Voor het verkoopseizoen 2008/2009 kan elke teler van suikerbieten of suikerriet voor verwerking tot quotumsuiker bij de betrokken lidstaat een rechtstreekse aanvraag voor de in artikel 3, leden 6 en 7, bedoelde steun indienen, welke aanvraag vergezeld moet gaan van een verbintenis om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid quotumsuikerbieten of quotumsuikerriet aan de onderneming waarmee hij in het voorgaande verkoopseizoen een leveringscontract heeft gesloten.
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 4 oktober 2012
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 4 oktober 2012
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2012
Uitspraak
Arrest van het Hof (Vierde kamer)
4 oktober 2012(*)
"Landbouw - Suikersector - Gemeenschappelijke ordening van markten - Aanvraag voor herstructureringssteun - Verbintenis van teler om te stoppen met levering van zekere hoeveelheid quotumsuikerbieten - Begrip - Eenzijdige verklaring van teler - Weigering om steun te verlenen - Noodzaak van beëindiging van bestaand leveringscontract"
In zaak C-390/11,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Nejvyšší správní soud (hoogste bestuursrechter, Tsjechië) bij beslissing van 8 juli 2011, ingekomen bij het Hof op 22 juli 2011, in de procedure
CS AGRO Ronov s. r. o.
tegenMinisterstvo zemědělství,
wijst HET HOF (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: J.-C. Bonichot, kamerpresident, A. Prechal, L. Bay Larsen (rapporteur), C. Toader en E. Jarašiūnas, rechters,
advocaat-generaal: V. Trstenjak,
griffier: K. Sztranc-Sławiczek, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 28 juni 2012,
gelet op de opmerkingen van:
-
CS AGRO Ronov s. r. o., vertegenwoordigd door E. Auersvaldová, advokátka,
-
de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door M. Smolek en J. Vláčil als gemachtigden,
-
de Europese Commissie, vertegenwoordigd door Z. Malůšková en P. Rossi als gemachtigden,
-
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 4 bis van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58, blz. 42), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1261/2007 van de Raad van 9 oktober 2007 (PB L 283, blz. 8; hierna: „verordening nr. 320/2006”).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen CS AGRO Ronov s. r. o. (hierna: „CS AGRO”) en het Ministerstvo zemědělství (ministerie van Landbouw) over herstructureringssteun voor suikerbietentelers.
Toepasselijke bepalingen
Verordening nr. 1261/2007
3 De punten 1 en 7 tot en met 10 van de considerans van verordening nr. 1261/2007 zijn in de volgende bewoordingen gesteld:
„(1) Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad [...] is aangenomen om de minst concurrerende suikerproducenten in staat te stellen hun quotumproductie te beëindigen. De hoeveelheid quotum waarvan in het kader van die verordening afstand is gedaan, heeft echter niet het oorspronkelijk verwachte niveau bereikt.
[...]
(7) Geoordeeld wordt dat de herstructureringsregeling betere resultaten zou opleveren als de telers op eigen initiatief zouden kunnen stoppen met hun productie van suikerbieten of suikerriet voor verwerking tot quotumsuiker. Daartoe dient de telers in het verkoopseizoen 2008/2009 de mogelijkheid te worden geboden om de in artikel 3, lid 6, van verordening (EG) nr. 320/2006 bedoelde steun rechtstreeks aan te vragen op voorwaarde dat zij niet langer suikerbieten of suikerriet leveren aan de ondernemingen waaraan zij in het voorgaande verkoopseizoen door leveringscontracten waren gebonden. De lidstaten dienen bijgevolg het quotum van de betrokken suikerproducerende ondernemingen te verlagen. [...]
(8) Om de economische levensvatbaarheid van de suikerproducerende ondernemingen die te maken hebben met steunaanvragen van telers niet in gevaar te brengen, moet de quotumverlaging worden beperkt tot 10 % van het aan elke onderneming toegekende quotum, wat overeenkomt met het percentage waarmee de lidstaat het quotum, overeenkomstig artikel 11, lid 1, van verordening (EG) nr. 318/2006, in elk verkoopseizoen kan verlagen om de betrokken hoeveelheid quotum aan een andere onderneming toe te kennen.
