Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Straatsburg, 17.6.2025

COM(2025) 828 final

2025/0180(COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

{SWD(2025) 830 final}

TOELICHTING

 

De energiesector is zwaar getroffen. Rusland gebruikte het feit dat de Unie afhankelijk was van Russische energie immers als dwang- en manipulatiemiddel. De afhankelijkheid van Russische energie maakte de Unie en haar lidstaten kwetsbaar voor verstoringen en prijsschommelingen, met verreikende gevolgen voor de hele economie. De stijging van de energieprijzen ondermijnde het concurrentievermogen van de EU-industrie, en uiteindelijk ook de economische stabiliteit en groeivooruitzichten van de Unie.

2025/0180 (COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938



VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194, lid 2, en artikel 207,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 18 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's 19 ,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De onwettige grootschalige invasie van Oekraïne door de Russische Federatie in februari 2022 heeft duidelijk gemaakt dat de afhankelijkheid van Russisch aardgas dramatische gevolgen heeft voor de markten en de veiligheid. In de Verklaring van Versailles van 11 maart 2022 zijn de staatshoofden dan ook overeengekomen deze afhankelijkheid van Russisch aardgas geleidelijk af te bouwen en uiteindelijk volledig te beëindigen. In de REPowerEU-mededeling van 8 maart 2022 20 en het REPowerEU-plan van 18 mei 2022 21 zijn concrete maatregelen voorgesteld om onze energievoorziening op veilige, duurzame en betaalbare wijze te diversifiëren en volledig af te stappen van energie-invoer uit Rusland. Sindsdien is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het vinden van alternatieven voor gasinvoer uit Rusland. Aangezien er nog steeds aanzienlijke volumes Russisch aardgas de Unie binnenkomen, heeft de Commissie in haar REPowerEU-routekaart voor beëindiging van de invoer van Russische energie van 6 mei 2025 een wetgevingsvoorstel aangekondigd om de invoer van gas uit Rusland volledig uit te faseren en het bestaande kader voor energie-afhankelijkheid te verbeteren.

  2. Uit de vele voorbeelden van onaangekondigde en ongerechtvaardigde beperkingen en onderbrekingen van de leveringen die reeds vóór de grootschalige militaire invasie van Oekraïne plaatsvonden, en het inzetten van energie als wapen sinds de invasie, blijkt dat de Russische Federatie systematisch de bestaande afhankelijkheid van Russisch gas heeft gebruikt om de economie van de Unie te schaden. Dit heeft ernstige gevolgen voor de economische veiligheid van de lidstaten en de Unie. De Unie kan de Russische Federatie en haar energiemaatschappijen dan ook niet langer als betrouwbare energiehandelspartners beschouwen

  1. In januari 2006 heeft Rusland zijn aardgasleveringen aan Bulgarije en andere landen in Zuidoost-Europa stopgezet in het midden van een koudegolf, waardoor de prijzen de hoogte ingingen en burgers schade ondervonden of dreigden te ondervinden. Op 6 januari 2009 heeft Rusland de gasdoorvoer via Oekraïne volledig afgesloten, waardoor 18 lidstaten werden getroffen, met name in centraal en oost-Europa. De onderbreking van de leveringen leidde tot ernstige verstoringen van de gasmarkten in de regio en de hele Unie. In sommige lidstaten vielen de aardgasstromen bijna 14 dagen lang stil, waardoor de verwarming in scholen en fabrieken langdurig moest worden uitgezet en deze landen zich gedwongen zagen de noodtoestand uit te roepen. In 2014 is de Russische Federatie de Krim binnengevallen en heeft ze deze regio illegaal geannexeerd. De gasproductiefaciliteiten in de Krim werden gesloten en de gasleveringen aan diverse lidstaten die hadden aangekondigd gas te zullen leveren aan Oekraïne, werden beperkt, met marktverstoringen, prijsverhogingen en economische onveiligheid tot gevolg. In het verleden heeft de Commissie al meermaals een onderzoek ingesteld naar Gazprom, de door de Russische staat gecontroleerde onderneming met een monopolie op de uitvoer van gas, wegens mogelijke schending van de EU-mededingingsregels. Sindsdien heeft Gazprom zijn marktgedrag aangepast om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de Commissie 22 . De mededingingskwesties waarover de Commissie zich zorgen maakte, hadden in meerdere gevallen betrekking op zogenaamde “territoriale beperkingen” in de gasleveringscontracten van Gazprom, waarbij het verboden was gas door te verkopen aan andere landen 23 , en op aanwijzingen dat Gazprom oneerlijke tariefpraktijken hanteerde en de energieleveringen afhankelijk stelde van politieke concessies, gaande van deelname aan Russische pijplijnprojecten tot het verwerven van zeggenschap over energie-activa in de Unie.

  2. De niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne die sinds februari 2022 aan de gang is en de daaropvolgende verminderde gasleveringen, die als wapen worden gebruikt, in samenhang met de marktmanipulatie via opzettelijke verstoringen van de gasstromen, hebben de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de Unie en haar lidstaten blootgelegd, hetgeen directe en ernstige gevolgen kan hebben voor de werking van de gasmarkt, de economie en de essentiële veiligheid van de Unie, en schade kan toebrengen aan de burgers van de Unie omdat verstoringen van de energievoorziening hun gezondheid of zelfs hun leven in gevaar kunnen brengen. Er zijn aanwijzingen dat het staatsbedrijf Gazprom de energiemarkten van de Unie opzettelijk heeft gemanipuleerd om de energieprijzen op te drijven. De door Gazprom gecontroleerde grote ondergrondse gasopslagplaatsen in de Unie waren leger dan ooit tevoren en Russische bedrijven beperkten hun verkoop aan gashubs in de Unie 24 en zetten het gebruik van hun eigen verkoopplatform volledig stop vóór de invasie, hetgeen gevolgen had voor de kortetermijnmarkten en de reeds krappe voorzieningssituatie na de onwettige invasie van Oekraïne door Rusland nog verergerde. Sinds maart 2022 heeft Rusland de leveringen van aardgas aan lidstaten systematisch onderbroken of beperkt, met aanzienlijke verstoringen op de gasmarkt in de Unie tot gevolg. Het betrof met name de leveringen aan de Unie via de Yamal-pijplijn, de leveringen aan Finland en de Nord Stream 1-pijplijn; de gasleveringen via deze pijplijn werden eerst door Gazprom beperkt en uiteindelijk volledig stopgezet.

  3. De inzet van gasleveringen als wapen door Rusland en de marktmanipulatie via opzettelijke verstoringen van de gasstromen deden de energieprijzen in de Unie in 2022 omhoog schieten tot nooit eerder geziene niveaus, tot acht keer het gemiddelde van de vorige jaren. De daaruit voortvloeiende noodzaak om alternatieve bronnen van gasvoorziening te vinden, aanvoerroutes te wijzigen, opslagplaatsen te vullen voor de winter en oplossingen te vinden voor congestieproblemen in de gasinfrastructuur in de Unie, hebben bijgedragen tot de hoge prijsvolatiliteit en de nooit eerder geziene prijsstijgingen in 2022.

  4. De uitzonderlijk hoge gasprijzen vertaalden zich in hoge elektriciteitsprijzen en prijsstijgingen voor andere energieproducten, met aanhoudend hoge inflatie tot gevolg. Een diepe economische crisis met negatieve groeicijfers in veel lidstaten, veroorzaakt door de hoge energieprijzen, bracht de economie van de Unie in gevaar, ondermijnde de koopkracht van de consumenten en deed de productiekosten stijgen, met name in de energiesector, wat leidde tot risico’s voor de sociale cohesie en stabiliteit en zelfs de gezondheid of het leven van de burgers in gevaar bracht. De verstoringen van de leveringen hebben ook geleid tot ernstige problemen voor de energievoorzieningszekerheid in de Unie en hebben elf lidstaten ertoe gedwongen een energienoodsituatie af te kondigen krachtens Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad 25 . Door de afhankelijkheid van de Unie tijdens die crisis kon Rusland via marktmanipulatie recordwinsten halen uit de resterende energiehandel met Europa; in 2024 bedroegen de inkomsten uit gasuitvoer naar de Unie nog steeds 15 miljard euro. Die inkomsten kunnen worden gebruikt om verdere economische aanvallen tegen de Unie te financieren, waardoor de economische veiligheid in het gedrang komt, en voor de financiering van de aanvalsoorlog tegen Oekraïne, een belangrijke bedreiging van de politieke en economische stabiliteit in Europa.

  5. De recente crisis heeft aangetoond dat betrouwbare handelsbetrekkingen met partners die energieproducten leveren van cruciaal belang zijn om de marktstabiliteit te behouden en de gezondheid en het leven van de burgers, alsook de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie te beschermen, niet in het minst omdat de Unie in grote mate afhankelijk is van energie-invoer uit derde landen. De voortzetting van energieleveringen uit Rusland zou de Unie blootstellen aan aanhoudende economische en veiligheidsrisico’s; dit zou de voorzieningszekerheid niet doen toenemen, maar eerder doen afnemen. Zelfs de invoer van kleinere hoeveelheden Russisch gas kan door Rusland worden misbruikt om de prijsdynamiek aanzienlijk te verstoren, al was het maar tijdelijk, en kan de energiemarkten ontregelen, met name in regio’s die nog steeds in aanzienlijke mate afhankelijk zijn van invoer uit Rusland. Gezien het reeds lang bestaande en constante patroon van marktmanipulatie en verstoring van de leveringen, en het feit dat de Russische regering gas steevast heeft gebruikt als wapen om beleidsdoelstellingen te bereiken in plaats van handelsdoelstellingen, moeten maatregelen worden genomen om de aanhoudende kwetsbaarheid van de Unie ten gevolge van de invoer van aardgas uit de Russische Federatie, zowel leidinggas als vloeibaar aardgas (lng), aan te pakken.

