Home

Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 14 december 2010.

Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 14 december 2010.

In zaak F-74/09,

betreffende een beroep ingesteld krachtens artikel 40, lid 3, van de overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese politiedienst (Europol-overeenkomst) en artikel 93, lid 1, van het Statuut voor de personeelsleden van Europol,

Werner Siegfried Gowitzke, functionaris van de Europese Politiedienst, wonende te 's-Gravenhage, vertegenwoordigd door D. C. Coppens, advocaat,

verzoeker,

tegen

Europese Politiedienst (Europol), ingesteld bij besluit van de Raad van de Europese Unie van 6 april 2009, rechtsopvolger van de voormalige Europese Politiedienst, opgericht bij de Europol-overeenkomst, vertegenwoordigd door D. Neumann en D. El Khoury als gemachtigden, bijgestaan door B. Wägenbaur, advocaat,

verweerder,

wijst

HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN (Eerste kamer),

samengesteld als volgt: S. Gervasoni, kamerpresident, H. Kreppel en M. I. Rofes i Pujol (rapporteur), rechters,

griffier: W. Hakenberg,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 27 april 2010,

het navolgende

Arrest

1. Bij verzoekschrift, binnengekomen ter griffie van het Gerecht bij fax van 10 september 2009 (de neerlegging van het origineel heeft op 16 september daaraanvolgend plaatsgevonden), vraagt W. S. Gowitzke met name om nietigverklaring van het aanhangsel van 16 februari 2009 bij zijn arbeidsovereenkomst, waarbij de Europese Politiedienst zijn ambt van salarisschaal 6 heeft opgewaardeerd naar salarisschaal 5 en het niveau van het aanvangssalaris heeft vastgesteld op de eerste salaristrap van die salarisschaal.

Toepasselijke bepalingen

2. Artikel 27 van het Statuut voor de personeelsleden van Europol, dat op 3 december 1998 door de Raad van de Europese Unie is vastgesteld (PB 1999, C 26, blz. 23) krachtens artikel 30, lid 3, van de overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese politiedienst (Europol-overeenkomst) (hierna: "Europol-statuut"), in de op de feiten van de onderhavige zaak toepasselijke versie, luidt:

"De Europol-functionaris wordt bij zijn aanstelling ingedeeld in de laagste salaristrap van de salarisschaal voor zijn functie. De directeur kan echter, teneinde rekening te houden met de toestand op de arbeidsmarkt voor de betrokken functie of met de opleiding en bijzondere beroepservaring van de voor de functie geslaagde kandidaat, besluiten de geslaagde kandidaat in te delen in ten hoogste de vijfde salaristrap van de passende salarisschaal.

Wanneer de arbeidsovereenkomst van de functionaris wordt verlengd en hij wordt ingedeeld in dezelfde salarisschaal als die welke hij krachtens de vorige arbeidsovereenkomst had, behoudt hij ten minste de salaristrap die hij in het kader van de eerste arbeidsovereenkomst had verkregen. Wanneer de functionaris in een hogere salarisschaal wordt ingedeeld, wordt hij in de eerstvolgende salaristrap van die salarisschaal ingedeeld."

3. Artikel 45 van het Europol-statuut bevat een tabel van de in euro's vastgestelde maandelijkse basisbezoldigingen voor elke salarisschaal en salaristrap. Deze tabel bestaat uit 13 salarisschalen die elk, met uitzonderingen van de salarisschalen 1 en 2, uit 11 salaristrappen bestaan.

4. Op 12 juni 2007 heeft de Raad besluit 2007/408/JBZ vastgesteld inzake de aanpassing van de salarissen en vergoedingen van personeelsleden van Europol, op grond waarvan de tabel van de maandelijkse basisbezoldigingen in artikel 45 van het Europol-statuut met ingang van 1 juli 2006 is gewijzigd als volgt:

>lt>7

>lt>8

5. Later zijn de bezoldigingen van de Europol-functionarissen een aantal malen aangepast door middel van de toepassing van een bepaald percentage op alle maandelijkse basisbezoldigingen, waardoor een evenredige wijziging van de verschillende salarisschalen en salaristrappen werd verzekerd.

