Home

Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 21 mei 2014

Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 21 mei 2014

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
21 mei 2014

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 21 mei 2014 – Toshiba/Commissie

(Zaak T‑519/09)

"Mededinging - Mededingingsregelingen - Markt van energietransformators - Beschikking houdende vaststelling van een inbreuk op artikel 81 EG en artikel 53 EER - Overeenkomst inzake de marktverdeling - Bewijs van distantiëring van het kartel - Beperking van de mededinging - Ongunstige beïnvloeding van de handel - Toetredingsbarrières - Geldboeten - Basisbedrag - Referentiejaar - Punt 18 van de richtsnoeren van 2006 voor de berekening van geldboeten - Gebruik van een fictief marktaandeel op de EER-markt"

1. MededingingAdministratieve procedureBeschikking van de Commissie waarbij een inbreuk wordt vastgesteldBewijs van de inbreuk en van de duur daarvan ten laste van de CommissieOmvang van de bewijslastVereiste mate van nauwkeurigheid van de door de Commissie in aanmerking genomen bewijzenBundel aanwijzingenRechterlijke toetsingOmvang (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 33‑41, 117, 176, 184)

2. MededingingAdministratieve procedureBeschikking van de Commissie waarbij een inbreuk wordt vastgesteldGebruik als bewijs van de verklaringen van andere ondernemingen die aan de inbreuk hebben deelgenomenToelaatbaarheidBewijskracht van de verklaringen die vrijwillig zijn afgelegd door de belangrijkste deelnemers van een mededingingsregeling teneinde in aanmerking te komen voor de toepassing van de mededeling inzake medewerking (Art. 81, lid 1, EG; mededeling 2002/C 45/03 van de Commissie) (cf. punten 46‑50)

3. MededingingAdministratieve procedureBeschikking van de Commissie waarbij een inbreuk wordt vastgesteldWijze van bewijsleveringBewijsstukkenBeoordeling van de bewijswaarde van een documentCriteriaInterne documenten van een onderneming (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 93, 94, 97)

4. MededingingsregelingenOvereenkomsten tussen ondernemingenBewijs van de inbreukGetuigenissen van de werknemers van een bij de inbreuk betrokken ondernemingBewijswaardeBeoordeling (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 149, 150)

5. GrondrechtenVermoeden van onschuldMededingingsprocedureToepasselijkheidVereiste mate van bewijskracht van de door de Commissie in aanmerking genomen bewijselementen (Art. 81 EG; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 48, lid 1) (cf. punten 156‑158)

6. MededingingsregelingenDeelneming aan vergaderingen die ertoe strekken de mededinging te verstorenOmstandigheid die, bij gebreke van distantiëring van de genomen beslissingen, de conclusie wettigt dat sprake is van deelneming aan de daaruit voortvloeiende mededingingsregelingPublieke distantiëringBeoordeling (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 206, 212, 213)

7. MededingingsregelingenAantasting van de mededingingBeoordelingscriteriaMededingingsbeperkend doelVaststelling toereikendOnderscheid tussen inbreuken naar strekking en inbreuken naar gevolg (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 227, 230, 231)

8. MededingingsregelingenOvereenkomsten tussen ondernemingenOngunstige beïnvloeding van de handel tussen de lidstatenBeoordelingscriteria (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 239‑241, 244)

9. MededingingGeldboetenBedragVaststellingOmzet die in aanmerking is genomenReferentiejaarVerplichting om het volledige laatste jaar van de inbreuk als referentie te nemenGeen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie, punt 13) (cf. punten 254, 255, 259)

10. MededingingGeldboetenBedragVaststellingCriteriaRichtsnoeren van de CommissieBasisbedrag van de geldboeteBerekening op basis van de waarde van de totale verkoop van de ondernemingen die in de betrokken geografische sector aan de inbreuk hebben deelgenomenWereldwijde overeenkomsten inzake de verdeling van de marktInaanmerkingneming van de samengevoegde verkoop van de betrokken ondernemingen op de wereldmarkt en van de beste beschikbare gegevensSchending van het evenredigheidsbeginselGeen (Art. 81, lid 1, EG; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 49, lid 3; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie, punten 13 et 18) (cf. punten 272, 274‑276, 283‑286, 288‑291)

Voorwerp

Primair, verzoek tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 7 oktober 2009 in een procedure op grond van artikel 81 EG en artikel 53 EER (zaak COMP/39.129 – Energietransformators) en, subsidiair, verzoek tot verlaging van de bij die beschikking aan verzoekster opgelegde geldboete

Dictum

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Toshiba Corp. wordt verwezen in de kosten.