Home

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 6 december 2016

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 6 december 2016

Gegevens

Instantie
Gerechtshof EU
Datum uitspraak
6 december 2016

Uitspraak

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 6 december 2016 – The Art Company B & S/EUIPO – Manifatture Daddato en Laurora (SHOP ART)

(Zaak T‑735/15)

"„Uniemerk - Oppositieprocedure - Aanvraag voor Uniebeeldmerk SHOP ART - Ouder Uniebeeldmerk art - Relatieve weigeringsgrond - Verwarringsgevaar - Artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009”"

1. UniemerkDefinitie en verkrijging van het UniemerkRelatieve weigeringsgrondenOppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor dezelfde of soortgelijke waren of dienstenGevaar voor verwarring met het oudere merkBeoordelingscriteria

[Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 1, b)]

(zie punten 18, 19, 44, 46)

2. UniemerkDefinitie en verkrijging van het UniemerkRelatieve weigeringsgrondenOppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor dezelfde of soortgelijke waren of dienstenOvereenstemming van de betrokken merkenBeoordelingscriteria

[Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 1, b)]

(zie punten 20, 21)

3. UniemerkDefinitie en verkrijging van het UniemerkRelatieve weigeringsgrondenOppositie door de houder van een gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor dezelfde of soortgelijke waren of dienstenGevaar voor verwarring met het oudere merkBeeldmerken SHOP ART en art

[Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 1, b)]

(zie punten 47‑51)

Voorwerp

Beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 8 oktober 2015 (zaak R 3050/2014‑1) inzake een oppositieprocedure tussen The Art Company B & S enerzijds, en Manifatture Daddato en Laurora anderzijds

Dictum

  1. De beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) van 8 oktober 2015 (zaak R 3050/2014‑1) wordt vernietigd.

  2. Elke partij draagt haar eigen kosten.