6. Artikel 92, lid 2, van het Europol-statuut luidt:

"Iedere in dit statuut bedoelde persoon kan bij de directeur een klacht indienen tegen een besluit waardoor hij zich bezwaard acht, hetzij omdat de directeur een besluit heeft genomen, dan wel omdat hij geen, bij het [Europol-]statuut verplichte maatregel heeft genomen. De klacht moet binnen een termijn van drie maanden worden ingediend. [...]

De directeur brengt zijn met redenen omkleed besluit binnen vier maanden, te rekenen vanaf de dag van indiening van de klacht, ter kennis van de betrokkene. Is bij het verstrijken van deze termijn een antwoord op de klacht uitgebleven, dan geldt dit als een stilzwijgend besluit tot afwijzing, waartegen beroep in de zin van artikel 93 [van het Europol-statuut] kan worden ingesteld."

7. Artikel 93 van het Europol-statuut bepaalt:

"1. Het Hof van Justitie [van de Europese Unie] is bevoegd uitspraak te doen in elk geschil tussen Europol en een van de in dit statuut bedoelde personen, dat betrekking heeft op de wettigheid van een besluit waardoor deze persoon zich bezwaard acht in de zin van artikel 92, lid 2[, van het Europol-statuut]. Bij geschillen van geldelijke aard heeft het Hof van Justitie volledige rechtsmacht.

2. Een beroep op het Hof van Justitie is slechts ontvankelijk:

- indien men zich van tevoren tot de directeur heeft gewend met een klacht in de zin van artikel 92, lid 2, [van het Europol-statuut] en binnen de aldaar gestelde termijn, en

- indien op deze klacht een uitdrukkelijk of stilzwijgend besluit tot afwijzing is genomen.

3. Het in lid 2 bedoelde beroep moet binnen een termijn van drie maanden worden ingesteld. Deze termijn gaat in:

- op de dag van kennisgeving van het naar aanleiding van de klacht genomen besluit,

- op de dag waarop de antwoordtermijn verstrijkt, indien het beroep betrekking heeft op een stilzwijgend besluit tot afwijzing van een krachtens artikel 92, lid 2, [van het Europol-statuut] ingediende klacht; wanneer echter een uitdrukkelijk besluit tot afwijzing van een klacht is genomen na het stilzwijgende besluit tot afwijzing, doch binnen de termijn voor het instellen van beroep, dan gaat laatstgenoemde termijn hierdoor opnieuw in.

[...]

5. Het in dit artikel bedoelde beroep wordt onderzocht en beoordeeld volgens de bepalingen van het door het Hof van Justitie [.] opgestelde reglement voor de procesvoering."

8. Op 26 augustus 2008 heeft de directeur van Europol een document goedgekeurd met de titel "Beleid inzake de vaststelling van salarisschalen en salaristrappen van het personeel van Europol" (hierna: "beleid inzake de salaristrappen").

9. Het beleid inzake de salaristrappen bepaalt:

"Overwegende

[...]

9) dat het eveneens wenselijk is om de criteria vast te stellen om de salaristrap te bepalen waarin het personeel van Europol bij aanwerving en verlenging van de overeenkomst overeenkomstig artikel 27 van het [Europol-statuut] wordt ingedeeld;

[...]

Is besloten:

[...]

Paragraaf 2: Criteria en procedure om de salarisschalen en salaristrappen bij aanwerving te bepalen

[...]

Artikel 3: Criteria en procedure om de salaristrappen bij aanwerving te bepalen

3.1 Overeenkomstig [artikel 27, eerste alinea,] van het [E uropol-statuut] worden de personeelsleden van Europol in beginsel aangesteld in de eerste salaristrap van de bij de post behorende salarisschaal, zoals vastgesteld op grond van artikel 2 hierboven.