  6. De in de artikelen 3 en 5 van deze verordening vastgestelde beperkingen op internationale transacties zijn samenhangend met het extern optreden van de Unie op andere gebieden, zoals vereist bij artikel 21, lid 3, van het Verdrag betreffende Europese Unie (VEU). De betrekkingen tussen de Unie en de Russische Federatie zijn de afgelopen jaren, en met name sinds 2022, sterk verslechterd. Dit is te wijten aan de flagrante schending van het internationaal recht door de Russische Federatie en met name aan haar niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Als reactie op de acties van de Russische Federatie tegen Oekraïne heeft de Unie sinds juli 2014 geleidelijk beperkende maatregelen ingesteld op de handel met de Russische Federatie. Vanwege de uitzonderingen die van toepassing zijn op grond van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, en met name artikel XXI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen) en analoge uitzonderingen op grond van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met de Russische Federatie, staat het de Unie vrij de voordelen voor producten die worden ingevoerd uit andere derde landen (meestbegunstigingsbehandeling) niet toe te kennen aan soortgelijke producten die worden ingevoerd uit de Russische Federatie. Gezien de ernstige internationale spanningen tussen de Unie en de Russische Federatie is er dan ook niets dat de Unie belet om invoerverboden of -beperkingen op te leggen aan goederen uit de Russische Federatie als zij van mening is dat dergelijke maatregelen noodzakelijk zijn voor de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie.

  7. De diversificatie van de lng-invoercapaciteit is van essentieel belang voor het behoud en de versterking van de energiezekerheid in de Unie. Een aanzienlijk deel van die capaciteit staat onder de zeggenschap van Russische bedrijven, via langlopende contracten van meer dan 10 jaar; dit creëert het risico dat de capaciteitsrechten in die contracten worden gebruikt om capaciteit te hamsteren en zo de invoer uit alternatieve bronnen te belemmeren. Het is mogelijk dat energiemarkten in de Unie door dergelijke praktijken langer kunnen worden beïnvloed door Russische bedrijven, die eerder al hebben aangetoond dat zij de markten in de Unie aanzienlijk kunnen verstoren door gebruik te maken van de bestaande afhankelijkheid. In het verleden heeft het hamsteren van capaciteit geleid tot ernstige marktverstoringen, prijsstijgingen en bedreigingen voor kritieke veiligheidsmaatregelen 26 . Gezien de essentiële rol die lng naar verwachting zal spelen in de diversificatie van de energievoorziening in de Unie, is het van essentieel belang dat het verbod op de invoer van gas wordt aangevuld met een verbod op het leveren van lng-terminaldiensten aan Russische entiteiten. Om de lidstaten te helpen bij het beëindigen van hun afhankelijkheid van Russische gasleveringen, en om effectieve lng-invoer uit alternatieve bronnen te waarborgen, moet worden vermeden dat de nodige invoerinfrastructuur kan worden geblokkeerd door Russische klanten van lng-terminaldiensten. Het verlenen van langlopende lng-terminaldiensten aan Russische entiteiten of entiteiten onder Russische zeggenschap moet daarom worden verboden vanaf 1 januari 2026. Voor contracten die zijn gesloten vóór 17 juni 2025, moet dit worden verboden vanaf 1 januari 2028. Dit moet het mogelijk maken terminalcapaciteit toe te wijzen aan alternatieve lng-leveranciers en de veerkracht van de energiemarkt in de Unie te versterken.

  8. De Commissie heeft zorgvuldig beoordeeld welke gevolgen een eventueel verbod op de invoer van Russisch aardgas en op de levering van lng-terminaldiensten aan Russische entiteiten heeft voor de Unie en haar lidstaten. Sinds 2022 zijn voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd en zijn diverse gedetailleerde analyses van de gevolgen van een totale uitfasering van Russisch gas gepubliceerd 27 ; voorts kan de Commissie gebruikmaken van tal van raadplegingen van belanghebbenden, externe deskundigen en agentschappen, en studies over de gevolgen van de uitfasering van Russisch gas. Uit de analyse van de Commissie bleek dat een uitfasering van de aardgasinvoer uit Rusland, mits deze stapsgewijs, gecoördineerd, goed voorbereid en in een geest van solidariteit wordt uitgevoerd, waarschijnlijk weinig invloed zal hebben op de energieprijzen in de Unie, en dat dit de voorzieningszekerheid in de Unie niet in gevaar zal brengen maar eerder zal versterken, omdat een onbetrouwbare handelspartner van de markt verdwijnt in de Unie. Zoals uiteengezet in de REPowerEU-routekaart heeft de uitvoering van het REPowerEU-plan de afhankelijkheid van leveringen uit Rusland reeds beperkt, bijvoorbeeld door maatregelen om de vraag naar gas te beperken of om de uitrol van hernieuwbare energiebronnen te versnellen, door actieve steun voor de diversificatie van de energievoorziening en door het vergroten van de onderhandelingsmacht van de EU via gezamenlijke gasaankopen. Uit de effectbeoordeling bleek ook dat schadelijke effecten op de prijzen of leveringen kunnen worden vermeden door voorafgaande coördinatie van het diversificatiebeleid 28 .

  9. De voorgestelde verordening is volledig verenigbaar met de strategie van de Unie om haar afhankelijkheid van ingevoerde fossiele energie te beperken door de decarbonisatie te versterken en de productie van schone energie in de Unie snel uit te breiden. Zoals uiteengezet in de REPowerEU-routekaart heeft de toepassing van het REPowerEU-plan al geleid tot aanzienlijke gasbesparingen van meer dan 60 miljard kubieke meter ingevoerd gas per jaar tussen 2022 en 2024, waardoor de Unie haar afhankelijkheid van Rusland kon afbouwen. Dit kon worden bereikt door maatregelen om de vraag naar gas te beperken of om de groene transitie te versnellen door een snellere uitrol van de opwekkingscapaciteit van wind- en zonne-energie, hetgeen het aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix aanzienlijk heeft vergroot, en door actieve steun voor de diversificatie van de energievoorziening en het vergroten van de onderhandelingsmacht van de EU via gezamenlijke gasaankopen. Bovendien zullen de volledige uitvoering van de energietransitie, het recente actieplan voor betaalbare energie en andere maatregelen, met name investeringen in de productie van koolstofarme alternatieven voor energie-intensieve producten, zoals meststoffen, naar verwachting tot 100 miljard kubieke meter aardgas vervangen tegen 2030. Dit zal de uitfasering van de gasinvoer uit de Russische Federatie vergemakkelijken.

  10. Overeenkomstig de verklaring van Versailles en de REPowerEU-mededeling hebben een groot aantal gasimporteurs hun gasleveringen uit Rusland reeds stopgezet of aanzienlijk teruggeschroefd. Zoals uiteengezet in de effectbeoordeling kunnen de resterende gasvolumes op basis van bestaande leveringscontracten worden uitgefaseerd zonder significante economische gevolgen of risico’s voor de voorzieningszekerheid, omdat er voldoende alternatieve leveranciers zijn op de wereldmarkt voor gas, de gasmarkt van de Unie goed onderling verbonden is en er voldoende invoerinfrastructuur beschikbaar is 29 .

  11. Kortlopende contracten, d.w.z. contracten voor afzonderlijke of meerdere leveringen van aardgas met een duur van minder dan één jaar, hebben betrekking op kleinere volumes dan de grote meerjarige leveringscontracten die importeurs hebben gesloten met Russische bedrijven. Deze bestaande contracten zullen in elk geval bijna zijn afgelopen wanneer deze verordening in werking treedt. Het risico van deze bestaande kortlopende contracten voor de economische veiligheid lijkt dan ook klein te zijn. Daarom moeten bestaande kortlopende contracten worden vrijgesteld van de onmiddellijke toepassing van het invoerverbod en moet worden voorzien in een overgangsfase tot 17 juni 2026.

  12. Ook voor bestaande langetermijncontracten moet een vrijstelling van het verbod op gasinvoer vanaf 1 januari 2026 worden verleend. Importeurs met langlopende contracten zullen immers meestal meer tijd nodig hebben om alternatieve aanvoerroutes en leveringsbronnen te vinden dan houders van kortlopende contracten, mede omdat dergelijke contracten, gezien hun lange tijdsduur, gewoonlijk betrekking hebben op aanzienlijk grotere volumes dan kortlopende contracten. Derhalve moet worden voorzien in een overgangsperiode om houders van langlopende contracten voldoende tijd te geven om hun leveringen op ordelijke wijze te diversifiëren.

  13. Met name sommige niet aan zee grenzende landen die momenteel nog steeds worden bevoorraad op basis van langlopende contracten voor Russisch leidinggas worden getroffen door de recente wijzigingen van de aanvoerroutes uit de Russische Federatie, aangezien er weinig of geen alternatieve routes zijn om het gas naar hen te vervoeren. Om dit probleem te verhelpen, leveren leveranciers uit andere lidstaten nu het leidinggas op basis van kortlopende contracten met leveranciers uit de Russische Federatie, via niet-verzadigde interconnectiepunten. Gezien deze zeer specifieke situatie moet de overgangstijd die nodig is om nieuwe leveranciers te vinden ook gelden voor die kortlopende leveringscontracten met leveranciers uit de Russische Federatie die leveren aan niet aan zee grenzende landen die worden getroffen door de wijzigingen van de aanvoerroutes voor Russisch gas. 

  14. Hoewel het gerechtvaardigd lijkt om bestaande legacy-contracten vrij te stellen van de onmiddellijke toepassing, mogen niet alle contracten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten in aanmerking komen voor deze vrijstelling. De tijdspanne tussen de bekendmaking van dit voorstel en de inwerkingtreding van het verbod kan Russische leveranciers er immers toe aanzetten de huidige leveringen te vergroten door nieuwe contracten te sluiten, en de volumes te vergroten door bestaande contracten te wijzigen of gebruik te maken van flexibiliteitsmechanismen in bestaande contracten. Om te garanderen dat de invoer uit Rusland niet toeneemt maar afneemt als gevolg van de voorgestelde verordening, kunnen in de verordening maatregelen worden opgenomen om te vermijden dat in de periode tussen de goedkeuring van dit voorstel en de inwerkingtreding van het verbod een rush op nieuwe gasinvoer uit Rusland ontstaat. De toezegging van de staatshoofden om de Russische gasleveringen uit te faseren, dateert al uit maart 2022; zij werd vernieuwd in de REPowerEU-strategie, het REPowerEU-plan en de REPowerEU-routekaart. Ten laatste vanaf de bekendmaking van het voorstel voor deze verordening mogen contracten die na die datum zijn gesloten niet meer worden beschouwd als legacy-contracten. Contracten die na 17 juni 2025 worden gesloten, mogen dan ook niet in aanmerking komen voor de uitzonderlijke overgangsbepalingen voor kort- en langlopende contracten.

  15. Om te vermijden dat de invoervolumes in bestaande leveringscontracten worden verhoogd in plaats van verlaagd, moeten wijzigingen van bestaande contracten worden beschouwd als nieuwe contracten met het oog op de toepassing van deze verordening, en mogen verhogingen van invoervolumes door gebruik te maken van contractuele flexibiliteitsmechanismen niet in aanmerking komen voor de overgangsperiode.

