Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573 wat betreft de uitbreiding van bepaalde voor kleine en middelgrote ondernemingen beschikbare verzachtende maatregelen tot kleine midcap-ondernemingen en verdere vereenvoudigingsmaatregelen

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573 wat betreft de uitbreiding van bepaalde voor kleine en middelgrote ondernemingen beschikbare verzachtende maatregelen tot kleine midcap-ondernemingen en verdere vereenvoudigingsmaatregelen

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Brussel, 21.5.2025

COM(2025) 501 final

2025/0130(COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573 wat betreft de uitbreiding van bepaalde voor kleine en middelgrote ondernemingen beschikbare verzachtende maatregelen tot kleine midcap-ondernemingen en verdere vereenvoudigingsmaatregelen

{COM(2025) 502 final} - {SWD(2025) 501 final}

TOELICHTING

Europese bedrijven zorgen voor werkgelegenheid, innovatie en welvaart. Concurrentievermogen en productiviteit zijn essentiële factoren voor bloeiende bedrijven en staan daarom al tientallen jaren centraal in het EU-beleid 1 . Voor een duurzame groei van de EU-economie moeten de EU en haar lidstaten het ondernemingsklimaat structureel verbeteren, onder andere met doelgerichte investeringen en regelgevende maatregelen.

Voorzitter Von der Leyen heeft in de politieke beleidslijnen voor de ambtstermijn van 2024‑2029 van de Europese Commissie een plan voor duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa uiteengezet 2 . Belangrijke prioriteiten in het plan zijn het zakendoen gemakkelijker te maken en de eengemaakte markt te verdiepen.

Ook de agenda voor betere regelgeving 3 van de Commissie ondersteunt het concurrentievermogen van Europese ondernemingen door ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de EU-wetgeving worden bereikt zonder het bedrijfsleven onnodig te belasten. In 2023 heeft de Commissie vastgesteld dat de rapportagevereisten voor ondernemingen en overheden moeten worden gerationaliseerd en vereenvoudigd 4 en toegezegd die met 25 % te verminderen, zonder dat dit ten koste gaat van de beleidsdoelstellingen van de desbetreffende wetgeving. Deze toezegging werd vervolgens verhoogd tot 25 % vermindering van alle administratieve kosten en 35 % voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) 5 .

Mario Draghi voert in zijn rapport over de toekomst van het Europese concurrentievermogen 6 aan dat EU-regelgeving kmo’s en kleine midcap-ondernemingen 7 verhoudingsgewijs zwaarder belast worden dan grotere ondernemingen. In het rapport wordt voorgesteld dat de Commissie de bestaande verzachtende maatregelen die momenteel beschikbaar zijn voor kmo’s, uitbreidt tot kleine midcaps, zodat zij ook onder de evenredigheid in het EU-recht vallen. In het Draghi-rapport wordt ook opgemerkt dat de EU geen gezamenlijk overeengekomen definitie van kleine midcaps en onmiddellijk beschikbare statistische gegevens heeft.

Volgens het rapport van Enrico Letta “Much more than a market” kunnen er betere regels worden gemaakt als in de EU-regelgeving een onderscheid wordt gemaakt tussen midcaps en grote ondernemingen, zodat hun groei en gelijke deelname aan de eengemaakte markt worden bevorderd, met name in tijden van crisis 8 . Midcap-ondernemingen kunnen dus een bijdrage leveren aan de voltooiing en de verbetering van de eengemaakte markt.

Op 12 september 2023 publiceerde de Commissie het steunpakket voor kleine en middelgrote ondernemingen 9 , met als doel kleine en middelgrote ondernemingen te helpen concurreren en groeien, onder meer door aandacht te besteden aan de behoeften van bedrijven die de drempels van de kmo-definitie overschrijden 10 en aan het bredere scala aan kleine midcap-ondernemingen. In het kader van actie 18 van het steunpakket werd aangekondigd dat de Commissie een geharmoniseerde definitie van kleine midcap-onderneming zou ontwikkelen, op basis van die definitie een dataset zou opbouwen en mogelijke maatregelen zou beoordelen om deze bedrijven in hun groei te ondersteunen (inclusief de mogelijke toepassing van bepaalde maatregelen ten gunste van kmo’s in aangepaste vorm).

Uit een studie “ Map, measure and portray the EU mid-cap landscape” 11 blijkt dat midcap-ondernemingen een cruciale rol spelen in de economie van de EU en goed zijn voor 13 % van de totale werkgelegenheid. Zij zijn prominent aanwezig in industriële ecosystemen die van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen en de technologische soevereiniteit van de EU, zoals elektronica, lucht- en ruimtevaart en defensie, energie, energie-intensieve industrieën en gezondheidszorg. Midcaps vormen een segment van de bedrijfssector dat zich duidelijk onderscheidt van kmo’s, maar ook van grote ondernemingen. In vergelijking met kmo’s groeien zij over het algemeen sneller — ongeveer 20 % was drie jaar ervoor nog een kmo — en hebben zij een hoger niveau van innovatie en digitalisering. Wel hebben zij te maken met bepaalde vergelijkbare uitdagingen, zoals administratieve lasten en de behoefte aan meer evenredigheid in nieuwe wetgeving en aan gerichte steun. Om een soepele overgang van kmo naar kleine midcap-onderneming mogelijk te maken, moeten deze uitdagingen op coherente wijze worden aangepakt.

Het doel van dit voorstel is gerichte beleidsondersteuning te bieden om ondernemingen te helpen op te schalen, met name in relevante en belangrijke sectoren. In de huidige economische context en met het oog op de sectoren met een groot aandeel ondernemingen met 250-749 werknemers 12 omvat de definitie van kleine midcaps derhalve ondernemingen die driemaal zo groot zijn als kmo’s 13 . Dit is bedoeld om de opschaling van ondernemingen beter te begeleiden en meer bedrijven te bereiken. De Commissie heeft een aanbeveling gedaan waarin een dergelijke definitie wordt geformaliseerd (Aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcap-ondernemingen — C(2025) 3500 final), die deel uitmaakt van een pakket vereenvoudigingsmaatregelen voor kleine midcap-ondernemingen; daartoe behoort ook dit voorstel voor een richtlijn waarbij verzachtende maatregelen voor kleine midcaps in de bestaande wetgeving worden opgenomen.

Er wordt al een definitie van kleine midcap-ondernemingen op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening 14 en de richtsnoeren inzake risicofinanciering 15 gebruikt voor vastgestelde gevallen van marktfalen die vaak met gerichte financiële overheidssteun uit nationale middelen worden aangepakt. Het doel van een algemene definitie van kleine midcaps is echter niet om de definitie die voor de staatssteunregels wordt gebruikt als zodanig over te nemen, maar om als uitgangspunt te dienen voor gerichte beleidsondersteuning die ondernemingen kan helpen om in relevante en belangrijke sectoren op te schalen. Uiteraard doet de definitie van kleine midcaps in de genoemde aanbeveling nog steeds geen afbreuk aan de in de context van staatssteun passend geachte drempel.

Op basis van het bovenstaande beoogt dit voorstel overwegingen op te nemen die betrekking hebben op kleine midcaps en evenredigheid wat administratieve lasten betreft, zodat een aantal rechtshandelingen waarbij al verzachtende of ondersteunende maatregelen beschikbaar zijn voor kmo’s, van toepassing worden op ondernemingen die driemaal zo groot zijn als kmo’s. Daarom zal bij handelingen waarin kmo’s worden gedefinieerd door te verwijzen naar delen van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie, zoals de in artikel 2 van die aanbeveling vermelde drempels, een soortgelijke aanpak worden toegepast bij het definiëren van kleine midcaps.

Het doel is kleine midcaps te ondersteunen die voor vergelijkbare uitdagingen staan als kmo’s. Voor zover zij zich nog in de groeifase bevinden, kunnen zij evengoed voordeel hebben bij evenredigheid in de regelgeving, in plaats van dezelfde regels te moeten naleven als grote ondernemingen, die beter toegerust zijn en over meer middelen beschikken om aan deze regels te voldoen.

Dit voorstel heeft derhalve tot doel een aantal bepalingen die momenteel van toepassing zijn op kmo’s, uit te breiden tot kleine midcaps en vereenvoudigingsmaatregelen die kmo’s en kleine midcaps ten goede komen, voor te stellen in de volgende wetgevingshandelingen:

Verordening (EU) 2016/679 bevat bepalingen inzake algemene gegevensbescherming (AVG). Artikel 30 van Verordening (EU) 2016/679 bepaalt dat elke verwerkingsverantwoordelijke en verwerker een register van de verwerkingsactiviteiten moet bijhouden en geeft aan welke gegevens dit register moet bevatten. Artikel 30, lid 5, voorziet in een afwijking voor kmo’s en organisaties met minder dan 250 werknemers, die een dergelijk register niet hoeven bij te houden, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Dit voorstel heeft tot doel de afwijking van de verplichting een register bij te houden op grond van dat artikel te vereenvoudigen en te verduidelijken door het bijhouden van een register alleen verplicht te stellen indien de verwerkingsactiviteiten waarschijnlijk een “hoog risico” inhouden voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen. Tegelijkertijd moet het toepassingsgebied van de afwijking worden uitgebreid tot kleine midcaps en organisaties met minder dan 750 werknemers.

Artikel 40 van Verordening (EU) 2016/679 bepaalt dat de lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie verenigingen en andere organen die categorieën van verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, moeten aanmoedigen gedragscodes op te stellen, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren en de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat bij het opstellen van gedragscodes ook rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften.

Artikel 42 van Verordening (EU) 2016/679 bepaalt dat de lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie, met name op Unieniveau, de invoering van certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming en gegevensbeschermingszegels en -merktekens door de in artikel 43 van de AVG bedoelde certificeringsorganen of door de bevoegde toezichthoudende autoriteit moeten bevorderen, en dat in dat verband rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften van kmo’s. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat bij de afgifte van certificaten ook rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften.

Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie bevat bepalingen om de toegang van kmo’s tot handelsbeschermingsinstrumenten te bevorderen, namelijk bijvoorbeeld door algemene informatie te verstrekken en, waar mogelijk, de procedures voor hen te vereenvoudigen. Artikel 5, lid 1 bis, van Verordening (EU) 2016/1036 heeft tot doel de toegang tot het handelsbeschermingsinstrument te bevorderen. In dat verband wordt bijstand aan kmo’s verleend via een specifieke helpdesk die hen helpt met algemene informatie en uitleg over procedures en over hoe zij een klacht kunnen indienen, of door standaardvragenlijsten beschikbaar te stellen. Om ervoor te zorgen dat kleine midcaps ook kunnen profiteren van de begeleiding en bijstand van een helpdesk, moet het toepassingsgebied van deze bepaling tot hen worden uitgebreid. Artikel 6, lid 9, van Verordening (EU) 2016/1036 bepaalt het tijdschema voor de onderzoeksprocedures. Het bevat een bepaling op grond waarvan onderzoeksperioden indien mogelijk samenvallen met het boekjaar voor gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo’s bestaan. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat zij ook kunnen profiteren van de vereenvoudigingen en de voorspelbaarheid die het gevolg zijn wanneer de onderzoeksperioden samenvallen met het begrotingsjaar.

Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie bevat bepalingen om de toegang tot het handelsbeschermingsinstrument te vergemakkelijken. In dat verband wordt bijstand aan kmo’s verleend via een specifieke helpdesk die hen helpt met algemene informatie en uitleg over procedures en over hoe zij een klacht kunnen indienen, of door standaardvragenlijsten beschikbaar te stellen. Om ervoor te zorgen dat kleine midcaps ook kunnen profiteren van de begeleiding en bijstand van een helpdesk, moet het toepassingsgebied van deze bepaling tot hen worden uitgebreid. Artikel 11, lid 9, van Verordening (EU) 2016/1037 bepaalt het tijdschema voor de onderzoeksprocedures. Het bevat een bepaling op grond waarvan onderzoeksperioden indien mogelijk samenvallen met het boekjaar voor gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo’s bestaan. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat zij ook kunnen profiteren van de vereenvoudigingen en de voorspelbaarheid die het gevolg zijn wanneer de onderzoeksperioden samenvallen met het begrotingsjaar.

Verordening (EU) 2017/1129, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/2809, verwijst naar de mogelijkheid om een lichter type prospectus — een EU-groei-uitgifteprospectus — op te stellen. Een dergelijk prospectus kan doorgaans worden opgesteld door kmo’s en in bepaalde gevallen ook door andere soorten bedrijven. Het zou passend zijn het gebruik van dat lichter type prospectus uit te breiden tot kleine midcaps om hun beursnoteringskosten te verlagen en deze ondernemingen mogelijk aantrekkelijker te maken voor beleggers, waardoor zij gemakkelijker toegang krijgen tot financiering.

Aangezien Verordening (EU) 2017/1129 is gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/2809, is de bepaling betreffende het EU-groei-uitgifteprospectus van toepassing met ingang van 5 maart 2026. Daarom moet ook de toepassingsdatum van de in deze verordening vastgestelde wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1129 worden uitgesteld tot en met 5 maart 2026.

Verordening (EU) 2023/1542 bevat bepalingen over batterijen. Artikel 47 van Verordening (EU) 2023/1542 stelt kmo’s vrij van bepaalde verplichtingen op het gebied van het beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat zij ook van deze verplichtingen worden vrijgesteld. Overeenkomstig artikel 52 moeten de in artikel 48, lid 1, bedoelde marktdeelnemers jaarlijks hun beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen evalueren en er een openbaar rapport over uitbrengen, ook op het internet. Om de administratieve lasten voor marktdeelnemers te verminderen, moet deze verplichting om hun beleid inzake passende zorgvuldigheid te evalueren en openbaar te maken, worden gewijzigd zodat het om de drie jaar in plaats van jaarlijks van toepassing is. Deze lastenverlichtingsmaatregel moet gelden voor alle marktdeelnemers, met inbegrip van kleine midcaps.

Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluoreerde broeikasgassen 16 (F-gasverordening) bevat onder meer bepalingen over producten en apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevatten. Met de inwerkingtreding van de F-gasverordening in 2024 is een registratieverplichting in het F-gasportaal uitgebreid tot alle invoer van producten en apparatuur, met inbegrip van de invoer waarvoor geen rapportageverplichtingen gelden. Dit omvat ook een nieuwe registratieplicht voor de uitvoer van producten en apparatuur die F-gassen bevatten, met inbegrip van de uitvoer waarvoor geen uitvoerbeperking geldt. Als een handelaar geen geldige registratie in het F-gasportaal kan overleggen, moet de douane de goederen tegenhouden. Dergelijke handelsvergunningen hebben vooral tot doel handhaving gemakkelijker te maken.

Sinds de inwerkingtreding van de verordening heeft de Commissie veel registratieverzoeken en vragen ontvangen van handelaren in producten en apparatuur die F-gassen bevatten. Het gaat voornamelijk om betrekkelijk kleine ondernemingen die handelen in gebruikte auto’s met F-gassen in de airconditioninginstallatie, waarvoor geen beperkingen gelden die handhaving vereisen.

Om zich te registreren, moeten importeurs en exporteurs een elektronisch aanvraagformulier bij de Commissie indienen en de benodigde informatie over hun bedrijfsactiviteiten en hun juridische en financiële identiteit verstrekken. De Commissie valideert de registratie in het F-gasportaal.

Het lijkt erop dat deze eis niet volledig evenredig is en dat de registratieverplichting gericht moet zijn op ondernemingen die activiteiten verrichten waarvoor andere verplichtingen in de F-gasverordening gelden om de handhaving te vergemakkelijken. Daarom wordt voorgesteld de verplichting te beperken tot invoer die ook moet worden gerapporteerd en tot uitvoer waarvoor grenswaarden voor het aardopwarmingsvermogen van het F-gas in de producten en apparatuur gelden. Verder is deze wijziging in overeenstemming met de effectbeoordeling van de Commissie 17 , waarin de voorkeursoptie geen uitgebreide verplichting voor importeurs en exporteurs van producten en apparatuur bevatte, terwijl tegelijkertijd de interventielogica wordt geëerbiedigd wat betreft de noodzaak om de handhaving van een door de medewetgevers ingevoerde nieuwe beperking voor bepaalde uitgevoerde producten en apparatuur te vergemakkelijken. Deze vereenvoudiging zal naar verwachting vooral ten goede komen aan kmo’s en kleine midcaps.

