Home

Hof van Justitie EU 10-11-1992 ECLI:EU:C:1992:426

Hof van Justitie EU 10-11-1992 ECLI:EU:C:1992:426

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
10 november 1992

Conclusie van advocaat-generaal

C. Gulmann

van 10 november 1992(*)

Mijnheer de President,

mijne beren Rechters,

1. Teneinde voor zulk een belangrijk landbouwprodukt als gedistilleerde dranken goede afzetmogelijkheden te behouden, heeft de Raad verordening (EEG) nr. 1576/89 van 29 juni 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken (hierna: „basisverordening”) vastgesteld.(1) De Raad heeft overwogen dat de goede faam van deze produkten binnen de Gemeenschap en op de wereldmarkt verband houdt met de kwaliteit van de traditionele produkten. Dc meest geëigende manier om dit kwaliteitspeil te behouden is

  • enerzijds, de produkten te definiëren en daarbij rekening te houden met de tradities en gebruiken waarop deze faam berust,

  • anderzijds, het gebruik van de aldus gedefinieerde benamingen te reserveren voor produkten waarvan het kwaliteitspeil overeenkomt met dat van traditionele produkten, zulks om te voorkomen dat deze benamingen hun waarde verliezen.(2)

Artikel 1 van de verordening geeft een aantal definities, Het begrip gedistilleerde drank wordt gedefinieerd in lid 2. Lid 3 geeft een aantal inleidende definities van hetgeen men bijvoorbeeld moet verstaan onder „aromati-scring”, „blending” en „ethylalcohol uit landbouwprodukten”. Lid 4, dat van wezenlijk belang is voor het begrip van de onderhavige zaak, geeft een definitie van een aantal categorieën gedistilleerde dranken. Deze categorieën worden gedefinieerd aan de hand van verschillende kenmerken, bij voorbeeld de soort gedistilleerde drank die bij de vervaardiging, de wijze van vervaardigen, het alcoholgehalte en het suikergehalte wordt gebruikt. De twee categorieën gedistilleerde dranken waar het in deze zaak om gaat, zijn, respectievelijk brandy en likeur.

Brandy wordt in lid 4, sub e, gedefinieerd als zijnde een gedistilleerde drank

  • die wordt verkregen uit wijn-cau-dc-vic die al dan niet gcblend zijn met een wijndistillaat (...)

  • gedurende ten minste (...) is gerijpt in eikehouten recipiënten

  • met een gehalte aan vluchtige stoffen gelijk aan of meer dan (...), en

  • met een maximumgehalte aan methylalcohol van (...)

Likeur wordt in lid 4, sub r, gedefinieerd als zijnde een gedistilleerde drank met een suikergehalte van ten minste (...)

  • die wordt verkregen door aromatisering van ethylalcohol uit landbouwprodukten of van een distillaat uit landbouwprodukten of van een of meer gedistilleerde dranken zoals omschreven in deze verordening (...)

Artikel 5 van de verordening bepaalt dat de categorieën gedistilleerde dranken die voldoen aan de criteria van artikel 1, lid 4, enerzijds uitsluitend de daarin gedefinieerde benamingen mogen gebruiken en dat anderzijds het gebruik van deze benamingen verplicht is. Dit betekent bij voorbeeld dat gedistilleerde dranken die voldoen aan de criteria van het begrip „brandy”, onder deze benaming moeten worden verkocht en dat andere categorieën gedistilleerde dranken niet mogen worden verkocht onder de benaming „brandy”.

2. Artikel 6 van de verordening biedt de Commissie de mogelijkheid „bijzondere bepalingen” vast te stellen. Zij mag via deze bepalingen „de vermeldingen regelen die aan de verkoopbenaming worden toegevoegd”, zoals onder andere, „het gebruik van samengestelde aanduidingen die een van de in artikel 1, leden 2 en 4, gedefinieerde generieke benamingen bevatten”.

Op basis van artikel 6 heeft de Commissie verordening (EEG) nr. 1781/91 van 19 juni 1991 vastgesteld (hierna: „toepassingsverordening”).(3) In deze zaak staat vast dat een van de juridische gevolgen van deze verordening is geweest dat bepaalde likeuren die bij voorbeeld „orange-brandy” en „apricot-brandy” worden genoemd, onder deze samengestelde benamingen mogen worden verkocht, zelfs wanneer de gebruikte alcohol niet afkomstig is van brandy. Volgens de toepassingsverordening mogen dergelijke likeuren dus onder deze samengestelde benamingen worden verkocht, zelfs wanneer zij zijn vervaardigd op basis van alcohol uit landbouwprodukten en niet, zoals in de beginseldefinitie wordt bepaald, op basis van wijn-eau-de-vie die al dan niet geblend is met een wijndistillaat.

3. De Spaanse regering betoogt, dat dit juridisch gevolg, dat voortvloeit uit de toepassingsverordening, onwettig is en dat de verordening derhalve moet worden nietig verklaard. Het belangrijkste middel van de Spaanse regering is dat de Commissie niet bevoegd is een dergelijke uitzondering te maken op de algemene bepalingen van de basisverordening.

De Commissie, ondersteund door de Deense regering, concludeert ten principale dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, subsidiair, moet worden verworpen als zijnde ongegrond.

De ontvankelijkheid

4. De conclusies van het Koninkrijk Spanje tot nietigverklaring hebben betrekking op een bepaald gedeelte van de toepassingsverordening, namelijk artikel 7 ter, lid 3, tweede alinea.

Voor een goed begrip van de achtergrond van het probleem dat door deze afbakening van het verzoek is ontstaan en dat aan de exceptie van niet-ontvankelijkheid van de Commissie ten grondslag ligt is het dienstig het hele artikel 7 ter te citeren. Dit luidt als volgt:

„1. Voor de toepassing van artikel 6, lid 1, tweede streepje, van verordening (EEG) nr. 1576/89 mag een generieke benaming voor de vorming van een samengestelde term slechts voor de aanbiedingsvorm van een gedistilleerde drank worden gebruikt, wanneer de alcohol van die drank uitsluitend afkomstig is van de in die term genoemde gedistilleerde drank.

2. Op grond van de toestand bij de inwerkingtreding van deze verordening mogen echter voor de aanbieding van in de Gemeenschap bereide likeuren alleen de volgende samengestelde termen worden gebruikt:

  • prune-brandy

  • orange-brandy

  • apricot-brandy

  • cherry-brandy

  • solbaerrom, ook blackcurrant rum genoemd.

3. Wat de etikettering en aanbiedingsvorm van de in lid 2 genoemde likeuren betreft, moet de samengestelde term in letters waarvan het type, de grootte en de kleur gelijk zijn, op het etiket voorkomen op dezelfde regel en moet in de onmiddellijke nabijheid daarvan de term ‚likeur’ voorkomen in letters die minstens even groot zijn als die welke voor de samengestelde term zijn gebruikt.

Bovendien moet wanneer de alcohol niet van de aangegeven gedistilleerde drank afkomstig is, het etiket van deze likeuren, in hetzelfde gezichtsveld als deze vermeldingen, een verwijzing bevatten naar de aard van de bij de bereiding van die gedistilleerde drank gebruikte alcohol. Deze verwijzing omvat de vermelding welke alcohol uit landbouwprodukten is gebruikt of de vermelding ‚alcohol uit landbouwprodukten’, in beide gevallen voorafgegaan door ‚vervaardigd uit (...)’ of ‚bereid met (...)’ of ‚op basis van (...)’.”

Zoals men ziet, heeft de bepaling betrekking op het gebruik van samengestelde benamingen voor gedistilleerde dranken, in die zin dat de generieke benamingen in artikel 1, lid 4, samen met een andere term worden gebruikt. Lid 1 van dit artikel bevat de algemene regel, die op zich slechts logisch aansluit bij genoemde bepaling van de basisverordening volgens dewelke de in artikel 1, lid 4, van de basisverordening genoemde benamingen slechts mogen worden gebruikt, indien deze categorie gedistilleerde dranken voldoet aan de in de definitie genoemde criteria. De benamingen „whisky-cola” en „gin-tonic” mogen slechts worden gebruikt, indien deze produkten zijn vervaardigd volgens de in de samengestelde term geciteerde definitie van de gedistilleerde drank, namelijk respectievelijk whisky en gin, Artikel 7 ter, lid 2, geeft enkele bijzondere bepalingen voor likeuren die worden aangeduid met samengestelde termen als „orange-brandy” en „apricot-brandy”. Lid 3 geeft een aantalvoorwaarden inzake etikettering en aanbiedingsvorm van de in lid 2 vermelde likeuren, De tweede alinea, laatste zin, van lid 3, geeft een bijzondere bepaling inzake het etiketteringsvoorschrift wanneer deze categorieën gedistilleerde dranken worden vervaardigd op basis van alcohol uit landbouwprodukten.

