Arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 8 november 2017
Arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 8 november 2017
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof EU
- Datum uitspraak
- 8 november 2017
Uitspraak
Arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 8 november 2017 –
Ivanyushchenko/Raad
(Zaak T‑246/15)
"„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen gelet op de situatie in Oekraïne - Bevriezing van tegoeden - Lijst van personen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen zijn bevroren - Handhaving van verzoekers naam op de lijst - Kennelijke beoordelingsfout”"
1. Beroep tot nietigverklaringProcesbelangBeroep tegen een handeling tot invoering van beperkende maatregelen jegens de verzoekerOpheffing van de bestreden handeling in de loop van het gedingVerklaring dat op het beroep niet hoeft te worden beslistOntoelaatbaarheidBehoud van het belang van de verzoeker bij erkenning van de onrechtmatigheid van de bestreden handeling
[Art. 263 VWEU; besluiten 2014/119/GBVB, (GBVB) 2015/364 en (GBVB) 2016/318 van de Raad; verordeningen nr. 208/2014, nr. 2015/357 en nr. 2016/311 van de Raad]
(zie punten 45‑50)
2. Europese UnieRechterlijk toezicht op de rechtmatigheid van de handelingen van de instellingenBeperkende maatregelen gelet op de situatie in OekraïneOmvang van het toezichtBewijs van de gegrondheid van de maatregelVerplichting voor de Raad om de door de autoriteiten van een derde land overgelegde bewijselementen systematisch te controlerenGeenVerplichting voor de Raad om te beoordelen of het nodig is dat de nationale autoriteiten aanvullende inlichtingen of bewijsstukken verschaffenOmvang
[Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41 en 47; besluiten 2014/119/GBVB, (GBVB) 2015/364 en (GBVB) 2016/318 van de Raad; verordeningen nr. 208/2014, nr. 2015/357 en nr. 2016/311 van de Raad]
(zie punten 65‑74)
3. Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleidBeperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten gelet op de situatie in OekraïneBevriezing van tegoeden van personen die verantwoordelijk zijn voor het verduisteren van overheidsmiddelen van de Oekraïense staatVerduisteren van overheidsmiddelenBegripHandeling waarbij middelen van overheidslichamen onrechtmatig worden gebruikt, met als gevolg dat hun financiële belangen worden geschaad
[Besluiten van de Raad 2014/119/GBVB, art. 1, lid 1, en (GBVB) 2015/143]
(zie punten 91‑95)
4. Europese UnieRechterlijk toezicht op de rechtmatigheid van de handelingen van de instellingenBeperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten gelet op de situatie in OekraïneBevriezing van tegoeden van personen die verantwoordelijk zijn voor het verduisteren van overheidsmiddelen van de Oekraïense staatOmvang van het toezichtBeoordeling van de rechtmatigheid aan de hand van de gegevens die beschikbaar waren op het tijdstip van de vaststelling van het besluit
[Art. 263 VWEU; besluiten 2014/119/GBVB, (GBVB) 2015/364 en (GBVB) 2016/318 van de Raad; verordeningen nr. 208/2014, nr. 2015/357 en nr. 2016/311 van de Raad]
(zie punt 143)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van, ten eerste, besluit (GBVB) 2015/364 van de Raad van 5 maart 2015 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2015, L 62, blz. 25), en van uitvoeringsverordening (EU) 2015/357 van de Raad van 5 maart 2015 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2015, L 62, blz. 1), en, ten tweede, van besluit (GBVB) 2016/318 van de Raad van 4 maart 2016 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2016, L 60, blz. 76), en van uitvoeringsverordening (EU) 2016/311 van de Raad van 4 maart 2016 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2016, L 60, blz. 1), voor zover verzoekers naam is gehandhaafd op de lijst van personen, entiteiten en lichamen waarop die beperkende maatregelen van toepassing zijn
Dictum
1) Besluit (GBVB) 2015/364 van de Raad van 5 maart 2015 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, en uitvoeringsverordening (EU) 2015/357 van de Raad van 5 maart 2015 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne worden nietig verklaard voor zover deze handelingen verzoeker betreffen.
2) Besluit (GBVB) 2016/318 van de Raad van 4 maart 2016 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, en uitvoeringsverordening (EU) 2016/311 van de Raad van 4 maart 2016 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, worden nietig verklaard voor zover deze handelingen verzoeker betreffen.
3) De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten.