Home

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006, (EU) 2018/858, (EU) 2019/2144 en (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vereenvoudiging van de technische voorschriften en testprocedures voor motorvoertuigen en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad en Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006, (EU) 2018/858, (EU) 2019/2144 en (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vereenvoudiging van de technische voorschriften en testprocedures voor motorvoertuigen en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad en Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Straatsburg, 16.12.2025

COM(2025) 993 final

2025/0422(COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006, (EU) 2018/858, (EU) 2019/2144 en (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vereenvoudiging van de technische voorschriften en testprocedures voor motorvoertuigen en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad en Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad

{SWD(2025) 1056 final}

TOELICHTING

De waardeketen van de automobielsector vormt een pijler van de EU-economie en is goed voor 589,3 miljard EUR en 3,7 % van de totale meerwaarde van het Europese bbp. Daarnaast zorgt de sector voor directe werkgelegenheid voor 10,6 miljoen Europeanen 1 .

In een steeds onvoorspelbaarder wordend handelsklimaat is het van essentieel belang om een robuuste en concurrerende automobielsector in stand te houden om de strategische autonomie en mondiale economische positie van de EU te waarborgen.

Uit de analyse in de recente verslagen op hoog niveau van Enrico Letta en Mario Draghi 2 blijkt dat de hoogste prioriteit moet worden gegeven aan vermindering van de regeldruk en vereenvoudiging van de EU-wetgeving. Hoewel het bestaande regelgevingskader voorspelbaarheid biedt en bijdraagt tot de verwezenlijking van onze gezamenlijke beleidsdoelstellingen, mag het geen onnodige lasten en kosten voor de sector met zich meebrengen. Vertegenwoordigers uit de Europese automobielsector hebben onlangs benadrukt dat Europese voertuigfabrikanten tussen nu en 2030 aan een groot aantal wetgevingsmaatregelen 3 moeten voldoen, wat in bepaalde gevallen kan leiden tot wel 25 % aan onderzoeks- en ontwikkelingskosten 4 .

Voorzitter Von der Leyen schetste in haar politieke beleidslijnen voor de Europese Commissie 2024-2029 5 een visie die is gericht op duurzame welvaart en versterking van het concurrentievermogen in heel Europa, waarbij zij benadrukte dat zakendoen sneller en gemakkelijker moet worden gemaakt. Dit is verder uitgewerkt met de vaststelling van het kompas voor concurrentievermogen in januari 2025 6 , gevolgd door de Clean Industrial Deal in februari 2025 7 en de mededeling “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” 8 . Een gestroomlijnd regelgevingskader met minder administratieve lasten werd genoemd als een van de fundamentele pijlers van deze nieuwe routekaart voor concurrentievermogen.

In overeenstemming met deze vereenvoudigingsagenda werd in het in maart 2025 vastgestelde industrieel actieplan voor de Europese autosector 9 verklaard dat de Commissie, in overleg met de belanghebbenden, een pakket maatregelen ter vereenvoudiging van de regelgeving voor de automobielsector zou ontwikkelen door de samenhang en consistentie tussen de verschillende regelgevingseisen te verbeteren. Voorts werd in het plan ook het voornemen van de Commissie bekendgemaakt om, wanneer zij nieuwe wetgevingsvoorstellen indient, de industrie voldoende tijd te geven om in het productontwikkelingsproces rekening te houden met deze nieuwe regelgevingseisen voor motorvoertuigen. Deze vereenvoudigingsagenda is met name belangrijk in het licht van de toenemende complexiteit van voertuigontwikkelingen en -architecturen, waaronder software, AI-modellen en toenemende autonomie.

In het kader van de bovengenoemde verbintenissen worden met het omnibuspakket voor de autosector sommige bepalingen en procedures van de volgende handelingen vereenvoudigd en gestroomlijnd om de volgende specifieke doelstellingen te verwezenlijken.

  • Wegnemen van regelgevingsbelemmeringen voor het gebruik van lichte elektrische bedrijfsvoertuigen

Lichte elektrische bedrijfsvoertuigen zijn zwaarder vanwege het gewicht van hun batterij. Hoewel zij dezelfde laadcapaciteit en toepassingen hebben als lichte bedrijfsvoertuigen met een verbrandingsmotor met een maximaal toegestane massa van minder dan 3,5 ton, vallen zij onder de regelgeving inzake rij- en rusttijden die de installatie en het gebruik van een tachograaf voorschrijft voor bedrijfsvoertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3,5 ton, evenals de verplichting om te zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer. Deze vereisten maken dergelijke lichte elektrische voertuigen met een massa van meer dan 3,5 ton minder aantrekkelijk voor klanten, onder wie veel kmo’s en micro-ondernemingen, vanwege de kosten die gepaard gaan met de installatie en het gebruik van een tachograaf 10 en snelheidsbegrenzer. Deze extra lasten belemmeren de ingebruikname van elektrische bestelwagens in vergelijking met soortgelijke bestelwagens met een verbrandingsmotor, wat er ook voor kan zorgen dat voertuigfabrikanten meer moeite hebben om de CO2-prestatiedoelstellingen voor lichte bedrijfsvoertuigen te halen.

Dit probleem is ook onderkend en meegenomen in de recente herziening van de rijbewijsrichtlijn van de EU 11 , waarbij een rijbewijs van categorie B twee jaar na de eerste afgifte geldig is voor voertuigen met een maximaal toegestaan gewicht van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 4,25 ton.

Verordening (EG) nr. 561/2006 12 : deze verordening bevat voorschriften voor de rijtijden, de onderbrekingen en de rusttijden van bestuurders in het wegvervoer van goederen en personen, met als doel eerlijke concurrentie tussen wegvervoerders te waarborgen, de arbeidsomstandigheden van bestuurders te verbeteren en bij te dragen tot de verkeersveiligheid. Het belangrijkste apparaat dat wordt gebruikt om rij- en rusttijden te meten, is de tachograaf. De installatie, constructie en het gebruik van de tachograaf zijn geregeld in Verordening (EU) nr. 165/2014 13 .

Verordening (EU) 2019/2144 14 : in deze verordening, ook wel bekend als de verordening algemene veiligheid, worden de EU-voorschriften inzake de veiligheid van voertuigen voor de typegoedkeuring vastgesteld, met inbegrip van voorschriften die betrekking hebben op de specifieke belangen van kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers en fietsers. Ze bevat ook het voorschrift dat voertuigen van categorie N2 15 moeten worden uitgerust met een snelheidsbegrenzer.

  • Verminderen van de aanpassingskosten in verband met Euro 7-emissietests

In artikel 14, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1257 16 (de Euro 7-verordening) is bepaald dat de methoden voor het meten van de uitstoot van verontreinigende stoffen moeten overeenkomen met die welke zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2017/1151 17 (de Euro 6-verordening). Hoewel in Euro 6 specifieke, aanzienlijk hogere emissiegrenswaarden werden vastgesteld voor een laboratoriumtest bij lage temperatuur, bevat de Euro 7-verordening geen specifieke emissiegrenswaarden voor die specifieke testprocedure. Het vereiste om te voldoen aan de algemene emissiegrenswaarden bij een dergelijke laboratoriumtest bij lage temperatuur is in strijd met de bedoeling van artikel 14, lid 7, en zou de regeldruk voor voertuigfabrikanten en nationale typegoedkeuringsinstanties vergroten, zonder dat dit voordelen oplevert voor de milieuprestaties.

Bovendien wordt in bijlage V van de Euro 7-verordening vereist dat voor de typegoedkeuring van motoren voor zware bedrijfsvoertuigen tests per voertuigtype worden uitgevoerd. Dit vereiste zorgt voor onnodige administratieve lasten en regeldruk door het aantal tests te verhogen zonder dat dit extra voordelen voor het milieu oplevert. Dit is niet in overeenstemming met de bedoeling van de medewetgevers om de emissiegrenswaarden voor zware bedrijfsvoertuigen aan te scherpen en tegelijkertijd de vastgestelde testmethoden van de Euro 6-verordening te handhaven.

Ten slotte bevat de Euro 7-verordening geen specifieke bepalingen over de methoden voor de verwerking van gegevens die worden ontvangen van boordmonitoringsystemen (OBM-systemen) en instrumenten voor de monitoring van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik aan boord van het voertuig (OBFCM-instrumenten) in Euro 7-voertuigen, wat zou kunnen leiden tot een gebrek aan harmonisatie en inefficiënte benaderingen die de kosten voor voertuigfabrikanten en autoriteiten zouden verhogen.

Verordening (EU) 2024/1257: deze verordening, ook bekend als de Euro 7-verordening, heeft betrekking op de typegoedkeuring van voertuigen, motoren en aanverwante systemen en onderdelen met betrekking tot hun emissies en de duurzaamheid van batterijen. Met deze verordening worden ook maatregelen ingevoerd voor het aan boord monitoren van emissies, batterijprestaties en emissieprestaties gedurende de gehele levensduur van een voertuig.

