Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 20 september 2011.
Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 20 september 2011.
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof EU
- Datum uitspraak
- 20 september 2011
Uitspraak
Onderwerp
Voorwerp
Enerzijds, primair, een vordering tot vaststelling dat de Commissie ten onrechte heeft nagelaten een aantal bepalingen van verordening (EG) nr. 1896/2000 van de Commissie van 7 september 2000 inzake de eerste fase van het in artikel 16, lid 2, van richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende biociden bedoelde programma (PB L 228, blz. 6) en van verordening (EG) nr. 2032/2003 van de Commissie van 4 november 2003 inzake de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van richtlijn 98/8 en houdende wijziging van verordening nr. 1896/2000 (PB L 307, blz. 1) te wijzigen en, subsidiair, een vordering tot nietigverklaring van de brief van de Commissie van 20 juli 2004 houdende afwijzing van de door verzoeksters geformuleerde verzoeken, en anderzijds, primair, een vordering tot vergoeding van de schade die verzoeksters zouden hebben geleden door het nalaten van de Commissie en subsidiair een vordering tot vergoeding van de door de brief van de Commissie van 20 juli 2004 veroorzaakte schade
Dictum
Dictum
1) De beroepen worden verworpen.
2) Arch Chemicals Inc., Arch Timber Protection Ltd, Rhodia UK Ltd, Sumitomo Chemical (UK) plc en Troy Chemical Co. BV zullen hun eigen kosten alsmede die van de Europese Commissie dragen.