Home

Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 16 september 2013

Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 16 september 2013

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
16 september 2013

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 16 september 2013 – Rubinetteria Cisal/Commissie

(Zaak T‑368/10)

"Mededinging - Mededingingsregelingen - Belgische, Duitse, Franse, Italiaanse, Nederlandse en Oostenrijkse markt van badkamersanitair - Besluit tot vaststelling van inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst - Coördinatie van prijsverhogingen en uitwisseling van commercieel gevoelige informatie - Begrip inbreuk - Mededeling van 2002 inzake medewerking - Medewerking - Richtsnoeren van 2006 voor berekening van bedrag van geldboeten - Berekening van bedrag van geldboeten - Onvermogen tot betalen"

1. MededingingGeldboetenBedragVaststellingBeoordelingsvrijheid van CommissieRechterlijke toetsingVolledige rechtsmacht van UnierechterOmvangGrenzenEerbiediging van algemene rechtsbeginselen (Art. 261 VWEU en 263 VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 31) (cf. punten 22, 126, 127)

2. MededingingsregelingenOnderling afgestemde feitelijke gedragingenBegripCoördinatie en samenwerking in strijd met verplichting van elke onderneming om marktgedrag zelfstandig te bepalenUitwisseling van informatie tussen concurrentenMededingingsbeperkend doel of gevolgVermoedenVoorwaarden (Art. 101, lid 1, VWEU) (cf. punten 31‑37, 45, 49, 57, 72)

3. MededingingGeldboetenBeschikking waarbij geldboeten worden opgelegdMotiveringsplichtOmvang (Art. 296 VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie) (cf. punten 78‑80)

4. MededingingGeldboetenBedragVaststellingOpleggen van maximumbedrag aan ondernemingLager bedrag voor andere kartelledenSchending van gelijkheidsbeginselGeen (Art. 101, lid 1, VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie) (cf. punten 82‑85)

5. MededingingGeldboetenBedragVaststellingCriteriaZwaarte van inbreukVaststelling van geldboete in verhouding tot factoren die bij beoordeling van zwaarte van inbreuk in aanmerking zijn genomen (Art. 101, lid 1, VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie) (cf. punten 87, 88)

6. MededingingGeldboetenBedragVaststellingCriteriaZwaarte van inbreukVerzachtende omstandighedenVerplichte inaanmerkingneming van kennisgebrek van kleine ondernemingGeen (Art. 101, lid 1, VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie, punten 12, 13 en 29) (cf. punten 104, 106‑108)

7. MededingingGeldboetenBedragVaststellingRichtsnoeren voor berekening van geldboeten die wegens schending van mededingingsregels worden opgelegdVerlaging van geldboete in ruil voor medewerking van beschuldigde onderneming, buiten werkingssfeer van mededeling inzake medewerkingVoorwaarden (Art. 101, lid 1, VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3; mededelingen van de Commissie 2002/C 45/03, punt 1, en 2006/C 210/02, punt 29, vierde streepje) (cf. punten 110‑112)

8. MededingingGeldboetenBedragVaststellingCriteriaVerplichting om rekening te houden met verliesgevende financiële toestand van ondernemingGeenWerkelijk vermogen om te betalen van onderneming in specifieke sociaaleconomische contextInaanmerkingnemingVoorwaarden (Verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3; mededeling 2006/C 210/02 van de Commissie, punt 35) (cf. punten 116, 120)

Voorwerp

Verzoek tot, primair, nietigverklaring van besluit C(2010) 4185 definitief van de Commissie van 23 juni 2010 inzake een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/39.092 – Badkamersanitair) voor zover dit op verzoekster betrekking heeft en, subsidiair, verlaging van de aan haar opgelegde geldboete

Dictum

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Rubinetteria Cisal SpA wordt verwezen in haar eigen kosten en die van de Europese Commissie.