  • Verbeteren van de samenhang en voorkomen van marktfragmentatie (geluid; interoperabiliteit van voertuigen met oplaadinfrastructuur en elektriciteitsnet)

In Verordening (EU) nr. 540/2014 18 worden verplichte geluidsgrenswaarden voor verschillende voertuigcategorieën en de ontwikkeling van akoestische voertuigwaarschuwingssystemen (Acoustic Vehicle Alerting System, AVAS) voor elektrische voertuigen vastgesteld. Tegelijkertijd wordt in de EU-verordening inzake de typegoedkeuring van motorvoertuigen de naleving van VN-reglementen inzake geluid en AVAS als alternatief erkend. Aangezien in Verordening (EU) nr. 540/2014 geen mechanisme is opgenomen om de voorschriften aan te passen aan ontwikkelingen bij de VN, is er een parallelle reeks regels ontstaan voor het verkrijgen van typegoedkeuring voor motorvoertuigen, met mogelijke mazen en inconsistenties voor de automobielsector, nationale typegoedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten.

Verordening (EU) nr. 540/2014: Verordening (EU) nr. 540/2014 heeft tot doel de belangrijkste bronnen van geluidshinder door motorvoertuigen te verminderen. In de verordening worden geluidsgrenswaarden voor de verschillende voertuigcategorieën vastgesteld, regels voor etikettering en consumenteninformatie vastgelegd en de ontwikkeling van akoestische voertuigwaarschuwingssystemen (AVAS) voor elektrische voertuigen geregeld.

Aangezien de technologie van batterijelektrische voertuigen zich in hoog tempo ontwikkelt en het marktaandeel van elektrische voertuigen op de markt toeneemt, wordt de interoperabiliteit tussen voertuigen, de laadinfrastructuur en het elektriciteitsnet steeds belangrijker. Een geharmoniseerde aanpak van interoperabiliteit — op EU-niveau — is essentieel om versnippering van bepaalde technische voorschriften te voorkomen die momenteel buiten het kader van de typegoedkeuring van voertuigen worden ontwikkeld, met name wat betreft de uitvoering van de herziene netcodes (DDC 2.0 — Verordening (EU) 2016/1388 19 en RfG 2.0 — Verordening (EU) 2016/631 20 ). Om de geharmoniseerde capaciteiten van batterijelektrische voertuigen te waarborgen en interoperabele vehicle-to-grid-diensten (V2G) mogelijk te maken, moeten deze voertuigen daarom aan bepaalde technische vereisten voldoen. Om deze redenen moet in Verordening (EU) 2018/858 21 een bevoegdheid aan de Commissie worden toegekend.

  • Versnellen van het gebruik van betaalbare, kleine elektrische voertuigen

Er is momenteel een tekort aan kleine, betaalbare elektrische voertuigen op de Europese markt. De A- en B-segmenten hebben samen ten opzichte van 2019 1,6 miljoen aan verkoopvolume verloren en in 2024 bestond 70 % van de nieuwe BEV-verkopen uit grote auto’s (E- en F-segmenten) en SUV’s 22 . Dit gaat gepaard met een algemene trend van stijgende autoprijzen in de hele EU, waardoor het bezit van een eigen auto voor veel middenklassehuishoudens steeds minder haalbaar wordt. Daarom heeft de voorzitter van de Commissie in september 2025 een initiatief voor betaalbare kleine auto’s aangekondigd, dat tot doel heeft de markt voor kleine elektrische voertuigen te stimuleren. Hiervoor zijn gerichte regelgevende maatregelen vereist. De Commissie streeft ernaar om nieuwe vereisten gedurende tien jaar te bevriezen en gerichte stimulansen voor te stellen in de CO2-emissienormen voor kleine elektrische voertuigen. Het initiatief kan ook leiden tot finianciële (zoals subsidieregelingen) en niet-financiële stimulansen (zoals gereserveerde parkeerplaatsen), die in overeenstemming zijn met de regels inzake staatssteun, indien van toepassing. Daartoe is het noodzakelijk om in de wetgeving inzake motorvoertuigen een definitie van een kleine elektrische auto op te nemen die kan worden gebruikt voor gerichte maatregelen in de EU-wetgeving en door de lidstaten. Dit zou een vereenvoudiging betekenen voor ondernemingen, waardoor het zakelijk gezien aantrekkelijker wordt om in Europa op winstgevende wijze kleine, betaalbare elektrische auto’s te produceren en de prijs voor consumenten te verlagen.

Het onderhavige voorstel is slechts een eerste stap in de vereenvoudigingsagenda voor de Europese automobielsector. Het omvat slechts een beperkt aantal gerichte, maar effectieve vereenvoudigingsmaatregelen. In het kader van de vereenvoudiging hebben belanghebbenden andere kwesties aan de orde gesteld met betrekking tot de vereenvoudiging van het regelgevingskader voor de automobielsector, die niet in dit omnibuspakket aan de orde komen, maar die wel in aanmerking worden genomen bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van de wetgeving inzake motorvoertuigen. In het kader van het overleg met belanghebbenden heeft de Europese Federatie van Autoproducenten (ACEA) ongeveer 130 geplande wetsvoorstellen genoemd die van invloed zijn op de automobielsector 23 .

Deze lijst van ACEA bevat echter bijna 70 updates van VN-Reglementen, die op dit moment niet allemaal verplicht zijn in de EU-wetgeving. Hiervan heeft de Europese Commissie ongeveer 40 wijzigingen van bestaande VN-reglementen of nieuwe VN-reglementen geïdentificeerd die de Commissie zal uitstellen of niet zal aannemen in de EU.

Voorts wordt de vereenvoudigingsagenda gebaseerd op de volgende algemene beginselen:

Groeperen van regelgevingseisen in partijen

De Commissie zou nieuwe regelgevingseisen voor specifieke motorvoertuigen kunnen groeperen bij het vaststellen van verplichte toepassingsdata in secundaire wetgeving, tenzij de wetgever in de rechtshandeling een andere datum heeft vastgesteld. Er zou een unieke “nalevingsdatum voor de automobielsector” worden vastgesteld, waardoor de naleving van de regelgeving voor ondernemingen zou worden vereenvoudigd.

Daarnaast zorgt de Commissie, voor zover wettelijk mogelijk, ervoor dat voor wetgeving die niet specifiek betrekking heeft op de automobielsector, een mechanisme wordt ingesteld om te waarborgen dat de voorschriften voor de automobielsector op de “nalevingsdatum voor de automobielsector” in werking treden.

Respecteren van doorlooptijden voor de sector

In het industrieel actieplan voor de Europese autosector heeft de Commissie zich ertoe verbonden om bij het indienen van wetgevingsvoorstellen voldoende tijd te geven aan de sector om deze nieuwe regelgevingseisen in het productontwikkelingsproces te verwerken. Dit is een algemeen beginsel dat de Commissie bereid is te respecteren, maar het kan niet worden omgezet in een wettelijke verplichting in een omnibushandeling.

Toepassingsgebied van nieuwe regelgevingseisen

In de specifieke wetgeving inzake motorvoertuigen wordt altijd verschillende toepassingsdata gehanteerd voor nieuwe voertuigtypen en voor alle nieuwe voertuigen (d.w.z. voor bestaande voertuigtypen), om rekening te houden met de noodzaak van herontwikkeling. In bepaalde gevallen, zoals bij de eCall-verordening, zijn er alleen voorschriften vastgesteld voor nieuwe voertuigtypen. Het besluit om bestaande voertuigtypen niet te reguleren moet per geval worden genomen, waarbij rekening moet worden gehouden met de kosten van herontwikkeling van bestaande voertuigtypen, die een grote impact kunnen hebben op kleine auto’s met een lagere marge, en met de voordelen van de nieuwe regelgevingseisen.

Vereenvoudigen van het typegoedkeuringskader

Gezien de steeds snellere innovatie in de sector, met name op het gebied van autonoom rijden en software-updates, is het passend om het vereenvoudigingspotentieel in het Europese typegoedkeuringskader voor motorvoertuigen te beoordelen. De complexiteit van de regelgeving kan een belemmering vormen voor EU-fabrikanten in de wereldwijde concurrentie met fabrikanten uit andere rechtsgebieden.

In 2026 voert de Commissie een evaluatie uit van het regelgevingskader voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen (Verordening (EU) 2018/858). Dit helpt bij het beoordelen van de mogelijkheden om de test- en rapportagekosten voor de automobielsector te verlagen. Uit een voorlopige analyse van de diensten van de Commissie is gebleken dat het aantal laboratoriumtests tijdens de typegoedkeuring kan worden verminderd door meer gebruik te maken van virtuele tests en door risicobeoordelingspraktijken toe te passen om te beoordelen hoe tests vooraf het best kunnen worden gecombineerd met monitoring tijdens het gebruik (zoals reeds wordt toegepast in de Euro 7-verordening, waar lichtere tests vooraf worden aangevuld met boordmonitoring van de emissieprestaties).

Het voorstel maakt deel uit van een pakket maatregelen met betrekking tot het concurrentievermogen van de Europese automobielsector. Het heeft tot doel de administratieve en aanpassingskosten voor de sector te verminderen om een goed functionerende eengemaakte markt voor motorvoertuigen te waarborgen, met behoud van het hoge niveau van veiligheid en milieuprestaties dat in het regelgevingskader is vastgelegd.