  16. Deze verordening creëert een duidelijk wettelijk verbod op de invoer van Russisch aardgas; zij vormt een soevereine handeling van de Unie waarover gasimporteurs geen zeggenschap kunnen uitoefenen en waarbij de invoer van aardgas uit Rusland onwettig wordt, met rechtstreekse rechtsgevolgen en zonder onderscheid tussen de lidstaten wat de toepassing ervan betreft.

  17. In tegenstelling tot andere goederen is aardgas een homogeen basisproduct dat in grote volumes wordt verhandeld en vaak meerdere keren wordt doorverkocht tussen handelaars op groothandelsniveau. Aangezien het bijzonder complex is om de herkomst van aardgas na te gaan, en rekening houdend met het feit dat Russische leveranciers wellicht zullen proberen deze verordening te omzeilen, bijvoorbeeld door verkoop via tussenpersonen, overslag of vervoer via andere landen, moet deze verordening een effectief kader bieden om de werkelijke herkomst en de plaats van uitvoer van in de Unie ingevoerd aardgas te bepalen.

  18. Importeurs van aardgas moeten met name worden verplicht om de douaneautoriteiten alle nodige informatie te verstrekken om de herkomst en de plaats van uitvoer van in de Unie ingevoerd aardgas te bepalen en om te beslissen of het ingevoerd gas onder het algemene verbod of onder een van de vrijstellingen valt. De contractuele voorwaarden die de elementen bevatten die relevant zijn voor de beoordeling door de douaneautoriteiten, zijn vaak complex. Daarom moeten de douaneautoriteiten de bevoegdheid krijgen om gedetailleerde informatie over contracten te vragen aan de importeurs, met inbegrip van volledige leveringscontracten, maar met uitzondering van informatie over de prijs, als dit noodzakelijk is om de context van bepaalde clausules of verwijzingen naar andere contractbepalingen te begrijpen. De verordening moet regels bevatten om te zorgen voor effectieve bescherming van bedrijfsgeheimen van de betrokken ondernemingen.

  19. De douaneautoriteiten moeten samenwerken met regelgevende instanties, bevoegde autoriteiten, het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en de Commissie om de bepalingen van deze verordening toe te passen en moeten relevante informatie uitwisselen, met name wat betreft de beoordeling van uitzonderingen waarbij de invoer van Russisch aardgas is toegestaan na 1.1.2026. Douaneautoriteiten, regelgevende instanties, bevoegde autoriteiten en ACER moeten over de nodige instrumenten en gegevensbanken beschikken om te garanderen dat relevante informatie kan worden uitgewisseld tussen nationale autoriteiten en tussen autoriteiten in verschillende lidstaten, indien nodig. ACER moet zijn deskundigheid ter beschikking stellen voor het toezicht op de uitvoering. Om het opzetten van de nodige interoperabele gezamenlijke informatiesystemen te vergemakkelijken, kunnen de Commissie en de lidstaten mogelijkheden onderzoeken om gebruik te maken van begrotingsmiddelen uit het Fonds voor interne veiligheid (ISF). De douaneautoriteiten moeten de regelgevende instanties, de nationale bevoegde autoriteit en de Commissie maandelijks in kennis stellen van belangrijke elementen met betrekking tot de ontwikkeling van de invoer van Russisch aardgas (zoals ingevoerde hoeveelheden op basis van langlopende of kortlopende contracten, entrypunten of contractuele partners).

  20. Rusland is een grote gasexporteur en heeft in het verleden nooit een belangrijke rol gespeeld als doorvoerland voor gas. Hier zijn meerdere redenen voor, zoals de afwezigheid van hervergassingsinfrastructuur, het feit dat de gashandel in Rusland georganiseerd is via een monopolie op de uitvoer via pijplijnen, de bedrijfsmodellen van Russische gasmaatschappijen, die niet gebaseerd zijn op de organisatie van doorvoer, of de geografische locatie van Rusland. Daarom is ingevoerd aardgas dat aankomt via interconnectiepunten tussen de Russische Federatie en de Unie meestal afkomstig uit de Russische Federatie, of wordt het rechtstreeks of onrechtstreeks ingevoerd uit de Russische Federatie. Dit geldt ook voor gas dat wordt ingevoerd via interconnectiepunten tussen de Unie en Servië, aangezien Servië, om technische redenen, alleen gas van Russische herkomst kan uitvoeren naar de Unie. Rekening houdend met het feit dat Russische leveranciers wellicht geneigd zullen zijn om het invoerverbod te omzeilen, moeten de douaneautoriteiten, wanneer gas wordt ingevoerd via Russische of Servische entrypunten, duidelijke en ondubbelzinnige bewijzen vragen van de niet-Russische herkomst of de plaats van uitvoer van het gas. De ingediende documenten moeten het mogelijk maken het ingevoerde gas terug te traceren tot de plaats van productie.

  1. Uit ervaring met de aangekondigde uitfasering van Russische gasleveringen via Oekraïne is gebleken dat een goede voorbereiding en coördinatie in een geest van solidariteit effectief marktverstoringen of eventuele leveringsproblemen ten gevolge van veranderende gasleveranciers kan voorkomen. Om zich op gecoördineerde wijze voor te bereiden op de volledige uitfasering van Russisch gas in 2028 en de markt voldoende tijd te geven om te anticiperen op de daaruit voortvloeiende wijzigingen, zonder risico’s voor de zekerheid van de gasvoorziening of significante gevolgen voor de energieprijzen, moeten de lidstaten nationale diversificatieplannen opstellen en uiterlijk op 1 maart 2026 indienen. In die plannen moet worden beschreven welke maatregelen op nationaal of regionaal niveau zijn gepland om de vraag te beperken, de productie van hernieuwbare energie aan te moedigen en alternatieve leveringen te waarborgen, alsook mogelijke technische of regelgevende hinderpalen die het diversificatieproces kunnen bemoeilijken. Aangezien het mogelijk is dat de maatregelen op regionaal, nationaal of Unieniveau moeten worden gecoördineerd in het kader van het diversificatieproces, moet de Commissie de nationale diversificatieplannen beoordelen en over de mogelijkheid beschikken om, indien nodig, aanbevelingen te doen met suggesties voor aanpassingen.

  2. In de Verklaring van Versailles hebben de staatshoofden zich ertoe verbonden niet alleen de leveringen van aardgas uit Rusland, maar ook andere energieleveringen, met name olie, uit te faseren. Er gelden reeds beperkende maatregelen om de uitfasering van olie-invoer uit Rusland te garanderen, waardoor de olie-invoer aanzienlijk is afgenomen, maar voor een verdere uitfasering van Russische olie kunnen specifieke voorbereidende stappen en coördinatie met buurlanden nodig zijn. De lidstaten moeten daarom ook nationale diversificatieplannen voor olie opstellen, en de Commissie moet over de mogelijkheid beschikken om aanbevelingen te doen met betrekking tot die plannen.

  3. Uit de ervaring die is opgedaan tijdens de gascrisis van 2022 en 2023 is gebleken dat uitgebreide informatie over de leveringssituatie en mogelijke leveringsafhankelijkheid cruciaal is om toezicht te houden op de gasvoorziening in de Unie. Importeurs van Russisch gas die gebruikmaken van de in deze verordening vastgestelde uitzonderingen moeten de Commissie dan ook in kennis stellen van alle informatie die nodig is om de mogelijke risico’s voor de gashandel effectief te beoordelen. Die informatie moet belangrijke parameters of zelfs volledige tekstgedeelten van de relevante gasleveringscontracten bevatten, met uitzondering van informatie over de prijs, als dit noodzakelijk is om de context van bepaalde clausules of verwijzingen naar andere bepalingen in het contract te begrijpen. Bij het toezicht op de gasvoorziening in de Unie moet de Commissie ook rekening houden met informatie over invoer die door douaneautoriteiten wordt verstrekt en informatie die is opgenomen in nationale diversificatieplannen. De Commissie moet de bij Verordening (EU) 2017/1938 opgerichte Groep coördinatie gas regelmatig informeren over het uitfaseringsproces op het niveau van de Unie en moet jaarlijks een verslag over de uitfasering van Russisch gas indienen, dat vergezeld kan gaan van specifieke aanbevelingen en acties van de Unie om het uitfaseringsproces te versnellen.

  4. De lidstaten en de Unie moeten nauw samenwerken bij de toepassing van deze verordening. Gezien de recente praktijk van de Russische Federatie om overeengekomen gerechtelijke en arbitrageprocedures unilateraal te wijzigen op een wijze die niet verenigbaar is met het internationaal gewoonterecht of bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten en Rusland, volgt uit het internationaal recht dat getroffen bedrijven en lidstaten niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor vonnissen, scheidsrechterlijke uitspraken, met inbegrip van scheidsrechterlijke uitspraken tussen investeerders en staten, of andere rechterlijke beslissingen die zijn vastgesteld op basis van procedures die onwettig zijn uit hoofde van het internationaal gewoonterecht of uit hoofde van een bilaterale investeringsovereenkomst en waartegen de desbetreffende persoon of lidstaat zich niet kan verweren omdat hij in het desbetreffende rechtsgebied geen doeltreffende toegang heeft tot rechtsmiddelen. Wat betreft de financiële aansprakelijkheid met betrekking tot mogelijke gevallen van beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, wordt verwezen naar Verordening (EU) nr. 912/2014 30 , voor zover van toepassing.

  5. De Unie heeft een robuust rechtskader gecreëerd om de veiligheid van de gasvoorziening te allen tijde te garanderen, en om op gecoördineerde wijze om te gaan met eventuele leveringscrisissen, met inbegrip van verplichtingen voor de lidstaten om effectieve en operationele solidariteit te betonen jegens buurlanden met een tekort aan gas. De Commissie moet constant toezicht houden op de ontwikkeling van de marktrisico’s voor de gaslevering die voortvloeien uit de gashandel met Rusland, op regionaal, nationaal en Unieniveau. In het geval van plotse en significante ontwikkelingen die de voorzieningszekerheid van een of meer lidstaten ernstig bedreigen, is het passend de Commissie te machtigen om de nodige noodmaatregelen te nemen door een of meer lidstaten te ontheffen van het in deze verordening vastgestelde verbod op de invoer van aardgas of lng. Een dergelijke ontheffing moet beperkt zijn in de tijd en het uitvoeringsbesluit van de Commissie mag bepaalde aanvullende voorwaarden opleggen, teneinde te garanderen dat elke opschorting strikt beperkt blijft tot het aanpakken van de dreiging. De Commissie moet van nabij toezicht houden op de toepassing van een dergelijke tijdelijke ontheffing.

  6. De voorgestelde maatregelen weerspiegelen volledig het beginsel van energiesolidariteit. Het niveau van blootstelling aan de invoer van Russisch gas varieert immers van lidstaat tot lidstaat, en veel lidstaten hebben al maatregelen genomen om Russisch gas uit te faseren. Het voorstel voor deze verordening garandeert dat de uitfasering van Russisch gas in de hele EU op gecoördineerde wijze wordt aangepakt, waarbij de solidariteit tussen de lidstaten behouden blijft.

  7. Daar de doelstellingen van deze verordening met betrekking tot de monitoring van mogelijke gasafhankelijkheid niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt op gecoördineerde wijze en zonder risico op marktversnippering, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

  8. Gezien het belang voor de Unie om de verdere economische afhankelijkheid van ingevoerd gas uit de Russische Federatie onverwijld uit te faseren, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

In deze verordening wordt het kader vastgesteld om effectief een einde te maken aan de blootstelling van de Unie aan de aanzienlijke handels- en veiligheidsrisico’s ten gevolge van de gashandel met Rusland, aan de hand van:

a) een stapsgewijs verbod op de invoer van aardgas uit de Russische Federatie en op het verlenen van lng-terminaldiensten;

b) regels om dat verbod en de uitfasering van olie-invoer uit Rusland effectief toe te passen en te monitoren;

c) bepalingen om de energievoorzieningszekerheid in de Unie beter te beoordelen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. “aardgas”: aardgas zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad 31 , en in de zin van codes 2711 11 00 en 2711 21 00 van de gecombineerde nomenclatuur;

  2. “lng”: vloeibaar aardgas in de zin van GN-code 2711 11 00;

  3. “aardgas in gasvormige toestand”: aardgas in de zin van GN-code 2711 21 00;

  4. “langlopend leveringscontract”: een contract voor de levering van aardgas, met uitzondering van aardgasderivaten, van meer dan één jaar;

  5. “kortlopend leveringscontract”: een contract voor de levering van aardgas, met uitzondering van aardgasderivaten, van hoogstens één jaar;

  6. “niet aan zee grenzend land”: een land dat volledig omgeven is door land en geen rechtstreekse toegang tot de zee heeft;

  7. “importeur”: een natuurlijke of rechtspersoon die de bevoegdheid heeft om te bepalen en bepaald heeft dat aardgas van een derde land in het douanegebied van de Unie wordt binnengebracht of op een andere wijze in de Unie op de markt wordt gebracht;

  8. “douaneautoriteit”: een douaneautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad 32 ;

  9. “bevoegde autoriteit”: een bevoegde autoriteit zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 7), van Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad 33 ;

  10. “regelgevende instantie”: een regelgevende instantie die is aangewezen overeenkomstig artikel 76, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1788;

  11. “zeggenschap”: zeggenschap zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 55), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

  12. “langlopende lng-terminaldiensten”: diensten die door lng-systeembeheerders worden verleend aan klanten, met name verlading, opslag, send-out, laden en lossen, hervergassing, backhaul-liquefactie, laden van vrachtwagens, lng-bunkering, en nevendiensten en tijdelijke opslag voor het hervergassingsproces en de daaropvolgende levering aan het transportsysteem op basis van contracten met een looptijd van meer dan één jaar;

  13. “interconnectiepunt”: een interconnectiepunt zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 63), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

  14. “entrypunt”: een entrypunt zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 61), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

  1. “virtueel handelsplatform”: een virtueel handelsplatform zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 59), van Richtlijn (EU) 2024/1788;

  2. “overeengekomen hoeveelheden”: de hoeveelheden aardgas die de koper of importeur moet kopen en die de verkoper of exporteur moet leveren, zoals gespecificeerd in het leveringscontract, met uitzondering van volumes die voortvloeien uit aanpassingen van het contract, zoals navulhoeveelheden, recuperatie van tekorten of andere volumetrische aanpassingen volgens de bepalingen van het contract; voor langlopende leveringscontracten betekent dit de jaarlijks overeengekomen hoeveelheden;

  3. “navulhoeveelheden”: de volumes aardgas die een koper of de importeur mag of moet afnemen en betalen in daaropvolgende perioden, overeenkomstig minimale “take-or-pay”-vereisten en teneinde te compenseren voor hoeveelheden die niet zijn afgenomen in voorgaande perioden, zoals bepaald in een langlopend leveringscontract;

  4. “leveringsschema”: het tussen de partijen bij een gasleveringscontract overeengekomen tijdschema of plan waarin de hoeveelheden gas zijn gespecificeerd die in bepaalde tijdsintervallen door de verkoper of exporteur moeten worden geleverd en door de koper of importeur moeten worden afgenomen, met inbegrip van het tijdstip, de plaats en de voorwaarden van de levering, zoals uiteengezet in een leveringscontract of bijbehorende operationele procedures;

  5. “nominatie”: een nominatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8), van Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad 34 ;

  6. "olie”: ruwe olie, aardgascondensaat, raffinagegrondstoffen, additieven en andere koolwaterstofproducten en olieproducten die onder de GN-codes 2709 en 2710 vallen.

HOOFDSTUK II

STAPSGEWIJS VERBOD OP DE INVOER VAN AARDGAS UIT DE RUSSISCHE FEDERATIE

Artikel 3

Verbod op de invoer van aardgas uit de Russische Federatie

1.    De invoer van aardgas in gasvormige toestand via pijplijnen, afkomstig uit of rechtstreeks of onrechtstreeks ingevoerd uit de Russische Federatie, is verboden met ingang van 1 januari 2026, tenzij een van de uitzonderingen van artikel 4 van toepassing is.

2.    De invoer van lng, afkomstig uit of rechtstreeks of onrechtstreeks ingevoerd uit de Russische Federatie, is verboden met ingang van 1 januari 2026, tenzij een van de uitzonderingen van artikel 4 van toepassing is.

Artikel 4

Overgangsfase voor bestaande leveringscontracten

1.    Als de importeur aan de douaneautoriteiten kan aantonen dat de in artikel 3 bedoelde invoer van aardgas plaatsvindt op basis van een kortlopend leveringscontract dat is gesloten vóór 17 juni 2025, en daarna niet is gewijzigd, is artikel 3 van toepassing met ingang van 17 juni 2026.

2.    Als de importeur aan de douaneautoriteiten kan aantonen dat de in artikel 3 bedoelde invoer van aardgas:

a)    plaatsvindt op basis van een kortlopend leveringscontract waarbij wordt geleverd aan een interconnectiepunt met een niet aan zee grenzend land, en  

b)    dat er een langlopend leveringscontract bestaat voor de invoer van aardgas in gasvormige toestand via pijplijnen aan het virtueel handelsplatform van dat niet aan zee grenzend land, waarbij het gas afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie, en dat contract vóór 17 juni 2025 is gesloten en daarna niet is gewijzigd,

is artikel 3 van toepassing met ingang van 1 januari 2028. 

3.    Als de importeur aan de douaneautoriteiten kan aantonen dat de in artikel 3 bedoelde invoer van aardgas plaatsvindt op basis van een langlopend leveringscontract dat is gesloten vóór 17 juni 2025, en daarna niet is gewijzigd, is artikel 3 van toepassing met ingang van 1 januari 2028.

4.    De overeenkomstig leden 1 en 2 ingevoerde hoeveelheden mogen de in het contract overeengekomen hoeveelheden niet overschrijden.

Artikel 5

Verbod op het verlenen van langlopende lng-terminaldiensten aan Russische klanten

Het verlenen van langlopende lng-terminaldiensten in de EU aan entiteiten die in de Russische Federatie zijn gevestigd of onder zeggenschap staan van natuurlijke personen of rechtspersonen die in de Russische Federatie zijn gevestigd, is verboden met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 6

Overgangsfase voor lng-terminaldiensten op basis van bestaande contracten

Als de verlener van langlopende lng-terminaldiensten aan de douaneautoriteiten kan aantonen dat die diensten worden verleend op basis van een contract dat vóór 17 juni 2025 is gesloten, en daarna niet is gewijzigd, is artikel 5 van toepassing met ingang van 1 januari 2028.



HOOFDSTUK III

VERSTREKKING EN UITWISSELING VAN RELEVANTE INFORMATIE

Artikel 7

Verstrekking van relevante informatie door importeurs

1. Importeurs van aardgas verstrekken de douaneautoriteiten alle relevante informatie die nodig is om de artikelen 3 en 4 toe te passen, met name passende informatie om te kunnen verifiëren of het aardgas afkomstig is uit of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie.

Met het oog op de toepassing van artikel 4 verstrekken importeurs van aardgas de douaneautoriteiten en de overige autoriteiten die betrokken zijn bij de monitoring overeenkomstig de artikelen 9 en 10, passende informatie om te kunnen beoordelen of de in dat artikel gestelde voorwaarden zijn vervuld.

2. De in lid 1 bedoelde informatie omvat minstens al het volgende:

a)    de datum waarop het gasleveringscontract is gesloten;

b)    de duur van het gasleveringscontract;

c)    de in het contract overeengekomen hoeveelheden gas, met inbegrip van alle opwaartse of neerwaartse flexibiliteitsrechten;

d)    de identiteit van de partijen bij het gasleveringscontract, met inbegrip van, voor partijen die in de EU zijn geregistreerd, hun nummer in het systeem voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers (EORI);

e)    de producent van het gas en het land van productie, en, voor zover van toepassing, het land waar het gas verder is verwerkt;

f)    voor de invoer van lng, de haven van eerste lading;

g)    de plaatsen van levering, met inbegrip van mogelijke flexibiliteitsbepalingen met betrekking tot de plaats van levering;

h)    alle wijzigingen van het gasleveringscontract, waarbij wordt aangegeven wat er inhoudelijk is gewijzigd en op welke datum, met uitzondering van wijzigingen die uitsluitend betrekking hebben op de prijs van het gas.