Zoals hierboven is aangegeven, verzoekt de Spaanse regering om nietigverklaring van lid 3, tweede alinea. De Spaanse regering beschouwt artikel 7 ter als onwettig voor zover — en alleen voor zover — dit de mogelijkheid biedt alcohol uit landbouwprodukten te gebruiken teneinde een gedistilleerde drank te verkrijgen die wordt aangeduid met samengestelde termen met het woord brandy, anders gezegd, een dergelijke drank te vervaardigen op basis van een gedistilleerde drank die bij de vervaardiging van brandy niet mag worden gebruikt; dit juridisch gevolg vloeit, volgens de Spaanse regering, slechts voort uit lid 3, tweede alinea.

De Commissie betoogt, dat deze in artikel 7 ter neergelegde en door de Spaanse regering als onwettig beschouwde uitzondering op de algemene bepalingen van de basisverordening reeds in artikel 7 ter, lid 2, is voorzien.

5. Zonder enige twijfel heeft de Commissie op dit punt gelijk. De formulering van lid 2 had duidelijker mogen zijn maar de opbouw van het artikel en de in lid 2 gebruikte terminologie pleiten nogal duidelijk voor de uitlegging van de Commissie. Lid 1 van de bepaling bevat de algemene regel die overeenkomt met de belangrijkste stelling van de Spaanse regering, namelijk dat het gebruik van een samengestelde term met een van de in artikel 1, lid 4, genoemde benamingen slechts is geoorloofd indien de alcohol van dit produkt uitsluitend afkomstig is van de gedistilleerde drank die in de samengestelde term wordt genoemd. Lid 2 is een uitzondering op deze algemene bepaling. Dat blijkt al uit het gebruik van de woorden „soms, (...) mogen (...)” en bovendien uit het feit dat in het artikel sprake is van de „aanbiedingsvorm van likeuren”, met dien verstande dat uit de definitie van artikel 1, lid 4, sub r, uitdrukkelijk blijkt dat likeuren mogen worden vervaardigd op basis van een andere gedistilleerde drank dan brandy. Lid 3 bevat, gelet op de formulering, geen autonome uitzonderingen op de bepalingen van de basisverordening. Lid 3 stelt de mogelijkheid om de in lid 2 bedoelde likeuren met de in deze bepaling voorkomende benamingen te verkopen, afhankelijk van bepaalde voorwaarden. Deze interpretatie van artikel 7 ter wordt overigens bevestigd door de considerans van de toepassingsverordening, luidende als volgt:

„Om rekening te houden met de gebruiken die bij de inwerkingtreding van de [basisverordening] reeds lang bestonden, is het dienstig toe te staan dat bepaalde samengestelde likeurbenamingen verder worden gebruikt, zelfs indien de alcohol niet of niet uitsluitend van de aangegeven gedistilleerde drank afkomstig is.”

De stelling waarvan de Commissie uitgaat in haar conclusies om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, is derhalve in principe juist. De overwegingen die duidelijk op de achtergrond meespelen in het Spaanse verzoek en de juridische argumenten die door de Spaanse regering ter ondersteuning van haar conclusies zijn aangevoerd, tonen aan dat het door de Spaanse regering beoogde resultaat niet door nietigverklaring van artikel 7 ter, lid 3, tweede alinea, kan worden bereikt, maar door nietigverklaring van lid 2 dat het gebruik van samengestelde termen met het woord brandy toestaat voor likeuren, zelfs indien deze likeuren worden verkregen op basis van ethylalcohol uit landbouwprodukten.