Dit initiatief draagt bij aan de vereenvoudiging van het regelgevingskader voor de automobielsector, zoals aangekondigd in het industrieel actieplan voor de Europese autosector. Het maakt deel uit van een automobielpakket, samen met de herziening van de CO2-prestaties voor auto’s en bestelwagens, het koolstofvrij maken van bedrijfswagenparken en het “Battery Booster”-pakket om het concurrentievermogen van de Europese automobielsector te versterken in de overgang naar emissievrije mobiliteit.

In overeenstemming met het actieplan verbetert dit initiatief de samenhang en consistentie tussen verschillende regelgevingseisen. Het geeft uitvoering aan de doelstellingen van de vereenvoudigingsagenda en de strategie voor de eengemaakte markt voor de automobielsector. De vereenvoudigingsmaatregelen hebben geen invloed op de beleidsdoelstellingen die ten grondslag liggen aan de desbetreffende regelgeving. De maatregelen dragen bij aan het koolstofvrij maken van de automobielsector door regelgevende belemmeringen voor de ingebruikname van lichte elektrische bedrijfsvoertuigen weg te nemen, in overeenstemming met de CO2-prestaties voor personenauto’s en bestelwagens. De vereenvoudigingsmaatregelen hebben geen invloed op de milieuprestaties van voertuigen en zijn volledig in overeenstemming met de milieudoelstellingen om de luchtverontreiniging en het omgevingslawaai van motorvoertuigen te verminderen. De vereenvoudigingsmaatregelen hebben geen negatieve invloed op de veiligheid van voertuigen en zijn volledig in overeenstemming met het EU-beleid inzake verkeersveiligheid.

Bovendien voorziet de digitale omnibus 24 in technische wijzigingen van de digitale wetgeving met betrekking tot de automobielsector, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de invoering van bepalingen inzake risicovolle AI, de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens voor AI-training, -testen en -exploitatie en de consolidatie van bepalingen van EU-gegevenswetgeving.

Het voorstel is gebaseerd op artikelen 91 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in lijn met de oorspronkelijke rechtsgrondslagen voor de vaststelling van de sectorale kaders die met dit voorstel moeten worden gewijzigd.

De te wijzigen verordeningen zijn rechtshandelingen van de EU. Deze verordeningen moeten derhalve ook op EU-niveau worden gewijzigd.

Het initiatief gaat niet verder dan noodzakelijk om de doelstellingen van vereenvoudiging en lastenverlichting te verwezenlijken zonder afbreuk te doen aan de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu.

Dit voorstel strekt tot wijziging van de volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde verordeningen, en de wijzigingen van die verordeningen moeten derhalve in overeenstemming met de gewone wetgevingsprocedure bij verordening worden vastgesteld.

Niet van toepassing.

In het kader van de strategische dialoog over de toekomst van de Europese automobielsector in januari 2025 en de openbare raadpleging over de toekomst van de Europese auto-industrie 25 , hebben marktleiders gewezen op de noodzaak om het regelgevingskader te vereenvoudigen. Vervolgens heeft de Commissie de standpunten van de sector en andere belanghebbenden onderzocht in verschillende bilaterale uitwisselingen, via schriftelijke bijdragen van belanghebbenden met voorstellen voor vereenvoudiging van de regelgeving en tijdens een bijeenkomst met de Werkgroep motorvoertuigen 26 . Uit de bijdragen van de belanghebbenden kwamen verschillende voorstellen naar voren om de automobielwetgeving te vereenvoudigen of te verduidelijken en de onnodige administratieve lasten die uit deze bepalingen voortvloeien, weg te nemen.

Op 14 oktober 2025 heeft de Europese Commissie een gerichte raadpleging van belanghebbenden gelanceerd in de vorm van een online-enquête, met als doel feedback te verzamelen over een voorlopige lijst van wijzigingen van bestaande automobielregelgeving. Deze enquête werd verstuurd naar meer dan 130 belanghebbenden (68 reacties) uit de automobielsector, waaronder voertuigfabrikanten, fabrikanten van auto-onderdelen, brancheorganisaties, ngo’s, wagenparkbeheerders, nationale typegoedkeuringsinstanties, markttoezichtautoriteiten en andere relevante nationale autoriteiten. Belanghebbenden werden uitgenodigd om hun mening te geven over een voorlopige lijst van wijzigingen, namelijk of zij verwachten dat de maatregelen een positief, neutraal of negatief effect zullen hebben op de economie, de samenleving of het milieu, en op de regeldruk. Voorts heeft de Commissie verschillende standpuntnota’s van belanghebbenden ontvangen met aanvullende suggesties, gegevens en kostenramingen, waarmee bij de opstelling van dit voorstel rekening is gehouden.

Bij alle groepen belanghebbenden was er veel steun voor de voorgestelde maatregelen.

Gezien de noodzaak om op korte termijn een voorstel te doen om de geconstateerde problemen aan te pakken en de administratieve lasten voor ondernemingen en autoriteiten terug te dringen, kon geen effectbeoordeling plaatsvinden.

Overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving gaat dit voorstel echter vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie met een analyse van de effecten van de voorgestelde maatregelen, gebaseerd op bestaande gegevens en informatie die is verzameld tijdens de gerichte raadpleging van belanghebbenden en op schriftelijke bijdragen van belanghebbenden.

Op basis van de beschikbare informatie wordt verwacht dat de wijzigingen een aanzienlijke jaarlijkse kostenbesparing van 706 miljoen EUR zullen opleveren voor het bedrijfsleven, met inbegrip van kmo’s, burgers en overheidsinstanties.

Dit voorstel past in het streven van de Europese Commissie om de regeldruk voor burgers, bedrijven en overheden in de EU te verlichten teneinde de welvaart en de veerkracht van de EU te stimuleren. Het voorstel is dan ook gericht op het vereenvoudigen van de bepalingen van de wetgeving inzake motorvoertuigen, waardoor onnodige lasten en kosten voor ondernemingen en autoriteiten worden verminderd, zonder dat dit ten koste gaat van de bescherming van het milieu en de veiligheid van voertuigen.

Het voorstel eerbiedigt de grondrechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie 27  en onderschrijft de daarin erkende beginselen. Verlichting van administratieve lasten voor ondernemingen zou maatschappelijke winst moeten opleveren op het gebied van werkgelegenheid, innovatie en welvaart. Tegelijkertijd wordt met het voorstel getracht om een hoog niveau van milieubescherming en voertuigveiligheid te waarborgen.

Dit initiatief brengt geen extra kosten voor de Commissie met zich mee.

De Commissie zal de uitvoering en toepassing van nieuwe bepalingen en de naleving ervan monitoren. Bovendien vinden overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving geregeld evaluaties plaats van de doelmatigheid, de doeltreffende verwezenlijking van de doelstellingen, de relevantie, de samenhang en de meerwaarde van de verordeningen die met dit voorstel worden gewijzigd. Dit voorstel vergt geen uitvoeringsplan.

Voorgestelde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 561/2006: de eerste voorgestelde wijziging houdt in dat lidstaten elektrische bestelwagens van categorie N2 28 (met een maximaal toegestaan gewicht van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 4,25 ton) die uitsluitend voor binnenlands vervoer worden gebruikt, mogen vrijstellen van de verplichting om slimme tachografen te installeren, zodat zij op gelijke voet komen te staan met hun equivalent op fossiele brandstof, namelijk dieselbestelwagens van categorie N1 29 .

Het belangrijkste verwachte effect van de voorgestelde maatregel is een kostenbesparing voor bedrijven, met name kmo’s, die de belangrijkste gebruikers/kopers van dergelijke bestelwagens zijn en die voor het betreffende type elektrische bestelwagen geen slimme tachografen meer hoeven te installeren. Bovendien zal het verwijderen van de tachograaf ook zorgen voor een vermindering van de administratieve lasten/kosten voor de ondernemingen/bestuurders, die de tachografische gegevens niet meer hoeven te downloaden (2 tot 4 uur per maand). Bovendien zal het creëren van een gelijk speelveld tussen dieselbestelwagens van categorie N1 en elektrische bestelwagens van categorie N2 door middel van lagere prijzen voor deze laatste het gebruik van dergelijke elektrische bestelwagens stimuleren.

Kampeerwagens of auto-caravancombinaties met een gewicht van meer dan 7,5 ton vallen ook onder de regels inzake rij- en rusttijden en de installatie en het gebruik van de tachograaf.

In zaak C-666/21 voor het Hof van Justitie van de Europese Unie 30 heeft een burger aangevoerd dat Verordening (EG) nr. 561/2006 en Verordening (EU) nr. 165/2014 niet bedoeld zijn voor niet-commerciële gebruikers en dat dergelijke voertuigen niet als commercieel vervoer moeten worden behandeld. Het Hof oordeelde echter dat dergelijke regels van toepassing kunnen zijn op niet-commerciële gebruikers met een voertuig van meer dan 7,5 ton. Het Hof heeft met name geoordeeld dat “het begrip “wegvervoer van goederen” […] het wegvervoer omvat dat plaatsvindt met een voertuig waarvan de toegestane maximummassa in de zin van artikel 4, onder m), van Verordening nr. 561/2006, zoals gewijzigd, meer dan 7,5 ton bedraagt, en wel ook wanneer dit voertuig is toegerust om behalve als tijdelijke leefruimte voor privégebruik tevens te dienen als goederenlaadruimte voor niet-commerciële doeleinden, zonder dat in dit verband het laadvermogen van dit voertuig en de categorie waaronder het in het nationale wegenverkeersregister is ingeschreven van belang zijn”.