(9) Wanneer het quotum van een suikerproducerende onderneming wordt verlaagd als gevolg van steunaanvragen van telers, moet de in artikel 3, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 320/2006 bedoelde herstructureringssteun aan die onderneming worden toegekend. [...]
(10) Een suikerproducerende onderneming die te maken heeft met steunaanvragen van telers, moet tot en met 31 januari voorafgaande aan het betrokken verkoopseizoen het recht behouden om overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 320/2006 een aanvraag voor herstructureringssteun in te dienen, op voorwaarde dat zij afstand doet van een hoeveelheid quotum die ten minste overeenkomt met de quotumverlaging waartoe de door telers ingediende aanvragen zouden hebben geleid. In dat geval dient de steunaanvraag van de suikerproducerende onderneming in de plaats te komen van de aanvragen van de telers.”
Verordening nr. 320/2006
4 Artikel 3 van verordening nr. 320/2006 heeft als opschrift „Herstructureringssteun” en bepaalt in lid 1 met name dat een suikerproducerende onderneming waaraan uiterlijk op 1 juli 2006 een quotum is toegekend, onder bepaalde voorwaarden recht heeft op herstructureringssteun per ton quotum waarvan afstand wordt gedaan.
5 In artikel 4 van verordening nr. 320/2006, met als opschrift „Aanvraag voor herstructureringssteun”, valt in lid 1 te lezen dat de aanvragen voor herstructureringssteun bij de betrokken lidstaat worden ingediend uiterlijk op 31 januari van het verkoopseizoen vóór het verkoopseizoen waarin afstand moet worden gedaan van het quotum.
6 Artikel 4 bis van verordening nr. 320/2006, met als opschrift „Door telers aangevraagde herstructureringssteun”, luidt als volgt:
„1.[...]
2.De in lid 1 bedoelde aanvragen worden uiterlijk op 30 november 2007 ingediend. De aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 30 oktober 2007.
3.De betrokken lidstaat stelt een lijst van de in lid 1 bedoelde aanvragen op in de chronologische volgorde waarin deze zijn ingediend, en deelt de Commissie en de betrokken ondernemingen binnen tien werkdagen volgende op de in lid 2 genoemde uiterste indieningsdatum mee op welke totale hoeveelheid quotum de ontvangen aanvragen betrekking hebben.
4.Uiterlijk op 15 maart 2008 keurt de betrokken lidstaat op basis van de in lid 3 bedoelde chronologische volgorde [...] de aanvragen goed van telers die overeenkomen met ten hoogste 10 % van het aan elke onderneming toegekende suikerquotum, en verlaagt hij het suikerquotum van de betrokken onderneming naar evenredigheid overeenkomstig artikel 11, lid 4, van verordening (EG) nr. 318/2006. [...]
Wanneer de in de eerste alinea bedoelde grenzen van 10 % bereikt zijn, wijst de betrokken lidstaat de aanvragen boven die grens af in de chronologische volgorde waarin zij zijn ingediend.
[...]
5.Als gevolg van de aanvaarding van aanvragen door de lidstaat overeenkomstig lid 4 moeten de volgende bedragen aan herstructureringssteun worden toegekend:
voor telers en loonwerkbedrijven, [...];
voor ondernemingen, [...].
6.De leden 4 en 5 van dit artikel zijn niet van toepassing wanneer de aanvraag van een onderneming uit hoofde van artikel 4 vanaf het verkoopseizoen 2008/2009 goedgekeurd is en afstand wordt gedaan van een hoeveelheid quotum die groter is dan het quotum waarop de ontvangen aanvragen van telers betrekking hebben. Hetzelfde geldt telkens wanneer de aanvraag van een onderneming vanaf het verkoopseizoen 2008/2009 goedgekeurd is en afstand wordt gedaan van meer dan 10 % van het toegekende quotum.”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
7 Op 14 februari 2007 heeft CS AGRO, een suikerbietenteler, met Cukrovary TTD a.s., een suikerbietenverwerkende onderneming, een langlopende koopovereenkomst gesloten voor de levering van suikerbieten voor de productie van onder de quotumregeling vallende suiker in de jaren 2007-2013. Op grond van die overeenkomst diende CS AGRO ieder jaar een koopovereenkomst voor de levering van die bieten af te sluiten.
8 CS AGRO heeft bedoelde overeenkomst afgesloten voor het verkoopseizoen 2007/2008, maar niet voor het verkoopseizoen 2008/2009. Bij brief van 24 oktober 2007 heeft zij Cukrovary TTD a.s. haar voornemen dienaangaande meegedeeld.
9 Op 30 oktober 2007 heeft CS AGRO bij het Státní zemědělský intervenční fond (staatsinterventiefonds voor de landbouw; hierna: „SZIF”) herstructureringssteun aangevraagd voor het verkoopseizoen 2008/2009.
10 Op 26 november 2007 verzocht het SZIF CS AGRO om tot staving van haar aanvraag binnen een termijn van zeven dagen het schriftelijke bewijs van de wijziging of de beëindiging van haar langlopende koopovereenkomst over te leggen, met betrekking tot de hoeveelheid suikerbieten waarvoor zij de verbintenis had aangegaan te stoppen met leveren. CS AGRO heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek.
11 In het formulier voor de aanvraag van de herstructureringssteun heeft CS AGRO vermeld dat zij voornemens was in het verkoopseizoen 2008/2009 geen eenjarige koopovereenkomst voor de levering van suikerbieten af te sluiten. Bijgevolg heeft het SZIF bij beschikking van 22 januari 2008 de aanvraag van CS AGRO afgewezen, omdat zij niet had bewezen dat was voldaan aan de in artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 gestelde basisvoorwaarden voor toekenning van herstructureringssteun.
12 Het bezwaar van CS AGRO tegen de beschikking van het SZIF werd door het Ministerstvo zemědělství afgewezen. CS AGRO stelde tegen die beslissing beroep in bij de Městský soud v Praze (rechtbank te Praag), dat eveneens werd verworpen. Vervolgens heeft CS AGRO bij de Nejvyšší správní soud cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van de Městský soud v Praze.
13 Daarop heeft de Nejvyšší správní soud de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
Moet artikel 4 bis, lid 1, van verordening [nr. 320/2006] aldus worden uitgelegd dat met de verbintenis van de teler om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid quotumsuikerbieten aan de onderneming waarmee hij in het voorgaande verkoopseizoen een leveringscontract heeft gesloten, wordt gedoeld op een eenzijdige verklaring van deze teler dat hij in het verkoopseizoen 2008/2009 geen suikerbieten zal leveren, dan wel op de schriftelijke beëindiging van de contractuele verhouding van de teler met de suikeronderneming betreffende de levering van suikerbieten voor het voornoemde verkoopseizoen?
Kan het feit dat een contractpartij gebruikmaakt van een maatregel die is neergelegd in een rechtstreeks toepasselijke bepaling van Unierecht, ertoe leiden dat een verbintenis die op grond van een geldige privaatrechtelijke overeenkomst op die contractpartij rust, niet langer afdwingbaar is, mits de andere contractpartij ten gevolge van dit feit publieke middelen krijgt toegekend?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
Eerste vraag
14 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 aldus moet worden uitgelegd dat de verbintenis om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid suikerbieten in het verkoopseizoen 2008/2009 de vorm kan aannemen van een eenzijdige verklaring van de teler, dan wel dat een teler een dergelijke verbintenis slechts kan aangaan indien hij zijn contractuele verhouding met de suikerproducerende onderneming reeds daadwerkelijk heeft beëindigd.
15 Blijkens punt 1 van de considerans van verordening nr. 1261/2007 is verordening nr. 320/2006 aangenomen om de minst concurrerende suikerproducenten in staat te stellen hun quotumproductie te beëindigen. De hoeveelheid quotum waarvan in het kader van deze laatste verordening afstand is gedaan, heeft echter niet het oorspronkelijk verwachte niveau bereikt.
16 Volgens punt 7 van de considerans ervan heeft verordening nr. 1261/2007 tot doel de resultaten van de herstructureringsregeling te verbeteren door de telers in staat te stellen in het verkoopseizoen 2008/2009 op eigen initiatief te stoppen met hun productie van suikerbieten of suikerriet voor verwerking tot quotumsuiker.
17 Met het oog daarop kan de teler op grond van artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 een rechtstreekse aanvraag voor herstructureringssteun indienen, welke aanvraag vergezeld dient te gaan van een verbintenis om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid quotumsuikerbieten of quotumsuikerriet aan de onderneming waarmee hij in het voorgaande verkoopseizoen een leveringscontract heeft gesloten.
18 Overeenkomstig artikel 4 bis, lid 4, van verordening nr. 320/2006 verlaagt de lidstaat naar aanleiding van de rechtstreekse steunaanvragen van de telers het quotum van de suikerproducerende ondernemingen met ten hoogste 10 % van het aan elke onderneming toegekende quotum.
19 In dat verband zij opgemerkt dat artikel 4 bis van verordening nr. 320/2006 noch enige andere Unierechtelijke bepaling voorschrijven dat dergelijke aanvragen moeten worden voorafgegaan door de beëindiging van de leveringscontracten tussen de telers en de suikerproducerende ondernemingen.
20 De verwezenlijking van de in punt 18 van het onderhavige arrest in herinnering gebrachte doelstelling van verlaging van de suikerproductiequota zou in het gedrang kunnen komen indien een dergelijke verlaging afhankelijk zou kunnen worden gesteld van de medewerking van de suikerproducerende ondernemingen, welke met name tot uitdrukking zou komen in de voorafgaande beëindiging, met onderlinge toestemming, van het leveringscontract tussen de teler en de onderneming.
21 Bovendien zij eraan herinnerd dat in het kader van de overeenkomstig artikel 4 bis, lid 4, van verordening nr. 320/2006 door de telers rechtstreeks ingediende steunaanvragen, de betrokken lidstaat bij het bereiken van de bovengrens van 10 % van het aan elke onderneming toegekende suikerquotum verplicht is de aanvragen boven die grens af te wijzen in de chronologische volgorde waarin zij zijn ingediend.
22 Bijgevolg zou een teler, indien hij zijn leveringscontract zou moeten opzeggen om aanspraak op herstructureringssteun te kunnen maken, in het geval dat zijn aanvraag naderhand wordt afgewezen, geen suikerbieten of -riet meer kunnen leveren op basis van een contract en evenmin steun kunnen verkrijgen.
23 Een dergelijk risico zou telers kunnen ontmoedigen om zich ertoe te verbinden om geen suikerbieten of -riet te leveren aan de suikerproducerende ondernemingen, en indruisen tegen de doelstelling van verlaging van de suikerproductiequota op initiatief van die telers.
24 Hetzelfde zou gelden indien de suikerproducerende onderneming overeenkomstig artikel 4, lid 1, van verordening nr. 320/2006 zelf een aanvraag zou indienen en de steunaanvraag van de teler niet zou worden aanvaard ingevolge artikel 4 bis, lid 6, van verordening nr. 320/2006.
25 Gelet op een en ander moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 aldus moet worden uitgelegd dat de verbintenis om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid suikerbieten in het verkoopseizoen 2008/2009 de vorm kan aannemen van een eenzijdige verklaring van de teler.
Tweede vraag
26 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 aldus moet worden uitgelegd dat op grond van deze bepaling de eenzijdige verbintenis van de teler om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid suikerbieten in het verkoopseizoen 2008/2009 tot gevolg heeft dat zijn contractuele verplichtingen jegens de suikerproducerende onderneming niet langer gelden.
27 Zoals blijkt uit het antwoord op de eerste vraag heeft artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 als zodanig geen rechtsgevolgen voor de contractuele verplichtingen van de partijen.
28 Mitsdien dient op de tweede vraag te worden geantwoord dat artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006 aldus moet worden uitgelegd dat de eenzijdige verbintenis van de teler om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid suikerbieten in het verkoopseizoen 2008/2009 niet als zodanig tot gevolg heeft dat zijn contractuele verplichtingen jegens de suikerproducerende onderneming niet langer gelden.
Kosten
29 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
-
Artikel 4 bis, lid 1, van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1261/2007 van de Raad van 9 oktober 2007, moet aldus worden uitgelegd dat de verbintenis om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid suikerbieten in het verkoopseizoen 2008/2009 de vorm kan aannemen van een eenzijdige verklaring van de teler.
-
Artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 320/2006, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1261/2007, moet aldus worden uitgelegd dat de eenzijdige verbintenis van de teler om te stoppen met de levering van een zekere hoeveelheid suikerbieten in het verkoopseizoen 2008/2009 niet als zodanig tot gevolg heeft dat zijn contractuele verplichtingen jegens de suikerproducerende onderneming niet langer gelden.
ondertekeningen