Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2028-2032 ter aanvulling van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2025/1304

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2028-2032 ter aanvulling van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2025/1304

VERORDENING VAN DE RAAD

Brussel, 3.9.2025

COM(2025) 594 final

2025/0594(NLE)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2028-2032 ter aanvulling van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2025/1304

{SWD(2025) 594 final} - {SWD(2025) 595 final}

TOELICHTING

Dit voorstel voor een Euratom-programma voor onderzoek en opleiding voor de periode 2028-2032 (het “programma”) is een van de instrumenten om de beleidsambities uit het voorstel van de Commissie voor de volgende langetermijnbegroting van de EU (2028-2034) 1 te realiseren en houdt rekening met de beleidsprioriteiten voor 2024-2029 zoals uiteengezet in de richtsnoeren van voorzitter Von der Leyen voor haar tweede mandaat 2 . Het programma is een door de EU gefinancierd thematisch programma voor onderzoek en opleiding op wetenschappelijke en technische gebieden die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het “Euratom-Verdrag”) vallen 3 .

Dit voorstel moet het concurrentievermogen van de EU ondersteunen in lijn met de doelstellingen van het Europees Fonds voor concurrentievermogen 4 en het kaderprogramma Horizon Europa 2028-2034 (“Horizon Europa”) 5 , door middel van onderzoek naar veilige, innovatie nucleaire technologieën voor een welvarende, veerkrachtige en duurzame EU. In deze context zal het programma een aanvulling vormen op de actie van Horizon Europa voor de ontwikkeling van de voorgestelde “moonshot” op het gebied van fusie, die gericht is op het overwinnen van de wetenschappelijke, technische en technologische uitdagingen voor de uitrol van fusie-energie op het net van de EU. Om vooruitgang te kunnen boeken op het gebied van fusie-energie is geavanceerde infrastructuur nodig. Daartoe zal het programma blijven voorzien in de bijdrage van Euratom aan het ITER-project. Voor alle toepassingen van nucleaire technologieën zal het Euratom-programma voortzetting geven aan cruciale acties om mens en milieu te beschermen door de risico’s van ioniserende straling te beperken.

De acties van het programma zullen worden uitgevoerd in nauwe synergie met het Europees Fonds voor concurrentievermogen en Horizon Europa, waarbij tegelijkertijd de specifieke kenmerken van het ITER-project in acht zullen worden genomen. Door gebruik te maken van de regels voor de deelname aan en instrumenten van deze programma’s, zal het programma eenvoud en flexibiliteit bevorderen, wat snellere en meer strategische EU-uitgaven mogelijk zal maken, dankzij duidelijkere regels en transparantere procedures voor aanvragers en belanghebbenden. De bijdrage van nucleair onderzoek aan de verhoging van de levensstandaard van de EU en aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie 6 moet worden erkend en ondersteund door synergieën en gecombineerde financiering met het Europees Fonds voor concurrentievermogen en met Horizon Europa.

De EU staat voor verschillende uitdagingen, waaronder het bereiken van strategische autonomie en het veiligstellen van een betaalbare, koolstofarme energievoorziening, met nevenvoordelen voor de luchtkwaliteit en het handhaven van het concurrentievermogen en technologisch leiderschap te midden van toenemende geopolitieke instabiliteit. Alle koolstofvrije en koolstofarme energieoplossingen, met inbegrip van kernenergie, zijn noodzakelijk om het energiesysteem van de EU tegen 2040 koolstofvrij te maken 7 . De recente ontwikkelingen in het nucleaire landschap hebben geleid tot een toegenomen belangstelling in de lidstaten voor de integratie van kernenergie in hun energiemix, de ontwikkeling van fusie-energie en de toepassing van ioniserende straling. Hiervoor is meer onderzoek op het gebied van nucleaire technologieën nodig, waarbij tegelijkertijd wordt bijgedragen aan het handhaven van de hoogste normen op het gebied van veiligheid, beveiliging, waarborgen, voorzieningscontinuïteit en stralingsbescherming. Openbaar en particulier onderzoek in de lidstaten kan een aanzienlijk bijdrage aan die resultaten leveren, en het is de taak van Euratom om de nationale inspanningen aan te vullen door uitvoering te geven aan een programma voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap 8 .

Het programma zal erop gericht zijn om de positie van Europa als wereldleider op het gebied van kernfusie te handhaven door de transitie van het bereiken van fusie-energiewinst naar de volledige commercialisering van fusie-energie te versnellen. Door de resultaten van de opzet van het ITER-project, het onderzoek en de bijdragen van de lidstaten te benutten, zal het programma ernaar streven kritieke technologische lacunes op te vullen via gericht onderzoek en gerichte innovatie. Op die manier zal het programma een concurrerend industrieel ecosysteem opbouwen, de particuliere sector in de EU betrekken bij de uitvoering en de ontwikkeling van geschoolde arbeidskrachten bevorderen. Het programma zal ook een betere afstemming op andere Euratom- en EU-programma’s nastreven om de successen van EU-onderzoek te verspreiden en dit in lijn te brengen met de externe beleidsmaatregelen van de EU.

Een essentieel element bij de ontwikkeling van fusie-energie is de financiering van de levering van Europese componenten aan ITER, met name door de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (“Fusion for Energy”), zoals opgericht bij Beschikking 2007/198/Euratom 9 . De voltooiing van het ITER-project in overeenstemming met het basisscenario van het project zal een prioriteit blijven, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de uit ITER getrokken technische en wetenschappelijke lessen ten goede komen aan de Unie.

Het programma zal worden uitgevoerd door middel van eigen, door het JRC beheerde acties en acties onder contract, hoofdzakelijk via onderzoekssubsidies en door het leveren van de Euratom-bijdrage aan het ITER-project. Daarbij zal de nadruk blijven liggen op het verbeteren van de nucleaire veiligheid en veiligheidscontroles. De acties zullen de bijdragen aan de ontwikkeling van instrumenten, methoden en richtsnoeren om de veiligheid te blijven versterken van bestaande nucleaire installaties, met inbegrip van langetermijnexploitatie en nieuwe bouwprojecten in de EU, waarbij de voorzieningszekerheid in de nucleaire waardeketen moet worden gewaarborgd en de veerkracht van de EU op energiegebied moet worden vergroot.

De mondiale ontwikkeling van kernsplijtingstechnologieën, tegen de achtergrond van een instabiele geopolitieke situatie, onderstreept ook de sleutelrol van het programma bij het versterken van de mondiale en Europese nucleaire non-proliferatie. De acties zullen de nucleaire veiligheidscontrole verbeteren via de ontwikkeling van innovatieve instrumenten en methoden voor meting, inkapseling, toezicht en verificatie, de opleiding van inspecteurs nucleaire veiligheid en internationale samenwerking met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). Het onderzoek naar non-proliferatie zal ook gericht zijn op strategische handelscontrole en zal steun bieden voor nucleaire beveiliging en nucleair forensisch onderzoek om de respons van de EU en de lidstaten op illegale handel in en crimineel gebruik van radioactief materiaal te versterken.

Daarnaast zal het programma acties op specifieke gebieden versterken om de verschillende uitdagingen waar de Unie voor staat aan te pakken. Het gaat dan onder meer om het stimuleren van innovatie in nucleaire technologie (innovatieve ontwerpen, brandstoffen en materialen enz.), waarbij tegelijkertijd de veilige ontwikkeling en het veilige gebruik van geavanceerde systemen moeten worden gegarandeerd. Bij het nucleaire onderzoek in de EU zal gebruik worden gemaakt van modelleringsinstrumenten, zoals de interne modelleringscapaciteit van het JRC, om meer inzicht te krijgen in het gedrag van energiecomponenten en -systemen door wetenschappelijke en experimentele gegevens te integreren.

De acties in het kader van het programma zullen gericht zijn op onderzoek naar de ontwikkeling van oplossingen voor het veilig beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof. Het onderzoek zal bijdragen aan de ontwikkeling van veiligheidsscenario’s en benaderingen van veiligheidscontroles voor de diepe geologische berging van middel- en hoogradioactief afval, om zo het beheer van en het toezicht op diep ondergrondse opslagfaciliteiten te verzekeren. Het zal ook toegespitst zijn op het vinden van oplossingen voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof en zal de lidstaten ondersteunen bij het vaststellen van nationale strategieën voor langetermijnopslag en -berging door middel van kennisbeheer en het delen van beste praktijken.

Het programma zal het leven van de Europese burgers blijven verbeteren dankzij nucleaire geneeskunde en stralingsbescherming. Het onderzoek zal de stralingsrisico’s voor mens en milieu beperken door middel van de ontwikkeling van kennis en instrumenten en door de paraatheid voor en de respons op noodsituaties in het geval van een radiologisch ongeval te versterken. In het kader van het programma zal onderzoek worden gedaan naar innovatieve toepassingen van ioniserende straling (bijvoorbeeld medische radionucliden) om behandelingen te bevorderen en therapieën tegen kanker en andere ziekten te optimaliseren. De toepassing van ioniserende straling voor de opwekking van elektriciteit en voor andere doeleinden dan de opwekking van elektriciteit op andere gebieden, zoals ruimtevaart 10 , industrie, milieumonitoring en de circulaire economie, kan eveneens worden ondersteund.

Nucleaire vaardigheden, competenties en toegang tot onderzoeksinfrastructuur zijn nodig om een tekort aan geschoolde arbeidskrachten en deskundigheid op nucleair gebied te voorkomen. In synergie met Horizon Europa zal financiering worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van onderwijs, opleiding en kennisverspreiding, wat moet helpen om een tekort aan strategische nucleaire vaardigheden te voorkomen, capaciteit op te bouwen in alle lidstaten en EU-deskundigheid te bevorderen. Acties zullen ook de mobiliteit van onderzoekers ondersteunen. Europese infrastructuur voor nucleair onderzoek, met inbegrip van de door het JRC geëxploiteerde infrastructuur, is van cruciaal belang voor het onderzoek en zal worden ondersteund om ervoor te zorgen dat deze geschikt blijft voor het beoogde doel en beschikbaar blijft voor de Unie via een open-toegangsregeling. Dit zal het mogelijk maken om de nodige onafhankelijke capaciteit te behouden voor actie op belangrijke gebieden van nucleair onderzoek.

Mondiale concurrentiekracht kan niet enkel op een interne kennisbasis steunen. Er moet ook sprake zijn van afstemming op het beleid voor extern optreden. Op beleidsniveau kan de EU haar deskundigheid en programma’s op het gebied van nucleaire veiligheid beter benutten door te zorgen voor een sterkere koppeling tussen Euratom-programma’s en programma’s van de Unie. Daarom worden met het programma niet alleen synergieën met Horizon Europa, maar ook het Euratom-instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling (INSC-D) nagestreefd.

De Commissie is de voorbereiding van het voorstel begonnen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité (WTC) van Euratom te raadplegen, zoals vereist door de rechtsgrondslag 11 . Het WTC heeft een advies 12 uitgebracht waar de Commissie bij het opstellen van dit voorstel rekening mee heeft gehouden.

Aangezien de duur van programma’s bij het Euratom-Verdrag beperkt is tot vijf jaar, stelt de Commissie een programma met de maximaal toegestane duur voor. Aangezien die duur korter is dan de zevenjarige looptijd van het MFK, is de Commissie voornemens om, zoals zij dat in het verleden ook heeft gedaan, de resterende begroting voor nucleair onderzoek voor de laatste twee jaar van het volgende MFK (2028-2034) uit te voeren door — naar alle waarschijnlijkheid begin 2032 — een voorstel voor een tweejarige “verlenging” voor de jaren 2033-2034 in te dienen. De 5:2-verdeling is aangehouden zodat de conclusies van het uitvoeringsverslag, die naar verwachting tegen het einde van het vierde jaar van het eerste programma zullen worden goedgekeurd, kunnen worden gebruikt bij de voorbereiding van de verlenging en het werkprogramma daarvan.

Het voorstel bevat de algemene en specifieke doelstellingen, de indicatieve financiële middelen en de steuninstrumenten.

Het programma strookt met de bepalingen op het beleidsterrein van de EU en sluit aan bij een eenvoudigere, meer gerichte begroting van de Unie met een groter effect. Samen met het Europees Fonds voor concurrentievermogen en Horizon Europa zal het programma worden ingezet om het concurrentievermogen, de veerkracht, de duurzaamheid en het technologisch leiderschap te versterken. Het strookt met de doelstellingen van deze programma’s, die dezelfde definities, regels voor deelneming en verspreiding en instrumenten hebben, met inbegrip van Europese partnerschappen 13 . Deze aanpak zorgt voor een grote vereenvoudiging van de uitvoering: minder bureaucratie en rapportage, meer vertrouwen, betere handhaving en snellere vergunningverlening. Tegelijkertijd zal de voorgestelde architectuur van het programma de voorspelbaarheid en continuïteit van de financieringsprioriteiten waarborgen, met de nodige wendbaarheid en flexibiliteit om de Unie in staat te stellen op nieuwe of onvoorziene prioriteiten te reageren. De bepalingen inzake synergieën zorgen er ook voor dat de programma’s elkaar aanvullen.

Het programma is in overeenstemming met de normen en beleidsmaatregelen van de Unie op het gebied van klimaat en milieu, met inbegrip van de regels inzake het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”, zoals vastgesteld in de voorgestelde prestatieverordening 14 .

Het programma zal steun bieden voor onderzoek op het gebied van nucleaire veiligheid en zal de in de verordening voor een nettonulindustrie 15 vermelde strategische gebieden en de initiatieven inzake veiligheid en veiligheidscontroles van de Europese industriële alliantie voor kleine modulaire reactoren ondersteunen.

Het programma zal bijdragen aan de uitvoering van hoofdstuk 7 van het Euratom-Verdrag inzake nucleaire veiligheidscontrole en de veiligheidsagenda en -strategieën van de EU door onderzoek naar nucleaire veiligheid te ondersteunen. Het programma zal de uitvoering van de Euratom-richtlijnen inzake de veiligheid van kerninstallaties 16 , het veilige beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval 17 en stralingsbescherming ondersteunen 18 . Ook zal het programma ondersteuning bieden bij de uitvoering van de EU-wetgeving inzake tweeërlei gebruik en handelscontrole 19 . Het zal een toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten helpen om zich aan te passen aan het EU-acquis op deze gebieden.

Ook zal het programma de uitvoering van het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en ontmanteling 20 en de nucleaire en radiologische aspecten van Europa in de wereld 21 blijven ondersteunen.

Het Euratom-Verdrag bepaalt dat de Commissie er mede mee is belast het onderzoek op het gebied van kernenergie in de lidstaten te bevorderen en te vergemakkelijken en het aan te vullen door het ten uitvoer brengen van het onderzoek- en onderwijsprogramma van de Gemeenschap (artikel 4). De Raad moet dit programma met eenparigheid van stemmen vaststellen, op voorstel van de Commissie (artikel 7).

Volgens het Verdrag hoeft het Europees Parlement niet te worden geraadpleegd, maar in het verleden heeft de houder van het roulerende voorzitterschap van de Raad het Parlement verzocht opmerkingen te maken over voorgestelde verordeningen tot vaststelling van de Euratom-programma’s. Het Europees Economisch en Sociaal Comité zal op de hoogte worden gehouden, zoals vereist krachtens de rechtsgrondslag (artikel 7).

Met het oog op de samenhang en op een gestroomlijnde aanpak zullen de financiële middelen van het programma de bijdrage van Euratom aan het ITER-project omvatten, waarvoor de rechtsgrondslag is opgenomen in het Euratom-Verdrag, meer specifiek in artikel 101 voor de ITER-overeenkomst en de Overeenkomst inzake de bredere aanpak, en in de artikelen 45 tot en met 51 voor de gemeenschappelijke onderneming “Fusion for Energy”.

Het programma zal de lidstaten helpen om, ongeacht hun nationale keuze voor hun energiemix, nucleaire technologieën op een veilige manier te gebruiken, samen te werken om door de nucleaire wetenschap geboden mogelijkheden te ontwikkelen en de risico’s van de verschillende toepassingen van ioniserende straling te verminderen.

Het programma zal van belang zijn voor alle EU-landen, aangezien zij allemaal radio-isotopen gebruiken voor niet-energetische doeleinden (bv. op medische en industrieel gebied) en zij allemaal baat hebben bij het waarborgen van de hoogste normen inzake nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles.

De ontwikkeling van kernfusie-energie, waarvoor zeer grootschalige onderzoeksinspanningen nodig zijn, is ook in het belang van alle EU-lidstaten. Een geslaagde uitrol van fusie-energie kan bijdragen tot de decarbonisatiedoelstellingen, de strategische autonomie in de context van de mondiale wedloop naar nieuwe energiebronnen vergroten, sterke nieuwe waardeketens in Europa tot stand brengen en de ontwikkeling van kritieke vaardigheden en capaciteiten aanjagen.

Hoewel nucleaire veiligheid een nationale verantwoordelijkheid blijft, wordt met de eigen acties van het programma bijgedragen tot de aanpak van een aantal van de veiligheidsuitdagingen waar de EU voor staat en van de mondiale dimensies van die uitdagingen, door op EU- en nationaal niveau capaciteit op te bouwen op het gebied van O&O, technische ondersteuning en gespecialiseerde opleiding inzake de beperking van de veiligheidsrisico’s van chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen (CBRN), de bestrijding van illegale handel, het gebruik van nucleair en radioactief materiaal en de forensische analyse van materialen waarop geen regulerend toezicht wordt uitgeoefend. Veiligheidscontroles vallen onder de exclusieve bevoegdheid van Euratom, en voortdurende technische ondersteuning en O&O in de vorm van eigen acties zijn van cruciaal belang om het veiligheidscontrolesysteem van Euratom efficiënt en doeltreffend te houden.

Het programma zal onderzoekers ondersteunen en de onderzoeksinspanningen van de lidstaten coördineren, om zo dubbel werk te voorkomen, de kritische massa op belangrijke gebieden te behouden en ervoor te zorgen dat overheidsmiddelen optimaal worden besteed. Deze maatregelen kunnen leiden tot extra publieke en particuliere investeringen in O&I. Zij zijn tevens nodig ter ondersteuning van de beleidsvorming en ter verwezenlijking van de doelstellingen van het EU-beleid. De voorgestelde maatregelen gaan niet verder dan noodzakelijk is om de doelstellingen van de Unie te bereiken.

Het programma zal worden uitgevoerd door middel van een verordening van de Raad, in overeenstemming met het Euratom-Verdrag. Hierbij worden rechten en verplichtingen voor de begunstigden in het leven geroepen die in al hun onderdelen verbindend en rechtstreeks toepasselijk zijn in alle EU-lidstaten en met het programma geassocieerde landen. Dit is ook in overeenstemming met het ontwerp van andere EU-uitgavenprogramma’s.

Het voorstel is gebaseerd op de tussentijdse evaluatie van het Euratom-programma 2021-2025 22 , waarin is geconcludeerd dat de acties die gedurende vier jaar door het programma waren gefinancierd, de lidstaten hadden geholpen om samen te werken bij de ontwikkeling van nucleaire technologieën, ongeacht of zij er op nationaal niveau al dan niet voor hadden gekozen om kernenergie op te wekken of te verbruiken. Hierdoor kunnen de lidstaten deze technologische mogelijkheden in het belang van iedereen benutten en tegelijkertijd de risico’s in verband met ioniserende straling verminderen.

De acties van Euratom leveren resultaten op en bieden een ondersteunend kader voor het ontwikkelen, delen en in stand houden van expertise en vaardigheden op het gebied van nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging, strategische handelscontrole, het veilig beheer van radioactieve afvalstoffen en stralingsbescherming. Zij brengen de EU ook dichter bij het praktische gebruik van fusie-energie. Deze kennis zal van essentieel belang zijn voor de lidstaten die kernenergie in hun energiemix willen hebben (ongeacht of de technologie binnenlands of ingevoerd is) en voor de lidstaten die er zeker van moeten zijn dat kerncentrales in buurlanden aan de hoogste veiligheidsnormen voldoen. Het publiek heeft ook baat bij door Euratom gefinancierd onderzoek naar andere toepassingen van ioniserende straling, met name in de geneeskunde.

Door het besluit van de Raad in 2021 om de begroting voor het programma met 20 % te verlagen, zijn de mogelijkheden om voorstellen voor onderzoek van topkwaliteit te financieren beperkt. Ook heeft dat besluit afbreuk gedaan aan de inspanningen van het JRC om met de nodige flexibiliteit en capaciteit in te spelen op de nieuwe uitdagingen in een tijd waarin de belangstelling voor nucleaire technologieën weer toeneemt.

Deze evaluatie heeft geresulteerd in een aantal belangrijke bevindingen. Ten eerste had het programma nieuwe uitdagingen aangepakt, zoals onderzoek naar alternatieve brandstoffen voor reactoren van Russische makelij die in sommige lidstaten worden gebruikt, een grotere strategische autonomie op het gebied van kerntechnisch materiaal en nucleaire gegevens, en steun voor onderzoekers in Oekraïne. Uit de resultaten van de uitnodiging tot het indienen van voorstellen inzake ioniserende straling bleek dat er grote belangstelling bestaat binnen de geneeskunde, de circulaire economie, ruimteverkenning en milieumonitoring, wat verder ontwikkeld zou kunnen worden in synergie met Horizon Europa. Deze nieuwe acties hebben ook nieuwkomers aangetrokken. De beperkte begroting voor de programma’s voor 2021-2027, in combinatie met de noodzaak om de focus van de programma’s gericht te houden op de kernactiviteiten van nucleaire veiligheid, radioactief afval en stralingsbescherming, betekende echter dat er zeer weinig mogelijkheden waren om deze nieuwe acties in 2021-2027 te blijven financieren.

Indien de reikwijdte en het financieringsniveau van de programma’s voor 2021-2027 gehandhaafd zouden blijven, zou dat niet voldoende zijn om de EU in staat te stellen haar achterstand op internationale concurrenten goed te maken, belangrijke kwesties voor de ontwikkeling van kleine modulaire reactoren, geavanceerde brandstoffen en splijtstofcycli aan te pakken en de nucleaire vaardigheden in de EU aanzienlijk te verbeteren.

Door Euratom medegefinancierde partnerschappen zijn het resultaat van langetermijninspanningen van de onderzoeksgemeenschap, belanghebbenden en lidstaten om een gemeenschappelijke onderzoeksagenda vooruit te helpen en belangrijke uitdagingen op alle betrokken gebieden aan te gaan. Hoewel er al wetenschappelijke vooruitgang is geboekt, zal de Commissie aandringen op verdere verbetering van de organisatie en werking van de partnerschappen, zodat het door het programma gefinancierde onderzoek relevant blijft en het de meest dringende uitdagingen aanpakt. De Commissie zal bijzondere aandacht besteden aan partnerschappen om systematisch rekening te houden met de langetermijnperspectieven van een breed scala van belanghebbenden en lidstaten.

Door Euratom gefinancierd fusieonderzoek heeft de afgelopen jaren belangrijke resultaten opgeleverd, en het ITER-project — dat wordt erkend als het eerste initiatief dat lijkt op een kernfusiecentrale — boekt ondertussen aanzienlijke vooruitgang nadat het eerder te kampen had met vertragingen en kostenoverschrijdingen. Om fusie-energie naar de markt te brengen en bij te dragen tot de decarbonisatie-inspanningen en het concurrentievermogen van de EU, moeten deze inspanningen worden uitgebreid. Fusie-energie zal pas werkelijkheid worden als de resterende wetenschappelijke, technische en technologische uitdagingen op een allesomvattende manier worden aangepakt, op basis van nauwkeurige aannamen over de technische complexiteit en realistische investeringen in industriële toeleveringsketens.

Het programma moet zich ontwikkelen om de technologische knelpunten die extra aandacht en investeringen vereisen weg te nemen, mogelijk in specifieke onderzoeksinfrastructuur, en moet tegelijkertijd meer gebruikmaken van particuliere financiering en ervaring vanuit het bedrijfsleven en de internationale samenwerking met betrouwbare partners intensiveren wanneer dat duidelijke meerwaarde heeft voor de EU. De Commissie is al begonnen met de voorbereiding van een gezamenlijk geprogrammeerd Europees partnerschap op dit gebied, dat publieke en particuliere belanghebbenden samenbrengt. De acties in het kader van het programma voor 2026-2027 zullen de weg vrijmaken voor dit partnerschap en voor aanvullende innovatieacties. Dit nieuwe partnerschap zal ook van invloed zijn op de rol en de activiteiten van EUROfusion, dat een belangrijke rol zal spelen bij de ontwikkeling van de fundamenten van de fusiewetenschap. Nadere bijzonderheden zullen worden verstrekt in de mededeling over de EU-fusiestrategie, die momenteel wordt opgesteld.

De conclusie van de evaluatie luidde dat het JRC, dankzij zijn deskundigheid en faciliteiten voor nucleair onderzoek, zowel voor de Unie als voor een aantal externe belanghebbenden nut oplevert door het uitvoeren van relevante eigen acties op het gebied van onderzoek, de verstrekking van hoogwaardige analyses, referentiematerialen en -methoden alsmede gegevens en studies voor beleidsondersteuning en het verzorgen van gespecialiseerde opleidingen over het hele spectrum van activiteiten, van nucleaire veiligheid tot beveiliging en veiligheidscontroles.

In de evaluatie is voorts geconcludeerd dat het JRC door nucleaire gegevens, metingen en referentiematerialen te verstrekken, een essentiële bijdrage levert aan de beoordeling van de veiligheid en beveiliging van de huidige systemen en toekomstige technologieën, zoals kleine modulaire reactoren. Analyses van manieren om radioactief afval en verbruikte splijtstof te behandelen, tot een minimum te beperken en te recyclen, of om de kenmerken en de werking ervan te onderzoeken, worden van bijzonder belang geacht om het onderzoek op dit gebied vooruit te helpen.

Op het gebied van veiligheidscontroles en non-proliferatie leveren de deskundigheid en het onderzoek van het JRC ook een belangrijke bijdrage, op Europees en internationaal niveau, aan het versterken van de inspanningen op het gebied van non-proliferatie. De onderzoeksresultaten van eigen acties in niet-energetische toepassingen, met name op medisch gebied, zijn net zo relevant en helpen om het onderzoek naar veilige en innovatieve toepassingen van ioniserende straling vooruit te helpen en om de beleidsdoelstellingen van de EU te verwezenlijken. De onderwijs- en opleidingsactiviteiten van het JRC vormen een relevante aanvulling op de capaciteiten op nationaal niveau. De beschikbaarheid van zeer geavanceerde faciliteiten voor nucleair onderzoek blijft een aanzienlijke meerwaarde op EU-niveau vertegenwoordigen en draagt bij tot kwaliteitsvol onafhankelijk onderzoek dat Euratom ten goede komt en de capaciteiten van de lidstaten aanvult. De eigen acties ondersteunen ook de uitvoering en monitoring van EU-beleid op het gebied van nucleaire veiligheid, beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof, stralingsbescherming, nucleaire veiligheidscontroles en non-proliferatie-initiatieven.

In het kader van de Euratom-programma’s voor 2021-2027 heeft het JRC een nieuwe strategie voor zijn nucleaire activiteiten ingevoerd, met acties om de activiteiten te prioriteren, te consolideren en te rationaliseren en tegelijkertijd het gebruik van zijn nucleaire infrastructuur en de duurzame exploitatie ervan te optimaliseren. Het JRC maakt in zijn werkprogramma gebruik van een nieuwe portefeuillebenadering, waarmee wordt beoogd om synergieën tussen verschillende onderzoeksgebieden te verbeteren, de prognosecapaciteit te verbeteren teneinde toekomstige trends te analyseren, en communicatie-inspanningen te versterken om onderzoeksresultaten beter onder de aandacht te brengen.

Wat de bijdrage aan ITER betreft, is in de in 2021 in opdracht gegeven studie 23 geconcludeerd dat het rendement op investeringen van ITER ongeveer 1:1 is en dat ITER volgens de prognoses tegen 2030 een extra bruto toegevoegde waarde van 15,9 miljard EUR zou kunnen genereren en 72 400 banenjaren zou kunnen creëren 24 .

Het ITER-project is vanaf de start ervan geconfronteerd met verschillende uitdagingen. De vertragingen bij de uitvoering van het project waren hoofdzakelijk te wijten aan onrijpheid van het ontwerp, de gebrekkige kwaliteit van enkele componenten die werden aangeleverd door sommige binnenlandse agentschappen en die reparaties nodig maakten, regelgevingsproblemen, de Covid-19-crisis en de oorlog in Oekraïne, die de toeleveringsketen heeft verstoord en heeft bijgedragen tot de vertragingen bij de levering van belangrijke componenten.

Om het project weer op de rails te krijgen, werden onder toezicht van Euratom verschillende maatregelen toegepast. In 2022 heeft de nieuwe directeur-generaal van de ITER-organisatie (IO) een reeks hervormingen gelanceerd, die met name waren gericht op het verbeteren van de organisatie van de IO, de invoering van een projectmatrixstructuur om het besluitvormingsproces te stroomlijnen, het versterken en handhaven van kwaliteitscontroleprocedures, de reparatie van belangrijke componenten en een nieuwe invulling van de interacties met de Franse regelgevingsautoriteit voor nucleaire veiligheid (ASNR).

In 2024 heeft de IO een herziening van het basisscenario van het project gepresenteerd (reikwijdte, schema en kosten) om de belangrijkste risico’s voor de opbouw en inbedrijfstelling te beperken, noodplannen voor het tijdschema en de kosten vast te stellen en tegelijkertijd rekening te houden met de lessen die zijn getrokken uit eerdere baanbrekende activiteiten. Dit basisscenario wordt onderbouwd door een gefaseerde vergunningsaanpak die risico’s moet beperken.

Euratom heeft ook vastgesteld dat de activiteiten van Fusion for Energy beter moeten worden geïntegreerd in die van de IO om de efficiëntie van het project te verbeteren. Als gevolg daarvan hebben de IO en Fusion for Energy manieren onderzocht om hun activiteiten beter te integreren en de potentiële synergieën en complementariteit van beide organisaties te benutten. Sinds september 2023 hebben Fusion for Energy en de IO een grote inspanning geleverd om de meest relevante activiteiten, instrumenten en functies in kaart te brengen. De verwachte resultaten van de integratie zijn efficiëntiewinst en mogelijke besparingen, aangezien de IO en Fusion for Energy gezamenlijk zouden kunnen vaststellen hoe het ontwerp, de inkoop en de oplevering van de componenten zouden kunnen worden geoptimaliseerd.

In 2024 bereikte het project een uitvoeringspercentage dat hoger was dan dat van alle jaren daarvoor. Deze uitstekende prestatie werd bevestigd op 1 september 2025, met indicatoren waaruit blijkt dat het project op schema ligt en licht onder de kostprijs ligt.

In het kader van de voorbereiding van het volgende MFK voor 2028-2034 heeft de Commissie een openbare raadpleging gehouden om meningen te verzamelen over EU-financiering voor concurrentievermogen.

De openbare raadpleging, die liep van 12 februari tot 7 mei 2025, leverde 2 034 reacties op de enquête en 462 standpuntnota’s op en kon rekenen op een aanmerkelijke deelname van EU-burgers (26 %), academici (22 %) en overheidsinstanties (13 %), naast ondernemingen, ngo’s en andere netwerken van belanghebbenden.

De meeste respondenten die ervaring hadden met door de EU gefinancierde onderzoeksprogramma’s waren positief over het financieringsproces, van het identificeren van financieringsmogelijkheden tot de relevantie en duidelijkheid van de oproepen. Zij noemden de aanvraagprocedure en het algemene tijdschema evenwel als belangrijke zwakke punten en benadrukten de noodzaak van vereenvoudiging, duidelijkheid en meer samenhang om de toegankelijkheid te verbeteren, met name voor kmo’s en nieuwkomers. Respondenten erkenden dat versnippering van de steun tijdens het investeringstraject een belemmering vormt voor het concurrentievermogen, met name in verband met onderinvesteringen in onderzoek en innovatie.

De openbare raadpleging werd aangevuld met een gerichte benadering van de voornaamste groepen belanghebbenden in de industrie en op het gebied van onderzoek en innovatie. Belanghebbenden op het gebied van onderzoek en innovatie zijn actief betrokken geweest bij de vormgeving van het debat over de toekomstige rol van O&I in het concurrentievermogen van de EU, met name na de bekendmaking van de politieke beleidslijnen van de Commissie in juli 2024 en het kompas voor concurrentievermogen in februari 2025.

Net als Horizon Europa bouwt dit initiatief voort op drie belangrijke externe verslagen: het verslag-Draghi over het concurrentievermogen van de EU, het verslag-Letta over de toekomst van de interne markt en het verslag van de deskundigengroep van de Commissie betreffende de tussentijdse evaluatie van Horizon Europa 25 .

De Commissie heeft zich ook gebaseerd op het advies van het Wetenschappelijk en Technisch Comité van Euratom, dat bestaat uit onafhankelijke deskundigen die door de Raad zijn aangesteld overeenkomstig artikel 134 van het Euratom-Verdrag.

De kernboodschap van alle verslagen is dezelfde: Europa moet innoveren, zich aanpassen en het voortouw nemen om zijn concurrentievermogen, welvaart, duurzaamheid en veiligheid te waarborgen. De gecombineerde analyse van deze verslagen biedt een sterke analytische en politieke basis voor het voorgestelde Horizon Europa, de bredere strategische oriëntatie van het Europees Fonds voor concurrentievermogen en het Euratom-programma.

In overeenstemming met de richtsnoeren voor betere regelgeving heeft de Commissie voor dit voorstel een evaluatie vooraf uitgevoerd in plaats van een effectbeoordeling, aangezien het Euratom-programma continuïteit biedt wat de ruimere inhoud en structuur ervan betreft en een relatief klein budget heeft. De conclusie van de evaluatie vooraf luidde dat om te kunnen reageren op de nieuwe uitdagingen op het gebied van concurrentievermogen en energiezekerheid waarmee de EU wordt geconfronteerd en om de decarbonisatiedoelstellingen te halen, het Euratom-programma moet worden versterkt, en specifiek de begroting en de maatregelen om innovatie en vaardigheden op het gebied van nucleaire wetenschap en technologie te bevorderen.

ITER blijft een hoeksteen voor de ontwikkeling van fusie-energie in Europa en moet daarom volledig worden geïntegreerd in een bredere EU-strategie. Het doel is om de bouw van de eerste fase van experimenten tijdig en binnen de begroting af te ronden, in overeenstemming met het basisscenario van 2024. Dit zal worden bereikt door Europese componenten voor ITER op te leveren overeenkomstig het basisscenario van het project, toezicht te houden op Fusion for Energy bij de uitvoering van zijn taken en ervoor te zorgen dat de technische en wetenschappelijke lessen die uit ITER worden getrokken ten goede komen aan de Unie.

Teneinde innovatie en vaardigheden op het gebied van nucleaire wetenschap en technologie te versterken, zullen voor het programma de voorgestelde regels voor deelname en verspreiding van Horizon Europa gelden, die zijn ontworpen om de toegang verder te vereenvoudigen, de openheid te vergroten en het effect van de financiering te maximaliseren. Er zijn gebieden, zoals industrieel concurrentievermogen en volksgezondheid, waar gezamenlijke acties in het kader van de programma’s van Euratom en van de Unie burgers van de Unie meer voordeel kunnen opleveren dan acties in het kader van het programma alleen. Om die reden moet het programma streven naar synergieën met Horizon Europa en met andere programma’s van de Unie. Een gestroomlijnde governance moet de Commissie in staat stellen om alle aspecten van het kernsplijtings- en fusieonderzoek, met inbegrip van het ITER-project, te bespreken met de lidstaten en de voornaamste belanghebbenden om zo een strategisch overzicht te verschaffen en de coördinatie tussen Euratom en nationale acties te verbeteren, waarbij moet worden erkend dat, voor Fusion for Energy, de governance met de lidstaten momenteel onder de Raad van bestuur van Fusion for Energy valt.

Zoals uitgelegd in de toelichting bij het voorstel voor Horizon Europa, is vereenvoudiging een overkoepelende prioriteit van de Commissie die tot doel heeft om lasten en overmatige complexiteit terug te dringen en snelheid en flexibiliteit te bevorderen. Aangezien het programma de regels voor deelname en verspreiding van Horizon Europa toepast, zijn de nieuwe kenmerken daarvan die de begunstigden vereenvoudiging bieden ook hier van toepassing. Daarbij gaat het om:

  • een korter werkprogramma met minder prescriptieve programmering: een kleiner aantal onderwerpen, kortere onderwerpbeschrijvingen en een minimum aan onderwerpen met één project;

  • standaard open onderwerpen: minder prescriptief met meer vrijheid voor aanvragers om verschillende trajecten naar verwachte resultaten te kiezen;

  • continuïteit en verdere vereenvoudiging van het financieringslandschap: er zal geen onderscheid worden gemaakt tussen onderzoeks- en innovatieacties enerzijds, en innovatieacties anderzijds, maar er komt één enkel financieringspercentage van maximaal 100 %, behalve voor andere entiteiten met winstoogmerk dan kmo’s, met een financieringspercentage van maximaal 70 %; De financieringspercentages zullen een maximum zijn dat kan worden verlaagd wanneer dit voor de uitvoering van specifieke acties gerechtvaardigd is.

  • een verhoogd gebruik van vereenvoudigde kostenopties: voortbouwend op de ervaring die is opgedaan met proefprojecten met forfaitaire financiering in het kader van Horizon 2020 en de bredere toepassing daarvan in het huidige Horizon Europa, zal forfaitaire financiering de standaardvorm van de bijdrage van de Unie worden, tenzij anders bepaald. Ook andere vereenvoudigde kostenopties zullen worden gebruikt, waaronder financiering die niet is gekoppeld aan kosten of eenheidskosten voor personeel. Deze vereenvoudigingsmaatregelen zijn bedoeld om een bredere deelname te bevorderen, met name van nieuwkomers en kleinere entiteiten, en tegelijkertijd een solide financieel beheer en controle te handhaven.

2025/0594 (NLE)

Voorstel voor een

Door de maximale subsidietoekenningstermijn te beperken tot zeven maanden, een van de kortste subsidietoekenningstermijnen voor EU-programma’s en twee maanden korter dan de in het Financieel Reglement vastgestelde maximale subsidietoekenningstermijn, zal een snellere uitvoering worden bereikt.

In het kader van de ruimere inspanningen van de Commissie om het aantal uitgavenprogramma’s te beperken, zal het programma de bijdrage van Euratom aan het ITER-project omvatten en daarin voorzien.

De voorgestelde verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht.

In de mededeling van de Commissie over het meerjarig financieel kader voor 2028-2034 26 is voorzien in een begroting van 9 794 000 000 EUR in lopende prijzen voor het Euratom-programma, waarvan 5 794 000 000 EUR is toegewezen aan ITER. Door de beperkingen van het Euratom-Verdrag bestrijkt het voorstel voor het Euratom-programma vijf jaar van de voorgestelde begroting, te weten 6 682 000 000 EUR in lopende prijzen.

De Commissie zal het programma uitvoeren onder direct beheer, alsook onder indirect beheer via Europese partnerschappen (zie artikel 10 van het voorstel) en, waar relevant, onder indirect beheer door Fusion for Energy.

De monitoring-, evaluatie- en verslagleggingsregelingen voor het programma zullen worden uitgevoerd op basis van de voorgestelde prestatieverordening 27 . Dat betekent dat het uitvoeringsverslag aan het einde van het vierde jaar van het programma (te weten 2031) zal worden gepubliceerd. De Commissie is voornemens om in de verordening betreffende de “verlenging” (2033-2034) voor te stellen dat uiterlijk drie jaar na afloop van de programmeringsperiode een gezamenlijke retrospectieve evaluatie van dit programma en van de verlenging wordt uitgevoerd.

In artikel 1 wordt het onderwerp van het programma uiteengezet. In artikel 2 worden de definities van de verordening tot vaststelling van Horizon Europa toegepast op het Euratom-programma. De algemene en specifieke doelstellingen van het programma worden vastgesteld in artikel 3, terwijl artikel 4 de horizontale beginselen van Horizon Europa toepast op het programma.

De indicatieve financiële middelen zijn uiteengezet in artikel 5.

Vervolgens bevat het voorstel een aantal standaardbepalingen die tegenhangers hebben in de voorgestelde verordening tot vaststelling van Horizon Europa. Er is een bepaling voor aanvullende middelen (artikel 6), alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering (artikel 7), associatie met het programma (artikel 8) en uitvoering en vormen van EU-financiering (artikel 9). In artikel 10 wordt voorzien in partnerschappen, die vergelijkbaar zijn met die in Horizon Europa, behalve dat dit artikel ook voorziet in door Euratom medegefinancierde partnerschappen om de voortzetting van dit soort partnerschappen uit eerdere programma’s te verzekeren.

In artikel 11 wordt de rol van het JRC beschreven in bewoordingen die vergelijkbaar zijn met die van Horizon Europa. De regels voor deelname en verspreiding van Horizon Europa worden op het programma toegepast via artikel 12, met één uitzondering inzake de toegang tot resultaten die nodig zijn voor Euratom.

Er worden standaardbepalingen voor de werkprogramma’s (artikel 13) en een comitéprocedure (artikel 14) vastgesteld, waarbij in het laatste geval wordt bepaald dat zowel splitsings- als fusieconfiguraties strategische supervisie over de uitvoering van acties op hun respectieve gebied hebben.

In de slot- en overgangsprocedures wordt de verordening tot vaststelling van het programma 2026-2027 ingetrokken (artikel 15), worden de in het kader van het vorige programma gestarte acties onverlet gelaten en wordt de vlotte overgang tussen de programma’s verzekerd (artikel 16). De verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan en is van toepassing met ingang van 1 januari 2028 (artikel 17).

Tot slot bevat de bijlage een opsomming van de activiteiten die door het programma kunnen worden ondersteund.

tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2028-2032 ter aanvulling van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2025/1304

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 7, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Wetenschappelijk en Technisch Comité 28 ,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (de “Gemeenschap”) beoogt bij te dragen tot de verhoging van de levensstandaard in de lidstaten door onderzoek op het gebied van kernenergie te bevorderen en te vergemakkelijken en dit aan te vullen met programma’s voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap.

  2. Onderzoek op het gebied van kernenergie is bevorderlijk voor het sociaal welzijn, de economische welvaart, de veiligheid en de ecologische duurzaamheid. Onderzoek naar de toepassingen van ioniserende straling heeft geleid tot verbeteringen in medische, industriële, agrarische, milieu- en veiligheidstechnologieën waar velen baat bij hebben.

  3. Om de continuïteit van het onderzoek op het gebied van kernenergie op Gemeenschapsniveau te waarborgen, moet een programma voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap (het “programma”) worden vastgesteld dat, aangezien de looptijd van de programma’s voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het “Euratom-Verdrag”) is beperkt tot vijf jaar, de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2032 moet bestrijken. De Commissie zal een nieuw voorstel indienen om de resterende begroting van de laatste twee jaar van het meerjarig financieel kader 2028-2034 uit te voeren 29 .

  4. Het programma moet nauw verbonden zijn met het Europees Fonds voor concurrentievermogen, zoals opgericht bij Verordening [tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen] 30 , en met Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie voor de periode 2028-2034 (“Horizon Europa”), zoals vastgesteld bij Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] 31 door onderzoek en innovatie centraal te stellen in de economische en investeringsstrategie van de Unie.

  5. De Unie moet er voorts naar streven om ongelijkheden op te heffen en gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen, alsook discriminatie te bestrijden overeenkomstig artikel 8 en artikel 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

  6. Er zijn gebieden waar gezamenlijke acties in het kader van het programma en van de programma’s van de Unie burgers van de Unie meer voordeel kunnen opleveren dan acties in het kader van het programma alleen. Daarom moet het programma streven naar synergieën met Horizon Europa en met andere programma’s van de Unie.

  7. Uit recente ervaringen is gebleken dat er in een snel veranderende economische, sociale en geopolitieke omgeving behoefte is aan een flexibeler meerjarig financieel kader en flexibeler uitgavenprogramma’s. Daartoe, en in overeenstemming met de doelstellingen van het programma, moet bij de financiering voldoende rekening worden gehouden met de veranderende beleidsbehoeften en prioriteiten van de Unie zoals vastgesteld in relevante documenten die door de Commissie zijn gepubliceerd, in resoluties van het Europees Parlement en in conclusies van de Raad, en moet tegelijkertijd worden gezorgd voor voldoende voorspelbaarheid voor de uitvoering van de begroting.

  8. Het programma past de regels voor deelname en verspreiding van Horizon Europa toe en maakt deel uit van het digitale kader van het Europees Fonds voor concurrentievermogen, en het maakt gebruik van de informatietechnologie- en communicatie-instrumenten van het Europees Fonds voor concurrentievermogen om de toegang verder te vereenvoudigen, de openheid te vergroten en de effecten van EU-financiering te maximaliseren.

  9. Het programma moet bijdragen aan het verhogen van de publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie (O&I) in de lidstaten, en aldus tot het bereiken van een totaal investeringsstreefdoel van ten minste 3 % van het bruto binnenlands product (bbp) van de Unie in onderzoek en ontwikkeling. De investeringen van de lidstaten in O&I moeten worden beoordeeld met behulp van het kader voor de coördinatie van het economisch, begrotings-, werkgelegenheids- en sociaal beleid in de Unie — het proces van het Europees Semester. Om die doelstelling te realiseren zouden de lidstaten en de particuliere sector het programma moeten aanvullen met meer eigen investeringsacties op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie. De Unie heeft gestaag vooruitgang geboekt bij het opvoeren van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, maar blijft achter bij andere wereldleiders. Het eerder genoemde streefdoel van 3 %, dat meer dan twee decennia geleden is vastgesteld, vormt een erkenning van het belang van onderzoek en ontwikkeling als fundament voor een kennismaatschappij. Hoewel het streefdoel verschillende lidstaten heeft aangemoedigd om hun eigen intensiteitsdoelen voor onderzoek en ontwikkeling vast te stellen, bestaan er nog steeds grote verschillen, aangezien maar een paar lidstaten hun investeringsambities hebben waargemaakt of overstegen.

  10. Zoals in Horizon Europa moet ook in dit programma verder rekening worden gehouden met de OESO-definities betreffende gereedheidsniveaus van een technologie (Technological Readiness Levels — TRL’s) bij de classificatie van activiteiten op het gebied van technologisch onderzoek, productontwikkeling en demonstratie, alsmede bij het bepalen van de soorten acties die in oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt. Voor acties waarvan de activiteiten TRL 8 overschrijden, mogen geen subsidies worden toegekend.

  11. Het moet mogelijk zijn om delen van de begroting uit te voeren via Europese partnerschappen, samen met andere publieke en particuliere entiteiten, wanneer dit de meest doeltreffende uitvoeringsvorm is om de beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. Europese partnerschappen moeten worden opgericht wanneer een nauwe betrokkenheid van de Unie vereist is en moeten zorgen voor passende stemrechten voor de Unie en voor voldoende mede-investeringen door andere partners om de Uniefinanciering maximaal te laten renderen. Om synergieën en efficiëntieverbeteringen te stimuleren, moeten geharmoniseerde regels worden vastgesteld. Daarom moet een strategische, samenhangende portefeuille van een beperkt aantal Europese partnerschappen worden opgezet.

  12. Europees partnerschappen zijn een essentieel instrument om de betrokkenheid van de sector en investeringen in gezamenlijk onderzoek en gezamenlijke innovatie te verwezenlijken, moeten bijdragen tot de specifieke beleidsdoelstellingen van de beleidsterreinen van het Europees Fonds voor concurrentievermogen en moeten waar nodig via het Europees Fonds voor concurrentievermogen worden ondersteund om deze doelstellingen te verwezenlijken.

  13. Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (Joint Research Centre — “JRC”) moet gedurende de hele beleidscyclus onafhankelijke wetenschappelijke gegevens en technische ondersteuning ter beschikking blijven stellen voor het Uniebeleid. De eigen acties van het JRC moeten op flexibele, efficiënte en transparante wijze worden uitgevoerd, waarbij rekening moet worden gehouden met de behoeften van het Uniebeleid en de relevante behoeften van de gebruikers van het JRC en waarbij de financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd. Het JRC moet aanvullende middelen blijven genereren, die het kan gebruiken om zijn wetenschappelijke en technische activiteiten te ondersteunen.

  1. Het programma moet zorgen voor de doeltreffende bevordering en bescherming van de waarden en beginselen van de Europese Onderzoeksruimte en het pact voor onderzoek en innovatie 32 , met name ethiek en integriteit in onderzoek en innovatie, vrijheid van wetenschappelijk onderzoek, wetenschap voor beleid, gendergelijkheid en gelijke kansen, non-discriminatie, open wetenschap en het bevorderen van aantrekkelijke onderzoeksloopbanen en mobiliteit. Het programma moet met name zorgen voor de effectieve bevordering van gelijke kansen voor iedereen en voor de uitvoering van gendermainstreaming, waaronder het integreren van de genderdimensie in O&I-inhoud. Het programma moet ernaar streven om de oorzaken van genderongelijkheid aan te pakken. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar een zo groot mogelijk genderevenwicht in evaluatiepanels en in andere relevante adviesorganen zoals raden en deskundigengroepen.

  2. Infrastructuur voor nucleair onderzoek is een cruciale troef voor de Unie en levert essentiële instrumenten en uitrusting op om onderzoek op het gebied van wetenschap en technologie te bevorderen. De ontwikkeling, integratie en financiële duurzaamheid van dergelijke onderzoeksinfrastructuur van Uniebelang moeten operationele excellentie en ononderbroken toegankelijkheid voor Europese onderzoekers waarborgen en gezamenlijk, grensoverschrijdend onderzoek mogelijk maken, waarbij tegelijkertijd de capaciteiten van de lidstaten moeten worden aangevuld.

  3. Gelet op de voordelen van internationale samenwerking om onder meer gemeenschappelijke technologische, economische, ecologische en maatschappelijke problemen aan te pakken, moet het programma samenwerking met derde landen bevorderen. Internationale samenwerking moet gericht zijn op het versterken van het concurrentievermogen en de excellentie van de Unie op het gebied van O&I, waaronder haar vermogen om wereldwijd de beste talenten aan te trekken en te behouden. Geopolitieke overwegingen, waaronder economische veiligheid, moeten centraal staan in de benadering, en er moeten verschillende maten van samenwerking worden overwogen op basis van een algemene beoordeling van de voordelen die de Unie kan behalen voor de verwezenlijking van haar prioriteiten en de aanpak van mondiale uitdagingen, waarbij de waarden en belangen van de Unie moeten worden beschermd. Associatie met het hele programma of met delen daarvan moet de meest uitgebreide vorm van samenwerking blijven.

  4. Teneinde de strategische autonomie van de Unie te versterken en duurzame economische groei op lange termijn te waarborgen, is het van essentieel belang om het mondiale concurrentievermogen van de Unie te versterken en tegelijkertijd haar strategische activa en belangen te beschermen, zoals uiteengezet in de strategie voor economische veiligheid van de EU 33 . Artikel 136 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad 34 , zoals aangevuld bij artikel 10 van Verordening (EU) [tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen], bevordert het concurrentievermogen van de Unie (zoals gedefinieerd in Verordening [tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen]) en beschermt haar economische veiligheid. De toepassing van deze bepalingen met het oog op het programma moet een passend rechtskader bieden zodat, waar nodig, specifieke voorwaarden met betrekking tot gunningsprocedures kunnen worden vastgesteld die door onderzoek aangestuurd concurrentievermogen bevorderen en de belangen en strategische autonomie van de Unie beschermen, met inbegrip van maatregelen om de deelname te beperken of de resultaten te beschermen en om de samenhang en consistentie met specifieke regels in het kader van de beleidsterreinen van het Europees Fonds voor concurrentievermogen te verzekeren. Waar nodig moet een risicogebaseerde benadering worden gehanteerd om ervoor te zorgen dat risico’s in verband met onderzoek en innovatie in kaart worden gebracht, worden beoordeeld en worden verminderd door middel van evenredige en doeltreffende maatregelen 35 .

  5. Gelet op de toenemende risico’s in verband met natuurrampen, noodsituaties op gezondheidsgebied, technologische incidenten, waterschaarste, veranderende veiligheidsdreigingen, dreigingen voor de energievoorziening en andere verstoringen, is het van essentieel belang dat de Unie en de lidstaten beter in staat worden gesteld om te anticiperen, zich voor te bereiden en te reageren op crises en rampen. Het programma moet onderzoek ondersteunen dat de beheersing van rampenrisico’s en crises versterkt, investeren in klimaat- en waterbestendigheid en de veerkracht van vitale maatschappelijke functies vergroten en een veerkrachtigere, veiligere en beter voorbereide samenleving opbouwen, in overeenstemming met de doelstellingen van de EU-strategie voor een paraatheidsunie 36 en de routekaart voor beëindiging van de invoer van Russische energie 37 . In het programma wordt erkend dat klimaatverandering een van de grootste wereldwijde en maatschappelijke uitdagingen is en dat klimaatactie een aanjager voor industrieel concurrentievermogen is. Activiteiten moeten het belang weerspiegelen om de klimaatverandering aan te pakken overeenkomstig de verbintenis van de Unie om de Overeenkomst van Parijs uit te voeren 38 .

  6. Vereenvoudiging bij de uitvoering van het programma is van essentieel belang om de toegankelijkheid en efficiëntie ervan te waarborgen, met name door de administratieve lasten voor de begunstigden te verlagen en het risico op fouten tot een minimum te beperken. Daartoe moet het programma vooral gebruikmaken van forfaitaire bedragen als de standaardvorm van financiering door de Unie. Als voortzetting van de tijdens de vorige kaderprogramma’s geleverde inspanningen om de financieringsregels te stroomlijnen en het aantal fouten te minimaliseren, moet de terugbetaling van personeelskosten ook verder worden vereenvoudigd door gebruik te maken van eenheidskosten voor personeel, die de complexiteit voor de deelnemers verminderen en de rapportage vergemakkelijken.

  7. Teneinde het concurrentievermogen van de Unie te versterken en de benutting en uitrol van de resultaten in het algemeen te maximaliseren, moeten begunstigden die eigenaar zijn van resultaten, hun resultaten beheren in overeenstemming met hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening ten aanzien van valorisatie en verspreiding. Die verplichtingen kunnen in voorkomend geval worden bijgesteld in het werkprogramma, de voorwaarden van de oproep of de subsidieovereenkomst, naargelang van beleidsoverwegingen, ook met betrekking tot economische veiligheid, maar moeten vereisten omvatten om de resultaten te beschermen, toegankelijk te maken en te valoriseren en waar passend en gerechtvaardigd openbaar te maken, ook via openwetenschapspraktijken. Om het valorisatieproces te vergemakkelijken en te versnellen, moeten er ook ondersteuningsinstrumenten en -hulpmiddelen worden ingevoerd in overeenstemming met de valorisatiestrategie van de Commissie zoals ontwikkeld in het kader van Verordening [tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen] en alle in hoofdstuk III van die verordening bedoelde ondersteuning en diensten.

  8. Met volledige inachtneming van het recht van de lidstaten om hun keuze tussen verschillende energiebronnen te bepalen, moeten de resultaten van het programma bijdragen tot een klimaatneutraal energiesysteem met nevenvoordelen voor de luchtkwaliteit.

  9. In Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad 39 wordt kernenergie genoemd als een van de nettonultechnologieën en wordt erkend dat innovatie een cruciale factor zal zijn om het concurrentievermogen van de Unie te waarborgen.

  10. Aangezien alle lidstaten gebruikmaken van radioactief materiaal, moet het verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval worden gewaarborgd, zoals voorgeschreven door Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad 40 , om te voorkomen dat toekomstige generaties worden opgezadeld met disproportionele lasten. Het programma moet onderzoek en ontwikkeling van technologieën en competenties op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval blijven verbeteren en ondersteunen.

  11. De Gemeenschap moet een sleutelrol blijven spelen bij de ontwikkeling van fusie-energie en moet erkennen dat deze energie aanzienlijke voordelen kan bieden bij het waarborgen van de zekerheid en diversiteit van de energievoorziening op lange termijn. Onderzoek naar fusie-energie in het kader van het programma moet worden uitgevoerd in overeenstemming met [de fusie-strategie van de Unie] 41 , waarin de acties worden beschreven — met name op het gebied van onderzoek en ontwikkeling — die nodig zijn om vooruitgang te boeken bij het ontwikkelen van een proefcentrale voor fusie-energie in de Unie. De strategie moet de betrokkenheid van de industrie en start-ups vergroten en omvat alternatieve fusieconcepten.

  12. Op de korte tot middellange termijn is de tijdige voltooiing van de bouw van ITER en de start van de onderzoekswerkzaamheden een belangrijke stap in de ontwikkeling van fusie-energie in de Gemeenschap. Hoewel dit de verantwoordelijkheid van de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (de “ITER-Organisatie”) is, levert Euratom van alle internationale partners de grootste bijdrage, in overeenstemming met de Overeenkomst tot oprichting van de Internationale ITER-organisatie voor fusie-energie voor de gezamenlijke uitvoering van het ITER-project (de “ITER-overeenkomst”) 42 . Om een meer samenhangende en gestroomlijnde aanpak van de doelstellingen van [de fusiestrategie van de Unie] en de doelstellingen van het programma te verzekeren, moet die bijdrage aan het ITER-project afkomstig zijn uit de indicatieve financiële middelen van het programma.

  13. De Gemeenschap moet ook het geprivilegieerde partnerschap tussen Euratom en Japan voortzetten, dat is opgenomen in de Overeenkomst voor de gezamenlijke uitvoering van bredereaanpakactiviteiten (de “Overeenkomst inzake de bredere aanpak”) 43 , waarin aanvullende gezamenlijke activiteiten op het gebied van fusieonderzoek zijn vastgelegd.

  14. In artikel 12, lid 1, punt a), van de statuten van Fusion for Energy in Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad 44 is bepaald dat de Euratom-bijdrage beschikbaar wordt gesteld via de ingevolge artikel 7 van het Verdrag aangenomen communautaire programma's voor onderzoek en opleiding of via enig ander besluit van de Raad.

  15. Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad wordt bij deze verordening niet gewijzigd en blijft samen met de ITER-Overeenkomst en de Overeenkomst inzake de bredere aanpak deel uitmaken van het bestaande toepasselijke rechtskader voor ITER.

  16. De doelstellingen van het programma moeten ook kunnen worden verwezenlijkt met financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties en blendingverrichtingen in het kader van Unieprogramma’s, mits de acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen en regels van die programma’s.

  17. Acties onder contract in het kader van dit programma moeten worden gedekt door het in het kader van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] ingestelde systeem voor onderlinge verzekeringen.

  18. De in het kader van deze verordening ondersteunde acties moeten evenredig zijn, waarbij overlapping of verdringing moet worden vermeden, moeten stimulansen bieden voor particuliere financiering en moeten een duidelijke meerwaarde van de Unie hebben. Dit moet ook de verenigbaarheid van de acties van het programma met de staatssteunregels waarborgen, zodat buitensporige concurrentieverstoringen op de interne markt worden voorkomen.

  19. Bij deze verordening wordt een indicatieve financiële toewijzing voor het programma voor de periode 2028-2032 vastgesteld. Voor de doeleinden van deze verordening worden lopende prijzen berekend door een vaste deflator van 2 % toe te passen.

  20. Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 is op het programma van toepassing. Deze verordening bevat de regels voor het opstellen en uitvoeren van de algemene begroting van de Europese Unie, met inbegrip van de regels inzake subsidies, prijzen, niet-financiële schenkingen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

  1. Fusion for Energy maakt gebruik van een afzonderlijk financieel reglement, overeenkomstig artikel 5 van Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad.

  2. Om consistentie te waarborgen, moeten de begrotingsgarantie en financieringsinstrumenten in het kader van het programma, ook indien gecombineerd met niet-terugbetaalbare steun in blendingverrichtingen, worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke regels van titel X van het Financieel Reglement en de door de Commissie vastgestelde technische regelingen en algemene voorwaarden voor de toepassing ervan.

  3. Wanneer steun van de Unie in het kader van het programma moet worden verleend in de vorm van een begrotingsgarantie of een financieringsinstrument, ook in combinatie met niet-terugbetaalbare steun in een blendingverrichting, met uitzondering van financieringsinstrumenten in het kader van de EIC, mag dergelijke steun uitsluitend via het InvestEU-instrument worden verleend overeenkomstig de toepasselijke regels van het InvestEU-instrument van het Europees Fonds voor concurrentievermogen.

  4. Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 45 , Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad 46 , Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 47 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 48  moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) bevoegd om over te gaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 49 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, de Europese Rekenkamer en in voorkomend geval het EOM, en moeten ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

  5. Het programma moet worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) XXX van het Europees Parlement en de Raad [de prestatieverordening] 50 , waarin de regels voor het traceren van uitgaven en het prestatiekader voor de begroting zijn vastgesteld, met inbegrip van regels voor het waarborgen van een uniforme toepassing van de beginselen van “geen ernstige afbreuk doen” en gendergelijkheid als bedoeld in artikel 33, lid 2, punten d) en f), regels voor de monitoring en rapportage van de prestaties van programma’s en activiteiten van de Unie, regels voor de oprichting van een financieringsportaal van de Unie, regels voor de evaluatie van de programma’s, alsook andere horizontale bepalingen die van toepassing zijn op alle programma’s van de Unie, zoals die inzake informatie, communicatie en zichtbaarheid.