3.    Douaneautoriteiten of andere autoriteiten die betrokken zijn bij de monitoring overeenkomstig de artikelen 9 en 10 mogen gedetailleerdere informatie vragen, met uitzondering van informatie over de prijs, als deze informatie nodig is om te beoordelen of de in de artikelen 3 en 4 uiteengezette voorwaarden zijn vervuld. De douaneautoriteiten mogen importeurs met name vragen om de tekst van sommige bepalingen van het gasleveringscontract of van het volledige gasleveringscontract, met uitzondering van informatie over de prijs, met name wanneer bepaalde contractbepalingen met elkaar in verband staan of wanneer volledige kennis van de formulering van de contractbepalingen van cruciaal belang is voor de beoordeling. Als de douaneautoriteiten van mening zijn dat de verstrekte informatie niet volstaat, mogen zij weigeren toestemming te geven om de goederen in het vrije verkeer te brengen.

4.    Aardgas dat de Unie binnenkomt via de volgende interconnectiepunten wordt verondersteld rechtstreeks of onrechtstreeks te zijn uitgevoerd uit de Russische Federatie, tenzij de importeur ondubbelzinnig aan de douaneautoriteiten kan aantonen dat het ingevoerde aardgas afkomstig is uit een ander land dan de Russische Federatie maar is doorgevoerd via de Russische Federatie:

  1. Imatra (FI/RU);

  2. Narva (EE/RU);

  3. Värska (EE/RU);

  4. Luhamaa (LV/RU);

  5. Šakiai (LT/RU);

  6. Kotlovka (LT/BY);

  7. Kondratki (PL/BY);

  8. Wysokoje (PL/BY);

  9. Tieterowka (PL/BY);

  10. Kobryń (PL/BY);

  11. Greifswald (DE/RU);

  12. Strandzha 2 (BG)/Malkoclar (TR) – TurkStream;

  13. Kiskundorozsma-2 (HU) / Horgos (RS);

  1. Kiskundorozsma (HU/RS);

  2. Kireevo (BG) / Zaychar (RS);

  3. Kalotina (BG)/ Dimitrovgrad (RS).

Artikel 8

Verstrekking van relevante informatie door verleners van lng-terminaldiensten

Verleners van lng-terminaldiensten aan klanten die in de Russische Federatie zijn gevestigd of onder zeggenschap staan van natuurlijke personen of rechtspersonen die in de Russische Federatie zijn gevestigd, verstrekken de douaneautoriteiten relevante informatie voor de toepassing van de artikelen 5 en 6.

Artikel 9

Effectieve monitoring

Douaneautoriteiten en, voor zover relevant, bevoegde autoriteiten en regelgevende instanties en het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER), zorgen voor de effectieve monitoring van de bepalingen van hoofdstuk II, indien nodig door gebruik te maken van hun volledige handhavingsbevoegdheden, en werken nauw samen met relevante nationale autoriteiten, autoriteiten van andere lidstaten, ACER of de Commissie.

Artikel 10

Informatie-uitwisseling 

Douaneautoriteiten wisselen de informatie die zij hebben ontvangen van aardgasimporteurs uit met regelgevende instanties, bevoegde autoriteiten, ACER en de Commissie, in de mate dat dit nodig is om effectief te kunnen beoordelen of de in de artikelen 3 tot en met 6 van deze verordening uiteengezette voorwaarden zijn vervuld. In de mate dat dit nodig is, wisselen douaneautoriteiten uit verschillende lidstaten informatie uit die zij ontvangen van aardgasimporteurs en werken zij samen om omzeiling te vermijden. Zij maken gebruik van bestaande instrumenten en gegevensbanken die het mogelijk maken relevante informatie effectief uit te wisselen tussen nationale autoriteiten in hun lidstaat en autoriteiten in andere lidstaten, of zetten dergelijke instrumenten op, indien nodig.

Op basis van de gegevens die ACER in het kader van deze verordening heeft ontvangen en eigen informatie publiceert ACER uiterlijk op 31 augustus 2026 en 31 augustus 2027 een verslag waarin een overzicht wordt gegeven van de contracten voor de levering van gas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit Rusland, en waarin de gevolgen van de diversificatie voor de energiemarkten worden beoordeeld.

De Commissie en ACER wisselen relevante informatie over contracten voor de invoer van Russisch gas waarover zij beschikken uit met douaneautoriteiten, voor zover dit nodig is om de handhaving van deze verordening te vergemakkelijken.

HOOFDSTUK IV

NATIONALE DIVERSIFICATIEPLANNEN

Artikel 11

Nationale diversificatieplannen voor aardgas 

1.    De lidstaten stellen een diversificatieplan op waarin maatregelen, mijlpalen en potentiële belemmeringen voor de diversificatie van hun gasvoorziening worden beschreven, teneinde vóór de datum waarop het volledige verbod op invoer uit Rusland van kracht wordt, namelijk 1 januari 2028, een einde te maken aan alle invoer van aardgas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie.

2.    Het nationale diversificatieplan voor aardgas omvat al het volgende:

a) beschikbare informatie over het volume ingevoerd aardgas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie op basis van bestaande leveringscontracten, en over lng-terminaldiensten waarvoor contracten zijn gesloten door in de Russische Federatie gevestigde natuurlijke of rechtspersonen, voor zover van toepassing; 

b) een duidelijke beschrijving van de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen en gepland om aardgas te vervangen dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd, de mijlpalen en de tijdlijn voor de uitvoering en, indien beschikbaar, de geplande opties voor alternatieve leveringen en aanvoerroutes. Dergelijke maatregelen kunnen met name betrekking hebben op het gebruik van het AggregateEU-platform krachtens artikel 43 van Richtlijn (EU) 2024/1789, steunmaatregelen voor diversificatie-inspanningen van energiemaatschappijen, de samenwerking met regionale groepen zoals de Groep op hoog niveau gasconnectiviteit in Centraal- en Zuidoost-Europa, de identificatie van alternatieven voor de invoer van aardgas via elektrificatie, energie-efficiëntiemaatregelen, stimulansen voor de productie van biogas, biomethaan en schone waterstof, de uitrol van maatregelen op het gebied van hernieuwbare energie of vrijwillige beperking van de vraag; 

c) de identificatie van potentiële technische, contractuele of regelgevende belemmeringen voor de vervanging van aardgas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie, en opties om die belemmeringen uit de weg te ruimen.

3.    Uiterlijk op 1 maart 2026 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun nationale diversificatieplannen aan de hand van de template in bijlage I.

4.    De Commissie faciliteert de voorbereiding en uitvoering van de nationale diversificatieplannen voor aardgas, voor zover van toepassing. De lidstaten brengen regelmatig verslag uit aan de bij artikel 4 van Verordening (EU) 2017/1938 opgerichte Groep coördinatie gas over de vooruitgang die geboekt is bij de voorbereiding, vaststelling en uitvoering van die plannen. Op basis van de nationale diversificatieplannen beoordeelt de Commissie de implementatie van de uitfasering van Russisch gas en brengt zij verslag uit aan de Groep coördinatie gas, krachtens artikel 13 van deze verordening.

Artikel 12

Nationale diversificatieplannen voor olie 

1.    Als lidstaten olie invoeren die afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie, stellen zij een diversificatieplan op met maatregelen, mijlpalen en potentiële belemmeringen voor de diversificatie van hun olievoorziening, teneinde vóór 1 januari 2028 een einde te maken aan de invoer van olie die afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie.

2.    Het nationale diversificatieplan voor olie omvat al het volgende:

a) beschikbare informatie over het volume rechtstreeks of onrechtstreeks ingevoerde olie uit Rusland op basis van bestaande leveringscontracten;

b) maatregelen die op nationaal niveau zijn gepland om olie te vervangen die afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd, de mijlpalen en de tijdlijn voor de uitvoering, en opties voor alternatieve leveringen en aanvoerroutes; 

c) potentiële technische of regelgevende belemmeringen voor de vervanging van olie die afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ingevoerd uit de Russische Federatie, en opties om die belemmeringen uit de weg te ruimen.

3.    Uiterlijk op 1 maart 2026 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun nationale diversificatieplannen overeenkomstig/aan de hand van de template in bijlage II. 

4.    De Commissie faciliteert de voorbereiding en uitvoering van de nationale diversificatieplannen voor olie, voor zover van toepassing. De lidstaten brengen regelmatig verslag uit aan de bij artikel 17 van Richtlijn 2009/119/EG 35 opgerichte Groep coördinatie olie over de vooruitgang die geboekt is bij de voorbereiding, vaststelling en uitvoering van die nationale diversificatieplannen.

5.    Als in een nationaal diversificatieplan voor olie wordt vastgesteld dat het risico bestaat dat de doelstelling om Russische olie tegen 1 januari 2028 uit te faseren, niet zal worden gehaald, kan de Commissie, na het plan te hebben beoordeeld, een aanbeveling richten aan de lidstaat in kwestie betreffende de wijze waarop de uitfasering tijdig kan worden uitgevoerd. Naar aanleiding daarvan moet de lidstaat zijn diversificatieplan binnen drie maanden actualiseren, rekening houdend met de aanbeveling van de Commissie.  

HOOFDSTUK V

MONITORING VAN DE GASVOORZIENINGSZEKERHEID

Artikel 13

Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1938

Verordening (EU) 2017/1938 wordt als volgt gewijzigd:

1) in artikel 2 worden de volgende punten 33) en 34) toegevoegd:

“33) “take-or-pay-bepaling”: een contractbepaling waarbij de koper wordt verplicht om ofwel een gespecificeerde minimumhoeveelheid gas af te nemen in een bepaalde periode, ofwel voor die hoeveelheid te betalen, ongeacht of het gas daadwerkelijk wordt ontvangen;

34) “deliver-or-pay-bepaling”: een contractbepaling waarbij de verkoper wordt verplicht een contractueel overeengekomen boete te betalen als het gas niet wordt geleverd.”;

2) artikel 14, lid 6, wordt als volgt gewijzigd:

a) aan de eerste alinea wordt het volgende punt c) toegevoegd:

“c) aan de Commissie en de betrokken bevoegde autoriteit, de volgende informatie met betrekking tot contracten voor de levering van aardgas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie: 

i)    de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) XX/2025 (de onderhavige verordening) bedoelde informatie;

ii)    informatie over hoeveelheden die moeten worden geleverd en afgenomen, met inbegrip van mogelijke flexibiliteitsmechanismen krachtens take-or-pay- of deliver-or-pay-bepalingen;

iii)    leveringsschema’s (lng) of nominaties (leidinggas);

iv)    mogelijke contractuele flexibiliteitsmechanismen met betrekking tot de jaarlijks overeengekomen hoeveelheden, met inbegrip van navulhoeveelheden;

v)    voorwaarden voor de opschorting of stopzetting van gasleveringen, met inbegrip van overmachtsbepalingen;

vi)    welke wetten van toepassing zijn op het contract en welk arbitragemechanisme is gekozen;

vii)    belangrijke elementen van andere commerciële overeenkomsten die relevant zijn voor de uitvoering van het gasleveringscontract, met uitzondering van prijsinformatie.”;

b) de volgende derde en vierde alinea worden toegevoegd:

“De in punt c) bedoelde informatie wordt voor elk contract in uitgesplitst formaat verstrekt, met inbegrip van de volledige relevante tekstgedeelten, met uitzondering van prijsinformatie, met name wanneer volledige kennis van de formulering van de contractbepalingen van cruciaal belang is voor de voorzieningszekerheid of wanneer bepaalde contractbepalingen met elkaar in verband staan.

Verleners van lng-terminaldiensten verstrekken de Commissie informatie over diensten die geboekt zijn door klanten van de Russische Federatie die onder de zeggenschap staan van ondernemingen uit de Russische Federatie, met inbegrip van de overeengekomen diensten en hoeveelheden en de looptijd van het contract.”;

3) in artikel 17 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie monitort permanent de blootstelling van het energiesysteem van de Unie aan Russische gasleveringen, met name op basis van informatie die krachtens artikel 14, lid 6, punt c), aan bevoegde autoriteiten is verstrekt.

De Commissie beoordeelt de uitvoering van de uitfasering van Russisch gas overeenkomstig Verordening (EU) XX/2025 op nationaal, regionaal en Unieniveau, op basis van de nationale diversificatieplannen krachtens artikel 11 van die verordening. Over deze beoordeling wordt verslag uitgebracht aan de Groep coördinatie gas.

Op basis van de conclusies van de in de derde alinea bedoelde beoordeling publiceert de Commissie een jaarverslag met een uitgebreid overzicht van de vooruitgang die de lidstaten hebben geboekt bij de uitvoering van hun nationale diversificatieplannen.

Voor zover relevant kan het in de vierde alinea bedoelde verslag vergezeld gaan van een aanbeveling van de Commissie met mogelijke acties en maatregelen om de diversificatie van de gasvoorziening en een tijdige uitfasering van Russisch gas te garanderen.

De betrokken lidstaten moeten hun nationaal diversificatieplan binnen drie maanden actualiseren, rekening houdend met de aanbeveling van de Commissie.”.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Beroepsgeheim

1. Alle krachtens deze verordening ontvangen, uitgewisselde of verzonden vertrouwelijke informatie is onderworpen aan de in dit artikel vastgestelde voorwaarden betreffende het beroepsgeheim.

2. De geheimhoudingsplicht geldt voor alle personen die werken of hebben gewerkt voor autoriteiten die betrokken zijn bij de toepassing van deze verordening of alle natuurlijke of rechtspersonen aan wie de relevante autoriteiten hun bevoegdheden hebben gedelegeerd, met inbegrip van auditors en deskundigen waarmee de bevoegde autoriteiten een contract hebben gesloten.

3. Informatie die onder het beroepsgeheim valt, wordt niet bekendgemaakt aan andere personen of autoriteiten, behalve krachtens bepalingen die zijn vastgesteld in Uniewetgeving of nationale wetgeving.

4. Alle informatie die in het kader van deze verordening wordt uitgewisseld tussen de relevante autoriteiten en die betrekking heeft op zakelijke of operationele omstandigheden en andere economische of persoonlijke kwesties wordt als vertrouwelijk beschouwd en is onderworpen aan de geheimhoudingsplicht, behalve als de bevoegde autoriteit ten tijde van de mededeling ervan verklaart dat die informatie mag worden bekendgemaakt of als de bekendmaking ervan noodzakelijk is in het kader van juridische procedures.

Artikel 15

Monitoring en toetsing

De Commissie monitort voortdurend de ontwikkeling van de energiemarkt van de Unie, met name met betrekking tot de potentiële gasleveringsafhankelijkheid of andere voorzieningsrisico’s in verband met de invoer van energie uit de Russische Federatie. In het geval van plotse en significante ontwikkelingen die de voorzieningszekerheid van een of meer lidstaten ernstig bedreigen, mag de Commissie een of meer lidstaten toestaan om de toepassing van hoofdstuk twee van deze verordening geheel of gedeeltelijk tijdelijk op te schorten. Het besluit van de Commissie mag bepaalde voorwaarden bevatten, met name om te garanderen dat elke opschorting strikt beperkt blijft tot het aanpakken van de dreiging.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg,

BIJLAGEN bij VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938

Straatsburg, 17.6.2025

COM(2025) 828 final

{SWD(2025) 830 final}

BIJLAGE I

Deze template is ontworpen voor nationale autoriteiten die een nationaal diversificatieplan opstellen, zoals bepaald in artikel 11. In dit plan moet het volgende worden opgenomen:

Algemene informatie

Naam van de autoriteit die bevoegd is voor de opstelling van het plan

 

Beschrijving van het gassysteem:

i) de vraag naar gas;

ii) de aanbodmix, rekening houdend met de afhankelijkheid van Russische leveringen.

 

Belangrijke informatie over de invoer van gas dat afkomstig is uit of rechtstreeks of onrechtstreeks naar de lidstaat wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

Referentie van de individuele contracten die door de importeurs aan de bevoegde autoriteiten en de Commissie zijn meegedeeld.

 

Lng-terminaldiensten geboekt door bedrijven uit de Russische Federatie.

Totale hoeveelheden Russisch gas waarvoor de lidstaat een leveringscontract heeft gesloten.

Met inbegrip van contractuele flexibiliteitsmechanismen en leveringspunten (interconnectiepunt, invoerpunt, lng-terminal enz.).

 

Beschrijving van de maatregelen ter vervanging van aardgas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie.

3.1. De beschrijving moet de volgende elementen omvatten:

Diversificatiemogelijkheden:

i) alternatieve leveringsbronnen;

ii) alternatieve aanvoerroutes;

iii) vraagbundeling.

Beschrijving van de maatregel en de doelstellingen ervan, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd en tussenstappen in het geval van een maatregel in meerdere fasen.

 

Tijdschema voor de uitvoering

 

Effect van de maatregelen op het energiesysteem, met inbegrip van stroompatronen, infrastructuurcapaciteit, tarieven enz.

Gevolgen voor naburige lidstaten.

Technische of regelgevende hinderpalen voor de vervanging van gas dat afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie.

Technische en regelgevende hinderpalen

 

Opties om hinderpalen weg te nemen en tijdschema

 

Categorie

Vervanging van volumes voor de uitfasering 1

Vereiste informatie

Beschrijving van de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen en gepland ter vervanging van de resterende volumes aardgas dat afkomstig is uit of direct of indirect wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

i) hoeveelheden die naar verwachting door elke maatregel zullen worden uitgefaseerd, ii) tijdschema voor de uitvoering (begin-einde), iii) opties voor alternatieve leveringen en aanvoerroutes

Leidinggas

Lng

BIJLAGE II

Deze template is ontworpen voor nationale autoriteiten die een gedetailleerd nationaal diversificatieplan opstellen, zoals bepaald in artikel 12, en moet het volgende bevatten:

Algemene informatie

Naam van de autoriteit die bevoegd is voor de opstelling van het plan

 

Beschrijving van het oliesysteem:

i) de vraag naar olie;

ii) de aanbodmix, rekening houdend met de afhankelijkheid van Russische leveringen.

 

Belangrijke informatie over de invoer van olie die afkomstig is uit of rechtstreeks of onrechtstreeks naar de lidstaat wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie

Totale hoeveelheden Russische olie waarvoor de lidstaat een leveringscontract heeft gesloten.

Vermeld de vervaldatum van de contractuele verplichtingen.

 

Informatie over de identiteit van de verschillende belanghebbenden (verkoper, importeur en koper).

Beschrijving van de maatregelen ter vervanging van olie die afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie.

De beschrijving moet de volgende elementen omvatten:

Diversificatiemogelijkheden:

i) alternatieve leveringen;

ii) alternatieve aanvoerroutes;

Beschrijving van de maatregel en de doelstellingen ervan, met inbegrip van de hoeveelheden die naar verwachting zullen worden uitgefaseerd en tussenstappen in het geval van een maatregel in meerdere fasen.

 

Tijdschema voor de uitvoering.

 

Effect van de maatregelen op het energiesysteem, met inbegrip van stroompatronen, infrastructuurcapaciteit, tarieven enz.

Gevolgen voor naburige lidstaten.

Technische of regelgevende hinderpalen voor de vervanging van olie die afkomstig is of rechtstreeks of onrechtstreeks wordt uitgevoerd uit de Russische Federatie.

Technische en regelgevende hinderpalen

 

Opties om hinderpalen weg te nemen en tijdschema

 

BIJLAGE III

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.    KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF    3

1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief    3

1.2.    Betrokken beleidsterreinen    3

1.3.    Doelstellingen    3

1.3.1    Algemene doelstellingen    3

1.3.2    Specifieke doelstellingen    3

1.3.3    Verwachte resultaten en gevolgen    3

1.3.4    Prestatie-indicatoren    3

1.4.    Het voorstel/initiatief betreft:    4

1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief    4

1.5.1    Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief    4

1.5.2    Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.    4

1.5.3    Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan    4

1.5.4    Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten    5

1.5.5    Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking    5

1.6.    Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief    6

1.7.    Wijzen van uitvoering van de begroting    6

2.    BEHEERSMAATREGELEN    8

2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen    8

2.2.    Beheers- en controlesystemen    8

2.2.1    Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie    8

2.2.2    Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken    8

2.2.3    Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).    8

2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden    9

3.    GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF    10

3.1.    Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven    10

3.2.    Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten    12

3.2.1    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten    12

3.2.1.1.    Kredieten uit goedgekeurde begroting    12

3.2.1.2.    Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten    17

3.2.2    Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten    22

3.2.3    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten    24

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting    24

3.2.3.2.    Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten    24

3.2.3.3.    Totaal kredieten    24

3.2.4    Geraamde personeelsbehoeften    25

3.2.4.1.    Gefinancierd uit goedgekeurde begroting    25

3.2.4.2.    Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten    26

3.2.4.3.    Totale personeelsbehoeften    26

3.2.5    Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen    28

3.2.6    Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader    28

3.2.7    Bijdragen van derden    28

3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten    29

4.    Digitale dimensies    29

4.1.    Voorschriften met digitale relevantie    30

4.2.    Gegevens    30

4.3.    Digitale oplossingen    31

4.4.    Interoperabiliteitsbeoordeling    31

4.5.    Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering    32

1.    KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.    Betrokken beleidsterreinen 

1.3.    Doelstellingen

1.3.1    Algemene doelstellingen

1.3.2    Specifieke doelstellingen

1.3.3    Verwachte resultaten en gevolgen

1.3.4    Prestatie-indicatoren

1.4.    Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 2  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1    Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2    Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