6. De Commissie betoogt, dat het beroep „innerlijk tegenstrijdig is —voorwerp, middelen of argumenten en conclusies — en dat het mitsdien niet in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 19 van 's Hofs Statuut-EEG en artikel 38, lid 1, sub c end, van het Reglement voor de procesvoering”, en derhalve niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7. In bepaalde gevallen kan men niet uitsluiten, dat de discrepantie tussen de conclusies en de middelen ter ondersteuning van deze conclusies zodanig is, dat het nauwelijks zin heeft een uitspraak te doen over de zaak ten principale. In deze zaak is dit niet het geval. De Spaanse regering heeft conclusies strekkende tot nietigverklaring ingediend en deze met redenen omkleed. De regering heeft de relevante bepalingen verkeerd geïnterpreteerd en aldus verzocht om nietigverklaring van een bepaling die gezien haar argumentatie niet de voor nietigverklaring aangewezen bepaling is. Het is echter niet zo, dat de problemen die uit een dergelijke vergissing voortvloeien de afwijzing van het verzoek wegens niet-ontvankelijkheid ten gevolge hebben. Aan de voorwaarden in het Reglement voor de procesvoering met betrekking tot de inhoud van het verzoekschrift, is voldaan. Iets anders is het, dat de discrepantie tussen de conclusies en het voorwerp van het verzoekschrift van belang zou kunnen zijn voor de beslissing ten principale. Ik meen evenwel dat deze problemen in dit geval niet van wezenlijk belang zijn. Zo bestaat geen enkele twijfel over de werkelijke inhoud van de door de Spaanse regering ingediende conclusies, dat het namelijk in strijd is met de basisverordening dat likeuren die zijn vervaardigd op basis van ethylalcohol uit landbouwprodukten worden aangeduid met samengestelde termen met de generieke naam brandy. Voor de beslissing in deze zaak is het niet van belang of deze regel in artikel 7 ter, lid 2, of in artikel 7 ter, lid 3, tweede alinea, staat, In haar memories en tijdens de mondelinge behandeling heeft de Commissie doen blijken, dat zij de redenen en het doel van het beroep tot nietigverklaring volledig had begrepen. Het onderzoeken van de zaak ten principale zal op generlei wijze de rechten van de verdediging van de Commissie aantasten. Volgens mij is er derhalve niets op tegen, dat het Hof een uitspraak doet over de zaak ten principale.

8. De verkeerde interpretatie die ten grondslag ligt aan de formulering van de conclusies kan daarentegen van belang zijn, indien het Hof moet oordelen of de afwijkende bepaling van artikel 7 ter, voor zover zij op de basisverordening een uitzondering vormt, neerkomt op een, zoals de Spaanse regering betoogt, schending van de basisverordening. Het Hof moet mitsdien een uitspraak doen over de vraag of, gelet op de bijzondere omstandigheden van de zaak waarom het hier gaat, het mogelijk is de conclusies zodanig te wijzigen dat de zaak ten principale in het dictum van het arrest ter sprake kan worden gebracht, en wel door middel van het constateren van de onwettigheid van lid'2. De Commissie betoogt terecht, dat een nietigverklaring van lid 3, tweede alinea, volstrekt geen zin heeft. Men zou dan trouwens in een paradoxale situatie terechtkomen waarin een van de voorwaarden die moet voorkomen dat het gebruik van samengestelde termen bij de consumenten tot verwarring kan leiden, zou worden afgeschaft, terwijl de regel die de Spaanse regering in wezen als onwettig beschouwt, niet rechtstreeks door het dictum van het arrest zou worden getroffen. Over deze kwestie dient echter pas een uitspraak te worden gedaan nadat is onderzocht of men de Spaanse regering in het gelijk kan stellen dat de uitzondering van artikel 7 ter, voor zover zij inbreuk maakt op de basisverordening, onwettig is.

Ten gronde

9. Het belangrijkste door de Spaanse regering aangevoerde middel is dat de uitzondering van artikel 7 ter, die inbreuk maakt op de algemene regels, onwettig is, aangezien zij een juridische basis mist in de basisverordening.

De toepassingsverordening nr. 1781/91 van de Commissie is vastgesteld met inachtneming van artikel 6 van de basisverordening. Voor zover hier van belang, bepaalt artikel 6 het volgende:

„1. Er mogen bijzondere bepalingen worden vastgesteld ter regeling van de vermeldingen die aan de verkoopbenaming mogen worden toegevoegd. Deze bepalingen betreffen:

  • het gebruik van bepaalde termen, afkortingen of tekens,

  • het gebruik van samengestelde termen die een van de in artikel 1, leden 2 en 4, gedefinieerde generieke benamingen bevatten.

2. (...)

3. De in de leden 1 en 2 genoemde bepalingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 15. Met deze bepalingen wordt met name beoogd te voorkomen dat de in die leden bedoelde benamingen tot verwarring leiden, in het bijzonder rekening houdend met produkten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de onderhavige verordening bestaan.”

De toepassingsverordening bevat inderdaad een uitzondering in eigenlijke zin, die derogeert aan een van de belangrijkste beginselen van de basisverordening, dat in artikel 5 is neergelegd, en de vraag die derhalve kan worden gesteld is of artikel 6 dit toestaat. Het antwoord is niet zo eenvoudig. Gelet op de bewoordingen van artikel 6, kan men niet stellen dat het artikel bepaalde aanwijzingen bevat die dit toestaan. Er is slechts sprake van bijzondere bepalingen ter regeling van het gebruik van samengestelde termen met een van de in de basisverordening gedefinieerde generieke benamingen. Men kan redelijkerwijs stellen, dat dit artikel slechts een wettige basis vormt voor aanvullende regels die nodig kunnen zijn om bijzondere problemen in het kader van samengestelde termen te regelen, zonder dat er overigens sprake is van uitzonderingen op de regels van de basisverordening. Op de mogelijkheid om af te wijken wordt overigens niet gewezen in de considerans van de verordening, die slechts vermeldt dat het dienstig is „de vaststelling van uitvoeringsbepalingen van technische aard aan de Commissie toe te vertrouwen”. Onder deze omstandigheden dient te worden onderzocht of elders in de verordening aanknopingspunten zijn waaruit duidelijk genoeg blijkt dat de Commissie zich kan beroepen op de wettige basis van artikel 6 teneinde bepalingen vast te stellen die afwijken van artikel 5.(4)

10. Volgens mij dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord.

Artikel 5 van de basisverordening geeft een algemene regel inzake het gebruik van benamingen voor de in artikel 1, lid 4, gedefinieerde categorieën gedistilleerde dranken. Deze bepaling begint met de volgende woorden: „Onverminderd de krachtens artikel 6 vastgestelde bepalingen”. Uit dit voorbehoud blijkt dat in het kader van de regels die de Commissie zou gaan geven op basis van artikel 6, de Raad de Commissie zeker wenste toe te staan regels vast te stellen die afwijken van artikel 5. In dit verband zij opgemerkt, dat artikel 6, lid 3, bepaalt dat met de vastgestelde regels

„met name wordt beoogd te voorkomen dat de in die leden bedoelde benamingen tot verwarring leiden, in het bijzonder rekening houdend met produkten die op het ogenblik van inwerkingtreding van de onderhavige verordening bestaan”.

De Commissie betoogt — volgens mij terecht —, dat hieruit onder andere blijkt, dat de overeenkomstig artikel 6 verrichte rechtshandelingen eveneens, en misschien vooral, ten doel moeten hebben problemen op te lossen die zich voordoen bij produkten die van oudsher zijn verkocht onder benamingen waarvan men bij toepassing van de algemene regels van de basisverordening zou moeten afzien. De afwijkende regels dienen derhalve onder andere te worden toegepast om de mogelijkheid open te houden traditionele benamingen te gebruiken voor produkten, zelfs indien deze benamingen zich niet verdragen met de algemene regels van de verordening. De door de Commissie vastgestelde regels dienen overigens dusdanig te zijn dat de consumenten door het gebruik van deze benamingen niet in verwarring worden gebracht, hetgeen wordt voorkomen door algemene voorwaarden inzake etikettering en aanbiedingsvorm vast te stellen.