Om het wettelijk kader rond het specifieke geval van voor privégebruik bestemde kampeerwagens met een maximaal toegestane massa van meer dan 7,5 ton te verduidelijken en om fabrikanten en klanten van dergelijke voertuigen juridische duidelijkheid te verschaffen, bestaat het tweede wijzigingsvoorstel uit de toevoeging van een nieuw punt s) aan artikel 13 van Verordening (EG) nr. 561/2006, waardoor de lidstaten campers kunnen vrijstellen van de regels inzake rij- en rusttijden en de tachograaf. Bovendien zorgt de geplande vrijstelling van de tachograafverplichting voor deze voertuigen voor lagere kosten en meer vertrouwen bij de bestuurders die kampeerwagens gebruiken voor toeristische doeleinden.

Voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) 2019/2144: de voorgestelde wijziging beoogt elektrische bestelwagens van categorie N2 met een maximaal toegestane massa van meer dan 3,5 ton en minder dan 4,25 ton vrij te stellen van de verplichting om te worden uitgerust met een snelheidsbegrenzer, waardoor zij op gelijke voet komen te staan met hun equivalent op fossiele brandstof, namelijk dieselbestelwagens van categorie N1.

Het belangrijkste verwachte effect van de voorgestelde maatregel is een kostenbesparing voor bedrijven, met name kmo’s, die de belangrijkste gebruikers/kopers van dergelijke bestelwagens zijn. De kostenbesparing vloeit niet alleen voort uit de kosten die niet worden gemaakt in verband met de installatie van de snelheidsbegrenzer, maar ook uit de grotere operationele flexibiliteit die voortvloeit uit de mogelijkheid om deze voertuigen op de snelweg met een iets hogere snelheid te laten rijden. Bovendien zal het creëren van een gelijk speelveld tussen dieselbestelwagens van categorie N1 en elektrische bestelwagens van categorie N2 door middel van lagere prijzen voor deze laatste het gebruik van dergelijke elektrische bestelwagens stimuleren. Tot slot is het van belang te benadrukken dat deze vrijstelling naar verwachting geen negatieve gevolgen zal hebben voor de milieu- of veiligheidsprestaties van de betrokken voertuigen.

Voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) 2024/1257: De temperatuuromstandigheden van de “laboratoriumtest bij lage temperatuur voor emissies” als bedoeld in tabellen 1 en 2 van bijlage V vallen onder de test “verontreinigende gassen en PN bij tests op de weg (RDE)” in dezelfde tabellen. Het aantonen van naleving van de emissievoorschriften bij lage temperatuur (bij –7 °C) gebeurt door te voldoen aan de vereisten voor emissies onder reële rijomstandigheden (RDE) (tussen –7 °C en 38 °C) en daarom wordt het gerechtvaardigd geacht om de speciale laboratoriumtest bij lage temperatuur (type 6) te schrappen.

De verwachte effecten van de voorgestelde maatregel hebben voornamelijk betrekking op het behoud van de intentie van de medewetgevers om vast te houden aan de Euro 6-voorschriften overeenkomstig artikel 14, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1257, het verminderen van de regeldruk zonder nalevingsproblemen te creëren en het bieden van rechtszekerheid.

Een andere voorgestelde maatregel bestaat erin om voor de typegoedkeuring van Euro 7-motoren (technische eenheid) te verwijzen naar “voertuigcategorieën” in plaats van naar “voertuigtypen”, d.w.z. “Vereiste demonstratietests voor alle brandstoffen waarvoor de typegoedkeuring wordt verleend per voertuigcategorie en een verklaring van overeenstemming voor alle brandstoffen, alle ladingen en alle toepasselijke voertuigcategorieën in respectievelijk de tabellen 3, 4, 7 en 8 van bijlage V bij Verordening (EU) 2024/1257”.

De voorgestelde maatregel zal naar verwachting zorgen voor een aanzienlijke vermindering van de regeldruk, zowel op administratief gebied als op het gebied van testen, zonder dat dit ten koste gaat van de milieunormen. Zo wordt herhaaldelijk testen van motoren in verschillende voertuigtypen die een identieke technologie gebruiken, vermeden en worden kosten in verband met meerdere typegoedkeuringen en testprocessen bespaard. Het ondersteunt de marktstabiliteit en kan mogelijk zorgen voor lagere voertuigprijzen, wat zowel exploitanten als consumenten ten goede komt.

Met een andere voorgestelde maatregel zal worden verduidelijkt dat de Commissie bevoegd is om maatregelen te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat gegevens van boordmonitoring (OBM) en de meting van het brandstofverbruik aan boord van het voertuig (OBFCM) op een geharmoniseerde manier worden ontvangen, verzameld, verwerkt en opgeslagen om de werkelijke prestaties van Euro 7-voertuigtypen te monitoren.

Een geharmoniseerde OBM/OBFCM-gegevensinfrastructuur op EU-niveau zou aanzienlijke kostenbesparingen kunnen opleveren in vergelijking met een situatie waarin elke lidstaat zijn eigen systemen ontwikkelt en onderhoudt. De besparingen zijn het gevolg van schaalvoordelen, minder dubbel werk en geharmoniseerde nalevingsprocessen. In plaats van met meerdere nationale systemen te moeten communiceren, kunnen voertuigfabrikanten gestandaardiseerde gegevens eenmalig doorgeven, wat de kosten voor software-integratie en certificering vermindert.

Aangezien Verordening (EU) nr. 540/2014 achterhaald is, wordt voorgesteld om de verordening met ingang van 1 juli 2027 in te trekken. Bovendien wordt overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 540/2014 met ingang van 1 juli 2027 Richtlijn 70/157/EEG 31 van de Raad ingetrokken. Met het oog op het voorkomen van mogelijke rechtsonzekerheid wordt in het onderhavige voorstel de intrekking met dezelfde datum van inwerkingtreding bevestigd.

Om de verwijzing naar de ingetrokken verordening te vervangen, wordt voorgesteld bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858 te wijzigen met een verwijzing naar de geluidsgerelateerde reglementen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE): Reglement nr. 51 32 betreffende geluid van voertuigen van de categorieën M en N; Reglement nr. 59 33 betreffende vervangende geluiddempingssystemen en Reglement nr. 138 34 betreffende stille wegvoertuigen of AVAS.

2025/0422 (COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006, (EU) 2018/858, (EU) 2019/2144 en (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vereenvoudiging van de technische voorschriften en testprocedures voor motorvoertuigen en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad en Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad

De voorgestelde wijzigingen om te verwijzen naar VN-Reglementen zouden een gelijk speelveld creëren voor autofabrikanten in de EU bij de wereldwijde verkoop van hun auto’s, omdat zij dan niet langer twee verschillende regelgevingskaders inzake geluidsemissies hoeven te volgen. Met de voorgestelde wijzigingen zouden ook eventuele mazen in de wet worden gedicht en zou een eenvoudiger/consistenter kader ontstaan voor zowel de automobielsector als de typegoedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten. Bovendien zouden de samenleving en het milieu baat hebben bij een verbeterde reikwijdte die geluid van terugslag, geluidsactuatoren en geluidsversterkingssystemen beperkt. Er worden overgangsbepalingen voorgesteld om een soepele overgang van de sector naar het gewijzigde wettelijke kader te waarborgen.

Voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) 2018/858: de eerste voorgestelde maatregel tot wijziging van deze verordening bestaat uit de invoeging in bijlage I, deel A, punt 2, bij Verordening (EU) 2018/858 van een nieuw punt 2.4 waarin een subcategorie voor kleine elektrische voertuigen wordt gedefinieerd.

De voorgestelde wijziging maakt het mogelijk om EU-wetgeving te richten op regelgevende maatregelen voor deze specifieke subcategorie, met het oog op het stimuleren van de productie en het gebruik van kleine elektrische voertuigen. Bij het vaststellen van de toepassingsdatums van toekomstige regelgeving voor motorvoertuigen zal de Commissie bijvoorbeeld rekening houden met de proportioneel grotere impact die nieuwe eisen kunnen hebben op de ontwikkelingskosten van kleine elektrische voertuigen in vergelijking met zwaardere en duurdere voertuigen. Bovendien wordt in het kader van de CO2-emissienormen voor voertuigen een gericht stimuleringsmechanisme geïntroduceerd in de vorm van een superkrediet [add reference to CO2 review proposal]. Zo kunnen voertuigfabrikanten profiteren van de bijdrage van kleine elektrische voertuigen aan het behalen van de totale CO2-emissiedoelstelling voor hun wagenpark, wat een sterke stimulans vormt voor voertuigfabrikanten om grotere aantallen kleine elektrische voertuigen te produceren en op de markt te brengen. Bovendien zal de Commissie, zoals aangekondigd in het industrieel actieplan voor de Europese autosector, een aanbeveling publiceren met opties voor stimuleringsregelingen die, in overeenstemming met de regels inzake staatssteun, waar van toepassing, effectief zijn gebleken bij het bevorderen van het gebruik van emissievrije voertuigen. Waarschijnlijk zullen alle elektrische voertuigen profiteren van de aanbeveling van de Commissie, met inbegrip van kleine elektrische voertuigen, zoals gedefinieerd in de nieuwe subcategorie.

De verwachte voordelen van deze wijziging zouden door EU-burgers moeten worden ervaren in de vorm van grotere voordelen bij de aankoop of het bezit van een kleine elektrische auto, maar dit is afhankelijk van de uitvoering van dit beleid op nationaal niveau.

Een andere voorgestelde wijziging van Verordening (EU) 2018/858 betreft de toevoeging van een nieuw lid 4 aan artikel 5.

Met deze maatregel krijgt de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op het vaststellen van technische voorschriften voor puur elektrische voertuigen (PEV’s) en extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OVC-HEV’s), wat betreft de communicatie en hardware-interface van die voertuigen met de oplaadinfrastructuur, het elektriciteitsnet en de stationaire energiesystemen die slimme en bidirectionele oplaadfunctionaliteiten kunnen ondersteunen.

Aangezien de technologie voor elektrische voertuigen zich snel ontwikkelt en de interactie tussen voertuigen, laadinfrastructuur en het elektriciteitsnet steeds meer wordt gereguleerd door niet-sectorspecifieke wetgeving (DDC 2.0 — Verordening (EU) 2016/1388 en RfG 2.0 — Verordening (EU) 2016/631), wordt een geharmoniseerde aanpak van voertuiggerelateerde technische voorschriften op dit gebied van cruciaal belang om versnippering en onnodige administratieve lasten en kosten te voorkomen.

In de toekomst is een uniforme aanpak van interoperabiliteit essentieel voor het versnellen van de ontwikkeling van opkomende diensten zoals vehicle-to-grid-mogelijkheden (V2G). Deze diensten kunnen de stabiliteit van het elektriciteitsnet ondersteunen, piekvraag afvlakken, de energiekosten voor eigenaren van elektrische voertuigen verlagen en een bredere invoering van hernieuwbare energie mogelijk maken.

tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006, (EU) 2018/858, (EU) 2019/2144 en (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vereenvoudiging van de technische voorschriften en testprocedures voor motorvoertuigen en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad en Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 91 en 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 35 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 36 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In het verslag-Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen 37 uit 2024 werd benadrukt dat het aantal voorschriften en de complexiteit ervan de speelruimte van ondernemingen in de Unie dreigen te beperken en hun concurrentievermogen kunnen aantasten. In een gedetailleerde analyse van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 38 , (EU) 2018/858 39 , (EU) 2019/2144 40 en (EU) 2024/1257 41 van het Europees Parlement en de Raad werd eveneens gewezen op de buitensporige administratieve lasten en kosten in verband met de daarin vastgestelde eisen. Op basis van deze bevindingen is het passend om bepaalde verplichtingen voor fabrikanten en bevoegde autoriteiten die zijn vastgelegd in de wetgeving inzake de automobielindustrie te vereenvoudigen en onnodige lasten en kosten voor bedrijven en autoriteiten te verminderen, zonder afbreuk te doen aan de bescherming van het milieu en de veiligheidsprestaties van voertuigen.

  2. In het industrieel actieplan voor de Europese autosector 42 werd opgeroepen tot een pakket ter vereenvoudiging van de regelgeving voor de automobielsector door de samenhang en consistentie tussen de verschillende regelgevingseisen te verbeteren.

  3. Artikel 114 VWEU is de passende rechtsgrondslag voor het vaststellen van de maatregelen die nodig zijn voor de instelling en de werking van de interne markt. Naast artikel 114 VWEU moet deze verordening een aanvullende specifieke rechtsgrondslag hebben voor de wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006, die is gebaseerd op artikel 91 VWEU.

  4. Deze verordening wordt weliswaar vastgesteld met het oog op de instelling en de werking van de interne markt, maar de vereenvoudiging en stroomlijning van de technische voorschriften, testprocedures en typegoedkeuringsvoorschriften voor motorvoertuigen ondersteunen ook de bredere doelstelling van de Unie om de geleidelijke integratie van kandidaat-lidstaten in de markt van de Unie te bevorderen. Door convergentie van de regelgeving, afstemming op de reglementen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) en een coherente uitvoering van het acquis van de Unie te bevorderen, draagt deze verordening bij tot het verminderen van technische handelsbelemmeringen, het versterken van geïntegreerde Europese waardeketens in de automobielsector en het vergroten van de veerkracht en het concurrentievermogen van het ecosysteem van de Europese automobielsector, zonder afbreuk te doen aan de autonomie van het recht van de Unie of de besluitvorming.

  5. Om de arbeidsomstandigheden van bestuurders, de verkeersveiligheid en eerlijke concurrentie te verbeteren, wordt in de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad 43 bepaald dat vrachtwagens met een gewicht van meer dan 3,5 ton moeten worden uitgerust met een tachograaf. In artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 165/2014 wordt de lidstaten echter de mogelijkheid geboden om de in artikel 13, leden 1 en 3, van Verordening (EG) nr. 561/2006 bedoelde voertuigen van die verplichting vrij te stellen.

  6. Het kan voorkomen dat lichte batterijelektrische bedrijfsvoertuigen door het gewicht van de batterij zwaarder zijn dan 3,5 ton en daarom onder de voorschriften van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 vallen, ook al hebben ze hetzelfde laadvermogen en dezelfde toepassingen als lichte bedrijfsvoertuigen met een verbrandingsmotor die niet binnen het toepassingsgebied van die verordeningen vallen. De naleving van de voorschriften van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 vergt aanzienlijke inspanningen van voertuigexploitanten en bestuurders en remt de toename van het aantal lichte batterijelektrische bedrijfsvoertuigen.

  7. Om onnodige kosten voor voertuigfabrikanten en -exploitanten, waarvan vele kleine en middelgrote ondernemingen zijn, te beperken, dient de verplichting tot installatie van een tachograaf voor lichte batterijelektrische bedrijfsvoertuigen met een gewicht van minder dan 4,25 ton te worden geschrapt.

  8. Aangezien het aan de lidstaten is om te beslissen of zij van deze uitzondering gebruik maken, moet de vrijstelling alleen gelden voor lichte elektrische bedrijfsvoertuigen die uitsluitend voor binnenlands vervoer worden gebruikt.

  9. Ter vermindering van de lasten die de installatie en het gebruik van een tachograaf met zich meebrengen voor niet-beroepschauffeurs die grote kampeerwagens voor niet-commerciële doeleinden besturen, en van de gevolgen ervan voor de vraag naar dergelijke voertuigen, moeten de nationale autoriteiten dergelijke voertuigen en activiteiten kunnen vrijstellen van de rij- en rusttijdregels en het gebruik van de tachograaf, mits daardoor de in artikel 1 van die verordening genoemde doelstellingen niet worden ondermijnd.

  10. Bij Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad wordt de typegoedkeuring van motorvoertuigen toegestaan wat het geluidsniveau en akoestische waarschuwingssystemen voor voertuigen betreft, uit hoofde van Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad 44 of uit hoofde van de VN-reglementen, waaronder de Reglementen nrs. 138 45 , 51 46 en 59 47 van de VN/ECE. Dat parallelle systeem brengt het risico van marktfragmentatie met zich mee. Bovendien is Verordening (EU) nr. 540/2014 achterhaald door een gebrek aan actualiseringen in vergelijking met de drie bovengenoemde VN/ECE-reglementen. Om te zorgen voor een coherent kader en volledige afstemming op de VN-reglementen, moet Verordening (EU) nr. 540/2014 worden ingetrokken en moet bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858 worden gewijzigd om alleen naleving van de toepasselijke VN-reglementen toe te staan.

  11. Naarmate de technologie van batterijelektrische voertuigen zich in hoog tempo ontwikkelt en het aantal elektrische voertuigen op de markt toeneemt, wordt de interoperabiliteit tussen voertuigen, de laadinfrastructuur en het elektriciteitsnet steeds belangrijker. Een geharmoniseerde aanpak van interoperabiliteit op Unieniveau is essentieel om versnippering te voorkomen van bepaalde technische voorschriften die buiten het kader van de typegoedkeuring van voertuigen worden ontwikkeld, met name wat betreft de uitvoering van de herziene netcodes (een netcode voor aansluiting van verbruikers, vastgesteld bij Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie 48 en een betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, vastgesteld bij Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie 49 ). Om de geharmoniseerde capaciteiten van batterijelektrische voertuigen te waarborgen en interoperabele vehicle-to-grid-diensten mogelijk te maken, zullen voertuigen daarom aan bepaalde technische vereisten moeten voldoen. Om de interoperabiliteit tussen voertuigen, de laadinfrastructuur en het elektriciteitsnet te waarborgen, moet bij Verordening (EU) 2018/858 aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om technische voorschriften vast te stellen met betrekking tot de communicatie- en hardware-interface van puur elektrische voertuigen (PEV’s) en extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OVC-HEV’s) met de laadinfrastructuur, het elektriciteitsnet en de stationaire energiesystemen.

