Hof van Justitie EU 11-07-1996 ECLI:EU:C:1996:303
Hof van Justitie EU 11-07-1996 ECLI:EU:C:1996:303
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 11 juli 1996
Uitspraak
Arrest van het Hof (Vijfde kamer)
11 juli 1996(*)
In zaak C-303/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door L. Pignataro en M. Condou-Durande, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster, tegenItaliaanse Republiek, vertegenwoordigd door professor U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door O. Fiumara, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: D. A. O. Edward, kamerpresident, J.-P. Puissochet, C. Gulmann, P. Jann en M. Wathelet (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechterrapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 juni 1996,
het navolgende
Arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 september 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1991, L 78, blz. 38; hierna: „richtlijn”), althans deze niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 11 van de richtlijn treffen de Lid-Staten de maatregelen die nodig zijn om vóór 18 september 1992 aan deze richtlijn te voldoen, en stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
3 Daar de Commissie geen kennisgeving had ontvangen van bepalingen die de Italiaanse Republiek had vastgesteld om aan de richtlijn te voldoen, maande zij op 21 december 1992 de Italiaanse regering aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Daar zij op de aanmaningsbrief geen enkel antwoord had ontvangen, deed de Commissie de Italiaanse regering op 9 december 1994 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden daaraan te voldoen.
5 Op 7 april 1995 deelde de Italiaanse regering mee, dat het Ministerie van Industrie, Handel en Kleinbedrijf met het oog op de omzetting van de richtlijn een ontwerpverordening had opgesteld, die officieel aan de andere betrokken departementen was meegedeeld. De goedkeuring door de andere bevoegde ministeries zou ophanden zijn. De Italiaanse regering zond trouwens in bijlage een kopie van de ontwerpverordening toe.
6 In die omstandigheden heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
7 De Italiaanse regering betwist niet, dat zij heeft verzuimd binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen. Zij merkt echter op, dat het interministeriële decreet in voorbereiding is.
8 Daar de richtlijn niet binnen de gestelde termijn is omgezet, moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
9 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. De Commissie heeft geconcludeerd tot verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
-
Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten, is de Italiaanse Republiek de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
-
De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Edward
Puissochet
Gulmann
Jann
Wathelet
Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 11 juli 1996.
De griffier
R. Grass
De president van de Vijfde kamer
D. A. O. Edward