Dit voorstel maakt deel uit van een pakket maatregelen om de bureaucratie voor kleine midcaps te verminderen door bepaalde bepalingen waarvan kmo’s momenteel profiteren, uit te breiden tot kleine midcaps. Het doel ervan is de toezegging van de Commissie na te komen om i) het zakendoen te vergemakkelijken en de administratieve lasten te verminderen, en ii) de evenredigheid in het EU-recht uit te breiden tot kleine midcaps.

De met deze maatregelen ingevoerde rationalisering zal geen invloed hebben op de verwezenlijking van de doelstellingen op het betrokken beleidsterrein, noch op de grondgedachte van de wetgevingshandelingen.

De voorgestelde wijziging van de F-gasverordening heeft alleen betrekking op registratievereisten voor importeurs en exporteurs van producten en apparatuur, doorgaans in kleine hoeveelheden, die geen afbreuk doen aan de doeltreffendheid van de verordening of de nakoming van internationale verplichtingen uit hoofde van het Protocol van Montreal.

Het huidige voorstel is bedoeld om de situatie van kleine midcaps gelijk te stellen aan die van kleine en middelgrote ondernemingen in een aantal rechtshandelingen, die verschillende beleidsterreinen bestrijken. Het heeft tot doel de verwezenlijking van de doelstellingen van die wetgeving efficiënter en minder belastend te maken voor ondernemingen, organisaties en overheidsinstanties.

Dit voorstel is gebaseerd op artikel 16, artikel 114, artikel 192, lid 1, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die de rechtsgrondslag vormen voor de handelingen die het wijzigt. Voor zover deze verordening wijzigingen aanbrengt in Verordening (EU) 2023/1542, is artikel 114 de passende rechtsgrondslag voor die wijzigingen. Dit voorstel wijzigt geen specifieke regels voor het beheer van afgedankte batterijen, die gebaseerd zouden zijn op artikel 192, lid 1, van het Verdrag. Voor zover deze verordening Verordening (EU) 2024/573 wijzigt, is de passende rechtsgrondslag, wat die wijzigingen betreft, artikel 192, lid 1, VWEU.

Alle in punt 1 genoemde rechtshandelingen waarop dit voorstel betrekking heeft, bevatten soortgelijke bepalingen die bedoeld zijn om de administratieve rompslomp voor kmo’s te verminderen of kmo’s te helpen de verplichtingen na te komen die hun door de desbetreffende handelingen worden opgelegd, om het voor kmo’s gemakkelijker en minder belastend te maken om dergelijke wetgeving toe te passen. Om deze evenredigheid wat administratieve lasten betreft uit te breiden, wordt het gerechtvaardigd geacht de bepalingen uit te breiden tot kleine midcap-ondernemingen.

De verplichtingen die aan bedrijven worden opgelegd, vloeien direct en indirect voort uit het Unierecht en kunnen derhalve alleen op het niveau van de Unie worden gewijzigd. De lidstaten, ondernemingen en de Commissie zullen baat hebben bij de uitbreiding van de regels die momenteel van toepassing zijn op kmo’s tot kleine midcaps, alsook van de wijziging van de F-gasverordening.

De uitbreiding van sommige bepalingen die reeds voor kmo’s gelden tot kleine midcaps, vereenvoudigt het rechtskader door minimale wijzigingen aan te brengen in de bestaande verplichtingen voor de lidstaten, waardoor kleine midcaps dezelfde behandeling zouden krijgen als kmo’s. Het voorstel is beperkt tot de wijzigingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat kleine midcaps van hetzelfde rechtskader kunnen profiteren als kmo’s.

De gerichte wijzigingen hebben alleen betrekking op aspecten die van toepassing zijn op kmo’s (op verschillende manieren gedefinieerd, afhankelijk van de context van de rechtshandeling en de keuze van de medewetgever), die nu zullen worden uitgebreid tot kleine midcaps en die geschikt zijn om in één voorstel te worden opgenomen. De definities van kleine midcaps die in de handelingen moeten worden opgenomen, volgen de aanpak van de medewetgever om kmo’s voor die handelingen te definiëren, en hebben betrekking op ondernemingen die driemaal zo groot zijn als die kmo’s.

Wat de wijziging van de F-gasverordening betreft, zorgt de vereenvoudiging ervoor dat de evenredigheid van de registratieverplichting wordt verbeterd.

In overeenstemming met de toezegging in het steunpakket voor kmo’s 18 om mogelijke maatregelen te beoordelen om kleine midcap-ondernemingen bij hun groei te ondersteunen, heeft de Commissie het acquis geanalyseerd, met bijzondere aandacht voor initiatieven die als belastend worden beschouwd of die specifieke lichtere regelingen of verzachtende maatregelen voor kmo’s omvatten. Bij de screening is een aantal mogelijkheden naar voren gekomen om te zorgen voor een betere evenredigheid voor kleine midcap-ondernemingen.

De Commissie heeft ook geluisterd naar het bedrijfsleven om te bepalen hoe de definitie van kleine midcap-ondernemingen moet worden gebruikt voor horizontaal beleid, en om gebieden vast te stellen voor evenredige regelgevings-, financierings- of beleidsmaatregelen. In verband hiermee bevatten de standpuntnota’s van belanghebbenden een aantal aanbevelingen, zoals “rekening houden met de specifieke kenmerken van midcaps in de context van betere regelgeving” of “ervoor zorgen dat in de EU-regelgeving beter rekening wordt gehouden met bedrijfsomvang”.

De Commissie heeft vertegenwoordigers van het Europese bedrijfsleven geraadpleegd over specifieke ideeën over steunverlening op maat voor kleine midcaps. Dit gebeurde via bilaterale bijeenkomsten en een rondetafelconferentie over vereenvoudiging op 6 februari 2025, waar werd gesproken over de noodzakelijke beleidsondersteuning voor kleine midcap-ondernemingen.

Wat de F-gasverordening betreft, staat de Commissie rechtstreeks in contact met alle handelaren die zich op het F-gasportaal moeten registreren. In de eerste maanden van 2025 heeft de Commissie ongeveer 2 000 registratieverzoeken per maand ontvangen, doorgaans van micro- en kleine ondernemingen die niet onder de registratieverplichting uit hoofde van de vorige F-gasverordening vielen en die niet vertrouwd zijn met de F-gasverordening of het F-gasportaal. Veel van deze belanghebbenden beschikten over apparatuur die aan de grens door de douane werd tegengehouden en vinden de registratievereisten onevenredig. Daarnaast heeft één lidstaat waar veel van de handelaren actief zijn, de Commissie verzocht de regels te vereenvoudigen.

De resultaten van al deze besprekingen hebben bijgedragen tot de lijst van voorstellen in dit document.

De maatregelen die momenteel gelden voor kmo’s en die moeten worden uitgebreid tot kleine midcaps, zijn vastgesteld na een proces van interne en externe beoordeling van de bestaande wetgeving en zijn gebaseerd op de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van de desbetreffende wetgeving. Aangezien dit één stap is in een proces waarin voortdurend wordt beoordeeld of er behoefte is aan verzachtende maatregelen voor kleine ondernemingen, zodat zij kunnen voldoen aan hun verplichtingen op grond van de Uniewetgeving, zal de beoordeling van de administratieve lasten en de gevolgen daarvan voor belanghebbenden worden voortgezet.

Het voorstel betreft beperkte en gerichte wijzigingen van de wetgeving om deze te vereenvoudigen of bepaalde maatregelen die momenteel van toepassing zijn op kmo’s, uit te breiden tot kleine midcaps. Deze wijzigingen berusten op de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de wetgeving. De wijzigingen zorgen alleen voor een efficiëntere en doeltreffendere uitvoering. Door het gerichte karakter ervan en door het gebrek aan relevante beleidsopties is een effectbeoordeling niet nodig. In het bijgevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie wordt echter ingegaan op elementen van het effect van dergelijke maatregelen, met inbegrip van een kwantificering van de verwachte besparingen.

Wat de wijziging van de F-gasverordening betreft, komt de vereenvoudiging overeen met de voorkeursoptie en de interventielogica in de effectbeoordeling bij het voorstel van de Commissie van 2022. De wijziging zal de administratieve kosten voor handelaren, met name kmo’s en kleine midcaps, verminderen, zonder dat dit negatieve gevolgen zal hebben voor het behalen van de klimaatdoelstellingen van die verordening. Integendeel, het zal de autoriteiten van de lidstaten, de douane en de Commissie in staat stellen zich in plaats daarvan te concentreren op gevallen die relevant zijn voor de handhaving van de beperkingen in de F-gasverordening.

In het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit) zorgt de Commissie ervoor dat haar wetgeving geschikt is voor het beoogde doel, op de behoeften van belanghebbenden is toegesneden en de doelstellingen ervan worden bereikt met zo beperkt mogelijke lasten. Dit voorstel maakt dus deel uit van het Refit-programma, omdat het onnodige lasten voor kleine midcaps vermindert door de regels voor kleine midcaps in overeenstemming te brengen met die voor kmo’s.

Dit is een Refit-voorstel om de wetgeving te vereenvoudigen en op twee manieren te snijden in de lasten voor de lidstaten.

N.v.t.

Met betrekking tot Verordening (EU) 2016/679 betreffende algemene gegevensbescherming (AVG): 

Artikel 30 bepaalt dat elke verwerkingsverantwoordelijke en verwerker een register van de verwerkingsactiviteiten moet bijhouden en geeft aan welke gegevens dit register moet bevatten. Lid 5 van dit artikel voorziet in een afwijking voor kmo’s en organisaties met minder dan 250 werknemers, die een dergelijk register niet hoeven bij te houden, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Dit voorstel heeft tot doel de afwijking van de verplichting een register bij te houden op grond van artikel 30, lid 5, te vereenvoudigen en te verduidelijken door het bijhouden van een register alleen verplicht te stellen indien de verwerkingsactiviteiten waarschijnlijk een “hoog risico” inhouden voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen. Tegelijkertijd moet het toepassingsgebied van de afwijking worden uitgebreid tot kleine midcaps en organisaties met minder dan 750 werknemers. Artikel 30, lid 5, moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

In een overweging in deze wijzigingsverordening zal worden verduidelijkt dat ook kleine midcaps zijn vrijgesteld van de verplichting een register bij te houden, tenzij de verwerkingsactiviteiten waarschijnlijk een “hoog risico” inhouden voor de betrokkenen, zoals gedefinieerd in artikel 35, en dat de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens overeenkomstig artikel 9, lid 2, punt b), op zichzelf geen verplichting oplevert om een register van de verwerkingsactiviteiten bij te houden.

Artikel 40 bepaalt dat de lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie moeten bevorderen dat verenigingen en andere organen die categorieën van verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, gedragscodes opstellen, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren en de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat bij het opstellen van gedragscodes ook rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften. Derhalve moet aan artikel 40, lid 1, een verwijzing naar kleine midcaps worden toegevoegd.

Artikel 42 bepaalt dat de lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie, met name op Unieniveau, de invoering van certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming en gegevensbeschermingszegels en -merktekens door de in artikel 43 bedoelde certificeringsorganen of door de bevoegde toezichthoudende autoriteit moeten bevorderen, en dat in dat verband rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften van kmo’s. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat bij de afgifte van certificaten ook rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften. Daarom moet aan artikel 42, lid 1, een verwijzing naar kleine midcaps worden toegevoegd.

Met betrekking tot Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie:

Artikel 5, lid 1 bis, bepaalt dat de Commissie de toegang tot het handelsbeschermingsinstrument moet bevorderen voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die merendeels bestaan uit kmo’s via een specifieke kmo-helpdesk, bijvoorbeeld door bewustmaking, door algemene informatie te verstrekken, uitleg over procedures te geven en aan te geven hoe klachten kunnen worden ingediend, door standaardvragenlijsten in alle officiële talen van de Unie beschikbaar te stellen en door algemene, niet-zaakgebonden vragen te beantwoorden. Dit artikel moet worden gewijzigd om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot kleine midcaps, zodat zij in gelijke mate kunnen profiteren van de begeleiding en bijstand van een helpdesk. Er moeten definities van zowel kmo’s als kleine midcaps worden opgenomen.

Artikel 6, lid 9, bepaalt dat de onderzoeksperioden indien mogelijk, in het bijzonder in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo’s bestaan, moeten samenvallen met het boekjaar. Dit artikel moet worden gewijzigd om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot kleine midcaps, zodat zij in gelijke mate van deze bepaling kunnen profiteren.

Met betrekking tot Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie:

Artikel 10, lid 1 bis, bepaalt dat de Commissie de toegang tot het handelsbeschermingsinstrument moet bevorderen voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die merendeels bestaan uit kmo’s via een specifieke kmo-helpdesk, bijvoorbeeld door bewustmaking, door algemene informatie te verstrekken, uitleg over procedures te geven en aan te geven hoe klachten kunnen worden ingediend, door standaardvragenlijsten in alle officiële talen van de Unie beschikbaar te stellen en door algemene, niet-zaakgebonden vragen te beantwoorden. Dit artikel moet worden gewijzigd om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot kleine midcaps, zodat zij kunnen profiteren van de begeleiding en bijstand van een helpdesk. Er moeten definities van zowel kmo’s als kleine midcaps worden opgenomen.

Artikel 11, lid 9, bepaalt dat de onderzoeksperioden indien mogelijk, in het bijzonder in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo’s bestaan, moeten samenvallen met het boekjaar. Dit artikel moet worden gewijzigd om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot kleine midcaps, zodat zij in gelijke mate van deze bepaling kunnen profiteren.

2025/0130 (COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573 wat betreft de uitbreiding van bepaalde voor kleine en middelgrote ondernemingen beschikbare verzachtende maatregelen tot kleine midcap-ondernemingen en verdere vereenvoudigingsmaatregelen

Met betrekking tot Verordening (EU) 2017/1129 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten:

Artikel 1, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2017/1129 voorziet in vrijstellingen van de prospectusplicht voor bepaalde aanbiedingen van effecten aan het publiek of toelatingen tot de handel op een gereglementeerde markt. Dit artikel moet worden gewijzigd om een nieuwe vrijstelling op te nemen van de verplichting om een prospectus te publiceren voor aanbiedingen van effecten aan het publiek wanneer dergelijke aanbiedingen resulteren uit de omzetting van passiva door de EU-afwikkelingsautoriteiten volgens het EU-kader voor de afwikkeling van banken of verzekeraars (Richtlijnen 2014/59/EU en (EU) 2025/1) of door de autoriteiten van derde landen binnen een vergelijkbaar rechtskader. Daarnaast moet de bestaande afwikkelingsspecifieke vrijstelling van de verplichting om een prospectus te publiceren voor de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU uit hoofde van artikel 1, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2017/1129 worden uitgebreid tot maatregelen die autoriteiten van derde landen in een soortgelijke context nemen.

Artikel 2 van Verordening (EU) 2017/1129 bevat de desbetreffende definities in de verordening. Dit artikel moet worden gewijzigd om een definitie in te voeren voor kleine midcaps als een afzonderlijke categorie ondernemingen van kmo’s en om, door middel van een kruisverwijzing naar artikel 2, lid 1, punten 88 en 90, van Richtlijn 2014/59/EU en naar artikel 2, punten 72) en 74), van Richtlijn (EU) 2025/1, definities in te voeren voor een “betrokken autoriteit van een derde land” en “afwikkelingsprocedures van derde landen”.

Artikel 15 bis van Verordening (EU) 2017/1129, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/2809, verwijst naar de mogelijkheid om een lichter type prospectus — een EU-groei-uitgifteprospectus — op te stellen. Een dergelijk prospectus kan doorgaans worden opgesteld door kmo’s en in bepaalde gevallen ook door andere soorten ondernemingen. Het gebruik van dat lichter type prospectus moet ook worden uitgebreid tot kleine midcaps om hun beursnoteringskosten te verlagen en deze ondernemingen mogelijk aantrekkelijker te maken voor beleggers, waardoor zij gemakkelijker toegang krijgen tot financiering.