  12. De overgang naar duurzamer wegvervoer wordt voornamelijk gestimuleerd door de toename van de verkoop van luxe elektrische automodellen. Om de continuïteit van deze overgang te waarborgen, is het echter noodzakelijk om elektrische voertuigen betaalbaarder te maken. Gerichte regelgevende maatregelen (langere overgangsperiode voor nieuwe vereisten, gerichte stimulansen in de CO2-emissienormen voor voertuigen), financiële voordelen (zoals subsidieregelingen) en niet-financiële voordelen (zoals gereserveerde parkeerplaatsen), in voorkomend geval in overeenstemming met de regels inzake staatssteun, kunnen bijdragen tot een betere betaalbaarheid van kleine elektrische voertuigen. In het typegoedkeuringskader is momenteel echter geen wettelijke definitie van een klein elektrisch voertuig opgenomen. Daarom is het passend om onder de bestaande voertuigcategorie M1 een subcategorie in te voeren.

  13. Bij het vaststellen van de toepassingsdatums van toekomstige motorvoertuigvoorschriften die betrekking hebben op deze nieuwe subcategorie van kleine elektrische voertuigen, moet rekening worden gehouden met het proportioneel grotere effect dat nieuwe voorschriften kunnen hebben op de ontwikkelingskosten van deze voertuigen ten opzichte van zwaardere en duurdere voertuigen.

  14. Zoals aangekondigd in het Industrieel actieplan voor de Europese autosector zal de Commissie een aanbeveling opstellen met opties voor stimuleringsregelingen die effectief zijn gebleken bij het bevorderen van het gebruik van emissievrije voertuigen en die in overeenstemming zijn met de mededingingsregels. Op basis van de nieuwe subcategorie van kleine elektrische voertuigen zouden ook aanbevelingen aan de lidstaten kunnen worden gedaan voor financiële maatregelen (bv. aankoopsubsidies, belastingvrijstellingen, vrijstellingen van tolheffing) en niet-financiële maatregelen (bv. toewijzing van parkeerrechten op basis van grootte, speciale laadinfrastructuur enz.) .

  15. In artikel 3, lid 1, van Richtlijn 92/6/EEG van de Raad 50 betreffende de installatie en het gebruik van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën voertuigen is bepaald dat snelheidsbegrenzers moeten worden geïnstalleerd en gebruikt in voertuigen van de categorieën N2 en N3. Op grond van dat artikel mogen dergelijke voertuigen alleen op de weg worden gebruikt indien zij met een snelheidsbegrenzer zijn uitgerust. Het voorschrift inzake de installatie is bij Verordening (EU) 2019/2144 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen in de wetgeving inzake de typegoedkeuring van motorvoertuigen.

  16. Het kan voorkomen dat lichte batterijelektrische bedrijfsvoertuigen door het gewicht van de batterij zwaarder zijn dan 3,5 ton en daarom zijn onderworpen aan de verplichting om met snelheidsbegrenzers te worden uitgerust, hoewel zij hetzelfde laadvermogen en dezelfde gebruiksdoeleinden hebben als lichte bedrijfsvoertuigen met een verbrandingsmotor die niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2019/2144 vallen. Die verplichting brengt onnodige kosten met zich mee voor voertuigfabrikanten en ondernemingen die dergelijke voertuigen aanschaffen, waardoor de toename van het aantal emissievrije lichte bedrijfsvoertuigen wordt vertraagd. Het is daarom passend om emissievrije voertuigen van categorie N2 met een technisch toelaatbare maximummassa tussen 3,5 en 4,25 ton vrij te stellen van de verplichting om met een snelheidsbegrenzer te zijn uitgerust.

  17. Fabrikanten van voertuigen van de categorieën M1 en N1 zijn uit hoofde van bijlage V bij Verordening (EU) 2024/1257 verplicht om laboratoriumtests van motoren bij lage temperatuur uit te voeren. Aangezien de temperatuuromstandigheden van de laboratoriumtest bij lage temperatuur voor emissies worden gedekt door de tests op de weg van de emissies van gasvormige verontreinigende stoffen en PN onder reële rijomstandigheden, wordt naleving van de emissievoorschriften bij lage temperatuur (bij –7 °C) aangetoond door naleving van de voorschriften betreffende emissies onder reële rijomstandigheden (van –7 °C tot 38 °C). Om de kosten voor fabrikanten in verband met de specifieke voorschriften van bijlage V bij Verordening (EU) 2024/1257 te verminderen, is het daarom passend om het voorschrift inzake laboratoriumtests bij lage temperatuur te schrappen, aangezien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de milieunormen die door de test van emissies onder reële rijomstandigheden worden gewaarborgd.

  18. In bijlage V bij Verordening (EU) 2024/1257 is bepaald dat voor het testen van motoren van zware bedrijfsvoertuigen demonstratietests vereist zijn voor alle toepasselijke brandstoffen en voertuigypen waarvoor typegoedkeuring wordt verleend. Om de administratieve kosten in verband met die tests aanzienlijk te verminderen zonder afbreuk te doen aan de milieunormen, is het passend om in de tabellen 1, 2, 3, 4, 7 en 8 van bijlage V testvoorschriften op voertuigcategorieniveau in te voeren.

  19. In Verordening (EU) 2024/1257 worden systemen voor boordmonitoring (OBM-systemen) en instrumenten voor de monitoring van het brandstof- en elektriciteitsverbruik aan boord (OBFCM-instrumenten) geïntroduceerd, die bedoeld zijn om realtime nalevingscontroles, harmonisatie-inspanningen, toezicht op de levenscyclus, lagere testkosten en gestroomlijnde handhavingsmaatregelen te vergemakkelijken. Om OBM- en OBFCM-gegevens efficiënt te kunnen ontvangen, verwerken en opslaan, moet worden verduidelijkt dat de bevoegdheid van de Commissie om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen ook betrekking heeft op het vaststellen van de methoden en voorschriften die nodig zijn voor het toezicht op de conformiteit van voertuigtypen.

  1. Om de juridische duidelijkheid te waarborgen na de intrekking van Verordening (EU) nr. 540/2014, die een bepaling tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad 51 bevat, is het noodzakelijk om in deze verordening te voorzien in de intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad. Om voertuigfabrikanten voldoende tijd te geven om hun productieprocessen aan te passen, is het passend te voorzien in een overgangsperiode waarin voertuigen nog steeds overeenkomstig Verordening (EU) nr. 540/2014 kunnen worden goedgekeurd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 561/2006 wordt als volgt gewijzigd:

  1. het volgende punt f bis) wordt ingevoegd:

“f bis) voor goederenvervoer gebruikte voertuigen die worden aangedreven met elektriciteit, met een toegestane maximummassa, met inbegrip van de massa van de aanhangwagens of opleggers, van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 4,25 ton;”;

  1. het volgende punt s) wordt toegevoegd:

“s) kampeerwagens, zoals gedefinieerd in deel A, punt 5.1, van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858, die uitsluitend worden gebruikt voor niet-commercieel vervoer.”.

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EU) 2018/858

Verordening (EU) 2018/858 wordt als volgt gewijzigd:

  1. aan artikel 5 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

“4. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening door technische voorschriften vast te stellen met betrekking tot de communicatie en hardware-interface van puur elektrische voertuigen (PEV’s) en extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OVC-HEV’s) met de oplaadinfrastructuur, het elektriciteitsnet en de stationaire energiesystemen die slimme en bidirectionele oplaadfunctionaliteiten kunnen ondersteunen.”;

  1. de bijlagen I en II worden gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Wijziging van Verordening (EU) 2019/2144

Aan artikel 9 van Verordening (EU) 2019/2144 wordt het volgende lid 5 bis toegevoegd:

“5 bis. Voertuigen van categorie N2 die worden aangedreven door elektriciteit, met een technisch toelaatbare maximummassa tussen 3,5 en 4,25 ton, hoeven niet te worden uitgerust met een snelheidsbegrenzer overeenkomstig VN-Reglement nr. 89.”.

Artikel 4

Wijziging van Verordening (EU) 2024/1257

Verordening (EU) 2024/1257 wordt als volgt gewijzigd:

  1. artikel 14, lid 4, punt j), wordt vervangen door:

“j) de methoden, voorschriften en tests, met inbegrip van nalevingsdrempels, om de prestaties van OBFCM-instrumenten, OBD- en OBM-systemen en de sensoren van die instrumenten en systemen, alsook communicatie buiten het voertuig van door deze instrumenten en systemen geregistreerde gegevens te waarborgen, waaronder met het oog op het monitoren van de conformiteit van voertuigtypen;”;

  1. bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 5

Intrekkingen

  1. Verordening (EU) nr. 540/2014 wordt ingetrokken.

  2. Richtlijn 70/157/EEG wordt ingetrokken met ingang van 1 juli 2027.

Artikel 6

Overgangsbepalingen

Conformiteitscertificaten voor nieuwe voertuigen die na [OP: please insert the date of entry into force of this Regulation] zijn geproduceerd en vóór 1 juli 2028 zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 540/2014, blijven geldig voor de toepassing van de artikelen 48 en 49 van Verordening (EU) 2018/858.

