6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op staatsbedrijven in de defensiesector.
7. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op staatsbedrijven of ondernemingen waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend als bedoeld in de aanhangsels 25-A-1 en 25-A-2. Artikel 25.4 is niet van toepassing op staatsbedrijven die zijn opgenomen in aanhangsel 25-A-1.
ARTIKEL 25.3
Algemene bepalingen
1. Elke partij bevestigt haar rechten en verplichtingen uit hoofde van artikel XVII van de GATT 1994, het Memorandum van Overeenstemming inzake de interpretatie van artikel XVII van de GATT 1994 en artikel VIII van de GATS.
2. Niets in dit hoofdstuk belet een Partij overheidsondernemingen op te richten of in stand te houden, monopolies aan te wijzen of in stand te houden of ondernemingen exclusieve of bijzondere voorrechten te verlenen.
ARTIKEL 25.4
Commerciële overwegingen
1. Elke Partij ziet erop toe dat haar overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend, wanneer zij commerciële activiteiten ontplooien op het grondgebied van een Partij, bij de aankoop of verkoop van goederen of diensten in overeenstemming met commerciële overwegingen handelen, behalve om hun overheidsmandaat of -doel 85 te vervullen zoals bepaald in de wetgeving van een Partij.
2. Lid 1 belet deze ondernemingen niet om:
a) goederen of diensten te kopen of te verstrekken op verschillende voorwaarden, ook wat betreft prijs, indien die verschillende voorwaarden berusten op commerciële overwegingen, of
b) weigert goederen of diensten aan te kopen of aan te bieden, mits die weigering berust op commerciële overwegingen.
ARTIKEL 25.5
Transparantie
1. Een Partij die redenen heeft om aan te nemen dat haar belangen worden geschaad door de commerciële activiteiten van een overheidsonderneming of van een onderneming waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten van de andere Partij zijn toegekend, kan de andere Partij verzoeken schriftelijk informatie te verstrekken over de commerciële activiteiten van die onderneming waarop de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn. De aangezochte Partij verstrekt, voor zover mogelijk, tijdig een antwoord.
2. In de in lid 1 bedoelde verzoeken om informatie worden de betrokken onderneming, goederen, diensten en markten vermeld en wordt aangegeven welke belangen in het kader van dit hoofdstuk volgens de verzoekende Partij nadelig zijn beïnvloed.
ARTIKEL 25.6
Samenwerking
De Partijen werken samen door:
a) de mogelijkheid te onderzoeken om aanvullende verbintenissen aan te gaan ten aanzien van overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan exclusieve of bijzondere voorrechten zijn toegekend, alsmede
b) uitwisseling van ervaringen met de ontwikkeling van beste praktijken op het gebied van corporate governance van overheidsondernemingen.
ARTIKEL 25.7
Wijziging van bijlage 25-A
Bijlage 25-A wordt door de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken 5 (vijf) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geëvalueerd om na te gaan of het mogelijk is aanvullende verbintenissen aan te gaan. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan indien nodig een besluit tot wijziging van bijlage 25-A vaststellen.
HOOFDSTUK 26
HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING
ARTIKEL 26.1
Doelstellingen en toepassingsgebied
1. Dit hoofdstuk heeft tot doel de integratie van duurzame ontwikkeling in de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de Partijen te bevorderen, met name door beginselen en maatregelen vast te stellen met betrekking tot de arbeids 86 - en milieuaspecten van duurzame ontwikkeling die specifiek relevant zijn in een context van handel en investeringen.
2. De Partijen herinneren aan de Agenda 21 over milieu en ontwikkeling, aangenomen tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties inzake milieu en ontwikkeling, gehouden in Rio de Janeiro van 3 tot en met 14 juni 1992, en aan de Verklaring van Rio de Janeiro inzake milieu en ontwikkeling van 1992, de Verklaring van Johannesburg inzake duurzame ontwikkeling en het Uitvoeringsplan van Johannesburg van de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van 2002, de Ministeriële verklaring van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties inzake het creëren van een omgeving op nationaal en internationaal niveau die bevorderlijk is voor het genereren van volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor allen en de gevolgen daarvan voor duurzame ontwikkeling van 2006, de Verklaring van de IAO over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering, en het slotdocument van de Conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling van 2012 met de titel “De toekomst die wij wensen”, en de SDG’s van de Agenda 2030.
3. De Partijen erkennen dat de economische, sociale en milieudimensies van duurzame ontwikkeling nauw samenhangen en elkaar wederzijds versterken, en bevestigen hun verbintenis om de ontwikkeling van de internationale handel te bevorderen op een wijze die bijdraagt aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling, voor het welzijn van de huidige en toekomstige generaties.
4. In overeenstemming met de in lid 2 genoemde instrumenten bevorderen de Partijen duurzame ontwikkeling door middel van:
a) de ontwikkeling van handels- en economische betrekkingen op een wijze die bijdraagt tot de verwezenlijking van de SDG’s en hun respectieve arbeids- en milieunormen en -doelstellingen ondersteunt in een context van handelsbetrekkingen die vrij, open en transparant zijn en die de multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, eerbiedigen;
b) de naleving van hun multilaterale verbintenissen op het gebied van arbeid en milieu; en
c) nauwere samenwerking en beter inzicht in hun respectieve handelsgerelateerde beleidsvormen en maatregelen op het gebied van arbeid en milieu, rekening houdend met de verschillende nationale realiteiten, capaciteiten, behoeften en ontwikkelingsniveaus, en met inachtneming van het nationale beleid en de nationale prioriteiten.
5. De Partijen erkennen de verschillen in hun ontwikkelingsniveau en komen overeen dat dit hoofdstuk een op gemeenschappelijke waarden en belangen gebaseerde coöperatieve aanpak behelst.
ARTIKEL 26.2
Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus
1. De Partijen erkennen het recht van elke Partij om haar beleid en prioriteiten op het gebied van duurzame ontwikkeling te bepalen, om de niveaus van binnenlandse milieu- en arbeidsbescherming vast te stellen die zij passend acht, en om haar wet- en regelgeving en beleidsmaatregelen vast te stellen of te wijzigen. Dergelijke niveaus, wet- en regelgeving en beleidsmaatregelen zijn in overeenstemming met de verbintenis van de Partij op grond van de internationale overeenkomsten en arbeidsnormen als bedoeld in de artikelen 26.4 en 26.5.
2. Elke Partij streeft ernaar haar relevante wet- en regelgeving en beleid te verbeteren om een hoog en doeltreffend niveau van milieu- en arbeidsbescherming te waarborgen.
3. Een Partij mag de in haar milieu- of arbeidswetgeving of -regelgeving geboden beschermingsniveaus niet afzwakken om handel of investeringen aan te moedigen.
4. Een Partij ziet niet af van toepassing van of wijkt niet af van, of biedt niet aan af te zien van toepassing van of af te wijken van, haar milieu- of arbeidswetgeving of om handel en investeringen aan te moedigen.
5. Een Partij doet, om handel of investeringen aan te moedigen, geen afbreuk aan de daadwerkelijke handhaving van haar milieu- en arbeidswetgeving en -regelgeving door een onafgebroken of herhaald handelen of nalaten.
6. Een Partij past haar wet- en regelgeving inzake milieu en arbeid niet toe op een wijze die een verkapte beperking van de handel of een ongerechtvaardigde of willekeurige discriminatie zou vormen.
ARTIKEL 26.3
Transparantie
1. Elke Partij zorgt er overeenkomstig hoofdstuk 27 voor dat de ontwikkeling, vaststelling en uitvoering van het volgende op transparante wijze gebeuren, waarbij bewustmaking wordt gewaarborgd en inspraak van het publiek wordt aangemoedigd, in overeenstemming met haar regels en procedures:
a) maatregelen ter bescherming van het milieu en de arbeidsomstandigheden die van invloed kunnen zijn op de handel of investeringen; en
b) handels- of investeringsmaatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden.
ARTIKEL 26.4
Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten
1. De Partijen bevestigen de waarde van een grotere beleidscoherentie inzake fatsoenlijk werk, met inbegrip van de fundamentele arbeidsnormen en een hoog niveau van arbeidsbescherming, in combinatie met een doeltreffende handhaving dienaangaande, en erkennen de positieve impact die deze aandachtsgebieden kunnen hebben op de economische efficiëntie, innovatie en productiviteit, met inbegrip van uitvoerprestaties. In dit verband erkennen zij tevens het belang van de sociale dialoog inzake arbeidsaangelegenheden tussen werkgevers en werknemers en hun respectieve organisaties en overheden, en verbinden zij zich ertoe deze dialoog te bevorderen.
2. De Partijen herbevestigen dat zij zich inspannen om de ontwikkeling van de internationale handel zodanig te bevorderen dat deze leidt tot fatsoenlijk werk voor allen, met inbegrip van vrouwen en jongeren. In dit verband bevestigt elke Partij dat zij zich inspant om de IAO-verdragen en -protocollen die door de ondertekenende Mercosur-staten en door de lidstaten van de Europese Unie zijn geratificeerd en door de IAO als actueel zijn aangemerkt, te bevorderen en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen.
3. Overeenkomstig het Statuut van de IAO en de Verklaring van de IAO over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk en de follow-up daarvan, aangenomen te Genève op 18 juni 1998 (hierna “IAO-verklaring over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk” genoemd), neemt elke Partij de volgende internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals vastgelegd in de fundamentele IAO-Verdragen, in acht, bevordert ze en geeft daaraan op doeltreffende wijze uitvoering:
a) de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve arbeidsovereenkomsten;
b) de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid;
c) de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid; en
d) de uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep.
4. Elke Partij blijft zich blijven inspannen voor de ratificatie van de fundamentele IAO-verdragen, -protocollen en andere relevante IAO-verdragen waarbij zij nog geen partij is en die door de IAO als actueel zijn aangemerkt. De Partijen wisselen regelmatig informatie uit over hun respectieve vooruitgang op dat gebied.
5. De Partijen herinneren eraan dat een van de doelstellingen van de Agenda 2030 de uitbanning van dwangarbeid is en onderstrepen het belang van de ratificatie en effectieve toepassing van het Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid.
6. De Partijen zullen elkaar waar nodig raadplegen en samenwerken bij handelsgerelateerde arbeidsvraagstukken van wederzijds belang, onder andere in het kader van de IAO.
7. Herinnerend aan de IAO-verklaring over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk en de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering, merken de Partijen op dat de schending van fundamentele beginselen en rechten op het werk niet kan worden aangevoerd of anderszins gebruikt als een legitiem comparatief voordeel en dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden.
8. Elke Partij bevordert fatsoenlijk werk zoals bepaald in de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering. Elke Partij besteedt bijzondere aandacht aan:
a) het ontwikkelen en aanscherpen van maatregelen voor de veiligheid en gezondheid op het werk, met inbegrip van compensatie in geval van beroepsgebonden letsel of ziekte, zoals gedefinieerd in de desbetreffende IAO-verdragen en andere internationale verbintenissen;
b) behoorlijke arbeidsvoorwaarden voor iedereen, onder meer wat loon en inkomen, werktijden en overige arbeidsvoorwaarden betreft;
c) arbeidsinspectie, met name door de effectieve toepassing van de relevante IAO-normen inzake arbeidsinspecties; en
d) gelijke behandeling met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van die voor migrerende werknemers.
9. Elke Partij zorgt ervoor dat administratieve en gerechtelijke procedures beschikbaar en toegankelijk zijn om doeltreffende maatregelen te kunnen nemen tegen inbreuken op de in dit hoofdstuk bedoelde arbeidsrechten.
ARTIKEL 26.5
Multilaterale milieuovereenkomsten
1. De Partijen erkennen dat het milieu een van de drie dimensies van duurzame ontwikkeling is — economisch, sociaal en ecologisch — en dat deze drie op evenwichtige en geïntegreerde wijze moeten worden aangepakt. De Partijen erkennen ook de bijdrage die handel kan leveren aan duurzame ontwikkeling.
2. De Partijen erkennen het belang van de Milieuvergadering van de Verenigde Naties van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (hierna “UNEP” genoemd) en van multilaterale overeenkomsten op milieugebied (hierna “ multilaterale milieuovereenkomsten” genoemd) als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieu-uitdagingen, en zij benadrukken de noodzaak de wederzijdse ondersteuning van handels- en milieubeleid te versterken.
3. Elke Partij bevestigt haar verbintenis om multilaterale milieuovereenkomsten, protocollen en wijzigingen daarvan waarbij zij partij is, te bevorderen en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen.
4. De Partijen wisselen regelmatig informatie uit over hun respectieve vooruitgang met betrekking tot de ratificatie van multilaterale milieuovereenkomsten, met inbegrip van hun protocollen en wijzigingen.
5. De Partijen zullen elkaar waar nodig raadplegen en samenwerken bij handelsgerelateerde milieuvraagstukken van wederzijds belang in het kader van multilaterale milieuovereenkomsten.
6. De Partijen erkennen hun recht om met betrekking tot milieumaatregelen een beroep te doen op artikel 28.2.
7. Niets in deze overeenkomst belet een Partij maatregelen vast te stellen of te handhaven ter uitvoering van de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij is, indien dergelijke maatregelen in overeenstemming zijn met artikel 26.2, lid 6.
ARTIKEL 26.6
Handel en klimaatverandering
1. De Partijen erkennen dat het belangrijk is dat de uiteindelijke doelstelling van het UNFCCC wordt nagestreefd om de dringende dreiging van klimaatverandering aan te pakken, en erkennen de rol die handel daarbij speelt.
2. Overeenkomstig lid 1 zal elke Partij:
a) het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs, die op grond daarvan is gesloten, daadwerkelijk ten uitvoer te leggen; en
b) overeenkomstig artikel 2 van de Overeenkomst van Parijs de positieve bijdrage bevorderen die de handel levert aan een traject naar broeikasgasarme en klimaatbestendige ontwikkeling en aan het vergroten van het vermogen om zich aan te passen aan de negatieve gevolgen van klimaatverandering op een wijze die de voedselproductie niet in gevaar brengt.
3. De Partijen werken, waar passend, samen op het gebied van handelsgerelateerde klimaatveranderingskwesties, zowel bilateraal, regionaal als in internationale fora, met name het UNFCCC.
ARTIKEL 26.7
Handel en biodiversiteit
1. De Partijen erkennen het belang van het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit overeenkomstig het Verdrag inzake biologische diversiteit, gedaan te Rio de Janeiro op 5 juni 1992, de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, ondertekend te Washington D. C. op 3 maart 1973 (hierna “Cites” genoemd), het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en de in het kader daarvan vastgestelde besluiten, en de rol die de handel kan spelen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van die verdragen en die overeenkomst.
2. Overeenkomstig lid 1 zal elke Partij:
a) de toepassing van de Cites bevorderen als instrument voor de instandhouding en het duurzame gebruik van de biodiversiteit, onder meer door de opneming in de aanhangsels van de Cites van dier- en plantensoorten waarvan de staat van instandhouding bedreigd wordt geacht als gevolg van de internationale handel;
b) doeltreffende maatregelen ten uitvoer leggen die leiden tot een vermindering van de illegale handel in wilde dieren en planten, in overeenstemming met de internationale overeenkomsten waarbij zij partij is;
c) de handel aanmoedigen in producten op basis van natuurlijke hulpbronnen die zijn verkregen door duurzaam gebruik van biologische hulpbronnen of die bijdragen tot het behoud van de biodiversiteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving; en
d) een eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen bevorderen en, in voorkomend geval, maatregelen voor toegang tot die rijkdommen en voorafgaande geïnformeerde toestemming.
3. De Partijen wisselen ook informatie uit over initiatieven en goede praktijken op het gebied van de handel in op natuurlijke hulpbronnen gebaseerde producten met het oog op de instandhouding van de biologische diversiteit, en werken in voorkomend geval bilateraal, regionaal en in internationale fora samen over kwesties die onder dit artikel vallen.
ARTIKEL 26.8
Handel en duurzaam bosbeheer
1. De Partijen erkennen het belang van duurzaam bosbeheer en de rol van handel bij het nastreven van deze doelstelling en van het herstel van bossen met het oog op instandhouding en duurzaam gebruik.
2. Overeenkomstig lid 1 zal elke Partij:
a) de handel stimuleren in producten uit duurzaam beheerde bossen die zijn geoogst of gekapt in overeenstemming met de wet- en regelgeving van het land waar de oogst of houtkap heeft plaatsgevonden;
b) in voorkomend geval en met hun voorafgaande geïnformeerde toestemming, de inschakeling van bosgebaseerde lokale gemeenschappen en inheemse volkeren in duurzame toeleveringsketens van hout en niet-houtproducten bevorderen, als middel om hun bestaansmiddelen te verbeteren en het behoud en het duurzame gebruik van bossen te bevorderen;
c) maatregelen ter bestrijding van illegale houtkap en de daarmee verband houdende handel toepassen;
d) informatie uitwisselen over handelsgerelateerde initiatieven op het gebied van duurzaam bosbeheer, governance in de bosbouw en de instandhouding van de bosbedekking, en samenwerken teneinde het effect en de wederzijdse ondersteuning van hun respectieve beleid van wederzijds belang te maximaliseren; en
e) in voorkomend geval bilateraal, regionaal en in internationale fora samenwerken op het gebied van handel en de instandhouding van bosbedekking en duurzaam bosbeheer, in overeenstemming met de Agenda 2030.
ARTIKEL 26.9
Handel en duurzaam beheer van visserij en aquacultuur
1. De Partijen erkennen het belang van de instandhouding en het duurzame beheer van mariene biologische rijkdommen en mariene ecosystemen, en van het bevorderen van een verantwoorde en duurzame aquacultuur, alsmede de rol die handel speelt bij het nastreven van die doelstellingen alsook van de bevordering van een verantwoorde en duurzame aquacultuur, en de rol van handel bij het nastreven van deze doelstellingen, en hun gezamenlijke inzet voor de verwezenlijking van SDG 14 van de Agenda 2030, met name de subdoelstellingen 4 en 6.
2. Overeenkomstig lid 1 en op een wijze die in overeenstemming is met haar internationale verbintenissen zal elke Partij:
a) uitvoering geven aan instandhoudings- en beheersmaatregelen op lange termijn en de duurzame exploitatie van mariene biologische rijkdommen overeenkomstig het internationaal recht zoals verankerd in het Unclos en andere relevante instrumenten van de Verenigde Naties en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (hierna “FAO” genoemd) waarbij zij partij is;
b) handelen in overeenstemming met de beginselen van de bij Resolutie 4/95 van 31 oktober 1995 aangenomen Gedragscode van de FAO voor een verantwoorde visserij (hierna “de FAO-gedragscode voor een verantwoorde visserij” genoemd);
c) deelnemen aan en actief samenwerken binnen de regionale organisaties voor visserijbeheer en andere relevante internationale fora waarvan zij lid, waarnemer of samenwerkende niet-verdragsluitende partij is, met het oog op goed visserijbeheer en duurzame visserij, onder meer via maatregelen voor doeltreffende controle, monitoring en handhaving van beheer en, indien van toepassing, de uitvoering van vangstdocumentatie- of certificeringsregelingen;
d) overeenkomstig haar internationale verbintenissen alomvattende, doeltreffende en transparante maatregelen toepassen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, en producten die niet aan die maatregelen voldoen, uitsluiten van de internationale handel, en daartoe samenwerken, onder meer door de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken;
e) werken aan de coördinatie van de maatregelen die nodig zijn voor de instandhouding en het duurzame gebruik van grensoverschrijdende visbestanden in gebieden van gemeenschappelijk belang; en
f) de ontwikkeling van een duurzame en verantwoorde aquacultuur bevorderen, met inachtneming van de economische, sociale en milieuaspecten ervan, overeenkomstig de uitvoering van de doelstellingen en beginselen die zijn opgenomen in de FAO-gedragscode voor een verantwoorde visserij.
ARTIKEL 26.10
Wetenschappelijke en technische informatie
1. Bij het vaststellen of toepassen van maatregelen ter bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden die van invloed kunnen zijn op de handel of investeringen, ziet elke Partij erop toe dat de wetenschappelijke en technische gegevens waarop zij zijn gebaseerd, afkomstig zijn van erkende technische en wetenschappelijke instanties en dat de maatregelen gebaseerd zijn op relevante internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen, voor zover die bestaan.
2. In gevallen waarin de wetenschappelijk gegevens of informatie ontoereikend zijn of geen uitsluitsel geven, en er een risico bestaat van ernstige aantasting van het milieu of een risico voor de gezondheid en veiligheid op het werk op haar grondgebied, kan een Partij maatregelen nemen op basis van het voorzorgsbeginsel. Dergelijke maatregelen worden gebaseerd op beschikbare relevante informatie en worden periodiek geëvalueerd. De Partij die dergelijke maatregelen vaststelt, streeft ernaar nieuwe of aanvullende wetenschappelijke informatie te verkrijgen die nodig is voor een meer overtuigende beoordeling en herziet deze maatregelen indien nodig.
3. Indien een overeenkomstig lid 2 vastgestelde maatregel gevolgen heeft voor de handel of investeringen, kan een Partij de Partij die de maatregel vaststelt verzoeken informatie te verstrekken waaruit blijkt dat de wetenschappelijke gegevens of informatie ontoereikend zijn of geen uitsluitsel geven met betrekking tot de aangelegenheid in kwestie en dat de vastgestelde maatregel strookt met haar eigen beschermingsniveau, en kan zij verzoeken om de aangelegenheid te bespreken in het in artikel 26.14 bedoelde Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling.
4. De in dit artikel bedoelde maatregelen mogen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel voor willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de internationale handel vormen.
ARTIKEL 26.11
Handel en verantwoord beheer van toeleveringsketens
1. De Partijen erkennen het belang van een verantwoord beheer van de toeleveringsketens door middel van verantwoord ondernemerschap en praktijken op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van internationaal overeengekomen richtsnoeren.
2. Overeenkomstig lid 1 zal elke Partij:
a) de verspreiding en het gebruik ondersteunen van relevante internationale instrumenten die zij heeft onderschreven of gesteund, zoals de tripartiete beginselverklaring van de IAO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid, die in november 1977 in Genève is aangenomen, het Global Compact van de Verenigde Naties, de leidende beginselen van de Verenigde Naties inzake bedrijfsleven en mensenrechten, die door de Mensenrechtenraad zijn bekrachtigd in resolutie 17/4 van 16 juni 2011 en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen: aanbevelingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen in een mondiale context, gehecht aan de verklaring van de OESO over internationale investeringen en multinationale ondernemingen, gedaan te Parijs op 21 juni 1976;
b) de vrijwillige toepassing door ondernemingen van maatschappelijk verantwoord ondernemen of verantwoorde bedrijfspraktijken bevorderen, in overeenstemming met de in punt a) bedoelde richtsnoeren en beginselen; en
c) zorgen voor een ondersteunend beleidskader voor de doeltreffende uitvoering van de in punt a) bedoelde beginselen en richtsnoeren.
3. De Partijen erkennen het nut van internationale sectorspecifieke richtsnoeren op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen of verantwoord ondernemerschap en bevorderen gezamenlijke werkzaamheden in dat verband. Wat betreft de OESO-richtsnoeren inzake de zorgvuldigheidseisen voor verantwoorde bevoorradingsketens van bodemschatten uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden alsmede de supplementen daarbij, bevorderen de Partijen die deze richtsnoeren naleven of ondersteunen ook de toepassing daarvan.
4. De Partijen wisselen informatie en beste praktijken uit en
werken in voorkomend geval samen op gebieden die onder dit artikel vallen, onder meer in relevante regionale en internationale fora.
ARTIKEL 26.12
Andere handels- en investeringsgerelateerde initiatieven ten behoeve van duurzame ontwikkeling
1. De Partijen bevestigen hun verbintenis om de bijdrage van handel en investeringen aan de doelstelling van in economisch, sociaal en ecologisch opzicht duurzame ontwikkeling te versterken.
2. Overeenkomstig lid 1 zullen de Partijen:
a) in overeenstemming met de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering de doelstellingen van de Agenda voor waardig werk bevorderen, waaronder het leefbare minimumloon, inclusieve sociale bescherming, gezondheid en veiligheid op het werk, en andere aspecten in verband met de arbeidsomstandigheden;
b) de handel en investeringen in goederen en diensten, alsmede de vrijwillige uitwisseling van praktijken en technologieën die bijdragen tot betere sociale en milieuomstandigheden aanmoedigen, met inbegrip van die welke van bijzonder belang zijn voor de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, op een wijze die in overeenstemming is met dit deel van de overeenkomst; en
c) in voorkomend geval bilateraal, regionaal en in internationale fora samenwerken met betrekking tot aangelegenheden die onder dit artikel vallen.
ARTIKEL 26.13
Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling
1. De Partijen erkennen het belang van samenwerking om de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken. Zij kunnen onder meer samenwerken op het gebied van:
a) arbeids- en milieuaspecten van handel en duurzame ontwikkeling in internationale fora, waaronder met name de WTO, de IAO, het UNEP, de UNCTAD, het politiek forum op hoog niveau voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en multilaterale milieuovereenkomsten;
b) het effect van de arbeids- en milieuwetgeving en -normen op handel en investeringen;
c) het effect van de handels- en investeringswetgeving op arbeid en het milieu; en
d) vrijwillige regelingen ter waarborging van duurzaamheid, zoals regelingen voor eerlijke en ethische handel en milieukeurmerken, door het delen van ervaringen en informatie over dergelijke regelingen.
2. Om de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken, kunnen de Partijen ook samenwerken op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van:
a) de uitvoering van de fundamentele, prioritaire en andere bijgewerkte IAO-Verdragen;
b) de Agenda voor waardig werk van de IAO, daaronder begrepen samenwerking op het gebied van het verband tussen handel en volledige en productieve werkgelegenheid, het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt, de fundamentele arbeidsnormen, waardig werk in de mondiale toeleveringsketens, sociale bescherming en sociale integratie, sociale dialoog, de ontwikkeling van vaardigheden en gelijke kansen voor mannen en vrouwen;
c) de uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten en steun voor elkaars deelname aan dergelijke multilaterale milieuovereenkomsten;
d) de dynamische internationale regeling inzake klimaatverandering in het kader van het UNFCCC, met name de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs;
e) het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, gedaan te Montreal op 16 september 1987, en eventuele wijzigingen daarvan die door de Partijen zijn geratificeerd, met name maatregelen ter beheersing van de productie en het verbruik van en de handel in ozonafbrekende stoffen en fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), en de bevordering van milieuvriendelijke alternatieven daarvoor, en maatregelen ter bestrijding van de illegale handel in stoffen die onder dat protocol vallen;
f) maatschappelijk verantwoord ondernemen, verantwoord ondernemerschap, verantwoord beheer van mondiale toeleveringsketens en verantwoordingsplicht, onder meer met betrekking tot de toepassing, de follow-up en de verspreiding van desbetreffende internationale instrumenten;
g) de milieuvriendelijke verwerking van chemische stoffen en afval;
h) de instandhouding en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische hulpbronnen, onder meer door passende toegang tot die hulpbronnen, als bedoeld in artikel 26.7;
i) de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten, als bedoeld in artikel 26.7;
j) de bevordering van de instandhouding en het duurzame beheer van bossen, teneinde ontbossing en illegale houtkap te verminderen, als bedoeld in artikel 26.8;
k) particuliere en publieke initiatieven die bijdragen tot de doelstelling om ontbossing een halt toe te roepen, met inbegrip van initiatieven die productie en consumptie via toeleveringsketens met elkaar verbinden, in overeenstemming met de SDG’s 12 en 15 van de Agenda 2030;
l) de bevordering van duurzame visserijpraktijken en de handel in duurzaam beheerde visserijproducten, als bedoeld in artikel 26.9; en
m) initiatieven voor duurzame consumptie en productie die in overeenstemming zijn met SDG 12 van de Agenda 2030, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de circulaire economie en andere duurzame economische modellen die gericht zijn op het vergroten van de hulpbronnenefficiëntie en het verminderen van de afvalproductie.
ARTIKEL 26.14
Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling, en contactpunten
1. Het bij artikel 9.9, lid 4, ingestelde Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling heeft, naast de in de artikelen 2.4 en 9.9 genoemde taken, de volgende taken:
a) het vergemakkelijken en monitoren van de in het kader van dit hoofdstuk ondernomen samenwerkingsactiviteiten;
b) voert de in de artikelen 26.16 tot en met 26.18 bedoelde taken uit; en
c) het verrichten van de voorbereidende interne werkzaamheden die nodig zijn voor het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, onder meer met betrekking tot onderwerpen die zullen worden besproken met de in artikel 2.7 bedoelde interne adviesgroepen.
2. Het subcomité publiceert na elke vergadering een verslag.
3. Elke Partij wijst binnen haar administratie een contactpunt aan dat de communicatie en coördinatie tussen de Partijen moet vergemakkelijken voor alle aangelegenheden die verband houden met de uitvoering van dit hoofdstuk.
ARTIKEL 26.15
Geschillenbeslechting
1. De Partijen stellen door middel van dialoog, overleg, uitwisseling van informatie en samenwerking alles in het werk om eventuele onenigheid over de interpretatie of toepassing van dit hoofdstuk op te lossen.
2. De in de artikelen 26.16 en 26.17 vermelde termijnen kunnen in overleg tussen de Partijen worden verlengd.
3. Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen worden geteld in kalenderdagen vanaf de dag volgend op de handeling of het feit waarop zij betrekking hebben.
4. Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de Partijen bij een geschil in het kader van dit hoofdstuk de partijen zoals bepaald in artikel 29.3.
5. Geen van de Partijen kan voor geschillen die in het kader van dit hoofdstuk ontstaan, een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin hoofdstuk 29 voorziet.
ARTIKEL 26.16
Overleg
1. Een Partij kan om overleg met de andere Partij verzoeken over de interpretatie of toepassing van dit hoofdstuk, door bij het overeenkomstig artikel 26.14, lid 3, aangewezen contactpunt van de andere Partij een schriftelijk verzoek hiertoe in te dienen. In het verzoek wordt de aangelegenheid in kwestie duidelijk uiteengezet, met een korte samenvatting van de op dit hoofdstuk gebaseerde argumenten, inclusief een vermelding van de relevante bepalingen daarvan en een uiteenzetting van de wijze waarop de aangelegenheid de doelstellingen van dit hoofdstuk beïnvloedt, alsmede alle andere informatie die de Partij relevant acht. Het overleg begint onverwijld na de indiening van het verzoek om overleg door een Partij, en in elk geval uiterlijk 30 (dertig) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.
2. Het overleg vindt in persoon plaats of, indien de Partijen daarmee instemmen, per videoconferentie of met andere elektronische middelen. Indien het overleg in persoon wordt gevoerd, vindt dat plaats op het grondgebied van de Partij waaraan het verzoek is gericht, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
3. De Partijen treden in overleg teneinde een voor beide Partijen bevredigende oplossing voor de aangelegenheid te bereiken. In aangelegenheden die verband houden met de in dit hoofdstuk bedoelde multilaterale overeenkomsten houden de Partijen rekening met informatie van de IAO of van relevante organisaties of instanties die verantwoordelijk zijn voor door beide Partijen geratificeerde multilaterale milieuovereenkomsten, teneinde de samenhang tussen de werkzaamheden van de Partijen en deze organisaties te bevorderen. Indien relevant kunnen de Partijen overeenkomen advies in te winnen bij dergelijke organisaties of instanties of andere deskundigen of instanties die zij geschikt achten.
4. Indien een Partij van oordeel is dat de aangelegenheid verder moet worden besproken, kan zij schriftelijk verzoeken het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling bijeen te roepen en het overeenkomstig artikel 26.14, lid 3, aangewezen contactpunt daarvan in kennis stellen. Een dergelijk verzoek wordt niet eerder ingediend dan 60 (zestig) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 1 bedoelde verzoek. Het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling komt onverwijld bijeen en probeert een wederzijds bevredigende oplossing te vinden voor de kwestie.
5. Het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling houdt rekening met de standpunten ter zake van de in artikel 2.7 bedoelde interne adviesgroepen en met eventueel advies van deskundigen.
6. Alle besluiten van de Partijen worden openbaar gemaakt.
ARTIKEL 26.17
Deskundigenpanel
1. Indien binnen 120 (honderdtwintig) dagen na een verzoek om overleg uit hoofde van artikel 18.16 geen voor beide partijen bevredigende oplossing is gevonden, kan een Partij verzoeken om de instelling van een deskundigenpanel om de aangelegenheid te onderzoeken. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het overeenkomstig artikel 26.14, lid 3, aangewezen contactpunt van de andere Partij en vermeldt de redenen voor het verzoek om instelling van een deskundigenpanel, met inbegrip van een beschrijving van de maatregelen in kwestie en de relevante bepalingen van dit hoofdstuk die zij van toepassing acht.
2. Tenzij in dit artikel anders is bepaald, zijn de artikelen 29.9, 29.11, 29.12, 29.26 en 29.27, het reglement van orde in bijlage 29-A en de gedragscode in bijlage 29-B van toepassing.
3. Het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling stelt op zijn eerste bijeenkomst na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst van ten minste 15 (vijftien) personen op die bereid en in staat zijn om zitting te nemen in het deskundigenpanel. De lijst bestaat uit 3 (drie) deellijsten: 1 (één) door de EU voorgestelde deellijst, 1 (één) door de Mercosur voorgestelde deellijst en 1 (één) deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn. Elke Partij draagt ten minste 5 (vijf) personen voor haar eigen deellijst voor. De Partijen selecteren ook ten minste 5 (vijf) personen voor de lijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn. Het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling zorgt ervoor dat de lijst actueel blijft en dat het aantal deskundigen steeds ten minste 15 personen bedraagt.
4. De in lid 3 bedoelde personen beschikken over gespecialiseerde kennis of deskundigheid op gebieden die onder dit hoofdstuk vallen, waaronder arbeids-, milieu- of handelsrecht, of over de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten. Zij treden op persoonlijke titel op, zijn onafhankelijk, nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan met betrekking tot de onenigheid en zijn niet verbonden aan de regering van een van de Partijen. Zij voldoen ook aan bijlage 29-B.
5. Een deskundigenpanel bestaat uit 3 (drie) leden, tenzij de Partijen anders overeenkomen. De voorzitter komt van de deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn. Een deskundigenpanel wordt ingesteld volgens de procedures van artikel 21.9, leden 1 tot en met 4. De deskundigen worden geselecteerd uit de relevante personen op de in lid 3 van dit artikel bedoelde deellijsten, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van artikel 29.9, leden 2, 3 en 4.
6. Tenzij de Partijen binnen 7 (zeven) dagen na de datum van instelling van het deskundigenpanel, zoals gedefinieerd in artikel 29.9, lid 5, anders overeenkomen, luidt het mandaat als volgt:
“in het licht van de desbetreffende bepalingen van hoofdstuk 26 van de partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds, de aangelegenheid onderzoeken die is beschreven in het verzoek tot instelling van het deskundigenpanel, en overeenkomstig artikel 26.17 een verslag met aanbevelingen voor de beslechting van de aangelegenheid voorleggen”.
7. Met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met de naleving van de in dit hoofdstuk bedoelde multilaterale overeenkomsten, moeten de adviezen van deskundigen of de informatie waarom het deskundigenpanel overeenkomstig artikel 29.12 verzoekt, informatie en advies van de betrokken organen van de IAO of multilaterale milieuovereenkomsten omvatten. Alle in het kader van dit lid verkregen inlichtingen worden meegedeeld aan beide Partijen, die hierover opmerkingen kunnen indienen.
8. Het deskundigenpanel legt de bepalingen van dit hoofdstuk uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht.
9. Het deskundigenpanel legt aan de Partijen binnen 90 (negentig) dagen na de instelling van het deskundigenpanel een tussentijds verslag en uiterlijk 60 (zestig) dagen na het uitbrengen van het tussentijdse verslag een eindverslag voor. Deze verslagen vermelden de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de beweegredenen die aan de bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggen. Elk van de betrokken Partijen kan binnen 45 (vijfenveertig) dagen na de datum van het uitbrengen van het tussentijds verslag schriftelijke opmerkingen over het tussentijds verslag indienen bij het deskundigenpanel. Het deskundigenpanel kan het verslag naar aanleiding van deze schriftelijke opmerkingen wijzigen en, wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. Indien het van oordeel is dat de in dit lid vastgelegde termijnen niet kunnen worden gehaald, stelt de voorzitter van het deskundigenpanel de Partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag of eindverslag denkt te kunnen voorleggen.
10. De Partijen maken het eindverslag openbaar binnen 15 (vijftien) dagen na de datum waarop het door het deskundigenpanel is voorgelegd.
11. De Partijen bespreken, rekening houdend met het verslag en de aanbevelingen van het deskundigenpanel, welke passende maatregelen moeten worden getroffen. De verwerende Partij brengt haar interne adviesgroep als bedoeld in artikel 2.7 en de andere Partij uiterlijk 90 (negentig) dagen nadat het verslag openbaar is gemaakt, op de hoogte van haar besluiten over de acties of maatregelen die moeten worden uitgevoerd. Het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling houdt toezicht op de follow-up van het verslag van het deskundigenpanel en de aanbevelingen daarvan. De in artikel 2.7 bedoelde interne adviesgroep kan in dit verband opmerkingen indienen bij het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling.
ARTIKEL 26.18
Evaluatie
1. Om de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk te vergemakkelijken, bespreken de Partijen in de vergaderingen van het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling de effectieve uitvoering ervan, met inbegrip van een mogelijke herziening van de bepalingen ervan, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de opgedane ervaring, beleidsontwikkelingen in elke Partij, ontwikkelingen in internationale overeenkomsten en de standpunten van belanghebbenden.
2. Het Subcomité voor handel en duurzame ontwikkeling kan de Partijen aanbevelen de desbetreffende bepalingen van dit hoofdstuk aan te passen aan het resultaat van de in lid 1 bedoelde besprekingen.
HOOFDSTUK 27
TRANSPARANTIE
ARTIKEL 27.1
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a) “administratief besluit”: een besluit dat in een individueel geval gevolgen heeft voor de rechten en verplichtingen van een persoon, en betrekking heeft op een administratieve maatregel of het niet nemen van een administratieve maatregel of besluit als bepaald in de wet- en regelgeving van een Partij;
b) “belanghebbende”: iedere natuurlijke of rechtspersoon die door een maatregel van algemene strekking kan worden geraakt; en
c) “maatregel van algemene strekking”: een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, rechterlijke beslissing, procedure of administratieve beschikking van algemene strekking, die gevolgen kan hebben voor onder dit deel van de overeenkomst vallende aangelegenheden.
ARTIKEL 27 2
Doelstellingen
Elke Partij erkent het effect dat haar regelgevingsklimaat kan hebben op de handel en investeringen tussen de Partijen, en streeft ernaar een transparant en voorspelbaar regelgevingsklimaat en efficiënte procedures voor marktdeelnemers, met name kmo’s, te bevorderen overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
ARTIKEL 27.3
Publicatie
1. Elke Partij ziet erop toe dat een maatregel van algemene strekking met betrekking tot alle aangelegenheden die onder dit deel van de overeenkomst vallen:
a) snel en gemakkelijk gepubliceerd wordt via een officieel aangewezen medium en, indien dit haalbaar is, langs elektronische weg, of anderszins beschikbaar wordt gesteld op zodanige wijze dat ieder zich ermee vertrouwd kan maken;
b) een toelichting op het doel en de beweegredenen ervan bevat; en
c) voldoende tijd laat tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding ervan, behalve wanneer dit vanwege spoedeisendheid niet mogelijk is.
2. Voor zover mogelijk zal elke Partij bij de vaststelling of wijziging van belangrijke wet- of regelgeving van algemene strekking met betrekking tot aangelegenheden die onder dit deel van de overeenkomst vallen, in overeenstemming met haar respectieve regels en procedures:
a) vooraf het ontwerp van wet- of regelgeving of raadplegingsdocumenten met nadere gegevens over het doel van en de redenen voor die wet- of regelgeving publiceren;
b) belanghebbenden en de andere Partij een redelijke gelegenheid bieden om opmerkingen te maken over een dergelijk ontwerp van wet- of regelgeving of dergelijke raadplegingsdocumenten; en
c) ernaar streven rekening te houden met de over een dergelijk ontwerp van wet- of regelgeving of raadplegingsdocumenten ontvangen opmerkingen.
ARTIKEL 27.4
Verzoeken om informatie
1. Uiterlijk 3 (drie) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt elke Partij passende mechanismen in of handhaaft zij deze voor het ontvangen en beantwoorden van vragen van eenieder over voorgestelde of van kracht zijnde maatregelen van algemene strekking en de wijze waarop deze zouden worden toegepast op aangelegenheden die onder dit deel van de overeenkomst vallen.
2. Op verzoek van een Partij verstrekt de andere Partij onverwijld informatie en beantwoordt zij vragen met betrekking tot een maatregel van algemene strekking of een voorstel tot vaststelling of wijziging van een maatregel van algemene strekking met betrekking tot aangelegenheden die onder dit deel van de overeenkomst vallen en die volgens de verzoekende Partij van invloed kunnen zijn op de werking van dit deel van de overeenkomst.
ARTIKEL 27.5
Toepassing van maatregelen van algemene strekking
1. Elke Partij voert op objectieve, onpartijdige en redelijke wijze alle maatregelen van algemene strekking uit met betrekking tot alle aangelegenheden die onder dit deel van de overeenkomst vallen.
2. Wanneer een Partij in specifieke gevallen maatregelen van algemene strekking toepast op personen, goederen of diensten van de andere Partij:
a) streeft zij ernaar personen voor wie een administratieve procedure rechtstreeks gevolgen heeft 87 , tijdig en overeenkomstig haar wet- en regelgeving in kennis te stellen van de inleiding van een administratieve procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en een algemene beschrijving van het vraagstuk in kwestie; en
b) biedt zij die belanghebbenden een redelijke mogelijkheid om feiten en argumenten ter onderbouwing van hun standpunten naar voren te brengen voordat een definitief administratief besluit wordt vastgesteld, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dat toelaten.
ARTIKEL 27.6
Toetsing en beroep
1. Elke Partij voert rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties of procedures in, of handhaaft die, met het oog op een onverwijlde toetsing of beroep en, indien gerechtvaardigd, de correctie van een administratief besluit met betrekking tot aangelegenheden waarop dit deel van de overeenkomst van toepassing is. Elke Partij ziet erop toe dat haar toetsings- of beroepsprocedures op niet-discriminerende en onpartijdige wijze worden uitgevoerd door gerechten die onpartijdig zijn en onafhankelijk van de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving en die zijn samengesteld uit personen die geen materieel belang bij de uitkomst van de aangelegenheid hebben.
2. Elke Partij zorgt ervoor dat de Partijen bij de in lid 1 bedoelde procedures het recht krijgen op:
a) een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te staven of te verdedigen; en
b) een beslissing die is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de desbetreffende autoriteit samengestelde dossier.
3. Elke Partij zorgt ervoor dat de in lid 2, punt b), bedoelde beslissing, onder voorbehoud van beroep of verdere toetsing overeenkomstig haar wetgeving, wordt uitgevoerd door en maatgevend is voor de praktijk van de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving van het betrokken administratieve besluit.
ARTIKEL 27.7
Kwaliteit van de regelgeving, prestaties en goede regelgevingspraktijken
1. De Partijen erkennen de beginselen van goede regelgevingspraktijken en bevorderen de kwaliteit en prestaties van de regelgeving. De Partijen streven met name naar het volgende:
a) aanmoediging van het gebruik van effectbeoordelingen op regelgevingsgebied bij de ontwikkeling van belangrijke initiatieven; en
b) vaststelling of handhaving van procedures om de regelmatige evaluatie achteraf van maatregelen van algemeen belang te bevorderen.
2. De Partijen streven ernaar samen te werken in regionale en multilaterale fora en goede regelgevingspraktijken en transparantie met betrekking tot internationale handel en investeringen op de onder dit deel van de overeenkomst vallende gebieden te bevorderen.
ARTIKEL 27.8
Verhouding tot andere hoofdstukken
Dit hoofdstuk is van toepassing onverminderd specifieke regels in andere hoofdstukken van dit deel van de overeenkomst.
HOOFDSTUK 28
UITZONDERINGEN
ARTIKEL 28.1
Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen
Geen enkele bepaling in dit deel van de overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:
a) een Partij verplicht wordt gegevens te verstrekken of toegang tot gegevens te bieden waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen; of
b) een Partij belet wordt maatregelen te nemen die zij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen en die
i) verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met dergelijke handel en transacties in andere goederen en materialen, diensten en technologie en met economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;
ii) betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op stoffen waaruit die kunnen worden vervaardigd; of
iii) in tijden van oorlog of een andere crisissituatie in de internationale betrekkingen worden genomen; of
c) een Partij belet wordt maatregelen te nemen ter nakoming van haar internationale verplichtingen uit hoofde van het Handvest van de VN met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
ARTIKEL 28.2
Algemene uitzonderingen
1. Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen in dezelfde omstandigheden, of een verkapte beperking van de interne handel zouden vormen, wordt niets in de hoofdstukken 10, 12 en 25 uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een Partij van maatregelen bedoeld in artikel XX van de GATT 1994. Daartoe worden artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in dit deel van de overeenkomst opgenomen en maken zij daar integrerend deel van uit.
2. Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen in soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van de liberalisering van investeringen of de handel in diensten zouden vormen, wordt niets in hoofdstuk 18 en hoofdstuk 25 uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een Partij van maatregelen die:
a) noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde 88 ;
b) noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten;
c) betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne investeerders of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;
d) noodzakelijk zijn ter bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;
e) noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- of regelgeving die niet strijdig is met de bepalingen van dit deel van de overeenkomst, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:
i) het voorkomen van misleidende en frauduleuze praktijken 89 , of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;
ii) de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen; of
iii) veiligheid.
3. Niets in hoofdstuk 18 mag worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of handhaving van een maatregel waarmee uitvoering wordt gegeven aan een eis die door een gerecht, een administratief gerecht rechtbank of een mededingingsautoriteit is opgelegd of gehandhaafd om een inbreuk op de mededingingswetgeving en -regelgeving te verhelpen.
4. Voor alle duidelijkheid: de Partijen zijn het erover eens dat, voor zover dergelijke maatregelen anderszins onverenigbaar zijn met de bepalingen van de hoofdstukken 10, 12 en 25:
a) de in artikel XX, punt b), van de GATT 1994 bedoelde maatregelen de milieumaatregelen omvatten die noodzakelijk zijn om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen;
b) artikel XX, punt g), van de GATT 1994 van toepassing is op maatregelen voor de instandhouding van levende en niet-levende niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen; en
c) maatregelen ter uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten onder artikel XX, punt b) of g), van de GATT 1994 kunnen vallen.
5. Voordat een Partij maatregelen neemt overeenkomstig artikel XX, de punten i) en j), van de GATT 1994, verstrekt zij de andere Partij alle relevante informatie teneinde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Als binnen 30 (dertig) dagen na het verstrekken van die informatie geen overeenstemming wordt bereikt, kan de Partij de desbetreffende maatregelen toepassen. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden onmiddellijk handelen vereisen, kan de Partij die voornemens is de maatregelen te nemen, zonder voorafgaande kennisgeving de nodige maatregelen nemen om de omstandigheden het hoofd te bieden, en stelt zij de andere Partij daarvan onmiddellijk in kennis.
ARTIKEL 28.3
Belastingheffing
1. Dit deel van de overeenkomst laat de rechten en verplichtingen van de Europese Unie, haar lidstaten of de ondertekenende Mercosur-staten uit hoofde van belastingverdragen onverlet. In geval van strijdigheid tussen dit deel van de overeenkomst en een dergelijk belastingverdrag heeft het belastingverdrag voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.
2. Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden of een verkapte beperking van handel of investeringen vormen, wordt niets in dit deel van deze overeenkomst uitgelegd als beletsel voor het vaststellen, handhaven of toepassen door een Partij van maatregelen die erop gericht zijn directe belastingen 90 op billijke of doeltreffende wijze op te leggen of te innen en die:
a) onderscheid maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot waar zij ingezetene zijn of hun vestigingsplaats hebben of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd; of of
b) ernaar streven belastingontwijking of -ontduiking te voorkomen op grond van de bepalingen van belastingverdragen of de interne belastingwetgeving.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a) “vestigingsplaats”: de fiscale woonplaats; en
b) “belastingverdrag”: een verdrag inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of enige andere internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing en waarbij de Europese Unie of haar lidstaten of een ondertekenende Mercosur-staat partij zijn.
ARTIKEL 28.4
Openbaarmaking van informatie
1. Niets in dit deel van de overeenkomst kan zo worden uitgelegd dat een Partij verplicht wordt vertrouwelijke informatie beschikbaar te stellen waarvan openbaarmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, behalve wanneer een panel dergelijke vertrouwelijke informatie opvraagt in het kader van geschillenbeslechtingsprocedures uit hoofde van hoofdstuk 29. In dergelijke gevallen ziet het panel erop toe dat de vertrouwelijkheid volledig in acht wordt genomen.
2. Wanneer een Partij informatie verstrekt die zij ingevolge haar wet- en regelgeving als vertrouwelijk beschouwt, wordt die informatie door de andere Partij vertrouwelijk behandeld, tenzij de Partij die de informatie voorlegt anders beslist.
ARTIKEL 28.5
WTO-ontheffingen
Als een verplichting in dit deel van de overeenkomst in wezen gelijkwaardig is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-overeenkomst, wordt elke maatregel die is genomen in overeenstemming met een op grond van artikel IX, leden 3 en 4, van de WTO-overeenkomst vastgestelde ontheffing, geacht in overeenstemming te zijn met de in wezen gelijkwaardige bepaling in dit deel van de overeenkomst.
HOOFDSTUK 29
GESCHILLENBESLECHTING
AFDELING A
DOELSTELLING, DEFINITIES EN WERKINGSSFEER
ARTIKEL 29.1
Doelstelling
Het doel van dit hoofdstuk is de instelling van een doeltreffend en efficiënt mechanisme om:
a) geschillen tussen de Partijen over de interpretatie en toepassing van deel III van deze overeenkomst te vermijden en te beslechten, teneinde, indien mogelijk, tot een onderling overeengekomen oplossing te komen; en
b) in voorkomend geval het evenwicht tussen de bij deel III van deze overeenkomst verleende concessies te bewaren.
ARTIKEL 29.2
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 29-A, 29-B en 29-C wordt verstaan onder:
a) “adviseur”: een persoon die door een Partij is aangesteld om die Partij in verband met de arbitrageprocedure te adviseren of bij te staan;
b) “arbitragepanel”: een panel dat is ingesteld op grond van artikel 29.9;
c) “arbiter”: een persoon die lid is van een arbitragepanel;
d) “assistent”: een persoon die uit hoofde van het mandaat van een arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;
e) “kandidaat”: een persoon wiens naam voorkomt op de in artikel 29.8, lid 3, bedoelde lijst van arbiters en wiens selectie als lid van een overeenkomstig artikel 29.9 ingesteld arbitragepanel wordt overwogen;
f) “klagende Partij”: een Partij die verzoekt om de instelling van een arbitragepanel op grond van artikel 29.7;
g) “deskundige”: een persoon met gespecialiseerde en erkende kennis en ervaring op een bepaald gebied die door een arbitragepanel of bemiddelaar wordt verzocht advies uit te brengen, of wiens advies op dat gebied wordt voorgelegd aan of gevraagd door een van de Partijen;
h) “bemiddelaar”: een persoon die bemiddelt overeenkomstig artikel 29.6;
i) “vertegenwoordiger van een Partij”: een persoon in dienst van of aangewezen door een ministerie, een overheidsdienst of een ander overheidsorgaan van een Partij, die deze Partij met betrekking tot een geschil uit hoofde van dit hoofdstuk vertegenwoordigt; en
j) “personeel”: met betrekking tot een arbiter, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van die arbiter werkzaam zijn;
ARTIKEL 29.3
Partijen bij het geschil
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk kunnen de Europese Unie en de Mercosur of een of meer van de ondertekenende Mercosur-staten partij zijn bij een geschil. De partijen bij het geschil worden hierna “partij” of “partijen” genoemd.
2. De Europese Unie kan een geschillenbeslechtingsprocedure tegen de Mercosur inleiden met betrekking tot een maatregel die de Europese Unie of een of meer van haar lidstaten betreft, indien de betrokken maatregel een maatregel van de Mercosur is.
3. De Europese Unie kan een geschillenbeslechtingsprocedure tegen een of meer ondertekenende Mercosur-staten inleiden met betrekking tot een maatregel die de Europese Unie of een of meer van haar lidstaten betreft, indien de betrokken maatregel een maatregel van ondertekenende Mercosur-staten is.
4. De Mercosur kan een geschillenbeslechtingsprocedure tegen de Europese Unie inleiden met betrekking tot een maatregel die de Mercosur of alle ondertekenende Mercosur-staten betreft, indien de betrokken maatregel een maatregel van de Europese Unie 91 of van een of meer lidstaten van de Europese Unie is.
5. Een of meer ondertekenende Mercosur-staten kan of kunnen afzonderlijk een geschillenbeslechtingsprocedure tegen de Europese Unie inleiden met betrekking tot een maatregel die de betrokken ondertekenende Mercosur-staat of ondertekenende Mercosur-staten betreft, indien de maatregel een maatregel van de Europese Unie of van een of meer lidstaten van de Europese Unie is.
6. Indien meer dan één ondertekenende Mercosur-staat over dezelfde aangelegenheid een geschillenbeslechtingsprocedure tegen de Europese Unie inleidt, is artikel 9 van het DSU van overeenkomstige toepassing 92 .
ARTIKEL 29.4
Werkingssfeer
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op elk geschil:
a) betreffende de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deel III van deze overeenkomst (hierna “bestreken bepalingen” genoemd), tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald; of
b) betreffende de bewering van een partij dat een door de andere partij toegepaste maatregel het voordeel dat haar uit hoofde van de bestreken bepalingen toekomt, tenietdoet of wezenlijk vermindert op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt, ongeacht of deze maatregel in strijd is met de bepalingen van deel III van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
AFDELING B
OVERLEG EN BEMIDDELING
ARTIKEL 29.5
Overleg
1. De partijen streven ernaar geschillen over de vermeende niet-naleving van de bestreken bepalingen als bedoeld in artikel 29.4, punt a), of over de vermeende tenietdoening of wezenlijke vermindering als bedoeld in artikel 29.4, punt b), op te lossen door te goeder trouw overleg te plegen om tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. In dit verband zal extra aandacht worden besteed aan de specifieke uitdagingen van niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden.
2. Een partij verzoekt om overleg door middel van een schriftelijk verzoek aan de andere partij en aan het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, met opgave van de redenen voor het verzoek, inclusief de vermelding van de maatregel in kwestie en, in het geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), de bestreken bepalingen die zij van toepassing acht en die de andere partij niet naleeft, of, in het geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), de voordelen die volgens haar als gevolg van de maatregel in kwestie zijn tenietgedaan of wezenlijk verminderd op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.
3. Het overleg vindt uiterlijk 15 (vijftien) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek plaats en vindt, tenzij de partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de partij die om overleg is verzocht. Het overleg wordt uiterlijk 30 (dertig) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Het overleg, en in het bijzonder de tijdens het overleg door de partijen ingenomen standpunten, is vertrouwelijk en laat de rechten van een partij in latere procedures onverlet.
4. Overleg over dringende aangelegenheden, met inbegrip van die betreffende bederfelijke goederen of andere goederen of diensten die in korte tijd snel hun kwaliteit, actuele toestand of handelswaarde verliezen, vindt uiterlijk 15 (vijftien) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek plaats en wordt geacht binnen die 15 (vijftien) dagen te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten.
5. Tijdens het overleg verstrekt elke partij feitelijke informatie om een volledig onderzoek mogelijk te maken naar de wijze waarop de maatregel in kwestie, in het geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), van invloed kan zijn op de toepassing van deel III van deze overeenkomst of, in het geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), de voordelen die de verzoekende partij uit hoofde van deel III van deze overeenkomst toekomen, tenietdoet of wezenlijk vermindert op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.
6. Indien het overleg niet binnen de in de leden 3 of 4 gestelde termijn plaatsvindt, naargelang het geval, of indien het overleg wordt afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt, kan de partij die om het overleg heeft verzocht, om de instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 29.7 verzoeken.
7. Een verzoek om overleg over een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), doet geen afbreuk aan het recht van de verzoekende partij om gelijktijdig of later te verzoeken om overleg over een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), met betrekking tot dezelfde maatregel, en vice versa.
ARTIKEL 29.6
Bemiddeling
Een partij kan op grond van bijlage 29-C verzoeken om bemiddeling met betrekking tot maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloeden. De bemiddeling kan alleen met wederzijdse instemming van de partijen worden ingeleid.
AFDELING C
ARBITRAGE
ARTIKEL 29.7
Inleiding van een procedure voor het arbitragepanel
1. Indien de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil via overleg overeenkomstig artikel 29.5 op te lossen, of indien de klagende partij van mening is dat de verwerende partij een tijdens het overleg onderling overeengekomen oplossing niet heeft nageleefd, kan de klagende partij door middel van een schriftelijk verzoek aan de verwerende partij en aan het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken om de instelling van een arbitragepanel verzoeken.
2. De klagende partij vermeldt de redenen voor het verzoek, met inbegrip van een omschrijving van de maatregel in kwestie, en licht in het geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), op een wijze die duidelijk de rechtsgrondslag voor de klacht weergeeft toe hoe die maatregel een inbreuk op de bestreken bepalingen vormt, of, in het geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), hoe de maatregel in kwestie de voordelen die de klagende partij op grond van deel III van deze overeenkomst toekomen, tenietdoet of wezenlijk vermindert.
3. Een verzoek om instelling van een arbitragepanel over een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), doet geen afbreuk aan het recht van de klagende partij om gelijktijdig of later te verzoeken om instelling van een arbitragepanel over een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), met betrekking tot dezelfde maatregel, en vice versa.
4. Indien de klagende partij tegelijkertijd en met betrekking tot dezelfde maatregel om de instelling van een arbitragepanel heeft verzocht, zowel betreffende een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), als betreffende een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), wordt één arbitragepanel ingesteld dat voor beide geschillen één arbitrage verricht. In geval van latere arbitrages met betrekking tot dezelfde maatregel wordt de latere arbitrage zoveel mogelijk naar hetzelfde panel als het vorige geschil verwezen.
ARTIKEL 29.8
Aanwijzing van arbiters
1. De arbiters moeten over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel beschikken. Arbiters die geen onderdaan van een partij zijn, moeten jurist zijn.
2. De arbiters:
a) zijn onafhankelijk;
b) treden op persoonlijke titel op;
c) nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan en zijn niet verbonden aan een regering of overheidsorganisatie van een Partij bij deze overeenkomst; en
d) voldoen aan bijlage 29-B.
3. Het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken stelt uiterlijk 6 (zes) maanden na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van 32 (tweeëndertig) personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. Die lijst bestaat uit de volgende 3 (drie) deellijsten:
a) een deellijst van 12 (twaalf) personen die door de Europese Unie worden voorgedragen;
b) een deellijst van 12 (twaalf) personen die door de Mercosur worden voorgedragen; en
c) een deellijst van 8 (acht) door beide Partijen voorgedragen personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel zullen fungeren.
4. Het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken ziet erop toe dat de in lid 3 van dit artikel bedoelde lijst het vereiste aantal personen bevat. Het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan de lijst van arbiters wijzigen overeenkomstig artikel 25 van het reglement van orde in bijlage 29-A.
5. Indien bij de instelling van een specifiek arbitragepanel overeenkomstig artikel 29.9 de in lid 3 van dit artikel bedoelde lijst nog niet is opgesteld of, nadat deze is opgesteld, niet alle personen op een bepaalde deellijst in een geschil als arbiter kunnen optreden, wijst de medevoorzitter van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van de klagende partij de arbiters aan door loting overeenkomstig de artikelen 10, 26 en 28 tot en met 31 van het reglement van orde in bijlage 29-A.
ARTIKEL 29.9
Instelling van het arbitragepanel
1. Een arbitragepanel bestaat uit 3 (drie) arbiters.
2. Uiterlijk 10 (tien) dagen na de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek om instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 29.7, lid 1, plegen de partijen overleg om overeenstemming te bereiken over de samenstelling ervan 93 . De partijen kunnen bij de selectie van arbiters rekening houden met deskundigheid die relevant is voor het voorwerp van het geschil. Het arbitragepanel wordt altijd voorgezeten door een persoon die geen onderdaan is van een van de Partijen.
3. Indien binnen de in lid 2 van dit artikel gestelde termijn geen overeenstemming wordt bereikt over de samenstelling van het arbitragepanel, benoemt elke partij uiterlijk 10 (tien) dagen na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn een lid van het arbitragepanel uit de in artikel 29.8, lid 3, bedoelde deellijst van die partij. Indien een partij verzuimt binnen die termijn een arbiter te benoemen, wijst de medevoorzitter van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van de klagende partij of de door hem aangewezen persoon uiterlijk 5 (vijf) dagen na het verstrijken van de in de vorige zin bedoelde termijn de arbiter aan door loting uit de deellijst van die partij.
4. Tijdens de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn streven de partijen ernaar overeenstemming te bereiken over de voorzitter van het arbitragepanel. Indien zij het niet eens kunnen worden, verzoekt een van beide partijen de medevoorzitter van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van de klagende partij uiterlijk 5 (vijf) dagen na dat verzoek de voorzitter van het arbitragepanel aan te wijzen door loting uit de in artikel 29.8, lid 3, bedoelde deellijst.
5. De datum van instelling van het arbitragepanel is die waarop alle aangewezen arbiters de benoeming hebben aanvaard overeenkomstig het reglement van orde in bijlage 29-A.
6. Indien een partij van mening is dat een arbiter niet voldoet aan bijlage 29-B, zijn de procedures van bijlage 29-A van toepassing.
7. Indien een arbiter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen, wordt een nieuwe arbiter aangewezen overeenkomstig de selectieprocedures van dit artikel en het reglement van orde in bijlage 29-A. De arbitrageprocedure wordt gedurende die periode voor ten hoogste 25 (vijfentwintig) dagen geschorst.
8. De partijen aanvaarden het gezag van een overeenkomstig dit hoofdstuk ingesteld arbitragepanel als bindend, ipso facto en zonder dat een bijzondere overeenkomst nodig is.
ARTIKEL 29.10
Beslissing inzake spoedeisendheid
Op verzoek van een partij beslist het arbitragepanel binnen 10 (tien) dagen na de instelling ervan of de zaak dringend is.
ARTIKEL 29.11
Hoorzittingen
De hoorzittingen van het arbitragepanel staan open voor het publiek, tenzij de partijen bij het geschil anders besluiten. De hoorzittingen van het arbitragepanel worden geheel of gedeeltelijk gesloten voor het publiek wanneer de stukken of argumenten van een partij informatie bevatten die die partij als vertrouwelijk heeft aangemerkt.
ARTIKEL 29.12
Inlichtingen en technisch advies
1. Het arbitragepanel kan overeenkomstig bijlage 29-A het advies van deskundigen inwinnen of informatie inwinnen bij elke relevant geachte bron.
2. De adviezen van deskundigen en van elke relevante bron verkregen informatie zijn niet bindend.
3. De deskundigen moeten personen zijn met een goede professionele reputatie en moeten ervaring hebben op het betrokken gebied. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen.
4. Het arbitragepanel stelt voor de indiening van informatie of het verslag van de deskundigen een redelijke termijn vast.
5. Personen van de partijen kunnen onder de voorwaarden van bijlage 29-A als amicus curiae opmerkingen indienen bij de arbitragepanels. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de als amicus curiae ingediende opmerkingen de partijen bij het geschil niet onnodig belasten of de procedure van het arbitragepanel niet onnodig vertragen of bemoeilijken.
6. Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie wordt voor commentaar voorgelegd aan elk van de partijen.
ARTIKEL 29.13
Toepasselijk recht en interpretatieregels
1. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), beslecht het arbitragepanel het geschil overeenkomstig de bestreken bepalingen.
2. In alle in artikel 29.4 bedoelde geschillen legt het arbitragepanel de bestreken bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht. Bij de uitlegging van een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst die identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-overeenkomst, neemt het arbitragepanel alle relevante interpretaties die zijn vastgesteld in de uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO in aanmerking.
ARTIKEL 29.14
Arbitrale uitspraak
1. Uiterlijk 90 (negentig) dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel, legt het een tussentijds arbitrageverslag voor aan de partijen. Het tussentijds arbitrageverslag vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, in voorkomend geval de toepasselijkheid van de bestreken bepalingen, alsmede de beweegredenen die aan de bevindingen en aanbevelingen van het arbitragepanel ten grondslag liggen.
2. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat de in lid 1 bedoelde termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het arbitragepanel zijn tussentijds arbitrageverslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijds arbitrageverslag later dan 120 (honderdtwintig) dagen na de instelling van het arbitragepanel worden uitgebracht.
3. In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of andere goederen of diensten die in korte tijd snel hun kwaliteit, actuele toestand of handelswaarde verliezen betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijdse arbitrageverslag binnen 45 (vijfenveertig), maar in geen geval later dan 60 (zestig) dagen na de datum van zijn instelling uit te brengen.
4. Een partij kan het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse arbitrageverslag uiterlijk 14 (veertien) dagen na ontvangst ervan, of in dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, uiterlijk 7 (zeven) dagen na ontvangst ervan te herzien. Het arbitragepanel kan het tussentijds arbitrageverslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken.
5. Indien binnen de in lid 4 bedoelde termijn geen schriftelijk verzoek om herziening van bepaalde aspecten van het tussentijds arbitrageverslag wordt ingediend, wordt het tussentijdse arbitrageverslag de arbitrale uitspraak.
6. Het arbitragepanel doet zijn arbitrale uitspraak uiterlijk 120 (honderdtwintig) dagen na de instelling van het arbitragepanel toekomen aan de partijen en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Indien het arbitragepanel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken daarvan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging. In geen geval mag de arbitrale uitspraak later dan 150 (honderdvijftig) dagen na de instelling van het arbitragepanel worden uitgebracht.
7. In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of andere goederen of diensten die in korte tijd snel hun kwaliteit, actuele toestand of handelswaarde verliezen betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn arbitrale uitspraak niet later dan 60 (zestig) dagen na de datum van zijn instelling uit te brengen. In geen geval mag de arbitrale uitspraak later dan 75 (vijfenzeventig) dagen na die datum worden uitgebracht.
8. De arbitrale uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, in voorkomend geval de toepasselijkheid van de bestreken bepalingen, alsmede de beweegredenen die aan de bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggen. De arbitrale uitspraak bevat een toereikende analyse van de argumenten van de partijen en geeft een duidelijk antwoord op de vragen en opmerkingen van beide partijen, met inbegrip van die welke naar aanleiding van het tussentijdse arbitrageverslag zijn ingediend.
9. Het arbitragepanel verricht een objectieve beoordeling van de aan het arbitragepanel voorgelegde aangelegenheid, met inbegrip van een objectieve beoordeling van de feiten van de zaak en van de door beide partijen aangevoerde argumenten en bewijzen, en:
a) in geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), de toepasselijkheid van en de overeenstemming met de bestreken bepalingen; of
b) in geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), het bestaan van een tenietdoening of wezenlijke vermindering van enig voordeel dat de klagende partij uit hoofde van de bestreken bepalingen toekomt, op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.
10. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), en tenzij de partijen anders overeenkomen:
a) stelt het arbitragepanel vast of de maatregel in kwestie enig voordeel dat de klagende partij uit hoofde van de bestreken bepalingen toekomt, tenietdoet of wezenlijk vermindert op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt;
b) stelt het arbitragepanel in voorkomend geval de hoogte vast van de voordelen die de klagende partij uit hoofde van de bestreken bepalingen toekomen en die tenietgedaan of wezenlijk verminderd zijn op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt;
c) beveelt het arbitragepanel, indien het heeft vastgesteld dat de maatregel in kwestie enig voordeel dat de klagende partij uit hoofde van de bestreken bepalingen toekomt, tenietdoet of wezenlijk vermindert op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt, aan dat de verwerende partij een voor beide partijen bevredigende aanpassing aanbrengt; de verwerende partij is niet verplicht de maatregel in kwestie in te trekken; en
d) stelt het arbitragepanel in voorkomend geval en indien beide partijen daarom verzoeken, manieren en middelen voor om tot een voor beide partijen bevredigende aanpassing te komen, onder meer door middel van compensatie; die voorstellen zijn niet bindend voor de partijen.
11. Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Indien het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. De arbiters maken geen afwijkende of afzonderlijke oordelen bekend en eerbiedigen de vertrouwelijkheid van de stemming.
12. Het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken maakt de arbitrale uitspraak van het arbitragepanel in haar geheel openbaar, tenzij de partijen in onderlinge overeenstemming besluiten delen daarvan die vertrouwelijke informatie bevatten, niet openbaar te maken.
13. De arbitrale uitspraak is bindend voor de partijen vanaf de datum van uitspraak ervan en is niet vatbaar voor beroep.
14. De arbitrale uitspraak kan de rechten en verplichtingen waarin de bestreken bepalingen voorzien, niet aanvullen of beperken. De arbitrale uitspraak mag niet zodanig worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daardoor verplichtingen worden opgelegd aan personen.
15. De leden 2, 4, 6, 8 en 11 zijn van toepassing op de in de artikelen 29.18, 29.19, 29.20 en 29.21 bedoelde uitspraken van het arbitragepanel.
ARTIKEL 29.15
Terugtrekking, onderling overeengekomen oplossing of opschorting van een geschil
1. De klagende partij kan, met instemming van de verwerende partij, haar klacht intrekken voordat de arbitrale uitspraak is gedaan.
2. Indien de partijen te allen tijde vóór of na de arbitrale uitspraak tot een onderling overeengekomen oplossing komen, stellen beide partijen het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken daarvan schriftelijk in kennis.
3. Het arbitragepanel kan op verzoek van beide partijen te allen tijde voordat de arbitrale uitspraak is gedaan zijn werkzaamheden schorsen gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan 12 (twaalf) opeenvolgende maanden mag bedragen. Binnen die termijn hervat het arbitragepanel zijn werkzaamheden alleen op schriftelijk verzoek van beide partijen. Van het verzoek wordt kennis gegeven aan het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. De procedure wordt 20 (twintig) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek hervat vanaf het stadium waarin zij was geschorst. Indien de werkzaamheden van het arbitragepanel voor meer dan 12 (twaalf) maanden worden opgeschort, vervalt de bevoegdheid van het arbitragepanel, zonder dat dit afbreuk doet aan het recht van de klagende partij om op een later tijdstip voor hetzelfde onderwerp opnieuw om instelling van een arbitragepanel te verzoeken.
ARTIKEL 29.16
Verzoek om verduidelijkingen
Uiterlijk 10 (tien) dagen na ontvangst van de arbitrale uitspraak kan een partij bij het arbitragepanel, met de andere partij en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken in kopie, een schriftelijk verzoek indienen om verduidelijking van specifieke aspecten van bevindingen of aanbevelingen in de arbitrale uitspraak die de verzoekende partij dubbelzinnig acht. De andere partij bij het geschil kan uiterlijk 5 (vijf) dagen na ontvangst van het verzoek opmerkingen over dat verzoek indienen bij het arbitragepanel. Het arbitragepanel reageert uiterlijk 15 (vijftien) dagen na ontvangst van het verzoek om verduidelijking van de arbitrale uitspraak op dat verzoek. Verzoeken om verduidelijking worden niet gebruikt als middel om de arbitrale uitspraak te herzien.
ARTIKEL 29.17
Naleving van de arbitrale uitspraak
1. De verwerende partij neemt de nodige maatregelen om de arbitrale uitspraak onverwijld en te goeder trouw na te leven.
2. Indien het arbitragepanel concludeert dat de maatregel in kwestie enig voordeel dat de klagende partij uit hoofde van de bestreken bepalingen toekomt, tenietdoet of wezenlijk vermindert op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt, plegen de partijen overleg teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. De partijen streven ernaar voorrang te geven aan een oplossing die de toegang tot de markt daadwerkelijk vergroot door middel van maatregelen zoals de verlaging van tarieven of de opheffing van niet-tarifaire belemmeringen.
ARTIKEL 29.18
Redelijke termijn voor naleving
1. Indien het praktisch onmogelijk is om de arbitrale uitspraak onmiddellijk na te leven, beschikt de verwerende partij over een redelijke termijn om dit te doen. In dat geval stelt de verwerende partij de klagende partij en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken uiterlijk 30 (dertig) dagen na ontvangst van de arbitrale uitspraak in kennis van de duur van de redelijke termijn die zij nodig heeft om aan de uitspraak te voldoen.
2. Indien de partijen het niet eens zijn over de duur van de redelijke termijn voor naleving van de arbitrale uitspraak, verzoekt de klagende partij uiterlijk 20 (twintig) dagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1 door de verwerende partij, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk om de duur van de redelijke termijn vast te stellen. Dat verzoek wordt meegedeeld aan de andere partij en aan het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Uiterlijk 20 (twintig) dagen na de datum van indiening van het verzoek deelt het arbitragepanel de partijen en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken zijn besluit mee.
3. De verwerende partij stelt de klagende partij ten minste 1 (één) maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van haar vorderingen bij de naleving van de arbitrale uitspraak.
4. De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
ARTIKEL 29.19
Onderzoek van de maatregelen tot naleving van de arbitrale uitspraak
1. Vóór afloop van de in artikel 29.18 bedoelde redelijke termijn stelt de verwerende partij de andere partij en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken in kennis van alle maatregelen die zij heeft genomen om de arbitrale uitspraak na te leven.
2. Indien de partijen het oneens zijn over het bestaan of de conformiteit van de maatregel waarvan de verwerende partij overeenkomstig lid 1 kennis heeft gegeven met de arbitrale uitspraak of met de bestreken bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel verzoeken een beslissing over de zaak te nemen. In dat verzoek wordt vermeld om welke specifieke maatregel het gaat en wordt uitgelegd hoe die maatregel niet in overeenstemming is met de arbitrale uitspraak of onverenigbaar is met de bestreken bepalingen, zodat de rechtsgrondslag van de klacht duidelijk is. Het arbitragepanel doet zijn beslissing uiterlijk 45 (vijfenveertig) dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de partijen toekomen.
