Zaak T-197/12: Beroep ingesteld op 9 mei 2012 — Metropolis Inmobiliarias y Restauraciones/BHIM — MIP Metro (METRO)
Zaak T-197/12: Beroep ingesteld op 9 mei 2012 — Metropolis Inmobiliarias y Restauraciones/BHIM — MIP Metro (METRO)
14.7.2012 | NL | Publicatieblad van de Europese Unie | C 209/9 |
Beroep ingesteld op 9 mei 2012 — Metropolis Inmobiliarias y Restauraciones/BHIM — MIP Metro (METRO)
(Zaak T-197/12)
2012/C 209/15
Taal van het verzoekschrift: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Metropolis Inmobiliarias y Restauraciones, SL (Barcelona, Spanje) (vertegenwoordiger: J. Carbonell Callicó, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
Andere partij voor de kamer van beroep: MIP Metro Group Intellectual Property GmbH & Co. KG (Düsseldorf, Duitsland)
Conclusies
— | de beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 1 maart 2012 in zaak R 2440/2010-1 wijzigen; |
— | subsidiair, mocht de eerste vordering worden afgewezen, de beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 1 maart 2012 in zaak R 2440/2010-1 vernietigen; |
— | verweerder en de andere partij voor de kamer van beroep verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Aanvrager van het gemeenschapsmerk: andere partij voor de kamer van beroep
Betrokken gemeenschapsmerk: beeldmerk, in kleur „METRO”, voor met name diensten van klasse 36 — Gemeenschapsmerkaanvraag nr. 7585045
Houder van het oppositiemerk of -teken in de oppositieprocedure: verzoekster
Oppositiemerk of -teken: Gemeenschapsmerkaanvraag nr. 7111974 van beeldmerk in kleur „GRUPOMETROPOLIS”, voor diensten van klasse 36
Beslissing van de oppositieafdeling: afwijzing van de oppositie
Beslissing van de kamer van beroep: verwerping van het beroep
Aangevoerde middelen: schending van artikel 6 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; schending van artikelen 75 en 76 van verordening nr. 207/2009 van de Raad; schending van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 207/2009 van de Raad