Artikel 7

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van [on the twentieth day following that of its publication in the Official Journal of the European Union]. Artikel 3 is echter van toepassing met ingang van … [the transposition date in the proposal amending Directive 92/6].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg,



FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

3

Benaming van het voorstel/initiatief3

Betrokken beleidsterreinen3

Doelstelling(en)3

Algemene doelstelling(en)3

Specifieke doelstelling(en)3

Verwachte resultaten en gevolgen3

Prestatie-indicatoren3

Het voorstel/initiatief betreft:4

Motivering van het voorstel/initiatief4

Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6

Wijzen van uitvoering van de begroting6

8

Regels inzake monitoring en rapportage8

Beheers- en controlesystemen8

Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

10

Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

Kredieten uit goedgekeurde begroting12

Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

24

Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

Totaal kredieten24

Geraamde personeelsbehoeften25

Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

Totale personeelsbehoeften26

Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

Bijdragen van derden28

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

29

Voorschriften met digitale relevantie30

Gegevens30

Digitale oplossingen31

Interoperabiliteitsbeoordeling31

Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

 een nieuwe actie

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 52

 de verlenging van een bestaande actie

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

 beperkte geldigheidsduur

  •    van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

  •    financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

  • uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

  • gevolgd door een volledige uitvoering.

 Direct beheer door de Commissie

  •  door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

  •    door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

  •  derde landen of de door hen aangewezen organen

  •  internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

  •  de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

  •  de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

  •  publiekrechtelijke organen

  •  privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

  •  privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

  •  organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

  • in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

  • Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 53

van EVA-landen 54

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 55

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

  • Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

 

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek van het meerjarig financieel
kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

voor DG <…….>

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

voor DG <…….>

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven”

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

0,000

Betalingen

(2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

0,000

Betalingen

(2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven”

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Type 56

Gem. kosten

Nr.

Kosten

Nr.

Kosten

Nr.

Kosten

Nr.

Kosten

Nr.

Kosten

Nr.

Kosten

Nr.

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 57

— Output

— Output

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

  •    Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

Raming in voltijdequivalenten (vte’s)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

— centrale diensten

0

0

0

0

— EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

— centrale diensten

0

0

0

0

— EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

— centrale diensten

0

0

0

0

— EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.

De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.

De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Het voorstel/initiatief:

  •    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

  •    vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

  •    vereist een herziening van het MFK

Het voorstel/initiatief:

  •    voorziet niet in medefinanciering door derden

  •    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

  •    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

  •    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

    •    voor de eigen middelen

    •    voor overige ontvangsten

    •    geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 58

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

Verwijzing naar voorschrift

Beschrijving van voorschrift

Betrokken actoren

Processen op hoog niveau

Categorieën

Artikel 2, lid 1

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening door technische voorschriften vast te stellen met betrekking tot de communicatie en hardware-interface van puur elektrische voertuigen (PEV’s) en extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OVC-HEV’s) met de oplaadinfrastructuur, het elektriciteitsnet en de stationaire energiesystemen die slimme en bidirectionele oplaadfunctionaliteiten kunnen ondersteunen.

Europese Commissie

Nationale instanties

Marktdeelnemers

Uitwisseling van gegevens

Gegevens

Artikel 4, lid 1

De Commissie neemt, indien nodig in samenwerking met de lidstaten, maatregelen om ervoor te zorgen dat OBM- en OBFCM-gegevens op een geharmoniseerde wijze worden ontvangen, verwerkt en opgeslagen.

Europese Commissie

Nationale instanties

Marktdeelnemers

Uitwisseling van gegevens

Gegevens

Artikel 4, lid 2

De methoden, maatregelen, voorschriften en tests, met inbegrip van nalevingsdrempels, om de prestaties van OBFCM-instrumenten, OBD- en OBM-systemen en de sensoren van die instrumenten en systemen, alsook communicatie buiten het voertuig van door deze instrumenten en systemen geregistreerde gegevens te waarborgen

Europese Commissie

Nationale instanties

Marktdeelnemers

Gegevens

Soort gegevens

Verwijzing naar voorschrift(en)

Standaard en/of specificatie (indien van toepassing)

Gegevens in verband met de communicatie van puur elektrische voertuigen (PEV) en extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OVC-HEV) met de oplaadinfrastructuur, het elektriciteitsnet en de stationaire energiesystemen die slimme en bidirectionele oplaadfuncties ondersteunen

Artikel 2

De Commissie neemt maatregelen tot vaststelling van de technische specificaties.

OBM- en OBFCM-gegevens

Artikel 4

De Commissie neemt maatregelen tot vaststelling van de technische specificaties.

Afstemming op Europese datastrategie

Toelichting hoe het voorschrift of de voorschriften zijn afgestemd op de Europese datastrategie

De Commissie neemt maatregelen om aan te sluiten bij de Europese datastrategie.

Afstemming op eenmaligheidsbeginsel

Toelichting hoe het eenmaligheidsbeginsel in aanmerking is genomen en hoe is nagegaan of bestaande data kunnen worden hergebruikt

Het eenmaligheidsbeginsel wordt in de gedelegeerde handelingen in aanmerking genomen.

Toelichting hoe nieuw gecreëerde data vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn en aan hoge standaarden voldoen

Alle details worden beschreven in toekomstige gedelegeerde handelingen.

Datastromen

Korte beschrijving van de datastromen

Soort gegevens

Verwijzing naar voorschrift(en)

Actoren die de gegevens verstrekken

Actoren die de gegevens ontvangen

Aanleiding voor uitwisseling van gegevens

Frequentie (indien van toepassing)

Gegevens in verband met de communicatie van puur elektrische voertuigen (PEV) en extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OVC-HEV) met de oplaadinfrastructuur, het elektriciteitsnet en de stationaire energiesystemen die slimme en bidirectionele oplaadfuncties ondersteunen

Artikel 2

Voertuigfabrikanten

Netbeheerders

Andere marktdeelnemers

Voertuigfabrikanten

Netbeheerders

Andere marktdeelnemers

//

//

OBM- en OBFCM-gegevens

Artikel 4

Voertuigfabrikanten

Europese Commissie

Lidstaten

//

//

Digitale oplossing

Verwijzing naar voorschrift(en)

Belangrijkste vereiste functies

Bevoegde instantie

Hoe wordt gezorgd voor toegankelijkheid?

Hoe wordt herbruikbaarheid in aanmerking genomen?

Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing)

Geharmoniseerde OBM/OBFCM-gegevensinfrastructuur op EU-niveau

Artikel 4

De Commissie neemt maatregelen om de functionaliteiten vast te stellen.

Europese Commissie

De toegankelijkheidsvoorschriften worden in de maatregelen in aanmerking genomen.

De vereisten omtrent herbruikbaarheid worden in de maatregelen in aanmerking genomen.

//

Digitale oplossing 1

Digitale en/of sectorale beleidsmaatregelen (indien van toepassing)

Zo is gezorgd voor afstemming

AI-verordening

//

EU-kader voor cyberbeveiliging

Worden in de maatregelen in aanmerking genomen.

eIDAS

Worden in de maatregelen in aanmerking genomen.

Eén digitale toegangspoort en IMI

Worden in de maatregelen in aanmerking genomen.

Andere

//

Digitale overheidsdienst of categorie digitale overheidsdiensten

Beschrijving

Verwijzing naar voorschrift(en)

Interoperabel Europa-oplossing(en)

(NIET VAN TOEPASSING)

Andere interoperabiliteitsoplossing(en)

Gestroomlijnde monitoring van de werkelijke prestaties van voertuigen onder Euro 7

Gestroomlijnde monitoring van de werkelijke prestaties van voertuigen onder Euro 7

Artikel 4

//

Digitale overheidsdienst 1

Beoordeling

Maatregel(en)

Mogelijke resterende belemmeringen (indien van toepassing)

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid.

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten

Worden vastgesteld in de maatregelen.

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de data

Worden vastgesteld in de maatregelen.

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en standaarden.

Worden vastgesteld in de maatregelen.

Beschrijving van de maatregel

Verwijzing naar voorschrift(en)

De rol van de Commissie

(indien van toepassing)

Te betrekken actoren

(indien van toepassing)

Verwacht tijdschema

(indien van toepassing)

De Commissie neemt maatregelen tot vaststelling van de gemeenschappelijke technische specificaties.

Artikel 2

Artikel 4

De Commissie stelt die handelingen vast

Lidstaten

Marktdeelnemers

/ /

BIJLAGEN bij VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006, (EU) 2018/858, (EU) 2019/2144 en (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vereenvoudiging van de technische voorschriften en testprocedures voor motorvoertuigen en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad en Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad

Straatsburg, 16.12.2025

COM(2025) 993 final

{SWD(2025) 1056 final}

BIJLAGE I

Bijlage V bij Verordening (EU) 2024/1257 wordt als volgt gewijzigd:

  1. in tabel 1 wordt de vermelding “Laboratoriumtest bij lage temperatuur voor emissies” geschrapt;

  2. in tabel 2 wordt de vermelding “Laboratoriumtest bij lage temperatuur voor emissies” geschrapt;

  3. in tabel 3 wordt de vermelding “Verontreinigende gassen, PN bij tests op de weg (RDE) voor elke brandstof en voor de toepasselijke voertuigcategorieën (M2, M3, N2 en N3)” vervangen door:

“Verontreinigende gassen, PN bij tests op de weg (RDE) voor elke brandstof en voor de toepasselijke voertuigcategorieën (M2, M3, N2 en N3)

Vereiste demonstratietests voor alle brandstoffen waarvoor de typegoedkeuring wordt verleend per voertuigcategorie en een verklaring van overeenstemming voor alle brandstoffen, alle ladingen en alle toepasselijke voertuigcategorieën (*4)