ARTIKEL 29.20
Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
1. Indien de verwerende partij niet binnen de overeenkomstig artikel 29.18 vastgestelde redelijke termijn kennis heeft gegeven van de maatregel die zij heeft genomen om de arbitrale uitspraak of de bestreken bepalingen na te leven, of indien het arbitragepanel overeenkomstig artikel 29.19, lid 2, beslist dat er geen maatregel is genomen om hieraan te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 29.19, lid 1, kennis is gegeven, onverenigbaar is met de arbitrale uitspraak of met de verplichtingen van de verwerende partij uit hoofde van de bestreken bepalingen, doet de verwerende partij, op verzoek van de klagende partij, een voorstel voor tijdelijke compensatie.
2. De klagende partij kan, na kennisgeving aan de verwerende partij en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, concessies of andere verplichtingen uit hoofde van de bestreken bepalingen schorsen indien:
a) de klagende partij besluit niet om een voorstel voor tijdelijke compensatie uit hoofde van lid 1 te verzoeken; of
b) een dergelijk verzoek is ingediend en er geen overeenstemming over compensatie is bereikt binnen 30 (dertig) dagen na:
i) het einde van de overeenkomstig artikel 29.18 vastgestelde redelijke termijn; of
ii) de arbitrale uitspraak overeenkomstig artikel 29.19, lid 2, waarin wordt vastgesteld dat er geen maatregel tot naleving is genomen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 29.19, lid 1, kennis is gegeven, onverenigbaar is met de arbitrale uitspraak of met de bestreken bepalingen.
3. De schorsing van concessies of andere verplichtingen gaat niet verder dan het niveau dat overeenkomt met de tenietdoening of vermindering als gevolg van het verzuim van de verwerende partij om de arbitrale uitspraak na te leven. De klagende partij stelt de andere partij 30 (dertig) dagen vóór de datum waarop de schorsing in werking treedt, in kennis van de concessies of andere verplichtingen die zij voornemens is te schorsen.
4. Wanneer een klagende partij overweegt welke concessies of andere verplichtingen moeten worden geschorst, moet zij eerst trachten concessies of andere verplichtingen te schorsen binnen de sector of sectoren die wordt of worden getroffen door de maatregel waarvan is vastgesteld dat zij niet in overeenstemming is met de bestreken bepalingen of dat zij de voordelen die de klagende partij uit hoofde van deel III van deze overeenkomst toekomen, heeft tenietgedaan of wezenlijk heeft verminderd op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.
5. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), kan de schorsing van concessies worden toegepast op andere sectoren dan de sector of sectoren waarvoor het arbitragepanel heeft vastgesteld dat voordelen zijn tenietgedaan of verminderd, met name indien die schorsing volgens de klagende partij doeltreffend is om aan te zetten tot naleving.
6. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), kan de klagende partij, indien zij meent dat de schorsing van concessies binnen de sector of sectoren die door de maatregel in kwestie ongunstig wordt of worden beïnvloed, niet uitvoerbaar of doeltreffend is, die schorsing toepassen op andere sectoren. In dat geval houdt de klagende partij rekening met:
a) de handel in de sector die door de maatregel in kwestie ongunstig wordt beïnvloed en het belang van die handel voor die partij;
b) de ruimere economische elementen in verband met de tenietdoening of wezenlijke vermindering; en
c) de ruimere economische gevolgen van de schorsing van concessies, met inbegrip van de vermenigvuldiging van tijdelijke corrigerende maatregelen in meerdere sectoren om rekening te houden met de uiteenlopende economische omvang van de betrokken sectoren.
7. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), blijft de klagende partij de verwerende partij in de sector waarop de betrokken corrigerende maatregelen van toepassing zijn, een behandeling verlenen die aanzienlijk gunstiger is dan de behandeling die zij vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan die partij verleende.
Wanneer een tijdelijke corrigerende maatregel wordt vastgesteld in de vorm van de schorsing van tariefconcessies, geeft de klagende partij met name voorrang aan goederen waarvoor de tarieven volledig zijn geliberaliseerd.
Voor goederen waarvoor tariefcontingenten gelden, worden tijdelijke corrigerende maatregelen op zodanige wijze toegepast dat ten minste 50 (vijftig) procent van het in bijlage 10-A vermelde contingent voor de verwerende partij onaangetast blijft en volledig toegankelijk blijft overeenkomstig de bepalingen van deel III van deze overeenkomst.
Voor goederen die onderworpen zijn aan gefaseerde liberalisering en waarvoor de afbouwperiode tot de volledige liberalisering langer is dan 11 (elf) jaar, mogen tijdelijke corrigerende maatregelen in de vorm van schorsing van tariefconcessies niet meer bedragen dan 50 (vijftig) procent van het verschil tussen, enerzijds, het op het relevante tijdstip geldende tarief in bijlage 10-A en, anderzijds, het door de schorsende partij toegepaste niet-preferentiële tarief, totdat de handel in de betrokken goederen volledig is geliberaliseerd.
8. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), waarbij een niet aan zee grenzend ontwikkelingsland betrokken is, overweegt de klagende partij welke verdere maatregelen zij zou kunnen nemen die passend zijn voor de omstandigheden van dat niet aan zee grenzende ontwikkelingsland, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de handel die wordt gedekt door de maatregelen waartegen een klacht is ingediend, maar ook met het effect van eventuele tijdelijke corrigerende maatregelen op de specifieke economische uitdagingen waarmee dat niet aan zee grenzende ontwikkelingsland wordt geconfronteerd.
9. Indien de verwerende partij meent dat het niveau van de schorsing van concessies of andere verplichtingen waarvan kennis is gegeven, hoger is dan het niveau dat overeenkomt met de tenietdoening of vermindering die het gevolg is van het verzuim van de verwerende partij om de arbitrale uitspraak na te leven, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken uitspraak te doen over de zaak. Een dergelijk verzoek wordt uiterlijk 30 (dertig) dagen na de datum van ontvangst van de in lid 2 bedoelde kennisgeving ter kennis gebracht van de klagende partij en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Binnen 10 (tien) dagen na ontvangst van het verzoek aan het arbitragepanel dient de klagende partij een document in met de methode die is gebruikt om het niveau van de schorsing van concessies of andere verplichtingen te berekenen. Het arbitragepanel doet uiterlijk 30 (dertig) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek uitspraak. Gedurende die periode schorst de klagende partij geen concessies of andere verplichtingen.
10. De schorsing van concessies of andere verplichtingen is tijdelijk en komt niet in de plaats van de doelstelling van volledige naleving van de arbitrale uitspraak en de bestreken bepalingen. Concessies of andere verplichtingen worden slechts geschorst totdat:
a) in geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt a), elke maatregel waarvan het arbitragepanel heeft vastgesteld dat deze onverenigbaar is met de bestreken bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd zodat de verwerende partij die bepalingen naleeft;
b) in geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), elke maatregel waarvan het arbitragepanel heeft vastgesteld dat zij een voordeel dat de klagende partij op grond van de bestreken bepalingen toekomt, tenietdoet of wezenlijk vermindert op een wijze die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloedt, is ingetrokken of gewijzigd zodat die tenietdoening of wezenlijke vermindering is weggenomen;
c) de partijen het erover eens zijn geworden dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 29.19, lid 1, kennis is gegeven de verwerende partij in overeenstemming brengt met de arbitrale uitspraak of de bestreken bepalingen; of
d) de Partijen op grond van artikel 29.24 tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen;
11. Niettegenstaande lid 1 kan compensatie in geval van een geschil als bedoeld in artikel 29.4, punt b), deel uitmaken van een voor beide partijen bevredigende aanpassing als definitieve regeling van het geschil.
ARTIKEL 29.21
Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen in geval van niet-naleving
1. De verwerende partij stelt de klagende partij en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken in kennis van elke maatregel tot naleving van de arbitrale uitspraak die zij heeft genomen na de schorsing van concessies of andere verplichtingen of na de toepassing van tijdelijke compensatie, al naargelang het geval. Met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen beëindigt de klagende partij de schorsing van concessies of andere verplichtingen uiterlijk 30 (dertig) dagen na de kennisgeving. Indien compensatie is toegepast, en met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen, kan de verwerende partij de toepassing van die compensatie beëindigen uiterlijk 30 (dertig) dagen nadat zij kennis heeft gegeven dat zij de arbitrale uitspraak naleeft.
2. Indien de partijen het niet eens zijn over de vraag of de maatregel waarvan kennis is gegeven de verwerende partij in overeenstemming brengt met de arbitrale uitspraak of de bestreken bepalingen, kan een van de partijen uiterlijk 30 (dertig) dagen na de kennisgeving van de maatregel het arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dat verzoek wordt meegedeeld aan de andere partij en aan het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Uiterlijk 45 (vijfenveertig) dagen na ontvangst van het verzoek deelt het arbitragepanel de partijen en het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken zijn besluit mee. Indien het arbitragepanel van oordeel is dat de genomen nalevingsmaatregel in overeenstemming is met de arbitrale uitspraak en de bestreken bepalingen, wordt de schorsing van concessies of andere verplichtingen of de compensatie, al naargelang het geval, beëindigd. In voorkomend geval past de klagende partij het niveau van de schorsing van concessies of andere verplichtingen aan tot het door het arbitragepanel bepaalde niveau.
3. De schorsing van concessies of andere verplichtingen of de compensatie, al naargelang het geval, wordt eveneens beëindigd indien bij het arbitragepanel geen verzoek overeenkomstig lid 2 wordt ingediend.
ARTIKEL 29.22
Bijlagen
1. De bijlagen 29-A, 29-B en 29-C maken integrerend deel uit van dit hoofdstuk.
2. Geschillen in het kader van dit hoofdstuk worden behandeld overeenkomstig de bijlagen 29-A en 29-B.
3. Het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan de bijlagen 29-A en 29-B wijzigen.
AFDELING D
ALGEMENE BEPALINGEN
ARTIKEL 29.23
Forumkeuze
1. Geschillen met betrekking tot dezelfde aangelegenheid die voortvloeien uit de bestreken bepalingen en uit de WTO-overeenkomst of uit een andere overeenkomst waarbij de betrokken partijen partij zijn, kunnen naar keuze van de klagende partij worden beslecht op grond van dit hoofdstuk, het DSU of de geschillenbeslechtingsprocedures van die andere overeenkomst.
2. Voor de toepassing van dit artikel:
a) worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het DSU een verzoek om instelling van een arbitragepanel indient;
b) worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens enige andere overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig de bepalingen van die overeenkomst een verzoek om instelling van een panel of gerecht voor geschillenbeslechting indient; en
c) worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 29.7 een verzoek tot instelling van een arbitragepanel indient.
3. Wanneer de Europese Unie of de Mercosur of een of meer ondertekenende Mercosur-staten uit hoofde van artikel 6 van het DSU of krachtens de desbetreffende bepalingen van een andere overeenkomst waarbij de betrokken partijen partij zijn, hebben verzocht om de instelling van een panel, of overeenkomstig artikel 29.7 om de instelling van een arbitragepanel, kan die partij niettegenstaande lid 1 en behoudens lid 4, in geen van de andere fora een andere procedure over dezelfde aangelegenheid inleiden, behalve in gevallen waarin het bevoegde orgaan in het gekozen forum geen beslissing ten gronde heeft genomen om andere bevoegdheids- of procedurele redenen dan de beëindiging van de procedure na een verzoek tot intrekking of opschorting van de procedure.
4. Zodra de Mercosur op grond van artikel 29.7 om de instelling van een arbitragepanel heeft verzocht, leidt een ondertekenende Mercosur-staat in geen enkel ander forum een andere procedure over dezelfde aangelegenheid in. Zodra de Europese Unie op grond van artikel 29.7 om de instelling van een arbitragepanel tegen de Mercosur heeft verzocht, leidt de Europese Unie in geen enkel ander forum een andere procedure in tegen een of meer ondertekenende Mercosur-staten, indien de betwiste maatregel van die ondertekenende Mercosur-staat of -staten een maatregel is ter uitvoering van de betwiste maatregel van de Mercosur en de Europese Unie schending van een in wezen gelijkwaardige verplichting aanvoert.
5. Twee of meer geschillen hebben betrekking op dezelfde aangelegenheid wanneer dezelfde partijen bij het geschil betrokken zijn, zij dezelfde maatregel betreffen en zien op de vermeende schending van een in wezen gelijkwaardige verplichting 94 .
6. Onverminderd lid 3 belet niets in deze overeenkomst een Partij om de schorsing van verplichtingen die door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO of uit hoofde van de geschillenbeslechtingsprocedure van een andere internationale overeenkomst waarbij de Partijen bij het geschil partij zijn, is toegestaan, uit te voeren. Op de WTO-overeenkomst of de andere internationale overeenkomst tussen de partijen kan geen beroep worden gedaan om te beletten dat een Partij de verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk schorst.
ARTIKEL 29.24
Onderling overeengekomen oplossing
1. De partijen kunnen met betrekking tot een in artikel 29.4 bedoeld geschil te allen tijde tot een onderling overeengekomen oplossing komen. De partijen komen een termijn voor de tenuitvoerlegging van een dergelijke oplossing overeen.
2. Indien een onderling overeengekomen oplossing wordt gevonden tijdens de procedure bij het arbitragepanel, stellen de partijen de voorzitter van het arbitragepanel gezamenlijk in kennis van die oplossing. Na die kennisgeving wordt de procedure bij het arbitragepanel beëindigd.
3. Elke partij neemt de maatregelen die nodig zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijn ten uitvoer te leggen.
4. De oplossing kan worden goedgekeurd door middel van een besluit van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. De voltooiing van de tussen de partijen onderling overeengekomen oplossing kan afhankelijk zijn van de voltooiing van eventueel noodzakelijke interne procedures. Onderling overeengekomen oplossingen worden openbaar gemaakt zonder informatie die een partij als vertrouwelijk heeft aangemerkt.
5. De tenuitvoerleggende partij stelt de andere partij binnen de overeengekomen termijn schriftelijk in kennis van alle maatregelen die zij voor de tenuitvoerlegging van de onderling overeengekomen oplossing heeft getroffen.
ARTIKEL 29.25
Termijnen
1. Het arbitragepanel of de bemiddelaar kan de partijen te allen tijde voorstellen een in dit hoofdstuk vermelde termijn te wijzigen, met opgave van de redenen daarvoor.
2. Elke in dit hoofdstuk vermelde termijn kan in onderling overleg tussen de partijen worden gewijzigd.
ARTIKEL 29.26
Vertrouwelijkheid
De beraadslagingen van het arbitragepanel zijn vertrouwelijk. De informatie die door een partij aan het arbitragepanel is verstrekt en als vertrouwelijk is aangemerkt, wordt door het arbitragepanel en de partijen vertrouwelijk behandeld. Wanneer die partij bij het arbitragepanel een vertrouwelijke versie van haar schriftelijke stukken indient, verstrekt zij op verzoek van de andere partij tevens een niet-vertrouwelijke samenvatting van de in haar stukken vervatte informatie, die openbaar mag worden gemaakt.
ARTIKEL 29.27
Kosten
1. Elke partij draagt haar eigen kosten in verband met haar deelname aan een procedure bij het arbitragepanel of een bemiddelingsprocedure.
2. De partijen 95 dragen gezamenlijk en elk voor een gelijk deel de kosten in verband met organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de arbiters en de bemiddelaar overeenkomstig bijlage 29-A.
DEEL IV
SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK 30
SLOTBEPALINGEN
ARTIKEL 30.1
Inwerkingtreding
1. Deze overeenkomst treedt in werking tussen de EU-Partij en de Mercosur-Partij op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop zij elkaar schriftelijk in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun respectieve daartoe vereiste interne procedures.
2. Deze mededeling wordt gericht aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en de regering van de Republiek Paraguay, of de rechtsopvolgers daarvan, die de depositarissen van deze overeenkomst zijn.
ARTIKEL 30.2
Toepassing vóór inwerkingtreding
1. Deze overeenkomst kan voorlopig worden toegepast. Een dergelijke voorlopige toepassing kan plaatsvinden tussen, enerzijds, de Europese Unie en, anderzijds, de Mercosur en/of een of meer ondertekenende Mercosur-staten, overeenkomstig hun respectieve interne procedures.
2. De voorlopige toepassing van deze overeenkomst of delen daarvan gaat in op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop:
a) de Europese Unie kennis heeft gegeven van de voltooiing van haar interne procedures, met vermelding van de delen van deze overeenkomst die voorlopig zullen worden toegepast; en
b) de Mercosur en/of een of meer ondertekenende Mercosur-staten, naargelang het geval, na een kennisgeving door de Europese Unie kennis heeft gegeven van de voltooiing van zijn interne procedures of van de ratificatie van deze overeenkomst en zijn instemming heeft bevestigd om de door de Europese Unie voorgestelde delen van deze overeenkomst voorlopig toe te passen.
3. De kennisgevingen worden gericht aan de depositarissen van deze overeenkomst.
4. De Gezamenlijke Raad en andere krachtens deze overeenkomst opgerichte organen kunnen hun taken gedurende de voorlopige toepassing van deze overeenkomst of delen van deze overeenkomst uitoefenen. Besluiten die tijdens deze periode in het kader van de uitoefening van hun taken worden vastgesteld, zijn uitsluitend van toepassing tussen de Partijen die deze overeenkomst voorlopig toepassen en zijn niet langer van kracht tussen de Partij of Partijen die deze overeenkomst niet langer voorlopig toepast of toepassen en de overige Partij of Partijen.
5. Wanneer deze overeenkomst of sommige bepalingen van deze overeenkomst overeenkomstig dit artikel voorlopig worden toegepast, wordt elke verwijzing naar de datum van inwerkingtreding geacht betrekking te hebben op de datum met ingang waarvan de voorlopige toepassing plaatsvindt.
6. Wanneer deze overeenkomst of sommige bepalingen van deze overeenkomst overeenkomstig dit artikel voorlopig worden toegepast door de Europese Unie en een of meer ondertekenende Mercosur-staten, wordt elke verwijzing naar Mercosur geacht betrekking te hebben op die ondertekenende Mercosur-staat of -staten die ermee hebben ingestemd deze overeenkomst voorlopig toe te passen.
7. Wijzigingen van deze overeenkomst of delen daarvan kunnen ook voorlopig worden toegepast overeenkomstig dit artikel. Indien dergelijke wijzigingen worden aangenomen tijdens de voorlopige toepassing van deze overeenkomst, zijn zij op Mercosur en/of eventuele ondertekenende Mercosur-staten van toepassing zodra deze ermee instemmen de overeenkomst of delen daarvan voorlopig toe te passen overeenkomstig lid 2, en blijven zij geldig na de inwerkingtreding van de overeenkomst.
ARTIKEL 30.3
Verwijzingen naar wetten en andere overeenkomsten
1. Tenzij anders is bepaald, worden verwijzingen naar de wet- en regelgeving van een Partij geacht tevens betrekking te hebben op de wijzigingen daarvan.
2. Tenzij anders is bepaald, wordt elke verwijzing of opneming door middel van een verwijzing in deze overeenkomst naar gehele andere overeenkomsten of rechtsinstrumenten of delen daarvan opgevat als mede de bijbehorende bijlagen, protocollen, voetnoten, interpretatieve aantekeningen en toelichtingen te omvatten.
3. Tenzij anders is bepaald, worden onder de internationale overeenkomsten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen of die daarin geheel of gedeeltelijk worden opgenomen, tevens de wijzigingen daarvan of de vervolgovereenkomsten die voor beide Partijen op of na de datum van ondertekening van deze overeenkomst in werking treden, begrepen. Indien zich naar aanleiding van deze wijzigingen of vervolgovereenkomsten vraagstukken met betrekking tot de uitvoering of de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst voordoen, kunnen de Partijen op verzoek van een Partij via de Gezamenlijke Raad met elkaar overleg plegen om in voorkomend geval tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing hiervoor te komen. De Partijen kunnen naar aanleiding van dergelijk overleg de onderhavige overeenkomst bij besluit in de Gezamenlijke Raad dienovereenkomstig wijzigen.
4. Lid 3 is van overeenkomstige toepassing indien de wijziging of de vervolgovereenkomst van een internationale overeenkomst waarnaar wordt verwezen of die geheel of gedeeltelijk in deze overeenkomst is opgenomen, in werking is getreden voor de Europese Unie en een of meer ondertekenende Mercosur-staten.
ARTIKEL 30.4
Nakoming van verplichtingen
1. Op basis van de beginselen van wederzijds respect, gelijkwaardig partnerschap en eerbiediging van het internationaal recht neemt elke partij alle algemene of specifieke maatregelen die vereist zijn om aan haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen.
2. Indien een van de Partijen van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen uit hoofde van deel III van deze overeenkomst niet is nagekomen, zijn de specifieke mechanismen van dat deel van de overeenkomst van toepassing.
3. Indien een van de Partijen op basis van de feitelijke situatie van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen die in artikel 1.2, lid 1, artikel 5.2, lid 2, en artikel 7.7, lid 3, als essentiële elementen zijn omschreven, heeft geschonden, kan zij passende maatregelen nemen.
Zij stelt de andere Partij onverwijld in kennis van dit feit en van de genomen maatregelen. Een Partij kan verzoeken om dringend overleg te plegen over de aangelegenheid teneinde tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. De betrokken Partijen streven ernaar overleg te plegen voordat passende maatregelen worden genomen. De kennisgevende Partij die de maatregelen vaststelt, verstrekt alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.
Voor de toepassing van dit lid kunnen “passende maatregelen” de gehele of gedeeltelijke schorsing van deze overeenkomst omvatten. Schorsing van deze overeenkomst is een laatste redmiddel en kan alleen worden opgelegd indien er sprake is van een bijzonder ernstige en wezenlijke schending van de essentiële elementen die in artikel 1.2, lid 1, artikel 5.2, lid 2, en artikel 7.7, lid 3, zijn omschreven. In dat geval zijn de Partijen tijdens de periode van schorsing vrijgesteld van de verplichting om deze overeenkomst in hun wederzijdse betrekkingen geheel of gedeeltelijk uit te voeren. Deze schorsing geldt voor de minimumperiode die nodig is om het probleem op een voor de Partijen aanvaardbare wijze op te lossen.
4. Indien een van de Partijen op basis van de feitelijke situatie van oordeel is dat de andere Partij een van de verplichtingen van deze overeenkomst, met uitzondering van die welke onder de leden 2 en 3 vallen, niet is nagekomen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis. De Partijen leveren aanvullende inspanningen om overleg te plegen en samen te werken om de problemen tijdig en in der minne op te lossen, en plegen overleg onder auspiciën van de Gezamenlijke Raad om tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen. De Gezamenlijke Raad kan het Gemengd Comité verzoeken om binnen 15 dagen bijeen te komen om dringend overleg te plegen. Elke partij verstrekt de relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek. Indien de Gezamenlijke Raad er niet in is geslaagd binnen 90 dagen na de datum van kennisgeving tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen nemen. Voor de toepassing van dit lid kunnen “passende maatregelen” de opschorting van uitsluitend de delen I, II en IV van deze overeenkomst omvatten. In dat geval zijn de kennisgevende Partij en de in kennis gestelde Partij tijdens de periode van schorsing vrijgesteld van de verplichting om de geschorste delen van deze overeenkomst in hun wederzijdse betrekkingen uit te voeren.
5. De in de leden 3 en 4 bedoelde “passende maatregelen” worden getroffen met volledige inachtneming van het internationaal recht en staan in verhouding tot de niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst. Voorrang moet worden gegeven aan passende maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren.
6. De schorsing van de werking van een deel van deze overeenkomst ten aanzien van een ondertekenende Mercosur-staat leidt niet tot schorsing van de werking van deze overeenkomst ten aanzien van de andere ondertekenende Mercosur-staten, tenzij de volledige schorsing van deze overeenkomst overeenkomstig lid 3 passend is om een inbreuk op de essentiële elementen van artikel 1.2, lid 1, en artikel 5.2, lid 2, te verhelpen. Bij het bepalen of deze overeenkomst volledig moet worden geschorst, houdt de EU-Partij rekening met de maatregelen die Mercosur heeft genomen tegen de ondertekenende Mercosur-staat die de inbreuk heeft begaan.
7. De schorsing van deze overeenkomst in geval van een door een ondertekenende Mercosur-staat begane schending van het essentiële element beschreven in artikel 7.7, lid 3, leidt niet tot schorsing van de werking van deze overeenkomst ten aanzien van de andere ondertekenende Mercosur-staten.
ARTIKEL 30.5
Wijzigingen
1. De Partijen kunnen schriftelijk overeenkomen deze overeenkomst te wijzigen. Een wijziging treedt in werking nadat de Partijen schriftelijke kennisgevingen hebben uitgewisseld waarin zij verklaren aan hun respectieve toepasselijke interne voorschriften te hebben voldaan en hun respectieve toepasselijke procedures te hebben afgerond zoals noodzakelijk voor de inwerkingtreding van de wijziging, dan wel op een door hen overeengekomen datum.
2. Niettegenstaande lid 1 kan de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, al naargelang het geval, besluiten de bijlagen bij of andere delen van deel III van deze overeenkomst te wijzigen, indien dit in de overeenkomst is bepaald. In een dergelijk besluit kan worden bepaald dat die wijzigingen van toepassing zijn vanaf de door de Partijen overeengekomen datum of na kennisgeving van de vervulling van de wettelijke vereisten van een of meer Partijen, indien van toepassing.
ARTIKEL 30.6
Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie
1. De Europese Unie stelt de Mercosur-Partij in kennis van elk verzoek van een derde land om toetreding tot de Europese Unie.
2. Tijdens de onderhandelingen tussen de Europese Unie en de kandidaat-lidstaat die wil toetreden, zal de EU:
a) op verzoek van de Mercosur-Partij en voor zover mogelijk alle informatie verstrekken betreffende aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, en
b) rekening te houden met eventuele bezwaren van de Mercosur-Partij.
3. Het Gemengd Comité onderzoekt ruimschoots voor de datum van toetreding van een derde land tot de Europese Unie alle gevolgen van die toetreding voor deze overeenkomst.
4. Voor zover nodig voeren de Partijen vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst inzake de toetreding van een derde land tot de Europese Unie bij besluit van de Gezamenlijke Raad de nodige aanpassingen of overgangsregelingen met betrekking tot deze overeenkomst in.
5. Onverminderd lid 4 is deel III van deze overeenkomst van toepassing tussen de nieuwe lidstaat van de Europese Unie en de Mercosur-Partij vanaf de datum van toetreding van die nieuwe lidstaat tot de Europese Unie.
ARTIKEL 30.7
Toetreding van landen tot de Mercosur
1. De Mercosur stelt de EU-Partij in kennis van elk verzoek van een derde land om toetreding tot de Mercosur.
2. Tijdens de onderhandelingen tussen de Mercosur en het kandidaat-land dat wil toetreden zal de Mercosur:
a) op verzoek van de EU-Partij en voor zover mogelijk alle informatie verstrekken betreffende aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, en
b) rekening te houden met eventuele bezwaren van de EU.
3. Elke staat die partij is bij de Mercosur en op de datum van ondertekening geen partij is bij deze overeenkomst (“kandidaat-Mercosur-staat”) kan tot deze overeenkomst toetreden door middel van een toetredingsprotocol dat wordt gesloten door de EU-Partij en de kandidaat-Mercosur-staat. Het toetredingsprotocol bevat de resultaten van de toetredingsonderhandelingen en, indien nodig, de aanpassingen die het Gemengd Comité overeenkomstig lid 4 aanbeveelt. Deze overeenkomst wordt overeenkomstig artikel 30.5, lid 1, gewijzigd om rekening te houden met de toetredingsvoorwaarden zoals overeengekomen in het toetredingsprotocol tussen de EU-Partij en de kandidaat-Mercosur-staat.
4. Tijdens de in lid 3 bedoelde onderhandelingen over het toetredingsprotocol kan de Mercosur de delegatie van de kandidaat-Mercosur-staat vergezellen en kan elke Partij, vóór de afsluiting van de onderhandelingen, verzoeken om een vergadering van het Gemengd Comité om de eventuele gevolgen van de toetreding van de kandidaat-Mercosur-staat voor deze overeenkomst te onderzoeken en, indien nodig, aanpassingen aan te bevelen.
ARTIKEL 30.8
Bijlagen, aanhangsels en protocollen
De bijlagen, aanhangsels en protocollen vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.
ARTIKEL 30.9
Particuliere rechten
1. Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daarmee verplichtingen worden opgelegd aan personen, anders dan die welke de Partijen krachtens internationaal publiekrecht tussen hen hebben vastgesteld.
2. Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat op deze overeenkomst rechtstreeks een beroep kan worden gedaan in de interne rechtsorde van de Partijen. Een staat die partij is bij de Mercosur en deze overeenkomst heeft ondertekend, kan in zijn nationale wetgeving anders bepalen.
ARTIKEL 30.10
Geldigheidsduur
Deze overeenkomst is voor onbepaalde tijd geldig.
ARTIKEL 30.11
Opzegging
1. De EU-Partij of de Mercosur-Partij kan de andere Partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen deze overeenkomst op te zeggen.
2. Opzeggingen worden negen maanden na de in lid 1 bedoelde kennisgeving van kracht.
ARTIKEL 30.12
Authentieke teksten
Deze overeenkomst is opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
BIJLAGE bij Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
Brussel, 3.9.2025 |
COM(2025) 356 final |
BIJLAGE 10-A
TIJDSCHEMA VOOR TARIEFAFSCHAFFING
AFDELING A
Algemene bepalingen
1. In deze bijlage worden de verplichtingen uiteengezet van elke partij met betrekking tot de verlaging of afschaffing van douanerechten overeenkomstig artikel 10.4.
2. Elke partij verlaagt de douanerechten of schaft deze af overeenkomstig artikel 10.4, lid 1, in overeenstemming met het tijdschema voor tariefafschaffing dat is opgenomen in:
a) voor de Europese Unie, aanhangsel 10-A-1; en
b) voor Mercosur, aanhangsel 10-A-2.
3.
De bepalingen in aanhangsel 10-A-1 worden over het algemeen uitgedrukt in termen van de gecombineerde nomenclatuur 2013 (“GN 2013”)
1
, die is gebaseerd op het geharmoniseerde systeem. Voor de interpretatie van de bepalingen
van aanhangsel 10-A-1, inclusief de producten die binnen de onderverdelingen van deze lijst vallen, gelden
de algemene aantekeningen en de aantekeningen bij de afdelingen en hoofdstukken van
de GN 2013. Voor zover de bepalingen van aanhangsel 10-A-1 identiek zijn aan de overeenkomstige bepalingen van de GN 2013, hebben de bepalingen van deze lijst dezelfde betekenis als de overeenkomstige bepalingen
van de GN 2013. Onverminderd artikel 10.4, lid 6, moeten alle verwijzingen naar “Zie opmerkingen” in de kolom “Basistarief” van aanhangsel 10-A-1 worden begrepen als een verwijzing naar kolom 3 van deel 2 (“Conventioneel douanerecht”) van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk
douanetarief.
4. De bepalingen van aanhangsel 10-A-2 zijn over het algemeen uitgedrukt in de gemeenschappelijke nomenclatuur van Mercosur 2012 (“NCM 2012”) 2 , die gebaseerd is op het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen. Voor de interpretatie van de bepalingen van aanhangsel 10-A-2, inclusief de producten die binnen de onderverdelingen van deze lijst vallen, gelden de algemene aantekeningen en de aantekeningen bij de afdelingen en hoofdstukken van de NCM 2012. Voor zover de bepalingen van aanhangsel 10-A-2 identiek zijn aan de overeenkomstige bepalingen van de NCM 2012, hebben de bepalingen van deze lijst dezelfde betekenis als die overeenkomstige bepalingen van de NCM 2012.
5.
Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder “jaar 0” de periode verstaan die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst
en eindigt op 31 december van hetzelfde kalenderjaar. “Jaar 1” vangt aan op 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de overeenkomst in werking
is getreden en eindigt op 31 december van hetzelfde kalenderjaar, waarbij elke volgende verlaging ingaat op 1 januari van elk daaropvolgend jaar.
6. Voor goederen die afkomstig zijn van de andere partij zijn de volgende afbouwcategorieën van toepassing op de afschaffing of verlaging van douanerechten door elke partij, overeenkomstig artikel 10.4, lid 1:
a) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “0” aangeduide posten worden onmiddellijk afgeschaft, zodat deze goederen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst rechtenvrij zijn;
b) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “4” aangeduide posten worden afgeschaft in 5 (vijf) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 4 rechtenvrij zijn;
c) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “7” aangeduide posten worden afgeschaft in 8 (acht) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 7 rechtenvrij zijn;
d) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “8” aangeduide posten worden afgeschaft in 9 (negen) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 8 rechtenvrij zijn;
e) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “10” aangeduide posten worden afgeschaft in 11 (elf) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 10 rechtenvrij zijn;
f) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “SW/12” aangeduide posten worden onmiddellijk afgeschaft, zodat deze goederen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst rechtenvrij zijn indien de douanewaarde gelijk is aan of hoger is dan 8 (acht) USD FOB/liter. Indien de douanewaarde minder dan 8 (acht) USD FOB/liter bedraagt, blijven deze goederen gedurende 12 (twaalf) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst vallen onder het in de lijst van elke partij vastgestelde basisdouanerecht, en worden zij daarna volledig afgeschaft, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 12 rechtenvrij zijn;
g) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “1” aangeduide posten worden afgeschaft in 16 (zestien) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 15 rechtenvrij zijn;
h) De douanerechten op goederen van oorsprong die in aanhangsel 10-A-2* zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “15V” aangeduide posten blijven tot het einde van jaar 6 op het basistarief gehandhaafd, met inachtneming van artikel 10.4, leden 7 en 8, van deze overeenkomst. Met ingang van 1 januari van jaar 7 worden de rechten overeenkomstig de tabel “Chronogram van tariefafschaffing” in jaarlijkse stappen afgeschaft, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 15 rechtenvrij zijn. Bovendien geldt voor de douanerechten op dergelijke goederen bij de inwerkingtreding en tot het einde van jaar 8 binnen een jaarlijks contingent van 50 000 (vijftigduizend) eenheden een verlaging van het basistarief met 50 % (vijftig procent). Het jaarlijkse contingent wordt over de Mercosur-leden verdeeld volgens de volgende verdeling volgens het beginsel dat wie het eerst komt het eerst maalt:
i) Argentinië: 15 500 (vijftienduizend vijfhonderd) eenheden;
ii) Brazilië: 32 000 (tweeëndertigduizend) eenheden;
iii) Paraguay: 750 (zevenhonderdvijftig) eenheden; en
iv) Uruguay: 1 750 (duizend zevenhonderdvijftig) eenheden;
(*) Voor alle duidelijkheid: dit punt is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 8701.91.00, 8701.92.00, 8701.93.00, 8701.94.90, 8701.95.90, 8703.21.00, 8703.22.10, 8703.23.10, 8703.24.10, 8703.24.90, 8703.33.10, 8703.33.90, 8704.21.90, en 8704.31.90 (NCM 2022).
Chronogram van tariefafschaffing
|
Categorie |
Jaar 0 |
Jaar 1 |
Jaar 2 |
Jaar 3 |
Jaar 4 |
Jaar 5 |
Jaar 6 |
Jaar 7 |
Jaar 8 |
Jaar 9 |
Jaar 10 |
Jaar 11 |
Jaar 12 |
Jaar 13 |
Jaar 14 |
Jaar 15 |
|
0 |
100 % |
|||||||||||||||
|
4 |
20 % |
40 % |
60 % |
80 % |
100 % |
|||||||||||
|
7 |
12,5 % |
25 % |
37,5 % |
50 % |
62,5 % |
75 % |
87,5 % |
100 % |
||||||||
|
8 |
11,1 % |
22,2 % |
33,3 % |
44,4 % |
55,6 % |
66,7 % |
77,8 % |
88,9 % |
100 % |
|||||||
|
10 |
9,1 % |
18,2 % |
27,3 % |
36,4 % |
45,5 % |
54,6 % |
63,6 % |
72,7 % |
81,8 % |
90,9 % |
100 % |
|||||
|
15 |
6,3 % |
12,5 % |
18,8 % |
25 % |
31,3 % |
37,5 % |
43,8 % |
50 % |
56,3 % |
62,5 % |
68,8 % |
75,0 % |
81,3 % |
87,5 % |
93,8 % |
100 % |
|
15V |
0 % |
0 % |
0 % |
0 % |
0 % |
0 % |
0 % |
19 % |
38,1 % |
57,1 % |
64,3 % |
71,4 % |
78,6 % |
85,7 % |
92,9 % |
100 % |
i) De douanerechten op elektrische en hybride voertuigen van oorsprong, ingedeeld onder de GS 2022-codes 8703.40, 8703.50, 8703.60, 8703.70 en 8703.80, met uitzondering van waterstofcelvoertuigen (voor alle duidelijkheid: deze codes komen overeen met de NCM 2012-codes 8703 90 00, ex 8703 21, ex 8703 22, ex 8703 23, ex 8703 24, ex 8703 31, ex 8703 32 en ex 8703 33), worden als volgt behandeld:
i) Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst en tot het einde van het jaar 5 (vijf) wordt het basistarief verlaagd met 28,6 % (achtentwintig komma zes procentpunten), en worden de douanerechten derhalve vastgesteld op 25 % (vijfentwintig procent) voor goederen die in Argentinië of Brazilië worden ingevoerd, op 16,4 % (zestien komma vier procent) voor goederen die in Uruguay worden ingevoerd en op 14,3 % (veertien komma drie procent) voor goederen die in Paraguay worden ingevoerd;
ii) Vanaf 1 (één) januari van jaar 6 (zes) worden de resterende rechten afgeschaft overeenkomstig de onderstaande tabel, zodat deze voertuigen vanaf 1 (één) januari van jaar 18 (achttien) rechtenvrij zijn;
|
Jaar |
Argentinië, Brazilië |
Paraguay |
Uruguay |
Verlaging |
|
0 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
1 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
2 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
3 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
4 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
5 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
6 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
7 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
8 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
9 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
10 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
11 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
12 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
13 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
14 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
15 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
16 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
17 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
18 |
– |
– |
– |
100,0 % |
j) De douanerechten op waterstofcelvoertuigen van oorsprong, ingedeeld onder een subset van GS 2022-code 8703.80, die overeenkomt met voertuigen die door een waterstofcel worden aangedreven, worden als volgt behandeld:
Voor de douanerechten op waterstofcelvoertuigen van oorsprong, ingedeeld onder ex 8703.80:
i) geldt tot het einde van jaar 6 (zes) het basistarief;
ii) wordt vanaf 1 (één) januari van jaar 7 (zeven) en tot het einde van jaar 12 (twaalf) het basistarief met 28,6 % (achtentwintig komma zes procentpunten) verlaagd en worden de douanerechten derhalve vastgesteld op 25 % (vijfentwintig procent) voor goederen die in Argentinië of Brazilië worden ingevoerd, op 16,4 % (zestien komma vier procent) voor goederen die in Uruguay worden ingevoerd, en 14,3 % (veertien komma drie procent) voor goederen die in Paraguay worden ingevoerd;
iii) worden vanaf 1 (één) januari van jaar 13 (dertien) de resterende rechten afgeschaft overeenkomstig de onderstaande tabel, zodat deze voertuigen vanaf 1 (één) januari van jaar 25 (vijfentwintig) rechtenvrij zijn;
|
Jaar |
Argentinië, Brazilië |
Paraguay |
Uruguay |
Verlaging |
|
0-6 |
35 |
20 |
23 |
– |
|
7-12 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
13 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
14 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
15 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
16 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
17 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
18 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
19 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
20 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
21 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
22 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
23 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
24 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
25 |
– |
– |
– |
100,0 % |
k) Voor de douanerechten op voertuigen van oorsprong ingedeeld onder een subset van GS 2022-code 8703.90:
i) geldt tot het einde van jaar 6 (zes) het basistarief;
ii) wordt vanaf 1 (één) januari van jaar 7 (zeven) en tot het einde van jaar 17 (zeventien) het basistarief met 28,6 % (achtentwintig komma zes procentpunten) verlaagd en worden de douanerechten derhalve vastgesteld op 25 % (vijfentwintig procent) voor goederen die in Argentinië of Brazilië worden ingevoerd, op 16,4 % (zestien komma vier procent) voor goederen die in Uruguay worden ingevoerd, en 14,3 % (veertien komma drie procent) voor goederen die in Paraguay worden ingevoerd;
iii) worden vanaf 1 (één) januari van jaar 18 (achttien) de resterende rechten afgeschaft overeenkomstig de onderstaande tabel, zodat deze voertuigen vanaf 1 (één) januari van jaar 30 (dertig) rechtenvrij zijn;
|
Jaar |
Argentinië, Brazilië |
Paraguay |
Uruguay |
Verlaging |
|
0-6 |
35,0 |
20,0 |
23,0 |
– |
|
7-17 |
25,0 |
14,3 |
16,4 |
28,6 % |
|
18 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
19 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
20 |
20,0 |
11,4 |
13,1 |
42,9 % |
|
21 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
22 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
23 |
15,0 |
8,6 |
9,9 |
57,1 % |
|
24 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
25 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
26 |
10,0 |
5,7 |
6,6 |
71,4 % |
|
27 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
28 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
29 |
5,0 |
2,9 |
3,3 |
85,7 % |
|
30 |
– |
– |
– |
100,0 % |
l) Voor de douanerechten op goederen van oorsprong met de vermelding “CH1” in aanhangsel 10-A-2 gelden de volgende contingentrechten voor de hieronder vermelde totale hoeveelheden, zonder toewijzing per land voor de contingenten van de onderverdelingen 1806.20 en 1806.90 van NCM 2012, die worden verdeeld volgens het beginsel dat wie het eerst komt het eerst maalt:
|
Onderverdeling 1806.20 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent |
|
Jaar 0 |
16,2 % |
1 710 |
18 % |
|
Jaar 1 |
14,4 % |
2 091 |
18 % |
|
Jaar 2 |
12,6 % |
2 472 |
18 % |
|
Jaar 3 |
10,8 % |
2 853 |
18 % |
|
Jaar 4 |
9,0 % |
3 234 |
18 % |
|
Jaar 5 |
7,2 % |
3 615 |
18 % |
|
Jaar 6 |
5,4 % |
3 996 |
18 % |
|
Jaar 7 |
3,6 % |
4 377 |
18 % |
|
Jaar 8 |
1,8 % |
4 760 |
18 % |
|
Jaar 9 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
|
Onderverdeling 1806.90 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent* |
|
Jaar 0 |
18,0 % |
6 320 |
20 % |
|
Jaar 1 |
16,0 % |
7 735 |
20 % |
|
Jaar 2 |
14,0 % |
9 150 |
20 % |
|
Jaar 3 |
12,0 % |
10 565 |
20 % |
|
Jaar 4 |
10,0 % |
11 980 |
20 % |
|
Jaar 5 |
8,0 % |
13 395 |
20 % |
|
Jaar 6 |
6,0 % |
14 810 |
20 % |
|
Jaar 7 |
4,0 % |
16 225 |
20 % |
|
Jaar 8 |
2,0 % |
17 640 |
20 % |
|
Jaar 9 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
* Het recht van Paraguay buiten het contingent bedraagt 2 %, zoals uiteengezet in aanhangsel 10-A-2, tot het einde van het jaar 8.
m) Voor de douanerechten op goederen van oorsprong met de vermelding “CH2” in aanhangsel 10-A-2 gelden de volgende contingentrechten voor de hieronder vermelde totale hoeveelheden, zonder toewijzing per land voor de contingenten van NCM-post 1704.90.10 en de onderverdelingen 1806.10, 1806.31 en 1806.32, die worden verdeeld volgens het beginsel dat wie het eerst komt het eerst maalt:
|
NCM 1704.90.10 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent |
|
Jaar 0 |
18,7 % |
771 |
20 % |
|
Jaar 1 |
17,3 % |
868 |
20 % |
|
Jaar 2 |
16,0 % |
965 |
20 % |
|
Jaar 3 |
14,7 % |
1 062 |
20 % |
|
Jaar 4 |
13,3 % |
1 159 |
20 % |
|
Jaar 5 |
12,0 % |
1 256 |
20 % |
|
Jaar 6 |
10,7 % |
1 353 |
20 % |
|
Jaar 7 |
9,3 % |
1 450 |
20 % |
|
Jaar 8 |
8,0 % |
1 547 |
20 % |
|
Jaar 9 |
6,7 % |
1 644 |
20 % |
|
Jaar 10 |
5,3 % |
1 741 |
20 % |
|
Jaar 11 |
4,0 % |
1 838 |
20 % |
|
Jaar 12 |
2,7 % |
1 935 |
20 % |
|
Jaar 13 |
1,3 % |
2 030 |
20 % |
|
Jaar 14 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
|
Onderverdeling 1806.10 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent |
|
Jaar 0 |
16,8 % |
90 |
18 % |
|
Jaar 1 |
15,6 % |
94 |
18 % |
|
Jaar 2 |
14,4 % |
98 |
18 % |
|
Jaar 3 |
13,2 % |
102 |
18 % |
|
Jaar 4 |
12,0 % |
106 |
18 % |
|
Jaar 5 |
10,8 % |
110 |
18 % |
|
Jaar 6 |
9,6 % |
114 |
18 % |
|
Jaar 7 |
8,4 % |
118 |
18 % |
|
Jaar 8 |
7,2 % |
122 |
18 % |
|
Jaar 9 |
6,0 % |
126 |
18 % |
|
Jaar 10 |
4,8 % |
130 |
18 % |
|
Jaar 11 |
3,6 % |
134 |
18 % |
|
Jaar 12 |
2,4 % |
138 |
18 % |
|
Jaar 13 |
1,2 % |
150 |
18 % |
|
Jaar 14 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
|
Onderverdeling 1806.31 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent |
|
Jaar 0 |
18,7 % |
1 890 |
20 % |
|
Jaar 1 |
17,3 % |
2 082 |
20 % |
|
Jaar 2 |
16,0 % |
2 274 |
20 % |
|
Jaar 3 |
14,7 % |
2 466 |
20 % |
|
Jaar 4 |
13,3 % |
2 658 |
20 % |
|
Jaar 5 |
12,0 % |
2 850 |
20 % |
|
Jaar 6 |
10,7 % |
3 042 |
20 % |
|
Jaar 7 |
9,3 % |
3 234 |
20 % |
|
Jaar 8 |
8,0 % |
3 426 |
20 % |
|
Jaar 9 |
6,7 % |
3 618 |
20 % |
|
Jaar 10 |
5,3 % |
3 810 |
20 % |
|
Jaar 11 |
4,0 % |
4 002 |
20 % |
|
Jaar 12 |
2,7 % |
4 194 |
20 % |
|
Jaar 13 |
1,3 % |
4 380 |
20 % |
|
Jaar 14 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
|
Onderverdeling 1806.32 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent |
|
Jaar 0 |
18,7 % |
1 800 |
20 % |
|
Jaar 1 |
17,3 % |
2 062 |
20 % |
|
Jaar 2 |
16,0 % |
2 324 |
20 % |
|
Jaar 3 |
14,7 % |
2 586 |
20 % |
|
Jaar 4 |
13,3 % |
2 848 |
20 % |
|
Jaar 5 |
12,0 % |
3 110 |
20 % |
|
Jaar 6 |
10,7 % |
3 372 |
20 % |
|
Jaar 7 |
9,3 % |
3 634 |
20 % |
|
Jaar 8 |
8,0 % |
3 896 |
20 % |
|
Jaar 9 |
6,7 % |
4 158 |
20 % |
|
Jaar 10 |
5,3 % |
4 420 |
20 % |
|
Jaar 11 |
4,0 % |
4 682 |
20 % |
|
Jaar 12 |
2,7 % |
4 944 |
20 % |
|
Jaar 13 |
1,3% |
5 200 |
20 % |
|
Jaar 14 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
n) Voor de douanerechten op goederen van oorsprong met de vermelding “T1” in aanhangsel 10-A-2 gelden de volgende contingentrechten voor de hieronder vermelde totale hoeveelheden:
|
Onderverdeling 2002.10 |
|||
|
Jaar |
Contingentrecht |
Contingent
|
Recht buiten het contingent |
|
Jaar 0 |
12,6 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 1 |
11,2 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 2 |
9,8 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 3 |
8,4 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 4 |
7,0 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 5 |
5,6 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 6 |
4,2 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 7 |
2,8 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 8 |
1,4 % |
7 500 |
14 % |
|
Jaar 9 en volgende jaren |
0 % |
Geen contingent |
0 % |
o) De douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “4-EG” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1 worden afgeschaft in 5 (vijf) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 (één) januari van jaar 4 (vier) rechtenvrij zijn. Goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de tariefposten 04072100 en 04079010 die vallen onder het tijdschema voor tariefafschaffing zoals opgenomen in afbouwcategorie “4-EG”, gaan vergezeld van een certificaat van overeenstemming met Richtlijn 1999/74/EG van de Raad of gelijkwaardige officiële normen op het gebied van dierenwelzijn. Voor alle duidelijkheid: dit lid bevat geen voorschriften voor alle Mercosur-systemen voor eierproductie. De gelijkwaardigheid met de in de richtlijn van de Raad vastgestelde voorwaarden wordt geverifieerd door middel van een officiële verklaring of een verklaring van een derde;
p) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in afbouwcategorie “FP30 %”, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst met 30 % (dertig procentpunten) verlaagd;
q) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in afbouwcategorie “FP50 %”, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst met 50 % (vijftig procentpunten) verlaagd;
r) De douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “50 %” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1, worden met 50 % (vijftig procentpunten) verlaagd in 5 (vijf) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 (één) januari van jaar 4 (vier) worden belast met 50 % (vijftig procent) van het basistarief.
s) De ad-valoremcomponent van de douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “0/EP” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1, wordt afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. De tariefafschaffing geldt alleen voor het ad-valoremrecht. Het specifieke recht op goederen van oorsprong dat van toepassing is in een situatie waarin de prijs bij invoer onder de invoerprijs daalt, wordt gehandhaafd;
t) De ad-valoremcomponent van de douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “7/EP” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1, wordt afgeschaft in 8 (acht) gelijke stappen, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. De tariefafschaffing geldt alleen voor het ad-valoremrecht. Het specifieke recht op goederen van oorsprong dat van toepassing is in een situatie waarin de prijs bij invoer onder de invoerprijs daalt, wordt gehandhaafd;
u) De ad-valoremcomponent van de douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “10/EP” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1, wordt afgeschaft in 11 (elf) gelijke stappen, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. De tariefafschaffing geldt alleen voor het ad-valoremrecht. Het specifieke recht op goederen van oorsprong dat van toepassing is in een situatie waarin de prijs bij invoer onder de invoerprijs daalt, wordt gehandhaafd;
v) De douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “E” aangeduide posten vallen niet onder de tariefpreferenties en daarvoor blijft het basisdouanerecht gelden zoals opgenomen in de lijst van elke partij;
w) De douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “BA” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1, bedragen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst 75 (vijfenzeventig) EUR/ton;
x) De ad-valoremcomponent van de douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “0 + 10 EA/OS ≥ 70 %” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1, wordt afgeschaft vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. Het specifieke douanerecht (agrarisch element) voor producten die minder dan 70 % (zeventig procent) suiker bevatten, wordt in 11 (elf) gelijke jaarlijkse stappen afgeschaft vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 10 (tien) rechtenvrij zijn. Het OS-tariefcontingent (“TRQ”) is van toepassing op producten met een suikergehalte van ten minste 70 % (zeventig procent) van het nettogewicht; en
y) De douanerechten op goederen van oorsprong die zijn opgenomen in de met afbouwcategorie “10/OS ≥ 70 %” aangeduide posten in aanhangsel 10-A-1 en die minder dan 70 % (zeventig procent) suiker bevatten, worden afgeschaft in 11 (elf) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 10 (tien) rechtenvrij zijn. Het OS-TRQ is van toepassing op producten met een suikergehalte van gelijk aan of meer dan 70 % (zeventig procent) van het nettogewicht.
7. In verband met de afschaffing van de douanerechten overeenkomstig lid 4 van deze bijlage worden de voorlopig afgebouwde rechten naar beneden afgerond, ten minste tot het dichtstbijzijnde 10e (tiende) van een procentpunt of, indien het recht in monetaire eenheden wordt uitgedrukt, ten minste tot het dichtstbijzijnde 0,01e (één honderdste) deel van de officiële monetaire eenheid van de partij.
8. Op de douanerechten op goederen van oorsprong die in het tijdschema voor tariefafschaffing van een partij zijn ingedeeld in de met “TRQ” aangeduide tarieflijnen in de kolom “Afbouwcategorie” zijn met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst de voorwaarden van toepassing van het tariefcontingent (“TRQ”) voor de desbetreffende tariefpost, zoals vastgesteld in de afdelingen B en C van deze bijlage. In afdeling B van deze bijlage zijn de tariefcontingenten (TRQ’s) opgenomen die de Europese Unie met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toepast op bepaalde goederen van oorsprong uit Mercosur. In afdeling C van deze bijlage zijn de tariefcontingenten (TRQ’s) opgenomen die Mercosur met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toepast op bepaalde goederen van oorsprong uit de Europese Unie.
9. Voor de toepassing van de in de afdelingen B en C van deze bijlage en in lid 6, punten h), l), m) en n), van deze afdeling vastgestelde contingenten wordt, indien de inwerkingtreding van deze overeenkomst na 1 januari en vóór 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, de omvang van het contingent evenredig voor het resterende deel van dat kalenderjaar verdeeld. Vervolgens stelt elke partij het overeenkomstig deze bijlage vastgestelde volledige jaarlijkse contingent vanaf de eerste dag van elk TRQ-jaar aan aanvragers van contingenten beschikbaar.
10.
Voor de toepassing van afdeling B en C van deze bijlage wordt voor “metrische ton”
de afkorting “MT” gebruikt.
11. Van de goederen die onder elk TRQ van afdeling B in deze bijlage vallen, is een vrije omschrijving opgenomen in de titel van het lid waarin het TRQ wordt besproken. Deze titels zijn uitsluitend opgenomen om bij te dragen tot de interpretatie van deze bijlage en mogen het toepassingsgebied dat is vastgesteld door de identificatie van de betreffende tariefposten in de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Unie niet wijzigen of vervangen.
12. Van de goederen die onder elk TRQ van afdeling C van deze bijlage vallen, is een vrije omschrijving opgenomen in de titel van het lid waarin het TRQ wordt besproken. Deze titels zijn uitsluitend opgenomen om bij te dragen tot de interpretatie van deze bijlage en mogen het toepassingsgebied dat is vastgesteld door de identificatie van de betreffende tariefposten in de NCM 2012 niet wijzigen of vervangen.
AFDELING B
TARIEFCONTINGENTEN VAN DE EUROPESE UNIE
1. Tariefcontingenten voor vers rundvlees
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-BF1” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) geldt een contingenttarief van 7,5 % tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
9 075 |
|
1 |
18 150 |
|
2 |
27 225 |
|
3 |
36 300 |
|
4 |
45 375 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
54 450 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E van deze bijlage vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent geslacht gewicht;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0201 10 00, 0201 20 20, 0201 20 30, 0201 20 50, 0201 20 90, 0201 30 00 en 0206 10 95.
2.
Rundvlees van hoge kwaliteit, vers, gekoeld en bevroren
Goederen van oorsprong die uit Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay worden uitgevoerd en die in de Europese Unie worden ingevoerd in het kader van de bestaande 4 (vier) WTO-tariefcontingenten van de Europese Unie voor vers, gekoeld en bevroren rundvlees van hoge kwaliteit die vallen onder de GN-posten ex 0201 en ex 0202, en voor producten die vallen onder de GN-tarieflijnen ex 0206 10 95 en ex 0206 29 91, zoals vastgesteld in artikel 42 van en bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie van 17 december 2019 3 , met de contingentvolgnummers 09.4450, 09.4452, 09.4453 en 09.4455, zijn rechtenvrij vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
3. Tariefcontingenten voor bevroren rundvlees, onder meer voor verwerking
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-BF2” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) geldt een contingenttarief van 7,5 % (zeven komma vijf procent) tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
7 425 |
|
1 |
14 850 |
|
2 |
22 275 |
|
3 |
29 700 |
|
4 |
37 125 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
44 550 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent geslacht gewicht;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0202 10 00, 0202 20 10, 0202 20 30, 0202 20 50, 0202 20 90, 0202 30 10, 0202 30 50, 0202 30 90, 0206 29 91, 0210 20 10, 0210 20 90, 0210 99 51, 0210 99 90, 1602 50 10 en 1602 90 61.
4. Tariefcontingenten voor vers en gekoeld, bevroren en bereid varkensvlees
a) Voor goederen van oorsprong die uit Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay worden uitgevoerd met de aanduiding “TRQ-PK” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt e) geldt een contingentrecht van 83 (drieëntachtig) EUR/MT tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
4 167 |
|
1 |
8 333 |
|
2 |
12 500 |
|
3 |
16 667 |
|
4 |
20 833 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
25 000 |
b) Naast het in punt a) vastgestelde contingent zijn goederen van oorsprong uit Paraguay met de aanduiding “TRQ-PK” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt e), met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst rechtenvrij tot een jaarlijkse hoeveelheid van 1 500 MT;
c) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in de punten a) en b) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
d) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent geslacht gewicht;
e) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0203 11 10, 0203 12 11, 0203 12 19, 0203 19 11, 0203 19 13, 0203 19 15, 0203 19 55, 0203 19 59, 0203 21 10, 0203 22 11, 0203 22 19, 0203 29 11, 0203 29 13, 0203 29 15, 0203 29 55, 0203 29 59, 0210 11 11, 0210 11 19, 0210 11 31, 0210 11 39, 0210 12 11, 0210 12 19, 0210 19 10, 0210 19 20, 0210 19 30, 0210 19 40, 0210 19 50, 0210 19 60, 0210 19 70, 0210 19 81, 0210 19 89, 0210 99 41, 0210 99 49, 1602 41 10, 1602 42 10, 1602 49 11, 1602 49 13, 1602 49 15, 1602 49 19, 1602 49 30, 1602 49 50 en 1602 90 51.
5.
Tariefcontingenten voor uitgebeend pluimveevlees, onder meer voor verwerking
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-PY 1” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
15 000 |
|
1 |
30 000 |
|
2 |
45 000 |
|
3 |
60 000 |
|
4 |
75 000 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
90 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent geslacht gewicht;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0207 13 10, 0207 13 99, 0207 14 10, 0207 14 99, 0207 26 10, 0207 26 99, 0207 27 10, 0207 27 99, 0207 44 10, 0207 45 10, 0207 54 10, 0207 55 10, 0207 60 10, 0210 92 91, 0210 99 39, 1602 31 11, 1602 31 19, 1602 31 80, 1602 32 11, 1602 32 19, 1602 32 30, 1602 32 90, 1602 39 21, 1602 39 29 en 1602 39 85.
6.
Tariefcontingenten voor pluimveevlees met been
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-PY 2” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
15 000 |
|
1 |
30 000 |
|
2 |
45 000 |
|
3 |
60 000 |
|
4 |
75 000 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
90 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent geslacht gewicht;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0207 11 10, 0207 11 30, 0207 11 90, 0207 12 10, 0207 12 90, 0207 13 20, 0207 13 30, 0207 13 40, 0207 13 50, 0207 13 60, 0207 13 70, 0207 14 20, 0207 14 30, 0207 14 40, 0207 14 50, 0207 14 60, 0207 14 70, 0207 24 10, 0207 24 90, 0207 25 10, 0207 25 90, 0207 26 20, 0207 26 30, 0207 26 40, 0207 26 50, 0207 26 60, 0207 26 70, 0207 26 80, 0207 27 20, 0207 27 30, 0207 27 40, 0207 27 50, 0207 27 60, 0207 27 70, 0207 27 80, 0207 41 20, 0207 41 30, 0207 41 80, 0207 42 30, 0207 42 80, 0207 44 21, 0207 44 31, 0207 44 41, 0207 44 51, 0207 44 61, 0207 44 71, 0207 44 81, 0207 44 99, 0207 45 21, 0207 45 31, 0207 45 41, 0207 45 51, 0207 45 61, 0207 45 71, 0207 45 81, 0207 45 99, 0207 51 10, 0207 51 90, 0207 52 10, 0207 52 90, 0207 54 21, 0207 54 31, 0207 54 41, 0207 54 51, 0207 54 61, 0207 54 71, 0207 54 81, 0207 54 99, 0207 55 21, 0207 55 31, 0207 55 41, 0207 55 51, 0207 55 61, 0207 55 71, 0207 55 81, 0207 55 99, 0207 60 05, 0207 60 21, 0207 60 31, 0207 60 41, 0207 60 51, 0207 60 61, 0207 60 81, 0207 60 99 en 0209 90 00.
7.
Tariefcontingenten voor melkpoeder
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-MP” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
1 000 |
10 % |
|
1 |
2 000 |
20 % |
|
2 |
3 000 |
30 % |
|
3 |
4 000 |
40 % |
|
4 |
5 000 |
50 % |
|
5 |
6 000 |
60 % |
|
6 |
7 000 |
70 % |
|
7 |
8 000 |
80 % |
|
8 |
9 000 |
90 % |
|
9 |
9 500 |
95 % |
|
10 en elk daaropvolgend jaar |
10 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0402 10 11, 0402 10 19, 0402 10 91, 0402 10 99, 0402 21 11, 0402 21 18, 0402 21 91, 0402 21 99, 0402 29 11, 0402 29 15, 0402 29 19, 0402 29 91 en 0402 29 99.
8.
Tariefcontingenten voor kaas
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-CE” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
3 000 |
10 % |
|
1 |
6 000 |
20 % |
|
2 |
9 000 |
30 % |
|
3 |
12 000 |
40 % |
|
4 |
15 000 |
50 % |
|
5 |
18 000 |
60 % |
|
6 |
21 000 |
70 % |
|
7 |
24 000 |
80 % |
|
8 |
27 000 |
90 % |
|
9 |
28 500 |
95% |
|
10 en elk daaropvolgend jaar |
30 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: ex 0406 10 20 verse kaas met een vetgehalte van niet meer dan 40 % met uitzondering van mozzarella, 0406 10 80, 0406 20 10, 0406 20 90, 0406 30 10, 0406 30 31, 0406 30 39, 0406 30 90, 0406 40 10, 0406 40 50, 0406 40 90, 0406 90 01, 0406 90 13, 0406 90 15, 0406 90 17, 0406 90 18, 0406 90 19, 0406 90 21, 0406 90 23, 0406 90 25, 0406 90 27, 0406 90 29, 0406 90 32, 0406 90 35, 0406 90 37, 0406 90 39, 0406 90 50, 0406 90 61, 0406 90 63, 0406 90 69, 0406 90 73, 0406 90 75, 0406 90 76, 0406 90 78, 0406 90 79, 0406 90 81, 0406 90 82, 0406 90 84, 0406 90 85, 0406 90 86, 0406 90 87, 0406 90 88, 0406 90 93 en 0406 90 99.
9. Tariefcontingenten voor volledige zuigelingenvoeding
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-IF” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
500 |
10 % |
|
1 |
1 000 |
20 % |
|
2 |
1 500 |
30 % |
|
3 |
2 000 |
40 % |
|
4 |
2 500 |
50 % |
|
5 |
3 000 |
60 % |
|
6 |
3 500 |
70 % |
|
7 |
4 000 |
80 % |
|
8 |
4 500 |
90 % |
|
9 |
4 750 |
95 % |
|
10 en elk daaropvolgend jaar |
5 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 1901 10 00.
10. Tariefcontingenten voor maïs en sorgho
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-ME” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
166 667 |
|
1 |
333 333 |
|
2 |
500 000 |
|
3 |
666 667 |
|
4 |
833 333 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
1 000 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 1005 10 90, 1005 90 00, 1007 10 90 en 1007 90 00.
11.
Tariefcontingenten voor rijst
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-RE” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
10 000 |
|
1 |
20 000 |
|
2 |
30 000 |
|
3 |
40 000 |
|
4 |
50 000 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
60 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 1006 10 21, 1006 10 23, 1006 10 25, 1006 10 27, 1006 10 92, 1006 10 94, 1006 10 96, 1006 10 98, 1006 20 11, 1006 20 13, 1006 20 15, 1006 20 17, 1006 20 92, 1006 20 94, 1006 20 96, 1006 20 98, 1006 30 21, 1006 30 23, 1006 30 25, 1006 30 27, 1006 30 42, 1006 30 44, 1006 30 46, 1006 30 48, 1006 30 61, 1006 30 63, 1006 30 65, 1006 30 67, 1006 30 92, 1006 30 94, 1006 30 96 en 1006 30 98.
12.
Tariefcontingenten voor suiker, bestemd om te worden geraffineerd
a) Goederen van oorsprong die uit Brazilië worden uitgevoerd met de aanduiding “TRQ-SR” in aanhangsel 10-A-1 en die in de Europese Unie worden ingevoerd in het kader van de bestaande WTO-tariefcontingenten van de Europese Unie voor suiker, bestemd om te worden geraffineerd, zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie van 17 december 2019 4 , met het volgnummer 09.4318, zijn rechtenvrij vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst tot een jaarlijkse hoeveelheid van 180 000 MT. Deze verbintenis geldt ongeacht elke wijziging of intrekking van concessies door de Europese Unie die van invloed is op die tariefcontingenten in de WTO;
b) Voor goederen van oorsprong die uit Brazilië worden uitgevoerd met de aanduiding “TRQ-SR” in aanhangsel 10-A-1 en die in de Europese Unie worden ingevoerd in het kader van de bestaande WTO-tariefcontingenten van de Europese Unie voor suiker, bestemd om te worden geraffineerd, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 891/2009 van de Commissie van 25 september 2009, met het volgnummer 09.4318, geldt voor hoeveelheden boven de totale hoeveelheid zoals uiteengezet in punt a), het tarief zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 891/2009 van de Commissie van 25 september 2009, namelijk 98 (achtennegentig) EUR/MT;
c) Voor goederen van oorsprong die uit Brazilië worden uitgevoerd met de aanduiding “TRQ-SR” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt g), die in de Europese Unie worden ingevoerd in een ander kader dan de bestaande WTO-tariefcontingenten van de Europese Unie voor suiker, bestemd om te worden geraffineerd, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 891/2009 van de Commissie van 25 september 2009, geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
d) Goederen van oorsprong uit Paraguay met de aanduiding “TRQ-SR” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt g), worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst rechtenvrij tot een jaarlijkse hoeveelheid van 10 000 MT;
e) Voor goederen van oorsprong uit Paraguay die worden ingevoerd boven de in punt d) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
f) Voor goederen van oorsprong uit Argentinië en Uruguay met de aanduiding “TRQ-SR” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt g), geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
g) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 1701 13 10 en 1701 14 10.
13. Tariefcontingenten voor overige vormen van suiker
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-OS” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) geldt een tariefpreferentie van 50 % op het basistarief tot een totale jaarlijkse hoeveelheid van 2 000 MT:
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 1702 30 10, 1702 30 50, 1702 30 90, 1702 40 10, 1702 40 90, 1702 50 00, 1702 60 10, 1702 60 95, 1702 90 30, 1702 90 50, 1702 90 71, 1702 90 75, 1702 90 79, 1702 90 95, 1806 10 30 en 1806 10 90.
14. Tariefcontingenten van eieren
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-EG1” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) zijn rechtenvrij in de hieronder vermelde jaren en tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
500 |
|
1 |
1 000 |
|
2 |
1 500 |
|
3 |
2 000 |
|
4 |
2 500 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
3 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E van deze bijlage vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent gewicht van eieren;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0408 11 80, 0408 19 81, 0408 19 89, 0408 91 80 en 0408 99 80.
15.
Tariefcontingenten voor ovoalbumine
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-EG2” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) zijn rechtenvrij in de hieronder vermelde jaren en tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
500 |
|
1 |
1 000 |
|
2 |
1 500 |
|
3 |
2 000 |
|
4 |
2 500 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
3 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Bij de berekening van de onder deze TRQ ingevoerde hoeveelheden worden de in afdeling E van deze bijlage vastgestelde omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht om te rekenen naar equivalent gewicht van eieren;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 3502 11 90 en 3502 19 90.
16.
Tariefcontingenten voor honing
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-HY” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
7 500 |
|
1 |
15 000 |
|
2 |
22 500 |
|
3 |
30 000 |
|
4 |
37 500 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
45 000 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0409 00 00.
17.
Tariefcontingenten voor rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren
van gegiste suikerrietproducten
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-RM” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
400 |
|
1 |
800 |
|
2 |
1 200 |
|
3 |
1 600 |
|
4 |
2 000 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
2 400 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 2208 40 51 en 2208 40 99.
18. Tariefcontingenten voor suikermaïs
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-SC” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) zijn rechtenvrij tot een totale jaarlijkse hoeveelheid van 1 000 MT;
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 2001 90 30, 2004 90 10 en 2005 80 00.
19. Tariefcontingenten voor maïszetmeel en maniokzetmeel
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-SH1” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) geldt een contingenttarief van 50 % op het basistarief tot een totale jaarlijkse hoeveelheid van 1 500 MT;
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 1108 12 00 en 1108 14 00.
20.
Tariefcontingenten voor uit zetmeel vervaardigde producten
a) De goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-SH2” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) zijn rechtenvrij tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
|
0 |
100 |
|
1 |
200 |
|
2 |
300 |
|
3 |
400 |
|
4 |
500 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
600 |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 2905 43 00, 2905 44 11, 2905 44 19, 2905 44 91, 2905 44 99, 3505 10 10, 3505 10 90, 3824 60 11, 3824 60 19, 3824 60 91 en 3824 60 99.
21.
Tariefcontingenten voor ethanol
a) Voor de goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-EL” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d) geldt het contingenttarief van punt b) gedurende de volgende jaren en tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden, met uitzondering van en rechtenvrij deel van de totale jaarlijkse hoeveelheid die wordt gereserveerd voor een specifieke bestemming voor de chemische industrie 5 :
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
Alle bestemmingen |
Totale jaarlijkse omvang
Specifieke bestemming: voor de chemische industrie |
Totale jaarlijkse omvang — totaal
|
|
0 |
33 333 |
75 000 |
108 333 |
|
1 |
66 667 |
150 000 |
216 667 |
|
2 |
100 000 |
225 000 |
325 000 |
|
3 |
133 333 |
300 000 |
433 333 |
|
4 |
166 667 |
375 000 |
541 667 |
|
5 en elk daaropvolgend jaar |
200 000 |
450 000 |
650 000 |
b) Voor het contingent voor alle bestemmingen bedraagt het contingenttarief voor de niet-gedenatureerde ethylalcohol die wordt ingevoerd onder onderverdeling 2207.10 en de tariefposten 2208.90.91 en 2208.90.99 6,4 (zes komma vier) EUR/hl, en het contingenttarief voor de gedenatureerde ethylalcohol die onder onderverdeling 2207.20 wordt ingevoerd, 3,4 (drie komma vier) EUR/hl. Voor het contingent voor een specifieke bestemming in de chemische industrie bedraagt het contingenttarief 0 (nul);
c) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 2207 10 00, 2207 20 00, 2208 90 91 en 2208 90 99.
22. Tariefcontingenten voor knoflook
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-GC” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
1 875 |
30 % |
|
1 |
3 750 |
40 % |
|
2 |
5 625 |
50 % |
|
3 |
7 500 |
60 % |
|
4 |
9 375 |
70 % |
|
5 |
11 250 |
80 % |
|
6 |
13 125 |
90 % |
|
7 en elk daaropvolgend jaar |
15 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-1;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 0703 20 00.
23. Tariefcontingenten voor biodiesel
a) Goederen van oorsprong uit Paraguay met de aanduiding “TRQ-BD” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d), worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst rechtenvrij tot een totale jaarlijkse hoeveelheid van 50 000 MT;
b) Voor goederen van oorsprong uit Paraguay die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in punt c);
c) De douanerechten op goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-BD” in aanhangsel 10-A-1 en die zijn vermeld in punt d), worden afgeschaft in 11 (elf) gelijke jaarlijkse stappen, zodat deze goederen op 1 januari van jaar 10 (tien) rechtenvrij zijn;
d) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 3826 00 10 en 3826 00 90.
AFDELING C
TARIEFCONTINGENTEN VAN MERCOSUR
1. Tariefcontingenten voor mageremelkpoeder, melkpoeder en vollemelkpoeder
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-1” in aanhangsel 10-A-2 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
1 000 |
10 % |
|
1 |
2 000 |
20 % |
|
2 |
3 000 |
30 % |
|
3 |
4 000 |
40 % |
|
4 |
5 000 |
50 % |
|
5 |
6 000 |
60 % |
|
6 |
7 000 |
70 % |
|
7 |
8 000 |
80 % |
|
8 |
9 000 |
90 % |
|
9 |
9 500 |
95 % |
|
10 en elk daaropvolgend jaar |
10 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-2;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 04021010, 04021090, 04022110, 04022120, 04022130, 04022910, 04022920 en 04022930.
2. Tariefcontingenten voor kaas
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-2” in aanhangsel 10-A-2 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
3 000 |
10 % |
|
1 |
6 000 |
20 % |
|
2 |
9 000 |
30 % |
|
3 |
12 000 |
40 % |
|
4 |
15 000 |
50 % |
|
5 |
18 000 |
60 % |
|
6 |
21 000 |
70 % |
|
7 |
24 000 |
80 % |
|
8 |
27 000 |
90 % |
|
9 |
28 500 |
95 % |
|
10 en elk daaropvolgend jaar |
30 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-2;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 040610 (met uitzondering van 0406 10 10), 040620, 040630, 040640 en 040690;
d) De contingenten worden beheerd in chronologische volgorde van binnenkomst.
3. Tariefcontingenten voor volledige zuigelingenvoeding
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-3” in aanhangsel 10-A-2 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale jaarlijkse hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
500 |
10 % |
|
1 |
1 000 |
20 % |
|
2 |
1 500 |
30 % |
|
3 |
2 000 |
40 % |
|
4 |
2 500 |
50 % |
|
5 |
3 000 |
60 % |
|
6 |
3 500 |
70 % |
|
7 |
4 000 |
80 % |
|
8 |
4 500 |
90 % |
|
9 |
4 750 |
95 % |
|
10 en elk daaropvolgend jaar |
5 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheid geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-2;
c)
De totale omvang van het contingent van goederen van oorsprong uit de EU die zijn ingedeeld
onder de volgende tarieflijnen: 19011010, 19011020 en 19011090.