De door de Commissie overeenkomstig artikel 6 vastgestelde maatregelen, waarover door het Uitvoeringscomité voor gedistilleerde dranken advies is uitgebracht conform de in artikel 15 van de verordening gestelde regels, lijken mij overigens in concreto gerechtvaardigd. De afwijkingen zijn slechts van toepassing op een beperkt aantal samengestelde termen. De toegestane benamingen zijn in die zin traditioneel dat zij al vele jaren worden gebruikt en als zodanig reeds lang bekend zijn. Deze regels zijn verder van toepassing op gedistilleerde dranken die voldoen aan de criteria die gelden voor de benaming van likeuren en die van oudsher op basis van ethylalcohol uit landbouwprodukten zijn vervaardigd; in dit verband zij verwezen naar een passage uit de considerans van de toepassingsverordening, waarin wordt gesteld, dat

„het dienstig is toe te staan dat bepaalde samengestelde likeurbenamingen verder worden gebruikt, zelfs indien de alcohol niet of niet uitsluitend van de aangegeven gedistilleerde drank afkomstig is”.

De voorwaarden van artikel 7 ter, lid 3, inzake etikettering en aanbiedingsvorm voorkomen dat, wanneer de samengestelde benaming wordt gebruikt, de consumenten in verwarring worden gebracht.

De juistheid van deze uitlegging van artikel 6 wordt onder meer gestaafd door de door de Deense regering verstrekte informatie betreffende de onderhandelingen die voorafgaand aan de vaststelling van artikel 6 binnen de Raad hebben plaatsgevonden. De opmerkingen van de Deense regering worden weergegeven in het laatste deel van het rapport ter terechtzitting en zijn tijdens de mondelinge behandeling door de Spaanse regering niet betwist.

11. De Spaanse regering betoogt niet alleen, dat de toepassingsverordening onwettig is omdat deze een bepaling bevat die afwijkt van de in artikel 5 van de basisverordening neergelegde regel, maar betoogt eveneens nadrukkelijk, dat de toepassingsverordening onwettig is aangezien zij in strijd is met artikel 9 van de basisverordening. Artikel 9, lid 1, bepaalt dat bij een aantal in de tekst opgesomde gedistilleerde dranken, waaronder rum en brandy:

„mag niet, onder welke vorm dan ook, de voor deze dranken gereserveerde generieke benaming voorkomen, wanneer daaraan ethylalcohol uit landbouwprodukten is toegevoegd”.

Naar de mening van de Spaanse regering, bevat deze bepaling derhalve onder andere een absoluut verbod, namelijk dat een produkt met de benaming „brandy” niet mag worden vervaardigd door toevoeging van ethylalcohol uit landbouwprodukten.

Volgens de Commissie kan dit argument om verschillende redenen worden verworpen. Deze bepaling geeft in beginsel enkel een nadere uitleg van hetgeen eigenlijk rechtstreeks een gevolg is van de andere regels van de verordening. De categorieën gedistilleerde dranken zijn in de zin van deze bepaling al die dranken die overeenkomstig de definitie van artikel 1, lid 4, op basis van andere gedistilleerde dranken dan ethylalcohol uit landbouwprodukten worden vervaardigd. Het zou derhalve ab initio in strijd zijn met artikel 5 dat de in artikel 9 opgesomde gedistilleerde dranken worden aangeduid met een benaming overeenkomstig hun definitie, ingeval zij op basis van ethylalcohol uit landbouwprodukten worden vervaardigd. In dit verband kan men moeilijk aannemen, dat het verbod van artikel 9 een beperking inhoudt van de in artikel 6 neergelegde mogelijkheid tot afwijking van het in artikel 5 bedoelde verbod. Bovendien heeft de in de toepassingsverordening vermelde uitzondering in vergelijking met de algemene regels van de verordening betrekking op likeuren, dit wil zeggen, goederen die voldoen aan de criteria die voor de benaming van dit produkt gelden en die als zodanig in artikel 1, lid 4, sub r, worden gedefinieerd. De afwijkende bepaling van de toepassingsverordening geldt voor goederen die overeenkomstig hun eigen definitie op basis van ethylalcohol uit landbouwprodukten mogen worden vervaardigd en is derhalve niet van toepassing op de goederen in de zin van artikel 9. Om al deze redenen ben ik van mening, dat artikel 9 geen gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de wettigheid van de toepassingsverordening.