  6. Het programma moet worden uitgevoerd met inachtneming van het beginsel van de rechtsstatelijkheid en de rechten en beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en moet in overeenstemming zijn met de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten waarbij zij partij zijn, met inbegrip van mensenrechteninstrumenten zoals het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

  7. Teneinde uniforme voorwaarden voor de uitvoering van het programma te waarborgen aan de hand van werkprogramma’s, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 51 .

  8. Voor de vaststelling van de werkprogramma’s moet gebruik worden gemaakt van de adviesprocedure van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad, gezien de belangrijke financiële gevolgen van het programma.

  9. De raad van beheer van het JRC, die is opgericht bij Besluit 96/282/Euratom van de Commissie 52 , is geraadpleegd over de wetenschappelijke en technologische inhoud van het programma, voor zover die betrekking heeft op de nucleaire eigen acties van het JRC.

  10. Het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité zijn op vrijwillige basis geraadpleegd en hebben advies uitgebracht 53 .

  11. Het programma komt in de plaats van het bij Verordening (Euratom) 2025/1304 54 vastgestelde programma. Verordening (Euratom) 2025/1304 moet derhalve worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het “programma”) voor de periode 2028-2032 vastgesteld. Ook worden de doelstellingen van het programma en de begroting voor die periode vastgesteld, met inbegrip van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor het verstrekken van die financiering.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening, en onverminderd de tweede alinea van dit artikel, gelden de definities in artikel 2 van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa].

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. “Unie”: de Europese Unie, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, of beide samen, al naargelang de context;

  2. “coördinatie- en ondersteuningsactie”: een actie die bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, met uitzondering van O&I-activiteiten, behalve wanneer zij wordt uitgevoerd in het kader van door Euratom medegefinancierde partnerschappen.

Artikel 3

Doelstellingen van het programma

  1. In overeenstemming met de algemene en specifieke doelstellingen van het Europees Fonds voor concurrentievermogen en Horizon Europa moet het programma het concurrentievermogen en de decarbonisatie van de Unie ondersteunen en tegelijkertijd mens en milieu beschermen door onderzoek en opleiding op het gebied van nucleaire wetenschap en technologie te bevorderen, in synergie met programma’s van de Unie.

  2. Het programma heeft de volgende specifieke doelstellingen:

    1. het verlenen van steun voor de bouw en exploitatie van ITER, door op prestaties gebaseerde financiering voor de levering van Europese componenten door Fusion for Energy te verstrekken, de integratiewerkzaamheden van de ITER-Organisatie te ondersteunen en ervoor te zorgen dat de uit ITER getrokken technische en wetenschappelijke lessen ten goede komen aan de Unie;

    2. het bevorderen van fusie-onderzoek, door de transitie van fundamenteel onderzoek naar technologie, techniek en innovatie te ondersteunen, het stimuleren van de ontwikkeling van de fusie-industrie in de Unie, het ondersteunen van de opkomst van start-ups en innovatieve concepten om toekomstige kernfusiecentrales mogelijk te maken, en het versterken van de internationale samenwerking;

    3. het bevorderen van onderzoek naar nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles, non-proliferatie, stralingsbescherming, nucleaire gegevens, het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof en innovatief gebruik van ioniserende straling, ook in de medische sector;

    4. het ontwikkelen, behouden en benutten van deskundigheid en competenties op nucleaire gebied via onderwijs en opleiding en het ondersteunen van de toegang tot geavanceerde onderzoeksinfrastructuur, waarbij de duurzaamheid op de lange termijn en de operationele excellentie ervan moeten worden gewaarborgd; en

    5. het verstrekken van onafhankelijke, wetenschappelijk onderbouwde beleidsondersteuning voor Uniebeleid en het ontwikkelen van de kennisbasis voor standaardisering en modellering.

  3. De in de leden 1 en 2 genoemde doelstellingen worden verwezenlijkt via de in de bijlage vermelde activiteiten.

Artikel 4

Horizontale beginselen

Op het programma zijn de in artikel 5 van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] van toepassing.

Artikel 5

Begroting

  1. De indicatieve financiële toewijzing voor het programma voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2032 bedraagt 6 682 000 000 EUR 55 in lopende prijzen.

  2. Het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag en de bedragen van de in artikel 6 bedoelde aanvullende middelen kunnen ook worden gebruikt voor het verlenen van technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, informatietechnologiesystemen en -platforms, informatie- en communicatieactiviteiten, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, en alle andere uitgaven gerelateerd aan technische en administratieve bijstand of personeel die de Commissie doet voor het beheer van het programma.

  3. Indien nodig voor het beheer van acties die op 31 december 2032 nog niet zijn voltooid, kunnen ook na 2032 kredieten worden opgenomen in de begroting van de Unie ter dekking van de benodigde uitgaven.

  4. Vastleggingen in de begroting voor activiteiten waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, mogen worden opgesplitst in jaartranches.

Artikel 6

Aanvullende middelen

  1. Lidstaten, instellingen, organen en agentschappen van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen of andere derde partijen kunnen aanvullende financiële of niet-financiële bijdragen aan het instrument leveren. Aanvullende financiële bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, punt a), d) of e), of artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

  2. Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen ter beschikking worden gesteld aan het programma. De Commissie voert die middelen op directe of indirecte wijze uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt a) of c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Zij vormen een aanvulling op het in artikel 5, lid 1, van deze verordening bedoelde bedrag. Die middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Indien de Commissie geen juridische verbintenis in direct of indirect beheer is aangegaan voor aldus ter beschikking van het programma gestelde aanvullende bedragen, kunnen de overeenkomstige niet-vastgelegde bedragen op verzoek van de betrokken lidstaat weer naar een of meer respectieve bronprogramma’s of de opvolgers daarvan worden overgedragen.

Artikel 7

Alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering

  1. Het programma wordt uitgevoerd in synergie met andere programma’s van de Unie. Een actie die een bijdrage van de Unie van een ander programma heeft ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van dit programma ontvangen. De regels van het desbetreffende programma van de Unie zijn van toepassing op de overeenkomstige bijdrage, of er kan één reeks regels op alle bijdragen worden toegepast en één juridische verbintenis worden aangegaan. Indien de bijdrage van de Unie is gebaseerd op subsidiabele kosten, mag de cumulatieve steun uit de Uniebegroting niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie en kan deze op pro-ratabasis worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld.

  1. Toekenningsprocedures in het kader van het programma moeten gezamenlijk worden uitgevoerd in direct of indirect beheer met lidstaten, instellingen, organen en instanties van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen, of andere derde partijen, op voorwaarde dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie wordt gewaarborgd. Dergelijke procedures zijn aan één reeks regels onderworpen en leiden tot de sluiting van één juridische verbintenis. Daartoe kunnen de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure middelen ter beschikking stellen van het programma overeenkomstig artikel 6 van deze verordening, of kunnen de partners worden belast met de uitvoering van de toekenningsprocedure, indien van toepassing overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Vertegenwoordigers van de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure kunnen ook lid zijn van het evaluatiecomité als bedoeld in artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

  2. In het kader van dit programma wordt, bovenop de voorwaarden van artikel 8, leden 1 en 2, van Verordening [tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen], alleen een concurrentievermogenskeurmerk toegekend aan hoogwaardige acties die wegens budgetbeperkingen niet door het programma zijn gefinancierd.

  3. De lidstaten kunnen financiering verstrekken voor acties waaraan een concurrentievermogenskeurmerk is toegekend.

Artikel 8

Met het programma geassocieerde derde landen

  1. Het programma kan worden opengesteld voor deelname van de volgende derde landen door middel van volledige of gedeeltelijke associatie, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 3 en overeenkomstig de desbetreffende internationale overeenkomsten of besluiten die in het kader van die overeenkomsten zijn vastgesteld en van toepassing zijn op:

    1. toetredende staten, kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten;

    2. landen van het Europees nabuurschapsbeleid;

    3. andere derde landen.

  2. De associatieovereenkomsten voor deelname aan de programma’s:

    1. waarborgen een billijk evenwicht tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan het programma deelneemt;

    2. bepalen de voorwaarden voor deelname aan het programma, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan een programma, bestaande uit een operationele bijdrage en een deelnamevergoeding, en de algemene administratieve kosten van het programma;

    3. verlenen het derde land geen beslissingsbevoegdheid over het programma;

    4. waarborgen de rechten van de Unie om voor een goed financieel beheer te zorgen en de financiële belangen van de Unie te beschermen;

    5. waarborgen, in voorkomend geval, de bescherming van de belangen van de Unie op het gebied van veiligheid en openbare orde.

  3. Voor de toepassing van lid 1, punt c), is associatie of gedeeltelijke associatie met andere derde landen slechts mogelijk indien zij voldoen aan alle volgende criteria:

    1. zij beschikken over goede capaciteiten op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie;

    2. zij hechten aan een op regels gebaseerde open markteconomie, met inbegrip van een rechtvaardige en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten en eerbiediging van de mensenrechten, ondersteund door democratische instellingen;

    3. zij zorgen voor een actieve bevordering van beleid ter verbetering van het economische en sociale welzijn van de burgers.

  4. Voor de toepassing van lid 2, punt d), verleent het derde land de krachtens Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 vereiste rechten en toegang, en waarborgt het dat executoriale besluiten die een geldelijke verplichting inhouden op grond van artikel 299 VWEU, alsook arresten en beschikkingen van het Hof van Justitie van de Europese Unie, rechtstreeks uitvoerbaar zijn.

  5. De reikwijdte van de associatie van elk derde land met het programma is gebaseerd op een analyse van de risico’s, met name die welke van invloed kunnen zijn op de openbare orde en veiligheid van de Unie op relevante beleidsterreinen, waaronder economische en onderzoeksveiligheid, en op de voordelen en de ruimere doelstelling van het bevorderen van economische groei en het concurrentievermogen van de Unie door middel van innovatie. Dienovereenkomstig kunnen toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten en derde landen worden uitgesloten van delen van het programma, overeenkomstig deze verordening of de associatieovereenkomst zelf.

  1. De associatieovereenkomst tot vaststelling van de voorwaarden voor deelname aan het programma voorziet in de mate van het mogelijke in de wederzijdse deelname van in de Unie gevestigde juridische entiteiten aan soortgelijke programma’s van geassocieerde landen overeenkomstig de in die programma’s vastgestelde voorwaarden.

  2. De voorwaarden voor de vaststelling van de hoogte van de financiële bijdragen als bedoeld in lid 2, punt b), zorgen voor een periodieke automatische correctie van eventuele aanzienlijke onevenwichtigheden in vergelijking met het bedrag dat in het geassocieerde land gevestigde entiteiten door deelname aan het programma ontvangen, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten van het beheer, de uitvoering en het functioneren van het programma. Bij de toewijzing van de financiële bijdragen wordt per programmaonderdeel de mate van deelname van de juridische entiteiten uit de geassocieerde landen in aanmerking genomen.

Artikel 9

Uitvoering en vormen van Uniefinanciering

  1. Het programma wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, in direct beheer of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), van die verordening.

  2. Financiering door de Unie kan worden verstrekt in elke vorm die in overeenstemming is met Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, met name subsidies, prijzen, aanbestedingen, niet-financiële schenkingen en financieringsinstrumenten.

  3. Behalve voor financieringsinstrumenten in het kader van de EIC (het EIC-fonds) geldt dat wanneer steun van de Unie wordt verleend in de vorm van een begrotingsgarantie of een financieringsinstrument, ook indien gecombineerd met niet-terugbetaalbare steun in een blendingverrichting, die steun uitsluitend mag worden verleend via het InvestEU-instrument van het Europees Fonds voor concurrentievermogen en moet worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke regels van het InvestEU-instrument van het Europees Fonds voor concurrentievermogen door middel van de bijdrage of van daartoe gesloten garantieovereenkomsten.

  4. Steun van de Unie in de vorm van een begrotingsgarantie wordt verleend binnen het maximumbedrag van de bij de verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen vastgestelde begrotingsgarantie.

  5. Wanneer het programma gebruikmaakt van het investeringsinstrument van het Europees Fonds voor concurrentievermogen, voorziet het in de voorziening voor de begrotingsgarantie en de financiering ten behoeve van financieringsinstrumenten, ook indien gecombineerd met niet-terugbetaalbare steun in de vorm van een blendingverrichting.

  6. Indien Uniefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een subsidie, wordt de financiering verstrekt als niet aan kosten gekoppelde financiering of als vereenvoudigde kostenopties, met name via forfaitaire bedragen alsmede eenheidskosten voor personeel, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Financiering mag alleen in de vorm van terugbetaling van daadwerkelijke subsidiabele kosten worden verstrekt wanneer de doelstellingen van een actie niet anderszins kunnen worden verwezenlijkt. Wanneer het noodzakelijk is om andere financieringsbronnen aan te boren, waaronder co-investeringen met nationale middelen, overeenkomstig de regels voor staatssteun, wordt de financiering verstrekt in de vorm van terugbetaling van daadwerkelijke subsidiabele kosten of van vereenvoudigde kostenopties.

  7. Voor de toepassing van artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan het evaluatiecomité geheel of gedeeltelijk bestaan uit onafhankelijke externe deskundigen.

Artikel 10

Partnerschappen

  1. Wanneer dat nodig is om de doelstellingen van artikel 3 te verwezenlijken, kunnen activiteiten in het kader van deze verordening worden uitgevoerd via Europese partnerschappen zoals bedoeld in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel, standaard via de werkprogramma’s of via door Euratom gecofinancierde partnerschappen zoals bedoeld in lid 7 van dit artikel.

  2. Europees partnerschappen worden gebaseerd op een door de partijen overeengekomen en ondertekend memorandum van overeenstemming, waarin het volgende wordt bepaald:

    1. de te leveren resultaten, die duidelijk, meetbaar en tijdgebonden moeten zijn;

    2. de verslaglegginsgevereisten;

    3. de daarmee verband houdende verbintenissen van alle partners;

    4. governanceregelingen met een mechanisme voor partners om de programmering en activiteiten van de partnerschappen te bespreken en overeen te komen.

  3. Voor overeenkomstig lid 2 van dit artikel opgerichte Europese partnerschappen wordt de steun uit het programma afhankelijk gesteld van een efficiënt gebruik van Uniefinanciering en een evenredige financiële bijdrage of een bijdrage in natura van andere partners die ten minste gelijk is aan de bijdrage van de Unie.

  4. Europese partnerschappen:

    1. worden alleen opgericht indien actie van de Unie alleen of andere vormen van steun uit hoofde van het programma de gewenste doelstellingen niet kunnen bereiken;

  1. worden opgericht voor het aanpakken van uitdagingen waarvoor een kritische massa aan middelen en een uniforme en gecoördineerde aanpak van alle actoren nodig is, zowel voor de programmering als voor de uitvoering;

  2. sluiten aan bij en helpen bij de uitvoering van belangrijke beleidslijnen en -initiatieven van de Unie;

  3. worden op transparante wijze geselecteerd op basis van een reeks kwantificeerbare levenscycluscriteria en een sterke portefeuillebenadering, resulterend in een samenhangende reeks initiatieven;

  4. worden gebaseerd op formele langetermijnverbintenissen vooraf van alle partners om financieel bij te dragen aan de middelen van het Europees partnerschap, dat behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen centraal wordt beheerd;

  5. vereisen een duidelijke levenscyclusbenadering, met inbegrip van een plan vooraf voor de uitvoering van het initiatief, met een strategie voor de geleidelijke of volledige uitfasering van Uniefinanciering.

    1. Bijdragen van andere partners dan de Unie in Europees partnerschappen nemen de volgende vormen aan:

  6. financiële bijdragen aan de operationele begroting van het initiatief;

  7. cofinanciering door de partners van hun eigen deelname of die van hun leden aan projecten die via het initiatief worden gefinancierd;

  8. in naar behoren gemotiveerde gevallen en overeenkomstig de bepalingen van het memorandum van overeenstemming, bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten die de doelstellingen van het Europees partnerschap helpen verwezenlijken.

    1. Alle andere partners in Europees partnerschappen dan de Unie verstrekken informatie over de structuur, de leden en de binnen het partnerschap ontwikkelde activiteiten. In gevallen waarin partnerschappen worden gesloten met representatieve organisaties en verenigingen, behelst dit ook regelmatige informatie over hun leden.

    2. Door Euratom gecofinancierde partnerschappen kunnen worden gefinancierd door middel van subsidies die worden toegekend aan consortia bestaande uit een kern van juridische entiteiten die zijn opgezet of aangewezen door een lidstaat of een met het Euratom-programma geassocieerd derde land, die een gezamenlijk O&I-programma en coördinatie- en ondersteuningsactiviteiten zal ontwikkelen, waaronder mogelijkerwijs de organisatie van gezamenlijke open oproepen. In de in artikel 13 bedoelde werkprogramma’s wordt de draagwijdte van de door Euratom gecofinancierde partnerschappen vastgesteld, alsmede het financieringspercentage dat een passende cofinanciering door de partners mogelijk maakt en de potentiële deelname van andere entiteiten dan die welke door de lidstaten en door met het Euratom-programma geassocieerde derde landen zijn opgezet of aangewezen. Door Euratom gecofinancierde partnerschappen kunnen ook de doelstellingen van overeenkomstig lid 2 opgerichte Europese partnerschappen en internationale samenwerking op hun respectieve domeinen ondersteunen.

Artikel 11 

Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek

Het JRC verstrekt onafhankelijke, empirisch onderbouwde kennis en wetenschappelijke inzichten en ondersteunt het EU-beleid om een positief effect op de samenleving te sorteren. Dit gebeurt door middel van eigen acties van het JRC en door deelname van het JRC aan acties onder contract. Hoofdstuk II van titel II van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] is niet van toepassing op eigen acties.

Artikel 12 

Subsidiabiliteit en regels voor deelname en verspreiding

  1. Ter ondersteuning van de verwezenlijking van de overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 in artikel 3 vastgestelde algemene en specifieke doelstellingen, worden subsidiabiliteitscriteria vastgesteld die op alle toekenningsprocedures uit hoofde van het programma van toepassing zijn.

  2. Behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel, zijn de hoofdstukken I en II van titel II van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] betreffende de regels voor deelname en verspreiding van toepassing op de door het programma ondersteunde acties. Verwijzingen in Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] naar “Horizon Europa” gelden, voor zover relevant, als verwijzingen naar het programma. Verwijzingen in Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] naar “veiligheidsvoorschriften” of “beveiligingsvoorschriften” worden geacht ook te verwijzen naar de defensiebelangen van de lidstaten in de zin van artikel 24 van het Euratom-Verdrag.

  3. In afwijking van artikel 32, punt g), van Verordening [tot vaststelling van het kaderprogramma Horizon Europa] verleent een begunstigde die financiële steun van de Gemeenschap heeft ontvangen vrij van royalty’s toegang tot zijn resultaten aan de instellingen, organen, instanties en agentschappen van de Unie of Fusion for Energy, met het oog op de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van de beleidsmaatregelen en programma’s van de Gemeenschap of de verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de internationale samenwerking met derde landen en internationale organisaties. Die toegangsrechten omvatten het recht om derden toestemming te verlenen voor gebruik van de resultaten bij het plaatsen van overheidsopdrachten alsook het recht om sublicenties te verlenen. De toegangsrechten zijn beperkt tot niet-commercieel en niet-competitief gebruik.

Artikel 13 

Werkprogramma

  1. Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma’s zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, overeenkomstig artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, en, voor de bijdrage van het programma aan het ITER-project, in het financieel reglement van Fusion for Energy.

Onverminderd het eerste lid, kunnen de werkprogramma’s met name het volgende bevatten:

  1. acties en de bijbehorende begroting;

  2. subsidiabiliteits- en gunningscriteria;

  3. één medefinancieringspercentage per actie;

  4. de regels die van toepassing zijn op acties die betrekking hebben op meer dan één specifieke doelstelling;

  5. acties waarvoor specifieke regels gelden, met name inzake de eigendom van resultaten, valorisatie en verspreiding, overdracht en licentieverlening, en toegangsrechten tot resultaten.

De tweede alinea is niet van toepassing op de in Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad bedoelde werkprogramma’s.

  1. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de werkprogramma’s tot uitvoering van de in artikel 3, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen en de in de bijlage opgenomen activiteiten vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

  2. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen afzonderlijke meerjarige werkprogramma’s vast voor de uitvoering van acties in het kader van het JRC. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld. In de meerjarige werkprogramma’s wordt rekening gehouden met het advies van de raad van beheer van het JRC zoals bedoeld in Besluit 96/282/Euratom.

Artikel 14

Comitéprocedure

  1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

  2. Het comité komt bijeen in de volgende verschillende samenstellingen, afhankelijk van het te bespreken onderwerp:

    1. splijting: strategisch overzicht van de uitvoering van kernsplijtingsacties;

    2. fusie: strategisch overzicht van de uitvoering van fusie-acties.

  3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

  4. Wanneer het advies van het comité dient te worden verkregen via een schriftelijke procedure, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien daartoe binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies wordt besloten door de voorzitter van het comité of daarom wordt verzocht door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité.

  5. Overeenkomstig door de Unie gesloten internationale overeenkomsten mogen vertegenwoordigers van derde landen of internationale organisaties worden uitgenodigd als waarnemer bij de vergaderingen van het comité onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in zijn reglement van orde, rekening houdend met de veiligheid en de openbare orde van de Unie of haar lidstaten.

Artikel 15

Intrekking

Verordening (Euratom) 2025/1304 wordt met ingang van 1 januari 2028 ingetrokken.

Artikel 16

Overgangsbepalingen

  1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties tot de afsluiting ervan op grond van Verordening (Euratom) 2025/1304, die op de betrokken acties van toepassing blijft totdat zij worden afgesloten.

  1. De financiële middelen voor het programma mogen ook worden gebruikt ter dekking van de uitgaven voor technische en administratieve bijstand die nodig zijn om de overgang tussen het programma en de bij de voorganger ervan, Verordening (Euratom) 2025/1304, vastgestelde maatregelen te waarborgen.

Artikel 17

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2028.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel,

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

Benaming van het voorstel/initiatief3

Betrokken beleidsterreinen3

Doelstellingen3

Algemene doelstellingen3

Specifieke doelstellingen3

Verwachte resultaten en gevolgen3

Prestatie-indicatoren3

Het voorstel/initiatief betreft:4

Motivering van het voorstel/initiatief4

Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan6

Wijzen van uitvoering van de begroting6

BEHEERSMAATREGELEN8

Regels inzake het toezicht en de verslagen8

Beheers- en controlesystemen8

Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

Kredieten uit goedgekeurde begroting12

Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

24

Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

Totaal kredieten24

Geraamde personeelsbehoeften25

Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

Totale personeelsbehoeften26

Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen28

Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

Bijdragen van derden28

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

Digitale dimensies29

Voorschriften met digitale relevantie30

Gegevens30

Digitale oplossingen31

Interoperabiliteitsbeoordeling31

Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

 een nieuwe actie

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 56

 de verlenging van een bestaande actie

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

 beperkte geldigheidsduur

  •  van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2032

  •    financiële gevolgen vanaf 2028 tot en met 2032 voor vastleggingskredieten en vanaf 2028 tot en met 2036 voor betalingskredieten

 onbeperkte geldigheidsduur

  • uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ

  • gevolgd door een volledige uitvoering

 Direct beheer door de Commissie

  •  door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

  •    door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

  •  derde landen of de door hen aangewezen organen

  •  internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

  •  de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

  •  de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen (gezamenlijke onderneming “Fusion for Energy”)

  •  publiekrechtelijke organen

  •  privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

  •  privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

  •  organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

  •  in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie

Opmerkingen

  • Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarigfinancieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

2

04 01 03 — Ondersteunende uitgaven voor Euratom/ITER

NGK

NEE

JA

JA

NEE

2

04 04 01 Euratom/ITER

GK

NEE

JA

JA

NEE

2

04 04 01 01 Fusie-onderzoek

GK

NEE

JA

JA

NEE

2

04 04 01 03 Splijtingsonderzoek

GK

NEE

JA

JA

NEE

2

04 04 01 02 ITER — Bouw, inbedrijfstelling en exploitatie van de ITER-faciliteiten — Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER — en de ontwikkeling van fusie-energie

GK

NEE

JA

JA

NEE

2

04 04 01 04 — Nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek

GK

NEE

JA

JA

JA

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Nummer

2

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2032

2028

2029

2030

2031

2032

04 04 01 01 Fusie-onderzoek

Vastleggingen

(1a)

355

302

 258

221

242

1 379

Betalingen

(2a)

pm 

 pm

 pm

 pm

pm 

pm

04 04 01 02 ITER — Bouw, inbedrijfstelling en exploitatie van de ITER-faciliteiten — Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER — en de ontwikkeling van fusie-energie