Met betrekking tot Verordening (EU) 2023/1542 inzake batterijen en afgedankte batterijen: 

Artikel 47 stelt kmo’s vrij van bepaalde verplichtingen op het gebied van het beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen. Kmo’s worden beschreven als “marktdeelnemers met een netto-omzet van minder dan 40 miljoen EUR in het boekjaar dat aan het afgelopen boekjaar voorafging, en die geen deel uitmaken van een uit moeder- en dochterondernemingen bestaande groep die op geconsolideerde basis de limiet van 40 miljoen EUR overschrijdt”. Het toepassingsgebied van deze bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat zij eveneens van deze verplichtingen zijn vrijgesteld. Met het oog op consistentie moeten kleine midcaps op dezelfde manier worden beschreven, rekening houdend met het feit dat het entiteiten zijn die driemaal zo groot zijn als kmo’s, d.w.z. met een netto-omzet van minder dan 150 miljoen EUR.

Overeenkomstig artikel 52 moeten de in artikel 48, lid 1, bedoelde marktdeelnemers jaarlijks hun beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen evalueren en er een openbaar rapport over uitbrengen, ook op het internet.  Om de administratieve lasten voor marktdeelnemers te verminderen, moet deze verplichting om hun beleid inzake passende zorgvuldigheid te evalueren en openbaar te maken, worden gewijzigd zodat het om de drie jaar in plaats van jaarlijks van toepassing is. Deze lastenverlichtingsmaatregel moet gelden voor alle marktdeelnemers, met inbegrip van kleine midcaps.

Met betrekking tot Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluoreerde broeikasgassen:

Op grond van artikel 20, lid 4, punt a), moeten alle importeurs en exporteurs van producten en apparatuur zich momenteel registreren in het F-gasportaal. Overeenkomstig artikel 20, lid 5, vormt een geldige registratie in het F-gasportaal op het moment van invoer of uitvoer een vereiste vergunning. Om ervoor te zorgen dat de verplichting tot registratie in het F-gasportaal gericht is op activiteiten die relevant zijn voor de handhaving, wordt artikel 20, lid 4, punt a), zodanig gewijzigd dat de registratieverplichting voor ingevoerde producten en apparatuur wordt beperkt tot de invoer waarvoor rapportagevereisten gelden (met inbegrip van de-minimisdrempels), en dat de registratieverplichting voor uitgevoerde producten en apparatuur wordt geschrapt, behalve als het gaat om de uitvoer van bepaalde producten en apparatuur met F-gassen met een aardopwarmingsvermogen van 1 000 of meer waarvoor een uitvoerbeperking geldt. Deze vereenvoudigingsmaatregel zal naar verwachting vooral in het voordeel van kmo’s en kleine midcaps uitpakken.

tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573 wat betreft de uitbreiding van bepaalde voor kleine en middelgrote ondernemingen beschikbare verzachtende maatregelen tot kleine midcap-ondernemingen en verdere vereenvoudigingsmaatregelen

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, artikel 114, artikel 192, lid 1, en artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 19 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 20 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De door voorzitter Von der Leyen voorgestelde politieke beleidslijnen voor de ambtstermijn van de Europese Commissie van 2024-2029 21 , bevatten een nieuw plan voor duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa. Belangrijke prioriteiten in het plan zijn het zakendoen gemakkelijker te maken en de eengemaakte markt te verdiepen.

  2. De agenda voor betere regelgeving van de Commissie 22 ondersteunt ook het concurrentievermogen van ondernemingen in de Unie door ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het Unierecht tegen minimale kosten worden verwezenlijkt. In 2023 heeft de Commissie vastgesteld dat de rapportagevereisten voor ondernemingen en overheden moeten worden gerationaliseerd en vereenvoudigd 23 en heeft zij toegezegd de administratieve lasten met 25 % te verminderen.

  3. Op 12 september 2023 publiceerde de Commissie het steunpakket voor kleine en middelgrote ondernemingen (“kmo’s”) 24 , met als doel kleine en middelgrote ondernemingen te helpen concurreren en groeien, door aandacht te besteden aan de behoeften van bedrijven die de drempels van de kmo-definitie overschrijden 25 en aan het bredere scala aan kleine midcap-ondernemingen. In het kader van actie 18 van het steunpakket werd aangekondigd dat de Commissie een geharmoniseerde definitie van kleine midcap-onderneming zou ontwikkelen, op basis van die definitie een dataset zou opbouwen en mogelijke maatregelen zou beoordelen om deze bedrijven in hun groei te ondersteunen (inclusief de mogelijke toepassing van bepaalde maatregelen ten gunste van kmo’s in aangepaste vorm).

  4. Ondernemingen die de kmo-definitie overschrijden — de “kleine midcap-ondernemingen” (“kleine midcaps”) — spelen een cruciale rol in de economie van de Unie. 26 Zij nemen een prominente plaats in in industriële ecosystemen die van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen en de technologische soevereiniteit van de EU op gebieden zoals elektronica, lucht- en ruimtevaart en defensie, energie, energie-intensieve industrieën en gezondheidszorg. Ongeveer 20 % van alle kleine midcap-ondernemingen waren drie jaar eerder nog kmo’s 27 .

  5. In vergelijking met kmo’s groeien kleine midcaps over het algemeen sneller en hebben zij een hoger niveau van innovatie en digitalisering. Wel hebben zij te maken met bepaalde vergelijkbare uitdagingen wat administratieve lasten betreft, wat leidt tot een behoefte aan evenredigheid in de wetgeving en aan gerichte steun. Om de soepele overgang van kmo’s naar kleine midcaps mogelijk te maken, is het belangrijk op coherente wijze het cliff-effect aan te pakken dat zich kan voordoen zodra zij het segment kmo’s verlaten en te maken krijgen met regels die van toepassing zijn op grote ondernemingen. Om het zakendoen voor kleine midcaps te vergemakkelijken en hun administratieve lasten te verminderen, moet een aantal bestaande handelingen die voorzien in specifieke verzachtende regels voor kmo’s worden aangepast, zodat die bepalingen ook van toepassing worden op kleine midcaps.

  6. De Verordeningen (EU) 2016/679 28 , (EU) 2016/1036 29 , (EU) 2016/1037 30 , (EU) 2017/1129 31 en (EU) 2023/1542 32 van het Europees Parlement en de Raad bevatten een aantal bepalingen die voorzien in steun-, vereenvoudigings- of verzachtende maatregelen voor kmo’s. Meer in het bijzonder hebben die bepalingen tot doel de administratieve lasten te verlichten, belemmeringen voor markttoegang te verminderen of weg te nemen, de naleving te vergemakkelijken, rekening te houden met de specifieke situatie van kmo’s bij de uitvoering van hun verplichtingen en bij de beoordeling van de economische en sociale gevolgen van die verplichtingen, alsmede kmo’s specifieke begeleiding, ondersteuning en bijstand te bieden.

  7. Met het oog op consistentie en rechtszekerheid moet in die handelingen een definitie van kleine midcaps worden opgenomen. Hoewel de definitie van kleine midcaps in beginsel moet overeenstemmen met die in de aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcap-ondernemingen (C(2025) 3500 final) en betrekking moet hebben op ondernemingen die maximaal driemaal zo groot zijn als kmo’s, moet in voorkomend geval worden voortgebouwd op de definities van kmo’s die reeds zijn opgenomen in de handelingen die worden gewijzigd en die door de wetgevers als passend werden beschouwd.

  8. Verordening (EU) 2016/679 voorziet in de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens. De verplichting om een register van de verwerkingsactiviteiten bij te houden moet worden vereenvoudigd, zodat zij voor alle ondernemingen en organisaties met minder dan 750 werknemers geldt, mits hun verwerkingsactiviteiten waarschijnlijk geen hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen inhouden.