12. De Spaanse regering beroept zich op nog drie andere middelen.

In de eerste plaats is de regering van oordeel, dat de afwijkende regels niet voldoende met redenen zijn omkleed en mitsdien niet voldoen aan de vereisten van artikel 190 EEGVerdrag.

De Spaanse regering die, uit hoofde van haar vertegenwoordiging bij het Uitvoeringscomité voor gedistilleerde dranken, op de hoogte moest zijn van de overwegingen die aan de verordening ten grondslag liggen, kan niet met recht het motiveringsgebrek van de considerans aanvoeren. In de motivering wordt namelijk gezegd, dat om rekening te houden met de gebruiken die bij de inwerkingtreding van de basisverordening reeds lang bestonden, het dienstig is te voorzien in afwijkingsbepalingen inzake etikettering en aanbiedingsvorm teneinde verwarring met andere gedistilleerde dranken te voorkomen.(5)

Uit de motivering kan iedere belanghebbende duidelijk genoeg opmaken waarom de maatregel is genomen en het Hof kan de wettigheid ervan onderzoeken.(6)

13. In de tweede plaats betoogt de Spaanse regering, dat de toepassingsverordening de consument niet beschermt maar juist benadeelt. De regering merkt eveneens op, dat de regels van de toepassingsverordening tot gevolg hebben dat van artikel 2, lid 1, sub a, van de richtlijn 79/112/EEG van de Raad(7) wordt afgeweken. Krachtens deze bepaling dient de etikettering niet zodanig te zijn dat de koper in verwarring wordt gebracht.

Het lijkt mij duidelijk dat de in artikel 7 ter, lid 3, van de toepassingsverordening gedefinieerde vereisten voor aanbiedingsvorm en etikettering geëigende middelen zijn om te voorkomen dat de consumenten in verwarring worden gebracht, Ik ben overigens van oordeel, dat het met de toepassingsverordening mogelijk was die aanvullende regels vast te stellen, die de consument onder alle omstandigheden verzekeren van een even goede informatie als die welke men op grond van richtlijn 79/112 van de Raad zou mogen verlangen.

14. In de derde plaats betoogt de Spaanse regering, dat de afwijkende bepaling in strijd is met het non-discriminatiebeginsel als algemeen beginsel van het gemeenschapsrecht, aangezien de brandyproducenten in drie opzichten worden gediscrimineerd. In de eerste plaats, omdat de toepassingsverordening impliceert dat men de term „brandy” in de aanbiedingsvorm van een op basis van een andere alcohol bereide gedistilleerde drank kan gebruiken, terwijl de andere samengestelde gedistilleerde dranken moeten voldoen aan de algemene regels van de basisverordening. In de tweede plaats, omdat de genoemde bepaling afbreuk doet aan de reputatie van brandy, terwijl zij de reputatie van andere gedistilleerde dranken beschermt door het gebruik van deze generieke benamingen voor gedistilleerde dranken te verbieden wanneer ethylalcohol uit landbouwprodukten is toegevoegd. Deze bepaling bevoordeelt de producenten van ethylalcohol uit landbouwprodukten ten opzichte van de producenten van andere categorieën gedistilleerde dranken. In de derde plaats, omdat de producenten van „echte” apricot-brandy — dit wil zeggen, apricot-brandy vervaardigd uit brandy — in een minder gunstige concurrentiepositie terechtkomen dan de producenten die apricot-brandy op basis van ethylalcohol uit landbouwprodukten kunnen vervaardigen.

Dit middel dient te worden verworpen. De afwijkende regels zijn geen schending van het non-discriminatiebeginsel. De Spaanse regering heeft niet aangetoond, dat gelijkwaardige situaties hier verschillend worden behandeld. Volgens de beschikbare informatie en op grond van de traditionele produktiemethoden en hun traditionele benaming, rechtvaardigen de in artikel 7 ter opgesomde produkten objectief gezien de bijzondere regels inzake bestaande samengestelde termen.

15. Gelet op bovenstaande overwegingen, geef ik het Hof in overweging het beroep te verwerpen, het Koninkrijk Spanje in de kosten te verwijzen, en te verstaan dat het Koninkrijk Denemarken zijn eigen kosten zal dragen.