3.2 Gelet op de in [artikel 27, eerste alinea,] van het [Europol-statuut] vastgestelde criteria, kan de directeur besluiten om de gekozen kandidaat in de tweede, de derde, de vierde of de vijfde salaristrap van de betrokken salarisschaal te plaatsen, wanneer hij een officiële opleiding of specifieke ervaring heeft, welke relevant zijn voor de post en van een hoger niveau dan in de kennisgeving van vacature is gevraagd, dan wel wanneer de omstandigheden van de arbeidsmarkt voor de betrokken functie en de administratieve behoeften van de organisatie dit rechtvaardigen.

3.3 Elk in artikel 3[, lid 2, hierboven] voorzien geval zal individueel worden onderzocht [...]

3.4 Voor elk geval waarin een hogere salaristrap dan de eerste wordt voorgesteld zal het hoofd van de betrokken afdeling in nauwe samenwerking met de afdeling personeelszaken een onderzoeksdossier overleggen. Dit onderzoeksdossier bevat:

[...]

b) [v]oor interne kandidaten, afgezien van hetgeen is voorzien in [artikel 3, lid 4, sub a, hierboven], de huidige salarisschaal en salaristrap en een samenvatting van eerdere beoordelingen;

[...]

Paragraaf 3: Selectie en tijdelijke bezetting van een Europol-post van een hogere salarisschaal

Artikel 4: Salarisschaal en salaristrap bij de selectie van een interne kandidaat voor een andere Europol-post

4.1 Wanneer een interne kandidaat wordt geselecteerd bij een nieuwe selectieprocedure voor een andere Europol-post, wordt hij ingedeeld in de salarisschaal die voor de post is vastgesteld overeenkomstig artikel 2 hierboven.

4.2 In de gevallen waarnaar wordt verwezen in [artikel 3, lid 1,] hierboven, wordt een interne kandidaat die in een Europol-post van een hogere salarisschaal wordt aangesteld, in die salarisschaal ingedeeld in de eerstvolgende salaristrap ten opzichte van zijn vorige basisbezoldiging.

[...] artikel 3 hierboven zal worden toegepast wanneer dit voor de betrokken functionaris gunstiger is.

[...]"

10. Bij besluit van 6 april 2009 heeft de Raad de Europese Politiedienst opgericht (PB L 121, blz. 37), een orgaan van de Unie, dat op grond van artikel 1 van dat besluit de rechtsopvolger is van Europol, zoals ingesteld bij de Europol-overeenkomst.

Feiten van het geding

11. Blijkens het dossier is verzoeker op 1 oktober 2002 als administrateur ("second officer") in dienst getreden van Europol en tewerkgesteld bij de eenheid "Financial Crime and Property Unit". Na met succes te hebben deelgenomen aan een interne selectieprocedure heeft hij vanaf 1 mei 2005 op grond van een nieuwe overeenkomst de post van hoofdadministrateur ("first officer") binnen diezelfde eenheid bezet. Hij was toen ingedeeld in salarisschaal 6, salaristrap 4, van de salaristabel opgenomen in artikel 45 van het Europol-statuut. Later is verzoeker met ingang van 1 mei 2007 ingedeeld in salarisschaal 6, salaristrap 5.

12. Bij brief van 18 december 2008 heeft Europol verzoeker meegedeeld dat zijn post als gevolg van de vaststelling van het op 16 september 2008 in werking getreden beleid inzake de salaristrappen met terugwerkende kracht tot 16 september 2008 zou worden opgewaardeerd van salarisschaal 6 naar salarisschaal 5. Ofschoon eveneens werd aangegeven dat "de nieuwe salarisschaal [zou worden] bepaald overeenkomstig het beginsel neergelegd in artikel 4 van het [beleid inzake de salaristrappen], is, gelet op de bewoordingen van de betrokken brief in zijn geheel, duidelijk dat de administratie in feite heeft willen preciseren dat het de nieuwe salaristrap (en niet de salarisschaal) was die zou worden bepaald overeenkomstig het beginsel neergelegd in artikel 4 van het beleid inzake de salaristrappen.

13. Op 6 februari 2009 heeft verzoeker een aanhangsel bij zijn arbeidsovereenkomst ondertekend, waarin was bepaald dat zijn salaris met terugwerkende kracht tot 16 september 2008 dat van salarisschaal 5, salaristrap 1, was. Op 16 februari 2009 heeft Europol dit aanhangsel ondertekend.