  9. Om rekening te houden met het bovenstaande moet artikel 30, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 worden gewijzigd door het toepassingsgebied van de afwijking van de verplichting om een register bij te houden uit te breiden tot kleine midcaps en organisaties met minder dan 750 werknemers, zodat zij ook van die afwijking kunnen profiteren, en door erin te voorzien dat de afwijking van toepassing is tenzij de verwerking waarschijnlijk een “hoog risico” inhoudt voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen in de zin van artikel 35 van Verordening (EU) 2016/679. Met name de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in lid 3 van die bepaling moet worden beschouwd als een verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker om een register van zijn verwerkingsactiviteiten bij te houden.

  10. In dit verband mag de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens die noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van verplichtingen en de uitoefening van specifieke rechten van de verwerkingsverantwoordelijke of de betrokkene op het gebied van het arbeidsrecht en het socialezekerheids- en socialebeschermingsrecht, als bedoeld in artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2016/679, op zichzelf geen verplichting opleveren om een register van de verwerkingsactiviteiten bij te houden.

  11. Om de bepalingen die uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 beschikbaar zijn voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen uit te breiden tot kleine midcaps, moeten ook de volgende artikelen worden gewijzigd:

    • Artikel 4, dat de definities bevat die gelden voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679. Voor de duidelijkheid moeten definities voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en voor kleine midcap-ondernemingen worden toegevoegd. Voor kleine en middelgrote ondernemingen is het passend de keuze van de medewetgever te volgen, zoals verwoord in overweging 13 van de preambule van Verordening (EU) 2016/679. Voor kleine midcaps moet worden verwezen naar punt 2 van de Aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine mid-capondernemingen — C(2025) 3500 final.

    • Artikel 40, dat bepaalt dat de lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie moeten bevorderen dat verenigingen en andere organen die categorieën van verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, gedragscodes opstellen, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren en de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Deze eis moet worden uitgebreid tot de specifieke behoeften van kleine midcaps.

    • Artikel 42, dat bepaalt dat wanneer de lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie, met name op Unieniveau, de invoering van certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming en gegevensbeschermingszegels en -merktekens door de in artikel 43 van die verordening bedoelde certificeringsorganen of door de bevoegde toezichthoudende autoriteit bevorderen, rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Deze eis moet ook worden uitgebreid tot de specifieke behoeften van kleine midcaps.

  12. Overeenkomstig artikel 42, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2018/1725 zijn de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op [XXX, datum] hebben zij hun gezamenlijk advies uitgebracht.

  13. De Verordeningen (EU) 2016/1036 en (EU) 2016/1037 maken deel uit van het handelsbeschermingssysteem van de Unie. Zij stellen de Unie in staat dumping en de toekenning van subsidies door niet-EU-landen te onderzoeken en aan te pakken en een gelijk speelveld op de eengemaakte markt te herstellen. Indien een onderzoek het bestaan van dergelijke praktijken en daaruit voortvloeiende schade voor de bedrijfstak van de Unie bevestigt, stelt de Commissie een antidumping- of compenserend recht in, mits dit niet in strijd is met het belang van de Unie. Antidumping- en antisubsidieonderzoeken vereisen een actieve betrokkenheid van ondernemingen. Onderzoeken worden doorgaans geopend op basis van een formele klacht van de getroffen bedrijfstak van de Unie die bewijsmateriaal moet bevatten van de oneerlijke praktijk en van de schade die deze heeft veroorzaakt. Producenten, importeurs en gebruikers van het product in de Unie moeten actief bij het onderzoek betrokken zijn en gegevens verstrekken. Voor kmo’s is het, doordat zij versnipperd zijn en door een gebrek aan middelen, vaak moeilijk om handelsbescherming te begrijpen en om mee te werken aan handelsbeschermingsprocedures. Daarom bevatten de Verordeningen (EU) 2016/1036 en (EU) 2016/1037 bepalingen om de belemmeringen weg te nemen die kleinere ondernemingen de toegang tot en het gebruik van handelsbescherming bemoeilijken, namelijk via een specifieke helpdesk, en door de onderzoeksperioden zoveel mogelijk te laten samenvallen met het begrotingsjaar. Het wordt passend geacht ervoor te zorgen dat kleine midcaps ook van deze bepalingen kunnen profiteren.

  14. Verordening (EU) 2017/1129 bevat vereisten voor het opstellen van een prospectus in gevallen waarin effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten. Die verordening, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/2809, voorziet in een gestroomlijnd EU-groei-uitgifteprospectus met minder strenge eisen dan een standaardprospectus om het beursnoteringsproces voor bepaalde soorten ondernemingen en in bepaalde gevallen minder omslachtig en goedkoper te maken. Van een dergelijk gestroomlijnd prospectus profiteren vooral ondernemingen met groeipotentieel, met name kmo’s en andere ondernemingen waarvan de effecten worden of zullen worden toegelaten tot een mkb-groeimarkt. Om de lasten voor kleine midcaps te verlagen en hen mogelijk aantrekkelijker te maken voor beleggers, is het passend om kleine midcaps ook in staat te stellen een EU-groei-uitgifteprospectus op te stellen voor hun aanbiedingen van effecten aan het publiek, ook wanneer die aanbiedingen vergezeld gaan van een toelating tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit.

  15. Om de behandeling van kleine midcaps in Verordening (EU) 2017/1129 te verduidelijken, moet in artikel 2 naast de definitie van een kmo een definitie van een kleine midcap-onderneming worden opgenomen. Voor de toepassing van die verordening moeten kleine mid-capondernemingen worden gedefinieerd als ondernemingen die voldoen aan ten minste twee van de drie criteria op basis van het gemiddelde aantal werknemers, een balanstotaal en een jaarlijkse netto-omzet, of als ondernemingen die voldoen aan de definitie van kleine midcap-ondernemingen van Richtlijn 2014/65/EU.

  16. Kmo’s en kleine midcaps zijn in het bijzonder afhankelijk van de diensten van kredietinstellingen en verzekeraars en doen vaak een beroep op slechts één of een paar grote aanbieders van deze diensten. Afwikkelingsregelingen zorgen voor ononderbroken toegang tot deposito’s en kritieke functies wanneer een financiële instelling failliet gaat. Wanneer de afwikkelingsautoriteiten gebruikmaken van hun bevoegdheid om de passiva van een financiële instelling om te zetten om deze tijdig af te wikkelen en de continuïteit van kritieke functies te waarborgen, is het niet haalbaar vooraf een prospectus op te stellen en te publiceren vanwege het korte tijdsbestek waarin een afwikkeling moet plaatsvinden. Daarom is het belangrijk een vrijstelling in te voeren van de verplichting om een prospectus te publiceren die geldt voor aanbiedingen aan het publiek van zowel effecten die resulteren uit een omzetting in het kader van de uitoefening van bevoegdheden uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad 33 en Richtlijn (EU) 2025/1 van het Europees Parlement en de Raad 34 , als effecten die resulteren uit een omzetting in het kader van de uitoefening van een vergelijkbare bevoegdheid in afwikkelingsprocedures van derde landen ter uitvoering van de “Key Attributes of Effective Resolution Regimes for Financial Institutions” van de Raad voor financiële stabiliteit, gepubliceerd in oktober 2011. Evenzo moet de bestaande vrijstelling van de verplichting om een prospectus te publiceren voor toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van effecten die resulteren uit een omzetting in het kader van de uitoefening van bevoegdheden uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU en Richtlijn (EU) 2025/1, worden uitgebreid tot effecten die resulteren uit een omzetting in het kader van de uitoefening van een vergelijkbare bevoegdheid in afwikkelingsprocedures van derde landen waarbij die internationaal overeengekomen normen worden uitgevoerd.

  1. De bepaling inzake het EU-groei-emissieprospectus in Verordening (EU) 2017/1129 zal met ingang van 5 maart 2026 van toepassing zijn, aangezien de Commissie gedelegeerde handelingen moet vaststellen om de verkorte inhoud en de gestandaardiseerde vorm en volgorde van dat prospectus nader te bepalen. Het is derhalve passend de toepassing van de in deze verordening vervatte wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1129 inzake het EU-groei-uitgifteprospectus uit te stellen tot en met 5 maart 2026. 

