Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 5 mei 2008.
Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 5 mei 2008.
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 5 mei 2008
Uitspraak
Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 5 mei 2008 – Hospital Consulting e.a. / Esaote e.a.
(Zaak C‑386/07)
„Reglement voor procesvoering – Artikelen 92, lid 1, en 104, lid 3 – Communautaire mededingingsregels – Nationale regelingen inzake tarieven van honoraria van advocaten – Vaststelling van minimumhonoraria – Gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid – Vragen waarop antwoord kan worden afgeleid uit rechtspraak van Hof”
1. Mededinging – Gemeenschapsregels – Verplichtingen van lidstaten – Regeling die werking van vroegere mededingingsregelingen beoogt te versterken – Begrip (Art. 10 EG, 81 EG en 82 EG) (cf. punten 18‑27, dictum 1)
2. Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Vragen gesteld zonder voldoende precisering van juridische en feitelijke context – Vragen gesteld in context waarin nuttig antwoord is uitgesloten – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 234 EG) (cf. punten 29‑35, dictum 2)
Voorwerp
| Verzoek om een prejudiciële beslissing – Consiglio di Stato – Uitlegging van de artikelen 10 EG en 81, lid 1, EG en van richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PB L 77, blz. 36) – Vaststelling, door een nationale beroepsorganisatie, van een bindend tarief voor de prestaties van advocaten, dat onderworpen is aan goedkeuring door de minister – Nationale regeling op grond waarvan het de rechter verboden is om in het kader van rechterlijke beslissingen over de kosten af te wijken van de vastgestelde minimumhonoraria |
Dictum
|
1) |
De artikelen 10 EG en 81 EG verzetten zich niet tegen een nationale wettelijke regeling die in beginsel verbiedt om af te wijken van de minimumhonoraria die bij ministerieel besluit zijn goedgekeurd op basis van een voorstel van een beroepsorganisatie van advocaten zoals de Consiglio nazionale forense, en die de rechter tevens verbiedt om van deze minimumhonoraria af te wijken wanneer hij uitspraak doet over de kosten die de in het ongelijk gestelde partij moet vergoeden aan de andere partij. |
|
2) |
De derde door de Consiglio di Stato bij beslissing van 13 januari 2006 gestelde vraag is kennelijk niet-ontvankelijk. |