14. Op 3 maart 2009 heeft verzoeker een klacht ingediend tegen het aanhangsel bij zijn arbeidsovereenkomst, voor zover hij daarbij in de nieuwe salarisschaal in salaristrap 1, en niet in salaristrap 6 was geplaatst. Europol heeft deze klacht ontvangen op 6 maart 2009.

15. Bij besluit van 5 juni 2009, waarvan verzoeker kennis is gegeven op 15 juni daaraanvolgend, heeft Europol de klacht afgewezen.

Conclusies van partijen

16. Verzoeker concludeert dat het het Gerecht behage:

- het aanhangsel van 16 februari 2009 bij zijn arbeidsovereenkomst nietig te verklaren, voor zover zijn salaris daarbij wordt vastgesteld op salarisschaal 5, salaristrap 1, alsmede het besluit van 5 juni 2009 tot afwijzing van zijn klacht tegen dat aanhangsel nietig te verklaren;

- Europol te verwijzen in de kosten, daaronder begrepen de honoraria van zijn advocaat.

17. Europol concludeert dat het het Gerecht behage:

- het beroep ongegrond te verklaren;

- verzoeker te verwijzen in de kosten.

Voorwerp van het beroep

18. Verzoeker vraagt onder meer om nietigverklaring van het besluit van 5 juni 2009 tot afwijzing van zijn klacht tegen het aanhangsel van 16 februari 2009 bij zijn arbeidsovereenkomst. Dienaangaande moet worden vastgesteld dat, gelet op de rechtspraak (arrest Hof van 17 januari 1989, Vainker/Parlement, 293/87, Jurispr. blz. 23, punt 8; arrest Gerecht van eerste aanleg van 10 juni 2004, Liakoura/Raad, T-330/03, JurAmbt. blz. I-A-191 en II-859, punt 13) en de strekking van het besluit van 5 juni 2009 (dat in wezen slechts het aanhangsel van 16 februari 2009 bevestigt), de vordering tot nietigverklaring van het besluit van 5 juni 2009 als zodanig geen autonome inhoud heeft en in feite samenvalt met de vordering tot nietigverklaring van het aanhangsel van 16 februari 2009.

19. Er moet in casu dus van worden uitgegaan dat het beroep is gericht tegen het aanhangsel van 16 februari 2009 bij de arbeidsovereenkomst, waarbij verzoekers post is opgewaardeerd naar salarisschaal 5, salaristrap 1 (hierna: "bestreden besluit").

Beroep tot nietigverklaring

20. Verzoeker voert tot staving van zijn beroep één middel aan, ontleend aan de onjuiste toepassing van het beleid inzake de salaristrappen en schending van artikel 27 van het Europol-statuut.

Argumenten van partijen

21. Volgens verzoeker blijkt uit de bewoordingen van paragraaf 3 van het beleid inzake de salaristrappen duidelijk dat deze paragraaf en daarmee artikel 4 ervan niet op hem van toepassing zijn, aangezien hij geen interne selectieprocedure heeft gevolgd om een andere post binnen Europol te vervullen. Verweerder heeft zijn post slechts opgewaardeerd naar een hogere salarisschaal en hij is dus dezelfde functie blijven uitoefenen. Europol heeft daarom ten onrechte artikel 4 van dat beleid toegepast.

22. Europol had daarentegen artikel 27, tweede alinea, laatste volzin, van het Europol-statuut moeten toepassen. Deze bepaling moet zijns inziens aldus worden uitgelegd dat, aangezien zijn post is opgewaardeerd naar een hogere salarisschaal, hij recht heeft om te worden ingedeeld in salaristrap 6, dat wil zeggen de salaristrap met een hoger nummer dan salaristrap 5, waarin hij in zijn vroegere salarisschaal was ingedeeld.

23. Verzoeker voegt hieraan toe dat Europol in casu in geen geval over een discretionaire bevoegdheid beschikt en dat het beleid inzake de salaristrappen niet van toepassing is.

