Home

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 7 april 2016

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 7 april 2016

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
7 april 2016

Uitspraak

Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 7 april 2016 – Conti

(Zaak C‑504/15)(1)

"Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Identieke prejudiciële vragen - Artikelen 49 VWEU en 56 VWEU - Vrijheid van vestiging - Vrij verrichten van diensten - Kansspelen - Arrest van het Hof dat de nationale regeling inzake concessies voor het inzamelen van weddenschappen onverenigbaar met het Unierecht heeft verklaard - Herschikking van het stelsel door middel van een nieuwe aanbesteding - Overdracht om niet van het gebruik van de in eigendom toebehorende materiële en immateriële goederen die het beheer‑ en inzamelingsnetwerk van het spel vormen - Beperking - Dwingende vereisten van algemeen belang - Evenredigheid"

Vrij verrichten van dienstenVrijheid van vestigingBeperkingenKansspelenNationale wettelijke regeling die concessiehouders de verplichting oplegt om het gebruik van de in eigendom toebehorende materiële en immateriële goederen die het beheer‑ en inzamelingsnetwerk van het spel vormen, bij de beëindiging van de activiteit wegens het verstrijken van de looptijd van de concessie om niet over te dragenOntoelaatbaarheidRechtvaardigingDwingende redenen van algemeen belangEvenredigheidVerificatie door de nationale rechterlijke instantie (Art. 49 VWEU en 56 VWEU) (cf. punt 11 en dictum)

Dictum

De artikelen 49 VWEU en 56 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een restrictieve nationale bepaling zoals die in het hoofdgeding, die een concessiehouder van kansspelen verplicht het gebruik van de hem in eigendom toebehorende materiële en immateriële goederen die het beheer‑ en inzamelingsnetwerk van het spel vormen, bij de beëindiging van zijn activiteit wegens het verstrijken van de looptijd van de concessie om niet over te dragen, voor zover deze beperking verder gaat dan nodig is om de daadwerkelijk door deze bepaling nagestreefde doelstelling te verwezenlijken, hetgeen de verwijzende rechterlijke instantie dient na te gaan.