4. Tariefcontingenten voor knoflook
a) Voor goederen van oorsprong met de aanduiding “TRQ-4” in aanhangsel 10-A-2 en die zijn vermeld in punt c) gelden de onderstaande contingenttarieven tot de volgende totale hoeveelheden:
|
Jaar |
Totale jaarlijkse omvang
|
Contingenttarief
|
|
0 |
1 875 |
30 % |
|
1 |
3 750 |
40 % |
|
2 |
5 625 |
50 % |
|
3 |
7 500 |
60 % |
|
4 |
9 375 |
70 % |
|
5 |
11 250 |
80 % |
|
6 |
13 125 |
90 % |
|
7 en elk daaropvolgend jaar |
15 000 |
100 % |
b) Voor goederen van oorsprong die worden ingevoerd boven de in punt a) bedoelde totale hoeveelheden geldt het basisdouanetarief zoals vastgesteld in aanhangsel 10-A-2;
c) Dit lid is van toepassing op goederen van oorsprong die zijn ingedeeld onder de volgende tariefposten: 07032090.
AFDELING D
BEHEER VAN TARIEFCONTINGENTEN
1. Een partij die TRQ’s opent voor de andere partij zoals bedoeld in deze bijlage, beheert deze TRQ’s op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze overeenkomstig haar wetten en regelgeving.
2. De partij die de TRQ’s opent, maakt tijdig en voortdurend alle relevante informatie over het beheer van de contingenten openbaar, met inbegrip van het beschikbare volume en de criteria om in aanmerking te komen.
3. De oorsprong van goederen die zijn ingevoerd onder de TRQ wordt vastgesteld op grond van de oorsprongsregels zoals gedefinieerd in hoofdstuk 11.
4. Mercosur kan de hoeveelheden van het door de Europese Unie geopende tariefcontingent verdelen over de staten die het Mercosur-Verdrag hebben ondertekend. In dat geval geeft Mercosur ten minste 90 (negentig) dagen vóór het begin van het contingentjaar de details door van de toewijzing aan de Europese Unie, zodat zij deze kan toepassen. De toewijzing is ten minste 2 (twee) jaar geldig.
5. Indien de toegewezen hoeveelheden in de loop van de contingentperiode niet volledig worden benut, kan de uitvoerende partij de invoerende partij vóór het einde van de 8e (achtste) maand in kennis stellen van een nieuwe toewijzing van de onbenutte hoeveelheden voor het laatste kwartaal van de contingentperiode. De invoerende partij past die nieuwe toewijzing toe.
6. Op verzoek van een van de partijen plegen de partijen overleg over de uitvoering van deze afdeling.
AFDELING E
OMREKENINGSFACTOREN
1. Voor de TRQ’s die zijn vermeld in de leden 0 , 3, 0 , 0 en 6 van afdeling B, worden de volgende omrekeningsfactoren gebruikt om productgewichten om te rekenen in het equivalent geslacht gewicht.
a) Tariefcontingenten vermeld in de leden 1 en 3 van afdeling B:
|
Tarieflijn |
Omschrijving tarieflijn
|
Omrekeningsfactor |
|
0201 20 20 |
“Compensated quarters” van runderen, met been, vers of gekoeld |
100 % |
|
0201 20 30 |
Voorvoeten en voorspannen van runderen, met been, vers of gekoeld |
100 % |
|
0201 20 50 |
Achtervoeten en achterspannen van runderen, met been, vers of gekoeld |
100 % |
|
0201 20 90 |
Delen van runderen, met been, vers of gekoeld (m.u.v. hele en halve dieren, “compensated quarters”, voorvoeten en voorspannen, achtervoeten en achterspannen) |
100 % |
|
0201 30 00 |
Vlees van runderen, zonder been, vers of gekoeld |
130 % |
|
0202 20 10 |
“Compensated quarters” van runderen, met been< bevroren |
100 % |
|
0202 20 30 |
Voorvoeten en voorspannen van runderen, met been, bevroren |
100 % |
|
0202 20 50 |
Achtervoeten en achterspannen van runderen, met been, bevroren |
100 % |
|
0202 20 90 |
Delen van runderen, met been, bevroren (m.u.v. hele en halve dieren, “compensated quarters”, voorvoeten en voorspannen, achtervoeten en achterspannen) |
100 % |
|
0202 30 10 |
Voorvoeten, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden, bevroren Zogenaamde “compensated quarters” aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel |
130 % |
|
0202 30 50 |
Als “crops”, “chucks and blades” en “briskets” aangeduide delen van runderen, zonder been, bevroren |
130 % |
|
0202 30 90 |
Vlees van runderen, zonder been, bevroren (m.u.v. voorvoeten, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden; zogenaamde "compensated quarters" aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel) |
130 % |
|
0206 10 95 |
Longhaasjes en omlopen van runderen, eetbaar, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
100 % |
|
0206 29 91 |
Longhaasjes en omlopen van runderen, bevroren (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
100 % |
|
0210 20 10 |
Vlees van runderen, met been, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
100 % |
|
0210 20 90 |
Vlees van runderen, zonder been, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
135 % |
|
0210 99 51 |
Longhaasjes en omlopen van runderen, eetbaar, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
100 % |
b) Tariefcontingenten vermeld in lid 4 van afdeling B:
|
Tarieflijn |
Omschrijving tarieflijn
|
Omrekeningsfactor |
|
0203 12 11 |
Hammen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
100 % |
|
ex 0203 19 55 |
Hammen en delen daarvan, zonder been, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
120 % |
|
0203 22 11 |
Hammen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), bevroren |
100 % |
|
ex 0203 29 55 |
Hammen en delen daarvan, zonder been, van varkens (huisdieren), bevroren |
120 % |
c) Tariefcontingenten vermeld in de leden 5 en 6 van afdeling B:
|
Tarieflijn |
Omschrijving tarieflijn
|
Omrekeningsfactor |
|
ex 0207 13 10 |
Delen van hanen of van kippen, vers of gekoeld, zonder been, anders dan vers of gekoeld separatorvlees van hanen of van kippen, verkregen door vlees dat na het uitbenen nog aan de beenderen vastzit of vlees van pluimveekarkassen daarvan mechanisch te scheiden, waardoor de spierweefselstructuur verloren gaat of verandert |
140 % |
|
0207 13 20 |
Helften en kwarten van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
100 % |
|
0207 13 50 |
Borsten en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
110 % |
|
0207 13 60 |
Dijen en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
100 % |
|
0207 13 70 |
Delen van hanen of van kippen (pluimvee), met been, vers of gekoeld (m.u.v. helften en kwarten, hele vleugels, ook indien ontdaan van de spits, ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen, borsten en dijen en delen daarvan) |
100 % |
|
ex 0207 14 10 |
Bevroren delen van hanen of van kippen, zonder been, anders dan bevroren separatorvlees van hanen of van kippen, verkregen door vlees dat na het uitbenen nog aan de beenderen vastzit of vlees van pluimveekarkassen daarvan mechanisch te scheiden, waardoor de spierweefselstructuur verloren gaat of verandert |
140 % |
|
0207 14 20 |
Helften en kwarten van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
100 % |
|
0207 14 50 |
Borsten en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
110 % |
|
0207 14 60 |
Dijen en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
100 % |
|
0207 14 70 |
Delen van hanen of van kippen (pluimvee), met been, bevroren (m.u.v. helften en kwarten, hele vleugels, ook indien ontdaan van de spits, ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen, borsten en dijen en delen daarvan) |
100 % |
|
0207 27 10 |
Delen van kalkoenen (pluimvee), zonder been, bevroren |
140 % |
|
1602 32 11 |
Bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen van hanen of van kippen (pluimvee), ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend, niet gekookt en niet gebakken (m.u.v. worst van alle soorten en bereidingen van levers) |
80 % |
|
1602 32 19 |
Bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, van hanen of van kippen (pluimvee), ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend, gekookt of gebakken (m.u.v. worst van alle soorten; fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g; bereidingen van levers; extracten van vlees) |
80 % |
|
1602 32 30 |
Bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, van hanen of van kippen (pluimvee), ≥ 25 doch < 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
45 % |
|
1602 32 90 |
Bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, van hanen of van kippen (pluimvee) (m.u.v. die met ≥ 25 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee; vlees of slachtafvallen, van kalkoenen of parelhoenders; worst van alle soorten; fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g; bereidingen van levers; extracten en sappen van vlees) |
35 % |
2.
Voor de TRQ’s vermeld in de leden 14 en 15 van afdeling B worden de volgende omrekeningsfactoren gebruikt om het productgewicht
om te rekenen in het equivalent eieren in de schaal:
|
Tarieflijn |
Omschrijving tarieflijn
|
Omrekeningsfactor |
|
0407 11 00 |
Broedeieren, van kippen (pluimvee) |
100 % |
|
0407 19 19 |
Broedeieren van pluimvee (niet van kalkoenen, ganzen en kippen) |
100 % |
|
0408 11 80 |
Eigeel, gedroogd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie |
246 % |
|
0408 19 81 |
Eigeel, vloeibaar, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie |
116 % |
|
0408 19 89 |
Eigeel, niet-vloeibaar, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gedroogd eigeel) |
116 % |
|
0408 91 80 |
Vogeleieren uit de schaal, gedroogd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. eigeel) |
452 % |
|
0408 99 80 |
Vogeleieren uit de schaal, vers, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gedroogd en eigeel) |
116 % |
|
3502 11 90 |
Gedroogd ovoalbumine (in de vorm van bladen, schilfers, kristallen, poeder, enz.), geschikt voor menselijke consumptie |
856 % |
|
3502 19 90 |
Ovoalbumine, geschikt voor menselijke consumptie (niet gedroogd (in de vorm van bladen, schilfers, kristallen, poeder, enz.)) |
116 % |
________________
BIJLAGE 10-B
UITVOERRECHTEN
AFDELING A
ALGEMENE BEPALINGEN
1. De volgende categorieën zijn van toepassing op de afschaffing, verlaging of consolidatie van de ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar het grondgebied van de Europese Unie ingestelde uitvoerrechten, belastingen of andere heffingen van welke aard ook (hierna “uitvoerrechten” genoemd) op goederen die zijn opgenomen in afdeling C van dit aanhangsel overeenkomstig artikel 10.9 van deze overeenkomst.
a) de uitvoerrechten op goederen in afbouwcategorie “Y5” in de lijsten van uitvoerrechten in afdeling C van deze bijlage worden afgeschaft in 3 (drie) gelijke jaarlijkse stappen; de eerste verlaging wordt van kracht op de 1e (eerste) dag van het 4e (vierde) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en de uitvoerrechten op deze goederen worden vastgesteld op 0 (nul) op de 1e (eerste) dag van het 6e (zesde) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
b) de uitvoerrechten op goederen in afbouwcategorie “Y10” in de lijsten van uitvoerrechten in afdeling C van deze bijlage worden geconsolideerd op 18 % (achttien procent) op de 1e (eerste) dag van het 5e (vijfde) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en worden progressief verlaagd naar 14 % (veertien procent) middels een lineaire jaarlijkse verlaging met 1 (één) procentpunt, te beginnen op de 1e (eerste) dag van het 7e (zevende) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, tot aan het begin van het 10e (tiende) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst; en
c) op de 1e (eerste) dag van het 4e (vierde) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst mogen de uitvoerrechten op goederen in afbouwcategorie “S” in de lijsten van uitvoerrechten in afdeling C van deze bijlage het in die lijsten vastgestelde basistarief niet overschrijden.
2. Het basistarief voor uitvoerrechten en de afbouwcategorie ter bepaling van het tussentijdse uitvoerrecht voor elke stap gedurende de verlaging of de verbintenis tot consolidatie voor een bepaald artikel worden in de lijst van uitvoerrechten in afdeling C van deze bijlage aangegeven.
3. In geval van wijzigingen van de lijst van uitvoerrechten zijn van Mercosur, blijven de in het kader van de lijsten van uitvoerrechten in afdeling C van deze bijlage aangegane verbintenissen van toepassing op basis van de omschrijving van de goederen, ongeacht de tariefindeling ervan.
4. De uitvoerrechten voor elke stap worden naar beneden afgerond, ten minste tot het dichtstbijzijnde 10e (tiende) van een procentpunt.
5. Indien een staat die het Mercosur-Verdrag heeft ondertekend een lager recht of andere vergoedingen en heffingen overeenkomstig afdeling C van deze bijlage toepast op of in verband met de uitvoer van goederen, en zolang dit lager is dan het recht dat is berekend overeenkomstig de lijsten van uitvoerrechten in afdeling C van deze bijlage, is dat lagere recht van toepassing.
AFDELING B
ERNSTIGE ONEVENWICHTIGHEID
1. Niettegenstaande artikel 10.9 van deze overeenkomst kan een staat die het Mercosur-Verdrag heeft ondertekend in uitzonderlijke omstandigheden die gerechtvaardigd zijn om ernstige fiscale onevenwichtigheden of een scherpe en plotselinge waardevermindering van de lokale valuta te verhelpen en die onmiddellijke actie vereisen, voor een beperkte periode nieuwe douanerechten invoeren of het niveau verhogen van bestaande douanerechten die worden geheven op de uitvoer van goederen waarvoor op 31 december 2018 douanerechten op uitvoer van toepassing waren.
2. De in lid 1 van deze afdeling bedoelde maatregelen:
a) zijn strikt noodzakelijk om te voldoen aan de vereisten van de in lid 1 van deze afdeling beschreven omstandigheden;
b) worden niet toegepast op de Europese Unie of een andere staten die het Mercosur-Verdrag hebben ondertekend op een minder gunstige wijze dan op een derde land of op een wijze die een verkapte beperking van de internationale handel zou vormen;
c) worden alleen geactiveerd als onderdeel van een economisch programma dat is aangegaan om de in lid 1 van deze afdeling gespecificeerde omstandigheden aan te pakken;
d) zijn tijdelijk, evenredig en niet belastender dan nodig is om de in lid 1 van deze afdeling gespecificeerde situatie aan te pakken en worden geleidelijk uitgefaseerd naarmate die omstandigheden verbeteren; en
e) worden officieel afgekondigd op een wijze die waarborgt dat zij op transparante wijze worden toegepast en dat de Europese Unie tijdig in kennis wordt gesteld van de precieze voorwaarden voor de toepassing ervan, met inbegrip van de beoogde duur.
3. De betrokken staten die het Mercosur-Verdrag hebben ondertekend en de Europese Unie plegen op verzoek van de Europese Unie periodiek overleg over de toepassing en het tijdschema voor het afschaffen van de in lid 1 van deze afdeling bedoelde maatregelen die verder gaan dan de maatregelen die zijn opgenomen in de in afdeling C opgenomen lijsten van uitvoerrechten.
AFDELING C
LIJSTEN VAN UITVOERRECHTEN
ONDERAFDELING 1
LIJST VAN UITVOERRECHTEN VAN ARGENTINIË
|
NCM 2012 |
Omschrijving |
Basistarief
|
Uiteindelijk tarief
|
Categorie |
|
12.01.90.00 |
Uitgeschakeld // In bulk, met maximaal 15 % verpakt (Wet 21.453) // -Andere // Sojabonen, ook indien gebroken: |
18 |
14 |
Y10 |
|
12.01.90.00 |
Andere // In bulk, met maximaal 15 % verpakt (Wet 21.453) // -Andere // Sojabonen, ook indien gebroken: |
18 |
14 |
Y10 |
|
12.01.90.00 |
In verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 kg (Resolutie 835/05 SAGPyA) // Uitgeschakeld // Meer dan 15 % verpakt (Wet 21.453) // -Andere // Sojabonen, ook indien gebroken: |
18 |
14 |
Y10 |
|
12.01.90.00 |
Andere // Uitgeschakeld // Meer dan 15 % verpakt (Wet 21.453) // -Andere // Sojabonen, ook indien gebroken: |
18 |
14 |
Y10 |
|
12.01.90.00 |
In verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 kg (Resolutie 835/05 SAGPyA) // Andere // Meer dan 15 % verpakt (Wet 21.453) // -Andere // Sojabonen, ook indien gebroken: |
18 |
14 |
Y10 |
|
12.01.90.00 |
Andere // Andere // Meer dan 15 % verpakt (Wet 21.453) // -Andere // Sojabonen, ook indien gebroken: |
18 |
14 |
Y10 |
|
12.08.10.00 |
-van sojabonen // Meel van oliehoudende zaden en vruchten, ander dan mosterdmeel |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.10.00 |
In bulk (Wet 21.453) // -Ruwe olie, ook indien ontgomd // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.10.00 |
Alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // -Ruwe olie, ook indien ontgomd // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.10.00 |
Andere // -Ruwe olie, ook indien ontgomd // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.90.11 |
In verpakking met een inhoud van niet meer dan 5 l (Resolutie 359/99 MEYOSP) // Geraffineerd // -Andere // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.90.19 |
In bulk (Wet 21.453) // Andere // Geraffineerd // -Andere // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.90.19 |
In vaten met een inhoud van meer dan 200 liter (Wet 21.453) // Andere, alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // Andere // Geraffineerd // -Andere // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.90.19 |
Andere // Andere, alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // Andere // Geraffineerd // -Andere // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.90.19 |
Andere // Andere // Geraffineerd // -Andere // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.07.90.90 |
Andere // -Andere // Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.10 |
Zonnebloemolie bevattend // Sojaolie bevattend // Mengsels van geraffineerde oliën, in verpakkingen van niet meer dan 5 l // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.10 |
Andere // Sojaolie bevattend // Mengsels van geraffineerde oliën, in verpakkingen van niet meer dan 5 l // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
Zonnebloemolie bevattend // In bulk (Wet 21.453) // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
Andere // In bulk (Wet 21.453) // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
In vaten met een inhoud van meer dan 200 liter (Wet 21.453) // Andere, zonnebloemolie bevattend, alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
Andere // Andere, zonnebloemolie bevattend, alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
In vaten met een inhoud van meer dan 200 liter (Wet 21.453) // Andere, alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
Andere // Andere, alleen in verpakkingen van meer dan 10 kg (Wet 21.453) // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
Zonnebloemolie bevattend // Andere // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.17.90.90 |
Andere // Andere // Andere, sojaolie bevattend // Andere // -Andere // Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 |
18 |
14 |
Y10 |
|
15.18.00.90 |
Sojabonen bevattend // Van plantaardige oorsprong // Oneetbare mengsels of bereidingen // Andere // Standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd, met uitzondering van die bedoeld bij post 15.16; mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, niet geschikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.02.50.00 |
Pellets van sojaboondoppen // -Van peulvruchten // Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen of van peulvruchten, ook indien in pellets: |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.02.50.00 |
Sojabonen // Andere // -Van peulvruchten // Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen of van peulvruchten, ook indien in pellets: |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.04.00.10 |
Perskoekmeel (Wet 21.453) // Meel en pellets // Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.04.00.10 |
Pellets (Wet 21.453) // Meel en pellets // Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.04.00.90 |
Perskoek (Wet 21.453) // Andere // Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.04.00.90 |
Schilfers (Wet 21.453) // Andere // Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.04.00.90 |
Andere // Andere // Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.08.00.00 |
Producten die in hun samenstelling sojabonen bevatten // Plantaardige zelfstandigheden en plantaardig afval, plantaardige residuen en bijproducten, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, elders genoemd noch elders onder begrepen |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.10 |
Chlooramfenicol bevattend (R.2507/93 ex-ANA) // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.10 |
Carbadox bevattend (R.57/16 SENASA) // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.10 |
Andere // In gemerkte zakken met een netto-inhoud van niet meer dan 50 kg // Overige bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.10 |
Met een deeltjesgrootte waardoor 80 % of meer ervan kan worden tegengehouden in een zeef nr. 30 op de IRAM-schaal en die maximaal 30 % soja, bijproducten of afvallen daarvan bevat // In gemerkte zakken met een netto-inhoud van meer dan 50 kg en tot 1 500 kg // Overige bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
4 |
4 |
S |
|
23.09.90.10 |
Andere // In gemerkte zakken met een netto-inhoud van meer dan 50 kg en tot 1 500 kg // Overige bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.10 |
In een verhouding van maximaal 30 %, met een deeltjesgrootte waardoor 80 % of meer ervan kan worden tegengehouden in een zeef nr. 30 op de IRAM-schaal // Andere // Overige bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
6 |
6 |
S |
|
23.09.90.10 |
Andere // Andere // Overige bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Bereidingen die bedoeld zijn om dieren te voorzien van alle voedingselementen die nodig zijn voor een dagelijkse, verstandige en evenwichtige voeding (volledig diervoeder) // Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.60 |
Chlooramfenicol bevattend (R.2507/93 ex-ANA) // Bereidingen op basis van tarwemeel die xylanase en bèta-glucanase bevatten // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.60 |
Andere // Overige bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Bereidingen op basis van tarwemeel die xylanase en bèta-glucanase bevatten // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.90 |
Gepresenteerd in gemerkte zakken met een netto-inhoud van niet meer dan 50 kg / bereidingen die in hun samenstelling soja, bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Chlooramfenicol bevattend (R.2507/93 ex-ANA) // Andere // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.90 |
Andere // Bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Chlooramfenicol bevattend (R.2507/93 ex-ANA) // Andere // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y1 |
|
23.09.90.90 |
Carbadox bevattend (R.57/16 SENASA) // Andere // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.90 |
Gepresenteerd in gemerkte zakken met een netto-inhoud van niet meer dan 50 kg / bereidingen die in hun samenstelling soja, bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Andere (R.2012/93 ex-ANA) // Andere // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
23.09.90.90 |
Andere // Bereidingen die in hun samenstelling soja, de bijproducten of afvallen daarvan bevatten // Andere (R.2012/93 ex-ANA) // Andere // -Andere // Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
18 |
14 |
Y10 |
|
27.01.20.00 |
-Briketten, eierkolen en dergelijke van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen // Steenkool; briketten, eierkolen en dergelijke van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen |
5 |
5 |
S |
|
27.02.10.00 |
-Bruinkool, ook indien in poedervorm, doch niet geperst // Bruinkool, ook indien geperst, andere dan git: |
5 |
5 |
S |
|
27.02.20.00 |
-Geperste bruinkool // Bruinkool, ook indien geperst, andere dan git: |
5 |
5 |
S |
|
27.04.00.10 |
Cokes // Cokes en halfcokes, van steenkool, van bruinkool of van turf, ook indien geperst; retortenkool |
5 |
5 |
S |
|
27.04.00.90 |
Retortenkool // Andere // Cokes en halfcokes, van steenkool, van bruinkool of van turf, ook indien geperst; retortenkool |
5 |
5 |
S |
|
27.04.00.90 |
Halfcokes // Andere // Cokes en halfcokes, van steenkool, van bruinkool of van turf, ook indien geperst; retortenkool |
5 |
5 |
S |
|
27.05.00.00 |
Steenkoolgas, watergas, generatorgas en dergelijke gassen, andere dan aardgas en andere gasvormige koolwaterstoffen |
5 |
5 |
S |
|
27.06.00.00 |
Koolteer // Teer uit steenkool, uit bruinkool of uit turf en andere minerale teersoorten, ook indien gedehydreerd of gedeeltelijk gedistilleerd, zogenaamde mengteer daaronder begrepen |
5 |
5 |
S |
|
27.06.00.00 |
Bruinkoolteer // Teer uit steenkool, uit bruinkool of uit turf en andere minerale teersoorten, ook indien gedehydreerd of gedeeltelijk gedistilleerd, zogenaamde mengteer daaronder begrepen |
5 |
5 |
S |
|
27.06.00.00 |
Turfteer // Teer uit steenkool, uit bruinkool of uit turf en andere minerale teersoorten, ook indien gedehydreerd of gedeeltelijk gedistilleerd, zogenaamde mengteer daaronder begrepen |
5 |
5 |
S |
|
27.06.00.00 |
Andere minerale teren // Minerale teer // Teer uit steenkool, uit bruinkool of uit turf en andere minerale teersoorten, ook indien gedehydreerd of gedeeltelijk gedistilleerd, zogenaamde mengteer daaronder begrepen |
5 |
5 |
S |
|
27.07.10.00 |
-Benzol (benzeen) // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.20.00 |
-Toluol (tolueen) // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.30.00 |
-Xylol (xylenen) // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.40.00 |
-Naftaleen // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.50.00 |
Mengsel van alkylbenzenen met de formule C10H14 en C11H16 als hoofdbestanddelen // -Andere mengsels van aromatische koolwaterstoffen die, distillatieverliezen inbegrepen, voor 65 % of meer van hun volume overdistilleren bij 250 °C of lager, bepaald volgens de methode ASTM D 86 // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.50.00 |
Andere // -Andere mengsels van aromatische koolwaterstoffen die, distillatieverliezen inbegrepen, voor 65 % of meer van hun volume overdistilleren bij 250 °C of lager, bepaald volgens de methode ASTM D 86 // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.91.00 |
-Creosootolie // -Andere: // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.99.10 |
Kresolen // -Andere // -Andere: // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.99.90 |
Antraceen // Andere // --Andere // -Andere: // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.99.90 |
Fenolen // Andere // --Andere // -Andere: // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.07.99.90 |
Andere // Andere // --Andere // -Andere: // Olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer; soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft |
5 |
5 |
S |
|
27.08.10.00 |
-Pek // Pek en pekcokes, van steenkoolteer of van andere minerale teer |
5 |
5 |
S |
|
27.08.20.00 |
-Pekcokes // Pek en pekcokes, van steenkoolteer of van andere minerale teer |
5 |
5 |
S |
|
27.10.91.00 |
--Polychloorbifenylen (PCB’s), polychloortrifenylen (PCT’s) of polybroombifenylen (PBB’s) bevattend // -Afvalolie: // Aardolie en olie uit bitumineuze mineralen, andere dan ruwe; preparaten die 70 of meer gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald, elders genoemd noch elders onder begrepen; afvalolie |
5 |
5 |
S |
|
27.10.99.00 |
Monomethyltetrachloordifenylmethaan, monomethyldichloordifenylmethaan, monomethyldibroomdifenylmethaan bevattend // --Andere // -Afvalolie: // Aardolie en olie uit bitumineuze mineralen, andere dan ruwe; preparaten die 70 of meer gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald, elders genoemd noch elders onder begrepen; afvalolie |
5 |
5 |
S |
|
27.10.99.00 |
Andere // --Andere // -Afvalolie: // Aardolie en olie uit bitumineuze mineralen, andere dan ruwe; preparaten die 70 of meer gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald, elders genoemd noch elders onder begrepen; afvalolie |
5 |
5 |
S |
|
27.11.14.00 |
--Ethyleen, propyleen, butyleen en butadieen // -Vloeibaar gemaakt: // Aardgas en andere gasvormige koolwaterstoffen |
5 |
0 |
Y5 |
|
27.16.00.00 |
Energievoorziening |
5 |
5 |
S |
|
38.26.00.00 |
Biodiesel // Biodiesel en mengsels daarvan, geen of minder dan 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevattend |
18 |
14 |
Y10 |
|
38.26.00.00 |
Mengsels met diesel // Mengsels met diesel of andere producten die als onderdelen worden belast // Biodiesel en mengsels daarvan, geen of minder dan 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevattend |
18 |
14 |
Y10 |
|
38.26.00.00 |
Andere // Mengsels met diesel of andere producten die als onderdelen worden belast // Biodiesel en mengsels daarvan, geen of minder dan 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevattend |
18 |
14 |
Y10 |
|
38.26.00.00 |
Andere // Biodiesel en mengsels daarvan, geen of minder dan 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevattend |
18 |
14 |
Y10 |
|
41.01.20.00 |
Vers of nat gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // -Gehele huiden en vellen, niet gesplit, wegende per stuk, indien enkel gedroogd niet meer dan 8 kg, indien droog gezouten niet meer dan 10 kg of indien vers, nat gezouten of op andere wijze geconserveerd niet meer dan 16 kg: // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.20.00 |
Droog gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // -Gehele huiden en vellen, niet gesplit, wegende per stuk, indien enkel gedroogd niet meer dan 8 kg, indien droog gezouten niet meer dan 10 kg of indien vers, nat gezouten of op andere wijze geconserveerd niet meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.20.00 |
Andere // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // -Gehele huiden en vellen, niet gesplit, wegende per stuk, indien enkel gedroogd niet meer dan 8 kg, indien droog gezouten niet meer dan 10 kg of indien vers, nat gezouten of op andere wijze geconserveerd niet meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.20.00 |
Vers of nat gezouten // Huiden en vellen van paardachtigen // -Gehele huiden en vellen, niet gesplit, wegende per stuk, indien enkel gedroogd niet meer dan 8 kg, indien droog gezouten niet meer dan 10 kg of indien vers, nat gezouten of op andere wijze geconserveerd niet meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.20.00 |
Andere // Huiden en vellen van paardachtigen // -Gehele huiden en vellen, niet gesplit, wegende per stuk, indien enkel gedroogd niet meer dan 8 kg, indien droog gezouten niet meer dan 10 kg of indien vers, nat gezouten of op andere wijze geconserveerd niet meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.10 |
Vers of nat gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Niet gesplit // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.10 |
Droog gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Niet gesplit // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.10 |
Andere // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Niet gesplit // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.10 |
Andere // Huiden en vellen van paardachtigen // Niet gesplit // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.20 |
Vers of nat gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.20 |
Droog gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.20 |
Andere // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.30 |
Vers of nat gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.30 |
Droog gezouten // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.30 |
Andere // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.50.30 |
Andere // Huiden en vellen van paardachtigen // Gesplit, zonder de nerf // -Gehele huiden en vellen, wegende per stuk meer dan 16 kg // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.10 |
Vers of nat gezouten // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Niet gesplit // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.10 |
Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Niet gesplit // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.10 |
Andere // Huiden en vellen van paardachtigen // Niet gesplit // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Vers of nat gezouten // In gehele staat // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Droog gezouten // In gehele staat // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Andere // In gehele staat // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Vers of nat gezouten // Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Gedroogd, zonder sporen van het zouten // Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Andere // Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.20 |
Gedroogd, zonder sporen van het zouten // Andere // Huiden en vellen van paardachtigen // Gesplit, met de nerfkant // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.30 |
Vers of nat gezouten // In gehele staat // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.30 |
Droog gezouten // In gehele staat // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41019030 |
Andere // In gehele staat // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.30 |
Vers of nat gezouten // Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.30 |
Gedroogd, zonder sporen van het zouten // Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.30 |
Andere // Andere // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.01.90.30 |
Gedroogd, zonder sporen van het zouten // Andere // Huiden en vellen van paardachtigen // Gesplit, zonder de nerf // -Andere, croupons, halve croupons en flanken daaronder begrepen // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.02.10.00 |
Zongedroogd // -Niet onthaard // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.10.00 |
Droog gezouten // -Niet onthaard // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), op dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.10.00 |
Andere // -Niet onthaard // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.21.00 |
Niet onthaard // --Gepekeld // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.21.00 |
Voorjarige ooi // --Gepekeld // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.21.00 |
Lammeren // --Gepekeld // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.2100 |
Andere // --Gepekeld // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.29.00 |
Zongedroogd // --Andere // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.29.00 |
Droog gezouten // --Andere // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.02.29.00 |
Andere // --Andere // -Onthaard: // Huiden en vellen van schapen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd: |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.03.90.00 |
Geiten // -Andere // Andere huiden en vellen, ongelooid (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit, andere dan die bij aantekening 1, onder b) en c), bij dit hoofdstuk zijn uitgezonderd |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.11 |
Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2, eenvoudig chroomgelooid (“wetblue”) // Met natuurlijke nerf, niet gesplit // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.12 |
Andere hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2 // Gehele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2 // Met natuurlijke nerf, niet gesplit // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.13 |
Hele of halve huiden of vellen // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met plantaardige stoffen voorgelooid // Met natuurlijke nerf, niet gesplit // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.13 |
Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met plantaardige stoffen voorgelooid // Met natuurlijke nerf, niet gesplit // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.14 |
Hele of halve huiden of vellen // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Met natuurlijke nerf, niet gesplit // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.14 |
Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Met natuurlijke nerf, niet gesplit // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.21 |
Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2, eenvoudig chroomgelooid (“wetblue”) // Gesplit, met de nerfkant // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.23 |
Hele of halve huiden of vellen // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met plantaardige stoffen voorgelooid // Gesplit, met de nerfkant // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.23 |
Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met plantaardige stoffen voorgelooid // Gesplit, met de nerfkant // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.24 |
Hele of halve huiden of vellen // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11.24 |
Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Gesplit, met de nerfkant // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.19.10 |
Vleessplit of runderhuid // Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2, eenvoudig chroomgelooid (“wetblue”) // --Andere // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.19.10 |
Andere // Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2, eenvoudig chroomgelooid (“wetblue”) // --Andere // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.19.30 |
Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met plantaardige stoffen voorgelooid // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met plantaardige stoffen voorgelooid // --Andere // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.19.40 |
Andere // Hele of halve huiden of vellen // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // --Andere // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.19.40 |
Andere // Gesplit, zonder de nerf (vleessplit) // Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // --Andere // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.19.40 |
Andere // Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // --Andere // -In vochtige staat (“wetblue” daaronder begrepen): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.41.10 |
Andere // Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2 // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In droge staat (“crust”): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.41.30 |
Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // --Met natuurlijke nerf, niet gesplit; gesplit, met de nerfkant // -In droge staat (“crust”): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.49.10 |
Chroomgelooid in droge staat (boxcalf) // Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2 // --Andere // -In droge staat (“crust”): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.49.10 |
Andere // Hele huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen), met een oppervlakte van niet meer dan 2,6 m2 // --Andere // -In droge staat (“crust”): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
41.04.49.20 |
Andere // Andere huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // Huiden en vellen van runderen (buffels daaronder begrepen) // --Andere // -In droge staat (“crust”): // Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”) van runderen (buffels daaronder begrepen), van paarden of van paardachtigen, ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt |
10 |
0 |
Y5 |
|
45.01.10.00 |
-Natuurkurk, ruw of eenvoudig bewerkt // Natuurkurk, ruw of eenvoudig bewerkt; kurkafval; gebroken of gemalen kurk |
10 |
10 |
S |
|
45.01.90.00 |
-Andere // Natuurkurk, ruw of eenvoudig bewerkt; kurkafval; gebroken of gemalen kurk |
10 |
10 |
S |
|
45.02.00.00 |
Vierkant bezaagd // Natuurkurk, ontdaan van de buitenste laag of enkel kantrecht gemaakt, dan wel in vierkante of rechthoekige blokken, platen, bladen, vellen en strippen (blokjes met scherpe kanten voor het vervaardigen van kurken (stoppen) daaronder begrepen) |
5 |
5 |
S |
|
45.02.00.00 |
In strippen, ook indien versterkt met papier of textiel // Natuurkurk, ontdaan van de buitenste laag of enkel kantrecht gemaakt, dan wel in vierkante of rechthoekige blokken, platen, bladen, vellen en strippen (blokjes met scherpe kanten voor het vervaardigen van kurken (stoppen) daaronder begrepen) |
5 |
5 |
S |
|
45.02.00.00 |
Andere // Natuurkurk, ontdaan van de buitenste laag of enkel kantrecht gemaakt, dan wel in vierkante of rechthoekige blokken, platen, bladen, vellen en strippen (blokjes met scherpe kanten voor het vervaardigen van kurken (stoppen) daaronder begrepen) |
5 |
5 |
S |
|
47.07.10.00 |
-Ongebleekt kraftpapier of -karton of gegolfd papier of karton // Papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval) |
20 |
20 |
S |
|
47.07.20.00 |
-Ander papier of karton, hoofdzakelijk vervaardigd van gebleekte houtcellulose, niet in de massa gekleurd // Papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval) |
20 |
20 |
S |
|
47.07.30.00 |
-Papier of karton, hoofdzakelijk vervaardigd van houtslijp (bijvoorbeeld kranten, periodieken en dergelijk drukwerk) // Papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval) |
20 |
20 |
S |
|
47.07.90.00 |
-Andere, niet-gesorteerde resten en afval daaronder begrepen // Papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval) |
20 |
20 |
S |
|
72.04.10.00 |
-Resten en afval, van gietijzer // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.21.00 |
Austenitische producten (serie AISI 300 en equivalente normen) // --Van roestvrij staal // -Resten en afval van gelegeerd staal: // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.21.00 |
Andere // --Van roestvrij staal // -Resten en afval van gelegeerd staal: // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.29.00 |
Van sneldraaistaal // --Andere // -Resten en afval van gelegeerd staal: // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.29.00 |
Andere // Andere // --Andere // -Resten en afval van gelegeerd staal: // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.30.00 |
-Resten en afval van vertind ijzer en staal // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.41.00 |
--Draaisel, krullen, spanen, slijpsel, zaagsel, vijlsel en afval van het stampen of stansen, ook indien in pakketten // -Andere resten en afval: // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.49.00 |
--Andere // -Andere resten en afval: // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
72.04.50.00 |
-Afvalingots // Resten en afval van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal |
5 |
5 |
S |
|
97.01.10.00 |
Andere // Originelen // -Schilderijen, schilderingen en tekeningen // Schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, met uitzondering van de tekeningen bedoeld bij post 49.06 en van met de hand versierde voorwerpen; collages en dergelijke decoratieve platen |
5 |
5 |
S |
|
97.01.10.00 |
Andere // -Schilderijen, schilderingen en tekeningen // Schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, met uitzondering van de tekeningen bedoeld bij post 49.06 en van met de hand versierde voorwerpen; collages en dergelijke decoratieve platen |
5 |
5 |
S |
|
97.01.90.00 |
Andere // Originelen // -Andere // Schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, met uitzondering van de tekeningen bedoeld bij post 49.06 en van met de hand versierde voorwerpen; collages en dergelijke decoratieve platen |
5 |
5 |
S |
|
97.01.90.00 |
Andere // -Andere // Schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, met uitzondering van de tekeningen bedoeld bij post 49.06 en van met de hand versierde voorwerpen; collages en dergelijke decoratieve platen |
5 |
5 |
S |
|
97.02.00.00 |
Andere // Originele gravures, originele etsen en originele litho’s |
5 |
5 |
S |
|
97.03.00.00 |
Andere // Originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn |
5 |
5 |
S |
|
97.04.00.00 |
Postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedagenveloppen en dergelijke, gestempeld of ongestempeld, andere dan die bedoeld bij post 49.07 |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Jachttrofeeën // Zoölogische verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen (R.2012/93 ex ANA) // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Andere // Zoölogische verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen (R.2012/93 ex ANA) // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Boeken, brochures en ander soortgelijk drukwerk, ook indien in losse vellen (R.634/93 ex ANA) // Verzamelobjecten met een historisch, etnografisch of numismatisch belang // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Andere // Verzamelobjecten met een historisch, etnografisch of numismatisch belang // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Verzamelobjecten met een archeologisch belang // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Verzamelobjecten met een paleontologisch belang // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Botanische verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Diatonische bandoneon // Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.05.00.00 |
Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Boeken, brochures en ander soortgelijk drukwerk, ook indien in losse vellen (R.634/93 ex ANA) // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Diatonische bandoneon // Muziekinstrumenten // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Andere // Muziekinstrumenten // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Van hout // Andere // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Oorspronkelijke assemblages en montages (Wet 24633 en Regelgevend Besluit nr. 1321) // Van keramische stoffen // Andere // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Andere // Van keramische stoffen // Andere // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Oorspronkelijke assemblages en montages (Wet 24633 en Regelgevend Besluit nr. 1321) // Van textiel // Andere // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Andere // Van textiel // Andere // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
|
97.06.00.00 |
Andere // Andere // Antiquiteiten, zijnde voorwerpen ouder dan 100 jaar |
5 |
5 |
S |
ONDERAFDELING 2
LIJST VAN UITVOERRECHTEN VAN URUGUAY
|
NCM 2012 |
Omschrijving |
Basistarief
|
Uiteindelijk tarief
|
Categorie |
|
41.01 |
Huiden, ongebleekt, gezouten, gepekeld en “wetblue” |
5 |
0 |
Y5 |
|
41.04.11 |
5 |
0 |
Y5 |
|
|
41.04.19 |
5 |
0 |
Y5 |
AFDELING D
BEPALINGEN BETREFFENDE BRAZILIË
1. In het geval van Brazilië is het in artikel 10.9 van deze overeenkomst vastgestelde verbod op de instelling of handhaving van uitvoerrechten niet van toepassing op de uitvoer van de in lid 2 van deze afdeling vermelde producten, mits aan de voorwaarden van lid 3 van deze afdeling is voldaan.
2. De mogelijke niet-toepasselijkheid van artikel 10.9 van deze overeenkomst geldt voor producten die zijn ingedeeld onder het geharmoniseerd systeem (2022) in de hoofdstukken 25 tot en met 28 en de posten 71.10, 72.02, 81.09 en 81.12.
3. Indien Brazilië uitvoerrechten invoert op de in lid 2 van deze afdeling vermelde producten, wordt het toegepaste recht voor de uitvoer van dergelijke producten die bestemd zijn voor de Europese Unie met ten minste 50 % (vijftig procent) verlaagd. Het preferentiële uitvoerrecht bedraagt in geen geval meer dan 25 %.
4.
Indien Brazilië uitvoerrechten toepast op de in lid 2 van deze afdeling genoemde producten naar derde landen tegen gunstiger voorwaarden
dan die welke in de leden 2 en 3 van deze afdeling zijn beschreven, stelt Brazilië de Europese Unie daarvan in kennis
en stelt het alles in het werk om deze rechten na onderhandelingen uit te breiden
tot de Europese Unie.
5. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan deze afdeling, met inbegrip van de lijst van producten, op verzoek van Brazilië of de Europese Unie herzien.
_______________
BIJLAGE 10-C
INVOER- OF UITVOERMONOPOLIES
1. Uruguay handhaaft het volgende aangewezen invoer- en uitvoermonopolie: Administración Nacional de Combustibles, Alcohol y Portland (ANCAP).
2. Brazil behoudt zich het recht voor om de invoer- of uitvoermonopolies in de volgende sectoren te handhaven of aan te wijzen:
a) aardgas en andere koolwaterstoffen; en
b) nucleaire mineralen.
________________
BIJLAGE 10-D
HANDEL IN WIJNBOUWPRODUCTEN EN GEDISTILLEERDE DRANKEN
AFDELING A
ARTIKEL 1
Toepassingsgebied
Deze bijlage is van toepassing op wijnbouwproducten die vallen onder de posten 2204 en 2205 en op gedistilleerde dranken die vallen onder post 2208 van het GS en die door de partijen zijn geproduceerd.
ARTIKEL 2
Definities en oenologische procedés voor wijnbouwproducten
1. Elke partij stelt alles in het werk om definities en oenologische procedés vast te stellen voor de wijnbouwproducten die worden aanbevolen en gepubliceerd door de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (hierna “OIV” genoemd).
2.
Elke partij staat de invoer en verkoop voor consumptie van door de andere partij geproduceerde
wijn toe, indien die wijn is geproduceerd in overeenstemming met:
a) de door elke partij vastgestelde definities van producten die in overeenstemming zijn met de desbetreffende OIV-norm;
b) de door elke partij vastgestelde oenologische procedés die in overeenstemming zijn met de desbetreffende OIV-norm; en
c) de door elke partij vastgestelde oenologische procedés en beperkingen die niet in overeenstemming zijn met de relevante OIV-normen, zoals vermeld in aanhangsel 10-D-1.
3. Indien een partij voorstelt een nieuwe definitie of een nieuw oenologisch procedé toe te staan, of een bestaande definitie of een bestaand oenologisch procedé zoals opgenomen in aanhangsel 10-D-1 als bedoeld in lid 2, punt c), te wijzigen, stelt zij de andere partij daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. De kennisgeving omvat een technisch dossier met een volledige toelichting op de redenen voor de nieuwe of gewijzigde definitie of het nieuwe of gewijzigde oenologische procedé. De andere partij kan binnen 90 (negentig) dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving schriftelijk bezwaar maken. Indien de andere partij geen bezwaar maakt, wordt de wijziging van aanhangsel 10-D-1 geacht door de partijen te zijn overeengekomen.
4. Indien de andere partij binnen 90 (negentig) dagen na de datum van ontvangst van de in lid 3 bedoelde kennisgeving bezwaar maakt, treden de partijen in overleg om binnen 60 (zestig) dagen na de datum van ontvangst van het bezwaar tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. Deze periode van 60 (zestig) dagen kan met wederzijdse instemming van de partijen worden verlengd.
5. Indien de partijen tijdens het overleg overeenstemming bereiken, zijn de leden 6 en 7 van toepassing. Indien de partijen tijdens het overleg geen overeenstemming bereiken, wordt aanhangsel 10-D-1 niet gewijzigd.
6.
De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan aanhangsel 10-D-1 wijzigen om nieuwe definities of oenologische procedés of wijzigingen van bestaande
definities of oenologische procedés die overeenkomstig lid 3 of lid 4 zijn overeengekomen, toe te voegen.
7. In gevallen waarin overeenkomstig lid 3 of lid 4 een overeenkomst is gesloten, staat een partij de invoer en verkoop voor consumptie toe van wijn die door de andere partij is geproduceerd na de datum van toepassing van de definitie of het oenologisch procedé op het grondgebied van de partij die de maatregel heeft vastgesteld, zelfs indien op dat tijdstip geen besluit van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken overeenkomstig lid 6 is vastgesteld of in werking is getreden.
AFDELING B
ARTIKEL 3
Etikettering van wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken
1. Een partij verlangt niet dat een van de volgende data of het equivalent daarvan op het recipiënt, het etiket of de verpakking van wijnbouwproducten of gedistilleerde dranken wordt opgenomen:
a) de datum van verpakking;
b) de datum van botteling; of
c) de datum van productie of vervaardiging.
2.
Een partij kan verlangen dat op de recipiënt, het etiket of de verpakking van door
de andere partij geproduceerde wijnbouwproducten of gedistilleerde dranken een datum
van minimale houdbaarheid wordt vermeld die een kortere datum van minimale houdbaarheid
kan hebben dan de consument normaal zou verwachten als gevolg van de toevoeging van
bederfelijke ingrediënten.
3. Een partij verlangt niet dat vertalingen van handelsmerken, merknamen of geografische aanduidingen worden aangebracht op recipiënten, etiketten of verpakkingen van door de andere partij geproduceerde wijnbouwproducten of gedistilleerde dranken.
4. Elke partij staat toe dat verplichte informatie, met inbegrip van vertalingen, wordt aangebracht op een bijkomend etiket dat is aangebracht op een etiket, verpakking of recipiënt van door de andere partij geproduceerde wijnbouwproducten of gedistilleerde dranken. Dergelijke bijkomende etiketten kunnen na invoer op een recipiënt worden aangebracht, doch voordat het product ter verkoop wordt aangeboden op het grondgebied van de invoerende partij, mits de verplichte informatie van het oorspronkelijke etiket volledig en nauwkeurig wordt vermeld.
5. Het gebruik van identificatiecodes van partijen is toegestaan op recipiënten, etiketten of verpakkingen en, indien dergelijke codes worden gebruikt, worden zij niet geschrapt.
6. Een partij past geen etiketteringsmaatregel toe op wijnbouwproducten of gedistilleerde dranken die vóór de datum van inwerkingtreding van de maatregel op het grondgebied van de andere partij in de handel zijn gebracht, tenzij dit naar behoren is gemotiveerd.
7. Het gebruik van tekeningen, figuren of illustraties is toegestaan op recipiënten, etiketten of verpakkingen van door de andere partij geproduceerde wijnbouwproducten of gedistilleerde dranken. Dergelijke tekeningen, figuren of illustraties mogen niet in de plaats komen van de verplichte etiketteringsinformatie en mogen de consument niet misleiden over de kenmerken en samenstelling van de wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken.
8.
De naam van een wijnstokras mag worden vermeld op etiketten van wijnbouwproducten
die op het grondgebied van een partij worden ingevoerd en in de handel worden gebracht,
indien die wijnbouwproducten met dat ras worden geproduceerd en dat ras in ten minste
één lijst van de volgende organisaties wordt vermeld:
a) de OIV;
b) de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten; of
c) de Internationale Raad voor plantaardige genetische hulpbronnen.
De naam van een wijnstokras van een partij dat geheel of gedeeltelijk uit een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding van de andere partij bestaat, wordt niet gebruikt bij de etikettering van naar de andere partij uitgevoerde wijn. Wat de lijst van geografische aanduidingen in de afdelingen 1 en 2 van bijlage 21-B betreft, definiëren de partijen in lid 3 van aanhangsel 21-B-1 de namen van de plantenrassen waarvan het gebruik niet mag worden voorkomen. Een partij mag het gebruik van de in lid 4 van aanhangsel 21-B-1 genoemde wijnstokrassen niet voorkomen.
9. Voor wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken is het vermelden van allergenen op het etiket met betrekking tot allergenen die bij de vervaardiging en bereiding van de wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken zijn gebruikt en die niet in het eindproduct aanwezig zijn, niet vereist 6 .
10. Voor de handel in wijnbouwproducten tussen de partijen mag een mousserende wijn worden omschreven of aangeboden met vermelding van de productsoort zoals die is gespecificeerd in de internationale code inzake oenologische procedés van de OIV.
11.
De volgende namen van wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken zijn beschermd overeenkomstig
het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967:
a) de naam van een lidstaat van de Europese Unie voor wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken van oorsprong uit de betrokken lidstaat van de Europese Unie; en
b) de naam van een staat die het Mercosur-Verdrag heeft ondertekend.
ARTIKEL 4
Gebruik van specifieke benamingen voor wijnbouwproducten
1. De Europese Unie staat het gebruik toe van de in deel 1 van aanhangsel 10-D-2 vermelde wijnbenamingen voor wijnbouwproducten uit elke staat die het Mercosur-Verdrag heeft ondertekend en die in de Europese Unie in de handel wordt gebracht, overeenkomstig de definitie van deze wijnbenamingen in de wet- en regelgeving van die staat die het Mercosur-Verdrag heeft ondertekend.
2. Mercosur staat het gebruik toe van de in deel 2 van aanhangsel 10-D-2 vermelde wijnbenamingen op wijnbouwproducten uit de Europese Unie die in Mercosur in de handel worden gebracht, overeenkomstig de definitie van deze wijnbenamingen in de wet- en regelgeving van de Europese Unie.
3.
Een partij kan de andere partij in kennis stellen van een verzoek om aanvullende wijnbenamingen
in aanhangsel 10-D-2 op te nemen. De kennisgeving omvat een technisch dossier met de definitie van de
wijnbenamingen en een verwijzing naar de toepasselijke wet- en regelgeving van de
aanmeldende partij. De andere partij stelt de andere partij binnen 6 (zes) maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving in kennis van het resultaat
van de behandeling van een dergelijk verzoek. Indien op basis van de resultaten van
het onderzoek de opneming van de aanvullende wijnbenaming wordt goedgekeurd, kan de
Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bij consensus besluiten deze term in aanhangsel 10-D-2 op te nemen.
ARTIKEL 5
Certificering van wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken
1. Voor wijnbouwproducten die uit een partij worden ingevoerd en op het grondgebied van de andere partij op de markt worden gebracht, blijven de document en certificaten die door een partij kunnen worden gevraagd, beperkt tot de documenten en certificaten als genoemd in aanhangsel 10-D-3.
2. Elke partij staat de invoer van gedistilleerde dranken op haar grondgebied toe overeenkomstig de regels betreffende de invoercertificaten en analyseverslagen zoals bepaald in de nationale wetgeving.
3. De partijen behouden zich het recht voor om op grond van legitieme beleidsbelangen, zoals bescherming van de volksgezondheid, bescherming van de consument of bestrijding van fraude, tijdelijk aanvullende eisen inzake invoercertificering vast te stellen voor wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken die uit de andere partij worden ingevoerd. In dergelijke gevallen moet de andere partij tijdig op de hoogte worden gebracht, zodat aan de aanvullende eisen kan worden voldaan. Dergelijke eisen mogen niet langer gelden dan nodig is om het specifieke beleidsbelang op grond waarvan zij zijn vastgesteld te vrijwaren.
4. De Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan een besluit vaststellen tot wijziging van aanhangsel 10-D-3 met betrekking tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde documenten en certificaten.
ARTIKEL 6
Toepasselijke regels en nationale behandeling
1. Tenzij in deel III van deze overeenkomst anders is bepaald en onverminderd de toepassing van hoofdstuk 13, worden bij de invoer en het in de handel brengen van wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken de op het grondgebied van de partij van invoer geldende wet- en regelgeving in acht genomen.
2. Wijnbouwproducten die uit het grondgebied van een partij worden ingevoerd, worden niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke wijnbouwproducten van nationale oorsprong.
AFDELING C
ARTIKEL 7
Overgangsmaatregelen
Wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken die op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn geproduceerd, beschreven en gepresenteerd overeenkomstig de wet- en regelgeving van een partij en de bestaande overeenkomsten tussen de partijen, maar die niet voldoen aan de bepalingen in deze bijlage, mogen in de volgende omstandigheden in de handel worden gebracht:
a) groothandelaars en producenten deze producten nog gedurende 3 (drie) jaar op de markt brengen; en
b) kleinhandelaren mogen deze producten nog op de markt brengen tot de voorraden zijn uitgeput.
Aanhangsel 10-D-1
DOOR DE PARTIJEN AANVAARDE DEFINITIES EN OENOLOGISCHE PROCEDÉS
1. Verse wijnmoer
Verse wijnmoer mag worden gebruikt onder de specifieke en beperkte voorwaarden zoals vastgelegd in regel 11.2 van tabel 2 van deel A van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de wijnbouwoppervlakten waar het alcoholgehalte mag worden verhoogd, de toegestane oenologische procedés en de beperkingen met betrekking tot de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, het minimale alcoholpercentage voor bijproducten en de verwijdering van die producten, en de bekendmaking van OIV-dossiers.
2. Geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost en sacharose
Geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost en sacharose mogen onder specifieke en beperkte voorwaarden worden gebruikt voor verrijking en verzoeting (bijlage VIII, deel I van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, en artikel 22 van het Braziliaanse federale besluit nr. 8.198/2014), onder voorbehoud van het gebruik van deze producten in gereconstitueerde vorm in wijnbouwproducten.
3.
Beperkingen op de toevoeging van water
De toevoeging van water bij de wijnbereiding is verboden, behalve wanneer dit noodzakelijk is om toegestane oenologische bestanddelen die bij de wijnbereiding worden gebruikt, op te lossen.
Aanhangsel 10-D-2
WIJNBENAMINGEN
AFDELING A
EUROPESE UNIE
AFDELING B
MERCOSUR
ARGENTINIË:
Crianza 7 , Dulce Natural 8 , Fino 9 , Gran Reserva 10 ,, Reserva 11 , Vino Dulce Natural 12 , Vino Generoso 13 .
Denominación de origen controlada (DOC), Indicación geográfica (IG), Indicación de Procedencia (IP)
BRAZILIË:
Fino 14 , Gran Reserva 15 , Leve 16 , Reserva 17 .
Denominação de origem (DO), Indicação geográfica (IG), Indicação de Procedência (IP)
URUGUAY:
Fino 18 , Leve 19 , Reserva 20 , Viejo 21 , Vino Generoso 22 .
Denominación de origen (DO), Denominación de origen controlada (DOC), Indicación geográfica (IG), Indicación de Procedencia (IP)
Aanhangsel 10-D-3
DOCUMENTEN EN CERTIFICATEN VAN WIJNBOUWPRODUCTEN
Certificaten en analyseverslagen
1. Elke partij staat de invoer van wijnbouwproducten op haar grondgebied toe overeenkomstig de regels betreffende de invoercertificaten en analyseverslagen zoals bepaald in de bepalingen van deze bijlage.
2. Aan de vereisten voor de invoer van wijnbouwproducten op het grondgebied van een partij wordt voldaan door de overlegging aan de bevoegde autoriteiten van de invoerende partij van:
a) een certificaat dat een door beide partijen erkende officiële instantie van het land van oorsprong heeft afgegeven; en
b) indien het wijnbouwproduct voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemd is, een analyseverslag dat een door het land van oorsprong officieel erkend laboratorium heeft opgesteld en dat de volgende informatie bevat:
i) het totale alcoholvolumegehalte;
ii) het totaalgehalte aan zuren, uitgedrukt in wijnsteenzuur;
iii) het totaalgehalte aan vluchtige zuren, uitgedrukt in azijnzuur; en
iv) het totaalgehalte aan zwaveldioxide.
3.
Het Subcomité voor de handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken kan een
besluit nemen tot vaststelling van de nadere regels van lid 2 van dit aanhangsel, met name de te gebruiken formulieren en de nadere gegevens die
in het analyseverslag moeten worden verstrekt.
4. De analysemethoden die als referentiemethoden worden erkend en door de OIV zijn gepubliceerd of, indien een geschikte methode niet door de OIV is erkend en gepubliceerd, een analysemethode die voldoet aan de door de Internationale Organisatie voor Normalisatie aanbevolen normen, hebben voorrang als referentiemethoden voor de bepaling van de analytische samenstelling van het wijnbouwproduct in het kader van controleverrichtingen.
5. Voor de invoer van wijnbouwproducten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij gelden geen strengere voorschriften inzake invoercertificering dan die van bijlage 10-D.