24. Ter terechtzitting heeft verzoeker aangegeven dat artikel 27 van het Europol-statuut naar drie situaties verwijst. De eerste alinea van dit artikel regelt de aanwerving, de eerste volzin van de tweede alinea regelt de verlenging van de arbeidsovereenkomsten, terwijl de laatste volzin van die tweede alinea verwijst naar de indeling van een functionaris in een hogere salarisschaal. In casu is verzoeker ingedeeld in een hogere salarisschaal, zodat Europol artikel 27, tweede alinea, laatste volzin, van het Europol-statuut had moeten toepassen.

25. Ter terechtzitting heeft verzoeker ook betoogd dat artikel 4, lid 2, van het beleid inzake de salaristrappen uitdrukkelijk bepaalt dat de betrokkene wordt ingedeeld in de eerstvolgende salaristrap "ten opzichte van zijn vorige basisbezoldiging", terwijl artikel 27 van het Europol-statuut niet een dergelijke melding bevat. De structuur van de bepalingen van artikel 27 van het Europol-statuut verschilt dus van die van artikel 4, lid 2, van het beleid inzake de salaristrappen. Aangezien artikel 27 van het Europol-statuut op verzoeker moet worden toegepast, moet hij in zijn nieuwe salarisschaal worden geplaatst in de salaristrap met een hoger nummer dan hij in zijn vorige salarisschaal had.

26. Europol is van mening dat het beroep ongegrond is. Ter terechtzitting heeft hij gepreciseerd dat artikel 4 van het beleid inzake de salaristrappen een inhoudelijke fout bevat. Artikel 4 heeft immers betrekking op het geval waarin een interne kandidaat met succes aan een nieuwe selectieprocedure heeft deelgenomen en een andere post krijgt. Om de salarisschaal van die nieuwe post te bepalen, geldt artikel 4, lid 1, van het beleid inzake de salaristrappen. Voor de vraag in welke salaristrap de betrokkene moet worden geplaatst, moet het tweede lid van dat artikel worden toegepast, dat als volgt moet worden gelezen: "in de gevallen waarnaar in artikel 4, lid 1, hierboven wordt verwezen", en niet: "in de gevallen waarnaar in artikel 3, lid 1, hierboven wordt verwezen". Dit verklaart waarom artikel 4, lid 2, tweede alinea, van het beleid inzake de salaristrappen voorziet in de eventuele toepassing van artikel 3 van dat beleid, dat op zijn beurt de vaststelling van de salaristrap bij een eerste aanwerving regelt en de mogelijkheid biedt om de betrokkene ten hoogste in de vijfde salaristrap van de geschikte salarisschaal te plaatsen.

Beoordeling door het Gerecht

27. Aangezien verzoeker in casu de toepassing van artikel 4 van het beleid inzake de salaristrappen betwist en betoogt dat artikel 27, tweede alinea, laatste volzin, van het Europol-statuut moet worden toegepast, moet allereerst worden onderzocht welke bepalingen op de onderhavige zaak van toepassing zijn.

28. Dienaangaande moet enerzijds worden vastgesteld dat uit de structuur van artikel 27 van het Europol-statuut blijkt dat dit artikel alleen in twee gevallen betrekking heeft op de toekenning van salaristrappen. Het ene geval, dat is voorzien in de eerste alinea, betreft de indeling van Europol-functionarissen bij hun aanwerving. Het tweede geval, dat wordt genoemd in de tweede alinea van dat artikel, betreft de indeling bij een verlenging van de arbeidsovereenkomst, waarbij de betrokkene dezelfde salarisschaal behoudt dan wel wordt ingedeeld in een hogere salarisschaal. Verzoekers stelling dat dit artikel ook verwijst naar de indeling van een functionaris in een hogere salarisschaal wanneer de door hem bezette post wordt opgewaardeerd, kan dus niet worden aanvaard.