  2. Verordening (EU) 2023/1542 stelt regels vast voor batterijen en afgedankte batterijen. Artikel 47 van die verordening stelt kmo’s vrij van bepaalde verplichtingen met betrekking tot het beleid inzake passende zorgvuldigheid inzake batterijen. Het toepassingsgebied van die bepaling moet worden uitgebreid tot kleine midcaps, zodat zij ook van die verplichtingen vrijgesteld zijn. Met het oog op consistentie is het passend om kleine midcaps op dezelfde wijze te beschrijven, rekening houdend met het feit dat het entiteiten zijn die maximaal driemaal zo groot zijn als kmo’s, d.w.z. met een netto-omzet van minder dan 150 miljoen EUR.

  3. Overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) 2023/1542 moeten de in artikel 48, lid 1, van die verordening bedoelde marktdeelnemers jaarlijks hun beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen evalueren en er een openbaar rapport over uitbrengen, ook op het internet. Om de administratieve lasten voor marktdeelnemers te verlagen, moeten zij worden verplicht hun zorgvuldigheidsbeleid slechts om de drie jaar in plaats van jaarlijks te evalueren en openbaar te maken. Deze lastenverlichting moet gelden voor alle marktdeelnemers, met inbegrip van kleine midcaps.

  4. De eis in artikel 20, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad 35 om zich in het F-gasportaal te registreren alvorens producten en apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevatten te mogen in- en uitvoeren, is bedoeld om de handhaving te vergemakkelijken. De last die deze eis oplevert, kan echter onevenredig zijn ten opzichte van het voordeel ervan, met name voor kmo’s en kleine midcaps. Daarom moet de registratieverplichting worden beperkt tot invoer waarvoor rapportageverplichtingen gelden en tot uitvoer waarvoor een uitvoerbeperking geldt. Voor zover deze verordening Verordening (EU) 2024/573 wijzigt, is de passende rechtsgrondslag, wat die wijzigingen betreft, artikel 192, lid 1, VWEU.

  5. De Verordeningen 2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/679  

Verordening (EU) 2016/679 wordt als volgt gewijzigd: 

  1. in artikel 4 worden de volgende punten 27 en 28 toegevoegd: 

“27) “micro-, kleine en middelgrote ondernemingen”: ondernemingen als gedefinieerd in artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie*; 

28) “kleine midcap-ondernemingen”: ondernemingen als gedefinieerd in punt 2 van de bijlage bij de Aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcap-ondernemingen — C(2025) 3500 final**.;

________ 

* Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj).  

** Aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcap-ondernemingen — C(2025) 3500 final.” ;

  1. in artikel 30 wordt lid 5 vervangen door: 

“5. De in de leden 1 en 2 bedoelde verplichtingen zijn niet van toepassing op een onderneming of organisatie die minder dan 750 personen in dienst heeft, tenzij de verwerking ervan waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen in de zin van artikel 35.”;

  1. in artikel 40 wordt lid 1 vervangen door: 

“1. De lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie bevorderen de opstelling van gedragscodes die, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren en de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen en van kleine midcap-ondernemingen, moeten bijdragen tot de juiste toepassing van deze verordening.”;

  1. in artikel 42 wordt lid 1 vervangen door: 

“1. De lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de Commissie bevorderen, met name op Unieniveau, de invoering van certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming en gegevensbeschermingszegels en -merktekens waarmee kan worden aangetoond dat verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers bij verwerkingen in overeenstemming met deze verordening handelen. Er wordt ook rekening gehouden met de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen en van kleine midcap-ondernemingen.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/1036

Verordening (EU) 2016/1036 wordt als volgt gewijzigd:

  1. in artikel 5, lid 1 bis, wordt de eerste alinea vervangen door: 

“De Commissie bevordert de toegang tot het handelsbeschermingsinstrument voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die merendeels bestaan uit kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s)* of kleine midcaps** via een specifieke helpdesk, bijvoorbeeld door bewustmaking, door algemene informatie te verstrekken, uitleg over procedures te geven en aan te geven hoe klachten kunnen worden ingediend, door standaardvragenlijsten in alle officiële talen van de Unie beschikbaar te stellen en door algemene, niet-zaakgebonden vragen te beantwoorden.

________ 

* Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj).

** Aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcap-ondernemingen — C(2025) 3500 final.” ;

  1. in artikel 6 wordt lid 9 vervangen door: 

“9. Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 5, lid 9, ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen één jaar afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 14 maanden na de opening ervan afgesloten, overeenkomstig de bevindingen waartoe krachtens artikel 8 is gekomen voor verbintenissen of krachtens artikel 9 voor definitieve maatregelen. De onderzoeksperioden vallen indien mogelijk, in het bijzonder in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo’s/kleine midcaps bestaan, samen met het boekjaar.”.

Artikel 3

   Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/1037

Verordening (EU) 2016/1037 wordt als volgt gewijzigd:

  1. in artikel 10, lid 1 bis, wordt de eerste alinea vervangen door: 

“De Commissie bevordert de toegang tot het handelsbeschermingsinstrument voor diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die merendeels bestaan uit kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s)(*) of kleine midcap-ondernemingen (kleine midcaps)(**) via een specifieke helpdesk, bijvoorbeeld door bewustmaking, door algemene informatie en uitleg over procedures te geven en aan te geven hoe klachten kunnen worden ingediend, door standaardvragenlijsten in alle officiële talen van de Unie beschikbaar te stellen en door algemene, niet-zaakgebonden vragen te beantwoorden.

________

* Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj).

** Aanbeveling van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcap-ondernemingen — C(2025) 3500 final.” ;

  1. in artikel 11 wordt lid 9 vervangen door: 

“9. Het onderzoek in de overeenkomstig artikel 10, lid 11, ingeleide procedures wordt, voor zover mogelijk, binnen één jaar afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 13 maanden na de opening ervan afgesloten in overeenstemming met de bevindingen als bedoeld in artikel 13 voor verbintenissen of met die als bedoeld in artikel 15 voor definitieve maatregelen. De onderzoeksperioden vallen indien mogelijk, in het bijzonder in het geval van diverse en gefragmenteerde bedrijfstakken die grotendeels uit kmo’s/kleine midcaps bestaan, samen met het boekjaar.”.

Artikel 4

Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1129

Verordening (EU) 2017/1129 wordt als volgt gewijzigd: 

  1. artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

  2. in lid 4 wordt het volgende punt d quater ingevoegd:

“d quater) een aanbieding van effecten die resulteren uit de omzetting of omruiling van andere effecten, eigen vermogen of in aanmerking komende passiva door een afwikkelingsautoriteit in het kader van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 53, lid 2, artikel 59, lid 2, of artikel 63, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU of in het kader van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 35, lid 1, artikel 39, lid 2, of artikel 42, lid 1, van Richtlijn (EU) 2025/1 van het Europees Parlement en de Raad (*) of door een betrokken autoriteit van een derde land vanwege de uitoefening van een vergelijkbare bevoegdheid op het gebied van afwikkelingsmaatregelen van een derde land;”;

____________

(*)  Richtlijn (EU) 2025/1 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 en de Verordeningen (EU) nr. 1094/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2017/1129 ( PB L, 2025/1, 8.1.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2025/1/oj ).

