Home

Hof van Justitie EU 10-01-2002 ECLI:EU:C:2002:10

Hof van Justitie EU 10-01-2002 ECLI:EU:C:2002:10

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
10 januari 2002

Conclusie van Advocaat-Generaal

C. Stix-Hackl

van 10 januari 2002(1)

1. Bij op 24 januari 2001 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging(2), of althans door de Commissie daarover niet te informeren, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen. De Commissie verzoekt verder om het Koninkrijk Spanje te verwijzen in de kosten.

2. Aangezien de Commissie tot aan het verstrijken van de termijn voor omzetting van de richtlijn op 30 oktober 1999 geen omzettingsmaatregelen waren meegedeeld en zij ook overigens geen informatie ter zake had ontvangen, heeft zij de niet-nakomingprocedure ingeleid. Nadat zij het Koninkrijk Spanje in de gelegenheid had gesteld zijn opmerkingen te maken, bracht zij op 27 juli 2000 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij het Koninkrijk Spanje aanmaande om binnen twee maanden de noodzakelijke maatregelen te nemen en de Commissie daarvan in kennis te stellen. Bij brief van 8 september 2000 verzocht de Spaanse regering om verlenging van de termijn met één maand, wat niet werd toegestaan. Bij brief van 6 december 2000 kondigde de Spaanse regering een wetsontwerp ter omzetting van de richtlijn aan, stelde zij de voltooiing van de wetgevingsprocedure tegen het eind van het jaar 2001 in het vooruitzicht en motiveerde zij de noodzakelijke nationale beraadslagingen. Daarop heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.

3. Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn.(3) Deze termijn is op 27 september 2001 verstreken, zonder dat de door de Commissie verlangde maatregelen waren genomen. De Spaanse regering deelde slechts mede dat aan de omzettingswet werd gewerkt en dat de nationale procedure liep.

4. Eveneens volgens vaste rechtspraak kunnen de lidstaten zich niet op regels van nationaal recht beroepen om de niet-tijdige omzetting van een richtlijn te rechtvaardigen.(4)

5. De gemeenschapsrechtelijke verplichtingen tot omzetting van de richtlijn volgen enerzijds rechtstreeks uit de richtlijn en anderzijds uit artikel 249, derde alinea, EG en artikel 10 EG.

6. Aangezien het Koninkrijk Spanje zijn gemeenschapsrechtelijke verplichtingen niet is nagekomen, is het beroep van de Commissie gegrond en moet de lidstaat worden veroordeeld wegens niet-nakoming en in de kosten worden verwezen.

Conclusie

7. Bijgevolg geef ik het Hof in overweging om vast te stellen:

  1. Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, is het Koninkrijk Spanje de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

  2. Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.”