________________
BIJLAGE bij Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
Brussel, 3.9.2025 |
COM(2025) 356 final |
Aanhangsel 10-A-1
|
GN 2013 |
Omschrijving |
Basistarief |
Afbouwcategorie |
Aantekeningen |
|
01012100 |
fokpaarden van zuiver ras |
Vrij |
0 |
|
|
01012910 |
slachtpaarden |
Vrij |
0 |
|
|
01012990 |
paarden, levend (m.u.v. slachtdieren, fokdieren van zuiver ras) |
11,5 |
7 |
|
|
01013000 |
levende ezels |
7,7 |
4 |
|
|
01019000 |
muildieren en muilezels, levend |
10,9 |
7 |
|
|
01022110 |
fokvaarzen (vrouwelijke fokrunderen die nog niet gekalfd hebben) van zuiver ras |
Vrij |
0 |
|
|
01022130 |
fokkoeien (vrouwelijke fokrunderen) van zuiver ras (m.u.v. vaarzen) |
Vrij |
0 |
|
|
01022190 |
fokrunderen van zuiver ras (m.u.v. koeien en vaarzen) |
Vrij |
0 |
|
|
01022905 |
runderen, levend, van het subgeslacht Bibos of van het subgeslacht Poephagus (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
Vrij |
0 |
|
|
01022910 |
runderen, levend, met een gewicht van ≤ 80 kg (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022921 |
slachtrunderen met een gewicht van > 80 kg doch ≤ 160 kg |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022929 |
runderen, levend, met een gewicht van > 80 kg doch ≤ 160 kg (m.u.v. slachtdieren en fokdieren van zuiver ras) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022941 |
slachtrunderen met een gewicht van > 160 kg doch ≤ 300 kg |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022949 |
runderen, levend, met een gewicht van > 160 kg doch ≤ 300 kg (m.u.v. slachtdieren en fokdieren van zuiver ras) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022951 |
slachtvaarzen (vrouwelijke runderen die nog niet gekalfd hebben) met een gewicht > 300 kg |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022959 |
vaarzen (vrouwelijke runderen die nog niet gekalfd hebben), levend, met een gewicht van > 300 kg (m.u.v. slachtdieren en fokdieren van zuiver ras) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022961 |
slachtkoeien met een gewicht van > 300 kg (m.u.v. vaarzen) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022969 |
koeien, levend, met een gewicht van > 300 kg (m.u.v. slachtdieren en fokdieren van zuiver ras en vaarzen) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022991 |
slachtrunderen met een gewicht van > 300 kg (m.u.v. koeien en vaarzen) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01022999 |
runderen, levend, met een gewicht van > 300 kg (m.u.v. slachtdieren en fokdieren van zuiver ras en vaarzen en koeien) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01023100 |
raszuivere buffels voor de fokkerij |
Vrij |
0 |
|
|
01023910 |
buffels (huisdieren), levend (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01023990 |
buffels, levend (m.u.v. huisdieren en fokdieren van zuiver ras) |
Vrij |
0 |
|
|
01029020 |
runderachtigen, fokdieren van zuiver ras (m.u.v. runderen en buffels) |
Vrij |
0 |
|
|
01029091 |
runderachtigen (huisdieren), levend (m.u.v. runderen en buffels en fokdieren van zuiver ras) |
10,2 + 93,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01029099 |
runderachtigen, levend (m.u.v. runderen, buffels, fokdieren van zuiver ras en huisdieren) |
Vrij |
0 |
|
|
01031000 |
fokvarkens van zuiver ras |
Vrij |
0 |
|
|
01039110 |
varkens (huisdieren), met een gewicht van < 50 kg (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
41,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01039190 |
varkens (in het wild levend), levend, met een gewicht van < 50 kg |
Vrij |
0 |
|
|
01039211 |
zeugen (huisdieren), levend, die ten minste eenmaal gebigd hebben, met een gewicht van ≥ 160 kg (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
35,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01039219 |
varkens (huisdieren), levend, met een gewicht van ≥ 50 kg (m.u.v. zeugen die ten minste eenmaal gebigd hebben, met een gewicht van ≥ 160 kg en fokdieren van zuiver ras) |
41,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01039290 |
varkens (in het wild levend), levend, met een gewicht van ≥ 50 kg |
Vrij |
0 |
|
|
01041010 |
fokschapen van zuiver ras |
Vrij |
0 |
|
|
01041030 |
lammeren (schapen < 1 jaar), levend (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
80,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01041080 |
schapen, levend (m.u.v. lammeren en fokdieren van zuiver ras) |
80,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01042010 |
fokgeiten van zuiver ras |
3,2 |
0 |
|
|
01042090 |
geiten, levend (m.u.v. fokdieren van zuiver ras) |
80,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01051111 |
vrouwelijke selectie- en vermeerderingskuikens van legkippenrassen (pluimvee), met een gewicht van ≤ 185 g |
52 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051119 |
vrouwelijke selectie- en vermeerderingskuikens van kippen (pluimvee), met een gewicht van ≤ 185 g (m.u.v. die van legrassen) |
52 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051191 |
hanen en kippen (pluimvee) van legrassen, met een gewicht van ≤ 185 g (m.u.v. vrouwelijke selectie- en vermeerderingskuikens) |
52 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051199 |
hanen en kippen (pluimvee), levend, met een gewicht van ≤ 185 g (m.u.v. vrouwelijke selectie- en vermeerderingskuikens en die van legrassen) |
52 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051200 |
kalkoenen (pluimvee), levend, met een gewicht van ≤ 185 g |
152 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051300 |
eenden (pluimvee), levend, met een gewicht van ≤ 185 g |
52 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051400 |
ganzen (pluimvee), levend, met een gewicht van ≤ 185 g |
152 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01051500 |
parelhoenders (pluimvee), levend, met een gewicht van ≤ 185 g |
52 EUR/1 000 p/st |
10 |
|
|
01059400 |
hanen en kippen (pluimvee), levend, met een gewicht van > 185 g |
20,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01059910 |
eenden (pluimvee), levend, met een gewicht van > 185 g |
32,3 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01059920 |
ganzen (pluimvee), levend, met een gewicht van > 185 g |
31,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01059930 |
kalkoenen (pluimvee), levend, met een gewicht van > 185 g |
23,8 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01059950 |
parelhoenders (pluimvee), levend, met een gewicht van > 185 g |
34,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
01061100 |
levende primaten |
Vrij |
0 |
|
|
01061200 |
levende walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea); lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia); zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de suborde Pinnipedia) |
Vrij |
0 |
|
|
01061300 |
kamelen en van andere kameelachtigen [Camelidae], levend |
Vrij |
0 |
|
|
01061410 |
levende tamme konijnen |
3,8 |
0 |
|
|
01061490 |
levende konijnen en hazen (m.u.v. tamme konijnen) |
Vrij |
0 |
|
|
01061900 |
levende zoogdieren (m.u.v. primaten, walvissen, dolfijnen en bruinvissen, lamantijnen en doejongs, zeehonden, zeeleeuwen en walrussen, kamelen en van andere kameelachtigen, konijnen en hazen, paarden, ezels, muildieren, muilezels, runderen, varkens, schapen en geiten) |
Vrij |
0 |
|
|
01062000 |
levende reptielen “bv. slangen, zeeschildpadden, alligators, kaaimannen, iguana’s, gavialen en hagedissen” |
Vrij |
0 |
|
|
01063100 |
levende roofvogels |
Vrij |
0 |
|
|
01063200 |
levende psittaciformes (papegaaiachtigen) “papegaaien, parkieten, ara’s en kaketoes daaronder begrepen” |
Vrij |
0 |
|
|
01063300 |
levende struisvogels en emoes [Dromaius novaehollandiae] |
Vrij |
0 |
|
|
01063910 |
levende duiven |
6,4 |
4 |
|
|
01063980 |
levende vogels (m.u.v. roofvogels, psittaciformes (papegaaiachtigen), papegaaien, parkieten, ara’s, kaketoes, struisvogels, emoes en duiven) |
Vrij |
0 |
|
|
01064100 |
levende bijen |
Vrij |
0 |
|
|
01064900 |
levende insecten (m.u.v. bijen) |
Vrij |
0 |
|
|
01069000 |
levende dieren (m.u.v. zoogdieren, reptielen, vogels, insecten, vissen, schaaldieren, weekdieren, andere ongewervelde waterdieren en culturen van micro-organismen en dergelijke) |
Vrij |
0 |
|
|
02011000 |
runderen, hele en halve dieren, vers of gekoeld |
12,8 + 176,8 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02012020 |
“compensated quarters” van runderen, met been, vers of gekoeld |
12,8 + 176,8 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02012030 |
voorvoeten en voorspannen van runderen, met been, vers of gekoeld |
12,8 + 141,4 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02012050 |
achtervoeten en achterspannen van runderen, met been, vers of gekoeld |
12,8 + 212,2 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02012090 |
delen van runderen, met been, vers of gekoeld (m.u.v. hele en halve dieren, “compensated quarters”, voorvoeten en voorspannen, achtervoeten en achterspannen) |
12,8 + 265,2 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02013000 |
vlees van runderen, zonder been, vers of gekoeld |
12,8 + 303,4 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02021000 |
runderen, hele en halve dieren, bevroren |
12,8 + 176,8 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02022010 |
“compensated quarters” van runderen, met been, bevroren |
12,8 + 176,8 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02022030 |
voorvoeten en voorspannen van runderen, met been, bevroren |
12,8 + 141,4 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02022050 |
achtervoeten en achterspannen van runderen, met been, bevroren |
12,8 + 221,1 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02022090 |
delen van runderen, met been, bevroren (m.u.v. hele en halve dieren, “compensated quarters”, voorvoeten en voorspannen, achtervoeten en achterspannen) |
12,8 + 265,3 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02023010 |
voorvoeten van runderen, uitgebeend, bevroren, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden, alsmede zogenaamde “compensated quarters” aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel |
12,8 + 221,1 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02023050 |
als “crops”, “chucks and blades” en “briskets” aangeduide delen van runderen, zonder been, bevroren |
12,8 + 221,1 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02023090 |
vlees van runderen, zonder been, bevroren (m.u.v. voorvoeten, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden; zogenaamde “compensated quarters” aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel en m.u.v. als “crops”, “chucks and blades” en “briskets” aangeduide delen) |
12,8 + 304,1 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02031110 |
varkens (huisdieren), hele en halve dieren, vers of gekoeld |
53,6 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031190 |
varkens (in het wild levend), hele en halve dieren, vers of gekoeld |
Vrij |
0 |
|
|
02031211 |
hammen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
77,8 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031219 |
schouders en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
60,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031290 |
hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been, van varkens (in het wild levend), vers of gekoeld |
Vrij |
0 |
|
|
02031911 |
voorstukken en delen daarvan, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
60,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031913 |
karbonadestrengen en delen daarvan, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031915 |
buiken (buikspek) en delen daarvan, van varkens (huisdieren), vers of gekoeld |
46,7 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031955 |
vlees van varkens (huisdieren), uitgebeend, vers of gekoeld (m.u.v. buiken (buikspek) en delen daarvan) |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031959 |
vlees van varkens (huisdieren), met been, vers of gekoeld (m.u.v. hele en halve dieren en m.u.v. hammen, schouders, voorstukken, karbonadestrengen en buiken en delen daarvan) |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02031990 |
vlees van varkens (in het wild levend), vers of gekoeld (m.u.v. hele en halve dieren en m.u.v. hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been) |
Vrij |
0 |
|
|
02032110 |
varkens (huisdieren), hele en halve dieren, bevroren |
53,6 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032190 |
varkens (in het wild levend), hele en halve dieren, bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02032211 |
hammen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), bevroren |
77,8 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032219 |
schouders en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), bevroren |
60,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032290 |
hammen, schouders en delen daarvan, met been, van varkens (in het wild levend), bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02032911 |
voorstukken en delen daarvan, van varkens (huisdieren), bevroren |
60,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032913 |
karbonadestrengen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), bevroren |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032915 |
buiken (buikspek) en delen daarvan, van varkens (huisdieren), bevroren |
46,7 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032955 |
vlees van varkens (huisdieren), uitgebeend, bevroren (m.u.v. buiken (buikspek) en delen daarvan) |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032959 |
vlees van varkens (huisdieren), met been, bevroren (m.u.v. hele en halve dieren en m.u.v. hammen, schouders, voorstukken, karbonadestrengen en buiken (buikspek) en delen daarvan) |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02032990 |
vlees van varkens (in het wild levend), bevroren (m.u.v. hele en halve dieren en m.u.v. hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been) |
Vrij |
0 |
|
|
02041000 |
lammeren, hele en halve dieren, vers of gekoeld |
12,8 + 171,3 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02042100 |
schapen, hele en halve dieren, vers of gekoeld (m.u.v. lammeren) |
12,8 + 171,3 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02042210 |
voorstukken en halve voorstukken van schapen, vers of gekoeld |
12,8 + 119,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02042230 |
nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels, van schapen, vers of gekoeld |
12,8 + 188,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02042250 |
achterstellen en halve achterstellen van schapen, vers of gekoeld |
12,8 + 222,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02042290 |
vlees van schapen, met been, vers of gekoeld (m.u.v. hele en halve dieren, voorstukken en halve voorstukken, nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels en achterstellen en halve achterstellen) |
12,8 + 222,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02042300 |
vlees van schapen, zonder been, vers of gekoeld |
12,8 + 311,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02043000 |
lammeren, hele en halve dieren, bevroren |
12,8 + 128,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044100 |
schapen, hele en halve dieren, bevroren (m.u.v. lammeren) |
12,8 + 128,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044210 |
voorstukken en halve voorstukken van schapen, bevroren |
12,8 + 90,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044230 |
nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels, van schapen, bevroren |
12,8 + 141,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044250 |
achterstellen en halve achterstellen van schapen, bevroren |
12,8 + 167,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044290 |
vlees van schapen, met been, bevroren (m.u.v. hele en halve dieren, voorstukken en halve voorstukken, nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels en achterstellen en halve achterstellen) |
12,8 + 167,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044310 |
vlees van lammeren, uitgebeend, bevroren |
12,8 + 234,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02044390 |
vlees van schapen, uitgebeend, bevroren (m.u.v. dat van lammeren) |
12,8 + 234,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045011 |
geiten, hele en halve dieren, vers of gekoeld |
12,8 + 171,3 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045013 |
voorstukken en halve voorstukken van geiten, vers of gekoeld |
12,8 + 119,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045015 |
nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels, van geiten, vers of gekoeld |
12,8 + 188,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045019 |
achterstellen en halve achterstellen van geiten, vers of gekoeld |
12,8 + 222,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045031 |
vlees van geiten, met been, vers of gekoeld (m.u.v. hele en halve dieren, voorstukken en halve voorstukken, nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels en achterstellen en halve achterstellen) |
12,8 + 222,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045039 |
vlees van geiten, uitgebeend, vers of gekoeld |
12,8 + 311,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045051 |
geiten, hele en halve dieren, bevroren |
12,8 + 128,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045053 |
voorstukken en halve voorstukken van geiten, bevroren |
12,8 + 90,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045055 |
nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels, van geiten, bevroren |
12,8 + 141,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045059 |
achterstellen en halve achterstellen van geiten, bevroren |
12,8 + 167,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045071 |
vlees van geiten, met been, bevroren (m.u.v. hele en halve dieren, voorstukken en halve voorstukken, nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels en achterstellen en halve achterstellen) |
12,8 + 167,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02045079 |
vlees van geiten, uitgebeend, bevroren |
12,8 + 234,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02050020 |
vlees van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers of gekoeld |
5,1 |
4 |
|
|
02050080 |
vlees van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, bevroren |
5,1 |
4 |
|
|
02061010 |
slachtafvallen van runderen, eetbaar, vers of gekoeld, bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten |
Vrij |
0 |
|
|
02061095 |
longhaasjes en omlopen van runderen, eetbaar, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
12,8 + 303,4 EUR/100 kg/net |
BF1 |
|
|
02061098 |
slachtafvallen van runderen, eetbaar, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten en m.u.v. longhaasjes en omlopen) |
Vrij |
0 |
|
|
02062100 |
tongen van runderen, eetbaar, bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02062200 |
levers van runderen, eetbaar, bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02062910 |
slachtafvallen van runderen, eetbaar, bevroren, bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten (m.u.v. tongen en levers) |
Vrij |
0 |
|
|
02062991 |
longhaasjes en omlopen van runderen, eetbaar, bevroren (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
12,8 + 304,1 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02062999 |
slachtafvallen van runderen, eetbaar, bevroren (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten en m.u.v. tongen, levers, longhaasjes en omlopen) |
Vrij |
0 |
|
|
02063000 |
slachtafvallen van varkens, eetbaar, vers of gekoeld |
Vrij |
0 |
|
|
02064100 |
levers van varkens, eetbaar, bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02064900 |
slachtafvallen van varkens, eetbaar, bevroren (m.u.v. levers) |
Vrij |
0 |
|
|
02068010 |
slachtafvallen van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels, eetbaar, vers of gekoeld, bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten |
Vrij |
0 |
|
|
02068091 |
slachtafvallen van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels, eetbaar, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
6,4 |
4 |
|
|
02068099 |
slachtafvallen van schapen en van geiten, eetbaar, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
Vrij |
0 |
|
|
02069010 |
slachtafvallen van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels, eetbaar, bevroren, bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten |
Vrij |
0 |
|
|
02069091 |
slachtafvallen van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels, eetbaar, bevroren (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
6,4 |
4 |
|
|
02069099 |
slachtafvallen van schapen en van geiten, eetbaar, bevroren (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten) |
Vrij |
0 |
|
|
02071110 |
hanen en kippen (pluimvee), geplukt, ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde kippen 83 %), vers of gekoeld |
26,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071130 |
hanen en kippen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %), vers of gekoeld |
29,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071190 |
hanen en kippen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden, vers of gekoeld, niet in stukken gesneden (m.u.v. zogenaamde kippen 83 % en zogenaamde kippen 70 %) |
32,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071210 |
hanen en kippen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %), bevroren |
29,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071290 |
hanen en kippen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden, bevroren, niet in stukken gesneden (m.u.v. zogenaamde kippen 70 %) |
32,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071310 |
delen van hanen of van kippen (pluimvee), zonder been, vers of gekoeld |
102,4 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02071320 |
helften en kwarten van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
35,8 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071330 |
hele vleugels, ook indien zonder spits, van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071340 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten en vleugelspitsen, van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071350 |
borsten en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
60,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071360 |
dijen en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld |
46,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071370 |
delen van hanen of van kippen (pluimvee), met been, vers of gekoeld (m.u.v. helften en kwarten, hele vleugels, ook indien zonder spits, ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen, borsten en dijen en delen daarvan) |
100,8 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071391 |
levers van hanen of van kippen (pluimvee), eetbaar, vers of gekoeld |
6,4 |
4 |
|
|
02071399 |
eetbare slachtafvallen van hanen of van kippen (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02071410 |
delen van hanen of van kippen (pluimvee), zonder been, bevroren |
102,4 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02071420 |
helften en kwarten van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
35,8 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071430 |
hele vleugels, ook indien zonder spits, van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071440 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten en vleugelspitsen, van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071450 |
borsten en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
60,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071460 |
dijen en delen daarvan, met been, van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren |
46,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071470 |
delen van hanen of van kippen (pluimvee), met been, bevroren (m.u.v. helften en kwarten, hele vleugels, ook indien zonder spits, ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen, borsten en dijen en delen daarvan) |
100,8 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02071491 |
levers van hanen of van kippen (pluimvee), eetbaar, bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02071499 |
eetbare slachtafvallen van hanen of van kippen (pluimvee), bevroren (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02072410 |
kalkoenen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %), vers of gekoeld |
34 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072490 |
kalkoenen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden, vers of gekoeld, niet in stukken gesneden (m.u.v. zogenaamde kalkoenen 80 %) |
37,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072510 |
kalkoenen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %), bevroren |
34 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072590 |
kalkoenen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden, bevroren, niet in stukken gesneden (m.u.v. zogenaamde kalkoenen 80 %) |
37,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072610 |
delen van kalkoenen (pluimvee), zonder been, vers of gekoeld |
85,1 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02072620 |
helften en kwarten van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld |
41 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072630 |
hele vleugels, ook indien zonder spits, van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072640 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten en vleugelspitsen, van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072650 |
borsten en delen daarvan, met been, van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld |
67,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072660 |
onderdijen en delen daarvan, met been, van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld |
25,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072670 |
dijen en delen daarvan, met been, van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. onderdijen en delen daarvan) |
46 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072680 |
delen van kalkoenen (pluimvee), met been, vers of gekoeld (m.u.v. helften en kwarten, hele vleugels, ook indien zonder spits, ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen, borsten en dijen en delen daarvan) |
83 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072691 |
levers van kalkoenen (pluimvee), eetbaar, vers of gekoeld |
6,4 |
4 |
|
|
02072699 |
eetbare slachtafvallen van kalkoenen (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02072710 |
delen van kalkoenen (pluimvee), zonder been, bevroren |
85,1 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02072720 |
helften en kwarten van kalkoenen (pluimvee), bevroren |
41 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072730 |
vleugels, ook indien zonder spits, van kalkoenen (pluimvee), bevroren |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072740 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten en vleugelspitsen, van kalkoenen (pluimvee), bevroren |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072750 |
borsten en delen daarvan, met been, van kalkoenen (pluimvee), bevroren |
67,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072760 |
onderdijen en delen daarvan, met been, van kalkoenen (pluimvee), bevroren |
25,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072770 |
dijen en delen daarvan, met been, van kalkoenen (pluimvee), bevroren (m.u.v. onderdijen en delen daarvan) |
46 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072780 |
delen van kalkoenen (pluimvee), met been, bevroren (m.u.v. helften en kwarten, hele vleugels, ook indien zonder spits, ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen, borsten en dijen en delen daarvan) |
83 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02072791 |
levers van kalkoenen (pluimvee), eetbaar, bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02072799 |
slachtafvallen van kalkoenen (pluimvee), eetbaar, bevroren (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02074120 |
eenden (pluimvee), geplukt, uitgebloed, ontdarmd maar niet schoongemaakt, met kop en met poten (zogenaamde eenden 85 %), niet in stukken gesneden, vers of gekoeld |
38 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074130 |
eenden (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %), niet in stukken gesneden, vers of gekoeld |
46,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074180 |
eenden (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden, niet in stukken gesneden, vers of gekoeld |
51,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074230 |
eenden (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %), niet in stukken gesneden, bevroren |
46,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074280 |
eenden (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden, niet in stukken gesneden, bevroren |
51,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074300 |
vette levers (“foies gras”) van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
Vrij |
0 |
|
|
02074410 |
delen van eenden (pluimvee), zonder been, vers of gekoeld |
128,3 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02074421 |
helften en kwarten van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
56,4 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074431 |
hele vleugels van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074441 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074451 |
borsten en delen daarvan, met been, van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
115,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074461 |
dijen en delen daarvan, met been, van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
46,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074471 |
zogenaamde paletots, met been, van eenden (pluimvee), vers of gekoeld |
66 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074481 |
delen van eenden (pluimvee), met been, vers of gekoeld, n.e.g. |
123,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074491 |
levers van eenden (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. vette levers (“foies gras”)) |
6,4 |
4 |
|
|
02074499 |
eetbare slachtafvallen van eenden (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074510 |
delen van eenden (pluimvee), zonder been, bevroren |
128,3 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02074521 |
helften en kwarten van eenden (pluimvee), bevroren |
56,4 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074531 |
hele vleugels van eenden (pluimvee), bevroren |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074541 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen van eenden (pluimvee), bevroren |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074551 |
borsten en delen daarvan, met been, van eenden (pluimvee), bevroren |
115,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074561 |
dijen en delen daarvan, met been, van eenden (pluimvee), bevroren |
46,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074571 |
zogenaamde paletots van eenden (pluimvee), met been, bevroren |
66 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074581 |
delen van eenden (pluimvee), met been, bevroren, n.e.g. |
123,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02074593 |
vette levers (“foies gras”) van eenden (pluimvee), bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02074595 |
levers van eenden (pluimvee), bevroren (m.u.v. vette levers (“foies gras”)) |
6,4 |
4 |
|
|
02074599 |
eetbare slachtafvallen van eenden (pluimvee), bevroren (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075110 |
ganzen (pluimvee), geplukt, uitgebloed, niet ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde ganzen 82 %), niet in stukken gesneden, vers of gekoeld |
45,1 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075190 |
ganzen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden, niet in stukken gesneden, vers of gekoeld |
48,1 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075210 |
ganzen (pluimvee), geplukt, uitgebloed, niet ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde ganzen 82 %), niet in stukken gesneden, bevroren |
45,1 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075290 |
ganzen (pluimvee), geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden, niet in stukken gesneden, bevroren |
48,1 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075300 |
vette levers (“foies gras”) van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld |
Vrij |
0 |
|
|
02075410 |
delen van ganzen (pluimvee), zonder been, vers of gekoeld |
110,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02075421 |
helften en kwarten van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld |
52,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075431 |
hele vleugels van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075441 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075451 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen van ganzen (pluimvee), met been, vers of gekoeld |
86,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075461 |
dijen en delen daarvan, met been, van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld |
69,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075471 |
zogenaamde paletots, met been, van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld |
66 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075481 |
delen van ganzen (pluimvee), met been, vers of gekoeld, n.e.g. |
123,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075491 |
levers van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. vette levers (“foies gras”)) |
6,4 |
4 |
|
|
02075499 |
eetbare slachtafvallen van ganzen (pluimvee), vers of gekoeld (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075510 |
delen van ganzen (pluimvee), zonder been, bevroren |
110,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02075521 |
helften en kwarten van ganzen (pluimvee), bevroren |
52,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075531 |
hele vleugels van ganzen (pluimvee), bevroren |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075541 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten; vleugelspitsen van ganzen (pluimvee), bevroren |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075551 |
borsten en delen daarvan, met been, van ganzen (pluimvee), bevroren |
86,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075561 |
dijen en delen daarvan, met been, van ganzen (pluimvee), bevroren |
69,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075571 |
zogenaamde paletots van ganzen (pluimvee), met been, bevroren |
66 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075581 |
delen van ganzen (pluimvee), met been, bevroren, n.e.g. |
123,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02075593 |
vette levers (“foies gras”) van ganzen (pluimvee), bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02075595 |
levers van ganzen (pluimvee), bevroren (m.u.v. vette levers (“foies gras”)) |
6,4 |
4 |
|
|
02075599 |
eetbare slachtafvallen van ganzen (pluimvee), bevroren (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076005 |
parelhoenders (pluimvee), niet in stukken gesneden, vers, gekoeld of bevroren |
49,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076010 |
delen van parelhoenders (pluimvee), zonder been, vers, gekoeld of bevroren |
128,3 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02076021 |
helften en kwarten van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren |
54,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076031 |
hele vleugels van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren |
26,9 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076041 |
ruggen, halzen, ruggen met halzen, staarten, vleugelspitsen van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076051 |
borsten en delen daarvan, met been, van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren |
115,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076061 |
dijen en delen daarvan, met been, van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren |
46,3 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076081 |
delen van parelhoenders (pluimvee), met been, vers, gekoeld of bevroren, n.e.g. |
123,2 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02076091 |
levers van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02076099 |
eetbare slachtafvallen van parelhoenders (pluimvee), vers, gekoeld of bevroren (m.u.v. levers) |
18,7 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02081010 |
vlees en eetbare slachtafvallen van tamme konijnen, vers, gekoeld of bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02081090 |
vlees en eetbare slachtafvallen van wilde konijnen of van hazen, vers, gekoeld of bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
02083000 |
vlees en eetbare slachtafvallen van primaten, vers, gekoeld of bevroren |
9 |
4 |
|
|
02084010 |
vlees van walvissen, vers, gekoeld of bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02084020 |
vlees van robben, vers, gekoeld of bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02084080 |
vlees en eetbare slachtafvallen van walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea), van lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia) en van zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de suborde Pinnipedia), vers, gekoeld of bevroren (m.u.v. die van walvissen en robben) |
9 |
4 |
|
|
02085000 |
vlees en eetbare slachtafvallen van reptielen “bv. slangen, zeeschildpadden en krokodillen”, vers, gekoeld of bevroren |
9 |
4 |
|
|
02086000 |
vlees en eetbare slachtafvallen van kamelen en van andere kameelachtigen [Camelidae], vers, gekoeld of bevroren |
9 |
4 |
|
|
02089010 |
vlees en eetbare slachtafvallen van tamme duiven, vers, gekoeld of bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02089030 |
vlees en eetbare slachtafvallen van wild, vers, gekoeld of bevroren (m.u.v. die van konijnen, hazen en varkens) |
Vrij |
0 |
|
|
02089060 |
vlees en eetbare slachtafvallen van rendieren, vers, gekoeld of bevroren |
9 |
4 |
|
|
02089070 |
kikkerbilletjes, vers, gekoeld of bevroren |
6,4 |
4 |
|
|
02089098 |
vlees en eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren (m.u.v. vlees en afvallen van runderen, varkens, schapen, geiten, paarden, ezels, muildieren, muilezels, pluimvee, konijnen, hazen, primaten, walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea), lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia), zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de orde Pinnipedia) en reptielen, duiven, wild, rendieren en kikkerbilletjes) |
9 |
4 |
|
|
02091011 |
spek (ander dan doorregen spek), alsmede niet-gesmolten of anderszins geëxtraheerd varkensvet, vers, gekoeld, bevroren, gezouten of gepekeld |
21,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
02091019 |
spek (ander dan doorregen spek), alsmede niet-gesmolten of anderszins geëxtraheerd varkensvet, gedroogd of gerookt |
23,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
02091090 |
spek (ander dan doorregen spek), alsmede niet-gesmolten of anderszins geëxtraheerd varkensvet, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. spek) |
12,9 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
02099000 |
vet van gevogelte (niet gesmolten of anderszins geëxtraheerd), vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
41,5 EUR/100 kg/net |
PY2 |
|
|
02101111 |
hammen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
77,8 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101119 |
schouders en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
60,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101131 |
hammen en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), gedroogd of gerookt |
151,2 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101139 |
schouders en delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), gedroogd of gerookt |
119 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101190 |
hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been, van varkens (in het wild levend), gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 |
10 |
|
|
02101211 |
buiken (buikspek) en delen daarvan, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
46,7 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101219 |
buiken (buikspek) en delen daarvan, van varkens (huisdieren), gedroogd of gerookt |
77,8 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101290 |
buiken (buikspek) en delen daarvan, van varkens (in het wild levend), gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 |
10 |
|
|
02101910 |
halve baconvarkens en “spencers”, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
68,7 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101920 |
“3/4 sides” en “middles”, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
75,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101930 |
voorstukken en delen daarvan, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
60,1 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101940 |
karbonadestrengen en delen daarvan, van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101950 |
vlees van varkens (huisdieren), gezouten of gepekeld (m.u.v. hammen en schouders, alsmede delen daarvan, buiken (buikspek) en delen daarvan, halve baconvarkens en “spencers”, “3/4 sides” en “middles”, en m.u.v. voorstukken en karbonadestrengen en delen daarvan) |
86,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101960 |
voorstukken en delen daarvan, van varkens (huisdieren), gedroogd of gerookt |
119 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101970 |
karbonadestrengen en delen daarvan, van varkens (huisdieren), gedroogd of gerookt |
149,6 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101981 |
vlees van varkens (huisdieren), uitgebeend, gedroogd of gerookt (m.u.v. buiken (buikspek) en delen daarvan) |
151,2 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101989 |
vlees van varkens (huisdieren), met been, gedroogd of gerookt (m.u.v. hammen en schouders, alsmede delen daarvan, buiken (buikspek) en delen daarvan, en m.u.v. voorstukken en karbonadestrengen en delen daarvan) |
151,2 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02101990 |
vlees van varkens (in het wild levend), gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been, en buiken (buikspek) en delen daarvan) |
15,4 |
10 |
|
|
02102010 |
vlees van runderen, met been, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 + 265,2 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02102090 |
vlees van runderen, zonder been, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 + 303,4 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02109100 |
vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt, alsmede meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, van primaten |
15,4 |
10 |
|
|
02109210 |
vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt, alsmede meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, van walvissen, van dolfijnen en van bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea), van lamantijnen en van doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia) |
15,4 |
10 |
|
|
02109291 |
vlees van zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de suborde Pinnipedia), gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
130 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02109292 |
eetbare slachtafvallen van zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de suborde Pinnipedia), gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 |
10 |
|
|
02109299 |
meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, van zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de suborde Pinnipedia) |
15,4 + 303,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
02109300 |
vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt, alsmede meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, van reptielen “bv. slangen, zeeschildpadden en alligators” |
15,4 |
10 |
|
|
02109910 |
vlees van paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd |
6,4 |
4 |
|
|
02109921 |
vlees van schapen en van geiten, met been, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
222,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02109929 |
vlees van schapen en van geiten, uitgebeend, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
311,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
02109931 |
vlees van rendieren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 |
10 |
|
|
02109939 |
vlees, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. vlees van runderen en varkens, rendieren, schapen of geiten, primaten, walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea), lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia), zeehonden, zeeleeuwen en walrussen, reptielen, en m.u.v. gezouten, gepekeld of gedroogd vlees van paarden) |
130 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
02109941 |
levers van varkens (huisdieren), eetbaar, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
64,9 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02109949 |
slachtafvallen van varkens (huisdieren), eetbaar, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. levers) |
47,2 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
02109951 |
longhaasjes en omlopen van runderen, eetbaar, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
15,4 + 303,4 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
02109959 |
slachtafvallen van runderen, eetbaar, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. longhaasjes en omlopen) |
12,8 |
7 |
|
|
02109971 |
vette levers (“foies gras”) van ganzen en van eenden, eetbaar, gezouten of gepekeld |
Vrij |
0 |
|
|
02109979 |
levers van pluimvee, eetbaar, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. vette levers (“foies gras”) van ganzen en van eenden) |
6,4 |
4 |
|
|
02109985 |
eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt (m.u.v. afvallen van varkens (huisdieren), runderen, primaten, walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea), lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia), zeehonden, zeeleeuwen en walrussen, reptielen en m.u.v. levers van pluimvee) |
15,4 |
10 |
|
|
02109990 |
meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. primaten, walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea), lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia), zeehonden, zeeleeuwen en walrussen en reptielen) |
15,4 + 303,4 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
03011100 |
zoetwatersiervis, levend |
Vrij |
0 |
|
|
03011900 |
siervis, levend (m.u.v. zoetwatersiervis) |
7,5 |
0 |
|
|
03019110 |
forel (Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), levend |
8 |
0 |
|
|
03019190 |
forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita en Oncorhynchus gilae), levend |
12 |
0 |
|
|
03019210 |
paling of aal (Anguilla spp.), levend, met een lengte van < 12 cm |
Vrij |
0 |
|
|
03019230 |
paling of aal (Anguilla spp.), levend, met een lengte van ≥ 12 cm doch < 20 cm |
Vrij |
0 |
|
|
03019290 |
paling of aal (Anguilla spp.), levend, met een lengte van ≥ 20 cm |
Vrij |
0 |
|
|
03019300 |
karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), levend |
8 |
0 |
|
|
03019410 |
Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), levend |
16 |
0 |
|
|
03019490 |
Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis), levend |
16 |
0 |
|
|
03019500 |
zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii), levend |
16 |
0 |
|
|
03019911 |
Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), levend |
2 |
0 |
|
|
03019918 |
zoetwatervis (m.u.v. siervis, forel, paling of aal, karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), levend |
8 |
0 |
|
|
03019985 |
zeevis (m.u.v. siervis, forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), paling of aal (Anguilla spp.). Atlantische en Pacifische blauwvintonijn (Thunnus thynnus, Thunnus orientalis), en zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)), levend |
16 |
0 |
|
|
03021110 |
forel (Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03021120 |
forel (Oncorhynchus mykiss), met kop en kieuwen, doch ontdaan van ingewanden (“gutted”), wegende > 1,2 kg per stuk, of ontdaan van de kop (“heads off”) en van ingewanden en kieuwen (“gilled and gutted”), wegende > 1 kg per stuk, vers of gekoeld |
12 |
0 |
|
|
03021180 |
forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita en Oncorhynchus gilae (m.u.v. Oncorhynchus mykiss), met kop en kieuwen, doch ontdaan van ingewanden (“gutted”), wegende > 1,2 kg per stuk, of ontdaan van de kop (“heads off”) en van ingewanden en kieuwen (“gilled and gutted”), wegende > 1 kg per stuk), vers of gekoeld |
12 |
0 |
|
|
03021300 |
Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), vers of gekoeld |
2 |
0 |
|
|
03021400 |
Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), vers of gekoeld |
2 |
0 |
|
|
03021900 |
zalmachtigen (Salmonidae), vers of gekoeld (m.u.v. forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)) |
8 |
0 |
|
|
03022110 |
zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03022130 |
Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03022190 |
Pacifische heilbot (Hippoglossus stenolepis), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03022200 |
schol (Pleuronectes platessa), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03022300 |
tong (Solea spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03022400 |
tarbot (Psetta maxima), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03022910 |
scharretong (Lepidorhombus spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03022980 |
platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae, m.u.v. zwarte heilbot, Atlantische heilbot, Pacifische heilbot, schol, tong, tarbot en scharretong), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03023110 |
witte tonijn (Thunnus alalunga), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023190 |
witte tonijn (Thunnus alalunga), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023210 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023290 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023310 |
boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023390 |
boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023410 |
grootoogtonijn (Thunnus obesus), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023490 |
grootoogtonijn (Thunnus obesus), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023511 |
Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023519 |
Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023591 |
Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023599 |
Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023610 |
zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii), vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03023690 |
zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii), vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03023920 |
tonijn van het geslacht Thunnus, vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis (m.u. v. witte tonijn (Thunnus alalunga), geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus), Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis) en zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)) |
22 |
0 |
|
|
03023980 |
tonijn van het geslacht Thunnus, vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis en m.u.v. witte tonijn (Thunnus alalunga), geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus), Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis) en zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)) |
22 |
0 |
|
|
03024100 |
haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03024200 |
ansjovis (Engraulis spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03024310 |
sardines (Sardina pilchardus), vers of gekoeld |
23 |
0 |
|
|
03024330 |
sardines (Sardinops) en sardinella’s (Sardinella spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03024390 |
sprot (Sprattus sprattus), vers of gekoeld |
13 |
0 |
|
|
03024400 |
makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus), vers of gekoeld |
20 |
0 |
|
|
03024510 |
Atlantische horsmakreel (Trachurus trachurus), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03024530 |
Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03024590 |
horsmakreel (Trachurus spp.), vers of gekoeld (m.u.v. Atlantische en Chileense horsmakreel) |
15 |
0 |
|
|
03024600 |
cobia (Rachycentron canadum), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03024700 |
zwaardvis (Xiphias gladius), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03025110 |
kabeljauw (Gadus morhua), vers of gekoeld |
12 |
0 |
|
|
03025190 |
kabeljauw (Gadus ogac, Gadus macrocephalus), vers of gekoeld |
12 |
0 |
|
|
03025200 |
schelvis (Melanogrammus aeglefinus), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025300 |
koolvis (Pollachius virens), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025411 |
Kaapse heek (Merluccius capensis en Merluccius paradoxus), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03025415 |
Australische heek (Merluccius australis), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03025419 |
heek (Merluccius spp.), vers of gekoeld, (m.u.v. Kaapse heek en Australische heek) |
15 |
0 |
|
|
03025490 |
heek (Urophycis spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03025500 |
Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025600 |
blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Micromesistius australis), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025910 |
poolkabeljauw (Boreogadus saida), vers of gekoeld |
12 |
0 |
|
|
03025920 |
wijting (Merlangius merlangus), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025930 |
koolvis (Pollachius pollachius), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025940 |
leng (Molva spp.), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03025990 |
vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, vers of gekoeld (m.u.v. kabeljauw, schelvis, koolvis, heek, Alaskakoolvis, blauwe wijting, poolkabeljauw, wijting, koolvis en leng) |
15 |
0 |
|
|
03027100 |
tilapia (Oreochromis spp.), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03027200 |
katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03027300 |
karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03027400 |
paling of aal (Anguilla spp.), vers of gekoeld |
Vrij |
0 |
|
|
03027900 |
nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03028110 |
doornhaai (Squalus acanthias), vers of gekoeld |
6 |
0 |
|
|
03028120 |
hondshaai (Scyliorhinus spp.), vers of gekoeld |
6 |
0 |
|
|
03028130 |
neushaai (Lamna nasus), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03028190 |
hondshaai, doornhaai en andere haaien (m.u.v. doornhaai (Squalus acanthias) en hondshaai (Scyliorhinus spp.) en neushaai (Lamna nasus), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03028200 |
rog (Rajidae), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028300 |
Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028410 |
Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028490 |
zeebaars (Dicentrarchus spp.), vers of gekoeld (m.u.v Europese zeebaars) |
15 |
0 |
|
|
03028510 |
zeebrasem (Dentex dentex, Pagellus spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028530 |
goudbrasem (Sparus aurata), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028590 |
zeebrasem (Sparidae), vers of gekoeld (m.u.v. Dentex dentex en Pagellus spp.) |
15 |
0 |
|
|
03028910 |
zoetwatervis, vers of gekoeld, n.e.g. |
8 |
0 |
|
|
03028921 |
zeevis van het geslacht Euthynnus, vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis (m.u.v. boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)) |
22 |
0 |
|
|
03028929 |
zeevis van het geslacht Euthynnus, vers of gekoeld (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis en m.u.v. boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)) |
22 |
0 |
|
|
03028931 |
roodbaars (Sebastes marinus), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03028939 |
roodbaars (Sebastes spp.), vers of gekoeld (m.u.v. Sebastes marinus) |
7,5 |
0 |
|
|
03028940 |
braam (Brama spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028950 |
zeeduivel (Lophius spp.), vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03028960 |
roze koningklip (Genypterus blacodes), vers of gekoeld |
7,5 |
0 |
|
|
03028990 |
vis, vers of gekoeld, n.e.g. |
15 |
0 |
|
|
03029000 |
vislevers, hom en kuit, vers of gekoeld |
10 |
0 |
|
|
03031100 |
rode zalm (Oncorhynchus nerka), bevroren |
2 |
0 |
|
|
03031200 |
Pacifische zalm (m.u.v. rode zalm), bevroren |
2 |
0 |
|
|
03031300 |
Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), bevroren |
2 |
0 |
|
|
03031410 |
forel (Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03031420 |
forel (Oncorhynchus mykiss), met kop en kieuwen, doch ontdaan van ingewanden (“gutted”), wegende > 1,2 kg per stuk, of ontdaan van de kop (“heads off”) en van ingewanden en kieuwen (“gilled and gutted”), wegende > 1 kg per stuk, bevroren |
12 |
0 |
|
|
03031490 |
forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita en Oncorhynchus gilae), bevroren (m.u.v. Oncorhynchus mykiss, met kop en kieuwen, doch ontdaan van ingewanden (“gutted”), wegende > 1,2 kg per stuk, of ontdaan van de kop (“heads off”) en van ingewanden en kieuwen (“gilled and gutted”), wegende > 1 kg per stuk) |
12 |
0 |
|
|
03031900 |
zalmachtigen (Salmonidae) (m.u.v. Pacifische zalm, Atlantische zalm en Donauzalm), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03032300 |
tilapia (Oreochromis spp.), bevroren |
8 |
0 |
|
|
03032400 |
katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), bevroren |
8 |
0 |
|
|
03032500 |
karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), bevroren |
8 |
0 |
|
|
03032600 |
paling of aal (Anguilla spp.), bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
03032900 |
nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), bevroren |
8 |
0 |
|
|
03033110 |
zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03033130 |
Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03033190 |
Pacifische heilbot (Hippoglossus stenolepis), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03033200 |
schol (Pleuronectes platessa), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03033300 |
tong (Solea spp.), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03033400 |
tarbot (Psetta maxima), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03033910 |
bot (Platichthys flesus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03033930 |
vis van het geslacht Rhombosolea, bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03033950 |
vis van de soort Pelotreis flavilatus of Peltorhamphus novaezelandiae, bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03033985 |
platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae), bevroren (m.u.v. heilbot, schol, tong, tarbot, bot, Rhombosolea spp., Pelotreis flavilatus en Peltorhamphus novaezelandiae) |
15 |
0 |
|
|
03034110 |
witte tonijn (Thunnus alalunga), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van producten van 1604 |
22 |
0 |
|
|
03034190 |
witte tonijn (Thunnus alalunga), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03034212 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van producten van 1604, in gehele staat, wegende > 10 kg per stuk |
20 |
0 |
|
|
03034218 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van producten van 1604, in gehele staat, wegende ≤ 10 kg per stuk |
20 |
0 |
|
|
03034242 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van producten van 1604, wegende > 10 kg per stuk (m.u.v. in gehele staat) |
22 |
0 |
|
|
03034248 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van producten van 1604, wegende ≤ 10 kg per stuk (m.u.v. in gehele staat) |
22 |
0 |
|
|
03034290 |
geelvintonijn (Thunnus albacares), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van producten van 1604) |
22 |
0 |
|
|
03034310 |
boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03034390 |
boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03034410 |
grootoogtonijn (Thunnus obesus), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03034490 |
grootoogtonijn (Thunnus obesus), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03034512 |
Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03034518 |
Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03034591 |
Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03034599 |
Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03034610 |
zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii), bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis |
22 |
0 |
|
|
03034690 |
zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii), bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis) |
22 |
0 |
|
|
03034920 |
tonijn van het geslacht Thunnus, bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis (m.u. v. witte tonijn (Thunnus alalunga), geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus), Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis) en zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)) |
22 |
0 |
|
|
03034985 |
tonijn van het geslacht Thunnus, bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis en m.u.v. witte tonijn (Thunnus alalunga), geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus), Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus), Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis) en zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)) |
22 |
0 |
|
|
03035100 |
haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03035310 |
sardines (Sardina pilchardus), bevroren |
23 |
0 |
|
|
03035330 |
sardines (Sardinops spp.) en sardinella’s (Sardinella spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03035390 |
sprot (Sprattus sprattus), bevroren |
13 |
0 |
|
|
03035410 |
makreel (Scomber scombrus en Scomber japonicus), bevroren |
20 |
0 |
|
|
03035490 |
makreel (Scomber australasicus), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03035510 |
Atlantische horsmakreel (Trachurus trachurus), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03035530 |
Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03035590 |
horsmakreel (Trachurus spp.), bevroren (m.u.v. Atlantische en Chileense horsmakreel) |
15 |
0 |
|
|
03035600 |
cobia (Rachycentron canadum), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03035700 |
zwaardvis (Xiphias gladius), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036310 |
kabeljauw (Gadus morhua), bevroren |
12 |
0 |
|
|
03036330 |
kabeljauw (Gadus ogac), bevroren |
12 |
0 |
|
|
03036390 |
kabeljauw (Gadus macrocephalus), bevroren |
12 |
0 |
|
|
03036400 |
schelvis (Melanogrammus aeglefinus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036500 |
koolvis (Pollachius virens), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036611 |
Kaapse heek (Merluccius capensis of Merluccius paradoxus), bevroren |
15 |
7 |
|
|
03036612 |
Argentijnse heek of Zuid-Amerikaanse heek (Merluccius hubbsi), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03036613 |
Australische heek (Merluccius australis), bevroren |
15 |
7 |
|
|
03036619 |
heek (Merluccius spp.), bevroren, (m.u.v. Kaapse heek, Argentijnse heek en Australische heek) |
15 |
7 |
|
|
03036690 |
heek (Urophycis spp.), bevroren |
15 |
7 |
|
|
03036700 |
Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03036810 |
blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Gadus poutassou), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036890 |
zuidelijke blauwe wijting (Micromesistius australis), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036910 |
poolkabeljauw (Boreogadus saida), bevroren |
12 |
0 |
|
|
03036930 |
wijting (Merlangius merlangus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036950 |
koolvis (Pollachius pollachius), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03036970 |
blauwe grenadier (Macruronus novaezealandiae), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036980 |
leng (Molva spp.), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03036990 |
vis die behoort tot de families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, bevroren (m.u.v. kabeljauw, schelvis, koolvis, heek, Alaskakoolvis, blauwe wijting, poolkabeljauw, wijting, witte koolvis, blauwe grenadier en leng) |
15 |
0 |
|
|
03038110 |
doornhaai (Squalus acanthias), bevroren |
6 |
0 |
|
|
03038120 |
hondshaai (Scyliorhinus spp.), bevroren |
6 |
0 |
|
|
03038130 |
neushaai (Lamna nasus), bevroren |
8 |
0 |
|
|
03038190 |
hondshaai, doornhaai en andere haaien (m.u.v. doornhaai (Squalus acanthias) en hondshaai (Scyliorhinus spp.) en neushaai (Lamna nasus), bevroren |
8 |
0 |
|
|
03038200 |
rog (Rajidae), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038300 |
Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038410 |
Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038490 |
zeebaars (Dicentrarchus spp.), bevroren (m.u.v. Europese zeebaars) |
15 |
0 |
|
|
03038910 |
zoetwatervis, bevroren, n.e.g. |
8 |
0 |
|
|
03038921 |
zeevis van het geslacht Euthynnus, bevroren, bestemd voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis (m.u.v. boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)) |
22 |
0 |
|
|
03038929 |
zeevis van het geslacht Euthynnus, bevroren (m.u.v. die voor de industriële vervaardiging van bereidingen en conserven van vis en m.u.v. boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)) |
22 |
0 |
|
|
03038931 |
roodbaars (Sebastes marinus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03038939 |
roodbaars (Sebastes spp.), bevroren (m.u.v. Sebastes marinus) |
7,5 |
0 |
|
|
03038940 |
vis van de soort Orcynopsis unicolor, bevroren |
16 |
0 |
|
|
03038945 |
ansjovis (Engraulis spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038950 |
zeebrasem (Dentex dentex of Pagellus spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038955 |
goudbrasem (Sparus aurata), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038960 |
braam (Brama spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038965 |
zeeduivel (Lophius spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03038970 |
roze koningklip (Genypterus blacodes), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03038990 |
vis, bevroren, n.e.g. |
15 |
0 |
|
|
03039010 |
kuit en hom, bestemd voor de vervaardiging van desoxyribonucleïnezuur of protaminesulfaat, bevroren |
Vrij |
0 |
|
|
03039090 |
vislevers, hom en kuit, bevroren (m.u.v. kuit en hom, bestemd voor de vervaardiging van desoxyribonucleïnezuur of protaminesulfaat) |
10 |
0 |
|
|
03043100 |
filets van tilapia (Oreochromis spp.), vers of gekoeld |
9 |
0 |
|
|
03043200 |
filets van katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), vers of gekoeld |
9 |
0 |
|
|
03043300 |
filets van nijlbaars (Lates niloticus), vers of gekoeld |
9 |
0 |
|
|
03043900 |
filets van karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), en slangenkopvis (Channa spp.), vers of gekoeld |
9 |
0 |
|
|
03044100 |
filets van Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), vers of gekoeld |
2 |
0 |
|
|
03044210 |
filets van forel (Oncorhynchus mykiss), wegende > 400 g per stuk, vers of gekoeld |
12 |
0 |
|
|
03044250 |
filets van forel (Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), vers of gekoeld |
9 |
0 |
|
|
03044290 |
filets van forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita en Oncorhynchus gilae), vers of gekoeld (m.u.v. van Oncorhynchus mykiss wegende > 400 g per stuk) |
12 |
0 |
|
|
03044300 |
filets van platvis “Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae”, vers of gekoeld |
18 |
0 |
|
|
03044410 |
filets van kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) en poolkabeljauw (Boreogadus saida), vers of gekoeld |
18 |
0 |
|
|
03044430 |
filets van koolvis (Pollachius virens), vers of gekoeld |
18 |
0 |
|
|
03044490 |
filets van vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, vers of gekoeld (m.u.v. kabeljauw, koolvis en poolkabeljauw) |
18 |
0 |
|
|
03044500 |
filets van zwaardvis (Xiphias gladius), vers of gekoeld |
18 |
0 |
|
|
03044600 |
filets van Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.), vers of gekoeld |
18 |
0 |
|
|
03044910 |
filets van zoetwatervis, vers of gekoeld, n.e.g. |
9 |
0 |
|
|
03044950 |
filets van roodbaars (Sebastes spp.), vers of gekoeld |
18 |
0 |
|
|
03044990 |
visfilets, vers of gekoeld, n.e.g. |
18 |
0 |
|
|
03045100 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp) en slangenkopvis (Channa), vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03045200 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van zalmachtigen (Salmonidae), vers of gekoeld (m.u.v. filets) |
8 |
0 |
|
|
03045300 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, vers of gekoeld (m.u.v. filets) |
15 |
0 |
|
|
03045400 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van zwaardvis (Xiphias gladius), vers of gekoeld (m.u.v. filets) |
15 |
0 |
|
|
03045500 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.), vers of gekoeld (m.u.v. filets) |
15 |
0 |
|
|
03045910 |
vlees van zoetwatervis, ook indien fijngemaakt, vers of gekoeld (m.u.v. alle visfilets, tilapia, katvis, karper, paling of aal, nijlbaars, slangenkopvis en vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae) |
8 |
0 |
|
|
03045950 |
lappen van haring, vers of gekoeld |
15 |
0 |
|
|
03045990 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, vers of gekoeld (m.u.v. alle visfilets, zoetwatervis, lappen van haring, tilapia, katvis, karper, paling of aal, nijlbaars, slangenkopvis, zalmachtigen, zwaardvis, Atlantische diepzeeheek en vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae) |
15 |
0 |
|
|
03046100 |
filets van tilapia (Oreochromis spp.), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03046200 |
filets van katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03046300 |
filets van nijlbaars (Lates niloticus), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03046900 |
filets van karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), en slangenkopvis (Channa spp.), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03047110 |
filets van kabeljauw (Gadus macrocephalus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047190 |
filets van kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047200 |
filets van schelvis (Melanogrammus aeglefinus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047300 |
filets van koolvis (Pollachius virens), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047411 |
filets van Kaapse heek (Merluccius capensis of Merluccius paradoxus), bevroren |
7,5 |
4 |
|
|
03047415 |
filets van Argentijnse heek of Zuid-Amerikaanse heek (Merluccius hubbsi), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047419 |
filets van heek (Merluccius spp.), bevroren , (m.u.v. Kaapse heek en Argentijnse heek) |
6,1 |
4 |
|
|
03047490 |
filets van heek (Urophycis spp.), bevroren |
7,5 |
4 |
|
|
03047500 |
filets van Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), bevroren |
13,7 |
0 |
|
|
03047910 |
filets van poolkabeljauw (Boreogadus saida), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047930 |
filets van wijting (Merlangius merlangus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047950 |
filets van blauwe grenadier (Macruronus novaezealandiae), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047980 |
filets van leng (Molva spp.), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03047990 |
vis die behoort tot de families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, bevroren (m.u.v. kabeljauw, schelvis, koolvis, heek, Alaskakoolvis, poolkabeljauw, wijting, blauwe grenadier en leng) |
15 |
0 |
|
|
03048100 |
filets van Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), bevroren |
2 |
0 |
|
|
03048210 |
filets van forel (Oncorhynchus mykiss), wegende > 400 g per stuk, bevroren |
12 |
0 |
|
|
03048250 |
filets van forel (Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), bevroren |
9 |
0 |
|
|
03048290 |
filets van forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita en Oncorhynchus gilae), bevroren (m.u.v. van Oncorhynchus mykiss wegende > 400 g per stuk) |
12 |
0 |
|
|
03048310 |
filets van schol (Pleuronectes platessa), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048330 |
filets van bot (Platichthys flesus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048350 |
filets van scharretong (Lepidorhombus spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03048390 |
filets van platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae), bevroren (m.u.v. schol, bot en scharretong) |
15 |
0 |
|
|
03048400 |
filets van zwaardvis (Xiphias gladius), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048500 |
filets van Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03048600 |
filets van haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03048700 |
filets van tonijn van het geslacht Thunnus en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), bevroren |
18 |
0 |
|
|
03048910 |
filets van zoetwatervis, bevroren, n.e.g. |
9 |
0 |
|
|
03048921 |
filets van roodbaars (Sebastes marinus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048929 |
filets van roodbaars (Sebastes spp.), bevroren (m.u.v. Sebastes marinus) |
7,5 |
0 |
|
|
03048930 |
filets van vis van het geslacht Euthynnus, bevroren (m.u.v. boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis) |
18 |
0 |
|
|
03048941 |
filets van makreel (Scomber australasicus), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03048949 |
filets van makreel (Scomber scombrus en Scomber japonicus) en van vis van de soort Orcynopsis unicolor, bevroren |
15 |
0 |
|
|
03048951 |
filets van doornhaai (Squalus acanthias) en hondshaai (Scyliorhinus spp.), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048955 |
filets van neushaai (Lamna nasus), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048959 |
filets van hondshaai, doornhaai en andere haaien (m.u.v. doornhaai (Squalus acanthias) en hondshaai (Scyliorhinus spp.) en neushaai (Lamna nasus)), bevroren |
7,5 |
0 |
|
|
03048960 |
filets van zeeduivel (Lophius spp.), bevroren |
15 |
0 |
|
|
03048990 |
visfilets, bevroren, n.e.g. |
15 |
7 |
|
|
03049100 |
visvlees van zwaardvis (Xiphias gladius), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
7,5 |
0 |
|
|
03049200 |
visvlees van Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
7,5 |
0 |
|
|
03049310 |
bevroren surimi van tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.) |
14,2 |
0 |
|
|
03049390 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
8 |
0 |
|
|
03049410 |
surimi van Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), bevroren |
14,2 |
0 |
|
|
03049490 |
visvlees van Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049510 |
surimi van vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae (m.u.v. Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), bevroren |
14,2 |
0 |
|
|
03049521 |
visvlees van kabeljauw (Gadus macrocephalus), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049525 |
visvlees van kabeljauw (Gadus morhua), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049529 |
visvlees van kabeljauw (Gadus ogac) en poolkabeljauw (Boreogadus saida), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049530 |
visvlees van schelvis (Melanogrammus aeglefinus), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049540 |
visvlees van koolvis (Pollachius virens), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049550 |
visvlees van heek (Merluccius spp), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
7 |
|
|
03049560 |
visvlees van blauwe wijting (Micromesistius poutassou of Gadus poutassou), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03049590 |
visvlees, ook indien fijngemaakt, van vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, bevroren (m.u.v. filets, surimi, Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma), kabeljauw, schelvis, koolvis, heek Merluccius spp. en blauwe wijting) |
7,5 |
0 |
|
|
03049910 |
surimi van vis, bevroren, n.e.g. |
14,2 |
0 |
|
|
03049921 |
vlees van zoetwatervis, bevroren, n.e.g. (m.u.v. filets en surimi) |
8 |
0 |
|
|
03049923 |
visvlees van haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
15 |
0 |
|
|
03049929 |
visvlees van roodbaars (Sebastes spp.), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
8 |
0 |
|
|
03049955 |
visvlees van scharretong, ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
15 |
0 |
|
|
03049961 |
visvlees van braam (Brama spp.), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
15 |
0 |
|
|
03049965 |
visvlees van zeeduivel (Lophius spp.), ook indien fijngemaakt, bevroren (m.u.v. filets) |
7,5 |
0 |
|
|
03049999 |
vlees van zeevis, bevroren, n.e.g. (m.u.v. filets en surimi) |
7,5 |
0 |
|
|
03051000 |
meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie |
13 |
0 |
|
|
03052000 |
vislevers, hom en kuit, gedroogd, gerookt, gezouten of gepekeld |
11 |
0 |
|
|
03053100 |
filets van tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), gedroogd, gezouten of gepekeld, doch ongerookt |
16 |
0 |
|
|
03053211 |
filets van kabeljauw (Gadus macrocephalus), gedroogd, gezouten of gepekeld, doch ongerookt |
16 |
0 |
|
|
03053219 |
filets van kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac) van poolkabeljauw (Boreogadus saida), gedroogd, gezouten of gepekeld, doch ongerookt |
20 |
0 |
|
|
03053290 |
filets van vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, gedroogd, gezouten of gepekeld, doch ongerookt (m.u.v. kabeljauw en poolkabeljauw (Boreogadus saida)) |
16 |
0 |
|
|
03053910 |
filets van Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), gezouten of gepekeld, doch ongerookt |
15 |
0 |
|
|
03053950 |
filets van zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides), gezouten of gepekeld, doch ongerookt |
15 |
0 |
|
|
03053990 |
visfilets, gedroogd, gezouten of gepekeld, doch ongerookt (m.u.v. tilapia, katvis, karper, paling of aal, nijlbaars, slangenkopvis, vis die behoort tot een der families Bregmacerotidae, Euclichthyidae, Gadidae, Macrouridae, Melanonidae, Merlucciidae, Moridae en Muraenolepididae, en visfilet, gezouten of gepekeld, van Pacifische zalm, Atlantische zalm, Donauzalm en zwarte heilbot) |
16 |
10 |
|
|
03054100 |
Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), gerookt, incl. gerookte zalmfilets (m.u.v. slachtafvallen) |
13 |
0 |
|
|
03054200 |
haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), gerookt, incl. gerookte haringfilets (m.u.v. slachtafvallen) |
10 |
0 |
|
|
03054300 |
forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster), gerookt, incl. gerookte forelfilets (m.u.v. slachtafvallen) |
14 |
0 |
|
|
03054410 |
paling of aal (Anguilla spp.), gerookt, incl. gerookte filets daarvan (m.u.v. slachtafvallen) |
14 |
10 |
|
|
03054490 |
tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), gerookt, incl. gerookte filets daarvan (m.u.v. slachtafvallen) |
14 |
10 |
|
|
03054910 |
zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides), gerookt, incl. gerookte heilbotfilets (m.u.v. slachtafvallen) |
15 |
0 |
|
|
03054920 |
Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossoides), gerookt, incl. gerookte heilbotfilets (m.u.v. slachtafvallen) |
16 |
0 |
|
|
03054930 |
makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus), gerookt, incl. gerookte makreelfilets (m.u.v. slachtafvallen) |
14 |
0 |
|
|
03054980 |
gerookte vis, incl. gerookte visfilets (m.u.v. slachtafvallen, Pacifische zalm, Atlantische zalm, Donauzalm, haring, zwarte heilbot, Atlantische heilbot, makreel, forel, tilapia, katvis, karper, paling of aal, nijlbaars en slangenkopvis) |
14 |
0 |
|
|
03055110 |
kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus), gedroogd, doch ongezouten en ongerookt (m.u.v. kabeljauwfilets en slachtafvallen) |
13 |
0 |
|
|
03055190 |
kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus), gedroogd en gezouten, doch ongerookt (m.u.v. kabeljauwfilets en slachtafvallen) |
13 |
0 |
|
|
03055910 |
poolkabeljauw (Boreogadus saida), gedroogd, ook indien gezouten, doch ongerookt (m.u.v. filets daarvan en slachtafvallen) |
13 |
0 |
|
|
03055930 |
haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), gedroogd, ook indien gezouten, doch ongerookt (m.u.v. haringfilets en slachtafvallen) |
12 |
0 |
|
|
03055950 |
ansjovis (Engraulis spp.), gedroogd, ook indien gezouten, doch ongerookt (m.u.v. ansjovisfilets en slachtafvallen) |
10 |
0 |
|
|
03055970 |
Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus), gedroogd, ook indien gezouten, doch ongerookt (m.u.v. heilbotfilets en slachtafvallen) |
15 |
0 |
|
|
03055980 |
gedroogde vis, ook indien gezouten, doch ongerookt (m.u.v. kabeljauw, poolkabeljauw (Boreogadus saida), haring, ansjovis en Atlantische heilbot en m.u.v. visfilets en slachtafvallen) |
12 |
0 |
|
|
03056100 |
haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. haringfilets en slachtafvallen) |
12 |
0 |
|
|
03056200 |
kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac en Gadus macrocephalus), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. kabeljauwfilets en slachtafvallen) |
13 |
0 |
|
|
03056300 |
ansjovis (Engraulis spp.), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. ansjovisfilets en slachtafvallen) |
10 |
4 |
|
|
03056400 |
tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. filets daarvan en slachtafvallen) |
12 |
7 |
|
|
03056910 |
poolkabeljauw (Boreogadus saida), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. filets daarvan en slachtafvallen) |
13 |
0 |
|
|
03056930 |
Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. heilbotfilets en slachtafvallen) |
15 |
0 |
|
|
03056950 |
Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. zalmfilets en slachtafvallen) |
11 |
0 |
|
|
03056980 |
vis, alleen gezouten of gepekeld (m.u.v. haring, kabeljauw, ansjovis, tilapia, katvis, karper, paling en aal, nijlbaars, slangenkopvis, poolkabeljauw (Boreogadus saida), Atlantische heilbot, Pacifische zalm, Atlantische zalm, Donauzalm, filets daarvan en slachtafvallen) |
12 |
0 |
|
|
03057110 |
haaienvinnen, gerookt |
14 |
0 |
|
|
03057190 |
haaienvinnen, gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03057200 |
vissenkoppen, -staarten en zwemblazen, gerookt, gedroogd, gezouten of gepekeld |
13 |
0 |
|
|
03057900 |
vinnen en ander eetbaar slachtafval van vis (m.u.v. koppen, staarten, zwemblazen en haaienvinnen) |
13 |
0 |
|
|
03061105 |
langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp. en Jasus spp.), bevroren, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03061110 |
staarten van langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. staarten van langoesten in de schaal, die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12,5 |
4 |
|
|
03061190 |
langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp. en Jasus spp.), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. langoesten in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. staarten van langoesten en gerookt) |
12,5 |
4 |
|
|
03061205 |
zeekreeften (Homarus spp.), bevroren, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. zeekreeften die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03061210 |
zeekreeften (Homarus spp.), in gehele staat, bevroren, incl. zeekreeften die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
6 |
0 |
|
|
03061290 |
zeekreeften (Homarus spp.), bevroren (m.u.v. in gehele staat en gerookt) |
16 |
0 |
|
|
03061405 |
krabben, bevroren, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. krabben die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
8 |
0 |
|
|
03061410 |
krabben (Paralithodes camchaticus, Chionoecetes spp. en Callinectes sapidus), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. krabben in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
7,5 |
0 |
|
|
03061430 |
Noordzeekrabben (Cancer pagurus), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. krabben in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
7,5 |
0 |
|
|
03061490 |
krabben, bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. krabben in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte krabben en Paralithodes camchaticus, Chionoecetes spp. en Callinectes sapidus en m.u.v. Noordzeekrabben (Cancer pagurus)). |
7,5 |
4 |
|
|
03061510 |
langoustines (Nephrops norvegicus), bevroren, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. langoustines die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03061590 |
langoustines (Nephrops norvegicus), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. langoustines in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03061610 |
koudwatergarnalen (Pandalus spp., Crangon crangon), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03061691 |
koudwatergarnalen (Crangon crangon), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
18 |
0 |
|
|
03061699 |
koudwatergarnalen (Pandalus spp.), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03061710 |
garnalen, bevroren, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. koudwatergarnalen) |
20 |
0 |
|
|
03061791 |
roze diepzeegarnalen (Parapenaeus longirostris), bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03061792 |
garnalen van het geslacht Penaeus, bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12 |
4 |
|
|
03061793 |
garnalen van de familie Pandalidae, bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt en Pandalus) |
12 |
4 |
|
|
03061794 |
garnalen van het geslacht Crangon, bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt en Crangon crangon) |
18 |
10 |
|
|
03061799 |
garnalen, bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt en garnalen van de familie Pandalidae, die van het geslacht Crangon, roze diepzeegarnalen (Parapenaeus longirostris) en garnalen van het geslacht Penaeus) |
12 |
4 |
|
|
03061905 |
schaaldieren, bevroren, geschikt voor menselijke consumptie, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. schaaldieren die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. langoesten, kreeften, krabben, langoustines en garnalen), meel, poeder en pellets van schaaldieren, bevroren, gerookt, geschikt voor menselijke consumptie |
20 |
0 |
|
|
03061910 |
rivierkreeften, bevroren, ook indien ontdaan van de schaal, incl. rivierkreeften in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
7,5 |
0 |
|
|
03061990 |
schaaldieren, bevroren, geschikt voor menselijke consumptie, ook indien ontdaan van de schaal, incl. schaaldieren in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte schaaldieren en m.u.v. langoesten, zeekreeften, garnalen, krabben, rivierkreeften en langoustines (Nephrops norvegicus), meel, poeder en pellets van schaaldieren, bevroren, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03062110 |
langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp. en Jasus spp.), gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. langoesten die zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. bevroren) |
20 |
0 |
|
|
03062190 |
langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.), ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. langoesten in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12,5 |
0 |
|
|
03062210 |
zeekreeften (Homarus spp.), levend |
8 |
0 |
|
|
03062230 |
zeekreeften (Homarus spp.), gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. zeekreeften die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03062291 |
zeekreeften (Homarus spp.), in gehele staat, vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. zeekreeften in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03062299 |
delen van zeekreeften (Homarus spp.), vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. delen van zeekreeften in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
10 |
0 |
|
|
03062410 |
krabben, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. krabben die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. bevroren) |
8 |
0 |
|
|
03062430 |
Noordzeekrabben (Cancer pagurus), ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. krabben in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
7,5 |
0 |
|
|
03062480 |
krabben, ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. krabben in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.uv. gerookt en m.u.v. Noordzeekrabben (Cancer pagurus) |
7,5 |
0 |
|
|
03062510 |
langoustines (Nephrops norvegicus), gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. langoustines die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. bevroren) |
20 |
0 |
|
|
03062590 |
langoustines (Nephrops norvegicus), ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. langoustines in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03062610 |
koudwatergarnalen (Pandalus spp., Crangon crangon), gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. bevroren) |
20 |
0 |
|
|
03062631 |
koudwatergarnalen (Crangon crangon), ook indien ontdaan van de schaal, vers of gekoeld, of gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
18 |
0 |
|
|
03062639 |
koudwatergarnalen (Crangon crangon), levend, gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
18 |
0 |
|
|
03062690 |
koudwatergarnalen (Pandalus spp.), ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, gedroogd, gezouten of gepekeld, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookt) |
12 |
0 |
|
|
03062710 |
garnalen, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. koudwatergarnalen en bevroren garnalen) |
20 |
0 |
|
|
03062791 |
garnalen van de familie Pandalidae, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte en bevroren garnalen en m.u.v. Pandalus) |
12 |
0 |
|
|
03062795 |
garnalen van het geslacht Crangon, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte en bevroren garnalen en m.u.v. Crangon crangon) |
18 |
0 |
|
|
03062799 |
garnalen, ook indien ontdaan van de schaal, incl. garnalen in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte en bevroren garnalen en m.u.v. garnalen van de familie Pandalidae en het geslacht Crangon) |
12 |
0 |
|
|
03062905 |
schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie, gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, incl. schaaldieren die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. bevroren schaaldieren en langoesten, kreeften, krabben, langoustines en garnalen); meel, poeder en pellets van schaaldieren, gerookt, geschikt voor menselijke consumptie, niet bevroren |
20 |
0 |
|
|
03062910 |
rivierkreeften, ook indien ontdaan van de schaal, incl. rivierkreeften in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte en bevroren rivierkreeften) |
7,5 |
0 |
|
|
03062990 |
schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie, ook indien ontdaan van de schaal, incl. schaaldieren in de schaal die eerst zijn gestoomd of in water gekookt (m.u.v. gerookte en bevroren schaaldieren en m.u.v. langoesten, zeekreeften, garnalen, krabben, rivierkreeften en langoustines (Nephrops norvegicus), meel, poeder en pellets van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gerookt en bevroren) |
12 |
0 |
|
|
03071110 |
platte oesters (Ostrea), levend, wegende, in de schelp, ≤ 40 g per stuk |
Vrij |
0 |
|
|
03071190 |
oesters, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers of gekoeld (m.u.v. levende platte oesters (Ostrea), wegende, in de schelp, ≤ 40 g per stuk) |
9 |
0 |
|
|
03071910 |
oesters, gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, incl. oesters die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03071990 |
oesters, ook indien ontdaan van de schelp, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
9 |
0 |
|
|
03072100 |
jakobsschelpen en andere schelpdieren van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03072905 |
jakobsschelpen en andere schelpdieren van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, incl. wanneer deze eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03072910 |
jakobsschelpen (Pecten maximus), bevroren, ook indien ontstaan van de schelp (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03072990 |
jakobsschelpen en andere schelpdieren van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. gerookte en bevroren jakobsschelpen (Pecten maximus) |
8 |
0 |
|
|
03073110 |
mosselen (Mytilus spp.), ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers of gekoeld |
10 |
0 |
|
|
03073190 |
mosselen (Perna spp.), ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03073905 |
mosselen (Mytilus spp., Perna spp.), gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, incl. mosselen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03073910 |
mosselen (Mytilus spp.), bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. gerookt) |
10 |
0 |
|
|
03073990 |
mosselen (Perna spp.), bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03074110 |
inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.), levend, vers of gekoeld, ook indien ontdaan van de schelp |
8 |
0 |
|
|
03074191 |
pijlinktvissen (Loligo spp., Ommastrephes sagittatus), levend, vers of gekoeld, ook indien ontdaan van de schelp |
6 |
0 |
|
|
03074199 |
pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.), levend, vers of gekoeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. Ommastrephes sagittatus) |
8 |
0 |
|
|
03074905 |
inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.); pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.), gerookt, incl. inktvissen en pijlinktvissen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03074909 |
kleine zeekatten (Sepiola rondeleti), bevroren, (m.u.v. gerookt) |
6 |
0 |
|
|
03074911 |
inktvissen (Sepiola), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren (m.u.v. kleine zeekatten (Sepiola rondeleti)) |
8 |
0 |
|
|
03074918 |
inktvissen (Sepia officinalis en Rossia macrosoma), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren |
8 |
0 |
|
|
03074931 |
pijlinktvissen (Loligo vulgaris), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren |
6 |
0 |
|
|
03074933 |
pijlinktvissen (Loligo pealei), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren |
6 |
0 |
|
|
03074935 |
pijlinktvissen (Loligo patagonica), bevroren |
6 |
0 |
|
|
03074938 |
vissen (Loligo spp.), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren (m.u.v. Loligo vulgaris, Loligo pealei en Loligo patagonica) |
6 |
0 |
|
|
03074951 |
pijlinktvissen (Ommastrephes sagittatus), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren |
6 |
0 |
|
|
03074959 |
pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Nototodarus spp. en Sepioteuthis spp.), ook indien ontdaan van de schelp, bevroren (m.u.v. Ommastrephes sagittatus) |
8 |
0 |
|
|
03074971 |
inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.), ook indien ontdaan van de schelp, gedroogd, gezouten of gepekeld |
8 |
0 |
|
|
03074991 |
pijlinktvissen (Loligo spp., Ommastrephes sagittatus), ook indien ontdaan van de schelp, gedroogd, gezouten of gepekeld |
6 |
0 |
|
|
03074999 |
pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Nototodarus spp. en Sepioteuthis spp.), ook indien ontdaan van de schelp, gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. Ommastrephes sagittatus) |
8 |
0 |
|
|
03075100 |
achtarmige inktvissen (Octopus spp.), levend, vers of gekoeld |
8 |
0 |
|
|
03075905 |
achtarmige inktvissen (Octopus spp.), gerookt, incl. inktvissen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03075910 |
achtarmige inktvissen (Octopus spp.), bevroren (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03075990 |
achtarmige inktvissen (Octopus spp.), gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03076010 |
eetbare slakken, gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, incl. slakken die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. zeeslakken) |
20 |
0 |
|
|
03076090 |
eetbare slakken, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. zeeslakken en gerookte slakken) |
Vrij |
0 |
|
|
03077100 |
tweekleppigen, kokkels en arkschelpen (de families Arcidae, Arcticidae, Cardiidae, Donacidae, Hiatellidae, Mactridae, Mesodesmatidae, Myidae, Semelidae, Solecurtidae, Solenidae, Tridacnidae en Veneridae), levend, vers of gekoeld, ook indien ontdaan van de schelp |
11 |
0 |
|
|
03077910 |
tweekleppigen, kokkels en arkschelpen (de families Arcidae, Arcticidae, Cardiidae, Donacidae, Hiatellidae, Mactridae, Mesodesmatidae, Myidae, Semelidae, Solecurtidae, Solenidae, Tridacnidae en Veneridae), gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook wanneer deze eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03077930 |
venusschelpen of andere Veneridae, ook indien ontdaan van de schelp, bevroren (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03077990 |
tweekleppigen, kokkels en arkschelpen (de families Arcidae, Arcticidae, Cardiidae, Donacidae, Hiatellidae, Mactridae, Mesodesmatidae, Myidae, Semelidae, Solecurtidae, Solenidae, Tridacnidae en Veneridae), bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. bevroren vennusschelpen en gerookte exemplaren) |
11 |
0 |
|
|
03078100 |
zeeoren (Haliotis spp.), levend, vers of gekoeld, ook indien ontdaan van de schelp |
11 |
0 |
|
|
03078910 |
zeeoren (Haliotis spp.), gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, incl. zeeoren die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
20 |
0 |
|
|
03078990 |
zeeoren (Haliotis spp.), bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. gerookt) |
11 |
0 |
|
|
03079100 |
weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie, levend, vers of gekoeld, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. gerookte weekdieren en m.u.v. oesters, jakobsschelpen van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, mosselen (Mytilus spp., Perna spp.), inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.), pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.), achtarmige inktvissen (Octopus spp.), slakken, andere dan zeeslakken, tweekleppigen, kokkels, arkschelpen en zeeoren, Illex spp. en Veneridae); meel, poeder en pellets van weekdieren, bevroren, geschikt voor menselijke consumptie |
11 |
0 |
|
|
03079910 |
weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie, gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, incl. weekdieren die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. oesters, jakobsschelpen van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, mosselen (Mytilus spp., Perna spp.), inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.), pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.), achtarmige inktvissen (Octopus spp.), slakken, andere dan zeeslakken, tweekleppigen, kokkels, arkschelpen en zeeoren |
20 |
0 |
|
|
03079911 |
Illex spp., ook indien ontdaan van de schelp, bevroren (m.u.v. gerookt) |
8 |
0 |
|
|
03079917 |
weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie, bevroren, ook indien ontdaan van de schelp (m.u.v. gerookte weekdieren en m.u.v. oesters, jakobsschelpen van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, mosselen (Mytilus spp., Perna spp.), inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.), pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp., Todarodes sagittatus), achtarmige inktvissen (Octopus spp.), slakken, andere dan zeeslakken, tweekleppigen, kokkels, arkschelpen, zeeoren, Illex spp. en Veneridae), meel, poeder en pellets van weekdieren, bevroren, geschikt voor menselijke consumptie |
11 |
0 |
|
|
03079980 |
weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie, ook indien ontdaan van de schelp, gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookte weekdieren en m.u.v. oesters, jakobsschelpen van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, mosselen (Mytilus spp., Perna spp.), inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.), pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp., Todarodes sagittatus), achtarmige inktvissen (Octopus spp.), slakken, andere dan zeeslakken, tweekleppigen, kokkels, arkschelpen en zeeoren), meel, poeder en pellets van weekdieren, gedroogd, gezouten of gepekeld, geschikt voor menselijke consumptie |
11 |
0 |
|
|
03081100 |
zeekomkommers (Stichopus japonicus, Holothuroidea), levend, vers of gekoeld |
11 |
0 |
|
|
03081910 |
zeekomkommers (Stichopus japonicus, Holothurioidea), gerookt, incl. zeekomkommers die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
26 |
0 |
|
|
03081930 |
zeekomkommers (Stichopus japonicus, Holothurioidea), bevroren (m.u.v. gerookt) |
11 |
0 |
|
|
03081990 |
zeekomkommers (Stichopus japonicus, Holothurioidea), gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
11 |
0 |
|
|
03082100 |
zee-egels (Strongylocentrotus spp., Paracentrotus lividus, Loxechinus albus, Echinus esculentus), levend, vers of gekoeld |
11 |
0 |
|
|
03082910 |
zee-egels (Strongylocentrotus spp., Paracentrotus lividus, Loxechinus albus, Echinus esculentus), gerookt, incl. zee-egels die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
26 |
0 |
|
|
03082930 |
zee-egels (Strongylocentrotus spp., Paracentrotus lividus, Loxechinus albus, Echinus esculentus) (m.u.v. gerookt) |
11 |
0 |
|
|
03082990 |
zee-egels (Strongylocentrotus spp., Paracentrotus lividus, Loxechinus albus, Echinus esculentus) gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
11 |
0 |
|
|
03083010 |
kwallen (Rhopilema spp.), levend, vers of gekoeld |
11 |
0 |
|
|
03083030 |
kwallen (Rhopilema spp.), gerookt, incl. kwallen die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid |
26 |
0 |
|
|
03083050 |
kwallen (Rhopilema spp.), bevroren (m.u.v. gerookt) |
Vrij |
0 |
|
|
03083090 |
kwallen (Rhopilema spp.), gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookt) |
11 |
0 |
|
|
03089010 |
ongewervelde waterdieren, levend, vers of gekoeld (m.u.v. schaaldieren, weekdieren, zeekomkommers, zee-egels en kwallen), meel, poeder en pellets, vers of gekoeld, van ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie |
11 |
0 |
|
|
03089030 |
ongewervelde waterdieren, gerookt, incl. ongewervelde waterdieren die eerst zijn gekookt maar niet op een andere wijze bereid (m.u.v. schaaldieren, weekdieren, zeekomkommers, zee-egels en kwallen) |
26 |
0 |
|
|
03089050 |
ongewervelde waterdieren, bevroren (m.u.v. schaaldieren, weekdieren, zeekomkommers, zee-egels en kwallen), meel, poeder en pellets, bevroren, van ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie |
11 |
0 |
|
|
03089090 |
ongewervelde waterdieren, gedroogd, gezouten of gepekeld (m.u.v. gerookte ongewervelde waterdieren en m.u.v. schaaldieren, weekdieren, zeekomkommers, zee-egels en kwallen), meel, poeder en pellets, gedroogd, gezouten of gepekeld, van ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie |
11 |
0 |
|
|
04011010 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
13,8 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04011090 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1 gewichtspercent (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
12,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04012011 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3 doch > 1 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
18,8 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04012019 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3 doch > 1 gewichtspercenten (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
17,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04012091 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
22,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04012099 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
21,8 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04014010 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 doch ≤ 10 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
57,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04014090 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 doch ≤ 10 gewichtspercenten (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
56,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04015011 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 21 doch > 10 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
57,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04015019 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 21 doch > 10 gewichtspercenten (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
56,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04015031 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 21 doch ≤ 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
110 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04015039 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 21 doch ≤ 45 gewichtspercenten (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
109,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04015091 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l |
183,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04015099 |
melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 45 gewichtspercenten (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 l) |
182,8 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04021011 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg |
125,4 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04021019 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg |
118,8 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04021091 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg |
1,19 EUR/kg + 27,5 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04021099 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg |
1,19 EUR/kg + 21 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022111 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 1,5 doch < 27 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg |
135,7 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022118 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 27 doch > 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg, of op andere wijze opgemaakt |
130,4 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022191 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg |
167,2 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022199 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg |
161,9 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022911 |
melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, voor zuigelingen, met een vetgehalte van > 10 doch ≤ 27 gewichtspercenten, luchtdicht verpakt in verpakkingen van ≤ 500 g |
1,31 EUR/kg + 22 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022915 |
melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 27 doch > 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg (m.u.v. melk voor zuigelingen, luchtdicht verpakt in verpakkingen van ≤ 500 g) |
1,31 EUR/kg + 22 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022919 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 27 doch > 1,5 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg |
1,31 EUR/kg + 16,8 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022991 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg |
1,62 EUR/kg + 22 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04022999 |
melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg |
1,62 EUR/kg + 16,8 EUR/100 kg/net |
MP |
|
|
04029110 |
melk en room, ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 8 gewichtspercenten (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
34,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029130 |
melk en room, ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 8 doch ≤ 10 gewichtspercenten (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
43,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029151 |
melk en room, ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 10 doch ≤ 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
110 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029159 |
melk en room, ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 10 doch ≤ 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
109,1 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029191 |
melk en room, ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
183,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029199 |
melk en room, ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
182,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029910 |
melk en room, ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 9,5 gewichtspercenten (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
57,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029931 |
melk en room, ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 9,5 doch ≤ 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,08 EUR/kg + 19,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029939 |
melk en room, ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 9,5 doch ≤ 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,08 EUR/kg + 18,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029991 |
melk en room, ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,81 EUR/kg + 19,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04029999 |
melk en room, ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 45 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2,5 kg (m.u.v. melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,81 EUR/kg + 18,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04031011 |
yoghurt, ongearomatiseerd, zonder toegevoegde vruchten, noten of cacao en zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3,0 gewichtspercenten |
20,5 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031013 |
yoghurt, ongearomatiseerd, zonder toegevoegde vruchten, noten of cacao en zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten |
24,4 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031019 |
yoghurt, ongearomatiseerd, zonder toegevoegde vruchten, noten of cacao en zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 gewichtspercenten |
59,2 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031031 |
yoghurt, ongearomatiseerd en zonder toegevoegde vruchten, noten of cacao, doch met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3,0 gewichtspercenten |
0,17 EUR/kg + 21,1 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031033 |
yoghurt, ongearomatiseerd en zonder toegevoegde vruchten, noten of cacao, doch met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3,0 doch ≤ 6 gewichtspercenten |
0,20 EUR/kg + 21,1 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031039 |
yoghurt, ongearomatiseerd en zonder toegevoegde vruchten, noten of cacao, doch met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 gewichtspercenten |
0,54 EUR/kg + 21,1 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031051 |
yoghurt, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≤ 1,5 gewichtspercenten |
8,3 + 95 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031053 |
yoghurt, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten |
8,3 + 130,4 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031059 |
yoghurt, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van > 27 gewichtspercenten |
8,3 + 168,8 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031091 |
yoghurt, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≤ 3 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
8,3 + 12,4 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031093 |
yoghurt, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
8,3 + 17,1 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04031099 |
yoghurt, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van > 6 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
8,3 + 26,6 EUR/100 kg/net |
FP50 % |
|
|
04039011 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zondtoegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
100,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039013 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
135,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039019 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
167,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039031 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
0,95 EUR/kg + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039033 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
1,31 EUR/kg + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039039 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
1,62 EUR/kg + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039051 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
20,5 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039053 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
24,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039059 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
59,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039061 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
0,17 EUR/kg + 21,1 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039063 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
0,20 EUR/kg + 21,1 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039069 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao) |
0,54 EUR/kg + 21,1 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039071 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt) |
8,3 + 95 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039073 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt) |
8,3 + 130,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039079 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. yoghurt) |
8,3 + 168,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039091 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 3 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt) |
8,3 + 12,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039093 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 3 doch ≤ 6 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt) |
8,3 + 17,1 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04039099 |
karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten, noten of cacao, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 6 gewichtspercenten (m.u.v. in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en m.u.v. yoghurt) |
8,3 + 26,6 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041002 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten |
7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041004 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten |
135,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041006 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten |
167,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041012 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten |
100,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041014 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 % doch ≤ 27 gewichtspercenten |
135,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041016 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten |
167,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041026 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten |
0,07 EUR/kg/net + 16,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041028 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten |
1,31 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041032 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten |
1,62 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041034 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten |
0,95 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041036 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten |
1,31 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041038 |
wei en gewijzigde wei, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten |
1,62 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041048 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
0,07 EUR/kg/net |
E |
|
|
04041052 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
135,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041054 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
167,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041056 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
100,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041058 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
135,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041062 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
167,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041072 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
0,07 EUR/kg/net + 16,8 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041074 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,31 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041076 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van ≤ 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,62 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041078 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
0,95 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041082 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,31 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04041084 |
wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte x 6,38) van > 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten (m.u.v. die in poeder, in korrels of in andere vaste vorm) |
1,62 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04049021 |
producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten, n.e.g. |
100,4 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04049023 |
producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten, n.e.g. |
135,7 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04049029 |
producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten, n.e.g. |
167,2 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04049081 |
producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van ≤ 1,5 gewichtspercenten, n.e.g. |
0,95 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04049083 |
producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 1,5 doch ≤ 27 gewichtspercenten, n.e.g. |
1,31 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04049089 |
producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van > 27 gewichtspercenten, n.e.g. |
1,62 EUR/kg/net + 22 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04051011 |
natuurlijke boter met een vetgehalte van ≥ 80 doch ≤ 85 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. gedehydrateerde boter en ghee) |
189,6 EUR/100 kg/net |
FP30 % |
|
|
04051019 |
natuurlijke boter met een vetgehalte van ≥ 80 doch ≤ 85 gewichtspercenten, (m.u.v. die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg en m.u.v. gedehydrateerde boter en ghee) |
189,6 EUR/100 kg/net |
FP30 % |
|
|
04051030 |
gerecombineerde boter met een vetgehalte van ≥ 80 doch ≤ 85 gewichtspercenten (m.u.v. gedehydrateerde boter en ghee) |
189,6 EUR/100 kg/net |
FP30 % |
|
|
04051050 |
weiboter met een vetgehalte van ≥ 80 doch ≤ 85 gewichtspercenten (m.u.v. gedehydrateerde boter en ghee) |
189,6 EUR/100 kg/net |
FP30 % |
|
|
04051090 |
boter met een vetgehalte van > 85 doch ≤ 95 gewichtspercenten (m.u.v. gedehydrateerde boter en ghee) |
231,3 EUR/100 kg/net |
FP30 % |
|
|
04052010 |
zuivelpasta’s met een vetgehalte van ≥ 39 doch < 60 gewichtspercenten |
9 + EA |
10 |
|
|
04052030 |
zuivelpasta’s met een vetgehalte van ≥ 60 doch ≤ 75 gewichtspercenten |
9 + EA |
10 |
|
|
04052090 |
zuivelpasta’s met een vetgehalte van > 70 doch < 80 gewichtspercenten |
189,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
04059010 |
van melk afkomstige vetgehalte van ≥ 99,3 gewichtspercenten en een vochtgehalte van ≤ 0,5 gewichtspercenten |
231,3 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04059090 |
van melk afkomstige vetstoffen, alsmede gedehydrateerde boter en ghee (m.u.v. die met een vetgehalte van ≥ 99,3 gewichtspercenten en een vochtgehalte van ≤ 0,5 gewichtspercenten en m.u.v. natuurlijke en gerecombineerde boter en weiboter) |
231,3 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
04061020 |
verse kaas, ongerijpt, incl. weikaas, en wrongel, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten |
185,2 EUR/100 kg/net |
CE/E |
E voor mozzarella |
|
04061080 |
verse kaas, ongerijpt, incl. weikaas, en wrongel, met een vetgehalte van > 40 gewichtspercenten |
221,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04062010 |
Glariskruidkaas, geraspt of in poeder |
7,7 |
CE |
|
|
04062090 |
kaas van alle soorten, geraspt of in poeder (m.u.v. Glariskruidkaas, zogenaamde Schabziger) |
188,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04063010 |
smeltkaas, ongeraspt noch in poeder, waarin geen andere kaassoorten zijn verwerkt dan Emmentaler, Gruyère en Appenzell, eventueel met toevoeging van Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), opgemaakt voor de verkoop in het klein, met een vetgehalte, berekend op de droge stof, van ≤ 56 gewichtspercenten |
144,9 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04063031 |
smeltkaas, ongeraspt noch in poeder, met een vetgehalte van ≤ 36 gewichtspercenten en met een vetgehalte, berekend op de droge stof, van ≤ 48 gewichtspercenten (m.u.v. smeltkaas van uitsluitend Emmentaler, Gruyère en Appenzell, ook met toevoeging van Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
139,1 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04063039 |
smeltkaas, ongeraspt noch in poeder, met een vetgehalte van ≤ 36 gewichtspercenten en met een vetgehalte, berekend op de droge stof, van > 48 gewichtspercenten (m.u.v. smeltkaas van uitsluitend Emmentaler, Gruyère en Appenzell, ook met toevoeging van Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), opgemaakt voor de verkoop in het klein, met een vetgehalte, berekend op de droge stof, van ≤ 56 gewichtspercenten) |
144,9 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04063090 |
smeltkaas, ongeraspt noch in poeder, met een vetgehalte van > 36 gewichtspercenten (m.u.v. smeltkaas van uitsluitend Emmentaler, Gruyère en Appenzell, ook met toevoeging van Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), opgemaakt voor de verkoop in het klein, met een vetgehalte, berekend op de droge stof, van ≤ 56 gewichtspercenten) |
215 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04064010 |
Roquefort |
140,9 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04064050 |
Gorgonzola |
140,9 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04064090 |
blauw-groen geaderde kaas en andere kaas die aders bevat die zijn verkregen door gebruik te maken van Penicillium roqueforti (m.u.v. roquefort en gorgonzola) |
140,9 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069001 |
kaas bestemd voor verwerking (m.u.v. verse kaas, weikaas daaronder begrepen, en wrongel, smeltkaas, blauw-groen geaderde kaas en andere kaas die aders bevat die zijn verkregen door gebruik te maken van Penicillium roqueforti, alsmede kaas, geraspt of in poeder) |
167,1 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069013 |
Emmentaler (m.u.v. geraspt of in poeder; en wanneer bestemd voor verwerking) |
171,7 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069015 |
Gruyère, Sbrinz (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
171,7 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069017 |
Bergkäse, Appenzell (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
171,7 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069018 |
Fromage Fribourgeois, Vacherin Mont d'Or en Tête de Moine (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
171,7 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069019 |
Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), vervaardigd van afgeroomde melk waaraan fijngemalen kruiden zijn toegevoegd (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
7,7 |
CE |
|
|
04069021 |
Cheddar (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
167,1 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069023 |
Edam (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069025 |
Tilsit (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069027 |
Butterkäse (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069029 |
Kashkaval (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069032 |
feta (m.u.v. wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069035 |
Kefalotyri (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069037 |
Finlandia (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069039 |
Jarlsberg (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069050 |
schapenkaas en kaas bereid uit buffelmelk, in bergingsmiddelen die pekel bevatten, of in zakken van schapen- of geitenvellen (m.u.v. feta) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069061 |
Grana Padano, Parmigiano Reggiano, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van ≤ 47 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
188,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069063 |
Fiore Sardo en Pecorino, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van ≤ 47 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
188,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069069 |
kaas met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van ≤ 47 gewichtspercenten, n.e.g. |
188,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069073 |
Provolone, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069075 |
Asiago, Caciocavallo, Montasio en Ragusano, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069076 |
Danbo, Fontal, Fontina, Fynbo, Havarti, Maribo en Samsø, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069078 |
Gouda, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069079 |
Esrom, Italico, Kernhem, Saint-Nectaire, Saint-Paulin en Taleggio, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069081 |
Cantal, Cheshire, Wensleydale, Lancashire, Double Gloucester, Blarney, Colby en Monterey, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069082 |
Camembert, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069084 |
Brie, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069085 |
Kefalograviera en Kasseri, met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 72 gewichtspercenten (m.u.v. geraspt of in poeder en wanneer bestemd voor verwerking) |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069086 |
kaas met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 47 doch ≤ 52 gewichtspercenten, n.e.g. |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069087 |
kaas met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 52 doch ≤ 62 gewichtspercenten, n.e.g. |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069088 |
kaas met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 62 doch ≤ 72 gewichtspercenten, n.e.g. |
151 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069093 |
kaas met een vetgehalte van ≤ 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa, van > 72 gewichtspercenten, n.e.g. |
185,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04069099 |
kaas met een vetgehalte van > 40 gewichtspercenten, n.e.g. |
221,2 EUR/100 kg/net |
CE |
|
|
04071100 |
broedeieren, van kippen (pluimvee) |
35 EUR/1 000 p/st |
4 |
|
|
04071911 |
broedeieren, van kalkoenen of van ganzen (pluimvee) |
105 EUR/1 000 p/st |
4 |
|
|
04071919 |
broedeieren van pluimvee (niet van kalkoenen, ganzen en kippen) |
35 EUR/1 000 p/st |
4 |
|
|
04071990 |
broedeieren, van vogels (m.u.v. pluimvee) |
7,7 |
0 |
|
|
04072100 |
eieren van kippen (pluimvee) in de schaal, vers (m.u.v. bevruchte eieren voor het broeden) |
30,4 EUR/100 kg/net |
4-EG |
|
|
04072910 |
eieren van pluimvee in de schaal, vers (m.u.v. eieren van kippen en m.u.v. bevruchte eieren voor het broeden) |
30,4 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
04072990 |
vogeleieren in de schaal, vers (m.u.v. eieren van pluimvee en m.u.v. bevruchte eieren voor het broeden) |
7,7 |
4 |
|
|
04079010 |
eieren van pluimvee in de schaal, verduurzaamd of gekookt |
30,4 EUR/100 kg/net |
4-EG |
|
|
04079090 |
vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt (m.u.v. eieren van pluimvee) |
7,7 |
4 |
|
|
04081120 |
eigeel, gedroogd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongeschikt voor menselijke consumptie |
Vrij |
0 |
|
|
04081180 |
eigeel, gedroogd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie |
142,3 EUR/100 kg/net |
EG1 |
|
|
04081920 |
eigeel, vers, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongeschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gedroogd eigeel) |
Vrij |
0 |
|
|
04081981 |
eigeel, vloeibaar, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie |
62 EUR/100 kg/net |
EG1 |
|
|
04081989 |
eigeel, niet-vloeibaar, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gedroogd eigeel) |
66,3 EUR/100 kg/net |
EG1 |
|
|
04089120 |
vogeleieren uit de schaal, gedroogd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongeschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. eigeel) |
Vrij |
0 |
|
|
04089180 |
vogeleieren uit de schaal, gedroogd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. eigeel) |
137,4 EUR/100 kg/net |
EG1 |
|
|
04089920 |
vogeleieren uit de schaal, vers, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongeschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. eigeel en gedroogde vogeleieren uit de schaal) |
Vrij |
0 |
|
|
04089980 |
vogeleieren uit de schaal, vers, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. gedroogd en eigeel) |
35,3 EUR/100 kg/net |
EG1 |
|
|
04090000 |
Natuurhoning |
17,3 |
HY |
|
|
04100000 |
schildpadeieren, nesten van salanganen en andere eetbare producten van dierlijke oorsprong, n.e.g. |
7,7 |
4 |
|
|
05010000 |
mensenhaar, onbewerkt, ook indien gewassen of ontvet; afval van mensenhaar |
Vrij |
0 |
|
|
05021000 |
haar van varkens of van wilde zwijnen en afval van dit haar |
Vrij |
0 |
|
|
05029000 |
dassenhaar en ander dierlijk haar, voor borstelwerk, incl. afval van dit haar |
Vrij |
0 |
|
|
05040000 |
darmen, blazen en magen van dieren (andere dan die van vissen), in hun geheel of in stukken, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt |
Vrij |
0 |
|
|
05051010 |
veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt en dons, ruw, ook indien stofvrij gemaakt, gedesinfecteerd of eenvoudig gereinigd |
Vrij |
0 |
|
|
05051090 |
veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt en dons, grondig gereinigd en behandeld ter voorkoming van bederf |
Vrij |
0 |
|
|
05059000 |
vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, alsmede veren en delen van veren, ook indien bijgesneden, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch verder onbewerkt, alsmede poeder en afval, van veren of van delen van veren (m.u.v. veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt en m.u.v. dons) |
Vrij |
0 |
|
|
05061000 |
osseïne en met zuur behandelde beenderen |
Vrij |
0 |
|
|
05069000 |
beenderen en hoornpitten, ruw, ontvet, ontdaan van gelatine of eenvoudig voorbehandeld, alsmede poeder en afval van deze stoffen (m.u.v. osseïne en met zuur behandelde of in vorm gesneden beenderen) |
Vrij |
0 |
|
|
05071000 |
ivoor, ruw of eenvoudig voorbehandeld, alsmede poeder en afval van ivoor (m.u.v. in vorm gesneden ivoor) |
Vrij |
0 |
|
|
05079000 |
schildpad, walvisbaarden, walvisbaardhaar, horens, geweien, hoeven, nagels, klauwen en snavels, ruw of eenvoudig voorbehandeld, alsmede poeder en afval van deze stoffen (m.u.v. dergelijke waren, in vorm gesneden, en m.u.v. ivoor) |
Vrij |
0 |
|
|
05080000 |
koraal en dergelijke stoffen, schelpen en schalen, van schaaldieren, van weekdieren of van stekelhuidigen, en rugplaten van inktvissen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, alsmede poeder en afval van deze stoffen (m.u.v. dergelijke goederen die verder zijn bewerkt of in vorm gesneden) |
Vrij |
0 |
|
|
05100000 |
grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd |
Vrij |
0 |
|
|
05111000 |
rundersperma |
Vrij |
0 |
|
|
05119110 |
visafvallen |
Vrij |
0 |
|
|
05119190 |
producten van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, n.e.g.; dode vis, dode schaaldieren, dode weekdieren en andere dode ongewervelde waterdieren, niet geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. visafvallen) |
Vrij |
0 |
|
|
05119910 |
pezen en zenen, alsmede snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden of vellen |
Vrij |
0 |
|
|
05119931 |
echte sponsen, ruw |
Vrij |
0 |
|
|
05119939 |
echte sponsen (m.u.v. ruwe) |
5,1 |
0 |
|
|
05119985 |
producten van dierlijke oorsprong, n.e.g.; dode dieren, niet geschikt voor menselijke consumptie (m.u.v. vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren) |
Vrij |
0 |
|
|
06011010 |
hyacintenbollen, in rusttoestand |
5,1 |
4 |
|
|
06011020 |
narcissenbollen, in rusttoestand |
5,1 |
4 |
|
|
06011030 |
tulpenbollen, in rusttoestand |
5,1 |
4 |
|
|
06011040 |
gladiolenbollen, in rusttoestand |
5,1 |
4 |
|
|
06011090 |
bollen, knollen en wortelstokken, in rusttoestand (m.u.v. die welke gebruikt worden voor menselijke consumptie en m.u.v. hyacinten-, narcissen-, tulpen- en gladiolenbollen en cichoreiplanten en -wortels) |
5,1 |
4 |
|
|
06012010 |
cichoreiplanten en -wortels (m.u.v. cichoreiwortels van de variëteit Cichorium intybus sativum) |
Vrij |
0 |
|
|
06012030 |
orchideeën, hyacinten, narcissen en tulpen, in blad of in bloei |
9,6 |
4 |
|
|
06012090 |
bollen, knollen en wortelstokken, in blad of in bloei (m.u.v. die welke gebruikt worden voor menselijke consumptie en m.u.v. orchideeën, hyacinten, narcissen, tulpen en cichoreiplanten en -wortels) |
6,4 |
4 |
|
|
06021010 |
stekken zonder wortels en enten, van de wijnstok |
Vrij |
0 |
|
|
06021090 |
stekken zonder wortels en enten (m.u.v. die van de wijnstok) |
4 |
0 |
|
|
06022010 |
plantgoed van wijnstokken, geënt of met wortels |
Vrij |
0 |
|
|
06022090 |
bomen en heesters, voor de teelt van eetbare vruchten, ook indien geënt (m.u.v. plantgoed van wijnstokken) |
8,3 |
4 |
|
|
06023000 |
rododendrons en azalea's, ook indien geënt |
8,3 |
4 |
|
|
06024000 |
rozen, ook indien geënt |
8,3 |
4 |
|
|
06029010 |
champignonbroed |
8,3 |
4 |
|
|
06029020 |
ananasplantjes |
Vrij |
0 |
|
|
06029030 |
groenteplanten en aardbeiplanten |
8,3 |
4 |
|
|
06029041 |
woudbomen en woudheesters (zogenaamde bosplantsoen) |
8,3 |
4 |
|
|
06029045 |
bewortelde stekken en jonge planten, van bomen en heesters (m.u.v. die van bomen en heesters voor de teelt van eetbare vruchten of van woudbomen en woudheesters) |
6,5 |
4 |
|
|
06029049 |
bomen en heesters, incl. levende wortels daarvan (m.u.v. stekken, enten en jonge planten en m.u.v. bomen en heesters voor de teelt van eetbare vruchten en woudbomen en woudheesters) |
8,3 |
4 |
|
|
06029050 |
levende planten voor de open grond, incl. levende wortels daarvan (m.u.v. bollen, knollen, wortelstokken, incl. cichoreiplanten en -wortels; stekken zonder wortels en enten; rododendrons, azalea's; rozen; champignonbroed; ananasplantjes; groente- en aardbeiplanten; bomen, heesters; vaste planten) |
8,3 |
4 |
|
|
06029070 |
bewortelde stekken, zaailingen en plantgoed, van kamerplanten (m.u.v. die van cactussen) |
6,5 |
4 |
|
|
06029091 |
bloeiende kamerplanten, in knop of bloem (m.u.v. cactussen) |
6,5 |
4 |
|
|
06029099 |
levende kamerplanten (m.u.v. stekken, zaailingen en plantgoed en m.u.v. bloeiende kamerplanten, in knop of bloem) |
6,5 |
4 |
|
|
06031100 |
rozen (afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen), voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06031200 |
anjers (afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen), voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06031300 |
orchideeën (afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen), voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06031400 |
chrysanten (afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen), voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06031500 |
lelies Lilium spp. (afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen), voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06031910 |
gladiolen (afgesnedebn bloemen, bloesems en bloemknoppen), voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06031980 |
afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering, vers (m.u.v. rozen, anjers, orchideeën, gladiolen, chrysanten en lelies) |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8,5; van 1 juni tot en met 31 oktober: 12; van 1 november tot en met 31 december: 8,5) |
7 |
|
|
06039000 |
afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd |
10 |
4 |
|
|
06042011 |
rendiermos, voor bloemstukken of voor versiering, vers |
Vrij |
0 |
|
|
06042019 |
mossen en korstmossen, voor bloemstukken of voor versiering, vers (m.u.v. rendiermos) |
5 |
4 |
|
|
06042020 |
kerstbomen, vers |
2,5 |
0 |
|
|
06042040 |
takken en twijgen van naaldbomen, voor bloemstukken of voor versiering, vers |
2,5 |
0 |
|
|
06042090 |
loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, zonder bloemen, bloesems of bloemknoppen, alsmede grassen, voor bloemstukken of voor versiering, vers (m.u.v. kerstbomen en takken en twijgen van naaldbomen) |
2 |
0 |
|
|
06049011 |
rendiermos, voor bloemstukken of voor versiering, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd |
Vrij |
0 |
|
|
06049019 |
mossen en korstmossen, voor bloemstukken of voor versiering, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd (m.u.v. rendiermos) |
5 |
4 |
|
|
06049091 |
loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, zonder bloemen, bloesems of bloemknoppen, alsmede grassen, voor bloemstukken of voor versiering, gedroogd |
Vrij |
0 |
|
|
06049099 |
loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, zonder bloemen, bloesems of bloemknoppen, alsmede grassen, voor bloemstukken of voor versiering, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd (m.u.v. gedroogd) |
10,9 |
7 |
|
|
07011000 |
pootaardappelen |
4,5 |
0 |
|
|
07019010 |
aardappelen, vers of gekoeld, bestemd voor de vervaardiging van zetmeel |
5,8 |
4 |
|
|
07019050 |
nieuwe aardappelen (primeurs), vers of gekoeld, van 1 januari tot en met 30 juni |
Van 1 januari tot en met 15 mei: 9,6; van 16 mei tot en met 30 juni: 13,4 |
7 |
|
|
07019090 |
aardappelen, vers of gekoeld (m.u.v. nieuwe aardappelen (primeurs) van 1 januari tot en met 30 juni, pootaardappelen en aardappelen bestemd voor de vervaardiging van zetmeel) |
11,5 |
7 |
|
|
07020000 |
tomaten, vers of gekoeld |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
7/EP |
|
|
07031011 |
plantuitjes, vers of gekoeld |
9,6 |
4 |
|
|
07031019 |
uien, vers of gekoeld (m.u.v. plantuitjes) |
9,6 |
8 |
|
|
07031090 |
sjalotten, vers of gekoeld |
9,6 |
4 |
|
|
07032000 |
knoflook, vers of gekoeld |
9,6 + 120 EUR/100 kg/net |
GC |
|
|
07039000 |
prei en andere eetbare looksoorten, vers of gekoeld (m.u.v. uien, sjalotten en knoflook) |
10,4 |
7 |
|
|
07041000 |
bloemkool, vers of gekoeld |
Van 1 januari tot en met 14 april: 9,6; van 15 april tot en met 30 november: 13,6; van 1 tot en met 31 december: 9,6 |
7 |
|
|
07042000 |
spruitjes, vers of gekoeld |
12 |
7 |
|
|
07049010 |
witte kool en rode kool, vers of gekoeld |
12 MIN 0,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
07049090 |
koolrabi, boerenkool en dergelijke eetbare kool van het geslacht Brassica, vers of gekoeld (m.u.v. bloemkool, spruitjes, witte kool en rode kool) |
12 |
7 |
|
|
07051100 |
kropsla, vers of gekoeld |
Van 1 januari tot en met 31 maart: 10,4; van 1 april tot en met 30 november: 12; van 1 tot en met 31 december: 10,4 |
7 |
|
|
07051900 |
sla (Lactuca sativa), vers of gekoeld (m.u.v. kropsla) |
10,4 |
7 |
|
|
07052100 |
witloof (Cichorium intybus var. foliosum), vers of gekoeld |
10,4 |
7 |
|
|
07052900 |
andijvie en andere cichoreigroenten, vers of gekoeld (m.u.v. witloof (Cichorium intybus var. foliosum)) |
10,4 |
7 |
|
|
07061000 |
wortelen en rapen, vers of gekoeld |
13,6 |
7 |
|
|
07069010 |
knolselderij, vers of gekoeld |
Van 1 januari tot en met 30 april: 13,6; van 1 mei tot en met 30 september: 10,4; van 1 oktober tot en met 31 december: 13,6 |
7 |
|
|
07069030 |
mierikswortel of peperwortel (Cochlearia armoracia), vers of gekoeld |
12 |
7 |
|
|
07069090 |
kroten, schorseneren, radijs en dergelijke eetbare wortelen en knollen, vers of gekoeld (m.u.v. wortelen, rapen, knolselderij en mierikswortel of peperwortel (Cochlearia armoracia)) |
13,6 |
7 |
|
|
07070005 |
komkommers, vers of gekoeld |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
07070090 |
augurken, vers of gekoeld |
12,8 |
7 |
|
|
07081000 |
erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen, ook indien gedopt, vers of gekoeld |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 8; van 1 juni tot en met 31 augustus: 13,6; van 1 september tot en met 31 december: 8 |
7 |
|
|
07082000 |
bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.), ook indien gedopt, vers of gekoeld |
Van 1 januari tot en met 30 juni: 10,4; van 1 juli tot en met 30 september: 13,6; van 1 oktober tot en met 31 december: 10,4 |
7 |
|
|
07089000 |
peulgroenten, ook indien gedopt, vers of gekoeld (m.u.v. erwten (Pisum sativum, peultjes en bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)) |
11,2 |
7 |
|
|
07092000 |
asperges, vers of gekoeld |
10,2 |
7 |
|
|
07093000 |
aubergines, vers of gekoeld |
12,8 |
7 |
|
|
07094000 |
selderij, vers of gekoeld (m.u.v. knolselderij) |
12,8 |
7 |
|
|
07095100 |
paddenstoelen van het geslacht Agaricus, vers of gekoeld |
12,8 |
7 |
|
|
07095910 |
cantharellen, vers of gekoeld |
3,2 |
0 |
|
|
07095930 |
eekhoorntjesbrood, vers of gekoeld |
5,6 |
4 |
|
|
07095950 |
truffels, vers of gekoeld |
6,4 |
4 |
|
|
07095990 |
eetbare paddenstoelen, vers of gekoeld (m.u.v. truffels, cantharellen, eekhoorntjesbrood en paddenstoelen van het geslacht Agaricus) |
6,4 |
4 |
|
|
07096010 |
pepers zonder scherpe smaak, vers of gekoeld |
7,2 |
4 |
|
|
07096091 |
vruchten van het geslacht Capsicum, vers of gekoeld, bestemd voor de vervaardiging van capsaïcine of van tincturen |
Vrij |
0 |
|
|
07096095 |
vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, vers of gekoeld, bestemd voor de industriële vervaardiging van etherische oliën of van harsaroma’s |
Vrij |
0 |
|
|
07096099 |
vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van capsaïcine, van tincturen, van etherische oliën of van harsaroma’s, en m.u.v. niet-scherpsmakende pepers) |
6,4 |
4 |
|
|
07097000 |
spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie en tuinmelde, vers of gekoeld |
10,4 |
7 |
|
|
07099100 |
artisjokken, vers of gekoeld |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
7/EP |
|
|
07099210 |
olijven, vers of gekoeld (m.u.v. die bestemd voor het vervaardigen van olie) |
4,5 |
0 |
|
|
07099290 |
olijven, vers of gekoeld, bestemd voor het vervaardigen van olie |
13,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07099310 |
courgettes, vers of gekoeld |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
07099390 |
pompoenen en kalebassen (Cucurbita spp.), vers of gekoeld (m.u.v. courgettes) |
12,8 |
7 |
|
|
07099910 |
sla, vers of gekoeld (m.u.v. Lactuca sativa en cichoreigroenten (Cichorium spp.)) |
10,4 |
7 |
|
|
07099920 |
snijbiet en kardoen, vers of gekoeld |
10,4 |
7 |
|
|
07099940 |
kappers, vers of gekoeld |
5,6 |
4 |
|
|
07099950 |
venkel, vers of gekoeld |
8 |
4 |
|
|
07099960 |
suikermais, vers of gekoeld |
9,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07099990 |
groenten, vers of gekoeld, n.e.g. |
12,8 |
7 |
|
|
07101000 |
aardappelen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07102100 |
erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen, ook indien gedopt en ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07102200 |
bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.), ook indien gedopt en ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07102900 |
peulgroenten, ook indien gedopt en ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren (m.u.v. erwten, (Pisum sativum), peultjes en bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)) |
14,4 |
7 |
|
|
07103000 |
spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie en tuinmelde, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07104000 |
suikermais, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
5,1 + 9,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07108010 |
olijven, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
15,2 |
10 |
|
|
07108051 |
pepers zonder scherpe smaak, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07108059 |
vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren (m.u.v. niet-scherpsmakende pepers) |
6,4 |
4 |
|
|
07108061 |
paddenstoelen van het geslacht Agaricus, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07108069 |
paddenstoelen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren (m.u.v. die van het geslacht Agaricus) |
14,4 |
7 |
|
|
07108070 |
tomaten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07108080 |
artisjokken, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07108085 |
asperges, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07108095 |
groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren (m.u.v. aardappelen, peulgroenten, spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie, tuinmelde, suikermais, olijven, vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, paddenstoelen, tomaten, artisjokken en asperges) |
14,4 |
7 |
|
|
07109000 |
mengsels van groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
07112010 |
olijven, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie (m.u.v. olijven bestemd voor het vervaardigen van olie) |
6,4 |
4 |
|
|
07112090 |
olijven, bestemd voor het vervaardigen van olie, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
13,1 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07114000 |
komkommers en augurken, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
12 |
7 |
|
|
07115100 |
paddenstoelen van het geslacht “Agaricus”, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
9,6 + 191 EUR/100 kg/net eda |
7 |
|
|
07115900 |
paddenstoelen en truffels, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie (m.u.v. paddenstoelen van het geslacht “Agaricus”) |
9,6 |
4 |
|
|
07119010 |
vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie (m.u.v. niet-scherpsmakende pepers) |
6,4 |
4 |
|
|
07119030 |
suikermais, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie |
5,1 + 9,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07119050 |
uien, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
7,2 |
4 |
|
|
07119070 |
kappers, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
4,8 |
0 |
|
|
07119080 |
groenten, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie (m.u.v. olijven, kappers, komkommers, augurken, paddenstoelen, truffels, vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta andere dan niet-scherpsmakende pepers, suikermais, uien en mengsels van groenten) |
9,6 |
4 |
|
|
07119090 |
mengsels van groenten, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
12 |
7 |
|
|
07122000 |
gedroogde uien, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
12,8 |
7 |
|
|
07123100 |
gedroogde paddenstoelen van het geslacht “Agaricus”, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
12,8 |
7 |
|
|
07123200 |
gedroogde judasoren (Auricularia spp.), ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
12,8 |
7 |
|
|
07123300 |
gedroogde trilzwammen (Tremella spp.), ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
12,8 |
7 |
|
|
07123900 |
gedroogde paddenstoelen en truffels, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid (m.u.v. paddenstoelen van het geslacht Agaricus, judasoren (Auricularia spp.) en trilzwammen (Tremella spp.)) |
12,8 |
7 |
|
|
07129005 |
gedroogde aardappelen, ook indien in stukken of in schijven gesneden, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
10,2 |
7 |
|
|
07129011 |
gedroogde hybriden van suikermais (Zea mays var. saccharata), bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
07129019 |
gedroogde suikermais (Zea mays var. saccharata), ook indien in stukken of in schijven gesneden, doch zonder op andere wijze te zijn bereid (m.u.v. hybriden, bestemd voor zaaidoeleinden) |
9,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
07129030 |
gedroogde tomaten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
12,8 |
7 |
|
|
07129050 |
gedroogde wortelen, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid |
12,8 |
7 |
|
|
07129090 |
gedroogde groenten en mengsels van groenten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch zonder op andere wijze te zijn bereid (m.u.v. aardappelen, uien, paddenstoelen, truffels, suikermais, tomaten en wortelen) |
12,8 |
7 |
|
|
07131010 |
gedroogde erwten (Pisum sativum), gedopt, voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
07131090 |
gedroogde erwten (Pisum sativum), gedopt, ook indien gepeld, bijvoorbeeld spliterwten (m.u.v. die voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
07132000 |
gedroogde kekers, gedopt, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
07133100 |
gedroogde bonen van de soort Vigna mungo [L.] Hepper of Vigna radiata [L.] Wilczek, gedopt, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
07133200 |
gedroogde bonen van de soort Phaseolus angularis of Vigna angularis (adzuki-bonen), gedopt, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
07133310 |
gedroogde bonen van de soort Phaseolus vulgaris, gedopt, voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
07133390 |
gedroogde bonen van de soort Phaseolus vulgaris, gedopt, ook indien gepeld (m.u.v. bonen voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
07133400 |
gedroogde bambarabonen (Vigna subterranea of Voandzeia subterranea), gedopt, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
07133500 |
gedroogde koeienerwten (Vigna unguiculata), gedopt, ook indien gepeld, bv. spliterwten |
Vrij |
0 |
|
|
07133900 |
gedroogde bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.), gedopt, ook indien gepeld (m.u.v. bonen van de soorten Vigna mungo [L.] Hepper en Vigna radiata [L.] Wilczek, bonen van de soort Phaseolus angularis of Vigna angularis [adzuki-bonen] en koeienerwten) |
Vrij |
0 |
|
|
07134000 |
gedroogde linzen, gedopt, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
07135000 |
gedroogde tuinbonen (Vicia faba var. major), paardenbonen (Vicia faba var. equina) en duivenbonen (Vicia faba var. minor), gedopt, ook indien gepeld |
3,2 |
0 |
|
|
07136000 |
gedroogde struikerwten (Cajanus cajan), gedopt, ook indien gepeld, bv. spliterwten |
3,2 |
0 |
|
|
07139000 |
gedroogde zaden van peulgroenten, ook indien gepeld (m.u.v. erwten (Pisum sativum), kekers, bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.), linzen, tuinbonen, paardenbonen, duivenbonen en struikerwten) |
3,2 |
0 |
|
|
07141000 |
maniokwortel, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets |
9,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07142010 |
bataten (zoete aardappelen), vers, geheel, bestemd voor menselijke consumptie |
3,8 |
0 |
|
|
07142090 |
bataten (zoete aardappelen), vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook in stukken of in pellets (m.u.v. gehele, verse bataten, bestemd voor menselijke consumptie) |
6,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07143000 |
yams (Dioscorea spp.), vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets |
9,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07144000 |
taro (Colocasia spp.), vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets |
9,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07145000 |
yautia (Xanthosoma spp.), vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets |
9,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07149020 |
arrowroot (pijlwortel), salepwortel en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets (m.u.v. maniokwortel, bataten (zoete aardappelen), yams, taro en yautia) |
9,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
07149090 |
aardperen en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets, alsmede merg van de sagopalm (m.u.v. maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, bataten (zoete aardappelen), yams, taro en yautia) |
3,8 |
0 |
|
|
08011100 |
gedroogde kokosnoten |
Vrij |
0 |
|
|
08011200 |
verse kokosnoten, in de binnenste schaal “endocarpium” |
Vrij |
0 |
|
|
08011900 |
verse kokosnoten, ook zonder dop of schaal (m.u.v. die in de binnenste schaal “endocarpium”) |
Vrij |
0 |
|
|
08012100 |
paranoten, vers of gedroogd, in de dop |
Vrij |
0 |
|
|
08012200 |
paranoten, vers of gedroogd, zonder dop |
Vrij |
0 |
|
|
08013100 |
cashewnoten, vers of gedroogd, in de dop |
Vrij |
0 |
|
|
08013200 |
cashewnoten, vers of gedroogd, zonder dop |
Vrij |
0 |
|
|
08021110 |
amandelen, bitter, vers of gedroogd, in de dop |
Vrij |
0 |
|
|
08021190 |
amandelen, zoet, vers of gedroogd, in de dop |
5,6 |
4 |
|
|
08021210 |
amandelen, bitter, vers of gedroogd, zonder dop, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
08021290 |
amandelen, zoet, vers of gedroogd, zonder dop, ook indien gepeld |
3,5 |
0 |
|
|
08022100 |
hazelnoten (Corylus spp.), vers of gedroogd, in de dop |
3,2 |
0 |
|
|
08022200 |
hazelnoten (Corylus spp.), vers of gedroogd, gedopt |
3,2 |
0 |
|
|
08023100 |
walnoten (okkernoten), vers of gedroogd, in de dop |
4 |
0 |
|
|
08023200 |
walnoten (okkernoten), vers of gedroogd, zonder dop |
5,1 |
4 |
|
|
08024100 |
kastanjes (Castanea spp.), vers of gedroogd, in de dop |
5,6 |
4 |
|
|
08024200 |
kastanjes (Castanea spp.), vers of gedroogd, zonder dop |
5,6 |
4 |
|
|
08025100 |
pistaches, vers of gedroogd, in de dop |
1,6 |
0 |
|
|
08025200 |
pistaches, vers of gedroogd, zonder dop |
1,6 |
0 |
|
|
08026100 |
macadamianoten, vers of gedroogd, in de dop |
2 |
0 |
|
|
08026200 |
macadamianoten, vers of gedroogd, gedopt |
2 |
0 |
|
|
08027000 |
colanoten (Cola spp.), vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
08028000 |
arecanoten (of betelnoten), vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
08029010 |
pecannoten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, ook indien gepeld |
Vrij |
0 |
|
|
08029050 |
pingels of pignolen, vers of gedroogd, ook zonder dop, al dan niet gepeld |
3,2 |
0 |
|
|
08029085 |
noten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, ook indien gepeld (m.u.v. kokosnoten, paranoten, cashewnoten, amandelen, hazelnoten, walnoten (okkernoten), kastanjes, pimpernoten (pistaches), pecannoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, pingels (pignolen) en macadamianoten) |
3,2 |
0 |
|
|
08031010 |
“plantains”, vers |
16 |
10 |
|
|
08031090 |
“plantains”, gedroogd |
16 |
10 |
|
|
08039010 |
bananen, vers (m.u.v. “plantains”) |
136 EUR/1 000 kg/net |
BA |
75 EUR/t bij iwt |
|
08039090 |
bananen, gedroogd (m.u.v. “plantains”) |
16 |
10 |
|
|
08041000 |
dadels, vers of gedroogd |
7,7 |
4 |
|
|
08042010 |
vijgen, vers |
5,6 |
4 |
|
|
08042090 |
vijgen, gedroogd |
8 |
4 |
|
|
08043000 |
ananassen, vers of gedroogd |
5,8 |
4 |
|
|
08044000 |
advocaten (avocado’s), vers of gedroogd |
Van 1 januari tot en met 31 mei: 4; van 1 juni tot en met 30 november: 5,1; van 1 tot en met 31 december: 4 |
4 |
|
|
08045000 |
guaves, manga’s en manggistans, vers of gedroogd |
Vrij |
0 |
|
|
08051020 |
sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10 |
|
|
08051080 |
sinaasappelen, gedroogd, alsmede pomeransen (bittere oranjeappelen), vers of gedroogd |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012. |
10 |
|
|
08052010 |
clementines, vers of gedroogd |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10 |
|
|
08052030 |
monreales en satsuma’s, vers of gedroogd |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10 |
|
|
08052050 |
mandarijnen en wilkings, vers of gedroogd |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10 |
|
|
08052070 |
tangerines, vers of gedroogd |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10 |
|
|
08052090 |
tangelo’s, ortanica’s, malaquina’s en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers of gedroogd (m.u.v. clementines, monreales, satsuma’s, mandarijnen, wilkings en tangerines) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10 |
|
|
08054000 |
pompelmoezen en pomelo’s, vers of gedroogd |
1,5 % |
0 |
|
|
08055010 |
citroenen (Citrus lemon, Citrus limonum), vers of gedroogd |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
7 |
|
|
08055090 |
lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), vers of gedroogd |
12,8 |
7 |
|
|
08059000 |
citrusvruchten, vers of gedroogd (m.u.v. sinaasappelen, citroenen (Citrus limon, Citrus limonum), lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), pompelmoezen, pomelo’s, mandarijnen, incl. tangerines en satsuma’s, clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten) |
12,8 |
7 |
|
|
08061010 |
druiven voor tafelgebruik |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08061090 |
druiven (m.u.v. druiven voor tafelgebruik, rozijnen en krenten) |
Van 1 juni tot en met 14 juli: 14,4; van 15 juli tot en met 31 oktober: 17,6; van 1 november tot en met 31 december: 14,4 |
10 |
|
|
08062010 |
krenten |
2,4 |
0 |
|
|
08062030 |
sultana's |
2,4 |
0 |
|
|
08062090 |
gedroogde druiven (m.u.v. krenten en sultana’s) |
2,4 |
0 |
|
|
08071100 |
verse watermeloenen |
8,8 |
7 |
|
|
08071900 |
verse meloenen (m.u.v. watermeloenen) |
8,8 |
7 |
|
|
08072000 |
papaja’s, vers |
Vrij |
0 |
|
|
08081010 |
verse persappelen, los verladen, van 16 september tot en met 15 december |
7,2 MIN 0,36 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
08081080 |
appelen, vers (m.u.v. persappelen, los verladen, van 16 september tot en met 15 december) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08083010 |
persperen, vers, los verladen, van 1 augustus tot en met 31 december |
7,2 MIN 0,36 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
08083090 |
peren, vers (m.u.v. persperen, los verladen, van 1 augustus tot en met 31 december) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08084000 |
kweeperen, vers |
7,2 |
4 |
|
|
08091000 |
abrikozen, vers |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
08092100 |
zure kersen (Prunus cerasus), vers |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
7/EP |
|
|
08092900 |
kersen, vers (m.u.v. zure kersen) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08093010 |
nectarines, vers |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08093090 |
perziken, vers (m.u.v. nectarines) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08094005 |
pruimen, vers |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
0/EP |
|
|
08094090 |
sleepruimen, vers |
12 |
7 |
|
|
08101000 |
aardbeien, vers |
Zie opmerkingen |
10 |
|
|
08102010 |
frambozen, vers |
8,8 |
7 |
|
|
08102090 |
bramen, moerbeien en loganbessen, vers |
9,6 |
7 |
|
|
08103010 |
zwarte aalbessen, vers |
8,8 |
7 |
|
|
08103030 |
rode aalbessen, vers |
8,8 |
7 |
|
|
08103090 |
witte aalbessen en kruisbessen, vers |
9,6 |
7 |
|
|
08104010 |
rode bosbessen (vruchten van de Vaccinium vitis-idaea), vers |
Vrij |
0 |
|
|
08104030 |
blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus), vers |
3,2 |
0 |
|
|
08104050 |
vruchten van de Vaccinium macrocarpon en van de Vaccinium corymbosum, vers |
3,2 |
0 |
|
|
08104090 |
vruchten van het geslacht Vaccinium, vers (m.u.v. vruchten van de Vaccinium vitis-idaea, Vaccinium myrtillus, Vacinium macrocarpon en Vaccinium corymbosum) |
9,6 |
4 |
|
|
08105000 |
verse kiwi’s |
Zie opmerkingen |
0 |
|
|
08106000 |
verse doerians |
8,8 |
4 |
|
|
08107000 |
verse dadelpruimen |
8,8 |
4 |
|
|
08109020 |
tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s en pitahaya’s, vers |
Vrij |
0 |
|
|
08109075 |
vers fruit, eetbaar, niet anders vermeld |
8,8 |
4 |
|
|
08111011 |
aardbeien, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
20,8 + 8,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
08111019 |
aardbeien, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
20,8 |
10 |
|
|
08111090 |
aardbeien, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
14,4 |
7 |
|
|
08112011 |
frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen, aalbessen en kruisbessen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
20,8 + 8,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
08112019 |
frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen, aalbessen en kruisbessen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 % gewichtspercenten |
20,8 |
10 |
|
|
08112031 |
frambozen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
14,4 |
7 |
|
|
08112039 |
zwarte aalbessen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
14,4 |
7 |
|
|
08112051 |
rode aalbessen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
12 |
7 |
|
|
08112059 |
bramen en moerbeien, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
12 |
7 |
|
|
08112090 |
loganbessen, kruisbessen en witte aalbessen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
14,4 |
7 |
|
|
08119011 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 % gewichtspercenten |
13 + 5,3 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
08119019 |
vruchten, geschikt voor menselijke consumptie, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 % gewichtspercenten (m.u.v. aardbeien, frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen; aalbessen, kruisbessen; guaves, manga’s, manggistans; papaja’s; tamarindevruchten, cashewappelen, nangka’s (“jackfruit”), lychees, sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s; kokosnoten, paranoten, cashewnoten; arecanoten (betelnoten), colanoten; macadamianoten) |
20,8 + 8,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
08119031 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 % gewichtspercenten |
13 |
7 |
|
|
08119039 |
vruchten, geschikt voor menselijke consumptie, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een suikergehalte van > 13 % gewichtspercenten (m.u.v. aardbeien, frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen; aalbessen, kruisbessen; guaves, manga’s, manggistans; papaja’s; tamarindevruchten, cashewappelen, nangka’s (“jackfruit”), lychees, sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s; kokosnoten, paranoten, cashewnoten; arecanoten (betelnoten), colanoten; macadamianoten) |
20,8 |
10 |
|
|
08119050 |
blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus), ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
12 |
7 |
|
|
08119070 |
blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtilloides en de Vaccinium angustifolium), ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
3,2 |
0 |
|
|
08119075 |
zure kersen (Prunus cerasus), ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
14,4 |
7 |
|
|
08119080 |
kersen, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (m.u.v. zure kersen (Prunus cerasus)) |
14,4 |
7 |
|
|
08119085 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
9 |
4 |
|
|
08119095 |
vruchten, geschikt voor menselijke consumptie, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (m.u.v. aardbeien, frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen, aalbessen, kruisbessen, bosbessen van de Vaccinium myrtillus, Vaccinium myrtilloides, Vaccinium angustifolium, kersen, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, nangka’s (“jackfruit”), lychees, sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, paranoten, cashewnoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten) |
14,4 |
7 |
|
|
08121000 |
kersen, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
8,8 |
4 |
|
|
08129025 |
abrikozen en sinaasappelen, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
12,8 |
7 |
|
|
08129030 |
papaja’s, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
2,3 |
0 |
|
|
08129040 |
blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus), voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
6,4 |
4 |
|
|
08129070 |
guaves, manga’s, manggistans, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie |
5,5 |
4 |
|
|
08129098 |
vruchten, voorlopig verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch als zodanig ongeschikt voor dadelijke consumptie (m.u.v. kersen, abrikozen, sinaasappelen, papaja’s, blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus), guaves, manga’s, manggistans, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, paranoten, cashewnoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten) |
8,8 |
4 |
|
|
08131000 |
abrikozen, gedroogd |
5,6 |
4 |
|
|
08132000 |
pruimen, gedroogd |
9,6 |
4 |
|
|
08133000 |
appelen, gedroogd |
3,2 |
0 |
|
|
08134010 |
perziken, incl. nectarines, gedroogd |
5,6 |
4 |
|
|
08134030 |
peren, gedroogd |
6,4 |
4 |
|
|
08134050 |
papaja’s, gedroogd |
2 |
0 |
|
|
08134065 |
tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s en pitahaya’s, gedroogd |
Vrij |
0 |
|
|
08134095 |
vruchten, geschikt voor menselijke consumptie, gedroogd (m.u.v. noten, bananen, dadels, vijgen, ananassen, avocado’s, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, nangka’s (“jackfruit”), lychees, sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, citrusvruchten, druiven, abrikozen, pruimen, appelen, peren en perziken, niet gemengd) |
2,4 |
0 |
|
|
08135012 |
mengsels van gedroogde papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s en pitahaya’s, zonder pruimen |
4 |
0 |
|
|
08135015 |
mengsels van gedroogde vruchten, zonder pruimen (m.u.v. mengsels van noten, bananen, dadels, vijgen, ananassen, avocado’s, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, citrusvruchten, rozijnen, krenten, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
6,4 |
4 |
|
|
08135019 |
mengsels van gedroogde abrikozen, appelen, perziken, incl. nectarines, peren, papaja’s of andere gedroogde vruchten, geschikt voor menselijke consumptie, met pruimen (m.u.v. mengsels, bevattende noten, bananen, dadels, vijgen, ananassen, avocado’s, guaves, manga’s, manggistans, citrusvruchten, rozijnen en krenten) |
9,6 |
4 |
|
|
08135031 |
mengsels uitsluitend bestaande uit gedroogde kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten |
4 |
0 |
|
|
08135039 |
mengsels uitsluitend bestaande uit gedroogde noten, geschikt voor menselijke consumptie, bedoeld bij post 0802 (m.u.v. die van kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten) |
6,4 |
4 |
|
|
08135091 |
mengsels van gedroogde noten, bananen, dadels, ananassen, avocado’s, guaves, manga’s, manggistans, citrusvruchten, rozijnen en krenten, geschikt voor menselijke consumptie, geen pruimen of vijgen bevattend (m.u.v. mengsels van noten bedoeld bij de posten 0801 en 0802) |
8 |
4 |
|
|
08135099 |
mengsels van gedroogde noten, bananen, dadels, vijgen, ananassen, avocado’s, guaves, manga’s, manggistans, citrusvruchten, rozijnen en krenten, geschikt voor menselijke consumptie, pruimen of vijgen bevattend |
9,6 |
4 |
|
|
08140000 |
schillen van citrusvruchten en van meloenen, incl. watermeloenen, vers, bevroren, gedroogd, dan wel in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd |
1,6 |
0 |
|
|
09011100 |
ongebrande koffie waaruit geen cafeïne is verwijderd |
Vrij |
0 |
|
|
09011200 |
ongebrande koffie waaruit cafeïne is verwijderd |
8,3 |
4 |
|
|
09012100 |
gebrande koffie waaruit geen cafeïne is verwijderd |
7,5 |
4 |
|
|
09012200 |
gebrande koffie waaruit cafeïne is verwijderd |
9 |
4 |
|
|
09019010 |
bolsters en schillen, van koffie |
Vrij |
0 |
|
|
09019090 |
koffiesurrogaten die koffie bevatten, ongeacht de mengverhouding |
11,5 |
7 |
|
|
09021000 |
groene (ongefermenteerde) thee, ook indien gearomatiseerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 3 kg |
3,2 |
0 |
|
|
09022000 |
groene (ongefermenteerde) thee in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 3 kg |
Vrij |
0 |
|
|
09023000 |
zwarte (gefermenteerde) thee en gedeeltelijk gefermenteerde thee, ook indien gearomatiseerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 3 kg |
Vrij |
0 |
|
|
09024000 |
zwarte (gefermenteerde) thee en gedeeltelijk gefermenteerde thee, ook indien gearomatiseerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 3 kg |
Vrij |
0 |
|
|
09030000 |
maté |
Vrij |
0 |
|
|
09041100 |
peper van het geslacht “Piper” (niet fijngemaakt en niet gemalen) |
Vrij |
0 |
|
|
09041200 |
peper van het geslacht “Piper”, fijngemaakt of gemalen |
4 |
0 |
|
|
09042110 |
pepers zonder scherpe smaak, gedroogd (niet fijngemaakt en niet gemalen) |
9,6 |
4 |
|
|
09042190 |
vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, gedroogd (niet fijngemaakt en niet gemalen en m.u.v. niet-scherpsmakende pepers) |
Vrij |
0 |
|
|
09042200 |
vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, fijngemaakt of gemalen |
5 |
0 |
|
|
09051000 |
vanille, niet fijngemaakt en niet gemalen |
6 |
4 |
|
|
09052000 |
vanille, fijngemaakt of gemalen |
6 |
4 |
|
|
09061100 |
kaneel (Cinnamomum zeylanicum Blume) (m.u.v. fijngemaakt en gemalen) |
Vrij |
0 |
|
|
09061900 |
kaneel en kaneelknoppen (m.u.v. Cinnamomum zeylanicum Blume en fijngemaakte en gemalen kaneel) |
Vrij |
0 |
|
|
09062000 |
kaneel en kaneelknoppen, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09071000 |
kruidnagels, moernagels en kruidnagelstelen, niet fijngemaakt en niet gemalen |
8 |
4 |
|
|
09072000 |
kruidnagels, moernagels en kruidnagelstelen, fijngemaakt of gemalen |
8 |
4 |
|
|
09081100 |
muskaatnoten, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09081200 |
muskaatnoten, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09082100 |
foelie, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09082200 |
foelie, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09083100 |
amomen en kardemom, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09083200 |
amomen en kardemom, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09092100 |
korianderzaad, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09092200 |
korianderzaad, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09093100 |
komijnzaad, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09093200 |
komijnzaad, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09096100 |
jeneverbessen, anijszaad, steranijszaad, karwijzaad en venkelzaad, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09096200 |
jeneverbessen, anijszaad, steranijszaad, karwijzaad en venkelzaad, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09101100 |
gember, niet fijngemaakt en niet gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09101200 |
gember, fijngemaakt of gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
09102010 |
saffraan (niet fijngemaakt en niet gemalen) |
Vrij |
0 |
|
|
09102090 |
saffraan, fijngemaakt of gemalen |
8,5 |
4 |
|
|
09103000 |
kurkuma |
Vrij |
0 |
|
|
09109105 |
kerrie |
Vrij |
0 |
|
|
09109110 |
mengsels van diverse specerijen (niet fijngemaakt en niet gemalen) |
Vrij |
0 |
|
|
09109190 |
mengsels van diverse specerijen, fijngemaakt of gemalen |
12,5 |
7 |
|
|
09109910 |
fenegriekzaad |
Vrij |
0 |
|
|
09109931 |
wilde tijm (Thymus serpyllum) (niet fijngemaakt en niet gemalen) |
Vrij |
0 |
|
|
09109933 |
tijm (niet fijngemaakt en niet gemalen en m.u.v. wilde tijm (Thymus serpyllum)) |
7 |
4 |
|
|
09109939 |
tijm, fijngemaakt of gemalen |
8,5 |
4 |
|
|
09109950 |
laurierbladeren |
7 |
4 |
|
|
09109991 |
specerijen (m.u.v. fijngemaakte en gemalen specerijen; peper van het geslacht Piper; vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta; vanille; kaneel, kaneelknoppen; kruidnagels, moernagels, kruidnagelstelen; muskaatnoten, foelie, amomen, kardemom; anijszaad, steranijszaad, venkelzaad, korianderzaad, komijnzaad, karwijzaad; jeneverbessen; gember, saffraan, kurkuma, tijm, laurierbladeren, kerrie; fenegriekzaad; mengsels van diverse specerijen) |
Vrij |
0 |
|
|
09109999 |
specerijen, fijngemaakt of gemalen (m.u.v. peper van het geslacht Piper; vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta; vanille; kaneel, kaneelknoppen; kruidnagels, moernagels, kruidnagelstelen; muskaatnoten, foelie, amomen, kardemom; anijszaad, steranijszaad, venkelzaad, korianderzaad, komijnzaad, karwijzaad; jeneverbessen; gember, saffraan, kurkuma, tijm, laurierbladeren, kerrie; fenegriekzaad; mengsels van diverse specerijen) |
12,5 |
7 |
|
|
10011100 |
zaaigoed van harde tarwe (durum) |
148 EUR/t |
E |
|
|
10011900 |
harde tarwe (durum) (m.u.v. zaaigoed) |
148 EUR/t |
E |
|
|
10019110 |
zaaigoed van spelt |
12,8 |
7 |
|
|
10019120 |
zaaigoed van zachte tarwe of mengkoren |
95 EUR/t |
7 |
|
|
10019190 |
zaaigoed van tarwe (m.u.v. harde tarwe, zachte tarwe en spelt) |
95 EUR/t |
7 |
|
|
10019900 |
tarwe en mengkoren (m.u.v. zaaigoed en harde tarwe) |
95 EUR/t |
E |
|
|
10021000 |
zaaigoed van rogge |
93 EUR/t |
7 |
|
|
10029000 |
rogge (m.u.v. zaaigoed) |
93 EUR/t |
7 |
|
|
10031000 |
zaaigoed van gerst |
93 EUR/t |
7 |
|
|
10039000 |
gerst (m.u.v. zaaigoed) |
93 EUR/t |
7 |
|
|
10041000 |
zaaigoed van haver |
89 EUR/t |
10 |
|
|
10049000 |
haver (m.u.v. zaaigoed) |
89 EUR/t |
7 |
|
|
10051013 |
drieweg-hybriden van mais, zaaigoed |
Vrij |
0 |
|
|
10051015 |
enkele hybriden van mais, zaaigoed |
Vrij |
0 |
|
|
10051018 |
hybriden van mais, zaaigoed (m.u.v. drieweg-hybriden en enkele hybriden) |
Vrij |
0 |
|
|
10051090 |
mais, zaaigoed (m.u.v. hybriden) |
94 EUR/t |
ME |
|
|
10059000 |
mais (m.u.v. zaaigoed) |
94 EUR/t |
ME |
|
|
10061010 |
padie, zaaigoed |
7,7 |
4 |
|
|
10061021 |
padie, rondkorrelig, voorgekookt (“parboiled”) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061023 |
padie, halflangkorrelig, voorgekookt (“parboiled”) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061025 |
padie, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is, voorgekookt (“parboiled”) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061027 |
padie, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte ≥ 3 is, voorgekookt (“parboiled”) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061092 |
padie, rondkorrelig (m.u.v. die bestemd voor zaaidoeleinden en m.u.v. padie, voorgekookt (“parboiled”)) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061094 |
padie, halflangkorrelig (m.u.v. die bestemd voor zaaidoeleinden en m.u.v. padie, voorgekookt (“parboiled”)) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061096 |