  1. in lid 5 wordt punt c) vervangen door:

  2. “c) effecten die resulteren uit de omzetting of omruiling van andere effecten, eigen vermogen of in aanmerking komende passiva door een afwikkelingsautoriteit in het kader van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 53, lid 2, artikel 59, lid 2, of artikel 63, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU of in het kader van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 35, lid 1, artikel 39, lid 2, of artikel 42, lid 1, van Richtlijn (EU) 2025/1 of door een betrokken autoriteit van een derde land vanwege de uitoefening van een vergelijkbare bevoegdheid op het gebied van afwikkelingsmaatregelen van een derde land;”;

  3. artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

  4. de volgende punten d quater) en d quinquies) worden ingevoegd:

  5. “d quater) “betrokken autoriteit van een derde land”: een betrokken autoriteit van een derde land in de zin van artikel 2, lid 1, punt 90, van Richtlijn 2014/59/EU of een betrokken autoriteit van een derde land in de zin van artikel 2, punt 74, van Richtlijn (EU) 2025/1;

  6. d quinquies) “afwikkelingsprocedures van een derde land”: afwikkelingsmaatregelen van een derde land in de zin van artikel 2, lid 1, punt 88, van Richtlijn 2014/59/EU of afwikkelingsprocedures van een derde land in de zin van artikel 2, punt 72, van Richtlijn (EU) 2025/1;”;

  7. in artikel 2 wordt het volgende punt f bis) ingevoegd:

“f bis)“kleine midcap-ondernemingen” of “kleine midcaps”: een van de volgende ondernemingen: 

  1. ondernemingen die volgens de meest recente jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen: een gemiddeld aantal werknemers gedurende het boekjaar van minder dan 750, een balanstotaal van ten hoogste 129 000 000 EUR en een jaarlijkse netto-omzet van ten hoogste 150 000 000 EUR;

  2. kleine midcap-ondernemingen in de zin van artikel 4, lid 1, punt 13 bis, van Richtlijn 2014/65/EU;”;

  1. in artikel 15 bis wordt lid 1 vervangen door: 

“1. Onverminderd artikel 1, lid 4, en artikel 3, leden 2 en 2 bis, kunnen de volgende personen in geval van een aanbieding van effecten aan het publiek een EU-groei-uitgifteprospectus opstellen, mits zij geen effecten hebben die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten:  

  1. kmo’s; 

  2. kleine midcaps; 

  3. andere uitgevende instellingen dan kmo’s en kleine midcaps waarvan de effecten worden of zullen worden toegelaten tot een mkb-groeimarkt; 

  4. aanbieders van effecten die worden uitgegeven door onder de punten a), b) en c) bedoelde uitgevende instellingen.”.

Artikel 5

Wijzigingen van Verordening (EU) 2023/1542 

Verordening (EU) 2023/1542 wordt als volgt gewijzigd: 

  1. 1) in artikel 47 wordt de eerste alinea vervangen door: 

“Dit hoofdstuk is niet van toepassing op marktdeelnemers met een netto-omzet van minder dan 150 miljoen EUR in het boekjaar dat aan het afgelopen boekjaar voorafging, en die geen deel uitmaken van een uit moeder- en dochterondernemingen bestaande groep die op geconsolideerde basis de limiet van 150 miljoen EUR overschrijdt.”;

  1. 2) in artikel 52, lid 3, wordt de eerste zin vervangen door:

“De in artikel 48, lid 1, bedoelde marktdeelnemer evalueert zijn beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen uiterlijk één jaar na de in artikel 48, lid 1, vermelde datum en vervolgens ten minste om de drie jaar, en brengt er een openbaar rapport over uit, ook op het internet.”.

Artikel 6

Wijziging van Verordening (EU) 2024/573 

Verordening (EU) 2024/573 wordt als volgt gewijzigd:

artikel 20, lid 4, punt a), wordt vervangen door:

“a) de volgende in- en uitvoer, behalve in het geval van tijdelijke opslag zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 17, van Verordening (EU) nr. 952/2013:

i) de in- of uitvoer van gefluoreerde broeikasgassen;

ii) het in de handel brengen van producten en apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevatten waarvoor uit hoofde van artikel 26 verslag moet worden uitgebracht;

iii) de uitvoer van producten en apparatuur als bedoeld in artikel 22, lid 3, die gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 1 000 of meer bevatten of nodig hebben voor hun werking, met ingang van de in bijlage IV vermelde verbodsdatum;”.

Artikel 7

Inwerkingtreding en toepassing 

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4, punten 2 en 3, zijn van toepassing met ingang van 5 maart 2026. 

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

Benaming van het voorstel/initiatief3

Betrokken beleidsterreinen3

Doelstellingen3

Algemene doelstelling(en)3

Specifieke doelstelling(en)3

Verwachte resultaten en gevolgen3

Prestatie-indicatoren3

Het voorstel/initiatief betreft:4

Motivering van het voorstel/initiatief4

Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan6

Wijzen van uitvoering van de begroting6

BEHEERSMAATREGELEN8

Regels inzake het toezicht en de verslagen8

Beheers- en controlesystemen8

Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

Kredieten uit goedgekeurde begroting12

Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

24

Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

Totaal kredieten24

Geraamde personeelsbehoeften25

Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

Totale personeelsbehoeften26

Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

Bijdragen van derden28

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

Digitale dimensies29

Voorschriften met digitale relevantie30

Gegevens30

Digitale oplossingen31

Interoperabiliteitsbeoordeling31

Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 36  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

 beperkte geldigheidsduur

  •    van kracht van [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

  •    financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

  • Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

  • gevolgd door een volledige uitvoering.

 Direct beheer door de Commissie

  •    door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

  •    door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

  •  derde landen of de door hen aangewezen organen

  •  internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

  •  de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

  •  de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

  •  publiekrechtelijke organen

  •  privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

  •  privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

  •  organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

  • Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 38

van EVA-landen 39

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 40

van andere derde landen

andere bestemmings¬ontvangsten

n.v.t.

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

  • Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmings¬ontvangsten

n.v.t.

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 41

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 42

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten  

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek van het meerjarig financieel  
kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 43  

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

voor DG <…….>

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 44  

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

voor DG <…….>

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten  

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 45

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 46

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 47

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten  

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 48

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 49

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten  

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 50

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar  
2024

Jaar  
2025

Jaar  
2026

Jaar  
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 51

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 52

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

  • X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL 
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 53

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning 
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning  
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning  
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s): n.v.t.

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

*

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.

De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.

De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Het voorstel/initiatief:

  •    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

  •    vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

  •    vereist een herziening van het MFK

Het voorstel/initiatief:

  •    voorziet niet in medefinanciering door derden

  •    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar  
2024

Jaar  
2025

Jaar  
2026

Jaar  
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

  •    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

  •    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

    •    voor de eigen middelen

    •    voor overige ontvangsten

    •    geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 54

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

Verwijzing naar artikel: artikel 4; Omschrijving: goedkeuringsprocedure van het EU-groei-uitgifteprospectus; getroffen stakeholders: Lidstaten, juridische entiteiten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen; Processen op hoog niveau: De status van kleine midcap beoordelen; Categorie: Gegevens.

Verwijzing naar artikel: artikel 5; Omschrijving: Verificatieproces van het markttoezicht; getroffen stakeholders: Markttoezichtautoriteiten of nationale autoriteiten van de lidstaten; proces op hoog niveau: De status van kleine midcap beoordelen; Categorie: Gegevens.

Het EU-groei-uitgifteprospectus zou kunnen worden gestructureerd met het oog op verdere interoperabiliteit.

Definitie van kleine midcap.

n.v.t.

Digitale publieke dienstverlening: Goedkeuringsproces van het EU-groei-uitgifteprospectus.

Maatregel op juridisch vlak: de nieuwe aanbeveling over de definitie van kleine midcap biedt een geharmoniseerd begrip van kleine midcap dat sector- en grensoverschrijdend kan worden gebruikt.

Mogelijke oplossing voor barrières op juridisch vlak:

de verwijzing naar de jaarrekeningen van ondernemingen maakt het gemakkelijker de ondernemingen te beoordelen waarop de regels van toepassing zullen zijn.

De toekomstige interoperabiliteit met het digitaal vennootschapsrecht en platforms zoals BRIS moet worden onderzocht.

De ontwikkeling van een ID voor kmo’s/kleine midcaps zal de administratieve lasten van verklaringen en beoordelingen van de toepasselijke status van een onderneming verlagen en uitwisselingen tussen beheersautoriteiten en andere relevante actoren mogelijk maken.

Potentiële barrière op semantisch vlak: de definitie van kmo en van kleine midcap zijn niet prescriptief, met uitzondering van de verwijzing naar de jaarrekeningen van ondernemingen. Voor digitale oplossingen moet gebruik gemaakt worden van de correlatie tussen de definitie van kmo/kleine midcap en gegevens die bijvoorbeeld voortvloeien uit de jaarrekeningenrichtlijn.

Potentiële barrière op het vlak van technische interoperabiliteit: Er is geen format vastgesteld voor de gegevens in de definitie van kmo/kleine midcap.

De nieuwe aanbeveling over de definitie van kleine midcap biedt een geharmoniseerd begrip van kmo’s/kleine midcaps dat sector- en grensoverschrijdend kan worden gebruikt.