Vastleggingen

(1b)

 946

848 

762 

 676

721 

3 953

Betalingen

(2b)

pm 

pm

 pm

 pm

pm 

pm

04 04 01 03 Splijtingsonderzoek

Vastleggingen

(1a)

152

130

111

94

104

590

Betalingen

(2a)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

04 04 01 04 Nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek 58

Vastleggingen

(1a)

146

154

156

152

152

760

Betalingen

(2a)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

 04 01 03 — Ondersteunende uitgaven voor Euratom/ITER

 

(3)

 

 

 

 

 

pm

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b+3

1 599 

 1 434

1 287 

1 143 

1 219 

6 682

Betalingen

=2a+2b + 3

pm

pm

pm

pm

pm

pm

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2032

2028

2029

2030

2031

2032

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Betalingen

(5)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2

Vastleggingen

=4+6

1 599

1 434

1 287

1 143

1 219

6 682

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

pm

pm

pm

pm

pm

pm

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2032

 

2028

2029

2030

2031

2032

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Betalingen

(5)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 3

Vastleggingen

=4+6

1 599

1 434

1 287

1 143

1 219

6 682

van het meerjarig financieel kader

(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

pm

pm

pm

pm

pm

pm



Rubriek van het meerjarige financiële kader

4

“Administratieve uitgaven” 59

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2032

2028

2029

2030

2031

2032

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4

Vastleggingen

pm

pm

pm

pm

pm

pm

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

pm

pm

pm

pm

pm

pm

  • 3.2.2.    Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar  
2028

Jaar  
2029

Jaar  
2030

Jaar  
2031

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 60

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 61

— Output

— Output

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

  • Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2028-2032

2028

2029

2030

2031

2032

RUBRIEK 4

Personele middelen

pm

Andere administratieve uitgaven

pm

Subtotaal RUBRIEK 4

pm

Buiten RUBRIEK 4

Personele middelen

92 610

94 040

95 456

97 115

97 162

476 383

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

92 610

94 040

95 456

97 115

97 162

476 383

TOTAAL

92 610

94 020

95 476

97 075

97 162

476 383

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

  • Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 62

TOTAAL PERSONEEL

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2028

2029

2030

2031

2032

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

0

 (Onderzoek onder contract)

104

106

109

112

112

(Eigen onderzoek)

353

353

353

353

353

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

0

20 02 01 ((AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

0

Admin. ondersteuning

— centrale diensten

0

0

0

0

0

[XX.01.YY.YY]

— EU-delegaties

0

0

0

0

0

 (AC, END — onderzoek onder contract)

8

10

10

11

11

(AC, END — eigen onderzoek)

140

152

164

178

178

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 4

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 4

0

0

0

0

0

TOTAAL

605

621

636

654

654

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

430

35

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

136

53

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Beleidsanalyse, ontwikkeling en uitvoering van de financiering van het programma via direct of indirect beheer, internationale onderhandelingen, betrokkenheid van belanghebbenden en uitvoering van eigen onderzoeksacties. Medewerkers vervullen uitvoerende of technische functies, bieden ondersteuning op verschillende gebieden zoals financiën, communicatie, administratie, onderzoek, IT of beleidsuitvoering.

Extern personeel

Arbeidscontractanten voeren een aantal administratieve en gelijkwaardige technische taken uit, evenals uitvoerende taken en kantoorwerkzaamheden, onder toezicht van ambtenaren of tijdelijke functionarissen. Zij kunnen extra capaciteit bieden op gespecialiseerde gebieden waar onvoldoende ambtenaren beschikbaar zijn.

IT-beleidsuitgaven moeten 0,5 % van de totale uitgaven van het programma uitmaken.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2032

2028

2029

2030

2031

2032

RUBRIEK 4

IT-uitgaven (algemeen)

0

0

0

0

0

0

Subtotaal RUBRIEK 4

0

0

0

0

0

0

Buiten RUBRIEK 4

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0

0

0

0

0

0

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

0

0

0

0

0

0

 

TOTAAL

0

0

0

0

0

0

Het voorstel/initiatief:

  •    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

  •    vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

  •    vereist een herziening van het MFK

Het voorstel/initiatief:

  •    voorziet niet in medefinanciering door derden

  • voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

2028

2029

2030

2031

2032

Medefinancieringsbron 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

pm

pm

pm

pm

pm

pm

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

  •    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

  •  Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

    •    Voor de eigen middelen

    •     Voor overige ontvangsten

    •    Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 63

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Artikel ………….

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Gevolgen van het voorstel/initiatief

2028

2029

2030

2031

2032

Post

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

BIJLAGE bij Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2028-2032 ter aanvulling van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de bijdrage van de Gemeenschap aan het ITER-project, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2025/1304

Brussel, 3.9.2025

COM(2025) 594 final

{SWD(2025) 594 final} - {SWD(2025) 595 final}

BIJLAGE

In deze bijlage wordt in grote lijnen geschetst met behulp van welke activiteiten de in artikel 3, leden 1 en 2, bedoelde algemene en specifieke doelstellingen van het Euratom-programma voor de periode 2028-2032 worden nagestreefd.

Specifieke doelstellingen 2 a) en 2 b)

Met betrekking tot fusie omvat het toepassingsgebied van het programma de uitvoering van de EU-fusiestrategie, met inbegrip van de bouw en exploitatie van ITER, de bredere aanpak en IFMIF/DONES. Het programma zal worden uitgevoerd via een combinatie van activiteiten op het gebied van aanvullend fusie-onderzoek en relevante EU-instrumenten, de effectieve betrokkenheid van de sector en andere belanghebbenden en steun voor de opkomst en ontwikkeling van start-ups.

In het kader van deze specifieke doelstellingen worden de volgende acties ondersteund:

  1. het handhaven van het leiderschap van de EU in het ITER-project door actief deel te nemen aan de governance ervan en toezicht te houden op Fusion for Energy, met name met het oog op de tijdige levering van EU-componenten als bijdragen in natura;

  2. het voortzetten van de samenwerking met de ITER-Organisatie en de partners voor aan ITER gerelateerde activiteiten;

  3. het ondersteunen van onderzoek en innovatie ter opvulling van de belangrijkste technologische lacunes die de realisatie van proefcentrales voor kernfusie in de weg staan;

  4. het exploiteren van de bestaande fusie-installaties en het leveren van een bijdrage aan het ontwerp en de ontwikkeling van toekomstige installaties in de EU, op basis van uit ITER getrokken lessen;

  5. het ondersteunen van actieve betrokkenheid van de sector, teneinde fusietechnologieën te ontwikkelen, rijpe technologieën klaar te maken voor de markt, zakelijke kansen te creëren en een Europese toeleveringsketen voor kernfusie te consolideren;

  6. het uitbreiden van de steun tot fusie door traagheidsopsluiting, waarbij de nadruk blijft liggen op magnetische opsluiting als de meest rijpe benadering;

  7. het ondersteunen van Europese start-ups op het gebied van kernfusie en het aantrekken van particuliere investeringen in de EU;

  8. het opbouwen van competenties en vaardigheden op het gebied van fusie-energie in de EU en het uitvoeren van een gericht en gecoördineerd onderwijs- en opleidingsprogramma ter aanvulling op de activiteiten die worden vermeld onder specifieke doelstelling 2(d);

  9. het ondersteunen van wetenschappelijke en technologische samenwerking in het kader van de internationale bilaterale overeenkomsten van Euratom en andere relevante internationale samenwerkingsregelingen.

Specifieke doelstelling 2 c)

  1. Veiligheid en continuïteit van de voorziening

Veiligheid van reactorsystemen en splijtstofcycli die in de Gemeenschap in gebruik zijn en voor reactortypes en hun splijtstofcycli die in de toekomst zouden kunnen worden gebruikt, waarbij moet worden gezorgd voor O&I met betrekking tot een veerkrachtige nucleaire toeleveringsketen en nucleaire voorzieningszekerheid, met inbegrip van de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen en reserveonderdelen.

  1. Nucleaire veiligheidscontroles, non-proliferatie en nucleaire beveiliging (uit te voeren door het JRC)

Onderzoek, innovatie, analytische ondersteuning en ondersteuning ter plaatse voor de uitvoering van de veiligheidscontroles van Euratom, met inbegrip van de opleiding van veiligheidsinspecteurs. O&O en ondersteuning op het gebied van strategische handelscontrole en technische bijdragen ter versterking van de internationale non-proliferatieregeling. Capaciteitsopbouw voor eerstelijnsfunctionarissen en andere veiligheidsagenten om te reageren op de illegale handel in nucleair materiaal en op andere onconventionele chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) dreigingen. Onderzoek en analysemethoden ter verbetering van de detectie van nucleair en radioactief materiaal dat niet onder wettelijk toezicht valt, nucleair forensisch onderzoek.

  1. Stralingsbescherming

Onderzoek en innovatie op het gebied van stralingsbescherming om de gezondheidsrisico’s van ioniserende straling te begrijpen en te beperken en om beter voorbereid te zijn op noodsituaties:

  1. gevolgen en risico’s van ioniserende straling als gevolg van industriële, medische of milieublootstelling;

  2. paraatheid en respons inzake radiologische noodsituaties, monitoring van de radioactiviteit in het milieu en onderzoek op het gebied van radio-ecologie;

  1. Innovatief gebruik van ioniserende straling, waaronder in de medische sector

Onderzoek en innovatie op het gebied van niet-energetische toepassingen, waarbij de nadruk ligt op het verbeteren van de volksgezondheid, de veiligheid, de duurzaamheid en het Europese concurrentievermogen:

  1. innovatieve toepassingen van ioniserende straling, waaronder medische radionucliden, voor de diagnostiek en behandeling van kanker en andere ziekten;

  2. voorzieningszekerheid en veilig gebruik van radionucliden

  3. andere innovatieve toepassingen van ioniserende straling en nucleaire materialen.

  1. Nucleaire gegevens

Ontwikkeling en gebruik van modelleringstechnieken, met inbegrip van simulatiecodes, instrumenten en gegevens om de veiligheid, beveiliging en veiligheidscontrole van nucleaire systemen te valideren.

  1. Veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval

Onderzoek naar innovatieve en duurzame oplossingen voor het veilige beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof, met name aan berging voorafgaande activiteiten en berging van middelactief en hoogactief radioactief afval en verbruikte splijtstof en andere radioactieve afvalstromen en -soorten waarvoor momenteel nog geen volwaardige industriële verwerkingsprocessen voorhanden zijn of waarvoor deze kunnen worden verbeterd; minimalisering van radioactief afval en verlaging van de radiotoxiciteit van dit afval; beheer en overdracht van kennis en competenties op het gebied van het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof tussen generaties en tussen programma’s van lidstaten.

  1. Ontmanteling

Onderzoek met het oog op de evaluatie, ontwikkeling en uitrol van technologieën voor de ontmanteling van nucleaire installaties en voor milieuherstel; ondersteuning voor het delen van beste praktijken en kennis en het behoud van de competenties op het gebied van ontmanteling.

Specifieke doelstelling 2 d)

  1. Onderwijs, opleiding en mobiliteit, met inbegrip van regelingen die worden uitgevoerd in synergie met het kaderprogramma Horizon Europa.

  2. Bevordering van innovatie en kennisbeheer alsmede verspreiding en exploitatie van nucleaire wetenschap en technologieën.

  3. Ondersteuning voor de technologieoverdracht van het onderzoek naar de sector, ter versterking van de Europese industriële capaciteit en het concurrentievermogen van Europa.

  4. Ondersteuning van de lidstaten bij de ontwikkeling van hun strategie voor nucleaire vaardigheden en arbeidskrachten.

  1. Ondersteuning voor de duurzaamheid op lange termijn, de beschikbaarheid en het optimale gebruik van nucleaire onderzoeksinfrastructuur en de toegang daartoe, met inbegrip van door de Europese Commissie beheerde onderzoeksinfrastructuur, ter aanvulling van de capaciteiten van de lidstaten.

Specifieke doelstelling 2 e)

  1. Ondersteuning van het beleid van de Unie inzake nucleaire veiligheid, beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof, nucleaire beveiliging en veiligheidscontroles en andere relevante wetgeving met onafhankelijke wetenschappelijke en technische gegevens en expertise.

  2. Harmonisatie van radioactiviteitsmetingen met gecertificeerde referentiematerialen en -methoden, alsmede bijdrage aan internationale nucleaire databibliotheken.