padie, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is (m.u.v. die bestemd voor zaaidoeleinden en m.u.v. padie, voorgekookt (“parboiled”)) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10061098 |
padie, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte ≥ 3 is (m.u.v. die bestemd voor zaaidoeleinden en m.u.v. padie, voorgekookt (“parboiled”)) |
211 EUR/t |
RE |
|
|
10062011 |
gedopte rijst, rondkorrelig, voorgekookt (“parboiled”) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062013 |
gedopte rijst, halflangkorrelig, voorgekookt (“parboiled”) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062015 |
gedopte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is, voorgekookt (“parboiled”) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062017 |
gedopte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte ≥ 3 is, voorgekookt (“parboiled”) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062092 |
gedopte rijst, rondkorrelig (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062094 |
gedopte rijst, halflangkorrelig (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062096 |
gedopte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10062098 |
gedopte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte ≥ 3 is (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
65 EUR/t |
RE |
|
|
10063021 |
halfwitte rijst, rondkorrelig, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063023 |
halfwitte rijst, halflangkorrelig, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063025 |
halfwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063027 |
halfwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte≥ 3 is, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063042 |
halfwitte rijst, rondkorrelig (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063044 |
halfwitte rijst, halflangkorrelig (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063046 |
halfwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063048 |
halfwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte ≥ 3 is (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063061 |
volwitte rijst, rondkorrelig, ook indien gepolijst of geglansd, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063063 |
volwitte rijst, halflangkorrelig, ook indien gepolijst of geglansd, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063065 |
volwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is, ook indien gepolijst of geglansd, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063067 |
volwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte ≥ 3 is, ook indien gepolijst of geglansd, voorgekookt (“parboiled”) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063092 |
volwitte rijst, rondkorrelig, ook indien gepolijst of geglansd (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063094 |
volwitte rijst, halflangkorrelig, ook indien gepolijst of geglansd (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063096 |
volwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte > 2 doch < 3 is, ook indien gepolijst of geglansd (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10063098 |
volwitte rijst, langkorrelig, waarvan de verhouding lengte/breedte ≥ 3 is, ook indien gepolijst of geglansd (m.u.v. voorgekookte (“parboiled”) rijst) |
175 EUR/t |
RE |
|
|
10064000 |
breukrijst |
128 EUR/t |
7 |
|
|
10071010 |
hybriden van graansorgho, zaaigoed |
6,4 |
4 |
|
|
10071090 |
graansorgho, zaaigoed (m.u.v hybriden) |
94 EUR/t |
ME |
|
|
10079000 |
graansorgho (m.u.v. zaaigoed) |
94 EUR/t |
ME |
|
|
10081000 |
boekweit |
37 EUR/t |
4 |
|
|
10082100 |
zaaigoed van gierst (m.u.v. graansorgho) |
56 EUR/t |
7 |
|
|
10082900 |
gierst (m.u.v. graansorgho en zaaigoed) |
56 EUR/t |
4 |
|
|
10083000 |
kanariezaad |
Vrij |
0 |
|
|
10084000 |
fonio (Digitaria spp.) |
37 EUR/t |
7 |
|
|
10085000 |
quinoa (Chenopodium quinoa) |
37 EUR/t |
4 |
|
|
10086000 |
triticale |
93 EUR/t |
7 |
|
|
10089000 |
graan (m.u.v. tarwe en mengkoren, rogge, gerst, haver, mais, rijst, graansorgho, boekweit, gierst, kanariezaad, fonio, quinoa en triticale) |
37 EUR/t |
7 |
|
|
11010011 |
meel van harde tarwe (“durum”) |
172 EUR/t |
10 |
|
|
11010015 |
meel van zachte tarwe en spelt |
172 EUR/t |
10 |
|
|
11010090 |
meel van mengkoren |
172 EUR/t |
10 |
|
|
11022010 |
maismeel, met een gehalte aan vetstoffen van ≤ 1,5 gewichtspercenten |
173 EUR/t |
7 |
|
|
11022090 |
maismeel, met een gehalte aan vetstoffen van > 1,5 gewichtspercenten |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11029010 |
gerstmeel |
171 EUR/t |
7 |
|
|
11029030 |
havermeel |
164 EUR/t |
7 |
|
|
11029050 |
rijstmeel |
138 EUR/t |
7 |
|
|
11029070 |
roggemeel |
168 EUR/t |
7 |
|
|
11029090 |
meel van granen (m.u.v. meel van tarwe of van mengkoren, roggemeel, maismeel, rijstmeel, meel van gerst en meel van haver) |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11031110 |
gries en griesmeel, van harde tarwe (“durum”) |
267 EUR/t |
7 |
|
|
11031190 |
gries en griesmeel, van zachte tarwe en spelt |
186 EUR/t |
7 |
|
|
11031310 |
gries en griesmeel, van mais, met een vetgehalte ≤ 1,5 gewichtspercenten |
173 EUR/t |
7 |
|
|
11031390 |
gries en griesmeel, van mais, met een vetgehalte > 1,5 gewichtspercenten |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11031920 |
gries en griesmeel, van rogge of van gerst |
171 EUR/t |
7 |
|
|
11031940 |
gries en griesmeel van haver |
164 EUR/t |
7 |
|
|
11031950 |
gries en griesmeel, van rijst |
138 EUR/t |
7 |
|
|
11031990 |
gries en griesmeel, van granen (m.u.v. gries en griesmeel van tarwe, van haver, van mais, van rijst, van rogge en van gerst) |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11032025 |
pellets van rogge of van gerst |
171 EUR/t |
7 |
|
|
11032030 |
haverpellets |
164 EUR/t |
7 |
|
|
11032040 |
pellets van mais |
173 EUR/t |
7 |
|
|
11032050 |
pellets van rijst |
138 EUR/t |
7 |
|
|
11032060 |
pellets van tarwe |
175 EUR/t |
7 |
|
|
11032090 |
pellets van granen (m.u.v. die van rogge, gerst, haver, mais, rijst of tarwe) |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11041210 |
granen van haver, geplet |
93 EUR/t |
7 |
|
|
11041290 |
granen van haver, in vlokken |
182 EUR/t |
7 |
|
|
11041910 |
granen van tarwe, geplet of in vlokken |
175 EUR/t |
7 |
|
|
11041930 |
granen van rogge, geplet of in vlokken |
171 EUR/t |
7 |
|
|
11041950 |
granen van mais, geplet of in vlokken |
173 EUR/t |
50 % |
|
|
11041961 |
granen van gerst, geplet |
97 EUR/t |
7 |
|
|
11041969 |
granen van gerst, in vlokken |
189 EUR/t |
7 |
|
|
11041991 |
granen van rijst, in vlokken |
234 EUR/t |
7 |
|
|
11041999 |
granen, geplet of in vlokken (m.u.v. die van haver, tarwe, rogge of mais en m.u.v. vlokken van rijst) |
173 EUR/t |
7 |
|
|
11042240 |
granen van haver, gepeld, al dan niet gesneden of gebroken |
162 EUR/t |
7 |
|
|
11042250 |
granen van haver, gepareld |
145 EUR/t |
7 |
|
|
11042295 |
granen van haver, gesneden, gebroken of op andere wijze bewerkt (niet geplet, in vlokken, gepeld of gepareld en m.u.v. pellets en meel) |
93 EUR/t |
7 |
|
|
11042340 |
granen van mais, gepeld, al dan niet gesneden of gebroken; granen van mais, gepareld |
152 EUR/t |
7 |
|
|
11042398 |
granen van mais, gesneden, gebroken of op andere wijze bewerkt (niet geplet, in vlokken, gepeld of gepareld en m.u.v. pellets en meel) |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11042904 |
granen van gerst, gepeld, al dan niet gesneden of gebroken |
150 EUR/t |
7 |
|
|
11042905 |
granen van gerst, gepareld |
236 EUR/t |
7 |
|
|
11042908 |
granen van gerst, gesneden, gebroken of op andere wijze bewerkt (niet geplet, in vlokken, gepeld of gepareld en m.u.v. pellets en meel) |
97 EUR/t |
7 |
|
|
11042917 |
granen, gepeld, al dan niet gesneden of gebroken (m.u.v. granen van rijst, van haver, van mais en van gerst) |
129 EUR/t |
7 |
|
|
11042930 |
granen, gepareld (m.u.v. granen van gerst, van haver, van mais en van rijst) |
154 EUR/t |
7 |
|
|
11042951 |
granen van tarwe, enkel gebroken |
99 EUR/t |
7 |
|
|
11042955 |
granen van rogge, enkel gebroken |
97 EUR/t |
7 |
|
|
11042959 |
granen, enkel gebroken (m.u.v. granen van gerst, van haver, van mais, van tarwe en van rogge) |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11042981 |
granen van tarwe, gesneden, gebroken of op andere wijze bewerkt (niet geplet, in vlokken, gepeld, gepareld en enkel gebroken en m.u.v. pellets en meel) |
99 EUR/t |
7 |
|
|
11042985 |
granen van rogge, gesneden, gebroken of op andere wijze bewerkt (niet geplet, in vlokken, gepeld, gepareld en enkel gebroken en m.u.v. pellets en meel) |
97 EUR/t |
7 |
|
|
11042989 |
granen, gesneden, gebroken of op andere wijze bewerkt (m.u.v. granen van gerst, van haver, van mais, van tarwe en van rogge; die geplet, in vlokken, gepeld, gepareld of enkel gebroken en m.u.v. pellets en meel; halfwitte of volwitte rijst en breukrijst) |
98 EUR/t |
7 |
|
|
11043010 |
graankiemen van tarwe, ook indien geplet, in vlokken of gemalen |
76 EUR/t |
7 |
|
|
11043090 |
graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen (m.u.v. graankiemen van tarwe) |
75 EUR/t |
50 % |
|
|
11051000 |
meel, gries en poeder, van aardappelen |
12,2 |
7 |
|
|
11052000 |
vlokken, korrels en pellets, van aardappelen |
12,2 |
7 |
|
|
11061000 |
meel, gries en poeder van erwten, kekers, bonen, linzen en andere gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 0713 |
7,7 |
4 |
|
|
11062010 |
meel, gries en poeder, van merg van de sagopalm, van maniokwortel, pijlwortel (arrowroot), salepwortel, aardperen, zoete aardappelen (bataten) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, bedoeld bij post 0714, gedenatureerd |
95 EUR/t |
10 |
|
|
11062090 |
meel, gries en poeder, van merg van de sagopalm, van maniokwortel, pijlwortel (arrowroot), salepwortel, aardperen, zoete aardappelen (bataten) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, bedoeld bij post 0714 (niet gedenatureerd) |
166 EUR/t |
10 |
|
|
11063010 |
meel, gries en poeder van bananen |
10,9 |
7 |
|
|
11063090 |
meel, gries en poeder van producten bedoeld bij hoofdstuk 8 (Fruit; schillen van citrusvruchten en van meloenen) (m.u.v. bananen) |
8,3 |
4 |
|
|
11071011 |
mout van tarwe, ongebrand, in de vorm van meel |
177 EUR/t |
7 |
|
|
11071019 |
mout van tarwe, ongebrand (m.u.v. in de vorm van meel) |
134 EUR/t |
7 |
|
|
11071091 |
mout, ongebrand, in de vorm van meel (m.u.v. mout van tarwe) |
173 EUR/t |
7 |
|
|
11071099 |
mout, ongebrand (m.u.v. mout van tarwe en mout in de vorm van meel) |
131 EUR/t |
7 |
|
|
11072000 |
mout, gebrand |
152 EUR/t |
7 |
|
|
11081100 |
tarwezetmeel |
224 EUR/t |
7 |
|
|
11081200 |
maiszetmeel |
166 EUR/t |
SH1 |
|
|
11081300 |
aardappelzetmeel |
166 EUR/t |
7 |
|
|
11081400 |
maniokzetmeel (cassave) |
166 EUR/t |
SH1 |
|
|
11081910 |
rijstzetmeel |
216 EUR/t |
7 |
|
|
11081990 |
zetmeel (niet van tarwe, mais, aardappelen, maniok of rijst) |
166 EUR/t |
7 |
|
|
11082000 |
inuline |
19,2 |
10 |
|
|
11090000 |
tarwegluten, ook indien gedroogd |
512 EUR/t |
7 |
|
|
12011000 |
sojazaad, bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12019000 |
sojabonen, ook indien gebroken (m.u.v. zaaigoed) |
Vrij |
0 |
|
|
12023000 |
zaaigoed van grondnoten |
Vrij |
0 |
|
|
12024100 |
grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, in de dop (m.u.v. zaaigoed) |
Vrij |
0 |
|
|
12024200 |
grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, gedopt, ook indien gebroken (m.u.v. zaaigoed) |
Vrij |
0 |
|
|
12030000 |
kopra |
Vrij |
0 |
|
|
12040010 |
lijnzaad, zaaigoed |
Vrij |
0 |
|
|
12040090 |
lijnzaad, ook indien gebroken (m.u.v. zaaigoed) |
Vrij |
0 |
|
|
12051010 |
kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur (dat een vaste olie oplevert met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten een vast bestanddeel met een gehalte aan glucosinolaten van < 30 micromol per gram), bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12051090 |
kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur (dat een vaste olie oplevert met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten en een vast bestanddeel met een gehalte aan glucosinolaten van < 30 micromol per gram), ook indien gebroken (m.u.v. dat voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
12059000 |
kool- en raapzaad met een hoog gehalte aan erucazuur (dat een vaste olie oplevert met een gehalte aan erucazuur van ≥ 2 gewichtspercenten en een vast bestanddeel met een gehalte aan glucosinolaten van ≥ 30 micromol per gram), ook indien gebroken |
Vrij |
0 |
|
|
12060010 |
zonnebloempitten, bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12060091 |
zonnebloempitten, ook indien gebroken, gedopt of grijs-wit gestreept (m.u.v. die bestemd voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
12060099 |
zonnebloempitten, ook indien gebroken (m.u.v. die bestemd voor zaaidoeleinden, gedopt, en die welke ongedopt maar grijs-wit gestreept zijn) |
Vrij |
0 |
|
|
12071000 |
palmnoten en palmpitten |
Vrij |
0 |
|
|
12072100 |
katoenzaad, bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12072900 |
katoenzaad (m.u.v. zaaigoed) |
Vrij |
0 |
|
|
12073000 |
ricinuszaad |
Vrij |
0 |
|
|
12074010 |
sesamzaad, bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12074090 |
sesamzaad, ook indien gebroken (m.u.v. dat voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
12075010 |
mosterdzaad, bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12075090 |
mosterdzaad, ook indien gebroken (m.u.v. dat voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
12076000 |
saffloerzaad “Carthamus tinctorius” |
Vrij |
0 |
|
|
12077000 |
meloenzaad |
Vrij |
0 |
|
|
12079110 |
papaverzaad, bestemd voor zaaidoeleinden |
Vrij |
0 |
|
|
12079190 |
papaverzaad, ook indien gebroken (m.u.v. dat voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
12079920 |
oliehoudende zaden en vruchten, bestemd voor zaaidoeleinden (m.u.v. eetbare noten, olijven, sojabonen, grondnoten, kopra, lijnzaad, kool- en raapzaad, zonnebloempitten, palmnoten en palmpitten, katoen-, ricinus-, sesam-, mosterd-, saffloer-, meloen- en papaverzaad) |
Vrij |
0 |
|
|
12079991 |
hennepzaad, ook indien gebroken (m.u.v. dat voor zaaidoeleinden) |
Vrij |
0 |
|
|
12079996 |
oliehoudende zaden en vruchten, ook indien gebroken (m.u.v. voor zaaidoeleinden, eetbare noten, olijven, sojabonen, grondnoten, kopra, lijnzaad, kool- en raapzaad, zonnebloempitten, palmnoten en palmpitten, katoen-, ricinus-, sesam-, mosterd-, saffloer-, meloen-, papaver- en hennepzaad) |
Vrij |
0 |
|
|
12081000 |
meel van sojabonen |
4,5 |
0 |
|
|
12089000 |
meel van oliehoudende zaden en vruchten (m.u.v. mosterdmeel en meel van sojabonen) |
Vrij |
0 |
|
|
12091000 |
zaaigoed van suikerbieten |
8,3 |
4 |
|
|
12092100 |
zaaigoed van luzerne |
2,5 |
0 |
|
|
12092210 |
zaaigoed van rode klaver (Trifolium pratense L.) |
Vrij |
0 |
|
|
12092280 |
zaaigoed van klaver (Trifolium spp.) (m.u.v. dat van rode klaver (Trifolium pratense L.)) |
Vrij |
0 |
|
|
12092311 |
zaaigoed van beemdlangbloem (Festuca pratensis Huds.) |
Vrij |
0 |
|
|
12092315 |
zaaigoed van rood zwenkgras (Festuca rubra L.) |
Vrij |
0 |
|
|
12092380 |
zaaigoed van zwenkgras (m.u.v. dat van beemdlangbloem (Festuca pratensis Huds.) en van rood zwenkgras (Festuca rubra L.)) |
2,5 |
0 |
|
|
12092400 |
zaaigoed van veldbeemdgras (Poa pratensis L.) |
Vrij |
0 |
|
|
12092510 |
zaaigoed van Westerwolds en Italiaans raaigras (Lolium multiflorum Lam.) |
Vrij |
0 |
|
|
12092590 |
zaaigoed van Engels raaigras (Lolium perenne L.) |
Vrij |
0 |
|
|
12092945 |
timotheegraszaad, zaaigoed van wikken, van ruw beemdgras (Poa palustris L., Poa trivialis L.), van kropaar (Dactylis glomerata L.) en van struisgras (Agrostides) |
Vrij |
0 |
|
|
12092950 |
zaaigoed van lupinen |
2,5 |
0 |
|
|
12092960 |
voederbietenzaad (Beta vulgaris var. alba), voor zaaidoeleinden |
8,3 |
4 |
|
|
12092980 |
zaaigoed van voedergewassen (m.u.v. zaaigoed van granen, voederbieten (Beta vulgaris var. alba), suikerbieten, luzerne, klaver (Trifolium spp.), zwenkgras, veldbeemdgras (Poa pratensis L.), raaigras (Lolium multiflorum lam., Lolium perenne L.), timotheegras, wikken, ruw beemdgras (Poa palustris L., Poa trivialis L.), kropaar (Dactylis glomerata L.), struisgras (Agrostides) en lupinen) |
2,5 |
0 |
|
|
12093000 |
zaaigoed van kruidachtige planten, hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen |
3 |
0 |
|
|
12099130 |
rodebietenzaad (Beta vulgaris var. Conditiva),), voor zaaidoeleinden |
8,3 |
0 |
|
|
12099180 |
zaaigoed van groenten (m.u.t. rodebietenzaad (Beta vulgaris var. conditiva)) |
3 |
0 |
|
|
12099910 |
zaaigoed van woudbomen en van woudheesters |
Vrij |
0 |
|
|
12099991 |
zaaigoed van planten, hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen (m.u.v. kruidachtige planten) |
3 |
0 |
|
|
12099999 |
zaaigoed, sporen daaronder begrepen (m.u.v. peulgroenten, suikermais, koffie, thee, maté, specerijen, granen, oliehoudende zaden en vruchten, bieten, voedergewassen, groentezaden, zaden van woudbomen en van woudheesters, zaden van planten, hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen of van de soort, hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden) |
4 |
0 |
|
|
12101000 |
hopbellen, vers of gedroogd (m.u.v. fijngemaakte en gemalen hopbellen; hopbellen in pellets) |
5,8 |
4 |
|
|
12102010 |
hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets, met lupuline verrijkt; lupuline |
5,8 |
4 |
|
|
12102090 |
hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets (niet met lupuline verrijkt) |
5,8 |
4 |
|
|
12112000 |
ginsengwortel, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm |
Vrij |
0 |
|
|
12113000 |
cocabladeren, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm |
Vrij |
0 |
|
|
12114000 |
papaverbolkaf, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm |
Vrij |
0 |
|
|
12119020 |
planten en delen van planten van het geslacht Ephedra, incl. zaden en vruchten, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm |
Vrij |
0 |
|
|
12119030 |
tonkabonen, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm |
3 |
0 |
|
|
12119086 |
planten, plantendelen, zaden en vruchten, van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm (m.u.v. ginsengwortel, cocabladeren, papaverbolkaf, het geslacht Ephedra en tonkabonen) |
Vrij |
0 |
|
|
12122100 |
zeewier en andere algen, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm, geschikt voor menselijke consumptie |
Vrij |
0 |
|
|
12122900 |
zeewier en andere algen, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm, ongeschikt voor menselijke consumptie |
Vrij |
0 |
|
|
12129120 |
suikerbieten, gedroogd, ook indien in poedervorm |
23 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
12129180 |
suikerbieten, vers, gekoeld of bevroren |
6,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
12129200 |
sint-jansbrood, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm |
5,1 |
4 |
|
|
12129300 |
suikerriet, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm |
4,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
12129400 |
cichoreiwortels, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm |
Vrij |
0 |
|
|
12129941 |
sint-jansbroodpitten, vers of gedroogd, ongepeld, ongebroken en ongemalen |
Vrij |
0 |
|
|
12129949 |
sint-jansbroodpitten, vers of gedroogd, gepeld, gebroken of gemalen |
5,8 |
4 |
|
|
12129995 |
vruchtenpitten, ook indien in de steen en andere plantaardige producten hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke consumptie, n.e.g. |
Vrij |
0 |
|
|
12130000 |
stro en kaf van graangewassen, onbewerkt, ook indien gehakt, gemalen, geperst of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
12141000 |
luzernemeel en luzerne in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
12149010 |
mangelwortels (voederbieten), voederrapen en andere voederwortels |
5,8 |
4 |
|
|
12149090 |
hooi, luzerne, klaver, hanenkammetjes (esparcette), mergkool, lupine, wikke en dergelijke voedergewassen (m.u.v. koolrapen, voederbieten, voederwortels en luzernemeel) |
Vrij |
0 |
|
|
13012000 |
Arabische gom |
Vrij |
0 |
|
|
13019000 |
gomlak (schellak), gommen, harsen, gomharsen en oleoharsen (bijvoorbeeld balsems), van natuurlijke oorsprong (m.u.v. Arabische gom) |
Vrij |
0 |
|
|
13021100 |
opium |
Vrij |
0 |
|
|
13021200 |
extract van zoethout (m.u.v. dat met een sacharosegehalte van > 10 gewichtspercenten of toebereid als suikergoed) |
3,2 |
0 |
|
|
13021300 |
extract van hop |
3,2 |
0 |
|
|
13021905 |
vanille-oleohars |
3 |
0 |
|
|
13021920 |
plantensappen en plantenextracten van planten van het geslacht Ephedra |
Vrij |
0 |
|
|
13021970 |
plantensappen en plantenextracten (m.u.v. die van opium, zoethout, hop, vanille-oleohars en het geslacht Ephedra) |
Vrij |
0 |
|
|
13022010 |
pectinestoffen, pectinaten en pectaten, in droge toestand (in poeder) |
19,2 |
7 |
|
|
13022090 |
pectinestoffen, pectinaten en pectaten in vloeibare toestand |
11,2 |
7 |
|
|
13023100 |
agar-agar, ook indien gewijzigd |
Vrij |
0 |
|
|
13023210 |
plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, uit sint-jansbrood of uit sint-jansbroodpitten |
Vrij |
0 |
|
|
13023290 |
plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, uit guarzaden |
Vrij |
0 |
|
|
13023900 |
plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd (m.u.v. die uit sint-jansbrood, uit sint-jansbroodpitten of uit guarzaden en m.u.v. agar-agar) |
Vrij |
0 |
|
|
14011000 |
bamboe |
Vrij |
0 |
|
|
14012000 |
rotting |
Vrij |
0 |
|
|
14019000 |
riet, bies, teen, raffia, lindebast, gezuiverd, gebleekt of geverfd stro van graangewassen, alsmede andere plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de mandenmakerij of voor vlechtwerk (m.u.v. bamboe en rotting) |
Vrij |
0 |
|
|
14042000 |
katoenlinters |
Vrij |
0 |
|
|
14049000 |
plantaardige producten, n.e.g. |
Vrij |
0 |
|
|
15011010 |
reuzel, gesmolten of anderszins geëxtraheerd, bestemd voor industrieel gebruik (m.u.v. dat voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie, varkensstearine en spekolie) |
Vrij |
0 |
|
|
15011090 |
reuzel, gesmolten of anderszins geëxtraheerd (m.u.v. dat bestemd voor industrieel/technisch gebruik, en varkensstearine en spekolie) |
17,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
15012010 |
varkensvet, gesmolten of anderszins geëxtraheerd, bestemd voor industrieel gebruik (m.u.v. dat voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie, en reuzel) |
Vrij |
0 |
|
|
15012090 |
varkensvet, gesmolten of anderszins geëxtraheerd (m.u.v. dat bestemd voor industrieel/technisch gebruik, en reuzel) |
17,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
15019000 |
vet van gevogelte, gesmolten of anderszins geëxtraheerd |
11,5 |
7 |
|
|
15021010 |
talk van runderen, schapen of geiten, voor industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie, en olie en oleostearine) |
Vrij |
0 |
|
|
15021090 |
talk van runderen, schapen of geiten (m.u.v. dat bestemd voor industrieel/technisch gebruik, en olie en oleostearine) |
3,2 |
0 |
|
|
15029010 |
talk van runderen, schapen of geiten, voor industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie, en talk, oleostearine en oleomargarine) |
Vrij |
0 |
|
|
15029090 |
runder-, schapen- of geitenvet (m.u.v. dat bestemd voor industrieel/technisch gebruik, en talk, oleostearine en oleomargarine) |
3,2 |
0 |
|
|
15030011 |
varkensstearine en oleostearine (niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid), bestemd voor industrieel gebruik |
Vrij |
0 |
|
|
15030019 |
varkensstearine en oleostearine, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid (m.u.v. bestemd voor industrieel gebruik) |
5,1 |
4 |
|
|
15030030 |
talkolie, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid, bestemd voor industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
Vrij |
0 |
|
|
15030090 |
talkolie, oleomargarine en spekolie, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid (m.u.v. talkolie voor industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15041010 |
oliën uit vislevers en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, met een gehalte aan vitamine A van ≤ 2 500 internationale eenheden per gram |
3,8 |
0 |
|
|
15041091 |
oliën uit de levers van heilbot en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. olie uit vislevers met een gehalte aan vitamine A van ≤ 2 500 internationale eenheden per gram) |
Vrij |
0 |
|
|
15041099 |
oliën uit vislevers en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. die met een gehalte aan vitamine A van ≤ 2 500 internationale eenheden per gram; oliën uit de levers van heilbot) |
3,8 |
0 |
|
|
15042010 |
vaste fracties van vetten en oliën van vis, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. fracties van oliën uit vislevers) |
10,9 |
0 |
|
|
15042090 |
vetten en oliën van vis, alsmede vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. oliën uit vislevers) |
Vrij |
0 |
|
|
15043010 |
fracties van vetten en oliën van zeezoogdieren, vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd |
10,9 |
7 |
|
|
15043090 |
vetten en oliën van zeezoogdieren, alsmede vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd |
Vrij |
0 |
|
|
15050010 |
wolvet, ruw |
3,2 |
0 |
|
|
15050090 |
wolvet en daaruit verkregen vetstoffen, lanoline daaronder begrepen (m.u.v. ruw wolvet) |
Vrij |
0 |
|
|
15060000 |
dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. vetten en oliën van varkens, gevogelte, runderen, schapen, geiten, vis en zeezoogdieren, alsmede varkensstearine, spekolie, oleostearine, oleomargarine, talkolie, wolvet en daaruit verkregen vetstoffen) |
Vrij |
0 |
|
|
15071010 |
sojaolie, ruw, ook indien ontgomd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. gebruik voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15071090 |
sojaolie, ruw, ook indien ontgomd (m.u.v. olie voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15079010 |
sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. gebruik voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe sojaolie) |
5,1 |
4 |
|
|
15079090 |
sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. olie voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe sojaolie) |
9,6 |
4 |
|
|
15081010 |
grondnotenolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
Vrij |
0 |
|
|
15081090 |
grondnotenolie, ruw (m.u.v. olie voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15089010 |
grondnotenolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor industrieel gebruik (m.u.v. gebruik voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe grondnotenolie) |
5,1 |
4 |
|
|
15089090 |
grondnotenolie en fracties daarvan, geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. olie voor technisch of industrieel gebruik) |
9,6 |
4 |
|
|
15091010 |
lampolie, uitsluitend door middel van mechanische of fysische procedés en zonder aantasting van de kwaliteit van de olie uit de vruchten van de olijfboom verkregen |
122,6 EUR/100 kg/net |
0 |
|
|
15091090 |
olijfolie, uitsluitend door middel van mechanische of fysische procedés en zonder aantasting van de kwaliteit van de olie uit de vruchten van de olijfboom verkregen, ruw (m.u.v. lampolie) |
124,5 EUR/100 kg/net |
0 |
|
|
15099000 |
olijfolie en fracties daarvan, uitsluitend door middel van mechanische of fysische procedés en zonder aantasting van de kwaliteit van de olie uit de vruchten van de olijfboom verkregen, behandeld, doch chemisch ongewijzigd |
134,6 EUR/100 kg/net |
0 |
|
|
15100010 |
olie, uitsluitend verkregen uit olijven, ruw, incl. mengsels daarvan met olijfolie of fracties daarvan, zoals bedoeld bij post 1509 |
110,2 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
15100090 |
olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, incl. mengsels daarvan met olijfolie of fracties daarvan zoals bedoeld bij post 1509 (m.u.v. ruwe olie) |
160,3 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
15111010 |
palmolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
Vrij |
0 |
|
|
15111090 |
palmolie, ruw (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
3,8 |
0 |
|
|
15119011 |
fracties van palmolie, vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
12,8 |
7 |
|
|
15119019 |
fracties van palmolie, vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt |
10,9 |
7 |
|
|
15119091 |
palmolie en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe palmolie) |
5,1 |
4 |
|
|
15119099 |
palmolie en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. voor industrieel gebruik en m.u.v. ruwe palmolie) |
9 |
4 |
|
|
15121110 |
zonnebloemzaad- en saffloerolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15121191 |
zonnebloemzaadolie, ruw (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
7 |
|
|
15121199 |
saffloerolie, ruw (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15121910 |
zonnebloemzaad- en saffloerolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15121990 |
zonnebloemzaadolie en saffloerolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. die voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
7 |
|
|
15122110 |
katoenzaadolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15122190 |
katoenzaadolie, ruw, ook indien ontdaan van gossypol (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15122910 |
katoenzaadolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe katoenzaadolie) |
5,1 |
4 |
|
|
15122990 |
katoenzaadolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe katoenzaadolie) |
9,6 |
4 |
|
|
15131110 |
kokosolie (kopraolie), ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
2,5 |
0 |
|
|
15131191 |
kokosolie (kopraolie), ruw, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
12,8 |
7 |
|
|
15131199 |
kokosolie (kopraolie), ruw, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15131911 |
fracties van kokosolie (kopraolie), vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
12,8 |
7 |
|
|
15131919 |
fracties van kokosolie (kopraolie), vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt |
10,9 |
7 |
|
|
15131930 |
kokosolie (kopraolie) en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe kokosolie) |
5,1 |
4 |
|
|
15131991 |
kokosolie (kopraolie) en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe kokosolie) |
12,8 |
7 |
|
|
15131999 |
kokosolie (kopraolie) en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe kokosolie) |
9,6 |
4 |
|
|
15132110 |
palmpittenolie en babassunotenolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15132130 |
palmpittenolie en babassunotenolie, ruw, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
12,8 |
7 |
|
|
15132190 |
palmpitten- en babassunotenolie, ruw, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt (m.u.v. die bestemd voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15132911 |
fracties van palmpitten- en babassunotenolie, vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
12,8 |
7 |
|
|
15132919 |
fracties van palmpitten- en babassunotenolie, vast, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt |
10,9 |
7 |
|
|
15132930 |
palmpitten- en babassunotenolie en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15132950 |
palmpitten- en babassunotenolie en vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
12,8 |
7 |
|
|
15132990 |
palmpittenolie en babassunotenolie, alsmede vloeibare fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15141110 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een laag gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. die voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15141190 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een laag gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), ruw (m.u.v. die voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15141910 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een laag gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. die voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15141990 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een laag gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. die voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15149110 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een hoog gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), en mosterdzaadolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. die voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15149190 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een hoog gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), en mosterdzaadolie, ruw (m.u.v. die voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15149910 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een hoog gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), en mosterdzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. die voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15149990 |
koolzaad- en raapzaadolie, met een hoog gehalte aan erucazuur (vaste olie met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten), en mosterdzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. die voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15151100 |
lijnolie, ruw |
3,2 |
0 |
|
|
15151910 |
lijnolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15151990 |
lijnolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15152110 |
maisolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15152190 |
maisolie, ruw (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15152910 |
maisolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15152990 |
maisolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. voor industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15153010 |
ricinusolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor de vervaardiging van amino-undekaanzuur hetwelk is bestemd voor de vervaardiging van synthetische textielvezels en van kunststof |
Vrij |
0 |
|
|
15153090 |
ricinusolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. olie voor de vervaardiging van amino-undekaanzuur hetwelk is bestemd voor de vervaardiging van synthetische textielvezels en van kunststof) |
5,1 |
4 |
|
|
15155011 |
sesamolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15155019 |
sesamolie, ruw (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15155091 |
sesamolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. ruwe olie) |
5,1 |
4 |
|
|
15155099 |
sesamolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15159011 |
tungolie, jojobaolie, oiticicaolie, myricawas en japanwas, alsmede fracties van deze producten, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd |
Vrij |
0 |
|
|
15159021 |
tabakszaadolie, ruw, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
Vrij |
0 |
|
|
15159029 |
tabakszaadolie, ruw (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik) |
6,4 |
4 |
|
|
15159031 |
tabakszaadolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. ruwe olie) |
Vrij |
0 |
|
|
15159039 |
tabakszaadolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe olie) |
9,6 |
4 |
|
|
15159040 |
plantaardige vetten en oliën, ruw, alsmede fracties daarvan, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. sojaolie, grondnotenolie, olijfolie, palmolie, zonnebloemzaadolie, saffloerolie, katoenzaadolie, kokosolie, palmpittenolie, babassunotenolie, raapzaadolie, koolzaadolie, mosterdzaadolie, lijnolie, maisolie, ricinusolie, tungolie, sesamolie, jojobaolie, oiticicaolie, myricawas, japanwas en tabakszaadolie) |
3,2 |
0 |
|
|
15159051 |
plantaardige vetten en oliën, ruw, vast, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. sojaolie, grondnotenolie, olijfolie, palmolie, zonnebloemzaadolie, saffloerolie, katoenzaadolie, kokosolie, palmpittenolie, babassunotenolie, raapzaadolie, koolzaadolie, mosterdzaadolie, lijnolie, maisolie, ricinusolie, tungolie, sesamolie, jojobaolie, oiticicaolie, myricawas, japanwas en tabakszaadolie) |
12,8 |
7 |
|
|
15159059 |
plantaardige vetten en oliën, ruw, vast, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. sojaolie, grondnotenolie, olijfolie, palmolie, zonnebloemzaadolie, saffloerolie, katoenzaadolie, kokosolie, palmpittenolie, babassunotenolie, raapzaadolie, koolzaadolie, mosterdzaadolie, lijnolie, maisolie, ricinusolie, tungolie, sesamolie, jojobaolie, oiticicaolie, myricawas, japanwas en tabakszaadolie) |
6,4 |
4 |
|
|
15159060 |
plantaardige vetten en oliën, voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. ruwe oliën, m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie en m.u.v. sojaolie, grondnotenolie, olijfolie, palmolie, zonnebloemzaadolie, saffloerolie, katoenzaadolie, kokosolie, palmpittenolie, babassunotenolie, raapzaadolie, koolzaadolie, mosterdzaadolie, lijnolie, maisolie, ricinusolie, tungolie, sesamolie, jojobaolie, oiticicaolie, myricawas, japanwas en tabakszaadolie) |
5,1 |
4 |
|
|
15159091 |
plantaardige vetten en oliën, vast, fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg, n.e.g. (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe vetten en oliën) |
12,8 |
7 |
|
|
15159099 |
plantaardige vetten en oliën, vast, fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch chemisch ongewijzigd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, n.e.g. (m.u.v. voor technisch of industrieel gebruik en m.u.v. ruwe vetten en oliën) |
9,6 |
4 |
|
|
15161010 |
dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
12,8 |
7 |
|
|
15161090 |
dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt |
10,9 |
7 |
|
|
15162010 |
gehydrogeneerde ricinusolie, zogenaamde “opal-wax” |
3,4 |
0 |
|
|
15162091 |
plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. ricinusolie, gehydrogeneerd, zogenaamde “opal wax” en verder bereid) |
12,8 |
7 |
|
|
15162095 |
koolzaad- en raapzaadolie, lijnolie, zonnebloemzaadolie, illipenotenolie, kariténotenolie, makoreolie, touloucounazadenolie en babassunotenolie, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, voor technisch of industrieel gebruik, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg of op andere wijze gepresenteerd (m.u.v. die voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
5,1 |
4 |
|
|
15162096 |
grondnotenolie, katoenzaadolie, sojaolie en zonnebloemzaadolie, alsmede fracties daarvan (m.u.v. die bedoeld bij onderverdeling 1516.20.95); andere oliën alsmede fracties daarvan, met een gehalte aan vrije vetzuren van < 50 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg of op andere wijze gepresenteerd (m.u.v. palmpittenolie, illipenotenolie, kokosolie, koolzaad- en raapzaadolie, kopaivaolie, en oliën zoals bedoeld bij onderverdeling 1516.20.95) |
9,6 |
4 |
|
|
15162098 |
plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg of op andere wijze gepresenteerd (m.u.v. vetten en oliën, fracties daarvan, die verder zijn bereid, ricinusolie, gehydrogeneerd, en oliën zoals bedoeld bij onderverdelingen 1516.20.95 en 1516.20.96) |
10,9 |
7 |
|
|
15171010 |
margarine met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van > 10 doch ≤ 15 gewichtspercenten (m.u.v. vloeibare margarine) |
8,3 + 28,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
15171090 |
margarine met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≤ 10 gewichtspercenten (m.u.v. vloeibare margarine) |
16 |
10 |
|
|
15179010 |
mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën, voor menselijke consumptie, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van > 10 doch ≤ 15 gewichtspercenten (m.u.v. vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid, mengsels van olijfolie en fracties daarvan en m.u.v. vaste margarine) |
8,3 + 28,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
15179091 |
mengsels van plantaardige oliën, vloeibaar, voor menselijke consumptie, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≤ 10 gewichtspercenten (m.u.v. oliën, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid. en mengsels van olijfolie) |
9,6 |
4 |
|
|
15179093 |
mengsels en bereidingen van de soorten gebruikt als preparaten voor het insmeren van bakvormen, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≤ 10 gewichtspercenten |
2,9 |
0 |
|
|
15179099 |
mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën, voor menselijke consumptie, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≤ 10 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels van plantaardige oliën, vloeibaar, mengsels en bereidingen van de soorten gebruikt als preparaten voor het insmeren van bakvormen en m.u.v. vaste margarine) |
16 |
10 |
|
|
15180010 |
linoxyne |
7,7 |
0 |
|
|
15180031 |
mengsels van plantaardige oliën, vloeibaar, niet geschikt voor menselijke consumptie, n.e.g., voor technisch of industrieel gebruik, ruw (m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
3,2 |
0 |
|
|
15180039 |
mengsels van plantaardige oliën, vloeibaar, niet geschikt voor menselijke consumptie, n.e.g., voor technisch of industrieel gebruik (m.u.v. ruwe oliën en m.u.v. voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie) |
5,1 |
4 |
|
|
15180091 |
standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd (m.u.v. die bedoeld bij post 1516 en linoxyne (geoxideerde lijnolie)) |
7,7 |
0 |
|
|
15180095 |
mengsels en bereidingen van dierlijke vetten en oliën of van dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ongeschikt voor menselijke consumptie (“yellow grease”) |
2 |
0 |
|
|
15180099 |
mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij hoofdstuk 15, ongeschikt voor menselijke consumptie, n.e.g. |
7,7 |
0 |
|
|
15200000 |
ruwe glycerol; glycerolwater en glycerollogen |
Vrij |
0 |
|
|
15211000 |
plantaardige was, ook indien geraffineerd of gekleurd (m.u.v. triglyceriden) |
Vrij |
0 |
|
|
15219010 |
walschot (spermaceti), ruw of geraffineerd, ook indien gekleurd |
Vrij |
0 |
|
|
15219091 |
bijenwas en was van andere insecten, ruw |
Vrij |
0 |
|
|
15219099 |
bijenwas en was van andere insecten, ook indien geraffineerd of gekleurd (m.u.v. ruwe was) |
2,5 |
0 |
|
|
15220010 |
dégras |
3,8 |
0 |
|
|
15220031 |
soapstocks, bevattende olie die de kenmerken van olijfolie heeft |
29,9 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
15220039 |
afvallen, afkomstig van de behandeling van vetstoffen, bevattende olie die de kenmerken van olijfolie heeft (m.u.v. soapstocks) |
47,8 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
15220091 |
droesem of bezinksel van olie; soapstocks (m.u.v. droesem en soapstocks die olie bevatten die de kenmerken van olijfolie heeft) |
3,2 |
0 |
|
|
15220099 |
afvallen, afkomstig van de behandeling van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was (m.u.v. afvallen die olie bevatten die de kenmerken van olijfolie heeft en m.u.v. droesem of bezinksel van olie en soapstocks) |
Vrij |
0 |
|
|
16010010 |
leverworst van alle soorten, incl. bereidingen van deze producten, voor menselijke consumptie |
15,4 |
10 |
|
|
16010091 |
gedroogde worst en smeerworst, ongekookt en ongebakken, van vlees, van slachtafvallen of van bloed (m.u.v. leverworst) |
149,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
16010099 |
worst van alle soorten, van vlees, van slachtafvallen of van bloed, incl. bereidingen van deze producten, voor menselijke consumptie (m.u.v. leverworst en m.u.v. gedroogde worst en smeerworst, niet gekookt en niet gebakken) |
100,5 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
16021000 |
fijn gehomogeniseerde bereidingen van vlees, van slachtafvallen of van bloed, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g |
16,6 |
10 |
|
|
16022010 |
bereidingen en conserven van levers van ganzen of eenden (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g) |
10,2 |
7 |
|
|
16022090 |
bereidingen van levers (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g; bereidingen van levers van ganzen of eenden) |
16 |
10 |
|
|
16023111 |
bereidingen en conserven van vlees van kalkoenen, bevattende uitsluitend ongekookt en ongebakken vlees van kalkoenen (m.u.v. worst van alle soorten) |
102,4 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023119 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, van kalkoenen (pluimvee), ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend (m.u.v. die welke uitsluitend niet-gekookt en niet-gebakken vlees van kalkoenen bevatten, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
102,4 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023180 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen van kalkoenen (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
102,4 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023211 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen van hanen of van kippen (pluimvee), ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend, niet gekookt en niet gebakken (m.u.v. worst van alle soorten en bereidingen van levers) |
276,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023219 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van hanen of van kippen (pluimvee) bevattende ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen van pluimvee (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
102,4 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023230 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, van hanen of van kippen (pluimvee), ≥ 25 doch < 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
276,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023290 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, van hanen of van kippen (pluimvee) (m.u.v. die ≥ 25 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, kalkoenen of parelhoenders bevatten en m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
276,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023921 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van eenden, van ganzen of van parelhoenders (pluimvee), bevattende ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen van pluimvee, ongekookt en ongebakken (m.u.v. worst van alle soorten en bereidingen van levers) |
276,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023929 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van eenden, van ganzen of van parelhoenders (pluimvee) bevattende ≥ 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen van pluimvee (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
276,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16023985 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van eenden, van ganzen of van parelhoenders (pluimvee), bevattende < 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen van pluimvee, botten niet meegerekend (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
276,5 EUR/100 kg/net |
PY1 |
|
|
16024110 |
bereidingen en conserven van hammen en delen daarvan, van varkens (huisdieren) |
156,8 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024190 |
bereidingen en conserven van hammen en delen daarvan, van varkens (m.u.v. die van huisdieren) |
10,9 |
7 |
|
|
16024210 |
bereidingen en conserven van schouders en delen daarvan, van varkens (huisdieren) |
129,3 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024290 |
bereidingen en conserven van schouders en delen daarvan, van varkens (m.u.v. die van huisdieren) |
10,9 |
7 |
|
|
16024911 |
bereidingen en conserven van karbonadestrengen en delen daarvan, incl. mengsels van karbonadestreng en ham, van varkens (huisdieren) (m.u.v. halskarbonades) |
156,8 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024913 |
bereidingen en conserven van halskarbonades en delen daarvan, incl. mengsels van halskarbonade en schouder, van varkens (huisdieren) |
129,3 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024915 |
bereidingen en conserven van mengsels die ham, schouder, karbonadestreng of halskarbonade alsmede delen daarvan bevatten, van varkens (huisdieren) (m.u.v. mengsels die uitsluitend karbonadestreng en ham of halskarbonade en schouder bevatten) |
129,3 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024919 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van varkens (huisdieren), ≥ 80 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, incl. spek en vet, ongeacht van welke aard of herkomst, bevattend (m.u.v. karbonadestrengen en delen daarvan, halskarbonades en delen daarvan alsmede mengsels van karbonadestreng en ham of van halskarbonade en schouder en mengsels die ham, karbonadestreng of halskarbonade, alsmede delen daarvan bevatten, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
85,7 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024930 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, mengsels daaronder begrepen, van varkens (huisdieren), ≥ 40 doch < 80 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, spek en vet ongeacht van welke aard of herkomst daaronder begrepen, bevattend (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
75 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024950 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, mengsels daaronder begrepen, van varkens (huisdieren), < 40 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, spek en vet ongeacht van welke aard of herkomst daaronder begrepen, bevattend (m.u.v. worst van alle soorten; gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten en sappen van vlees) |
54,3 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16024990 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, incl. mengsels, van varkens (m.u.v. die van huisdieren, hammen, schouders en delen daarvan, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten en sappen van vlees) |
10,9 |
7 |
|
|
16025010 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van runderen, ongekookt en ongebakken, incl. mengsels van gekookt of gebakken en ongekookt of ongebakken vlees of slachtafvallen (m.u.v. worst van alle soorten en bereidingen van levers) |
303,4 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
16025031 |
corned beef in luchtdichte verpakkingen |
16,6 |
4 |
|
|
16025095 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van runderen, gekookt of gebakken (m.u.v. die in luchtdichte verpakkingen, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten en sappen van vlees) |
16,6 |
4 |
|
|
16029010 |
bereidingen van bloed van dieren van alle soorten (m.u.v. worst van alle soorten) |
16,6 |
10 |
|
|
16029031 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van wild of van konijn (m.u.v. die van in het wild levende varkens, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
10,9 |
7 |
|
|
16029051 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, vlees of slachtafvallen van varkens (huisdieren) bevattend (m.u.v. die van pluimvee, van runderen, van rendieren, van wild of van konijn, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten van vlees) |
85,7 EUR/100 kg/net |
PK |
|
|
16029061 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, ongekookt en ongebakken, die vlees of slachtafvallen van runderen bevatten, incl. mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen en ongekookt en ongebakken vlees of ongekookte en ongebakken slachtafvallen (m.u.v. die van pluimvee, van varkens (huisdieren), van rendieren, van wild of van konijn; worst van alle soorten; fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g en bereidingen van levers) |
303,4 EUR/100 kg/net |
BF2 |
|
|
16029069 |
bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen, vlees of slachtafvallen van runderen bevattend, gekookt of gebakken (m.u.v. die van pluimvee, van varkens (huisdieren), van wild of van konijn, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers en extracten en sappen van vlees) |
16,6 |
10 |
|
|
16029091 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van schapen (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers, extracten en sappen van vlees, en vlees of slachtafvallen van runderen of varkens (huisdieren) bevattend) |
12,8 |
10 |
|
|
16029095 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen, van geiten (m.u.v. worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers, extracten en sappen van vlees, en vlees of slachtafvallen van runderen of varkens (huisdieren) bevattend) |
16,6 |
10 |
|
|
16029099 |
bereidingen en conserven van vlees of van slachtafvallen (m.u.v. die van pluimvee, van varkens, van runderen, van wild, van konijn, van schapen, van geiten, worst van alle soorten, fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, bereidingen van levers, extracten en sappen van vlees, en vlees of slachtafvallen van runderen of varkens (huisdieren) bevattend) |
16,6 |
10 |
|
|
16030010 |
extracten en sappen van vlees, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
12,8 |
0 |
|
|
16030080 |
extracten en sappen van vlees, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg, of op andere wijze opgemaakt |
Vrij |
0 |
|
|
16041100 |
bereidingen en conserven van zalm, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte zalm) |
5,5 |
4 |
|
|
16041210 |
haringfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren |
15 |
10 |
|
|
16041291 |
bereidingen en conserven van haring, geheel of in stukken, in luchtdichte verpakkingen (m.u.v. fijngemaakte vis en filets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren) |
20 |
10 |
|
|
16041299 |
bereidingen en conserven van haring, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis, filets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren en vis in luchtdichte verpakkingen) |
20 |
10 |
|
|
16041311 |
bereidingen en conserven van sardines, geheel of in stukken, in olijfolie (m.u.v. fijngemaakte vis) |
12,5 |
7 |
|
|
16041319 |
bereidingen en conserven van sardines, geheel of in stukken (m.u.v. die in olijfolie en m.u.v. fijngemaakte vis) |
12,5 |
10 |
|
|
16041390 |
bereidingen en conserven van sardinella’s en sprot, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis) |
12,5 |
4 |
|
|
16041411 |
bereidingen en conserven van tonijn of van boniet, geheel of in stukken, in plantaardige olie (m.u.v. fijngemaakte bereidingen en conserven) |
24 |
E |
|
|
16041416 |
bereidingen en conserven van filets (zogenaamde “loins”) van tonijn of van boniet (m.u.v. die in plantaardige olie) |
24 |
E |
|
|
16041418 |
bereidingen en conserven van tonijn of van boniet (m.u.v. fijngemaakte bereidingen en conserven; die van filets (zogenaamde “loins”) en m.u.v. die in plantaardige olie) |
24 |
E |
|
|
16041490 |
bereidingen en conserven van bonito (Sarda spp.), geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis) |
25 |
10 |
|
|
16041511 |
bereidingen en conserven van makreel van de soorten Scomber scombrus of Scomber japonicus, in filets |
25 |
4 |
|
|
16041519 |
bereidingen en conserven van makreel van de soorten Scomber scombrus of Scomber japonicus, geheel of in stukken (m.u.v. filets en fijngemaakte vis) |
25 |
4 |
|
|
16041590 |
bereidingen en conserven van makreel van de soort Scomber australasicus, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis) |
20 |
4 |
|
|
16041600 |
bereidingen en conserven van ansjovis, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis) |
25 |
10 |
|
|
16041700 |
bereidingen en conserven van paling of aal, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis) |
20 |
4 |
|
|
16041910 |
bereidingen en conserven van zalmvissen, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis en m.u.v. zalm) |
7 |
4 |
|
|
16041931 |
bereidingen en conserven van filets (zogenaamde “loins”) van vis van het geslacht Euthynnus (m.u.v. die van boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)) |
24 |
E |
|
|
16041939 |
bereidingen en conserven van vis van het geslacht Euthynnus, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte bereidingen en conserven en m.u.v. die van filets (zogenaamde “loins”) en die van boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)) |
24 |
E |
|
|
16041950 |
bereidingen en conserven van vis van de soort Orcynopsis unicolor, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis) |
12,5 |
4 |
|
|
16041991 |
visfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren (m.u.v. die van zalmvissen, haring, sardines, sardinella’s, sprot, tonijn, bonito (Sarda spp.), makreel, ansjovis, vis van het geslacht Euthynnus en van de soort Orcynopsis unicolor) |
7,5 |
4 |
|
|
16041992 |
bereidingen en conserven van kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus), geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis; kabeljauwfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren) |
20 |
4 |
|
|
16041993 |
bereidingen en conserven van koolvis (Pollachius virens), geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis, koolvisfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren) |
20 |
4 |
|
|
16041994 |
bereidingen en conserven van heek (Merluccius spp., Urophycis spp.), geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis, heekfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren) |
20 |
4 |
|
|
16041995 |
bereidingen en conserven van Alaskakoolvis (Theragra chalcogramma) en witte koolvis, pollak of vlaswijting (Pollachius pollachius), geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis, visfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren) |
20 |
4 |
|
|
16041997 |
bereidingen en conserven van vis, geheel of in stukken (m.u.v. fijngemaakte vis, slechts gerookte vis, die van zalmvissen, haring, sardines, sardinella’s, sprot, tonijn, bonito (Sarda spp.), makreel, paling en aal, vis van het geslacht Euthynnus en van de soort Orcynopsis unicolor), kabeljauw, koolvis, heek en Alaskakoolvis, en m.u.v. visfilets, rauw, enkel omgeven door beslag of door paneermeel (gepaneerd), ook indien in olie voorgebakken, bevroren) |
20 |
4 |
|
|
16042005 |
bereidingen van surimi |
20 |
4 |
|
|
16042010 |
bereidingen en conserven van zalm (m.u.v. vis, geheel of in stukken) |
5,5 |
4 |
|
|
16042030 |
bereidingen en conserven van zalmvissen (m.u.v. vis, geheel of in stukken en m.u.v. zalm) |
7 |
4 |
|
|
16042040 |
bereidingen en conserven van ansjovis (m.u.v. vis, geheel of in stukken) |
25 |
10 |
|
|
16042050 |
bereidingen en conserven van sardines, van bonito (Sarda spp.), van makreel van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus en van vis van de soort Orcynopsis unicolor (m.u.v. vis, geheel of in stukken) |
25 |
10 |
|
|
16042070 |
bereidingen en conserven van tonijn, van boniet en van andere vis van het geslacht Euthynnus (m.u.v. vis, geheel of in stukken) |
24 |
E |
|
|
16042090 |
bereidingen en conserven van vis (m.u.v. die van zalmvissen, ansjovis, sardines, bonito (Sarda spp.), makreel van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus, vis van de soort Orcynopsis unicolor, tonijn, boniet en andere vis van het geslacht Euthynnus en m.u.v. bereidingen van surimi en vis, geheel of in stukken) |
14 |
7 |
|
|
16043100 |
kaviaar |
20 |
4 |
|
|
16043200 |
kaviaarsurrogaten bereid uit kuit |
20 |
4 |
|
|
16051000 |
bereidingen en conserven van krab, niet gerookt |
8 |
4 |
|
|
16052110 |
bereidingen en conserven van garnalen, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 kg (m.u.v. slechts gerookte en in luchtdichte verpakkingen) |
20 |
4 |
|
|
16052190 |
bereidingen en conserven van garnalen, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg (m.u.v. slechts gerookte en in luchtdichte verpakkingen) |
20 |
4 |
|
|
16052900 |
bereidingen en conserven van garnalen, in luchtdichte verpakkingen, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16053010 |
vlees van zeekreeften, gekookt, bestemd voor de verwerkende industrie voor de vervaardiging van kreeftenboter, kreeftenpasteien, kreeftensoep of kreeftensaus |
Vrij |
0 |
|
|
16053090 |
bereidingen en conserven van zeekreeft (m.u.v. slechts gerookte kreeft en m.u.v. vlees van zeekreeften, gekookt, bestemd voor de verwerkende industrie voor de vervaardiging van kreeftenboter, kreeftenpasteien, kreeftensoep of kreeftensaus) |
20 |
4 |
|
|
16054000 |
bereidingen en conserven van schaaldieren (m.u.v. gerookte schaaldieren en m.u.v. krab, garnaal en zeekreeft) |
20 |
4 |
|
|
16055100 |
bereidingen en conserven van oesters, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055200 |
bereidingen en conserven van jakobsschelpen en andere schelpdieren van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055310 |
bereidingen en conserven van mosselen, in luchtdichte verpakkingen, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055390 |
bereidingen en conserven van mosselen, niet gerookt (m.u.v. in luchtdichte verpakkingen) |
20 |
4 |
|
|
16055400 |
bereidingen en conserven van inktvissen en pijlinktvissen, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055500 |
bereidingen en conserven van octopussen, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055600 |
bereidingen en conserven van tweekleppigen, kokkels en arkschelpen, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055700 |
bereidingen en conserven van zeeoren, niet gerookt |
20 |
4 |
|
|
16055800 |
bereidingen en conserven van slakken, niet gerookt (m.u.v. zeeslakken) |
20 |
4 |
|
|
16055900 |
bereidingen en conserven van weekdieren, niet gerookt (m.u.v. oesters, jakobsschelpen, mosselen, inktvissen, pijlinktvissen, octopussen, zeeoren, slakken, tweekleppigen, kokkels en arkschelpen) |
20 |
4 |
|
|
16056100 |
bereidingen en conserven van zeekomkommers, niet gerookt |
26 |
4 |
|
|
16056200 |
bereidingen en conserven van zee-egels, niet gerookt |
26 |
4 |
|
|
16056300 |
bereidingen en conserven van kwallen, niet gerookt |
26 |
4 |
|
|
16056900 |
bereidingen en conserven van ongewervelde waterdieren, niet gerookt (m.u.v. schaaldieren, weekdieren, zeekomkommers, zee-egels en kwallen) |
26 |
4 |
|
|
17011210 |
ruwe beetwortelsuiker, bestemd om te worden geraffineerd (m.u.v. gearomatiseerde suiker en suiker met toegevoegde kleurstoffen) |
33,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17011290 |
ruwe beetwortelsuiker (m.u.v. suiker, bestemd om te worden geraffineerd, gearomatiseerde suiker en suiker met toegevoegde kleurstoffen) |
41,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17011310 |
ruwe rietsuiker, bestemd om te worden geraffineerd, in vaste vorm, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, verkregen zonder centrifugeren, met een sacharosegehalte tussen 69 % en 93 %, enkel met natuurlijke xenomorfe microkristallen (zie aanvullende aantekening 2) |
33,9 EUR/100 kg/net |
SR |
|
|
17011390 |
ruwe rietsuiker, in vaste vorm, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, verkregen zonder centrifugeren, met een sacharosegehalte tussen 69°% en 93°%, enkel met natuurlijke xenomorfe microkristallen (zie aanvullende aantekening 2) (m.u.v. suiker, bestemd om te worden geraffineerd) |
41,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17011410 |
ruwe rietsuiker, bestemd om te worden geraffineerd, in vaste vorm, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen (m.u.v. rietsuiker van onderverdeling 1701.13) |
33,9 EUR/100 kg/net |
SR |
|
|
17011490 |
ruwe rietsuiker, in vaste vorm, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen (m.u.v. suiker, bestemd om te worden geraffineerd en rietsuiker van onderverdeling 1701.13) |
41,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17019100 |
rietsuiker en beetwortelsuiker, in vaste vorm, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen |
41,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17019910 |
witte suiker, waarvan het aantal gewichtspercenten sacharose, in droge toestand, overeenkomt met een polarisatiegraad van ≥ 99,5 % (m.u.v. gearomatiseerde suiker en suiker met toegevoegde kleurstoffen) |
41,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17019990 |
rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm (m.u.v. rietsuiker en beetwortelsuiker, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen en m.u.v. ruwe suiker en witte suiker) |
41,9 EUR/100 kg/net |
E |
|
|
17021100 |
lactose (melksuiker) in vaste vorm en melksuikerstroop zonder toegevoegde kleur- en smaakstoffen, bevattende ≥ 99 gewichtspercenten lactose, uitgedrukt in kristalwatervrije lactose, berekend op de droge stof |
14 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
17021900 |
lactose (melksuiker) in vaste vorm en melksuikerstroop zonder toegevoegde kleur- en smaakstoffen, bevattende < 99 gewichtspercenten lactose, uitgedrukt in kristalwatervrije lactose, berekend op de droge stof |
14 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
17022010 |
ahornsuiker in vaste vorm, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
4 |
|
|
17022090 |
ahornsuiker, in vaste vorm, en ahornsuikerstroop (niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen) |
8 |
4 |
|
|
17023010 |
isoglucose in vaste vorm, in droge toestand geen of < 20 gewichtspercenten fructose bevattend |
50,7 EUR/100 kg/net mas |
OS |
|
|
17023050 |
glucose (dextrose) in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd, in droge toestand geen of < 20 gewichtspercenten fructose bevattend (m.u.v. isoglucose) |
26,8 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
17023090 |
glucose in vaste vorm en glucosestroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, in droge toestand geen of < 20 gewichtspercenten fructose bevattend (m.u.v. isoglucose en glucose (dextrose) in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd) |
20 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
17024010 |
isoglucose in vaste vorm, in droge toestand ≥ 20 doch < 50 gewichtspercenten fructose bevattend (m.u.v. invertsuiker) |
50,7 EUR/100 kg/net mas |
OS |
|
|
17024090 |
glucose in vaste vorm en glucosestroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, in droge toestand ≥ 20 doch < 50 gewichtspercenten fructose bevattend (m.u.v. isoglucose en invertsuiker) |
20 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
17025000 |
chemisch zuivere fructose, in vaste vorm |
16 + 50,7 EUR/100 kg/net mas |
OS |
|
|
17026010 |
isoglucose in vaste vorm, in droge toestand > 50 gewichtspercenten fructose bevattend (m.u.v. chemisch zuivere fructose en invertsuiker) |
50,7 EUR/100 kg/net mas |
OS |
|
|
17026080 |
inulinestroop, onmiddellijk na hydrolyse van inuline of oligofructose verkregen, bevattende, in droge toestand, > 50 gewichtspercenten vrije fructose of fructose in de vorm van sacharose |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
7 |
|
|
17026095 |
fructose in vaste vorm en fructosestroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, in droge toestand > 50 gewichtspercenten fructose bevattend (m.u.v. isoglucose, inulinestroop, chemisch zuivere fructose en invertsuiker) |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
OS |
|
|
17029010 |
chemisch zuivere maltose in vaste vorm |
12,8 |
7 |
|
|
17029030 |
isoglucose in vaste vorm, in droge toestand 50 gewichtspercenten fructose bevattend, verkregen uit glucosepolymeren |
50,7 EUR/100 kg/net mas |
OS |
|
|
17029050 |
maltodextrine in vaste vorm en maltodextrinestroop (niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen) |
20 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
17029071 |
suiker en melasse, gekaramelliseerd, in droge toestand, ≥ 50 gewichtspercenten sacharose bevattend |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
OS |
|
|
17029075 |
suiker en melasse, gekaramelliseerd, in droge toestand < 50 gewichtspercenten sacharose bevattend, in poeder, ook indien geagglomereerd |
27,7 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
17029079 |
suiker en melasse, gekaramelliseerd, in droge toestand < 50 gewichtspercenten sacharose bevattend (m.u.v. suiker en melasse in poeder, ook indien geagglomereerd) |
19,2 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
17029080 |
inulinestroop, onmiddellijk na hydrolyse van inuline of oligofructose verkregen, bevattende, in droge toestand, ≥ 10 doch ≤ 50 gewichtspercenten vrije fructose of fructose in de vorm van sacharose |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
7 |
|
|
17029095 |
suiker in vaste vorm, invertsuiker daaronder begrepen, en suiker en suikerstroop, in droge toestand 50 gewichtspercenten fructose bevattend, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen (m.u.v. rietsuiker, beetwortelsuiker, chemisch zuivere sacharose en maltose, lactose, ahornsuiker, glucose, fructose, maltodextrine en stroop daarvan, isoglucose, inulinestroop en karamel) |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
OS |
|
|
17031000 |
melasse van rietsuiker verkregen bij de extractie of de raffinage van suiker |
0,35 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
17039000 |
melasse van beetwortelsuiker verkregen bij de extractie of de raffinage van suiker |
0,35 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
17041010 |
kauwgom, ook indien bedekt met een laagje suiker, met een sacharosegehalte, incl. het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, van < 60 gewichtspercenten |
6,2 + 27,1 EUR/100 kg/net MAX 17,9 |
10 |
|
|
17041090 |
kauwgom, ook indien bedekt met een laagje suiker, met een sacharosegehalte, incl. het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, van ≥ 60 gewichtspercenten |
6,3 + 30,9 EUR/100 kg/net MAX 18,2 |
10 |
|
|
17049010 |
zoethoutextract (drop), bevattende > 10 gewichtspercenten sacharose (m.u.v. die met andere toegevoegde stoffen) |
13,4 |
10 |
|
|
17049030 |
witte chocolade |
9,1 + 45,1 EUR/100 kg/net MAX 18,9 + 16,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
17049051 |
pasta’s en spijs, incl. marsepein, in onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van ≥ 1 kg |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049055 |
keelpastilles en hoestbonbons |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049061 |
dragees en dergelijke met een suikerlaag omhulde artikelen, cacaoloos |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049065 |
gom- en geleiproducten, incl. vruchtenpasta’s toebereid als suikergoed |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049071 |
zuurtjes en dergelijk hardgekookt suikerwerk, ook indien gevuld |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049075 |
karamels, toffees en dergelijke |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049081 |
cacaoloos suikerwerk, verkregen door samenpersing, ook indien vervaardigd met bindmiddelen (m.u.v. kauwgom; witte chocolade; keelpastilles, hoestbonbons; gom- en geleiproducten, incl. vruchtenpasta’s toebereid als suikergoed; zuurtjes en dergelijk hardgekookt suikerwerk, ook indien gevuld; karamels, toffees en dergelijke; marsepein in onmiddellijke verpakking van ≥ 1 kg) |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
17049099 |
pasta’s en spijs, marsepein, noga en ander suikerwerk zonder cacao (m.u.v. kauwgom; witte chocolade; keelpastilles en hoestbonbons; gom- en geleiproducten, vruchtenpasta’s toebereid als suikergoed daaronder begrepen; zuurtjes en dergelijk hardgekookt suikerwerk; karamels, toffees en dergelijke; suikerwerk verkregen door samenpersing; pasta’s en spijs, marsepein daaronder begrepen, in onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van ≥ 1 kg) |
9 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18010000 |
cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand |
Vrij |
0 |
|
|
18020000 |
cacaodoppen, cacaoschillen, cacaovliezen en andere afvallen van cacao |
Vrij |
0 |
|
|
18031000 |
cacaopasta (m.u.v. ontvette cacaopasta) |
9,6 |
10 |
|
|
18032000 |
cacaopasta, geheel of gedeeltelijk ontvet |
9,6 |
10 |
|
|
18040000 |
cacaoboter, cacaovet en cacao-olie |
7,7 |
10 |
|
|
18050000 |
cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen |
8 |
10 |
|
|
18061015 |
cacaopoeder waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, geen sacharose bevattend of met een sacharosegehalte, incl. het als sacharose berekende gehalte aan invertsuiker of een als sacharose berekend isoglucosegehalte van < 5 gewichtspercenten |
8 |
10 |
|
|
18061020 |
cacaopoeder waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, met een sacharosegehalte, incl. het als sacharose berekende gehalte aan invertsuiker of een als sacharose berekend isoglucosegehalte van ≥ 5 gewichtspercenten, doch < 65 gewichtspercenten |
8 + 25,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
18061030 |
cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van ≥ 65 doch < 80 gewichtspercenten |
8 + 31,4 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
18061090 |
cacaopoeder waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, geen sacharose bevattend of met een sacharosegehalte, incl. het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van ≥ 80 gewichtspercenten |
8 + 41,9 EUR/100 kg/net |
OS |
|
|
18062010 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van > 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg, met een gehalte aan cacaoboter en van melk afkomstige vetstoffen van ≥ 31 gewichtspercenten (m.u.v. cacaopoeder) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18062030 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van > 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in verpakkingen met een inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg, met een totaalgehalte aan cacaoboter en van melk afkomstige vetstoffen van ≥ 25 doch < 31 gewichtspercenten (m.u.v. cacaopoeder) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18062050 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van > 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen met een inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg, met een gehalte aan cacaoboter van ≥ 18 doch < 31 gewichtspercenten (m.u.v. cacaopoeder) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18062070 |
zogenaamde “chocolate milk crumb” in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg |
15,4 + EA |
10 |
|
|
18062080 |
cacaofantasie, in recipiënten of in andere verpakkingen met een inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18062095 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van > 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van > 2 kg, met een gehalte aan cacaoboter van < 18 gewichtspercenten |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18063100 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, in de vorm van tabletten, staven of repen, met een gewicht van ≤ 2 kg, gevuld |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18063210 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, in de vorm van tabletten, staven of repen, met een gewicht van ≤ 2 kg, met toegevoegde granen, noten of andere vruchten, ongevuld |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18063290 |
chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, in de vorm van tabletten, staven of repen, met een gewicht van ≤ 2 kg, ongevuld (m.u.v. die met toegevoegde granen, noten of andere vruchten) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069011 |
chocolade en chocoladewerken in de vorm van bonbons of pralines, alcohol bevattend |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069019 |
chocolade en chocoladewerken in de vorm van bonbons of pralines, ook indien gevuld (m.u.v. die welke alcohol bevatten) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069031 |
chocolade en chocoladewerken, gevuld (m.u.v. die in de vorm van tabletten, staven of repen en m.u.v. bonbons of pralines) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069039 |
chocolade en chocoladewerken, ongevuld (m.u.v. die in de vorm van tabletten, staven of repen) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069050 |
suikerwerk en overeenkomstige bereidingen op basis van suiker vervangende stoffen, die cacao bevatten |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069060 |
boterhampasta die cacao bevat |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069070 |
bereidingen voor dranken, die cacao bevatten |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
18069090 |
bereidingen voor menselijke consumptie, die cacao bevatten, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 2 kg (m.u.v. chocolade, bonbons of pralines en andere chocoladewerken, suikerwerk dat cacao bevat, boterhampasta, bereidingen voor dranken en cacaopoeder) |
8,3 + EA MAX 18,7 + AD S/Z |
10 |
|
|
19011000 |
bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, van meel, gort, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of < 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, n.e.g.; en van melk, room, karnemelk, gestremde melk en room, wei, yoghurt, kefir en dergelijke producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of < 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, n.e.g. |
7,6 + EA |
IF |
|
|
19012000 |
mengsels en deeg van meel, gort, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of < 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, n.e.g., en mengsels en deeg van melk, room, karnemelk, gestremde melk en room, wei, yoghurt, kefir en dergelijke producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of < 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, n.e.g., voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905 |
7,6 + EA |
10 |
|
|
19019011 |
moutextract met een gehalte aan droge stof van ≥ 90 gewichtspercenten |
5,1 + 18 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
19019019 |
moutextract met een gehalte aan droge stof van < 90 gewichtspercenten |
5,1 + 14,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
19019091 |
bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gort, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of < 1,5 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen bevattend, geen of < 5 gewichtspercenten sacharose (incl. het gehalte aan invertsuiker), isoglucose, glucose of zetmeel bevattend en geen of < 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis (m.u.v. die voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, en die in de vorm van poeder van melk, room, karnemelk, gestremde melk en room, wei, yoghurt, kefir en dergelijke producten bedoeld bij de posten 0401 t/m 0404 en m.u.v. mengsels en deeg, voor de bereiding van bakkerswaren, en moutextract) |
12,8 |
10 |
|
|
19019099 |
bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of < 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, en bereidingen voor menselijke consumptie van melk, room, karnemelk, gestremde melk en room, wei, yoghurt, kefir en dergelijke producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of < 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, n.e.g. (m.u.v. die voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein en m.u.v. moutextract, mengsels en deeg, voor de bereiding van bakkerswaren, en goederen bedoeld bij onderverdeling 1901.90.91) |
7,6 + EA |
10/OS ≥ 70 % |
|
|
19021100 |
deegwaren waarin ei is verwerkt (m.u.v. gekookte, gevulde of op andere wijze bereide deegwaren) |
7,7 + 24,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19021910 |
deegwaren zonder ei, zonder gries, griesmeel of meel van zachte tarwe (m.u.v. gekookte, gevulde of op andere wijze bereide deegwaren) |
7,7 + 24,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19021990 |
deegwaren zonder ei, doch meel, gries of griesmeel van zachte tarwe bevattend (m.u.v. gekookte, gevulde of op andere wijze bereide deegwaren) |
7,7 + 21,1 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19022010 |
met vlees of andere zelfstandigheden gevulde deegwaren, ook indien gekookt of op andere wijze bereid, bevattende > 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren |
8,5 |
4 |
|
|
19022030 |
met vlees of andere zelfstandigheden gevulde deegwaren, ook indien gekookt of op andere wijze bereid, bevattende > 20 gewichtspercenten worst, vlees of slachtafvallen van alle soorten, incl. vet van alle soorten of oorsprong |
54,3 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19022091 |
met vlees of andere zelfstandigheden gevulde deegwaren, gekookt (m.u.v. deegwaren bevattende > 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren of > 20 gewichtspercenten worst, vlees of slachtafvallen van alle soorten, incl. vet van alle soorten of oorsprong) |
8,3 + 6,1 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19022099 |
met vlees of andere zelfstandigheden gevulde deegwaren, ook op andere wijze bereid (m.u.v. gekookte of gebakken deegwaren en m.u.v. deegwaren bevattende > 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren of > 20 gewichtspercenten worst, vlees of slachtafvallen van alle soorten, incl. vet van alle soorten of oorsprong) |
8,3 + 17,1 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19023010 |
gedroogde deegwaren (m.u.v. gevulde deegwaren) |
6,4 + 24,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19023090 |
deegwaren, gekookt of andere wijze bereid (m.u.v. gevulde of gedroogde deegwaren) |
6,4 + 9,7 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19024010 |
koeskoes (m.u.v. bereide koeskoes) |
7,7 + 24,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19024090 |
koeskoes, gekookt of op andere wijze bereid |
6,4 + 9,7 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19030000 |
tapioca en soortgelijke producten bereid uit zetmeel, in de vorm van vlokken, korrels, parels en dergelijke |
6,4 + 15,1 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19041010 |
graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren, op basis van mais |
3,8 + 20 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19041030 |
rijstpreparaten verkregen door poffen of door roosteren |
5,1 + 46 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19041090 |
graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren (m.u.v. die op basis van mais of rijst) |
5,1 + 33,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19042010 |
bereidingen van de soort muesli, op basis van niet geroosterde graanvlokken |
9 + EA |
7 |
|
|
19042091 |
bereidingen voor menselijke consumptie verkregen uit ongeroosterde graanvlokken of uit mengsels van ongeroosterde graanvlokken en geroosterde graanvlokken of gepofte granen, op basis van mais (m.u.v. die van de soort muesli, op basis van niet-geroosterde graanvlokken) |
3,8 + 20 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19042095 |
bereidingen voor menselijke consumptie verkregen uit ongeroosterde graanvlokken of uit mengsels van ongeroosterde graanvlokken en geroosterde graanvlokken of gepofte granen, op basis van rijst (m.u.v. die van de soort muesli, op basis van niet-geroosterde graanvlokken) |
5,1 + 46 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19042099 |
bereidingen voor menselijke consumptie verkregen uit ongeroosterde graanvlokken of uit mengsels van ongeroosterde graanvlokken en geroosterde graanvlokken of gepofte granen (m.u.v. die op basis van mais of rijst en die van de soort muesli, op basis van niet-geroosterde graanvlokken) |
5,1 + 33,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19043000 |
bulgurtarwe, in de vorm van bewerkte korrels, verkregen door koken van harde-tarwekorrels |
8,3 + 25,7 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19049010 |
rijst, voorgekookt of op andere wijze bereid, n.e.g. (m.u.v. meel, gries en griesmeel, bereidingen voor menselijke consumptie verkregen door poffen of door roosteren of uit ongeroosterde graanvlokken of uit mengsels van ongeroosterde graanvlokken en geroosterde graanvlokken of gepofte granen) |
8,3 + 46 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19049080 |
granen in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels, voorgekookt of op andere wijze bereid, n.e.g. (m.u.v. rijst, mais, meel, gort, gries en griesmeel, preparaten verkregen door poffen of roosteren, bereidingen voor menselijke consumptie verkregen uit ongeroosterde graanvlokken en bereidingen voor menselijke consumptie verkregen uit mengsels van ongeroosterde graanvlokken en geroosterde graanvlokken of gepofte granen, en bulgurtarwe) |
8,3 + 25,7 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19051000 |
bros gebakken brood, zogenaamd knäckebröd |
5,8 + 13 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19052010 |
ontbijtkoek, ook indien deze cacao bevat, met een sacharosegehalte, incl. het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, van < 30 gewichtspercenten |
9,4 + 18,3 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19052030 |
ontbijtkoek, ook indien deze cacao bevat, met een sacharosegehalte, incl. het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, van ≥ 30 doch < 50 gewichtspercenten |
9,8 + 24,6 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19052090 |
ontbijtkoek, ook indien deze cacao bevat, met een sacharosegehalte, incl. het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, van ≥ 50 gewichtspercenten |
10,1 + 31,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19053111 |
koekjes en biscuits, gezoet, ook indien cacao bevattend, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten, in een onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van ≤ 85 g |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053119 |
koekjes en biscuits, gezoet, ook indien cacao bevattend, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten, in een onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van > 85 g |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053130 |
koekjes en biscuits, gezoet, ook indien cacao bevattend, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≥ 8 gewichtspercenten (m.u.v. koekjes en biscuits, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053191 |
dubbele koekjes of biscuits, gezoet, met tussenlaag, ook indien cacao bevattend, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van < 8 gewichtspercenten (m.u.v. koekjes en biscuits, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053199 |
koekjes en biscuits, gezoet, ook indien cacao bevattend, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van < 8 gewichtspercenten (m.u.v. koekjes en biscuits, bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten; dubbele koekjes of biscuits, met tussenlaag) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053205 |
wafels en wafeltjes met een watergehalte van > 10 gewichtspercenten |
9 + EA MAX 20,7 + AD F/M |
7 |
|
|
19053211 |
wafels en wafeltjes, ook indien cacao bevattend, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten, in een onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van ≤ 85 g (m.u.v. die met een watergehalte van > 10 gewichtspercenten) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053219 |
wafels en wafeltjes, ook indien cacao bevattend, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten (m.u.v. die in een onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van ≤ 85 g en m.u.v. van wafels en wafeltjes met een watergehalte van > 10 gewichtspercenten) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19053291 |
wafels en wafeltjes, gezouten, ook indien gevuld (m.u.v. wafels en wafeltjes met een watergehalte van > 10 gewichtspercenten) |
9 + EA MAX 20,7 + AD F/M |
7 |
|
|
19053299 |
wafels en wafeltjes, ook indien deze producten cacao bevatten, ook indien gevuld (m.u.v. wafels en wafeltjes, geheel of gedeeltelijk bedekt met chocolade of met andere bereidingen die cacao bevatten, en die met een watergehalte van > 10 gewichtspercenten) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19054010 |
beschuit |
9,7 + EA |
7 |
|
|
19054090 |
geroosterd brood en dergelijke geroosterde producten (m.u.v. beschuit) |
9,7 + EA |
7 |
|
|
