Hof van Justitie EU 08-06-1989 ECLI:EU:C:1989:235
Hof van Justitie EU 08-06-1989 ECLI:EU:C:1989:235
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 8 juni 1989
Uitspraak
Trefwoorden
++++
Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Opschorting van tenuitvoerlegging van verordening waarin definitief anti-dumpingrecht wordt ingesteld - Voorwaarden - Specifieke schade
( EEG-Verdrag, artikel 185; Reglement voor de procesvoering, artikel 83, paragraaf 2 )
Samenvatting
Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat de door artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering verlangde spoedeisendheid van een verzoek in kort geding moet worden getoetst aan de vraag, of een voorlopige beslissing noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade voor de partij die om de voorlopige maatregel verzoekt .
Een onderneming die om opschorting van de toepassing van definitieve anti-dumpingsrechten verzoekt, kan voor het bewijs van de spoedeisendheid niet volstaan met het stellen van gevolgen die inherent zijn aan de instelling van een anti-dumpingrecht, te weten een prijsverhoging voor haar produkten en bijgevolg een overeenkomstige vermindering van haar marktaandeel . Een anti-dumpingrecht leidt immers naar zijn aard tot een stijging van de prijs van het betrokken produkt, omdat het juist tot doel heeft de vastgestelde dumpingmarge te compenseren en de communautaire produktie tegen de door de dumping veroorzaakte schade te beschermen .
Het bewijs dat er gevaar bestaat van een bijzonder ernstige onherstelbare schade, waardoor haar situatie zich onderscheidt van die van de andere door de instelling van anti-dumpingrechten getroffen ondernemingen, wordt niet geleverd door de onderneming die wijst op het risico dat zij definitief bepaalde markten in de Gemeenschap verliest, wanneer dat risico samenhangt met de opbouw van haar verkooporganisatie - één zelfstandige distributeur per Lid-Staat - en wanneer vaststaat dat door de instelling van een definitief anti-dumpingrecht de uiterst sterke stijging van haar verkopen op de gemeenschappelijke markt enkel wordt vertraagd .
Partijen
in zaak 69/89 R,
Nakajima All Precision Co ., te Tokio ( Japan ), vertegenwoordigd door Ch.-E . Gudin, advocaat te Parijs, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R . Faltz, advocaat aldaar, 6, rue Heine,
verzoekster,
tegen
Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H . J . Lambers, directeur bij zijn juridische dienst, en zijn juridisch adviseur E . H . Stein, als gemachtigden, bijgestaan door D . Voillemot en A . Michel, advocaten van het kantoor Gide Loyrette Nouel, te Parijs en Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J . Kaeser, directeur van de juridische dienst van de Europese Investeringsbank, 100, boulevard Konrad-Adenauer,
verweerster,
ondersteund door
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E . de March, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
interveniënte,
betreffende primair een verzoek tot opschorting van de toepassing ten aanzien van verzoekster van verordening nr . 3651/88 van de Raad van 23 november 1988 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van seriële impact dot matrix-printers van oorsprong uit Japan ( PB 1988, L 317, blz . 33 ).
De president,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende bij voorraad, beschikt :
Dictum
1 ) Het verzoek wordt afgewezen .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .