Home

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 5 april 1973.

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 5 april 1973.

1 OVERWEGENDE DAT HET OP GROND VAN ARTIKEL 215, TWEEDE ALINEA, VAN HET EEG-VERDRAG INGESTELDE BEROEP DAARTOE STREKT DAT DE GEMEENSCHAP AANSPRAKELIJK ZAL WORDEN GESTELD TER ZAKE DAT VERZOEKER, WIENS CONTRACT ALS HULPFUNCTIONARIS NIET WAS VERLENGD, ALS GEVOLG VAN HET FEIT DAT DE COMMISSIE ONGUNSTIGE INLICHTINGEN OVER HEM HEEFT VERSTREKT EEN DOOR HEM BEGEERDE POST OP HET HOF VAN JUSTITIE NIET ZOU HEBBEN KUNNEN VERKRIJGEN;

DAT VERZOEKER DESWEGE BETALING VERLANGT VAN HETGEEN HIJ SEDERT DE MAAND DECEMBER 1968 - TOEN ZIJN SOLLICITATIE BIJ HET HOF VAN JUSTITIE TER ZIJDE WERD GELEGD - TOT AAN DE UITSPRAAK VAN 'S HOFS ARREST AAN SALARIS HEEFT GEDERFD, DAN WEL VAN EEN ANDER DOOR HET HOF VAST TE STELLEN BEDRAG;

DE ONTVANKELIJKHEID

2 OVERWEGENDE DAT HET BEROEP VOLGENS DE COMMISSIE NIET-ONTVANKELIJK IS OMDAT HET ER IN FEITE TOE STREKT DAT BESLUITEN WAARTEGEN NIET MEER KAN WORDEN OPGEKOMEN, TE WETEN DE NIET-VERLENGING VAN VERZOEKERS CONTRACT EN DE AFWIJZING DOOR DE COMMISSIE VAN GELDELIJKE EISEN WELKE HIJ DESWEGE HAD GESTELD, ALSNOG AAN RECHTSCONTROLE WORDEN ONDERWORPEN;

3 DAT VERZOEKER ZIJNERZIJDS BETOOGT DAT HET VERZOEK STREKT TOT VERGOEDING VAN SCHADEN GELEDEN DOORDIEN HIJ NIET BIJ HET HOF VAN JUSTITIE IN DIENST IS GENOMEN ALS GEVOLG VAN DE SLECHTE INLICHTINGEN VERSTREKT DOOR ZIJN VROEGERE WERKGEVER DIE, "MET ONRECHTMATIGE VERBREKING VAN HET DIENSTVERBAND NIET TEVREDEN", DOOR ZIJN LATER GEDRAG HET TOTSTANDKOMEN VAN EEN DIENSTVERBAND MET EEN ANDERE INSTELLING VAN DE GEMEENSCHAP HEEFT BELET;

DAT HIJ ZULKS IN DIE ZIN TOELICHT DAT OFSCHOON ZIJN VERZOEK ALLEEN STREKT TOT VERGOEDING VAN BEWEERDELIJK GELEDEN SCHADE, UIT HET HELE VROEGERE GEDRAG VAN VERWEERDER, "HET ONWETTIG ONTSLAG DAARONDER BEGREPEN", BLIJKT DAT VERWEERDER ER OP UIT WAS HEM TE BENADELEN;

4 OVERWEGENDE DAT HET VERZOEK NAAR LUID VAN HET REKWEST, ZOALS VERDUIDELIJKT IN DE MONDELINGE OPMERKINGEN GEMAAKT IN ANTWOORD OP HET INCIDENTEEL VERZOEK DER COMMISSIE DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP BETREFFENDE, STREKTE TOT TOEKENNING VAN VERGOEDING VAN SCHADEN EN INTERESTEN WEGENS BEPAALDE GEDRAGINGEN DER COMMISSIE NA AFLOOP VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST;

DAT EVENWEL VERZOEKER, DIE DE RECHTMATIGHEID VAN HET ONTSLAG OP ZICHZELF NIET IN RECHTE HEEFT BESTREDEN, HET NIET ONRECHTMATIG MAG NOEMEN NOCH OOK ZICH MAG BEROEPEN OP DE VOORWAARDEN WAARONDER HET ZOU ZIJN VERLEEND;

DAT DIT GEDEELTE VAN HET BETOOG DERHALVE BUITEN BESCHOUWING MOET BLIJVEN, WAARMEDE DE DOOR DE COMMISSIE OPGEWORPEN EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID ZONDER VOORWERP IS GERAAKT;

5 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE ZICH ER TER BESTRIJDING VAN DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP, VOOR ZOVER UITSLUITEND DE AANSPRAKELIJKHEID STRICTO SENSU BETREFFENDE, VOORTS OP BEROEPT DAT DE TERMIJNEN VAN ARTIKEL 43 VAN HET STATUUT ( EEG ) VAN HET HOF VAN JUSTITIE ZOUDEN ZIJN VERSTREKEN;

DAT VERZOEKER ZICH OOK AL OP 7 OKTOBER 1970 EN 10 FEBRUARI 1971 TOT DE COMMISSIE ZOU HEBBEN GEWEND MET VERZOEKSCHRIFTEN WAARBIJ HIJ IN WEZEN HETZELFDE VERLANGDE ALS IN HET VERZOEK IN RECHTE, ZODAT DE TERMIJN VAN ARTIKEL 43 VAN 'S HOFS STATUUT REEDS VOOR DE INDIENING VAN HET REKWEST ZOU ZIJN VERSTREKEN;

6 OVERWEGENDE DAT DIT MIDDEL VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID OP EEN ONJUISTE UITLEGGING VAN ARTIKEL 43 VAN HET STATUUT BERUST;

DAT VOLGENS DE TWEEDE ZIN VAN DIT ARTIKEL VORDERINGEN TEGEN DE GEMEENSCHAP INZAKE NIET-CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID VERJAREN VIJF JAAR NA HET FEIT DAT TOT DE VORDERING AANLEIDING HEEFT GEGEVEN;

DAT DE TWEEDE EN DERDE ZIN VAN HET ARTIKEL UITSLUITEND OP DE STUITING DER ALDUS VASTGELEGDE VERJARING BETREKKING HEBBEN;

DAT TE DIEN AANZIEN WORDT BEPAALD DAT DE VERJARING WORDT GESTUIT HETZIJ DOOR HET BIJ HET HOF INGESTELDE BEROEP HETZIJ DOOR EEN EERDER GEDAAN VERZOEK, DOOR DE BENADEELDE TOT DE BEVOEGDE INSTELLING GERICHT, MET DIEN VERSTANDE EVENWEL DAT ER IN DIT LAATSTE GEVAL VAN STUITING SLECHTS SPRAKE IS WANNEER HET VERZOEK WORDT GEVOLGD DOOR EEN BEROEP, INGESTELD BINNEN DE TERMIJNEN GENOEMD IN DE ARTIKELEN 173 DAN WEL 175 VAN HET VERDRAG;

7 DAT HIERUIT VOLGT DAT DE TOEPASSING DEZER BEPALINGEN ER IN GEEN GEVAL TOE HEEFT KUNNEN LEIDEN DAT DE VERJARINGSTERMIJN VAN VIJF JAREN, VASTGESTELD IN ARTIKEL 43 VAN HET STATUUT, EERSTE VOLZIN, WORDT VERKORT;

DAT VERZOEKER HET VERZOEK IN RECHTE BINNEN DEZE TERMIJN HEEFT GEDAAN, ZODAT HET ONTVANKELIJK IS;

TEN PRINCIPALE

8 OVERWEGENDE DAT, WIL DE GRONDSLAG VAN DE AANSPRAKELIJKHEID DER GEMEENSCHAP WORDEN VASTGESTELD, VERZOEKER ALLEREERST EEN AAN HET OPTREDEN VAN EEN DER INSTELLINGEN TOE TE SCHRIJVEN SCHADEVEROORZAKEND FEIT MOET KUNNEN BEWIJZEN;

DAT HIJ TE DIEN AANZIEN BETOOGT DAT HIJ EEN SERIEUZE KANS HEEFT GEHAD ALS ADMINISTRATEUR OP DE DOCUMENTATIEDIENST EN BIBLIOTHEEK VAN HET HOF VAN JUSTITIE TE WORDEN TE WERK GESTELD, DOCH DAT HIJ DIE KANS HEEFT GEMIST OMDAT DE COMMISSIE OVER ZIJN EERDERE STAAT VAN DIENST ONGUNSTIGE INLICHTINGEN ZOU HEBBEN VERSTREKT;

9 DAT HIJ EVENWEL NOCH VOOR HET FEIT DAT HIJ EEN KANS HAD TE WORDEN AANGEWORVEN NOCH MET BETREKKING TOT DE AARD DER INLICHTINGEN DIE DOOR DE COMMISSIE ZOUDEN ZIJN VERSTREKT ENIGERLEI BEWIJS HEEFT KUNNEN VERSCHAFFEN;

DAT AAN EEN DOOR BETROKKENE OVERGELEGD ONTWERP VAN EEN DOOR 'S HOFS DIENSTEN OPGEMAAKT STUK, DAT EEN EVENTUEEL DOOR HEM TE DOORLOPEN STAGE BETROF, DOCH SLECHTS VAN INTERNE EN VOORBEREIDENDE AARD WAS, GEEN CONCLUSIES MOGEN WORDEN VERBONDEN;

10 DAT VERZOEKER VOORTS EEN TELEGRAM VAN EEN AMBTENAAR VAN 'S HOFS ADMINISTRATIE HEEFT OVERGELEGD, WAARIN HEM TE VERSTAAN WORDT GEGEVEN DAT ZIJN KANSEN OP EEN POST DOOR "IN BRUSSEL INGEWONNEN INLICHTINGEN" SLONKEN;

DAT UIT VAGE EN STRIKT PERSOONLIJKE TELEGRAM ECHTER AL EVENMIN BLIJKT DAT ER REEDS TEVOREN CONTACT WAS OPGENOMEN OF DAT VERZOEKER NAAR EEN EVENTUELE POST ZOU HEBBEN GEINFORMEERD;

11 DAT HIJ TOT STAVING VAN ZIJN BEWERINGEN GEEN ENKEL NADER BEWIJS HEEFT GELEVERD OF ZELFS MAAR AANGEBODEN;

DAT HET UITZICHT OP EEN POST DAT HIJ STELT TE HEBBEN GEHAD EN DE INVLOED WELKE BEWEERDELIJK DOOR DE COMMISSIE VERSTREKTE ONGUNSTIGE INLICHTINGEN DAAROP ZOUDEN HEBBEN UITGEOEFEND DAN OOK NIET ANDERS DAN ALS GISSINGEN ZIJN TE BESCHOUWEN;

12 DAT HET VERZOEK DERHALVE MOET WORDEN VERWORPEN, OMDAT VERZOEKER ZELFS GEEN SCHIJN VAN BEWIJS HEEFT GELEVERD VAN ENIG FEIT TER ZAKE WAARVAN DE GEMEENSCHAP AANSPRAKELIJK ZOU KUNNEN WORDEN GESTELD;

HET HOF VAN JUSTITIE ( TWEEDE KAMER ),

RECHTDOENDE :

1 . VERWERPT HET BEROEP;

2 . VERSTAAT DAT ELK VAN BEIDE PARTIJEN DE EIGEN KOSTEN ZAL DRAGEN .

TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN 173 EN 175 VAN HET EEG-VERDRAG KAN ER NIET TOE LEIDEN DAT DE VERJARINGSTERMIJN VAN VIJF JAREN, VASTGESTELD IN ARTIKEL 43, EERSTE VOLZIN, VAN HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EEG, WORDT VERKORT .

++++

PROCEDURE - NIET-CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID - VERZOEK OM SCHADELOOSSTELLING - TERMIJN - VERJARING

( EEG-VERDRAG, ART . 173 EN 175; STATUUT VAN HET HOF EEG, ART . 43 )

TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

13 OVERWEGENDE DAT VOLGENS ARTIKEL 69, LID 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDT VERWEZEN;

DAT VERZOEKER IN HET ONGELIJK IS GESTELD;

DAT ECHTER VOLGENS ARTIKEL 70 VAN DAT REGLEMENT KOSTEN DOOR DE INSTELLINGEN GEMAAKT WEGENS DOOR DE PERSONEELSLEDEN DER GEMEENSCHAPPEN AANHANGIG GEMAAKTE BEROEPEN TE HAREN LASTE BLIJVEN;

GEZIEN DE STUKKEN;

GEHOORD HET RAPPORT VAN DE RECHTER-RAPPORTEUR;

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL;

GELET OP HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, MET NAME ARTIKEL 215, TWEEDE ALINEA;

GELET OP HET STATUUT VAN DE AMBTENAREN, MET NAME DE ARTIKELEN 90 EN 91;

GELET OP DE REGELING WELKE VAN TOEPASSING IS OP DE ANDERE PERSONEELSLEDEN, MET NAME ARTIKEL 73;

GELET OP HET PROTOCOL BETREFFENDE HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, MET NAME ARTIKEL 43;

GELET OP HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, MET NAME DE ARTIKELEN 69, 70 EN 91;

IN DE ZAAK 11-72

L . GIORDANO, VOORMALIG FUNCTIONARIS VAN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR P . CORSO, ADVOCAAT TE PALERMO, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ MEVROUW M . BELLERI, 12, RUE DE BRAGANCE,

VERZOEKER,

TEGEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR G . PINCHERLE, ALS GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ HAAR JURIDISCH ADVISEUR E . REUTER, 4, BOULEVARD ROYAL,

VERWEERSTER,

BETREFFENDE VERZOEK OM SCHADELOOSSTELLING,