Niet vereist

Verplichte test op een voertuig met om het even welke brandstof en van om het even welke voertuigcategorie en met om het even welke lading voor alle motortypen om de twee jaar (*5) ”;

  1. in tabel 4 wordt de vermelding “Verontreinigende gassen en PN bij tests op de weg (RDE) voor elke brandstof en voor de toepasselijke voertuigcategorieën (M2, M3, N2 en N3)” vervangen door:

“Verontreinigende gassen en PN bij tests op de weg (RDE) voor elke brandstof en voor de toepasselijke voertuigcategorieën (M2, M3, N2 en N3)

Vereiste demonstratietests voor alle brandstoffen waarvoor de typegoedkeuring wordt verleend per voertuigcategorie en een verklaring van overeenstemming voor alle brandstoffen, alle ladingen en alle toepasselijke voertuigcategorieën (*7)

(Zie motorvereisten)

Jaarlijks vereist voor een afdoend aantal voertuigcategorieën met om het even welke brandstof en van om het even welke voertuigcategorie die onder de emissietypegoedkeuring vallen (*8)

Facultatief

Vereist/facultatief

Facultatief”;

  1. in tabel 7 wordt in de vermelding “Verontreinigende gassen, PN bij tests op de weg (RDE) voor elk type brandstof en voor de toepasselijke voertuigcategorieën (M2, M3, N2 en N3)” de tekst in de tweede kolom vervangen door:

“Vereiste demonstratietests voor alle brandstoffen waarvoor de typegoedkeuring wordt verleend per voertuigcategorie en een verklaring van overeenstemming voor alle brandstoffen, alle ladingen en alle toepasselijke voertuigcategorieën”;

  1. in tabel 8 wordt in de vermelding “Verontreinigende gassen, PN bij tests op de weg (RDE) voor elk type brandstof en voor de toepasselijke voertuigcategorieën (M2, M3, N2 en N3)” de tekst in de tweede kolom vervangen door:

“Vereiste demonstratietests voor alle brandstoffen waarvoor de typegoedkeuring wordt verleend per voertuigcategorie en een verklaring van overeenstemming voor alle brandstoffen, alle ladingen en alle toepasselijke voertuigcategorieën”.

BIJLAGE II

De bijlagen I en II bij Verordening (EU) 2018/858 worden als volgt gewijzigd:

  1. in deel A van bijlage I wordt na punt 2.3.1 het volgende punt 2.4 ingevoegd:

“2.4. Klein elektrisch voertuig:

2.4.1. Onder “klein elektrisch voertuig” wordt verstaan een puur elektrisch voertuig van categorie M1, met een lengte van maximaal 4,2 meter.

Voor deze subcategorie wordt de letter “E” als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie (M1) wordt aangeduid.”;

  1. bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

    1. deel I wordt als volgt gewijzigd:

      1. i) de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138 *

[wijzigingenreeks 01]

X

X

X

X

X

X

”;

_________

* Reglement nr. 138 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van stille wegvoertuigen wat hun beperkte hoorbaarheid betreft [2017/71] (PB L 9 van 13.1.2017, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/71(1)/oj )”;

  1. ii) de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51**

[wijzigingenreeks 03]

X

X

X

X

X

X

VN-Reglement nr. 59***

[wijzigingenreeks 03]

X

_________

** Reglement nr. 51 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van motorvoertuigen op ten minste vier wielen wat hun geluidsemissie betreft [2018/798] (PB L 138 van 4.6.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/798/oj ).

*** Reglement nr. 59 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van vervangende geluiddempingssystemen [2025/844] (PB L, 2025/844, 30.4.2025, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2025/844/oj )”;

  1. aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

    1. i) tabel 1 wordt als volgt gewijzigd:

      1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

A

A

A

A”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

A

A

A

A”;

  1. ii) tabel 2 wordt als volgt gewijzigd:

    1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X

X

X

”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

A

A

X (voor handmatige rijmodus)
A (voor volledig geautomatiseerde rijmodus)

Testtoestand nodig. De fabrikant bepaalt met instemming van de technische dienst hoe de test wordt uitgevoerd overeenkomstig de technische motivering. De hoogst gemeten waarde in handmatige en/of zelfrijdende modus wordt in aanmerking genomen voor typegoedkeuring.

Voertuigen waarvan het totale geluidsniveau, met een marge van + 3 dB(A), voldoet aan de voorschriften van punt 6.2.8 van VN-Reglement nr. 138(1), hoeven niet met een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem (Acoustic Vehicle Alerting System — AVAS) te worden uitgerust. De voorschriften van punt 6.2.8 van dat reglement voor tertsbanden en die van punt 6.2.3 van dat reglement voor de frequentieverschuiving zoals gedefinieerd in punt 2.4 van dat reglement (“frequentieverschuiving”), zijn niet van toepassing op die voertuigen om de noodzaak van een AVAS te bepalen, ongeacht of het voertuig tijdens de test handmatig of automatisch wordt bestuurd.

Het punt R van de bestuurdersstoel wordt beschouwd als het laagste punt R van de passagiersstoelen op de eerste stoelenrij.

De gebruikte testprocedure/bijzondere voorziening moet in het testrapport worden geregistreerd.”;

  1. in deel II worden in de tabel de vermeldingen voor de nummers B14 en G1 geschrapt;

  2. deel III wordt als volgt gewijzigd:

    1. i) in aanhangsel 1 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

      1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X

X

X

X”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

X

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.”;

  1. de vermelding voor nummer GA1 wordt vervangen door:

“GA1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

X

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G

Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.”;

  1. ii) in aanhangsel 2 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

    1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X

X

X

X

X

X

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

X

X

X

X

X

X

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. de vermelding voor nummer GA1 wordt vervangen door:

“GA1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

X

X

X

X

X

X

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. iii) in aanhangsel 3 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

    1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
De lengte van het uitlaatsysteem mag worden gewijzigd zonder nieuwe tests, op voorwaarde dat de uitlaattegendruk dezelfde blijft.”;

  1. de vermelding voor nummer GA1 wordt vervangen door:

“GA1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
De lengte van het uitlaatsysteem mag worden gewijzigd zonder nieuwe tests, op voorwaarde dat de uitlaattegendruk dezelfde blijft.”;

  1. iv) in aanhangsel 4 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

    1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X

X

X

X

X

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. de vermelding voor nummer GA1 wordt vervangen door:

“GA1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

G
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper met niet meer dan 2,0 m is toegestaan zonder nieuwe tests.

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. v) in aanhangsel 5 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

    1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
Uitsluitend met het complete/voltooide voertuig uit te voeren test. Het voertuig kan worden getest overeenkomstig VN-Reglement nr. 51 of Richtlijn 70/157/EEG (tot en met 30 juni 2027). De volgende grenswaarden zijn van toepassing, ongeacht de voertuigvoorwaarden, zoals motortype, type versnellingsbak en eventuele subcategorieën:

a) 81 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van minder dan 75 kW; 

b) 83 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 75 kW of meer, maar minder dan 150 kW; 

c) 84 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 150 kW of meer.”;

  1. de vermelding voor nummer GA1 wordt vervangen door:

“GA1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
Uitsluitend met het complete/voltooide voertuig uit te voeren test. Het voertuig kan worden getest overeenkomstig VN-Reglement nr. 51 of Richtlijn 70/157/EEG (tot en met 30 juni 2027). De volgende grenswaarden zijn van toepassing, ongeacht de voertuigvoorwaarden, zoals motortype, type versnellingsbak en eventuele subcategorieën:

a) 81 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van minder dan 75 kW;

b) 83 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 75 kW of meer, maar minder dan 150 kW; 

c) 84 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 150 kW of meer.”;

  1. vi) in aanhangsel 6 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

  1. de vermelding voor nummer B14 wordt vervangen door:

“B14

Akoestische voertuigwaarschuwingssystemen

VN-Reglement nr. 138

X

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. de vermelding voor nummer G1 wordt vervangen door:

“G1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
Uitsluitend met het complete/voltooide voertuig uit te voeren test. Het voertuig kan worden getest overeenkomstig VN-Reglement nr. 51 of Richtlijn 70/157/EEG (tot 30 juni 2027). De volgende grenswaarden zijn van toepassing, ongeacht de voertuigvoorwaarden, zoals motortype, type versnellingsbak en eventuele subcategorieën:

a) 81 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van minder dan 75 kW; 

b) 83 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 75 kW of meer, maar minder dan 150 kW; 

c) 84 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 150 kW of meer.

niet binnen toepassingsgebied”;

  1. de vermelding voor nummer GA1 wordt vervangen door:

“GA1

Geluidsniveau

VN-Reglement nr. 51

G
Uitsluitend met het complete/voltooide voertuig uit te voeren test. Het voertuig kan worden getest overeenkomstig VN-Reglement nr. 51 of Richtlijn 70/157/EEG (tot 30 juni 2027). De volgende grenswaarden zijn van toepassing, ongeacht de voertuigvoorwaarden, zoals motortype, type versnellingsbak en eventuele subcategorieën: 

a) 81 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van minder dan 75 kW; 

b) 83 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 75 kW of meer, maar minder dan 150 kW; 

c) 84 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 150 kW of meer.

niet binnen toepassingsgebied”.