29. Voorts merkt het Gerecht op dat de negende overweging van het beleid inzake de salaristrappen, waarmee de directeur van Europol de toepassingsmodaliteiten van, met name, artikel 27 van het Europol-statuut heeft willen preciseren, aangeeft "dat het wenselijk is om de criteria vast te stellen om de salaristrap te bepalen waarin het personeel van Europol bij aanwerving en verlenging van de overeenkomst overeenkomstig artikel 27 van het [Europol-statuut] wordt ingedeeld". Dit bevestigt dat artikel 27 van het Europol-statuut niet een derde situatie regelt die losstaat van de verlenging van overeenkomsten, zoals verzoeker stelt, namelijk de indeling van een functionaris in een hogere salarisschaal bij de opwaardering van de door hem bezette post.

30. Anderzijds moet worden opgemerkt dat de directeur van Europol met het oog op de toepassing van artikel 27 van het Europol-statuut in het beleid inzake de salaristrappen criteria heeft vastgelegd voor de toekenning van salarisschalen en salaristrappen bij aanwerving (paragraaf 2), bij de selectie van een interne kandidaat om een post te bezetten die eventueel onder een hogere salarisschaal valt of bij de tijdelijke bezetting van een dergelijke post door een functionaris (paragraaf 3) en bij de verlenging van een arbeidsovereenkomst (paragraaf 4). De bijlage bij het beleid inzake de salaristrappen bepaalt de criteria voor toewijzing van salarisschaal 5 aan posten van hoofdadministrateur en salarisschaal 7 voor posten van administrateur.

31. Hieruit volgt dat noch artikel 27 van het Europol-statuut noch het beleid inzake de salaristrappen de salarisschaal en de salaristrap bepaalt die bij de opwaardering van een post moeten worden toegekend.

32. Dienaangaande is het Gerecht van oordeel dat naar analogie de bepaling moet worden toegepast die de situatie regelt die het meest vergelijkbaar is met die van de onderhavige zaak, namelijk artikel 4, lid 2, eerste alinea, van het beleid inzake de salaristrappen. Het is juist dat dit artikel de salaristrappen bepaalt die moeten worden toegekend aan interne kandidaten die na een interne selectieprocedure worden aangesteld in een andere post die onder een hogere salarisschaal valt en dat de nieuwe aan verzoeker toegekende salarisschaal geen verband hield met zijn succesvolle deelname aan een interne selectieprocedure na afloop waarvan hij een andere post moest bezetten, doch dit neemt niet weg dat de door hem bezette post sinds 16 september 2008 is opgewaardeerd naar een hogere salarisschaal.

33. Derhalve moet het bestreden besluit worden onderzocht in het licht van artikel 4, lid 2, eerste alinea, van het beleid inzake de salaristrappen.

34. Volgens deze bepaling wordt een interne kandidaat die in een Europol-post van een hogere salarisschaal wordt aangesteld, in die salarisschaal ingedeeld in de eerstvolgende salaristrap ten opzichte van zijn vorige basisbezoldiging. De bewoordingen zijn dus hetzelfde als die van artikel 27, tweede alinea, van het Europol-statuut, waaraan de precisering "ten opzichte van zijn vorige basisbezoldiging" is toegevoegd.

35. Verzoeker stelt dat de vermelding "in die salarisschaal" die in de twee voormelde bepalingen voorkomt verwijst naar zijn vorige salarisschaal en dat hij recht heeft op toekenning van de salaristrap met een hoger nummer dan die welke hij in zijn vorige salarisschaal had.