1.5.3    Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4    Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5    Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht van 2025 tot en met 2027

   financiële gevolgen vanaf YYYY tot en met YYYY voor vastleggingskredieten en vanaf YYYY tot en met YYYY voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf YYYY tot en met YYYY,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.    Wijzen van uitvoering van de begroting

 Direct beheer door de Commissie

 door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie.

 door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

 derde landen of de door hen aangewezen organen

 internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

 de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

 de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

 publiekrechtelijke organen

 privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

 privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

 organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

 in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen 

2.2.    Beheers- en controlesystemen 

2.2.1    Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2    Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3    Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

3.    GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.    Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer 2 – Cohesie, veerkracht en waarden

GK/NGK 3

van EVA-landen 4

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 5

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

06010102.01 6

GK

NEE

NEE

NEE

NEE

3.2.    Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1,1    Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

2

DG: ENER

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025 7

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 8

Begrotingsonderdeel 06010102.01

 

(3)

 

0,318 

0,318 

0,318 

0,954

TOTAAL kredieten

voor DG ENER

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,318 

0,318 

0,318 

0,954

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,318 

0,318 

0,318 

0,954

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

•TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 9

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

•TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 10

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

   

3.2.3    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3,1 Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,303

0,303

0,303

0,909

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,015

0,015

0,015

0,015

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

 

TOTAAL

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

3.2.3,3    Totaal kredieten

TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,303

0,303

0,303

0,909

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,015

0,015

0,015

0,045

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

 

TOTAAL

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4    Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4,1    Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 11

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01(centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01(AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (06 01 01 02 01) – buiten rubriek 7

0

3

3

3

TOTAAL

0

3

3

3

3.2.4,3    Totale personeelsbehoeften

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01(centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01(AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (06010102) – buiten rubriek 7

0

3

3

3

TOTAAL

0

3

3

3

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

3 CA

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

/

Extern personeel

Het wetgevingsvoorstel is opgebouwd rond een aantal opties waarvoor een solide beleidskennis en een aanzienlijke tijdsinvestering vereist zijn. DG ENER kampt op dit ogenblik met een personeelstekort; indien er geen versterking komt, kan dit gevolgen hebben voor de monitoring- en trackingtaken die voortvloeien uit deze wetgeving. De kandidaat moet een gedegen kennis hebben van de werking van de gas- en/of oliemarkten, en moet vertrouwd zijn met de bepalingen inzake voorzieningszekerheid en de regels van de gas-/oliemarkten. Aangezien transparantie, monitoring en rapportage de pijlers zijn van dit wetgevingsvoorstel, wordt van de kandidaat gevraagd i) te zorgen voor vlotte uitwisseling van informatie tussen de nationale douaneautoriteiten, de nationale energieautoriteiten en de Commissie. ii) deel te nemen aan de beoordeling van de nationale diversificatieplannen die vóór de aangegeven uiterste datum door de lidstaten moeten worden ingediend; als deze plannen niet tijdig worden ingediend, moet de kandidaat de lidstaten kunnen helpen bij het vaststellen van een ambitieuzere doelstelling.

De extra posten moeten zo snel mogelijk worden ingevuld (uiterlijk met ingang van 1 januari 2026), en lopen minstens tot de uiterste datum voor de volledige uitfasering, zijnde 31 december 2027.

Aangezien de monitoring van correcte praktijken op het gebied van de invoer van aardgas waarschijnlijk ook na 2027 zal voortduren en het mogelijk is dat de Commissie te maken krijgt met rechtszaken op grond van de voorgestelde verordening, kan de Commissie overwegen aanvullende personele middelen te vragen zodra het nieuw meerjarig financieel kader is goedgekeurd.

3.2.5    Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

Dit voorstel brengt geen met digitale technologie samenhangende investeringen met zich mee.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6    Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7    Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten


3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 12

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).



4.    Digitale dimensies

4.1.    Voorschriften met digitale relevantie

Volgens de beoordeling zal de voorgestelde verordening slechts beperkte voorschriften met digitale relevantie inhouden. De digitale relevantie heeft betrekking op twee belangrijke aspecten van de voorgestelde wetgeving.

Ten eerste verplicht de Commissie de lidstaten om hun nationale diversificatieplannen voor de uitfasering van aardgas en olie uit Rusland per email in te dienen aan de hand van de bijgevoegde template, naar het voorbeeld van het mechanisme dat wordt gebruikt in de noodplannen en preventieve actieplannen in het kader van de verordening gasleveringszekerheid. Als de Commissie de plannen heeft ontvangen, stelt zij de Groep coördinatie gas mondeling in kennis van de ontvangst van die plannen en publiceert zij ze op haar website.

Ten tweede moet de verordening een uitgebreid kader bieden om de werkelijke herkomst en de plaats van uitvoer van in de Unie ingevoerd aardgas te bepalen. Importeurs van aardgas moeten daarom worden verplicht om de douaneautoriteiten alle nodige informatie te verstrekken om de herkomst en de plaats van uitvoer van in de Unie ingevoerd aardgas te bepalen en om te beslissen of het ingevoerd gas onder een vrijstelling valt waarbij de invoer van Russisch gas is toegestaan. De douaneautoriteiten moeten samenwerken met regelgevende instanties en bevoegde autoriteiten om de bepalingen van deze verordening toe te passen en relevante informatie uit te wisselen.

Aangezien de nationale diversificatieplannen per email moeten worden ingediend en de douaneautoriteiten, regelgevende instanties en bevoegde autoriteiten over de nodige instrumenten en gegevensbanken moeten beschikken om te garanderen dat relevante informatie kan worden uitgewisseld, verwacht DG ENER dat de wetgeving geen gevolgen zal hebben voor de it-omgeving van de Commissie en dat er geen nieuwe leningen moeten worden aangegaan of investeringen moeten worden gedaan voor de it-diensten van de Commissie.

4.2.    Gegevens

Samen met de versterkte samenwerking met douaneautoriteiten en andere bij de monitoring betrokken instanties, die gedetailleerdere informatie kunnen vragen, zal deze uitgebreide gegevensreeks de Commissie in staat stellen de blootstelling van de Unie aan Russisch gas en de effectiviteit van de uitfaseringsstrategieën te beoordelen.

4.3.    Digitale oplossingen

Er wordt geen specifieke digitale oplossing opgezet voor deze wetgeving.

Met de uitgewisselde informatie wordt de informatie bedoeld die in de nationale diversificatieplannen is opgenomen (hoeveelheden, contractgegevens, partijen, leveringslogistiek en contractvoorwaarden, met uitzondering van de prijs) en die per email aan de Commissie en vervolgens aan de Groep coördinatie gas wordt meegedeeld, alvorens op de website van de Commissie te worden gepubliceerd.

Met het oog op de uitwisseling van informatie moeten de douaneautoriteiten, regelgevende instanties en bevoegde autoriteiten over de nodige instrumenten en gegevensbanken beschikken om te garanderen dat relevante informatie kan worden uitgewisseld tussen nationale autoriteiten en tussen autoriteiten in verschillende lidstaten, indien nodig.

De douaneautoriteiten moeten de regulators, de nationale bevoegde autoriteit, ACER en de Commissie maandelijks in kennis stellen van belangrijke elementen met betrekking tot de ontwikkeling van de invoer van Russisch aardgas (zoals ingevoerde hoeveelheden op basis van langlopende of kortlopende contracten, entrypunten of contractuele partners).

4.4.    Interoperabiliteitsbeoordeling

Importeurs van aardgas moeten daarom worden verplicht om de douaneautoriteiten alle nodige informatie te verstrekken om de herkomst en de plaats van uitvoer van in de Unie ingevoerd aardgas te kunnen bepalen. Gezien de complexiteit van de vereiste informatie moeten de douaneautoriteiten de bevoegdheid krijgen om gedetailleerde informatie over contracten te vragen aan de importeurs, zoals volledige leveringscontracten, maar met uitzondering van informatie over de prijs, als dit noodzakelijk is om de context van bepaalde clausules of verwijzingen naar andere bepalingen te begrijpen.

De douaneautoriteiten moeten samenwerken met regelgevende instanties en bevoegde autoriteiten om de bepalingen van de voorgestelde verordening toe te passen en moeten relevante informatie uitwisselen, met name wat betreft de beoordeling van uitzonderingen waarbij de invoer van Russisch aardgas is toegestaan na [1.1.2026].

Douaneautoriteiten, regelgevende instanties en bevoegde autoriteiten moeten over de nodige instrumenten en gegevensbanken beschikken om te garanderen dat relevante informatie kan worden uitgewisseld tussen nationale autoriteiten en tussen autoriteiten in verschillende lidstaten, indien nodig. De douaneautoriteiten moeten de regulators, de nationale bevoegde autoriteit, ACER en de Commissie maandelijks in kennis stellen van belangrijke elementen met betrekking tot de ontwikkeling van de invoer van Russisch aardgas (zoals ingevoerde hoeveelheden op basis van langlopende of kortlopende contracten, entrypunten of contractuele partners).

4.5. Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

Het onderhavige wetgevingsvoorstel maakt gebruik van bestaande mechanismen voor kennisgeving, monitoring en rapportage: de lidstaten moeten de diversificatieplannen per email indienen bij de Commissie, die ze vervolgens meedeelt aan de Groep coördinatie gas alvorens ze openbaar te maken op haar website; voor de uitwisseling van informatie met de douaneautoriteiten doet het wetgevingsproces een beroep op bestaande mechanismen en gegevensbanken waarover de douaneautoriteiten reeds beschikken.

NB: Indien het voorstel van de Commissie tijdens de wetgevingsonderhandelingen aanzienlijk verandert, kan het nodig zijn de informatie die in het financieel en digitaal memorandum betreffende financiële en/of digitale aspecten is vastgelegd, te actualiseren om het onderhandelingsproces te ondersteunen en duidelijkheid te scheppen voor alle betrokken partijen.



