Hof van Justitie EU 25-06-1964 ECLI:EU:C:1964:50
Hof van Justitie EU 25-06-1964 ECLI:EU:C:1964:50
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 25 juni 1964
Uitspraak
Beschikking van het Hof
van 25 juni 1965(1)
In de gevoegde zaken :
106-63
DE COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP C. TÖPFER,
gevestigd te Hamburg,
vertegenwoordigd door haar enige procuratiehouder A. Schultz,
en
107-63
DE VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID GETREIDE-IMPORT GESELLSCHAFT,
gevestigd te Duisburg,
vertegenwoordigd door haar bestuurders, W. Specht en W. Breder,
verzoeksters,bijgestaan door Mr. W. Hempel, advocaat te Hamburg,
en
Mr. K. Redeker, advocaat te Bonn (laatstgenoemde alleen voor de zaak 107-63),
ten deze domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Mr. G. Reuter, advocaat en procureur, 7, avenue de l'Arsenal, aldaar,
tegenCOMMISSIE VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,
verweerster,
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt:
A. M. Donner, President,
Ch. L. Hammes (Rapporteur) en A. Trabucchi, Kamerpresidenten,
L. Delvaux, R. Rossi, R. Lecourt, W. Strauß, Rechters,
Advocaat-Generaal: K. Roemer,
Griffier: A. Van Houtte,
de volgende
BESCHIKKING
Overwegende dat verweerster in haar op 21 februari 1964 gedeponeerde memorie het Hof heeft verzocht uitspraak te doen over de ontvankelijkheid van de beroepen 106-63 en 107-63 zonder daarbij op de zaak ten principale in te gaan en die beroepen als zijnde niet-ontvankelijk te verwerpen met veroordeling van verzoeksters in de proceskosten;
dat verzoeksters bij antwoord van 13 april 1964 het Hof hebben verzocht het incidentele verzoek van verweerster tot verkrijging van een uitspraak over de ontvankelijkheid der beroepen te verwerpen, subsidiair de opgeworpen exceptie met de hoofdzaak te voegen;
dat de mondelinge behandeling van deze exceptie plaats vond op 28 mei 1964;
dat de Adovcaat-Generaal in zijn op 11 juni 1964 genomen conclusie het Hof heeft voorgesteld op het verzoek van verweerster eerst recht te doen nadat de behandeling van de hoofdzaak zal zijn afgesloten;
Overwegende dat er in deze stand van het geding aanleiding bestaat dit voorstel te volgen, daar de vragen, de ontvankelijkheid der beroepen rakende, naar 's Hofs oordeel verknocht zijn met die welke zich bij de behandeling van de zaak ten principale voordoen;
Gelet op de artikelen 69 en 91 van het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie;
Gehoord de conclusie van de Advocaat-Generaal;
HET HOF VAN JUSTITIE,
-
Voegt de door verweerster opgeworpen exceptie met de zaak ten principale;
-
Houdt de beslissing ten aanzien van de kosten aan.
Luxemburg, 25 juni 1964.
De Griffier,
A. Van Houtte,
De President,
A.M. Donner