36. Uit een letterlijke interpretatie van artikel 4, lid 2, eerste alinea, van het beleid inzake de salaristrappen blijkt inderdaad dat de uitdrukking "in die salarisschaal" verwijst naar de nieuwe salarisschaal. Ter wille van de duidelijkheid wordt in die bepalingen echter gepreciseerd dat een vergelijking moet plaatsvinden met de vorige basisbezoldiging van de betrokken functionaris. Voor de bepaling van de toe te kennen salaristrap moet de vorige basisbezoldiging dus worden vergeleken met de basisbezoldigingen in de hogere salarisschaal en moet de salaristrap worden toegekend die, ofschoon hij de minst hoge is, de betrokken functionaris een hogere basisbezoldiging oplevert dan die welke hij in zijn vorige salarisschaal ontving. Opgemerkt zij immers dat uit de salaristabel van artikel 45 van het Europol-statuut volgt dat de basisbezoldigingen van de hoogste salaristrappen van de salarisschalen 13 tot en met 4 overeenstemmen met de bezoldigingen van de eerste salaristrappen van de onmiddellijk daarop volgende salarisschaal. Om te voorkomen dat een functionaris bij de toekenning van een hogere salarisschaal een verlies aan basisbezoldiging lijdt, wordt hij niet automatisch in de eerste salaristrap van de hogere salarisschaal geplaatst, maar in die salaristrap van de betrokken salarisschaal die hem als eerste de mogelijkheid biedt om een hogere basisbezoldiging te krijgen dan hij in zijn vorige salarisschaal ontving.

37. Deze uitlegging is in overeenstemming met artikel 4, lid 2, tweede alinea, van het beleid inzake de salaristrappen. Dit artikel bepaalt immers dat artikel 3 van dat beleid kan worden toegepast op een interne kandidaat die wordt aangesteld in een Europol-post die onder een hogere salarisschaal valt, wanneer die toepassing gunstiger voor hem is. Volgens voormeld artikel 3 kan de directeur van Europol besluiten om de nieuw aangeworven kandidaat of de interne kandidaat die is gekozen voor een andere post van een hogere salarisschaal niet aan te stellen in de eerste salaristrap, maar tot en met de vijfde salaristrap van de betrokken salarisschaal. Voor elke toekenning van een hogere dan de eerste salaristrap van de salarisschaal moet echter eerst de situatie van de betrokkene worden onderzocht, en met name zijn studieniveau en beroepservaring. Aangezien, enerzijds, een functionaris die na afloop van een interne selectieprocedure wordt aangesteld in een Europol-post van een hogere salarisschaal op grond van voormeld artikel 3 naargelang zijn verdiensten hoogstens kan worden ingedeeld in de vijfde salaristrap van die salarisschaal en, anderzijds, Europol verzoekers post heeft opgewaardeerd zonder rekening te houden met zijn verdiensten en zonder dat hij is geslaagd voor een interne selectieprocedure, moet a fortiori worden geconcludeerd dat verzoeker niet meteen kan worden ingedeeld in de zesde salaristrap van zijn nieuwe salarisschaal, dat wil zeggen in een hogere salaristrap dan de hoogste salaristrap die bij een aanwerving of een aanstelling op basis van de verdiensten van de betrokkene kan worden toegekend.

38. In casu was verzoeker op het moment van ondertekening van het aanhangsel bij zijn arbeidsovereenkomst ingedeeld in salarisschaal 6, salaristrap 5. De bij die salarisschaal en salaristrap behorende basisbezoldiging was echter lager dan die van de eerste salaristrap van salarisschaal 5. Europol heeft verzoeker dus terecht ingedeeld in de eerste salaristrap van salarisschaal 5.

39. Gelet op deze overwegingen moet het middel worden afgewezen, zodat het beroep moet worden verworpen.

Kosten

40. Volgens artikel 87, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij, behoudens de andere bepalingen van het achtste hoofdstuk van de tweede titel van dit Reglement, in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Op grond van artikel 87, lid 2, kan het Gerecht beslissen, wanneer de billijkheid dit vergt, dat een in het ongelijk gestelde partij slechts ten dele in de kosten wordt verwezen of zelfs niet in de kosten dient te worden verwezen.

41. Uit bovenstaande rechtsoverwegingen volgt dat verzoeker in het ongelijk is gesteld. Voorts heeft Europol in zijn conclusie uitdrukkelijk gevraagd om verzoeker te verwijzen in de kosten. Daar de omstandigheden van de onderhavige zaak niet de toepassing van de bepalingen van artikel 87, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering rechtvaardigen, moet verzoeker dus in de kosten worden verwezen.

HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN (Eerste kamer),

rechtdoende, verklaart:

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Verzoeker zal alle kosten dragen.