BIJLAGE
bij het FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

Benaming van het voorstel/initiatief:

  1. AANTAL en KOSTEN van de NOODZAKELIJK GEACHTE PERSONELE MIDDELEN

  2. KOSTEN van ANDERE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN

  3. TOTALE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN

  4. BEREKENINGSMETHODEN die zijn GEBRUIKT voor de RAMING VAN KOSTEN

    1. Personele middelen

    2. Andere administratieve uitgaven

  1. Kosten van noodzakelijk geachte personele middelen

    1. Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

1.1. Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

1.1.1 DG ENER

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

RUBRIEK 7 13

2024

2025

2026

2027

TOTAAL 2021-2027

van het meerjarig financieel kader

vte

Kredieten

vte

Kredieten

vte

Kredieten

vte

Kredieten

vte

Kredieten

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 - Centrale diensten en vertegenwoordigingen

AD

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AST

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

20 01 02 03 - EU-delegaties

AD

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AST

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

Extern personeel 

20 02 01 en 20 02 02 – Extern personeel – Centrale diensten en vertegenwoordigingen

AC

 

0,000

 0

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

20 02 03 - Extern personeel - EU-delegaties

AC

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AL

 

 

 

 

 

 

 

 

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

JPD

 

 

 

 

 

 

 

 

0

0,000

Andere HR-begrotingsonderdelen (te vermelden)

AC

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

Subtotaal HR - RUBRIEK 7

0

0,000

0

0,000

0

0,000

 

0,000

 

0,000

Buiten RUBRIEK 7

2024

2025

2026

2027

TOTAAL 2021-2027

van het meerjarig financieel kader

vte

Kredieten

vte

Kredieten

vte

Kredieten

vte

Kredieten

vte

Kredieten

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) 

01 01 01 01 Onderzoek onder contract

AD

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AST

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

01 01 01 11 Eigen onderzoek

AD

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AST

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

Andere (te vermelden)

AD

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AST

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

Extern personeel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Extern personeel, gefinancierd uit beleidskredieten

- centrale diensten

AC

 

0,000

 3

0,303

3

0,303

3

0,303

3

0,909

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

- in EU-delegaties

AC

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

AL

 

 

 

 

 

 

 

 

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

JPD

 

 

 

 

 

 

 

 

0

0,000

01 01 01 02 Onderzoek onder contract

AC

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

01 01 01 12 Eigen onderzoek

AC

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

Andere HR-begrotingsonderdelen (te vermelden)

AC

 

0,000

 

0,000

0,000

0,000

0

0,000

END

 

0,000

 

0,000

 

0,000

 

0,000

0

0,000

Subtotaal HR - buiten RUBRIEK 7

0

0,000

3

0,303

3

0,303

3

0,303

3

0,909

Totaal HR (alle rubrieken van het MFK)

0

0,000

3

0,303

3

0,303

3

0,303

3

0,909

   



  1. Kosten van andere administratieve uitgaven

    1. Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

2.1. Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

2.1.1 DG ENER

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

2024

2025

2026

2027

TOTAAL
2021-2027

Op de zetel of op het grondgebied van de EU:

20 02 06 01 - Dienstreizen en representatie

 

0,000

20 02 06 02 - Conferenties en vergaderingen

 

 

 

 

0,000

20 02 06 03 - Comités

 

 

 

 

0,000

20 02 06 04 - Studies en adviezen

 

 

 

 

0,000

20 04 – IT-bedrijfsuitgaven 14   

 

 

 

 

0,000

Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)

 

 

 

 

0,000

In EU-delegaties

20 02 07 01 – Dienstreizen, conferenties en representatie

 

 

 

 

0,000

20 02 07 02 – Bijscholing van personeel

 

 

 

 

0,000

20 03 05 – Infrastructuur en logistiek

 

 

 

 

0,000

Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)

 

 

 

 

0,000

Subtotaal andere - RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

2024

2025

2026

2027

TOTAAL
2021-2027

Uitgaven voor technische en administratieve bijstand (exclusief extern personeel) uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen):

- centrale diensten

 

 

 

 

0,000

- in EU-delegaties

 

 

 

 

0,000

Overige beheersuitgaven voor onderzoek

 

 

 

 

0,000

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s 15  

 

 

 

 

0,000

IT-bedrijfsuitgaven inzake operationele programma’s 16

 

 

 

 

0,000

Andere niet HR-begrotingsonderdelen (06010102)

 

0,015 

 0,015

0,015 

0,045

Subtotaal Andere – Buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,000

0,015 

 0,015

0,015 

0,045

Totale andere administratieve uitgaven (alle MFK-rubrieken)

0,000

0,015 

 0,015

0,015 

0,045

2.2.3 Totaal

RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

2024

2025

2026

2027

TOTAAL
2021-2027

Op de zetel of op het grondgebied van de EU:

20 02 06 01 - Dienstreizen en representatiekosten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

20 02 06 02 - Conferenties en vergaderingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

20 02 06 03 - Comités

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

20 02 06 04 - Studies en raadplegingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

20 04 – IT-bedrijfsuitgaven 17  

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

In EU-delegaties

20 02 07 01 – Dienstreizen, conferenties en representatie

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

20 02 07 02 – Bijscholing van personeel

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

20 03 05 – Infrastructuur en logistiek

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere niet HR-begrotingsonderdelen (te vermelden waar nodig)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal andere - RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

2024

2025

2026

2027

TOTAAL
2021-2027

Uitgaven voor technische en administratieve bijstand (exclusief extern personeel) uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen):

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

- centrale diensten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

- in EU-delegaties

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Overige beheersuitgaven voor onderzoek

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s 18

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

IT-bedrijfsuitgaven inzake operationele programma’s 19

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere niet HR-begrotingsonderdelen (06010102)

0,000

0,015 

 0,015

0,015 

0,045

Subtotaal Andere – Buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,000

0,015 

 0,015

0,015 

0,045

Totale andere administratieve uitgaven (alle MFK-rubrieken)

0,000

0,015 

 0,015

0,015 

0,045



  1. Totale administratieve kosten (alle MFK-rubrieken)

3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

3.1.1 DG ENER

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Samenvatting

2024

2025

2026

2027

TOTAAL
2021-2027

Rubriek 7 – Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek 7 — Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal rubriek 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten rubriek 7 – Personele middelen

0,000

0,303

0,303

0,303

0,909

Buiten rubriek 7 — Andere administratieve uitgaven

0,000

0,015

0,015

0,015

0,045

Subtotaal Overige rubrieken

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL RUBRIEK 7 en Buiten RUBRIEK 7

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

1.3. TOTAAL

Samenvatting

2024

2025

2026

2027

TOTAAL
2021-2027

Rubriek 7 – Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek 7 — Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal Rubriek 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten rubriek 7 – Personele middelen

0,000

0,303

0,303

0,303

0,909

Buiten rubriek 7 — Andere administratieve uitgaven

0,000

0,015

0,015

0,015

0,045

Subtotaal Overige rubrieken

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

TOTAAL RUBRIEK 7 en Buiten RUBRIEK 7

0,000

0,318

0,318

0,318

0,954

  1. Berekeningsmethoden die zijn gebruikt voor de raming van de kosten

    1. Personele middelen

In dit deel wordt de berekeningsmethode toegelicht die is gebruikt om de benodigde personele middelen te ramen (veronderstelde werklast, bijzondere taken (Sysper 2 taakprofielen), personeelscategorieën en overeenkomstige gemiddelde kosten)

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s): 

Intern overgeplaatst

Uitzonderlijk aanvullend personeel

In uitvoerende DG’s

Bij wijze van uitzondering, uit de herschikkingspool van de Commissie na oriëntatie van de Corporate Management Board**

Te financieren uit rubriek 7*** / onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

3 CA FGIV

Te financieren via begrotingsonderdeel 06010102

Rubriek 7 van het meerjarig financieel kader

NB: De gemiddelde kosten van elke personeelscategorie op het hoofdkantoor zijn te vinden op BUDGpedia:

https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/financial-statement.aspx

□ Ambtenaren en tijdelijk personeel

□ Extern personeel

Buiten RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

□ Alleen uit de begroting voor onderzoek gefinancierde posten

 Extern personeel

De voorgestelde verordening is opgebouwd rond een aantal opties waarvoor een solide beleidskennis en een aanzienlijke tijdsinvestering vereist zijn. DG ENER kampt op dit ogenblik met een personeelstekort; indien er geen versterking komt, kan dit gevolgen hebben voor de monitoring- en trackingtaken die voortvloeien uit deze wetgeving. De kandidaat moet een gedegen kennis hebben van de werking van de gas- en/of oliemarkten, en moet vertrouwd zijn met de bepalingen inzake voorzieningszekerheid en de regels van de gas-/oliemarkten. Aangezien transparantie, monitoring en rapportage de pijlers zijn van dit wetgevingsvoorstel, wordt van de kandidaat gevraagd i) te zorgen voor vlotte uitwisseling van informatie tussen de nationale douaneautoriteiten, de nationale energieautoriteiten en de Commissie. ii) deel te nemen aan de beoordeling van de nationale diversificatieplannen die vóór de aangegeven uiterste datum door de lidstaten moeten worden ingediend; als deze plannen niet tijdig worden ingediend, moet de kandidaat de lidstaten kunnen helpen bij het vaststellen van een ambitieuzere doelstelling.

De extra posten moeten zo snel mogelijk worden ingevuld (uiterlijk met ingang van 1 januari 2026), en lopen minstens tot de uiterste datum voor de volledige uitfasering, zijnde 31 december 2027.

Aangezien de monitoring van correcte praktijken op het gebied van de invoer van aardgas waarschijnlijk ook na 2027 zal voortduren en het mogelijk is dat de Commissie te maken krijgt met rechtszaken op grond van de voorgestelde verordening, kan de Commissie overwegen aanvullende personele middelen te vragen zodra het nieuw meerjarig financieel kader is goedgekeurd.

  1. Andere administratieve uitgaven

Rubriek 7 van het meerjarig financieel kader

Buiten RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

Een gedeelte van de gevraagde begrotingsmiddelen moet betrekking hebben op eventuele dienstreizen, die moeten worden uitgevoerd als uitvoeringsacties van dit wetgevingsvoorstel. Ambtenaren van de Commissie kunnen worden verzocht op dienstreis naar het buitenland te gaan om de in de verordening voorgestelde maatregelen te promoten en uit te leggen en om overleg te plegen met de regelgevende instanties van de EU-lidstaten, teneinde te garanderen dat de verordening in kwestie vlot en snel ten uitvoer wordt gelegd.

DG ENER vraagt begrotingsmiddelen ten bedrage van 15 000 euro/jaar, zijnde 5 000 euro/vte, voor vijf dienstreizen naar de EU-lidstaten.