Home

Hof van Justitie EU 10-01-1990 ECLI:EU:C:1990:2

Hof van Justitie EU 10-01-1990 ECLI:EU:C:1990:2

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
10 januari 1990

Uitspraak

Samenvatting
Partijen
Dictum

Trefwoorden


++++

Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Rundvlees - Restituties bij uitvoer - Bijzondere restituties voor bepaalde soorten vlees zonder been - Toekenningsvoorwaarden - Uitvoer van totale hoeveelheid van onder controle geplaatste delen van achtervoeten van grote runderen - Geen invloed van ontbreken van minieme hoeveelheid

( Verordening nr . 1964/82 van de Commissie, artikel 6, eerste alinea )

Samenvatting


Artikel 6, eerste alinea, van verordening nr . 1964/82 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been, moet aldus worden uitgelegd, dat de toekenning van de bijzondere restitutie afhangt van de uitvoer van de totale hoeveelheid van de onder controle geplaatste delen van achtervoeten . Gezien het evenredigheidsbeginsel en wanneer er geen sprake is van kwade trouw bij de exporteur, kan echter de omstandigheid dat een miniem gedeelte van die totale hoeveelheid ontbreekt, niet ertoe leiden, dat ten aanzien van het overige vlees de voorwaarde van uitvoer wordt geacht niet te zijn vervuld .

Partijen


in zaak C-101/88,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Finanzgericht Hamburg, in het aldaar aanhangig geding tussen

Firma Gebr . Gausepohl

en

Hauptzollamt Hamburg-Jonas,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 6, eerste alinea, van verordening ( EEG ) nr . 1964/82 van de Commissie van 20 juli 1982 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been ( PB 1982, L 212, blz . 48 ).

HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),

samengesteld als volgt : F . A . Schockweiler, kamerpresident, G . F . Mancini en T . F . O' Higgins, rechters,

( rechtsoverwegingen niet opgenomen )

uitspraak doende op de door het Finanzgericht Hamburg bij beschikking van 14 december 1987 gestelde vragen, verklaart voor recht :

Dictum


Artikel 6, eerste alinea, van verordening ( EEG ) nr . 1964/82 moet aldus worden uitgelegd, dat de toekenning van de bijzondere restitutie afhangt van de uitvoer van de totale hoeveelheid van de onder controle geplaatste delen van achtervoeten . De omstandigheid dat een miniem gedeelte van die totale hoeveelheid ontbreekt, mag echter, wanneer er geen sprake is van kwade trouw, niet ertoe leiden, dat de voorwaarde van uitvoer ten aanzien van het overige vlees wordt geacht niet te zijn vervuld .