19059010 |
matses |
3,8 + 15,9 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19059020 |
ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten, van meel of van zetmeel |
4,5 + 60,5 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
19059030 |
brood zonder toegevoegde honig, eieren, kaas of vruchten, met een gehalte aan suikers en aan vetstoffen van elk ≤ 5 gewichtspercenten, berekend op de droge stof |
9,7 + EA |
7 |
|
|
19059045 |
koekjes en biscuits, ongezoet |
9 + EA MAX 20,7 + AD F/M |
7 |
|
|
19059055 |
geëxtrudeerde en geëxpandeerde producten, gezouten of gearomatiseerd (m.u.v. knäckebröd, beschuit, geroosterd brood en dergelijke geroosterde producten) |
9 + EA MAX 20,7 + AD F/M |
7 |
|
|
19059060 |
taart, krenten- en rozijnenbrood, panettone, baisers, kerststollen, croissants en andere gezoete bakkerswaren (m.u.v. bros gebakken brood, zogenaamd knäckebröd, ontbijtkoek, koekjes en biscuits, wafels en wafeltjes en beschuit) |
9 + EA MAX 24,2 + AD S/Z |
7 |
|
|
19059090 |
pizza’s, quiches en andere ongezoete bakkerswaren (m.u.v. bros gebakken brood, zogenaamd knäckebröd, koekjes en biscuits, wafels en wafeltjes, beschuit en dergelijke geroosterde producten, brood, ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen en plakouwels) |
9 + EA MAX 20,7 + AD F/M |
7 |
|
|
20011000 |
komkommers en augurken, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
17,6 |
10 |
|
|
20019010 |
mangochutney, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
Vrij |
0 |
|
|
20019020 |
scherpsmakende vruchten van het geslacht Capsicum, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
5 |
0 |
|
|
20019030 |
suikermais Zea Mays var. saccharata, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
5,1 + 9,4 EUR/100 kg/net |
SC |
PY |
|
20019040 |
broodwortelen, zoete aardappelen (bataten) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van ≥ 5 gewichtspercenten, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
8,3 + 3,8 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20019050 |
paddenstoelen, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur |
16 |
10 |
|
|
20019065 |
olijven, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
16 |
10 |
|
|
20019070 |
niet-scherpsmakende pepers, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur |
16 |
10 |
|
|
20019092 |
palmharten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur |
10 |
4 |
|
|
20019097 |
groenten, vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur (m.u.v. komkommers, augurken, mangochutney, scherpsmakende vruchten (Capsicum), suikermais, broodwortelen, bataten en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van ≥ 5 gewichtspercenten, paddenstoelen, palmharten, olijven, niet-scherpsmakende pepers, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten) |
16 |
10 |
|
|
20021010 |
pepelde tomaten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, geheel of in stukken |
14,4 |
7 |
|
|
20021090 |
ongepelde tomaten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, geheel of in stukken |
14,4 |
7 |
|
|
20029011 |
tomaten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, met een gehalte aan droge stof van < 12 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. tomaten, geheel of in stukken) |
14,4 |
7 |
|
|
20029019 |
tomaten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, met een gehalte aan droge stof van < 12 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. tomaten, geheel of in stukken) |
14,4 |
7 |
|
|
20029031 |
tomaten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, met een gehalte aan droge stof van ≥ 12 doch ≤ 30 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. tomaten, geheel of in stukken) |
14,4 |
7 |
|
|
20029039 |
tomaten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, met een gehalte aan droge stof van ≤ 12 doch ≤ 30 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. tomaten, geheel of in stukken) |
14,4 |
7 |
|
|
20029091 |
tomaten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, met een gehalte aan droge stof van > 30 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. tomaten, geheel of in stukken) |
14,4 |
7 |
|
|
20029099 |
tomaten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, met een gehalte aan droge stof van > 30 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. tomaten, geheel of in stukken) |
14,4 |
7 |
|
|
20031020 |
paddenstoelen van het geslacht Agaricus, zonder azijn of azijnzuur voorlopig verduurzaamd, volledig gekookt |
18,4 + 191 EUR/100 kg/net eda |
7 |
|
|
20031030 |
paddenstoelen van het geslacht Agaricus, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur (m.u.v. die welke volledig gekookt, doch slechts voorlopig verduurzaamd zijn) |
18,4 + 222 EUR/100 kg/net eda |
7 |
|
|
20039010 |
truffels, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur |
14,4 |
7 |
|
|
20039090 |
paddenstoelen, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur (m.u.v. die van het geslacht Agaricus) |
18,4 |
10 |
|
|
20041010 |
aardappelen, enkel gekookt of gebakken, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
20041091 |
aardappelen, bereid of verduurzaamd in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken, bevroren |
7,6 + EA |
7 |
|
|
20041099 |
aardappelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren (m.u.v. enkel gekookt of gebakken aardappelen en aardappelen in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken) |
17,6 |
7 |
|
|
20049010 |
suikermais (Zea mays var. saccharata), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren |
5,1 + 9,4 EUR/100 kg/net |
SC |
|
|
20049030 |
zuurkool, kappers en olijven, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren |
16 |
10 |
|
|
20049050 |
erwten (Pisum sativum) en bonen in de dop (Phaseolus spp.), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren |
19,2 |
10 |
|
|
20049091 |
uien, enkel gekookt of gebakken, bevroren |
14,4 |
7 |
|
|
20049098 |
groenten en mengsels van groenten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, bevroren (niet gekonfijt met suiker en m.u.v. tomaten, paddenstoelen, truffels, aardappelen, suikermais (Zea mays var. saccharata), zuurkool, kappers, olijven, erwten (Pisum sativum), bonen in de dop (Phaseolus spp.) en enkel gekookt of gebakken uien, niet gemengd) |
17,6 |
10 |
|
|
20051000 |
groenten in de vorm van fijn gehomogeniseerde bereidingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g (m.u.v. tomaten, paddenstoelen en truffels) |
17,6 |
10 |
|
|
20052010 |
aardappelen in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken (niet bevroren) |
8,8 + EA |
7 |
|
|
20052020 |
aardappelen in schijfjes, gebakken, ook indien gezouten of gearomatiseerd, luchtdicht verpakt, geschikt voor onmiddellijk verbruik (niet bevroren) |
14,1 |
7 |
|
|
20052080 |
aardappelen, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur (niet bevroren en m.u.v. aardappelen in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken of die in schijfjes, gebakken, ook indien gezouten of gearomatiseerd, luchtdicht verpakt, geschikt voor onmiddellijk verbruik) |
14,1 |
7 |
|
|
20054000 |
erwten (Pisum sativum), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
19,2 |
10 |
|
|
20055100 |
bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.), gedopt, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
17,6 |
10 |
|
|
20055900 |
bonen (Vigna spp., Phaseolus spp., ongedopt, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
19,2 |
10 |
|
|
20056000 |
asperges (op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur en niet bevroren) |
17,6 |
10 |
|
|
20057000 |
olijven (op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur en niet bevroren) |
12,8 |
7 |
|
|
20058000 |
suikermais (Zea Mays var. saccharata), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
5,1 + 9,4 EUR/100 kg/net |
SC |
|
|
20059100 |
bamboescheuten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
17,6 |
10 |
|
|
20059910 |
scherpsmakende vruchten van het geslacht Capsicum, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren, (m.u.v. niet-scherpsmakende pepers) |
6,4 |
4 |
|
|
20059920 |
kappers, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
16 |
10 |
|
|
20059930 |
artisjokken, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
17,6 |
10 |
|
|
20059950 |
mengsels van groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur (niet bevroren) |
17,6 |
10 |
|
|
20059960 |
zuurkool (m.u.v. bevroren zuurkool) |
16 |
10 |
|
|
20059980 |
groenten, bereid of verduurzaamd zonder azijn of azijnzuur, niet bevroren en niet gekonfijt met suiker (m.u.v. gehomogeniseerde groenten als bedoeld bij onderverdeling 2005.10, tomaten, paddenstoelen, truffels, aardappelen, zuurkool, erwten (Pisum sativum), bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.), asperges, olijven, suikermais (Zea mays var. saccharata), bamboescheuten, scherpsmakende vruchten van het geslacht Capsicum, kappers, artisjokken, wortelen en mengsels van groenten) |
17,6 |
10 |
|
|
20060010 |
gember, gekonfijt met suiker, uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd |
Vrij |
0 |
|
|
20060031 |
kersen, gekonfijt met suiker, uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
20 + 23,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20060035 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, geconfijt met suiker, uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
12,5 + 15 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20060038 |
groenten, vruchten, vruchtenschillen en andere eetbare plantendelen, gekonfijt met suiker (uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd), met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten (m.u.v. kersen, gember, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten) |
20 + 23,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20060091 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, geconfijt met suiker, uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd, met een suikergehalte van ≤ 13 gewichtspercenten |
12,5 |
7 |
|
|
20060099 |
groenten, vruchten, vruchtenschillen en andere eetbare plantendelen, gekonfijt met suiker (uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd), met een suikergehalte van ≤ 13 gewichtspercenten (m.u.v. kersen, gember, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten) |
20 |
10 |
|
|
20071010 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, in de vorm van fijn gehomogeniseerde vruchten, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
24 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20071091 |
jam, gelei, marmelade, moes en pasta, van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, door koken of stoven verkregen, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in de vorm van fijn gehomogeniseerde vruchten, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
15 |
7 |
|
|
20071099 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en -pasta, door koken of stoven verkregen, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in de vorm van fijn gehomogeniseerde vruchten, opgemaakt voor de verkoop in het klein als kinder- of dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en die van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
24 |
10 |
|
|
20079110 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, van frambozen, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van meer > 30 gewichtspercenten (m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
20 + 23 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079130 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, van citrusvruchten, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 13 doch ≤ 30 gewichtspercenten (m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
20 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079190 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, van citrusvruchten, door koken of stoven verkregen, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
21,6 |
10 |
|
|
20079910 |
pruimenmoes en pruimenpasta, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 30 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 100 kg en bestemd voor industriële verwerking |
22,4 |
10 |
|
|
20079920 |
kastanjepasta (“crème de marrons”), door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
24 + 19,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079931 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, van kersen, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
24 + 23 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079933 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, van aardbeien, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
24 + 23 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079935 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, van frambozen, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
24 + 23 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079939 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. die van frambozen, aardbeien, kersen en citrusvruchten en m.u.v. kastanjepasta (“crème de marrons”), gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10, en pruimenmoes en pruimenpasta, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 100 kg en bestemd voor industriële verwerking) |
24 + 23 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079950 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met een suikergehalte van > 13 doch ≤ 30 gewichtspercenten (m.u.v. dergelijke producten gemaakt van citrusvruchten en gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
24 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20079993 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en -pasta, van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, door koken of stoven verkregen, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (m.u.v. die met > 13 gewichtspercenten suiker en m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen bedoeld bij onderverdeling 2007.10) |
15 |
7 |
|
|
20079997 |
jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten, m.u.v. gehomogeniseerde bereidingen als bedoeld bij onderverdeling 2007.10 en m.u.v. guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten en citrusvruchten) |
24 |
10 |
|
|
20081110 |
pindakaas |
12,8 |
10 |
|
|
20081191 |
grondnoten, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. gebrande grondnoten; die gekonfijt met suiker; pindakaas) |
11,2 |
7 |
|
|
20081196 |
grondnoten, gebrand, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking ≤ 1 kg |
12 |
7 |
|
|
20081198 |
grondnoten, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. gebrande grondnoten; die gekonfijt met suiker; pindakaas) |
12,8 |
7 |
|
|
20081911 |
kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, incl. mengsels met guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. verduurzaamd met suiker) |
7 |
4 |
|
|
20081913 |
amandelen en pimpernoten (pistaches), gebrand, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
9 |
4 |
|
|
20081919 |
noten en andere zaden, incl. mengsels, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur; die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; grondnoten; gebrande amandelen en pimpernoten (pistaches); kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, incl. mengsels daarvan met een gehalte aan tropische noten van ≥ 50 gewichtspercenten) |
11,2 |
7 |
|
|
20081991 |
kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, incl. mengsels met guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
8 |
4 |
|
|
20081993 |
amandelen en pimpernoten (pistaches), gebrand, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
10,2 |
7 |
|
|
20081995 |
noten, gebrand, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. grondnoten; amandelen en pimpernoten (pistaches); kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten) |
12 |
7 |
|
|
20081999 |
noten en andere zaden, incl. mengsels, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. die bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur; die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; grondnoten; gebrande noten; kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten en macadamianoten, incl. mengsels met een gehalte aan deze tropische noten van ≥ 50 gewichtspercenten) |
12,8 |
7 |
|
|
20082011 |
ananas, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 17 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 + 2,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20082019 |
ananas, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 17 gewichtspercenten) |
25,6 |
7 |
|
|
20082031 |
ananas, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 19 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
25,6 + 2,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20082039 |
ananas, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 19 gewichtspercenten) |
25,6 |
7 |
|
|
20082051 |
ananas, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 17 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
19,2 |
10 |
|
|
20082059 |
ananas, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 13 doch ≤ 17 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20082071 |
ananas, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 19 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
20,8 |
10 |
|
|
20082079 |
ananas, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 13 doch ≤ 19 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
19,2 |
10 |
|
|
20082090 |
ananas, bereid of verduurzaamd (m.u.v. ananas met toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker) |
18,4 |
10 |
|
|
20083011 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas |
25,6 |
10 |
|
|
20083019 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20083031 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
24 |
10 |
|
|
20083039 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20083051 |
partjes van pompelmoezen en van pomelo’s, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
15,2 |
10 |
|
|
20083055 |
mandarijnen, incl. tangerines en satsuma’s, clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
18,4 |
10 |
|
|
20083059 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. mandarijnen, tangerines, satsuma’s, clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten en m.u.v. partjes van pompelmoezen en van pomelo’s) |
17,6 |
10 |
|
|
20083071 |
partjes van pompelmoezen en van pomelo’s, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
15,2 |
10 |
|
|
20083075 |
mandarijnen, incl. tangerines en satsuma’s, clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20083079 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. mandarijnen, tangerines, satsuma’s, clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten en m.u.v. partjes van pompelmoezen en van pomelo’s) |
20,8 |
10 |
|
|
20083090 |
citrusvruchten, bereid of verduurzaamd (m.u.v. citrusvruchten met toegevoegde alcohol of met toegevoegde suiker) |
18,4 |
10 |
|
|
20084011 |
peren, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 |
10 |
|
|
20084019 |
peren, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20084021 |
peren, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
24 |
10 |
|
|
20084029 |
peren, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20084031 |
peren, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20084039 |
peren, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20084051 |
peren, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20084059 |
peren, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van ≤ 13 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
16 |
10 |
|
|
20084071 |
peren, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
19,2 |
10 |
|
|
20084079 |
peren, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van ≤ 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20084090 |
peren, bereid of verduurzaamd (m.u.v. peren met toegevoegde alcohol of met toegevoegde suiker) |
16,8 |
10 |
|
|
20085011 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 |
10 |
|
|
20085019 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20085031 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
24 |
10 |
|
|
20085039 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20085051 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20085059 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20085061 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
19,2 |
10 |
|
|
20085069 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 9 doch ≤ 13 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20085071 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
20,8 |
10 |
|
|
20085079 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 9 doch ≤ 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
19,2 |
10 |
|
|
20085092 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≥ 5 kg |
13,6 |
7 |
|
|
20085098 |
abrikozen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van < 5 kg |
18,4 |
10 |
|
|
20086011 |
kersen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas |
25,6 |
10 |
|
|
20086019 |
kersen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20086031 |
kersen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
24 |
10 |
|
|
20086039 |
kersen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20086050 |
kersen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20086060 |
kersen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
20,8 |
10 |
|
|
20086070 |
kersen, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≥ 4,5 kg |
18,4 |
10 |
|
|
20086090 |
kersen, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van < 4,5 kg |
18,4 |
10 |
|
|
20087011 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 |
7 |
|
|
20087019 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20087031 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
24 |
7 |
|
|
20087039 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
25,6 |
7 |
|
|
20087051 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van >15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20087059 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. die met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten) |
25,6 |
7 |
|
|
20087061 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
19,2 |
7 |
|
|
20087069 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 9 doch ≤ 13 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
7 |
|
|
20087071 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
19,2 |
7 |
|
|
20087079 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, met een suikergehalte van > 9 doch ≤ 15 gewichtspercenten, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
17,6 |
7 |
|
|
20087092 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≥ 5 kg |
15,2 |
7 |
|
|
20087098 |
perziken (nectarines daaronder begrepen), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van < 5 kg |
18,4 |
7 |
|
|
20088011 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas |
25,6 |
10 |
|
|
20088019 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20088031 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
24 |
10 |
|
|
20088039 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas |
25,6 |
10 |
|
|
20088050 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20088070 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
20,8 |
10 |
|
|
20088090 |
aardbeien, bereid of verduurzaamd (m.u.v. aardbeien met toegevoegde alcohol of met toegevoegde suiker) |
18,4 |
10 |
|
|
20089100 |
palmharten, bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol (m.u.v. die bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur) |
10 |
4 |
|
|
20089311 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcoholgehalte van ≤ 11,85 mas (m.u.v. verduurzaamd met suiker, maar zonder toevoeging van siroop, jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
25,6 |
10 |
|
|
20089319 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcoholgehalte van > 11,85 mas (m.u.v. verduurzaamd met suiker, maar zonder toevoeging van siroop, jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20089321 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van ≤ 9 gewichtspercenten en met een effectief alcoholgehalte van ≤ 11,85 mas (m.u.v. verduurzaamd met suiker, maar zonder toevoeging van siroop, jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
24 |
10 |
|
|
20089329 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van ≤ 9 gewichtspercenten en met een effectief alcoholgehalte van > 11,85 mas (m.u.v. verduurzaamd met suiker, maar zonder toevoeging van siroop, jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
25,6 |
10 |
|
|
20089391 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. verduurzaamd met suiker, maar zonder toevoeging van siroop, jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
17,6 |
10 |
|
|
20089393 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. verduurzaamd met suiker, maar zonder toevoeging van siroop, jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
20,8 |
10 |
|
|
20089399 |
veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol en zonder toegevoegde suiker (m.u.v. jam, gelei, marmelade, puree en pasta, verkregen door koken) |
18,4 |
10 |
|
|
20089712 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas |
16 |
10 |
|
|
20089714 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20 met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; mengsels van grondnoten en andere zaden) |
25,6 |
10 |
|
|
20089716 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas |
16 + 2,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20089718 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20 met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; mengsels van grondnoten en andere zaden) |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20089732 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
15 |
7 |
|
|
20089734 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten; mengsels van noten, tropische vruchten en met een gehalte aan tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20 van ≥ 50 gewichtspercenten; mengsels van grondnoten en andere zaden) |
24 |
10 |
|
|
20089736 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van niet meer dan 11,85 % mas, toegevoegde suiker bevattend |
16 |
10 |
|
|
20089738 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten; mengsels van noten, tropische vruchten en met een gehalte aan tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20 van ≥ 50 gewichtspercenten; mengsels van grondnoten en andere zaden) |
25,6 |
10 |
|
|
20089751 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
11 |
7 |
|
|
20089759 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20, met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; grondnoten en andere zaden; bereidingen van de soort muesli op basis van niet-geroosterde graanvlokken bedoeld bij onderverdeling 1904.20.10) |
17,6 |
10 |
|
|
20089772 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, waarin het gewicht van geen van de daarin aanwezige vruchtensoorten > 50 gewichtspercenten van het totaal gewicht van de vruchten is, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
8,5 |
4 |
|
|
20089774 |
mengsels van vruchten waarin het gewicht van geen van de daarin aanwezige vruchtensoorten > 50 gewichtspercenten van het totale gewicht van de vruchten is, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20, met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; grondnoten en andere zaden; bereidingen van de soort muesli op basis van niet-geroosterde graanvlokken bedoeld bij onderverdeling 1904.20.10) |
13,6 |
7 |
|
|
20089776 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. mengsels waarin het gewicht van geen van de daarin aanwezige vruchtensoorten > 50 gewichtspercenten van het totaal gewicht van de vruchten is) |
12 |
7 |
|
|
20089778 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20, met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; grondnoten en andere zaden; mengsels waarin het gewicht van geen van de daarin aanwezige vruchtensoorten > 50 gewichtspercenten van het totaal gewicht van de vruchten is; bereidingen van de soort muesli op basis van niet-geroosterde graanvlokken bedoeld bij onderverdeling 1904.20.10) |
19,2 |
10 |
|
|
20089792 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol en zonder toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≥ 5 kg |
11,5 |
7 |
|
|
20089793 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 5 kg (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20, met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; grondnoten en andere zaden; bereidingen van de soort muesli op basis van niet-geroosterde graanvlokken bedoeld bij onderverdeling 1904.2010) |
18,4 |
10 |
|
|
20089794 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol en zonder toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≥ 4,5 doch < 5 kg |
11,5 |
7 |
|
|
20089796 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 4,5 kg (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20, met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; grondnoten en andere zaden; bereidingen van de soort muesli op basis van niet-geroosterde graanvlokken bedoeld bij onderverdeling 1904.20.10) |
18,4 |
10 |
|
|
20089797 |
mengsels van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, incl. mengsels bevattende ≥ 50 gewichtspercenten van deze vruchten, en kokosnoten, cashewnoten, paranoten, arecanoten (betelnoten), colanoten, macadamianoten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol en zonder toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van < 4,5 kg |
11,5 |
7 |
|
|
20089798 |
mengsels van vruchten of van andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 4,5 kg (m.u.v. mengsels van noten, tropische vruchten en tropische vruchten/noten overeenkomstig aanvullende aantekeningen 7 en 8 bij hoofdstuk 20, met een gehalte van ≥ 50 gewichtspercenten; grondnoten en andere zaden; bereidingen van de soort muesli op basis van niet-geroosterde graanvlokken bedoeld bij onderverdeling 1904.20.10) |
18,4 |
10 |
|
|
20089911 |
gember, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas |
10 |
4 |
|
|
20089919 |
gember, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas |
16 |
10 |
|
|
20089921 |
druiven, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten |
25,6 + 3,8 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20089923 |
druiven, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van ≤ 13 gewichtspercenten (m.u.v. die met een suikergehalte van > 13 gewichtspercenten) |
25,6 |
10 |
|
|
20089924 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11.85 % mas |
16 |
10 |
|
|
20089928 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; gember; druiven; guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
25,6 |
10 |
|
|
20089931 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van > 11.85 % mas |
16 + 2,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20089934 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten en met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; gember; druiven; guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
25,6 + 4,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20089936 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
15 |
7 |
|
|
20089937 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van ≤ 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; gember; druiven; guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
24 |
10 |
|
|
20089938 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten) |
16 |
10 |
|
|
20089940 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, met toegevoegde alcohol, met een effectief alcohol-massagehalte van > 11,85 % mas (m.u.v. die met een suikergehalte van > 9 gewichtspercenten; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; gember; druiven; guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
25,6 |
10 |
|
|
20089941 |
gember, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
Vrij |
0 |
|
|
20089943 |
druiven, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
19,2 |
10 |
|
|
20089945 |
pruimen, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
17,6 |
10 |
|
|
20089948 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg |
11 |
7 |
|
|
20089949 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 1 kg (m.u.v. die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; gember; druiven; pruimen; guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
17,6 |
10 |
|
|
20089951 |
gember, bereid of verduurzaamd, alcoholvrij, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
Vrij |
0 |
|
|
20089963 |
guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. mengsels) |
13 |
7 |
|
|
20089967 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, doch met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg (m.u.v. die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; gember; guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
20,8 |
10 |
|
|
20089972 |
pruimen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, zonder toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≥ 5 kg |
15,2 |
10 |
|
|
20089978 |
pruimen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol, zonder toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van < 5 kg |
18,4 |
10 |
|
|
20089985 |
mais, bereid of verduurzaamd (m.u.v. suikermais (Zea mays var. saccharata) en m.u.v. mais met toegevoegde alcohol of met toegevoegde suiker) |
5,1 + 9,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20089991 |
broodwortelen, zoete aardappelen (bataten) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van ≥ 5 gewichtspercenten, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol en zonder toegevoegde suiker (m.u.v. bevroren of gedroogd) |
8,3 + 3,8 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
20089999 |
vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol en zonder toegevoegde suiker (m.u.v. die bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur; die gekonfijt met suiker, maar niet in stroop ingemaakt; jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen; noten, grondnoten en andere zaden; ananas; citrusvruchten, peren; abrikozen; kersen; perziken; aardbeien; pruimen; mais; broodwortelen, zoete aardappelen (bataten) en dergelijke eetbare plantendelen) |
18,4 |
10 |
|
|
20091111 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, bevroren, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20091119 |
sinaasappelsap, ongegist, zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, bevroren, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 |
10 |
|
|
20091191 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, bevroren, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
15,2 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20091199 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, bevroren, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. die met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten) |
15,2 |
10 |
|
|
20091200 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C (m.u.v. bevroren sap) |
12,2 |
7 |
|
|
20091911 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. bevroren sap) |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20091919 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. bevroren sap) |
33,6 |
10 |
|
|
20091991 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. bevroren sap) |
15,2 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20091998 |
sinaasappelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. bevroren sap en m.u.v. dat met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten) |
12,2 |
7 |
|
|
20092100 |
sap van pompelmoezen of van pomelo’s, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C |
12 |
7 |
|
|
20092911 |
grapefruitsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20092919 |
grapefruitsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 |
10 |
|
|
20092991 |
grapefruitsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht, en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
12 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20092999 |
sap van pompelmoezen of van pomelo’s, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. dat sap met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten) |
12 |
7 |
|
|
20093111 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker (m.u.v. mengsels, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
14,4 |
7 |
|
|
20093119 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat en m.u.v. mengsels, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
15,2 |
10 |
|
|
20093151 |
citroensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
14,4 |
7 |
|
|
20093159 |
citroensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat) |
15,2 |
10 |
|
|
20093191 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker (m.u.v. mengsels, citroensap, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
14,4 |
7 |
|
|
20093199 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat en m.u.v. mengsels, citroensap, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
15,2 |
10 |
|
|
20093911 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20093919 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
33,6 |
10 |
|
|
20093931 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker (m.u.v. mengsels, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
14,4 |
7 |
|
|
20093939 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat en m.u.v. mengsels, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
15,2 |
10 |
|
|
20093951 |
grapefruitsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
14,4 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20093955 |
grapefruitsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht, en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten |
14,4 |
7 |
|
|
20093959 |
citroensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat) |
15,2 |
10 |
|
|
20093991 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30gewichtspercenten (m.u.v. mengsels, citroensap, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
14,4 + 20,6 EUR/100 kg/net |
50 % |
|
|
20093995 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels, citroensap, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
14,4 |
7 |
|
|
20093999 |
sap van citrusvruchten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat en m.u.v. mengsels, citroensap, sinaasappelsap en sap van pompelmoezen of van pomelo’s) |
15,2 |
10 |
|
|
20094192 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C, met toegevoegde suiker |
15,2 |
10 |
|
|
20094199 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat) |
16 |
10 |
|
|
20094911 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20094919 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 |
10 |
|
|
20094930 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
15,2 |
10 |
|
|
20094991 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
15,2 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20094993 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten |
15,2 |
10 |
|
|
20094999 |
ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat) |
16 |
10 |
|
|
20095010 |
tomatensap met een gehalte aan droge stof van < 7 gewichtspercenten, ongegist, alcoholvrij, met toegevoegde suiker |
16 |
10 |
|
|
20095090 |
tomatensap met een gehalte aan droge stof van < 7 gewichtspercenten, ongegist, alcoholvrij (m.u.v. sap dat toegevoegde suiker bevat) |
16,8 |
10 |
|
|
20096110 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van ≤ 30 bij 20 °C en met een waarde van > 18 EUR per 100 kg nettogewicht |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
20096190 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van ≤ 30 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht |
22,4 + 27 EUR/hl |
10 |
|
|
20096911 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
40 + 121 EUR/hl + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20096919 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
20096951 |
geconcentreerd druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 30 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 18 EUR per 100 kg nettogewicht |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
20096959 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 30 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 18 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. geconcentreerd druivensap) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
20096971 |
geconcentreerd druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 30 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
22,4 + 131 EUR/hl + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20096979 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 30 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. geconcentreerd druivensap) |
22,4 + 27 EUR/hl + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20096990 |
druivensap, druivenmost daaronder begrepen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 30 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. sap met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten) |
22,4 + 27 EUR/hl |
10 |
|
|
20097120 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C, met toegevoegde suiker |
18 |
10 |
|
|
20097199 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 20 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker) |
18 |
10 |
|
|
20097911 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
30 + 18,4 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20097919 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
30 |
10 |
|
|
20097930 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 18 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
18 |
10 |
|
|
20097991 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
18 + 19,3 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20097998 |
appelsap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van > 20 doch ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten of zonder toegevoegde suiker |
18 |
10 |
|
|
20098111 |
veenbessensap (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098119 |
veenbessensap (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C, met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 |
10 |
|
|
20098131 |
veenbessensap (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
16,8 |
10 |
|
|
20098151 |
veenbessensap (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
16,8 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098159 |
veenbessensap (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten |
16,8 |
10 |
|
|
20098195 |
vruchtensap van de soort Vaccinium macrocarpon, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker) |
14 |
7 |
|
|
20098199 |
veenbessensap (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker) |
17,6 |
10 |
|
|
20098911 |
perensap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098919 |
perensap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 |
10 |
|
|
20098934 |
sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels) |
21 + 12,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098935 |
sap van vruchten of van groenten, ongegist, zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met waarde ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels, sap van citrusvruchten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ananas, tomaten, druiven, appels, veenbessen en peren) |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098936 |
sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels) |
21 |
10 |
|
|
20098938 |
sap van vruchten of van groenten, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels, sap van citrusvruchten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ananas, tomaten, druiven (druivenmost daaronder begrepen), appels, veenbessen en peren) |
33,6 |
10 |
|
|
20098950 |
perensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 18 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
19,2 |
10 |
|
|
20098961 |
perensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
19,2 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098963 |
perensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten |
19,2 |
10 |
|
|
20098969 |
perensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker) |
20 |
10 |
|
|
20098971 |
kersensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
16,8 |
10 |
|
|
20098973 |
sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker (m.u.v. mengsels) |
10,5 |
7 |
|
|
20098979 |
sap van vruchten of van groenten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker (m.u.v. mengsels, sap van citrusvruchten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ananas, tomaten, druiven (druivenmost daaronder begrepen), appels, veenbessen, peren en kersen) |
16,8 |
10 |
|
|
20098985 |
sap guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels) |
10,5 + 12,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098986 |
sap van vruchten of van groenten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels, sap van citrusvruchten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ananas, tomaten, druiven (druivenmost daaronder begrepen), appels, veenbessen en peren) |
16,8 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20098988 |
sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels) |
10,5 |
7 |
|
|
20098989 |
sap van vruchten of van groenten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels, sap van citrusvruchten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ananas, tomaten, druiven (druivenmost daaronder begrepen), appels, veenbessen en peren) |
16,8 |
10 |
|
|
20098996 |
kersensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker) |
17,6 |
10 |
|
|
20098997 |
sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker en mengsels) |
11 |
7 |
|
|
20098999 |
sap van vruchten of van groenten, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. sap met toegevoegde suiker, mengsels, sap van citrusvruchten, guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ananas, tomaten, druiven (druivenmost daaronder begrepen), appels, veenbessen, peren en kersen) |
17,6 |
10 |
|
|
20099011 |
mengsels van appel- en perensap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20099019 |
mengsels van appel- en perensap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 22 EUR per 100 kg nettogewicht |
33,6 |
10 |
|
|
20099021 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels van appel- en perensap) |
33,6 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20099029 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van > 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. mengsels van appel- en perensap) |
33,6 |
10 |
|
|
20099031 |
mengsels van appel- en perensap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
20 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20099039 |
mengsels van appel- en perensap, ongegist, alcoholvrij, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C (m.u.v. die met een waarde van ≤ 18 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten) |
20 |
10 |
|
|
20099041 |
mengsels van sap van citrusvruchten en ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker |
15,2 |
10 |
|
|
20099049 |
mengsels van sap van citrusvruchten en ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. die met toegevoegde suiker) |
16 |
10 |
|
|
20099051 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht, met toegevoegde suiker (m.u.v. die van appel- en perensap of van sap van citrusvruchten en ananassap) |
16,8 |
10 |
|
|
20099059 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van > 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. die met toegevoegde suiker en m.u.v. mengsels van appel- en perensap of van sap van citrusvruchten en ananassap) |
17,6 |
10 |
|
|
20099071 |
mengsels van sap van citrusvruchten en ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
15,2 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20099073 |
mengsels van sap van citrusvruchten en ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten |
15,2 |
10 |
|
|
20099079 |
mengsels van sap van citrusvruchten en ananassap, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. die met toegevoegde suiker) |
16 |
10 |
|
|
20099092 |
mengsels van sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten |
10,5 + 12,9 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20099094 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van > 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels van appel- en perensap, van citrusvruchten- en ananassap of van sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
16,8 + 20,6 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
20099095 |
mengsels van sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten |
10,5 |
7 |
|
|
20099096 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht en met een gehalte aan toegevoegde suiker van ≤ 30 gewichtspercenten (m.u.v. mengsels van appel- en perensap, van citrusvruchten- en ananassap of van sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
16,8 |
10 |
|
|
20099097 |
mengsels van sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C, met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. die met toegevoegde suiker) |
11 |
7 |
|
|
20099098 |
mengsels van vruchtensappen, druivenmost daaronder begrepen, of van groentesappen, ongegist, alcoholvrij, met een Brix-waarde van ≤ 67 bij 20 °C en met een waarde van ≤ 30 EUR per 100 kg nettogewicht (m.u.v. die met toegevoegde suiker en m.u.v. mengsels van appel- en perensap, van citrusvruchten- en ananassap of van sap van guaves, manga’s, manggistans, papaja’s, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka’s (“jackfruit”), sapodilla’s, passievruchten, carambola’s, pitahaya’s) |
17,6 |
10 |
|
|
21011100 |
extracten, essences en concentraten, van koffie |
9 |
4 |
|
|
21011292 |
preparaten op basis van extracten, essences of concentraten, van koffie |
11,5 |
7 |
|
|
21011298 |
preparaten op basis van koffie |
9 + EA |
0 + EA/10; OS ≥ 70 % |
|
|
21012020 |
extracten, essences en concentraten, van thee of van maté |
6 |
0 |
|
|
21012092 |
preparaten op basis van extracten, essences en concentraten, van thee of van maté |
6 |
0 |
|
|
21012098 |
preparaten op basis van thee of van maté |
6,5 + EA |
0 + EA/10; OS ≥ 70 % |
PY |
|
21013011 |
gebrande cichorei |
11,5 |
7 |
|
|
21013019 |
koffiesurrogaten, gebrand (m.u.v. cichorei) |
5,1 + 12,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
21013091 |
extracten, essences en concentraten, van gebrande cichorei |
14,1 |
10 |
|
|
21013099 |
extracten, essences en concentraten, van gebrande koffiesurrogaten (m.u.v. cichorei) |
10,8 + 22,7 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
21021010 |
reinculturen van gist |
10,9 |
4 |
|
|
21021031 |
bakkersgist, gedroogd |
12 + 49,2 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
21021039 |
bakkersgist (m.u.v. gedroogd) |
12 + 14,5 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
21021090 |
gist, levend (m.u.v. reinculturen van gist, bakkersgist) |
14,7 |
10 |
|
|
21022011 |
gist, inactief, in tabletten, in blokken of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg |
8,3 |
10 |
|
|
21022019 |
gist, inactief (m.u.v. gist in tabletten, in blokken of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 1 kg) |
5,1 |
0 |
|
|
21022090 |
eencellige micro-organismen, dood (m.u.v. opgemaakt als geneesmiddel) |
Vrij |
0 |
|
|
21023000 |
samengesteld bakpoeder |
6,1 |
4 |
|
|
21031000 |
sojasaus |
7,7 |
4 |
|
|
21032000 |
tomatenketchup en andere tomatensausen |
10,2 |
4 |
|
|
21033010 |
mosterdmeel (m.u.v. bereide mosterd) |
Vrij |
0 |
|
|
21033090 |
bereide mosterd |
9 |
4 |
|
|
21039010 |
mangochutney, vloeibaar |
Vrij |
0 |
|
|
21039030 |
aromatische bitters met een alcohol-volumegehalte van ≥ 44,2 doch ≤ 49,2 % vol, bevattende ≥ 1,5 doch ≤ 6 gewichtspercenten gentianide, kruiden en diverse ingrediënten en met een suikergehalte van ≥ 4 doch ≤ 10 gewichtspercenten, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 0,5 l |
Vrij |
0 |
|
|
21039090 |
samengestelde kruiderijen en dergelijke producten (m.u.v. sojasaus; tomatenketchup en andere tomatensausen; vloeibare mangochutney; aromatische bitters bedoeld bij onderverdeling 2103.90.30) |
7,7 |
4 |
|
|
21041000 |
preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon |
11,5 |
7 |
|
|
21042000 |
producten voor menselijke consumptie in de vorm van bereidingen van een fijn gehomogeniseerd mengsel van twee of meer basisbestanddelen zoals vlees, vis, groenten en vruchten, opgemaakt voor de verkoop in het klein, als kindervoeding of als dieetvoeding, in verpakkingen met een nettogewicht van ≤ 250 g |
14,1 |
7 |
|
|
21050010 |
consumptie-ijs, ook indien cacao bevattend, geen of < 3 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen bevattend |
8,6 + 20,2 EUR/100 kg/net MAX 19,4 + 9,4 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
21050091 |
consumptie-ijs, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≥ 3 doch < 7 gewichtspercenten |
8 + 38,5 EUR/100 kg/net MAX 18,1 + 7 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
21050099 |
consumptie-ijs, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van ≥ 7 gewichtspercenten |
7,9 + 54 EUR/100 kg/net MAX 17,8 + 6,9 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
21061020 |
proteïneconcentraten en getextureerde proteïnestoffen, bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende < 1,5 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, < 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, < 5 gewichtspercenten glucose of < 5 gewichtspercenten zetmeel |
12,8 |
7 |
|
|
21061080 |
proteïneconcentraten en getextureerde proteïnestoffen, bevattende ≥ 1,5 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, ≥ 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, ≥ 5 gewichtspercenten glucose of ≥ 5 gewichtspercenten zetmeel |
EA |
7 |
|
|
21069020 |
samengestelde alcoholhoudende preparaten van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 0,5 % vol (m.u.v. die op basis van reukstoffen) |
17,3 MIN 1 EUR/% vol/hl |
10 |
|
|
21069030 |
stroop van isoglucose, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen |
42,7 EUR/100 kg/net mas |
10 |
|
|
21069051 |
stroop van lactose, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen |
14 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
21069055 |
stroop van glucose en van maltodextrine, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen |
20 EUR/100 kg/net |
10 |
|
|
21069059 |
suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen (m.u.v. stroop van isoglucose, van lactose, van glucose en van maltodextrine) |
0,4 EUR/100 kg/net per 1 % sacharose |
10 |
|
|
21069092 |
producten voor menselijke consumptie, n.e.g., bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende < 1,5 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, < 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, < 5 gewichtspercenten glucose of < 5 gewichtspercenten zetmeel |
12,8 |
10 |
|
|
21069098 |
producten voor menselijke consumptie, n.e.g., bevattende ≥ 1,5 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, ≥ 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, ≥ 5 gewichtspercenten glucose of ≥ 5 gewichtspercenten zetmeel |
9 + EA |
10/OS ≥ 70 % |
PY |
|
22011011 |
natuurlijk mineraalwater, niet-koolzuurgashoudend, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongearomatiseerd |
Vrij |
0 |
|
|
22011019 |
natuurlijk mineraalwater, koolzuurgashoudend, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongearomatiseerd |
Vrij |
0 |
|
|
22011090 |
kunstmatig mineraalwater, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongearomatiseerd, incl. spuitwater |
Vrij |
0 |
|
|
22019000 |
water, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, ongearomatiseerd; ijs en sneeuw (m.u.v. mineraalwater en spuitwater en m.u.v. zeewater, gedistilleerd water, conductometrisch zuiver water en dergelijk zuiver water) |
Vrij |
0 |
|
|
22021000 |
water, incl. mineraalwater en spuitwater, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, zodanig gebruikt als drank |
9,6 |
4 |
|
|
22029010 |
dranken, alcoholvrij, bevattende geen melk of melkproducten en geen hiervan afkomstige vetstoffen (m.u.v. water, vruchten- en groentesappen) |
9,6 |
4 |
|
|
22029091 |
dranken, alcoholvrij, met een gehalte aan van melk of van melkproducten afkomstige vetstoffen van < 0,2 gewichtspercent |
6,4 + 13,7 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
22029095 |
dranken, alcoholvrij, met een gehalte aan van melk of van melkproducten afkomstige vetstoffen van ≥ 0,2 doch < 2 gewichtspercenten |
5,5 + 12,1 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
22029099 |
dranken, alcoholvrij, met een gehalte aan van melk of van melkproducten afkomstige vetstoffen van ≥ 2 gewichtspercenten |
5,4 + 21,2 EUR/100 kg/net |
7 |
|
|
22030001 |
bier van mout, verpakt in flessen met een inhoud van ≤ 10 l |
Vrij |
0 |
|
|
22030009 |
bier van mout, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 10 l (m.u.v. bier in flessen) |
Vrij |
0 |
|
|
22030010 |
bier van mout, in verpakkingen met een inhoud van > 10 l |
Vrij |
0 |
|
|
22041011 |
Champagne, met BOB |
32 EUR/hl |
0 |
|
|
22041091 |
Asti spumante, met BOB |
32 EUR/hl |
0 |
|
|
22041093 |
mousserende wijn van verse druiven met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) (m.u.v. Asti spumante en Champagne) |
32 EUR/hl |
SW/12 |
|
|
22041094 |
mousserende wijnen van verse druiven met een beschermde geografische aanduiding (BGA) |
32 EUR/hl |
SW/12 |
|
|
22041096 |
mousserende cepagewijnen van verse druiven zonder BOB en BGA |
32 EUR/hl |
SW/12 |
|
|
22041098 |
mousserende wijn van verse druiven (m.u.v. cepagewijnen) |
32 EUR/hl |
SW/12 |
|
|
22042106 |
wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop waarvan de afsluiting door draden, banden of anderszins is geborgd, inhoudende ≤2 l; wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing van ≥ 1, doch < 3 bar, met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) |
32 EUR/hl |
4 |
|
|
22042107 |
wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop waarvan de afsluiting door draden, banden of anderszins is geborgd, inhoudende ≤2 l; wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing van ≥ 1, doch < 3 bar, met een beschermde geografische aanduiding (BGA) |
32 EUR/hl |
4 |
|
|
22042108 |
wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop waarvan de afsluiting door draden, banden of anderszins is geborgd, inhoudende ≤2 l; wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing van ≥ 1, doch < 3 bar, andere dan die met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of met een beschermde geografische aanduiding (BGA) |
32 EUR/hl |
4 |
|
|
22042109 |
andere wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop waarvan de afsluiting door draden, banden of anderszins is geborgd, inhoudende ≤2 l; wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing van ≥ 1, doch < 3 bar, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. mousserende wijn en cepagewijnen) |
32 EUR/hl |
4 |
|
|
22042111 |
wijnen, wit, Alsace (Elzas), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042112 |
wijnen, wit, Bordeaux, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
Zie opmerkingen 13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042113 |
wijnen, wit, Bourgogne, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
Zie opmerkingen 13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042117 |
wijnen, wit, Val de Loire, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
Zie opmerkingen 13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042118 |
wijnen, wit, Mosel (Moezel), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
Zie opmerkingen 13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042119 |
wijnen, wit, Pfalz, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042122 |
wijnen, wit, Rheinhessen, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042123 |
wijnen, wit, Tokaj (bv. Aszu, Szamorodni, Máslás, Fordítás), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
14,8 EUR/hl |
0 |
|
|
22042124 |
wijnen, wit, Lazio (Latium), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042126 |
wijnen, wit, Toscana (Toscane), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042127 |
wijnen, wit, Trentino, Alto Adige (Zuid-Tirol) en Friuli, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042128 |
wijnen, wit, Veneto, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042132 |
wijnen, wit, Vinho Verde, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042134 |
wijnen, wit, Penedés, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042136 |
wijnen, wit, Rioja, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042137 |
wijnen, wit, Valencia, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042138 |
wijnen, wit, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. Alsace (Elzas), Bordeaux, Bourgogne, Val de Loire, Mosel (Moezel), Pfalz, Rheinhessen, Lazio (Latium), Toscana (Toscane), Trentino, Alto Adige (Zuid-Tirol), Friuli, Veneto, Vinho Verde, Penedés, Rioja, Valencia; mousserende wijn; parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042142 |
wijnen, Bordeaux, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042143 |
wijnen, Bourgogne, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042144 |
wijnen, Beaujolais, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042146 |
wijnen, Côtes-du-Rhône, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042147 |
wijnen, Languedoc-Roussillon, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042148 |
wijnen, Val de Loire, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042162 |
wijnen, Piemonte, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042166 |
wijnen, Toscana (Toscane), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042167 |
wijnen, Trentino en Alto Adige (Zuid-Tirol), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042168 |
wijnen, Veneto, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042169 |
wijnen, Dão, Bairrada en Douro, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042171 |
wijnen, Navarra, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042174 |
wijnen, Penedés, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042176 |
wijnen, Rioja, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042177 |
wijnen, Valdepeñas, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042178 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. Bordeaux, Bourgogne, Beaujolais, Côtes-du-Rhône, Languedoc-Roussillon, Val de Loire, Piemonte, Toscana (Toscane), Trentino, Alto Adige (Zuid-Tirol), Veneto, Dão, Bairrada, Douro, Navarra, Penedés, Rioja, Valdepeñas; mousserende wijn; parelwijn; witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042179 |
wijnen, wit, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BGA (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042180 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BGA (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042181 |
cepagewijnen, wit, zonder een BOB of BGA, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042182 |
cepagewijnen, zonder een BOB of BGA, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042183 |
wijnen, wit, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en cepagewijnen) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042184 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn, witte wijn en cepagewijnen) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042185 |
maderawijn en moscatel de Setubal, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
14,8 EUR/hl |
0 |
|
|
22042186 |
sherrywijn (xereswijn), in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
14,8 EUR/hl |
0 |
|
|
22042187 |
marsalawijn, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
18,6 EUR/hl |
0 |
|
|
22042188 |
samoswijn en muskaatwijn van Limnos, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
18,6 EUR/hl |
0 |
|
|
22042189 |
portwijn, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
14,8 EUR/hl |
0 |
|
|
22042190 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA (m.u.v. portwijn; maderawijn, sherrywijn (xereswijn), marsalawijn, samoswijn en muskaatwijn van Limnos en moscatel de Setubal) |
18,6 EUR/hl |
0 |
|
|
22042191 |
wijnen zonder een BOB of BGA, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol |
18,6 EUR/hl |
0 |
|
|
22042192 |
wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 22 % vol |
1,75 EUR/% vol/hl |
0 |
|
|
22042193 |
wijnen, wit, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een BOB of BGA (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
4 |
|
|
22042194 |
wijnen, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, met een BOB of BGA (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
4 |
|
|
22042195 |
cepagewijnen, wit, zonder een BOB of BGA, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
4 |
|
|
22042196 |
cepagewijnen, zonder een BOB of BGA, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
13,1 EUR/hl |
4 |
|
|
22042197 |
wijnen, wit, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en cepagewijnen) |
13,1 EUR/hl |
4 |
|
|
22042198 |
wijnen, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn, witte wijn en cepagewijnen) |
13,1 EUR/hl |
4 |
|
|
22042910 |
wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop waarvan de afsluiting door draden, banden of anderszins is geborgd, met een inhoud van > 2 l; anders verpakte wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing, van ≥ 1 doch < 3 bar |
32 EUR/hl |
4 |
|
|
22042911 |
wijnen, wit, Tokaj (bv. Aszu, Szamorodni, Máslás, Fordítás), in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
13,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042912 |
wijnen, wit, Bordeaux, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042913 |
kwaliteitswijnen, wit, Bourgogne, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042917 |
wijnen, wit, Val de Loire, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042918 |
wijnen, wit, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. Tokaj, Bordeaux, Bourgogne, Val de Loire; mousserende wijn; parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042942 |
wijnen, Bordeaux, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042943 |
wijnen, Bourgogne, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042944 |
wijnen, Beaujolais, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042946 |
wijnen, Côtes-du-Rhône, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042947 |
wijnen, Languedoc-Roussillon, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042948 |
wijnen, Val de Loire, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042958 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BOB (m.u.v. Bordeaux, Bourgogne, Beaujolais, Côtes-du-Rhône, Languedoc-Roussillon, Val de Loire; mousserende wijn; parelwijn; witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042979 |
wijn van verse druiven, wit, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BGA (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042980 |
wijn van verse druiven, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol, met een BGA (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042981 |
cepagewijnen, wit, zonder een BOB of BGA, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042982 |
cepagewijnen, zonder een BOB of BGA, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042983 |
wijnen, wit, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en cepagewijnen) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042984 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 15 % vol (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn, witte wijn en cepagewijnen) |
9,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22042985 |
maderawijn en moscatel de Setubal, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
12,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042986 |
sherrywijn (xereswijn), in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
12,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042987 |
marsalawijn, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
15,4 EUR/hl |
0 |
|
|
22042988 |
samoswijn en muskaatwijn van Limnos, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
15,4 EUR/hl |
0 |
|
|
22042989 |
portwijn, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA |
12,1 EUR/hl |
0 |
|
|
22042990 |
wijnen, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol, met een BOB of BGA (m.u.v. portwijn; maderawijn, sherrywijn (xereswijn), marsalawijn, samoswijn en muskaatwijn van Limnos en moscatel de Setubal) |
15,4 EUR/hl |
0 |
|
|
22042991 |
wijnen zonder een BOB of BGA, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 15 doch ≤ 22 % vol |
15,4 EUR/hl |
0 |
|
|
22042992 |
wijn van verse druiven, incl. wijn waaraan alcohol is toegevoegd, in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een effectief alcohol-volumegehalte van > 22 % vol |
1,75 EUR/% vol/hl |
0 |
|
|
22042993 |
wijnen, wit, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een BOB of BGA (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
4 |
|
|
22042994 |
wijnen, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, met een BOB of BGA (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
4 |
|
|
22042995 |
cepagewijnen, wit, zonder een BOB of BGA, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. mousserende wijn en parelwijn) |
9,9 EUR/hl |
4 |
|
|
22042996 |
cepagewijnen, zonder een BOB of BGA, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en witte wijn) |
9,9 EUR/hl |
4 |
|
|
22042997 |
wijnen, wit, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn en cepagewijnen) |
9,9 EUR/hl |
4 |
|
|
22042998 |
wijnen, niet in de Gemeenschap geproduceerd, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. mousserende wijn, parelwijn, witte wijn en cepagewijnen) |
9,9 EUR/hl |
4 |
|
|
22043010 |
druivenmost, waarvan de gisting op andere wijze dan door toevoegen van alcohol is gestuit, met een effectief alcoholvolumegehalte van > 1 % vol (m.u.v. druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit) |
32 |
10 |
|
|
22043092 |
druivenmost, ongegist, geconcentreerd overeenkomstig aanvullende aantekening 7 bij hoofdstuk 22, met een dichtheid van ≤ 1,33 g/cm3 bij 20 °C en een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 1 doch > 0,5 % vol (m.u.v. druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is verhinderd of gestuit) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
22043094 |
druivenmost, ongegist, niet geconcentreerd, met een dichtheid van ≤ 1,33 g/cm3 bij 20 °C en met een effectief alcoholvolumegehalte van niet ≤ 1 doch > 0,5 % vol (m.u.v. druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
22043096 |
druivenmost, ongegist, geconcentreerd in de zin van aanvullende aantekening 7 bij hoofdstuk 22, met een dichtheid van > 1,33 g/cm3 bij 20 °C en met een effectief alcoholvolumegehalte van ≤ 1 % doch > 0,5 % vol (m.u.v. druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
22043098 |
druivenmost, ongegist, niet geconcentreerd, met een dichtheid van > 1,33 g/cm3 bij 20 °C en met een effectief alcoholvolumegehalte van ≤ 1 doch > 0,5 % vol (m.u.v. druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit) |
Zie bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 |
10/EP |
|
|
22051010 |
vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 18 % vol |
10,9 EUR/hl |
0 |
|
|
22051090 |
vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van > 18 % vol |
0,9 EUR/% vol/hl + 6,4 EUR/hl |
0 |
|
|
22059010 |
vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van ≤ 18 % vol |
9 EUR/hl |
0 |
|
|
22059090 |
vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l en met een effectief alcohol-volumegehalte van > 18 % vol |
0,9 EUR/% vol/hl |
0 |
|
|
22060010 |
piquette, verkregen uit draf van druiven |
1,3 EUR/% vol/hl MIN 7,2 EUR/hl |
0 |
|
|
22060031 |
appelwijn en perenwijn, mousserend |
19,2 EUR/hl |
0 |
|
|
22060039 |
honingdrank en andere gegiste dranken alsmede mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, mousserend, n.e.g. (m.u.v. bier; wijn van verse druiven; druivenmost; piquette; appelwijn, perenwijn) |
19,2 EUR/hl |
0 |
|
|
22060051 |
appelwijn en perenwijn, niet-mousserend, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
7,7 EUR/hl |
0 |
|
|
22060059 |
honigdrank en andere gegiste dranken, alsmede mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, niet-mousserend, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l, n.e.g. (m.u.v. wijnen van verse druiven, druivenmost, vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, piquette, appelwijn en perenwijn) |
7,7 EUR/hl |
0 |
|
|
22060081 |
appelwijn en perenwijn, niet-mousserend, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
5,76 EUR/hl |
0 |
|
|
22060089 |
honigdrank en andere gegiste dranken, alsmede mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, niet-mousserend, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l, n.e.g. (m.u.v. wijnen van verse druiven, druivenmost, vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, piquette, appelwijn en perenwijn) |
5,76 EUR/hl |
0 |
|
|
22071000 |
ethylalcohol met een alcohol-volumegehalte van ≥ 80 %, niet gedenatureerd |
19,2 EUR/hl |
EL |
|
|
22072000 |
ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte |
10,2 EUR/hl |
EL |
|
|
22082012 |
cognac, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082014 |
armagnac, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082026 |
grappa, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082027 |
Brandy de Jerez, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082029 |
dranken, gedistilleerd uit wijn of druivenmoer, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. cognac, armagnac, grappa en Brandy de Jerez) |
Vrij |
0 |
|
|
22082040 |
ruw distillaat, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082062 |
cognac, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082064 |
armagnac, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082086 |
grappa, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082087 |
Brandy de Jerez, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22082089 |
dranken, gedistilleerd uit wijn of druivenmoer, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. ruw distillaat, cognac, armagnac, grappa en Brandy de Jerez) |
Vrij |
0 |
|
|
22083011 |
Bourbon-whisky, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22083019 |
Bourbon-whisky, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22083030 |
single malt Scotch-whisky |
Vrij |
0 |
|
|
22083041 |
blended malt Scotch-whisky, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22083049 |
blended malt Scotch-whisky, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22083061 |
single grain en blended grain Scotch-whisky, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22083069 |
single grain en blended grain Scotch-whisky, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22083071 |
Scotch-whisky, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. single malt, blended malt, single grain en blended grain) |
Vrij |
0 |
|
|
22083079 |
Scotch-whisky, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. single malt, blended malt, single grain en blended grain) |
Vrij |
0 |
|
|
22083082 |
whisky, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. Bourbon-whisky en Scotch-whisky) |
Vrij |
0 |
|
|
22083088 |
whisky, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. Bourbon-whisky en Scotch-whisky) |
Vrij |
0 |
|
|
22084011 |
rum met een gehalte aan vluchtige stoffen (andere dan ethylalcohol en methylalcohol) van ≥ 225 g/hl zuivere alcohol, met een tolerantie van 10 %, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
0,6 EUR/% vol/hl + 3,2 EUR/hl |
4 |
|
|
22084031 |
rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten, met een waarde van > 7,9 EUR/l zuivere alcohol, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. rum met een gehalte aan vluchtige stoffen, andere dan ethylalcohol en methylalcohol, van ≥ 225 g/hl zuivere alcohol, met een tolerantie van 10 %) |
Vrij |
0 |
|
|
22084039 |
rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten, met een waarde van ≤ 7,9 EUR/l zuivere alcohol, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. rum met een gehalte aan vluchtige stoffen, andere dan ethylalcohol en methylalcohol, van ≥ 225 g/hl zuivere alcohol, met een tolerantie van 10 %) |
0,6 EUR/% vol/hl + 3,2 EUR/hl |
4 |
|
|
22084051 |
rum met een gehalte aan vluchtige stoffen (andere dan ethylalcohol en methylalcohol) van ≥ 225 g/hl zuivere alcohol, met een tolerantie van 10 %, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
0,6 EUR/% vol/hl |
RM |
|
|
22084091 |
rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten, met een waarde van > 2 EUR/l zuivere alcohol, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. rum met een gehalte aan vluchtige stoffen, andere dan ethylalcohol en methylalcohol, van ≥225 g/hl zuivere alcohol, met een tolerantie van 10 %) |
Vrij |
0 |
|
|
22084099 |
rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten, met een waarde van ≤ 2 EUR/l zuivere alcohol, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. rum met een gehalte aan vluchtige stoffen, andere dan ethylalcohol en methylalcohol, van ≥225 g/hl zuivere alcohol, met een tolerantie van 10 %) |
0,6 EUR/% vol/hl |
RM |
|
|
22085011 |
gin, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22085019 |
gin, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22085091 |
jenever, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22085099 |
jenever, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22086011 |
wodka met een alcohol-volumegehalte van ≤ 45,4 % vol, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22086019 |
wodka met een alcohol-volumegehalte van ≤ 45,4 % vol, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22086091 |
wodka met een alcohol-volumegehalte van > 45,4 % vol, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22086099 |
wodka met een alcohol-volumegehalte van > 45,4 % vol, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22087010 |
likeuren, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22087090 |
likeuren, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089011 |
arak, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089019 |
arak, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089033 |
pruimenbrandewijn, perenbrandewijn en kersenbrandewijn, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089038 |
pruimenbrandewijn, perenbrandewijn en kersenbrandewijn, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089041 |
ouzo, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089045 |
calvados, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089048 |
gedistilleerde dranken uit fruit, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. pruimenbrandewijn, perenbrandewijn, kersenbrandewijn en calvados) |
Vrij |
0 |
|
|
22089054 |
tequila, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089056 |
gedistilleerde dranken in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. dranken gedistilleerd uit wijn of druivenmoer, whisky, rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten, gin, jenever, arak, wodka, likeuren, ouzo, gedistilleerde dranken uit fruit en tequila) |
Vrij |
0 |
|
|
22089069 |
dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. ouzo, gedistilleerde dranken en likeuren) |
Vrij |
0 |
|
|
22089071 |
gedistilleerde dranken uit fruit, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. pruimenbrandewijn, perenbrandewijn en kersenbrandewijn) |
Vrij |
0 |
|
|
22089075 |
tequila, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
Vrij |
0 |
|
|
22089077 |
gedistilleerde dranken in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. dranken gedistilleerd uit wijn of druivenmoer, whisky, rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten, gin, jenever, arak, wodka, likeuren, ouzo, gedistilleerde dranken uit fruit en tequila) |
Vrij |
0 |
|
|
22089078 |
dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. gedistilleerde dranken, likeuren en ouzo) |
Vrij |
0 |
|
|
22089091 |
ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van < 80 % vol, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
1 EUR/% vol/hl + 6,4 EUR/hl |
EL |
|
|
22089099 |
ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van < 80 % vol, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
1 EUR/% vol/hl |
EL |
|
|
22090011 |
wijnazijn, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l |
6,4 EUR/hl |
0 |
|
|
22090019 |
wijnazijn, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l |
4,8 EUR/hl |
0 |
|
|
22090091 |
tafelazijn, in verpakkingen met een inhoud van ≤ 2 l (m.u.v. wijnazijn) |
5,12 EUR/hl |
0 |
|
|
22090099 |
tafelazijn, in verpakkingen met een inhoud van > 2 l (m.u.v. wijnazijn) |
3,84 EUR/hl |
0 |
|
|
23011000 |
meel, poeder en pellets, van vlees of van slachtafvallen, ongeschikt voor menselijke consumptie; kanen |
Vrij |
0 |
|
|
23012000 |
meel, poeder en pellets, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijke consumptie |
Vrij |
0 |
|
|
23021010 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van mais, ook indien in pellets, met een zetmeelgehalte van ≤ 35 gewichtspercenten |
44 EUR/t |
10 |
|
|
23021090 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van mais, ook indien in pellets, met een zetmeelgehalte van > 35 gewichtspercenten |
89 EUR/t |
10 |
|
|
23023010 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van tarwe, ook indien in pellets, met een zetmeelgehalte van ≤ 28 gewichtspercenten en waarvan ≤ 10 gewichtspercenten door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of, indien > 10 gewichtspercenten van het product door de zeef valt, het asgehalte van het product dat door de zeef gevallen is, berekend op basis van de droge stof, ≥ 1,5 gewichtspercenten bedraagt |
44 EUR/t |
10 |
|
|
23023090 |
zemelen, slijpsel en ander resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van tarwe, ook indien in pellets (m.u.v. die met een zetmeelgehalte van ≤ 28 gewichtspercenten en waarvan ≤ 10 gewichtspercenten door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of, indien > 10 gewichtspercenten van het product door de zeef valt, het asgehalte van het product dat door de zeef gevallen is, berekend op basis van de droge stof, ≥ 1,5 gewichtspercenten bedraagt) |
89 EUR/t |
10 |
|
|
23024002 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van rijst, ook indien in pellets, met een zetmeelgehalte van ≤ 35 gewichtspercenten |
44 EUR/t |
10 |
|
|
23024008 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van rijst, ook indien in pellets, met een zetmeelgehalte van > 35 gewichtspercenten |
89 EUR/t |
10 |
|
|
23024010 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen, ook indien in pellets, met een zetmeelgehalte van ≤ 28 gewichtspercenten, op voorwaarde dat ≤ 10 gewichtspercenten van het product door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of, indien > 10 gewichtspercenten van het product door de zeef valt, het asgehalte van het door de zeef gevallen product, berekend op basis van de droge stof, ≥ 1,5 gewichtspercenten bedraagt (m.u.v. die van mais, van rijst of van tarwe) |
44 EUR/t |
10 |
|
|
23024090 |
zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen, ook indien in pellets (m.u.v. van mais, van rijst of van tarwe; producten met een zetmeelgehalte van ≤ 28 gewichtspercenten, op voorwaarde dat ≤ 10 gewichtspercenten van het product door een zeef met mazen van 0,2 mm valt of, indien > 10 gewichtspercenten van het product door de zeef valt, het asgehalte van het door de zeef gevallen product, berekend op basis van de droge stof, ≥ 1,5 gewichtspercenten bedraagt) |
89 EUR/t |
10 |
|
|
23025000 |
resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van peulvruchten, ook indien in pellets |
5,1 |
4 |
|
|
23031011 |
afvallen van maiszetmeelfabrieken, met een gehalte aan proteïnen, berekend op de droge stof, van > 40 gewichtspercenten (m.u.v. ingedikt zwelwater) |
320 EUR/t |
50 % |
|
|
23031019 |
afvallen van maiszetmeelfabrieken, met een gehalte aan proteïnen, berekend op de droge stof, van ≤ 40 gewichtspercenten (m.u.v. ingedikt zwelwater) |
Vrij |
0 |
|
|
23031090 |
afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen (m.u.v. afvallen van maiszetmeelfabrieken) |
Vrij |
0 |
|
|
23032010 |
bietenpulp |
Vrij |
0 |
|
|
23032090 |
uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie (m.u.v. bietenpulp) |
Vrij |
0 |
|
|
23033000 |
bostel (brouwerijafval) en afvallen van branderijen |
Vrij |
0 |
|
|
23040000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23050000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van grondnotenolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23061000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van katoenzaad, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23062000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van lijnzaad, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23063000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van zonnebloempitten, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23064100 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van kool- of van raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur “dat een vaste olie oplevert met een gehalte aan erucazuur van < 2 gewichtspercenten en een vast bestanddeel met een gehalte aan glucosinolaten van < 30 micromol per gram”, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23064900 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van kool- of van raapzaad met een hoog gehalte aan erucazuur “dat een vaste olie oplevert met een gehalte aan erucazuur van ≥ 2 gewichtspercenten en een vast bestanddeel met een gehalte aan glucosinolaten van ≥ 30 micromol per gram”, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23065000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van kokosnoten of van kopra, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23066000 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van vetten of oliën van palmnoten of van palmpitten, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23069005 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van plantaardige vetten of oliën van maiskiemen, ook indien fijngemaakt of in pellets |
Vrij |
0 |
|
|
23069011 |
perskoeken van olijven en andere bij de winning van olijfolie verkregen afvallen, ook indien fijngemaakt of in pellets, met een gehalte aan olijfolie van ≤ 3 gewichtspercenten |
Vrij |
0 |
|
|
23069019 |
perskoeken van olijven en andere bij de winning van olijfolie verkregen afvallen, ook indien fijngemaakt of in pellets, met een gehalte aan olijfolie van > 3 gewichtspercenten |
48 EUR/t |
0 |
|
|
23069090 |
perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van plantaardige vetten of oliën, ook indien fijngemaakt of in pellets (m.u.v. die verkregen bij de winning van vetten en oliën van katoenzaad, van lijnzaad, van zonnebloempitten, van raap- of van koolzaad, van kokosnoten, van kopra, van palmnoten of van palmpitten, van maiskiemen, en die verkregen bij de winning van olijfolie, sojaolie en grondnotenolie) |
Vrij |
0 |
|
|
23070011 |
wijnmoer met een totaal alcohol-massagehalte van ≤ 7,9 % mas en met een gehalte aan droge stof van ≥ 25 gewichtspercenten |
Vrij |
0 |
|
|
23070019 |
wijnmoer (m.u.v. die met een totaal alcohol-massagehalte van ≤ 7,9 % mas en met een gehalte aan droge stof van ≥ 25 gewichtspercenten) |
1,62 EUR/kg/tot. alc. |
4 |
|
|
23070090 |
ruwe wijnsteen |
Vrij |
0 |
|
|
23080011 |
draf (droesem) van druiven, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, met een totaal alcohol-massagehalte van ≤ 4,3 % mas en met een gehalte aan droge stof van ≥ 40 gewichtspercenten |
Vrij |
0 |
|
|
23080019 |
draf (droesem) van druiven, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren (m.u.v. dat met een totaal alcohol-massagehalte van ≤ 4,3 % mas en met een gehalte aan droge stof van ≥ 40 gewichtspercenten) |
1,62 EUR/kg/tot. alc. |
0 |
|
|
23080040 |
eikels en wilde kastanjes, alsmede draf (droesem) van vruchten, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, ook indien in pellets (m.u.v. draf (droesem) van druiven) |
Vrij |
0 |
|
|
23080090 |
stelen en bladeren van de maisplant, afvallen van fruit en andere plantaardige zelfstandigheden, plantaardig afval, plantaardige residuen en bijproducten, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, n.e.g. (m.u.v. eikels, paardenkastanjes en vruchtenbezinksel of -draf) |
1,6 |
0 |
|
|
23091011 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel of zuivelproducten of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en een gehalte aan zuivelproducten van < 10 gewichtspercenten |
Vrij |
0 |
|
|
23091013 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 10 gewichtspercenten, doch < 50 gewichtspercenten |
498 EUR/t |
10 |
|
|
23091015 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 50 gewichtspercenten, doch < 75 gewichtspercenten |
730 EUR/t |
10 |
|
|
23091019 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 75 gewichtspercenten |
948 EUR/t |
10 |
|
|
23091031 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 10 doch ≤ 30 gewichtspercenten, geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van < 10 gewichtspercenten |
Vrij |
0 |
|
|
23091033 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 10 doch ≤ 30 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 10 doch < 50 gewichtspercenten |
530 EUR/t |
10 |
|
|
23091039 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 10 doch ≤ 30 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 50 gewichtspercenten |
888 EUR/t |
10 |
|
|
23091051 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 30 gewichtspercenten, geen zuivelproducten bevattende of met een gehalte aan zuivelproducten van < 10 gewichtspercenten |
102 EUR/t |
10 |
|
|
23091053 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 30 gewichtspercenten, en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 10 gewichtspercenten doch < 50 gewichtspercenten |
577 EUR/t |
10 |
|
|
23091059 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 30 gewichtspercenten, en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 50 gewichtspercenten |
730 EUR/t |
10 |
|
|
23091070 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, geen zetmeelglucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop doch wel zuivelproducten bevattend |
948 EUR/t |
10 |
|
|
23091090 |
honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein, geen zetmeelglucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop en geen zuivelproducten bevattend |
9,6 |
4 |
|
|
23099010 |
visperswater en perswater van zeezoogdieren (“solubles”), voor het aanvullen van het op de boerderij gewonnen voedsel |
3,8 |
0 |
|
|
23099020 |
afvallen verkregen bij de vervaardiging van maiszetmeel overeenkomstig aanvullende aantekening 5 bij hoofdstuk 23, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren (m.u.v. honden- en kattenvoer opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
Vrij |
0 |
|
|
23099031 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel bevattende of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten, geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van < 10 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
23 EUR/t |
10 |
|
|
23099033 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel bevattende of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 10 doch < 50 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
498 EUR/t |
10 |
|
|
23099035 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel bevattende of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 50 doch < 75 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
730 EUR/t |
10 |
|
|
23099039 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch geen zetmeel bevattende of met een zetmeelgehalte van ≤ 10 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 75 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
948 EUR/t |
10 |
|
|
23099041 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 10 doch ≤ 30 gewichtspercenten, geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van < 10 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
55 EUR/t |
10 |
|
|
23099043 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 10 doch ≤ 30 gewichtspercenten, en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 10 doch < 50 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
530 EUR/t |
10 |
|
|
23099049 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 10 doch ≤ 30 gewichtspercenten, en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 50 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
888 EUR/t |
10 |
|
|
23099051 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 30 gewichtspercenten, geen zuivelproducten bevattend of met een gehalte aan zuivelproducten van < 10 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
102 EUR/t |
10 |
|
|
23099053 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 30 gewichtspercenten, met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 10 doch < 50 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
577 EUR/t |
10 |
|
|
23099059 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, bevattende glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, met een zetmeelgehalte van > 30 gewichtspercenten en met een gehalte aan zuivelproducten van ≥ 50 gewichtspercenten (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
730 EUR/t |
10 |
|
|
23099070 |
bereidingen, zogenaamde “premelanges” daaronder begrepen, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, geen zetmeel, glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine of maltodextrinestroop, doch wel zuivelproducten bevattend (m.u.v. honden- en kattenvoer, opgemaakt voor de verkoop in het klein) |
948 EUR/t |
10 |
|
|
23099091 |
bietenpulp waaraan melasse is toegevoegd, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren |
12 |
7 |
|
|
23099096 |
bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, geen zetmeel, glucose (druivensuiker), glucosestroop, maltodextrine, maltodextrinestroop en geen zuivelproducten bevattend (m.u.v. honden- en kattenvoer opgemaakt voor de verkoop in het klein; “solubles” van vissen en zeezoogdieren; afvallen verkregen bij de vervaardiging van maiszetmeel overeenkomstig aanvullende aantekening 5 bij hoofdstuk 23; bietenpulp met melasse en zogenaamde “premelanges”) |
9,6 |
4 |
|
|
24011035 |
tabak, “light-air-cured”, ongestript |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24011060 |
tabak van de soort Oriënt, “sun-cured”, ongestript |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24011070 |
tabak, “dark-air-cured”, ongestript |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24011085 |
tabak, “flue-cured”, ongestript |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24011095 |
tabak, ongestript (m.u.v. tabak, “light-air-cured”, “dark-air-cured”, “flue-cured”, alsmede tabak van de soort Oriënt, “sun-cured”) |
10 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24012035 |
tabak, “light-air-cured”, geheel of gedeeltelijk gestript, zonder verdere bereiding |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24012060 |
tabak van de soort Oriënt, “sun-cured”, geheel of gedeeltelijk gestript, zonder verdere bereiding |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24012070 |
tabak, “dark-air-cured”, geheel of gedeeltelijk gestript, zonder verdere bereiding |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24012085 |
tabak, “flue-cured”, geheel of gedeeltelijk gestript, zonder verdere bereiding |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24012095 |
tabak, geheel of gedeeltelijk gestript, zonder verdere bereiding (m.u.v. tabak, “flue-cured”, “light-air-cured”, “dark-air-cured”, alsmede tabak van de soort Oriënt, “sun-cured”) |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24013000 |
afvallen van tabak |
11,2 MIN 22 EUR MAX 56 EUR/100 kg/net |
4 |
|
|
24021000 |
sigaren en cigarillo’s, tabak bevattend |
26 |
7 |
|
|
24022010 |
sigaretten, tabak en kruidnagels bevattend |
10 |
7 |
|
|
24022090 |
sigaretten, tabak bevattend (m.u.v. sigaretten, kruidnagels bevattend) |
57,6 |
7 |
|
|
24029000 |
sigaren, cigarillo’s en sigaretten, die geheel uit tabakssurrogaten bestaan |
57,6 |
7 |
|
|
24031100 |
waterpijptabak (m.u.v. tabaksvrije producten. Zie aanvullende aantekening 1) |
74,9 |
7 |
|
|
24031910 |
rooktabak, ook indien tabakssurrogaten bevattend, ongeacht in welke verhouding, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ≤ 500 g (m.u.v. waterpijptabak die tabak bevat) |
74,9 |
7 |
|
|
24031990 |
rooktabak, ook indien tabakssurrogaten bevattend, ongeacht in welke verhouding, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van > 500 g (m.u.v. waterpijptabak die tabak bevat) |
74,9 |
7 |
|
|
24039100 |
tabak van “gehomogeniseerde” of “gereconstitueerde” fijngemaakte tabaksbladeren, afvallen van tabak of tabaksstof |
16,6 |
7 |
|
|
24039910 |
pruimtabak en snuif |
41,6 |
7 |
|
|
24039990 |
tabak en tabakssurrogaten, tot verbruik bereid, tabakspoeder, tabaksextracten en tabakssausen (m.u.v. pruimtabak, snuif, sigaren, sigaretten, cigarillo’s en rooktabak, ook indien tabakssurrogaten bevattend, ongeacht in welke verhouding, “gehomogeniseerde” of “gereconstitueerde” tabak, alsmede nicotine welke uit de tabaksplant wordt geëxtraheerd en insectendodende middelen, vervaardigd van tabaksextracten of tabakssausen) |
16,6 |
7 |
|
|
25010010 |
zeewater; moederloog |
Vrij |
0 |
|
|
25010031 |
zout bestemd om chemisch te worden verwerkt, namelijk het scheiden van natrium en chloor, voor de vervaardiging van andere producten |
Vrij |
0 |
|
|
25010051 |
zout, gedenatureerd, dan wel bestemd voor ander industrieel gebruik, incl. raffineren (m.u.v. zout bestemd om chemisch te worden verwerkt of bestemd voor het conserveren of het bereiden van producten voor menselijke of dierlijke consumptie) |
1,7 EUR/1 000 kg/net |
4 |
|
|
25010091 |
zout geschikt voor menselijke consumptie |
2,6 EUR/1 000 kg/net |
4 |
|
|
25010099 |
zout en zuiver natriumchloride, ook indien in waterige oplossing of met toegevoegde zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan of om de strooibaarheid te bevorderen (m.u.v. keuken- en tafelzout, zout bestemd om chemisch te worden verwerkt (scheiden van natrium en chloor), gedenatureerd zout en zout bestemd voor ander industrieel gebruik) |
2,6 EUR/1 000 kg/net |
4 |
|
|
25020000 |
ijzerkies, ongeroost |
Vrij |
0 |
|
|
25030010 |
ruwe zwavel en niet-geraffineerde zwavel (m.u.v. gesublimeerde, geprecipiteerde en colloïdale zwavel) |
Vrij |
0 |
|
|
25030090 |
zwavel van alle soorten (m.u.v. ruwe zwavel en niet-geraffineerde zwavel en m.u.v. gesublimeerde, geprecipiteerde en colloïdale zwavel) |
1,7 |
0 |
|
|
25041000 |
natuurlijk grafiet, in poeder of in schilfers |
Vrij |
0 |
|
|
25049000 |
natuurlijk grafiet (m.u.v. grafiet in poeder of in schilfers) |
Vrij |
0 |
|
|
25051000 |
kiezelzand en kwartszand, ook indien gekleurd |
Vrij |
0 |
|
|
25059000 |
natuurlijk zand van alle soorten, ook indien gekleurd (m.u.v. goudzand en platinahoudend zand, zirkoonzand, rutielzand en ilmenietzand, monazietzand, teer- of asfaltzand, kiezelzand en kwartszand) |
Vrij |
0 |
|
|
25061000 |
kwarts (m.u.v. kwartszand) |
Vrij |
0 |
|
|
25062000 |
kwartsiet, ook indien enkel kantrecht behouwen, in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze |
Vrij |
0 |
|
|
25070020 |
kaolien |
Vrij |
0 |
|
|
25070080 |
kaolienhoudende klei (m.u.v. kaolien) |
Vrij |
0 |
|
|
25081000 |
bentoniet |
Vrij |
0 |
|
|
25083000 |
vuurvaste klei (m.u.v. kaolien en andere kaolienhoudende klei en m.u.v. geëxpandeerde klei) |
Vrij |
0 |
|
|
25084000 |
klei (m.u.v. vuurvaste klei, betoniet, kaolien en andere kaolienhoudende klei en m.u.v. geëxpandeerde klei) |
Vrij |
0 |
|
|
25085000 |
andalusiet, kyaniet en sillimaniet |
Vrij |
0 |
|
|
25086000 |
mulliet |
Vrij |
0 |
|
|
25087000 |
chamotte- en dinasaarde |
Vrij |
0 |
|
|
25090000 |
Krijt |
Vrij |
0 |
|
|
25101000 |
natuurlijk calciumfosfaat, natuurlijk aluminiumcalciumfosfaat en gefosfateerd krijt, ongemalen |
Vrij |
0 |
|
|
25102000 |
natuurlijk calciumfosfaat, natuurlijk aluminiumcalciumfosfaat en gefosfateerd krijt, gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
25111000 |
natuurlijk bariumsulfaat “zwaarspaat, bariet” |
Vrij |
0 |
|
|
25112000 |
natuurlijk bariumcarbonaat “witheriet”, ook indien gebrand (m.u.v. bariumoxide) |
Vrij |
0 |
|
|
25120000 |
diatomeeënaarde (bijvoorbeeld kiezelgoer, bergmeel, diatomiet) en andere dergelijke kiezelaarden met een schijnbare dichtheid van ≤ 1 |
Vrij |
0 |
|
|
25131000 |
puimsteen |
Vrij |
0 |
|
|
25132000 |
amaril, natuurlijk korund, natuurlijk granaat en andere natuurlijke schuur-, slijp- en polijstmiddelen, ook indien zij een warmtebehandeling hebben ondergaan |
Vrij |
0 |
|
|
25140000 |
leisteen, ook indien enkel kantrecht behouwen, dan wel in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze; leisteenpoeder en afval van leisteen |
Vrij |
0 |
|
|
25151100 |
marmer en travertijn, onbewerkt of enkel kantrecht behouwen |
Vrij |
0 |
|
|
25151200 |
marmer en travertijn, in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze |
Vrij |
0 |
|
|
25152000 |
ecaussine en andere kalksteen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf, met een schijnbare dichtheid van ≥ 2,5, en albast, ook indien enkel kantrecht behouwen, dan wel in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze (m.u.v. korrels, scherven, splinters en poeder van deze steensoorten en m.u.v. marmer en travertijn) |
Vrij |
0 |
|
|
25161100 |
graniet, onbewerkt of enkel kantrecht behouwen (m.u.v. graniet dat reeds de typische kenmerken van stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden heeft) |
Vrij |
0 |
BIJLAGE bij Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
Brussel, 3.9.2025 |
COM(2025) 356 final |
Aanhangsel 10-A-1
|
GN 2013 |
Omschrijving |
Basistarief |
Afbouwcategorie |
Aantekeningen |
|
25161200 |
graniet, in blokken of platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze (m.u.v. graniet dat reeds de typische kenmerken van stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden heeft) |
Vrij |
0 |
|
|
25162000 |
zandsteen, onbewerkt of enkel kantrecht behouwen, in blokken of platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze (m.u.v. zandsteen dat reeds de typische kenmerken van stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden heeft) |
Vrij |
0 |
|
|
25169000 |
porfier, basalt en andere natuursteen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf, ook indien enkel kantrecht behouwen, dan wel in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze (m.u.v. korrels, scherven, splinters en poeder van deze steensoorten, m.u.v. stenen die reeds de typische kenmerken van stenen voor bestrating, plaveien en trottoirbanden hebben en m.u.v. natuursteen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf met een schijnbare dichtheid van ≥ 2,5, graniet en zandsteen) |
Vrij |
0 |
|
|
25171010 |
keistenen en grind, van de soort gewoonlijk gebruikt voor de vervaardiging van beton, voor het verharden van wegen, als ballastbed voor spoorwegen of als andere ballast, rolstenen en vuurstenen, ook indien zij een warmtebehandeling hebben ondergaan |
Vrij |
0 |
|
|
25171020 |
steenslag van dolomiet en van kalksteen, van de soort gewoonlijk gebruikt voor de vervaardiging van beton, voor het verharden van wegen, als ballastbed voor spoorwegen of als andere ballast |
Vrij |
0 |
|
|
25171080 |
steenslag van de soort gewoonlijk gebruikt voor de vervaardiging van beton, voor het verharden van wegen, als ballastbed voor spoorwegen of als andere ballast, ook indien het een warmtebehandeling heeft ondergaan (m.u.v. keistenen, grind, vuurstenen, rolstenen; steenslag van dolomiet en van kalksteen) |
Vrij |
0 |
|
|
25172000 |
macadam van hoogovenslakken, van metaalslakken of van dergelijke industriële afvallen, ook indien dit keistenen, grint en steenslag, van de soort gewoonlijk gebruikt voor de vervaardiging van beton, voor het verharden van wegen, als ballastbed voor spoorwegen of als andere ballast, of rolstenen en vuurstenen bevat |
Vrij |
0 |
|
|
25173000 |
teermacadam |
Vrij |
0 |
|
|
25174100 |
korrels, scherven, splinters en poeder van marmer, ook indien zij een warmtebehandeling hebben ondergaan |
Vrij |
0 |
|
|
25174900 |
korrels, scherven, splinters en poeder van travertijn, ecaussine, albast, graniet, porfier, cyeniet, lava, basalt, gneis, trachiet of van andere steensoorten bedoeld bij de posten 2515 en 2516, ook indien zij een warmtebehandeling hebben ondergaan (m.u.v. die van marmer) |
Vrij |
0 |
|
|
25181000 |
dolomiet, onbewerkt, ongebrand en ongesinterd, met inbegrip van dolomiet enkel kantrecht behouwen, dan wel in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze (m.u.v. steenslag van dolomiet voor de vervaardiging van beton, voor het verharden van wegen, als ballastbed voor spoorwegen of als andere ballast) |
Vrij |
0 |
|
|
25182000 |
dolomiet, gebrand of gesinterd (m.u.v. steenslag van dolomiet voor de vervaardiging van beton, voor het verharden van wegen, als ballastbed voor spoorwegen of als andere ballast) |
Vrij |
0 |
|
|
25183000 |
stamp- en strijkmassa van dolomiet |
Vrij |
0 |
|
|
25191000 |
natuurlijk magnesiumcarbonaat “magnesiet” |
Vrij |
0 |
|
|
25199010 |
magnesiumoxide, ook indien zuiver (m.u.v. gebrand natuurlijk magnesiumcarbonaat) |
1,7 |
0 |
|
|
25199030 |
doodgebrande magnesia (gesinterd), ook indien geringe hoeveelheden andere oxiden bevattend die vóór het sinteren zijn toegevoegd |
Vrij |
0 |
|
|
25199090 |
gesmolten magnesia |
Vrij |
0 |
|
|
25201000 |
gips; anhydriet |
Vrij |
0 |
|
|
25202000 |
gebrand gips, ook indien gekleurd of met toevoeging van kleine hoeveelheden bindingsversnellers of -vertragers |
Vrij |
0 |
|
|
25210000 |
kalksteen voor hoogoventoeslag; kalksteen voor de vervaardiging van kalk of van cement |
Vrij |
0 |
|
|
25221000 |
ongebluste kalk |
1,7 |
0 |
|
|
25222000 |
gebluste kalk |
1,7 |
0 |
|
|
25223000 |
hydraulische kalk (m.u.v. calciumoxide en calciumhydroxide) |
1,7 |
0 |
|
|
25231000 |
cementklinker |
1,7 |
0 |
|
|
25232100 |
portlandcement, wit, ook indien kunstmatig gekleurd |
1,7 |
0 |
|
|
25232900 |
portlandcement, normaal of gemodereerd (m.u.v. wit portlandcement, ook indien kunstmatig gekleurd) |
1,7 |
0 |
|
|
25233000 |
aluminiumcement |
1,7 |
0 |
|
|
25239000 |
hydraulisch cement, ook indien gekleurd (m.u.v. aluminiumcement en portlandcement) |
1,7 |
0 |
|
|
25241000 |
crocidoliet (m.u.v. werken daarvan) |
Vrij |
0 |
|
|
25249000 |
asbest (m.u.v. crocidoliet en werken van asbest) |
Vrij |
0 |
|
|
25251000 |
ruw mica, mica in bladen en micasplittings |
Vrij |
0 |
|
|
25252000 |
micapoeder |
Vrij |
0 |
|
|
25253000 |
afval van mica |
Vrij |
0 |
|
|
25261000 |
natuurlijk speksteen, ook indien enkel kantrecht behouwen, dan wel in blokken of in platen van vierkante of van rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze, en talk, niet fijngemaakt, noch gemalen |
Vrij |
0 |
|
|
25262000 |
natuurlijk speksteen, fijngemaakt of gemalen (talk) |
Vrij |
0 |
|
|
25280000 |
natuurlijke boraten en concentraten daarvan, ook indien gebrand, en natuurlijk boorzuur met een gehalte aan H3BO3 van ≤ 85 gewichtspercenten, berekend op de droge stof (m.u.v. boraten verkregen uit natuurlijke pekel (brijn)) |
Vrij |
0 |
|
|
25291000 |
veldspaat |
Vrij |
0 |
|
|
25292100 |
vloeispaat, bevattende ≤ 97 gewichtspercenten calciumfluoride |
Vrij |
0 |
|
|
25292200 |
vloeispaat, bevattende > 97 gewichtspercenten calciumfluoride |
Vrij |
0 |
|
|
25293000 |
leuciet; nefelien en nefelien-syeniet |
Vrij |
0 |
|
|
25301000 |
vermiculiet, perliet en chloriet, niet geëxpandeerd |
Vrij |
0 |
|
|
25302000 |
kieseriet, epsomiet “natuurlijk magnesiumsulfaat” |
Vrij |
0 |
|
|
25309000 |
arseensulfide, aluniet (aluinsteen), puzzolaanaarde, verfaarden en minerale stoffen, n.e.g. |
Vrij |
0 |
|
|
26011100 |
ijzererts en concentraten daarvan, ongeagglomereerd (m.u.v. geroost ijzerkies (pyrietas)) |
Vrij |
0 |
|
|
26011200 |
ijzererts en concentraten daarvan, geagglomereerd (m.u.v. geroost ijzerkies (pyrietas)) |
Vrij |
0 |
|
|
26012000 |
geroost ijzerkies (pyrietas) |
Vrij |
0 |
|
|
26020000 |
mangaanerts en concentraten daarvan, incl. ijzerhoudend mangaanerts en concentraten daarvan, met een mangaangehalte van ≥ 20 gewichtspercenten, berekend op de droge stof |
Vrij |
0 |
|
|
26030000 |
kopererts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26040000 |
nikkelerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26050000 |
kobalterts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26060000 |
aluminiumerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26070000 |
looderts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26080000 |
zinkerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26090000 |
tinerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26100000 |
chroomerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26110000 |
wolfraamerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26121010 |
uraniumerts en pekblende en concentraten daarvan, met een uraniumgehalte van > 5 gewichtspercenten (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
26121090 |
uraniumerts en concentraten daarvan (m.u.v. uraniumerts en pekblende en concentraten daarvan, met een uraniumgehalte van > 5 gewichtspercenten) |
Vrij |
0 |
|
|
26122010 |
monaziet; uranium-thorianiet en andere thoriumertsen en concentraten daarvan, met een thoriumgehalte van > 20 gewichtspercenten (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
26122090 |
thoriumerts en concentraten daarvan (m.u.v. monaziet en m.u.v. uranium-thorianiet en andere thoriumertsen en concentraten daarvan, met een thoriumgehalte van > 20 gewichtspercenten) |
Vrij |
0 |
|
|
26131000 |
molybdeenerts en concentraten daarvan, geroost |
Vrij |
0 |
|
|
26139000 |
molybdeenerts en concentraten daarvan (m.u.v. geroost erts en gerooste concentraten) |
Vrij |
0 |
|
|
26140000 |
titaanerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26151000 |
zirkoniumerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26159000 |
niobium-, tantaal- en vanadiumerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26161000 |
zilvererts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26169000 |
ertsen van edele metalen en concentraten daarvan (m.u.v. zilvererts en concentraten daarvan) |
Vrij |
0 |
|
|
26171000 |
antimoonerts en concentraten daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
26179000 |
ertsen en concentraten daarvan (m.u.v. ertsen van edele metalen, ijzer-, mangaan-, koper-, nikkel-, kobalt-, aluminium-, lood-, zink-, tin-, chroom-, wolfraam, uranium-, thorium-, molybdeen-, titaan, niobium-, tantaal-, vanadium-, zirkonium- en antimoonerts en concentraten daarvan) |
Vrij |
0 |
|
|
26180000 |
gegranuleerde hoogovenslakken “slakkenzand” verkregen bij de vervaardiging van ijzer en staal |
Vrij |
0 |
|
|
26190020 |
bij de vervaardiging van ijzer en staal verkregen afval, geschikt voor het recupereren van ijzer of van mangaan |
Vrij |
0 |
|
|
26190090 |
slakken, walsschilfers en ander bij de vervaardiging van ijzer en staal verkregen afval (m.u.v. gegranuleerde hoogovenslakken en afval geschikt voor het recupereren van ijzer of van mangaan) |
Vrij |
0 |
|
|
26201100 |
hardzink |
Vrij |
0 |
|
|
26201900 |
assen en residuen, hoofdzakelijk zink bevattend (m.u.v. hardzink) |
Vrij |
0 |
|
|
26202100 |
slib van loodhoudende benzine en slib van loodhoudende antiklopmiddelen, afkomstig uit opslagtanks van loodhoudende benzine en loodhoudende antiklopmiddelen, hoofdzakelijk bestaande uit lood, loodverbindingen en ijzeroxide |
Vrij |
0 |
|
|
26202900 |
assen en residuen, hoofdzakelijk lood bevattend (m.u.v. slib van loodhoudende benzine en slib van loodhoudende antiklopmiddelen) |
Vrij |
0 |
|
|
26203000 |
assen en residuen, hoofdzakelijk koper bevattend |
Vrij |
0 |
|
|
26204000 |
assen en residuen, hoofdzakelijk aluminium bevattend |
Vrij |
0 |
|
|
26206000 |
assen en residuen, arseen, kwik, tallium of mengsels daarvan bevattend, van de soort gebruikt voor het winnen van arseen of van deze metalen of voor het vervaardigen van chemische verbindingen daarvan (m.u.v. die verkregen bij de vervaardiging van ijzer en staal) |
Vrij |
0 |
|
|
26209100 |
assen en residuen, antimoon, beryllium, cadmium, chroom of mengsels daarvan bevattend (m.u.v. die verkregen bij de vervaardiging van ijzer en staal) |
Vrij |
0 |
|
|
26209910 |
assen en residuen, hoofdzakelijk nikkel bevattend |
Vrij |
0 |
|
|
26209920 |
assen en residuen, hoofdzakelijk niobium of tantaal bevattend |
Vrij |
0 |
|
|
26209940 |
assen en residuen, hoofdzakelijk tin bevattend |
Vrij |
0 |
|
|
26209960 |
assen en residuen, hoofdzakelijk titaan bevattend |
Vrij |
0 |
|
|
26209995 |
assen en residuen die metaal of metaalverbindingen bevatten (m.u.v. die verkregen bij de vervaardiging van ijzer en staal, die welke hoofdzakelijk zink, lood, koper, aluminium, nikkel, niobium, tantaal, tin of titaan bevatten, die welke arseen, kwik, tallium of mengsels daarvan bevatten, van de soort gebruikt voor het winnen van arseen of van deze metalen of voor het vervaardigen van chemische verbindingen daarvan en die welke antimoon, beryllium, cadmium, chroom of mengsels daarvan bevatten) |
Vrij |
0 |
|
|
26211000 |
assen en residuen afkomstig van de verbranding van stedelijk afval |
Vrij |
0 |
|
|
26219000 |
slakken en assen, as van zeewier daaronder begrepen (m.u.v. bij de vervaardiging van ijzer en staal verkregen slakken, gegranuleerde hoogovenslakken daaronder begrepen, assen en residuen die arseen, metaal of metaalverbindingen bevatten en assen en residuen afkomstig van de verbranding van stedelijk afval) |
Vrij |
0 |
|
|
27011100 |
antraciet, ook indien in poedervorm (m.u.v. van geperste steenkool) |
Vrij |
0 |
|
|
27011210 |
bitumineuze cokeskolen, ook indien in poedervorm (m.u.v. van geperste steenkool) |
Vrij |
0 |
|
|
27011290 |
bitumineuze steenkool, ook indien in poedervorm (m.u.v. van cokeskolen en met uitzondering van geperste steenkool) |
Vrij |
0 |
|
|
27011900 |
steenkool, ook indien in poedervorm (m.u.v. antraciet en bitumineuze steenkool en m.u.v. geperste steenkool) |
Vrij |
0 |
|
|
27012000 |
briketten, eierkolen en dergelijke van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen |
Vrij |
0 |
|
|
27021000 |
bruinkool, ook indien in poedervorm (m.u.v. git) |
Vrij |
0 |
|
|
27022000 |
geperste bruinkool (m.u.v. git) |
Vrij |
0 |
|
|
27030000 |
turf, incl. turfstrooisel, ook indien geperst |
Vrij |
0 |
|
|
27040011 |
cokes en halfcokes, van steenkool, ook indien geperst, voor de vervaardiging van elektroden |
Vrij |
0 |
|
|
27040019 |
cokes en halfcokes, van steenkool, ook indien geperst (m.u.v. die voor de vervaardiging van elektroden) |
Vrij |
0 |
|
|
27040030 |
cokes en halfcokes, van bruinkool, ook indien geperst |
Vrij |
0 |
|
|
27040090 |
cokes en halfcokes, van turf, ook indien geperst, alsmede retortenkool |
Vrij |
0 |
|
|
27050000 |
steenkoolgas, watergas, generatorgas en dergelijke gassen (m.u.v. van aardgas en andere gasvormige koolwaterstoffen) |
Vrij |
0 |
|
|
27060000 |
teer uit steenkool, uit bruinkool of uit turf en andere minerale teersoorten, ook indien gedehydreerd of gedeeltelijk gedistilleerd (“topped”), incl. zogenaamd mengteer |
Vrij |
0 |
|
|
27071000 |
benzol “benzeen”, > 50 gewichtspercenten benzeen bevattend (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
3 |
0 |
|
|
27072000 |
toluol “tolueen”, > 50 gewichtspercenten tolueen bevattend (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
3 |
0 |
|
|
27073000 |
xylol “xylenen”, > 50 gewichtspercenten xyleen bevattend (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
3 |
0 |
|
|
27074000 |
naftaleen, > 50 gewichtspercenten naftaleen bevattend (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
Vrij |
0 |
|
|
27075000 |
mengsels van aromatische koolwaterstoffen die, distillatieverliezen inbegrepen, voor ≥ 65 % van hun volume overdistilleren bij 250 °C, bepaald volgens de methode ASTM D 86 (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
3 |
0 |
|
|
27079100 |
creosootolie (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
1,7 |
0 |
|
|
27079911 |
ruwe lichte oliën, verkregen bij het distilleren van hoge-temperatuur-steenkoolteer, die voor ≥ 90 % van hun volume overdistilleren bij max. 200 °C (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
1,7 |
0 |
|
|
27079919 |
ruwe oliën, verkregen bij het distilleren van hoge-temperatuur-steenkoolteer (m.u.v. van ruwe lichte oliën die voor ≥ 90 % van hun volume overdistilleren bij max 200 °C en m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
Vrij |
0 |
|
|
27079920 |
antraceen (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen). zwavelhoudende tops, verkregen bij de eerste distillatie van hoge-temperatuur-steenkoolteer |
Vrij |
0 |
|
|
27079950 |
pyridine-, chinoline-, acridine- en anilinebasen en andere teeroliebasen, verkregen bij de distillatie van hoge-temperatuur-steenkoolteer, n.e.g. |
1,7 |
0 |
|
|
27079980 |
fenolen, > 50 gewichtspercenten fenolen bevattend (m.u.v. chemisch welbepaalde verbindingen) |
1,2 |
0 |
|
|
27079991 |
olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hoge-temperatuur-steenkoolteer, alsmede soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft, bestemd voor de vervaardiging van koolstof (“carbonblack”) als bedoeld in post 2803 |
Vrij |
0 |
|
|
27079999 |
olie en andere producten, verkregen bij het distilleren van hoge-temperatuur-steenkoolteer, alsmede soortgelijke producten waarin het gewicht van de aromatische bestanddelen dat van de niet-aromatische overtreft, n.e.g. |
1,7 |
0 |
|
|
27081000 |
pek van steenkoolteer of van andere minerale teer |
Vrij |
0 |
|
|
27082000 |
pekcokes van steenkoolteer of van andere minerale teer |
Vrij |
0 |
|
|
27090010 |
aardgascondensaten |
Vrij |
0 |
|
|
27090090 |
ruwe aardolie en ruwe olie uit bitumineuze mineralen (m.u.v. aardgascondensaten) |
Vrij |
0 |
|
|
27101211 |
lichte oliën uit aardolie of uit bitumineuze mineralen bestemd om een aangewezen behandeling als bedoeld in aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan (m.u.v. die biodiesel bevatten) |
4,7 |
0 |
|
|
27101215 |
lichte oliën uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27, en m.u.v. die biodiesel bevatten) |
4,7 |
0 |
|
|
27101221 |
white spirit |
4,7 |
4 |
|
|
27101225 |
speciale lichte oliën (m.u.v. “white spirit”) uit aardolie of uit bitumineuze mineralen |
4,7 |
4 |
|
|
27101231 |
vliegtuigbenzine |
4,7 |
4 |
|
|
27101241 |
motorbenzine met een loodgehalte van ≤ 0,013 g/l en een research-octaangetal (RON) van < 95 (m.u.v. die biodiesel bevat) |
4,7 |
4 |
|
|
27101245 |
motorbenzine met een loodgehalte van ≤ 0,013 g/l en een research-octaangetal (RON) van ≥ 95 doch < 98 (m.u.v. die biodiesel bevat) |
4,7 |
4 |
|
|
27101249 |
motorbenzine met een loodgehalte van ≤ 0,013 g/l en een research-octaangetal (RON) van ≥ 98 (m.u.v. die biodiesel bevat) |
4,7 |
4 |
|
|
27101251 |
motorbenzine met een loodgehalte van > 0,013 g/l en een research-octaangetal (RON) van < 98 (m.u.v. vliegtuigbenzine) |
4,7 |
4 |
|
|
27101259 |
motorbenzine met een loodgehalte van > 0,013 g/l en een research-octaangetal (RON) van ≥ 98 (m.u.v. vliegtuigbenzine) |
4,7 |
4 |
|
|
27101270 |
lichte reactiemotorbrandstof (m.u.v. vliegtuigbenzine) |
4,7 |
4 |
|
|
27101290 |
lichte oliën en preparaten uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, n.e.g. (m.u.v. die biodiesel bevatten, bestemd om chemisch te worden verwerkt en m.u.v. speciale lichte oliën, motorbenzine en lichte reactiemotorbrandstof) |
4,7 |
4 |
|
|
27101911 |
halfzware oliën uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, bestemd om een aangewezen behandeling overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan |
4,7 |
0 |
|
|
27101915 |
halfzware oliën uit aardolie of bitumineuze mineralen, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27) |
4,7 |
0 |
|
|
27101921 |
halfzware reactiemotorbrandstof |
4,7 |
4 |
|
|
27101925 |
kerosine (lamppetroleum of lampolie) (m.u.v. reactiemotorbrandstof) |
4,7 |
4 |
|
|
27101929 |
halfzware oliën uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, n.e.g. (m.u.v. bestemd om chemisch te worden verwerkt en kerosine) |
4,7 |
4 |
|
|
27101931 |
gasolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, bestemd om een aangewezen behandeling overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan |
3,5 |
0 |
|
|
27101935 |
gasolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27) |
3,5 |
0 |
|
|
27101943 |
gasolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van ≤ 0,001 gewichtspercent (m.u.v. die biodiesel bevat en m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,5 |
0 |
|
|
27101946 |
gasolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van > 0,001 doch ≤ 0,002 gewichtspercent (m.u.v. die biodiesel bevat en m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,5 |
0 |
|
|
27101947 |
gasolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van > 0,002 doch ≤ 0,1 gewichtspercent (m.u.v. die biodiesel bevat en m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,5 |
0 |
|
|
27101948 |
gasolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van > 0,1 gewichtspercent (m.u.v. die biodiesel bevat en m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,5 |
0 |
|
|
27101951 |
stookolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, bestemd om een aangewezen behandeling overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan (m.u.v. die biodiesel bevat) |
3,5 |
0 |
|
|
27101955 |
stookolie uit bitumineuze mineralen, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 en m.u.v. die biodiesel bevat) |
3,5 |
0 |
|
|
27101962 |
stookolie uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van ≤ 0,1 gewichtspercenten (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt en m.u.v. die biodiesel bevat) |
3,5 |
0 |
|
|
27101964 |
stookolie uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van > 0,1 doch ≤ 1 gewichtspercent (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt en m.u.v. die biodiesel bevat) |
3,5 |
0 |
|
|
27101968 |
stookolie uit aardolie of uit bitumineuze mineralen, met een zwavelgehalte van > 1 gewichtspercent (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt en m.u.v. die biodiesel bevat) |
3,5 |
0 |
|
|
27101971 |
smeerolie en andere oliën, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald, bestemd om een aangewezen behandeling in de zin van aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan |
3,7 |
0 |
|
|
27101975 |
smeerolie en andere oliën, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27) |
3,7 |
0 |
|
|
27101981 |
motorolie, compressorolie en turbineolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27101983 |
remolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27101985 |
“white oils”, paraffinum liquidum, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27101987 |
versnellingsbakolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27101991 |
olie voor de metaalbewerking, olie voor het insmeren van vormen, corrosiewerende olie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27101993 |
isolatieolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27101999 |
smeerolie en andere oliën, n.e.g., die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het karakter door deze olie wordt bepaald (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
3,7 |
0 |
|
|
27102011 |
gasolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van ≤ 0,001 gewichtspercent, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102015 |
gasolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van > 0,001 doch ≤ 0,002 gewichtspercent, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102017 |
gasolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van > 0,002 doch ≤ 0,1 gewichtspercent, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102019 |
gasolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van > 0,1 gewichtspercent, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102031 |
stookolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van ≤ 0,1 gewichtspercenten, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102035 |
stookolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van > 0,1 doch ≤ 1 gewichtspercent, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102039 |
stookolie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, met een zwavelgehalte van > 1 gewichtspercent, die biodiesel bevat |
3,5 |
0 |
|
|
27102090 |
olie, die ≥ 70 gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevat, die biodiesel bevat (m.u.v. gasolie en stookolie) |
3,7 |
4 |
|
|
27109100 |
afvalolie, bevattende polychloorbifenylen [PCB’s], polychloorterfenylen [PCT’s] of polybroombifenylen [PBB’s] |
3,5 |
0 |
|
|
27109900 |
afvalolie die hoofdzakelijk aardolie en olie uit bitumineuze mineralen bevat (m.u.v. die welke polychloorbifenylen [PCB’s], polychloorterfenylen [PCT’s] of polybroombifenylen [PBB’s] bevatten) |
3,5 |
0 |
|
|
27111100 |
vloeibaar gemaakt aardgas |
0,7 |
0 |
|
|
27111211 |
vloeibaar gemaakt propaan, met een zuiverheidsgraad van ≥ 99 %, bestemd om te worden gebezigd als motorbrandstof of als andere brandstof |
8 |
7 |
|
|
27111219 |
vloeibaar gemaakt propaan, met een zuiverheidsgraad van ≥ 99 % (m.u.v. die bestemd om te worden gebezigd als motorbrandstof of als andere brandstof) |
Vrij |
0 |
|
|
27111291 |
vloeibaar gemaakt propaan, met een zuiverheidsgraad van < 99 %, bestemd om een aangewezen behandeling in de zin van aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan |
0,7 |
0 |
|
|
27111293 |
vloeibaar gemaakt propaan, met een zuiverheidsgraad van < 99 %, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. de werkwijzen als bedoeld bij onderverdeling 2711.12.91) |
0,7 |
0 |
|
|
27111294 |
vloeibaar gemaakt propaan met een zuiverheidsgraad van > 90 doch < 99 % (m.u.v. dat bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
0,7 |
0 |
|
|
27111297 |
vloeibaar gemaakt propaan, met een zuiverheidsgraad van ≤ 90 %, (m.u.v. dat bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
0,7 |
0 |
|
|
27111310 |
vloeibaar gemaakte butanen, bestemd om een aangewezen behandeling in de zin van aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan (m.u.v. die met een zuiverheidsgraad van ≥ 95 % aan N-butaan of isobutaan) |
0,7 |
0 |
|
|
27111330 |
vloeibaar gemaakte butanen, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27; butanen met een zuiverheidsgraad van ≥ 95 % aan N-butaan of isobutaan) |
0,7 |
0 |
|
|
27111391 |
vloeibaar gemaakte butanen met een zuiverheidsgraad van > 90 doch < 95 % (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
0,7 |
0 |
|
|
27111397 |
vloeibaar gemaakt butanen, met een zuiverheidsgraad van ≤ 90 %, (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt) |
0,7 |
0 |
|
|
27111400 |
ethyleen, propyleen, butyleen en butadieen, vloeibaar gemaakt (m.u.v. ethyleen met een zuiverheidsgraad van ≥ 95 % en propyleen, butyleen en butadieen met een zuiverheid van ≥ 90 %) |
0,7 |
0 |
|
|
27111900 |
gasvormige koolwaterstoffen, vloeibaar gemaakt, n.e.g. (m.u.v. aardgas, propaan, butanen, ethyleen, propyleen, butyleen en butadieen) |
0,7 |
0 |
|
|
27112100 |
aardgas in gasvormige toestand |
0,7 |
0 |
|
|
27112900 |
koolwaterstoffen in gasvormige toestand, n.e.g. (m.u.v. aardgas) |
0,7 |
0 |
|
|
27121010 |
ruwe vaseline |
0,7 |
0 |
|
|
27121090 |
gezuiverde vaseline |
2,2 |
0 |
|
|
27122010 |
paraffine, synthetisch, bevattende < 0,75 gewichtspercent olie, met een molecuulgewicht van ≥ 460 doch ≤ 1 560 |
Vrij |
0 |
|
|
27122090 |
paraffine bevattende < 0,75 gewichtspercent olie (m.u.v. synthetische paraffine met een molecuulgewicht van ≥ 460 doch ≤ 1 560) |
2,2 |
0 |
|
|
27129011 |
ozokeriet, montaanwas en turfwas (natuurlijke producten), ruw |
0,7 |
0 |
|
|
27129019 |
ozokeriet, montaanwas en turfwas (natuurlijke producten), gezuiverd, ook indien gekleurd |
2,2 |
0 |
|
|
27129031 |
paraffine, microkristallijne was uit aardolie, “slack wax”, andere minerale was en dergelijke door synthetische of op andere wijze verkregen producten, ruw, bestemd om een aangewezen behandeling overeenkomstig aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27 te ondergaan (m.u.v. vaseline, paraffine bevattende < 0,75 gewichtspercent olie, ozokeriet, montaanwas en turfwas) |
0,7 |
0 |
|
|
27129033 |
paraffine, microkristallijne was uit aardolie, “slack wax”, andere minerale was en dergelijke door synthese of op andere wijze verkregen producten, ruw, bestemd om chemisch te worden verwerkt (m.u.v. die bestemd om een aangewezen behandeling te ondergaan overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5 bij hoofdstuk 27; vaseline; paraffine bevattende < 0,75 gewichtspercent olie; ozokeriet, montaanwas en turfwas) |
0,7 |
0 |
|
|
27129039 |
paraffine, microkristallijne was uit aardolie, “slack wax”, andere minerale was en dergelijke door synthetische of op andere wijze verkregen producten, ruw (m.u.v. die bestemd om chemisch te worden verwerkt, vaseline, en paraffine bevattende < 0,75 gewichtspercent olie, ozokeriet, montaanwas en turfwas) |
0,7 |
0 |
|
|
27129091 |
mengsels van 1-alkenen bevattende ≥ 80 gewichtspercenten 1-alkenen met een ketenlengte van ≥ 24 doch ≤ 28 koolstofatomen |
Vrij |
0 |
|
|
27129099 |
paraffine, microkristallijne was uit aardolie, “slack wax”, ozokeriet, montaanwas, turfwas, andere minerale was en dergelijke door synthetische of op andere wijze verkregen producten, ook indien gekleurd (m.u.v. vaseline en paraffine bevattende < 0,75 gewichtspercent olie, ozokeriet, montaanwas en turfwas) |
2,2 |
0 |
|
|
27131100 |
niet-gecalcineerde petroleumcokes |
Vrij |
0 |
|
|
27131200 |
gecalcineerde petroleumcokes |
Vrij |
0 |
|
|
27132000 |
petroleumbitumen |
Vrij |
0 |
|
|
27139010 |
residuen van aardolie of van olie uit bitumineuze mineralen, bestemd voor de vervaardiging van koolstof als bedoeld bij post 2803 |
0,7 |
0 |
|
|
27139090 |
residuen van aardolie of van olie uit bitumineuze mineralen (m.u.v. die bestemd voor de vervaardiging van koolstof als bedoeld bij post 2803 en m.u.v. petroleumcokes en petroleumbitumen) |
0,7 |
0 |
|
|
27141000 |
bitumineuze leisteen en bitumineus zand |
Vrij |
0 |
|
|
27149000 |
natuurlijk bitumen en natuurlijk asfalt; asfaltiet en asfaltsteen |
Vrij |
0 |
|
|
27150000 |
bitumineuze mastiek, vloeibitumen of koudasfalt (cut-back) en andere bitumineuze mengsels van natuurlijk asfalt, van natuurlijk bitumen, van petroleumbitumen, van minerale teer of van minerale teerpek |
Vrij |
0 |
|
|
27160000 |
elektrische energie |
Vrij |
0 |
|
|
28011000 |
chloor |
5,5 |
4 |
|
|
28012000 |
jood (jodium) |
Vrij |
0 |
|
|
28013010 |
fluor |
5 |
4 |
|
|
28013090 |
broom |
5,5 |
4 |
|
|
28020000 |
gesublimeerde of geprecipiteerde zwavel; colloïdale zwavel |
4,6 |
4 |
|
|
28030000 |
koolstof (“carbonblack” en andere vormen van koolstof), n.e.g. |
Vrij |
0 |
|
|
28041000 |
waterstof |
3,7 |
0 |
|
|
28042100 |
argon |
5 |
4 |
|
|
28042910 |
helium |
Vrij |
0 |
|
|
28042990 |
neon, krypton en xenon |
5 |
4 |
|
|
28043000 |
stikstof |
5,5 |
4 |
|
|
28044000 |
zuurstof |
5 |
4 |
|
|
28045010 |
boor (borium) |
5,5 |
4 |
|
|
28045090 |
telluur (tellurium) |
2,1 |
0 |
|
|
28046100 |
silicium, bevattende ≥ 99,99 gewichtspercenten silicium |
Vrij |
0 |
|
|
28046900 |
silicium, bevattende < 99,99 gewichtspercenten silicium |
5,5 |
4 |
|
|
28047000 |
fosfor |
5,5 |
4 |
|
|
28048000 |
arseen (arsenicum) |
2,1 |
0 |
|
|
28049000 |
seleen (selenium) |
Vrij |
0 |
|
|
28051100 |
natrium |
5 |
4 |
|
|
28051200 |
calcium |
5,5 |
4 |
|
|
28051910 |
strontium en barium |
5,5 |
4 |
|
|
28051990 |
alkalimetalen (m.u.v. natrium) |
4,1 |
0 |
|
|
28053010 |
zeldzame aardmetalen, scandium en yttrium, onderling vermengd of onderling gelegeerd |
5,5 |
4 |
|
|
28053090 |
zeldzame aardmetalen, scandium en yttrium (m.u.v. zeldzame aardmetalen, scandium en yttrium, onderling vermengd of onderling gelegeerd) |
2,7 |
0 |
|
|
28054010 |
kwik (kwikzilver) in ijzeren of stalen flessen met een netto-inhoud van 34,5 kg (standaardgewicht) en waarvan de waarde fob, per fles, ≤ 224 EUR bedraagt |
3 |
0 |
|
|
28054090 |
kwik (kwikzilver) (m.u.v. die in ijzeren of stalen flessen met een netto-inhoud van 34,5 kg (standaardgewicht) en waarvan de waarde fob, per fles, ≤ 224 EUR bedraagt) |
Vrij |
0 |
|
|
28061000 |
waterstofchloride “zoutzuur” |
5,5 |
4 |
|
|
28062000 |
chlorozwavelzuur |
5,5 |
4 |
|
|
28070000 |
zwavelzuur; oleum (rokend zwavelzuur) |
3 |
0 |
|
|
28080000 |
salpeterzuur; nitreerzuren |
5,5 |
4 |
|
|
28091000 |
difosforpentaoxide (fosforzuuranhydride) |
5,5 |
4 |
|
|
28092000 |
fosforzuur en polyfosforzuren, ook indien chemisch welbepaald |
5,5 |
4 |
|
|
28100010 |
diboortrioxide |
Vrij |
0 |
|
|
28100090 |
booroxiden; boorzuren (m.u.v. diboortrioxide) |
3,7 |
0 |
|
|
28111100 |
waterstoffluoride “fluorwaterstof” |
5,5 |
4 |
|
|
28111910 |
hydrogeenbromide (broomwaterstof) |
Vrij |
0 |
|
|
28111920 |
hydrogeencyanide “blauwzuur” |
5,3 |
4 |
|
|
28111980 |
anorganische zuren (m.u.v. waterstofchloride “zoutzuur”, chlorozwavelzuur, zwavelzuur, oleum (rokend zwavelzuur), salpeterzuur, nitreerzuren, fosforzuur en polyfosforzuren, boorzuren, waterstoffluoride “fluorwaterstof”, hydrogeenbromide “broomwaterstof” en hydrogeencyanide “blauwzuur”) |
5,3 |
4 |
|
|
28112100 |
koolstofdioxide (kooldioxide) |
5,5 |
4 |
|
|
28112200 |
siliciumdioxide |
4,6 |
4 |
|
|
28112905 |
zwaveldioxide |
5,5 |
4 |
|
|
28112910 |
zwaveltrioxide; diarseentrioxide |
4,6 |
4 |
|
|
28112930 |
stikstofoxiden |
5 |
4 |
|
|
28112990 |
anorganische zuurstofverbindingen van niet-metalen (m.u.v. difosforpentaoxide, booroxiden, koolstofdioxide (kooldioxide), siliciumdioxide, zwaveldioxide, zwaveltrioxide, diarseentrioxide en stikstofoxiden) |
5,3 |
4 |
|
|
28121011 |
fosfortrichlorideoxide (fosforyltrichloride) |
5,5 |
4 |
|
|
28121015 |
fosfortrichloride |
5,5 |
4 |
|
|
28121016 |
fosforpentachloride |
5,5 |
4 |
|
|
28121018 |
fosforchloriden en fosforchlorideoxiden (m.u.v. fosfortrichlorideoxide (fosforyltrichloride), fosfortrichloride en fosforpentachloride) |
5,5 |
4 |
|
|
28121091 |
dizwaveldichloride |
5,5 |
4 |
|
|
28121093 |
zwaveldichloride |
5,5 |
4 |
|
|
28121094 |
fosgeen (carbonylchloride) |
5,5 |
4 |
|
|
28121095 |
thionyldichloride (thionylchloride) |
5,5 |
4 |
|
|
28121099 |
chloriden en chlorideoxiden (m.u.v. fosforchloriden en fosforchlorideoxiden, zwaveldichloride, fosgeen (carbonylchloride) en thionyldichloride (thionylchloride)) |
5,5 |
4 |
|
|
28129000 |
halogeniden en halogenideoxiden van niet-metalen (m.u.v. chloriden en chlorideoxiden) |
5,5 |
4 |
|
|
28131000 |
koolstofdisulfide (zwavelkoolstof) |
5,5 |
4 |
|
|
28139010 |
fosforsulfiden, incl. fosfortrisulfide in handelskwaliteit |
5,3 |
4 |
|
|
28139090 |
zwavelverbindingen van niet-metalen (m.u.v. fosforsulfiden, incl. fosfortrisulfide in handelskwaliteit, en koolstofdisulfide (zwavelkoolstof)) |
3,7 |
0 |
|
|
28141000 |
ammoniak, watervrij |
5,5 |
4 |
|
|
28142000 |
ammoniak in waterige oplossing (ammonia) |
5,5 |
4 |
|
|
28151100 |
natriumhydroxide “bijtende soda”, vast |
5,5 |
4 |
|
|
28151200 |
natriumhydroxide “bijtende soda”, in waterige oplossing “natronloog” |
5,5 |
4 |
|
|
28152000 |
kaliumhydroxide “bijtende potas” |
5,5 |
4 |
|
|
28153000 |
natriumperoxide en kaliumperoxide |
5,5 |
4 |
|
|
28161000 |
magnesiumhydroxide en magnesiumperoxide |
4,1 |
0 |
|
|
28164000 |
strontiumoxide, strontiumhydroxide en strontiumperoxide; bariumoxide, bariumhydroxide en bariumperoxide |
5,5 |
4 |
|
|
28170000 |
zinkoxide; zinkperoxide |
5,5 |
10 |
|
|
28181011 |
kunstmatig korund, al dan niet chemisch welbepaald, met < 50 gewichtspercenten bestaande uit deeltjes met een afmeting van > 10 mm (m.u.v. die met een gehalte aan aluminiumoxide van < 98,5 gewichtspercenten) |
5,2 |
4 |
|
|
28181019 |
kunstmatig korund, al dan niet chemisch welbepaald, met ≥ 50 gewichtspercenten bestaande uit deeltjes met een afmeting van > 10 mm (m.u.v. die met een gehalte aan aluminiumoxide van < 98,5 gewichtspercenten) |
5,2 |
4 |
|
|
28181091 |
kunstmatig korund, al dan niet chemisch welbepaald, met < 50 gewichtspercenten bestaande uit deeltjes met een afmeting van >10 mm (m.u.v. die met een gehalte aan aluminiumoxide van ≥ 98,5 gewichtspercenten) |
5,2 |
4 |
|
|
28181099 |
kunstmatig korund, al dan niet chemisch welbepaald, met ≥ 50 gewichtspercenten bestaande uit deeltjes met een afmeting van > 10 mm (m.u.v. die met een gehalte aan aluminiumoxide van ≥ 98,5 gewichtspercenten) |
5,2 |
4 |
|
|
28182000 |
aluminiumoxide (m.u.v. kunstmatig korund) |
4 |
0 |
|
|
28183000 |
aluminiumhydroxide |
5,5 |
4 |
|
|
28191000 |
chroomtrioxide |
5,5 |
4 |
|
|
28199010 |
chroomdioxide |
3,7 |
0 |
|
|
28199090 |
chroomoxiden en chroomhydroxiden (m.u.v. chroomtrioxide; chroomdioxide) |
5,5 |
4 |
|
|
28201000 |
mangaandioxide |
5,3 |
4 |
|
|
28209010 |
mangaanoxide met een gehalte aan mangaan van ≥ 77 gewichtspercenten |
Vrij |
0 |
|
|
28209090 |
mangaanoxiden (m.u.v. mangaandioxide; mangaanoxide met een gehalte aan mangaan van ≥ 77 gewichtspercenten) |
5,5 |
4 |
|
|
28211000 |
ijzeroxiden en ijzerhydroxiden |
4,6 |
4 |
|
|
28212000 |
verfaarden die ≥ 70 gewichtspercenten ijzerverbindingen, berekend als Fe2O3, bevatten |
4,6 |
4 |
|
|
28220000 |
kobaltoxiden en kobalthydroxiden; kobaltoxiden in handelskwaliteit |
4,6 |
4 |
|
|
28230000 |
titaanoxiden |
5,5 |
4 |
|
|
28241000 |
loodmonoxide “loodglit, massicot” |
5,5 |
4 |
|
|
28249000 |
loodoxiden (m.u.v. loodmonoxide “loodglit, massicot”) |
5,5 |
4 |
|
|
28251000 |
hydrazine en hydroxylamine, alsmede anorganische zouten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
28252000 |
lithiumoxide en lithiumhydroxide |
5,3 |
4 |
|
|
28253000 |
vanadiumoxiden en vanadiumhydroxiden |
5,5 |
4 |
|
|
28254000 |
nikkeloxiden en nikkelhydroxiden |
Vrij |
0 |
|
|
28255000 |
koperoxiden en koperhydroxiden |
3,2 |
0 |
|
|
28256000 |
germaniumoxiden en zirkoniumdioxide |
5,5 |
4 |
|
|
28257000 |
molybdeenoxiden en molybdeenhydroxiden |
5,3 |
4 |
|
|
28258000 |
antimoonoxiden |
5,5 |
4 |
|
|
28259011 |
calciumhydroxide, met een zuiverheid van ≥ 98 gewichtspercenten, berekend op de droge stof, in de vorm van deeltjes, waarvan de afmetingen voor niet meer dan 1 gewichtspercent > 75 micrometer bedragen en de afmetingen voor niet meer dan 4 gewichtspercenten < 1,3 micrometer bedragen |
Vrij |
0 |
|
|
28259019 |
calciumoxide, calciumhydroxide en calciumperoxide (m.u.v. calciumhydroxide, met een zuiverheid van ≥ 98 gewichtspercenten, berekend op de droge stof, in de vorm van deeltjes, waarvan de afmetingen voor niet meer dan 1 gewichtspercent > 75 micrometer bedragen en de afmetingen voor niet meer dan 4 gewichtspercenten < 1,3 micrometer bedragen) |
4,6 |
4 |
|
|
28259020 |
berylliumoxide en berylliumhydroxide |
5,3 |
4 |
|
|
28259040 |
wolfraamoxiden en wolfraamhydroxiden |
4,6 |
4 |
|
|
28259060 |
cadmiumoxide |
Vrij |
0 |
|
|
28259085 |
anorganische basen en oxiden, hydroxiden en peroxiden van metalen, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
28261200 |
aluminiumfluoride |
5,3 |
4 |
|
|
28261910 |
ammoniumfluoriden en natriumfluoriden |
5,5 |
4 |
|
|
28261990 |
fluoriden (m.u.v. ammoniumfluoriden, natriumfluoriden, aluminiumfluoriden en kwikfluoriden) |
5,3 |
4 |
|
|
28263000 |
natriumhexafluoroaluminaat “synthetisch kryoliet” |
5,5 |
4 |
|
|
28269010 |
dikaliumhexafluorozirkonaat (kaliumfluorzirkonaat) |
5 |
4 |
|
|
28269080 |
fluorosilicaten, fluoroaluminaten en andere complexe fluorzouten (m.u.v. natriumhexafluoroaluminaat (synthetisch kryoliet) en dikaliumhexafluorozirkonaat (kaliumfluorzirkonaat) en anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28271000 |
ammoniumchloride |
5,5 |
4 |
|
|
28272000 |
calciumchloride |
4,6 |
4 |
|
|
28273100 |
magnesiumchloride |
4,6 |
4 |
|
|
28273200 |
aluminiumchloride |
5,5 |
4 |
|
|
28273500 |
nikkelchloride |
5,5 |
4 |
|
|
28273910 |
tinchloriden |
4,1 |
0 |
|
|
28273920 |
ijzerchloriden |
2,1 |
0 |
|
|
28273930 |
kobaltchloriden |
5,5 |
4 |
|
|
28273985 |
chloriden (m.u.v. ammonium-, calcium-, magnesium-, aluminium-, ijzer-, kobalt-, nikkel- tin- en kwikchloriden) |
5,5 |
4 |
|
|
28274100 |
koperchlorideoxiden en koperchloridehydroxiden |
3,2 |
0 |
|
|
28274910 |
loodchlorideoxiden en loodchloridehydroxiden |
3,2 |
0 |
|
|
28274990 |
chlorideoxiden en chloridehydroxiden (m.u.v. koperchlorideoxiden, koperchloridehydroxiden, loodchlorideoxiden, loodchloridehydroxiden, kwikchlorideoxiden en kwikchloridehydroxiden) |
5,3 |
4 |
|
|
28275100 |
natriumbromide en kaliumbromide |
5,5 |
4 |
|
|
28275900 |
bromiden en bromideoxiden (m.u.v. natriumbromide, kaliumbromide en kwikbromide) |
5,5 |
4 |
|
|
28276000 |
jodiden en jodideoxiden (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28281000 |
calciumhypochloriet in handelskwaliteit en andere calciumhypochlorieten |
5,5 |
4 |
|
|
28289000 |
hypochlorieten, chlorieten en hypobromieten (m.u.v. calciumhypochlorieten) |
5,5 |
4 |
|
|
28291100 |
natriumchloraat |
5,5 |
4 |
|
|
28291900 |
chloraten (m.u.v. natriumchloraat) |
5,5 |
4 |
|
|
28299010 |
perchloraten (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen) |
4,8 |
4 |
|
|
28299040 |
kaliumbromaat en natriumbromaat |
Vrij |
0 |
|
|
28299080 |
bromaten en perbromaten (m.u.v. kalium- en natriumbromaat); jodaten en perjodaten |
5,5 |
4 |
|
|
28301000 |
natriumsulfiden |
5,5 |
4 |
|
|
28309011 |
calciumsulfide, antimoonsulfiden en ijzersulfiden |
4,6 |
4 |
|
|
28309085 |
sulfiden; polysulfiden, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. natrium-, calcium-, antimoon- en ijzersulfiden, en anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28311000 |
natriumdithioniet en natriumsulfoxylaat |
5,5 |
4 |
|
|
28319000 |
dithionieten en sulfoxylaten (m.u.v. natriumdithioniet en natriumsulfoxylaat) |
5,5 |
4 |
|
|
28321000 |
natriumsulfieten |
5,5 |
4 |
|
|
28322000 |
sulfieten (m.u.v. natriumsulfieten) |
5,5 |
4 |
|
|
28323000 |
thiosulfaten |
5,5 |
4 |
|
|
28331100 |
dinatriumsulfaat |
5,5 |
4 |
|
|
28331900 |
natriumsulfaten (m.u.v. dinatriumsulfaat) |
5,5 |
4 |
|
|
28332100 |
magnesiumsulfaten |
5,5 |
4 |
|
|
28332200 |
aluminiumsulfaat |
5,5 |
4 |
|
|
28332400 |
nikkelsulfaten |
5 |
4 |
|
|
28332500 |
kopersulfaten |
3,2 |
0 |
|
|
28332700 |
bariumsulfaat |
5,5 |
4 |
|
|
28332920 |
cadmium-, chroom- en zinksulfaten |
5,5 |
4 |
|
|
28332930 |
kobalt- en titaansulfaten |
5,3 |
4 |
|
|
28332960 |
loodsulfaten |
4,6 |
4 |
|
|
28332980 |
sulfaten (m.u.v. natrium-, magnesium-, aluminium- nikkel-, koper-, barium-, cadmium-, chroom-, zink-, kobalt-, titaan-, lood- en kwiksulfaat) |
5 |
4 |
|
|
28333000 |
aluinen |
5,5 |
4 |
|
|
28334000 |
peroxosulfaten “persulfaten” |
5,5 |
4 |
|
|
28341000 |
nitrieten |
5,5 |
4 |
|
|
28342100 |
kaliumnitraat |
5,5 |
4 |
|
|
28342920 |
bariumnitraat, berylliumnitraat, cadmiumnitraat, kobaltnitraat, nikkelnitraat en loodnitraat |
5,5 |
4 |
|
|
28342940 |
kopernitraten |
4,6 |
4 |
|
|
28342980 |
nitraten (m.u.v. kalium-, barium-, beryllium-, cadmium-, kobalt-, nikkel- en loodnitraat en koper- en kwiknitraten) |
3 |
0 |
|
|
28351000 |
fosfinaten “hypofosfieten” en fosfonaten “fosfieten” |
5,5 |
4 |
|
|
28352200 |
natriumdiwaterstoforthofosfaat en dinatriumwaterstoforthofosfaat |
5,5 |
4 |
|
|
28352400 |
kaliumfosfaten |
5,5 |
4 |
|
|
28352500 |
calciumwaterstoforthofosfaat “dicalciumfosfaat” |
5,5 |
4 |
|
|
28352600 |
calciumfosfaten (m.u.v. calciumwaterstoforthofosfaat “dicalciumfosfaat”) |
5,5 |
4 |
|
|
28352910 |
triammoniumorthofosfaat |
5,3 |
4 |
|
|
28352930 |
trinatriumorthofosfaat |
5,5 |
4 |
|
|
28352990 |
fosfaten (m.u.v. triammoniumorthofosfaat, natriumdiwaterstoforthofosfaat en dinatriumwaterstoforthofosfaat, trinatriumorthofosfaat, kaliumfosfaten, calciumfosfaten en kwikfosfaten) |
5,5 |
4 |
|
|
28353100 |
natriumtrifosfaat “natriumtripolyfosfaat”, ook indien chemisch welbepaald |
5,5 |
4 |
|
|
28353900 |
polyfosfaten, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. natriumtrifosfaat “natriumtripolyfosfaat” en anorganische of organische kwikverbindingen, ook indien chemisch welbepaald) |
5,5 |
4 |
|
|
28362000 |
dinatriumcarbonaat |
5,5 |
4 |
|
|
28363000 |
natriumwaterstofcarbonaat “natriumbicarbonaat” |
5,5 |
4 |
|
|
28364000 |
kaliumcarbonaten |
5,5 |
4 |
|
|
28365000 |
calciumcarbonaat |
5 |
4 |
|
|
28366000 |
bariumcarbonaat |
5,5 |
4 |
|
|
28369100 |
lithiumcarbonaten |
5,5 |
4 |
|
|
28369200 |
strontiumcarbonaat |
5,5 |
4 |
|
|
28369911 |
magnesiumcarbonaten en kopercarbonaten |
3,7 |
0 |
|
|
28369917 |
carbonaten; ammoniumcarbamaathoudend ammoniumcarbonaat in handelskwaliteit (m.u.v. dinatriumcarbonaat, natriumwaterstofcarbonaat “natriumbicarbonaat”, kalium- en lithiumcarbonaten en calcium-, barium-, strontiumcarbonaat, magnesiumcarbonaten en kopercarbonaten en anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28369990 |
peroxocarbonaten (percarbonaten) |
5,5 |
4 |
|
|
28371100 |
natriumcyanide |
5,5 |
4 |
|
|
28371900 |
cyaniden en cyanideoxiden (m.u.v. natriumcyanide en kwikcyanide) |
5,5 |
4 |
|
|
28372000 |
complexe cyaniden (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28391100 |
natriummetasilicaten, ook indien in handelskwaliteit |
5 |
4 |
|
|
28391900 |
natriumsilicaten, ook indien in handelskwaliteit (m.u.v. natriummetasilicaten) |
5 |
4 |
|
|
28399000 |
silicaten, incl. alkalimetaalsilicaten in handelskwaliteit (m.u.v. natriumsilicaten) |
5 |
4 |
|
|
28401100 |
dinatriumtetraboraat “geraffineerde borax”, watervrij |
Vrij |
0 |
|
|
28401910 |
dinatriumtetraboraatpentahydraat |
Vrij |
0 |
|
|
28401990 |
dinatriumtetraboraat (geraffineerde borax) (m.u.v. watervrij dinatriumtetraboraat; dinatriumtetraboraatpentahydraat) |
5,3 |
4 |
|
|
28402010 |
natriumboraten, watervrij (m.u.v. dinatriumtetraboraat (geraffineerde borax)) |
Vrij |
0 |
|
|
28402090 |
boraten (m.u.v. natriumboraten, watervrij en m.u.v. dinatriumtetraboraat (geraffineerde borax)) |
5,3 |
4 |
|
|
28403000 |
peroxoboraten “perboraten” |
5,5 |
4 |
|
|
28413000 |
natriumdichromaat |
5,5 |
4 |
|
|
28415000 |
chromaten en dichromaten, alsmede peroxochromaten (m.u.v. natriumdichromaat en anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28416100 |
kaliumpermanganaat |
5,5 |
4 |
|
|
28416900 |
manganieten, manganaten en permanganaten (m.u.v. kaliumpermanganaat) |
5,5 |
4 |
|
|
28417000 |
molybdaten |
5,5 |
4 |
|
|
28418000 |
wolframaten |
5,5 |
4 |
|
|
28419030 |
zinkaten en vanadaten |
4,6 |
4 |
|
|
28419085 |
zouten van oxometaalzuren of van peroxometaalzuren (m.u.v. chromaten, dichromaten, peroxochromaten, manganieten, manganaten, permanganaten, molybdaten, wolframaten, zinkaten en vanadaten) |
5,5 |
4 |
|
|
28421000 |
dubbelsilicaten en complexe silicaten van anorganische zouten en peroxozouten (aluminosilicaten, ook indien chemisch welbepaald, daaronder begrepen) (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen, ook indien chemisch niet-welbepaald) |
5,5 |
4 |
|
|
28429010 |
zouten (dubbelzouten en complexe zouten daaronder begrepen) van seleenzuren (seleniumzuren) of van telluurzuren (telluriumzuren) |
5,3 |
4 |
|
|
28429080 |
anorganische zouten en peroxozouten (m.u.v. aziden, zouten van oxometaalzuren of van peroxometaalzuren, dubbelsilicaten, complexe silicaten (aluminosilicaten, ook indien chemisch welbepaald, daaronder begrepen), en zouten (dubbelzouten en complexe zouten daaronder begrepen) van seleenzuren (seleniumzuren) of van telluurzuren (telluriumzuren) en anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28431010 |
zilver in colloïdale toestand |
5,3 |
4 |
|
|
28431090 |
edele metalen in colloïdale toestand (m.u.v. zilver) |
3,7 |
0 |
|
|
28432100 |
zilvernitraat |
5,5 |
4 |
|
|
28432900 |
anorganische of organische zilververbindingen, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. zilvernitraat en van anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28433000 |
anorganische of organische goudverbindingen, ook indien chemisch welbepaald |
3 |
0 |
|
|
28439010 |
amalgamen van edele metalen |
5,3 |
4 |
|
|
28439090 |
anorganische of organische verbindingen van edele metalen, al dan niet chemisch welbepaald (m.u.v. zilver- en goudverbindingen) |
3 |
0 |
|
|
28441010 |
natuurlijk uranium, ruw; resten en afvallen, van natuurlijk uranium (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
28441030 |
natuurlijk uranium, bewerkt (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
28441050 |
legeringen, dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende natuurlijk uranium met ijzer of verbindingen van natuurlijk uranium met ijzer (ferro-uranium) |
Vrij |
0 |
|
|
28441090 |
verbindingen van natuurlijk uranium; legeringen en dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende natuurlijk uranium of verbindingen van natuurlijk uranium (Euratom) (m.u.v. ferro-uranium) |
Vrij |
0 |
|
|
28442025 |
legeringen, dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende met U 235 verrijkt uranium met ijzer (ferro-uranium) |
Vrij |
0 |
|
|
28442035 |
uranium, verrijkt met U 235 en verbindingen daarvan; legeringen, dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende uranium verrijkt met U 235 (Euratom) (m.u.v. ferro-uranium) |
Vrij |
0 |
|
|
28442051 |
mengsels van uranium en plutonium met ijzer (ferro-uranium) |
Vrij |
0 |
|
|
28442059 |
mengsels van uranium en plutonium (Euratom) (m.u.v. ferro-uranium) |
Vrij |
0 |
|
|
28442099 |
plutonium en verbindingen daarvan; legeringen, dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende plutonium of verbindingen van dit product (m.u.v. mengsels van uranium en plutonium) |
Vrij |
0 |
|
|
28443011 |
cermets bevattende uranium waaruit U 235 is afgescheiden of verbindingen van dit product |
5,5 |
4 |
|
|
28443019 |
uranium waaruit U 235 is afgescheiden; legeringen, dispersies, keramische producten en mengsels, bevattende uranium waaruit U 235 is afgescheiden, of verbindingen van dit product (m.u.v. cermets) |
2,9 |
0 |
|
|
28443051 |
cermets bevattende thorium of verbindingen van dit product |
5,5 |
4 |
|
|
28443055 |
thorium, ruw; resten en afvallen, van thorium (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
28443061 |
staven, profielen, draad, platen, bladen en strippen, van thorium (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
28443069 |
thorium, bewerkt; legeringen, dispersies, keramische producten en mengsels, bevattende thorium of verbindingen van dit product (Euratom) (m.u.v. cermets; staven, profielen, draad, platen, bladen en strippen) |
1,5 |
0 |
|
|
28443091 |
verbindingen van thorium of van uranium waaruit U 235 is afgescheiden, ook indien onderling vermengd (Euratom) (m.u.v. zouten van thorium) |
Vrij |
0 |
|
|
28443099 |
zouten van thorium |
Vrij |
0 |
|
|
28444010 |
uranium bevattende U 233 alsmede verbindingen daarvan; legeringen, dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende U 233 of verbindingen van dit product |
Vrij |
0 |
|
|
28444020 |
isotopen, kunstmatig radioactief (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
28444030 |
verbindingen van kunstmatige radioactieve isotopen (Euratom) |
Vrij |
0 |
|
|
28444080 |
radioactieve elementen, isotopen en verbindingen (m.u.v. die bedoeld bij onderverdelingen 2844.10, 2844.20, 2844.30 en 2844.40.10 t/m 2844.40.30); legeringen, dispersies, incl. cermets, keramische producten en mengsels, bevattende deze elementen, isotopen of verbindingen; radioactief afval (m.u.v. dat van uranium met U 233) |
Vrij |
0 |
|
|
28445000 |
gebruikte “bestraalde” splijtstofelementen van kernreactoren [Euratom] |
Vrij |
0 |
|
|
28451000 |
zwaar water “deuteriumoxide” [Euratom] |
5,5 |
4 |
|
|
28459010 |
deuterium en verbindingen daarvan; waterstof en verbindingen daarvan verrijkt met deuterium; mengsels en oplossingen die deze producten bevatten (Euratom) (m.u.v. zwaar water (deuteriumoxide)) |
5,5 |
4 |
|
|
28459090 |
isotopen, niet-radioactief; anorganische en organische verbindingen daarvan, ook indien chemisch niet-welbepaald (m.u.v. deuterium, zwaar water (deuteriumoxide) en andere deuteriumverbindingen, waterstof en verbindingen daarvan, verrijkt met deuterium; mengsels en oplossingen die deze producten bevatten) |
5,5 |
4 |
|
|
28461000 |
ceriumverbindingen |
3,2 |
0 |
|
|
28469000 |
anorganische en organische verbindingen van zeldzame aardmetalen, van yttrium of van scandium, dan wel van mengsels van die metalen (m.u.v. ceriumverbindingen) |
3,2 |
0 |
|
|
28470000 |
waterstofperoxide, ook indien in vaste toestand gebracht met ureum |
5,5 |
4 |
|
|
28480000 |
fosfiden, al dan niet chemisch welbepaald (m.u.v. ijzerfosfiden (fosforijzer) en anorganische of organische kwikverbindingen, ook indien chemisch welbepaald) |
5,5 |
4 |
|
|
28491000 |
calciumcarbide, ook indien chemisch welbepaald |
5,5 |
4 |
|
|
28492000 |
siliciumcarbide, ook indien chemisch welbepaald |
5,5 |
4 |
|
|
28499010 |
boorcarbide (boriumcarbide), ook indien chemisch welbepaald |
4,1 |
0 |
|
|
28499030 |
wolfraamcarbiden, al dan niet chemisch welbepaald |
5,5 |
4 |
|
|
28499050 |
aluminiumcarbide, chroomcarbiden, molybdeencarbiden, vanadiumcarbide, tantaalcarbiden (tantaliumcarbiden) en titaancarbide (titaniumcarbide), ook indien chemisch welbepaald |
5,5 |
4 |
|
|
28499090 |
carbiden, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. calciumcarbide, siliciumcarbide, boorcarbide, wolfraamcarbiden, aluminiumcarbide, chroomcarbiden, molybdeencarbiden, vanadiumcarbide, tantaalcarbiden en titaancarbide, en anorganische of organische kwikverbindingen, ook indien chemisch welbepaald) |
5,3 |
4 |
|
|
28500020 |
hydriden en nitriden, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. verbindingen die tevens carbiden bedoeld bij post 2849 zijn, en anorganische of organische kwikverbindingen) |
4,6 |
4 |
|
|
28500060 |
aziden en siliciden, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. verbindingen die tevens carbiden bedoeld bij post 2849 zijn, en anorganische of organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
28500090 |
boriden, ook indien chemisch welbepaald (m.u.v. verbindingen die tevens carbiden bedoeld bij post 2849 zijn, en anorganische of organische kwikverbindingen) |
5,3 |
4 |
|
|
28521000 |
anorganische of organische kwikverbindingen, chemisch welbepaald (m.u.v. amalgamen) |
5,5 |
4 |
|
|
28529000 |
anorganische of organische kwikverbindingen, niet chemisch welbepaald (m.u.v. amalgamen) |
5,5 |
4 |
|
|
28530010 |
gedistilleerd water, conductometrisch zuiver water en dergelijk zuiver water |
2,7 |
0 |
|
|
28530030 |
vloeibare lucht, ook indien daaraan edelgassen zijn onttrokken; samengeperste lucht |
4,1 |
0 |
|
|
28530050 |
cyanogeenchloride |
5,5 |
4 |
|
|
28530090 |
anorganische verbindingen, n.e.g., alsmede amalgamen (m.u.v. amalgamen van edele metalen) |
5,5 |
4 |
|
|
29011000 |
koolwaterstoffen, acyclisch, verzadigd |
Vrij |
0 |
|
|
29012100 |
ethyleen |
Vrij |
0 |
|
|
29012200 |
propeen “propyleen” |
Vrij |
0 |
|
|
29012300 |
buteen “butyleen” en isomeren daarvan |
Vrij |
0 |
|
|
29012400 |
buta-1,3-dieen en isopreen |
Vrij |
0 |
|
|
29012900 |
koolwaterstoffen, acyclisch, onverzadigd (m.u.v. ethyleen; propeen “propyleen”; buteen “butyleen” en isomeren daarvan; buta-1,3-dieen en isopreen) |
Vrij |
0 |
|
|
29021100 |
cyclohexaan |
Vrij |
0 |
|
|
29021900 |
cycloalkanen, cycloalkenen en cycloterpenen (m.u.v. cyclohexaan) |
Vrij |
0 |
|
|
29022000 |
benzeen |
Vrij |
0 |
|
|
29023000 |
tolueen |
Vrij |
0 |
|
|
29024100 |
o-xyleen |
Vrij |
0 |
|
|
29024200 |
m-xyleen |
Vrij |
0 |
|
|
29024300 |
p-xyleen |
Vrij |
0 |
|
|
29024400 |
mengsels van xyleenisomeren |
Vrij |
0 |
|
|
29025000 |
styreen |
Vrij |
0 |
|
|
29026000 |
ethylbenzeen |
Vrij |
0 |
|
|
29027000 |
cumeen |
Vrij |
0 |
|
|
29029000 |
koolwaterstoffen, cyclisch (m.u.v. cycloalkanen, cycloalkenen en cycloterpenen en m.u.v. benzeen, tolueen, xylenen, styreen, ethylbenzeen en cumeen) |
Vrij |
0 |
|
|
29031100 |
chloormethaan “methylchloride” en chloorethaan “ethylchloride” |
5,5 |
4 |
|
|
29031200 |
dichloormethaan “methyleenchloride” |
5,5 |
4 |
|
|
29031300 |
chloroform “trichloormethaan” |
5,5 |
4 |
|
|
29031400 |
koolstoftetrachloride |
5,5 |
4 |
|
|
29031500 |
ethyleendichloride “ISO” “1,2-dichloorethaan” |
5,5 |
4 |
|
|
29031910 |
1,1,1-trichloorethaan (methylchloroform) |
5,5 |
4 |
|
|
29031980 |
verzadigde chloorderivaten van acyclische koolwaterstoffen (m.u.v. chloormethaan (methylchloride), chloorethaan (ethylchloride), dichloormethaan (methyleenchloride), chloroform (trichloormethaan), koolstoftetrachloride, 1,2-dichloorethaan (ethyleendichloride) en 1,1,1-trichloorethaan (methylchloroform)) |
5,5 |
4 |
|
|
29032100 |
vinylchloride “chloorethyleen” |
5,5 |
4 |
|
|
29032200 |
trichloorethyleen |
5,5 |
4 |
|
|
29032300 |
tetrachloorethyleen “perchloorethyleen” |
5,5 |
4 |
|
|
29032900 |
chloorderivaten van acyclische koolwaterstoffen, onverzadigd (m.u.v. vinylchloride “chloorethyleen”, trichloorethyleen en tetrachloorethyleen “perchloorethyleen”) |
5,5 |
4 |
|
|
29033100 |
ethyleendibromide “ISO” “1,2-dibroomethaan” |
5,5 |
4 |
|
|
29033911 |
broommethaan (methylbromide) |
5,5 |
4 |
|
|
29033915 |
dibroommethaan |
Vrij |
0 |
|
|
29033919 |
bromiden (broomderivaten) van acyclische koolwaterstoffen (m.u.v. ethyleendibromide (ISO) (1,2-dibroomethaan); broommethaan (methylbromide); dibroommethaan) |
5,5 |
4 |
|
|
29033990 |
fluoriden (fluorderivaten) en jodiden (joodderivaten) van acyclische koolwaterstoffen |
5,5 |
4 |
|
|
29037100 |
chloordifluormethaan |
5,5 |
4 |
|
|
29037200 |
dichloortrifluorethanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037300 |
dichloorfluorethanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037400 |
chloordifluorethanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037500 |
dichloorpentafluorpropanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037610 |
broomchloordifluormethaan |
5,5 |
4 |
|
|
29037620 |
broomtrifluormethaan |
5,5 |
4 |
|
|
29037690 |
dibroomtetrafluorethanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037710 |
trichloorfluormethaan |
5,5 |
4 |
|
|
29037720 |
dichloordifluormethaan |
5,5 |
4 |
|
|
29037730 |
trichloortrifluorethanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037740 |
dichloortetrafluorethanen |
5,5 |
4 |
|
|
29037750 |
chloorpentafluorethaan |
5,5 |
4 |
|
|
29037790 |
halogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen, bevattende twee of meer verschillende halogenen, enkel geperhalogeerd met fluor en chloor, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29037800 |
perhalogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen bevattende twee of meer verschillende halogenen, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29037911 |
halogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen bevattende twee of meer verschillende halogenen, enkel gehalogeneerd met fluor en chloor, of methaan, ethaan of propaan (HCFK’s), n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29037919 |
halogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen, bevattende twee of meer verschillende halogenen, enkel gehalogeerd met fluor en chloor, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29037921 |
halogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen, bevattende twee of meer verschillende halogenen, enkel gehalogeerd met fluor en broom, of methaan, ethaan of propaan, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29037929 |
halogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen, bevattende twee of meer verschillende halogenen, enkel gehalogeerd met fluor en broom, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29037990 |
halogeenderivaten van acyclische koolwaterstoffen bevattende twee of meer verschillende halogenen, n.e.g. |
5,5 |
4 |
|
|
29038100 |
1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen |
5,5 |
4 |
|
|
29038200 |
aldrine (ISO), chloordaan (ISO) en heptachloor (ISO) |
5,5 |
4 |
|
|
29038910 |
1,2-dibroom-4-(1,2-dibroomethyl)cyclohexaan; tetrabroomcyclooctanen |
Vrij |
0 |
|
|
29038990 |
halogeenderivaten van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen (m.u.v. 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN), aldrine (ISO), chloordaan (ISO), heptachloor (ISO), 1,2-dibroom-4-(1,2-dibroomethyl)cyclohexaan en tetrabroomcyclooctanen) |
5,5 |
4 |
|
|
29039100 |
chloorbenzeen, o-dichloorbenzeen en p-dichloorbenzeen |
5,5 |
4 |
|
|
29039200 |
hexachloorbenzeen (ISO) en DDT (ISO) (clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor-2,2-bis(p-chloorfenyl)-ethaan) |
5,5 |
4 |
|
|
29039910 |
2,3,4,5,6-pentabroomethylbenzeen |
Vrij |
0 |
|
|
29039990 |
halogeenderivaten van aromatische koolwaterstoffen (m.u.v. chloorbenzeen, o-dichloorbenzeen, p-dichloorbenzeen, hexachloorbenzeen (ISO), DDT (ISO) (clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor-2,2-bis(p-chloorfenyl)ethaan) en 2,3,4,5,6-pentabroomethylbenzeen) |
5,5 |
4 |
|
|
29041000 |
derivaten van koolwaterstoffen die enkel sulfogroepen bevatten, alsmede zouten en ethylesters daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29042000 |
derivaten van koolwaterstoffen, die enkel nitro- of enkel nitrosogroepen bevatten |
5,5 |
4 |
|
|
29049040 |
trichloornitromethaan “chloorpikrine” |
5,5 |
4 |
|
|
29049095 |
sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van koolwaterstoffen, ook indien gehalogeneerd (m.u.v. derivaten die enkel sulfo-, enkel nitro- of enkel nitrosogroepen bevatten, trichloornitromethaan (chloorpikrine) en glycerolesters verkregen met behulp van organische verbindingen met een zuurfunctie) |
5,5 |
4 |
|
|
29051100 |
methanol “methylalcohol” |
5,5 |
4 |
|
|
29051200 |
propaan-1-ol “propylalcohol” en propaan-2-ol “isopropylalcohol” |
5,5 |
4 |
|
|
29051300 |
butaan-1-ol “n-butylalcohol” |
5,5 |
4 |
|
|
29051410 |
2-methylpropaan-2-ol (tert-butylalcohol) |
4,6 |
4 |
|
|
29051490 |
butanolen (m.u.v. butaan-1-ol (n-butylalcohol) en 2-methylpropaan-2-ol (tert-butylalcohol)) |
5,5 |
4 |
|
|
29051620 |
octaan-2-ol |
Vrij |
0 |
|
|
29051685 |
octanol (octylalcohol) en isomeren daarvan (m.u.v. octaan-2-ol) |
5,5 |
4 |
|
|
29051700 |
dodecaan-1-ol “laurylalcohol”, hexadecaan-1-ol “cetylalcohol” en octadecaan-1-ol “stearylalcohol” |
5,5 |
4 |
|
|
29051900 |
alcoholen, acyclisch, eenwaardig, verzadigd (m.u.v. methanol “methylalcohol”, propaan-1-ol “propylalcohol”, propaan-2-ol “isopropylalcohol”, butanolen, octanol “octylalcohol” en isomeren daarvan, dodecaan-1-ol “laurylalcohol”, hexadecaan-1-ol “cetylalcohol” en octadecaan-1-ol “stearylalcohol”) |
5,5 |
4 |
|
|
29052200 |
acyclische terpeenalcoholen |
5,5 |
4 |
|
|
29052910 |
allylalcohol |
5,5 |
4 |
|
|
29052990 |
alcoholen, acyclisch, eenwaardig, onverzadigd (m.u.v. allylalcohol en acayclische terpeenalcoholen) |
5,5 |
4 |
|
|
29053100 |
ethyleenglycol “ethaandiol” |
5,5 |
4 |
|
|
29053200 |
propyleenglycol “propaan-1,2-diol” |
5,5 |
4 |
|
|
29053920 |
butaan-1,3-diol |
Vrij |
0 |
|
|
29053925 |
butaan-1,4-diol |
5,5 |
4 |
|
|
29053930 |
2,4,7,9-tetramethyldec-5-yn-4,7-diol |
Vrij |
0 |
|
|
29053995 |
alcoholen, acyclisch, tweewaardig (m.u.v. ethyleenglycol (ethaandiol); propyleenglycol (propaan-1,2-diol); butaan-1,3-diol, butaan-1,4-diol en 2,4,7,9-tetramethyldec-5-yn-4,7-diol) |
5,5 |
4 |
|
|
29054100 |
2-ethyl-2-“hydroxymethyl”propaan-1,3-diol “trimethylolpropaan” |
5,5 |
4 |
|
|
29054200 |
pentaerytritol (pentaerytriet) |
5,5 |
4 |
|
|
29054300 |
mannitol |
9,6 + 125,8 EUR/100 kg/net |
SH2 |
|
|
29054411 |
D-glucitol (sorbitol), in waterige oplossing, met een gehalte aan mannitol van ≤ 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte |
7,7 + 16,1 EUR/100 kg/net |
SH2 |
|
|
29054419 |
D-glucitol (sorbitol), in waterige oplossing (m.u.v. D-glucitol met een gehalte aan mannitol van ≤ 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte) |
9,6 + 37,8 EUR/100 kg/net |
SH2 |
|
|
29054491 |
D-glucitol (sorbitol) met een gehalte aan mannitol van ≤ 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte (m.u.v. D-glucitol in waterige oplossing) |
7,7 + 23 EUR/100 kg/net |
SH2 |
|
|
29054499 |
D-glucitol (sorbitol) (m.u.v. D-glucitol in waterige oplossing en m.u.v. D-glucitol met een gehalte aan mannitol van ≤ 2 gewichtspercenten, berekend op het D-glucitolgehalte) |
9,6 + 53,7 EUR/100 kg/net |
SH2 |
|
|
29054500 |
glycerol |
3,8 |
0 |
|
|
29054900 |
acyclische alcoholen, drie- en meerwaardig (m.u.v. 2-ethyl-2-“hydroxymethyl”propaan-1,3-diol “trimethylolpropaan”, pentaerytritol “pentaerytriet”, mannitol, D-glucitol “sorbitol” en glycerol) |
5,5 |
4 |
|
|
29055100 |
ethchloorvynol “INN” |
Vrij |
0 |
|
|
29055991 |
2,2-bis(broommethyl)propaandiol |
Vrij |
0 |
|
|
29055998 |
halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van acyclische alcoholen (m.u.v. bis(broommethyl)propaandiol en ethchloorvynol (INN)) |
5,5 |
4 |
|
|
29061100 |
menthol |
5,5 |
4 |
|
|
29061200 |
cyclohexanol, methylcyclohexanolen en dimethylcyclohexanolen |
5,5 |
4 |
|
|
29061310 |
sterolen |
5,5 |
4 |
|
|
29061390 |
inositolen |
Vrij |
0 |
|
|
29061900 |
alcoholen van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. menthol, cyclohexanol, methylcyclohexanolen, dimethylcyclohexanolen, sterolen en inositolen) |
5,5 |
4 |
|
|
29062100 |
benzylalcohol |
5,5 |
4 |
|
|
29062900 |
alcoholen, cyclisch, aromatisch, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. benzylalcohol) |
5,5 |
4 |
|
|
29071100 |
fenol “hydroxybenzeen” en zouten daarvan |
3 |
0 |
|
|
29071200 |
kresolen en zouten daarvan |
2,1 |
0 |
|
|
29071300 |
octylfenol, nonylfenol, alsmede isomeren daarvan; zouten van deze producten |
5,5 |
4 |
|
|
29071510 |
1-naftol |
Vrij |
0 |
|
|
29071590 |
naftolen en zouten daarvan (m.u.v. 1-naftol) |
5,5 |
4 |
|
|
29071910 |
xylenolen en zouten daarvan |
2,1 |
0 |
|
|
29071990 |
fenolen, eenwaardig (m.u.v. fenol “hydroxybenzeen” en zouten daarvan, kresolen en zouten daarvan, octylfenol, nonylfenol, alsmede isomeren daarvan en zouten van deze producten, xylenolen en zouten daarvan en naftolen en zouten daarvan) |
5,5 |
4 |
|
|
29072100 |
resorcinol en zouten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29072200 |
hydrochinon en zouten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29072300 |
4,4′-isopropylideendifenol “bisfenol A, difenylolpropaan” en zouten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29072900 |
meerwaardige fenolen; fenolalcoholen (m.u.v. resorcinol, hydrochinon en 4,4′-isopropylideendifenol “bisfenol A, difenylolpropaan”, alsmede zouten daarvan) |
5,5 |
4 |
|
|
29081100 |
pentachloorfenol “ISO” |
5,5 |
4 |
|
|
29081900 |
derivaten van fenolen of van fenolalcoholen die enkel halogeengroepen bevatten, alsmede zouten daarvan (m.u.v. pentachloorfenol [ISO]) |
5,5 |
4 |
|
|
29089100 |
dinoseb “ISO” en zouten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29089200 |
4,6-dinitro-o-kresol (DNOC (ISO)) en zouten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29089900 |
halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van fenolen of van fenolalcoholen (m.u.v. derivaten die enkel halogeengroepen bevatten, alsmede zouten daarvan, dinoseb [ISO] en zouten daarvan en 4,6-dinitro-o-kresol [DNOC [ISO]] en zouten daarvan) |
5,5 |
4 |
|
|
29091100 |
diëthylether |
5,5 |
4 |
|
|
29091910 |
tert-butylethylether (ethyl-tertiair-butylether, ETBE) |
5,5 |
4 |
|
|
29091990 |
ethers, acyclisch, en halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. diëthylether en tert-butylethylether (ethyl-tertiair-butylether, ETBE)) |
5,5 |
4 |
|
|
29092000 |
ethers van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29093010 |
difenylether |
Vrij |
0 |
|
|
29093031 |
pentabroomdifenylether; 1,2,4,5-tetrabroom-3,6-bis(pentabroomfenoxy)benzeen |
Vrij |
0 |
|
|
29093035 |
1,2-bis(2,4,6-tribroomfenoxy)ethaan, bestemd voor de vervaardiging van acrylonitril-butadieen-styreen (ABS) |
Vrij |
0 |
|
|
29093038 |
broomderivaten van aromatische ethers (m.u.v. pentabroomdifenylether; 1,2,4,5-tetrabroom-3,6-bis(pentabroomfenoxy)benzeen; 1,2-bis(2,4,6-tribroomfenoxy)ethaan, bestemd voor de vervaardiging van acrylonitril-butadieen-styreen (ABS)) |
5,5 |
4 |
|
|
29093090 |
ethers, aromatisch, en halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. difenylether en broomderivaten) |
5,5 |
4 |
|
|
29094100 |
2,2′-oxidiëthanol “diëthyleenglycol” |
5,5 |
4 |
|
|
29094300 |
monobutylethers van ethyleenglycol of van diëthyleenglycol |
5,5 |
4 |
|
|
29094400 |
monoalkylethers van ethyleenglycol of van diëthyleenglycol (m.u.v. monobutylethers) |
5,5 |
4 |
|
|
29094911 |
2-(2-chloorethoxy)ethanol |
Vrij |
0 |
|
|
29094980 |
etheralcoholen, cyclisch, en halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. 2-(2-chloorethoxy)ethanol) |
5,5 |
4 |
|
|
29095000 |
etherfenolen, etherfenolalcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29096000 |
alcoholperoxiden, etherperoxiden, ketonperoxiden, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29101000 |
oxiraan “ethyleenoxide” |
5,5 |
4 |
|
|
29102000 |
methyloxiraan “propyleenoxide” |
5,5 |
4 |
|
|
29103000 |
1-chloor-2,3-epoxypropaan “epichloorhydrine” |
5,5 |
4 |
|
|
29104000 |
dieldrine “ISO” “INN” |
5,5 |
4 |
|
|
29109000 |
epoxiden, epoxyalcoholen, epoxyfenolen en epoxyethers, met een drieringsysteem, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. oxiraan (ethyleenoxide), methyloxiraan (propyleenoxide), 1-chloor-2,3-epoxypropaan (epichloorhydrine) en dieldrine (ISO) (INN)) |
5,5 |
4 |
|
|
29110000 |
acetalen en hemiacetalen, ook indien met andere zuurstofhoudende groepen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan |
5 |
4 |
|
|
29121100 |
methanal “formaldehyde” |
5,5 |
4 |
|
|
29121200 |
ethanal “aceetaldehyde” |
5,5 |
4 |
|
|
29121900 |
acyclische aldehyden, zonder andere zuurstofhoudende groepen (m.u.v. methanal [formaldehyde] en ethanal [aceetaldehyde]) |
5,5 |
4 |
|
|
29122100 |
benzaldehyde |
5,5 |
4 |
|
|
29122900 |
aldehyden, cyclisch, zonder andere zuurstofhoudende groepen (m.u.v. benzaldehyd) |
5,5 |
4 |
|
|
29124100 |
vanilline “4-hydroxy-3-methoxybenzaldehyde” |
5,5 |
4 |
|
|
29124200 |
ethylvanilline “3-ethoxy-4-hydroxybenzaldehyde” |
5,5 |
4 |
|
|
29124900 |
aldehydalcoholen, aldehydethers, aldehydfenolen en aldehyden met andere zuurstofhoudende groepen (m.u.v. ethylvanilline “3-ethoxy-4-hydroxybenzaldehyd” en vanilline “4-hydroxy-3-methoxybenzaldehyd”) |
5,5 |
4 |
|
|
29125000 |
cyclische polymeren van aldehyden |
5,5 |
4 |
|
|
29126000 |
paraformaldehyde |
5,5 |
4 |
|
|
29130000 |
halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van aldehyden, cyclische polymeren van aldehyden of paraformaldehyde |
5,5 |
4 |
|
|
29141100 |
aceton |
5,5 |
4 |
|
|
29141200 |
butanon “methylethylketon” |
5,5 |
4 |
|
|
29141300 |
4-methylpentaan-2-on “methylisobutylketon” |
5,5 |
4 |
|
|
29141910 |
5-methylhexaan-2-on |
Vrij |
0 |
|
|
29141990 |
ketonen, acyclisch, zonder andere zuurstofhoudende groepen (m.u.v. aceton; butanon (methylethylketon); 4-methylpentaan-2-on (methylisobutylketon); 5-methylhexaan-2-on) |
5,5 |
4 |
|
|
29142200 |
cyclohexanon en methylcyclohexanonen |
5,5 |
4 |
|
|
29142300 |
iononen en methyliononen |
5,5 |
4 |
|
|
29142900 |
ketonen van cycloalkanen, van cycloalkenen of van cycloterpenen, zonder andere zuurstofhoudende groepen (m.u.v. cyclohexanon, methylcyclohexanonen, iononen en methyliononen) |
5,5 |
4 |
|
|
29143100 |
fenylaceton “fenylpropaan-2-on” |
5,5 |
4 |
|
|
29143900 |
aromatische ketonen zonder andere zuurstofhoudende groepen (m.u.v. fenylaceton [fenylpropaan-2-on]) |
5,5 |
4 |
|
|
29144010 |
4-hydroxy-4-methylpentaan-2-on (diacetonalcohol) |
5,5 |
4 |
|
|
29144090 |
ketonalcoholen en ketonaldehyden (m.u.v. 4-hydroxy-4-methylpentaan-2-on (diacetonalcohol)) |
3 |
0 |
|
|
29145000 |
ketonfenolen en ketonen met andere zuurstofhoudende groepen |
5,5 |
4 |
|
|
29146100 |
antrachinon |
5,5 |
4 |
|
|
29146910 |
1,4-naftochinon |
Vrij |
0 |
|
|
29146990 |
chinonen (m.u.v. antrachinon; 1,4-naftochinon) |
5,5 |
4 |
|
|
29147000 |
halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten van ketonen of chinonen (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
29151100 |
mierenzuur |
5,5 |
4 |
|
|
29151200 |
zouten van mierenzuur |
5,5 |
4 |
|
|
29151300 |
esters van mierenzuur |
5,5 |
4 |
|
|
29152100 |
azijnzuur |
5,5 |
4 |
|
|
29152400 |
azijnzuuranhydride |
5,5 |
4 |
|
|
29152900 |
zouten van azijnzuur (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen) |
5,5 |
4 |
|
|
29153100 |
ethylacetaat |
5,5 |
4 |
|
|
29153200 |
vinylacetaat |
5,5 |
4 |
|
|
29153300 |
n-butylacetaat |
5,5 |
4 |
|
|
29153600 |
dinosebacetaat “ISO” |
5,5 |
4 |
|
|
29153900 |
esters van azijnzuur (m.u.v. ethylacetaat, vinylacetaat, n-butylacetaat en dinosebacetaat [ISO]) |
5,5 |
4 |
|
|
29154000 |
mono-, di- en trichloorazijnzuur, alsmede zouten en esters daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29155000 |
propionzuur en zouten en esters daarvan |
4,2 |
0 |
|
|
29156011 |
1-isopropyl-2,2-dimethyltrimethyleendiisobutyraat |
Vrij |
0 |
|
|
29156019 |
butaanzuur en isobutaanzuur, alsmede zouten en esters daarvan (m.u.v. 1-isopropyl-2,2-dimethyltrimethyleendiisobutyraat) |
5,5 |
4 |
|
|
29156090 |
pentaanzuur en isopentaanzuur, alsmede zouten en esters daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29157040 |
palmitinezuur, alsmede zouten en esters daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29157050 |
stearinezuur, alsmede zouten en esters daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29159030 |
laurinezuur, alsmede zouten en esters daarvan |
5,5 |
4 |
|
|
29159070 |
carbonzuren, verzadigd, acyclisch, eenwaardig, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (m.u.v. mieren-, azijn-, mono-, di- en trichloorazijn-, propion-, palmitine-, stearine en laurinezuur en butaan- en pentaanzuren, zouten en esters van deze producten en m.u.v. azijnzuuranhydride) |
5,5 |
4 |
|
|
29161100 |
acrylzuur en zouten daarvan |
6,5 |
4 |
|
|
29161200 |
esters van acrylzuur |
6,5 |
4 |
|
|
29161300 |
methacrylzuur en zouten daarvan |
6,5 |
4 |
|
|
29161400 |
esters van methacrylzuur |
6,5 |
4 |
|
|
29161500 |
oliezuur, linolzuur en linoleenzuur, alsmede zouten en esters daarvan (m.u.v. anorganische en organische kwikverbindingen) |
6,5 |
< |