„De lidstaten zien erop toen dat:
-
iedere vervoerder
-
-
is geregistreerd, zodat de bevoegde autoriteit hem in geval van niet-naleving van de eisen van deze richtlijn snel kan identificeren;
-
beschikt over een erkenning die geldig is voor elk vervoer van gewervelde dieren op één van de in bijlage I van richtlijn 90/675/EEG bedoelde grondgebieden en is verstrekt door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging of, in het geval van een in een derde land gevestigd bedrijf, door een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Unie, op voorwaarde dat de verantwoordelijke van het vervoerbedrijf zich schriftelijk ertoe heeft verbonden de eisen van de geldende communautaire veterinaire voorschriften na te leven.
-
[…]
-
-
de vervoerder
[…]
-
voor de in artikel 1, [punt 1,] sub a, bedoelde dieren die bestemd zijn voor het handelsverkeer tussen lidstaten, voor uitvoer naar derde landen, en indien de reistijd langer is dan 8 uur, overeenkomstig het model in hoofdstuk VIII van de bijlage een reisschema opstelt, dat gedurende de reis gehecht blijft aan het gezondheidscertificaat, en waarin tevens de eventuele halte- en overlaadplaatsen zijn vermeld.
[…]
-
zich ervan vergewist
-
dat het origineel van het sub b bedoelde reisschema
-
op het juiste moment door de juiste personen naar behoren wordt in- en aangevuld;
-
aan het gezondheidscertificaat wordt gehecht dat het vervoer gedurende de gehele reisduur begeleidt;
-
-
-